Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JULI 2008. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007 betreffende de steun aan de landbouw (VERTALING).
Titre
3 JUILLET 2008. - Arrêté du Gouvernement wallon portant modification de certaines dispositions de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mai 2007 concernant les aides à l'agriculture.
Documentinformatie
Numac: 2008202494
Datum: 2008-07-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008202494
Date: 2008-07-03
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Hoofdstuk II van het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007 betreffende steun aan de landbouw wordt vervangen door volgend hoofdstuk :
  " HOOFDSTUK II. - Het in aanmerking komen
  " Art. 2. Om voor investeringssteun in aanmerking te komen, getuigt het landbouwbedrijfshoofd van voldoende beroepskwalificatie als hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :
  - beschikken over minstens één van de volgende onderwijsdiploma's :
  hoger onderwijs, van het korte of lange type bij een landbouw-, tuinbouw- of een onder sector 1 vallende afdeling;
  master bioingenieur of landbouwkundig ingenieur of van ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën; ingenieur voor de scheikunde en de bionijverheden of van doctor in de diergeneeskunde;
  * houder zijn van een diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afdeling land- en tuinbouw of daaraan verwant;
  in het bezit zijn van het diploma of het door een Staatsjury gehomologeerd of uitgereikt getuigschrift van het hoger secundair onderwijs, of van het kwalificatiegetuigschrift van het 6de jaar van het secundair onderwijs bij een landbouw-, tuinbouw- of aanverwante afdeling;
  of
  - twee jaar praktijkervaring aantonen na het verkrijgen van minstens één van de andere door een staatsjury gehomologeerde of uitgereikte diploma's dan bovenbedoeld van het hoger secundair onderwijs, het hoger onderwijs van het korte of het lange type of van het universitaire onderwijs of na het verkrijgen van een kwalificatiediploma of getuigschrift uitgereikt na minstens vier jaar secundair onderwijs bij een landbouw- of tuinbouwonderafdeling of daaraan verwant;
  of
  - getuigen van minstens drie jaar praktijkervaring, en houder zijn van een getuigschrift van postschoolse landbouwopleiding;
  of
  - getuigen van minstens vijf jaar praktijkervaring.
  Onverminderd de naleving van de verplichting tot praktijkervaring bepaald bij dit besluit worden de gelijkwaardige diploma's of getuigschriften, erkend door een andere staat, lidstaat van de Europese Unie, aanvaard voor de toegang tot investeringssteun.
  " Art. 3. Om voor steun bij de eerste vestiging in aanmerking te komen, getuigt het landbouwbedrijfshoofd van voldoende beroepskwalificatie als hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :
  - in het bezit zijn van het diploma van het hoger landbouwonderwijs van het korte of lange type, het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, land- of tuinbouwafdeling, of master bioingenieur of landbouwkundig ingenieur of van ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën of ingenieur voor de scheikunde en de bionijverheden of van doctor in de diergeneeskunde, of een aan die diploma's of getuigschriften gelijkwaardige titel;
  - in het bezit zijn van het diploma of het door een Staatsjury gehomologeerd of uitgereikt getuigschrift van het hoger secundair onderwijs van een landbouw-, tuinbouw of onder sector 1 vallende onderafdeling, of van het kwalificatiegetuigschrift van het 6e jaar van het desbetreffende secundair onderwijs;
  - minstens twee jaar praktijkervaring hebben en houder zijn van één van de andere diploma's dan bovenbedoelde van het hoger onderwijs van het korte of het lange type, van het universitair onderwijs of van één van de titels die gelijkwaardig zijn aan één van die diploma's;
  - minstens twee jaar praktijkervaring bezitten en houder zijn van één van de andere diploma's of getuigschriften dan bovenbedoeld, gehomologeerd of uitgereikt door een Staatsjury van het hoger secundair onderwijs of een kwalificatiegetuigschrift uitgereikt na minstens vier jaar secundair onderwijs bij een land- of tuinbouwonderafdeling of daaraan verwant, ofwel een titel bezitten die gelijkwaardig is aan één van bovenvermelde diploma's of getuigschriften of een studiegetuigschrift van een postschoolse landbouwopleiding van het type B of het getuigschrift van opleiding tot landbouwbedrijfshoofd uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap;
  - getuigen van minstens drie jaar praktijkervaring en houder zijn van :
  * ofwel een getuigschrift van postschoolse landbouwopleiding van het type B;
  * ofwel een getuigschrift van een beroepsopleidingsrichting na een programma van minstens 150 uur;
  * ofwel het door de Duitse Gemeenschap uitgereikte getuigschrift voor landbouwersopleiding.
