Artikel 1. In artikel 1bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°bis basisdiploma : een diploma, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 OKTOBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding
Titre
24 OCTOBRE 2008. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves. (Traduction)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1. Dans l'article 1bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, il est inséré un point 1°bis, rédigé comme suit :
" 1°bis diplôme de base : un diplôme mentionné à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire; ".
" 1°bis diplôme de base : un diplôme mentionné à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire; ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 5bis. Een personeelslid dat in het schooljaar 2007-2008 als ervaringsdeskundige aangesteld was en niet beschikte over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, wordt met ingang van 1 september 2008 bij overgangsmaatregel geacht over een bekwaamheidsbewijs van de categorie " andere bekwaamheidsbewijzen " te beschikken, met salarisschaal 084, voor het ambt van ervaringsdeskundige.
Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel vermeld in dit artikel, zolang hij ononderbroken in dienst blijft in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de borstvoedingsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
" Art. 5bis. Een personeelslid dat in het schooljaar 2007-2008 als ervaringsdeskundige aangesteld was en niet beschikte over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, wordt met ingang van 1 september 2008 bij overgangsmaatregel geacht over een bekwaamheidsbewijs van de categorie " andere bekwaamheidsbewijzen " te beschikken, met salarisschaal 084, voor het ambt van ervaringsdeskundige.
Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel vermeld in dit artikel, zolang hij ononderbroken in dienst blijft in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de borstvoedingsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 2. Dans le même arrêté, il est inséré un article 5bis, rédigé comme suit :
" Art. 5bis. Le membre du personnel qui était occupé comme expert du vécu dans l'année scolaire 2007-2008 sans être en possession d'un titre requis ou jugé suffisant, est censé être en possession, à partir du 1er septembre 2008, par mesure transitoire, d'un titre de la catégorie " autres titres ", à échelle de traitement 084, pour la fonction d'expert du vécu.
Le membre du personnel conserve la mesure transitoire visée au présent article, aussi longtemps qu'il reste en service dans un centre d'encadrement des élèves financé ou subventionné par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés d'allaitement;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
" Art. 5bis. Le membre du personnel qui était occupé comme expert du vécu dans l'année scolaire 2007-2008 sans être en possession d'un titre requis ou jugé suffisant, est censé être en possession, à partir du 1er septembre 2008, par mesure transitoire, d'un titre de la catégorie " autres titres ", à échelle de traitement 084, pour la fonction d'expert du vécu.
Le membre du personnel conserve la mesure transitoire visée au présent article, aussi longtemps qu'il reste en service dans un centre d'encadrement des élèves financé ou subventionné par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés d'allaitement;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 3. Aan artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt een punt 9 en een punt 10 toegevoegd, die luiden als volgt :
" 9 : met ingang van 1 september 2008;
10 : met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2008. "
" 9 : met ingang van 1 september 2008;
10 : met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2008. "
Art. 3. L'article 6bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, est complété par un point 9 et un point 10, rédigés comme suit :
" 9 : à partir du 1er septembre 2008;
10 : à partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2008 inclus. "
" 9 : à partir du 1er septembre 2008;
10 : à partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2008 inclus. "
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt bijlage I, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, vervangen door de bijlage die bij dit besluit gevoegd is.
Art. 4. Dans le même arrêté, l'annexe Ire, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, est remplacée par l'annexe jointe au présent arrêté.
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Art. 5. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 24 oktober 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 24 oktober 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 6. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 24 octobre 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 24 octobre 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. AMBTEN, BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN EN SALARISSCHALEN IN DE CENTRA VOOR LEERLINGENBEGELEIDING.
1. AFKORTINGEN.
1. AFKORTINGEN.
Art. N. FONCTIONS, TITRES ET ECHELLES DE TRAITEMENT DANS LES CENTRES D'ENCADREMENT DES ELEVES.
