Artikel 1. In artikel 7, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, worden een punt 8°bis, 8°ter en 8°quater ingevoegd, die luiden als volgt :
  " 8bis. een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 12 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  8ter. een bekwaamheidsbewijs van het niveau master : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11;
  8quater. een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
  - een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56;
  - de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 OKTOBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs.
Titre
24 OCTOBRE 2008. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1. Dans l'article 7, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, il est insĂ©rĂ© un point 8°bis, un point 8°ter et un point 8°quater, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 8bis. un titre du niveau PBA : un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 12 à 42 inclus, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  8ter. un titre du niveau Master : un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 1° à 11° inclus;
  8quater. un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
  - un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
  - les titres dénommés ci-aprÚs comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;. "
  " 8bis. un titre du niveau PBA : un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 12 à 42 inclus, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  8ter. un titre du niveau Master : un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 1° à 11° inclus;
  8quater. un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
  - un des diplÎmes de base mentionnés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
  - les titres dénommés ci-aprÚs comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;. "
Art. 2. In artikel 7, § 1, 13°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, worden de woorden " Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling " vervangen door de woorden " Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling ".
Art. 2. Dans l'article 7, § 1er, 13°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, les mots " Formation physique-eurythmie Ă partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la pĂ©riode du 1er septembre 1996 au 31 aoĂ»t 2003, il n'y aura aucune rĂ©percussion pour les personnels et les autoritĂ©s scolaires pour ce qui concerne la rĂ©munĂ©ration et la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, la rĂ©affectation et la remise au travail " sont remplacĂ©s par les mots " Formation physique-eurythmie Ă partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la pĂ©riode du 1er septembre 1990 au 31 aoĂ»t 2003 inclus, il n'y aura aucune rĂ©percussion pour les personnels et les autoritĂ©s scolaires pour ce qui concerne la rĂ©munĂ©ration et la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, la rĂ©affectation et la remise au travail ".
Art. 3. In artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : " Voor de toepassing van voormelde bepaling worden niet als dienstonderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 3. Dans l'article 12, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a trois est remplacĂ© par la disposition suivante : " Pour l'application de la disposition prĂ©citĂ©e, on ne considĂšre pas comme des interruptions de service :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 4. In artikel 12quater van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De overgangsmaatregelen blijven behouden :
  - voor wat de vast benoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  - voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
  " § 3. De overgangsmaatregelen blijven behouden :
  - voor wat de vast benoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  - voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 4. Dans l'article 12quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 3 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 3. Les mesures transitoires sont maintenues :
  - pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;
  - pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
  " § 3. Les mesures transitoires sont maintenues :
  - pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;
  - pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 12quinquies. § 1. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de personeelsleden die :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2008 vast benoemd waren in het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en in het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
  2° tijdens de schooljaren 2005-2006, 2006-2007 of 2007-2008 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en in het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2008, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en voor het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, en die vanaf 1 september 2008 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben, worden geacht in bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
  § 3. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2008, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en voor het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, en die vanaf 1 september 2008 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer hebben, worden geacht in bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
  § 4. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2 en § 3, worden toegekend op 1 september 2008, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° de personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
  " Art. 12quinquies. § 1. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de personeelsleden die :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2008 vast benoemd waren in het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en in het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
  2° tijdens de schooljaren 2005-2006, 2006-2007 of 2007-2008 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en in het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2008, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en voor het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, en die vanaf 1 september 2008 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben, worden geacht in bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
  § 3. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2008, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs en voor het ambt van kinderverzorger in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, en die vanaf 1 september 2008 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer hebben, worden geacht in bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
  § 4. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2 en § 3, worden toegekend op 1 september 2008, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° de personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 12quinquies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 12quinquies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel :
  1° qui étaient, le 31 août 2008 au plus tard, nommés à titre définitif dans la fonction de puériculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et dans la fonction de puériculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
  2° qui étaient, pendant les années scolaires 2005-2006, 2006-2007 ou 2007-2008, désignés temporairement ou chargés temporairement d'une mission dans la fonction de puériculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et dans la fonction de puériculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance.
  § 2. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la fonction de puĂ©riculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et pour la fonction de puĂ©riculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, et qui, Ă compter du 1er septembre 2008, ne sont plus porteurs d'un titre requis, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis.
