Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 DECEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-04-2008 en tekstbijwerking tot 16-12-2025)
Titre
14 DECEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol (VLAREBO) (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-04-2008 et mise à jour au 16-12-2025)
Documentinformatie
Numac: 2008200841
Datum: 2007-12-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008200841
Date: 2007-12-14
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL I. - Definities. TITEL II. - Doelstellingen en algemene bepalingen. HOOFDSTUK I. - Doelstellingen. Afdeling I. - Richtwaarden voor de bodemkwaliteit. Afdeling II. - Streefwaarden voor de bodemkwali... HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen. Afdeling I. - Opstallen die geen grond zijn. Afdeling II. - Monsternemingen en analyses. Afdeling III. - Standaardprocedures. Afdeling IV. - Financiële zekerheden. Onderafdeling I. - Vorm van de financiële zeker... Onderafdeling II. - Bedrag en looptijd van de f... Onderafdeling III. - Aanpassing van de gestelde... Afdeling V. [1 Digitalisering]1 TITEL III. - Bodemsanering. HOOFDSTUK I. - Identificatie en inventarisatie ... Afdeling I. - Grondeninformatieregister. Onderafdeling I. - Beheer van het Grondeninform... Onderafdeling II. - Toegankelijkheid van het Gr... A. Bodemattest. B. Specifieke informatie. C. Digitale informatie via het e-loket van de O... Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen. Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris [1 ...]1. Onderafdeling I. - Beheer van de gemeentelijke ... Onderafdeling II. - Toegankelijkheid van de gem... HOOFDSTUK II. Afdeling I. Afdeling II. Onderafdeling I. Onderafdeling II. Onderafdeling III. Afdeling III. Onderafdeling I. Onderafdeling II. Afdeling IV. Afdeling V. Onderafdeling I. Onderafdeling II. Onderafdeling III. Onderafdeling IV. Afdeling VI. Afdeling VII. HOOFDSTUK III. - Verplichting om het beschrijve... Afdeling I. - Saneringscriterium bij nieuwe bod... Afdeling II. - Saneringsdoel. Afdeling III. - Vrijstelling van de verplichtin... Onderafdeling I. - Kennisvoorwaarde. Onderafdeling II. - Procedure tot aanvraag van ... A. Nieuwe bodemverontreiniging. B. Historische bodemverontreiniging. Onderafdeling III. - Overdracht van de vrijstel... Afdeling IV. [1 Afdeling IV. Cofinanciering voo... Onderafdeling I. [1 - Algemeen]1 Onderafdeling II. [1 - Toepassingsgebied]1 A. Personeel toepassingsgebied]1 B. [-1 Materieel toepassingsgebied]-1 Onderafdeling III. - [1 Kosten die in aanmerkin... Onderafdeling IV. - [1 Percentage van de cofina... Onderafdeling V. - [1 Procedure voor de behande... Onderafdeling VI. Onderafdeling VII. Onderafdeling VIII. - [1 Opeenvolgende aanvrage... Onderafdeling IX. - [1 Terugvordering]1 Afdeling IV/1. [1 Cofinanciering voor de uitvoe... Onderafdeling I. [1 Algemeen ]1 Onderafdeling II. [1 - Toepassingsgebied A. Per... Onderafdeling III. [1 Kosten die in aanmerking ... Art. 54/15/4. [1 De volgende kosten van een bes... Onderafdeling IV. [1 - Percentage van de cofina... Onderafdeling V. [1 Maximaal bedrag van de cofi... Onderafdeling VI. [1 - Procedure voor de aanvra... Art. 54/15/7. [1 Een aanvraag tot cofinancierin... Art. 54/15/8. [1 De OVAM onderzoekt de ontvanke... Onderafdeling VII. [1 Terugvordering ]1 Art. 54/15/9. [1 Met behoud van de toepassing v... Afdeling V. [1 - Vermengde bodemverontreiniging]1 HOOFDSTUK IV. - Oriënterend bodemonderzoek en b... Afdeling I. - Oriënterend bodemonderzoek. Onderafdeling I. Onderafdeling II. - Verplichting om een oriënte... A. B. Periodieke verplichting om een oriënterend b... Onderafdeling III. - Uitzondering op de verplic... A. Geen nieuw oriënterend bodemonderzoek. B. C. Afdeling II. Afdeling III. HOOFDSTUK V. - Bodemsanering. Afdeling I. - Bodemsaneringsproject. Onderafdeling I. - Kennisgeving van het bodemsa... Onderafdeling II. - Inhoud van het bodemsanerin... Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid en volled... Onderafdeling IV. - Kennisgeving door de OVAM v... Onderafdeling V. - Openbaar onderzoek en advies. Onderafdeling VI. - Conformverklaring van het b... Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject. Onderafdeling I. - Kennisgeving van het beperkt... Onderafdeling II. - Inhoud van het beperkt bode... Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid en volled... Onderafdeling IV. - Conformverklaring van het b... Afdeling III. - Bodemsaneringswerken. Onderafdeling I. - Wijziging of aanvulling van ... A. Kleine wijziging of aanvulling. B. Grote wijziging of aanvulling. Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van... Onderafdeling III. - Nieuw bodemsaneringsprojec... Onderafdeling IV. - Kennisgeving van de bodemsa... HOOFDSTUK VI. - Andere maatregelen. Afdeling I. Onderafdeling I. Onderafdeling II. A. B. C. D. E. F. Onderafdeling III. Onderafdeling IV. Afdeling II. Onderafdeling I. Onderafdeling II. HOOFDSTUK VII. - Vrijwillige uitvoering van bes... Afdeling I. - Bodemsaneringsorganisaties. Onderafdeling I. [1 Aanduiding van activiteiten... Onderafdeling I/1. - Erkenning van een bodemsan... Onderafdeling II. - Voorwaarden voor het gebrui... Onderafdeling III. - Wetgeving overheidsopdrach... Onderafdeling IV. - Toezicht op een erkende bod... Onderafdeling V. - Voorwaarden van de overeenko... Onderafdeling VI. - Schorsing en opheffing van ... Onderafdeling VII. - Subsidiëring van een bodem... A. Subsidie in het kader van artikel 98 van het... B. Voorwaarden en procedure voor de toekenning ... HOOFDSTUK VIII. - Overdrachten. Afdeling I. Afdeling II. - Procedure tot vrijstelling van d... Afdeling III. - Overdracht van de vrijstelling ... Afdeling IV. - Overname van de uitvoering van d... HOOFDSTUK IX. HOOFDSTUK X. - Sluiting van een risico-inrichting. HOOFDSTUK XII. - Waterbodems. Afdeling I. - Kennisgeving van het waterbodemon... Afdeling II. - Conformverklaring van het waterb... Hoofdstuk XIII. [1 Het gebruik en de traceerbaa... Afdeling I. - [1 Definities]1 Afdeling II. - [1 Toepassingsgebied]1 Afdeling III. - [1 Voorwaarden voor het gebruik... Onderafdeling I. - [1 Algemeen]1 Onderafdeling II. - [1 Gebruik van bodemmateria... A. [1 Algemeen gebruik]1 B. [1 Gebruik binnen een kadastrale werkzone]1 C. [1 Gebruik binnen een zone voor gebruik ter ... Onderafdeling III. - [1 Gebruik van bodemmateri... A. [1 Algemeen gebruik]1 B. [1 Gebruik binnen een kadastrale werkzone]1 Afdeling IV. - [1 Traceerbaarheid van bodemmate... Onderafdeling I. - [1 Verplichtingen]1 A. [1 Algemeen]1 B. [1 Opmaak van het technisch verslag]1 C. [1 Opmaak van de studie van de ontvangende g... Onderafdeling II. - [1 Documenten]1 A. [1 Technisch verslag]1 B. [1 Studie van de ontvangende grond]1 C. [1 Grondverzettoelating]1 D. [1 Transportdocument]1 E. [1 Bodembeheerrapport]1 Onderafdeling III. - [1 Procedures]1 A. [1 Procedure via een erkende bodembeheerorga... B. [1 Procedure via een erkende tussentijdse op... C. [1 Procedure voor kleine hoeveelheden]1 D. [1 Meldingsprocedure voor de werken waarvoor... E. [1 Procedure voor tijdelijke oeverdeponie vo... F. [1 Procedure voor tijdelijke oeverdeponie bi... Afdeling V. [1 Bodembeheerorganisatie, tussenti... Onderafdeling I. - [1 Voorwaarden voor de erken... Onderafdeling II. - [1 Procedure tot erkenning ... A. [1 Ontvankelijkheid van de aanvraag tot erke... B. [1 Behandeling van, advies en beslissing ove... Onderafdeling III. - [1 Schorsing, opheffing en... A. [1 Schorsing van de erkenning]1 B. [1 Opheffing van de erkenning]1 C. [1 Overdraagbaarheid van de erkenning]1 Onderafdeling IV. - [1 Overname door de OVAM va... HOOFDSTUK XV. - Administratief beroep. Afdeling I. - Ontvankelijkheid van het beroep. Afdeling II. - Nota met opmerkingen en stavings... HOOFDSTUK XVII. - Retributies. Afdeling I. - Toegang tot het Grondeninformatie... Onderafdeling I. - Algemene bepaling. Onderafdeling II. - Bodemattest. Onderafdeling III. - Specifieke informatie. Onderafdeling IV. - Digitale informatie via het... Afdeling II. [1 - Ambtshalve optreden van de OV... Afdeling III. - Beoordeling van een aanvraag to... HOOFDSTUK XVIII. - Bevoegdheden van de Vlaamse ... TITEL V. - Toezicht. TITEL VI. - Slotbepalingen. HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepalingen. HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen. HOOFDSTUK III. - Inwerkingstredingsbepalingen. HOOFDSTUK IV. - Uitvoeringsbepaling. BIJLAGEN.
Inhoud
TITRE Ier. - Définitions. TITRE II. - Objectifs et dispositions générales. CHAPITRE Ier. - Objectifs. Section Ire. - Valeurs guides pour la qualité d... Section II. - Valeurs cibles pour la qualité du... CHAPITRE II. - Dispositions générales. Section Ire. - Constructions n'étant pas des te... Section II. - Echantillonnages et analyses. Section III. - Procédures standard. Section IV. - Sûretés financières. Sous-section Ire. - Forme de la sûreté financière. Sous-section II. - Montant et durée de la sûret... Sous-section III. - Ajustement de la sûreté fin... Section V. [1 Numérisation]1 TITRE III. - Assainissement du sol. CHAPITRE Ier. - Identification et inventaire de... Section Ire. - Registre d'Information sur les T... Sous-section Ire. - Gestion du Registre d'Infor... Sous-section II. - Accessibilité du Registre d'... A. Attestation du sol. B. Information spécifique. C. Information numérique via le guichet électro... Section II. - Liste des établissements à risque. Section III. - Inventaire communal [1 ...]1. Sous-section Ire. - Gestion de l'inventaire com... Sous-section II. - Accessibilité de l'inventair... CHAPITRE II. Section Ire. Section II. Sous-section Ire. Sous-section II. Sous-section III. Section III. Sous-section Ire. Sous-section II. Section IV. Section V. Sous-section Ire. Sous-section II. Sous-section III. Sous-section IV. - Annulation de plein droit de... Section VI. Section VII. CHAPITRE III. - Obligation d'exécuter et de (pr... Section Ire. - Critère d'assainissement du sol ... Section II. - Objectif d'assainissement. Section III. - Exemption de l'obligation d'effe... Sous-section Ire. - Condition de connaissance. Sous-section II. - Procédure de demande d'exemp... A. Pollution récente du sol. B. Pollution historique du sol. Sous-section III. - Cession de l'exemption de l... Section IV. [1 Cofinancement pour l'exécution d... Sous-section Ire. [1 - Généralités]1 Sous-section II. [1 - Champ d'application]1 A. [1 Champ d'application personnel]1 B. [1 Champ d'application matériel]1 Sous-section III. - [1 Frais éligibles au cofin... Sous-section IV. - [1 Pourcentage du cofinancem... Sous-section V. - [1 Procédure de traitement d'... Sous-section VI. Sous-section VII. Sous-section VIII. - [1 Demandes de cofinanceme... Sous-section IX. - [1 Recouvrement]1 Section IV/1. [1 Cofinancement pour exécution d... Sous-section Ire. [1 Généralités ]1 Art. 54/15/1. [1 Dans les limites des crédits b... Sous-section II. [1 Champ d'application A. Cham... Art. 54/15/2. [1 L'exploitant, l'utilisateur ou... Art. 54/15/3. [1 L'exécution de la reconnaissan... Sous-section III. [1 Frais éligibles au cofinan... Sous-section IV. [1 Pourcentage du cofinancemen... Sous-section V. [1 Montant maximum du cofinance... Sous-section VI. [1 Procédure de demande et d'o... Sous-section VII. [1 - Récupération ]1 Art. 54/15/9. [1 Sans préjudice de l'applicatio... Section V. [1 - Pollution mixte du sol]1 CHAPITRE IV. - Reconnaissance d'orientation du ... Section Ire. - Reconnaissance d'orientation du ... Sous-section Ire. Sous-section II. - Obligation d'effectuer une r... A. B. Obligation périodique d'effectuer une reconn... Sous-section III. - Exception a l'obligation d'... A. Pas de nouvelle reconnaissance d'orientation... B. C. Section II. Section III. CHAPITRE V. - Assainissement du sol. Section Ire. - Projet d'assainissement du sol. Sous-section Ire. - Notification du projet d'as... Sous-section II. - Contenu du projet d'assainis... Sous-section III. - Recevabilité et complétude ... Sous-section IV. - Notification par l'OVAM de l... Sous-section V. - Enquête publique et avis. Sous-section VI. - Déclaration de conformité du... Section II. - Projet limité d'assainissement du... Sous-section Ire. - Notification du projet limi... Sous-section II. - Contenu du projet limité d'a... Sous-section III. - Recevabilité et complétude ... Sous-section IV. - Déclaration de conformité du... Section III. - Travaux d'assainissement du sol. Sous-section Ire. - Modification ou complément,... A. Petite modification ou complément. B. Grande modification ou complément. Sous-section II. - Modification ou complément, ... Sous-section III. - Nouveau projet d'assainisse... Sous-section IV. - Notification des travaux d'a... CHAPITRE VI. - Autres mesures. Section Ire. Sous-section Ire. Sous-section II. A. B. C. D. E. F. Sous-section III. Sous-section IV. Section II. Sous-section Ire. Sous-section II. CHAPITRE VII. - Exécution volontaire de la reco... Section Ire. - Organisations d'assainissement d... Sous-section Ire. [1 Désignation d'activités po... Sous-section Ire/1. - Agrément d'une organisati... Sous-section II. - Conditions d'utilisation de ... Sous-section III. - Législation relative aux ma... Sous-section IV. - Contrôle d'une organisation ... Sous-section V. - Conditions relatives aux conv... Sous-section VI. - Suspension ou annulation de ... Sous-section VII. - Subventionnement d'une orga... A. Subvention dans le cadre de l'article 98 du ... B. Conditions et procédure d'octroi de la subve... CHAPITRE VIII. - Cessions. Section Ire. Section II. - Procédure d'exemption de l'obliga... Section III. - Cession de l'exemption de l'obli... Section IV. - Reprise de l'exécution des obliga... CHAPITRE IX. CHAPITRE X. - Fermeture d'un établissement à ri... CHAPITRE XII. - Sols aquatiques. Section Ire. - Notification de la reconnaissanc... Section II. - Déclaration de conformité de la r... Chapitre XIII. [1 L'utilisation et la traçabili... Section Ire. - [1 Définitions]1 Section II. - [1 Champ d'application]1 Section III. - [1 Conditions relatives à l'util... Sous-section Ire. - [1 Généralités]1 Sous-section II. [1 Utilisation de matériaux de... A. [1 Utilisation générale]1 B. [1 Utilisation au sein d'une zone de travail... C. [1 Utilisation dans une zone pour utilisatio... Sous-section III. - [1 Utilisation de matériaux... A. [1 Utilisation générale]1 B. [1 Utilisation au sein d'une zone de travail... Section IV. - [1 Traçabilité des matériaux de s... Sous-section Ire. - [1 Obligations]1 A. [1 Généralités]1 B. [1 Etablissement du rapport technique]1 C. [1 Réalisation de l'étude du terrain d'accue... Sous-section II. - [1 Documents ]1 A. [1 Rapport technique]1 B. [1 Etude du sol d'accueil]1 C. [1 Autorisation de terrassement]1 D. [1 Document de transport]1 E. [1 Rapport de gestion du sol]1 Sous-section III. [1 Procédures]1 A. [1 Procédure via une organisation agréée de ... B. [1 Procédure via un dépôt provisoire agréé, ... C. [1 Procédure pour petites quantités]1 D. [1 Procédure de déclaration pour les travaux... E. [1 Procédure pour la décharge riveraine temp... F. [1 Procédure pour la décharge riveraine temp... Section V. [1 Organisation de gestion du sol, d... Sous-section Ire. - [1 Conditions d'agrément et... Sous-section II. - [1 Procédure d'agrément comm... A. [1 Recevabilité de la demande d'agrément]1 B. [1 Traitement de, avis et décision concernan... Sous-section III. - [1 Suspension, annulation e... A. [1 Suspension de l'agrément]1 B. [1 Annulation de l'agrément]1 C.1 Transférabilité de l'agrément]1 Sous-section IV. - [1 Reprise par l'OVAM des tâ... CHAPITRE XV. - Recours administratif. Section Ire. - Recevabilité du recours. Section II. - Note de remarques et de pièces ju... CHAPITRE XVII. - Rétributions. Section Ire. - Accès au Registre d'Information ... Sous-section Ire. - Disposition générale. Sous-section II. - Attestation du sol. Sous-section III. - Information spécifique. Sous-section IV. - Information numérique via le... Section II. [1 - Intervention d'office par l'OV... Section III. - Evaluation d'une demande d'appli... CHAPITRE XVIII. - Compétences du Gouvernement f... TITRE V. - Contrôle. TITRE VI. - Dispositions finales. CHAPITRE Ier. - Dispositions abrogatoires. CHAPITRE II. - Dispositions transitoires. CHAPITRE III. - Dispositions d'entrée en vigueur. CHAPITRE IV. - Disposition d'exécution. ANNEXES.
Tekst (484)
Texte (484)
TITEL I. - Definities.
TITRE Ier. - Définitions.
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Bodemdecreet : decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
  2° minister : Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid;
  3° juridische dienst : [7 de subentiteit van het Departement Omgeving, belast met de taken van juridische dienstverlening;]7
  4° [5 decreet betreffende de omgevingsvergunning : het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;]5
  5° [6 ...]6
  6° Vlarem II : besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
  7° [1 [3 CMA : compendium voor de monsterneming en analyse in het kader van het Materialendecreet en het Bodemdecreet, vermeld in het VLAREL;]3 ]1
  [2 8° onderneming : iedere eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm of de wijze waarop ze wordt gefinancierd;]2
  [4 [8 Vlaams expertisecentrum m.e.r., afgekort VECM: het Vlaams expertisecentrum m.e.r., vermeld in artikel 4.1.1, 19°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]8]7;
   10° de afdeling, bevoegd voor omgevingsveiligheidsrapportage : [7 de subentiteit van het Departement Omgeving, belast met taken van omgevingsveiligheidsrapportage]7]4
;
  [9 11° bronretributie: de bronretributie, vermeld in artikel 2, 5°, van het decreet van 22 december 2023]9.
  
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° Décret relatif au sol : décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol;
  2° Ministre : Ministre flamand chargé de l'Environnement et la Gestion des Eaux;
  3° service juridique : [7 la sous-entité du Département de l'Environnement, chargée des prestations de services juridiques;]7
  4° [5 décret relatif au permis d'environnement : le décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement;]5
  5° [6 ...]6
  6° Vlarem II : arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement;
  7° [1 [3 CMA : Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse dans le cadre du décret sur les matériaux et du décret relatif au sol, visé au VLAREL;]3 ]1
  [2 8° entreprise : toute entité exerçant une activité économique, quelle que soit sa forme juridique ou la manière dont elle est financée;]2
  [4 [8 9° Centre d'Expertise flamand R.I.E., en abrégé VECM : le Centre d'Expertise flamand R.I.E., visé à l'article 4.1.1, 19°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ]8;]7 ;
   10° la division compétente pour l'évaluation de l'impact sur l'environnement : [7 la sous-entité du Département de l'Environnement, chargée des rapports de sécurité environnementale;]7]4

  [9 11° rétribution de source : la rétribution de source visée à l'article 2, 5°, du décret du 22 décembre 2023]9.
  
Art. 1/1. [1 Dit besluit wordt aangehaald als : VLAREBO-besluit van 14 december 2007.]1
  
Art. 1/1. [1 Le présent arrêté est cité comme : Arrêté VLAREBO du 14 décembre 2007.]1
  
TITEL II. - Doelstellingen en algemene bepalingen.
TITRE II. - Objectifs et dispositions générales.
HOOFDSTUK I. - Doelstellingen.
CHAPITRE Ier. - Objectifs.
Afdeling I. - Richtwaarden voor de bodemkwaliteit.
Section Ire. - Valeurs guides pour la qualité du sol.
Art. 2. De richtwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in artikel 3, § 2, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage II, gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Les valeurs guides pour la qualité du sol, visées à l'article 3, § 2 du Décret relatif au sol, sont fixées à l'annexe II, jointe au présent décret.
Afdeling II. - Streefwaarden voor de bodemkwaliteit.
Section II. - Valeurs cibles pour la qualité du sol.
Art. 3. De streefwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in artikel 3, § 3, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage III, gevoegd bij dit besluit.
Art. 3. Les valeurs cibles pour la qualité du sol, visées à l'article 3, § 3 du Décret relatif au sol, sont fixées à l'annexe III, jointe au présent décret.
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions générales.
Afdeling I. - Opstallen die geen grond zijn.
Section Ire. - Constructions n'étant pas des terrains.
Art. 4. De volgende opstallen worden voor de toepassing van het Bodemdecreet niet beschouwd als grond in de zin van artikel 2, 9°, van het Bodemdecreet [1 op voorwaarde dat in het opstal zelf geen risico-inrichting gevestigd is of was]1 :
  1° scheidingsmuren en omheiningen;
  2° reclameborden en -zuilen;
  3° straatmeubilair en abri's;
  4° antennes en masten;
  5° hoogspanningsmasten, tellers, laagspanningskasten;
  6° installaties voor het opwekken van water-, wind- en zonne-energie;
  7° [1 regenwater- en drinkwaterleidingnetwerk en gasdistributie- en elektriciteitsnetwerk;]1
  8° datacommunicatie-, computer- en televisiekabelnetwerk;
  9° rails van trein, tram en metro.
  [2 10° elektrische laadpalen, warmtenetwerken en stoomnetwerken en hun aanhorigheden.]2
  [1 De opstallen, vermeld in het eerste lid, worden voor de toepassing van het Bodemdecreet opnieuw als grond gekwalificeerd als door emissie vanuit het opstal bodemverontreiniging tot stand komt.]1
  
Art. 4. Pour l'application du Décret relatif au sol, les suivantes constructions ne sont pas considérées en tant que terrains dans le sens de l'article 2, 9° du Décret relatif au sol [1 à condition qu'aucun établissement à risque ne soit ou n'ait été implanté dans la construction même]1 :
  1° murs de séparation et clôtures;
  2° panneaux et colonnes porte-affiches;
  3° mobilier urbain et abribus;
  4° antennes et pylônes;
  5° pylônes à haute tension, compteurs, armoires basse tension;
  6° installations pour la production d'énergie hydraulique, éolienne et solaire;
  7° [1 réseau de distribution d'eau de pluie et d'eau potable, de gaz et d'électricité ;]1
  8° réseau de télécommunication, de téléinformatique et de télédistribution;
  9° voies ferrées, voies de tramway et de métro.
  [2 " 10° bornes de recharge électrique, réseaux de chaleur et réseaux de vapeur et leurs dépendances.]2
  [1 Pour l'application du Décret relatif au sol, les constructions visées à l'alinéa premier sont à nouveau qualifiées de terrains si une pollution du sol est générée par une émission à partir de la construction.]1
  
Afdeling II. - Monsternemingen en analyses.
Section II. - Echantillonnages et analyses.
Art. 5. De monsternemingen in het kader van het Bodemdecreet en dit besluit worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld.
Art. 5. Les échantillonnages dans le cadre du Décret relatif au sol et du présent arrêté sont effectués selon les méthodes fixées dans le CEA.
Art. 6. De analyses in het kader van het Bodemdecreet en dit besluit worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard.
  De OVAM spreekt zich uit binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van het verzoek om een methode gelijkwaardig te verklaren. Bij gebrek aan uitspraak binnen die termijn wordt de methode geacht niet gelijkwaardig te zijn.
  Als de OVAM een methode gelijkwaardig verklaart, geldt die verklaring alleen voor het laboratorium dat het verzoek heeft ingediend en alleen voor de resterende duur van de erkenning van dat laboratorium.
Art. 6. Les analyses dans le cadre du Décret relatif au sol et du présent arrêté sont effectuées selon les méthodes fixées dans le CEA ou selon une méthode déclarée équivalente par l'OVAM.
  L'OVAM se prononce dans un délai de nonante jours après la réception de la demande de déclarer une méthode équivalente. A défaut d'une décision dans ce délai, la méthode est réputée ne pas être équivalente.
  Lorsque l'OVAM déclare une méthode équivalente, cette déclaration est valable uniquement pour le laboratoire ayant introduit la demande et uniquement pour la durée restante de l'agrément de ce laboratoire.
Afdeling III. - Standaardprocedures.
Section III. - Procédures standard.
Art. 7. De standaardprocedures, vermeld in het Bodemdecreet, worden vastgesteld door de minister.
  De besluiten houdende vaststelling van de standaardprocedures worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 7. Les procédures standard, mentionnées dans le Décret relatif au sol, sont fixées par le Ministre.
  Les arrêtés fixant les procédures standard sont publiés par extrait au Moniteur belge.
Afdeling IV. - Financiële zekerheden.
Section IV. - Sûretés financières.
Onderafdeling I. - Vorm van de financiële zekerheid.
Sous-section Ire. - Forme de la sûreté financière.
Art. 8. Een financiële zekerheid in het kader van het Bodemdecreet kan de volgende vormen aannemen, afzonderlijk of in combinatie :
  1° een onherroepelijke garantie van de volgende kredietinstellingen :
  a) een kredietinstelling die vergund is krachtens [1 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]1;
  b) een kredietinstelling die ressorteert onder een andere lidstaat van de Europese Unie en die, krachtens voormelde [1 wet van 25 april 2014]1, haar werkzaamheden op het Belgische grondgebied mag uitoefenen;
  2° een onherroepelijke garantie van een verzekeringsonderneming die toegelaten is krachtens [1 de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen]1;
  3° een verpande rekening van een kredietinstelling, vermeld in punt 1°.
  De OVAM kan ook een andere financiële zekerheid aanvaarden als [2 ze van oordeel is]2 dat die financiële zekerheid voldoende garantie geeft dat de verplichtingen bij of krachtens het Bodemdecreet kunnen worden nagekomen.
  
Art. 8. Une sûreté financière dans le cadre du Décret relatif au sol peut prendre les formes suivantes, séparées ou combinées :
  1° une garantie irrévocable des établissements de crédit suivants :
  a) un établissement de crédit autorisé en vertu de [1 la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]1;
  b) un établissement de crédit qui ressortit à un autre Etat membre de l'Union européenne et qui, en vertu de la loi précitée [1 du 25 avril 2014]1, peut exercer ses activités sur le territoire belge;
  2° une garantie irrévocable d'une entreprise d'assurances autorisée en vertu de [1 la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance]1;
  3° un compte engagé d'un établissement de crédit, visé au point 1°.
  L'OVAM peut également accepter une autre sûreté financière [2 " si elle estime]2 que cette sûreté financière offre suffisamment de garanties que les obligations imposées par ou en vertu du Décret relatif au sol peuvent être respectées.
  
Onderafdeling II. - Bedrag en looptijd van de financiële zekerheid.
Sous-section II. - Montant et durée de la sûreté financière.
Art. 9. Het bedrag van de financiële zekerheid wordt door de OVAM vastgesteld op basis van een door haar goedgekeurde raming van de kosten van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet moet worden gesteld.
  De OVAM kan een lager bedrag dan vermeld in het eerste lid aanvaarden op basis van elementen die de zekerheidsteller aanbrengt om te motiveren dat het risico dat de OVAM de financiële zekerheid moet aanspreken beperkt is.
  De OVAM kan een hoger bedrag dan vermeld in het eerste lid vaststellen op basis van een inschatting van de risico's dat de gekozen techniek om de bodemverontreiniging te behandelen niet of in onvoldoende mate leidt tot het realiseren van de doelstellingen van het Bodemdecreet.
Art. 9. Le montant de la sûreté financière est fixé par l'OVAM sur la base d'une estimation approuvée par elle des frais d'exécution des obligations pour lesquelles la sûreté financière doit être constituée en vertu du Décret relatif au sol.
  L'OVAM peut accepter un montant inférieur à celui mentionné dans le premier alinéa sur la base d'éléments apportés par le donneur de la sûreté afin de motiver que le risque que l'OVAM ne doive faire appel à la sûreté est limité.
  L'OVAM peut fixer un montant supérieur à celui mentionné dans le premier alinéa sur la base d'une évaluation des risques que la technique choisie pour traiter la pollution du sol ne conduise pas ou de façon insuffisante à la réalisation des objectifs du Décret relatif au sol.
Art. 10. De looptijd van de financiële zekerheid moet minstens de duurtijd dekken van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet moet worden gesteld.
Art. 10. La durée de la sûreté financière doit au moins couvrir la durée de l'exécution des obligations pour lesquelles la sûreté financière doit être constituée en vertu du Décret relatif au sol.
Onderafdeling III. - Aanpassing van de gestelde financiële zekerheid.
Sous-section III. - Ajustement de la sûreté financière constituée.
Art. 11. De zekerheidsteller kan bij de OVAM een [1 ...]1 aanvraag indienen om het bedrag of de looptijd van de gestelde financiële zekerheid te verminderen. De OVAM neemt hierover een beslissing, rekening houdend met de resultaten van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet werd gesteld en met de nog uit te voeren verplichtingen.
  
Art. 11. Le donneur de la sûreté peut introduire une demande [1 ...]1 auprès de l'OVAM afin de réduire le montant ou la durée de la sûreté financière constituée. L'OVAM statue sur la demande, tenant compte des résultats de l'exécution des obligations pour lesquelles la sûreté financière a été constituée en vertu du Décret relatif au sol ainsi que des obligations restant à exécuter.
  
Art. 12. Onder meer in de volgende gevallen kan de OVAM de zekerheidsteller de verplichting opleggen om de vorm, het bedrag of de looptijd van de gestelde financiële zekerheid binnen een door haar bepaalde termijn aan te passen :
  1° als de termijn voor de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet werd gesteld, niet of in onvoldoende mate wordt nageleefd;
  2° als de OVAM van oordeel is dat het voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject [1 of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject]1 een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;
  3° als de OVAM van oordeel is dat het nieuwe bodemsaneringsproject of het nieuwe beperkt bodemsaneringsproject, opgelegd krachtens artikel 64, tweede lid, van het Bodemdecreet, een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;
  4° als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject opgesteld in het kader van de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in artikel 115 van het Bodemdecreet, een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;
  5° als de OVAM op basis van het eindevaluatieonderzoek van oordeel is dat de resultaten van de bodemsaneringswerken een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigen.
  
Art. 12. Entre autres dans les cas suivants, l'OVAM peut imposer au donneur de la sûreté l'obligation d'ajuster la forme, le montant ou la durée de la sûreté financière constituée, dans un délai fixé par elle :
  1° lorsque le délai d'exécution des obligations pour lesquelles la sûreté financière a été constituée en vertu du Décret relatif au sol n'est pas ou insuffisamment respecté;
  2° lorsque l'OVAM estime que la proposition de grande modification ou complément du projet d'assainissement du sol déclaré conforme [1 ou du projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme]1 justifie un ajustement de la sûreté financière constituée;
  3° lorsque l'OVAM estime que le nouveau projet d'assainissement du sol ou le nouveau projet limité d'assainissement du sol, imposé en vertu de l'article 64, deuxième alinéa du Décret relatif au sol, justifie un ajustement de la sûreté financière constituée;
  4° lorsque l'OVAM estime que le projet d'assainissement du sol ou le projet limité d'assainissement du sol établi dans le cadre de la procédure de cession accélérée, visée à l'article 115 du Décret relatif au sol, justifie un ajustement de la sûreté financière constituée;
  5° lorsque l'OVAM estime sur la base de l'évaluation finale que les résultats des travaux d'assainissement du sol justifient un ajustement de la sûreté financière constituée.
  
Afdeling V. [1 Digitalisering]1
Section V. [1 Numérisation]1
Art. 12/1. [1 De minister bepaalt welke kennisgevingen, meldingen, verzendingen en procedures in het kader van het Bodemdecreet en dit besluit digitaal kunnen worden gedaan of verlopen conform de regels die hij vaststelt.]1
  
Art. 12/1. [1 Le ministre établit la liste des notifications, déclarations, envois et procédures qui, dans le cadre du Décret relatif au sol et du présent arrêté, peuvent être effectués ou se dérouler par voie numérique, conformément aux règles qu'il établit.]1
  
TITEL III. - Bodemsanering.
TITRE III. - Assainissement du sol.
HOOFDSTUK I. - Identificatie en inventarisatie van gronden.
CHAPITRE Ier. - Identification et inventaire des terrains.
Afdeling I. - Grondeninformatieregister.
Section Ire. - Registre d'Information sur les Terrains.
Onderafdeling I. - Beheer van het Grondeninformatieregister.
Sous-section Ire. - Gestion du Registre d'Information sur les Terrains.
Art. 13. De OVAM neemt een grond op in het Grondeninformatieregister wanneer ze over de volgende gegevens beschikt :
  1° de ligging van de grond : de kadastrale gegevens van de grond of een duidelijke ruimtelijke afbakening van de grond op basis van het in het Vlaamse Gewest gehanteerde coördinatenstelsel die onweerlegbaar de ligging ten opzichte van de perceelsgrenzen bepaalt;
  2° [2 ...]2
  3° minstens een van de volgende gegevens over de grond :
  a) informatie over de grond afkomstig uit de gemeentelijke inventaris;
  b) [1 relevante gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit van de grond, die vastgesteld zijn door bodemsaneringsdeskundigen, politiediensten [2 , instrumenterende ambtenaren]2 of overheidsinstanties als vermeld in artikel II.28, § 1, eerste lid, van het bestuursdecreet van 7 december 2018, die bevoegdheid hebben of openbare verantwoordelijkheden of functies uitoefenen inzake het leefmilieu of het waterbeleid.]1
  
Art. 13. L'OVAM reprend un terrain dans le Registre d'Information sur les Terrains lorsqu'elle dispose des informations suivantes :
  1° la localisation du terrain : les données cadastrales du terrain ou une délimitation spatiale claire du terrain sur la base du système de coordonnées utilisé en Région flamande qui détermine de façon incontestable la position par rapport aux limites de la parcelle;
  [2 ...]2
  3° au moins une des données suivantes concernant le terrain :
  a) informations au sujet du terrain, provenant de l'inventaire communal;
  b) [1 données pertinentes relatives à la qualité du sol du terrain, établies par des experts en assainissement du sol, des services policiers [2 ou des instances publiques ]2 ou des instances publiques telles que visées à l'article II.28, § 1er, alinéa 1er du décret de gouvernance du 7 décembre 2018, qui ont compétence ou exercent des responsabilités ou fonctions publiques en matière d'environnement ou de politique de l'eau.]1
  
Art. 14. De in het Grondeninformatieregister aanwezige gegevens worden vervolledigd of bijgewerkt op basis van relevante gegevens die vastgesteld zijn door de personen, diensten en instanties, vermeld in artikel 13, [1 ...]1.
  
Art. 14. Les informations reprises dans le Registre d'Information sur les Terrains sont complétées ou actualisées sur la base d'informations pertinentes établies par les personnes, services et instances mentionnés à l'article 13, [1 ...]1.
  
Art. 15. Op eerste verzoek bezorgen alle diensten van de Vlaamse overheid, de gemeenten en provincies met het oog op het beheer van het Grondeninformatieregister alle nuttige gegevens aan de OVAM en aan de bodemsaneringsdeskundige die handelt in opdracht van de OVAM.
Art. 15. Sur première demande, tous les services de l'Autorité flamande, des communes et des provinces fournissent à l'OVAM et à l'expert en assainissement du sol qui agit sur ordre de l'OVAM toutes les données utiles, en vue de la gestion du Registre d'Information sur les Terrains.
Onderafdeling II. - Toegankelijkheid van het Grondeninformatieregister
Sous-section II. - Accessibilité du Registre d'Information sur les Terrains.
Art. 16. De informatie uit het grondeninformatieregister is toegankelijk via de aanvraag van een bodemattest, via een verzoek om specifieke informatie of via het e-loket van de OVAM, en dit overeenkomstig de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 17 tot en met 20.
Art. 16. L'information du registre d'information sur les terrains est accessible après une demande d'attestation du sol, une demande d'information spécifique ou via le guichet électronique de l'OVAM, et ce conformément à la procédure et aux conditions, visées aux articles 17 à 20.
A. Bodemattest.
A. Attestation du sol.
Art. 17. [1 Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag wordt een bodemattest aangevraagd via:
   1° het Vastgoedinformatieplatform, vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
   2° een volledig ingevuld aanvraagformulier, in te dienen bij het Vlaams Datanutsbedrijf, vermeld in artikel 2, 23°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.
   In afwijking van het eerste lid wordt een bodemattest waarvoor de retributie 0 euro bedraagt conform artikel 4.160/1 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, bij de OVAM aangevraagd.
   In afwijking van het eerste lid zijn professionele aanvragers, vermeld in artikel 2, 18°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, verplicht een bodemattest aan te vragen via de wijze, vermeld in het eerste lid, 1°. Als ze het bodemattest niet op die wijze aanvragen, is de aanvraag niet ontvankelijk.]1

  
Art. 17. [1 Sous peine d'irrecevabilité de la demande, une attestation du sol est demandée via :
   1° la Plateforme d'information immobilière, visée à l'article 2, 20°, du décret du 22 décembre 2023 sur la Plateforme d'information immobilière ;
   2° l'introduction d'un formulaire de demande dûment complété auprès du Service public flamand des données, visé à l'article 2, 23°, du décret du 22 décembre 2023 sur la Plateforme d'information immobilière.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande d'une attestation du sol pour laquelle la rétribution s'élève à 0 euro conformément à l'article 4.160/1 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, est introduite auprès de l'OVAM.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les demandeurs professionnels visés à l'article 2, 18°, du décret du 22 décembre 2023 sur la Plateforme d'information immobilière, sont obligés de demander une attestation du sol de la manière visée à l'alinéa 1er, 1°. S'ils ne demandent pas l'attestation du sol de cette manière, la demande n'est pas recevable.]1

  
Art. 18. Als de OVAM de aanvraag van een bodemattest onontvankelijk verklaart, stuurt ze die beslissing binnen [1 veertien]1 dagen na ontvangst van de aanvraag naar de aanvrager met vermelding van de reden van niet-ontvankelijkheid.
  Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van die beslissing zorgt de aanvrager ervoor dat de aanvraag voldoet aan alle ontvankelijkheidsvereisten, vermeld in het eerste lid. Als dat niet het geval is, wordt de aanvraag geacht definitief onontvankelijk te zijn.
  [1 ...]1
  
Art. 18. Si l'OVAM déclare la demande d'attestation du sol irrecevable, elle envoie cette décision au demandeur dans les [1 quatorze]1 jours de la réception de la demande, avec mention du motif de l'irrecevabilité.
  Dans un délai de soixante jours de la réception de la décision, le demandeur prend les mesures de mise en conformité de la demande aux exigences de recevabilité visées au premier alinéa. Dans le cas contraire, la demande est réputée définitivement irrecevable.
  [1 ...]1
  
B. Specifieke informatie.
B. Information spécifique.
Art. 19. De OVAM kan op schriftelijk verzoek specifieke informatie verstrekken uit het Grondeninformatieregister.
  Binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek om specifieke informatie stuurt de OVAM naar de aanvrager een ontwerp van overeenkomst die de modaliteiten van de gevraagde dienstverlening omvat. Die modaliteiten hebben minstens betrekking op de termijn waarbinnen de gevraagde informatie wordt geleverd en de prijs voor die dienstverlening.
Art. 19. Sur demande écrite, l'OVAM peut procurer des informations spécifiques du Registre d'Information sur les Terrains.
  Dans un délai de trente jours de la réception de la demande d'information spécifique, l'OVAM envoie au demandeur un projet de contrat contenant les modalités du service demandé. Ces modalités portent au moins sur le délai dans lequel l'information demandée est livrée ainsi que le prix du service.
C. Digitale informatie via het e-loket van de OVAM.
C. Information numérique via le guichet électronique de l'OVAM.
Art. 20. [1 Via het e-loket van de OVAM kan de volgende informatie uit het Grondeninformatieregister worden opgevraagd in digitale vorm :
   1° de verslagen van bodemonderzoeken;
   2° de rapporten over bodemsaneringen en andere maatregelen als vermeld in hoofdstuk VI van titel III van het Bodemdecreet.]1

  
Art. 20. (NOTE : L'article 20 remplacé par AGF 2013-06-07/42, art. 213, 011; En vigueur : 20-09-2013; pas de texte française disponible dans le texte modificatif, voir version néerlandaise ou M.B. 10-09-2013, p. 63865)
-
  Dans le cadre de l'exécution des tâches [1 visé au décret relatif au sol et au présent arrêté]1, un expert en assainissement du sol peut obtenir via le guichet électronique de l'OVAM les informations suivantes du Registre d'Information des Terrains : les rapports de reconnaissances du sol et les rapports d'assainissements du sol et d'autres mesures, mentionnées au chapitre VI du titre III du Décret relatif au sol, sous forme numérique.
  
Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen.
Section II. - Liste des établissements à risque.
Art. 21. [4 De lijst van risico-inrichtingen wordt vastgesteld als volgt:
  1°in bijlage I, gevoegd bij dit besluit (kolom Categorie): de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015;
  2°[5 In kolom 8 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]5 : de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat na 31 mei 2015.]4

  [6 3° de uitvoering van brandblusoefeningen waarbij PFAS-houdend blusschuim gebruikt wordt of werd.]6
  [3 De volgende inrichtingen worden voor de toepassing van het Bodemdecreet en dit besluit niet beschouwd als risico-inrichtingen :
   1° inrichtingen waarvan de sluiting dateert van voor 11 februari 1946;
   2° tijdelijke inrichtingen en activiteiten als vermeld in artikel 5.1.1, 11°, van Titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
   3° mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van Titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
   4° de aanwending van afvalstoffen voor een functionele verharding boven op een bestaande bodem waarbij de afvalstoffen duidelijk onderscheidbaar zijn van het bodemmateriaal;
   5° inrichtingen in het kader van bodemsaneringswerken waarvoor het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject geldt als meldingsakte of omgevingsvergunning.]3
]1
  [4 [5 In kolom 8 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]5 wordt aangegeven op welke risico-inrichtingen de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 33bis van het Bodemdecreet, van toepassing is, en voor welke van die risico-inrichtingen de eenmalige onderzoeksplicht van artikel 33bis, § 2, van het Bodemdecreet wordt uitgevoerd vóór 7 januari 2014 en voor welke van die risico-inrichtingen vóór 7 juli 2015.]4
  
Art. 21. [3 La liste des établissements à risque est fixée comme suit:
  1° A l'annexe Ire, jointe au présent arrêté (colonne "Catégorie"): les établissements à risque dont l'exploitation a été entamée avant le 1er juin 2015;
  2° [4 A la colonne 8 de la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]4: les établissements à risque dont l'exploitation a été entamée après le 31 mai 2015.]3

  [1 La liste des établissements à risque est fixée en colonne 8 de la liste de classification reprise en annexe 1re au titre Ier du VLAREM.
   [2 Les établissements suivants ne sont pas considérées comme des établissements à risque pour l'application du Décret relatif au sol et du présent arrêté :
   1° les établissements dont la fermeture date d'avant le 11 février 1946 ;
   2° les établissements et activités temporaires tels que visés à l'article 5.1.1, 11°, du Titre V du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ;
   3° [5 l'exécution d'exercices de lutte contre l'incendie dans lesquels de la mousse carbonique contenant des PFAS est ou a été utilisée. ]5;
   4° l'utilisation de déchets pour un revêtement fonctionnel au-dessus d'un fonds existant, où les déchets peuvent très clairement être distingués du matériel du sol ;
   5° les établissements dans le cadre de travaux d'assainissement du sol pour lesquels l'attestation de conformité du projet d`assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol vaut acte de déclaration ou permis d'environnement .]2
]1

  [3 [4 La colonne 8 de la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]4 indique à quels établissements à risque l'obligation de reconnaissance visée à l'article 33bis du décret sur le sol s'applique et pour lesquels de ces établissements à risque l'obligation de reconnaissance unique visée à l'article 33bis, § 2, du décret sur le sol est exécutée avant le 7 janvier 2014, et pour lesquels de ces établissements à risque elle est exécutée avant le 7 juillet 2015.]3
  
Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris [1 ...]1.
Section III. - Inventaire communal [1 ...]1.
Onderafdeling I. - Beheer van de gemeentelijke inventaris.
Sous-section Ire. - Gestion de l'inventaire communal.
Art. 22. [1 Een gemeente neemt de volgende gronden op in de gemeentelijke inventaris, vermeld in artikel 7 van het Bodemdecreet :
   1° risicogronden;
   2° gronden waarop uitsluitend inrichtingen, vermeld in artikel 21, tweede lid, 1°, gevestigd waren die in de lijst in bijlage 1 van dit besluit in de kolom "Categorie" met de letter I worden aangeduid.
   Een gemeente neemt een grond op in de gemeentelijke inventaris op basis van relevante gegevens over de inrichtingen die op de grond gevestigd zijn of waren. Het gaat om gegevens die in haar bezit zijn of die haar worden bezorgd door [2 bodemsaneringsdeskundigen, instrumenterende ambtenaren, politiediensten of overheidsinstanties als vermeld in artikel 13, 3°, b), van dit besluit]2. De gegevens die zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris worden vervolledigd of bijgewerkt op basis van relevante gegevens die afkomstig zijn van de voormelde personen, instanties en diensten.]1

  
Art. 22. [1 Une commune reprend les terrains suivants dans l'inventaire communal visé à l'article 7 du Décret relatif au sol :
   1° les terrains à risque ;
   2° les terrains sur lesquels étaient exclusivement situés des établissements visés à l'article 21, deuxième alinéa, 1°, désignés par la lettre I dans la colonne " Catégorie " de la liste en annexe Ire au présent arrêté.
   Une commune reprend un terrain dans l'inventaire communal sur la base d'informations pertinentes sur les établissements qui sont ou étaient situés sur le terrain. Il s'agit d'informations dont elle dispose ou qui lui sont fournies par [2 des experts en assainissement du sol, des fonctionnaires instrumentants, des services policiers ou des instances publiques, telles que visées à l'article 13, 3°, b) du présent arrêté.]2 Les informations reprises dans l'inventaire communal sont complétées ou actualisées sur la base d'informations pertinentes provenant des personnes, des instances et des services susmentionnés.]1

  
Art. 23. [1 In de gemeentelijke inventaris wordt minstens de volgende informatie over een grond opgenomen en beheerd :
   1° de ligging van de grond : de kadastrale gegevens van de grond of een duidelijke ruimtelijke afbakening van de grond op basis van het coördinatenstelsel dat in het Vlaamse Gewest gehanteerd wordt en dat onweerlegbaar de ligging ten opzichte van de perceelgrenzen bepaalt;
   2° de inrichtingen, vermeld in artikel 22, die op de grond gevestigd zijn of waren :
   a) nummer, beschrijving en categorie van de inrichting, zoals ingedeeld in [2 de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2;
   b) start- en einddatum van de exploitatie van de inrichting, als die informatie beschikbaar is;
   3° de identiteit van de eigenaar.]1

  
Art. 23. [1 Au moins l'information suivante sur un terrain est reprise et gérée dans l'inventaire communal :
   1° la localisation du terrain : les données cadastrales du terrain ou une délimitation spatiale claire du terrain sur la base du système de coordonnées utilisé en Région flamande qui détermine de façon incontestable la position par rapport aux limites de la parcelle ;
   2° les établissements visés à l'article 22 qui sont ou étaient situés sur le terrain :
   a) numéro, description et catégorie de l'établissement, suivant la classification dans [2 la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]2 ;
   b) les dates de début et de fin de l'exploitation de l'établissement, si celles-ci sont connues ;
   3° l'identité du propriétaire.]1

  
Art. 24. De gemeente staat niet in voor de juistheid van de gegevens die haar overeenkomstig dit besluit rechtstreeks of onrechtstreeks worden verstrekt.
Art. 24. La commune n'est pas responsable de l'exactitude des informations qui lui sont fournies directement ou indirectement conformément au présent arrêté.
Art. 25. De minister bepaalt de inhoud en de vorm van het uittreksel, vermeld in artikel 7, § 2, van het Bodemdecreet, evenals de modaliteiten volgens welke het uittreksel aan de OVAM wordt bezorgd.
Art. 25. Le Ministre arrête le contenu et la forme de l'extrait, vise à l'article 7, § 2, du Décret relatif au sol, ainsi que les modalités de transmission de l'extrait à l'OVAM.
Onderafdeling II. - Toegankelijkheid van de gemeentelijke inventaris.
Sous-section II. - Accessibilité de l'inventaire communal.
Art. 26. Overeenkomstig [1 artikel II.31 van het bestuursdecreet van 7 december 2018]1 bezorgt de gemeente op eenvoudig schriftelijk verzoek informatie uit de gemeentelijke inventaris aan iedereen die erom vraagt.
  
Art. 26. Conformément à [1 l'article II.31 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018]1, la commune procure sur simple demande écrite des informations de l'inventaire communal à quiconque en fait la demande.
  
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
Afdeling I.
Section Ire.
Afdeling II.
Section II.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Afdeling III.
Section III.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Afdeling IV.
Section IV.
Afdeling V.
Section V.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Onderafdeling IV.
Sous-section IV. - Annulation de plein droit de l'agrément d'expert en assainissement du sol.
Afdeling VI.
Section VI.
Afdeling VII.
Section VII.
HOOFDSTUK III. - Verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren en te (pre)financieren.
CHAPITRE III. - Obligation d'exécuter et de (pré)financer la reconnaissance descriptive du sol et l'assainissement du sol.
Afdeling I. - Saneringscriterium bij nieuwe bodemverontreiniging.
Section Ire. - Critère d'assainissement du sol en cas de pollution récente du sol.
Art. 47. De bodemsaneringsnormen, vermeld in artikel 9, § 1, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage IV, gevoegd bij dit besluit.
Art. 47. Les normes d'assainissement du sol, prévues à l'article 9, § 1er du Décret relatif au sol, sont fixées à l'annexe IV, jointe au présent décret.
Afdeling II. - Saneringsdoel.
Section II. - Objectif d'assainissement.
Art. 48. [1 Bij de evaluatie van de beste beschikbare technieken die geen overmatige kosten met zich meebrengen, moet rekening worden gehouden met al de volgende elementen :
   1° de verschillende lokaal-milieuhygiënische criteria van de beschouwde technieken, zoals :
   a) de mate waarin de decretale doelstellingen behaald worden;
   b) de totale vuilvrachtvermindering;
   c) de rechtstreekse emissie naar andere milieucompartimenten;
   d) de tijd die nodig is om de bodem te saneren, rekening houdend met eventueel geldende beleidsdoelstellingen;
   2° de verschillende regionaal/globaal-milieuhygiënische criteria van de beschouwde technieken, zoals :
   a) het verbruik van grondstoffen en gerecycleerde materialen;
   b) de productie van niet-herbruikbaar afval tijdens de sanering;
   3° de verschillende technische en maatschappelijke criteria van de beschouwde technieken, zoals :
   a) de mogelijke hinder voor de omgeving tijdens de sanering;
   b) de eventuele beperkingen op het gebruik van de grond na de bodemsanering;
   c) de mate waarin bij de uitvoering onbedoelde schade kan worden vermeden;
   d) de noodzakelijke maatregelen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;
   4° de kosten van de uitvoering van de bodemsanering en de eventuele bijkomende kosten die gekoppeld zijn aan de restverontreiniging.]1

  
Art. 48. [1 Dans l'évaluation des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessifs, il doit être tenu compte de tous les éléments suivants :
   1° les différents critères d'hygiène environnementale locale des techniques considérées, tels que :
   a) la mesure dans laquelle elles permettent d'atteindre les objectifs décrétaux ;
   b) la réduction totale de la charge polluante ;
   c) l'émission directe vers d'autres milieux ;
   d) le temps nécessaire pour assainir le sol, en tenant compte des objectifs politiques éventuellement en vigueur ;
   2° les différents critères d'hygiène environnementale régionale/globale des techniques considérées, tels que :
   a) la consommation de matières premières et de matériaux recyclés ;
   b) la production de déchets non-réutilisables au cours de l'assainissement ;
   3° les critères techniques et sociétaux divers des techniques considérées, tels que :
   a) les éventuelles nuisances pour le voisinage pendant l'assainissement ;
   b) les éventuelles restrictions sur l'utilisation des terres après l'assainissement du sol ;
   c) la mesure dans laquelle les dommages involontaires peuvent être évités dans l'exécution ;
   d) les mesures nécessaires pour assurer la sécurité tant de l'environnement que du travail dans l'exécution des travaux d'assainissement du sol ;
   4° le coût d'exécution de l'assainissement du sol et les éventuels coûts supplémentaires liés à la pollution résiduelle.]1

  
Art. 49. De nadere regels voor de afweging van de verschillende technieken worden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet.
Art. 49. Les règles pour l'analyse comparative des différentes techniques sont déterminées dans la procédure standard, mentionnée à l'article 47, § 2, du Décret relatif au sol.
Afdeling III. - Vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren.
Section III. - Exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol et l'assainissement du sol.
Onderafdeling I. - Kennisvoorwaarde.
Sous-section Ire. - Condition de connaissance.
Art. 50. Bij de beoordeling van het feit of de eigenaar al dan niet op de hoogte was of op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving, vermeld in artikel 12, § 2, 3°, en artikel 23, § 2, 3°, van het Bodemdecreet, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de volgende elementen :
  1° het tijdstip van de verwerving;
  2° vermeldingen of aanwijzingen in de aankoopakte;
  3° de hoedanigheid van de eigenaar;
  4° de ervaring of beroepskennis van de eigenaar;
  5° de aard, de zintuiglijke waarneembaarheid of de algemene bekendheid van de bodemverontreiniging;
  6° de aard van de inrichting die aanleiding heeft gegeven tot de bodemverontreiniging;
  7° de toestand van en de voorkennis over de verontreinigde grond;
  8° beschikbare documenten met betrekking tot de verontreinigde grond.
  [1 9° de verwerving van de verontreinigde risicogrond zonder oriënterend bodemonderzoek op grond van artikel 102, § 1, derde lid, van het Bodemdecreet.]1
  
Art. 50. La question, visée à l'article 12, § 2, 3° et à l'article 23, § 2, 3°, du Décret relatif au sol, de savoir si le propriétaire était, ou était tenu d'être au courant de la pollution du sol au moment de l'acquisition est évaluée en particulier sur la base des éléments suivants :
  1° le moment de l'acquisition;
  2° mentions ou indications dans l'acte d'achat;
  3° la qualité du propriétaire;
  4° l'expérience ou la connaissance professionnelle du propriétaire;
  5° la nature, la perceptibilité sensorielle ou la connaissance générale de la pollution du sol;
  6° la nature de l'établissement à l'origine de la pollution du sol;
  7° l'état et la connaissance préalable du terrain pollué;
  8° les documents disponibles relatifs au terrain pollué.
  [1 9° l'acquisition du sol pollué à risque sans reconnaissance d'orientation du sol en vertu de l'article 102, § 1er, alinéa trois, du Décret relatif au sol.]1
  
Onderafdeling II. - Procedure tot aanvraag van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren.
Sous-section II. - Procédure de demande d'exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol et l'assainissement du sol.
A. Nieuwe bodemverontreiniging.
A. Pollution récente du sol.
Art. 51. De persoon, vermeld in artikel 11 van het Bodemdecreet, [1 bezorgt]1 zijn gemotiveerd standpunt tot vrijstelling van de plicht als vermeld in artikel 12 van het Bodemdecreet [1 ...]1 aan de OVAM. Hij doet dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief van de OVAM waarin hem wordt gewezen op zijn zelfstandige verplichting om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of om tot bodemsanering over te gaan.
  De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt en oordeelt of de persoon, vermeld in artikel 11 van het Bodemdecreet, voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1 of § 2, van het Bodemdecreet, of dat de afwijking, vermeld in artikel 12, § 3, van het Bodemdecreet, van toepassing is. De OVAM stelt die persoon in kennis van haar beslissing binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het gemotiveerd standpunt.
  
Art. 51. La personne, visée à l'article 11 du Décret relatif au sol, [1 transmet]1 son point de vue motivé en vue de l'exemption de l'obligation, comme prévu à l'article 12 du Décret relatif au sol [1 ...]1 à l'OVAM. Il le fait, sous peine d'irrecevabilité, dans un délai de nonante jours suivant la réception de la lettre de l'OVAM dans laquelle il est informé de son obligation autonome d'effectuer une reconnaissance descriptive du sol ou de procéder à l'assainissement du sol.
  L'OVAM évalue le point de vue motivé et juge si la personne, visée à l'article 11 du Décret relatif au sol, répond aux conditions d'exemption, prévues à l'article 12, §§ 1er ou 2, du Décret relatif au sol, ou que la dérogation, prévue à l'article 12, § 3, du Décret relatif au sol, est d'application. L'OVAM communique sa décision à ladite personne dans un délai de soixante jours suivant la réception du point de vue motivé.
  
B. Historische bodemverontreiniging.
B. Pollution historique du sol.
Art. 52. Voor de aanmaning, vermeld in artikel 22 van het Bodemdecreet, kunnen de personen, vermeld in artikel 22 van het Bodemdecreet, op elk tijdstip [1 ...]1 hun gemotiveerde standpunt tot vrijstelling van de plicht als vermeld in artikel 23 van het Bodemdecreet aan de OVAM [1 bezorgen]1.
  De OVAM neemt het gemotiveerde standpunt op in het dossier van de grond.
  [1 Na de aanmaning of de beslissing van de OVAM over de aard en de ernst van de bodemverontreiniging bezorgt de saneringsplichtige persoon, vermeld in artikel 22 van het Bodemdecreet, zijn gemotiveerde standpunt aan de OVAM. Hij doet dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen negentig dagen na de ontvangst van de aanmaning of de beslissing van de OVAM over de aard en de ernst van de verontreiniging.]1
  De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt en oordeelt of [1 de saneringsplichtige persoon]1 voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1 of § 2, van het Bodemdecreet, of dat de afwijking, vermeld in artikel 23, § 3, van het Bodemdecreet, van toepassing is. De OVAM stelt die persoon in kennis van haar beslissing binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het gemotiveerde standpunt.
  
Art. 52. En ce qui concerne la sommation, visée à l'article 22 du Décret relatif au sol, les personnes, mentionnées à l'article 22 du Décret relatif au sol, peuvent à tout moment [1 transmettre]1 à l'OVAM [1 ...]1 leurs points de vue motives en vue de l'exemption de l'obligation, telle que prévue à l'article 23 du Décret relatif au sol.
  L'OVAM reprend le point de vue motivé dans le dossier du terrain.
  [1 Après l'injonction ou la décision de l'OVAM portant sur la nature et la gravité de la pollution du sol, la personne soumise à l'assainissement, visée à l'article 22 du Décret relatif au sol, transmet sa position motivée à l'OVAM. Il le fait, à peine d'irrecevabilité, dans les nonante jours après la réception de l'injonction ou de la décision de l'OVAM portant sur la nature et la gravité de la pollution.]1
  L'OVAM évalue le point de vue motivé et juge si la [1 la personne soumise à l'assainissement]1 répond aux conditions d'exemption, prévues à l'article 23, §§ 1er ou 2, du Décret relatif au sol, ou que la dérogation, prévue à l'article 23, § 3, du Décret relatif au sol, est d'application. L'OVAM communique sa décision à ladite personne dans un délai de soixante jours suivant la réception du point de vue motivé.
  
Onderafdeling III. - Overdracht van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren.
Sous-section III. - Cession de l'exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol et l'assainissement du sol.
Art. 53. Als de persoon die de grond overdraagt voor een bepaalde bodemverontreiniging krachtens artikel 12 of 23 van het Bodemdecreet vrijstelling van de verplichting tot het uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek [1 of]1 de bodemsanering heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de verwerving van de grond van rechtswege over op de verwerver [1 of de volgende verwervers]1 als voldaan is aan de drie volgende voorwaarden :
  1° de verwerver of zijn rechtsvoorganger heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  2° de verontreiniging is niet tot stand gekomen tijdens een periode dat de verwerver of zijn rechtsvoorganger eigendoms- of gebruiksrechten op de grond had;
  3° de verwerver heeft op het moment dat de grond wordt overgedragen geen eigendomsrechten op de grond.
  
Art. 53. Si la personne cédant le terrain a obtenu pour une certaine pollution du sol une exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol [1 ou]1 l'assainissement du sol en vertu des articles 12 ou 23 du Décret relatif au sol, cette exemption est transférée de plein droit à l'acquéreur [1 ou aux acquéreurs suivants]1, s'il est satisfait aux conditions suivantes :
  1° l'acquéreur ou son prédécesseur n'a pas causé lui-même la pollution du sol;
  2° la pollution ne s'est pas produite dans une période pendant laquelle l'acquéreur ou son prédécesseur avait des droits de propriété ou d'usage sur le terrain;
  3° au moment de la cession du terrain, l'acquéreur n'a pas de droits de propriété sur le terrain.
  
Art. 54. De vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek [1 of de bodemsanering]1 uit te voeren die krachtens artikel 53 op de verwerver [1 of een volgende verwerver]1 is overgegaan, vervalt van rechtswege wanneer de aanwezige bodemverontreiniging die [2 op basis van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of van het beschrijvend bodemonderzoek, of in de eindverklaring door de OVAM]2 werd gekwalificeerd als geen ernstige bodemverontreiniging, opnieuw een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu door een wijziging van de kenmerken, functies of eigenschappen van de bodem.
  
Art. 54. L'exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive [1 ou l'assainissement du sol]1 transférée sur l'acquéreur [1 ou à un acquéreur suivant]1 en vertu de l'article 53, est annulée de plein droit lorsque la pollution du sol qualifiée de 'non grave' [2 sur la base de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol ou de la reconnaissance descriptive du sol ou dans la déclaration finale par l'OVAM]2, présente ou peut présenter à nouveau un risque de préjudice pour l'homme ou l'environnement à la suite d'une modification des caractéristiques, des fonctions ou des propriétés du sol.
  
Afdeling IV. [1 Afdeling IV. Cofinanciering voor de uitvoering van bodemsaneringswerken ]1
Section IV. [1 Cofinancement pour l'exécution de travaux d'assainissement du sol ]1
Onderafdeling I. [1 - Algemeen]1
Sous-section Ire. [1 - Généralités]1
Art. 54/1. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de administrateur-generaal van de OVAM op aanvraag cofinanciering toekennen aan de personen, vermeld in artikel 54/2, voor de uitvoering van bodemsaneringswerken als vermeld in artikel 54/3.
   De cofinanciering wordt toegekend met inachtneming van de [2 [3 verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun]3]2.]1

  
Art. 54/1. [1 Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, l'administrateur général de l'OVAM peut octroyer, sur demande, le cofinancement aux personnes visées à l'article 54/2, pour l'exécution des travaux d'assainissement du sol tels que visés à l'article 54/3.
   Le cofinancement est octroyé dans le respect [2 du[3 règlement (UE) n° 2023/2831 de la Commission du 13 décembre 2023 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis]3]2.]1

  
Onderafdeling II. [1 - Toepassingsgebied]1
Sous-section II. [1 - Champ d'application]1
A. Personeel toepassingsgebied]1
A. [1 Champ d'application personnel]1
Art. 54/2. [1 De volgende personen komen in aanmerking voor cofinanciering :
   1° de eigenaar van de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand gekomen is, op voorwaarde dat hij vóór 1 juni 2008 eigenaar van de grond is geworden;
   2° een vroegere eigenaar van de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand gekomen is, op voorwaarde dat hij vóór 1 juni 2008 eigenaar van de grond is geworden en mits voldaan is aan één van de volgende voorwaarden :
   a) als het gaat om een risicogrond : hij heeft in de hoedanigheid van eigenaar-overdrager van die grond jegens de OVAM de verbintenis aangegaan tot uitvoering van bodemsaneringswerken voor die bodemverontreiniging;
   b) als het gaat om een niet-risicogrond : hij voert de bodemsaneringswerken uit waartoe hij verplicht is krachtens het Bodemdecreet;
  [3 3° de eigenaar die na 31 maart 2019 de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand gekomen is, heeft verworven van een eigenaar als vermeld in punt 1° en 2°, die met toepassing van het tweede lid, 1° tot en met 3°, niet van cofinanciering uitgesloten is, als hij overeenkomstig het Bodemdecreet en dit besluit tegenover de OVAM de verbintenis is aangegaan tot uitvoering van de bodemsaneringswerken voor die bodemverontreiniging.]3
  [4 de eigenaar die bij beslissing of van rechtswege vrijgesteld is van saneringsplicht.]4
   De volgende eigenaars, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor cofinanciering :
   1°[4 ...]4
   2° de eigenaar die zelf of van wie de rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt minder dan dertig jaar voor de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag tot cofinanciering;
   3° de eigenaar ten laste van wie een proces-verbaal [2 of een verslag van vaststelling]2 werd opgesteld wegens schending van het Bodemdecreet of dit besluit;
   4° de eigenaar die als onderneming niet voldoet aan de voorwaarden voor de-minimissteunverlening. ]1

  
Art. 54/2. [1 Les personnes suivantes sont éligibles au cofinancement :
   1° le propriétaire du terrain sur lequel la pollution du sol s'est produite, à condition qu'il soit devenu propriétaire du terrain avant le 1er juin 2008;
   2° un ancien propriétaire du terrain sur lequel la pollution du sol s'est produite, à condition qu'il soit devenu propriétaire du terrain avant le 1er juin 2008 et qu'une des conditions suivantes soit remplie;
   a) lorsqu'il s'agit d'un terrain à risque : il s'est engagé, en la qualité de propriétaire-cédant de ce terrain, envers l'OVAM d'exécuter les travaux d'assainissement du sol pour cette pollution du sol;
   b) lorsqu'il ne s'agit pas d'un terrain à risque : il exécute les travaux d'assainissement du sol auxquels il est tenu en vertu du Décret relatif au sol.
  [3 3° le propriétaire qui a acheté le sol sur lequel s'est produite la pollution du sol, après le 31 mars 2019, d'un propriétaire, tel que visé aux points 1° et 2°, qui, en application de l'alinéa deux, 1° à 3° inclus, n'est pas exclu de cofinancement, si celui-ci s'est engagé à l'égard de l'OVAM à mettre en oeuvre les travaux d'assainissement du sol pour cette pollution du sol conformément au Décret relatif au sol et au présent arrêté.]3
  [4 le propriétaire qui est dispensé de l'obligation d'assainissement par décision ou de plein droit.]4
   Les propriétaires suivants, visés à l'alinéa premier, ne sont pas éligibles au cofinancement :
   1° [4 ...]4
   2° le propriétaire qui, ou le propriétaire dont le prédécesseur a causé lui-même la pollution du sol moins de trente ans avant la date de réception de la demande recevable de cofinancement;
   3° le propriétaire à charge duquel un procès-verbal [2 ou un rapport de constat]2 a été établi pour violation du Décret relatif au sol ou du présent arrêté;
   4° le propriétaire qui, en tant qu'entreprise, ne remplit pas les conditions pour l'octroi des aides de minimis.]1

  
B. [-1 Materieel toepassingsgebied]-1
B. [1 Champ d'application matériel]1
Art. 54/3. [1 De uitvoering van bodemsaneringswerken komt in aanmerking voor cofinanciering als aan al de volgende voorwaarden voldaan is :
   1° de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd op basis van een bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM na 31 mei 2008 een conformiteitsattest heeft afgeleverd;
   2° de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd op kosten van de persoon, vermeld in artikel 54/2, eerste lid;
   3° de bodemsaneringswerken hebben betrekking op de volgende aard van bodemverontreiniging :
   a) een historische bodemverontreiniging waarvoor de OVAM op basis van een beschrijvend bodemonderzoek of een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek heeft beslist dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging;
   b) een gemengde bodemverontreiniging waarvoor de OVAM op basis van een beschrijvend bodemonderzoek of een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek heeft beslist dat conform het Bodemdecreet moet worden overgegaan tot bodemsanering.
   De uitvoering van de bodemsaneringswerken, vermeld in het eerste lid, komt niet in aanmerking voor cofinanciering als de werken betrekking hebben op een van de volgende bodemverontreinigingen :
   1° [3 een bodemverontreiniging die het gevolg is van de exploitatie van een tankstation of een gasolietank als vermeld in respectievelijk artikel 2, 3°, of artikel 2, 5°, van het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden]3;
   2° een bodemverontreiniging die het gevolg is van een activiteit [2 waarvoor een bodemsaneringsorganisatie als vermeld in artikel 95, § 1, van het Bodemdecreet, is erkend]2;
   3° een bodemverontreiniging waarvan de bodemsaneringswerken al het voorwerp hebben uitgemaakt van cofinanciering als vermeld in dit besluit of van een andere financiële tegemoetkoming van een overheidsinstantie voor dezelfde kosten als de kosten die op basis van artikel 54/4 in aanmerking komen voor cofinanciering.]1

  
Art. 54/3. [1 L'exécution des travaux d'assainissement du sol est éligible au cofinancement si les conditions suivantes sont remplies :
   1° les travaux d'assainissement du sol sont exécutés sur la base d'un projet d'assainissement du sol ou d'un projet limité d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM a délivré une attestation de conformité après le 31 mai 2008;
   2° les travaux d'assainissement du sol sont exécutés aux frais de la personne, visée à l'article 54/2, alinéa premier;
   3° les travaux d'assainissement du sol concernent la nature suivante de la pollution du sol :
   a) une pollution historique du sol pour laquelle l'OVAM a décidé, sur la base d'une reconnaissance descriptive du sol ou d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, qu'il est question d'une pollution grave du sol;
   b) une pollution mixte du sol pour laquelle l'OVAM a décidé, sur la base d'une reconnaissance descriptive du sol ou d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, qu'il y lieu de procéder, conformément au Décret relatif au sol, à l'assainissement du sol.
   L'exécution des travaux d'assainissement du sol, visée à l'alinéa premier, n'est pas éligible au cofinancement si les travaux concernent une des pollutions du sol suivantes :
   1°[3 une pollution du sol qui résulte de l'exploitation d'une station-service ou d'une citerne de gasoil, telle que visée respectivement à l'article 2, 3°, ou l'article 2, 5°, de l'accord de coopération du 25 juillet 2018 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale, relatif à l'exécution et au financement de l'assainissement du sol des stations-service et des citernes de gasoil à des fins de chauffage ]3;
   2° une pollution du sol qui résulte d'une activité [2 pour laquelle une organisation d'assainissement du sol, telle que visée à l'article 95, § 1er du Décret relatif au sol, a été agréée]2;
   3° une pollution du sol dont les travaux d'assainissement du sol ont déjà fait l'objet d'un cofinancement tel que visé au présent arrêté, ou d'une autre intervention financière d'une instance publique pour les mêmes frais que ceux éligibles au cofinancement sur la base de l'article 54/4.]1

  
Onderafdeling III. - [1 Kosten die in aanmerking komen voor cofinanciering]1
Sous-section III. - [1 Frais éligibles au cofinancement]1
Art. 54/4. [1 De volgende kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de bodemsaneringswerken komen in aanmerking voor cofinanciering :
  1° de kosten van de uitvoering van de bodemsaneringsconcepten en bodemsaneringstechnieken [2 ...]2;
  2° de kosten van de milieukundige begeleiding van de bodemsaneringswerken;
  3° de kosten van werken en maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
  [2 Alleen kosten van bodemsaneringswerken die na 31 december 2015 zijn uitgevoerd en waarvan de facturen dateren van minder dan twee jaar voor de datum van ontvangst van de aanvraag tot cofinanciering door de OVAM, komen in aanmerking voor cofinanciering.]2
  Voor een gemengde bodemverontreiniging komen alleen de kosten van bodemsaneringswerken die betrekking hebben op het [2 deel van de gemengde bodemverontreiniging dat voor 29 oktober 1995 tot stand gekomen is]2, in aanmerking voor cofinanciering.]1

  
Art. 54/4. [1 Les frais suivants ayant directement trait à l'exécution des travaux d'assainissement du sol, sont éligibles au cofinancement :
  1° les frais de l'exécution des concepts d'assainissement du sol et des techniques d'assainissement du sol [2 ...]2;
  2° les frais de l'accompagnement environnemental des travaux d'assainissement du sol;
  3° les frais des travaux et des mesures nécessaires pour l'exécution des travaux d'assainissement du sol.
  [2 Seuls les frais de travaux d'assainissement du sol qui ont été exécutés après le 31 décembre 2015 et dont les factures remontent à moins de deux ans avant la date de réception de la demande de cofinancement par l'OVAM, sont éligibles au cofinancement.]2
  Pour une pollution mixte du sol, seuls les frais des travaux d'assainissement du sol ayant trait [2 à la partie de la pollution mixte du sol datant d'avant le 29 octobre 1995]2, sont éligibles au cofinancement.]1

  
Onderafdeling IV. - [1 Percentage van de cofinanciering]1
Sous-section IV. - [1 Pourcentage du cofinancement]1
Art. 54/5. [1 De minister stelt het percentage van de cofinanciering vast.
  Het percentage van de cofinanciering bedraagt minimaal 20 % en maximaal [2 80]2 %.
  De minister kan in het percentage van de cofinanciering variëren naargelang de begunstigde al dan niet een onderneming [2 ]2 is.]1

  
Art. 54/5. [1 Le Ministre arrête le pourcentage du cofinancement.
  Le pourcentage du cofinancement s'élève au minimum à 20 % et au maximum à [2 80 ]2 %.
  Le Ministre peut varier le pourcentage du cofinancement selon que le bénéficiaire est une entreprise ou non [2 ou qu'il est dispensé de l'obligation d'assainissement]2.]1

  
Onderafdeling V. - [1 Procedure voor de behandeling van een aanvraag tot cofinanciering]1
Sous-section V. - [1 Procédure de traitement d'une demande de cofinancement]1
Art. 54/6. [1 Een aanvraag tot cofinanciering wordt [2 ...]2 elektronisch bij de OVAM ingediend.
  [2 De aanvraag tot cofinanciering wordt ingediend met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend formulier voor de aanvraag van cofinanciering. Het model van het aanvraagformulier wordt vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van de OVAM en voorziet in ieder geval in de opvraging van al de volgende gegevens :
   1° de identificatie van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of van het beperkte bodemsaneringsproject op basis waarvan de bodemsaneringswerken zijn uitgevoerd die het voorwerp uitmaken van de aanvraag tot cofinanciering;
   2° een overzicht van de kosten van de bodemsaneringswerken die in aanmerking komen voor cofinanciering met toepassing van artikel 54/4. Het overzicht wordt opgemaakt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige van type 2 op basis van het conform verklaarde bodemsaneringsproject of van het conform verklaarde beperkte bodemsaneringsproject, vermeld in punt 1° ;
   3° een aan de OVAM tegenstelbare akte waaruit blijkt wanneer de aanvrager van de cofinanciering eigenaar van de grond is geworden;
   4° een kopie van de facturen voor de kosten, vermeld in punt 2°. De facturen worden opgenomen in een rekeningstaat, en een gedetailleerde vorderingsstaat en een betalingsbewijs worden bijgevoegd. De administrateur-generaal van de OVAM kan een model van vorderings- en rekeningstaat vastleggen, en vormvereisten voor de facturen opleggen.]2

  [2 Er kunnen maximaal drie aanvragen tot cofinanciering bij de OVAM worden ingediend voor bodemsaneringswerken voor dezelfde bodemverontreiniging.
   Een aanvraag tot cofinanciering die niet voldoet aan de vereisten, vermeld in het eerste tot en met derde lid, is niet ontvankelijk.]2

  
Art. 54/6. [1 [2 Une demande de cofinancement est introduite auprès de l'OVAM par voie électronique.]2
  [2 La demande de cofinancement est introduite au moyen d'un formulaire de demande de cofinancement complètement rempli, daté et signé. Le modèle du formulaire de demande est établi par arrêté de l'administrateur général de l'OVAM et interroge le demandeur de cofinancement en tout cas sur toutes les données suivantes :
   1° l'identification de l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol sur la base de laquelle les travaux d'assainissement du sol faisant l'objet de la demande de cofinancement ont été exécutés ;
   2° un aperçu des frais des travaux d'assainissement du sol éligibles au cofinancement en application de l'article 54/4. L'aperçu est rédigé sous la direction d'un expert en assainissement du sol de type 2 sur la base du projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou du projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme, visé au point 1° ;
   3° un acte opposable à l'OVAM attestant la date à laquelle le demandeur du cofinancement est devenu propriétaire des terres ;
   4° une copie des factures pour les frais visés au point 2°. Les factures sont reprises dans un état de dépenses, auquel sont joints un état des paiements effectués détaillé ainsi qu'une preuve de paiement. L'administrateur général de l'OVAM peut établir un modèle d'état des paiements effectués et des dépenses et imposer des formalités aux factures.]2
]1

  [2 Au maximum trois demandes de cofinancement pour travaux d'assainissement du sol pour la même pollution du sol peuvent être introduites auprès de l'OVAM ;
   Une demande de cofinancement qui ne satisfait pas aux exigences, telles que visées aux alinéas premier à trois, n'est pas recevable.]2
]1
  
Art. 54/7. [1 De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als de OVAM oordeelt dat de aanvraag ontvankelijk is, neemt de administrateur-generaal van de OVAM na onderzoek en beoordeling van het aanvraagdossier een beslissing over de aanvraag tot cofinanciering.
  [2 De cofinancieringsbeslissing bevat in ieder geval de volgende elementen :
   1° het percentage van de cofinanciering dat van toepassing is op het moment van de beslissing tot cofinanciering;
   2° het bedrag van de cofinanciering.]2
]1

  [2 Het uit te betalen bedrag van de cofinanciering wordt berekend door het toepasselijke percentage van de cofinanciering te vermenigvuldigen met de kosten die in aanmerking komen voor cofinanciering en die opgenomen zijn in de facturen die beantwoorden aan de vereisten, vermeld in artikel 54/6, tweede lid, 4°.
   Het gecumuleerde bedrag van de cofinanciering voor de bodemsaneringswerken voor dezelfde bodemverontreiniging, dat toegekend wordt aan een begunstigde, kan niet meer dan [3 300.000 euro]3 bedragen.]2

  
Art. 54/7. [1 L'OVAM examine la recevabilité de la demande. Lorsque l'OVAM estime la demande recevable, l'administrateur général de l'OVAM prend une décision sur la demande de cofinancement après l'examen et l'évaluation du dossier de demande.
  [2 La décision de cofinancement contient en tout cas les éléments suivants :
   1° le pourcentage du cofinancement qui est applicable au moment de la décision de cofinancement ;
   2° le montant du cofinancement.]2
]1

  [2 Le montant payable du cofinancement est le résultat de la multiplication du pourcentage applicable du cofinancement avec les frais éligibles au cofinancement, repris dans les factures qui répondent aux critères, tels que visés à l'article 54/6, alinéa deux, 4°.
   Le montant cumulé du cofinancement pour les travaux d'assainissement du sol pour la même pollution du sol, qui est octroyé à un bénéficiaire, ne peut pas dépasser les [3 300 000 euros ]3.]2
]1
  
Art. 54/8. [1 De minister kan de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot cofinanciering nader bepalen.]1
  
Art. 54/8. [1 Le Ministre peut arrêter les modalités de la procédure de traitement d'une demande de cofinancement.]1
  
Onderafdeling VI.
Sous-section VI.
Onderafdeling VII.
Sous-section VII.
Onderafdeling VIII. - [1 Opeenvolgende aanvragen tot cofinanciering]1
Sous-section VIII. - [1 Demandes de cofinancement successives]1
Art. 54/14. [1 De begunstigde van cofinanciering kan voor de uitvoering van bodemsaneringswerken voor verschillende bodemverontreinigingen een aanvraag tot cofinanciering indienen bij de OVAM en cofinanciering ontvangen. In ieder geval kan over een periode van drie kalenderjaren het gecumuleerde bedrag van toegekende cofinanciering aan een begunstigde niet meer dan [3 300.000 euro]3 bedragen.
  Als de begunstigde een onderneming is, geldt ook als voorwaarde dat het de-minimisplafond op elk moment moet worden gerespecteerd, [3 met behoud van de toepassing van artikel 5, derde lid, van verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun]3]2.]1

  
Art. 54/14. [1 Le bénéficiaire du cofinancement peut introduire une demande de cofinancement auprès de l'OVAM et recevoir le cofinancement pour l'exécution de travaux d'assainissement du sol pour différentes pollutions du sol. En tout cas, sur une période de trois années calendaires, le montant cumulé de cofinancement octroyé au bénéficiaire ne peut pas dépasser [3 300 000 euros]3.
  Si le bénéficiaire est une entreprise, le plafond de minimis doit également être respecté à tout moment, [3 sans préjudice de l'application de l'article 5, alinéa 3, du règlement (UE) n° 2023/2831 de la Commission du 13 décembre 2023 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimi ]3]2]1

  
Onderafdeling IX. - [1 Terugvordering]1
Sous-section IX. - [1 Recouvrement]1
Art. 54/15. [1 [3 Met behoud van de toepassing van artikel 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]3, kan de OVAM in de volgende gevallen de uitbetaalde cofinanciering geheel of gedeeltelijk terugvorderen :
  1° bij vaststelling dat de cofinanciering uitbetaald is op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, opgenomen in de aanvraag tot cofinanciering [2 ...]2;
  2° bij vaststelling dat de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens het Bodemdecreet, niet zijn nageleefd bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
  In geval van terugvordering wordt de Europese referentievoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.]1

  
Art. 54/15. [1 [3 Sans préjudice de l'application de l'article 76 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]3, l'OVAM peut recouvrer en tout ou en partie le cofinancement payé, dans les cas suivants :
  1° lorsqu'on constate que le cofinancement est payé sur la base de données incorrectes ou incomplètes, reprises dans la demande de cofinancement [2 ...]2;
  2° lorsqu'on constate que les dispositions, fixées par ou en vertu du Décret relatif au sol, ne sont pas respectées lors de l'exécution des travaux d'assainissement du sol.
  En cas de recouvrement, le taux d'intérêt de référence européen pour le recouvrement des aides d'Etat indûment accordées est appliqué.]1

  
Afdeling IV/1. [1 Cofinanciering voor de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek voor bodemverontreiniging met PFAS als gevolg van brandbestrijding en brandblusoefening ]1
Section IV/1. [1 Cofinancement pour exécution de la reconnaissance descriptive du sol pour pollution du sol par des PFAS à la suite de la lutte contre l'incendie et d'exercices de lutte contre l'incendie ]1
Onderafdeling I. [1 Algemeen ]1
Sous-section Ire. [1 Généralités ]1
Art. 54/15/1.[1 . Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de administrateur-generaal van de OVAM op aanvraag cofinanciering toekennen aan de personen, vermeld in artikel 54/15/2, voor de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek voor bodemverontreiniging met PFAS als gevolg van brandbestrijding of brandblusoefening als vermeld in artikel 54/15/3.
Art. 54/15/1. [1 Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, l'administrateur général de l'OVAM peut octroyer, sur demande, le cofinancement aux personnes visées à l'article 54/15/2, pour l'exécution de la reconnaissance descriptive du sol pour la pollution du sol par des PFAS à la suite de la lutte contre l'incendie et d'exercices de lutte contre l'incendie, tel que visé à l'article 54/15/3.
Onderafdeling II. [1 - Toepassingsgebied A. Personeel toepassingsgebied ]1
Sous-section II. [1 Champ d'application A. Champ d'application personnel ]1
Art. 54/15/2. [1 De exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond waarop de bodemverontreiniging met PFAS als gevolg van brandbestrijding of brandblusoefening tot stand gekomen is, komt in aanmerking voor cofinanciering.
Art. 54/15/2. [1 L'exploitant, l'utilisateur ou le propriétaire du terrain sur lequel s'est produite la pollution du sol par des PFAS à la suite de la lutte contre l'incendie ou d'exercices de lutte contre l'incendie est éligible au cofinancement.
Art. 54/15/3.[1 De uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek komt in aanmerking voor cofinanciering als aan de drie volgende voorwaarden voldaan is:
Art. 54/15/3. [1 L'exécution de la reconnaissance descriptive du sol est éligible au cofinancement si les trois conditions suivantes sont remplies :
Onderafdeling III. [1 Kosten die in aanmerking komen voor cofinanciering ]1
Sous-section III. [1 Frais éligibles au cofinancement ]1
Art. 54/15/4. [1 De volgende kosten van een beschrijvend bodemonderzoek als vermeld in artikel 54/15/3 komen in aanmerking voor cofinanciering:
Art. 54/15/4.[1 Les frais suivants d'une reconnaissance descriptive du sol telle que visée à l'article 54/15/3 sont éligibles au cofinancement :
Onderafdeling IV. [1 - Percentage van de cofinanciering ]1
Sous-section IV. [1 Pourcentage du cofinancement ]1
Art. 54/15/5. [1 Het percentage van de cofinanciering voor kosten als vermeld in artikel 54/15/4 is als volgt:
   1° voor ondernemingen: 35%;
   2° voor niet-ondernemingen andere dan natuurlijke personen: 50%;
   3° voor niet-ondernemingen natuurlijke personen: 95%. In elk geval bedraagt de eigen bijdrage maximaal 500 euro. ]1

  
Art. 54/15/5. [1 Le pourcentage du cofinancement pour des frais tels que visés à l'article 54/15/4 est le suivant :
   1° pour les entreprises : 35 % ;
   2° pour les non-entreprises autres que les personnes physiques : 50 % ;
   3° pour les non entreprises personnes physiques : 95 %. En tous cas, la contribution propre ne dépasse pas 500 euros. ]1

  
Onderafdeling V. [1 Maximaal bedrag van de cofinanciering ]1
Sous-section V. [1 Montant maximum du cofinancement ]1
Art. 54/15/6. [1 Het gecumuleerde bedrag van de cofinanciering voor het beschrijvend bodemonderzoek voor dezelfde bodemverontreiniging, dat aan een begunstigde toegekend wordt, kan niet meer dan 300.000 euro bedragen. ]1
  
Art. 54/15/6. [1 Le montant cumulé du cofinancement pour la reconnaissance descriptive du sol pour la même pollution du sol, qui est octroyé à un bénéficiaire, ne peut dépasser les 300 000 euros. ]1
  
Onderafdeling VI. [1 - Procedure voor de aanvraag en de toekenning van cofinanciering ]1
Sous-section VI. [1 Procédure de demande et d'octroi du cofinancement ]1
Art. 54/15/7. [1 Een aanvraag tot cofinanciering wordt elektronisch bij de OVAM ingediend met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier. Het model van het aanvraagformulier wordt vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van de OVAM en voorziet in ieder geval in de opvraging van de volgende gegevens:
Art. 54/15/7.[1 Une demande de cofinancement est introduite auprès de l'OVAM par voie électronique, au moyen d'un formulaire de demande complètement rempli, daté et signé. Le modèle de formulaire de demande est établi par arrêté de l'administrateur général de l'OVAM et interroge le demandeur de cofinancement en tout cas sur les données suivantes :
Art. 54/15/8. [1 De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als de OVAM oordeelt dat de aanvraag ontvankelijk is, neemt de administrateur-generaal van de OVAM na onderzoek en beoordeling van het aanvraagdossier een beslissing over de aanvraag tot cofinanciering.
Art. 54/15/8.[1 L'OVAM examine la recevabilité de la demande. Lorsque l'OVAM estime la demande recevable, l'administrateur général de l'OVAM prend une décision sur la demande de cofinancement après l'examen et l'évaluation du dossier de demande.
Onderafdeling VII. [1 Terugvordering ]1
Sous-section VII. [1 - Récupération ]1
Art. 54/15/9. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, kan de OVAM in de volgende gevallen de uitbetaalde cofinanciering geheel of gedeeltelijk terugvorderen:
Art. 54/15/9. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 76 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019, l'OVAM peut récupérer en tout ou en partie le cofinancement payé, dans les cas suivants :
Afdeling V. [1 - Vermengde bodemverontreiniging]1
Section V. [1 - Pollution mixte du sol]1
Art. 54/16. [1 Overeenkomstig artikel 27quater van het Bodemdecreet gebeurt de (pre)financiering van de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering volgens een verdeelsleutel die door de OVAM op basis van de beschikbare gegevens naar alle redelijkheid wordt vastgesteld. Bij het vaststellen van de verdeelsleutel houdt de OVAM in het bijzonder rekening met de volgende elementen :
   1° de historiek en de aard van de activiteiten en inrichtingen die aanleiding geven of hebben gegeven tot het ontstaan van de vermengde bodemverontreiniging;
   2° de bodemgesteldheid ter hoogte van de activiteiten of inrichtingen, vermeld in punt 1°, onder meer de lokale bodemopbouw en de grondwaterstroming;
   3° de fysische en chemische eigenschappen van de verontreinigende stoffen van de vermengde bodemverontreiniging;
   4° de omvang en het huidige verspreidingspatroon van de vermengde bodemverontreiniging.".]1

  
Art. 54/16. [1 Conformément à l'article 27quater du Décret relatif au sol, le (pré)financement de l'exécution de la reconnaissance descriptive du sol et de l'assainissement du sol se fait suivant une clé de répartition raisonnablement fixée par l'OVAM au vu des données disponibles. Pour la fixation de la clé de répartition, l'OVAM tient spécifiquement compte des éléments suivants :
   1° l'historique et la nature des activités et des installations occasionnant ou ayant occasionné la pollution mixte du sol ;
   2° la nature du sol à la hauteur des activités ou des installations visées au point 1°, entre autres la composition locale du sol et le courant de la nappe phréatique ;
   3° les caractéristique physiques et chimiques des substances polluantes de la pollution mixte du sol ;
   4° l'envergure et le type actuel de diffusion de la pollution mixte du sol.]1

  
Art. 54/17. [1 De verdeelsleutel voor de (pre)financiering van de kosten van het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering van de vermengde bodemverontreiniging wordt door de OVAM op basis van de beschikbare gegevens naar alle redelijkheid vastgesteld in de beslissing, vermeld in artikel 27bis van het Bodemdecreet.
   Na de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek voor de vermengde bodemverontreiniging kan de OVAM op basis van nieuwe gegevens uit het beschrijvend bodemonderzoek naar alle redelijkheid een nieuwe verdeelsleutel vaststellen voor de kosten van de bodemsanering van de vermengde bodemverontreiniging.
   Na de conformverklaring van het bodemsaneringsproject voor de vermengde bodemverontreiniging kan de OVAM op basis van nieuwe gegevens uit het bodemsaneringsproject naar alle redelijkheid een nieuwe verdeelsleutel vaststellen voor de kosten van de bodemsaneringswerken en het eindevaluatieonderzoek.
   Na de eindverklaring over de bodemsaneringswerken voor de vermengde bodemverontreiniging kan de OVAM op basis van nieuwe gegevens uit de bodemsaneringswerken of het eindevaluatieonderzoek naar alle redelijkheid een nieuwe verdeelsleutel vaststellen voor de kosten van de bodemsaneringswerken en het eindevaluatieonderzoek.]1

  
Art. 54/17. [1 La clé de répartition pour le (pré)financement des frais de la reconnaissance descriptive du sol et de l'assainissement du sol de la pollution mixte du sol est raisonnablement fixée par l'OVAM, au vu des données disponibles, dans la décision visée à l'article 27bis du Décret relatif au sol.
   Après la déclaration de conformité de la reconnaissance descriptive du sol pour ce qui est de la pollution mixte du sol, l'OVAM peut, au vu de nouvelles données de la reconnaissance descriptive du sol, raisonnablement fixer une nouvelle clé de répartition pour les frais de l'assainissement du sol de la pollution mixte du sol.
   Après la déclaration de conformité du projet d'assainissement du sol pour ce qui est de la pollution mixte du sol, l'OVAM peut, au vu de nouvelles données du projet d'assainissement du sol, raisonnablement fixer une nouvelle clé de répartition pour les frais des travaux d'assainissement du sol et de l'évaluation finale .
   Après la déclaration finale sur les travaux d'assainissement du sol pour ce qui est de la pollution mixte du sol, l'OVAM peut, au vu de nouvelles données des travaux d'assainissement du sol ou de l'évaluation finale, raisonnablement fixer une nouvelle clé de répartition pour les frais des travaux d'assainissement du sol et de l'évaluation finale .]1

  
HOOFDSTUK IV. - Oriënterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek.
CHAPITRE IV. - Reconnaissance d'orientation du sol et reconnaissance descriptive du sol.
Afdeling I. - Oriënterend bodemonderzoek.
Section Ire. - Reconnaissance d'orientation du sol.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II. - Verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.
Sous-section II. - Obligation d'effectuer une reconnaissance d'orientation du sol.
A.
A.
B. Periodieke verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.
B. Obligation périodique d'effectuer une reconnaissance d'orientation du sol.
Art. 61. [2 De exploitanten van de risico-inrichtingen die in de kolom Categorie van de lijst in bijlage I, gevoegd bij dit besluit, met de letter B zijn aangeduid, en [3 de exploitanten van de risico-inrichtingen die in kolom 8 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid,]3 met de letter B zijn aangeduid, evenals met de letter B* voor zover het gaat om een inrichting met ondergrondse opslag of met een combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag]2, moeten op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren volgens het volgende tijdschema :
  1° een eerste maal :
  a) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie voor 29 oktober 1995 is aangevat : voor 31 december 2011;
  b) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie tussen 29 oktober 1995 en de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat : voor 31 december 2015;
  c) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat en waar geen oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen zes jaar na de aanvang van de exploitatie;
  d) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat en waar een oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen tien jaar na de aanvang van de exploitatie;
  2° vervolgens periodiek om de tien jaar.
  
