Artikel 1. Artikel 2 van het ministerieel besluit van 7 juli 2006 betreffende de aanvragen om vaststelling of aanpassing van de bedrijfstoeslagrechten in 2005 door het gebruik van de nationale reserve ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt als volgt gewijzigd :
lid 1 wordt als volgt gewijzigd :
b) de woorden "of in 2006" worden ingevoegd tussen de woorden "2005" en de woorden "een aanvankelijke aanvraag";
b) de woorden "in 2005 ingediende" worden ingevoegd tussen het woord "De" en het woord "aanvraag";
c) de woorden ", paragraaf 1; terwijl de in 2006 ingediende aanvraag enkel kan berusten op één van de toestanden bedoeld in artikel 3, paragraaf 1bis " ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in artikel 3" en de woorden "Alle vereiste voorwaarden".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JANUARI 2008. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 7 juli 2006 betreffende de aanvragen om vaststelling of aanpassing van de bedrijfstoeslagrechten in 2005 door het gebruik van de nationale reserve ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (VERTALING).
Titre
20 JANVIER 2008. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 7 juillet 2006 relatif aux demandes d'établissement ou d'adaptation des droits au paiement unique en 2005 par l'utilisation de la réserve nationale en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté ministériel du 7 juillet 2006 relatif aux demandes d'établissement ou d'adaptation des droits au paiement unique en 2005 par l'utilisation de la réserve nationale en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune, sont apportées les modifications suivantes :
L'alinéa 1er est modifié comme suit :
a) les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "demande initiale" et les mots "conformément à l'article 5";
b) les mots "introduite en 2005" sont insérés entre les mots "La demande" et les mots "ne peut être fondée";
c) les mots "premier paragraphe; tandis que la demande introduite en 2006 ne peut être fondée que sur une des situations visées à l'article 3, paragraphe 1erbis." sont insérés entre les mots "visées à l'article 3" et les mots "Toutes les conditions".
L'alinéa 1er est modifié comme suit :
a) les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "demande initiale" et les mots "conformément à l'article 5";
b) les mots "introduite en 2005" sont insérés entre les mots "La demande" et les mots "ne peut être fondée";
c) les mots "premier paragraphe; tandis que la demande introduite en 2006 ne peut être fondée que sur une des situations visées à l'article 3, paragraphe 1erbis." sont insérés entre les mots "visées à l'article 3" et les mots "Toutes les conditions".
Art. 2. Een artikel 2bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde ministerieel besluit ingevoegd :
"Art. 2bis. De landbouwer-aanvrager die als overlater betrokken is (geweest) bij een overdracht van referentiegegevens of medegedeelde rechten mag de toekenning van rechten uit de reserve niet aanvragen, behoudens de gevallen van toekenningsaanvragen wegens de uitvoering van een herstructureringsprogramme, een bestuurshandeling of een gerechtelijke beslissing.".
"Art. 2bis. De landbouwer-aanvrager die als overlater betrokken is (geweest) bij een overdracht van referentiegegevens of medegedeelde rechten mag de toekenning van rechten uit de reserve niet aanvragen, behoudens de gevallen van toekenningsaanvragen wegens de uitvoering van een herstructureringsprogramme, een bestuurshandeling of een gerechtelijke beslissing.".
Art. 2. Un article 2bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté ministériel :
"Art. 2bis. L'agriculteur demandeur impliqué ou ayant été impliqué en tant que cédant dans un transfert de données de référence ou de droits notifiés ne peut solliciter l'allocation de droits issus de la réserve, hormis les cas de demandes d'allocation pour cause d'application d'un programme de restructuration, d'un acte administratif ou d'une décision judiciaire."
"Art. 2bis. L'agriculteur demandeur impliqué ou ayant été impliqué en tant que cédant dans un transfert de données de référence ou de droits notifiés ne peut solliciter l'allocation de droits issus de la réserve, hormis les cas de demandes d'allocation pour cause d'application d'un programme de restructuration, d'un acte administratif ou d'une décision judiciaire."
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde ministerieel besluit wordt een § 1bis toegevoegd, luidend als volgt :
"§ 1bis. Wat betreft de in artikel 2 bedoelde aanvragen die in 2006 ingediend zijn, kunnen vijf situaties in aanmerking worden genomen :
1° de investeringen in productiecapaciteit;
2° de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van gronden;
3° de toepassing van herstructureringsprogramma's;
4° de bestuurshandelingen en gerechtelijke beslissingen;
5° de leasing in de hoedanigheid van overlater van een referentiehoeveelheid verbonden aan de zuivelsector wegens een geval van overmacht en/of een buitengewone omstandigheid zoals bedoeld in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 1782/2003.".
"§ 1bis. Wat betreft de in artikel 2 bedoelde aanvragen die in 2006 ingediend zijn, kunnen vijf situaties in aanmerking worden genomen :
1° de investeringen in productiecapaciteit;
2° de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van gronden;
3° de toepassing van herstructureringsprogramma's;
4° de bestuurshandelingen en gerechtelijke beslissingen;
5° de leasing in de hoedanigheid van overlater van een referentiehoeveelheid verbonden aan de zuivelsector wegens een geval van overmacht en/of een buitengewone omstandigheid zoals bedoeld in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 1782/2003.".
Art. 3. Dans l'article 3 du même arrêté ministériel, il est inséré un § 1bis rédigé comme suit :
"§ 1erbis. Pour les demandes visées à l'article 2, introduites en 2006, cinq situations peuvent être reconnues par l'administration :
1° les investissements dans des capacités de production;
2° l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres;
3° l'application de programmes de restructuration;
4° les actes administratifs et décisions judiciaires;
5° le leasing, en tant que cédant, d'une quantité de référence liée au secteur du lait en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle tel que visés à l'article 40 du Règlement (CE) n° 1782/2003."
"§ 1erbis. Pour les demandes visées à l'article 2, introduites en 2006, cinq situations peuvent être reconnues par l'administration :
1° les investissements dans des capacités de production;
2° l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres;
3° l'application de programmes de restructuration;
4° les actes administratifs et décisions judiciaires;
5° le leasing, en tant que cédant, d'une quantité de référence liée au secteur du lait en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle tel que visés à l'article 40 du Règlement (CE) n° 1782/2003."
