Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° het decreet : het decreet van [2 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid]2;
2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor [2 de landbouw]2;
3° [1 bevoegde entiteit: [3 het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, vermeld in artikel 29/1, eerste lid, 2А, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie]3;]1
4° de landbouweducatie : het geheel van de activiteiten, vermeld in [2 artikel 19]2 van het decreet;
5° activiteit : een initiatief als vermeld in [2 artikel 19]2 van het decreet;
6° algemeen centrum : een vereniging die door de minister is erkend als algemeen centrum voor landbouweducatie volgens de voorwaarden, vermeld in het decreet en in dit besluit;
7° centrum : een vereniging die door de minister is erkend als centrum voor landbouweducatie volgens de voorwaarden, vermeld in het decreet en in dit besluit;
8° een actieplan : een door een algemeen centrum in te dienen overzicht van activiteiten die het eerstvolgende kalenderjaar worden georganiseerd;
9° een project : een initiatief met een tijdelijk karakter over visievorming of landbouweducatie als vermeld in [2 artikel 19]2 van het decreet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 OKTOBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het erkennen van centra voor landbouweducatie en het subsidiëren van landbouweducatieve activiteiten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-11-2008 en tekstbijwerking tot 31-07-2024)
Titre
10 OCTOBRE 2008. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'agrément de centres d'éducation agricole et au subventionnement des activités d'éducation agricole (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-11-2008 et mise à jour au 31-07-2024)
Documentinformatie
Numac: 2008036352
Datum: 2008-10-10
Info du document
Numac: 2008036352
Date: 2008-10-10
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Erkenning.
HOOFDSTUK III. - Subsidiëring.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Afdeling II. - Subsidiëring actieplan algemene ...
Afdeling III. - Subsidiëring projecten van de c...
Afdeling IV. - Controle.
Afdeling V. - Verplichte vermeldingen.
HOOFDSTUK III/1 [1 Openbaarmaking]1
HOOFDSTUK IV. - Uitvoeringsbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Agrément.
CHAPITRE III. - Subventionnement.
Section Ier. - Disposition générale.
Section II. - Subventionnement du plan d'action...
Section III. - Subventionnement des projets de ...
Section IV. - Contrôle.
Section V. - Mentions obligatoires.
CHAPITRE III/1. [1 Publicité]1
Art. 25/1. [1 L'entité compétente règle l'exécu...
CHAPITRE IV. - Dispositions d'exécution.
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° le décret : le décret du [2 28 juin 2013 relatif à la politique de l'agriculture et de la pêche]2;
2° le Ministre : le Ministre flamand chargé [2 de l'agriculture]2;
3° [1 entité compétente : [3 l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche, visée à l'article 29/1, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande]3;]1
4° l'éducation agricole : l'ensemble des activités, mentionnées dans l'[2 article 19]2 du décret;
5° activité : une initiative telle que visée à l'[2 article 19]2 du décret;
6° centre général : une association agréée par le Ministre comme centre général pour l'éducation agricole suivant les conditions visées au décret et au présent arrêté;
7° centre : une association agréée par le Ministre comme centre pour l'éducation agricole suivant les conditions visées au décret et au présent arrêté;
8° plan d'action : un aperçu des activités organisées pendant la première année civile suivante à introduire par un centre général;
9° un projet : une initiative à caractère temporaire sur la constitution d'une vision ou une éducation agricole telle que visée à l'[2 article 19]2 du décret.
1° le décret : le décret du [2 28 juin 2013 relatif à la politique de l'agriculture et de la pêche]2;
2° le Ministre : le Ministre flamand chargé [2 de l'agriculture]2;
3° [1 entité compétente : [3 l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche, visée à l'article 29/1, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande]3;]1
4° l'éducation agricole : l'ensemble des activités, mentionnées dans l'[2 article 19]2 du décret;
5° activité : une initiative telle que visée à l'[2 article 19]2 du décret;
6° centre général : une association agréée par le Ministre comme centre général pour l'éducation agricole suivant les conditions visées au décret et au présent arrêté;
7° centre : une association agréée par le Ministre comme centre pour l'éducation agricole suivant les conditions visées au décret et au présent arrêté;
8° plan d'action : un aperçu des activités organisées pendant la première année civile suivante à introduire par un centre général;
9° un projet : une initiative à caractère temporaire sur la constitution d'une vision ou une éducation agricole telle que visée à l'[2 article 19]2 du décret.
HOOFDSTUK II. - Erkenning.
CHAPITRE II. - Agrément.
Art.2. Om erkend te worden door de minister als algemeen centrum, moet een vereniging voldoen aan de voorwaarden, vermeld in [1 artikel 20]1 van het decreet, en aan de volgende voorwaarden :
1° per kalenderjaar minstens 12 000 dagverblijven verzorgen, die deel uitmaken van een meerdaags verblijf;
2° permanent samenwerken met minstens vijf actieve landbouwbedrijven die geïdentificeerd zijn als [1 landbouwer]1, of opereren vanop een actief landbouwbedrijf dat geïdentificeerd is als [1 landbouwer]1 en bovendien permanent samenwerken met minstens twee actieve landbouwbedrijven die geïdentificeerd zijn als [1 landbouwer]1;
3° een didactisch onderbouwd landbouweducatief aanbod voorleggen met activiteiten rond ten minste vijf landbouwsectoren;
4° de persoon die instaat voor de planning en coördinatie van de activiteiten beschikt over een pedagogisch bekwaamheidsbewijs.