1. ABREVIATIONS.
1. ABREVIATIONS.
| SSC : | salarisschalen |
| Code 1 | met ingang van 1 september 2000 |
| Code 2 | met ingang van 1 september 2002 |
| Code 3 | met ingang van 1 september 2006 |
| Code 4 | met ingang van 1 september 2007 |
| Code 5 | met ingang van 1 september 2000 tot en met |
| 31 augustus 2007 | |
| Code 6 | met ingang van 1 september 2002 tot en met |
| 31 augustus 2007 | |
| Code 7 | met ingang van 1 september 2006 tot en met |
| 31 augustus 2007 | |
| Code 8 | met ingang van 1 september 2002, met de beperking |
| evenwel dat hieruit voor de periode van | |
| 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007 geen | |
| gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden | |
| en de inrichtende machten met betrekking tot | |
| bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens | |
| ontstentenis van betrekking, reaffectatie en | |
| wedertewerkstelling | |
| Code 9 | met ingang van 1 september 2008 |
| Code 10 | met ingang van 1 september 2006 tot en met |
| 31 augustus 2008 | |
| VE | de vereiste bekwaamheidsbewijzen |
| VO | de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen |
| AN | de andere bekwaamheidsbewijzen |
| HOKTVL | hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan |
| HOKTSP | hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie |
| Bachelor (PBA) | professioneel gerichte bachelor |
| Ech : | échelles de traitement |
| Code 1 | à partir du 1er septembre 2000 |
| Code 2 | à partir du 1er septembre 2002 |
| Code 3 | à partir du 1er septembre 2006 |
| Code 4 | à partir du 1er septembre 2007 |
| Code 5 | à partir du 1er septembre 2000 jusqu'au 31 août 2007 |
| inclus | |
| Code 6 | à partir du 1er septembre 2002 jusqu'au 31 août 2007 |
| inclus | |
| Code 7 | a partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2007 |
| inclus | |
| Code 8 | à partir du 1er septembre 2002, avec la restriction |
| toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au | |
| 31 août 2007 inclus cela n'a aucune répercussion | |
| pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour | |
| ce qui est de la rémunération et de la mise en | |
| disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation | |
| et la remise au travail | |
| Code 9 | à partir du 1er septembre 2008 |
| Code 10 | à partir du 1er septembre 2006 jusqu'au 31 août 2008 |
| inclus | |
| TR | les titres requis |
| TS | les titres juges suffisants |
| AT | les autres titres |
| ESTCPE | enseignement supérieur de type court de plein exercice |
| ESTCPS | enseignement supérieur de type court de promotion |
| sociale | |
| Bachelor (PBA) | bachelor a orientation professionnelle |
2. OVERZICHT.
2.1. DIRECTEUR.
2.1. DIRECTEUR.
2. APERCU.
2.1. DIRECTEUR.
2.1. DIRECTEUR.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 511 | 5 | - ten minste HOLT; |
| VE | 511 | 4 | - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989; | |||
| Aangevuld met : | |||
| - en de specifieke vorming inzake leidinggeven als | |||
| vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse | |||
| regering van 12 december 2003; met uitzondering van | |||
| de volgende gevallen : | |||
| 1) Overgangsregeling inzake specifieke vorming inzake | |||
| leidinggeven : | |||
| De volgende personeelsleden die na 31 augustus 2000 | |||
| belast worden met het mandaat van directeur in een | |||
| centrum, worden geacht de erkende specifieke | |||
| vorming inzake leidinggeven te hebben beeindigd | |||
| 1° de op 31 augustus 2000 vastbenoemde | |||
| directeurs in een PMS-centrum of in een | |||
| vormingscentrum; | |||
| 2° de coordinerende artsen van een | |||
| gesubsidieerde MST-equipe, die op | |||
| 31 augustus 2000 minstens 5 dienstjaren | |||
| coordinerend arts waren. | |||
| 2) Tijdelijke afwijking : | |||
| Personeelsleden, die tijdelijk belast worden met de | |||
| vervanging van het personeelslid dat het mandaat | |||
| van directeur uitoefent, moeten niet aantonen dat | |||
| zij de erkende vorming inzake leidinggeven hebben | |||
| voltooid op voorwaarde dat de duur van de | |||
| vervanging in het ambt van directeur minder | |||
| bedraagt dan twee jaren. | |||
| - en een bijkomende vorming inzake leidinggeven en | |||
| leerlingenbegeleiding van ten minste drie dagen of | |||
| 20 uur per schooljaar. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 511 | 5 | - au moins ESTL; |
| TR | 511 | 4 | - master au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du Gouvernement flamand du 14 juin 1989; | |||
| Complété par : | |||
| - la formation spécifique à la direction de personnels | |||
| telle que visée a l'article 4 de l'arrêté du | |||
| Gouvernement flamand du 12 décembre 2003; à | |||
| l'exception des cas suivants : | |||
| 1) Régime transitoire concernant la formation | |||
| spécifique à la direction de personnels : | |||
| Les membres du personnel suivants qui sont chargés | |||
| du mandat de directeur dans un centre après le | |||
| 31 août 2000, sont censés avoir terminé la | |||
| formation spécifique agréée à la direction de | |||
| personnels : | |||
| 1° les directeurs statutaires au 31 août 2000 | |||
| dans un centre PMS ou dans un centre de | |||
| formation; | |||
| 2° les médecins coordinateurs d'une équipe MST | |||
| subventionnée qui, au 31 août 2000, étaient | |||
| médecins coordinateurs pendant au moins | |||
| 5 années de service. | |||
| 2) Dérogation temporaire : | |||
| Les membres du personnel chargés temporairement du | |||
| remplacement du membre du personnel qui exerce le | |||
| mandat de directeur, ne sont pas tenus de | |||
| prouver qu'ils ont finalisé la formation agréée à | |||
| la direction de personnels, à condition que la | |||
| durée du remplacement dans la fonction de directeur | |||
| soit inférieure à deux années. | |||
| - et une formation supplémentaire à la direction de | |||
| personnels et à l'encadrement des élèves d'au moins | |||
| trois jours ou 20 heures par année scolaire. |
2.2. ARTS.
2.2. MEDECIN.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 511 | 1 | - diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en |
| verloskunde | |||
| 9 | - diploma van master in de geneeskunde; | ||
| Aangevuld met een bijkomend diploma : | |||
| 1 | - de academische graad van gediplomeerde in de | ||
| gespecialiseerde studies van jeugdgezondheidszorg. | |||
| 9 | - de graad van master in de jeugdgezondheidszorg (master | ||
| na masteropleiding) | |||
| Gelijkstellingen inzake bijkomende diploma's : | |||
| 1) Worden gelijkgesteld met de graad van gediplomeerde | |||
| in de gespecialiseerde studie van | |||
| jeugdgezondheidszorg : | |||
| 1° het diploma van geneesheer-hygienist, | |||
| richting schoolhygiene | |||
| 2° het certificaat van geneesheer-hygienist in | |||
| de jeugdgezondheidszorg | |||
| 2) Tijdelijke afwijkingen inzake bijkomend diploma : | |||
| Een personeelslid, in het bezit van een diploma | |||
| van arts of van doctor in de genees-, heel- en | |||
| verloskunde, kan het ambt van arts gedurende | |||
| een periode van maximum 60 maanden tijdelijk | |||
| uitoefenen zonder in het bezit te zijn van de | |||
| graad van gediplomeerde in de gespecialiseerde | |||
| studies van jeugdgezondheidszorg, op | |||
| voorwaarde dat betrokkene zich inschrijft voor | |||
| de voortgezette opleiding uiterlijk het | |||
| academiejaar volgend op zijn eerste | |||
| aanstelling als arts. De periode van maximum | |||
| 60 maanden start op 1 september van het | |||
| schooljaar van de eerste aanstelling. | |||
| 3) Overgangsbepalingen inzake het vereist | |||
| bekwaamheidsbewijs : | |||
| De bekwaamheidsbewijzen van de volgende | |||
| personeelsleden worden eveneens | |||
| gelijkgesteld met de graad van gediplomeerde | |||
| in de gespecialiseerde studies van | |||
| jeugdgezondheidszorg : | |||
| a) de personeelsleden die ten persoonlijke | |||
| titel houder zijn van een | |||
| specialisatietitel die voor | |||
| 1 september 1985 door de minister die | |||
| de volksgezondheid onder zijn | |||
| bevoegdheid had, overeenkomstig het | |||
| koninklijk besluit van 3 september 1975 | |||
| houdende wijziging van het | |||
