Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 betreffende de goedkeuring en subsidiëring van geïntegreerde woonprojecten voor personen met een handicap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden tussen de woorden " door voorzieningen die " en de woorden " personen met een handicap " de woorden " op inclusieve wijze " ingevoegd;
2° in punt 2° worden de woorden " en die beantwoordt aan de profielbeschrijving vastgelegd door de Vlaamse minister, bevoegd voor Bijstand aan Personen " vervangen door de woorden " type bezigheid of tehuis niet-werkenden type nursing ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JULI 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 betreffende de goedkeuring en subsidiëring van geïntegreerde woonprojecten voor personen met een handicap en tot opheffing van het ministerieel besluit van 19 december 2006 houdende de profielbeschrijving van de cliënten geïntegreerd wonen
Titre
4 JUILLET 2008. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006 relatif à l'approbation et au subventionnement de projets de logement intégrés pour des personnes handicapées et abrogeant l'arrêté ministériel du 19 décembre 2006 portant description de profil des clients du logement intégré. (Traduction)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006 relatif à l'agrément et au subventionnement des projets de logement intégrés pour des personnes handicapées, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1° les mots " de manière inclusive " sont insérés entre les mots " par des structures qui logent " et les mots " des personnes handicapées ";
2° au point 2° les mots " et qui répond à la description de profil fixée par le Ministre flamand, chargé de l'assistance aux personnes " sont remplacés par les mots " type occupation ou une maison pour non-travailleurs type nursing ".
1° au point 1° les mots " de manière inclusive " sont insérés entre les mots " par des structures qui logent " et les mots " des personnes handicapées ";
2° au point 2° les mots " et qui répond à la description de profil fixée par le Ministre flamand, chargé de l'assistance aux personnes " sont remplacés par les mots " type occupation ou une maison pour non-travailleurs type nursing ".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het getal " 30 " vervangen door het getal " 100 " en worden de woorden " georganiseerd opvangtype " vervangen door de woorden " georganiseerde erkenningsvorm ".
Art. 2. A l'article 2 du même arrêté le nombre " 30 " est remplacé par le nombre " 100 " et les mots " d'un type d'accueil déjà organisé " sont remplacés par les mots " d'une forme d'agrément déjà organisée ".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° het conformiteitsattest, vermeld in de bepalingen over brandveiligheid en conformiteit van de Vlaamse Wooncode betreffende de verhuur van woningen, voor de woningen die door de voorziening aan de persoon met een handicap ter beschikking gesteld of verhuurd worden; ".
" 3° het conformiteitsattest, vermeld in de bepalingen over brandveiligheid en conformiteit van de Vlaamse Wooncode betreffende de verhuur van woningen, voor de woningen die door de voorziening aan de persoon met een handicap ter beschikking gesteld of verhuurd worden; ".
Art. 3. Dans l'article 6 du même arrêté, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° l'attestation de conformité, visée aux dispositions relatives à la sécurité incendie et à la conformité du Code flamand du Logement sur la location d'habitations, pour les habitations mises à disposition ou louées à la personne handicapée par la structure; ".
" 3° l'attestation de conformité, visée aux dispositions relatives à la sécurité incendie et à la conformité du Code flamand du Logement sur la location d'habitations, pour les habitations mises à disposition ou louées à la personne handicapée par la structure; ".
Art. 4. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 10. § 1. De personeelsomkadering wordt uitgedrukt in een aantal punten. De tabel, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, geeft per functie de puntwaarde aan per voltijdse equivalent.
§ 2. Het aantal personeelsleden wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal personen met een handicap, vermeld in de beslissing tot erkenning van het geïntegreerde woonproject.
§ 3. Voor personen met een handicap, die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden bezigheid, beschikt de voorziening per tien personen met een handicap over een maximale personeelsformatie van 453 punten. Maximaal 20 procent van die personeelsformatie kan bestemd worden voor organisatiegebonden personeel.
Voor de dagbesteding, intern of extern georganiseerd, kan maximaal 30 procent van de personeelsformatie, vermeld in het eerste lid, bestemd worden.
§ 4. Voor personen met een handicap, die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden nursing, beschikt de voorziening per tien personen met een handicap over een maximale personeelsformatie van 593 punten. Maximaal 20 procent van die personeelsformatie kan bestemd worden voor organisatiegebonden personeel.
Voor de dagbesteding, intern of extern georganiseerd, kan maximaal 30 procent van de personeelsformatie, vermeld in het eerste lid, bestemd worden.
§ 5. De personeelseenheden mogen niet al worden gesubsidieerd door het agentschap, de Vlaamse Gemeenschap of andere federale, communautaire, regionale of lokale overheden.