1° per kalenderjaar minstens 12 000 dagverblijven verzorgen, die deel uitmaken van een meerdaags verblijf;
2° permanent samenwerken met minstens vijf actieve landbouwbedrijven die geïdentificeerd zijn als [1 landbouwer]1, of opereren vanop een actief landbouwbedrijf dat geïdentificeerd is als [1 landbouwer]1 en bovendien permanent samenwerken met minstens twee actieve landbouwbedrijven die geïdentificeerd zijn als [1 landbouwer]1;
3° een didactisch onderbouwd landbouweducatief aanbod voorleggen met activiteiten rond ten minste vijf landbouwsectoren;
4° de persoon die instaat voor de planning en coördinatie van de activiteiten beschikt over een pedagogisch bekwaamheidsbewijs.
Art.2. Afin d'être agréée comme centre général par le Ministre, une association doit répondre aux conditions, visée à l'[1 article 20]1 du décret, et aux conditions suivantes :
1° organiser au moins 12 000 séjours d'un jour qui font partie d'un séjour durant plusieurs jours;
2° assurer une coopération permanente avec au moins cinq entreprises agricoles actives qui sont identifiées comme [1 agriculteur]1, ou qui opèrent à partir d'une entreprise agricole active identifiée comme [1 agriculteur]1 et qui en plus coopère en permanence avec deux entreprises agricoles actives qui sont identifiées comme [1 agriculteur]1;
3° présenter une offre d'éducation didactiquement fondée comprenant des activités concernant au moins cinq secteurs agricoles;
4° la personne responsable du planning et de la coordination des activités dispose d'une attestation d'aptitude pédagogique.
1° organiser au moins 12 000 séjours d'un jour qui font partie d'un séjour durant plusieurs jours;
2° assurer une coopération permanente avec au moins cinq entreprises agricoles actives qui sont identifiées comme [1 agriculteur]1, ou qui opèrent à partir d'une entreprise agricole active identifiée comme [1 agriculteur]1 et qui en plus coopère en permanence avec deux entreprises agricoles actives qui sont identifiées comme [1 agriculteur]1;
3° présenter une offre d'éducation didactiquement fondée comprenant des activités concernant au moins cinq secteurs agricoles;
4° la personne responsable du planning et de la coordination des activités dispose d'une attestation d'aptitude pédagogique.
Wijzigingen
Art.3. Om erkend te worden door de minister als centrum, moet een vereniging voldoen aan de voorwaarden, vermeld in [1 artikel 20]1 van het decreet.
Art.3. Afin d'être agréée comme centre par le Ministre, une association doit répondre aux conditions visées à l'[1 article 20]1 du décret.
Wijzigingen
Art.4. Om als algemeen centrum of als centrum te worden erkend, dient de vereniging een aanvraag in bij [1 de bevoegde entiteit]1 en ze voegt daarbij alle stukken waaruit moet blijken dat respectievelijk aan de voorwaarden, vermeld in [2 artikel 20]2 van het decreet, of artikel 2 van dit besluit, is voldaan.
Art.4. Pour être agréé comme centre général ou comme centre par le Ministre, l'association présente une demande à l'entité compétente et joint toutes les pièces faisant apparaître qu'il a été satisfait aux conditions respectivement prévues à l'[1 article 20]1 du décret ou à l'article 2 du présent arrêté.
Wijzigingen
Art.5. [1 De bevoegde entiteit]1 onderzoekt de erkenningsaanvraag en adviseert de minister erover.
Art.5. [1 L'entité compétente]1 examine la demande d'agrément et rend un avis au Ministre.
Wijzigingen
Art.6. Eenzelfde vereniging kan alleen hetzij als algemeen centrum, hetzij als centrum worden erkend. Een vereniging die erkend is als algemeen centrum, verliest die erkenning op het ogenblik dat ze erkend wordt als centrum. Een vereniging die erkend is als centrum, verliest die erkenning op het ogenblik dat ze erkend wordt als algemeen centrum.
Art.6. Une même association ne peut être agréée que comme, soit un centre général, soit un centre. Une association agréée comme centre général perd cet agrément au moment qu'elle est agréée comme centre. Une association agréée comme centre perd cet agrément au moment qu'elle est agréée comme centre général.
Art.7. Als door [1 de bevoegde entiteit]1 wordt vastgesteld dat het centrum of het algemeen centrum respectievelijk niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in [2 artikel 20]2 van het decreet, of artikel 2 van dit besluit, of als ernstige tekortkomingen of fraude worden vastgesteld, kan de minister de erkenning in kwestie schorsen of opheffen naargelang de frequentie, het aantal, de aard of de omvang van de tekortkomingen of van de fraude. De minister kan daarvoor modaliteiten bepalen.
De erkenning wordt van rechtswege opgeheven als het algemeen centrum gedurende twee opeenvolgende jaren geen actieplan heeft ingediend. De vereniging kan pas opnieuw een erkenning aanvragen een jaar na de opheffing van de erkenning.
De erkenning wordt van rechtswege opgeheven als het algemeen centrum gedurende twee opeenvolgende jaren geen actieplan heeft ingediend. De vereniging kan pas opnieuw een erkenning aanvragen een jaar na de opheffing van de erkenning.
Art.7. Si [1 l'entité compétente]1 constate que le centre ou le centre général ne répond respectivement plus aux conditions visées à l'[2 article 20]2 du décret ou à l'article 2 du présent arrêté, ou si d'autres manquements ou des cas de fraude sont constatés, le Ministre peut suspendre ou annuler l'agrément en question en fonction de la fréquence, du nombre, de la nature ou de l'ampleur des manquements ou des cas de fraude. Le Ministre peut arrêter en arrêter les modalités.
L'agrément est annulé de plein droit si le centre général agréé n'a pas présenté un plan d'action pendant deux années consécutives. L'association ne peut demander un nouvel agrément qu'un an après l'annulation de l'agrément.