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde ministerieel besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd :
a) in lid 1 worden de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "aanvraag" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
b) op het einde van de streepjes 1, 2, 3 en 8 worden de woorden "voor de aanvragen ingediend in 2005" ingevoegd;
c) volgende streepjes worden ingevoegd tussen streepjes 8 en 9 :
" - de investering moet betrekking hebben op de productiecapaciteit betreffende de steunregeling in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- de betrokken investeringen betreffen de bouw, renovatie en aankoop van gebouwen voor droging in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- de investering moet minstens 5.000 euro bedragen in een gebouw/in gebouwen voor droging in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- in geval van aankoop van een gebouw mag de landbouwer-aanvrager geen aanvraag om herziening van de voorlopige rechten hebben ingediend indien die gegrond zou zijn op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3bis, § 2, punten 3°, 5° en 7°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006, voor de aanvragen ingediend in 2006;
d) in het laatste streepje worden de woorden "in de rundvleessector voor het of de ontkoppelde steunregelingen of van de steun in de schapensector" vervangen door de woorden "de betrokken sector";
2° in § 3 worden de woorden "betreffen de steun voor schapen en/of geiten door de gegevens betreffende de in 2004 verleende steun voor runderen en/of varkens" vervangen door de woorden "betreffende enerzijds de steun voor schapen en/of runderen voor de aanvragen ingediend in 2005 en anderzijds de steun voor tabak voor de aanvragen ingediend in 2006, door de gegevens betreffende dezelfde steun gekregen in 2004".
1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd :
a) in lid 1 worden de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "aanvraag" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
b) op het einde van de streepjes 1, 2, 3 en 8 worden de woorden "voor de aanvragen ingediend in 2005" ingevoegd;
c) volgende streepjes worden ingevoegd tussen streepjes 8 en 9 :
" - de investering moet betrekking hebben op de productiecapaciteit betreffende de steunregeling in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- de betrokken investeringen betreffen de bouw, renovatie en aankoop van gebouwen voor droging in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- de investering moet minstens 5.000 euro bedragen in een gebouw/in gebouwen voor droging in de tabaksector voor de aanvragen ingediend in 2006;
- in geval van aankoop van een gebouw mag de landbouwer-aanvrager geen aanvraag om herziening van de voorlopige rechten hebben ingediend indien die gegrond zou zijn op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3bis, § 2, punten 3°, 5° en 7°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006, voor de aanvragen ingediend in 2006;
d) in het laatste streepje worden de woorden "in de rundvleessector voor het of de ontkoppelde steunregelingen of van de steun in de schapensector" vervangen door de woorden "de betrokken sector";
2° in § 3 worden de woorden "betreffen de steun voor schapen en/of geiten door de gegevens betreffende de in 2004 verleende steun voor runderen en/of varkens" vervangen door de woorden "betreffende enerzijds de steun voor schapen en/of runderen voor de aanvragen ingediend in 2005 en anderzijds de steun voor tabak voor de aanvragen ingediend in 2006, door de gegevens betreffende dezelfde steun gekregen in 2004".
Art. 4. A l'article 4 du même arrêté ministériel sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est modifié comme suit :
a) à l'alinéa 1er, les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "demande, en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation";
b) en début de tirets 1, 2, 3 et 8, les mots suivants sont insérés : "pour les demandes introduites en 2005,";
c) les tirets suivants sont insérés entre les tirets 8 et 9 :
" - pour les demandes introduites en 2006, l'investissement doit avoir été effectué dans des capacités de production relatives au régime d'aides du secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, les investissements considérés concernent la construction, la rénovation et l'achat de bâtiments de séchage dans le secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, l'investissement doit atteindre au minimum 5.000 euros dans un/des bâtiments de séchage dans le secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, dans le cas d'achat de bâtiment, l'agriculteur demandeur ne peut pas avoir introduit de demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3bis, § 2, points 3°, 5° et 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006;"
d) au dernier tiret, les mots "le secteur bovin pour le ou les régimes d'aides découplés ou des aides reçues dans le secteur ovin" sont remplacés par les mots "le secteur considéré";
2° au § 3, les mots "relatives aux aides ovines et/ou bovines par les données relatives aux aides ovines et/ou bovines reçues en 2004" sont remplacés par les mots "relatives, d'une part, aux aides ovines et/ou bovines pour les demandes introduites en 2005 et, d'autre part, aux aides tabac pour les demandes introduites en 2006, par les données relatives aux mêmes aides reçues en 2004".
1° le § 1er est modifié comme suit :
a) à l'alinéa 1er, les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "demande, en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation";
b) en début de tirets 1, 2, 3 et 8, les mots suivants sont insérés : "pour les demandes introduites en 2005,";
c) les tirets suivants sont insérés entre les tirets 8 et 9 :
" - pour les demandes introduites en 2006, l'investissement doit avoir été effectué dans des capacités de production relatives au régime d'aides du secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, les investissements considérés concernent la construction, la rénovation et l'achat de bâtiments de séchage dans le secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, l'investissement doit atteindre au minimum 5.000 euros dans un/des bâtiments de séchage dans le secteur du tabac;
- pour les demandes introduites en 2006, dans le cas d'achat de bâtiment, l'agriculteur demandeur ne peut pas avoir introduit de demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3bis, § 2, points 3°, 5° et 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006;"
d) au dernier tiret, les mots "le secteur bovin pour le ou les régimes d'aides découplés ou des aides reçues dans le secteur ovin" sont remplacés par les mots "le secteur considéré";
2° au § 3, les mots "relatives aux aides ovines et/ou bovines par les données relatives aux aides ovines et/ou bovines reçues en 2004" sont remplacés par les mots "relatives, d'une part, aux aides ovines et/ou bovines pour les demandes introduites en 2005 et, d'autre part, aux aides tabac pour les demandes introduites en 2006, par les données relatives aux mêmes aides reçues en 2004".
Art. 5. In artikel 5, § 4, lid 2, van hetzelfde ministerieel besluit worden enerzijds de woorden "in 2005" ingevoegd tussen de woorden "Dat aantal hectaren wordt vermenigvuldigd" en de woorden "met coëfficiënt 0,83" en anderzijds worden de woorden "berekend in 2005" ingevoegd tussen de woorden "het gewestelijke gemiddelde" en de woorden "namelijk 252,60 euro".
Art. 5. A l'article 5, § 4, alinéa 2, du même arrêté ministériel, d'une part, les mots "en 2005" sont insérés entre les mots "Ce nombre d'hectares retenu est multiplié" et les mots "par le coefficient 0,83" et, d'autre part, les mots "déterminée en 2005" sont insérés entre les mots "la moyenne régionale" et les mots "soit à 252,60 euros".
Art. 6. Een artikel 5bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde ministerieel besluit ingevoegd :
"Art. 5bis. § 1. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 tot vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van grond, worden enkel de volgende toestanden erkend door het bestuur :
1° de vererving of de vervroegde vererving van een volledig of gedeeltelijk bedrijf dat in pacht is gegeven tijdens de referentieperiode tussen 15 mei 2004 en uiterlijk 31 maart 2005 voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen voor de tabaksector of uiterlijk op 31 maart 2006 voor de landbouwers die er wel voor in aanmerking komen;
2° de aankoop van grond uiterlijk op 15 mei 2004 voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector of uiterlijk op 3 maart 2006 voor de landbouwers die er wel voor in aanmerking komen;
3° de huur op lange termijn van (een deel van) een bedrijf uiterlijk op 3 maart 2006 voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector.
