Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 JULI 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-10-2008 en tekstbijwerking tot 06-02-2023)
Titre
18 JUILLET 2008. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 03-10-2008 et mise Ă  jour au 06-02-2023)
Documentinformatie
Numac: 2008036199
Datum: 2008-07-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008036199
Date: 2008-07-18
Moniteur: Voir
Tekst (114)
Texte (114)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. [1 In dit besluit wordt verstaan onder:
   1° alternerende opleiding: de alternerende opleiding, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;
   2° arbeidshandicap: een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren;
   3° besluit van 5 juni 2009: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
   4° besluit van 17 februari 2017: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
   5° bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen: de maatregelen die tot doel hebben een persoon met een indicatie van een arbeidshandicap beter te integreren op de arbeidsmarkt door aanpassingen te ondersteunen die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de uitoefening van zijn job, of zijn zelfstandige activiteit of aan de begeleiding op de werkplek voor leerlingen in alternerende opleidingen of werkzoekenden in werkplekinstrumenten. Het gaat om aanpassingen van en aan de arbeidsomgeving, tegemoetkomingen in de verplaatsings- en verblijfkosten voor personen met een arbeidshandicap met mobiliteitsproblemen[3 en ondersteuning door gebarentaal-, schrijf- en oraaltolken]3;
   6° gespecialiseerd vervoer: het niet-collectieve vervoer dat aangepast is en specifiek bedoeld is voor personen met een arbeidshandicap met mobiliteitsproblemen;
   7° IBO: de individuele beroepsopleiding in de onderneming, vermeld in artikel 90 tot en met 97 van het besluit van 5 juni 2009;
   6° K-IBO: de IBO voor kwetsbare werkzoekenden, vermeld in artikel 98/1 tot en met 98/4 van het besluit van 5 juni 2009;
   7° persoon met een arbeidshandicap: de persoon met een indicatie van een arbeidshandicap voor wie de VDAB conform hoofdstuk II beslist dat hij recht heeft op een of meer bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen;
   8° [3 ...]3;
   9° [2 werkplekinstrumenten: de instrumenten van begeleiding op de werkvloer, namelijk:
   a) de IBO;
   b) de K-IBO;
   c) de maatregelen, vermeld in artikel 41 tot en met 44, artikel 84 tot en met 84/8 en artikel 111/0/1 tot en met 111/0/29 van het besluit van 5 juni 2009;
   d) de gespecialiseerde beroepsverkennende stage, vermeld in artikel 3, § 3 en § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepalings- en -begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten.]2
]1

  
Article 1. [1 Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© on entend par :
   1° formation en alternance : la formation en alternance, visée à l'article 2, 2°, du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects de formations en alternance ;
   2° handicap à l'emploi : un problÚme important et de longue durée pour participer à la vie professionnelle dû à l'interaction entre des troubles fonctionnels de nature mentale, psychique, corporelle ou sensorielle, à des limitations dans l'exécution d'activités et à des facteurs personnels et externes ;
   3° arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
   4° arrĂȘtĂ© du 17 fĂ©vrier 2017 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2017 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif au travail adaptĂ© dans le cadre de l'intĂ©gration collective ;
   5° mesures particuliÚres d'aide à l'emploi : les mesures qui visent à mieux intégrer une personne avec une indication de handicap à l'emploi sur le marché du travail par le soutien d'adaptations directement liées à l'exercice de son emploi, à son activité indépendante ou à l'accompagnement sur le lieu de travail en faveur d'élÚves suivant des formations en alternance ou de demandeurs d'emploi bénéficiant d'outils mis en oeuvre sur le lieu de travail. Il s'agit d'adaptations de et à l'environnement de travail, d'interventions dans les frais de déplacement et de séjour pour des personnes atteintes d'un handicap à l'emploi avec problÚmes de mobilité, [3 soutien au moyen d'interprÚtes en langue de signes, oral ou en langue écrite]3 (prime de soutien flamande) ;
   6° transports spécialisés : transports non collectifs adaptés et spécifiquement destinés aux personnes ayant un handicap à l'emploi éprouvant des problÚmes de mobilité ;
   7° IBO: la formation professionnelle individuelle en entreprise, visĂ©e aux articles 90 Ă  97 de l'arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009 ;
   6° IBO curative : la IBO en faveur de demandeurs d'emploi fragilisĂ©s, tels que visĂ©s aux articles 98/1 Ă  98/4 de l'arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009 ;
   7° personne atteinte d'un handicap à l'emploi : personne ayant une indication de handicap à l'emploi pour qui le VDAB, sur la base du chapitre II, a décidé qu'elle a droit à une ou plusieurs des mesures particuliÚres de soutien à l'emploi ;
   8°[3 ...]3;
   9° [2 instruments sur le lieu de travail : les instruments d'accompagnement sur le lieu de travail, à savoir :
   a) la FPI ;
   b) la K-FPI ;
   c) les mesures visĂ©es aux articles 41 Ă  44, 84 Ă  84/8 et 111/0/1 Ă  111/0/29 de l'arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009 ;
   d) le stage d'orientation professionnelle spĂ©cialisĂ©, visĂ© Ă  l'article 3, §§ 3 et 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 fĂ©vrier 2008 Ă©tablissant les rĂšgles pour l'agrĂ©ment et le financement par l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle du service spĂ©cialisĂ© pour la dĂ©finition et l'accompagnement de parcours, des services spĂ©cialisĂ©s d'Ă©tude de l'emploi et des services spĂ©cialisĂ©s de formation, d'accompagnement et de mĂ©diation.]2
]1