| koninklijk besluit van 4 augustus 1969 | |||
| met betrekking tot het verlenen | |||
| van subsidies aan de erkende equipes | |||
| voor medisch schooltoezicht als | |||
| gelijkwaardig erkend is met het | |||
| post-universitair diploma van | |||
| schoolhygienist; | |||
| b) de personeelsleden die op | |||
| 31 augustus 2000 werkzaam zijn als arts | |||
| in een PMS- of MST-centrum, ongeacht | |||
| de aard van hun overeenkomst, en die | |||
| op 1 september 2000 worden | |||
| tewerkgesteld in een gefinancierd of | |||
| gesubsidieerd ambt in een centrum voor | |||
| leerlingenbegeleiding, op voorwaarde | |||
| dat zij sedert 1 september 1985 | |||
| ten minste gedurende vijf dienstjaren | |||
| prestaties hebben verricht als arts | |||
| in een PMS- of MST-centrum. | |||
| 276 | 1 | Overgangsbepalingen inzake bijkomend diploma | |
| artsen die op 31 augustus 2000 werkzaam waren | |||
| in een PMS-centrum of in een gesubsidieerde | |||
| equipe voor medisch schooltoezicht en die | |||
| niet in het bezit zijn van de graad van | |||
| gediplomeerde in de gespecialiseerde studies | |||
| van jeugdgezondheidszorg of een hiermee | |||
| gelijkgesteld bekwaamheidsbewijs | |||
| Basisdiploma | |||
| VO | 511 | 2 | - diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en |
| verloskunde; | |||
| 9 | - diploma van master in de geneeskunde. | ||
| Aangevuld met een bijkomend diploma : | |||
| 2 | - de academische graad van gediplomeerde in de | ||
| gespecialiseerde studies geneesheer-hygienist; | |||
| 9 | - het certificaat van geneesheer-hygienist; | ||
| 9 | - de graad van master in de arbeidsgeneeskunde (master | ||
| na masteropleiding); | |||
| 9 | - de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist | ||
| in de arbeidsgeneeskunde; | |||
| 9 | - de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist | ||
| in de kindergeneeskunde; | |||
| 9 | - de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist | ||
| in de pediatrie; | |||
| Basisdiploma | |||
| AN | 501 | 2 | - diploma van arts of van doctor in de genees-, heel- en |
| verloskunde; | |||
| 9 | - diploma van master in de geneeskunde. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 511 | 1 | - diplôme de '' arts '' ou '' doctor in de genees-, |
| heel- en verloskunde '' | |||
| 9 | - diplôme de '' master in de geneeskunde ''; | ||
| Complété par un diplôme supplémentaire : | |||
| 1 | - le grade academicus de '' gediplomeerde in de | ||
| gespecialiseerde studies van jeugdgezondheidszorg ''. | |||
| 9 | - le grade de '' master in de jeugdgezondheidszorg '' | ||
| (formation de master après master) | |||
| Assimilations des diplômes supplémentaires : | |||
| 1) Sont assimiles au grade de '' gediplomeerde in de | |||
| gespecialiseerde studies van | |||
| jeugdgezondheidszorg '' : | |||
| 1° le diplôme de '' geneesheer-hygienist, | |||
| richting schoolhygiene '' | |||
| 2° le certificat de '' geneesheer-hygienist in | |||
| de jeugdgezondheidszorg '' | |||
| 2) Dérogations temporaires relatives au diplôme | |||
| supplémentaire : | |||
| Un membre du personnel porteur d'un diplôme | |||
| de '' arts '' ou de '' doctor in de | |||
| genees-, heel- en verloskunde '' peut assumer | |||
| temporairement la fonction de médecin pendant | |||
| une période de 60 mois au maximum, sans être | |||
| titulaire du grade de '' gediplomeerde in de | |||
| gespecialiseerde studies van | |||
| jeugdgezondheidszorg '', à condition que | |||
| l'intéressé s'inscrive à la formation | |||
| continue au plus tard dans l'année académique | |||
| suivant sa première désignation en tant que | |||
| médecin La période de 60 mois au maximum | |||
| prend cours le 1er septembre de année | |||
| scolaire de la première désignation | |||
| 3) Dispositions transitoires relatives au titre requis : | |||
| Les titres des membres du personnel suivants | |||
| sont également assimilés au grade de | |||
| '' gediplomeerde in de gespecialiseerde studies | |||
| van jeugdgezondheidszorg '' : | |||
| a) les membres du personnel porteurs, à | |||
| titre personnel, d'un titre de | |||
| spécialisation assimilé, avant le | |||
| 1er septembre 1985, par le ministre | |||
| ayant la santé publique dans ses | |||
| attributions, conformément à l'arrêté | |||
| royal du 3 septembre 1975 modifiant | |||
| l'arrêté royal du 4 août 1969 | |||
| relatif à l'octroi de subventions aux | |||
| équipes agréées d'inspection | |||
| médicale scolaire, au diplôme | |||
| post-universitaire de hygiéniste | |||
| scolaire; | |||
| b) les membres du personnel actifs, au | |||
| 31 août 2000, en tant que médecins | |||
| dans un centre PMS ou MST, quel que | |||
| soit le type de leur contrat, et | |||
| employés dans une fonction financée | |||
| ou subventionnée au 1er septembre 2000 | |||
| dans un centre d'encadrement des | |||
| élèves, à condition qu'ils aient | |||
| fourni, depuis le 1er septembre 1985, | |||
| des prestations de médecin dans un | |||
| centre PMS ou MST pendant au moins | |||
| cinq années de service. | |||
| Dispositions transitoires relatives au diplôme | |||
| supplémentaire | |||
| 276 | 1 | les médecins actifs au 31 août 2000 dans un | |
| centre PMS ou dans une équipe subventionnée | |||
| d'inspection médicale scolaire, qui ne sont | |||
| pas porteurs du grade de '' gediplomeerde in | |||
| de gespecialiseerde studies van | |||
| jeugdgezondheidszorg '' ou d'un titre y | |||
| assimile. | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 511 | 2 | - diplôme de '' arts '' ou '' doctor in de genees-, |
| heel- en verloskunde '' | |||
| 9 | - diplôme de '' master in de geneeskunde ''. | ||
| Complété par un diplôme supplémentaire : | |||
| 2 | - le grade academicus de '' gediplomeerde in de | ||
| gespecialiseerde studies geneesheer-hygienist ''; | |||
| 9 | - le certificat de '' geneesheer-hygienist ''; | ||
| 9 | - le grade de '' master in de arbeidsgeneeskunde '' | ||
| (formation de master après master); | |||
| 9 | - le titre professionnel particulier de | ||
| '' geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde ''; | |||
| 9 | - le titre professionnel particulier de | ||
| '' geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde ''; | |||
| 9 | - le titre professionnel particulier de | ||
| '' geneesheer-specialist in de pédiatrie ''. | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 501 | 2 | - diplôme de '' arts '' ou '' doctor in de genees-, |
| heel- en verloskunde '' | |||
| 9 | - diplôme de '' master in de geneeskunde ''. |
2.3. CONSULENT.
2.3. CONSEIL.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 501 | 5 | - ten minste HOLT; |
| VE | 501 | 4 | - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. | |||
| Basisdiploma | |||
| VO | 333 | 2 | - ten minste HOKTVL; |
| VO | 333 | 3 | - het diploma van professioneel gerichte bachelor, als |
| vermeld in artikel 6, punt 34bis van, het besluit van | |||
| 14 juni 1989; | |||
| VO | 333 | 3 | - het diploma van bachelor in het onderwijs : |
| kleuteronderwijs; | |||
| VO | 333 | 3 | - het diploma van bachelor in het onderwijs : |
| lager onderwijs; | |||
| VO | 333 | 3 | - het diploma van bachelor in het onderwijs : |
| secundair onderwijs | |||
| Basisdiploma : | |||
| AN | 300 | 5 | - ten minste HOKT; |
| AN | 300 | 4 | - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 501 | 5 | - au moins ESTL; |
| TR | 501 | 4 | - au moins master, tel que visé à l'article 7 de |
| l'arrêté du 14 juin 1989. | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 2 | - au moins ESTCPE; |
| TS | 333 | 3 | - un diplôme de bachelor à orientation professionnelle, |
| tel que visé à l'article 6, point 34bis de l'arrêté | |||
| du 14 juin 1989; | |||
| TS | 333 | 3 | - le diplôme de '' bachelor in het onderwijs : |
| kleuteronderwijs ''; | |||
| TS | 333 | 3 | - le diplôme de '' bachelor in het onderwijs : lager |
| onderwijs ''; | |||
| TS | 333 | 3 | - le diplôme de '' bachelor in het onderwijs : |
| secundair onderwijs ''. | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 300 | 5 | - au moins ESTC; |
| AT | 300 | 4 | - PBA au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du Gouvernement flamand du 14 juin 1989. |