L'agrément est annulé de plein droit si le centre général agréé n'a pas présenté un plan d'action pendant deux années consécutives. L'association ne peut demander un nouvel agrément qu'un an après l'annulation de l'agrément.
HOOFDSTUK III. - Subsidiëring.
CHAPITRE III. - Subventionnement.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Section Ier. - Disposition générale.
Art.8. Binnen de grenzen van de daartoe bestemde begrotingskredieten kan de minister jaarlijks, volgens de bepalingen, vermeld in het decreet en in dit besluit :
1° een subsidie verlenen aan de algemene centra voor de uitvoering van hun actieplan;
2° een subsidie verlenen aan de centra en de algemene centra voor de uitvoering van projecten.
1° een subsidie verlenen aan de algemene centra voor de uitvoering van hun actieplan;
2° een subsidie verlenen aan de centra en de algemene centra voor de uitvoering van projecten.
Art.8. Dans les limites des crédits budgétaires affectés à cet effet, le Ministre peut, annuellement, suivant les dispositions visées au décret et au présent arrêté :
1° accorder une subvention aux centres généraux en vue de l'exécution de leur plan d'action;
2° accorder une subvention aux centres et aux centres généraux en vue de l'exécution de leurs projets.
1° accorder une subvention aux centres généraux en vue de l'exécution de leur plan d'action;
2° accorder une subvention aux centres et aux centres généraux en vue de l'exécution de leurs projets.
Afdeling II. - Subsidiëring actieplan algemene centra.
Section II. - Subventionnement du plan d'action des centres généraux.
Art.9. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dienen de algemene centra uiterlijk op 30 september een actieplan in voor het komende kalenderjaar met de bijbehorende nodige stukken die aantonen dat ze in het kalenderjaar, dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van het actieplan, voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.
Het actieplan wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat minstens de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de in het eerstvolgende kalenderjaar geplande activiteiten;
2° een toelichting per activiteit;
3° een gedetailleerde begroting voor het eerstvolgende kalenderjaar.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
Het actieplan wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat minstens de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de in het eerstvolgende kalenderjaar geplande activiteiten;
2° een toelichting per activiteit;
3° een gedetailleerde begroting voor het eerstvolgende kalenderjaar.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
Art.9. Afin d'être éligible à la subvention, les centres généraux introduisent au plus tard le 30 septembre un plan d'action pour l'année civile suivante accompagnée des documents nécessaires prouvant qu'ils répondent aux conditions, visées à l'article 2, pendant l'année civile précédant l'année d'introduction du plan d'action.
Le plan d'action est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des activités projetés pour la première année civile suivante;
2° un exposé par activité;
3° un budget détaillé pour la première année civile suivante.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Le plan d'action est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des activités projetés pour la première année civile suivante;
2° un exposé par activité;
3° un budget détaillé pour la première année civile suivante.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Wijzigingen
Art.10. De ingediende actieplannen dienen aan de volgende kwaliteitscriteria te voldoen :
1° activiteiten aanbieden rond gevarieerde thema's van plantaardige en dierlijke landbouwsectoren;
2° activiteiten aanbieden rond minstens 1 verbrede landbouwactiviteit met specifieke aandacht voor milieukundige aspecten;
3° kennis en ervaring ter beschikking stellen van het brede publiek;
4° participeren en/of initiëren van samenwerkingsverbanden op provinciaal en/of Vlaams niveau inzake landbouweducatie.
De minister kan de kwaliteitscriteria nader preciseren.
1° activiteiten aanbieden rond gevarieerde thema's van plantaardige en dierlijke landbouwsectoren;
2° activiteiten aanbieden rond minstens 1 verbrede landbouwactiviteit met specifieke aandacht voor milieukundige aspecten;
3° kennis en ervaring ter beschikking stellen van het brede publiek;
4° participeren en/of initiëren van samenwerkingsverbanden op provinciaal en/of Vlaams niveau inzake landbouweducatie.
De minister kan de kwaliteitscriteria nader preciseren.
Art.10. Les plans d'action introduits doivent répondre aux critères de qualité suivants :
1° offre des activités relatives à de thèmes variés relatifs aux secteurs agricoles végétaux et animaliers;
2° offre d'activités relatives à au moins 1 activité agricole élargie prêtant une attention spéciale aux aspects environnementaux;
3° mise à la disposition d'un plus large public de connaissances et d'expériences;
4° participation et/ou initiation de partenariats au niveau provincial et/ou flamand en matière d'éducation agricole.
Le Ministre peut préciser les critères de qualité.
1° offre des activités relatives à de thèmes variés relatifs aux secteurs agricoles végétaux et animaliers;
2° offre d'activités relatives à au moins 1 activité agricole élargie prêtant une attention spéciale aux aspects environnementaux;
3° mise à la disposition d'un plus large public de connaissances et d'expériences;
4° participation et/ou initiation de partenariats au niveau provincial et/ou flamand en matière d'éducation agricole.
Le Ministre peut préciser les critères de qualité.
Art.11. [1 De bevoegde entiteit]1 beoordeelt de actieplannen volgens een vooraf bepaalde procedure, die de volgende elementen bevat :
1° de conformiteit met de bepalingen van het decreet en dit besluit;
2° de inhoudelijke kwaliteit van het voorgestelde actieplan;
3° de verenigbaarheid met de doelstellingen van het Vlaamse landbouwbeleid;
4° de haalbaarheid en resultaatgerichtheid;
5° de wijze waarop de doelgroepen worden benaderd;
6° de voorgestelde begroting;
7° de geografische spreiding en schaalgrootte van de activiteiten.