§ 6. Als het aantal personen met een handicap dat effectief in het woonproject is opgenomen, op jaarbasis minder bedraagt dan 90 procent van het erkende aantal, vermeld in de beslissing tot goedkeuring en subsidiëring, wordt het aantal personeelseenheden met het oog op de bepaling van het bedrag van de personeelssubsidies vastgesteld in verhouding tot het aantal personen dat effectief in het woonproject was opgenomen.
Het agentschap bepaalt welke bijzondere prestaties van het geïntegreerde woonproject voor personen met een handicap voor vergoeding in aanmerking komen.
§ 7. De gemiddelde kostprijs per plaats geïntegreerd wonen voor personen met een handicap die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden type bezigheid, kan niet meer bedragen dan de gemiddelde kostprijs per plaats in een tehuis niet-werkenden type bezigheid.
De gemiddelde kostprijs per plaats geïntegreerd wonen voor personen met een handicap die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden type nursing, kan niet meer bedragen dan de gemiddelde kostprijs per plaats in een tehuis niet-werkenden type nursing. "
" Art. 10. § 1. De personeelsomkadering wordt uitgedrukt in een aantal punten. De tabel, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, geeft per functie de puntwaarde aan per voltijdse equivalent.
§ 2. Het aantal personeelsleden wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal personen met een handicap, vermeld in de beslissing tot erkenning van het geïntegreerde woonproject.
§ 3. Voor personen met een handicap, die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden bezigheid, beschikt de voorziening per tien personen met een handicap over een maximale personeelsformatie van 453 punten. Maximaal 20 procent van die personeelsformatie kan bestemd worden voor organisatiegebonden personeel.
Voor de dagbesteding, intern of extern georganiseerd, kan maximaal 30 procent van de personeelsformatie, vermeld in het eerste lid, bestemd worden.
§ 4. Voor personen met een handicap, die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden nursing, beschikt de voorziening per tien personen met een handicap over een maximale personeelsformatie van 593 punten. Maximaal 20 procent van die personeelsformatie kan bestemd worden voor organisatiegebonden personeel.
Voor de dagbesteding, intern of extern georganiseerd, kan maximaal 30 procent van de personeelsformatie, vermeld in het eerste lid, bestemd worden.
§ 5. De personeelseenheden mogen niet al worden gesubsidieerd door het agentschap, de Vlaamse Gemeenschap of andere federale, communautaire, regionale of lokale overheden.
§ 6. Als het aantal personen met een handicap dat effectief in het woonproject is opgenomen, op jaarbasis minder bedraagt dan 90 procent van het erkende aantal, vermeld in de beslissing tot goedkeuring en subsidiëring, wordt het aantal personeelseenheden met het oog op de bepaling van het bedrag van de personeelssubsidies vastgesteld in verhouding tot het aantal personen dat effectief in het woonproject was opgenomen.
Het agentschap bepaalt welke bijzondere prestaties van het geïntegreerde woonproject voor personen met een handicap voor vergoeding in aanmerking komen.
§ 7. De gemiddelde kostprijs per plaats geïntegreerd wonen voor personen met een handicap die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden type bezigheid, kan niet meer bedragen dan de gemiddelde kostprijs per plaats in een tehuis niet-werkenden type bezigheid.
De gemiddelde kostprijs per plaats geïntegreerd wonen voor personen met een handicap die beschikken over een beslissing inzake tenlasteneming van bijstand van het agentschap of van zijn rechtsvoorganger die toegang geeft tot een tehuis niet-werkenden type nursing, kan niet meer bedragen dan de gemiddelde kostprijs per plaats in een tehuis niet-werkenden type nursing. "
Art. 4. L'article 10 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10. § 1er. L'encadrement des personnels est exprimé en une quantité de points. Le tableau joint en annexe au présent arrêté, indique la valeur en points par fonction et par équivalent en temps plein.
§ 2. Le nombre de membres du personnel est fixé en fonction du nombre de personnes handicapées, mentionné dans la décision d'agrément du projet de logement intégré.
§ 3. Pour les personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs occupation, la structure dispose d'un cadre du personnel maximal de 453 points par dix personnes handicapées. 20 pourcent au plus de ce cadre du personnel peut être affecté comme personnel d'organisation.
Un maximum de 30 pourcent du cadre du personnel, visé au premier alinéa, peut être affecté aux occupations quotidiennes, organisées à l'intérieur ou à l'extérieur.
§ 4. Pour les personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs nursing, la structure dispose d'un cadre du personnel maximal de 593 points par dix personnes handicapées. 20 pourcent au plus de ce cadre du personnel peut être affecté comme personnel d'organisation.
Un maximum de 30 pourcent du cadre du personnel, visé au premier alinéa, peut être affecté aux occupations quotidiennes, organisées à l'intérieur ou à l'extérieur.
§ 5. Les unités du personnel ne peuvent pas déjà être subventionnées par l'agence, la Communauté flamande ou par d'autres autorités fédérales, communautaires, régionales ou locales.
