Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 MAART 2008. - Agentschapspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het bloso. - Toelichting bij het besluit van de vlaamse regering.
Titre
14 MARS 2008. - RĂšglement spĂ©cifique Ă l'agence du statut du personnel de bloso. - Note explicative de l'arrĂȘtĂ© du gouvernement flamand.
Documentinformatie
Numac: 2008A01567
Datum: 2008-03-14
Info du document
Numac: 2008A01567
Date: 2008-03-14
Inhoud
DEEL I. - Toepassingsgebied en Algemene bepalin...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen.
DEEL II. - De administratieve loopbaan.
HOOFDSTUK 1. - De tijdelijke aanstelling van ce...
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen.
DEEL III. - De verloning.
HOOFDSTUK 1. - Toelage voor centrumverantwoorde...
HOOFDSTUK 2. - Toelage voor provinciale inspect...
HOOFDSTUK 3. - Toelage voor gevaarlijke, hinder...
HOOFDSTUK 4. - Verhoogde rente in geval van arb...
HOOFDSTUK 5. - Arbeidsvoorwaarden voor het cont...
DEEL IV. - Algemene slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Champ d'application.
CHAPITRE 2. - Dispositions générales.
PARTIE II. - La carriĂšre administrative.
CHAPITRE 1er. - La désignation temporaire de re...
CHAPITRE 2. - Dispositions transitoires.
PARTIE III. - La rétribution.
CHAPITRE 1er. - Allocation pour responsables du...
CHAPITRE 2. - Allocation pour inspecteurs provi...
CHAPITRE 3. - Allocation pour les travaux dange...
CHAPITRE 4. - Rente majorée en cas d'accident d...
CHAPITRE 5. - Conditions de travail pour le mem...
PARTIE IV. - Dispositions finales générales.
Tekst (24)
Texte (23)
DEEL I. - Toepassingsgebied en Algemene bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Champ d'application.
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied.
Article 1. Pas de commentaire
Artikel 1. Geen commentaar
CHAPITRE 2. - Dispositions générales.
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen.
Art. 2. Pas de commentaire
Art. 2. Geen commentaar
PARTIE II. - La carriĂšre administrative.
DEEL II. - De administratieve loopbaan.
CHAPITRE 1er. - La désignation temporaire de responsables du centre et d'inspecteurs provinciaux.
HOOFDSTUK 1. - De tijdelijke aanstelling van centrumverantwoordelijken en provinciale inspecteurs.
Art. 3. et 4. Bloso exploite 13 centres Bloso et dispose de 5 services d'inspection provinciaux. Des fonctionnaires du rang A1 sont dĂ©signĂ©s Ă la tĂȘte de ces services Ă titre temporaire sur la base de pĂ©riodes maximales de 6 ans, tacitement renouvelables. Les deux articles sont identiques aux articles 8 et 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2006 portant organisation du " Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie " et rĂšglement spĂ©cifique du statut de son personnel.
Art. 3. en 4. Het Bloso exploiteert 13 Bloso-centra en beschikt over 5 provinciale inspectiediensten. Aan het hoofd van deze diensten worden ambtenaren van rang A1 tijdelijk aangesteld op basis van periodes van maximum 6 jaar, stilzwijgend verlengbaar. Beide artikels zijn identiek aan de artikels 8 en 9 in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-Generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel.
CHAPITRE 2. - Dispositions transitoires.
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen.
Art. 5. Dans sa lettre du 20 mars 2001, Johan Sauwens, alors Ministre flamand chargĂ© de la fonction publique, a clairement soulignĂ© qu'en Ă©tablissant la liste des missions supplĂ©mentaires et spĂ©cifiques, il devait ĂȘtre tenu compte des membres du personnel employĂ©s dans l'une des fonctions spĂ©cifiques, mentionnĂ©es Ă l'article XIV 5 du statut Bloso du 5 avril 1995. Ce paragraphe garantit leur emploi jusqu'Ă son extinction. Dans ces fonctions sont Ă©galement compris les anciens employĂ©s du fonds des sports (situation d'avant 1991).
Art. 5. In een brief gedateerd 20 maart 2001 heeft de toenmalige Vlaamse minister bevoegd voor ambtenarenzaken, Johan Sauwens, uitdrukkelijk gesteld dat bij de opmaak van de lijst van bijkomende en specifieke opdrachten rekening moest gehouden worden met de personeelsleden die in één van de specifieke functies, vermeld in artikel XIV 5 van het Bloso-statuut van 5 april 1995, zijn tewerkgesteld. Deze paragraaf waarborgt hun tewerkstelling tot uitdoving. In deze functies zijn tevens de ex-sportfondsers vervat (situatie van vóór 1991).
Art. 6. A cet article est incorporĂ©e une disposition transitoire pour les fonctionnaires et les membres du personnel qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2006 portant organisation du " Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie " et rĂšglement spĂ©cifique du statut de son personnel, Ă©taient dĂ©signĂ©s dans la fonction de responsable du centre ou d'inspecteur provincial (premier alinĂ©a).
  Les alinéas deux et trois spécifient dans quels cas il est mis fin à la désignation.
  Les alinéas deux et trois spécifient dans quels cas il est mis fin à la désignation.
Art. 6. In dit artikel wordt een overgangsbepaling opgenomen voor de ambtenaren en de personeelsleden die voor de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-Generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel in de functie van centrumverantwoordelijke of provinciaal inspecteur werden aangewezen (eerste lid).
PARTIE III. - La rétribution.
DEEL III. - De verloning.
CHAPITRE 1er. - Allocation pour responsables du centre.
HOOFDSTUK 1. - Toelage voor centrumverantwoordelijken.