§ 2. In geval van motivering gegrond op de aankoop, de huur of de vererving van grond moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn :
- in geval van vererving of vervroegde vererving werd de betrokken grond verhuurd aan één of meerdere derden tijdens de referentieperiode;
- de betrokken landbouwer mag de betrokken oppervlakte niet hebben aangegeven tijdens het geheel of een gedeelte van de referentieperiode;
- de landbouwer-aanvrager moet die oppervlakte aangegeven hebben in zijn oppervlakteaangifte in 2006;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector is de betrokken oppervlakte door de aanvrager niet aangegeven voor 2006;
- de betrokken oppervlakte moet minstens vijf are bedragen voor de producenten die in aanmerking komen voor de opname van de betalingen betreffende de tabaksector en twee hectare voor de andere gevallen;
- voor de producenten die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector mag er voor de betrokken oppervlakte noch geheel noch gedeeltelijk een aanvraag zijn ingediend tot herziening van de voorlopige rechten gegrond op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3, § 2, punten 3°, 5° en 9° van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006;
- voor de producenten die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector mag er voor de betrokken oppervlakte noch geheel noch gedeeltelijk een aanvraag zijn ingediend tot herziening van de voorlopige rechten gegrond op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3bis, § 2, punten 3°, 5° en 7° van voornoemd besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006;
- er mogen nog geen rechten uit de nationale reserve zijn toegekend voor de betrokken oppervlakte.
§ 3. De landbouwer-aanvrager moet het in artikel 2, derde lid, bedoelde standaardformulier indienen met vermelding van het aantal hectaren waarvan hij het genot heeft overgenomen krachtens de betrokken vererving, aankoop of huur van grond.
De motivering van de aanvraag moet vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de behandeling van die aanvraag :
- een orthofotoplan waarop alle percelen die het voorwerp uitmaken van de betrokken vererving, aankoop of huur van grond, staan getekend en in het rood genummerd;
- in geval van feitelijke of verwachte vererving, een notarieel attest of een afschrift van de verervings- of schenkingsakte;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel een afschrift van de eigendomsakte of van de koopakte, ondertekend op uiterlijk 15 mei 2004, ofwel een afschrift van de voorlopige koopakte, ondertekend op uiterlijk 15 mei 2004 voor zover de landbouwer een afschrift van de koopakte overmaakt binnen de tien dagen nadat de akte is opgemaakt en voor zover de landbouwer zich daartoe verbindt;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel een afschrift van de eigendomsakte of van de koopakte, ondertekend op uiterlijk 3 maart 2006, ofwel een afschrift van de voorlopige koopakte, ondertekend op uiterlijk 3 maart 2006 en voor zover de landbouwer zich daartoe verbindt;
- bij huur op lange termijn van (een deel van) een bedrijf voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel het afschrift van de voor notaris ondertekende huurpachtovereenkomst uiterlijk op 3 maart 2006, ofwel het afschrift van een onderhandse huurovereenkomst uiterlijk op 3 maart 2006 en uiterlijk vóór de datum van indiening van het standaardformulier bedoeld in artikel 2, lid 2, geregistreerd.
§ 4. In geval van motivering van de aanvraag, gegrond op de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van grond, wanneer de in §§ 1 tot 3 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, wordt het aan de landbouwer toegekende aantal rechten verhoogd met een aantal rechten dat gelijk is aan het door het bestuur in aanmerking genomen aantal hectaren, waarvan hij het genot heeft overgenomen krachtens de betrokken vererving, aankoop of huur van grond. De waarde van elk van die toegekende rechten uit de nationale reserve stemt overeen met het gewestelijke gemiddelde berekend in 2006, namelijk 350, 23 euro, verminderd met de verlagingen zoals bedoeld in artikelen 41 tot 42 van Verordening (EG) nr. 1782/2003."
"Art. 5bis. § 1. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 tot vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van grond, worden enkel de volgende toestanden erkend door het bestuur :
1° de vererving of de vervroegde vererving van een volledig of gedeeltelijk bedrijf dat in pacht is gegeven tijdens de referentieperiode tussen 15 mei 2004 en uiterlijk 31 maart 2005 voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen voor de tabaksector of uiterlijk op 31 maart 2006 voor de landbouwers die er wel voor in aanmerking komen;
2° de aankoop van grond uiterlijk op 15 mei 2004 voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector of uiterlijk op 3 maart 2006 voor de landbouwers die er wel voor in aanmerking komen;
3° de huur op lange termijn van (een deel van) een bedrijf uiterlijk op 3 maart 2006 voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector.
§ 2. In geval van motivering gegrond op de aankoop, de huur of de vererving van grond moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn :
- in geval van vererving of vervroegde vererving werd de betrokken grond verhuurd aan één of meerdere derden tijdens de referentieperiode;
- de betrokken landbouwer mag de betrokken oppervlakte niet hebben aangegeven tijdens het geheel of een gedeelte van de referentieperiode;
- de landbouwer-aanvrager moet die oppervlakte aangegeven hebben in zijn oppervlakteaangifte in 2006;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector is de betrokken oppervlakte door de aanvrager niet aangegeven voor 2006;
- de betrokken oppervlakte moet minstens vijf are bedragen voor de producenten die in aanmerking komen voor de opname van de betalingen betreffende de tabaksector en twee hectare voor de andere gevallen;
- voor de producenten die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector mag er voor de betrokken oppervlakte noch geheel noch gedeeltelijk een aanvraag zijn ingediend tot herziening van de voorlopige rechten gegrond op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3, § 2, punten 3°, 5° en 9° van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006;
- voor de producenten die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector mag er voor de betrokken oppervlakte noch geheel noch gedeeltelijk een aanvraag zijn ingediend tot herziening van de voorlopige rechten gegrond op een vererving, een vervroegde vererving, een erfopvolging bij wege van huuroverdracht, een fusie of splitsing van bedrijven of een privaatrechtelijke contractuele clausule bij grondoverdracht zoals bedoeld in artikel 3bis, § 2, punten 3°, 5° en 7° van voornoemd besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006;
- er mogen nog geen rechten uit de nationale reserve zijn toegekend voor de betrokken oppervlakte.
§ 3. De landbouwer-aanvrager moet het in artikel 2, derde lid, bedoelde standaardformulier indienen met vermelding van het aantal hectaren waarvan hij het genot heeft overgenomen krachtens de betrokken vererving, aankoop of huur van grond.