§ 6. Lorsque le nombre de personnes handicapées effectivement repris dans le projet de logement sur base annuelle est inférieur à 90 % du nombre agréé, mentionné dans la décision d'approbation et de subventionnement, le nombre d'unités de personnel en vue de la fixation du montant des subventions au personnel est fixé proportionnellement au nombre de personnes ayant effectivement été repris dans le projet de logement.
L'agence détermine quelles prestations particulières du projet de logement intégré pour personnes handicapées entrent en considération pour une indemnisation.
§ 7. Le coût moyen par place de logement intégré pour personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs type occupation, ne peut excéder le coût moyen par place dans une maison pour non-travailleurs type occupation.
Le coût moyen par place de logement intégré pour personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs type nursing, ne peut excéder le coût moyen par place dans une maison pour non-travailleurs type nursing. "
" Art. 10. § 1er. L'encadrement des personnels est exprimé en une quantité de points. Le tableau joint en annexe au présent arrêté, indique la valeur en points par fonction et par équivalent en temps plein.
§ 2. Le nombre de membres du personnel est fixé en fonction du nombre de personnes handicapées, mentionné dans la décision d'agrément du projet de logement intégré.
§ 3. Pour les personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs occupation, la structure dispose d'un cadre du personnel maximal de 453 points par dix personnes handicapées. 20 pourcent au plus de ce cadre du personnel peut être affecté comme personnel d'organisation.
Un maximum de 30 pourcent du cadre du personnel, visé au premier alinéa, peut être affecté aux occupations quotidiennes, organisées à l'intérieur ou à l'extérieur.
§ 4. Pour les personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs nursing, la structure dispose d'un cadre du personnel maximal de 593 points par dix personnes handicapées. 20 pourcent au plus de ce cadre du personnel peut être affecté comme personnel d'organisation.
Un maximum de 30 pourcent du cadre du personnel, visé au premier alinéa, peut être affecté aux occupations quotidiennes, organisées à l'intérieur ou à l'extérieur.
§ 5. Les unités du personnel ne peuvent pas déjà être subventionnées par l'agence, la Communauté flamande ou par d'autres autorités fédérales, communautaires, régionales ou locales.
§ 6. Lorsque le nombre de personnes handicapées effectivement repris dans le projet de logement sur base annuelle est inférieur à 90 % du nombre agréé, mentionné dans la décision d'approbation et de subventionnement, le nombre d'unités de personnel en vue de la fixation du montant des subventions au personnel est fixé proportionnellement au nombre de personnes ayant effectivement été repris dans le projet de logement.
L'agence détermine quelles prestations particulières du projet de logement intégré pour personnes handicapées entrent en considération pour une indemnisation.
§ 7. Le coût moyen par place de logement intégré pour personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs type occupation, ne peut excéder le coût moyen par place dans une maison pour non-travailleurs type occupation.
Le coût moyen par place de logement intégré pour personnes handicapées disposant d'une décision en matière de prise en charge d'assistance de l'agence ou de son prédécesseur donnant accès à une maison pour non-travailleurs type nursing, ne peut excéder le coût moyen par place dans une maison pour non-travailleurs type nursing. "
Art. 5. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " per maand " worden vervangen door de woorden " per kwartaal ";
2° het getal " 8 " wordt vervangen door het getal " 24 ";
3° het woord " uitbetaald " wordt vervangen door het woord " verrekend ".
1° de woorden " per maand " worden vervangen door de woorden " per kwartaal ";
2° het getal " 8 " wordt vervangen door het getal " 24 ";
3° het woord " uitbetaald " wordt vervangen door het woord " verrekend ".
Art. 5. A l'article 13 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " mensuellement payées " sont remplacés par les mots " payées par trimestre ";
2° le nombre " 8 " est remplacé par le nombre " 24 ";
3° le mot " payé " est remplacé par le mot " compensé ".
1° les mots " mensuellement payées " sont remplacés par les mots " payées par trimestre ";
2° le nombre " 8 " est remplacé par le nombre " 24 ";
3° le mot " payé " est remplacé par le mot " compensé ".
Art. 6. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage toegevoegd, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Art. 6. Il est ajouté au même arrêté une annexe qui est jointe en annexe au présent arrêté.