Art. 7. Cet article est identique Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2006 portant organisation du " Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie " et rĂšglement spĂ©cifique du statut de son personnel.
Art. 7. Dit artikel is identiek aan artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-Generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel.
CHAPITRE 2. - Allocation pour inspecteurs provinciaux.
HOOFDSTUK 2. - Toelage voor provinciale inspecteurs.
Art. 8. Cet article est identique Ă l'article 14 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2006 portant organisation du " Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie " et rĂšglement spĂ©cifique du statut de son personnel.
Art. 8. Dit artikel is identiek aan artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-Generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel
CHAPITRE 3. - Allocation pour les travaux dangereux, insalubres et incommodants.
HOOFDSTUK 3. - Toelage voor gevaarlijke, hinderlijke en ongezonde werken.
Art. 9. Le Statut du Personnel flamand du 13 janvier 2006 prĂ©voit que la liste des travaux dangereux, insalubres et incommodants est reprise en annexe Ă l'arrĂȘtĂ© spĂ©cifique Ă l'institution, soit dans le cas prĂ©sent Ă l'arrĂȘtĂ© spĂ©cifique Ă l'agence. Il s'agit ici de l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui constitue un complĂ©ment Ă l'annexe 7 du Statut du Personnel flamand.
Art. 9. Het Vlaams Personeelsstatuut van 13 januari 2006 bepaalt dat de lijst van gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke werken wordt vastgesteld als bijlage aan het instellingsspecifiek, in dit geval agentschapspecifiek besluit. Het betreft hier de bijlage van het voorliggende besluit dat een aanvulling is aan bijlage 7 van het Vlaams Personeelsstatuut.
CHAPITRE 4. - Rente majorée en cas d'accident du travail et d'accident survenu sur le chemin du travail.
HOOFDSTUK 4. - Verhoogde rente in geval van arbeidsongeval en ongeval op de weg van en naar het werk.
Art. 10. Cet avantage se fonde sur une assurance complĂ©mentaire conclue sur la base de la rĂ©glementation mentionnĂ©e ci-aprĂšs : En effet, cette assurance est conclue en vertu de l'article 6 de la loi du 3 juillet 1967 sur la prĂ©vention ou la rĂ©paration des dommages rĂ©sultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, et de l'article 11 de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 juin 1970 relatif Ă la rĂ©paration, en faveur des membres du personnel des organismes d'intĂ©rĂȘt public et des entreprises publiques autonomes, des dommages rĂ©sultant des accidents du travail et des accidents survenus sur le chemin du travail. Par consĂ©quent, en ce qui concerne le calcul de la rente, la rĂ©munĂ©ration annuelle en cas d'invaliditĂ© permanente et de dĂ©cĂšs est plafonnĂ©e Ă 25.153,76 euros.
Art. 10. Dit voordeel vindt zijn grondslag in een aanvullende verzekering afgesloten op basis van de hierna vermelde regelgeving : Deze verzekering wordt namelijk afgesloten krachtens artikel 6 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen op de weg van en naar het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en artikel 11 van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding ten gunste van de personeelsleden der instellingen van openbaar nut en de autonome overheidsbedrijven, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg van en naar het werk, en dientengevolge wordt voor de renteberekening in geval van blijvende invaliditeit en in geval van overlijden de jaarlijkse bezoldiging beperkt tot 25.153,76 euro.
CHAPITRE 5. - Conditions de travail pour le membre du personnel contractuel sous contrat d'ouvrier.
HOOFDSTUK 5. - Arbeidsvoorwaarden voor het contractuele personeelslid met een arbeiderscontract.
Art. 11. Le personnel auxiliaire contractuel (anciennement personnel de maßtrise, gens de métier et de service) est employé à Bloso sous contrat d'ouvrier. En raison du salaire hebdomadaire garanti, cette situation est financiÚrement avantageuse pour l'institution. En outre le régime de travail de ces ouvriers (bien entendu repris dans le rÚglement des temps de travail de l'institution, en consultation avec le comité de concertation de base) est variable et dépend de la programmation (variable) des activités des centres Bloso. Néanmoins, afin de sauvegarder le principe du salaire mensuel, cet article propose de calculer le salaire (ainsi que le congé de maladie et le congé annuel de vacances) sur la base d'une fraction horaire. Au demeurant, les ouvriers sont payés conformément à la loi sur la protection du salaire (une seule avance et un décompte final sur la base des états des prestations).
Art. 11. Het contractuele hulppersoneel (vroeger meester- vak- en dienstpersoneel) wordt bij het Bloso tewerkgesteld op basis van een arbeiderscontract. Omwille van het gewaarborgd weekloon is deze situatie financieel voordeliger voor de instelling en bovendien is het werkregime van deze arbeiders (dat uiteraard in de werktijdregeling van de instelling werd opgenomen in overleg met het Basisoverlegcomité) variabel en afhankelijk van de (variabele) programmatie van de activiteiten in de Bloso-centra. Om evenwel geen afbreuk te doen aan het principe van het maandloon wordt in dit artikel voorgesteld om het salaris (en ook het ziekte- en vakantieverlof) te berekenen op basis van een uurdeler. De arbeiders worden trouwens uitbetaald in overeenstemming met de wet op de bescherming van het loon (één voorschot en een eindafrekening op basis van prestatiestaten).
PARTIE IV. - Dispositions finales générales.
DEEL IV. - Algemene slotbepalingen.
Art. 12. et 13. Pas de commentaire.
Art. 12. en 13. Geen commentaar.
  Brussel, 14 maart 2008
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
  B. ANCIAUX.
  Brussel, 14 maart 2008
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
  B. ANCIAUX.
-