  
Art. 2. [1 1° De kosten of uitgekeerde tegemoetkomingen die krachtens dit besluit aan de werkgevers [2 en de zelfstandigen]2 worden terugbetaald, zijn vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting, vermeld in artikel 108, lid 3, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, krachtens de bepalingen van de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.]1
  [2 De volgende ondernemingen worden van steun uitgesloten :
   1° een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, met uitzondering van steunregelingen tot herstel van de schade die veroorzaakt is door bepaalde natuurrampen;
   2° ondernemingen in moeilijkheden.
   In het tweede lid, 2° wordt verstaan onder onderneming in moeilijkheden : een onderneming die aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
   1° de onderneming is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met uitzondering van een kmo die minder dan drie jaar bestaat, waarvan meer dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal door de opgebouwde verliezen is verdwenen. Dat is het geval als het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming, een negatieve uitkomst oplevert die groter is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal;
   2° een aantal van de vennoten is onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de onderneming, met uitsluiting van een kmo die minder dan drie jaar bestaat, en meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming, zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, is door de gecumuleerde verliezen verdwenen;
   3° tegen de onderneming loopt een collectieve insolventieprocedure of de onderneming voldoet volgens de criteria van het nationale recht aan de criteria om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen;
   4° de onderneming heeft reddingssteun ontvangen en heeft de lening nog niet terugbetaald of heeft de garantie nog niet beëindigd, dan wel herstructureringssteun ontvangen en zit nog altijd in een herstructureringsplan;
   5° de onderneming is geen kmo waarbij de afgelopen twee jaar :
   a) de verhouding tussen het vreemde vermogen en het eigen vermogen, volgens de boekhouding van de onderneming, meer dan 7,5 bedroeg;
   b) de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad lager lag dan 1,0.
   In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder vennootschap met beperkte aansprakelijkheid : de met name bedoelde rechtsvormen van ondernemingen, vermeld in de bijlage I bij Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en omvat het aandelenkapitaal ook het eventuele agio.
   In het derde lid, 1°, 2°, en 5° wordt verstaan onder kmo : de onderneming die voldoet aan de in bijlage 1 vastgestelde criteria bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
   In het derde lid, 2°, wordt verstaan onder onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming, de rechtsvormen van ondernemingen, vermeld in bijlage II bij voormelde Richtlijn 2013/34/EU.]2

  
Art. 2. [1 Les frais ou interventions [2 aux employeurs et aux indĂ©pendants]2 allouĂ©es en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont exemptĂ©s de l'obligation de communication citĂ©e Ă  l'article 108, alinĂ©a 3, du TraitĂ© sur le fonctionnement de l'Union europĂ©enne, en vertu des dispositions du RĂšglement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 dĂ©clarant certaines catĂ©gories d'aide compatibles avec le marchĂ© interne en application des articles 87 et 88 du TraitĂ©.]1
  [2 Les entreprises suivantes sont exclues du soutien :
   1° une entreprise faisant l'objet d'une injonction de récupération non exécutée, émise dans une décision antérieure de la Commission déclarant des aides illégales et incompatibles avec le marché intérieur, exception faite des régimes d'aides destinés à remédier aux dommages causés par certaines calamités naturelles ;
   2° les entreprises en difficulté.
   A l'alinéa 2, 2°, on entend par entreprise en difficulté : une entreprise remplissant au moins une des conditions suivantes :
   1° l'entreprise est une société à responsabilité limitée, à l'exception d'une PME existant depuis moins de trois ans, dont plus de la moitié du capital social souscrit a disparu en raison des pertes accumulées. Tel est le cas lorsque la déduction des pertes accumulées des réserves et de tous les autres éléments généralement considérés comme relevant des fonds propres de l'entreprise conduit à un résultat négatif qui excÚde la moitié du capital social souscrit ;
   2° certains associés ont une responsabilité illimitée pour les dettes de l'entreprise, à l'exclusion d'une PME existant depuis moins de trois ans, et plus de la moitié des fonds propres, tels qu'ils sont inscrits dans les comptes de la société, a disparu en raison des pertes accumulées ;
   3° l'entreprise fait l'objet d'une procédure collective d'insolvabilité ou remplit, selon le droit national qui lui est applicable, les conditions de soumission à une procédure collective d'insolvabilité à la demande de ses créanciers ;
   4° l'entreprise a bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une aide au sauvetage et n'a pas encore remboursĂ© le prĂȘt ou mis fin Ă  la garantie, ou a bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une aide Ă  la restructuration et est toujours soumise Ă  un plan de restructuration ;
   5° l'entreprise autre qu'une PME oĂč depuis les deux exercices prĂ©cĂ©dents :
   a) le ratio emprunts/capitaux propres est supérieur, selon la comptabilité de l'entreprise, à 7,5 ;
   b) le ratio de couverture des intĂ©rĂȘts, calculĂ© sur la base de l'EBITDA, est infĂ©rieur Ă  1,0 ;
   A l'alinéa 3, 1°, on entend par société à responsabilité limitée : notamment les types d'entreprises mentionnés à l'annexe I de la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 relative aux états financiers annuels, aux états financiers consolidés et aux rapports y afférents de certaines formes d'entreprises, modifiant la directive 2006/43/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant les directives 78/660/CEE et 83/349/CEE du Conseil, et le capital social comprend, le cas échéant, les primes d'émission.
   A l'alinéa 3, 1°, 2°, et 5°, on entend par PME : l'entreprise qui répond aux critÚres fixés à l'annexe 1redu rÚglement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité.
   A l'alinéa 3, 2°, on entend par entreprise dont certains associés au moins ont une responsabilité illimitée pour les dettes de l'entreprise, les types d'entreprises mentionnés à l'annexe II de la directive 2013/34/UE précitée.]2