Art. 61. (NOTE : L'article 61 modifié par AGF 2013-06-07/42, art. 215, 011; En vigueur : 20-09-2013; pas de texte française disponible dans le texte modificatif, voir version néerlandaise ou M.B. 10-09-2013, p. 63865)
  [1 modification non intégrable par absence du texte source]1
   Les exploitants des établissements à risque, désignés par la lettre B sous la colonne 'catégorie' de la liste en annexe Ire au présent arrêté, doivent effectuer à leurs frais une reconnaissance d'orientation du sol selon le calendrier suivant :
  1° une première fois :
  a) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré avant le 29 octobre 1995 : avant le 31 décembre 2011;
  b) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré entre le 29 octobre 1995 et l'entrée en vigueur du présent arrêté : avant le 31 décembre 2015;
  c) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré après l'entrée en vigueur du présent arrêté et où aucune reconnaissance d'orientation du sol n'a été effectuée sur le terrain dans une période de dix ans avant le début de l'exploitation : dans les six ans après le début de l'exploitation;
  d) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré après l'entrée en vigueur du présent arrêté et où une reconnaissance d'orientation du sol a été effectuée sur le terrain dans la période de dix ans avant le début de l'exploitation : dans les dix ans après le début de l'exploitation;
  2° ensuite périodiquement tous les dix ans.
  
Art. 62. [2 De exploitanten van de risico-inrichtingen die in de kolom 'Categorie' van de lijst in bijlage I, gevoegd bij dit besluit, met de letter A zijn aangeduid, en de exploitanten die in de lijst in bijlage 1 van VLAREM I in de kolom VLAREBO met de letter A zijn aangeduid, evenals met de letter A* voor zover het gaat om een inrichting met ondergrondse opslag of met een combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag, en met de letter B* voor zover het gaat om een inrichting met uitsluitend bovengrondse opslag]2 moeten op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren volgens het volgende tijdschema :
  1° een eerste maal :
  a) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie voor 29 oktober 1995 is aangevat : voor 31 december 2013;
  b) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie tussen 29 oktober 1995 en de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat : voor 31 december 2017;
  c) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat en waar geen oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen twaalf jaar na de aanvang van de exploitatie;
  d) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat en waar een oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen twintig jaar na de aanvang van de exploitatie;
  2° vervolgens periodiek om de twintig jaar.
  
Art. 62. (NOTE : L'article 62 remplacé par AGF 2013-06-07/42, art. 215, 011; En vigueur : 20-09-2013; pas de texte française disponible dans le texte modificatif, voir version néerlandaise ou M.B. 10-09-2013, p. 63865) [1 modification non intégrable par absence du texte source]1
   Les exploitants des établissements à risque, désignés par la lettre A sous la colonne 'catégorie' de la liste en annexe Ire au présent arrêté, doivent effectuer à leurs frais une reconnaissance d'orientation du sol selon le calendrier suivant :
  1° une première fois :
  a) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré avant le 29 octobre 1995 : avant le 31 décembre 2013;
  b) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré entre le 29 octobre 1995 et l'entrée en vigueur du présent arrêté : avant le 31 décembre 2017;
  c) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré après l'entrée en vigueur du présent arrêté et où aucune reconnaissance d'orientation du sol n'a été effectuée sur le terrain dans une période de dix ans avant le début de l'exploitation : dans les douze ans après le début de l'exploitation;
  c) les établissements à risque dont l'exploitation a démarré après l'entrée en vigueur du présent arrêté et où une reconnaissance d'orientation du sol a été effectuée sur le terrain dans la période de dix ans avant le début de l'exploitation : dans les vingt ans après le début de l'exploitation;
  2° ensuite périodiquement tous les vingt ans.
  
Onderafdeling III. - Uitzondering op de verplichting om een volledig nieuw oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.
Sous-section III. - Exception a l'obligation d'effectuer une reconnaissance d'orientation du sol entièrement nouvelle.
A. Geen nieuw oriënterend bodemonderzoek.
A. Pas de nouvelle reconnaissance d'orientation du sol.
Art. 64. [1 § 1. [2 Voor de overdracht van risicogrond, vermeld in artikel 29, 30 en 102 van het Bodemdecreet, moet in de volgende gevallen geen nieuw oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd :
   1° sinds de datum van de ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek is of was op de te onderzoeken grond geen risico-inrichting gevestigd;
   2° als sinds de datum van de ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek wel een risico-inrichting op de te onderzoeken grond gevestigd is of was : de voormelde ondertekening dateert van minder dan een jaar voor de overdracht van de risicogrond.
   In de gevallen, vermeld in het eerste lid, moet in de volgende situaties toch een nieuw oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd :
   1° de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond of gronden stemt niet overeen met de ruimtelijke omschrijving van de grond waarop de onderzoeksplicht rust, tenzij er voldaan is aan een van de volgende voorwaarden :
   a) de te onderzoeken grond ligt volledig binnen de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond of gronden;
   b) de te onderzoeken grond wordt gevormd door een onderzochte grond en een grond waarop geen risico-inrichting gevestigd is of was;
   2° de bestemming van de te onderzoeken grond conform de vigerende plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen is sinds de datum van de ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek gewijzigd, waardoor een bestemmingstype met een lagere bodemsaneringsnorm van toepassing is;
   3° sinds de datum van de ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek heeft er zich een schadegeval op de grond voorgedaan.
  [3 4° voor de datum van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek was op de grond een risico-inrichting als vermeld in artikel 21, eerste lid, 3°, aanwezig, uitgenomen wanneer het voormeld oriënterend bodemonderzoek dateert van na de datum van 12 februari 2024.]3
   Het nieuwe oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 28, § 2, van het Bodemdecreet.]2

   § 2. [2 ...]2
   § 3. [2 Voor de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 33bis, § 2, van het Bodemdecreet, wordt geen nieuw oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd als in het kader van de exploitatie van de risico-inrichting op de grond in het verleden al een oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd.]2]1

  
Art. 64. [1 § 1er. [2 Pour le transfert de terrain à risque, tel que visé aux articles 29, 30 et 102 du Décret relatif au sol, une nouvelle reconnaissance d'orientation du sol ne doit pas être effectuée dans les cas suivants :
   1° depuis la date de la signature du plus récent rapport de reconnaissance d'orientation du sol, aucun établissement à risque n'est ou n'a été établi sur le terrain à examiner ;
   2° si depuis la date de la signature du plus récent rapport de reconnaissance d'orientation du sol un établissement à risque est ou a été établi sur le sol à examiner : la signature précitée remonte à moins d'un an avant le transfert du sol à risque.
   Dans les cas, tels que visés dans l'alinéa premier, une nouvelle reconnaissance d'orientation du sol doit toutefois être effectuée dans les situations suivantes :
   1° la circonscription spatiale du terrain ou des terrains examiné(s) ne correspond pas à la circonscription spatiale du terrain sur lequel porte l'obligation de reconnaissance, à moins qu'il ait été satisfait à une des conditions suivantes :
   a) le terrain à examiner se trouve entièrement endéans la circonscription spatiale du terrain ou des terrains examiné(s) ;
   b) le sol à examiner est constitué de sol examiné et de sol sur lequel aucun établissement à risque n'est ou n'était établi ;
   2° depuis la date de la signature du plus récent rapport de reconnaissance d'orientation du sol, la destination du terrain à examiner, conforme aux plans d'aménagement ou aux plans d'exécution spatiaux en vigueur, a été modifiée de sorte qu'un type de destination ayant une norme d'assainissement du sol inférieure est d'application ;
   3° depuis la date de les signature du plus récent rapport de reconnaissance d'orientation du sol, un sinistre s'est produit sur le terrain.
  [3 4° avant la date du plus récent rapport de reconnaissance d'orientation du sol, un établissement à risque, tel que visé à l'article 21, alinéa 1er, 3°, était présent sur le terrain, sauf lorsque la reconnaissance d'orientation du sol précitée date d'après la date du 12 février 2024.]3
   La nouvelle reconnaissance d'orientation du sol est effectuée conformément à la procédure standard visée à l'article 28, § 2, du Décret relatif au sol.]2

   § 2. [2 ...]2
   § 3. [2 Pour l'obligation de reconnaissance, visée à l'article 33bis, § 2, du Décret sur le sol, aucune nouvelle reconnaissance d'orientation du sol n'est exécutée si, dans le cadre de l'exploitation de l'établissement à risque, une reconnaissance d'orientation du sol a déjà été exécutée sur le terrain dans le passé.]2]1

  
B.
B.
C.
C.
Afdeling II.
Section II.
Afdeling III.
Section III.
HOOFDSTUK V. - Bodemsanering.
CHAPITRE V. - Assainissement du sol.
Afdeling I. - Bodemsaneringsproject.
Section Ire. - Projet d'assainissement du sol.
Onderafdeling I. - Kennisgeving van het bodemsaneringsproject aan de OVAM.
Sous-section Ire. - Notification du projet d'assainissement du sol à l'OVAM.
Art. 77. [1 Het bodemsaneringsproject wordt bij de OVAM ingediend via het e-loket van de OVAM, zoals bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet.]1
  
Art. 77. [1 Le projet d'assainissement du sol est introduit auprès de l'OVAM par le biais du guichet électronique, conformément à la procédure standard, visée à l'article 47, § 2, du Décret relatif au sol.]1
  
Onderafdeling II. - Inhoud van het bodemsaneringsproject.
Sous-section II. - Contenu du projet d'assainissement du sol.
Art. 78. Een bodemsaneringsproject bevat minstens de volgende gegevens :
  1° een niet-technische samenvatting van het bodemsaneringsproject;
  2° de volgende identificatiegegevens :
  a) de identificatie van de te saneren gronden waarop het bodemsaneringsproject betrekking heeft;
  b) de identificatie van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren, inclusief de coördinaten van hun eigenaar en gebruiker en, indien van toepassing, de coördinaten van de vereniging van mede-eigenaars;
  3° de volgende specifieke informatie in geval van :
  a) een gefaseerd bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een gefaseerd bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
  b) aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject : de aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject;
  c) een nieuw bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een nieuw bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
  4° een overzicht van de verontreinigingstoestand en de eventueel uitgevoerde maatregelen en pilootproeven :
  a) de resultaten van de relevante [2 ...]2 oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken of waterbodemonderzoeken die in voorkomend geval geactualiseerd werden;
  b) de resultaten van de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van Titel III van het Bodemdecreet, die in voorkomend geval genomen werden, voor zover die een impact hebben op het bodemsaneringsproject;
  c) de resultaten van de pilootproeven die in voorkomend geval werden uitgevoerd;
  5° de volgende informatie over de behandeling van de bodemverontreiniging en de eventuele nazorg :
  a) wat de technische mogelijkheden betreft om de bodemverontreiniging te behandelen :
  1) de verschillende technische mogelijkheden om de bodemverontreiniging te behandelen en de resultaten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken naar de haalbaarheid van die technische mogelijkheden;
  2) een raming van de kostprijs van die technische mogelijkheden;
  3) een aanduiding van de impact van die technische mogelijkheden op het leefmilieu en van de resultaten waartoe ze zullen leiden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet en met de eventuele beperkingen die ze zullen meebrengen bij het toekomstige gebruik van de verontreinigde gronden;
  4) een afweging van de in overweging genomen relevante technische mogelijkheden om de beste beschikbare techniek voor te stellen overeenkomstig artikel 48;
  b) de maatregelen die de opsteller van het bodemsaneringsproject voorstelt te nemen overeenkomstig artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet, en de termijnen waarbinnen die maatregelen zullen worden genomen;
  c) de verenigbaarheid van het potentiële gebruik van de verontreinigde gronden na bodemsanering met de vigerende of voorlopig vastgelegde bestemming;
  d) de beperkingen die tijdens of na de uitvoering van de bodemsanering zullen gelden krachtens artikel 72 van het Bodemdecreet;
  e) de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigende stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;
  f) de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;
  g) de weerslag van de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de naburige gronden;
  h) de activiteiten op de naburige gronden voor zover die een impact kunnen hebben op de bodemsanering;
  i) de eventuele nazorg en de termijn waarvoor die van kracht is;
  6° [1 de volgende gegevens over eventuele meldings- of vergunningsplichtige inrichtingen, activiteiten of handelingen in het kader van de bodemsaneringswerken :
   a) als de uitvoering van de bodemsaneringswerken activiteiten omvat die krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 meldings- of vergunningsplichtig zijn : de relevante gegevens over die meldings- of vergunningsplichtige inrichtingen, activiteiten of handelingen;
   b) als de uitvoering van de bodemsaneringswerken activiteiten omvat waarvoor met toepassing van[3 artikel 4.3.3., § 1, 2°,]3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een project-m.e.r-screeningnota moet worden opgesteld : een project-m.e.r.-screeningnota waarin voor de voormelde voorgenomen activiteiten wordt aangegeven of er aanzienlijke effecten voor mens en milieu te verwachten zijn;
   c) als de uitvoering van de bodemsaneringswerken activiteiten omvat waarvoor met toepassing van artikel 47bis, § 2, van het Bodemdecreet of [3 artikel 4.3.3., § 1, 1°]3, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een project-MER moet worden opgesteld : de gegevens, vermeld in [3 artikel 4.4.5]3, van het voormelde decreet van 5 april 1995;
   d) als de uitvoering van de bodemsaneringswerken het exploiteren of het veranderen van een inrichting impliceert waarvoor een omgevingsveiligheidsrapport vereist is krachtens de geldende wetgeving : de relevante gegevens daarover.]1

  [2 7° in voorkomend geval, het gemotiveerde verzoek, vermeld in artikel 52 van het Bodemdecreet.]2
  
Art. 78. Un projet d'assainissement du sol comporte au moins les éléments suivants :
  1° un résumé non technique du projet d'assainissement du sol;
  2° les données d'identification suivantes :
  a) l'identification des terrains à assainir qui font l'objet du projet d'assainissement du sol;
  b) l'identification des terrains nécessitant des travaux en vue d'effectuer l'assainissement du sol, y compris les coordonnées de leur propriétaire et utilisateur et, si applicable, les coordonnées de l'association des copropriétaires;
  3° l'information spécifique suivante dans les cas suivants :
  a) projet d'assainissement du sol effectué en phases : les motifs pour l'établissement d'un projet d'assainissement du sol effectué en phases;
  b) compléments ou modifications au projet d'assainissement du sol : les compléments ou modifications au projet d'assainissement du sol;
  c) un nouveau projet d'assainissement du sol : les motifs pour l'établissement d'un nouveau projet d'assainissement du sol;
  4° un aperçu de l'état de pollution et des mesures et essais pilotes éventuellement exécutés :
  a) les résultats des reconnaissances d'orientation et descriptives du sol, des reconnaissances descriptives du sol ou des reconnaissances du sol aquatique, pertinentes [2 ...]2, qui, le cas échéant, ont été actualisées;
  b) les résultats des autres mesures, mentionnées au chapitre VI du Titre III du Décret relatif au sol, qui, le cas échéant, ont été prises, pour autant qu'elles aient un impact sur le projet d'assainissement du sol;
  c) les résultats des essais pilotes qui, le cas échéant, ont été effectués;
  5° l'information suivante concernant le traitement de la pollution du sol et le suivi éventuel :
  a) quant aux possibilités techniques de traitement de la pollution du sol :
  1) les différentes possibilités techniques de traitement de la pollution du sol et les résultats des études de faisabilité éventuellement effectuées de ces possibilités techniques;
  2) une estimation du coût de ces possibilités techniques;
  3) une indication de l'impact de ces possibilités techniques sur l'environnement et des résultats auxquels elles aboutiront, en tenant compte des dispositions des articles 10 ou 21 du Décret relatif au sol et des éventuelles restrictions qui en résulteront pour l'utilisation future des terrains pollués;
  4) une analyse comparative des possibilités techniques pertinentes prises en considération, en vue de proposer la meilleure technique disponible conformément à l'article 48;
  b) les mesures que l'auteur du projet d'assainissement du sol propose de prendre conformément aux articles 10 ou 21 du Décret relatif au sol, ainsi que les délais dans lesquels ces mesures seront prises;
  c) la compatibilité de l'utilisation potentielle des terrains pollués après l'assainissement du sol avec leur destination en vigueur ou provisoirement déterminée;
  d) les restrictions qui seront en vigueur pendant ou après l'exécution de l'assainissement du sol en vertu de l'article 72 du Décret relatif au sol;
  e) la manière dont les substances polluantes ou parties du sol ou constructions, enlevées à titre provisoire ou définitif, seront traitées ou transformées;
  f) la description des mesures qui seront prises en vue d'assurer la sécurité tant de l'environnement que du travail dans l'exécution des travaux d'assainissement du sol;
  g) l'impact de l'exécution des travaux d'assainissement du sol sur les terrains avoisinants;
  h) les activités sur les terrains avoisinants pour autant qu'elles puissent avoir un impact sur l'assainissement du sol;
  i) le suivi éventuel et le délai pendant lequel il sera effectué;
  6° [1 les informations suivantes concernant les installations, activités ou actes éventuels soumis à déclaration ou à autorisation dans le cadre des travaux d'assainissement du sol :
   a) si l'exécution des travaux d'assainissement du sol comprend des activités étant soumises à déclaration ou à autorisation en vertu du titre V du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique d'environnement ou en vertu du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 : les données pertinentes sur ces installations, activités ou actes soumis à déclaration ou à autorisation ;
   b) si l'exécution des travaux d'assainissement du sol comprend des activités pour lesquelles une note de screening de projet MER doit être établie par application de l'[3 article 4.3.3., § 1er, 2°]3, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement : une note de screening de projet MER dans laquelle il est indiqué pour ce qui est des activités précitées, si des conséquences considérables sont prévisibles pour l'homme et l'environnement ;
   c) si l'exécution des travaux d'assainissement du sol comprend des activités pour lesquelles un projet MER doit être établi par application de l'article 47bis, § 2, du Décret relatif au sol [3 article 4.3.3., § 1er, 1°]3, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement : les données visées à l'[3 4.4.5 ]3u décret précité du 5 avril 1995 ;
   d) si l'exécution des travaux d'assainissement du sol implique l'exploitation ou la modification d'une installation pour laquelle une évaluation des incidences sur l'environnement ou un rapport de sécurité de l'environnement sont requis en vertu de la législation en vigueur : les données pertinentes à ce sujet.]1

  [2 7° le cas échéant, la demande motivée, telle que visée à l'article 52 du Décret relatif au sol.]2
  
Art. 78/1. [1 Als de persoon die tot bodemsanering overgaat overeenkomstig artikel 47ter, § 2, van het Bodemdecreet, de OVAM verzoekt een advies uit te brengen over de inhoud van de gegevens die het bodemsaneringsproject als gevolg van de verplichting inzake project-MER moet bevatten, raadpleegt de OVAM in dat verband de persoon die tot bodemsanering [2 overgaat,]2 [3 het VECM]3 en de adviesverlenende instanties, vermeld in artikel 83, 1° en 2°, en artikel 84,]2 voor ze haar advies uitbrengt.]1
  
Art. 78/1. [1 Si la personne qui procède à l'assainissement du sol conformément à l'article 47ter, § 2, du Décret relatif au sol, prie l'OVAM d'émettre un avis sur le contenu des données que le projet d'assainissement du sol doit comprendre suite à l'obligation relative au projet MER, l'OVAM consulte à ce sujet [2 la personne procédant à l'assainissement du sol,]2 [2 [3 le VECM]3 et les instances consultatives visées à l'article 83, 1° et 2°, et à l'article 84,]2 avant d'émettre son avis.]1
  
Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid en volledigheid van het bodemsaneringsproject.
Sous-section III. - Recevabilité et complétude du projet d'assainissement du sol.
Art. 79. Het bodemsaneringsproject is onontvankelijk als de kennisgeving van het bodemsaneringsproject niet conform de bepalingen van artikel 77 is.
  Het bodemsaneringsproject is onvolledig als het bodemsaneringsproject niet minstens de gegevens, vermeld in artikel 78, bevat.
Art. 79. Le projet d'assainissement du sol est irrecevable si la notification du projet d'assainissement du sol n'est pas conforme aux dispositions de l'article 77.
  Le projet d'assainissement du sol est incomplet si le projet d'assainissement du sol ne comprend pas au moins les informations, mentionnées à l'article 78.
Art. 80. De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid en de volledigheid van het bodemsaneringsproject. Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject onontvankelijk of onvolledig is [1 , of als het bodemsaneringsproject van rechtswege onvolledig is]1, stelt ze de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject in kennis van die beslissing binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject.
  
Art. 80. L'OVAM vérifie la recevabilité et la complétude du projet d'assainissement du sol. Lorsque l'OVAM estime que le projet d'assainissement du sol est irrecevable ou incomplet [1 , ou si le projet d'assainissement du sol est incomplet de plein droit]1, elle notifie sa décision au donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol dans un délai de quatorze jours de la réception du projet d'assainissement du sol.
  
Onderafdeling IV. - Kennisgeving door de OVAM van de indiening van een ontvankelijk en volledig bodemsaneringsproject.
Sous-section IV. - Notification par l'OVAM de l'introduction d'un projet d'assainissement du sol recevable et complet.
Art. 81. De OVAM brengt de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de verdere bodemsanering uit te voeren binnen een termijn van [1 dertig]1 dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject op de hoogte dat een ontvankelijk en volledig bodemsaneringsproject bij de OVAM werd ingediend.
  In de kennisgeving vermeldt de OVAM dat ze de mogelijkheid hebben om :
  1° kennis te nemen van het bodemsaneringsproject op de zetel van de OVAM, en bij de diensten van de gemeente als de bodemsaneringswerken inrichtingen omvatten die vergunningsplichtig zijn krachtens het [2 decreet betreffende de omgevingsvergunning]2;
  2° bezwaren of opmerkingen op het bodemsaneringsproject bij [3 ...]3 brief aan de OVAM mee te delen binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van die kennisgeving.
  Als de grond waarop werken noodzakelijk zijn om de verdere bodemsanering uit te voeren een mede-eigendom als vermeld in [4 artikel 3.84]4 van het Burgerlijk Wetboek betreft, doet de OVAM de kennisgeving, in afwijking van het eerste lid, alleen aan de vereniging van mede-eigenaars. De vereniging van mede-eigenaars brengt de eigenaars en gebruikers van die mede-eigendom op de hoogte van de kennisgeving van de OVAM binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan.
  
Art. 81. Dans un délai de quatorze jours de la réception du projet d'assainissement du sol, l'OVAM informe les propriétaires et les utilisateurs des terrains nécessitant des travaux en vue de poursuivre l'assainissement du sol, qu'un projet d'assainissement du sol recevable et complet a été introduit auprès de l'OVAM.
  Dans sa notification, l'OVAM mentionne qu'ils ont la possibilité de :
  1° prendre connaissance du projet d'assainissement du sol au siège de l'OVAM, et auprès des services de la commune, si les travaux d'assainissement du sol comprennent des installations soumises à autorisation en vertu du [2 décret relatif au permis d'environnement]2;
  2° communiquer par lettre [3 ...]3 des réclamations ou des remarques concernant le projet d'assainissement du sol à l'OVAM dans un délai de [1 trente]1 jours suivant la réception de ladite notification.
  Si le terrain nécessitant des travaux en vue de poursuivre l'assainissement du sol est une copropriété telle que prévue à [4 l'article 3.84 ]4 du Code civil, l'OVAM notifie uniquement, par dérogation à l'alinéa premier, l'association des copropriétaires. L'association des copropriétaires informe les propriétaires et utilisateurs de cette copropriété de la notification de l'OVAM dans un délai de dix jours suivant sa réception.
  
Art. 82. De kennisgevingsverplichting, vermeld in artikel 81, geldt niet ten aanzien van de eigenaars en gebruikers waarvan het gedagtekende en ondertekende akkoord of de gedagtekende en ondertekende bezwaren of opmerkingen opgenomen zijn in het bodemsaneringsproject.
Art. 82. L'obligation de notification, prévue à l'article 81, ne s'applique pas aux propriétaires et utilisateurs dont l'accord daté et signé ou les réclamations ou remarques datées et signées sont repris dans le projet d'assainissement du sol.
Onderafdeling V. - Openbaar onderzoek en advies.
Sous-section V. - Enquête publique et avis.
Art. 83. Als het bodemsaneringsproject [1 de exploitatie van ingedeelde inrichtingen omvat die overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het decreet betreffende de omgevingsvergunning]1 vergunningsplichtig zijn, legt de OVAM het ontvankelijke en volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de volgende instanties :
  1° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de vergunningsplichtige inrichtingen worden gevestigd;
  2° [1 de andere overheidsorganen die krachtens artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning aangewezen zijn om advies uit te brengen over een omgevingsvergunningsaanvraag voor die inrichtingen, met uitzondering van de OVAM.]1
  
Art. 83. Lorsque le projet d'assainissement du sol [1 comprend l'exploitation d'établissements classés qui, conformément à l'article 6, alinéa 1er, du décret relatif au permis d'environnement, sont soumis à autorisation]1, l'OVAM soumet le projet d'assainissement du sol recevable et complet à l'avis des instances suivantes dans un délai de quatorze jours de sa réception :
  1° le collège des bourgmestre et échevins de la commune où sont situés les terrains sur lesquels seront établies les installations soumises à autorisation;
  2° [1 les autres organes publics désignés en vertu de l'article 37 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement pour rendre un avis au sujet d'une demande de permis d'environnement pour ces établissements, à l'exception de l'OVAM.]1
  
Art. 84. [1 Als het bodemsaneringsproject stedenbouwkundige handelingen omvat die overeenkomstig artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening vergunningsplichtig zijn, legt de OVAM het ontvankelijke en volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de gewestelijke omgevingsambtenaar.]1
  
Art. 84. [1 Lorsque le projet d'assainissement du sol comprend des actes urbanistiques soumis à autorisation conformément à l'article 4.2.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, l'OVAM soumet le projet d'assainissement du sol recevable et complet dans les quatorze jours de sa réception à l'avis du fonctionnaire environnement régional. ]1
  
Art. 85. [1 Als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een project-MER vereist is, legt de OVAM het ontvankelijke en volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan [2 het VECM]2.
   Als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een omgevingsveiligheidsrapport vereist is, legt de OVAM het ontvankelijke en volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportage.]1

  
Art. 85. [1 Lorsque le projet d'assainissement du sol comprend des travaux pour lesquels un projet MER est requis, l'OVAM soumet le projet d'assainissement du sol recevable et complet dans un délai de quatorze jours de sa réception à l'avis [2 du VECM ]2.
   Lorsque le projet d'assainissement du sol comprend des travaux pour lesquels un rapport de sécurité de l'environnement est requis, l'OVAM soumet le projet d'assainissement du sol recevable et complet dans un délai de quatorze jours de sa réception à l'avis de la division chargée de l'évaluation de l'impact sur l'environnement.]1

  
Art. 86. In de gevallen, vermeld in artikel 83 tot en met 85, bezorgt de OVAM binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan het bodemsaneringsproject aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de vergunningsplichtige inrichtingen of werken gevestigd zijn of uitgevoerd worden, en waarop werken worden uitgevoerd waarvoor [1 een project-MER of een omgevingsveiligheidsrapport]1 vereist is.
  Binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan maakt de burgemeester het bodemsaneringsproject gedurende dertig dagen bekend door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn en op de plaatsen die gereserveerd zijn voor de officiële berichten van bekendmaking. Gedurende diezelfde periode van dertig dagen legt hij het bodemsaneringsproject ter inzage bij de diensten van het gemeentebestuur. Tijdens die periode van bekendmaking kan iedereen schriftelijk bezwaren en opmerkingen richten aan het college van burgemeester en schepenen. Na afloop van de periode van bekendmaking maakt de burgemeester een proces-verbaal op over de ingediende bezwaren en opmerkingen. Uiterlijk vijftig dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject wordt het proces-verbaal aan de OVAM bezorgd. [2 Als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een project-MER vereist is, kan het bodemsaneringsproject gedurende diezelfde periode van dertig dagen ook digitaal geraadpleegd worden op de website van de OVAM.]2
  De adviesverlenende instanties, vermeld in artikel 83 [3 , 84 en 85, tweede lid]3, verlenen hun advies over het bodemsaneringsproject aan de OVAM uiterlijk vijftig dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject. Bij gebrek aan advies binnen die termijn wordt aangenomen dat een gunstig advies werd uitgebracht en kan de procedure worden voortgezet.
  [3 Als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een project-MER vereist is, bezorgt de OVAM uiterlijk tachtig dagen na de ontvangst van het bodemsaneringsproject het proces-verbaal, vermeld in het tweede lid, en de adviezen, vermeld in het derde lid, aan [4 het VECM]4. Uiterlijk honderdtwintig dagen na de ontvangst van het bodemsaneringsproject verleent de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, haar advies over het bodemsaneringsproject aan de OVAM.[4 Bij gebrek aan advies binnen die termijn mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.]4.]3
  
Art. 86. Dans les cas, visés aux articles 83 jusqu'à 85, l'OVAM transmet le projet d'assainissement du sol dans les quatorze jours de sa réception au collège des bourgmestre et échevins de la commune où sont situés les terrains sur lesquels les installations ou travaux soumis à autorisation sont établis ou exécutés, et sur lesquels des travaux nécessitant [1 un projet MER ou un rapport de sécurité de l'environnement]1 sont exécutés.
  Dans un délai de dix jours suivant sa réception, le bourgmestre rend public le projet d'assainissement du sol pendant trente jours par affichage d'un avis sur le lieu où sont projetés les travaux d'assainissement du sol et sur les lieux réservés aux avis officiels de publication. Durant la même période de trente jours, il rend le projet d'assainissement du sol consultable auprès des services de l'administration communale. Pendant cette période de publication, toute personne peut adresser par écrit ses réclamations et remarques au collège des bourgmestre et échevins. A l'issue de la période de publication, le bourgmestre dresse un procès-verbal des réclamations et remarques introduites. Au plus tard cinquante jours après la réception du projet d'assainissement du sol, le procès-verbal est transmis à l'OVAM. [2 Si le projet d'assainissement du sol comporte des travaux requérant un RIE du projet, il peut être consulté également par voie numérique sur le site Internet de l'OVAM durant cette même période de trente jours.]2
  Les instances consultatives, mentionnées aux articles 83 [3 , 84 et 85, alinéa deux]3, communiquent leurs avis sur le projet d'assainissement du sol à l'OVAM au plus tard cinquante jours après la réception du projet d'assainissement du sol. Faute d'avis dans ce délai, il est admis qu'un avis favorable a été émis et la procédure peut être poursuivie.
  [3 Si le projet d'assainissement du sol comprend des travaux pour lesquels un projet MER est requis, l'OVAM transmet le procès-verbal, tel que visé à l'alinéa deux, et les avis, tels que visés à l'alinéa trois, à la division compétente pour l'évaluation des incidences sur [4 au VECM ]4 au plus tard quatre-vingts jours après la réception du projet d'assainissement du sol. Au plus tard cent vingt jours après la réception du projet d'assainissement du sol, la division compétente pour l'évaluation des incidences sur l'environnement transmet son avis portant sur le projet d'assainissement du sol à l'OVAM. [4 Faute d'avis dans ce délai, il peut être dérogé à l'obligation]4.]3
  
Onderafdeling VI. - Conformverklaring van het bodemsaneringsproject.
Sous-section VI. - Déclaration de conformité du projet d'assainissement du sol.
Art. 87. Overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het bodemsaneringsproject met de vereisten van [1 artikel 47 tot en met 48]1 van het Bodemdecreet, en met de procedure, vastgesteld krachtens artikel 49 van het Bodemdecreet.
  
Art. 87. Conformément à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol, l'OVAM se prononce sur la conformité du projet d'assainissement du sol aux exigences [1 de l'article 47 à 48 inclus]1 du Décret relatif au sol, et à la procédure, fixée en vertu de l'article 49 du Décret relatif au sol.
  
Art. 88. § 1. Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject conform [1 de vereisten van artikel 47 tot en met 48 van het Bodemdecreet]1 werd opgesteld en de procedure, vermeld in artikel 49 van het Bodemdecreet, werd nageleefd, levert ze een conformiteitsattest af voor het bodemsaneringsproject.
  Met behoud van de mogelijkheid van de OVAM om wijzigingen of aanvullingen op te leggen, kan de OVAM eenzijdig aanvullingen of bijzondere voorwaarden in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject opnemen.
  § 2. [1 De OVAM brengt het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject ter kennis van de volgende personen of instanties :
   1° de saneringsplichtige;
   2° de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject;
   3° de eigenaars en gebruikers van gronden waarop werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren;
   4° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de bodemsaneringswerken zullen worden uitgevoerd;
   5° de andere overheidsorganen, vermeld in artikel 83 tot en met 85, die advies hebben uitgebracht;
   6° de Vlaamse administratie bevoegd voor milieu-inspectie.
   Op bevel van de burgemeester wordt het conformiteitsattest binnen een termijn van tien dagen na de ontvangst ervan bekendgemaakt door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn, alsook op de plaatsen die voorbehouden zijn voor de officiële berichten van bekendmaking, en gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur.]1

  
Art. 88. § 1er. Lorsque l'OVAM estime que le projet d'assainissement du sol a été établi conformément [1 aux exigences des articles 47 à 48 du Décret relatif au sol]1 et que la procédure, visée à l'article 49 du Décret relatif au sol, a été respectée, elle délivre une attestation de conformité pour le projet d'assainissement du sol.
  Sans préjudice de la possibilité pour l'OVAM d'imposer des modifications ou des compléments, l'OVAM peut unilatéralement reprendre des compléments ou des conditions particulières dans l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol.
  § 2. [1 L'OVAM notifie l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol aux personnes ou instances suivantes :
   1° à la personne soumise à l'assainissement ;
   2° au donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol ;
   3° aux propriétaires et utilisateurs des terrains sur lesquels auront lieu des travaux nécessaires à l'exécution de l'assainissement du sol ;
   4° au collège des bourgmestre et échevins de la commune où sont situés les terrains sur lesquels seront effectués les travaux d'assainissement du sol ;
   5° aux autres organismes publics visés aux articles 83 à 85 ayant émis un avis ;
   6° à l'administration flamande compétente en matière d'inspection de l'environnement.
   Sur l'ordre du bourgmestre, l'attestation de conformité est rendue publique dans un délai de dix jours de sa réception, par affichage d'un avis au lieu où sont projetés les travaux d'assainissement du sol, ainsi qu'aux lieux réservés aux avis officiels, et peut être consultée pendant trente jours auprès des services de l'administration communale.]1

  
Art. 89. § 1. Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject niet conform de vereisten van [1 artikel 47 tot en met 48]1 van het Bodemdecreet werd opgesteld, en de procedure, vermeld in artikel 49 van het Bodemdecreet, niet werd nageleefd, legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject op.
  Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, kan ze een termijn bepalen waarbinnen het aangepaste bodemsaneringsproject aan de OVAM moet worden bezorgd. Het aangepast bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM bezorgd op dezelfde wijze als vermeld in artikel 77 van dit besluit.
  § 2. De OVAM stelt de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject in kennis van de beslissing over het opleggen van aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject.
  
Art. 89. § 1er. Lorsque l'OVAM estime que le projet d'assainissement du sol n'a pas été établi conformément aux exigences [1 de l'article 47 à 48 inclus]1 du Décret relatif au sol et que la procédure, visée à l'article 49 du Décret relatif au sol, n'a pas été respectée, elle impose des compléments ou des modifications au projet d'assainissement du sol.
  Lorsque l'OVAM impose des compléments ou des modifications, elle peut fixer un délai dans lequel le projet d'assainissement du sol adapté doit être transmis à l'OVAM. Le projet d'assainissement du sol adapté est transmis à l'OVAM de la même manière que prévue à l'article 77 du présent arrête.
  § 2. L'OVAM informe le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol de la décision d'imposer des compléments ou modifications au projet d'assainissement du sol.
  
Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject.
Section II. - Projet limité d'assainissement du sol.
Onderafdeling I. - Kennisgeving van het beperkte bodemsaneringsproject aan de OVAM.
Sous-section Ire. - Notification du projet limité d'assainissement du sol à l'OVAM.
Art. 90. [1 Het beperkt bodemsaneringsproject wordt via het e-loket van de OVAM ingediend, zoals bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 57 en artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet.]1
  
Art. 90. [1 Le projet limité d'assainissement du sol est introduit auprès de l'OVAM par le biais du guichet électronique, conformément à la procédure standard, visée à l'article 57 et à l'article 47, § 2, du Décret relatif au sol.]1
  
Onderafdeling II. - Inhoud van het beperkt bodemsaneringsproject.
Sous-section II. - Contenu du projet limité d'assainissement du sol.
Art. 91. Het beperkt bodemsaneringsproject bevat minstens de volgende gegevens :
  1° een niet-technische samenvatting van het beperkt bodemsaneringsproject;
  2° de volgende identificatiegegevens :
  a) de identificatie van de te saneren gronden waarop het beperkt bodemsaneringsproject betrekking heeft;
  b) de identificatie van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren, inclusief de coördinaten van hun eigenaar en gebruiker en, indien van toepassing, de coördinaten van de vereniging van mede-eigenaars;
  3° de volgende specifieke informatie in geval van :
  a) een gefaseerd beperkt bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een gefaseerd beperkt bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
  b) aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject : de aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject;
  c) een nieuw beperkt bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een nieuw beperkt bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
  4° [3 als de uitvoering van de bodemsaneringswerken activiteiten omvat waarvoor met toepassing van artikel 4.3.2, § 2bis, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een project-m.e.r-screeningnota moet worden opgesteld: een project-m.e.r.-screeningnota waarin voor de voormelde voorgenomen activiteiten wordt aangegeven of er aanzienlijke effecten voor mens en milieu te verwachten zijn]3;
  5° een overzicht van de verontreinigingstoestand en andere randvoorwaarden :
  a) de resultaten van de relevante [2 ...]2 oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken of waterbodemonderzoeken die in voorkomend geval geactualiseerd werden;
  b) de resultaten van de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van Titel III van het Bodemdecreet, die in voorkomend geval genomen werden, voor zover die een impact hebben op het beperkt bodemsaneringsproject;
  c) de resultaten van de pilootproeven die in voorkomend geval werden uitgevoerd;
  6° de volgende informatie over de behandeling van de bodemverontreiniging en de eventuele nazorg :
  a) wat de technische mogelijkheden betreft om de bodemverontreiniging te behandelen :
  1) de verschillende relevante technische mogelijkheden om de bodemverontreiniging te behandelen en de resultaten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken naar de haalbaarheid van die technische mogelijkheden;
  2) een raming van de kostprijs van die technische mogelijkheden;
  3) een aanduiding van de impact van die technische mogelijkheden op het leefmilieu en van de resultaten waartoe ze zullen leiden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet en met de eventuele beperkingen die ze zullen meebrengen bij het toekomstig gebruik van de verontreinigde gronden;
  4) een afweging van de in overweging genomen relevante technische mogelijkheden om de beste beschikbare techniek voor te stellen overeenkomstig artikel 48;
  b) de maatregelen die de opsteller van het bodemsaneringsproject voorstelt te nemen overeenkomstig artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet en de termijnen waarbinnen die maatregelen zullen worden genomen;
  c) de verenigbaarheid van het potentiële gebruik van de verontreinigde gronden na bodemsanering met de vigerende of voorlopig vastgelegde bestemming;
  d) de beperkingen die tijdens of na de uitvoering van de bodemsanering zullen gelden krachtens artikel 72 van het Bodemdecreet;
  e) de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigende stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;
  f) de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;
  g) de weerslag van de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de naburige gronden;
  h) de activiteiten op de naburige gronden voor zover die een impact kunnen hebben op de bodemsanering;
  i) de eventuele nazorg en de termijn waarvoor die van kracht is;
  [1 7° het schriftelijk akkoord, vermeld in artikel 56 van het Bodemdecreet.]1
  
Art. 91. Le projet limité d'assainissement du sol comporte au moins les éléments suivants :
  1° un résumé non technique du projet limité d'assainissement du sol;
  2° les données d'identification suivantes :
  a) l'identification des terrains à assainir qui font l'objet du projet limité d'assainissement du sol;
  b) l'identification des terrains nécessitant des travaux en vue d'effectuer l'assainissement du sol, y compris les coordonnées de leur propriétaire et utilisateur et, si applicable, les coordonnées de l'association des copropriétaires;
  3° l'information spécifique suivante dans les cas suivants :
  a) projet limité d'assainissement du sol effectué en phases : les motifs pour l'établissement d'un projet limité d'assainissement du sol effectué en phases;
  b) compléments ou modifications au projet limité d'assainissement du sol : les compléments ou modifications au projet limité d'assainissement du sol;
  c) un nouveau projet limité d'assainissement du sol : les motifs pour l'établissement d'un nouveau projet limité d'assainissement du sol;
  4° [3 si l'exécution des travaux d'assainissement du sol comprend des activités pour lesquelles une note de screening de projet RIE doit être établie par application de l'article 4.3.2, § 2bis, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement : une note de screening de projet RIE dans laquelle il est indiqué pour ce qui est des activités précitées, si des conséquences considérables sont prévisibles pour l'homme et l'environnement ]3;
  5° un aperçu de l'état de pollution et des autres conditions-cadres :
  a) les résultats des reconnaissances d'orientation et descriptives du sol, des reconnaissances descriptives du sol ou des reconnaissances du sol aquatique, pertinentes [2 ...]2, qui, le cas échéant, ont été actualisées;
  b) les résultats des autres mesures, mentionnées au chapitre VI du Titre III du Décret relatif au sol, qui, le cas échéant, ont été prises, pour autant qu'elles aient un impact sur le projet limité d'assainissement du sol;
  c) les résultats des essais pilotes qui, le cas échéant, ont été effectués;
  6° l'information suivante concernant le traitement de la pollution du sol et le suivi éventuel :
  a) quant aux possibilités techniques de traitement de la pollution du sol :
  1) les différentes possibilités techniques pertinentes de traitement de la pollution du sol et les résultats des études de faisabilité éventuellement effectuées de ces possibilités techniques;
  2) une estimation du coût de ces possibilités techniques;
  3) une indication de l'impact de ces possibilités techniques sur l'environnement et des résultats auxquels elles aboutiront, en tenant compte des dispositions des articles 10 ou 21 du Décret relatif au sol et des éventuelles restrictions qui en résulteront pour l'utilisation future des terrains pollués;
  4) une analyse comparative des possibilités techniques pertinentes prises en considération, en vue de proposer la meilleure technique disponible conformément à l'article 48;
  b) les mesures que l'auteur du projet d'assainissement du sol propose de prendre conformément aux articles 10 ou 21 du Décret relatif au sol, ainsi que les délais dans lesquels ces mesures seront prises;
  c) la compatibilité de l'utilisation potentielle des terrains pollués après l'assainissement du sol avec leur destination en vigueur ou provisoirement déterminée;
  d) les restrictions qui seront en vigueur pendant ou après l'exécution de l'assainissement du sol en vertu de l'article 72 du Décret relatif au sol;
  e) la manière dont les substances polluantes ou parties du sol ou constructions, enlevées à titre provisoire ou définitif, seront traitées ou transformées;
  f) la description des mesures qui seront prises en vue d'assurer la sécurité tant de l'environnement que du travail dans l'exécution des travaux d'assainissement du sol;
  g) l'impact de l'exécution des travaux d'assainissement du sol sur les terrains avoisinants;
  h) les activités sur les terrains avoisinants pour autant qu'elles puissent avoir un impact sur l'assainissement du sol;
  i) le suivi éventuel et le délai pendant lequel il sera effectué;
  [1 7° l'accord écrit mentionné à l'article 56 du Décret relatif au sol.]1
  
Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid en volledigheid van het beperkt bodemsaneringsproject.
Sous-section III. - Recevabilité et complétude du projet limité d'assainissement du sol.
Art. 92. Het beperkt bodemsaneringsproject is onontvankelijk in de volgende gevallen :
  1° de kennisgeving van het beperkt bodemsaneringsproject wordt niet gedaan overeenkomstig artikel 90;
  2° de OVAM is van oordeel dat de voorgestelde bodemsaneringswerken niet binnen een termijn van honderd dagen kunnen worden uitgevoerd;
  [1 3° de OVAM is van oordeel dat de voorgestelde bodemsaneringswerken meer dan slechts een beperkte impact hebben op mens en milieu.]1
  Het beperkt bodemsaneringsproject is onvolledig als het niet minstens de gegevens, vermeld in artikel 91, bevat.
  