De motivering van de aanvraag moet vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de behandeling van die aanvraag :
- een orthofotoplan waarop alle percelen die het voorwerp uitmaken van de betrokken vererving, aankoop of huur van grond, staan getekend en in het rood genummerd;
- in geval van feitelijke of verwachte vererving, een notarieel attest of een afschrift van de verervings- of schenkingsakte;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die niet in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel een afschrift van de eigendomsakte of van de koopakte, ondertekend op uiterlijk 15 mei 2004, ofwel een afschrift van de voorlopige koopakte, ondertekend op uiterlijk 15 mei 2004 voor zover de landbouwer een afschrift van de koopakte overmaakt binnen de tien dagen nadat de akte is opgemaakt en voor zover de landbouwer zich daartoe verbindt;
- bij aankoop van grond voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel een afschrift van de eigendomsakte of van de koopakte, ondertekend op uiterlijk 3 maart 2006, ofwel een afschrift van de voorlopige koopakte, ondertekend op uiterlijk 3 maart 2006 en voor zover de landbouwer zich daartoe verbindt;
- bij huur op lange termijn van (een deel van) een bedrijf voor de landbouwers die in aanmerking komen voor de opname van de steun ten gunste van de suikerbiet en/of de inulinechicorei en/of de opname van de betalingen betreffende de tabaksector, ofwel het afschrift van de voor notaris ondertekende huurpachtovereenkomst uiterlijk op 3 maart 2006, ofwel het afschrift van een onderhandse huurovereenkomst uiterlijk op 3 maart 2006 en uiterlijk vóór de datum van indiening van het standaardformulier bedoeld in artikel 2, lid 2, geregistreerd.
§ 4. In geval van motivering van de aanvraag, gegrond op de aankoop, de huur op lange termijn of de vererving van grond, wanneer de in §§ 1 tot 3 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, wordt het aan de landbouwer toegekende aantal rechten verhoogd met een aantal rechten dat gelijk is aan het door het bestuur in aanmerking genomen aantal hectaren, waarvan hij het genot heeft overgenomen krachtens de betrokken vererving, aankoop of huur van grond. De waarde van elk van die toegekende rechten uit de nationale reserve stemt overeen met het gewestelijke gemiddelde berekend in 2006, namelijk 350, 23 euro, verminderd met de verlagingen zoals bedoeld in artikelen 41 tot 42 van Verordening (EG) nr. 1782/2003."
Art. 6. Un article 5bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté ministériel :
"Art. 5bis. § 1er. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres, seules peuvent être reconnues par l'administration les situations suivantes :
1° l'héritage ou héritage anticipé d'une exploitation entière ou partielle qui a été affermée pendant la période de référence entre le 15 mai 2004 et le 31 mars 2005 au plus tard pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac ou au plus tard le 31 mars 2006 pour les agriculteurs qui en bénéficient;
2° l'achat de terres au plus tard le 15 mai 2004 pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac ou au plus tard le 3 mars 2006 pour les agriculteurs qui en bénéficient;
3° la prise en location à longue durée d'une partie ou de la totalité d'une exploitation au plus tard le 3 mars 2006 pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac.
§ 2. En cas de motivation fondée sur l'achat, la location ou l'héritage de terres, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
- en cas d'héritage ou d'héritage anticipé, les terres considérées étaient mises à bail à un ou des tiers pendant la période de référence;
- l'agriculteur concerné ne peut avoir déclaré la superficie concernée pendant toute ou partie de la période de référence;
- l'agriculteur demandeur doit avoir déclaré cette superficie dans sa déclaration de superficie relative à 2006;
- dans le cas d'un achat de terres pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée n'a pas été déclarée avant 2006 par le demandeur;
- la superficie concernée doit être au minimum de cinq ares pour les producteurs bénéficiant de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac et de deux hectares pour tous les autres cas;
- pour les producteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée ne peut pas avoir fait l'objet, en tout ou en partie, d'une demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3, § 2, points 3°, 5° et 9°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006;
- pour les producteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée ne peut pas avoir fait l'objet, en tout ou en partie, d'une demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3bis, § 2 et 5, points 3°, 5° et 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 précité;
- la superficie concernée ne peut avoir déjà fait l'objet d'une allocation de droits issus de la réserve nationale.
§ 3. L'agriculteur demandeur doit introduire le formulaire standardisé visé à l'article 2, troisième alinéa, en y indiquant le nombre d'hectares dont il a repris la jouissance en vertu de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné.
La motivation de la demande doit être accompagnée des pièces justificatives suivantes nécessaires au traitement de cette demande :
- un orthophotoplan sur lequel toutes les parcelles faisant l'objet de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné sont dessinées et numérotées en rouge;
- en cas d'héritage ou d'héritage anticipé, une attestation notariale ou une copie de l'acte de succession ou de donation;
- en cas d'achat de terres pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit une copie de l'acte de propriété ou de l'acte d'achat signé au plus tard le 15 mai 2004, soit une copie du compromis de vente signé au plus tard le 15 mai 2004 pour autant que l'agriculteur communique une copie de l'acte d'achat dans les dix jours où ce dernier sera établi et pour autant que l'agriculteur s'y engage;
- en cas d'achat de terres pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit une copie de l'acte de propriété ou de l'acte d'achat signé au plus tard le 3 mars 2006, soit une copie du compromis de vente signé au plus tard le 3 mars 2006 et pour autant que l'agriculteur s'y engage;
- en cas de location de longue durée d'une partie ou de la totalité d'une exploitation pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit la copie du contrat de bail à ferme signé devant notaire au plus tard le 3 mars 2006, soit la copie d'un bail sous seing privé signé au plus tard le 3 mars 2006 et enregistré au plus tard avant la date d'introduction du formulaire standardisé visé à l'article 2, deuxième alinéa.
§ 4. En cas de motivation de la demande, fondée sur l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres, lorsque les conditions visées aux §§ 1er à 3 sont satisfaites, le nombre de droits attribués à l'agriculteur est augmenté d'un nombre de droits égal au nombre d'hectares retenus par l'administration, dont il a repris la jouissance en vertu de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné. La valeur de chacun de ces droits octroyés par l'utilisation de la réserve nationale correspond à la moyenne régionale déterminée en 2006, soit à 350,23 euros, diminuée des réductions telles que visées aux articles 41 et 42 du Règlement (CE) n° 1782/2003.".