  
HOOFDSTUK II. - Bepaling van de personen met een arbeidshandicap.
CHAPITRE II. - Détermination d'une personne atteinte d'un handicap à l'emploi.
Art. 3. De personen met een indicatie van een arbeidshandicap zijn :
  1° personen met een handicap, erkend door het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° personen die gewezen leerling zijn van het buitengewoon onderwijs en die hoogstens een getuigschrift of diploma behaald hebben in het buitengewoon onderwijs;
  3° personen die op basis van hun handicap in aanmerking komen voor een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming, verstrekt aan personen met een handicap op basis van de wet van 27 februari 1987 houdende tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  4° personen die in het bezit zijn van een afschrift van een definitief geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde federale instelling waaruit een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid blijkt;
  5° personen die recht geven op bijkomende kinderbijslag of personen die recht hebben op een verhoogde kinderbijslag voor hun kind of kinderen ten laste als ouder met een handicap;
  6° personen die een invaliditeitsuitkering ontvangen op basis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  7° personen met een attest van een door de VDAB aangewezen dienst of arts.
Art. 3. Les personnes avec une indication de handicap Ă  l'emploi sont :
  1° Les personnes avec un handicap, reconnues par l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ";
  2° les personnes ayant été élÚve de l'enseignement spécial et qui ont obtenu au maximum un certificat ou un diplÎme dans l'enseignement spécial;
  3° Les personnes qui sur la base de leur handicap entrent en considération pour une allocation de revenu de remplacement ou une allocation d'intégration, allouée aux personnes handicapées en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux indemnités aux personnes avec un handicap;
  4° les personnes détentrices d'une copie d'une décision judiciaire définitive ou d'une attestation d'une instance fédérale compétente qui atteste d'un degré d'incapacité de travail permanente;
  5° Les personnes qui donnent droit à des allocations familiales majorées ou les personnes qui ont droit aux allocations familiales majorées pour leur(s) enfant(s) à charge, en tant que parent avec un handicap;
  6° Les personnes qui perçoivent une allocation d'invaliditĂ© sur la base de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 juillet 1996 en exĂ©cution de la loi sur l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, coordonnĂ©e le 14 juillet 1994;
  7° Les personnes détentrices d'une attestation délivrée par un service ou un médecin désigné par le VDAB.
Art. 4. [1 De VDAB kan aan een persoon met een indicatie van een arbeidshandicap een recht op een of meer bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen toekennen. Dat recht wordt toegekend voor bepaalde of onbepaalde duur op basis van:
   1° een attest waaruit blijkt dat de persoon met een indicatie van een arbeidshandicap een aandoening of voorgeschiedenis heeft die voorkomt op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, na advies van de raad van bestuur van de VDAB, vastgestelde lijst;
   2° of, een multidisciplinair arbeidsonderzoek waaruit blijkt dat de persoon met een indicatie van een arbeidshandicap voldoet aan een van de voorwaarden op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, na advies van de door de raad van bestuur van de VDAB vastgestelde lijst;
   3° en, de woon- en werklocatie van de persoon met een indicatie van een arbeidshandicap:
   a) hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   b) hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
   [3 ...]3]1

  
Art. 4. [1 Le VDAB peut accorder à une personne avec une indication de handicap à l'emploi un droit à une ou plusieurs mesures particuliÚres d'aide à l'emploi. Ce droit est accordé pour une durée déterminée ou indéterminée sur la base :
   1° d'une attestation démontrant que la personne avec une indication de handicap à l'emploi souffre d'un trouble ou a des antécédents qui figurent sur une liste établie par le ministre flamand chargé de la politique de l'emploi, aprÚs avis du conseil d'administration du VDAB ;
   2° ou d'une étude multidisciplinaire de l'emploi démontrant que la personne avec une indication de handicap à l'emploi satisfait à une des conditions de la liste établie par le ministre flamand chargé de la politique de l'emploi, aprÚs avis du conseil d'administration du VDAB ;
   3° et, du lieu de résidence et de travail de la personne avec une indication de handicap à l'emploi :
   a) elle réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   b) elle réside sur le territoire d'un des autres Etats-membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.
  [3 ...]3]1

  
HOOFDSTUK III. - Aanpassingen van en aan de arbeidsomgeving.
CHAPITRE III. - Adaptations de et Ă  l'environnement de travail.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section Ire. - Dispositions générales.
Art. 5. [1 De VDAB kent aan de volgende personen een tegemoetkoming toe in de kosten van arbeidsgereedschap en -kledij en in de kosten van aanpassing van de arbeidspost:
   1° de persoon met een arbeidshandicap;
   2° de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een persoon met een arbeidshandicap tewerkstelt, of die een persoon met een arbeidshandicap een werkplek aanbiedt via een werkplekinstrument;
   3° de leerling in een alternerende opleiding tijdens de begeleiding op de werkplek.
   De VDAB bepaalt of de aard en de ernst van de arbeidshandicap die tegemoetkoming rechtvaardigen.]1

  
Art. 5. [1 Le VDAB accorde aux personnes suivantes une intervention dans les frais d'outils et de vĂȘtements de travail et dans les frais d'adaptation du poste de travail :
   1° la personne atteinte d'un handicap à l'emploi ;
   2° la personne physique ou la personne morale qui emploie une personne atteinte d'un handicap à l'emploi ou qui offre à une personne atteinte d'un handicap à l'emploi un lieu de travail via un outil sur le lieu de travail ;
   3° l'élÚve dans une formation en alternance au cours de l'accompagnement sur le lieu de travail.
   Le VDAB détermine si la nature et la gravité du handicap à l'emploi justifient cette intervention.]1

  
Afdeling II. [1 - Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en -kledij van werknemers met een arbeidshandicap]1
Section II. [1 - Intervention dans les frais d'outils et de vĂȘtements de travail de travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi]1
Art. 6. [1 Conform artikel 7 en 8 kent de VDAB een tegemoetkoming toe in de aankoopkosten van het arbeidsgereedschap en de -kledij die werknemers met een arbeidshandicap dragen.
   Voor de personen met een arbeidshandicap die op regelmatige basis telewerken als vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 van 9 november 2005 betreffende het telewerk, kan de thuiswerkplek aangepast worden met arbeidsgereedschap of -kledij, als de overige decretale en wettelijke rechten voor tegemoetkomingen zijn uitgeput en er een telewerkovereenkomst is opgesteld.]1

  
Art. 6. [1 ConformĂ©ment aux articles 7 et 8, le VDAB intervient dans les frais d'acquisition d'outils et de vĂȘtements de travail portĂ©s par les travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi.
   Pour les personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi qui effectuent du tĂ©lĂ©travail sur une base rĂ©guliĂšre, tel que mentionnĂ© dans la convention collective de travail n° 85 du 9 novembre 2005 concernant le tĂ©lĂ©travail, le poste de travail Ă  domicile peut ĂȘtre adaptĂ© avec des outils ou des vĂȘtements de travail, si les autres droits lĂ©gaux et dĂ©crĂ©taux aux interventions ont Ă©tĂ© Ă©puisĂ©s et qu'une convention de tĂ©lĂ©travail a Ă©tĂ© Ă©tablie.]1