  Daarnaast dienen alle landbouwbedrijfshoofden bij de eerste vestiging binnen de twaalf maanden voor de eerste vestiging of binnen de zes maanden erna een bijscholing gevolgd te hebben van minstens 30 en hoogstens 40 uur in de kennis van de communautaire, de federale en de gewestelijke landbouwregelgeving.
  Onverminderd de naleving van de verplichting tot praktijkervaring bepaald bij dit besluit worden de gelijkwaardige diploma's of getuigschriften, erkend door een andere staat, lidstaat van de Europese Unie, aanvaard voor de toegang tot de eerste vestiging. "
Article 1. Le chapitre II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mai 2007 concernant les aides à l'agriculture est remplacé par le chapitre suivant :
  " CHAPITRE II. - Eligibilité" Art. 2. La qualification professionnelle suffisante pour bénéficier de l'aide à l'investissement est prouvée lorsque l'exploitant agricole remplit l'une des conditions ci-dessous :
  - être titulaire d'au moins un des diplômes d'enseignement suivant :
  * enseignement supérieur, de type court ou long, d'une orientation agricole, horticole ou relevant du secteur 1;
  * master de bioingénieur ou d'ingénieur agronome ou d'ingénieur chimiste et des industries agricoles; d'ingénieur chimiste et des bio-industries ou de docteur en médecine vétérinaire;
  * diplôme d'agrégé pour l'enseignement secondaire inférieur, section agricole et horticulture ou apparenté;
  * diplôme ou certificat, homologué ou délivré par un Jury d'Etat, de l'enseignement secondaire supérieur d'une subdivision agricole, horticole ou relevant du secteur 1 ou le certificat de qualification de la 6e année de l'enseignement secondaire y afférant,
  ou
  - prouver deux ans d'expérience pratique après l'obtention d'au moins un des diplômes ou certificats homologués ou délivrés par un jury d'Etat autres que ceux visés ci-avant d'enseignement secondaire supérieur, supérieur du type court ou du type long, universitaire ou après l'obtention d'un diplôme ou certificat de qualification délivrés après quatre années au minimum de l'enseignement secondaire, d'une subdivision agricole, horticole ou apparentée,
  ou
  - prouver trois ans d'expérience pratique après l'obtention d'un certificat de formation post-scolaire agricole,
  ou
  - prouver une expérience pratique d'au moins cinq ans;
  Sans préjudice du respect de l'obligation d'expérience pratique fixée par le présent arrêté, les diplômes ou certificats équivalents délivrés par un autre Etat membre de l'Union européenne pour l'accès à l'aide à l'investissement sont acceptés.
  " Art. 3. La qualification professionnelle suffisante pour bénéficier de l'aide à la première installation est prouvée lorsque qu'il remplit une des conditions énumérées ci-dessous :
  - être titulaire d'un diplôme de l'enseignement supérieur agricole du type court ou du type long, le diplôme d'agrégé pour l'enseignement secondaire inférieur section agriculture et/ou horticulture, ou le diplôme de master de bioingénieur ou d'ingénieur agronome ou d'ingénieur chimiste et des industries agricoles ou d'ingénieur chimiste et des bio-industries ou de docteur en médecine vétérinaire, ou un titre équivalent à un de ces diplômes ou certificats;
  - être titulaire d'un diplôme ou d'un certificat homologué ou délivré par un Jury d'Etat d'enseignement secondaire supérieur d'une subdivision agricole, horticole ou relevant du secteur 1, ainsi que le certificat de qualification de la 6e année de l'enseignement secondaire y afférant;
  - posséder une expérience pratique d'au moins deux ans et être titulaire d'un des diplômes, autres que ceux visés ci-dessus, de l'enseignement supérieur du type court ou de type long, de l'enseignement universitaire ou un des titres équivalents à un de ces diplômes ;
  - posséder une expérience pratique d'au moins deux ans et être titulaire d'un des diplômes ou certificats, autres que ceux visés ci-dessus, homologué ou délivré par un Jury d'Etat d'enseignement secondaire supérieur, ou un certificat de qualification délivré après quatre années minimum de l'enseignement secondaire d'une subdivision agricole, horticole ou apparentée, soit un titre équivalent à un de ces diplômes ou certificats visés ci-dessus et un certificat d'étude de formation postscolaire agricole du type B ou le certificat de formation d'exploitant agricole délivré par la Communauté germanophone;
  - posséder une expérience pratique d'au moins trois ans et être titulaire :
  * soit d'un certificat d'étude de formation postscolaire agricole du type B;
  * soit d'un certificat d'étude de formation professionnelle au terme d'un programme d'au moins 150 heures;
  * soit d'un certificat de formation d'exploitant agricole délivré par la Communauté germanophone.
