1° kredietnemer : natuurlijke persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstelwet van 27 maart 2009;
  2° kredietgever : kredietgever bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstelwet van 27 maart 2009;
  3° leningovereenkomst : leningovereenkomst bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstelwet van 27 maart 2009, met inbegrip van elke verkoop op afbetaling en elke lening op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° en 11° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en elke overeenkomst in de zin van artikel 2 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecaire krediet;
  4° kapitaal :
  a) wat betreft een leningovereenkomst andere dan een verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet : schuld in hoofdsom die het voorwerp uitmaakt van de leningovereenkomst;
  b) wat betreft een verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet : alle bedragen die op grond van de verkoop op afbetaling ter beschikking worden gesteld.
  5° saldo dat verschuldigd blijft : bedrag in hoofdsom dat moet gestort worden voor de terugbetaling van het kapitaal verminderd met de schuld in hoofdsom die door de kredietnemer niet tijdig is terugbetaald;
  6° intrestbonificatie : intrestbonificatie bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstelwet van 27 maart 2009;
  7° bevoegde dienst : [1 de Algemene Administratie van de Thesaurie]1 van de Federale Overheidsdienst Financiën.
 Â