  § 3. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant pour la fonction de puĂ©riculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et pour la fonction de puĂ©riculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, et qui, Ă compter du 1er septembre 2008, ne sont plus porteurs d'un titre jugĂ© suffisant, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant.
  § 4. Les mesures transitoires visées aux §§ 2 et 3 sont attribuées le 1er septembre 2008, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
  " Art. 12quinquies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel :
  1° qui étaient, le 31 août 2008 au plus tard, nommés à titre définitif dans la fonction de puériculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et dans la fonction de puériculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
  2° qui étaient, pendant les années scolaires 2005-2006, 2006-2007 ou 2007-2008, désignés temporairement ou chargés temporairement d'une mission dans la fonction de puériculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et dans la fonction de puériculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance.
  § 2. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la fonction de puĂ©riculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et pour la fonction de puĂ©riculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, et qui, Ă compter du 1er septembre 2008, ne sont plus porteurs d'un titre requis, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis.
  § 3. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant pour la fonction de puĂ©riculteur dans l'enseignement maternel ordinaire et pour la fonction de puĂ©riculteur dans un foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, et qui, Ă compter du 1er septembre 2008, ne sont plus porteurs d'un titre jugĂ© suffisant, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant.
  § 4. Les mesures transitoires visées aux §§ 2 et 3 sont attribuées le 1er septembre 2008, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12sexies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 12sexies. § 1. Een personeelslid dat in juni 2008 als contractueel personeelslid of als tijdelijk personeelslid ten laste van de inrichtende macht in dienst was in een functie van studiemeester-opvoeder in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd internaat, zoals vermeld in artikel 84quaterdecies van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, en dat :
  1° ofwel niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO),
  2° ofwel in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) dat voor dat ambt geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is volgens dit besluit,
  wordt met ingang van 31 augustus 2008 bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, met salarisschaal 125, voor het ambt van studiemeester-opvoeder in een internaat.
  § 2. Een personeelslid dat in juni 2008 als tijdelijk personeelslid in dienst was als studiemeester-opvoeder in een internaat en dat in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) dat voor dat ambt geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is volgens dit besluit, wordt met ingang van 31 augustus 2008 bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, met salarisschaal 125, voor het ambt van studiemeester-opvoeder in een internaat.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder " internaat " :
  1° internaat, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
  2° tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
  3° tehuis voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben.
  § 4. De personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in § 1 en § 2, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
  " Art. 12sexies. § 1. Een personeelslid dat in juni 2008 als contractueel personeelslid of als tijdelijk personeelslid ten laste van de inrichtende macht in dienst was in een functie van studiemeester-opvoeder in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd internaat, zoals vermeld in artikel 84quaterdecies van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, en dat :
  1° ofwel niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO),
  2° ofwel in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) dat voor dat ambt geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is volgens dit besluit,
  wordt met ingang van 31 augustus 2008 bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, met salarisschaal 125, voor het ambt van studiemeester-opvoeder in een internaat.
  § 2. Een personeelslid dat in juni 2008 als tijdelijk personeelslid in dienst was als studiemeester-opvoeder in een internaat en dat in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) dat voor dat ambt geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is volgens dit besluit, wordt met ingang van 31 augustus 2008 bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, met salarisschaal 125, voor het ambt van studiemeester-opvoeder in een internaat.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder " internaat " :
  1° internaat, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
  2° tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
  3° tehuis voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben.
  § 4. De personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in § 1 en § 2, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de vakantieperioden;
  2° de loopbaanonderbreking;
  3° de militaire dienst;
  4° de perioden van wederoproeping;
  5° de ziekte- en bevallingsverloven;
  6° de borstvoedingsverloven;
  7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 6. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 12sexies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 12sexies. § 1er. Un membre du personnel qui était occupé en juin 2008 comme contractuel ou comme membre du personnel temporaire à charge du pouvoir organisateur dans une fonction de surveillant-éducateur dans un internat subventionnée par la Communauté flamande, tel que visé à l'article 84quaterdecies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, et qui :
  1° ou bien n'est pas porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS),
  2° ou bien est porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supĂ©rieur (au moins ESS) qui, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette fonction,
  est censĂ© ĂȘtre porteur, Ă partir du 31 aoĂ»t 2008, par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant, Ă Ă©chelle de traitement 125, pour la fonction de surveillant-Ă©ducateur dans un internat.