Art. 92. Le projet limité d'assainissement du sol est irrecevable dans les cas suivants :
  1° la notification du projet limité d'assainissement du sol n'est pas faite conformément à l'article 90;
  2° l'OVAM estime que les travaux d'assainissement du sol proposés ne peuvent pas être exécutés dans un délai de cent quatre-vingts jours;
  [1 3° l'OVAM estime que les travaux d'assainissement proposés ont plus qu'un impact restreint sur l'homme et l'environnement.]1
  Le projet limité d'assainissement du sol est incomplet s'il ne comprend pas au moins les informations, mentionnées à l'article 91.
  
Art. 93. De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid en de volledigheid van het beperkt bodemsaneringsproject. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject onontvankelijk of onvolledig is, deelt ze die beslissing aan de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject mee binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het beperkt bodemsaneringsproject en het schriftelijk akkoord van de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren.
Art. 93. L'OVAM vérifie la recevabilité et la complétude du projet limite d'assainissement du sol. Lorsque l'OVAM estime que le projet limité d'assainissement du sol est irrecevable ou incomplet, elle notifie sa décision au donneur d'ordre du projet limité d'assainissement du sol dans un délai de trente jours suivant la réception du projet limité d'assainissement du sol et de l'accord écrit des propriétaires et utilisateurs des terrains sur lesquels auront lieu les travaux d'assainissement du sol nécessaires à l'exécution du projet limité d'assainissement du sol.
Onderafdeling IV. - Conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject.
Sous-section IV. - Déclaration de conformité du projet limité d'assainissement du sol.
Art. 94. Overeenkomstig artikel 58, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het beperkt bodemsaneringsproject met de vereisten, vermeld in artikelen 56 en 57 van het Bodemdecreet uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het beperkt bodemsaneringsproject en het schriftelijk akkoord van de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren.
Art. 94. Conformément à l'article 58, § 1er, du Décret relatif au sol, l'OVAM se prononce sur la conformité du projet limité d'assainissement du sol aux exigences, prévues aux articles 56 et 57 du Décret relatif au sol, au plus tard trente jours après la réception du projet limité d'assainissement du sol et de l'accord écrit des propriétaires et utilisateurs des terrains sur lesquels auront lieu les travaux d'assainissement du sol nécessaires à l'exécution du projet limité d'assainissement du sol.
Art. 95. § 1. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject conform de vereisten, vermeld in artikelen 56 en 57 van het Bodemdecreet werd opgesteld, reikt ze een conformiteitsattest uit voor het beperkt bodemsaneringsproject.
  Met behoud van de mogelijkheid van de OVAM om wijzigingen of aanvullingen op te leggen, kan de OVAM eenzijdig aanvullingen of bijzondere voorwaarden in het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject opnemen.
  § 2. De OVAM brengt het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject ter kennis van :
  1° de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject;
  2° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de bodemsaneringswerken zullen worden uitgevoerd.
  Op bevel van de burgemeester wordt het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan bekendgemaakt door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn, en op de plaatsen die gereserveerd zijn voor de officiële berichten van bekendmaking. Het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject wordt gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur.
Art. 95. § 1er. Lorsque l'OVAM estime que le projet limité d'assainissement du sol a été établi en conformité aux exigences des articles 56 et 57 du Décret relatif au sol, elle délivre une attestation de conformité pour le projet limité d'assainissement du sol.
  Sans préjudice de la possibilité pour l'OVAM d'imposer des modifications ou des compléments, l'OVAM peut unilatéralement reprendre des compléments ou des conditions particulières dans l'attestation de conformité du projet limité d'assainissement du sol.
  § 2. L'OVAM notifie l'attestation de conformité du projet limite d'assainissement du sol :
  1° au donneur d'ordre du projet limité d'assainissement du sol;
  2° au collège des bourgmestre et échevins de la commune où sont situés les terrains sur lesquels seront effectués les travaux d'assainissement du sol;
  Sur l'ordre du bourgmestre l'attestation de conformité du projet limité d'assainissement du sol est rendue publique dans un délai de dix jours suivant sa réception, par affichage d'un avis sur le lieu où sont projetés les travaux d'assainissement du sol et sur les lieux réservés aux avis officiels de publication. L'attestation de conformité du projet limité d'assainissement du sol est consultable pendant trente jours auprès des services de l'administration communale.
Art. 96. § 1. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject niet conform de vereisten vermeld in artikelen 56 en 57 van het Bodemdecreet werd opgesteld, legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject op.
  § 2. De OVAM stelt de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject in kennis van de beslissing over het opleggen van aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject
  Als de OVAM wijzigingen aan of aanvullingen op het beperkt bodemsaneringsproject oplegt, bepaalt ze de termijn waarbinnen het aangepaste beperkt bodemsaneringsproject aan haar moet worden bezorgd. Het aangepast beperkt bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM bezorgd op dezelfde wijze als vermeld in artikel 90.
Art. 96. § 1er. Lorsque l'OVAM estime que le projet limité d'assainissement du sol n'a pas été établi en conformité aux exigences des articles 56 et 57 du Décret relatif au sol, elle impose des compléments ou modifications au projet limité d'assainissement du sol.
  § 2. L'OVAM informe le donneur d'ordre du projet limité d'assainissement du sol de la décision d'imposer des compléments ou modifications au projet limité d'assainissement du sol.
  Lorsque l'OVAM impose des modifications ou compléments au projet limité d'assainissement du sol, elle fixe le délai dans lequel le projet limité d'assainissement du sol adapté doit lui être transmis. Le projet limité d'assainissement du sol adapté est transmis à l'OVAM de la même manière que prévue à l'article 90.
Afdeling III. - Bodemsaneringswerken.
Section III. - Travaux d'assainissement du sol.
Onderafdeling I. - Wijziging of aanvulling van het conformverklaarde bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken.
Sous-section Ire. - Modification ou complément, au cours des travaux d'assainissement du sol, du projet d'assainissement du sol déclaré conforme.
A. Kleine wijziging of aanvulling.
A. Petite modification ou complément.
Art. 97. De opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken kan tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken een kleine wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject doen, als voldaan is aan de drie volgende voorwaarden :
  1° door de aanpassing worden de voorwaarden van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject niet gewijzigd;
  2° door de aanpassing worden geen bijkomende gronden in de bodemsanering betrokken;
  3° de aanpassing valt niet onder een van de gevallen, vermeld in artikel 102.
Art. 97. Le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol peut effectuer une petite modification ou complément du projet d'assainissement du sol déclaré conforme, au cours de l'exécution des travaux d'assainissement du sol, s'il est satisfait aux trois conditions suivantes :
  1° l'adaptation n'entraîne pas de modification des conditions de l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol;
  2° l'adaptation n'entraîne pas de rajout de terrains supplémentaires à l'assainissement du sol;
  3° l'adaptation ne relève d'aucun des cas prévus à l'article 102.
Art. 98. Een kleine wijziging of aanvulling van het bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige en wordt gemeld aan de OVAM overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62 van het Bodemdecreet.
Art. 98. Une petite modification ou complément du projet d'assainissement du sol est établie sous la direction d'un expert en assainissement du sol et est notifiée à l'OVAM conformément à la procédure standard, visée à l'article 62 du Décret relatif au sol.
B. Grote wijziging of aanvulling.
B. Grande modification ou complément.
Art. 99. De opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken kan tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken een voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject bij de OVAM indienen, als de voorgestelde aanpassing niet valt onder een van de gevallen, vermeld in artikel 102.
Art. 99. Le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol peut introduire auprès de l'OVAM, au cours de l'exécution des travaux d'assainissement du sol, une proposition de grande modification ou complément du projet d'assainissement du sol déclaré conforme, si l'adaptation proposée ne relève d'aucun des cas prévus à l'article 102.
Art. 100. Een voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige en aan de OVAM bezorgd overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62 van het Bodemdecreet.
  Uiterlijk negentig dagen na ontvangst van het voorstel tot grote wijziging of aanvulling keurt OVAM het voorstel goed of af. Bij de goedkeuring van het voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het bodemsaneringsproject kan de OVAM de voorwaarden van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject wijzigen of aanvullen.
  De OVAM stelt de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken in kennis van haar beslissing over het voorstel van grote wijziging of aanvulling, in voorkomend geval met de aangepaste voorwaarden van het conformiteitsattest.
Art. 100. Une proposition de grande modification ou complément du projet d'assainissement du sol déclaré conforme est établie sous la direction d'un expert en assainissement du sol et est transmise à l'OVAM conformément à la procédure standard, visée à l'article 62 du Décret relatif au sol.
  Au plus tard nonante jours après la réception de la proposition de grande modification ou complément, l'OVAM approuve ou désapprouve la proposition. En cas d'approbation de la proposition de grande modification ou complément du projet d'assainissement du sol, l'OVAM peut modifier ou compléter les conditions de l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol.
  L'OVAM informe le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol de sa décision sur la proposition de grande modification ou complément avec, le cas échéant, les conditions adaptées de l'attestation de conformité.
Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken.
Sous-section II. - Modification ou complément, au cours des travaux d'assainissement du sol, du projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme.
Art. 101. De bepalingen van artikelen 97 tot en met 100 zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 101. Les dispositions des articles 97 à 100 inclus s'appliquent par analogie.
Onderafdeling III. - Nieuw bodemsaneringsproject of nieuw beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken.
Sous-section III. - Nouveau projet d'assainissement du sol ou nouveau projet limité d'assainissement du sol au cours des travaux d'assainissement du sol.
Art. 102. In de volgende gevallen kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken geen voorstel tot kleine of grote wijziging of aanvulling bij de OVAM indienen, maar moet hij de voorgestelde aanpassing aanvragen door een nieuw bodemsaneringsproject of een nieuw beperkt bodemsaneringsproject op te stellen :
  1° door de voorgestelde aanpassing worden de maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, in die mate gewijzigd dat een bijkomende vergunning noodzakelijk is;
  2° [2 door de voorgestelde aanpassing wordt de meldingsplichtige inrichting of de inrichting met verplichte omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, ingedeeld in een hogere klasse krachtens de bepalingen van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;]2
  3° [1 door de voorgestelde aanpassing is voor de meldingsplichtige inrichting of de inrichting met verplichte omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, krachtens de geldende regelgeving een milieueffectrapport of een veiligheidsrapport vereist;]1
  4° de voorgestelde aanpassing heeft betrekking op de lozingswijze of houdt een aanpassing van de emissiegrenswaarden in;
  5° door de voorgestelde aanpassing wordt een duidelijk onderscheidbare bodemverontreinigingskern die niet is opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject in de bodemsanering betrokken;
  6° door de voorgestelde aanpassing wordt een bodemverontreiniging met verontreinigende stoffen met duidelijk andere stofeigenschappen dan de verontreinigende stoffen die in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject zijn opgenomen, in de bodemsanering betrokken;
  7° door de voorgestelde aanpassing worden bijkomende gronden in de bodemsanering betrokken zonder dat het akkoord van de eigenaars en gebruikers van die gronden werd verkregen.
  
Art. 102. Dans les cas suivants le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol, du projet limite d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol ne peut pas introduire, au cours de l'exécution des travaux d'assainissement du sol, une proposition de petite ou grande modification ou complément auprès de l'OVAM, mais il doit demander l'adaptation proposée par l'établissement d'un nouveau projet d'assainissement du sol ou d'un nouveau projet limité d'assainissement du sol :
  1° l'adaptation proposée entraîne une telle modification des mesures de traitement de la pollution du sol, reprises dans le projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou le projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme, qu'une autorisation supplémentaire devient nécessaire;
  2° [2 il résulte de l'adaptation proposée que l'établissement soumis à l'obligation de déclaration ou l'établissement soumis au permis d'environnement obligatoire pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée, repris dans le projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou le projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme, est classé dans une catégorie supérieure en vertu des dispositions du décret relatif au permis d'environnement;]2
  3° [1 il résulte de l'adaptation proposée que l'établissement soumis à l'obligation de déclaration ou l'établissement soumis au permis d'environnement obligatoire pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée, repris dans le projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou le projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme, nécessite une évaluation des incidences sur l'environnement ou un rapport de sécurité en vertu de la réglementation en vigueur;]1
  4° l'adaptation proposée porte sur la manière de déverser ou implique une adaptation des valeurs limites d'émission;
  5° l'adaptation proposée entraîne le rajout à l'assainissement du sol d'un noyau de pollution du sol clairement distinct qui ne soit pas repris dans le projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou le projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme;
  6° l'adaptation proposée entraîne le rajout à l'assainissement du sol d'une pollution du sol avec des substances polluantes dont les caractéristiques diffèrent nettement de celles des substances polluantes reprises dans le projet d'assainissement du sol déclare conforme ou le projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme;
  7° l'adaptation proposée entraîne le rajout de terrains supplémentaires à l'assainissement du sol sans que l'accord des propriétaires et utilisateurs de ces terrains ait été obtenu.
  
Onderafdeling IV. - Kennisgeving van de bodemsaneringswerken en plaatsbeschrijving.
Sous-section IV. - Notification des travaux d'assainissement du sol et état des lieux.
Art. 103. De opdrachtgever van de bodemsaneringswerken stelt tijdig de volgende personen in kennis van de aanvang van de uitvoering van de bodemsaneringswerken :
  1° de eigenaars en gebruikers van de gronden waar werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren;
  2° de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop de uitvoering van de bodemsaneringswerken mogelijk een negatieve weerslag kan hebben.
  De kennisgeving vermeldt in het kort de doelstelling van de bodemsaneringswerken en bevat een uitnodiging voor de plaatsbeschrijving.
Art. 103. Le donneur d'ordre des travaux d'assainissement du sol informe à temps les personnes suivantes du début d'exécution des travaux d'assainissement du sol :
  1° les propriétaires et utilisateurs des terrains sur lesquels auront lieu des travaux nécessaires à l'exécution de l'assainissement du sol;
  2° les propriétaires et utilisateurs des terrains sur lesquels l'exécution des travaux d'assainissement du sol pourraient avoir un impact négatif.
  La notification mentionne sommairement l'objectif des travaux d'assainissement du sol et comprend une invitation à l'état des lieux.
Art. 104. Ten minste acht dagen voor de aanvang van de uitvoering van de bodemsaneringswerken maakt een [1 landmeter-expert]1, op verzoek van de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken, een plaatsbeschrijving op van de gronden waar werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren alsook van de gronden waarop mogelijk een negatieve weerslag kan worden verwacht ten gevolge van de uitvoering van de bodemsaneringswerken. De eigenaars en gebruikers van die gronden kunnen opmerkingen in het proces-verbaal van de plaatsbeschrijving laten opnemen.
  
Art. 104. Au moins huit jours avant le début d'exécution des travaux d'assainissement du sol, [1 un géomètre-expert ]1 dresse, sur demande du donneur d'ordre des travaux d'assainissement du sol, un état des lieux des terrains où auront lieu des travaux nécessaires à l'exécution de l'assainissement du sol ainsi que des lieux sur lesquels un possible impact négatif peut être attendu à la suite de l'exécution des travaux d'assainissement du sol. Les propriétaires et utilisateurs de ces terrains peuvent faire ajouter des remarques dans le procès-verbal de l'état des lieux.
  
HOOFDSTUK VI. - Andere maatregelen.
CHAPITRE VI. - Autres mesures.
Afdeling I.
Section Ire.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
A.
A.
B.
B.
C.
C.
D.
D.
E.
E.
F.
F.
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Onderafdeling IV.
Sous-section IV.
Afdeling II.
Section II.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
HOOFDSTUK VII. - Vrijwillige uitvoering van beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen.
CHAPITRE VII. - Exécution volontaire de la reconnaissance descriptive du sol, de l'assainissement du sol ou d'autres mesures.
Afdeling I. - Bodemsaneringsorganisaties.
Section Ire. - Organisations d'assainissement du sol.
Onderafdeling I. [1 Aanduiding van activiteiten waarvoor een bodemsaneringsorganisatie kan worden opgericht]1
Sous-section Ire. [1 Désignation d'activités pour lesquelles une organisation d'assainissement du sol peut être établie]1
Art. 125/1. [1 Voor de volgende activiteiten kan een bodemsaneringsorganisatie als vermeld in artikel 95, § 1, van het Bodemdecreet, worden opgericht:
   1° de chemische reiniging van textiel, alsook alle industriële of commerciële activiteiten waarbij VOS worden gebruikt in een installatie voor het schoonmaken van kleren, meubelstoffen en soortgelijke consumptiegoederen, met uitzondering van het handmatig verwijderen van vlekken in de textiel- en de kledingindustrie;
   2° constructie-, herstel- en onderhoudswerkzaamheden die garage-, koetswerk- en aanverwante bedrijven uitvoeren aan motorvoertuigen in de ruimste zin zoals auto's, moto's, vrachtwagens, bestelwagens, landbouwmachines, bussen en aanhangwagens.]1

  
Art. 125/1. [1 Pour les activités suivantes, une organisation d'assainissement du sol telle que visée à l'article 95, § 1er, du Décret relatif au sol peut être établie :
   1° le nettoyage chimique du textile, ainsi que toute activité industrielle ou commerciale utilisant des COV dans une installation de nettoyage des vêtements, de tissus d'ameublement et de produits de consommation similaires, à l'exception de l'élimination manuelle des taches dans l'industrie textile et des vêtements ;
   2° des travaux de construction, de réparation et d'entretien effectués par des entreprises de garage, de carrosserie et apparentées à des véhicules à moteur dans le sens le plus large, tels que voitures, motos, camions, camionnettes, machines agricoles, autobus et remorques.]1

  
Onderafdeling I/1. - Erkenning van een bodemsaneringsorganisatie.
Sous-section Ire/1. - Agrément d'une organisation d'assainissement du sol.
Art. 126. Een bodemsaneringsorganisatie kan erkend worden door de Vlaamse Regering als ze voldoet aan de voorwaarden van het Bodemdecreet, en aan de volgende aanvullende erkenningsvoorwaarden :
  1° een bodemsaneringsorganisatie is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel overeenkomstig [1 het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1;
  2° een bodemsaneringsorganisatie heeft als statutair doel de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikelen 96 en 97 van het Bodemdecreet;
  3° de bestuurders van de bodemsaneringsorganisatie en de personen die de bodemsaneringsorganisatie kunnen verbinden, hebben hun burgerlijke en politieke rechten.
  
Art. 126. Une organisation d'assainissement du sol peut être agréée par le Gouvernement flamand si elle remplit les conditions du Décret relatif au sol, et les conditions d'agrément complémentaires suivantes :
  1° une organisation d'assainissement du sol est créée comme association sans but lucratif conformément au[1 Code des sociétés et des associations]1;
  2° une organisation d'assainissement du sol a comme objet statutaire l'exécution des missions visées aux articles 96 et 97 du Décret relatif au sol;
  3° les administrateurs de l'organisation d'assainissement du sol et les personnes pouvant engager l'organisation d'assainissement du sol, jouissent de leurs droits civils et politiques.
  
Art. 127. § 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend [1 ...]1 bij de minister. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° een kopie van de statuten zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ;
  2° een financieel plan waarin onder meer de volgende gegevens zijn opgenomen :
  a) de wijze waarop de financieringsmiddelen geïnd worden;
  b) de wijze waarop de opbrengsten worden toegewezen ten voordele van de werking van de bodemsaneringsorganisatie;
  c) een schatting van de uitgaven, inclusief de werkingskosten;
  d) de financieringswijze van eventuele tekorten;
  3° [1 de wijze waarop aan het algemeen bodempreventieplan invulling wordt gegeven;]1
  4° een model van overeenkomst als vermeld in artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet, met de gegevens, vermeld in artikel 132, § 2;
  5° een ondernemingsplan;
  6° de vermelding van de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;
  7° het bewijs van de representativiteit van de organisaties, vermeld in artikel 95, § 2, van het Bodemdecreet;
  8° een bewijs van goed zedelijk gedrag van de bestuurders en oprichters van de bodemsaneringsorganisatie en van de personen die de bodemsaneringsorganisatie kunnen verbinden.
  § 2. Op advies van de OVAM stuurt de minister binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag een ontvangstbewijs naar de aanvrager waarbij de minister zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aanvraag. De minister verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige wijzigingen of aanvullingen. Als de minister om wijzigingen of aanvullingen verzoekt, wordt de aangepaste aanvraag [1 ...]1 naar de minister gestuurd. De minister verzendt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aangepaste aanvraag het ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij de minister zich op advies van de OVAM ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aangepaste aanvraag.
  § 3. De minister heeft het recht aanvullende stukken op te vragen bij de bodemsaneringsorganisatie die een erkenningsaanvraag heeft ingediend.
  
Art. 127. § 1er. La demande d'agrément est adressée au Ministre [1 ...]1. Pour être recevable, la demande doit comporter au moins les informations suivantes :
  1° une copie des statuts tels que publiés au Moniteur belge ;
  2° un plan financier reprenant entre autres les informations suivantes :
  a) la façon dont les moyens de financement sont recouvrés;
  b) la façon dont les produits sont attribués en faveur du fonctionnement de l'organisation d'assainissement du sol;
  c) une estimation des dépenses, y compris les frais de fonctionnement;
  d) le mode de financement des déficits éventuels;
  3° [1 la manière dont le plan général de prévention du sol est concrétisé ;]1
  4° un modèle de convention telle que visée à l'article 97, § 1er, du Décret relatif au sol, contenant les informations, mentionnées à l'article 132, § 2;
  5° un plan d'entreprise;
  6° la mention de l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée;
  7° la preuve de la représentativité des organisations visées à l'article 95, § 2, du Décret relatif au sol;
  8° un certificat de bonne vie et moeurs des administrateurs et fondateurs de l'organisation d'assainissement du sol et des personnes pouvant engager l'organisation d'assainissement du sol.
  § 2. Sur l'avis de l'OVAM, le Ministre fait parvenir au demandeur dans les trente jours suivant la réception de la demande d'agrément un récépissé, dans lequel le Ministre se prononce également sur la recevabilité de la demande. Le Ministre déclare la demande recevable ou demande les modifications ou compléments nécessaires. Si le Ministre demande des modifications ou des compléments, la demande adaptée est envoyée [1 ...]1 au Ministre. Dans les trente jours suivant la réception de la demande adaptée, le Ministre fait parvenir au demandeur le récépissé, dans lequel le Ministre, sur l'avis de l'OVAM, se prononce également sur la recevabilité de la demande adaptée.
  § 3. Le Ministre a le droit de demander à l'organisation d'assainissement du sol ayant introduit une demande d'agrément, de lui fournir des documents supplémentaires.
  
Art. 128. Op advies van de OVAM bezorgt de minister een voorstel van beslissing over de erkenning aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de erkenning binnen een termijn van negentig dagen na de verzending van het ontvangstbewijs van de aanvraag waarbij die ook ontvankelijk werd verklaard.
  Binnen een termijn van tien dagen na het nemen van de beslissing, wordt de beslissing van de Vlaamse Regering over de erkenning bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan de aanvrager betekend. De beslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie blijft van rechtswege geschorst tot aan de voorlegging van de verzekeringsovereenkomst, vermeld in artikel 129, 3°.
  Een bodemsaneringsorganisatie wordt erkend voor een periode van maximaal dertig jaar.
  [1 [2 ...]2]1
  
Art. 128. Sur l'avis de l'OVAM, le Ministre transmet une proposition de décision sur l'agrément au Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand prend une décision sur l'agrément dans les nonante jours de l'envoi du récépisse de la demande, celle-ci étant également déclarée recevable.
  Dans un délai de dix jours suivant la prise de décision, la décision du Gouvernement flamand sur l'agrément est notifiée au demandeur par lettre recommandée contre récépissé. La décision est publiée par extrait au Moniteur belge.
  La décision sur l'agrément d'organisation d'assainissement du sol reste suspendue de plein droit jusqu'à la présentation du contrat d'assurance, visé à l'article 129, 3°.
  Une organisation d'assainissement du sol est agréée pour une période maximale de trente ans.
  [2 ...]2
  
Onderafdeling II. - Voorwaarden voor het gebruik van de erkenning.
Sous-section II. - Conditions d'utilisation de l'agrément.
Art. 129. Een erkende bodemsaneringsorganisatie is gehouden tot :
  1° het blijven voldoen aan de voorwaarden van de erkenning, vermeld in artikel 126;
  2° het verstrekken van alle relevante informatie op afdoende en tijdige wijze;
  3° het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die voortvloeit uit de uitoefening van de taken, vermeld in artikel 96 en 97 van het Bodemdecreet, binnen een termijn van dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie;
  4° [1 [2 het beschikken over een algemeen bodempreventieplan en het jaarlijks voor 31 december aan de OVAM voorleggen van een omstandig verslag over de implementatie van het algemeen bodempreventieplan in het afgelopen jaar en de geplande uitvoering ervan in het komende jaar]2]1
  5° jaarlijks voor 31 december en voor het eerst het jaar na de erkenning het opmaken en ter goedkeuring voorleggen aan de OVAM van een saneringsprogramma als vermeld in artikel 97, § 2, van het Bodemdecreet. Het jaarlijks saneringsprogramma moet minstens de volgende documenten bevatten :
  a) een lijst van alle taken waartoe de bodemsaneringsorganisatie zich verbonden heeft overeenkomstig artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet;
  b) een evaluatie van de prioriteit van de tijdens het werkingsjaar uit te voeren taken, gesteund op het risico van de vastgestelde verontreiniging voor mens en milieu, socio-economische overwegingen, en de financiële draagkracht van de bodemsaneringsorganisatie;
  c) een raming van de globale kostprijs van de tijdens het werkingsjaar uit te voeren taken;
  d) een omstandig verslag betreffende de tenuitvoerlegging van het vorige saneringsprogramma, met inbegrip van een toelichting van de eventuele afwijkingen van dat programma;
  e) een gedetailleerd overzicht van de uitgevoerde werken die voor subsidiëring in aanmerking kwamen;
  6° jaarlijks voor 15 maart en voor het eerst in het jaar dat volgt na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie, het indienen bij de OVAM van de volgende documenten :
  a) een financieel jaarverslag, geattesteerd door een bedrijfsrevisor;
  b) een verklaring door een bedrijfsrevisor dat de boekhouding volgens de juiste principes is gehouden;
  c) een verslag van een bedrijfsrevisor over de balansen en resultatenrekeningen van het voorbije jaar;
  d) de begroting voor het volgende jaar;
  7° het jaarlijks indienen bij de OVAM van alle nuttige gegevens en prognoses over de uitvoering en de financiering van de bodemsaneringen in het voorbije en het lopende werkingsjaar. De informatie moet gebundeld worden als bijlage bij het jaarlijkse saneringsprogramma. Eventuele afwijkingen tussen de uitgevoerde taken en wat vooropgesteld was in het saneringsprogramma van het voorgaande jaar, moeten verantwoord worden. Onder nuttige gegevens worden onder andere begrepen :
  a) het aantal uitgevoerde bodemonderzoeken, opgestelde bodemsaneringsprojecten, gestarte bodemsaneringswerken en afgesloten bodemsaneringen, voorzorgsmaatregelen en nazorg;
  b) een statistisch verslag over de resultaten van de bodemonderzoeken;
  c) een statistisch verslag over de kostprijs van de bodemonderzoeken, de bodemsaneringsprojecten en de bodemsaneringswerken, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen het vaste deel van de aarde en het grondwater;
  d) een statistisch verslag over de gebruikte bodemsaneringstechnieken en de frequentie waarmee ze gebruikt worden;
  e) een statistisch verslag over de grondbalans per terrein waarop bodemsaneringswerken plaatsvinden of hebben plaatsgevonden met een overzicht van de hoeveelheid uitgegraven bodem, alsook de plaats en wijze van verwerking;
  8° het meedelen aan de minister [2 ...]2 van elke wijziging van de statuten, samenstelling van de algemene vergadering of raad van bestuur binnen een termijn van vijf werkdagen;
  9° het bijhouden van een klachtenregister dat ter inzage ligt van de OVAM;
  10° het bijhouden van alle relevante documenten en gegevens over de uitvoering van de taken, vermeld in artikelen 96 en 97 van het Bodemdecreet, op digitale drager volgens een formaat dat bepaald wordt door de OVAM.
  
Art. 129. Une organisation d'assainissement du sol agréée est tenue de :
  1° continuer à remplir les conditions de l'agrément, visées à l'article 126;
  2° fournir dûment et en temps utile toutes les informations pertinentes;
  3° conclure un contrat d'assurance visant à couvrir les dommages découlant de l'exercice des tâches, visées aux articles 96 et 97 du Décret relatif au sol, dans un délai de trente jours suivant la publication au Moniteur belge de la décision sur l'agrément d'organisation d'assainissement du sol;
  4° [2 disposer d'un plan général de prévention du sol et soumettre annuellement à l'OVAM, avant le 31 décembre, d'un rapport circonstancié sur la mise en oeuvre du plan général de prévention du sol pendant l'année écoulée et son exécution envisagée au cours de l'année suivante ;]2
  5° établir et soumettre à l'approbation de l'OVAM, chaque année avant le 31 décembre et pour la première fois dans l'année suivant l'agrément, un programme d'assainissement tel que visé à l'article 97, § 2, du Décret relatif au sol. Le programme annuel d'assainissement doit au moins comporter les documents suivants :
  a) une liste de toutes les tâches auxquelles l'organisation d'assainissement du sol s'est engagée conformément à l'article 97, § 1er, du Décret relatif au sol;
  b) une évaluation de la priorité des tâches à accomplir pendant l'année d'activité, basée sur le risque de la pollution constatée pour l'homme et l'environnement, des considérations socio-économiques, et la capacité financière de l'organisation d'assainissement du sol;
  c) une estimation du coût global des tâches à accomplir pendant l'année d'activité;
  d) un rapport circonstancié sur exécution du programme d'assainissement précèdent, y compris une explication des dérogations éventuelles à ce programme;
  e) un aperçu détaillé des travaux réalisés qui étaient subventionnables;
  6° fournir à l'OVAM les documents suivants, chaque année avant le 15 mars, et pour la première fois l'année suivant la publication au Moniteur belge de la décision sur l'agrément d'organisation d'assainissement du sol :
  a) un rapport financier annuel, attesté par un réviseur d'entreprise;
  b) une déclaration d'un réviseur d'entreprise que la comptabilité est tenue selon les bons principes;
  c) un rapport d'un réviseur d'entreprise sur les bilans et les comptes de résultats de l'année passée;
  d) le budget pour l'année suivante;
  7° introduire annuellement auprès de l'OVAM toutes les informations et pronostics utiles sur l'exécution et le financement des assainissements du sol pendant l'année d'activité passée et l'année d'activité en cours. Les informations doivent être rassemblées en annexe au programme annuel d'assainissement. Des déviations éventuelles entre les tâches exécutées et celles fixées dans le programme d'assainissement de l'année passée, doivent être motivées. Par informations utiles, on entend entre autres :
  a) le nombre de reconnaissances du sol effectuées, projets d'assainissement du sol établis, travaux d'assainissement du sol commencés, assainissements du sol conclus, mesures de précaution et suivi;
  b) un rapport statistique des résultats des reconnaissances du sol;
  c) un rapport statistique au sujet du coût des reconnaissances du sol, des projets d'assainissement du sol et des travaux d'assainissement du sol, une distinction étant faite entre la partie fixe de la terre et les eaux souterraines;
  d) un rapport statistique sur les techniques d'assainissement du sol utilisées et la fréquence de leur utilisation;
  e) un rapport statistique sur le bilan du sol par terrain faisant l'objet ou ayant fait l'objet de travaux d'assainissement du sol, avec un aperçu de la quantité des terres excavées, ainsi que le lieu et le mode de traitement;
  8° communiquer toute modification des statuts, de la composition de l'assemblée générale ou du conseil d'administration, dans les cinq jours ouvrables au Ministre[2 ...]2;
  9° tenir un registre de réclamations qui peut être consulté par l'OVAM;
  10° conserver tous documents et informations pertinents concernant l'exécution des tâches, visées aux articles 96 et 97 du Décret relatif au sol, sur support numérique selon un format déterminé par l'OVAM.
  
Onderafdeling III. - Wetgeving overheidsopdrachten.
Sous-section III. - Législation relative aux marchés publics.
Art. 130. Een erkende bodemsaneringsorganisatie moet de reglementering inzake overheidsopdrachten naleven voor alle aannemingen van werken, leveringen en diensten die ze in het kader van haar opdracht gunt met betrekking tot het onderzoek en de sanering van bodemverontreiniging die veroorzaakt is door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie is opgericht.
Art. 130. Une organisation d'assainissement du sol agréée doit respecter la réglementation en matière de marchés publics pour tous les marchés de travaux, de fournitures et de services qu'elle passera dans le cadre de sa mission, en ce qui concerne la reconnaissance et l'assainissement de la pollution du sol, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol est créée.
Onderafdeling IV. - Toezicht op een erkende bodemsaneringsorganisatie.
Sous-section IV. - Contrôle d'une organisation d'assainissement du sol agréée.
Art. 131. § 1. De OVAM kan elk onderzoek uitvoeren dat ze noodzakelijk acht bij de uitoefening van haar bevoegdheden, vermeld in het Bodemdecreet en dit besluit. De OVAM kan daarvoor op elk moment een erkende bodemsaneringsorganisatie vragen om mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van haar taken, vermeld in artikel 96 of 97 van het Bodemdecreet. De OVAM kan alle documenten en gegevens van een erkende bodemsaneringsorganisatie opvragen. De bestuurders en de personeelsleden van een bodemsaneringsorganisatie moeten aan de OVAM alle toelichtingen en elke vorm van informatie verschaffen als ze daarom verzoekt.
  De OVAM heeft het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te laten voorleggen. De OVAM kan ook een erkende bodemsaneringsorganisatie verzoeken om in haar bijzijn en met haar uitrusting kopieën te maken in de door de OVAM gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de controle uit te oefenen op de naleving van de verplichtingen, vermeld in het Bodemdecreet en dit besluit.
  § 2. De documenten en informatie, vermeld in § 1, moeten op verzoek van de OVAM binnen een door haar bepaalde termijn worden meegedeeld.
  § 3. De OVAM kan te allen tijde de boekhouding laten nazien door een bedrijfsrevisor die ze aanstelt. Die opdracht wordt dan uitgevoerd op kosten van de erkende bodemsaneringsorganisatie.
  § 4. De OVAM evalueert het jaarlijkse saneringsprogramma dat haar door de erkende bodemsaneringsorganisatie overeenkomstig artikel 129, 5°, wordt voorgelegd, en geeft haar goedkeuring of weigering binnen een termijn van zestig dagen nadat het programma werd voorgelegd. In geval van weigering moet een aangepast saneringsprogramma, dat rekening houdt met de door de OVAM geformuleerde opmerkingen, worden ingediend binnen de termijn die de OVAM bepaalt.
  § 5. De OVAM verifieert hoe de erkende bodemsaneringsorganisatie de haar toevertrouwde taken waarneemt, alsook de informatie die aan haar moet worden meegedeeld krachtens het Bodemdecreet of dit besluit.
Art. 131. § 1er. L'OVAM peut procéder à tout examen qu'elle estime nécessaire dans l'exercice de ses compétences, visées au Décret relatif au sol et au présent arrêté. A cet effet, l'OVAM peut à tout moment demander à l'organisation d'assainissement du sol agréée de fournir, oralement ou par écrit, tous les renseignements concernant l'exécution de ses tâches, prévues aux articles 96 ou 97 du Décret relatif au sol. L'OVAM peut se faire communiquer tous les documents et informations d'une organisation d'assainissement du sol agréée. Les administrateurs et les membres du personnel d'une organisation d'assainissement du sol doivent fournir à l'OVAM toutes les explications et toute forme d'information lorsque celle-ci en fait la demande.
  L'OVAM a le droit de se faire communiquer les données enregistrées sur des supports informatiques sous une forme lisible et intelligible, aux fins de consultation. L'OVAM peut également demander à l'organisation d'assainissement du sol agréée de faire des copies, en sa présence et sur son matériel, et sous la forme souhaitée par l'OVAM, de l'ensemble ou d'une partie des données susvisées, ainsi que d'effectuer les traitements informatiques jugés nécessaires à l'exercice du contrôle du respect des dispositions, visées au Décret relatif au sol et au présent arrêté.
  § 2. Les documents et informations, visés au § 1er, doivent être communiqués sur demande de l'OVAM et dans un délai fixé par elle.
  § 3. L'OVAM peut à tout moment faire contrôler la comptabilité par un réviseur d'entreprise qu'elle désigne. Cette mission est alors effectuée aux frais de l'organisation d'assainissement du sol agréée.
  § 4. L'OVAM évalue le programme annuel d'assainissement qui lui est soumis par l'organisation d'assainissement du sol agréée conformément à l'article 129, 5°, et donne son approbation ou refus dans un délai de soixante jours après la soumission du programme. En cas de refus, un programme d'assainissement adapté, qui tient compte des observations formulées par l'OVAM, doit être introduit dans le délai fixé par l'OVAM.
  § 5. L'OVAM vérifie la façon dont l'organisation d'assainissement du sol agréée exerce les missions qui lui ont été confiées, ainsi que les informations qui lui doivent être communiquées en vertu du Décret relatif au sol ou du présent arrêté.
Onderafdeling V. - Voorwaarden van de overeenkomsten.
Sous-section V. - Conditions relatives aux conventions.
Art. 132. § 1. [2 ...]2
  § 2. Het model van overeenkomst, vermeld in artikel 127, § 1, 4°, moet minstens de volgende gegevens vermelden :
  1° de naam van de partijen;
  2° de uitdrukkelijke vermelding ter uitvoering van welke decretale bepaling de overeenkomst wordt gesloten;
  3° de verplichtingen van de bodemsaneringsorganisatie, en minstens :
  a) [1 de omschrijving van de bodemverontreiniging waarvoor de verplichting of het engagement tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan de erkende bodemsaneringsorganisatie wordt overgedragen;]1
  b) de voorwaarden van kennisgeving van de contractant door de bodemsaneringsorganisatie over de uitvoering van de overeenkomst;
  c) de wijze van informatieverlening aan de contractant;
  d) de wijze van betaling door de contractant;
  e) de wijze van zekerheidstelling door de contractant;
  f) het jaarlijks inlichten van de contractant over de verwachte uitvoeringsdatum van de onderzoeken en de bodemsanering;
  g) het feit dat de contractant ingelicht zal worden over de eventuele schorsing of intrekking van de erkenning van de bodemsaneringsorganisatie en de wijze waarop dat in voorkomend geval zal gebeuren;
  4° de looptijd van de overeenkomst;
  5° [2 ...]2;
  6° de verplichtingen van de contractant :
  a) de tijdige en correcte betaling van de overeengekomen bedragen volgens de te bepalen voorwaarden;
  b) de uitdrukkelijke aanvaarding van het saneringsprogramma en de saneringswijze, vermeld in het conform verklaarde bodemsaneringsproject;
  c) de meldingsplicht over het bestaan van de overeenkomst door de contractant aan derden-belanghebbenden;
  d) de tijdige schriftelijke mededeling aan de bodemsaneringsorganisatie van alle informatie die van belang kan zijn voor of bij de uitvoering van de overeenkomst;
  7° de sancties bij niet-naleving van de verbintenissen door de partijen, onder andere de terugkeer van de saneringsplicht in geval van tekortkomingen van de contractant;
  8° [2 ...]2.
  § 3. De contractant, vermeld in § 2, 6°, is degene die een overeenkomst met de erkende bodemsaneringsorganisatie sluit als vermeld in artikel 127, § 1, [2 ...]2 4°.
  § 4. [2 De erkende bodemsaneringsorganisatie kan bij de minister altijd een verzoek indienen tot wijziging van het model, vermeld in paragraaf 2. De minister neemt daarover, op voorstel van de OVAM, een beslissing binnen negentig dagen nadat hij het verzoek heeft ontvangen.]2
  
Art. 132. § 1er. [2 ...]2
  § 2. Le modèle de convention, visé à l'article 127, § 1er, 4°, doit au moins mentionner les informations suivantes :
  1° le nom des parties;
  2° la mention explicite de la disposition décrétale en exécution de laquelle la convention est conclue;
  3° les obligations de l'organisation d'assainissement du sol, et au moins :
  a) [1 la description de la pollution du sol pour laquelle l'obligation ou l'engagement de reconnaissance descriptive du sol ou d'assainissement du sol sont cédés à l'organisation d'assainissement du sol agréée ;]1
  b) les conditions de notification au contractant par l'organisation d'assainissement du sol, de l'exécution de la convention;
  c) le mode de fourniture des informations au contractant;
  d) le mode de paiement par le contractant;
  e) le mode de cautionnement par le contractant;
  f) la communication annuelle au contractant de la date prévue de l'exécution des reconnaissances et de l'assainissement du sol;
  g) le fait que le contractant sera informé de la suspension ou du retrait éventuels de l'agrément de l'organisation d'assainissement du sol, et de la façon dont cela se fera le cas échéant;
  4° la durée de la convention;
  5° [2 ...]2;
  6° les obligations du contractant :
  a) le paiement correct et à temps des montants convenus selon les conditions à fixer;
  b) l'acceptation explicite du programme d'assainissement et du mode d'assainissement, mentionnés dans le projet d'assainissement du sol déclaré conforme;
  c) l'obligation de déclaration relative à l'existence de la convention par le contractant aux tiers intéressés;
  d) la communication écrite et en temps utile, à l'organisation d'assainissement du sol, de toute information susceptible d'être importante pour ou dans l'exécution de la convention;
  7° les sanctions en cas de non-respect des engagements par les parties, entre autres le retour de l'obligation d'assainissement en cas de manquements du contractant;
  8° [2 ...]2.
  § 3. Le contractant, visé au § 2, 6°, est celui qui conclut une convention avec l'organisation d'assainissement du sol agréée, telle que visée à l'article 127, § 1er, [2 ...]2 4°.
  § 4. [2 L'organisation d'assainissement du sol agréée peut toujours introduire auprès du Ministre une demande de modification du modèle, visé au paragraphe 2. Le Ministre prend une décision sur cette demande, sur la proposition de l'OVAM, dans les nonante jours après avoir reçu la demande.]2
  
Onderafdeling VI. - Schorsing en opheffing van de erkenning van een bodemsaneringsorganisatie.
Sous-section VI. - Suspension ou annulation de l'agrément d'une organisation d'assainissement du sol.
Art. 133. § 1. Als een erkende bodemsaneringsorganisatie een van de verplichtingen, vermeld in het Bodemdecreet of dit besluit, niet of onvoldoende nakomt, kan de minister, op advies van de OVAM, een waarschuwing richten aan de bodemsaneringsorganisatie.
  § 2. Na advies van de OVAM kan de minister aan de Vlaamse Regering voorstellen om de erkenning van de bodemsaneringsorganisatie te schorsen of op te heffen als daartoe gegronde redenen bestaan, in het bijzonder in de volgende gevallen :
  1° de erkende bodemsaneringsorganisatie voldoet niet of in onvoldoende mate aan de verplichtingen, vermeld in dit besluit, het Bodemdecreet of de aangegane overeenkomsten[1 ...]1;
  2° de erkende bodemsaneringsorganisatie geeft onvoldoende gevolg aan de waarschuwing, vermeld in § 1;
  3° de erkende bodemsaneringsorganisatie handelt niet overeenkomstig de wetten, decreten, besluiten of de eigen statuten;
  4° er wordt afwending van gelden vastgesteld.
  § 3. De minister brengt de erkende bodemsaneringsorganisatie bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs op de hoogte van het voornemen tot schorsing of opheffing van de erkenning met vermelding van de reden. Binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van die brief kan de bodemsaneringsorganisatie haar verweermiddelen aan de minister kenbaar maken. De bodemsaneringsorganisatie kan ook binnen diezelfde periode gehoord worden als ze daarom verzoekt.
  § 4. Binnen een termijn van dertig dagen na verloop van de termijn, vermeld in § 3, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de schorsing of opheffing van de erkenning. In geval de Vlaamse Regering de erkenning schorst of opheft, stelt de minister de erkende bodemsaneringsorganisatie bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs in kennis van die beslissing. De beslissing tot schorsing of de opheffing van de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 5. De schorsing van de erkenning wordt pas beëindigd nadat de minister, op advies van de OVAM, de bodemsaneringsorganisatie daarvan bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs in kennis heeft gesteld. De beëindiging van de schorsing van de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 6. Bij opheffing van de erkenning heeft de bodemsaneringsorganisatie alleen de mogelijkheid om opnieuw erkend te worden na het doorlopen van een nieuwe procedure tot erkenning als vermeld in artikelen 126 tot en met 128.
  