[1 De bevoegde entiteit]1 stelt een lijst op van de actieplannen, gerangschikt volgens rangorde van beoordeling. Voor ieder beoordeeld actieplan wordt een beknopte motivatie gegeven op basis van de beoordelingscriteria.
De minister neemt een beslissing over de te selecteren actieplannen. De bevoegde afdeling brengt de algemene centra, na de aanrekening van de goedgekeurde subsidie ten laste van de begroting, op de hoogte van de beslissing van de minister.
Alle kosten, behalve de overheadkosten ter uitvoering van de actieplannen, komen in aanmerking voor subsidiëring.
1° de conformiteit met de bepalingen van het decreet en dit besluit;
2° de inhoudelijke kwaliteit van het voorgestelde actieplan;
3° de verenigbaarheid met de doelstellingen van het Vlaamse landbouwbeleid;
4° de haalbaarheid en resultaatgerichtheid;
5° de wijze waarop de doelgroepen worden benaderd;
6° de voorgestelde begroting;
7° de geografische spreiding en schaalgrootte van de activiteiten.
[1 De bevoegde entiteit]1 stelt een lijst op van de actieplannen, gerangschikt volgens rangorde van beoordeling. Voor ieder beoordeeld actieplan wordt een beknopte motivatie gegeven op basis van de beoordelingscriteria.
De minister neemt een beslissing over de te selecteren actieplannen. De bevoegde afdeling brengt de algemene centra, na de aanrekening van de goedgekeurde subsidie ten laste van de begroting, op de hoogte van de beslissing van de minister.
Alle kosten, behalve de overheadkosten ter uitvoering van de actieplannen, komen in aanmerking voor subsidiëring.
Art.11. [1 L'entité compétente]1 examine les plans d'action suivant une procédure préétablie contenant au moins les éléments suivants :
1° la conformité avec les dispositions du décret et du présent arrêté;
2° la qualité du contenu du plan d'action proposé;
3° la compatibilité avec les objectifs de la politique agricole flamande;
4° la faisabilité et l'efficacité quant aux résultats;
5° le mode d'approche des groupes cibles;
6° le budget proposé;
7° la répartition géographique et la grandeur d'échelle des activités.
[1 L'entité compétente]1 dresse une liste des plans d'action classés suivant leur ordre d'évaluation. Pour chaque plan d'action évalué, une motivation succincte est donnée sur la base des critères d'évaluation.
Le Ministre prend une décision sur les plans d'action à sélectionner. [1 L'entité compétente]1 notifie aux centres généraux agréés la décision du Ministre, après imputation de la subvention approuvée à charge du budget.
Tous les frais, sauf les frais généraux pour l'exécution des plans d'action, sont admis aux subventions.
1° la conformité avec les dispositions du décret et du présent arrêté;
2° la qualité du contenu du plan d'action proposé;
3° la compatibilité avec les objectifs de la politique agricole flamande;
4° la faisabilité et l'efficacité quant aux résultats;
5° le mode d'approche des groupes cibles;
6° le budget proposé;
7° la répartition géographique et la grandeur d'échelle des activités.
[1 L'entité compétente]1 dresse une liste des plans d'action classés suivant leur ordre d'évaluation. Pour chaque plan d'action évalué, une motivation succincte est donnée sur la base des critères d'évaluation.
Le Ministre prend une décision sur les plans d'action à sélectionner. [1 L'entité compétente]1 notifie aux centres généraux agréés la décision du Ministre, après imputation de la subvention approuvée à charge du budget.
Tous les frais, sauf les frais généraux pour l'exécution des plans d'action, sont admis aux subventions.
Wijzigingen
Art.12. De jaarlijkse subsidie per algemeen centrum voor de uitvoering van het actieplan bedraagt ten hoogste 100.000 euro.
Art.12. La subvention annuelle par centre général pour l'exécution du plan d'action s'élève à au maximum 100.000 euros.
Art.13. De toegekende subsidie wordt uitbetaald als volgt :
1° een eerste schijf van 60 % bij de aanvang van het kalenderjaar;
2° het saldo van maximaal 40 % bij de aanvaarding en goedkeuring van het jaarrapport.
Het jaarrapport wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat minstens de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de in het afgelopen kalenderjaar geplande en werkelijk uitgevoerde activiteiten;
2° een verslag per activiteit met minstens de volgende elementen : de aard van de activiteit, de periode waarin de activiteit werd uitgevoerd, het bereikte doelpubliek, een kort verslag van de activiteit, het gemeten effect op basis van de in het actieplan gedefinieerde meetindicatoren en de evaluatie van de activiteit;
3° een financiële afrekening.
Een model van jaarrapport is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
De financiële afrekening omvat minstens volgende elementen :
1° een schuldvordering;
2° een afrekeningsstaat van de kosten van het actieplan met de nodige bewijsstukken.
Een model van financiële eindafrekening is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
[1 De bevoegde entiteit]1 kan alle nodige verduidelijkingen of aanvullingen vragen over het jaarrapport.
1° een eerste schijf van 60 % bij de aanvang van het kalenderjaar;
2° het saldo van maximaal 40 % bij de aanvaarding en goedkeuring van het jaarrapport.
Het jaarrapport wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat minstens de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de in het afgelopen kalenderjaar geplande en werkelijk uitgevoerde activiteiten;
2° een verslag per activiteit met minstens de volgende elementen : de aard van de activiteit, de periode waarin de activiteit werd uitgevoerd, het bereikte doelpubliek, een kort verslag van de activiteit, het gemeten effect op basis van de in het actieplan gedefinieerde meetindicatoren en de evaluatie van de activiteit;
3° een financiële afrekening.
Een model van jaarrapport is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
De financiële afrekening omvat minstens volgende elementen :
1° een schuldvordering;
2° een afrekeningsstaat van de kosten van het actieplan met de nodige bewijsstukken.