"Art. 5bis. § 1er. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres, seules peuvent être reconnues par l'administration les situations suivantes :
1° l'héritage ou héritage anticipé d'une exploitation entière ou partielle qui a été affermée pendant la période de référence entre le 15 mai 2004 et le 31 mars 2005 au plus tard pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac ou au plus tard le 31 mars 2006 pour les agriculteurs qui en bénéficient;
2° l'achat de terres au plus tard le 15 mai 2004 pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac ou au plus tard le 3 mars 2006 pour les agriculteurs qui en bénéficient;
3° la prise en location à longue durée d'une partie ou de la totalité d'une exploitation au plus tard le 3 mars 2006 pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac.
§ 2. En cas de motivation fondée sur l'achat, la location ou l'héritage de terres, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
- en cas d'héritage ou d'héritage anticipé, les terres considérées étaient mises à bail à un ou des tiers pendant la période de référence;
- l'agriculteur concerné ne peut avoir déclaré la superficie concernée pendant toute ou partie de la période de référence;
- l'agriculteur demandeur doit avoir déclaré cette superficie dans sa déclaration de superficie relative à 2006;
- dans le cas d'un achat de terres pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée n'a pas été déclarée avant 2006 par le demandeur;
- la superficie concernée doit être au minimum de cinq ares pour les producteurs bénéficiant de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac et de deux hectares pour tous les autres cas;
- pour les producteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée ne peut pas avoir fait l'objet, en tout ou en partie, d'une demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3, § 2, points 3°, 5° et 9°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006;
- pour les producteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, la superficie concernée ne peut pas avoir fait l'objet, en tout ou en partie, d'une demande de révision des droits provisoires fondée sur un héritage, un héritage anticipé, une succession par voie de cession de bail, une fusion d'exploitations, une scission d'exploitation ou une clause contractuelle privée en cas de transfert de terres visés à l'article 3bis, § 2 et 5, points 3°, 5° et 7°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 précité;
- la superficie concernée ne peut avoir déjà fait l'objet d'une allocation de droits issus de la réserve nationale.
§ 3. L'agriculteur demandeur doit introduire le formulaire standardisé visé à l'article 2, troisième alinéa, en y indiquant le nombre d'hectares dont il a repris la jouissance en vertu de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné.
La motivation de la demande doit être accompagnée des pièces justificatives suivantes nécessaires au traitement de cette demande :
- un orthophotoplan sur lequel toutes les parcelles faisant l'objet de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné sont dessinées et numérotées en rouge;
- en cas d'héritage ou d'héritage anticipé, une attestation notariale ou une copie de l'acte de succession ou de donation;
- en cas d'achat de terres pour les agriculteurs ne bénéficiant pas de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit une copie de l'acte de propriété ou de l'acte d'achat signé au plus tard le 15 mai 2004, soit une copie du compromis de vente signé au plus tard le 15 mai 2004 pour autant que l'agriculteur communique une copie de l'acte d'achat dans les dix jours où ce dernier sera établi et pour autant que l'agriculteur s'y engage;
- en cas d'achat de terres pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit une copie de l'acte de propriété ou de l'acte d'achat signé au plus tard le 3 mars 2006, soit une copie du compromis de vente signé au plus tard le 3 mars 2006 et pour autant que l'agriculteur s'y engage;
- en cas de location de longue durée d'une partie ou de la totalité d'une exploitation pour les agriculteurs bénéficiant de l'intégration du soutien en faveur de la betterave à sucre et/ou de la chicorée à inuline et/ou de l'intégration des paiements relatifs au secteur du tabac, soit la copie du contrat de bail à ferme signé devant notaire au plus tard le 3 mars 2006, soit la copie d'un bail sous seing privé signé au plus tard le 3 mars 2006 et enregistré au plus tard avant la date d'introduction du formulaire standardisé visé à l'article 2, deuxième alinéa.
§ 4. En cas de motivation de la demande, fondée sur l'achat, la location à long terme ou l'héritage de terres, lorsque les conditions visées aux §§ 1er à 3 sont satisfaites, le nombre de droits attribués à l'agriculteur est augmenté d'un nombre de droits égal au nombre d'hectares retenus par l'administration, dont il a repris la jouissance en vertu de l'héritage, de l'achat ou de la location de terres concerné. La valeur de chacun de ces droits octroyés par l'utilisation de la réserve nationale correspond à la moyenne régionale déterminée en 2006, soit à 350,23 euros, diminuée des réductions telles que visées aux articles 41 et 42 du Règlement (CE) n° 1782/2003.".
Art. 7. Artikel 6 van hetzelfde ministerieel besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd :
b) in lid 1 worden de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "in 2005" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
b) in de punten 2° en 3° worden de woorden "1 januari 2000 en de indieningsdatum van de aanvankelijke aanvraag" vervangen door de woorden "tussen enerzijds 1 januari 2000 voor de aanvragen ingediend in 2005 en anderzijds 16 maart 2005 voor de aanvragen ingediend in 2006, en de indieningsdatum van de aanvankelijke aanvraag";
2° in § 2, derde en vierde streepje, worden de woorden "(in) 2005" vervangen door de woorden "het jaar van de indiening van de aanvraag".
1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd :
b) in lid 1 worden de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "in 2005" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
b) in de punten 2° en 3° worden de woorden "1 januari 2000 en de indieningsdatum van de aanvankelijke aanvraag" vervangen door de woorden "tussen enerzijds 1 januari 2000 voor de aanvragen ingediend in 2005 en anderzijds 16 maart 2005 voor de aanvragen ingediend in 2006, en de indieningsdatum van de aanvankelijke aanvraag";
2° in § 2, derde en vierde streepje, worden de woorden "(in) 2005" vervangen door de woorden "het jaar van de indiening van de aanvraag".
Art. 7. A l'article 6 du même arrêté ministériel sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est modifié comme suit :
a) à l'alinéa 1er, les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation";
b) aux points 2° et 3°, les mots "une date comprise entre le 1er janvier 2000 et la date d'introduction de la demande initiale" sont remplacés par les mots "une date comprise entre, d'une part, le 1er janvier 2000 pour les demandes introduites en 2005 et, d'autre part, le 16 mars 2005 pour les demandes introduites en 2006, et la date d'introduction de la demande initiale";
2° au § 2, tirets 3 et 4, les mots "en 2005" sont remplacés par les mots "l'année de l'introduction de la demande".
1° le § 1er est modifié comme suit :
a) à l'alinéa 1er, les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation";
b) aux points 2° et 3°, les mots "une date comprise entre le 1er janvier 2000 et la date d'introduction de la demande initiale" sont remplacés par les mots "une date comprise entre, d'une part, le 1er janvier 2000 pour les demandes introduites en 2005 et, d'autre part, le 16 mars 2005 pour les demandes introduites en 2006, et la date d'introduction de la demande initiale";
2° au § 2, tirets 3 et 4, les mots "en 2005" sont remplacés par les mots "l'année de l'introduction de la demande".