  
Art. 7. Om van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 6 te kunnen genieten, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat :
  1° het vermelde arbeidsgereedschap of de vermelde arbeidskledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij [1 werkt]1, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
  2° de werkgever niet gehouden is zelf de kosten van het gereedschap of arbeidskledij te dragen, of dat hij van zijn werkgever het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
  3° de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het vermelde arbeidsgereedschap of de vermelde arbeidskledij in functie zijn van de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot [1 ...]1 de gevraagde ondersteuning.
  [1 4° hij zich bevindt in een van de volgende gevallen:
   a) hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   b) hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  
Art. 7. Pour pouvoir bénéficier de l'intervention citée à l'article 6, la personne atteinte d'un handicap à l'emploi démontre que :
  1° l'outil ou le vĂȘtement de travail citĂ©s n'est pas utilisĂ© couramment dans la branche professionnelle dans laquelle elle [1 travaille]1 et est ou sera directement nĂ©cessaire dans l'exercice de son activitĂ© professionnelle;
  2° l'employeur n'est pas tenu de supporter lui-mĂȘme les frais de l'outil ou du vĂȘtement de travail, ou qu'elle ne peut obtenir cet outil ou vĂȘtement de travail de son employeur, ni sa contre-valeur en espĂšces en vue de son acquisition;
  3° la nĂ©cessitĂ©, la frĂ©quence d'utilisation, l'utilitĂ© et l'efficacitĂ© de l'outil ou du vĂȘtement de travail mentionnĂ© en fonction de son handicap Ă  l'emploi, ainsi que le rapport avec [1 ...]1 l'intervention demandĂ©e.
  [1 4° elle se trouve dans l'un des cas suivants :
   a) elle réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   b) elle réside sur le territoire d'un des autres états-membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  
Art. 8. Met behoud van de toepassing van artikelen 15 en 16, dekt de tegemoetkoming enkel de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap vanwege zijn handicap moet dragen, ten aanzien van de kosten die een valide werknemer voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen.
  Als, om te voldoen aan de specifieke noden van de persoon met een arbeidshandicap, alleen het arbeidsgereedschap aangepast hoeft te worden, dekt de tegemoetkoming van de VDAB alleen de aanpassingskosten.
Art. 8. Par le maintien de l'application des articles 15 et 16, l'intervention ne couvre que les frais supplĂ©mentaires que doit supporter la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi en raison de ce handicap, par rapport aux frais que doit supporter un travailleur valide pour son outil et vĂȘtement de travail.
  Si, pour rĂ©pondre aux besoins spĂ©cifiques de la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi, seul l'outil de travail doit ĂȘtre adaptĂ©, l'intervention du VDAB ne couvre alors que les frais d'adaptation.
Afdeling II/1. [1 - Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor zelfstandigen met een arbeidshandicap]1
Section II/1. [1 Intervention dans les frais des outils et des vĂȘtements de travail en faveur de travailleurs indĂ©pendants atteints d'un handicap Ă  l'emploi]1
Art.8/1. [1 Conform artikel 8/2 en artikel 8/3 kent de VDAB een tegemoetkoming toe in de kosten van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij van de zelfstandige met een arbeidshandicap.]1
  
Art.8/1. [1 ConformĂ©ment aux articles 8/2 et 8/3, le VDAB intervient dans les frais d'outils et de vĂȘtements de travail du travailleur indĂ©pendant atteint d'un handicap Ă  l'emploi.]1
  
Art.8/2. [1 Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming in de kosten van de aanpassing van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij, vermeld in artikel 8/1, voldoet de zelfstandige met een arbeidshandicap aan de volgende voorwaarden:
   1° hij toont aan dat de aanpassing of het materiaal waarvoor hij een tegemoetkoming vraagt, niet gebruikelijk is in zijn beroepstak en rechtstreeks noodzakelijk is door zijn arbeidshandicap;
   2° hij verbindt zich ertoe om de tegemoetkoming van de aanpassing niet als bedrijfskosten in te brengen in zijn belastingaangifte;
   3° hij bevindt zich in een van de volgende gevallen:
   a) hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   b) hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  
Art.8/2. [1 Pour avoir droit Ă  l'intervention dans les frais de l'adaptation des outils de travail et des vĂȘtements de travail, visĂ©s Ă  l'article 8/1, le travailleur indĂ©pendant atteint d'un handicap Ă  l'emploi remplit les conditions suivantes :
   1° il démontre que l'adaptation ou le matériel pour lesquels il demande une intervention, ne sont pas usuels dans son secteur professionnel et qu'ils sont directement nécessaires en raison de son handicap à l'emploi ;
   2° il s'engage à ne pas imputer l'adaptation dans sa déclaration d'impÎt comme charge d'exploitation ;
   3° il se trouve dans l'un des cas suivants :
   a) il réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   b) il réside sur le territoire d'un des autres Etats-membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  
Art.8/3. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming van de VDAB alle werkelijke kosten voor de aanpassing van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij.
   De tegemoetkoming dekt alleen het verschil tussen de kosten van de aanpassing voor een valide persoon en de kosten voor de aanpassing die vereist zijn door de arbeidshandicap.]1

  
Art.8/3. [1 Sans prĂ©judice de l'application des articles 15 et 16, l'intervention du VDAB couvre tous les frais rĂ©els occasionnĂ©s pour l'adaptation des outils et vĂȘtements de travail.
   L'intervention couvre uniquement la différence entre les frais de l'adaptation pour une personne valide et les frais encourus pour l'adaptation requise à la suite du handicap à l'emploi.]1

  
Afdeling II/2. [1 - Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor personen met een arbeidshandicap in werkplekinstrumenten en voor leerlingen met een arbeidshandicap in een alternerende opleiding]1
Section II/2. [1 Intervention dans les frais d'outils de travail et de vĂȘtements de travail pour personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi bĂ©nĂ©ficiant d'outils mis en oeuvre sur le lieu de travail et pour les Ă©lĂšves atteints d'un handicap Ă  l'emploi suivant une formation en alternance]1
Art.8/4. [1 Conform artikel 8/5 en 8/6 komt de VDAB tijdens de duur van de begeleiding op de werkplek via de werkplekinstrumenten of via een alternerende opleiding tegemoet in de kosten van de aankoop van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij voor de personen met een arbeidshandicap.
   De VDAB blijft eigenaar van het arbeidsgereedschap dat en de arbeidskledij die ter beschikking is gesteld.
   De VDAB kan tijdens de duur van de begeleiding ook een tegemoetkoming verlenen in bijkomende kosten voor het gebruik van het persoonlijke materiaal op de werkplek.]1