Een model van financiële eindafrekening is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
[1 De bevoegde entiteit]1 kan alle nodige verduidelijkingen of aanvullingen vragen over het jaarrapport.
Art.13. La subvention accordée est payée comme suit :
1° une première tranche de 60 % au début de l'année civile;
2° le solde plafonné à 40 % à l'acceptation et approbation du rapport annuel.
Le rapport annuel est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° 1° un aperçu des activités projetées et réellement exécutées au cours de l'année calendaire écoulée;
2° un rapport par activité reprenant au moins les éléments suivants : la nature de l'activité, la période d'exécution de l'activité, le groupe cible atteint, un rapport succinct de l'activité, l'effet mesuré sur la base des indicateurs de mesure définis dans le plan d'action et l'évaluation de l'activité;
3° un décompte financier.
Un modèle du rapport annuel est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Le décompte financier comporte au moins les éléments suivants :
1° une créance;
2° un état de décompte des frais du plan d'action accompagné des documents justificatifs nécessaires.
Un modèle du décompte financier est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
[1 L'entité compétente]1 peut demander tous les explications et compléments relatifs au rapport annuel.
1° une première tranche de 60 % au début de l'année civile;
2° le solde plafonné à 40 % à l'acceptation et approbation du rapport annuel.
Le rapport annuel est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° 1° un aperçu des activités projetées et réellement exécutées au cours de l'année calendaire écoulée;
2° un rapport par activité reprenant au moins les éléments suivants : la nature de l'activité, la période d'exécution de l'activité, le groupe cible atteint, un rapport succinct de l'activité, l'effet mesuré sur la base des indicateurs de mesure définis dans le plan d'action et l'évaluation de l'activité;
3° un décompte financier.
Un modèle du rapport annuel est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Le décompte financier comporte au moins les éléments suivants :
1° une créance;
2° un état de décompte des frais du plan d'action accompagné des documents justificatifs nécessaires.
Un modèle du décompte financier est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
[1 L'entité compétente]1 peut demander tous les explications et compléments relatifs au rapport annuel.
Wijzigingen
Afdeling III. - Subsidiëring projecten van de centra en de algemene centra.
Section III. - Subventionnement des projets de centres et des centres généraux.
Art.14. In opdracht van de minister kan [1 de bevoegde entiteit]1 jaarlijks een oproep doen aan de centra en aan de algemene centra om projecten in te dienen.
De minister bepaalt bij elke oproep de landbouweducatieve of de visievormende thema's waarvoor projecten kunnen worden ingediend, hoeveel projecten per thema worden gesubsidieerd en de maximale subsidie per project.
[1 De bevoegde entiteit]1 zorgt voor de bekendmaking van de oproep.
De projectoproep vermeldt minimaal de thema's, de beoordelingscriteria, de maximale subsidie per project en de indieningsmodaliteiten.
De jaarlijkse subsidie per project bedraagt ten hoogste 50.000 euro.
Alle kosten, behalve de overheadkosten ter uitvoering van de projecten, komen in aanmerking voor subsidie.
De minister bepaalt bij elke oproep de landbouweducatieve of de visievormende thema's waarvoor projecten kunnen worden ingediend, hoeveel projecten per thema worden gesubsidieerd en de maximale subsidie per project.
[1 De bevoegde entiteit]1 zorgt voor de bekendmaking van de oproep.
De projectoproep vermeldt minimaal de thema's, de beoordelingscriteria, de maximale subsidie per project en de indieningsmodaliteiten.
De jaarlijkse subsidie per project bedraagt ten hoogste 50.000 euro.
Alle kosten, behalve de overheadkosten ter uitvoering van de projecten, komen in aanmerking voor subsidie.
Art.14. Sur ordre du Ministre, [1 l'entité compétente]1 peut annuellement faire appel aux centres et aux centres généraux afin d'introduire des projets.
A chaque appel, le Ministre détermine les thèmes éducatifs agricoles ou les thèmes constituant une vision susceptibles de faire l'objet de projets, le nombre de projets étant éligibles à une subvention par thème et la subvention maximale par projet.
[1 L'entité compétente]1 assure la publication de l'appel.
L'appel aux projets mentionne au moins les thèmes, les critères d'évaluation, la subvention maximale par projet et les modalités d'introduction.
La subvention annuelle par projet est plafonnée à 50 000 euros.
Tous les frais, sauf les frais généraux pour l'exécution des projets, sont admis aux subventions.
A chaque appel, le Ministre détermine les thèmes éducatifs agricoles ou les thèmes constituant une vision susceptibles de faire l'objet de projets, le nombre de projets étant éligibles à une subvention par thème et la subvention maximale par projet.
[1 L'entité compétente]1 assure la publication de l'appel.
L'appel aux projets mentionne au moins les thèmes, les critères d'évaluation, la subvention maximale par projet et les modalités d'introduction.
La subvention annuelle par projet est plafonnée à 50 000 euros.
Tous les frais, sauf les frais généraux pour l'exécution des projets, sont admis aux subventions.
Wijzigingen
Art.15. De ingediende projecten dienen aan de volgende kwaliteitscriteria te voldoen :
1° de activiteiten worden voorafgaand voldoende kenbaar gemaakt bij het brede publiek;
2° de activiteiten worden omkaderd door voldoende informatieve documenten;
3° de resultaten van de activiteiten en/of opgedane kennis worden ter beschikking gesteld van het brede publiek;
1° de activiteiten worden voorafgaand voldoende kenbaar gemaakt bij het brede publiek;
2° de activiteiten worden omkaderd door voldoende informatieve documenten;
3° de resultaten van de activiteiten en/of opgedane kennis worden ter beschikking gesteld van het brede publiek;
Art.15. Les projets introduits doivent répondre aux critères de qualité suivants :
1° les activités sont préalablement rendus connus auprès d'un large public;
2° les activités sont encadrées par des documents suffisamment informatifs;
3° les résultats des activités et/ou des connaissances acquises sont mis à la disponibilité d'un large public.