Art. 8. Een artikel 6bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde ministerieel besluit ingevoegd :
"Art. 6bis. § 1. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 om vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op een leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, worden enkel de volgende gevallen van overmacht of buitengewone omstandigheid erkend :
- het overlijden van de landbouwer of van de meewerkend echtgenoot;
- de langdurige arbeidsongeschiktheid van de landbouwer;
- de toevallige vernietiging van de veeteeltgebouwen van het bedrijf;
- de epizoötie die het geheel of een gedeelte van de veestapel van de producent aantast en die een geheel of gedeeltelijk slachtbevel met zich meebrengt.
§ 2. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 om vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op een leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, wegens een geval van overmacht en/of buitengewone omstandigheid, dienen volgende voorwaarden vervuld te zijn :
- de leasing dient verricht te zijn tijdens de periode van 1 april 2005 tot 31 maart 2006;
- het geval van overmacht en/of de buitengewone omstandigheid moeten zich hebben voorgedaan tijdens de periode van 1 april 2005 tot 31 maart 2006 of in de loop van het voorgaande jaar;
- in geval van overlijden wordt enkel het overlijden van de landbouwer, van de beheerder van de vennootschap of van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen die zich heeft voorgedaan tijdens de referentieperiode of het voorgaande jaar, in aanmerking genomen met uitsluiting van elke andere persoon of periode. Het overlijden van de meewerkende echtgenoot kan ook in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat de echtgenoot op het ogenblik van het overlijden meewerkend is of geacht wordt meewerkend te zijn overeenkomstig artikel 7bis van het koninklijk besluit van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en voor zover de aanvankelijke landbouwer-aanvrager hetzij een alleenstaande natuurlijke persoon, hetzij een groepering van echtgenoten was. Bij wijze van uitzondering kan de echtgenoot die geacht is meewerkend echtgenoot te zijn van de enige beheerder van een rechtspersoon, in aanmerking worden genomen voor zover de beheerder de echtgenoot van de overleden persoon is en op voorwaarde dat de rechtspersoon voldoet aan de voorwaarden om de steun voor investeringen in landbouwbedrijven te genieten zoals voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende de steun aan de landbouw;
- in geval van arbeidsongeschiktheid van de landbouwer wordt enkel de arbeidsongeschiktheid van de landbouwer, van de beheerder van de vennootschap of van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen die zich heeft voorgedaan in het jaar voorafgaande aan het begin van de referentieperiode of tijdens de referentieperiode, in aanmerking genomen met uitsluiting van elke andere persoon of periode. De aanvraag mag alleen worden ingediend door de landbouwer die arbeidsongeschikt was in tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar, ongeacht of hij handelt als alleenstaande natuurlijke persoon, als beheerder van de betrokken vennootschap of als lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen;
- bij toevallige vernietiging van voor veehouderij bestemde gebouwen wordt enkel als dergelijke erkend, elke gebeurtenis die zich heeft voorgedaan tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar en als die de vernietiging van een gebouw voor dierenverblijf van het betrokken bedrijf met zich heeft meegebracht;
- bij epizoötie worden enkel de gevallen erkend door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) of een gelijkwaardige instelling (veterinaire inspectie) tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar en die een geheel of gedeeltelijk slachtbevel met zich meebrengt, in aanmerking genomen.
§ 3. De landbouwer-aanvrager moet het gestandaardiseerd formulier bedoeld in artikel 2, lid 3, behoorlijk ingevuld, indienen.
De motivering van de aanvraag moet vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de behandeling van die aanvraag :
- bij overlijden, een bewijs van overlijden van de landbouwer en bij overlijden van de meewerkende echtgenoot moet bij de aanvraag eveneens een door de verzekeringskas afgeleverd attest gevoegd worden waarbij wordt bewezen dat de echtgenoot of echtgenote meewerkend was;
- bij arbeidsongeschiktheid van de landbouwer, ofwel een afschrift van het attest van de arbeidsongeschiktheid, erkend door een ziekenkas; ofwel een attest van een specialist, met uitsluiting van die van een huisarts, ofwel een afschrift van de hospitalisatiefacturen waarbij de langdurige arbeidsongeschiktheid duidelijk wordt bewezen;
- bij toevallige vernietiging van voor veehouderij bestemde gebouwen moet de landbouwer bij zijn aanvraag een verzekeringsattest of een attest van de brandweerdienst voegen waarbij die vernietiging wordt bewezen;
bij epizoötie wordt een afschrift van het gehele of gedeeltelijke slachtbevel gevoegd bij de aanvraag van de landbouwer.
§ 4. Wanneer de motivering van de aanvraag gegrond op de leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, wegens een geval van overmacht en/of buitengewone omstandigheid, wanneer de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 tot 3 zijn vervuld, wordt de gehuurde referentiehoeveelheid als beschikbaar beschouwd in 2005."
"Art. 6bis. § 1. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 om vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op een leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, worden enkel de volgende gevallen van overmacht of buitengewone omstandigheid erkend :
- het overlijden van de landbouwer of van de meewerkend echtgenoot;
- de langdurige arbeidsongeschiktheid van de landbouwer;
- de toevallige vernietiging van de veeteeltgebouwen van het bedrijf;
- de epizoötie die het geheel of een gedeelte van de veestapel van de producent aantast en die een geheel of gedeeltelijk slachtbevel met zich meebrengt.