  
Art.8/4. [1 ConformĂ©ment aux articles 8/5 et 8/6, le VDAB intervient dans les frais d'acquisition d'outils de travail et de vĂȘtements de travail pour les personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi pendant la durĂ©e de l'accompagnement sur le lieu de travail au moyen d'outils mis en oeuvre sur le lieu de travail ou au moyen d'une formation en alternance.
   Le VDAB reste propriĂ©taire des outils et vĂȘtements de travail qui ont Ă©tĂ© mis Ă  disposition.
   Le VDAB peut également intervenir dans les frais supplémentaires liés à l'utilisation de l'équipement personnel sur le lieu de travail pendant la durée de l'accompagnement.]1

  
Art.8/5. [1 Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8/4, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat:
   1° het arbeidsgereedschap of de -kledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij opgeleid wordt, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
   2° de werkgever er niet toe gehouden is de kosten voor de aankoop van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij te dragen, of dat hij van de werkgever het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
   3° de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij betrekking hebben op de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot de gevraagde ondersteuning;
   4° hij zich in een van de volgende gevallen bevindt:
   a) hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   b) hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  
Art.8/5. [1 Pour faire valoir son droit à l'intervention, visée à l'article 8/4, la personne atteinte d'un handicap à l'emploi démontre :
   1° que les outils ou vĂȘtements de travail ne sont pas couramment utilisĂ©s dans le secteur professionnel dans lequel elle est formĂ©e et sont ou seront directement nĂ©cessaires Ă  l'exercice de son activitĂ© professionnelle ;
   2° que l'employeur n'est pas tenu de porter les frais d'acquisition des outils ou des vĂȘtements de travail ou qu'il ne peut pas obtenir les outils ou vĂȘtements de travail nĂ©cessaires de l'employeur, ni l'Ă©quivalent en espĂšces pour leur acquisition ;
   3° que la nĂ©cessitĂ©, la frĂ©quence d'utilisation, l'activitĂ© et l'efficacitĂ© des outils ou des vĂȘtements de travail ont rapport au handicap Ă  l'emploi, et sont proportionnelles au soutien demandĂ© ;
   4° qu'elle se trouve dans un des cas suivants :
   a) elle réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   b) elle réside sur le territoire d'un des autres Etats-membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  
Art.8/6. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming alleen de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap door zijn handicap moet dragen, ten opzichte van de kosten die een valide persoon voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen.
   De tegemoetkoming van de VDAB dekt alleen de aanpassingskosten van het arbeidsgereedschap als die volstaan om te kunnen voldoen aan de specifieke behoeften van de persoon met een arbeidshandicap."]1

  
Art.8/6. [1 Sans prĂ©judice de l'application des articles 15 et 16, l'intervention couvre uniquement les frais que la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi doit porter en raison de son handicap Ă  l'emploi, en sus des frais d'Ă©quipement et de vĂȘtements de travail qu'une personne valide doit porter.
   L'intervention du VDAB couvre uniquement les frais d'adaptation des outils de travail s'ils sont suffisants pour répondre aux besoins spécifiques de la personne atteinte d'un handicap à l'emploi.]1

  
Afdeling II/3. [1 - Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor personen met een arbeidshandicap in wijk-werken]1
Section II/3. [1 Intervention dans les frais d'outils et de vĂȘtements de travail pour personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi employĂ©s dans un travail de proximitĂ©]1
Art.8/7. [1 Conform artikel 8/8 en 8/9 komt de VDAB tijdens de duur van wijk-werken, bepaald in artikel 4 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming, tegemoet in de kosten van de aankoop van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij voor de personen met een arbeidshandicap.
   De VDAB blijft eigenaar van het arbeidsgereedschap dat en de arbeidskledij die ter beschikking is gesteld.
   De VDAB kan tijdens de duur van de begeleiding ook een tegemoetkoming verlenen in bijkomende kosten voor het gebruik van het persoonlijke materiaal op de werkplek.]1

  
Art.8/7. [1 ConformĂ©ment aux articles 8/8 et 8/9, le VDAB intervient dans les frais d'acquisition des outils et vĂȘtements de travail pour les personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi pendant la durĂ©e du travail de proximitĂ©, tel que visĂ© Ă  l'article 4 du dĂ©cret du 7 juillet 2017 relatif au travail de proximitĂ© et Ă  diverses dispositions dans le cadre de la sixiĂšme rĂ©forme de l'Etat.
   Le VDAB reste propriĂ©taire des outils et vĂȘtements de travail qui ont Ă©tĂ© mis Ă  disposition.
   Le VDAB peut également intervenir dans les frais supplémentaires liés à l'utilisation de l'équipement personnel sur le lieu de travail pendant la durée de l'accompagnement.]1

  
Art.8/8. [1 Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8/7, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat:
   1° het arbeidsgereedschap of de -kledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij activiteiten in kader van wijk-werken uitvoert, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
   2° de gebruiker er niet toe gehouden is de kosten voor de aankoop van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij te dragen, of dat hij van de gebruiker het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
   3° de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij betrekking hebben op de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot de gevraagde ondersteuning;
   4° hij zich in een van de volgende gevallen bevindt:
   a) hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   b) hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  
Art.8/8. [1 Pour faire valoir son droit à l'intervention, visée à l'article 8/7, la personne atteinte d'un handicap à l'emploi démontre :
   1° que les outils ou vĂȘtements de travail ne sont pas couramment utilisĂ©s dans le secteur professionnel dans lequel il met en oeuvre des activitĂ©s dans le cadre du travail de proximitĂ© et que ceux-ci sont ou seront directement nĂ©cessaires Ă  l'exercice de son activitĂ© professionnelle ;
   2° que l'utilisateur n'est pas tenu de porter les frais d'acquisition des outils ou vĂȘtements de travail ou qu'elle ne peut pas obtenir les outils ou vĂȘtements de travail nĂ©cessaires de l'utilisateur, ni l'Ă©quivalent en espĂšces pour leur acquisition ;
   3° que la nĂ©cessitĂ©, la frĂ©quence d'utilisation, l'activitĂ© et l'efficacitĂ© des outils ou des vĂȘtements de travail ont rapport au handicap Ă  l'emploi, et sont proportionnelles au soutien demandĂ© ;
   4° qu'elle se trouve dans un des cas suivants :
   a) elle réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   b) elle réside sur le territoire d'un des autres Etats-membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  
Art.8/9. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming alleen de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap door zijn handicap moet dragen, ten opzichte van de kosten die een valide persoon voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen.
   De tegemoetkoming van de VDAB dekt alleen de aanpassingskosten van het arbeidsgereedschap als die volstaan om te kunnen voldoen aan de specifieke behoeften van de persoon met een arbeidshandicap.]1