2.4. PSYCHOPEDAGOGISCH CONSULENT.
2.4. CONSEIL PSYCHOPEDAGOGIQUE.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de beroepsorientering en selectie; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de klinische psychologie; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de opvoedingswetenschappen; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de pedagogische wetenschappen; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologie; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologische wetenschappen; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologische en pedagogische |
| wetenschappen; | |||
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de psychopedagogische wetenschappen; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de sociale en culturele agogiek; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de toegepaste psychologie; |
| VE | 501 | 1 | - licentiaat in de bedrijfs- en experimentele |
| psychologie; | |||
| VE | 501 | 9 | - master in de psychologie; |
| VE | 501 | 9 | - master in de pedagogische wetenschappen; |
| VE | 501 | 9 | - master in de agogische wetenschappen; |
| VE | 501 | 9 | - master in de onderwijskunde. |
| Basisdiploma : | |||
| VO | 333 | 2 | - HOKTVL assistent in de psychologie; |
| VO | 333 | 3 | - bachelor (PBA) toegepaste psychologie. |
| Basisdiploma : | |||
| AN | 300 | 6 | - ten minste HOLT; |
| AN | 300 | 4 | - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de beroepsorientering en selectie; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de klinische psychologie; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de opvoedingswetenschappen; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de pedagogische wetenschappen; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologie; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologische wetenschappen; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de psychologische en pedagogische |
| wetenschappen; | |||
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de psychopedagogische wetenschappen; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de sociale en culturele agogiek; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de toegepaste psychologie; |
| TR | 501 | 1 | - licentiaat in de bedrijfs- en experimentele |
| psychologie; | |||
| TR | 501 | 9 | - master in de psychologie; |
| TR | 501 | 9 | - master in de pedagogische wetenschappen; |
| TR | 501 | 9 | - master in de agogische wetenschappen; |
| TR | 501 | 9 | - master in de onderwijskunde. |
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 2 | - ESTCTP assistent in de psychologie; |
| TS | 333 | 3 | - bachelor (PBA) toegepaste psychologie. |
| Diplôme de base : | |||
| AT | 300 | 6 | - au moins ESTL; |
| AT | 300 | 4 | - au moins master, tel que visé à l'article 7 de |
| l'arrêté du 14 juin 1989. |
2.5. MAATSCHAPPELIJK WERKER.
2.5. ASSISTANT SOCIAL.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma | |||
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL maatschappelijk assistent; |
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL maatschappelijk adviseur; |
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL sociaal adviseur; |
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL sociaal werk; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) maatschappelijke veiligheid; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) sociaal werk. |
| Basisdiploma : | |||
| VO | 333 | 2 | - HOKTSP maatschappelijk werk; |
| VO | 333 | 9 | - HOKTSP sociaal-cultureel werk; |
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde maatschappelijk werk van het hoger |
| beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde sociaal-cultureel werk van het hoger |
| beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 2 | - licentiaat sociologie; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat criminologie; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de criminologische wetenschappen; |
| VO | 333 | 4 | - master in het sociaal werk; |
| VO | 333 | 9 | - master in de criminologische wetenschappen; |
| VO | 333 | 9 | - master of Criminology; |
| VO | 333 | 9 | - master in de sociologie; |
| VO | 333 | 9 | - master in de sociale en culturele antropologie; |
| VO | 333 | 9 | - master of Social and Cultural Anthropology. |
| Basisdiploma : | |||
| AN | 300 | 6 | - ten minste HOKT; |
| AN | 300 | 4 | - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE maatschappelijk assistent; |
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE maatschappelijk adviseur; |
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE sociaal adviseur; |
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE sociaal werk; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) maatschappelijke veiligheid; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) sociaal werk. |
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 2 | - ESTCPS maatschappelijk werk; |
| TS | 333 | 9 | - ESTCPS sociaal-cultureel werk; |
| TS | 333 | 9 | - '' gegradueerde maatschappelijk werk '' de |
| l'enseignement supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 9 | - '' gegradueerde sociaal-cultureel werk '' de |
| l'enseignement supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 2 | - licentiaat sociologie; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat criminologie; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de criminologische wetenschappen; |
| TS | 333 | 4 | - master in het sociaal werk; |
| TS | 333 | 9 | - master in de criminologische wetenschappen; |
| TS | 333 | 9 | - master of Criminology; |
| TS | 333 | 9 | - master in de sociologie; |
| TS | 333 | 9 | - master in de sociale en culturele antropologie; |
| TS | 333 | 9 | - master of Social and Cultural Anthropology. |
| Diplôme de base : | |||
| AT | 300 | 6 | - au moins ESTC; |
| AT | 300 | 4 | - au moins PBA, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989. |
2.6. PSYCHOPEDAGOGISCH WERKER.
2.6. AUXILIAIRE PSYCHOPEDAGOGIQUE.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL assistent in de psychologie; |
| VE | 333 | 1 | - HOKTVL orthopedagogie; |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van onderwijzer(es); |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van kleuteronderwijzer(es); |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair |
| onderwijs of het diploma van regent(es); | |||
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en |
| technisch onderwijs van de lagere graad; | |||
| VE | 333 | 1 | - het diploma van een basisopleiding in een cyclus van |
| het studiegebied onderwijs; | |||
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1; | |||
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) orthopedagogie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) toegepaste psychologie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs. |
| Basisdiploma : | |||
| VO | 333 | 2 | - HOKTSP orthopedagogie; |
| VO | 333 | 2 | - HOKTSP gezinswetenschappen; |
| VO | 333 | 2 | - HOKTSP sociale readaptatiewetenschappen; |
| VO | 333 | 2 | - HOKTSP assistent in de psychologie; |
| VO | 333 | 9 | - HOKTSP assistent inzake beroepskeuze; |
| VO | 333 | 9 | - Gegradueerde orthopedagogie van het hoger |
| beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 9 | - Gegradueerde gezinswetenschappen van het hoger |
| beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 9 | - Gegradueerde sociale readaptatiewetenschappen van het |
| hoger beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 9 | - Gegradueerde assistent in de psychologie van het hoger |
| beroepsonderwijs; | |||
| VO | 333 | 2 | - een van de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor |
| psychopedagogisch consulent; | |||
| VO | 333 | 8 | - ten minste HOKTVL, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit | |||
| gelijkgestelde diploma's, + BPB; | |||
| VO | 333 | 3 | - het diploma van master, als bepaald in artikel 6, |
| punt 2bis van het besluit van 14 juni 1989 + BPB; | |||
| VO | 333 | 3 | - het diploma van professioneel gerichte bachelor, als |
| bepaald in artikel 6, punt 34bis van het besluit van | |||
| 14 juni 1989 + BPB. | |||
| Basisdiploma : | |||
| AN | 300 | 6 | - ten minste HOKT; |
| AN | 300 | 4 | - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE assistent in de psychologie; |
| TR | 333 | 1 | - ESTCPE orthopedagogie; |
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' onderwijzer(es) ''; |
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' kleuteronderwijzer(es) ''; |
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het lager |
| secundair onderwijs '' ou le diplôme de '' régent(es) ''; | |||
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het middelbaar en |
| technisch onderwijs van de lagere graad ''; | |||
| TR | 333 | 1 | - le diplôme d'une formation initiale d'un cycle de la |
| discipline '' onderwijs '' (enseignement); | |||
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1 ''; | |||
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) orthopedagogie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) toegepaste psychologie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs. |
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 2 | - ESTCPS orthopedagogie; |
| TS | 333 | 2 | - ESTCPS gezinswetenschappen; |
| TS | 333 | 2 | - ESTCPS sociale readaptatiewetenschappen; |
| TS | 333 | 2 | - ESTCPE assistent in de psychologie; |
| TS | 333 | 9 | - ESTCPS assistent inzake beroepskeuze; |
| TS | 333 | 9 | - '' Gegradueerde orthopedagogie '' de l'enseignement |
| supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 9 | - '' Gegradueerde gezinswetenschappen '' de l'enseignement |
| supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 9 | - '' Gegradueerde sociale readaptatiewetenschappen '' de |
| l'enseignement supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 9 | - '' Gegradueerde assistent in de psychologie '' de |
| l'enseignement supérieur professionnel; | |||
| TS | 333 | 2 | - un des titres requis pour conseil psychopédagogique; |
| TS | 333 | 8 | - au moins ESTCPE, tel que visé à l'article 7 de |
| l'arrêté du 14 juin 1989, et les diplômes y assimilés | |||
| dans cet arrêté, + CAP; | |||
| TS | 333 | 3 | - le diplôme de master, tel que visé à l'article 6, |
| point 2bis de l'arrêté du 14 juin 1989 + CAP; | |||
| TS | 333 | 3 | - le diplôme de bachelor à orientation professionnelle, |
| tel que viseé à l'article 6, point 34bis de l'arrêté | |||
| du 14 juin 1989 + CAP. | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 300 | 6 | - au moins ESTC; |
| AT | 300 | 4 | - au moins PBA, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989. |