Art. 133. § 1er. Lorsqu'une organisation d'assainissement du sol agréée ne respecte pas ou insuffisamment une des obligations, visées au Décret relatif au sol ou au présent arrêté, le Ministre peut, sur l'avis de l'OVAM, adresser un avertissement à l'organisation d'assainissement du sol.
  § 2. Après avis de l'OVAM, le Ministre peut proposer au Gouvernement flamand de suspendre ou d'annuler l'agrément de l'organisation d'assainissement du sol, pour motifs légitimes, notamment dans les cas suivants :
  1° l'organisation d'assainissement du sol agréée ne satisfait pas ou insuffisamment aux obligations, visées au présent arrêté, au Décret relatif au sol ou dans les conventions conclues[1 ...]1;
  2° l'organisation d'assainissement du sol agréée ne donne pas suffisamment suite à l'avertissement, visé au § 1er;
  3° l'organisation d'assainissement du sol agréée n'agit pas conformément aux lois, décrets, arrêtés ou ses propres statuts;
  4° un détournement de fonds est constaté.
  § 3. Le Ministre informe l'organisation d'assainissement du sol agréée par lettre recommandée contre récépissé de l'intention de suspendre ou d'annuler l'agrément en mentionnant le motif. Dans un délai de trente jours suivant la réception de cette lettre, l'organisation d'assainissement du sol peut transmettre ses moyens de défense au Ministre. Au cours de la même période, l'organisation d'assainissement du sol peut également être entendue si elle en fait la demande.
  § 4. Dans les trente jours de l'expiration du délai, visé au § 3, le Gouvernement flamand décide sur la suspension ou l'annulation de l'agrément. En cas de suspension ou d'annulation de l'agrément par le Gouvernement flamand, le Ministre informe l'organisation d'assainissement du sol agréée par lettre recommandée contre récépissé de cette décision. La décision de suspension ou d'annulation de l'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
  § 5. La suspension de l'agrément ne prend fin qu'après que le Ministre en a informé, sur l'avis de l'OVAM, l'organisation d'assainissement du sol par lettre recommandée contre récépissé. La fin de la suspension de l'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
  § 6. En cas d'annulation de l'agrément, l'organisation d'assainissement du sol ne dispose de la possibilité d'être agréée à nouveau qu'après avoir parcouru une nouvelle procédure d'agrément, telle que fixée aux articles 126 à 128 inclus.
  
Onderafdeling VII. - Subsidiëring van een bodemsaneringsorganisatie.
Sous-section VII. - Subventionnement d'une organisation d'assainissement du sol.
A. Subsidie in het kader van artikel 98 van het Bodemdecreet.
A. Subvention dans le cadre de l'article 98 du Décret relatif au sol.
Art. 134. [3 ...]3 [3 De subsidie, vermeld in artikel 98 van het Bodemdecreet,]3 is maximaal gelijk aan de som van alle bijdragen die de bodemsaneringsorganisatie ontvangen heeft in het kader van de overeenkomsten die gesloten zijn ter uitvoering van artikel 97 van het Bodemdecreet, met behoud van de toepassing van de bepalingen van het tweede lid.
  [3 ...]3.
  [3 Voor de evaluatie van de door derden gemaakte en door de erkende bodemsaneringsorganisatie aanvaarde kosten, vermeld in artikel 98 van het Bodemdecreet, moet de erkende bodemsaneringsorganisatie een beoordelingskader aan de OVAM voorleggen. Binnen zestig dagen nadat ze het beoordelingskader ontvangen heeft, keurt de OVAM het goed of legt ze aanvullingen of wijzigingen op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste beoordelingskader aan de OVAM bezorgd binnen een termijn die de OVAM bepaalt. Binnen zestig dagen nadat ze het aangepaste beoordelingskader ontvangen heeft, spreekt de OVAM zich erover uit. Op eenvoudig verzoek van de OVAM moet de erkende bodemsaneringsorganisatie het beoordelingskader aanpassen.]3
  
Art. 134. [3 ...]3 [3 La subvention, visée à l'article 98 du Décret relatif au sol,]3 égale au maximum la somme de toutes les contributions perçues par l'organisation d'assainissement du sol dans le cadre des conventions conclues en exécution de l'article 97 du Décret relatif au sol, sans préjudice de l'application des dispositions de l'alinéa deux.
  [3 ...]3
  [3 Pour l'évaluation des frais exposés par des tiers et acceptés par l'organisation d'assainissement du sol agréée, visés à l'article 98 du Décret relatif au sol, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit présenter un cadre d'évaluation à l'OVAM. Dans les soixante jours de la réception du cadre d'évaluation, l'OVAM l'approuve, ou elle impose des compléments ou modifications. Lorsque l'OVAM impose des compléments ou des modifications, le cadre d'évaluation adapté est transmis à l'OVAM dans un délai fixé par l'OVAM. Dans les soixante jours de la réception du cadre d'évaluation adapté, l'OVAM se prononce sur celui-ci. Sur simple demande d'OVAM, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit adapter le cadre d'évaluation.]3
  
Art. 135. Een erkende bodemsaneringsorganisatie die van de mogelijkheid, vermeld in artikel 98 van het Bodemdecreet, wil gebruikmaken, moet daartoe bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs minstens vijfjaarlijks een voorstel van subsidiëringsprogramma bezorgen aan de Vlaamse Regering, per adres van de minister, volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 136 en 137.
  Als de Vlaamse Regering het voorstel, vermeld in het eerste lid, goedkeurt, moet de bodemsaneringsorganisatie voor de vaststelling en uitkering van de [2 subsidie]2 jaarlijks bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs een aanvraag tot subsidiëring indienen bij de Vlaamse Regering, per adres van de minister, volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 138 en 139. [2 ...]2
  [2 De bodemsaneringsorganisatie kan in het jaar dat ze haar erkenning aanvraagt een aanvraag tot startsubsidiëring van haar werking in dat jaar indienen]2. In afwijking van artikel 134, eerste lid, kan het bedrag van die subsidie hoger zijn dan de bijdragen die de bodemsaneringsorganisatie ontvangt in het jaar dat ze erkend wordt. Het verschil tussen die subsidie en de bijdragen ontvangen in dat jaar, wordt in mindering gebracht van de subsidie in [1 de daaropvolgende drie jaren]1.
  
Art. 135. Une organisation d'assainissement du sol agréée qui souhaite recourir à la possibilité visée à l'article 98 du Décret relatif au sol, doit transmettre à cet effet au Gouvernement flamand, par lettre recommandée contre récépissé, au minimum tous les cinq ans, une proposition de programme de subventionnement, à l'attention du Ministre, aux conditions visées aux articles 136 et 137.
  Si le Gouvernement flamand approuve la proposition visée à l'alinéa premier, l'organisation d'assainissement du sol doit, pour la détermination et le paiement de la [2 subvention ]2, soumettre annuellement par lettre recommandée contre récépissé, une demande de subvention au Gouvernement flamand, à l'attention du Ministre, aux conditions visées aux articles 138 et 139.[2 ...]2.
  [2 L'organisation d'assainissement du sol peut, au cours de l'année où elle demande son agrément, soumettre une demande de subventionnement de démarrage pour son fonctionnement pendant cette année]2. Par dérogation à l'article 134, premier alinéa, le montant de cette subvention peut excéder les contributions perçues par l'organisation d'assainissement du sol dans l'année où elle est agréée. La différence entre cette subvention et les contributions perçues dans cette année est déduite de la subvention [1 des trois années suivantes]1.
  
B. Voorwaarden en procedure voor de toekenning van de subsidie.
B. Conditions et procédure d'octroi de la subvention.
Art. 136. Het eerste voorstel van subsidiëringsprogramma, vermeld in artikel 135, eerste lid, kan op zijn vroegst ingediend worden met de erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 127. De volgende voorstellen van subsidiëringsprogramma moeten uiterlijk ingediend worden op 28 februari van het vierde subsidiejaar van het lopende subsidiëringsprogramma. Het voorstel van subsidiëringsprogramma moet gebaseerd zijn op de volgende prognoses en rapporten :
  1° de prognose van de som van alle bedragen die de bodemsaneringsorganisatie de volgende vijf jaar meent te zullen ontvangen in het kader van de door haar gesloten of te sluiten overeenkomsten, vermeld in artikel 97 van het Bodemdecreet;
  2° een verantwoording van de omvang van de gelden, vermeld in punt 1°, in verhouding tot het financiële draagvlak van alle natuurlijke personen of rechtspersonen die de activiteit uitoefenen waarvoor de bodemsaneringsorganisatie is opgericht. Dat draagvlak moet bepaald worden op basis van een omstandig rapport over de financiële impact van de verplichtingen die de toepassing van het Bodemdecreet op die personen heeft, gerelateerd aan een omstandig rapport over de financiële analyse van de personen met bepaling van hun algemene financiële draagvlak.
Art. 136. La première proposition de programme de subventionnement, telle que visée à l'article 135, alinéa premier, peut être introduite au plus tôt avec la demande d'agrément, visée à l'article 127. Les propositions suivantes de programme de subventionnement doivent être introduites au plus tard le 28 février de la quatrième année de subvention du programme de subventionnement en cours. La proposition de programme de subventionnement doit se baser sur les prévisions et rapports suivants :
   1° la prévision de la somme de tous les montants que l'organisation d'assainissement du sol croit percevoir au cours des cinq années suivantes dans le cadre des conventions, visées à l'article 97 du Décret relatif au sol, qu'elle a conclues ou qu'elle conclura;
  2° une justification du volume des fonds, visés au point 1°, par rapport à la capacité financière de toutes les personnes physiques ou morales exerçant l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol est créée. Cette capacité doit être déterminée sur la base d'un rapport circonstancié relatif à l'impact financier des obligations qu'aura l'application du Décret relatif au sol sur ces personnes, relié à un rapport circonstancié relatif à l'analyse financière des personnes avec la détermination de leur capacité financière générale.
Art. 137. De minister bezorgt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van een voorstel van subsidiëringsprogramma een ontvangstbewijs aan de bodemsaneringsorganisatie, waarbij hij zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid en volledigheid van het voorstel. De minister kan steeds om de nodige wijzigingen of aanvullingen verzoeken.
  Als de minister om wijzigingen of aanvullingen verzoekt, wordt het aangepaste voorstel van subsidiëringsprogramma opnieuw ingediend overeenkomstig artikel 135, eerste lid. De minister zendt binnen dertig dagen na ontvangst van het aangepaste voorstel een ontvangstbewijs aan de bodemsaneringsorganisatie, waarbij hij zich opnieuw uitspreekt over de ontvankelijkheid en volledigheid van het voorstel van subsidiëringsprogramma.
  Op advies van de OVAM bezorgt de minister een voorstel van beslissing over het voorstel van subsidiëringsprogramma aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering spreekt zich uit over het voorstel van subsidiëringsprogramma binnen een termijn van negentig dagen na het versturen van het ontvangstbewijs waarbij het voorstel tot subsidiëringsprogramma ontvankelijk en volledig werd verklaard. Binnen tien dagen nadat de beslissing genomen is, wordt die aan de bodemsaneringsorganisatie betekend.
  Alle documenten die met de toepassing van dit artikel verstuurd worden, worden verstuurd bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs.
Art. 137. Dans les trente jours de la réception d'une proposition de programme de subventionnement, le Ministre transmet un récépissé à l'organisation d'assainissement du sol, en se prononçant également sur la recevabilité et la complétude de la proposition. Le Ministre peut toujours demander les modifications ou compléments nécessaires.
  Si le Ministre demande des modifications et compléments, la proposition de programme de subventionnement adaptée est introduite à nouveau conformément à l'article 135, alinéa premier. Dans les trente jours de la réception de la proposition adaptée, le Ministre transmet un récépissé à l'organisation d'assainissement du sol, en se prononçant à nouveau sur la recevabilité et la complétude de la proposition de programme de subventionnement.
  Sur l'avis de l'OVAM, le Ministre transmet une proposition de décision sur la proposition de programme de subventionnement au Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand se prononce sur la proposition de programme de subventionnement dans un délai de nonante jours après l'envoi du récépissé, à l'occasion duquel la proposition de programme de subventionnement a été déclarée recevable et complète. Dans les dix jours de la prise de décision, celle-ci est notifiée à l'organisation d'assainissement du sol.
  Tous les documents envoyés en application du présent article, sont envoyés par lettre recommandée contre récépissé.
Art. 138. Een jaarlijkse aanvraag tot subsidiëring als vermeld in artikel 135 moet gebaseerd zijn op de volgende prognoses en rapporten :
  1° de twee meest recente saneringsprogramma's, vermeld in artikel 129, 5°;
  2° de prognose van de som van alle bedragen die de bodemsaneringsorganisatie het lopende en het volgende jaar meent te zullen ontvangen in het kader van de door haar gesloten of te sluiten overeenkomsten, vermeld in artikel 97 van het Bodemdecreet;
  3° een financieel jaarverslag, geattesteerd door een bedrijfsrevisor, van het voorbije werkingsjaar.
Art. 138. Une demande annuelle de subventionnement telle que visée à l'article 135 doit se baser sur les prévisions et rapports suivants :
  1° les deux programmes d'assainissement les plus récents, visés à l'article 129, 5°;
  2° la prévision de la somme de tous les montants que l'organisation d'assainissement du sol croit percevoir au cours de l'année en cours et de l'année suivante dans le cadre des conventions qu'elle a conclues ou qu'elle conclura, visées à l'article 97 du Décret relatif au sol;
  3° un rapport financier annuel, attesté par un réviseur d'entreprise, de l'année d'activité écoulée.
Art. 139. [1 Een aanvraag tot subsidiëring als vermeld in artikel 135, tweede lid, moet jaarlijks ingediend worden, uiterlijk op 31 maart van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft]1.
  Een aanvraag tot subsidiëring als vermeld in artikel 135, derde lid, kan ten vroegste ingediend worden samen met de erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 127, § 1.
  De minister bezorgt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van een aanvraag tot subsidiëring een ontvangstbewijs aan de bodemsaneringsorganisatie, waarbij hij zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag. De minister kan steeds om de nodige wijzigingen of aanvullingen verzoeken.
  Als de minister om wijzigingen of aanvullingen verzoekt, wordt de aangepaste aanvraag tot subsidiëring opnieuw ingediend overeenkomstig artikel 135, tweede lid. De minister zendt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aangepaste aanvraag een ontvangstbewijs aan de bodemsaneringsorganisatie, waarbij hij zich opnieuw uitspreekt over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aangepaste aanvraag tot subsidiëring.
  [1 "De Vlaamse Regering spreekt zich, uiterlijk op 30 november van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft uit over de aanvraag tot subsidiëring. De Vlaamse Regering houdt bij dat besluit rekening met haar besluit over het voorstel van subsidiëringsprogramma en met de beschikbare begrotingskredieten]1. Ze kan op basis van de intussen verkregen informatie en verslagen, vermeld in artikel 138, verrekenen wat te veel of te weinig werd uitbetaald in de voorgaande jaren.
  
Art. 139. [1 Une demande de subventionnement telle que visée à l'article 135, alinéa 2, doit être introduite annuellement, au plus tard le 31 mars de l'année à laquelle la subvention s'applique. ]1.
  Une demande de subvention telle que visée à l'article 135, troisième alinéa, peut être soumise au plus tôt en même temps que la demande d'agrément, mentionnée à l'article 127, § 1er.
  Dans les trente jours de la réception d'une demande de subvention, le Ministre transmet un récépissé à l'organisation d'assainissement du sol, en se prononçant également sur la recevabilité et la complétude de la demande. Le Ministre peut toujours demander les modifications ou compléments nécessaires.
  Si le Ministre demande des modifications ou compléments, la demande de subventionnement adaptée est introduite à nouveau conformément à l'article 135, alinéa deux. Dans les trente jours de la réception de la demande adaptée, le Ministre transmet un récépissé à l'organisation d'assainissement du sol, en se prononçant à nouveau sur la recevabilité et la complétude de la demande de subventionnement adaptée.
  [1 Le Gouvernement flamand se prononce sur la demande de subventionnement au plus tard le 30 novembre de l'année à laquelle la subvention s'applique. A cet effet, le Gouvernement flamand tient compte de sa décision relative à la proposition du programme de subventionnement et des crédits budgétaires disponibles]1. Sur la base des informations et rapports reçus entre-temps, visés à l'article 138, il peut régler le trop-payé ou le moins-payé au cours des années précédentes.
  
Art. 140. De subsidie wordt uiterlijk op 31 december van het jaar waarop ze betrekking heeft, overgeschreven op de rekening van de bodemsaneringsorganisatie.
Art. 140. La subvention est versée au compte de l'organisation d'assainissement du sol, au plus tard le 31 décembre de l'année à laquelle elle se rapporte.
HOOFDSTUK VIII. - Overdrachten.
CHAPITRE VIII. - Cessions.
Afdeling I.
Section Ire.
Afdeling II. - Procedure tot vrijstelling van de saneringsplicht.
Section II. - Procédure d'exemption de l'obligation d'assainissement.
Art. 143. De overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde [1 bezorgt]1 zijn gemotiveerde standpunt tot vrijstelling van de saneringsplicht als vermeld in artikel 105, § 1, of artikel 110, § 1, van het Bodemdecreet [1 ...]1 aan de OVAM.
  De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt en oordeelt of voldaan is aan een van de elementen, vermeld in artikel 105, § 1, of artikel 110, § 1, van het Bodemdecreet, of dat de afwijking, vermeld in artikel 105, § 2, of artikel 110, § 2, van het Bodemdecreet, van toepassing is. De OVAM stelt de overdrager of de gemandateerde binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het gemotiveerde standpunt in kennis van haar beslissing.
  
Art. 143. Le cédant ou, le cas échéant, le mandataire [1 transmet]1 son point de vue motivé en vue de l'exemption de l'obligation d'assainissement, comme prévu à l'article 105, § 1er, ou à l'article 110, § 1er, du Décret relatif au sol [1 ...]1 à l'OVAM.
  L'OVAM évalue le point de vue motivé et juge s'il est satisfait à l'un des éléments, prévus à l'article 105, § 1er, ou à l'article 110, § 1er, du Décret relatif au sol, ou que la dérogation, prévue à l'article 105, § 2, ou à l'article 110, § 2, du Décret relatif au sol, est d'application. L'OVAM communique sa décision au cédant ou au mandataire dans un délai de soixante jours suivant la réception du point de vue motivé.
  
Art. 144. De risicogrond kan overgedragen worden als de OVAM haar beslissing heeft meegedeeld dat aan een van de elementen, vermeld in artikel 105, § 1, of artikel 110, § 1, van het Bodemdecreet, voldaan is, en dat de afwijking vermeld in artikel 105, § 2, of artikel 110, § 2, van het Bodemdecreet, niet van toepassing is.
Art. 144. Le terrain à risque peut être cédé lorsque l'OVAM a communiqué sa décision qu'il est satisfait à l'un des éléments, prévus à l'article 105, § 1er, ou à l'article 110, § 1er, du Décret relatif au sol, et que la dérogation, prévue à l'article 105, § 2, ou à l'article 110, § 2, du Décret relatif au sol, n'est pas d'application.
Afdeling III. - Overdracht van de vrijstelling van saneringsplicht.
Section III. - Cession de l'exemption de l'obligation d'assainissement.
Art. 145. Als de overdrager van een risicogrond voor een bepaalde bodemverontreiniging krachtens artikel 105, § 1, 2° of 3°, of krachtens artikel 110, § 1,2° of 3°, van het Bodemdecreet vrijstelling van de saneringsplicht heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver [1 of de volgende verwervers]1 als voldaan is aan de drie volgende voorwaarden :
  1° de verwerver of zijn rechtsvoorganger heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  2° de verontreiniging is niet tot stand gekomen tijdens een periode dat de verwerver of zijn rechtsvoorganger eigendoms- of gebruiksrechten op de grond had;
  3° de verwerver heeft op het moment dat de overdracht van de grond plaatsvindt, geen eigendomsrechten op de grond.
  
Art. 145. Lorsque le cédant d'un terrain à risque a obtenu l'exemption de l'obligation d'assainissement pour une certaine pollution du sol en vertu de l'article 105, § 1er, 2° ou 3°, ou en vertu de l'article 110, § 1er, 2° ou 3°, du Décret relatif au sol, cette exemption est transférée de plein droit à l'acquéreur [1 ou aux acquéreurs suivants]1 au moment de la cession du terrain, s'il est satisfait aux trois conditions suivantes :
  1° l'acquéreur ou son prédécesseur n'a pas causé lui-même la pollution du sol;
  2° la pollution ne s'est pas produite dans une période pendant laquelle l'acquéreur ou son prédécesseur avait des droits de propriété ou d'usage sur le terrain;
  3° au moment de la cession du terrain, l'acquéreur n'a pas de droits de propriété sur le terrain.
  
Art. 146. De vrijstelling van de saneringsplicht die krachtens artikel 145 op de verwerver [1 of een volgende verwerver]1 is overgegaan, vervalt van rechtswege wanneer de aanwezige bodemverontreiniging die in [2 ...]2 het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of van het beschrijvend bodemonderzoek, of in de eindverklaring werd gekwalificeerd als geen ernstige bodemverontreiniging, opnieuw een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu door een wijziging van de kenmerken, functies of eigenschappen van de bodem.
  
Art. 146. L'exemption de l'obligation d'assainissement transférée sur l'acquéreur [1 ou un acquéreur suivant]1 en vertu de l'article 145, est annulée de plein droit lorsque la pollution du sol qualifiée de 'non grave' dans [2 ...]2 la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol ou de la reconnaissance descriptive du sol ou dans la déclaration finale, présente ou peut présenter à nouveau un risque de préjudice pour l'homme ou l'environnement à la suite d'une modification des caractéristiques, des fonctions ou des propriétés du sol.
  
Afdeling IV. - Overname van de uitvoering van de verplichtingen.
Section IV. - Reprise de l'exécution des obligations.
Art. 147. De verplichtingen die krachtens artikel 102 tot en met [2 112]2 van het Bodemdecreet moeten worden vervuld voordat tot overdracht van een risicogrond kan worden overgegaan, kunnen worden overgenomen door de volgende personen :
  1° de verwerver. In dat geval meldt de verwerver, de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde dat ze met onderlinge toestemming gebruik wensen te maken van de mogelijkheid tot overname van de uitvoering van die verplichtingen;
  2° een persoon die beschikt over een rechtsgeldige titel om de overdracht te doen uitvoeren. Die persoon meldt aan de OVAM dat hij gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot overname van de uitvoering van die verplichtingen. Hij voegt bij die melding een afschrift van die rechtsgeldige titel;
  3° een derde. In dat geval melden de derde, de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde dat ze met onderlinge toestemming gebruik wensen te maken van de mogelijkheid tot overname van de uitvoering van die verplichtingen.
  [1 De financiële zekerheid in het kader van de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in artikel 115, § 4, 2°, van het Bodemdecreet, kan worden gesteld door de overdrager of een derde. In dat geval melden de verwerver en de overdrager of de derde dat ze met onderlinge toestemming gebruik wensen te maken van die mogelijkheid.]1
  
Art. 147. Les obligations qui doivent être remplies en vertu des articles 102 à [2 112]2 inclus du Décret relatif au sol avant de procéder à la cession d'un terrain à risque, peuvent être reprises par les personnes suivantes :
  1° l'acquéreur. Dans ce cas, l'acquéreur, le cédant ou, le cas échéant, le mandataire avise qu'ils souhaitent faire usage, de commun accord, de la possibilité de reprise de l'exécution de ces obligations;
  2° une personne disposant d'un titre valide pour faire exécuter la cession. Cette personne avise l'OVAM qu'il souhaite faire usage de la possibilité de reprise de l'exécution de ces obligations. Il joint une copie dudit titre valide à cet avis.
  3° un tiers. Dans ce cas, le tiers, le cédant ou, le cas échéant, le mandataire avisent qu'ils souhaitent faire usage, de commun accord, de la possibilité de reprise de l'exécution de ces obligations.
  [1 La sécurité financière dans le cadre de la procédure de cession accélérée visée à l'article 115, § 4, 2°, du Décret relatif au sol, peut être constituée par le cédant ou un tiers. Dans ce cas, l'acquéreur et le cédant ou un tiers avisent qu'ils souhaitent faire usage, de commun accord, de cette possibilité.]1
  
Art. 148. In geval van openbare verkoop van een risicogrond waarbij de verwerver met toepassing van artikel 147 de uitvoering van de verplichtingen overneemt, kan de overdracht van de risicogrond plaatsvinden voordat de verwerver de verplichtingen, vermeld in artikel 104, § 2, 2° en 3°, van het Bodemdecreet of artikel 109, § 2, 2° en 3° van het Bodemdecreet, heeft vervuld, op voorwaarde dat in de verkoopsvoorwaarden van de openbare verkoop als ontbindende voorwaarde is opgenomen dat de verkoop van de risicogrond wordt ontbonden als de verwerver die verplichtingen niet binnen een termijn van vijfenveertig dagen na datum van de overdracht heeft vervuld. Hetzelfde geldt voor de verplichtingen, vermeld in artikel 115, § 4, van het Bodemdecreet, in geval van openbare verkoop van een risicogrond door de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in artikel 115 van het Bodemdecreet.
Art. 148. En cas de vente publique d'un terrain à risque, à l'occasion de laquelle l'acquéreur reprend l'exécution des obligations en vertu de l'article 147, la cession du terrain à risque peut avoir lieu avant que l'acquéreur n'ait rempli les obligations, prévues à l'article 104, § 2, 2° et 3°, du Décret relatif au sol ou à l'article 109, § 2, 2° et 3° du Décret relatif au sol, à condition que, dans les conditions de vente de la vente publique, une condition résolutoire soit reprise selon laquelle la vente du terrain à risque est résolue lorsque l'acquéreur n'a pas rempli ces obligations dans un délai de quarante cinq jours de la date de cession. Il en va de même pour les obligations, prévues à l'article 115, § 4, du Décret relatif au sol, en cas de vente publique d'un terrain à risque par la procédure de cession accélérée, visée à l'article 115 du Décret relatif au sol.
HOOFDSTUK IX.
CHAPITRE IX.
HOOFDSTUK X. - Sluiting van een risico-inrichting.
CHAPITRE X. - Fermeture d'un établissement à risque.
Art. 151. De melding van sluiting van een risico-inrichting, vermeld in artikel 122, § 3, van het Bodemdecreet, moet bij [1 ...]1 brief worden gericht aan de OVAM.
  De melding moet gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor sluiting. Het model van dat meldingsformulier wordt vastgesteld bij besluit van de minister en voorziet in ieder geval in de opvraging van de volgende gegevens :
  1° de gegevens van de exploitant;
  2° de gegevens van de persoon die de melding doet;
  3° de identificatie van de grond waar de risico-inrichting gevestigd was;
  4° de verwijzing naar het verslag van het laatst uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek of oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek;
  5° de datum van de sluiting of voorgenomen sluiting van de risico-inrichting;
  6° gegevens op basis waarvan kan worden bepaald of krachtens het Bodemdecreet voor de sluiting van de risico-inrichting geen nieuw oriënterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd;
  7° het bewijs van lastgeving als de exploitant niet de melding doet.
  [1 ...]1
  
Art. 151. L'avis de fermeture d'un établissement à risque, visé à l'article 122, § 3, du Décret relatif au sol, doit être adressé par lettre [1 ...]1 à l'OVAM.
  L'avis doit être donné par le moyen d'un formulaire d'avis de fermeture dûment rempli, daté et signé. Le modèle de ce formulaire d'avis est fixé par arrêté du Ministre et prévoit en tout cas la fourniture des données suivantes :
  1° les données de l'exploitant;
  2° les données de la personne donnant l'avis;
  3° l'identification du terrain où l'établissement à risque était implanté;
  4° la référence au rapport de la reconnaissance d'orientation du sol ou de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, exécutées en dernier lieu;
  5° la date de fermeture ou de la fermeture projetée de l'établissement à risque;
  6° les données sur la base desquelles il peut être détermine si, en vertu du Décret relatif au sol, une nouvelle reconnaissance d'orientation du sol doit être exécutée avant la fermeture de l'établissement à risque.
  7° la preuve du mandat si l'avis n'est pas donné par l'exploitant.
  [1 ...]1
  
Art. 152. De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid van de melding van sluiting van een risico-inrichting.
  Als de OVAM van oordeel is dat de melding van sluiting onontvankelijk is, stelt ze de exploitant binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de melding in kennis van die beslissing.
  [1 ...]1
  
Art. 152. L'OVAM vérifie la recevabilité de l'avis de fermeture d'un établissement à risque.
  Lorsque l'OVAM estime que l'avis de fermeture est irrecevable, elle communique cette décision à l'exploitant dans un délai de soixante jours de la réception de l'avis.
  [1 ...]1
  
Art. 152/1. [1 De exploitant betekent zijn gemotiveerde standpunt tot vrijstelling van de saneringsplicht als vermeld in artikel 122, § 5, van het Bodemdecreet met een [2 ...]2 brief aan de OVAM. Hij doet dat, op straffe van verval, binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van de aanmaning om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of om over te gaan tot bodemsanering en uitvoering van de eventuele nazorg.
   De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt en oordeelt of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 122, § 5, van het Bodemdecreet. De OVAM brengt de exploitant binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het gemotiveerde standpunt op de hoogte van haar beslissing.]1

  
Art. 152bis. [1 L'exploitant notifie son point de vue motivé en vue de l'exemption de l'obligation d'assainissement, comme prévu à l'article 122, § 5, du Décret relatif au sol, par lettre [2 ...]2 à l'OVAM. Il le fait, sous peine de déchéance, dans un délai de nonante jours suivant la réception de la sommation à effectuer une reconnaissance descriptive du sol ou de procéder à l'assainissement du sol ainsi qu'au suivi éventuel.
   L'OVAM évalue le point de vue motivé et juge s'il est satisfait aux conditions visées à l'article 122, § 5, du Décret relatif au sol. L'OVAM communique sa décision à l'exploitant dans un délai de soixante jours suivant la réception du point de vue motivé.]1

  
HOOFDSTUK XII. - Waterbodems.
CHAPITRE XII. - Sols aquatiques.
Afdeling I. - Kennisgeving van het waterbodemonderzoek.
Section Ire. - Notification de la reconnaissance du sol aquatique.
Art. 153. Het verslag van het waterbodemonderzoek dat uitgevoerd is krachtens artikel 124, § 1, van het Bodemdecreet, wordt binnen een termijn van dertig dagen na het afsluiten ervan bij de OVAM ingediend.
Art. 153. Le rapport de la reconnaissance du sol aquatique, exécutée en vertu de l'article 124, § 1er, du Décret relatif au sol, est introduit auprès de l'OVAM dans un délai de trente jours de sa conclusion.
Afdeling II. - Conformverklaring van het waterbodemonderzoek.
Section II. - Déclaration de conformité de la reconnaissance du sol aquatique.
Art. 154. Overeenkomstig artikel 126 van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van het verslag van het waterbodemonderzoek uit over de conformiteit van het waterbodemonderzoek met de bepalingen van artikel 125 van het Bodemdecreet.
Art. 154. Conformément à l'article 126 du Décret relatif au sol, l'OVAM se prononce, dans un délai de nonante jours suivant la réception du rapport de la reconnaissance du sol aquatique, sur la conformité de la reconnaissance du sol aquatique aux dispositions de l'article 125 du Décret relatif au sol.
Art. 155. Als de OVAM van oordeel is dat het waterbodemonderzoek conform de vereisten, vermeld in artikel 125 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd, reikt ze een conformiteitsattest voor het waterbodemonderzoek uit.
  Als in het verslag van het waterbodemonderzoek gegevens als vermeld in artikel 125, § 4, tweede lid, van het Bodemdecreet opgenomen zijn, kan de OVAM een uitspraak over die gegevens in het conformiteitsattest van het waterbodemonderzoek opnemen.
Art. 155. Lorsque l'OVAM estime que la reconnaissance du sol aquatique a été exécutée en conformité aux exigences des articles 125 du Décret relatif au sol, elle délivre une attestation de conformité pour la reconnaissance du sol aquatique.
  Si le rapport de la reconnaissance du sol aquatique comprend des données, mentionnées à l'article 125, § 4, alinéa deux, du Décret relatif au sol, l'OVAM peut reprendre un jugement sur ces données dans l'attestation de conformité de la reconnaissance du sol aquatique.
Art. 156. Als de OVAM van oordeel is dat het waterbodemonderzoek niet conform de vereisten van artikel 125 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd, legt ze aanvullende onderzoeksverrichtingen op. De OVAM bepaalt de termijn waarbinnen de aanvullende onderzoeksverrichtingen moeten worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM moet worden ingediend. Als de aanvullende onderzoeksverrichtingen niet of in onvoldoende mate werden uitgevoerd, kan de minister de OVAM gelasten ambtshalve de nodige aanvullende onderzoeksverrichtingen uit te voeren.
Art. 156. Si l'OVAM estime que la reconnaissance du sol aquatique n'a pas été effectuée en conformité aux exigences de l'article 125 du Décret relatif au sol, elle impose une reconnaissance complémentaire. L'OVAM fixe un délai dans lequel la reconnaissance complémentaire doit être effectuée et le rapport y afférent soumis à l'OVAM. Si la reconnaissance complémentaire n'a pas ou insuffisamment été réalisée, le Ministre peut charger l'OVAM d'effectuer d'office la reconnaissance complémentaire nécessaire.
Art. 157. De OVAM stelt de opdrachtgever van het waterbodemonderzoek in kennis van de beslissingen, vermeld in artikelen 155 en 156.
Art. 157. L'OVAM communique les décisions, visées aux articles 155 et 156, au donneur d'ordre de la reconnaissance du sol aquatique.
Hoofdstuk XIII. [1 Het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen]1
Chapitre XIII. [1 L'utilisation et la traçabilité de matériaux de sol]1
Afdeling I. - [1 Definities]1
Section Ire. - [1 Définitions]1
Art. 158. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° bouwkundig bodemgebruik : het niet-vormvaste gebruik van bodemmaterialen in een waterwerk, dijklichaam, wegenbouwkundig werk, bouwwerk en elk ander niet-vormvast gebruik van bodemmaterialen waarin de functie van de bodemmaterialen duidelijk te onderscheiden is van de functie van de onderliggende of omringende bodem;
  2° eindgebruiker :
  a) de eigenaar, exploitant of gebruiker van de ontvangende grond die de opdracht heeft gegeven om de bodemmaterialen te gebruiken;
  b) de eigenaar of exploitant van de vergunde inrichting die de bodemmaterialen aanvaardt om ze te gebruiken in een vormvast product;
  c) de waterloopbeheerder voor de oeverdeponie van bagger- en ruimingsspecie langs onbevaarbare waterlopen en grachten, beheerd door polders of wateringen ter uitvoering van de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen en het koninklijk besluit van 30 januari 1958 houdende algemeen politiereglement van de polders en van de wateringen die stellen dat aangelanden de voorwerpen en stoffen, opgehaald uit de bedding van de waterloop, moeten laten plaatsen op hun grond;
  3° fysisch scheiden : het wegnemen van een deel of het geheel van de steenfractie en andere bodemvreemde materialen dan stenen uit de bodemmaterialen;
  4° initiatiefnemer van de werken :
  a) de bouwheer van de grondwerken op de plaats van de uitgraving;
  b) de waterloopbeheerder op de plaats van het baggeren of ruimen of degene die opdracht heeft gegeven tot het baggeren of het ruimen;
  c) de bouwheer van de grondwerken op de plaats waar het bentonietslib vrijkomt;
  d) de exploitant van de inrichting waar de grondbrij vrijkomt;
  5° [2 kadastrale werkzone: een geheel van gronden, met soortgelijke kenmerken die een gelijkwaardig betekenisvol effect op het milieu hebben of een gelijkwaardig betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden, dat afgebakend wordt met het oog op het gebruik van bodemmaterialen in het kader van de uitvoering van een project.
   De soortgelijke kenmerken hebben betrekking op de bodem, de functies die de bodem vervult of zal vervullen en de activiteiten die op de bodem worden uitgeoefend, in het bijzonder:
   a) het bestemmingstype, de voormalige en huidige functie van de gronden;
   b) de toekomstige functie van de gronden;
   c) de verontreinigingshypothese voor de bodem van de gronden;
   d) de verontreinigingskarakteristieken van de bodem van de gronden:
   1) de verontreinigingstoestand;
   2) het verspreidingspatroon;
   3) de aard van de verontreiniging;
   4) de ernst van de verontreiniging;
   e) de specifieke toepassing van bodemmaterialen die in het verleden aangevoerd zijn.
   Het project kan bestaan uit de uitvoering van natuurinrichting, landinrichting of landschapsaanleg, of de ontwikkeling van een bouwwerk, infrastructuur of een civieltechnische toepassing, of meerdere van die elementen samen, waarbij de verwezenlijking van die elementen een geografisch of operationeel samenhangend geheel vormt dat gefaseerd kan worden uitgevoerd en voorwerp kan zijn van afzonderlijke vergunningen of machtigingen;]2
;
  6° ontvangende grond : de grond waarop bodemmaterialen worden gebruikt;
  7° ontvanger : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de bodemmaterialen gebruikt voor rekening van de eindgebruiker of de eindgebruiker zelf;
  8° opmetingstabel : de tabel waarop de volumes en de gebruiksmogelijkheden van de bodemmaterialen vermeld staan;
  9° tussentijdse opslagplaats : de locatie voor een in de tijd beperkte opslag van bodemmaterialen in afwachting van het gebruik ervan;
  10° uitvoerder van de werken : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de werken uitvoert in opdracht en voor rekening van de initiatiefnemer van de werken;
  11° verdachte grond :
  a) risicogrond;
  b) grond die opgenomen is in het Grondeninformatieregister, als in een bodemonderzoek in het vaste deel van de aarde van die grond concentraties van stoffen zijn aangetroffen die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit voor het vaste deel van de aarde;
  c) openbare weg, oude wegbedding en wegberm;
  d) grond waarvoor aanwijzingen bestaan van de aanwezigheid in het vaste deel van de aarde van stoffen in concentraties die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit van het vaste deel van de aarde, en die is aangewezen door de minister;
  e) waterbodem van een oppervlaktewaterlichaam waarin huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater wordt geloosd, of die hemelwater ontvangt dat afkomstig is van een gewest-, provinciale en snelweg;
  12° vormvast product : elk product waarin bodemmaterialen worden gebruikt en dat vormvast is gemaakt door bindmiddelen of thermische processen;
  13° zone voor het gebruik ter plaatse : de zone waarin de bodemmaterialen op dezelfde plaats worden teruggelegd;
  14° zoneringsplan : het plan van de plaats van de uitgraving, het baggeren of het ruimen waarop de verschillende gebruiksmogelijkheden van de uit te graven of van de uit te baggeren of te ruimen waterbodem grafisch worden voorgesteld, of het plan waarop de indeling van de verschillende gebruiksmogelijkheden van de deelpartijen van een partij opgeslagen bodemmaterialen grafisch worden voorgesteld.]1

  
Art. 158. [1 Dans le présent chapitre, on entend par :
  1° utilisation du sol en construction : utilisation non solide de matériaux de sol dans un ouvrage hydraulique, corps de digue, infrastructure routière, construction et toute autre utilisation non solide de matériaux de sol dans laquelle la fonction des matérieaux de sol est clairement distincte de la fonction du sol sous-jacent ou environnant ;
  2° utilisateur final :
  a) le propriétaire, exploitant ou utilisateur du terrain d'accueil, qui a donné l'ordre d'utiliser les matériaux de sol ;
  b) le propriétaire ou l'exploitant de l'établissement agréé qui accepte les matériaux de sol en vue de leur utilisation dans un produit solide ;
  c) le gestionnaire du cours d'eau pour la décharge riveraine de boues de dragage et de vidange le long des cours d'eau et fossés non navigables, gérés par les polders ou wateringues en exécution de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et de l'arrêté royal du 30 janvier 1958 portant règlement général de police des polders et des wateringues, qui stipulent que les riverains doivent permettre le dépôt sur leurs terres des objets et substances récupérés du lit du cours d'eau ;
  3° séparer physiquement : enlever des matériaux de sol tout ou partie de la fraction de pierres et des matériaux étrangers au sol, autres que des pierres ;
  4° initiateur des travaux :
  a) le maître d'ouvrage des travaux de terrassement à l'endroit de l'excavation ;
  b) le gestionnaire du cours d'eau à l'endroit du dragage ou du vidange ou celui qui a donné l'ordre de procéder au dragage ou au vidange ;
  c) le maître d'ouvrage des travaux de terrassement à l'endroit où les boues de bentonite sont dégagées ;
  d) l'exploitant de l'établissement où le sol pâteux est dégagé ;
  5° [2 zone de travail cadastrale : un ensemble de terrains à caractéristiques similaires ayant un effet significatif équivalent sur l'environnement ou présentant un risque significatif équivalent pour la santé publique, délimité en vue de l'utilisation de matériaux du sol dans le cadre de la mise en oeuvre d'un projet.
   Les caractéristiques similaires se réfèrent au sol, aux fonctions que le sol remplit ou remplira et aux activités exercées sur le sol, en particulier :
   a) le type d'affectation, la fonction ancienne et actuelle des terrains ;
   b) la fonction future des terrains ;
   c) l'hypothèse de pollution pour le sol des terrains ;
   d) les caractéristiques de pollution du sol des terrains :
   1) l'état de pollution ;
   2) le type de diffusion ;
   3) la nature de la pollution ;
   4) la gravité de la pollution ;
   e) l'application spécifique de matériaux du sol acheminés dans le passé.
   Le projet peut consister en la mise en oeuvre de l'aménagement de la nature, de la rénovation rurale ou de l'aménagement paysager, ou en le développement d'une construction, infrastructure ou application de génie civil, ou en plusieurs de ces éléments à la fois, pour lequel la réalisation de ces éléments constitue un ensemble géographique ou opérationnel cohérent qui peut être exécuté en phases et faire l'objet d'autorisations ou d'habilitations distinctes ; ]2
;
  6° terrain d'accueil : terrain sur lequel les matériaux de sol sont utilisés ;
  7° receveur : la personne physique ou morale qui utilise les matériaux de sol pour le compte du consommateur final ou le consommateur final lui-même ;
  8° tableau de mesurage : tableau reprenant les volumes et les possibilités d'utilisation des matériaux de sol ;
  9° dépôt provisoire : site utilisé pour le stockage limité dans le temps de matériaux de sol dans l'attente de leur utilisation ;
  10° réalisateur des travaux : la personne physique ou morale qui réalise les travaux sur ordre et pour le compte de l'initiateur des travaux ;
  11° terrain suspect :
  a) terrain à risque ;
  b) terrain repris dans le Registre d'Information sur les Terrains, pour autant qu'une reconnaissance du sol a établi dans la partie fixe de la terre de ce terrain des concentrations de substances supérieures aux valeurs guides pour la qualité du sol pour la partie fixe de la terre ;
  c) voie publique, ancienne assiette de voirie et accotement ;
  d) terrain pour lequel il existe des indications d'une présence dans la partie fixe de la terre de concentrations de substances supérieures aux valeurs guides pour la qualité du sol de la partie fixe de la terre, et qui a été désigné par le Ministre ;
  e) lit de cours d'eau d'une masse d'eau de surface dans lequel des eaux usées domestiques ou des eaux usées industrielles sont déversées ou qui reçoit des eaux de ruissellement en provenance d'une voirie régionale, provinciale et des autoroutes ;
  12° produit solide : tout produit dans lequel des matériaux de sol sont utilisés et qui a été solidifié au moyen de liants ou de processus thermiques ;
  13° zone d'usage sur place : la zone dans laquelle les matériaux de sol sont remis au même endroit ;
  14° plan de zonage : plan du site de l'excavation, du dragage ou du vidange sur lequel les différents usages du lit de cours d'eau à excaver, à draguer ou à vidanger sont représentés graphiquement ou le plan sur lequel la classification des différents usages des lots partiels d'un lot de matériaux de sol stockés sont représentés graphiquement.]1

  
Afdeling II. - [1 Toepassingsgebied]1
Section II. - [1 Champ d'application]1
Art. 159. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk regelen de traceerbaarheid en het gebruik van bodemmaterialen in de volgende toepassingen :
  1° als bodem;
  2° voor bouwkundig bodemgebruik;
  3° in een vormvast product.]1

  
Art. 159. [1 Les dispositions du présent chapitre règlent la traçabilité et l'utilisation des matériaux de sol dans les applications suivantes :
  1° comme sol ;
  2° pour l'utilisation du sol en construction ;
  3° dans un produit solide.]1

  
Afdeling III. - [1 Voorwaarden voor het gebruik van bodemmaterialen]1
Section III. - [1 Conditions relatives à l'utilisation de matériaux de sol]1
Onderafdeling I. - [1 Algemeen]1
Sous-section Ire. - [1 Généralités]1
Art. 160. [1 Het is verboden om verschillende partijen bodemmaterialen met verschillende milieuhygiënische kwaliteit te mengen met de bedoeling voor de gemengde partij een gebruik in aanmerking te laten komen die voor de niet-gemengde partijen bodemmaterialen niet is toegestaan.]1
  