  
Art.8/9. [1 Sans prĂ©judice de l'application des articles 15 et 16, l'intervention couvre uniquement les frais que la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi doit porter, en sus des frais d'outils et de vĂȘtements de travail qu'une personne valide doit porter.
   L'intervention du VDAB couvre uniquement les frais d'adaptation des outils de travail si ceux-ci sont suffisants pour répondre aux besoins spécifiques de la personne atteinte d'un handicap à l'emploi.]1

  
Afdeling II/4. [1 Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en -kledij voor deelnemers arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie, vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten ]1
Section II/4 [1 Intervention dans les frais d'outils et vĂȘtements de travail pour les participants aux activitĂ©s de travail dans l'Ă©conomie sociale, au sens du chapitre 5 du dĂ©cret du 8 juillet 2022 relatif aux parcours de travail et de soins ]1
Art. 8/10. [1 Conform artikel 8/11 en 8/12 komt de VDAB tijdens de duur van de deelname in de arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie tegemoet in de kosten van de aankoop van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij voor de personen met een arbeidshandicap.
Art.8/10. [1 ConformĂ©ment aux articles 8/11 et 8/12, pendant la pĂ©riode de participation aux activitĂ©s de travail dans l'Ă©conomie sociale, le VDAB intervient dans les frais d'achat d'outils et vĂȘtements de travail pour les personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi.
Art. 8/11. [1 Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8/10, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat:
Art.8/11. [1 Pour prétendre à l'intervention mentionnée à l'article 8/10, la personne atteinte d'un handicap à l'emploi démontre que :
Art. 8/12. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming alleen de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap door zijn handicap moet dragen, ten opzichte van de kosten die een persoon zonder arbeidshandicap voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen.
Art.8/12. [1 . Sans prĂ©judice de l'application des articles 15 et 16, l'intervention ne couvre que les frais supplĂ©mentaires que la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi doit supporter en raison de son handicap, par rapport aux frais qu'une personne sans handicap Ă  l'emploi doit supporter pour ses outils et vĂȘtements de travail.
Afdeling III. [1 - Tegemoetkoming in de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost van werknemers met een arbeidshandicap en van personen met een arbeidshandicap die een IBO of K-IBO volgen]1
Section III. [1 - Intervention dans les frais pour l'adaptation du poste de travail de travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi et de personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi qui suivent une IBO ou une IBO curative]1
Art. 9. Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 10, en volgens de modaliteiten, vermeld in artikel 11, verleent de VDAB een tegemoetkoming in de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost, die gedragen worden door de werkgevers die personen met een arbeidshandicap tewerkstellen krachtens een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijk statuut of die personen met een arbeidshandicap toelaten bij hen een [1 IBO of een K-IBO]1 te volgen.
  
Art. 9. Dans les conditions citées à l'article 10, et en vertu des modalités reprises à l'article 11, le VDAB octroie une intervention dans les frais d'adaptation du poste de travail supportés par les employeurs qui occupent des personnes atteintes d'un handicap à l'emploi, en application d'un contrat de travail ou d'un statut de droit public ou qui autorisent ces personnes atteintes d'un handicap à l'emploi à suivre une formation [1 IBO ou une IBO curative]1.
  
Art. 10. Om aanspraak te kunnen maken op de tegemoetkoming in de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost, voldoen de werkgevers, vermeld in artikel 9, aan de volgende voorwaarden :
  1° aantonen dat de aanpassing van de arbeidspost niet gebruikelijk is in de beroepstak waarin de persoon met een arbeidshandicap werkt of in opleiding is, en rechtstreeks noodzakelijk is voor de uitoefening van de professionele activiteiten;
  2° [1 zich ertoe verbinden om de persoon met een arbeidshandicap van wie de arbeidspost is aangepast, gedurende een minimumperiode van zes maanden in dienst te houden, waarbij de periode van de IBO of de K-IBO na de uitvoering van de arbeidspostaanpassing wordt gelijkgesteld met een periode van tewerkstelling;]1
  3° zich ertoe verbinden om in de toekomst iedere met tegemoetkoming van de VDAB aangepaste arbeidspost bij voorrang te reserveren voor een persoon met een arbeidshandicap;
  4° zich ertoe verbinden om de aanpassing, als voor zover er een tegemoetkoming voor werd verleend, niet als bedrijfslasten in te brengen bij hun belastingaangifte.
  [1 5° hij toont aan dat het een aanpassing van de arbeidspost betreft voor een persoon met een arbeidshandicap die in een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest werkt.]1
  
Art. 10. Pour entrer en considération pour l'intervention dans les frais d'adaptation du poste de travail, les employeurs, cités à l'article 9, répondent aux conditions suivantes :
  1° démontrer que l'adaptation du poste de travail n'est pas courante dans la branche professionnelle dans laquelle la personne atteinte d'un handicap à l'emploi travaille ou est en formation et est directement nécessaire pour l'exercice des activités professionnelles;
  2° [1 s'engager à maintenir à l'emploi la personne atteinte d'un handicap à l'emploi dont le poste de travail a été adapté pendant une période minimum de six mois, la période de l'IBO ou de l'IBO curative aprÚs la mise en oeuvre de l'adaptation au poste de travail étant assimilée à une période d'emploi ;]1
  3° s'engager à réserver à l'avenir tout poste de travail adapté avec une intervention du VDAB de préférence à une personne atteinte d'un handicap à l'emploi;
  4° s'engager, pour autant qu'ils aient bénéficié d'une intervention, à ne pas introduire l'adaptation comme charges d'exploitation dans leur déclaration fiscale.
  [1 5° démontrer que l'adaptation concerne une adaptation du poste de travail en faveur d'une personne atteinte d'un handicap à l'emploi travaillant dans un siÚge d'exploitation en Région flamande.]1
  