2.7. PARAMEDISCH WERKER.
2.7. AUXILIAIRE PARAMEDICAL.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 333 | 1 | - een diploma van een basisopleiding van het hoger |
| onderwijs van een cyclus van het | |||
| studiegebied gezondheidszorg; | |||
| VE | 333 | 1 | - een diploma van het paramedisch hoger onderwijs van |
| het korte type met volledig leerplan of een | |||
| paramedische opleiding of afdeling van een hogere | |||
| technische school van de eerste graad; | |||
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) biomedische laboratoriumtechnologie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) ergotherapie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) logopedie en audiologie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) medische beeldvorming; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) optiek en optometrie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) orthopedie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) podologie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) verpleegkunde; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) voedings- en dieetkunde; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) vroedkunde. |
| Overgangsbepaling inzake basisdiploma : | |||
| VE | 277 | 1 | - paramedisch werker in dienst na 1 april 1965 bij een |
| gesubsidieerde equipe voor medisch schooltoezicht en | |||
| op 1 september 2000 overgedragen naar een centrum voor | |||
| leerlingenbegeleiding, niet in het bezit van een | |||
| diploma van een opleiding van het hoger onderwijs van | |||
| een cyclus van het studiegebied gezondheidszorg of een | |||
| hiermee gelijkgesteld bekwaamheidsbewijs. | |||
| Basisdiploma : | |||
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de medisch-sociale wetenschappen; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de logopedie en audiologie; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de voedings- en dieetleer; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de familiale en seksuologische |
| wetenschappen; | |||
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de motorische revalidatie en |
| kinesitherapie; | |||
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de revalidatiewetenschappen en de |
| kinesitherapie; | |||
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de kinesitherapie; |
| VO | 333 | 2 | - licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid; |
| VO | 333 | 4 | - master in de logopedische en audiologische |
| wetenschappen; | |||
| VO | 333 | 4 | - master in de seksuologie; |
| VO | 333 | 4 | - master in de revalidatiewetenchappen en kinesitherapie; |
| VO | 333 | 4 | - master in de kinesitherapie; |
| VO | 333 | 9 | - master of Human Sexuality Studies; |
| VO | 333 | 9 | - master in het management en het beleid van de |
| gezondheidszorg; | |||
| VO | 333 | 9 | - master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering; |
| VO | 333 | 9 | - master in de verpleegkunde en de vroedkunde. |
| Basisdiploma : | |||
| AN | 300 | 2 | - een diploma van het paramedisch hoger onderwijs van |
| het korte type voor sociale promotie; | |||
| AN | 300 | 8 | - gebrevetteerde verpleegster (aanvullend secundair |
| beroepsonderwijs) of brevet van psychiatrische | |||
| verpleegster of brevet van ziekenhuisverpleegster of | |||
| diploma in de psychiatrische verpleegkunde (secundair | |||
| onderwijs) of diploma in de ziekenhuisverpleegkunde | |||
| (secundair onderwijs), met zes jaar nuttige ervaring. | |||
| Die nuttige ervaring wordt bij de aanwerving | |||
| beoordeeld door de directeur van het centrum. Een | |||
| kopie van de attesten wordt bij de indiensttreding | |||
| bezorgd aan het werkstation; | |||
| AN | 300 | 4 | - diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde |
| graad van het beroepssecundair onderwijs, met zes jaar | |||
| nuttige ervaring. Die nuttige ervaring wordt bij de | |||
| aanwerving beoordeeld door de directeur van het | |||
| centrum. Een kopie van de attesten wordt bij de | |||
| indiensttreding bezorgd aan het werkstation. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 333 | 1 | - un diplôme de la formation initiale de l'enseignement |
| supérieur d'un cycle de la discipline | |||
| '' gezondheidszorg '' (soins de santé); | |||
| TR | 333 | 1 | - un diplôme de l'enseignement supérieur paramédical de |
| type court de plein exercice ou d'une formation ou | |||
| section paramédicale d'une école technique supérieure | |||
| du premier degré; | |||
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) biomedische laboratoriumtechnologie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) ergothérapie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) logopédie en audiologie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) medische beeldvorming; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) optiek en optometrie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) orthopédie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) podologie; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) verpleegkunde; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) voedings- en dieetkunde; |
| TR | 333 | 3 | - bachelor (PBA) vroedkunde. |
| Disposition transitoire relative au diplôme de base : | |||
| TR | 277 | 1 | - l'auxiliaire paramédical, entre en service auprès |
| d'une équipe subventionnée d'inspection médicale | |||
| scolaire après le 1er avril 1965, transféré à un | |||
| centre d'encadrement des élèves le 1er septembre 2000, | |||
| qui n'est pas porteur d'un diplôme d'une formation | |||
| de l'enseignement supérieur d'un cycle de la | |||
| discipline soins de santé ou d'un titre assimile. | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de medisch-sociale wetenschappen; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de logopédie en audiologie; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de voedings- en dieetleer; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de familiale en seksuologische |
| wetenschappen; | |||
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de motorische revalidatie en |
| kinesitherapie; | |||
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de revalidatiewetenschappen en de |
| kinesitherapie; | |||
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de kinesitherapie; |
| TS | 333 | 2 | - licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid; |
| TS | 333 | 4 | - master in de logopedische en audiologische |
| wetenschappen; | |||
| TS | 333 | 4 | - master in de seksuologie; |
| TS | 333 | 4 | - master in de revalidatiewetenschappen en |
| kinesitherapie; | |||
| TS | 333 | 4 | - master in de kinesitherapie; |
| TS | 333 | 9 | - master of Human Sexuality Studies; |
| TS | 333 | 9 | - master in het management en het beleid van de |
| gezondheidszorg; | |||
| TS | 333 | 9 | - master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering; |