§ 2. Wanneer de motivering van de aanvraag in 2006 om vaststelling of aanpassing van de rechten door gebruik van de nationale reserve gegrond is op een leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, wegens een geval van overmacht en/of buitengewone omstandigheid, dienen volgende voorwaarden vervuld te zijn :
- de leasing dient verricht te zijn tijdens de periode van 1 april 2005 tot 31 maart 2006;
- het geval van overmacht en/of de buitengewone omstandigheid moeten zich hebben voorgedaan tijdens de periode van 1 april 2005 tot 31 maart 2006 of in de loop van het voorgaande jaar;
- in geval van overlijden wordt enkel het overlijden van de landbouwer, van de beheerder van de vennootschap of van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen die zich heeft voorgedaan tijdens de referentieperiode of het voorgaande jaar, in aanmerking genomen met uitsluiting van elke andere persoon of periode. Het overlijden van de meewerkende echtgenoot kan ook in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat de echtgenoot op het ogenblik van het overlijden meewerkend is of geacht wordt meewerkend te zijn overeenkomstig artikel 7bis van het koninklijk besluit van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en voor zover de aanvankelijke landbouwer-aanvrager hetzij een alleenstaande natuurlijke persoon, hetzij een groepering van echtgenoten was. Bij wijze van uitzondering kan de echtgenoot die geacht is meewerkend echtgenoot te zijn van de enige beheerder van een rechtspersoon, in aanmerking worden genomen voor zover de beheerder de echtgenoot van de overleden persoon is en op voorwaarde dat de rechtspersoon voldoet aan de voorwaarden om de steun voor investeringen in landbouwbedrijven te genieten zoals voorzien bij het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende de steun aan de landbouw;
- in geval van arbeidsongeschiktheid van de landbouwer wordt enkel de arbeidsongeschiktheid van de landbouwer, van de beheerder van de vennootschap of van een lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen die zich heeft voorgedaan in het jaar voorafgaande aan het begin van de referentieperiode of tijdens de referentieperiode, in aanmerking genomen met uitsluiting van elke andere persoon of periode. De aanvraag mag alleen worden ingediend door de landbouwer die arbeidsongeschikt was in tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar, ongeacht of hij handelt als alleenstaande natuurlijke persoon, als beheerder van de betrokken vennootschap of als lid van de betrokken groepering van natuurlijke personen;
- bij toevallige vernietiging van voor veehouderij bestemde gebouwen wordt enkel als dergelijke erkend, elke gebeurtenis die zich heeft voorgedaan tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar en als die de vernietiging van een gebouw voor dierenverblijf van het betrokken bedrijf met zich heeft meegebracht;
- bij epizoötie worden enkel de gevallen erkend door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) of een gelijkwaardige instelling (veterinaire inspectie) tijdens de referentieperiode of in het voorgaande jaar en die een geheel of gedeeltelijk slachtbevel met zich meebrengt, in aanmerking genomen.
§ 3. De landbouwer-aanvrager moet het gestandaardiseerd formulier bedoeld in artikel 2, lid 3, behoorlijk ingevuld, indienen.
De motivering van de aanvraag moet vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de behandeling van die aanvraag :
- bij overlijden, een bewijs van overlijden van de landbouwer en bij overlijden van de meewerkende echtgenoot moet bij de aanvraag eveneens een door de verzekeringskas afgeleverd attest gevoegd worden waarbij wordt bewezen dat de echtgenoot of echtgenote meewerkend was;
- bij arbeidsongeschiktheid van de landbouwer, ofwel een afschrift van het attest van de arbeidsongeschiktheid, erkend door een ziekenkas; ofwel een attest van een specialist, met uitsluiting van die van een huisarts, ofwel een afschrift van de hospitalisatiefacturen waarbij de langdurige arbeidsongeschiktheid duidelijk wordt bewezen;
- bij toevallige vernietiging van voor veehouderij bestemde gebouwen moet de landbouwer bij zijn aanvraag een verzekeringsattest of een attest van de brandweerdienst voegen waarbij die vernietiging wordt bewezen;
bij epizoötie wordt een afschrift van het gehele of gedeeltelijke slachtbevel gevoegd bij de aanvraag van de landbouwer.
§ 4. Wanneer de motivering van de aanvraag gegrond op de leasing van een referentiehoeveelheid melk als overlater, wegens een geval van overmacht en/of buitengewone omstandigheid, wanneer de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 tot 3 zijn vervuld, wordt de gehuurde referentiehoeveelheid als beschikbaar beschouwd in 2005."
Art. 8. Un article 6bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté ministériel :
"Art. 6bis. § 1er. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur un leasing d'une quantité de référence lait en tant que cédant, seuls les cas de force majeure ou de circonstances exceptionnelles suivants sont reconnus :
- le décès de l'agriculteur ou du conjoint aidant;
- l'incapacité professionnelle de longue durée de l'agriculteur;
- la destruction accidentelle des bâtiments de l'exploitation destinés à l'élevage;
- l'épizootie ayant affecté tout ou partie du cheptel de l'agriculteur et ayant entraîné un ordre d'abattage total ou partiel.
§ 2. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur un leasing d'une quantité de référence lait en tant que cédant en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
- le leasing doit avoir été effectué au cours de la période du 1er avril 2005 au 31 mars 2006;
- le cas de force majeure et/ou la circonstance exceptionnelle doit être survenu au cours de la période du 1er avril 2005 au 31 mars 2006 ou au cours de l'année précédente;
- en cas de décès, seul le décès de l'agriculteur, du gérant de société ou d'un membre du groupement de personnes physiques concerné au cours de la période de référence ou de l'année précédente est pris en considération, à l'exclusion de toute autre personne et de toute autre période. Le décès du conjoint aidant peut également être pris en considération à condition que ce conjoint soit, au moment du décès, conjoint aidant ou présumé l'être conformément à l'article 7bis de l'arrêté royal du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, et à condition que l'agriculteur initial demandeur était ou bien une personne physique seule ou bien un groupement d'époux. Par exception, le conjoint qui serait présumé conjoint aidant du seul gérant d'une personne morale pourrait être pris en compte pour autant que le gérant soit le conjoint de la personne décédée et que la personne morale réponde aux conditions d'accès aux aides aux investissements dans les exploitations agricoles prévues par l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 juillet 1997 concernant les aides à l'agriculture;
- en cas d'incapacité professionnelle de l'agriculteur, seule l'incapacité professionnelle de l'agriculteur, du gérant de la société ou d'un membre du groupement de personnes physiques concerné, survenue l'année précédant le début de la période de référence ou au cours de la période de référence est prise en considération, à l'exclusion de toute autre personne et de toute autre période. La demande ne peut être introduite que par l'agriculteur qui a été en incapacité professionnelle au cours de la période de référence ou l'année précédente qu'il agisse en tant que personne physique seule, que gérant de la société considérée ou que membre du groupement de personnes physiques concerné;
- en cas de destruction accidentelle de bâtiments d'élevage, seul est reconnu comme tel tout événement survenu au cours de la période de référence ou de l'année précédente et ayant entraîné la destruction d'un bâtiment d'hébergement des animaux de l'exploitation considérée;
- en cas d'épizootie, seuls les cas reconnus par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA) ou équivalent (Inspection vétérinaire) au cours de la période de référence ou de l'année précédente et ayant entraîné un ordre d'abattage total ou partiel sont retenus.
§ 3. L'agriculteur demandeur doit introduire le formulaire standardisé visé à l'article 2, troisième alinéa, dûment complété.
La motivation de la demande doit être accompagnée des pièces justificatives suivantes nécessaires au traitement de cette demande :
- en cas de décès, un certificat de décès de l'agriculteur et dans le cas du décès du conjoint aidant, la demande doit également être accompagnée d'une attestation fournie par la caisse d'assurance justifiant que l'époux ou l'épouse était conjoint aidant;
- en cas d'incapacité professionnelle de l'agriculteur, soit une copie de l'attestation d'incapacité de travail reconnue par une mutualité; soit une attestation d'un médecin spécialiste, à l'exclusion de celle d'un médecin généraliste, ou une copie des factures d'hospitalisation mettant clairement en évidence l'incapacité professionnelle de longue durée;
- en cas de destruction accidentelle de bâtiments d'élevage, l'agriculteur doit joindre à sa demande une attestation d'assurance ou du service incendie prouvant cette destruction;
en cas d'épizootie, l'agriculteur doit joindre à sa demande l'ordre d'abattage total ou partiel.