Art. 7. Het ministerieel besluit van 19 december 2006 houdende de profielbeschrijving van de cliënten geïntegreerd wonen wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté ministériel du 19 décembre 2006 portant description de profil des clients du logement intégré est abrogé.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2008.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2008.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 juli 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
S. VANACKERE
Brussel, 4 juli 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
S. VANACKERE
Art. 9. Le Ministre flamand ayant l'Assistance aux Personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 4 juillet 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
S. VANACKERE
Bruxelles, le 4 juillet 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
S. VANACKERE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. De tabel, vermeld in artikel 10, § 1.
Art. N. Tableau mentionné à l'article 10, § 1er.
| barema | functiegroep | puntenwaarde |
| L4 | logistiek personeel klasse 4 | 53,5 |
| L4 ond II | logistiek onderhoud cat II | 53,5 |
| L4 ond III | logistiek onderhoud cat III | 53,5 |
| L3 ond IV | logistiek onderhoud cat IV | 56 |
| L2 ond V | logistiek onderhoud cat V | 61 |
| L3a | logistiek klasse 3 | 56 |
| L3 | logistiek klasse 3 | 56 |
| L2 | logistiek personeel klasse 2 | 61 |
| A2 | logistiek personeel klasse 2 | 61 |
| A1 | logistiek personeel klasse 1 | 71 |
| A1 | administratie klasse 1 | 71 |
| A2 | administratie klasse 2 | 61 |
| A2 boekh kl II | administratief personeel boekhouder klasse II | 61,5 |
| A3 | administratief personeel klasse III | 56 |
| MV2 | verzorgend personeel | 67 |
| B3 | begeleidend-verzorgend klasse 3 | 57,5 |
| B2B | begeleidend-verzorgend klasse 2B | 61 |
| B2A | begeleidend-verzorgend klasse 2A | 63,5 |
| B1C | opvoedend personeel klasse 1 | 71 |
| B1b | hoofdopvoeder | 79 |
| B1A | opvoeder groepschef | 86 |
| MV1 | sociaal paramedisch en therapeutisch personeel | 71 |
| B1b | diensthoofd sociaal paramedisch of therapeutisch personeel | 79 |
| B1A | coordinator sociaal paramedisch of therapeutisch personeel | 86 |
| L1 | licentiaten | 90 |
| K5 | onderdirecteur | 90 |
| K3 | directeur 30-59 bedden | 93,5 |
| K2 | directeur 60-89 bedden | 96,5 |
| K1 | directeur + 90 bedden | 100 |
| G1 | geneesheer omnipracticus | 108 |
| GS | geneesheer specialist | 143,5 |
| B2B | ADL-assistent | 61 |
| barème | groupe de fonctions | valeur en points |
| L4 | Personnel logistique classe 4 | 53,5 |
| L4 ond II | Logistique entretien cat II | 53,5 |
| L4 ond III | Logistique entretien cat III | 53,5 |
| L3 ond IV | Logistique entretien cat IV | 56 |
| L2 ond V | Logistique entretien cat V | 61 |
| L3a | Logistique classe 3 | 56 |
| L3 | Logistique classe 3 | 56 |
| L2 | Personnel logistique classe 2 | 61 |
| A2 | Personnel logistique classe 2 | 61 |
| A1 | Personnel logistique classe 1 | 71 |
| A1 | Administration classe 1 | 71 |
| A2 | Administration classe 2 | 61 |
| A2 boekh kl II | Personnel administratif comptable classe II | 61,5 |
| A3 | Personnel administratif classe III | 56 |
| MV2 | Personnel soignant | 67 |
| B3 | Personnel d`encadrement - soignant classe 3 | 57,5 |
| B2B | Personnel d`encadrement - soignant classe 2B | 61 |
| B2A | Personnel d`encadrement - soignant classe 2A | 63,5 |
| B1C | Personnel d`éducation classe 1 | 71 |
| B1b | chef-éducateur | 79 |
| B1A | Educateur-chef de groupe | 86 |
| MV1 | Personnel social, paramédical et thérapeutique | 71 |
| B1b | Chef de service personnel social, paramédical ou thérapeutique | 79 |
| B1A | Coordinateur personnel social, paramédical ou thérapeutique | 86 |
| L1 | Licenciés | 90 |
| K5 | Sous-directeur | 90 |
| K3 | Directeur 30-59 lits | 93,5 |
| K2 | Directeur 60-89 lits | 96,5 |
| K1 | Directeur + 90 lits | 100 |
| G1 | Médecin omnipraticien | 108 |
| GS | Médecin spécialiste | 143,5 |
| B2B | Assistant-AVJ | 61 |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 betreffende de goedkeuring en subsidiëring van geïntegreerde woonprojecten voor personen met een handicap en tot opheffing van het ministerieel besluit van 19 december 2006 houdende de profielbeschrijving van de cliënten geïntegreerd wonen.
Brussel, 4 juli 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
S. VANACKERE.
Brussel, 4 juli 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
S. VANACKERE.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juillet 2008 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006 relatif à l'approbation et au subventionnement de projets de logement intégrés pour des personnes handicapées et abrogeant l'arrêté ministériel du 19 décembre 2006 portant description de profil des clients du logement intégré.
Bruxelles, le 4 juillet 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
S. VANACKERE.
Bruxelles, le 4 juillet 2008.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
S. VANACKERE.