| TS | 333 | 9 | - master in de verpleegkunde en de vroedkunde. |
| Diplôme de base : | |||
| AT | 300 | 2 | - un diplôme de l'enseignement supérieur paramédical de |
| promotion sociale de type court; | |||
| AT | 300 | 8 | - '' gebrevetteerde verpleegster '' (enseignement |
| secondaire professionnel complémentaire) ou un | |||
| '' brevet van psychiatrische verpleegster '' ou un | |||
| '' brevet van ziekenhuisverpleegster '' ou un | |||
| '' diploma in de psychiatrische verpleegkunde '' | |||
| (enseignement secondaire) ou un '' diploma in de | |||
| ziekenhuisverpleegkunde '' (enseignement secondaire), | |||
| avec une expérience utile de 6 ans. Cette expérience | |||
| utile est évaluée par le directeur du centre lors du | |||
| recrutement. Une copie des attestations est transmise | |||
| au poste de travail lors de l'entrée en service; | |||
| AT | 300 | 4 | - le '' diploma in de verpleegkunde '', confère a l'issue |
| du quatrième degré de l'enseignement secondaire | |||
| professionnel, avec une expérience utile de six ans. | |||
| Cette expérience utile est évaluée par le directeur | |||
| du centre lors du recrutement. Une copie des | |||
| attestations est transmise au poste de travail lors | |||
| de entrée en service. |
2.8. ADMINISTRATIEF WERKER.
2.8. COLLABORATEUR ADMINISTRATIF.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van technisch ingenieur; |
| VE | 333 | 5 | - het universitair diploma van burgerlijk conducteur; |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van een hogere technische school van de |
| tweede graad; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede |
| graad met volledig leerplan; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig |
| leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste | |||
| vier studiejaren; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig |
| leerplan voor 1 september 1969 uitgereikt na een | |||
| cyclus van ten minste drie studiejaren door een | |||
| instelling voor de beeldende kunsten; | |||
| VE | 333 | 5 | - het laureaatsdiploma, uitgereikt door het |
| Lemmensinstituut te Leuven; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een |
| Koninklijk Muziekconservatorium; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een |
| cyclus van ten minste drie studiejaren door het | |||
| Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en | |||
| Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger | |||
| Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het | |||
| Stedelijk Hoger Architectuurinstituut '' De Bijloke '' | |||
| te Gent; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het |
| academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus | |||
| van ten minste drie studiejaren door het Nationaal | |||
| Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in | |||
| Antwerpen; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart; |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse; |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger kunstonderwijs van de |
| eerste graad met volledig leerplan; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig |
| leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste | |||
| twee studiejaren; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een |
| Koninklijk Muziekconservatorium; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger onderwijs van het korte type |
| met volledig leerplan; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van een hogere technische school van de |
| eerste graad; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van onderwijzer(es); |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van kleuteronderwijzer(es); |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair |
| onderwijs of het diploma van regent(es); | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en |
| technisch onderwijs van de lagere graad; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van een basisopleiding in een cyclus; |
| VE | 333 | 5 | - het diploma van gegradueerde in de |
| godsdienstwetenschappen; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de | |||
| voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende | |||
| uitdieping van een opleidingseenheid; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van virtuositeit en het hoger diploma, |
| uitgereikt door een instelling voor hoger | |||
| muziekonderwijs; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van een hogere technische leergang van de |
| tweede graad; | |||
| VE | 333 | 5 | - het diploma van het hoger onderwijs van het korte type |
| voor sociale promotie of van een hogere technische | |||
| leergang van de eerste graad; | |||
| VE | 333 | 1 | - het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een |
| instelling voor hoger muziekonderwijs; | |||
| VE | 333 | 1 | - het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet |
| op het toekennen van de academische graden; | |||
| VE | 333 | 1 | - de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een |
| Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde | |||
| instelling, door een door de wet of door het decreet | |||
| daartoe gemachtigde instelling of door een door de | |||
| Staat of de Gemeenschap opgerichte examencommissie; | |||
| VE | 333 | 1 | - het getuigschrift uitgereikt door de Hogere |
| Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek; | |||
| VE | 333 | 4 | - een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA. |
| Basisdiploma : | |||
| VO | 333 | 6 | - ten minste HOLT; |
| VO | 333 | 4 | - ten minste master, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. | |||
| AN | 202 | 2 | Basisdiploma : ten minste HSO, als vermeld in artikel 7 |
| van het besluit van 14 juni 1989 en de daarmee in dat | |||
| besluit gelijkgestelde diploma's. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' technisch ingenieur ''; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme universitaire de '' burgerlijk conducteur ''; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième |
| degré; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du |
| deuxième degré de plein exercice; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de |
| plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au | |||
| moins quatre années d'études; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de |
| plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 | |||
| à l'issue d'un cycle d'au moins trois années études | |||
| par un établissement des arts plastiques; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de lauréat, délivré par le |
| '' Lemmensinstituut '' à Louvain; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme du deuxième cycle, délivré par un |
| Conservatoire royal de Musique; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' binnenhuisontwerper '', délivré au |
| terme d'un cycle d'au moins trois années études | |||
| par le '' Provinciaal Hoger Instituut voor | |||
| Architectuur en Toegepaste Kunsten '' à Hasselt, le | |||
| '' Provinciaal Hoger Architectuurinstituut '' à | |||
| Hasselt-Diepenbeek et le '' Stedelijk Hoger | |||
| Architectuurinstituut '' De Bijloke '' '' à Gand; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' binnenhuisontwerper '', obtenu avant |
| année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un | |||
| cycle d'au moins trois années études par le | |||
| '' Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en | |||
| Stedenbouw '' à Anvers; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' aspirant-officier ter lange omvaart ''; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' officier-werktuigkundige eerste |
| klasse ''; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du |
| premier degré de plein exercice; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de |
| plein exercice, délivré au terme | |||
| d'un cycle d'au moins deux années études; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme du premier cycle, délivré par un |
| Conservatoire royal de Musique; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur de type court |
| de plein exercice; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme d'une école supérieure technique du premier |
| degré; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' onderwijzer ''; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' kleuteronderwijzer(es) ''; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het lager secundair |
| onderwijs '' ou le diplôme de '' régent(es) ''; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het middelbaar en |
| technisch onderwijs van de lagere graad ''; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme d'une formation initiale d'un cycle; |
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' gegradueerde in de |
| godsdienstwetenschappen ''; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1 ''; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de '' geaggregeerde voor het secundair |
| onderwijs-groep 1 '', assorti du '' diploma van de | |||
| voortgezette lerarenopleiding '' pour | |||
| l'approfondissement supplémentaire d'une unité de | |||
| formation; | |||
| TR | 333 | 5 | - le '' diploma van virtuositeit '' et le '' hoger |
| diploma '', délivrés par un établissement | |||
| d'enseignement supérieur de musique; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième |
| degré; | |||
| TR | 333 | 5 | - le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion |
| sociale de type court ou d'un cours technique | |||
| supérieur du premier degré; | |||
| TR | 333 | 1 | - le '' diploma van eerste prijs '', délivré par un |
| établissement d'enseignement supérieur | |||
| de la musique; | |||
| TR | 333 | 1 | - le diplôme de '' kandidaat '', délivré en vertu de la |
| loi sur la collation des grades academiques; | |||
| TR | 333 | 1 | - les autres diplômes de '' kandidaat '', délivrés par |
| une université belge ou un établissement y assimilé, | |||
| par un établissement y autorisé par la loi ou par | |||
| le décret ou par un jury crée par l'Etat ou la | |||
| Communauté; | |||
| TR | 333 | 1 | - le certificat délivré par les '' Hogere |
| Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek ''; | |||
| TR | 333 | 4 | - un titre du niveau PBA. |
| Diplôme de base : | |||
| TS | 333 | 6 | - au moins ESTL; |
| TS | 333 | 4 | - au moins master, tel que visé à l'article 7 de |
| l'arrêté du 14 juin 1989. | |||
| AT | 202 | 2 | Diplôme de base : au moins ESS, tel que visé à |
| l'article 7 de l'arrêté du 14 juin 1989, et | |||
| les diplômes assimilés dans cet arrêté |
2.9. MEDEWERKER.
2.9. COLLABORATEUR.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 202 | 5 | - het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool |
| of leergang; | |||
| VE | 202 | 1 | - het studiegetuigschrift van het eerste leerjaar van de |
| vierde graad van het secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde; |
| VE | 202 | 5 | - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde; |
| VE | 202 | 5 | - het finaliteitdiploma van het kunstonderwijs, ingericht |
| volgens beperkt leerplan; | |||
| VE | 202 | 5 | - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair |
| onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar |
| onderwijs van de hogere graad; | |||
| VE | 202 | 5 | - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs; |
| VE | 202 | 5 | - het diploma van secundair onderwijs; |
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau hoger technisch |
| secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van |
| het technisch secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau van hoger |
| kunstsecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van |
| het kunstsecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau van hoger |
| beroepssecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 5 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van |
| het beroepssecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 4 | - een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair |
| onderwijs. | |||
| Gelijkstellingen inzake basisdiploma : | |||
| VE | 202 | 1 | De bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden die op |
| 31 augustus 2000 werkzaam zijn als vastbenoemde klerk | |||
| in een PMS-centrum, en die op 1 september 2000 worden | |||
| geconcordeerd naar het ambt van medewerker, worden | |||
| eveneens gelijkgesteld met een bekwaamheidsbewijs | |||
| vereist voor het ambt van medewerker. | |||
| Overgangsbepaling inzake basisdiploma : | |||
| VE | 278 | 1 | Voor personeelsleden die op 31 augustus 2000 werkzaam |
| of | waren in een gesubsidieerde equipe voor medisch | ||
| 279 | schooltoezicht als administratief bediende en die | ||
| overeenkomstig artikel 182 van het decreet CLB | |||
| geconcordeerd werden naar het ambt van medewerker, | |||
| behouden bij wijze van overgang met toepassing van | |||
| artikel 191 van hetzelfde decreet de salarisschaal | |||
| die zij hadden op 31 augustus 2000. | |||
| Basisdiploma : | |||
| VO | 202 | 6 | - ten minste HOKT; |
| VO | 202 | 4 | - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. | |||
| Basisdiploma : | |||
| AN | 200 | 2 | - ten minste LSTO, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat | |||
| besluit gelijkgestelde diploma's, met zes jaar | |||
| nuttige ervaring. Die nuttige ervaring wordt bij | |||
| de aanwerving beoordeeld door de directeur van het | |||
| centrum. Een kopie van de attesten wordt bij de | |||
| indiensttreding bezorgd aan het werkstation. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 202 | 5 | - le brevet d'une école ou d'un cours secondaire |
| professionnel complémentaire; | |||
| TR | 202 | 1 | - le certificat études de la première année |
| études du quatrième degré de l'enseignement | |||
| secondaire; | |||
| TR | 202 | 5 | - le '' diploma in de psychiatrische verpleegkunde ''; |
| TR | 202 | 5 | - le '' diploma in de ziekenhuisverpleegkunde ''; |
| TR | 202 | 5 | - le diplôme de finalité de l'enseignement artistique |
| à horaire réduit; | |||
| TR | 202 | 5 | - le certificat homologue de l'enseignement secondaire |
| supérieur; | |||
| TR | 202 | 5 | - le certificat homologue de l'enseignement moyen du |
| degré supérieur; | |||
| TR | 202 | 5 | - le diplôme homologue de l'enseignement secondaire; |
| TR | 202 | 5 | - le diplôme de l'enseignement secondaire; |
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| technique supérieur; | |||
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau du troisième degré de |
| l'enseignement secondaire technique; | |||
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| artistique supérieur; | |||
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau du troisième degré de |
| l'enseignement secondaire artistique; | |||
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| professionnel supérieur; | |||
| TR | 202 | 5 | - un titre du niveau du troisième degré de |
| l'enseignement secondaire professionnel; | |||
| TR | 202 | 4 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire. |
| Assimilations au diplôme de base : | |||
| TR | 202 | 1 | Les titres des membres du personnel actifs au |
| 31 août 2000 en tant que commis statutaires dans un | |||
| centre PMS, et concordent au 1er septembre 2000 avec | |||
| la fonction de collaborateur, sont également assimilés | |||
| aux titres requis pour la fonction de collaborateur. | |||
| Disposition transitoire relative au diplôme de base : | |||
| TR | 278 | 1 | Les membres du personnel actifs en tant qu'employé |
| ou | administratif, au 31 août 2000, dans une équipe | ||
| 279 | subventionnée d'inspection médicale scolaire, et | ||
| concordent, par application de l'article 182 du décret | |||
| sur les centres d'encadrement des élèves, à | |||
| l'emploi de collaborateur, conservent à titre | |||
| transitoire et par application de l'article 191 du | |||
| même décret, l'échelle de traitement qu'ils avaient le | |||
| 31 août 2000. | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 202 | 6 | - au moins ESTC; |
| TS | 202 | 4 | - au moins PBA, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989. | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 200 | 2 | - au moins ETSI, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989, et les diplômes assimilés dans cet | |||