  En outre, tous les exploitants agricoles en première installation devront avoir suivi dans les douze mois précédant la première installation ou dans les six mois suivant celle-ci une remise à jour de minimum 30 heures et maximum 40 heures de ses connaissances en matière de réglementation communautaire, fédérale et régionale du secteur agricole.
  Sans préjudice du respect de l'obligation d'expérience pratique fixée par le présent arrêté, les diplômes ou certificats équivalents délivrés par un autre Etat membre de l'Union européenne pour l'accès à la première installation sont acceptés. "
Art. 2. § 1 van artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende paragraaf :
  " § 1. De Minister is bevoegd voor het volledig, gedeeltelijk of onder voorwaarden aanvaarden dan wel het weigeren van een investeringsplan over drie jaar. Het bestuur maakt een ontwerpbeslissing over aan de Minister binnen een termijn van zes maanden na de kennisgeving van de ontvankelijkheid van de aanvraag.
  De Minister geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen ingaand bij het verstrijken van bovenvermelde termijn van zes maanden.
  Als het bestuur bij de behandeling van het dossier meent dat het aanvullende stukken of gegevens moet opvragen bij de aanvrager, wordt laatstgenoemde daarover per schrijven ingelicht.
  Voormelde termijnen van zes maanden en van dertig dagen worden opgeschort totdat het antwoord van de aanvrager ingediend is en het bestuur vaststelt dat het dossier volledig is. "
Art. 2. Le § 1er de l'article 7 du même arrêté est remplacé par le paragraphe suivant :
  " § 1er. L'acceptation totale, partielle ou conditionnelle d'un plan d'investissement sur trois ans, ou son refus, relève de la compétence du Ministre. L'administration transmet un projet de décision au Ministre dans un délai de six mois suivant la notification de la recevabilité de la demande.
  Le Ministre notifie sa décision au demandeur dans un délai de trente jours prenant cours à l'expiration du délai précité de six mois.
  Si, au vu de l'examen du dossier, l'administration estime devoir requérir du demandeur des documents ou des informations complémentaires, elle le fait savoir au demandeur par courrier.
  Les délais précités de six mois et de trente jours sont suspendus jusqu'à la réception de la réponse du demandeur et que l'administration constate que le dossier est complet. "
Art. 3. De steunaanvragen die tussen 1 januari 2007 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediend zijn door landbouwers die bij de indiening van hun aanvraag voldeden aan de voorwaarden voor het in aanmerking komen, bepaald bij artikel 1 van dit besluit, worden opnieuw behandeld door het bestuur op verzoek van elke betrokken landbouwer. Over die aanvragen wordt een nieuwe ministeriële beslissing getroffen indien voor de aanvraag voor de inwerkingtreding van dit besluit een negatieve beslissing getroffen werd die gegrond was op de reden dat de aanvraag niet voldeed aan de voorwaarden voor het in aanmerking komen, bepaald bij hoofdstuk II van het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007 betreffende de steun aan de landbouw.
Art. 3. Les demandes d'aides introduites entre le 1er janvier 2007 et la date d'entrée en vigueur du présent arrêté par des agriculteurs qui remplissaient, au moment de l'introduction de leur demande, les conditions d'éligibilité établies par l'article 1er du présent arrêté, sont à nouveau examinées par l'administration, à la demande de chaque agriculteur concerné. Elles font l'objet d'une nouvelle décision ministérielle lorsque la demande a fait l'objet d'une décision négative antérieure à l'entrée en vigueur du présent arrêté, fondée sur le motif que le demandeur ne remplissait pas les conditions d'éligibilité établies par le chapitre II de l'arrêté du Gouvernement du 24 mai 2007 concernant les aides à l'agriculture.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 5. De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Namen, 3 juli 2008.
  De Minister-President,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
  B. LUTGEN.
Art. 5. Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Namur, le 3 juillet 2008.
  Le Ministre-Président,
  R. DEMOTTE
  Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
  B. LUTGEN.