§ 4. En cas de motivation de la demande, fondée sur le leasing, en tant que cédant, d'une quantité de référence lait en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle, lorsque les conditions visées aux §§ 1er à 3 sont satisfaites, la quantité de référence louée est considérée comme disponible en 2005."
"Art. 6bis. § 1er. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur un leasing d'une quantité de référence lait en tant que cédant, seuls les cas de force majeure ou de circonstances exceptionnelles suivants sont reconnus :
- le décès de l'agriculteur ou du conjoint aidant;
- l'incapacité professionnelle de longue durée de l'agriculteur;
- la destruction accidentelle des bâtiments de l'exploitation destinés à l'élevage;
- l'épizootie ayant affecté tout ou partie du cheptel de l'agriculteur et ayant entraîné un ordre d'abattage total ou partiel.
§ 2. Lorsque la motivation de la demande, en 2006, d'établissement ou d'adaptation des droits par l'utilisation de la réserve nationale est fondée sur un leasing d'une quantité de référence lait en tant que cédant en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
- le leasing doit avoir été effectué au cours de la période du 1er avril 2005 au 31 mars 2006;
- le cas de force majeure et/ou la circonstance exceptionnelle doit être survenu au cours de la période du 1er avril 2005 au 31 mars 2006 ou au cours de l'année précédente;
- en cas de décès, seul le décès de l'agriculteur, du gérant de société ou d'un membre du groupement de personnes physiques concerné au cours de la période de référence ou de l'année précédente est pris en considération, à l'exclusion de toute autre personne et de toute autre période. Le décès du conjoint aidant peut également être pris en considération à condition que ce conjoint soit, au moment du décès, conjoint aidant ou présumé l'être conformément à l'article 7bis de l'arrêté royal du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, et à condition que l'agriculteur initial demandeur était ou bien une personne physique seule ou bien un groupement d'époux. Par exception, le conjoint qui serait présumé conjoint aidant du seul gérant d'une personne morale pourrait être pris en compte pour autant que le gérant soit le conjoint de la personne décédée et que la personne morale réponde aux conditions d'accès aux aides aux investissements dans les exploitations agricoles prévues par l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 juillet 1997 concernant les aides à l'agriculture;
- en cas d'incapacité professionnelle de l'agriculteur, seule l'incapacité professionnelle de l'agriculteur, du gérant de la société ou d'un membre du groupement de personnes physiques concerné, survenue l'année précédant le début de la période de référence ou au cours de la période de référence est prise en considération, à l'exclusion de toute autre personne et de toute autre période. La demande ne peut être introduite que par l'agriculteur qui a été en incapacité professionnelle au cours de la période de référence ou l'année précédente qu'il agisse en tant que personne physique seule, que gérant de la société considérée ou que membre du groupement de personnes physiques concerné;
- en cas de destruction accidentelle de bâtiments d'élevage, seul est reconnu comme tel tout événement survenu au cours de la période de référence ou de l'année précédente et ayant entraîné la destruction d'un bâtiment d'hébergement des animaux de l'exploitation considérée;
- en cas d'épizootie, seuls les cas reconnus par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA) ou équivalent (Inspection vétérinaire) au cours de la période de référence ou de l'année précédente et ayant entraîné un ordre d'abattage total ou partiel sont retenus.
§ 3. L'agriculteur demandeur doit introduire le formulaire standardisé visé à l'article 2, troisième alinéa, dûment complété.
La motivation de la demande doit être accompagnée des pièces justificatives suivantes nécessaires au traitement de cette demande :
- en cas de décès, un certificat de décès de l'agriculteur et dans le cas du décès du conjoint aidant, la demande doit également être accompagnée d'une attestation fournie par la caisse d'assurance justifiant que l'époux ou l'épouse était conjoint aidant;
- en cas d'incapacité professionnelle de l'agriculteur, soit une copie de l'attestation d'incapacité de travail reconnue par une mutualité; soit une attestation d'un médecin spécialiste, à l'exclusion de celle d'un médecin généraliste, ou une copie des factures d'hospitalisation mettant clairement en évidence l'incapacité professionnelle de longue durée;
- en cas de destruction accidentelle de bâtiments d'élevage, l'agriculteur doit joindre à sa demande une attestation d'assurance ou du service incendie prouvant cette destruction;
en cas d'épizootie, l'agriculteur doit joindre à sa demande l'ordre d'abattage total ou partiel.
§ 4. En cas de motivation de la demande, fondée sur le leasing, en tant que cédant, d'une quantité de référence lait en raison d'un cas de force majeure et/ou une circonstance exceptionnelle, lorsque les conditions visées aux §§ 1er à 3 sont satisfaites, la quantité de référence louée est considérée comme disponible en 2005."
Art. 9. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "in 2005" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
2° hetzelfde artikel wordt aangevuld met volgende woorden : "in het kader van de aanvragen ingediend in 2005 en uiterlijk op 31 maart 2006 in het kader van de aanvragen ingediend in 2006.".
1° de woorden "of in 2006" ingevoegd tussen de woorden "in 2005" en de woorden "om vaststelling of aanpassing";
2° hetzelfde artikel wordt aangevuld met volgende woorden : "in het kader van de aanvragen ingediend in 2005 en uiterlijk op 31 maart 2006 in het kader van de aanvragen ingediend in 2006.".
Art. 9. L'article 7 du même arrêté est modifié comme suit :
1° les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation".
2° le même article est complété par les mots suivants : "dans le cadre des demandes introduites en 2005 et au plus tard le 31 mars 2006 dans le cadre des demandes introduites en 2006".
1° les mots "ou en 2006" sont insérés entre les mots "en 2005" et les mots "d'établissement ou d'adaptation".
2° le même article est complété par les mots suivants : "dans le cadre des demandes introduites en 2005 et au plus tard le 31 mars 2006 dans le cadre des demandes introduites en 2006".
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van artikel 2, dat van toepassing is op 1 januari 2005.
Namen, 20 januari 2008.
B. LUTGEN.
Namen, 20 januari 2008.
B. LUTGEN.
Art. 10. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006, à l'exception de l'article 2 qui s'applique au 1er janvier 2005.
Namur, le 20 janvier 2008.
B. LUTGEN.
Namur, le 20 janvier 2008.
B. LUTGEN.