| arrêté, avec une expérience utile de 6 ans. Cette | |||
| expérience utile est évaluée par le directeur du | |||
| centre lors du recrutement. Une copie des attestations | |||
| est transmise au poste de travail lors de l'entrée | |||
| en service. |
2.10. INTERCULTUREEL BEMIDDELAAR.
2.10. MEDIATEUR INTERCULTUREL.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 202 | 7 | - het brevet van een aanvullende secundaire |
| beroepsschool of leergang; | |||
| VE | 202 | 3 | - het studiegetuigschrift van het eerste leerjaar van de |
| vierde graad van het secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde; |
| VE | 202 | 7 | - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde; |
| VE | 202 | 7 | - het finaliteitdiploma van het kunstonderwijs, ingericht |
| volgens beperkt leerplan; | |||
| VE | 202 | 7 | - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair |
| onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar |
| onderwijs van de hogere graad; | |||
| VE | 202 | 7 | - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs; |
| VE | 202 | 7 | - het diploma van secundair onderwijs; |
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau hoger technisch |
| secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad van |
| het technisch secundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau van hoger |
| kunstsecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad |
| van het kunstsecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau van hoger |
| beroepssecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 7 | - een studiebewijs van het niveau van de derde graad |
| van het beroepssecundair onderwijs; | |||
| VE | 202 | 4 | - een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair |
| onderwijs. | |||
| Overgangsbepaling inzake basisdiploma : | |||
| - Personeelsleden die op 31 augustus 2000 als | |||
| interculturele medewerker in een PMS-centrum en/of | |||
| als intercultureel bemiddelaar werkzaam waren in een | |||
| gesubsidieerde equipe voor medisch schooltoezicht en | |||
| die overeenkomstig artikel 182 van het decreet | |||
| van 1 december 1998 betreffende de centra voor | |||
| leerlingenbegeleiding, geconcordeerd werden naar het | |||
| ambt van medewerker behouden in uitvoering van | |||
| artikel 191 van hetzelfde decreet, de salarisschaal | |||
| die zij hadden op 31 augustus 2000. | |||
| Basisdiploma : | |||
| VO | 202 | 7 | - ten minste HOKT; |
| VO | 202 | 4 | - ten minste PBA, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989. | |||
| Basisdiploma : | |||
| AN | 200 | 3 | - ten minste LSTO, als vermeld in artikel 7 van het |
| besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat | |||
| besluit gelijkgestelde diploma's, met 6 jaar nuttige | |||
| ervaring. Deze nuttige ervaring wordt bij de | |||
| aanwerving beoordeeld door de directeur van het | |||
| centrum. Een kopie van de attesten wordt bij de | |||
| indiensttreding bezorgd aan het werkstation. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 202 | 7 | - le brevet d'une école ou d'un cours secondaire |
| professionnel complémentaire; | |||
| TR | 202 | 3 | - le certificat études de la première année études |
| du quatrième degré de l'enseignement secondaire; | |||
| TR | 202 | 7 | - le '' diploma in de psychiatrische verpleegkunde ''; |
| TR | 202 | 7 | - le '' diploma in de ziekenhuisverpleegkunde ''; |
| TR | 202 | 7 | - le diplôme de finalité de l'enseignement artistique |
| à horaire réduit; | |||
| TR | 202 | 7 | - le certificat homologue de l'enseignement secondaire |
| supérieur; | |||
| TR | 202 | 7 | - le certificat homologue de l'enseignement moyen du |
| degré supérieur; | |||
| TR | 202 | 7 | - le diplôme homologue de l'enseignement secondaire; |
| TR | 202 | 7 | - le diplôme de l'enseignement secondaire; |
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| technique supérieur; | |||
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau du troisième degré de |
| l'enseignement secondaire technique; | |||
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| artistique supérieur; | |||
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement |
| secondaire artistique; | |||
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire |
| professionnel supérieur; | |||
| TR | 202 | 7 | - un titre du niveau du troisième degré de |
| l'enseignement secondaire professionnel; | |||
| TR | 202 | 4 | - un titre du niveau de l'enseignement secondaire. |
| Disposition transitoire relative au diplôme de base : | |||
| - Les membres du personnel actifs en tant que | |||
| collaborateur interculturel, au 31 août 2000, dans | |||
| un centre et/ou comme médiateur interculturel dans | |||
| une équipe subventionnée d'inspection médicale | |||
| scolaire concordent, par application de | |||
| l'article 182 du décret du 1er décembre 1998 | |||
| relatif aux centres d'encadrement des élèves, à | |||
| l'emploi de collaborateur, conservent, en exécution | |||
| de l'article 191 du même décret, l'échelle de | |||
| traitement qu'ils avaient le 31 août 2000. | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 202 | 7 | - au moins ESTC; |
| TS | 202 | 4 | - au moins PBA, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989. | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 200 | 3 | - au moins ETSI, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté |
| du 14 juin 1989, et les diplômes assimilés dans cet | |||
| arrêté, avec une expérience utile de 6 ans. Cette | |||
| expérience utile est évaluée par le directeur du | |||
| centre lors du recrutement. Une copie des attestations | |||
| est transmise au poste de travail lors de entrée | |||
| en service. |
2.11. ERVARINGSDESKUNDIGE.
2.11. EXPERT DU VECU.
| SSC | Code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN | |
| Basisdiploma : | |||
| VE | 200 | 7 | - het certificaat van de opleiding tot |
| ervaringsdeskundige in armoede en sociale | |||
| uitsluiting van het studiegebied personenzorg van | |||
| het onderwijs voor sociale promotie (technisch | |||
| secundair onderwijs van de derde graad met beperkt | |||
| leerplan); | |||
| VE | 200 | 4 | - het getuigschrift of het certificaat van de opleiding |
| tot ervaringsdeskundige in armoede en sociale | |||
| uitsluiting. | |||
| Basisdiploma : | |||
| VO | 200 | 4 | - het getuigschrift of het certificaat van de opleiding |
| jeugd- en gehandicaptenzorg. | |||
| Basisdiploma : | |||
| AN | 084 | 10 | - een studiebewijs dat niet behoort tot de |
| studiebewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot | |||
| en met 46, van het besluit van 14 juni 1989. |
| Ech | Code | TITRES | |
| Diplôme de base : | |||
| TR | 200 | 7 | - le certificat de la formation d'expert du vécu en |
| pauvreté et exclusion sociale de la discipline | |||
| '' personenzorg '' (soins aux personnes) de | |||
| l'enseignement de promotion sociale | |||
| (enseignement secondaire technique du troisième | |||
| degré à horaire réduit); | |||
| TR | 200 | 4 | - le certificat de fin études ou certificat de la |
| formation '' ervaringsdeskundige in armoede en | |||
| sociale uitsluiting '' (expert du vécu en pauvreté | |||
| et exclusion sociale). | |||
| Diplôme de base : | |||
| TS | 200 | 4 | - le certificat de fin études ou certificat de la |
| formation '' jeugd- en gehandicaptenzorg '' | |||
| (soins aux jeunes et aux personnes handicapées). | |||
| Diplôme de base : | |||
| AT | 084 | 10 | - un titre n'appartenant pas aux titres visés à |
| l'article 6, points 1 à 46 inclus, de l'arrêté du | |||
| 14 juin 1989. |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
Brussel, 24 oktober 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 24 oktober 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves.
Bruxelles, le 24 octobre 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.
Bruxelles, le 24 octobre 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.