1° les activités sont préalablement rendus connus auprès d'un large public;
2° les activités sont encadrées par des documents suffisamment informatifs;
3° les résultats des activités et/ou des connaissances acquises sont mis à la disponibilité d'un large public.
Art.16. De projectaanvraag wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de geplande activiteiten;
2° een toelichting per activiteit;
3° een financieringsplan.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
De minister kan de vorm van de projectaanvraag nader bepalen.
1° een overzicht van de geplande activiteiten;
2° een toelichting per activiteit;
3° een financieringsplan.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
De minister kan de vorm van de projectaanvraag nader bepalen.
Art.16. La demande de projet est établie à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des activités envisagées;
2° un exposé par activité;
3° un plan de financement.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Le Ministre peut déterminer la forme et le contenu de la demande de projet.
1° un aperçu des activités envisagées;
2° un exposé par activité;
3° un plan de financement.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Le Ministre peut déterminer la forme et le contenu de la demande de projet.
Wijzigingen
Art.17. [1 De bevoegde entiteit]1 beoordeelt de tijdig ingediende projecten volgens een vooraf bepaalde procedure.
De projecten worden op basis van de volgende elementen beoordeeld :
1° de conformiteit met de in de oproep opgenomen bepalingen;
2° de inhoudelijke kwaliteit van het voorgestelde project;
3° de haalbaarheid en resultaatgerichtheid;
4° het vernieuwend karakter;
5° de kostprijs van het project;
6° de samenwerking met andere algemene centra of met andere centra.
De minister kan de beoordelingscriteria van de projecten per oproep nader preciseren.
De projecten worden op basis van de volgende elementen beoordeeld :
1° de conformiteit met de in de oproep opgenomen bepalingen;
2° de inhoudelijke kwaliteit van het voorgestelde project;
3° de haalbaarheid en resultaatgerichtheid;
4° het vernieuwend karakter;
5° de kostprijs van het project;
6° de samenwerking met andere algemene centra of met andere centra.
De minister kan de beoordelingscriteria van de projecten per oproep nader preciseren.
Art.17. [1 L'entité compétente]1 évalue en temps voulu les projets introduits suivant une procédure déterminée au préalable.
Les projets sont évalués sur la base des éléments suivants :
1° la conformité avec les dispositions reprises dans l'appel;
2° la qualité du contenu du plan d'action proposé;
3° la faisabilité et l'efficacité quant aux résultats;
4° le caractère innovateur;
5° le coût du projet;
6° la coopération avec d'autres centres généraux ou avec d'autres centres.
Le Ministre peut préciser par appel les critères d'évaluation des projets.
Les projets sont évalués sur la base des éléments suivants :
1° la conformité avec les dispositions reprises dans l'appel;
2° la qualité du contenu du plan d'action proposé;
3° la faisabilité et l'efficacité quant aux résultats;
4° le caractère innovateur;
5° le coût du projet;
6° la coopération avec d'autres centres généraux ou avec d'autres centres.
Le Ministre peut préciser par appel les critères d'évaluation des projets.
Wijzigingen
Art.18. [1 De bevoegde entiteit]1 stelt een projectenlijst op met alle ontvankelijke projectaanvragen, gerangschikt volgens rangorde van beoordeling.
Voor ieder beoordeeld project wordt een beknopte motivatie gegeven op basis van de beoordelingscriteria.
De minister neemt een beslissing over de te selecteren projecten. De bevoegde entiteit brengt de centra, na de aanrekening van de goedgekeurde subsidie ten laste van de begroting, op de hoogte van de goedkeuring van het project.
Voor ieder beoordeeld project wordt een beknopte motivatie gegeven op basis van de beoordelingscriteria.
De minister neemt een beslissing over de te selecteren projecten. De bevoegde entiteit brengt de centra, na de aanrekening van de goedgekeurde subsidie ten laste van de begroting, op de hoogte van de goedkeuring van het project.
Art.18. [1 L'entité compétente]1 dresse une liste de projets contenant toutes les demandes de projets recevables classées suivant l'ordre d'évaluation.
Pour chaque projet évalué, une motivation succincte est donnée sur la base des critères d'évaluation.
Le Ministre prend une décision sur les projets à sélectionner. [1 L'entité compétente]1 notifie aux centres l'approbation du projet, après imputation de la subvention approuvée à charge du budget.
Pour chaque projet évalué, une motivation succincte est donnée sur la base des critères d'évaluation.
Le Ministre prend une décision sur les projets à sélectionner. [1 L'entité compétente]1 notifie aux centres l'approbation du projet, après imputation de la subvention approuvée à charge du budget.
Wijzigingen
Art.19. Het centrum is ertoe gehouden het ingediende project uit te voeren. Eventuele wijzigingen zijn alleen mogelijk na de goedkeuring ervan door de minister.
Art.19. Le centre est tenu d'exécuter le projet introduit. D'éventuelles modifications ne sont possibles qu'après approbation du Ministre.
Art.20. Na afloop van het project wordt een eindrapport opgemaakt.
Het eindrapport wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de projectrealisaties;
2° een reflectie over het verloop en de bereikte resultaten van het project;
3° een evaluatie van de landbouweducatieve of visievormende waarde van het project;
4° een financiële afrekening.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
Bij het eindrapport worden de nodige bewijsstukken gevoegd.