Art. 160. [1 Il est interdit de mélanger des lots distincts de matériaux de sol d'une qualité éco-hygiénique distincte dans le but de rendre le lot mélangé éligible à un usage qui n'est pas permis pour les lots de matériaux de sol non-mélangés.]1
  
Onderafdeling II. - [1 Gebruik van bodemmaterialen als bodem]1
Sous-section II. [1 Utilisation de matériaux de sol comme sol]1
A. [1 Algemeen gebruik]1
A. [1 Utilisation générale]1
Art. 161. [1 § 1. Bodemmaterialen die concentraties van stoffen bevatten die lager zijn dan of gelijk zijn aan de waarden, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen vrij als bodem worden gebruikt.
  § 2. Bodemmaterialen die concentraties van stoffen bevatten die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, of waarvan men weet of redelijkerwijs kan aannemen dat ze verontreinigende stoffen bevatten die niet vermeld zijn in de voormelde bijlage V, kunnen als bodem worden gebruikt onder de vijf volgende voorwaarden :
  1° het gebruik van de bodemmaterialen veroorzaakt geen bijkomende verontreiniging van het grondwater;
  2° de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen levert geen bijkomend risico op;
  3° de concentraties van stoffen in de bodemmaterialen lager dan of gelijk aan 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de ontvangende grond wordt ingedeeld conform de bepalingen van bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de concentraties aan zware metalen of metalloïden die van nature aanwezig zijn, kan daarvan afgeweken worden tot de waarde van de natuurlijke concentraties in de bodem;
  4° de gemiddelde concentraties van stoffen in de bodemmaterialen zijn lager dan of gelijk aan de concentraties in de ontvangende grond. Voor de opvulling van een groeve, graverij, uitgraving of andere put, vergund conform rubriek 60 van bijlage 1 van VLAREM II, die ligt in bestemmingstype I, II of III, kan daarvan afgeweken worden tot 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de groeve, graverij, uitgraving of andere put wordt ingedeeld. Voor de opvulling van een groeve, graverij, uitgraving of andere put, vergund conform rubriek 60 van bijlage 1 van VLAREM II, die ligt in bestemmingstype IV of V, kan daarvan afgeweken worden tot maximaal de waarden van bijlage IV voor bestemmingstype III;
  5° de bodemmaterialen worden vóór het gebruik als bodem gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen als ze concentraties van stoffen bevatten die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, voor bestemmingstype III of als ze concentraties van verontreinigende stoffen bevatten die niet vermeld zijn in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, waardoor ze niet aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° en 2°, voor het gebruik als bodem voldoen. Als de bodemmaterialen niet reinigbaar zijn door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden de bodemmaterialen beheerd conform de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt niet valoriseerbaar is om te gebruiken als bodem, worden verwijderd conform de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Het potentieel tot valorisatie van bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt geschikt is, wordt bepaald op basis van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen.
  § 4. Er wordt nagegaan of aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, is voldaan aan de hand van een technisch verslag.
  Er wordt nagegaan of aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, is voldaan aan de hand van een technisch verslag en een studie van de ontvangende grond.
  De reinigbaarheid, vermeld in paragraaf 2, 5°, laatste zin, en de valorisatie, vermeld in paragraaf 3, worden beoordeeld conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 161. [1 § 1er. Les matériaux de sol présentant des concentrations de substances inférieures ou égales aux valeurs, mentionnées à l'annexe V, jointe au présent arrêté, peuvent être librement utilisés comme sol.
  § 2. Les matériaux de sol présentant des concentrations de substances supérieures aux valeurs mentionnées à l'annexe V, jointe au présent arrêté, ou dont on sait ou dont on peut raisonnablement assumer qu'ils contiennent des substances polluantes qui n'ont pas été mentionnées dans l'annexe V précitée, peuvent être utilisés comme sol sous les cinq conditions suivantes :
  1° l'utilisation des matériaux de sol ne cause pas de pollution supplémentaire des eaux souterraines ;
  2° la possible exposition aux substances polluantes n'engendre pas de risque supplémentaire ;
  3° les concentrations de substances dans les matériaux de sol sont inférieures ou égales à 80% des normes d'assainissement du sol correspondantes du type de destination sur la base duquel le terrain d'accueil est classé conformément aux dispositions de l'annexe IV, jointe au présent arrêté. Pour les concentrations de métaux lourds ou de métalloïdes naturellement présentes, il peut y être dérogé jusqu'à la valeur des concentrations naturelles dans le sol ;
  4° les concentrations moyennes des substances dans les matériaux de sol sont inférieures à ou égales aux concentrations dans le terrain d'accueil. Pour le comblement d'une carrière, minière, excavation ou autre puits, autorisé conformément à la rubrique 60 de l'annexe 1re de VLAREM II, qui se situe dans le type de de destination I, II, III, il peut y être dérogé jusqu'à 80% des normes correspondantes d'assainissement du sol du type de destination dans lequel la carrière, la minière, l'excavation ou un autre puits sont classés. Pour le remblayage d'une carrière, minière, excavation ou autre puits, autorisé sur la base de la rubrique 60 de l'annexe 1re du VLAREM II, situés dans le type d'affectation IV ou V, il peut y être dérogé jusqu'au maximum les valeurs de l'annexe IV pour le type d'affectation III ;
  5° les matériaux de sol sont nettoyés avant leur utilisation comme sol au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés s'ils contiennent des concentrations de substances supérieures aux valeurs, telles que visées à l'annexe IV, jointe au présent arrêté, pour le type d'affectation III ou s'ils contiennent des concentrations de substances polluantes qui ne sont pas mentionnées dans l'annexe V, jointe au présent arrêté, impliquant qu'ils ne répondent pas aux conditions, telles que visées aux points 1° et 2° pour l'utilisation comme sol. Si les matériaux de sol ne peuvent pas être nettoyés au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés, les matériaux de sol sont gérés conformément aux dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
  § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, les boues de dragage et de vidange qui ne peuvent pas être valorisées à des fins de constructions ou à des fins environnementales pour les utiliser comme sol, sont enlevées conformément aux dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets. La fraction des boues de dragage et de vidange qui peut potentiellement être valorisée à des fins de constructions ou à des fins environnementales, est déterminée sur la base des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés.
  § 4. Il est vérifié s'il a été satisfait aux conditions, telles que visées au paragraphe 1er, au moyen d'un rapport technique.
  Il est vérifié s'il a été satisfait aux conditions, telles que visées au paragraphe 2, au moyen d'un rapport technique et d'un examen du sol d'accueil.
  La nettoyabilité, telle que visée au paragraphe 2, 5°, dernière phrase, et la valorisation, telle que visée au paragraphe 3, sont évaluées conformément à un code de bonne pratique, qui est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1

  
Art. 162. [1 Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 161, kunnen bodemmaterialen alleen als bodem worden gebruikt onder de drie volgende voorwaarden :
  1° het gehalte aan stenen die niet van nature aanwezig zijn, bedraagt maximaal vijf massaprocent;
  2° de afmeting van de stenen die niet van nature aanwezig zijn, is niet groter dan vijftig millimeter. Voor de opvulling van een groeve, graverij, uitgraving of andere put, vergund conform rubriek 60 van bijlage 1 van VLAREM II, kunnen, behalve voor de bovenste laag van 150 centimeter, de stenen die niet van nature aanwezig zijn, een afmeting van maximaal tweehonderd millimeter hebben, op voorwaarde dat het gehalte aan die grotere stenen maximaal één massaprocent bedraagt;
  3° het gehalte aan andere bodemvreemde materialen bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent.]1

  
Art. 162. [1 Sans préjudice de l'application des conditions, telles que visées à l'article 161, les matériaux de sol ne peuvent être utilisés comme sol que sous les trois conditions suivantes :
  1° la teneur du sol en pierres non indigènes, s'élève à au maximum cinq pour cent en masse ;
  2° la taille des pierres non indigènes, n'excède pas les cinquante millimètres. Pour le remblayage d'une carrière, minière, excavation ou autre puits, autorisé sur la base de la rubrique 60 de l'annexe 1re du VLAREM II, les pierres non indigènes, à l'exception de la couche supérieure de 150 centimètres, peuvent avoir une taille d'au maximum deux cents millimètres, à condition que la teneur en ces pierres plus grandes s'élève à au maximum un pour cent en masse ;
  3° la teneur en autres matériaux étrangers au sol s'élève à au maximum un pour cent en masse et en volume.]1

  
B. [1 Gebruik binnen een kadastrale werkzone]1
B. [1 Utilisation au sein d'une zone de travail cadastrale]1
Art. 163. [1 [2 Een kadastrale werkzone wordt afgebakend conform een code van goede praktijk die wordt ingevuld op basis van kenmerken die een betekenisvol effect hebben op het milieu, of die een betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden." vervangen door de zin "Een kadastrale werkzone wordt afgebakend conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]2. De code van goede praktijk voor de afbakening van een kadastrale werkzone wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.]1
  
Art. 163. [1 [2 Une zone de travail cadastrale est délimitée conformément à un code de bonne pratiquez qui est arrêté par le ministre sur la proposition de la Société publique des Déchets de la Région flamande (OVAM)]2. Le code de bonne pratique pour la délimitation d'une zone de travail cadastrale est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1
  
Art. 164. [1 In afwijking van artikel 161, § 2, en artikel 162 is het gebruik van bodemmaterialen als bodem binnen een kadastrale werkzone toegestaan onder de volgende voorwaarden :
  1° bodemmaterialen met concentraties van stoffen die lager zijn dan of gelijk zijn aan 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de ontvangende grond wordt ingedeeld conform de bepalingen van bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen binnen de kadastrale werkzone vrij worden gebruikt;
  2° bodemmaterialen met concentraties van stoffen die hoger zijn dan 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de ontvangende grond wordt ingedeeld conform de bepalingen van bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, of waarvan men weet of redelijkerwijs kan aannemen dat ze verontreinigende stoffen bevatten die niet vermeld zijn in de voormelde bijlage IV, kunnen binnen de kadastrale werkzone gebruikt worden onder de volgende voorwaarden :
  a) het gebruik van de bodemmaterialen veroorzaakt geen bijkomende verontreiniging van het grondwater;
  b) de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen levert geen bijkomend risico op;
  c) de bodemmaterialen worden gebruikt conform een code van goede praktijk. De code van goede praktijk voor het gebruik van bodemmaterialen binnen een kadastrale werkzone wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 164. [1 Par dérogation à l'article 161, § 2 et à l'article 162, l'utilisation de matériaux de sol comme sol endéans une zone de travail cadastrale est autorisée sous les conditions suivantes :
  1° des matériaux de sol présentant des concentrations de substances inférieures ou égales à 80% des normes d'assainissement de sol correspondantes du type d'affectation dans lequel le sol d'accueil est classé conformément aux dispositions de l'annexe IV, jointe au présent arrêté, peuvent être librement utilisés endéans la zone de travail cadastrale ;
  2° des matériaux de sol présentant des concentrations de substances supérieures à 80% des normes d'assainissement de sol correspondantes du type d'affectation dans lequel le sol d'accueil est classé conformément aux dispositions de l'annexe IV, jointe au présent arrêté, ou dont on peut raisonnablement assumer qu'ils contiennent des substances polluantes qui ne sont pas mentionnées dans l'annexe IV, peuvent être utilisés endéans la zone de travail cadastrale sous les conditions suivantes :
  a) l'utilisation des matériaux de sol ne cause pas de pollution supplémentaire des eaux souterraines ;
  b) la possible exposition aux substances polluantes n'engendre pas de risque supplémentaire ;
  c) les matériaux de sol sont utilisés conformément à un code de bonne pratique. Le code de bonne pratique pour l'uilisation de matériaux de sol endéans une zone de travail cadastrale est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1

  
Art. 165. [1 Met behoud van de toepassing artikel 164 kunnen bodemmaterialen alleen als bodem worden gebruikt binnen een kadastrale werkzone onder de volgende twee voorwaarden :
  1° het gehalte aan stenen en steenachtig materiaal dat niet van nature aanwezig is, bedraagt maximaal vijfentwintig massaprocent;
  2° het gehalte aan andere bodemvreemde materialen dan stenen of steenachtig materiaal bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent.]1

  
Art. 165. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 164 les matériaux de sol ne peuvent être utilisés comme sol endéans une zone de travail cadastrale que sous les deux conditions suivantes:
  1° la teneur du sol en pierres et en matière pierreuse non indigènes, s'élève à au maximum vingt-cinq pour cent en masse ;
  2° la teneur en matière étrangère au sol autre que les pierres ou la matière pierreuse s'élève à au maximum un pour cent en masse et en volume.]1

  
C. [1 Gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse]1
C. [1 Utilisation dans une zone pour utilisation sur place]1
Art. 166. [1 Een zone voor gebruik ter plaatse wordt afgebakend conform een code van goede praktijk. De code van goede praktijk om een zone af te bakenen voor gebruik ter plaatse, wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.
  Een zone voor gebruik ter plaatse kan worden afgebakend voor :
  1° de aanleg of het herstel van nutsleidingen;
  2° het herstel van oevers en dijkprofielen;
  3° het gebruik van uitgegraven teelaarde in vergunde ontginningen;
  4° het herstel van stranden en duinen na noodweer;
  5° archeologisch onderzoek.]1

  
Art. 166. [1 Une zone pour utilisation sur place est délimitée conformément à un code de bonne pratique. Le code de bonne pratique pour délimiter une zone pour utilisation sur place, est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.
  Une zone pour utilisation sur place peut être délimitée pour :
  1° l'aménagement ou la réparation d'équipements d'utilité publique ;
  2° la réparation de berges et de profils de digues ;
  3° l'utilisation de terreau extrait dans des exploitations autorisées ;
  4° la réparation de plages et de dunes après des intempéries ;
  5° des fouilles archéologiques.]1

  
Art. 167. [1 In afwijking van artikel 161 en 162 kunnen bodemmaterialen binnen een zone voor gebruik ter plaatse gebruikt worden conform een code van goede praktijk. De code van goede praktijk voor het gebruik van bodemmaterialen binnen een zone voor gebruik ter plaatse wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.]1
  
Art. 167. [1 Par dérogation aux articles 161 et 162 les matériaux de sol peuvent être utilisés endéans une zone pour utilisation sur place conformément à un code de bonne pratique. Le code de bonne pratique pour l'utilisation de matériaux de sol endéans une zone pour utilisation sur place est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1
  
Onderafdeling III. - [1 Gebruik van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product]1
Sous-section III. - [1 Utilisation de matériaux de sol pour utilisation du sol en construction ou dans un produit solide]1
A. [1 Algemeen gebruik]1
A. [1 Utilisation générale]1
Art. 168. [1 § 1. Bodemmaterialen die concentraties van stoffen bevatten die lager zijn dan of gelijk zijn aan de waarden, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product.
  § 2. Bodemmaterialen die concentraties van stoffen bevatten die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, op voorwaarde dat de concentraties van stoffen in de bodemmaterialen lager zijn dan of gelijk zijn aan de waarden, vermeld in bijlage VI, die bij dit besluit is gevoegd.
  Als de bodemmaterialen concentraties van stoffen bevatten die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage VI, die bij dit besluit is gevoegd, worden de bodemmaterialen gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen. Als de bodemmaterialen niet kunnen worden gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen, worden ze beheerd conform de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  Als de bodemmaterialen concentraties van een zwaar metaal of een metalloïde bevatten die hoger zijn dan de waarde, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen bodemmaterialen alleen worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product onder de aanvullende voorwaarde dat de uitloogbaarheidswaarde van dat zware metaal of dat metalloïde in de uitgegraven bodem lager is dan of gelijk is aan de uitloogbaarheidswaarde, vermeld in bijlage VII, die bij dit besluit is gevoegd.
  § 3. Bodemmaterialen waarvan men weet of redelijkerwijs kan aannemen dat ze verontreinigende stoffen bevatten die niet vermeld zijn in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product onder de volgende twee voorwaarden :
  1° het gebruik van de bodemmaterialen veroorzaakt geen bijkomende verontreiniging van het grondwater;
  2° de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen levert geen bijkomend risico op.
  Als de bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, worden de bodemmaterialen gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen. Als de bodemmaterialen niet kunnen worden gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen, worden de bodemmaterialen beheerd conform de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 3 kan bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt niet valoriseerbaar is om te gebruiken voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, worden verwijderd conform de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Het potentieel tot valorisatie van bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt geschikt is, wordt bepaald op basis van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen.
  § 5. Er wordt nagegaan of aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 tot en met paragraaf 3, is voldaan aan de hand van een technisch verslag.
  De reinigbaarheid, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, laatste zin, en de valorisatie, vermeld in paragraaf 4, worden beoordeeld conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 168. [1 § 1er. Les matériaux de sol présentant des concentrations de substances inférieures ou égales aux valeurs, mentionnées à l'annexe V, peuvent être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide.
  § 2. Les matériaux de sol présentant des concentrations de substances supérieures aux valeurs, mentionnées à l'annexe V, jointe au présent arrêté, peuvent être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide, à condition que les concentrations de substances dans les matériaux de sol sont inférieures ou égales aux valeurs, visées à l'annexe VI, jointe au présent arrêté.
  Si les matériaux de sol contiennent des concentrations de substances supérieures aux valeurs, visées à l'annexe VI, jointe au présent arrêté, les matériaux de sol sont nettoyés au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés. Si les matériaux de sol ne peuvent pas être nettoyés au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés, ils sont gérés conformément aux dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
  Si les matériaux de sol contiennent des concentrations d'un métal lourd ou d'un métalloïde supérieures à la valeur, telle que visée à l'annexe V, jointe au présent arrêté, ces matériaux de sol peuvent uniquement être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide sous la condition complémentaire que le taux de lixiviation de ce métal lourd ou de ce métalloïde dans les terres excavées soit inférieur ou égal au taux de lixiviation mentionné à l'annexe VII, jointe au présent arrêté.
  § 3. Les matériaux de sol dont on sait ou dont on peut raisonnablement assumer qu'ils contiennent des substances polluantes qui ne sont pas mentionnées à l'annexe V, jointe au présent arrêté, peuvent être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide sous les deux conditions suivantes :
  1° l'utilisation des matériaux de sol ne cause pas de pollution supplémentaire des eaux souterraines ;
  2° la possible exposition aux substances polluantes n'engendre pas de risque supplémentaire.
  Si les matériaux de sol pour l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide ne répondent pas aux conditions, visées à l'alinéa premier, les matériaux de sol sont nettoyés au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés. Si les matériaux de sol ne peuvent pas être nettoyés au moyen des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés, les matériaux de sol sont gérés conformément aux dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
  § 4. Par dérogation aux paragraphes 1er au 3, les boues de dragage et de vidange qui ne peuvent pas être valorisées à des fins de constructions ou à des fins environnementales pour les utiliser dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide, sont enlevées conformément aux dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets. La fraction des boues de dragage et de vidange qui peut potentiellement être valorisée à des fins de constructions ou à des fins environnementales, est déterminée sur la base des meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessivement élevés.
  § 5. Il est vérifié s'il a été satisfait aux conditions, telles que visées aux paragraphes 1er au 3 au moyen d'un rapport technique.
  La nettoyabilité, telle que visée au paragraphe 3, alinéa deux, dernière phrase, et la valorisation, telle que visée au paragraphe 4, sont évaluées conformément à un code de bonne pratique, qui est arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1

  
Art. 169. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 168 kunnen bodemmaterialen alleen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product worden gebruikt onder de twee volgende voorwaarden :
  1° het gehalte aan stenen en steenachtige materialen die niet van nature aanwezig zijn, bedraagt maximaal vijfentwintig massaprocent;
  2° het gehalte aan andere bodemvreemde materialen dan stenen of steenachtig materiaal bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent.]1

  
Art. 169. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 168 des matériaux de sol peuvent uniquement être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide sous les deux conditions suivantes :
  1° la teneur du sol en pierres et en matière pierreuse non indigènes, s'élève à au maximum vingt-cinq pour cent en masse ;
  2° la teneur en matière étrangère au sol autre que les pierres ou la matière pierreuse s'élève à au maximum un pour cent en masse et en volume.]1

  
Art. 170. [1 Bodemmaterialen die concentraties van een zwaar metaal of een metalloïde bevatten die hoger zijn dan de waarde, vermeld in bijlage V, die bij dit besluit is gevoegd, en die niet voldoen aan de aanvullende voorwaarde voor uitloging, vermeld in artikel 168, § 2, derde lid, kunnen toch worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product onder de volgende twee voorwaarden :
  1° het gebruik van de bodemmaterialen veroorzaakt geen bijkomende verontreiniging van het grondwater;
  2° de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen levert geen bijkomend risico op.
  Aan de hand van een aanvullend onderzoek dat ter beoordeling en goedkeuring aan de OVAM wordt bezorgd, wordt nagegaan of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. Het aanvullende onderzoek wordt opgemaakt conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 170. [1 Les matériaux de sol présentant des concentrations d'un métal lourd ou d'un métalloïde supérieures à la valeur, telle que visée à l'annexe V, jointe au présent arrêté, et qui ne répondent pas à la condition complémentaire relative à la lixiviation, telle que visée à l'article 168, § 2, alinéa trois, peuvent toutefois être utilisés dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide sous les deux conditions suivantes :
  1° l'utilisation des matériaux de sol ne cause pas de pollution supplémentaire des eaux souterraines ;
  2° la possible exposition aux substances polluantes n'engendre pas de risque supplémentaire.
  Il est vérifié s'il a été satisfait aux conditions, telles que visées à l'alinéa premier, au moyen d'un examen complémentaire qui est soumis à l'évaluation et à l'approbation de l'OVAM. L'examen complémentaire est rédigé conformément au code de bonne pratique arrêté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1

  
Art. 171. [1 De minister stelt, op voorstel van de OVAM, een lijst vast van toepassingen van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik waarin de functie van de bodemmaterialen duidelijk te onderscheiden is van de functie van de onderliggende of omringende bodem.
  De minister stelt, op voorstel van de OVAM, een lijst vast van toepassingen van bodemmaterialen in een vormvast product.
  Het gebruik van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product die niet in de lijsten, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn vermeld, kan toch in aanmerking genomen worden op voorwaarde dat de ontvanger aan de hand van een onderzoeksverslag aantoont dat de functie van de bodemmaterialen duidelijk te onderscheiden is van de functie van de onderliggende of omringende bodem. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 171. [1 Sur proposition de l'OVAM, le Ministre établit une liste d'applications de matériaux de sol dans le cadre de l'utilisation du sol en construction dans lesquelles la fonction des matériaux de sol peut clairement être distinguée de la fonction du sol sous-jacent ou environnant.
  Sur proposition de l'OVAM, le Ministre établit une liste d'applications de matériaux de sol dans un produit solide.
  L'utilisation de matériaux de sol dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide qui ne se trouve pas dans les listes, visées aux alinéas premier et deux, peut toutefois être considérée à condition que le receveur démontre au moyen d'un rapport d'examen que la fonction des matériaux de sol peut être clairement distinguée de la fonction du sol sous-jacent ou environnant. L'examen est réalisé conformément à un code de bonne pratique établi par le ministre sur la proposition de l'OVAM.]1

  
B. [1 Gebruik binnen een kadastrale werkzone]1
B. [1 Utilisation au sein d'une zone de travail cadastrale]1
Art. 172. [1 In afwijking van artikel 168 kunnen bodemmaterialen die voldoen aan de voorwaarden voor gebruik als bodem binnen de kadastrale werkzone, vermeld in artikel 164 en 165, voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product worden gebruikt binnen de kadastrale werkzone.]1
  
Art. 172. [1 Par dérogation à l'article 168, les matériaux de sol qui répondent aux conditions pour leur utilisation comme sol endéans la zone de travail cadastrale, visée dans les articles 164 et 165, dans le cadre de l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide, peuvent être utilisés endéans la zone de travail cadastrale.]1
  
Afdeling IV. - [1 Traceerbaarheid van bodemmaterialen]1
Section IV. - [1 Traçabilité des matériaux de sol]1
Onderafdeling I. - [1 Verplichtingen]1
Sous-section Ire. - [1 Obligations]1
A. [1 Algemeen]1
A. [1 Généralités]1
Art. 173. [1 Voor het gebruik van bodemmaterialen als bodem en voor het gebruik van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik en in een vormvast product wordt een technisch verslag opgemaakt en worden een grondverzettoelating en een bodembeheerrapport uitgereikt, behalve in de volgende gevallen :
  1° de bodemmaterialen zijn afkomstig van een niet-verdachte grond en het volume bodemmaterialen dat uitgegraven, gebaggerd of geruimd wordt of afkomstig is van het triëren en wassen van een oogst uit de vollegrond, bedraagt minder dan 250 m3;
  2° de bodemmaterialen zijn afkomstig van een verdachte grond, het volume bodemmaterialen dat uitgegraven, gebaggerd of geruimd wordt, bedraagt minder dan 250 m3 en de bodemmaterialen worden binnen de kadastrale werkzone gebruikt volgens de code van goede praktijk over het gebruik van bodemmaterialen binnen een kadastrale werkzone;
  3° de bodemmaterialen worden binnen de zone voor het gebruik ter plaatse opnieuw gebruikt volgens de code van goede praktijk over het gebruik van bodemmaterialen binnen een zone voor het gebruik ter plaatse;
  4° de bodemmaterialen worden uitgegraven, gebaggerd of geruimd in het kader van de uitvoering van een bodemsaneringsproject en worden gebruikt volgens de voorwaarden van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject.
  In afwijking van de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt toch een technisch verslag opgemaakt en worden een grondverzettoelating en een bodembeheerrapport uitgereikt als de bodemmaterialen afkomstig zijn van een partij die is samengesteld uit verschillende kleine partijen uitgegraven bodem, bagger- en ruimingsspecie of bentonietslib die van herkomst verschillen, en als het totale volume van de samengestelde partij bodemmaterialen groter is of was dan 250 m3.]1

  
Art. 173. [1 Pour l'utilisation de matériaux de sol comme sol et pour l'utilisation de matériaux de sol dans le cadre de l'utilisation du sol en construction et dans un produit solide, un rapport technique est rédigé et une autorisation de terrassement et un rapport de gestion du sol sont délivrés, sauf dans les cas suivants :
  1° les matériaux de sol proviennent d'un sol non-suspect et le volume de matériaux de sol excavé, dragué ou vidangé ou provenant du tri et du lavage d'une récolte de pleine terre, s'élève à moins de 250 m3;
  2° les matériaux de sol proviennent d'un terrain suspect, le volume des matériaux de sol excavé, dragué ou vidangé est inférieur à 250 m3 et les matériaux de sol sont utilisés au sein de la zone de travail cadastrale selon le code de bonne pratique relative à l'utilisation des matériaux de sol au sein d'une zone de travail cadastrale ;
  3° les matériaux de sol sont réutilisés au sein de la zone pour l'utilisation sur place selon un code de bonne pratique relative à l'utilisation de matériaux de sol endéans une zone pour l'utilisation sur place ;
  4° les matériaux de sol sont excavés, dragués ou vidangés dans le cadre de la mise en oeuvre d'un projet d'assainissement du sol et sont utilisés conformément aux conditions de l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol.
  Par dérogation aux cas, visés dans l'alinéa premier, 1° et 2°, il est toutefois établi un rapport technique et des autorisations de terrassement et un rapport de gestion du sol sont toutefois délivrés si les matériaux de sol proviennent d'un lot constitué de divers petits lots de sol excavé, de boues de dragage et de vidange ou de boues de bentonite de provenance diverse et si le volume total du lot composé de matériaux de sol est ou était supérieur à 250 m3.]1

  
Art. 173/1. [1 § 1. Voor de werken waarvoor een technisch verslag moet worden opgemaakt, maar waarbij dat technisch verslag pas na de uitvoering van de werken in een tussentijdse opslagplaats, een grondreinigingscentrum of een inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie wordt opgemaakt, wordt het transport van de bodemmaterialen gemeld aan de erkende bodembeheerorganisatie conform de procedure, vermeld in artikel 190, § 2, eerste lid.
  Voor de werken waarvoor geen technisch verslag moet worden opgemaakt, wordt het transport van de bodemmaterialen gemeld aan de erkende bodembeheerorganisatie conform de procedure, vermeld in artikel 200. Als de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, beschikt de uitvoerder over de verklaring van de bouwheer dat er geen technisch verslag opgemaakt hoeft te worden.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het transport met voertuigen of voertuigcombinaties met een maximaal toegelaten massa van minder dan 3,5 ton niet worden gemeld aan de erkende bodembeheerorganisatie.
  § 3. Voor de georganiseerde regelmatige afvoer naar een vaste vergunde inrichting van bodemmaterialen, afkomstig van werken aan nutsvoorzieningen, kan de melding gedaan worden in de vorm van een onderlinge overeenkomst met de erkende bodembeheerorganisatie.
  Voor de georganiseerde regelmatige afvoer van grondbrij kan de melding gedaan worden in de vorm van een onderlinge overeenkomst met de erkende bodembeheerorganisatie.]1

  
Art. 173/1. [1 § 1er. Pour les travaux faisant l'objet d'un rapport technique qui ne peut toutefois être rédigé qu'après l'exécution des travaux dans un dépôt provisoire, un centre de nettoyage de terres ou dans un établissement pour dépôt et traitement de boues de dragage ou de vidange, le transport des matériaux de sol est communiqué à l'organisation agréée de gestion du sol, conformément à la procédure, telle que visée à l'article 190, § 2, alinéa premier.
  Pour les travaux ne faisant pas l'objet d'un rapport technique, le transport des matériaux de sol est communiqué à l'organisation agréée de gestion du sol, conformément à la procédure, telle que visée à l'article 200. Si la rédaction d'un rapport technique n'est pas obligatoire, l'exécutant dispose de la déclaration du maître d'ouvrage comme quoi il n'est pas nécessaire de rédiger un rapport technique.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le transport au moyen de véhicules ou de combinaisons de véhicules d'une masse maximale autorisée de moins de 3,5 tonnes, ne doit pas être communiqué à l'organisation agréée de gestion du sol.
  § 3. En ce qui concerne l'enlèvement régulier organisé vers un établissement autorisé fixe de matériaux de sol provenant de travaux aux équipements d'utilité publique, la communication peut prendre la forme d'un accord mutuel avec l'organisation agréée de gestion du sol.
  En ce qui concerne l'enlèvement régulier organisé de sol pâteux, la communication peut prendre la forme d'un accord mutuel avec l'organisation agréée de gestion du sol.]1

  
Art. 174. [1 De initiatiefnemer van de werken neemt de nodige maatregelen opdat het technisch verslag en de conformverklaring ervan deel uitmaken van de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag of de contractuele documenten.]1
  
Art. 174. [1 L'initiateur des travaux prend les mesures nécessaires pour que le rapport technique et sa déclaration de conformité forment partie des documents d'adjudication, de la demande d'offre ou des documents contractuels.]1
  
Art. 174/1. [1 Voor de uitvoering van de werken, vermeld in artikel 173, en voor het transport van de bodemmaterialen is de uitvoerder van de werken en de vervoerder van bodemmaterialen aangemeld bij een erkende bodembeheerorganisatie.
  Voor de opslag en de behandeling van bodemmaterialen is de tussentijdse opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie aangemeld bij een erkende bodembeheerorganisatie.
  De aanmelding bij een erkende bodembeheerorganisatie wordt gedaan met de volgende administratieve gegevens : naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres, voor Belgische ondernemingen het ondernemingsnummer en voor buitenlandse ondernemingen het btw-nummer.]1

  
Art. 174/1. [1 Pour l'exécution des travaux, visés à l'article 173 et pour le transport des matériaux de sol, l'exécutant des travaux et le transporteur des matériaux de sol sont enregistrés auprès d'une organisation agréée de gestion du sol.
  Pour le dépôt et le traitement de matériaux de sol, le dépôt provisoire, le centre de nettoyage des terres ou l'établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange sont enregistrés auprès d'une organisation agréée de gestion du sol.
  L'enregistrement auprès d'une organisation agréée de gestion du sol est effectuée au moyen des données administratives suivantes : nom, rue et numéro, code postal et localité, pays, numéro de téléphone, numéro de télécopie, personne de contact, adresse électronique, numéro d'entreprise pour les entreprises belges et numéro de TVA pour les entreprises étrangères.]1

  
B. [1 Opmaak van het technisch verslag]1
B. [1 Etablissement du rapport technique]1
Art. 175. [1 De verplichting om het technisch verslag op te maken berust bij de initiatiefnemer van de werken.
  De verplichting om het technisch verslag op te maken kan door de volgende inrichtingen worden overgenomen :
  1° een vergunde inrichting als vermeld in subrubriek 20.3.5 of rubriek 30 van bijlage 1 van VLAREM II, voor de bodemmaterialen die die inrichting aanvaard heeft met het oog op de verwerking ervan;
  2° een grondreinigingscentrum, vergund conform de bepalingen van de bevoegde overheid, voor de bodemmaterialen die dat centrum aanvaard heeft met het oog op de reiniging ervan;
  3° een tussentijdse opslagplaats, waarbij aan de vergunnings- of meldingsplicht voldaan is, voor bodemmaterialen die die opslagplaats aanvaard heeft;
  4° een inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie, vergund conform de bepalingen van de bevoegde overheid, voor de bagger- en ruimingsspecie die die inrichting aanvaard heeft.]1

  
Art. 175. [1 L'obligation d'établir le rapport technique repose chez l'initiateur des travaux.
  L'obligation d'établir le rapport technique peut être reprise par les établissements suivants :
  1° un établissement autorisé, tel que visé dans la sous-rubrique 20.3.5 ou dans la rubrique 30 de l'annexe 1ère de VLAREM II, pour les matériaux de sol que cet établissement a acceptés en vue de leur traitement ;
  2° un centre de nettoyage des terres, autorisé conformément aux dispositions de l'autorité compétente, pour les matériaux de sol que ce centre a acceptés en vue de leur nettoyage ;
  3° un dépôt intermédiaire qui a satisfait à l'obligation d'autorisation ou de déclaration pour les matériaux de sol que ce dépôt a acceptés ;
  4° un établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange, autorisé conformément aux dispositions de l'autorité compétente, pour les boues de dragage et de vidange que cet établissement a acceptés.]1

  
Art. 176. [1 Het technisch verslag wordt opgemaakt voordat de bodemmaterialen worden gebruikt.]1
  
Art. 176. [1 Le rapport technique est établi avant que les matériaux de sol ne soient utilisés.]1
  
C. [1 Opmaak van de studie van de ontvangende grond]1
C. [1 Réalisation de l'étude du terrain d'accueil]1
Art. 177. [1 Voor het gebruik van bodemmaterialen als bodem conform artikel 161, § 2, wordt een studie van de ontvangende grond opgemaakt.]1
  
Art. 177. [1 Pour l'utilisation de matériaux de sol comme sol conformément à l'article 161, § 2, une étude du terrain d'accueil est réalisée.]1
  
Art. 178. [1 De verplichting om de studie van de ontvangende grond op te maken berust bij de eigenaar, de exploitant of de gebruiker van de ontvangende grond, die opdracht heeft gegeven tot het gebruik van de bodemmaterialen op de ontvangende grond.]1
  
Art. 178. [1 L'obligation de réaliser une étude du terrain d'accueil incombe au propriétaire, à l'exploitant ou à l'utilisateur du terrain d'accueil, qui a donné l'ordre d'utiliser les matériaux de sol sur le terrain d'accueil.]1
  
Art. 179. [1 De studie van de ontvangende grond wordt opgemaakt voordat de bodemmaterialen op de ontvangende grond gebruikt worden.]1
  
Art. 179. [1 L'étude du sol d'accueil est rédigée avant que les matériaux de sol ne soient utilisés sur le sol d'accueil.]1
  
Onderafdeling II. - [1 Documenten]1
Sous-section II. - [1 Documents ]1
A. [1 Technisch verslag]1
A. [1 Rapport technique]1
Art. 180. [1 Het technisch verslag wordt [2 onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige opgemaakt op basis van een representatieve bemonstering en ingediend]2 volgens de standaardprocedure voor de opmaak van een technisch verslag die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.
  Het technisch verslag bevat al de volgende gegevens :
  1° de identificatie van de grond waar de bodemmaterialen uitgegraven, gebaggerd of geruimd worden;
  2° de identiteit van de eigenaar van de grond of de beheerder van de waterloop waar de bodemmaterialen uitgegraven, gebaggerd of geruimd worden;
  3° het adres van de inrichting en de identiteit van de exploitant van de inrichting waar de grondbrij vrijkwam;
  4° het adres van de inrichting en de identiteit van de exploitant van de inrichting waar de bodemmaterialen in afwachting van het gebruik ervan opgeslagen zijn;
  5° het historische onderzoek van de grond;
  6° een motivering van de verdachte parameters in de bodemmaterialen;
  7° de identiteit van de initiatiefnemer van de werken;
  8° een duidelijke omschrijving van de werken;
  9° de karakterisering van de andere materialen dan de bodemmaterialen die tijdens de uitvoering van de werken vrijkomen;
  10° het zoneringsplan en de opmetingstabel, als dat van toepassing is;
  11° het verslag van de bemonstering en het verslag van de analyse van representatieve mengmonsters met vermelding van de naam van het laboratorium;
  12° de verklaring van de bodemsaneringsdeskundige dat de bodemmaterialen bemonsterd en geanalyseerd zijn overeenkomstig de bepalingen van dit besluit;
  13° de volgende gegevens, als de bodemmaterialen binnen de kadastrale werkzone gebruikt worden :
  a) de afbakening van de kadastrale werkzone;
  b) de voorwaarden waaronder de bodemmaterialen binnen de kadastrale werkzone gebruikt mogen worden, als dat van toepassing is;
  c) de voorwaarden voor de tussentijdse opslag van de bodemmaterialen, als dat van toepassing is;
  14° het gehalte aan stenen, steenachtig materiaal en andere bodemvreemde materialen in de bodemmaterialen;
  15° de interpretatie en de besluiten op basis van de bemonstering en de analyseresultaten. Om bij de uitvoering van de werken een gesloten volumebalans voor de vrijgekomen bodemmaterialen en andere materialen te kunnen opmaken, wordt het volume van de deelpartijen die niet in aanmerking komen voor gebruik conform de bepalingen voor het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII van dit besluit, mee opgenomen in de besluitvorming van het technisch verslag;
  16° de voorwaarden en uitvoeringsbepalingen waaronder de bodemmaterialen kunnen worden uitgegraven, gebaggerd of geruimd;
  17° de voorwaarden en uitvoeringsbepalingen waaronder de bodemmaterialen kunnen worden gebruikt;
  18° de inschatting van het potentieel van de uit te graven bodem om als alternatief voor een primaire oppervlaktedelfstof in aanmerking te komen, als het gaat om grondwerken waarbij meer dan 2500 m3 dieper dan 2 m-mv uitgegraven wordt.]1

  
Art. 180. [1 Le rapport technique est rédigé sous la direction d'un expert en assainissement du sol sur la base d'un échantillonnage représentatif [2 et introduit]2 selon la procédure standard pour l'établissement d'un rapport technique arrêtée par le ministre sur la proposition de l'OVAM.
  Le rapport technique comprend toutes les données suivantes :
  1° l'identification du sol où les matériaux de sol sont excavés, dragués ou vidangés ;
  2° l'identification du propriétaire du sol ou du gestionnaire du cours d'eau où les matériaux de sol sont excavés, dragués ou vidangés ;
  3° l'adresse de l'établissement et l'identité de l'exploitant de l'établissement d'où le sol pâteux a été dégagé ;
  4° l'adresse de l'établissement et l'identité de l'exploitant de l'établissement où les matériaux de sol ont été entreposés dans l'attente de leur utilisation ;
  5° l'examen historique du sol ;
  6° une motivation des paramètres suspects dans les matériaux de sol ;
  7° l'identité de l'initiateur des travaux ;
  8° une description claire des travaux ;
  9° la caractérisation des matériaux autres que les matériaux de sol qui sont exposés au cours de l'exécution des travaux ;
  10° le plan de zonage et le tableau de mesurage, si d'application ;
  11° le rapport de l'échantillonnage et le rapport de l'analyse d'échantillons mélangés représentatifs, avec mention du nom du laboratoire ;
  12° la déclaration de l'expert en assainissement du sol que les matériaux de sol ont été échantillonnés et analysés conformément aux dispositions du présent arrêté ;
  13° les données suivantes, si les matériaux de sol sont utilisés endéans la zone de travail cadastrale :
  a) la délimitation de la zone de travail cadastrale ;
  b) les conditions sous lesquelles les matériaux de sol peuvent être utilisés endéans la zone de travail cadastrale, si d'application ;
  c) les conditions de dépôt provisoire des matériaux de sol, si d'application ;
  14° la teneur en pierres, en matière pierreuse et en autres matériaux étrangers au sol dans les matériaux de sol ;
  15° l'interprétation et les conclusions sur la base de l'échantillonnage et des résultats d'analyse. Afin de pouvoir établir un bilan volumique clôturé pour les matériaux de sol et autres matériaux exposés au cours de l'exécution des travaux, le volume des lots partiels qui ne peuvent pas être utilisés conformément aux dispositions relatives à l'utilisation et à la traçabilité de matériaux de sol, visées au titre III, chapitre XIII du présent arrêté, n'est pas repris dans les conclusions du rapport technique ;
  16° les conditions et les dispositions d'exécution sous lesquelles les matériaux de sol peuvent être excavés, dragués ou vidangés ;
  17° les conditions et les dispositions d'exécution sous lesquelles les matériaux de sol peuvent être utilisés ;
  18° l'estimation du potentiel du sol à excaver pour être éligible comme alternative à un minerai de surface primaire, dans le cas de travaux de terrassement au cours desquels les excavations sont effectuées à une profondeur de plus de 2500 m3 en-dessous de 2 m-du niveau du sol.]1

  
B. [1 Studie van de ontvangende grond]1
B. [1 Etude du sol d'accueil]1
Art. 181. [1 § 1. De studie van de ontvangende grond wordt opgemaakt [2 en ingediend]2 onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige volgens een standaardprocedure die de minister op voorstel van de OVAM vaststelt.
  § 2. De studie van de ontvangende grond bepaalt op basis van de kenmerken van de ontvangende grond de kenmerken waaraan de aangevoerde bodemmaterialen moeten voldoen opdat het gebruik ervan als bodem geen bijkomende verontreiniging in het grondwater veroorzaakt en mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen bijkomend risico oplevert op de ontvangende grond.
  De studie van de ontvangende grond voor de opvulling van een groeve, graverij, uitgraving of andere put, opgemaakt in opdracht van de exploitant of eigenaar, vormt onderdeel van de vergunningsaanvraag voor de inrichting, vermeld in rubriek 60 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. In de studie worden de milieukenmerken van de bodemmaterialen geëvalueerd afhankelijk van de milieukenmerken van de ontvangende grond.
  § 3. De studie van de ontvangende grond bevat al de volgende gegevens :
  1° de identificatie van de ontvangende grond;
  2° de identiteit van de eigenaar, de exploitant en de gebruiker van de ontvangende grond;
  3° de voorwaarden waaronder de te aanvaarden bodemmaterialen op de ontvangende grond kunnen worden gebruikt.]1

  
Art. 181. [1 § 1er. L'étude du sol d'accueil est réalisée [2 et introduite]2 sous la direction d'un expert en assainissement du sol selon une procédure standard arrêtée par le Ministre sur la proposition de l'OVAM.
  § 2. L'étude du sol d'accueil détermine, sur la base des caractéristiques du sol d'accueil, les caractéristiques auxquelles les matériaux de sol acheminés doivent répondre pour que leur utilisation comme sol ne cause pas de pollution supplémentaire dans les eaux souterraines et que la possible exposition aux substances polluantes ne présente aucun risque supplémentaire sur le sol d'accueil.
  L'étude du sol d'accueil pour le remblayage d'une carrière, minière, excavation ou autre puits, rédigée pour le compte de l'exploitant ou du propriétaire, fait partie de la demande d'autorisation pour l'établissement, telle que visée dans la rubrique 60 de la liste de classification, visée dans l'article 5.2.1, § 1er du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. Dans l'étude les caractéristiques environnementales des matériaux de sol sont évaluées en fonction des caractéristiques environnementales du sol d'accueil.
  § 3. L'étude du sol d'accueil contient toutes les données suivantes :
  1° l'identification du sol d'accueil ;
  2° l'identité du propriétaire, de l'exploitant et de l'utilisateur du sol d'accueil ;
  3° les conditions sous lesquelles les matériaux de sol à accepter peuvent être utilisés sur le terrain d'accueil.]1

  
C. [1 Grondverzettoelating]1
C. [1 Autorisation de terrassement]1
Art. 182. [1 § 1. De grondverzettoelating wordt opgemaakt door een erkende bodembeheerorganisatie. De grondverzettoelating kan ook worden opgemaakt door een erkende tussentijdse opslagplaats, een erkend grondreinigingscentrum of een erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie, telkens voor de bodemmaterialen die de opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de inrichting aanvaard heeft.
  § 2. De grondverzettoelating wordt uitgereikt op basis van een duidelijke beschrijving van het beoogde gebruik van de bodemmaterialen en de verklaringen ter zake, zoals opgelegd in de conformverklaring van het technisch verslag.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt de grondverzettoelating bij de procedure kleine hoeveelheden, vermeld in artikel 197 tot en met 199, uitgereikt op basis van een verklaring dat de bodemmaterialen op verschillende bestemmingen geleverd zullen worden.
  De grondverzettoelating bevestigt het beoogde gebruik en staat toe dat de bodemmaterialen verplaatst worden naar de beoogde plaats van gebruik.
  § 3. De grondverzettoelating bevat al de volgende gegevens :
  1° de identiteit van de uitvoerder van de werken;
  2° de nodige verwijzingen naar het technisch verslag en de conformverklaring van het technisch verslag;
  3° de plaats van bestemming van de bodemmaterialen;
  4° een gedetailleerde beschrijving van het beoogde gebruik van de bodemmaterialen;
  5° de nodige verwijzingen naar de studie van de ontvangende grond, de acceptatievoorwaarden van een groeve of graverij, uitgraving of andere put, vergund conform rubriek 60 van bijlage 1 van VLAREM II, de gebruiksvoorwaarden van het conformiteitsattest van een bodemsaneringsproject, of de gebruiksvoorwaarden voor het gebruik voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, als dat van toepassing is;
  6° aanvullende voorwaarden en uitvoeringsbepalingen die afhankelijk zijn van het beoogde gebruik, als dat van toepassing is.]1