Art. 11. Met behoud van de toepassing van artikelen 15 en 16 dekt de tegemoetkoming van de VDAB alle werkelijke kosten voor de aanpassing van de arbeidspost.
  De tussenkomst dekt alleen het verschil tussen de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost voor een valide persoon en de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost die vereist zijn vanwege de arbeidshandicap.
Art. 11. Par le maintien de l'application des articles 15 et 16, l'intervention du VDAB couvre tous les frais réels pour l'adaptation du poste de travail.
  L'intervention ne couvre que la différence entre les frais d'adaptation du poste de travail pour une personne valide et les frais d'adaptation du poste de travail nécessaires en raison du handicap à l'emploi.
Afdeling IV. - Tegemoetkoming in de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost voor zelfstandigen.
Section IV. - Intervention dans les frais d'adaptation du poste de travail pour les indépendants.
Art. 12. Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 13, en volgens de modaliteiten, vermeld in artikel 14, verleent de VDAB een tegemoetkoming in de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost die gedragen worden door zelfstandigen met een arbeidshandicap.
Art. 12. Dans les conditions citées à l'article 13 et en vertu des modalités mentionnées à l'article 14, le VDAB octroie une intervention dans les frais d'adaptation d'un poste de travail occupé dans des indépendants frappés d'un handicap à l'emploi.
Art. 13. Om aanspraak te maken op de tussenkomst in de kosten van aanpassing van een arbeidspost voldoen de zelfstandigen met een arbeidshandicap, vermeld in artikel 12, aan de volgende voorwaarden :
  1° aantonen dat de aanpassingen of het materiaal waarvoor een tussenkomst gevraagd wordt, niet gebruikelijk zijn in hun beroepstak en rechtstreeks noodzakelijk zijn omwille van hun arbeidshandicap;
  2° zich ertoe verbinden om de aanpassing, als voor zover er een tegemoetkoming voor werd verleend, niet als bedrijfslasten in te brengen bij hun belastingsaangifte;
  [1 3° aantonen dat de aanpassingen van de arbeidspost op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvinden.]1
  
Art. 13. Pour entrer en considération pour l'intervention dans les frais d'adaptation du poste de travail, les indépendants atteints d'un handicap à l'emploi, mentionnés à l'article 12 doivent répondre aux conditions suivantes :
  1° démontrer que les adaptations ou le matériel pour lequel une intervention est demandée ne sont pas courants dans la branche professionnelle et sont directement nécessaires pour l'exercice des activités professionnelles;
  2° s'engager, pour autant qu'ils aient bénéficié d'une intervention, à ne pas introduire l'adaptation comme charges d'exploitation dans leur déclaration fiscale;
  [1 3° démontrer que les adaptations du poste de travail ont lieu sur le territoire de la Région flamande.]1
  
Art. 14. Met behoud van de toepassing van artikelen 15 en 16, dekt de tegemoetkoming van de VDAB alle werkelijke kosten voor de aanpassing van de arbeidspost.
  De tegemoetkoming dekt enkel het verschil tussen de kosten van de aanpassingen voor een valide persoon en de kosten voor de aanpassing van de arbeidspost die vereist zijn vanwege de arbeidshandicap.
Art. 14. Par le maintien de l'application des articles 15 et 16, l'intervention du VDAB couvre tous les frais réels pour l'adaptation du poste de travail.
  L'intervention ne couvre que la différence entre les frais d'adaptation du poste de travail pour une personne valide et les frais d'adaptation du poste de travail nécessaires en raison du handicap à l'emploi.
Afdeling V. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen voor afdeling II, II/1, II/2, II/3, III en IV.]1
Section V. [1 - Dispositions communes relatives aux sections II, II/1, II/2, II/3, III et IV.]1
Art. 15. De aanvraag om de tegemoetkomingen, vermeld in dit hoofdstuk, te krijgen, wordt bij de VDAB ingediend samen met :
  1° een raming van de kosten van de gevraagde tegemoetkoming;
  2° [1 alle vereiste bewijsstukken, waaronder de bewijsstukken van de voorwaarden, vermeld in artikel 7, 8/2, 8/5, 8/7, 10 en 13.]1
  
Art. 15. La demande en vue d'obtenir les interventions mentionnées au présent chapitre est introduite auprÚs du VDAB accompagnée de :
  1° une estimation des frais de l'intervention demandée;
  2° [1 Toutes les piÚces probantes utiles, en ce compris les preuves relatives aux conditions, telles que visées aux articles 7, 8/2, 8/5, 8/7, 10 et 13.]1
  
Art. 16. § 1. De VDAB beslist over de tenlasteneming van de tegemoetkoming en bepaalt het bedrag ervan.
  [1 De tegemoetkoming van de VDAB betreft alleen de kosten van arbeidspostaanpassingen die van curatieve aard zijn. De VDAB komt niet tegemoet in de kosten van aanpassingen van de arbeidsomgeving die krachtens een andere decretale of wettelijke bevoegdheid kunnen worden vergoed.]1
  De raad van bestuur kan een refertelijst vastleggen, waarop de VDAB een beroep doet om het bedrag van de tenlasteneming, vermeld in het vorige lid, te bepalen.
  De VDAB kan het bedrag van de tegemoetkoming ook berekenen op grond van een vergelijkende marktstudie, rekening houdend met de kenmerken, kwaliteiten en garantie- of onderhoudsvoorwaarden betreffende de verschillende hulpverleningen.
  De beslissing tot tenlasteneming door de VDAB is alleen geldig, als :
  1° binnen een jaar na die beslissing het arbeidsgereedschap of de -kledij aangekocht is, of de arbeidspost is aangepast;
  2° de facturen zijn ingediend bij VDAB binnen zes maanden na de aankoop van het arbeidsgereedschap of -kledij, of binnen de zes maand na de aanpassing van de arbeidspost;
  3° het arbeidsgereedschap of -kledij nog niet aangekocht is, of de arbeidspost nog niet aangepast is, voor de datum van de aanvraag tot tegemoetkoming door de VDAB.
  § 2. Als een hulpmiddel bij de tewerkstelling van een persoon met een arbeidshandicap zowel krachtens de bepalingen van afdeling II als krachtens de bepalingen van afdeling III ten laste kan worden genomen, wordt de voorkeur gegeven aan de tenlasteneming van het hulpmiddel waarvan de persoon met een arbeidshandicap eigenaar is.
  