De financiële afrekening omvat de volgende elementen :
1° een schuldvordering;
2° een afrekeningsstaat van de kosten van het project met de nodige bewijsstukken.
Een model van financiële eindafrekening is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
[1 De bevoegde entiteit]1 kan alle nodige verduidelijkingen of aanvullingen vragen over het jaarrapport.
Het eindrapport wordt opgesteld aan de hand van een standaardschema dat de volgende elementen bevat :
1° een overzicht van de projectrealisaties;
2° een reflectie over het verloop en de bereikte resultaten van het project;
3° een evaluatie van de landbouweducatieve of visievormende waarde van het project;
4° een financiële afrekening.
Een model van standaardschema is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
Bij het eindrapport worden de nodige bewijsstukken gevoegd.
De financiële afrekening omvat de volgende elementen :
1° een schuldvordering;
2° een afrekeningsstaat van de kosten van het project met de nodige bewijsstukken.
Een model van financiële eindafrekening is beschikbaar bij [1 de bevoegde entiteit]1.
[1 De bevoegde entiteit]1 kan alle nodige verduidelijkingen of aanvullingen vragen over het jaarrapport.
Art.20. A l'issue du projet, un rapport final est établi.
Le rapport final est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des réalisations du projet;
2° une réflexion sur le déroulement et les résultats atteints du projet;
3° une évaluation de la valeur éducative agricole ou la valeur du caractère constitutif d'une vision;
4° un décompte financier.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Les documents justificatifs nécessaires sont joints au rapport final.
Le décompte financier comporte au moins les éléments suivants :
1° une créance;
2° un état de décompte des frais du projet accompagné des documents justificatifs nécessaires.
Un modèle du décompte financier est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
[1 L'entité compétente]1 peut demander tous les explications et compléments relatifs au rapport annuel.
Le rapport final est établi à l'aide d'un schéma standard comprenant au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des réalisations du projet;
2° une réflexion sur le déroulement et les résultats atteints du projet;
3° une évaluation de la valeur éducative agricole ou la valeur du caractère constitutif d'une vision;
4° un décompte financier.
Un modèle du schéma standard est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
Les documents justificatifs nécessaires sont joints au rapport final.
Le décompte financier comporte au moins les éléments suivants :
1° une créance;
2° un état de décompte des frais du projet accompagné des documents justificatifs nécessaires.
Un modèle du décompte financier est disponible auprès de [1 l'entité compétente]1.
[1 L'entité compétente]1 peut demander tous les explications et compléments relatifs au rapport annuel.
Wijzigingen
Art.21. De toegekende subsidie wordt als volgt uitbetaald :
1° een eerste schijf van 60 % bij de start van het goedgekeurde project;
2° het saldo van maximaal 40 % bij de aanvaarding en goedkeuring van het eindrapport, de financiële afrekening en andere bewijsstukken van het project door [1 de bevoegde entiteit]1.
De subsidie wordt uitbetaald op de rekening van de centra.
1° een eerste schijf van 60 % bij de start van het goedgekeurde project;
2° het saldo van maximaal 40 % bij de aanvaarding en goedkeuring van het eindrapport, de financiële afrekening en andere bewijsstukken van het project door [1 de bevoegde entiteit]1.
De subsidie wordt uitbetaald op de rekening van de centra.
Art.21. La subvention accordée est payée comme suit :
1° une première tranche de 60 % au démarrage du projet approuvé;
2° le solde plafonné à 40 % à l'acceptation et l'approbation du rapport final, du décompte financier et d'autres pièces justificatives du projet par [1 l'entité compétente]1.
La subvention est payée au compte des centres.
1° une première tranche de 60 % au démarrage du projet approuvé;
2° le solde plafonné à 40 % à l'acceptation et l'approbation du rapport final, du décompte financier et d'autres pièces justificatives du projet par [1 l'entité compétente]1.
La subvention est payée au compte des centres.
Wijzigingen
Afdeling IV. - Controle.
Section IV. - Contrôle.
Art.22. De controle op de aanwending van de subsidie wordt uitgeoefend door de personeelsleden van [1 de bevoegde entiteit]1.
De personeelsleden van [1 de bevoegde entiteit]1 kunnen bij de uitoefening van hun controleopdracht elk onderzoek en elke zowel administratieve als inhoudelijke controle ter plaatse instellen, alsmede alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de reglementaire bepalingen werkelijk werden nageleefd.
Als de uitoefening van de controle wordt verhinderd, wordt overeenkomstig [2 artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof]2 de subsidie geweigerd of teruggevorderd.
De personeelsleden van [1 de bevoegde entiteit]1 kunnen bij de uitoefening van hun controleopdracht elk onderzoek en elke zowel administratieve als inhoudelijke controle ter plaatse instellen, alsmede alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de reglementaire bepalingen werkelijk werden nageleefd.
Als de uitoefening van de controle wordt verhinderd, wordt overeenkomstig [2 artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof]2 de subsidie geweigerd of teruggevorderd.
Art.22. Le contrôle du respect des conditions est exercé par les membres du personnel de [1 l'entité compétente]1.
Les membres du personnel de [1 l'entité compétente]1 peuvent, dans l'exercice de leur mission de contrôle, procéder à tout examen tant administratif que du contenu et recueillir tout renseignement qu'ils jugent utile à la vérification du respect effectif des dispositions réglementaires.
Si l'exercice du contrôle est empêché, la subvention est refusée ou réclamée conformément [2 à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes]2.
Les membres du personnel de [1 l'entité compétente]1 peuvent, dans l'exercice de leur mission de contrôle, procéder à tout examen tant administratif que du contenu et recueillir tout renseignement qu'ils jugent utile à la vérification du respect effectif des dispositions réglementaires.