  § 2. Un membre du personnel qui, en tant que membre du personnel temporaire, Ă©tait occupĂ© en juin 2008 comme surveillant-Ă©ducateur dans un internat, et qui est porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supĂ©rieur (au moins ESS) qui, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette fonction, est censĂ© ĂȘtre porteur, Ă partir du 31 aoĂ»t 2008, par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant, Ă Ă©chelle de traitement 125, pour la fonction de surveillant-Ă©ducateur dans un internat.
  § 3. Pour l'application du présent article, il faut entendre par " internat " :
  1° internat, financé ou subventionné par la Communauté flamande;
  2° foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
  3° home d'enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe.
  § 4. Les mesures transitoires restent applicables aux membres de personnel visés aux §§ 1er et 2, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans un internat financé ou subventionné par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
  " Art. 12sexies. § 1er. Un membre du personnel qui était occupé en juin 2008 comme contractuel ou comme membre du personnel temporaire à charge du pouvoir organisateur dans une fonction de surveillant-éducateur dans un internat subventionnée par la Communauté flamande, tel que visé à l'article 84quaterdecies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, et qui :
  1° ou bien n'est pas porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS),
  2° ou bien est porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supĂ©rieur (au moins ESS) qui, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette fonction,
  est censĂ© ĂȘtre porteur, Ă partir du 31 aoĂ»t 2008, par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant, Ă Ă©chelle de traitement 125, pour la fonction de surveillant-Ă©ducateur dans un internat.
  § 2. Un membre du personnel qui, en tant que membre du personnel temporaire, Ă©tait occupĂ© en juin 2008 comme surveillant-Ă©ducateur dans un internat, et qui est porteur d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supĂ©rieur (au moins ESS) qui, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas un titre requis ou jugĂ© suffisant pour cette fonction, est censĂ© ĂȘtre porteur, Ă partir du 31 aoĂ»t 2008, par mesure transitoire, d'un titre jugĂ© suffisant, Ă Ă©chelle de traitement 125, pour la fonction de surveillant-Ă©ducateur dans un internat.
  § 3. Pour l'application du présent article, il faut entendre par " internat " :
  1° internat, financé ou subventionné par la Communauté flamande;
  2° foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
  3° home d'enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe.
  § 4. Les mesures transitoires restent applicables aux membres de personnel visés aux §§ 1er et 2, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans un internat financé ou subventionné par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés d'allaitement;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 7. Aan hoofdstuk III van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1991, 14 juli 2004, 30 september 2005 en 9 november 2007, wordt een artikel 13quater toegevoegd, dat luidt als volgt : " Art. 13quater. De personeelsleden, vermeld in artikel 12quinquies, blijven de salarisschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2008 geldende reglementering verleend mocht worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover de personeelsleden beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal. "
Art. 7. Au chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 19 dĂ©cembre 1991, 14 juillet 2004, 30 septembre 2005 et 9 novembre 2007, il est ajoutĂ© un article 13quater, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 13quater. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 12quinquies, continuent Ă bĂ©nĂ©ficier de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre octroyĂ©e sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, sauf si le titre dont les membres du personnel disposent donne droit Ă une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e. "
  " Art. 13quater. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 12quinquies, continuent Ă bĂ©nĂ©ficier de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre octroyĂ©e sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2008, sauf si le titre dont les membres du personnel disposent donne droit Ă une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e. "
Art. 8. Artikel 15bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 15bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in de bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2008. "
  " Art. 15bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in de bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2008. "
Art. 8. L'article 15bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 15bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement visĂ©s Ă l'annexe Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2008. "
  " Art. 15bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement visĂ©s Ă l'annexe Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2008. "
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt bijlage I vervangen door de bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe Ire est remplacĂ©e par l'annexe Ire jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008, met uitzondering van artikel 2, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007.
Art. 10. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2008, Ă l'exception de l'article 2, qui produit ses effets le 1er septembre 2007.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 24 oktober 2008.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
  Brussel, 24 oktober 2008.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 11. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 24 octobre 2008.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
  Bruxelles, le 24 octobre 2008.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. Bijlage 1. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het gewoon basisonderwijs.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 03-12-2008, p. 63422-63443).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 03-12-2008, p. 63422-63443).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. N.   (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise M.B. 03-12-2008, p. 63422-63443).