  
Art. 182. [1 § 1er. L'autorisation de terrassement est établie par une organisation agréée de gestion du sol. L'autorisation de terrassement peut également être établie par un dépôt provisoire agréé, par un centre agréé de nettoyage des terres ou par un établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange, respectivement pour les matériaux de sol que le dépôt, le centre de nettoyage des terres ou l'établissement a acceptés.
  § 2. L'autorisation de terrassement est délivrée sur la base d'une description claire de l'utilisation projetée des matériaux de sol et des déclarations y afférentes, telles qu'imposées dans la déclaration de conformité du rapport technique.
  Sans préjudice de l'application du premier alinéa, l'autorisation de terrassement dans le cas de la procédure applicable aux petites quantités, visée aux articles 197 à 199, est délivrée sur la base d'une déclaration que les matériaux de sol seront livrés à des destinations diverses.
  L'autorisation de terrassement confirme l'utilisation envisagée et autorise que les matériaux de sol sont déplacés vers leur endroit envisagé d'utilisation.
  § 3. L'autorisation de terrassement contient toutes les données suivantes :
  1° l'identité de l'exécutant des travaux ;
  2° les nécessaires références au rapport technique et à la déclaration de conformité du rapport technique ;
  3° le lieu de destination des matériaux de sol ;
  4° une description détaillée de l'utilisation envisagée des matériaux de sol ;
  5° les nécessaires références à l'étude du sol d'accueil, les conditions d'acceptation d'une carrière ou minière, excavation ou autre puits, autorisés conformément à la rubrique 60 de l'annexe 1ère de VLAREM II, les conditions d'utilisation de l'attestation de conformité d'un projet d'assainissement du sol, ou les conditions d'utilisation pour l'utilisation en construction ou dans un produit solide, si d'application ;
  6° des conditions et dispositions d'exécution complémentaires en fonction de l'utilisation envisagée, si applicable.]1

  
D. [1 Transportdocument]1
D. [1 Document de transport]1
Art. 183. [1 Het transportdocument wordt opgemaakt door een van de volgende personen :
  1° de vervoerder;
  2° de uitvoerder van de werken;
  3° de tussentijdse opslagplaats;
  4° het grondreinigingscentrum;
  5° de inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie.
  Het transportdocument bevat al de volgende gegevens :
  1° de identiteit van de uitvoerder van de werken, als dat van toepassing is;
  2° de identiteit van de vervoerder;
  3° de datum van transport van de bodemmaterialen;
  4° de plaats van oorsprong van de bodemmaterialen;
  5° de plaats van bestemming van de bodemmaterialen;
  6° de hoeveelheid bodemmaterialen;
  7° de nodige verwijzingen naar de grondverzettoelating, als dat van toepassing is.
  De uitvoerder van de werken bewaart het volledig ingevulde transportdocument gedurende minstens vijf jaar.]1

  
Art. 183. [1 Le document de transport est rédigé par une des personnes suivantes :
  1° le transporteur ;
  2° l'exécutant des travaux ;
  3° le dépôt provisoire ;
  4° le centre de nettoyage des terres ;
  5° l'établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange.
  Le document de transport comprend toutes les données suivantes :
  1° l'identité de l'exécutant des travaux, si d'application ;
  2° l'identité du transporteur ;
  3° la date du transport des matériaux de sol ;
  4° le lieu d'origine des matériaux de sol ;
  5° le lieu de destination des matériaux de sol ;
  6° la quantité de matériaux de sol ;
  7° les nécessaires références à l'autorisation de terrassement, si applicable.
  L'exécutant des travaux conserve le document de transport dûment complété pendant au moins cinq ans.]1

  
E. [1 Bodembeheerrapport]1
E. [1 Rapport de gestion du sol]1
Art. 184. [1 Een erkende bodembeheerorganisatie maakt het bodembeheerrapport op. Het bodembeheerrapport kan ook worden opgemaakt door een erkende tussentijdse opslagplaats, een erkend grondreinigingscentrum of een erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie, telkens voor de bodemmaterialen die de opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de inrichting aanvaard heeft.
  Het bodembeheerrapport attesteert de levering van de bodemmaterialen op de plaats van het beoogde gebruik en bevestigt dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in de conformverklaring van het technisch verslag en in de grondverzettoelating.
  Het bodembeheerrapport bevat minstens de volgende gegevens :
  1° de verwijzing naar de grondverzettoelating;
  2° de datum van de levering van de bodemmaterialen;
  3° het volume geleverde bodemmaterialen;
  4° de verwijzing naar de ontvangstverklaring.]1

  
Art. 184. [1 Le rapport de gestion du sol est rédigé par une organisation de gestion du sol agréée. Le rapport de gestion du sol peut également être établi par un dépôt provisoire agréé, par un centre agréé de nettoyage des terres ou par un établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange, respectivement pour les matériaux de sol que le dépôt, le centre de nettoyage des terres ou l'établissement a acceptés.
  Le rapport de gestion du sol atteste la livraison des matériaux du sol à l'endroit de leur utilisation envisagée et confirme qu'il a été satisfait aux conditions, telles que visées dans la déclaration de conformité du rapport technique et dans l'autorisation de terrassement.
  Le rapport de gestion du sol comporte au moins les données suivantes :
  1° la référence à l'autorisation de terrassement ;
  2° la date de la livraison des matériaux de sol ;
  3° le volume des matériaux de sol livrés ;
  4° la référence à l'accusé de réception ;]1

  
Onderafdeling III. - [1 Procedures]1
Sous-section III. [1 Procédures]1
A. [1 Procedure via een erkende bodembeheerorganisatie]1
A. [1 Procédure via une organisation agréée de gestion du sol]1
Art. 185. [1 De initiatiefnemer van de werken of een inrichting als vermeld in artikel 175, tweede lid, bezorgt het technisch verslag aan een erkende bodembeheerorganisatie.]1
  
Art. 185. [1 L'initiateur des travaux ou un établissement tel que visé à l'article 175, alinéa deux, transmet le rapport technique à une organisation agréée de gestion du sol.]1
  
Art. 186. [1 Binnen dertig werkdagen na de ontvangst van het technisch verslag spreekt de erkende bodembeheerorganisatie zich uit over de conformiteit ervan met de bepalingen van dit besluit en bezorgt ze het conformiteitsattest aan de initiatiefnemer van de werken of de inrichting, vermeld in artikel 175, tweede lid, of legt ze aanvullingen op.
  De conformiteit van het technisch verslag wordt beoordeeld volgens het kwaliteitsborgingssysteem van de erkende bodembeheerorganisatie en op basis van de volgende elementen :
  1° de controle op de administratieve volledigheid;
  2° de controle op de representatieve bemonstering volgens de geldende bemonsteringsprocedures en de standaardprocedure van het technisch verslag;
  3° de controle van de besluiten van het technisch verslag, met inbegrip van de vertaling van de beoordeling van de analyseresultaten naar de opmetingstabel en, als dat van toepassing is, het zoneringsplan;
  4° de controle op de uitvoerbaarheid van het selectief uitgraven, baggeren of ruimen van de verschillende ontgravings-, bagger- of ruimingsvakken, als dat van toepassing is;
  5° de controle op de afbakening van de kadastrale werkzone, als dat van toepassing is.
  Als in het technisch verslag de gebruiksmogelijkheden van de bodemmaterialen overeenkomstig dit hoofdstuk, de bijbehorende codes van goede praktijk en de bijbehorende standaardprocedures onvoldoende onderzocht zijn, kan de erkende bodembeheerorganisatie in de conformverklaring van het technisch verslag voorwaarden en uitvoeringsbepalingen opleggen voor het beoogde gebruik van de bodemmaterialen.]1

  
Art. 186. [1 Dans les trente jours ouvrables suivant la réception du rapport technique, l'organisation agréée de gestion du sol se prononce sur sa conformité aux dispositions du présent arrêté et transmet l'attestation de conformité à l'initiateur des travaux ou à l'établissement, visé à l'article 175, alinéa deux ou impose des compléments.
  La conformité du rapport technique est évaluée sur la base du système d'assurance de la qualité de l'organisation agréée de gestion du sol et sur la base des éléments suivants :
  1° le contrôle de la complétude administrative ;
  2° le contrôle de l'échantillonnage représentatif selon la procédure valable d'échantillonnage et la procédure standard du rapport technique ;
  3° le contrôle des conclusions du rapport technique, y compris la transposition de l'évaluation des résultats d'analyse dans le tableau de mesurage et, si applicable, le plan de zonage ;
  4° le contrôle de la faisabilité de l'excavation, du dragage ou du vidange sélectifs des différents compartiments d'excavation, de dragage ou de vidange, si applicable ;
  5° le contrôle de la délimitation de la zone de travail cadastrale, si applicable.
  Si les possibilités d'utilisation des matériaux de sol conformes au présent chapitre, les codes de bonne pratique y afférents et les procédures standard y afférentes ont insuffisamment été examinées dans le rapport technique, l'organisation agréée de gestion du sol peut imposer dans la déclaration de conformité du rapport technique des conditions et dispositions d'exécution relatives à l'utilisation envisagée des matériaux de sol.]1

  
Art. 187. [1 Als de erkende bodembeheerorganisatie aanvullingen op het technisch verslag oplegt, wordt de termijn, vermeld in artikel 186, eerste lid, gestuit.
  Als de erkende bodembeheerorganisatie het technisch verslag gemotiveerd niet conform verklaart, wordt de procedure hervat vanaf de stap, vermeld in artikel 185, eerste lid.]1

  
Art. 187. [1 Lorsque l'organisation agréée de gestion du sol impose des compléments au rapport technique, le délai, prévu à l'article 186, premier alinéa 1er, est interrompu.
  Lorsque l'organisation agréée de gestion du sol déclare le rapport technique non conforme de manière motivée, la procédure est reprise à partir de l'étape, visée à l'article 185, premier alinéa.]1

  
Art. 188. [1 Een conformverklaring van het technisch verslag door een erkende bodembeheerorganisatie is tegenstelbaar aan andere erkende bodembeheerorganisaties.
  De erkende bodembeheerorganisatie die niet akkoord gaat met de conformverklaring van het technisch verslag door een andere erkende bodembeheerorganisatie, kan binnen dertig dagen nadat de conformverklaring haar is aangeboden, tegen die conformverklaring beroep aantekenen bij de OVAM. Het beroepschrift wordt aangetekend met ontvangstbewijs verzonden. Het beroep is schorsend. De OVAM doet uitspraak binnen negentig dagen na de ontvangst van het beroepschrift.]1

  
Art. 188. [1 Une déclaration de conformité du rapport technique par une organisation agréée de gestion du sol est opposable à d'autres organisations agréées de gestion du sol.
  L'organisation agréée de gestion du sol qui est en désaccord avec la déclaration de conformité du rapport technique par une autre organisation agréée de gestion du sol peut, dans les trente jours après que la déclaration de conformité lui a été soumise, former un recours contre cette déclaration de conformité auprès de l'OVAM. Le recours est envoyé par lettre recommandée avec récépissé. Le recours est suspensif. L'OVAM se prononce dans les nonante jours suivant la réception du recours.]1

  
Art. 189. [1 Voor de start van de werken meldt de uitvoerder van de werken de startdatum aan een erkende bodembeheerorganisatie.]1
  
Art. 189. [1 Avant de commencer les travaux, l'exécutant des travaux communique la date de début à une organisation agréée de gestion du sol.]1
  
Art. 190. [1 § 1. Voordat de bodemmaterialen worden verplaatst, vraagt de uitvoerder van de werken een grondverzettoelating aan bij de erkende bodembeheerorganisatie, waaraan de startdatum van de werken is gemeld.
  De erkende bodembeheerorganisatie beoordeelt het beoogde gebruik van de bodemmaterialen volgens het kwaliteitsborgingssysteem van de erkende bodembeheerorganisaties.
  Als de bodematerialen voldoen voor het beoogde gebruik, staat de erkende bodembeheerorganisatie toe dat de bodemmaterialen verplaatst worden naar de plaats van gebruik en reikt ze binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de aanvraag een grondverzettoelating uit. In geval van beroep tegen de conformverklaring van het technisch verslag conform artikel 188, tweede lid, wordt de termijn opgeschort.
  § 2. Voor de werken waarvoor een technisch verslag moet worden opgemaakt, wordt het transport naar een tussentijdse opslagplaats, een grondreinigingscentrum of een inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie gemeld aan de erkende bodembeheerorganisatie. De melding bevat al de volgende gegevens :
  1° de identiteit van de uitvoerder van de werken;
  2° de identiteit van de vervoerder;
  3° de verwijzing naar de conformverklaring, als die aanwezig is;
  4° de datum van transport van de bodemmaterialen;
  5° de plaats van oorsprong van de bodemmaterialen;
  6° de plaats van bestemming van de bodemmaterialen;
  7° de totale hoeveelheid bodemmaterialen waarop de melding betrekking heeft.
  De tussentijdse opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie meldt de ontvangst van de bodemmaterialen aan de erkende bodembeheerorganisatie.
  § 3. Voor het transport van bodemmaterialen naar andere bestemmingen dan de bestemmingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, meldt de uitvoerder van de werken het volume en de kwaliteit van dat transport aan een erkende bodembeheerorganisatie, om een gesloten volumebalans van de bodemmaterialen te kunnen opmaken.]1

  
Art. 190. [1 § 1er. Avant que les matériaux de sol ne soient déplacés, l'exécutant des travaux demande une autorisation de terrassement auprès de l'organisation agréée de gestion du sol à qui la date de début des travaux a été communiquée.
  L'organisation agréée de gestion du sol évalue l'utilisation envisagée des matériaux de sol selon le système d'assurance de la qualité des organisations agréées de gestion du sol.
  Si les matériaux de sol satisfont à leur utilisation envisagée, l'organisation agréée de gestion du sol autorise que les matériaux de sol sont déplacés vers l'endroit de leur utilisation et délivre une autorisation de terrassement dans les cinq jours ouvrables après la réception de la demande d'autorisation de terrassement. En cas de recours contre la déclaration de conformité du rapport technique conformément à l'article 188, deuxième alinéa, le délai est suspendu.
  § 2. Pour les travaux pour lesquels un rapport technique doit être rédigé, le transport vers un dépôt provisoire, un centre de nettoyage de terres ou un établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange est communiqué à l'organisation agréée de gestion du sol. La communication contient toutes les données suivantes :
  1° l'identité de l'exécutant des travaux ;
  2° l'identité du transporteur ;
  3° la référence à la déclaration de conformité, si celle-ci est présente ;
  4° la date du transport des matériaux de sol ;
  5° le lieu d'origine des matériaux de sol ;
  6° le lieu de destination des matériaux de sol ;
  7° la quantité totale de matériaux de sol à laquelle la notification se réfère.
  Le dépôt provisoire, le centre de nettoyage de terres ou l'établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange notifie la réception des matériaux de sol à l'organisation agréée de gestion du sol.
  § 3. Pour le transport de matériaux de sol vers des destinations autres que les destinations visées aux paragraphes 1er et 2, l'exécutant des travaux communique le volume et la qualité de ce transport à une organisation agréée de gestion du sol, dans le but de pouvoir établir un bilan volumique clôturé des matériaux de sol.]1

  
Art. 191. [1 Tijdens het transport wordt een transportdocument bij de bodemmaterialen gevoegd.]1
  
Art. 191. [1 Pendant le transport, un document de transport accompagne les matériaux de sol.]1
  
Art. 191/1. [1 De bodemmaterialen worden opgeslagen volgens een procedure, goedgekeurd door de OVAM, die de erkende bodembeheerorganisatie in staat stelt de bodemmaterialen te traceren.
  Voor het gebruik van de bodemmaterialen waarvoor de opmaak van een technisch verslag verplicht is, volgt de niet-erkende tussentijdse opslagplaats, het niet-erkende grondreinigingscentrum of de niet-erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie de procedure, vermeld in artikel 185 tot en met 191.
  Voor het gebruik van de bodemmaterialen, waarvoor de opmaak van een technisch verslag verplicht is, volgt de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie de procedure, vermeld in artikel 193 tot en met 196.]1

  
Art. 191/1. [1 Les matériaux de sol sont entreposés selon une procédure, telle qu'approuvée par l'OVAM, permettant à l'organisation agréée de gestion du sol de tracer les matériaux de sol.
  Pour l'utilisation des matériaux de sol, pour laquelle l'établissement d'un rapport technique est obligatoire, le dépôt provisoire non agréé, le centre non agréé de nettoyage des terres ou l'établissement non agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange suivent la procédure prévue aux articles 185 à 191 inclus.
  Pour l'utilisation des matériaux de sol pour laquelle l'établissement d'un rapport technique est obligatoire, le dépôt provisoire agréé, le centre agréé de nettoyage des terres ou l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange suivent la procédure, prévue aux articles 193 à 196 inclus.]1

  
Art. 192. [1 De ontvanger bevestigt de geleverde hoeveelheden met een ontvangstverklaring. De uitvoerder van de werken bezorgt de ontvangstverklaring aan de erkende bodembeheerorganisatie. De ontvangstverklaring bevestigt dat de bodemmaterialen overeenkomstig de grondverzettoelating zijn geleverd en gebruikt zullen worden overeenkomstig de grondverzettoelating.
  Op basis van de ontvangstverklaring levert de erkende bodembeheerorganisatie het bodembeheerrapport af aan de uitvoerder van de werken, de tussentijdse opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie.
  De uitvoerder van de werken, de tussentijdse opslagplaats, het grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie bezorgt een kopie van het bodembeheerrapport aan de initiatiefnemer van de werken en aan de eindgebruiker.]1

  
Art. 192. [1 Le récepteur confirme les quantités livrées au moyen d'une déclaration de réception. L'exécutant des travaux transmet la déclaration de réception à l'organisation agréée de gestion du sol. La déclaration de réception confirme que les matériaux de sol ont été livrés conformément à l'autorisation de terrassement et seront utilisés conformément à l'autorisation de terrassement.
  Sur la base de la déclaration de réception, l'organisation agréée de gestion du sol délivre le rapport de gestion du sol à l'exécutant des travaux, au dépôt provisoire, au centre de nettoyage de terres ou à l'établissement agréé de dépôt et de traitement de boues de dragage et de vidange.
  L'exécutant des travaux, le dépôt provisoire, le centre de nettoyage des terres ou l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange transmet une copie du rapport de gestion du sol à l'initiateur des travaux et à l'utilisateur final.]1

  
B. [1 Procedure via een erkende tussentijdse opslagplaats, een erkend grondreinigingscentrum of een erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie]1
B. [1 Procédure via un dépôt provisoire agréé, un centre agréé de nettoyage de terres ou un établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange]1
Art. 193. [1 De erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie beschikt over een technisch verslag van de aanvaarde bodemmaterialen en spreekt zich uit over de conformiteit ervan met de bepalingen van dit besluit, of legt aanvullingen op.
  De conformiteit van het technisch verslag wordt beoordeeld volgens het kwaliteitsborgingssysteem van de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie op basis van de volgende elementen :
  1° de controle op de administratieve volledigheid;
  2° de controle op de representatieve bemonstering volgens de geldende bemonsteringsprocedures en de standaardprocedure van het technisch verslag;
  3° de controle van de besluiten van het technisch verslag, met inbegrip van de vertaling van de beoordeling van de analyseresultaten naar de opmetingstabel en, als dat van toepassing is, het zoneringsplan.]1

  
Art. 193. [1 Le dépôt provisoire agréé, le centre de nettoyage des terres agréé ou l'établissement agréé de dépôt et de traitement de boues de dragage et de vidange disposent d'un rapport technique des matériaux de sol acceptés et se prononcent sur sa conformité aux dispositions du présent arrêté, ou imposent des compléments.
  La conformité du rapport technique est évaluée selon le système d'assurance de la qualité du dépôt provisoire agréé, du centre de nettoyage des terres agréé ou de l'établissement agréé de dépôt et de traitement de boues de dragage et de vidange sur la base des éléments suivants :
  1° le contrôle de la complétude administrative ;
  2° le contrôle de l'échantillonnage représentatif selon la procédure valable d'échantillonnage et la procédure standard du rapport technique ;
  3° le contrôle des conclusions du rapport technique, y compris la transposition de l'évaluation des résultats d'analyse dans le tableau de mesurage et, si applicable, le plan de zonage.]1

  
Art. 194. [1 Voordat de bodemmaterialen worden verhandeld, maakt de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie een grondverzettoelating op.]1
  
Art. 194. [1 Avant que les matériaux de sol ne soient commercialisés, le dépôt provisoire agréé, le centre agréé de nettoyage de terres ou l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange établit une autorisation de terrassement.]1
  
Art. 195. [1 Tijdens het transport wordt een transportdocument bij de bodemmaterialen gevoegd.]1
  
Art. 195. [1 Pendant le transport, un document de transport accompagne les matériaux de sol.]1
  
Art. 196. [1 De ontvanger bevestigt de geleverde hoeveelheden met een ontvangstverklaring. De uitvoerder van de werken bezorgt een ontvangstverklaring aan de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie. De ontvangstverklaring bevestigt dat de bodemmaterialen conform de grondverzettoelating zijn geleverd en gebruikt zullen worden conform de grondverzettoelating.
  Op basis van de ontvangstverklaring maakt de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie het bodembeheerrapport op en bezorgt een kopie ervan aan de eindgebruiker.]1

  
Art. 196. [1 Le récepteur confirme les quantités livrées au moyen d'une déclaration de réception. L'exécutant des travaux transmet une déclaration de réception au dépôt provisoire agréé, au centre agréé de nettoyage de terres ou à l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange. La déclaration de réception confirme que les matériaux de sol ont été livrés conformément à l'autorisation de terrassement et seront utilisés conformément à l'autorisation de terrassement.
  Sur la base de la déclaration de réception, le dépôt provisoire agréé, le centre agréé de nettoyage de terres ou l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange établit le rapport de gestion du sol et en remet une copie à l'utilisateur final.]1

  
C. [1 Procedure voor kleine hoeveelheden]1
C. [1 Procédure pour petites quantités]1
Art. 197. [1 In afwijking van artikel 192 en 196 kan voor het gebruik van een hoeveelheid bodemmaterialen die kleiner dan 250 m3 is en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 161, § 1, en artikel 162, of aan de voorwaarden, vermeld in artikel 168 en 169, voor de uitreiking van een bodembeheerrapport de procedure, vermeld in artikel 198 en 199, gevolgd worden.]1
  
Art. 197. [1 Par dérogation aux articles 192 et 196, la procédure visée aux articles 198 et 199 peut être suivie pour la délivrance d'un rapport de gestion du sol dans le cas de l'utilisation d'une quantité de matériaux de sol inférieure à 250 m3, qui répond aux conditions, telles que visées à l'article 161, § 1er et à l'article 162 ou aux conditions, telles que visées aux articles 168 et 169.]1
  
Art. 198. [1 De uitvoerder van de werken bezorgt een ontvangstverklaring aan de erkende bodembeheerorganisatie, de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie die de grondverzettoelating heeft uitgereikt. De ontvangstverklaring bevestigt dat de bodemmaterialen op de plaats van bestemming zijn geleverd en gebruikt zullen worden overeenkomstig de grondverzettoelating.
  De ontvangstverklaring vormt onderdeel van de procedure die de bodembeheerorganisatie toelaat het beoogde gebruik te controleren.]1

  
Art. 198. [1 L'exécutant des travaux transmet une déclaration de réception à l'organisation agréée de gestion du sol, au dépôt provisoire agréé, au centre agréé de nettoyage de terres ou à l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange qui a délivré l'autorisation de terrassement. La déclaration de réception confirme que les matériaux de sol ont été livrés au lieu de destination et qu'ils seront utilisés conformément à l'autorisation de terrassement.
  La déclaration de réception fait partie de la procédure permettant à l'organisation de gestion de sol de contrôler l'utilisation envisagée.]1

  
Art. 199. [1 Op basis van de ontvangstverklaring en een lijst met verschillende bestemmingen reikt de erkende bodembeheerorganisatie, de erkende tussentijdse opslagplaats, het erkende grondreinigingscentrum of de erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie een bodembeheerrapport uit.
  De uitvoerder van de werken bezorgt een kopie van het bodembeheerrapport aan de initiatiefnemer van de werken.]1

  
Art. 199. [1 Sur la base de la déclaration de réception et d'une liste reprenant diverses destinations, l'organisation agréée de gestion du sol, le dépôt provisoire agréé, le centre agréé de nettoyage de terres ou l'établissement agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange délivre un rapport de gestion du sol.
  L'exécutant des travaux transmet une copie du rapport de gestion du sol à l'initiateur des travaux.]1

  
D. [1 Meldingsprocedure voor de werken waarvoor geen technisch verslag opgemaakt hoeft te worden]1
D. [1 Procédure de déclaration pour les travaux non soumis à la rédaction d'un rapport technique]1
Art. 200. [1 Voor de start van het transport, vermeld in [2 artikel 173/1, § 1]2, meldt de uitvoerder van de werken het transport van de bodemmaterialen aan de erkende bodembeheerorganisatie. De melding bevat al de volgende gegevens :
  1° de identiteit van de uitvoerder van de werken;
  2° de identiteit van de vervoerder;
  3° de datum van transport van de bodemmaterialen;
  4° de plaats van oorsprong van de bodemmaterialen;
  5° de plaats van bestemming van de bodemmaterialen;
  6° de totale hoeveelheid bodemmaterialen waarop de melding betrekking heeft.
  Na de uitvoering van de werken meldt de uitvoerder van de werken de hoeveelheid geleverde bodemmaterialen aan de erkende bodembeheerorganisatie.]1

  
Art. 200. [1 Avant le début du transport, tel que visé à [2 l'article 173/1, § 1er, alinéa 2 ]2, l'exécutant des travaux communique le transport des matériaux de sol à l'organisation agréée de gestion du sol. La communication contient toutes les données suivantes :
  1° l'identité de l' exécutant des travaux ;
  2° l'identité du transporteur ;
  3° la date du transport des matériaux de sol ;
  4° le lieu d'origine des matériaux de sol ;
  5° le lieu de destination des matériaux de sol ;
  6° la quantité totale de matériaux de sol à laquelle la notification se réfère.
  Après l'exécution des travaux, l'exécutant des travaux communique la quantité livrée de matériaux de sol à l'organisation agréée de gestion du sol.]1

  
E. [1 Procedure voor tijdelijke oeverdeponie voor ontwatering van bagger- of ruimingsspecie]1
E. [1 Procédure pour la décharge riveraine temporaire en vue du drainage de boues de drainage ou de vidange]1
Art. 201. [1 § 1. Voorafgaand aan de bagger- of ruimingswerken wordt een technisch verslag opgemaakt. De initiatiefnemer van de werken bezorgt het technisch verslag aan een erkende bodembeheerorganisatie.
  De erkende bodembeheerorganisatie behandelt het technisch verslag volgens de procedure, vermeld in artikel 185 tot en met 188.
  § 2. Voor de oeverdeponie langs onbevaarbare waterlopen en langs polderwaterlopen bezorgt de initiatiefnemer van de werken het technisch verslag en de conformverklaring ervan uiterlijk dertig dagen voor de start van de werken aan het gemeentebestuur op het grondgebied waarvan de werken worden uitgevoerd. Op hetzelfde moment deelt hij aan het gemeentebestuur de geplande begindatum mee.
  De gemeente legt de gegevens ter inzage.
  § 3. De uitvoerder van de werken meldt de start van de werken aan een erkende bodembeheerorganisatie.
  § 4. De uitvoerder van de werken werkt conform een code van goede praktijk. De code van goede praktijk voor de tijdelijke oeverdeponie voor ontwatering van bagger- en ruimingsspecie wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.
  De code van goede praktijk bepaalt de randvoorwaarden en kwaliteitseisen voor de tijdelijke oeverdeponie van bagger- en ruimingsspecie voor ontwatering van bagger- en ruimingsspecie tijdens de uitvoering van bepaalde onderhoudswerken aan waterlopen.
  § 5. De ontwaterde bagger- of ruimingspecie wordt uiterlijk 120 dagen na de beëindiging van de bagger- of ruimingswerken afgevoerd of gebruikt conform artikel 190 tot en met 192.]1

  
Art. 201. [1 § 1er. Un rapport technique est établi avant les travaux de dragage ou de vidange. L'initiateur des travaux transmet le rapport technique à une organisation agréée de gestion du sol.
  L'organisation agréée de gestion du sol traite le rapport technique selon la procédure, telle que visée aux articles 185 à 188 inclus.
  § 2. Dans le cas d'une décharge riveraine le long de cours d'eau non navigables et le long de cours d'eau des polders, l'initiateur des travaux transmet le rapport technique et la déclaration de conformité y afférents à l'administration communale du territoire sur lequel les travaux sont exécutés au plus tard trente jours avant le début des travaux. Il communique à l'administration communale la date de début envisagée au même moment.
  La commune met les données à la disposition des intéressés.
  § 3. L'exécutant des travaux communique le début des travaux à une organisation agréée de gestion du sol.
  § 4. L'exécutant des travaux respecte un code de bonne pratique. Le code de bonne pratique pour la décharge riveraine temporaire en vue du drainage de boues de dragage et de vidange est constaté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.
  Le code de bonne pratique définit les conditions et les exigences en matière de qualité pour la décharge riveraine temporaire de boues de dragage et de vidange en vue de leur drainage pendant l'exécution de certains travaux d'entretien de cours d'eau.
  § 5. Les boues de dragage ou de vidange drainées sont évacuées ou utilisées conformément aux articles 190 à 192 inclus au plus tard 120 jours après la fin des travaux de dragage ou de vidange.]1

  
Art. 201/1. [1 Bagger- en ruimingsspecie met concentraties van stoffen die lager zijn dan of gelijk zijn aan 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de ontvangende oever wordt ingedeeld conform de bepalingen van bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, mag worden uitgespreid op die oever om te ontwateren.
  Bagger- en ruimingsspecie die voldoet voor gebruik conform titel III, hoofdstuk XIII van dit besluit, maar met concentraties van stoffen die hoger zijn dan 80% van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het bestemmingstype waarin de ontvangende oever wordt ingedeeld conform de bepalingen van bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd, mag voor de ontwatering ervan en in afwachting van de afvoer ervan op de oevers van de waterloop worden gedeponeerd op voorwaarde dat de nodige maatregelen worden getroffen opdat de bagger- en ruimingsspecie niet vermengd wordt met de onderliggende bodem.]1

  
Art. 201/1. [1 Les boues de dragage et de vidange présentant des concentrations de substances inférieures ou égales à 80% des normes d'assainissement de sol correspondantes du type de destination dans lequel la berge d'accueil est classée conformément aux dispositions de l'annexe IV, jointe au présent arrêté, peuvent être épandues sur cette berge afin de les drainer.
  Les boues de dragage et de vidange appropriées à l'utilisation conforme au titre III, chapitre XIII du présent arrêté, mais présentant des concentrations de substances supérieures à 80% des normes d'assainissement de sol correspondantes du type de destination dans lequel la berge d'accueil est classée conformément aux dispositions de l'annexe IV, jointe au présent arrêté, peuvent être déposées sur les berges du cours d'eau en vue de leur drainage et dans l'attente de leur évacuation à condition que les mesures nécessaires soient prises pour que les boues de dragage et de vidange ne soient pas mélangées avec le sol sous-jacent.]1

  
F. [1 Procedure voor tijdelijke oeverdeponie bij noodruiming van bagger- of ruimingsspecie]1
F. [1 Procédure pour la décharge riveraine temporaire en cas de vidanges d'urgence de boues de drainage ou de vidange]1
Art. 201/2. [1 Bagger- of ruimingsspecie die ontstaat ten gevolge van noodruimingen of noodzakelijke waterbeheersingswerken ter voorkoming of terugdringing van de risico's op overstromingen die de veiligheid aantasten van de vergunde of vergund geachte woningen en bedrijfsgebouwen buiten de overstromingsgebieden, mag op de vijfmeterstrook langs de waterloop gedeponeerd worden op voorwaarde dat de uitvoerder van de werken conform een code van goede praktijk werkt.
  De code van goede praktijk voor de tijdelijke oeverdeponie bij noodruiming van bagger- of ruimingsspecie wordt op voorstel van de OVAM vastgesteld door de minister.
  De code van goede praktijk bepaalt de randvoorwaarden en kwaliteitseisen voor de tijdelijke oeverdeponie van bagger- of ruimingsspecie tijdens de uitvoering van noodruimingen.]1

  
Art. 201/2. [1 Les boues de dragage ou de vidange résultant de vidanges d'urgence ou des travaux nécessaires de gestion des eaux dans le cadre de la prévention ou de la réduction des risques d'inondation affectant la sécurité des maisons et des bâtiments industriels autorisés ou censés autorisés en dehors des zones d'inondation peuvent être déposées sur une bande de cinq mètres le long du cours d'eau à condition que l'exécutant des travaux travaille conformément à un code de bonne pratique.
  Le code de bonne pratique pour la décharge riveraine temporaire en cas de vidange d'urgence de boues de dragage ou de vidange est constaté par le ministre sur la proposition de l'OVAM.
  Le code de bonne pratique définit les conditions et les exigences de qualité pour la décharge riveraine temporaire de boues de dragage ou de vidange au cours de la mise en oeuvre de vidanges d'urgence.]1

  
Art. 201/3. [1 § 1. Binnen zeven dagen na de uitvoering van de bagger- of ruimingswerken via noodruiming wordt de gebaggerde of geruimde specie bemonsterd voor de opmaak van het technisch verslag. De initiatiefnemer van de werken bezorgt het technisch verslag uiterlijk dertig dagen na de bemonstering aan een erkende bodembeheerorganisatie.
  De erkende bodembeheerorganisatie behandelt het technisch verslag volgens de procedure, vermeld in artikel 185 tot en met 188.
  § 2. De initiatiefnemer van de werken bezorgt het technisch verslag en de conformverklaring ervan uiterlijk dertig dagen na de behandeling door de erkende bodembeheerorganisatie aan het gemeentebestuur op het grondgebied waarvan de werken zijn uitgevoerd.
  De gemeente legt de gegevens ter inzage.
  § 3. De ontwaterde bagger- of ruimingspecie wordt uiterlijk zestig dagen na de beëindiging van de noodruiming afgevoerd of gebruikt conform artikel 190 tot en met 192.]1

  
Art. 201/3. [1 § 1er. Dans les sept jours après l'exécution des travaux de dragage ou de vidange via la vidange d'urgence, les boues draguées ou vidangées sont échantillonnées en vue de l'établissement du rapport technique. L'initiateur des travaux transmet le rapport technique à une organisation agréée de gestion du sol au plus tard trente jours après l'échantillonnage.
  L'organisation agréée de gestion du sol traite le rapport technique selon la procédure, telle que visée aux articles 185 à 188 inclus.
  § 2. L'initiateur des travaux transmet le rapport technique et la déclaration de conformité y afférente à l'administration communale du territoire sur lequel les travaux sont exécutés au plus tard trente jours après le traitement par l'organisation agréée de gestion du sol.
  La commune met les données à la disposition des intéressés.
  § 3. Les boues de dragage ou de vidange drainées sont évacuées ou utilisées conformément aux articles 190 à 192 inclus au plus tard soixante jours après la fin du vidange d'urgence.]1

  
Afdeling V. [1 Bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum en inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie : erkenning voor de regeling over het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen]1
Section V. [1 Organisation de gestion du sol, dépôt provisoire, centre de nettoyage des terres et établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange : agrément pour le règlement relatif à l'utilisation et à la traçabilité de matériaux de sol]1
Onderafdeling I. - [1 Voorwaarden voor de erkenning en het gebruik van de erkenning]1
Sous-section Ire. - [1 Conditions d'agrément et d'utilisation de l'agrément]1
Art. 202. [1 Om als bodembeheerorganisatie erkend te worden en erkend te blijven, moet de organisatie aan al de volgende voorwaarden voldoen :
  1° opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform [2 het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 en de Europese politieke partijen en stichtingen;
  2° voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik van bodemmaterialen. Een bodembeheerorganisatie is representatief als in de raad van bestuur twee of meer beroepsorganisaties die voldoende representatief zijn voor de sectoren die bij het gebruik van uitgegraven bodem betrokken zijn, een mandaat bekleden;
  3° uitsluitend als statutair doel hebben om de taken die in dit besluit zijn toegewezen, uit te voeren, studiewerk over bodemmaterialen te verrichten en informatie en advies over bodemmaterialen te verstrekken. Voor de uitvoering van haar taken beschikt de bodembeheerorganisatie over een kwaliteitsborgingssysteem dat de OVAM heeft goedgekeurd;
  4° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis van bodemkunde of geologie, fysica en scheikunde hebben;
  5° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die minstens drie jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor de uitvoering van bodemsanering of het gebruik van afvalstoffen als grondstof gedurende de zes jaar die aan de datum van de erkenningsaanvraag voorafgaan;
  6° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die een grondige kennis van dit hoofdstuk hebben;
  7° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben met de nodige ervaring in de beoordeling van bemonsteringsprocedures en analyseresultaten en in de beoordeling van het technisch verslag op de praktische uitvoerbaarheid ervan;
  8° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die een grondige kennis en ervaring hebben om het gebruik van bodemmaterialen overeenkomstig dit hoofdstuk te garanderen;
  9° voldoen aan een kwaliteitsborgingssysteem dat de organisatie in staat stelt de taken die opgelegd zijn door of krachtens dit besluit, correct en kwaliteitsvol uit te voeren, met inbegrip van de uitvoering van steekproefsgewijze werfcontroles en van het bijhouden van de volgende registers die ter inzage van de toezichthoudende overheid liggen :
  a) een klachtenregister;
  b) een register van de technische verslagen, met inbegrip van de opmerkingen van de organisatie over die technische verslagen. De technische verslagen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  c) een register van de grondverzettoelatingen. De grondverzettoelatingen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  d) een register van conformverklaringen van technische verslagen. De conformverklaringen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  e) een register van bodembeheerrapporten. De bodembeheerrapporten worden gedurende vijf jaar bewaard;
  f) een register waarin onregelmatigheden worden vastgesteld conform de bepalingen van het kwaliteitsborgingssysteem, vermeld in punt 3° ;
  10° beschikken over een procedure die de organisatie in staat stelt bodemmaterialen te traceren, met inbegrip van het traceren via een niet-erkende tussentijdse opslagplaats, een niet-erkend grondreinigingscentrum of een niet-erkende inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie;
  11° beschikken over een procedure die de organisatie in staat stelt om een gesloten volumebalans voor de vrijgekomen bodem- en andere materialen te kunnen opmaken;
  12° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;
  13° wat de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden betreft : beschikken over hun burgerlijke en politieke rechten en geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;
  14° op verzoek van de OVAM al de volgende gegevens ter beschikken stellen :
  a) de informatie over verontreinigde gronden;
  b) de milieuhygiënische kwaliteit en het gebruik van de bodemmaterialen;
  c) het gebruik van bodemmaterialen als alternatief voor primaire oppervlaktedelfstoffen. De organisatie rapporteert daarover conform een code van goede praktijk. Als documenten door een geïnformatiseerd systeem worden opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, worden de gegevens die op informatiedragers geplaatst zijn, in een leesbare en verstaanbare vorm aan de OVAM bezorgd.
  De grondige kennis, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt aangetoond met academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of daarmee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat van de Europese Unie.
  De ervaring, vermeld in het eerste lid, 5°, 7° en 8°, wordt aangetoond aan de hand van een curriculum vitae.
  De grondige kennis, vermeld in het eerste lid, 6° en 8°, wordt aangetoond aan de hand van een curriculum vitae of aan de hand van een interview, afgenomen door en op verzoek van de OVAM.]1

  
Art. 202. [1 Pour être et rester agréée comme organisation de gestion du sol, l'organisation doit répondre à toutes les conditions suivantes :
  1° être établie comme une association sans but lucratif conformément [2 au Code des sociétés et des associations ]2;
  2° être suffisamment représentative des différents secteurs concernés par l'utilisation des matériaux de sol. Une organisation de gestion du sol est représentative lorsque deux organisations professionnelles ou plus, qui sont suffisamment représentatives pour les secteurs concernés par l'utilisation du sol excavé détiennent un mandat dans le conseil d'administration ;
  3° avoir comme objet statutaire unique l'exécution des tâches assignées dans le présent arrêté, la mise en oeuvre d'études relatives aux matériaux de sol et la fourniture d'informations et d'avis sur les matériaux de sol. Pour l'exécution de ses tâches, l'organisation de gestion du sol dispose d'un système d'assurance de la qualité approuvé par l'OVAM ;
  4° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques qui conjointement ont des connaissances approfondies de géologie, de physique et de chimie ;
  5° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques qui ont au moins trois ans d'expérience professionnelle dans un secteur de l'environnement pertinent pour l'exécution de l'assainissement du sol ou pour l'utilisation de déchets comme matière première au cours des six années précédant la date de la demande d'agrément ;
  6° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques ayant des connaissances approfondies du présent chapitre ;
  7° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques ayant suffisamment d'expérience dans l'évaluation de procédures d'échantillonnage et de résultats d'analyse et dans l'évaluation du rapport technique sur sa faisabilité pratique ;
  8° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques ayant une connaissance et une expérience approfondies pour garantir l'utilisation de matériaux de sol conformément au présent chapitre ;
  9° satisfaire à un système d'assurance de la qualité permettant à l'organisation d'exécuter les tâches imposées par ou en vertu du présent arrêté de manière correcte et qualitative, y compris l'exécution de contrôles des chantiers par sondage et la tenue des registres suivants, qui sont consultables par l'autorité de tutelle :
  a) un registre de réclamations ;
  b) un registre des rapports techniques, y compris les remarques de l'organisation à propos de ces rapports techniques. Les rapports techniques sont conservés pendant cinq ans ;
  c) un registre des autorisations de terrassement. Les autorisations de terrassement sont conservées pendant cinq ans ;
  d) un registre de déclarations de conformité des rapports techniques. Les déclarations de conformité sont conservées pendant cinq ans ;
  e) un registre des rapports de gestion du sol. Les rapports de gestion du sol sont conservées pendant cinq ans ;
  f) un registre dans lequel des irrégularités sont constatées conformément aux dispositions du système d'assurance de la qualité, visé au point 3° ;
  10° disposer d'une procédure qui permet à l'organisation de tracer des matériaux de sol, y compris le traçage via un dépôt provisoire non agréé ou un centre de nettoyage des terres non agréé ou un établissement non agréé pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange ;
  11° disposer d'une procédure qui permet à l'organisation d'établir un bilan volumique clôturé pour les matériaux de sol et autres matériaux exposés ;
  12° disposer d'une assurance qui couvre sa responsabilité professionnelle ;
  13° en ce qui concerne les administrateurs et les personnes pouvant engager la personne morale : disposer de leurs droits civils et politiques et n'avoir encouru aucune condamnation pénale pour infraction à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;
  14° mettre les données suivantes à la disposition, sur la proposition de l'OVAM :
  a) les informations relatives aux sols pollués ;
  b) la qualité éco-hygiénique et l'utilisation des matériaux de sol ;
  c) l'utilisation de matériaux de sol comme alternative aux minerais de surface primaires. L'organisation y fait rapport conformément à un code de bonne pratique. Lorsque des documents sont établis, délivrés, reçus ou conservés à l'aide d'un système informatisé, les données enregistrées sur des supports de données sont transmises à l'OVAM sous une forme lisible et compréhensible.
  La connaissance approfondie, visée au premier alinéa, 4°, est démontrée à l'aide de diplômes académiques, de diplômes de l'enseignement supérieur du type long ou diplômes équivalents, délivrés dans un Etat membre de l'Union européenne.
  L'expérience, visée à l'alinéa premier, 5°, 7° et 8° est démontrée à l'aide d'un curriculum vitae.
  La connaissance approfondie, visée au premier alinéa, 6° et 8°, est démontrée à l'aide d'un curriculum vitae ou à l'aide d'une entrevue avec et sur la demande de l'OVAM.]1