Si l'exercice du contrôle est empêché, la subvention est refusée ou réclamée conformément [2 à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes]2.
Art.23. Om de controle mogelijk te maken zorgen de centra en de algemene centra ervoor dat :
1° een aparte boekhouding en administratie met betrekking tot de landbouweducatie wordt gevoerd;
2° de nodige schikkingen getroffen worden om controle en toezicht op de uitvoering van de activiteiten mogelijk te maken;
1° een aparte boekhouding en administratie met betrekking tot de landbouweducatie wordt gevoerd;
2° de nodige schikkingen getroffen worden om controle en toezicht op de uitvoering van de activiteiten mogelijk te maken;
Art.23. Aux fins du contrôle, les centres et les centres généraux veillent à ce que :
1° une comptabilité et une administration distinctes relatives à l'éducation agricole soient tenues;
2° les dispositions nécessaires soient prises pour permettre le contrôle et la surveillance des activités.
1° une comptabilité et une administration distinctes relatives à l'éducation agricole soient tenues;
2° les dispositions nécessaires soient prises pour permettre le contrôle et la surveillance des activités.
Art.24. Als uit de controles blijkt dat de voorwaarden waaronder de subsidie werd verleend, niet werden nageleefd of dat de subsidie niet werd aangewend voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend, is het algemeen centrum of het centrum overeenkomstig [2 artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof]2 gehouden tot terugbetaling van de subsidie, alsook als het algemeen centrum of het centrum in gebreke blijven de stukken, vermeld in artikel 13 en 20, in te dienen. Het algemeen centrum of het centrum betaalt de subsidie terug binnen een maand nadat [1 de bevoegde entiteit]1 daarom heeft verzocht.
Art.24. S'il ressort des contrôles que les conditions auxquelles la subvention a été accordée, n'ont pas été respectées ou que la subvention n'a pas été utilisée aux fins pour lesquelles elle a été accordée, le centre général ou le centre est tenu, conformément [2 à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes]2, de rembourser la subvention, et si le centre général ou le centre reste en demeure, il est tenu d'introduire les documents, visés aux articles 13 et 20. Le centre général ou le centre rembourse la subvention dans le mois suivant la demande à ce sujet de [1 l'entité compétente]1.
Afdeling V. - Verplichte vermeldingen.
Section V. - Mentions obligatoires.
Art.25. [1 Het door de bevoegde entiteit ter beschikking gestelde logo moet vermeld worden in alle communicatievormen over de activiteiten, vermeld in dit besluit. Uitzonderingen daarop zijn alleen toegelaten op voorwaarde dat daarvoor voorafgaandelijk schriftelijk of elektronisch een gemotiveerde aanvraag ingediend wordt en op voorwaarde dat de bevoegde entiteit die aanvraag schriftelijk of elektronisch goedgekeurd heeft.]1
Art.25. [1 Le logo qui a été mis à disposition par l'entité compétente doit être intégré dans toutes les formes de communication sur les activités visées dans le présent arrêté. Des exceptions à cette prescription ne sont admises qu'à condition qu'une demande motivée écrite ou électronique préalable ait été introduite et à condition que l'entité compétente ait approuvé cette demande par écrit ou par voie électronique.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK III/1 [1 Openbaarmaking]1
CHAPITRE III/1. [1 Publicité]1
Art.25/1. [1De bevoegde entiteit regelt de uitvoering van de verplichting tot openbaarmaking, vermeld in artikel 76/2, eerste lid, 13А, en tweede lid, 2А, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. ]1
Art. 25/1. [1 L'entité compétente règle l'exécution de l'obligation de publication, visée à l'article 76/2, alinéa 1er, 13°, et alinéa 2, 2°, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. ]1
HOOFDSTUK IV. - Uitvoeringsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions d'exécution.
Art.26. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het erkennen van centra voor landbouweducatie en het subsidiëren van landbouweducatieve activiteiten wordt opgeheven.
Art.26. L'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif à l'agrément de centres d'éducation agricole et au subventionnement des activités d'éducation agricole est abrogé.
Art.27. In afwijking van artikel 26 blijft het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het erkennen van centra voor landbouweducatie en het subsidiëren van landbouweducatieve activiteiten van toepassing op de actieplannen 2008.
In afwijking van artikel 9, paragraaf 1, wordt aan de bevoegde minister de delegatie verleend om af te wijken van de gestelde termijn voor het indienen van de actieplannen voor het kalenderjaar 2009.
In afwijking van artikel 9, paragraaf 1, wordt aan de bevoegde minister de delegatie verleend om af te wijken van de gestelde termijn voor het indienen van de actieplannen voor het kalenderjaar 2009.
Art.27. En dérogation à l'article 26, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif à l'agrément de centres d'éducation agricole et au subventionnement des activités d'éducation agricole, continue à s'appliquer aux plans d'action 2008.
En dérogation à l'article 9, paragraphe 1er, la délégation de déroger au délai fixé en vue de l'introduction des plans d'action pour l'année 2009 est accordée au Ministre.
En dérogation à l'article 9, paragraphe 1er, la délégation de déroger au délai fixé en vue de l'introduction des plans d'action pour l'année 2009 est accordée au Ministre.
Art.28. De erkenning als centrum voor landbouweducatie met toepassing van het besluit, vermeld in artikel 26, wordt automatisch omgezet in een erkenning als centrum als vermeld in dit besluit.
Art.28. L'agrément comme centre d'éducation agricole en application de l'arrêté, visé à l'article 26, est automatiquement converti en un agreement comme centre tel que visé au présent arrêté.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Le Ministre flamand ayant la Politique agricole et la Pêche en mer dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.