  
Art. 203. [1 Om als vergunde tussentijdse opslagplaats, als vergund grondreinigingscentrum of als vergunde inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie erkend te worden en erkend te blijven, moet de opslagplaats, het centrum of de inrichting aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° een rechtspersoon zijn die voldoet aan de volgende kenmerken :
  a) bij een tussentijdse opslagplaats : een rechtspersoon die is opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, of een openbaar bestuur of intergemeentelijk samenwerkingsverband in het Vlaamse Gewest;
  b) bij een grondreinigingscentrum : een rechtspersoon die is opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
  c) bij een inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie : een rechtspersoon die is opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, of een openbaar bestuur of intergemeentelijk samenwerkingsverband in het Vlaamse Gewest;
  2° voor handelsvennootschappen : niet in staat van faillissement verkeren, noch het voorwerp uitmaken van een procedure tot faillietverklaring, noch een gerechtelijk akkoord hebben aangevraagd of verkregen;
  3° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis van fysica en scheikunde hebben;
  4° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben die minstens drie jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor de uitvoering van bodemsanering of het gebruik van afvalstoffen als grondstof gedurende de zes jaar die aan de datum van de erkenningsaanvraag voorafgaan;
  5° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben die een grondige kennis van dit hoofdstuk hebben;
  6° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben met de nodige ervaring in de beoordeling van bemonsteringsprocedures en analyseresultaten en in de beoordeling van het technisch verslag op de praktische uitvoerbaarheid ervan;
  7° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben die samen een grondige kennis en ervaring hebben om het gebruik van bodemmaterialen overeenkomstig dit hoofdstuk te garanderen;
  8° voldoen aan een door de OVAM goedgekeurd kwaliteitsreglement dat administratieve en technische bepalingen bevat over de interne organisatie van de verhandeling van bodemmaterialen. Dat kwaliteitsreglement bevat minstens :
  a) een procedure voor het in ontvangst nemen, het opslaan, het fysisch scheiden, het ontwateren, het reinigen en het afleveren van bodemmaterialen;
  b) bepalingen over de opmaak van registers voor de aan- en afvoer van bodemmaterialen;
  c) bepalingen over de opmaak van een dossier per aanvaarde partij bodemmaterialen;
  d) bepalingen over de naleving van de codes van goede praktijk over de aanvaarding, opslag, samenvoeging, reiniging, bemonstering en analyse van bodemmaterialen;
  9° voldoen aan een intern systeem dat de opslagplaats, het centrum of de inrichting in staat stelt de taken die opgelegd zijn door of krachtens dit besluit, correct en kwaliteitsvol uit te voeren, met inbegrip van het bijhouden van de volgende registers die ter inzage van de toezichthoudende overheid liggen :
  a) een klachtenregister;
  b) een register van de technische verslagen, met inbegrip van de opmerkingen van de organisatie over die technische verslagen. De technische verslagen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  c) een register van de grondverzettoelatingen. De grondverzettoelatingen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  d) een register van conformverklaringen van technische verslagen. De conformverklaringen worden gedurende vijf jaar bewaard;
  e) een register van bodembeheerrapporten. De bodembeheerrapporten worden gedurende vijf jaar bewaard;
  10° beschikken over een procedure die de opslagplaats, het centrum of de inrichting in staat stelt de bodemmaterialen die de opslagplaats, het centrum of de inrichting verhandeld heeft, te traceren;
  11° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;
  12° wat de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden betreft : beschikken over hun burgerlijke en politieke rechten en geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;
  13° op verzoek van de OVAM al de volgende gegevens ter beschikken stellen :
  a) informatie over verontreinigde gronden;
  b) de milieuhygiënische kwaliteit en het gebruik van de bodemmaterialen;
  c) het gebruik van bodemmaterialen als alternatief voor primaire oppervlaktedelfstoffen. De organisatie rapporteert daarover conform een code van goede praktijk. Als documenten door een geïnformatiseerd systeem worden opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, worden de gegevens die op informatiedragers geplaatst zijn, in een leesbare en verstaanbare vorm aan de OVAM bezorgd;
  14° beschikken over de nodige infrastructuur en installaties voor de exploitatie van de opslagplaats, het centrum of de inrichting;
  15° beschikken over de nodige vergunningen overeenkomstig de bepalingen van de geldende wetgeving;
  16° beschikken over een keuringsattest waarin een erkende bodembeheerorganisatie attesteert dat aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 15°, is voldaan. Het keuringsattest is maximaal honderdzestig dagen oud. De keuring voldoet aan de procedure die de OVAM heeft goedgekeurd;
  17° voldoen aan de voorwaarden die opgelegd zijn door of krachtens het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
  De grondige kennis, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt aangetoond met academische diploma's, met diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of daarmee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat van de Europese Unie.
  De ervaring, vermeld in het eerste lid, 4°, 6° en 7°, wordt aangetoond aan de hand van een curriculum vitae.
  De grondige kennis, vermeld in het eerste lid, 5° en 7°, wordt aangetoond aan de hand van een curriculum vitae of aan de hand van een interview, afgenomen door en op verzoek van de OVAM.]1

  
Art. 203. [1 Pour être et rester agréé comme dépôt provisoire autorisé, comme centre de nettoyage de terres autorisé ou comme établissement autorisé pour le dépôt et traitement de boues de dragage et de vidange, le dépôt, le centre ou l'établissement doivent répondre à toutes les conditions suivantes :
  1° être une personne morale répondant aux caractéristiques suivantes :
  a) dans le cas d'un dépôt provisoire : une personne morale, créée sous la forme d'une société commerciale, ayant son siège d'exploitation en Région flamande, ou une administration publique ou une structure de coopération intercommunale en Région flamande ;
  b) dans le cas d'un centre de nettoyage des terres : une personne morale créée sous la forme d'une société commerciale, ayant un siège d'exploitation en Région flamande ;
  c) dans le cas d'un établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange : une personne morale, créée sous la forme d'une société commerciale, ayant un siège d'exploitation en Région flamande, ou une administration publique ou une structure de coopération intercommunale en Région flamande ;
  2° pour les sociétés commerciales : ne pas être en état de faillite, ni faire l'objet d'une procédure en déclaration de faillite, n'avoir demandé ni obtenu un concordat judiciaire ;
  3° mettre à l'emploi une ou plusieurs personnes physiques qui conjointement ont des connaissances approfondies de physique et de chimie ;
  4° mettre à l'emploi ou avoir contractuellement à la disposition une ou plusieurs personnes physiques qui ont au moins trois ans d'expérience professionnelle dans un secteur de l'environnement pertinente pour l'exécution de l'assainissement du sol ou pour l'utilisation de déchets comme matière première au cours des six années précédant la date de la demande d'agrément ;
  5° mettre à l'emploi ou avoir contractuellement à la disposition une ou plusieurs personnes physiques ayant des connaissances approfondies du présent chapitre ;
  6° mettre à l'emploi ou avoir contractuellement à la disposition une ou plusieurs personnes physiques ayant l'expérience nécessaire dans l'évaluation de procédures d'échantillonnage et de résultats d'analyse et dans l'évaluation du rapport technique en ce qui concerne sa faisabilité pratique ;
  7° employer ou avoir contractuellement à sa disposition une ou plusieurs personnes physiques ayant ensemble une connaissance et une expérience approfondies pour garantir l'utilisation des matériaux de sol conformément au présent chapitre ;
  8° satisfaire à un règlement d'assurance qualité approuvé par l'OVAM, comprenant des dispositions administratives et techniques concernant l'organisation interne de la commercialisation de matériaux de sol. Ce règlement d'assurance qualité comprend au moins :
  a) une procédure pour la réception, le stockage, la séparation physique, le drainage, le nettoyage et la livraison de matériaux de sol ;
  b) des dispositions sur la tenue de registres pour l'acheminement et l'évacuation de matériaux de sol ;
  c) des dispositions relatives à l'établissement d'un dossier par lot accepté de matériaux de sol ;
  d) des dispositions concernant le respect des codes de bonne pratique en matière d'acceptation, de stockage, de mélange, de nettoyage, d'échantillonnage et d'analyse de matériaux de sol ;
  9° satisfaire à un système interne permettant au dépôt, au centre ou à l'établissement d'exécuter de manière correcte et qualitative les tâches imposées par ou en vertu du présent arrêté, y compris la tenue des registres suivants, qui sont consultables par l'autorité de tutelle :
  a) un registre de réclamations ;
  b) un registre des rapports techniques, y compris les remarques de l'organisation à propos de ces rapports techniques. Les rapports techniques sont conservés pendant cinq ans ;
  c) un registre des autorisations de terrassement. Les autorisations de terrassement sont conservées pendant cinq ans ;
  d) un registre de déclarations de conformité des rapports techniques. Les déclarations de conformité sont conservées pendant cinq ans ;
  e) un registre des rapports de gestion du sol. Les rapports de gestion du sol sont conservées pendant cinq ans ;
  10° disposer d'une procédure permettant au dépôt, au centre ou à l'établissement de tracer les matériaux de sol que le dépôt, le centre ou l'établissement a mis sur le marché ;
  11° disposer d'une assurance qui couvre sa responsabilité professionnelle ;
  12° en ce qui concerne les administrateurs et les personnes pouvant engager la personne morale : disposer de leurs droits civils et politiques et n'avoir encouru aucune condamnation pénale pour infractions à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;
  13° mettre toutes les données suivantes à la disposition, sur la demande de l'OVAM :
  a) des informations relatives aux sols pollués ;
  b) la qualité éco-hygiénique et l'utilisation des matériaux de sol ;
  c) l'utilisation de matériaux de sol comme alternative aux minerais de surface primaires. L'organisation y fait rapport conformément à un code de bonne pratique. Lorsque des documents sont établis, délivrés, reçus ou conservés à l'aide d'un système informatisé, les données enregistrées sur des supports de données sont transmises à l'OVAM sous une forme lisible et compréhensible ;
  14° disposer de l'infrastructure et des installations nécessaires à l'exploitation du dépôt, du centre ou de l'établissement ;
  15° disposer des autorisations nécessaires conformément aux dispositions de la législation en vigueur ;
  16° disposer d'un certificat de contrôle dans lequel une organisation de gestion du sol agréée atteste qu'il est satisfait aux conditions, prévues aux points 1° à 15° inclus. L'octroi du certificat de contrôle remonte à au plus cent soixante jours. Le contrôle satisfait à la procédure approuvée par l'OVAM ;
  17° satisfaire aux conditions imposées par ou en vertu du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et du décret relatif au permis d'environnement.
  Les connaissances approfondies, visées à l'alinéa premier, 3°, sont démontrées au moyen de diplômes académiques, de diplômes de l'enseignement supérieur de type long ou de diplômes équivalents, délivrés dans un état-membre de l'Union européenne.
  L'expérience, visée à l'alinéa premier, 4°, 6° et 7° est démontrée à l'aide d'un curriculum vitae.
  La connaissance approfondie, visée au premier alinéa, 5° et 7°, est démontrée à l'aide d'un curriculum vitae ou à l'aide d'une entrevue avec et sur la demande de l'OVAM.]1

  
Onderafdeling II. - [1 Procedure tot erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie]1
Sous-section II. - [1 Procédure d'agrément comme organisation de gestion du sol, dépôt provisoire, centre de nettoyage de terres ou établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange]1
A. [1 Ontvankelijkheid van de aanvraag tot erkenning]1
A. [1 Recevabilité de la demande d'agrément]1
Art. 204. [1 De aanvraag om erkend te worden als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie als vermeld in artikel 202 en 203, wordt met een aangetekende brief gericht aan de minister, op het adres van de OVAM.]1
  
Art. 204. [1 La demande d'agrément comme organisation de gestion du sol, dépôt provisoire, centre de nettoyage des terres ou établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange, telle que visée aux articles 202 et 203, est adressée par lettre recommandée au ministre, à l'adresse de l'OVAM.]1
  
Art. 205. [1 Om ontvankelijk te zijn, bevat de aanvraag tot erkenning minstens de volgende gegevens :
  1° de statuten van de rechtspersoon;
  2° de namen van de natuurlijke personen die de rechtspersoon aangesteld heeft als verantwoordelijke personen;
  3° een kopie van de diploma's, vermeld in artikel 202, tweede lid, respectievelijk artikel 203, tweede lid;
  4° een curriculum vitae van de personen die over de kennis en de ervaring, vermeld in artikel 202, eerste lid, 4° tot en met 8°, respectievelijk artikel 203, eerste lid, 3° tot en met 7°, beschikken, waaruit die kennis en ervaring blijkt;
  5° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij de gegevens waarover hij zal beschikken, toegankelijk zal beheren;
  6° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij binnen dertig dagen na de erkenning een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid zal sluiten als vermeld in artikel 202, eerste lid, 12°, respectievelijk artikel 203, eerste lid, 11°, en dat hij de OVAM van de gesloten polis op de hoogte zal brengen;
  7° een recent getuigschrift van goed zedelijk gedrag van de personen, vermeld in artikel 202, eerste lid, 13°, respectievelijk artikel 203, eerste lid, 12° ;
  8° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij binnen drie maanden na de erkenning de personen, vermeld in artikel 202, eerste lid, 4° tot en met 8°, en artikel 203, eerste lid, 3° tot en met 7°, in dienst zal hebben;
  9° wat de handelsverenigingen en de verenigingen zonder winstgevend oogmerk betreft : een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft;
  10° wat de tussentijdse opslagplaatsen, grondreinigingscentra en inrichtingen voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie betreft : een beschrijving van de infrastructuur en de installaties, vermeld in artikel 203, eerste lid, 14°.]1

  
Art. 205. [1 Pour être recevable, la demande d'agrément contient au moins les données suivantes :
  1° les statuts de la personne morale ;
  2° les noms des personnes physiques désignées en tant que personnes responsables par la personne morale ;
  3° une copie des diplômes visés à respectivement l'article 202, alinéa deux et l'article 203, alinéa deux ;
  4° un curriculum vitae des personnes ayant les connaissances et l'expérience visées à respectivement l'article 202, alinéa premier, 4° à 8° et l'article 203, alinéa premier, 3° à 7°, attestant ces connaissances et expérience ;
  5° un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il gérera les données dont il disposera de façon à ce qu'elles soient accessibles ;
  6° un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare conclure une assurance pour responsabilité professionnelle, telle que visée à respectivement l'article 202, alinéa premier, 12° et l'article 203, alinéa premier, 11° dans les trente jours après l'agrément et informer l'OVAM de la police conclue ;
  7° un certificat récent de bonne vie et moeurs des personnes, telles que visées à respectivement l'article 202, premier alinéa, 13° et l'article 203, premier alinéa, 12° ;
  8° un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il emploiera dans les trois mois suivant l'agrément les personnes, visées à l'article 202, alinéa premier, 4° à 8° et à l'article 203, alinéa premier, 3° à 7° ;
  9° en ce qui concerne les sociétés commerciales et les associations sans but lucratif :une attestation récente démontrant que le demandeur a rempli ses obligations sociales et fiscales ;
  10° en ce qui concerne les dépôts provisoires, centres de nettoyage de terres et établissements pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange : une description de l'infrastructure et des installations, visées à l'article 203, alinéa premier, 14°.]1

  
B. [1 Behandeling van, advies en beslissing over de aanvraag tot erkenning]1
B. [1 Traitement de, avis et décision concernant la demande d'agrément]1
Art. 206. [1 De aanvragen tot erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie worden volgens de volgende procedure behandeld :
  1° de OVAM stuurt binnen dertig dagen na de datum van de ontvangst van de aanvraag een ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij ze zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aanvraag;
  2° de OVAM verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige aanvullingen. Als de OVAM niet binnen de termijn, vermeld in punt 1°, om aanvullingen heeft verzocht, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Als de OVAM binnen de termijn, vermeld in punt 1°, om aanvullingen verzoekt, wordt de aangevulde aanvraag opnieuw met een aangetekende brief naar de OVAM gestuurd. De OVAM stuurt binnen dertig dagen na de datum van de ontvangst van de aangevulde aanvraag het ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij de OVAM zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aangevulde aanvraag;
  3° de OVAM onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en stuurt die samen met haar advies binnen negentig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag naar de minister;
  4° de minister neemt binnen honderdtwintig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag een beslissing over de erkenning;
  5° binnen honderdvijftig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag betekent de OVAM de beslissing over de erkenning met een aangetekende brief aan de aanvrager. De beslissing over de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.]1

  
Art. 206. [1 Les demandes d'agrément comme organisation de gestion du sol, dépôt provisoire, centre de nettoyage de terres ou établissement pour le dépôt et le traitement de boues de dragage et de vidange sont traitées selon la procédure suivante :
  1° l'OVAM envoie un accusé de réception au demandeur, dans lequel elle se prononce également sur la recevabilité de la demande dans les trente jours après la date de la réception de la demande ;
  2° l'OVAM déclare la demande recevable ou demande les compléments nécessaires. Si l'OVAM n'a pas demandé de compléments endéans le délai, visé au point 1°, la demande est censée recevable. Si l'OVAM demande des compléments dans le délai visé au point 1°, la demande complétée est à nouveau envoyée à l'OVAM par lettre recommandée. Dans les trente jours suivant la date de la réception de la demande complétée, l'OVAM fait parvenir au demandeur l'accusé de réception, dans lequel l'OVAM se prononce également sur la recevabilité de la demande complétée ;
  3° l'OVAM examine la demande recevable et l'envoie, accompagnée de son avis, au ministre dans les nonante jours suivant la date du récépissé de la demande recevable ;
  4° le ministre prend une décision sur l'agrément, dans les cent vingt jours suivant la date du récépissé de la demande recevable ;
  5° dans les cent cinquante jours suivant la date du récépissé de la demande recevable, l'OVAM notifie la décision relative à l'agrément au demandeur par lettre recommandée. La décision relative à l'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.]1

  
Onderafdeling III. - [1 Schorsing, opheffing en niet-overdraagbaarheid van de erkenning]1
Sous-section III. - [1 Suspension, annulation et incessibilité de l'agrément]1
A. [1 Schorsing van de erkenning]1
A. [1 Suspension de l'agrément]1
Art. 207. [1 § 1. De minister kan op elk moment de erkenning, vermeld in artikel 202 en 203, schorsen voor maximaal zes maanden in de volgende gevallen :
  1° de houder van de erkenning voert de taken waarmee hij is belast krachtens dit besluit, niet reglementair of niet objectief uit;
  2° de houder van de erkenning voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 202 of 203;
  3° de houder van de erkenning begaat onregelmatigheden bij het conform verklaren van technische verslagen, bij het uitreiken van grondverzettoelatingen en bodembeheerrapporten, en bij het toepassen van de procedures van dit besluit;
  4° de houder van de erkenning is bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsmoraal van de betrokken rechtspersoon aantast;
  5° bij een erkende bodembeheerorganisatie wordt de onafhankelijkheid tegenover de betrokkenen bij een project niet gegarandeerd.
  § 2. De minister brengt de houder van de erkenning met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot schorsing, met vermelding van de redenen.
  Binnen dertig dagen na de datum van de ontvangst van de brief, vermeld in het eerste lid, kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing te voorkomen, of zijn verweermiddelen aan de minister kenbaar maken.
  § 3. De OVAM betekent de beslissing tot schorsing met een aangetekende brief aan de houder van de erkenning. De beslissing tot schorsing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 4. De schorsing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkene.]1

  
Art. 207. [1 § 1er. Le Ministre peut à tout temps suspendre l'agrément, visé aux articles 202 et 203, pour une période d'au maximum six mois dans les cas suivants :
  1° le titulaire de l'agrément n'exécute pas de manière réglementaire ou objective les tâches dont il a été chargé en vertu du présent arrêté ;
  2° le titulaire de l'agrément ne répond plus aux conditions d'agrément prévues aux articles 202 ou 203 ;
  3° le titulaire de l'agrément commet des irrégularités dans la déclaration de conformité de rapports techniques, dans la délivrance d'autorisations de terrassement et de rapports de gestion du sol, et dans l'application des procédures du présent arrêté ;
  4° le titulaire de l'agrément a été condamné en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée pour un délit qui, de par sa nature, porte atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
  5° dans le cas d'une organisation de gestion du sol agréée, l'indépendance à l'égard des personnes concernées par un projet n'est pas garantie.
  § 2. Le ministre informe le titulaire de l'agrément de la décision envisagée de suspension par lettre recommandée avec mention des motifs.
  Dans un délai de trente jours suivant la date de réception de la lettre, visée dans l'alinéa premier, le titulaire de l'agrément peut accomplir toutes les formalités nécessaires afin d'éviter la suspension ou transmettre ses moyens de défense au Ministre.
  § 3. L'OVAM notifie la décision relative à la suspension au détenteur de l'agrément par lettre recommandée. La décision de suspension est publiée par extrait au Moniteur belge.
  § 4. La suspension prend cours le trentième jour après la date de notification de la décision à la personne concernée.]1

  
B. [1 Opheffing van de erkenning]1
B. [1 Annulation de l'agrément]1
Art. 208. [1 § 1. De minister kan op elk moment de erkenning, vermeld in artikel 202 en 203, opheffen in de volgende gevallen :
  1° als de houder van de erkenning de taken waarmee hij is belast krachtens dit besluit, herhaaldelijk niet reglementair of niet objectief uitvoert;
  2° als de houder van de erkenning bij het verstrijken van de schorsingsperiode nog altijd niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij op grond van artikel 207, § 1, 2°, geschorst is;
  3° als de houder van de erkenning ernstige onregelmatigheden of bij herhaling onregelmatigheden begaat bij het conform verklaren van technische verslagen, bij het uitreiken van grondverzettoelatingen en van bodembeheerrapporten, en bij het toepassen van de procedures van dit besluit;
  4° als de houder van de erkenning bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de betrokken rechtspersoon in ernstige mate aantast;
  5° als bij een erkende bodembeheerorganisatie de onafhankelijkheid tegenover de betrokkenen bij een project bij herhaling niet gegarandeerd wordt.
  § 2. De minister brengt de houder van de erkenning met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot opheffing, met vermelding van de redenen.
  Binnen dertig dagen na de datum van de ontvangst van die brief kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de opheffing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de minister kenbaar maken.
  § 3. De OVAM betekent de beslissing tot opheffing met een aangetekende brief aan de houder van de erkenning. De beslissing tot opheffing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 4. De opheffing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkene.]1

  
Art. 208. [1 § 1er. Le Ministre peut à tout temps annuler l'agrément, visé aux articles 202 et 203, dans les cas suivants :
  1° lorsque le titulaire de l'agrément n'exécute pas de manière réglementaire ou objective les tâches dont il a été chargé en vertu du présent arrêté, et ce à plusieurs reprises ;
  2° lorsque, à l'échéance de la période de suspension, le titulaire de l'agrément ne satisfait toujours pas aux conditions d'agrément sur la base desquelles il a été suspendu en vertu de l'article 207, § 1er, 2° ;
  3° lorsque le titulaire de l'agrément commet des irrégularités graves ou répétées dans la déclaration de conformité des rapports techniques, la délivrance d'autorisations de terrassement et de rapports de gestion du sol, et dans l'application des procédures du présent arrêté ;
  4° lorsque le titulaire de l'agrément est condamné en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée pour un délit qui, de par sa nature, porte gravement atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
  5° lorsque, dans le cas d'une organisation de gestion du sol agréée, l'indépendance à l'égard des personnes concernées par un projet n'est pas garantie à plusieurs reprises.
  § 2. Le Ministre informe le détenteur de l'agrément de la décision envisagée d'annulation, avec mention des raisons, par lettre recommandée.
  Dans les trente jours après la date de la réception de cette lettre, le détenteur de l'agrément peut remplir toutes les formalités nécessaires pour prévenir l'annulation ou informer le ministre de ses moyens de défense.
  § 3. L'OVAM notifie la décision relative à l'annulation au détenteur de l'agrément par lettre recommandée. La décision d'annulation est publiée par extrait au Moniteur belge.
  § 4. L'annulation prend cours le trentième jour après la date de notification de la décision à la personne concernée.]1

  
C. [1 Overdraagbaarheid van de erkenning]1
C.1 Transférabilité de l'agrément]1
Art. 209. [1 Erkenningen zijn niet overdraagbaar.]1
  
Art. 209. [1 Les agréments ne sont pas transférables.]1
  
Onderafdeling IV. - [1 Overname door de OVAM van de taken van een erkende bodembeheerorganisatie]1
Sous-section IV. - [1 Reprise par l'OVAM des tâches d'une organisation agréée de gestion du sol]1
Art. 210. [1 De OVAM kan in geval van schorsing of opheffing van de erkenning van een bodembeheerorganisatie de volgende taken overnemen :
  1° technische verslagen conform verklaren;
  2° grondverzettoelatingen uitreiken;
  3° bodembeheerrapporten uitreiken;
  4° keuringsattesten als vermeld in artikel 203, eerste lid, 16°, uitreiken.]1

  
Art. 210. [1 En cas de suspension ou d'annulation de l'agrément d'une organisation de gestion du sol, l'OVAM peut reprendre les tâches suivantes :
  1° déclarer les rapports techniques conformes ;
  2° délivrer des autorisations de terrassement ;
  3° délivrer des rapports de gestion du sol ;
  4° délivrer des certificats de contrôle, tels que visés à l'article 203, alinéa premier, 16°.]1

  
HOOFDSTUK XV. - Administratief beroep.
CHAPITRE XV. - Recours administratif.
Afdeling I. - Ontvankelijkheid van het beroep.
Section Ire. - Recevabilité du recours.
Art. 211. Het beroep, vermeld in artikel 146 en 153 van het Bodemdecreet, wordt bij ter post aangetekende zending tegen ontvangstbewijs betekend of tegen ontvangstbewijs afgegeven aan de Vlaamse Regering, per adres van de juridische dienst.
  Bij het beroep, vermeld in artikel 153 van het Bodemdecreet, wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, een afschrift van de bestreden beslissing gevoegd.
Art. 211. Le recours, prévu aux articles 146 et 153 du Décret relatif au sol, est notifié par envoi recommandé à la poste contre récépissé ou remis au Gouvernement flamand contre récépissé, à l'attention du service juridique.
  Sous peine d'irrecevabilité, une copie de la décision contestée est jointe au recours, prévu à l'article 153 du Décret relatif au sol.
Art. 212. De juridische dienst onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroep.
  Als de juridische dienst van oordeel is dat het beroep onontvankelijk is, deelt het hoofd van de juridische dienst die beslissing bij aangetekende brief mee aan de indiener van het beroep en de OVAM.
  Als de juridische dienst van oordeel is dat het beroep ontvankelijk is, deelt ze die beslissing bij aangetekende brief mee aan de indiener van het beroep, de OVAM en de volgende personen :
  1° als het gaat om een beroep als vermeld in artikel 146 van het Bodemdecreet, dat schorsend is : de personen, vermeld in [1 artikel 88, § 2, van dit besluit]1;
  2° in de andere gevallen :
  a) de plichtige, vermeld in artikel 11 of 22 van het Bodemdecreet;
  b) de opdrachtgever van het beschrijvend bodemonderzoek, het oriënterende en beschrijvend bodemonderzoek, het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject, het risicobeheer of het waterbodemonderzoek waarop het beroep betrekking heeft.
  
Art. 212. Le service juridique vérifie la recevabilité du recours.
  Lorsque le service juridique estime le recours irrecevable, le chef du service juridique communique cette décision par lettre recommandée à l'auteur du recours et à l'OVAM.
  Lorsque le service juridique estime le recours recevable, il communique cette décision par lettre recommandée à l'auteur du recours, à l'OVAM et aux personnes suivantes :
  1° s'il s'agit d'un recours tel que prévu à l'article 146 du Décret relatif au sol, qui est suspensif : les personnes, visées à l'[1 article 88, § 2, du présent arrêté]1;
  2° dans les autres cas :
  a) la personne obligée, visée aux articles 11 et 22, du Décret relatif au sol;
  b) le donneur d'ordre de la reconnaissance descriptive du sol, de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, du projet d'assainissement du sol, du projet limité d'assainissement du sol, de la gestion des risques ou de la reconnaissance du sol aquatique, qui font l'objet du recours.
  
Afdeling II. - Nota met opmerkingen en stavingsstukken.
Section II. - Note de remarques et de pièces justificatives.
Art. 213. Binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van ontvankelijkheid van het beroep kunnen de personen, vermeld in artikel 212, met uitzondering van de indiener van het beroep, bij ter post aangetekende zending tegen ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs een nota met opmerkingen en stavingstukken indienen bij de Vlaamse Regering, per adres van de juridische dienst.
Art. 213. Dans un délai de trente jours suivant la réception de la notification de la décision de recevabilité du recours, les personnes, visées à l'article 212, à l'exception de l'auteur du recours, peuvent introduire une note de remarques et de pièces justificatives, par envoi recommandé à la poste contre récépissé ou par remise contre récépissé auprès du Gouvernement flamand, à l'adresse du service juridique.
HOOFDSTUK XVII. - Retributies.
CHAPITRE XVII. - Rétributions.
Afdeling I. - Toegang tot het Grondeninformatieregister.
Section Ire. - Accès au Registre d'Information sur les Terrains.
Onderafdeling I. - Algemene bepaling.
Sous-section Ire. - Disposition générale.
Art. 214. De toegankelijkheid van het Grondeninformatieregister is afhankelijk van de betaling van een retributie.
Art. 214. L'accessibilité du Registre d'Information des Terrains est subordonnée au paiement d'une rétribution.
Onderafdeling II. - Bodemattest.
Sous-section II. - Attestation du sol.
Art. 215. [1 § 1. Het bedrag van de bronretributie voor de uitreiking van een bodemattest op aanvraag, vermeld in artikel 5, § 2, derde lid, en artikel 101, § 1, van het Bodemdecreet, wordt op de volgende wijze vastgesteld:
   1° voor een grond die een of meer percelen omvat, bedraagt de bronretributie 67 euro per perceel;
   2° voor een grond zonder perceelnummer die in het grondgebied ligt van één gemeente, bedraagt de bronretributie 67 euro per aaneengesloten deel;
   3° voor een grond die een of meer delen van een perceel omvat, bedraagt de bronretributie 269 euro per deel van een perceel.
   § 2. Om het bedrag van de bronretributie voor de uitreiking van een bodemattest op aanvraag als vermeld in artikel 119 van het Bodemdecreet vast te stellen, zijn de bepalingen van paragraaf 1 van overeenkomstige toepassing.]1

  
Art. 215. [1 § 1er. Le montant de la rétribution de source pour la délivrance d'une attestation du sol sur demande, visée à l'article 5, § 2, alinéa 3, et à l'article 101, § 1er, du décret relatif au sol, est déterminé comme suit :
   1° pour un terrain comprenant une ou plusieurs parcelles, la rétribution de source s'élève à 67 euros par parcelle ;
   2° pour un terrain sans numéro de parcelle qui se situe sur le territoire d'une seule commune, la rétribution de source s'élève à 67 euros par partie continue ;
   3° pour un terrain comprenant une ou plusieurs parties d'une parcelle, la rétribution de source s'élève à 269 euros par partie d'une parcelle.
   § 2. Pour déterminer le montant de la rétribution de source pour la délivrance d'une attestation du sol sur demande telle que visée à l'article 119 du décret relatif au sol, les dispositions du paragraphe 1er s'appliquent mutatis mutandis.]1

  
Art. 217. Het bedrag van de [2 bronretributie]2 wordt [2 jaarlijks op 1 januari]2 aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex en wel als volgt : het bedrag van de [2 bronretributie]2 wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag; het zo verkregen getal wordt afgerond tot het gehele getal.
  [1 ...]1
  
Art. 217. Le montant de la [2 rétribution de source]2 est adapté [2 chaque année au 1er janvier ]2 sur la base de l'évolution de l'indice santé, et ce de la manière suivante : le montant de la [2 rétribution de source]2 est multiplié par un facteur dont le numérateur est l'indice santé qui était d'application au 1er novembre de l'année précédant l'année dans laquelle le montant est modifié, et dont le dénominateur est l'indice santé qui était d'application au 1er novembre de l'année précédant la fixation du montant en vigueur; le nombre ainsi obtenu est arrondi au nombre entier.
  [1 ...]1
  
Art. 217/1. [1 Van de ontvangsten van de [3 bronretributie]3 voor het bodemattest wordt [2 25%]2 toegewezen aan het Bodembeschermingsfonds, vermeld in artikel 17 van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004.]1
  
Art. 217/1. [1 [2 25 %]2 des recettes de la [3 rétribution de source]3 pour l'attestation du sol sont attribués au Fonds de Protection du Sol, visé à l'article 17 du décret du 19 décembre 2003 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2004.]1
  
Onderafdeling III. - Specifieke informatie.
Sous-section III. - Information spécifique.
Art. 218. § 1. Het bedrag van de retributie voor specifieke informatie als vermeld in artikel [1 19 ]1 is gelijk aan de kosten voor het verstrekken van de gevraagde informatie en wordt bepaald door de OVAM na de beoordeling van de ontvankelijkheid van de vraag tot maatwerk.
  § 2. Voor de berekening van de kosten doet de OVAM een zo realistisch mogelijke inschatting van het aantal werkuren die verricht zullen moeten worden om de gevraagde informatie aan te leveren, en vermenigvuldigt ze die met het uurtarief van de in te zetten personeelsleden. Dit uurtarief is enkel afhankelijk van het niveau van de ingezette personeelsleden.
  Per niveau is dit uurtarief gelijk aan de gemiddelde kost van een werkuur van de diverse personeelsleden van de OVAM binnen dit niveau, met inbegrip van de overheadkosten. De OVAM maakt deze uurtarieven bekend op haar website en bezorgt ze op eerste verzoek aan iedereen die er om vraagt.
  
Art. 218. § 1er. Le montant de la rétribution pour l'information spécifique telle que visée à l'article [1 19]1 est égal aux frais de la fourniture de l'information demandée et est fixé par l'OVAM après avoir évalué la recevabilité de la demande de travail sur mesure.
  § 2. Pour le calcul des frais, l'OVAM fait une estimation aussi réaliste que possible des heures de travail à effectuer afin de fournir l'information demandée, qu'elle multiplie ensuite par le tarif horaire du personnel à déployer. Ce tarif horaire est basé sur le seul niveau des membres du personnel déployés.
   Pour chaque niveau, ce tarif horaire est égal au coût moyen d'une heure de travail des différents membres du personnel de l'OVAM au sein de ce niveau, y compris les frais généraux. L'OVAM rend ces tarifs horaires publics sur son site Internet et les fournit sur première demande à toute personne qui les sollicite.
  
Onderafdeling IV. - Digitale informatie via het e-loket van de OVAM.
Sous-section IV. - Information numérique via le guichet électronique de l'OVAM.
Art. 219. [1 Het bedrag van de retributie voor het verstrekken van digitale informatie uit het Grondeninformatieregister via het e-loket van de OVAM met toepassing van artikel 20 bedraagt 50 euro per rapport.]1
  Het bedrag van de retributie wordt betaald via een lopende rekening bij de OVAM.
  [1 ...]1
  
Art. 219. [1 Le montant de la rétribution pour la fourniture d'information numérique du Registre d'Information des Terrains via le guichet électronique de l'OVAM en vertu de l'article 20 s'élève à 50 euros par rapport.]1
  Le montant de la rétribution est payé sur un compte courant de l'OVAM.
  [1 ...]1
  
Afdeling II. [1 - Ambtshalve optreden van de OVAM.]1
Section II. [1 - Intervention d'office par l'OVAM.]1
Art. 220. De retributie, vermeld in artikel 162, § 8, van het Bodemdecreet, bedraagt 10 % van de kosten van het ambtshalve uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek, het siteonderzoek, het beschrijvend bodemonderzoek, de bodemsanering of andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van het Bodemdecreet.
Art. 220. La rétribution, prévue à l'article 162, § 8, du Décret relatif au sol, s'élève à 10 % des frais de l'exécution d'office de la reconnaissance d'orientation du sol, de la reconnaissance du site, de la reconnaissance descriptive du sol, de l'assainissement du sol ou des autres mesures, prévues au chapitre VI du Décret relatif au sol.
Art. 221. De in gebreke blijvende [1 plichtige of aansprakelijke persoon]1 moet de verschuldigde retributie storten op het rekeningnummer van de OVAM met vermelding van zijn naam en de identificatie van de grond waarop het ambtshalve optreden van de OVAM betrekking heeft.
  
Art. 221. La personne [1 la personne obligée ou responsable]1 restée en défaut doit verser la rétribution due sur le compte de l'OVAM, avec mention de son nom et de l'identification du terrain faisant l'objet de l'intervention d'office par l'OVAM.
  
Afdeling III. - Beoordeling van een aanvraag tot toepassing van bevoegdheden van de Vlaamse Regering.
Section III. - Evaluation d'une demande d'application de compétences du Gouvernement flamand.
Art. 222. De beoordeling van een aanvraag tot het toestaan van een afwijking door de Vlaamse Regering krachtens artikel 164 of 165 van het Bodemdecreet is afhankelijk van de betaling van een retributie.
  De persoon die een aanvraag als vermeld in het eerste lid wenst in te dienen, contacteert voorafgaandelijk de OVAM met het verzoek het bedrag van de retributie vast te stellen. Het bedrag van de retributie is gelijk aan de kosten voor het behandelen van de aanvraag en wordt door de OVAM binnen tien dagen na hogervermeld verzoek meegedeeld aan deze persoon. De bepalingen van artikel 218, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing.
  De aanvrager moet de verschuldigde retributie storten op het rekeningnummer van de OVAM met vermelding van zijn naam en de identificatie van de grond waarop de aanvraag betrekking heeft.
Art. 222. L'évaluation d'une demande de dérogation de la part du Gouvernement flamand en vertu des articles 164 ou 165 du Décret relatif au sol est subordonnée au paiement d'une rétribution.
  La personne souhaitant soumettre une demande, telle que visée au premier alinéa, prend contact au préalable avec l'OVAM en lui demandant de fixer le montant de la rétribution. Le montant de la rétribution est égal aux frais du traitement de la demande et est communiqué à cette personne par l'OVAM dans les dix jours de la susdite demande. Les dispositions de l'article 218, § 2, s'appliquent par analogie.
  Le demandeur doit verser la rétribution due sur le compte de l'OVAM, avec mention de son nom et de l'identification du terrain faisant l'objet de la demande.
HOOFDSTUK XVIII. - Bevoegdheden van de Vlaamse Regering.
CHAPITRE XVIII. - Compétences du Gouvernement flamand.
Art. 223. Het verzoek tot toepassing van de bevoegdheden, vermeld in artikelen 164 en 165 van het Bodemdecreet, wordt bij [2 ...]2 brief bij de Vlaamse Regering ingediend, per adres van de OVAM.
  [1 In verband met de toepassing van artikel 160 van het Bodemdecreet kan de minister beslissen om af te zien van kostenverhaal.]1
Art. 223. La demande d'application des compétences, prévues aux articles 164 et 165 du Décret relatif au sol, est soumise par lettre [2 ...]2 au Gouvernement flamand, à l'attention de l'OVAM.
  [1 Eu égard à l'application de l'article 160 du Décret relatif au sol, le Ministre peut décider de renoncer au recouvrement des coûts ]1
TITEL V. - Toezicht.
TITRE V. - Contrôle.
TITEL VI. - Slotbepalingen.
TITRE VI. - Dispositions finales.
HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions abrogatoires.
Art. 225. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1998, 9 februari 1999, 12 oktober 2001, 7 december 2001, 14 juni 2002, 28 november 2003, 5 december 2003, 9 januari 2004, 23 april 2004, 22 september 2006, 15 december 2006 en 7 september 2007, wordt opgeheven.
Art. 225. L'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 1996 fixant le Règlement flamand relatif à l'assainissement du sol, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1998, 9 février 1999, 12 octobre 2001, 7 décembre 2001, 14 juin 2002, 28 novembre 2003, 5 décembre 2003, 9 janvier 2004, 23 avril 2004, 22 septembre 2006, 15 décembre 2006 et 7 septembre 2007, est abrogé.
HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions transitoires.
Art. 226. Artikel 45, eerste lid, is alleen van toepassing op bodemsaneringsdeskundigen die krachtens dit besluit werden erkend.
  Bodemsaneringsdeskundigen die krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering werden erkend, moeten binnen het jaar na de inwerkingtreding van dit besluit voldoen aan de volgende erkenningsvoorwaarden :
  1° voor een bodemsaneringsdeskundige van type 1 :
  a) natuurlijk persoon : de voorwaarden, vermeld in artikel 30, § 1, 1° tot en met 3°, en 5°;
  b) rechtspersoon : de voorwaarden, vermeld in artikel 30, § 2, 3° tot en met 5° en 7°;
  2° voor een bodemsaneringsdeskundige van type 2 : de voorwaarden, vermeld in artikel 31, § 1, 3°, 5° tot en met 9°.
Art. 226. L'article 45, alinéa premier, s'applique uniquement aux experts en assainissement du sol qui ont été agréés en vertu du présent arrêté.
  Les experts en assainissement du sol agréés en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 1996 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol, doivent répondre aux suivantes conditions d'agrément dans l'année qui suit l'entrée en vigueur du présent arrêté :
  1° pour un expert en assainissement du sol du type 1 :
  a) personne physique : les conditions, prévues à l'article 30, § 1er, 1° à 3° inclus, et 5°;
  b) personne morale : les conditions, prévues à l'article 30, § 2, 3° à 5° inclus, et 7°;
  2° pour un expert en assainissement du sol du type 2 : les conditions, prévues à l'article 31, § 1er, 3°, 5° à 9° inclus.
Art. 227. De formaliteit, vermeld in artikel 19, § 3, van het Bodemdecreet, hoeft niet te worden vervuld voor de gronden die krachtens artikel 30, § 2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering door de Vlaamse Regering of bij delegatie door de minister werden aangewezen als gronden met historische bodemverontreiniging waar bodemsanering moet plaatsvinden en waarop bij de inwerkingtreding van het Bodemdecreet bodemsanering of nazorg in uitvoering was voor die historische bodemverontreiniging.
Art. 227. La formalité, prévue à l'article 19, § 3, du Décret relatif au sol, ne doit pas être accomplie pour les terrains qui, en vertu de l'article 30, § 2, du décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol, ont été désignés par le Gouvernement flamand ou, par délégation, par le Ministre comme terrains à pollution historique du sol, sur lesquels un assainissement du sol doit être effectué et sur lesquels, au moment de l'entrée en vigueur du Décret relatif au sol, un assainissement du sol ou un suivi étaient en cours pour cette pollution historique du sol.
Art. 228. Voor de bodemverontreiniging die in het kader van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering door de OVAM werd gekwalificeerd als een niet te onderscheiden gemengde bodemverontreiniging, blijven uitsluitend de bepalingen voor nieuwe bodemverontreiniging gelden tot wanneer de OVAM, op initiatief van de saneringsplichtige op basis van een gemotiveerd voorstel van een bodemsaneringsdeskundige in een verslag van bodemonderzoek, een uitspraak heeft gedaan over een verdeling als vermeld in artikel 27, § 1, van het Bodemdecreet.
Art. 228. Pour la pollution du sol qui, dans le cadre du décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol, a été qualifiée par l'OVAM comme une pollution mixte du sol non distinguable, les seules dispositions relatives aux nouvelles pollutions du sol demeurent valables jusqu'à ce que l'OVAM, à l'initiative de la personne soumise à l'obligation d'assainissement sur la base d'une proposition motivée d'un expert en assainissement du sol dans un rapport de reconnaissance du sol, se soit prononcée sur une division, telle que prévue à l'article 27, § 1er, du Décret relatif au sol.
Art. 234. Met behoud van de toepassing van artikelen 61 en 62 zijn de exploitanten die hun periodieke onderzoeksplicht als bepaald in artikel 2 en 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering nog niet zijn nagekomen voor de inwerkingtreding van dit besluit, ertoe gehouden om die verplichting alsnog uit te voeren binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 234. Sans préjudice de l'application des articles 61 et 62, les exploitants qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, n'ont pas encore rempli leur obligation de reconnaissance périodique, telle que prévue aux articles 2 et 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 1996 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol, sont tenus de remplir cette obligation dans un délai de deux ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Inwerkingstredingsbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions d'entrée en vigueur.
Art. 236. Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, met uitzondering van artikel 176, § 2, en dit besluit treden in werking op 1 juni 2008.
Art. 236. Le décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, à l'exception de l'article 176, § 2, et le présent arrêté entrent en vigueur le 1er juin 2008.
HOOFDSTUK IV. - Uitvoeringsbepaling.
CHAPITRE IV. - Disposition d'exécution.
Art. 237. De Minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 237. Le Ministre, ayant l'Environnement et la Politique des Eaux dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N2. Bijlage II. - Richtwaarden voor de bodemkwaliteit.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-04-2008, p. 21425-21427. Errata B.S. 19-05-2008, p. 25909 en v.)
Art. N2. Annexe II. - Valeurs guides pour la qualité du sol.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 22-04-2008, p. 21509-21511. Errata M.B. 19-05-2008, p. 25909 et s.)
  Vervangen door :
  
  Remplacée par :
  
Art. N3. Bijlage III. - Streefwaarden voor de bodemkwaliteit.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-04-2008, p. 21427-21429. Errata B.S. 19-05-2008, p. 25909 en v.)
  Gewijzigd bij:
  
Art. N3. Annexe III. - Valeurs cibles pour la qualité du sol.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 22-04-2008, p. 21512-21514. Errata M.B. 19-05-2008, p. 25909 et s.)
  Modifié par:
  
Art. N4. Bijlage IV. - Bodemsaneringsnormen.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-04-2008, p. 21430-21436. Errata B.S. 19-05-2008, p. 25909 en v.)
Art. N4. Annexe IV. - Normes d'assainissement du sol.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 22-04-2008, p. 21514-21521. Errata M.B. 19-05-2008, p. 25909 et s.)
  Gewijzigd bij :
  
  
  Modifié par :
  
  
Art. N5. Bijlage V. - Waarden voor vrij gebruik van uitgegraven bodem.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-04-2008, p. 21437-21439. Errata B.S. 19-05-2008, p. 25909 en v.)
Art. N5. Annexe V. - Valeurs pour la libre utilisation des terres excavées.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 22-04-2008, p. 21521-21523. Errata M.B. 19-05-2008, p. 25909 et s.)
  Gewijzigd bij :
  
  
  Modifié par:
  
  
Art. N6. [1 Bijlage VI. - Waarden voor het gebruik van uitgegraven bodem als bouwkundig bodemgebruik of in vormvast product.]1
Art. N6. [1 Annexe VI. - Valeurs pour l'utilisation des terres excavées en construction ou dans un produit solide.]1
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-03-2024, p. 38838)
  
   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-03-2024, p. 38903)
  
Art. N7. Bijlage VII. - Uitloogbaarheidswaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem als bouwkundig bodemgebruik of in vormvast product.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-04-2008, p. 21440).
Art. N7. Annexe VII. - Valeurs de lixiviabilité pour l'utilisation des terres excavées en construction ou dans un produit solide.
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 22-04-2008, p. 21524).
  Vervangen door :
  
  Remplacé par :