Art. 16. § 1er. Le VDAB décide de la prise en charge de l'intervention et en détermine le montant.
  [1 L'intervention du VDAB concerne uniquement les frais d'adaptations au poste de travail qui sont de nature curative. Le VDAB n'intervient pas dans les frais d'adaptations de l'environnement professionnel qui peuvent ĂȘtre rĂ©cupĂ©rĂ©s en vertu d'une autre compĂ©tence dĂ©crĂ©tale ou lĂ©gale.]1
  Le conseil d'administration peut fixer une liste de références à laquelle le VDAB fait appel en vue de fixer le montant de la prise en charge mentionnée dans le précédent alinéa.
  Le VDAB peut également calculer le montant de l'intervention sur la base d'une étude de marché comparative, tenant compte des caractéristiques, des conditions de qualité, de garantie et d'entretien relatives aux diverses aides techniques.
  La décision de prise en charge par le VDAB n'est valable que si :
  1° dans l'annĂ©e suivant la dĂ©cision, l'outil ou le vĂȘtement de travail sont acquis, ou si le poste de travail est adaptĂ©;
  2° les factures sont introduites auprĂšs du VDAB dans les six mois suivant l'acquisition de l'outil ou du vĂȘtement de travail, ou dans les six mois de l'adaptation du poste de travail;
  3° l'outil ou le vĂȘtement de travail ne sont pas encore achetĂ©, ou le poste de travail n'est pas encore adaptĂ© avant la date de demande d'intervention auprĂšs du VDAB.
  § 2. Si une aide technique pour l'emploi d'une personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi peut ĂȘtre prise en charge tant en vertu des dispositions de la section II qu'en vertu des dispositions de la section III, la prĂ©fĂ©rence sera donnĂ©e Ă  une prise en charge de l'aide technique dont la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi est propriĂ©taire.
  
HOOFDSTUK IV. - Tegemoetkoming in de verplaatsingskosten en verblijfkosten voor personen met een arbeidshandicap met mobiliteitsproblemen.
CHAPITRE IV. - Intervention dans les frais de déplacement et de séjour pour les personnes atteintes d'un handicap à l'emploi avec problÚmes de mobilité.
Afdeling I. - Algemeen.
Section Ire. - Généralités.
Art. 17. De persoon met een arbeidshandicap kan, onder de voorwaarden en modaliteiten van dit hoofdstuk, van de VDAB een tegemoetkoming krijgen in de verplaatsingskosten en de verblijfkosten [1 , die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de uitoefening van de job of de zelfstandige activiteit, of aan de begeleiding op de werkplek voor leerlingen in een alternerende opleiding of werkzoekenden in werkplekinstrumenten,]1 indien de aard en de ernst van de arbeidshandicap dat rechtvaardigen.
  De mobiliteitsproblematiek van de persoon met een arbeidshandicap wordt gestaafd met een attest van een artsspecialist.
  De persoon met een arbeidshandicap kan verplicht worden alle stukken voor te leggen die de werkelijkheid van de door hem ingeroepen kosten staven.
  De VDAB bepaalt of de aard en de ernst van de arbeidshandicap een tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigen. De bedragen van de tegemoetkomingen, vermeld in dit hoofdstuk, worden verminderd met elke feitelijke, wettelijke of reglementaire tegemoetkoming, die de persoon met een arbeidshandicap ontvangt om in de kosten van begeleiding te voorzien.
  Een tegemoetkoming wordt alleen gegeven, als :
  1° de aanvraag tot tegemoetkoming uiterlijk is ingediend bij de VDAB in het kwartaal na het kwartaal waarin de kosten zijn gemaakt;
  2° de kosten meer bedragen dan 15 euro per kwartaal.
  
Art. 17. La personne atteinte d'un handicap à l'emploi peut, dans les conditions et modalités du présent chapitre, obtenir une intervention du VDAB dans les frais de déplacement [1 , qui sont directement liés à l'exercice de l'emploi ou de l'activité indépendante ou à l'accompagnement sur le lieu de travail en faveur d'élÚves dans une formation en alternance ou en faveur de demandeurs d'emploi bénéficiant d'un accompagnement au moyen d'outils sur le lieu de travail,]1 si la nature et la gravité du handicap à l'emploi le justifient.
  La problématique de mobilité d'une personne atteinte d'un handicap à l'emploi est étayée au moyen d'une attestation d'un médecin spécialiste.
  La personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi peut ĂȘtre obligĂ©e Ă  soumettre tous les documents qui attestent de la rĂ©alitĂ© des frais invoquĂ©s.
  Le VDAB détermine si la nature et la gravité du handicap à l'emploi justifient une intervention, telle que mentionnée au premier alinéa. Les montants des interventions, mentionnés dans le présent chapitre, sont diminués de toutes les interventions de fait, légales ou réglementaires que perçoit la personne atteinte d'un handicap à l'emploi en vue de couvrir les frais de l'accompagnement.
  Une intervention ne sera octroyée que si :
  1° la demande d'intervention est introduite au plus tard auprÚs du VDAB dans le trimestre dans lequel les frais sont exposés;
  2° les frais s'élÚvent à plus de 15 euros par trimestre.
  
Afdeling II. - Tegemoetkoming in de verplaatsingskosten, gemaakt door de persoon met een arbeidshandicap om zich van zijn verblijfplaats naar de plaats van zijn werk en omgekeerd te begeven.
Section II. - Intervention dans les frais de déplacement exposés par une personne atteinte d'un handicap à l'emploi en vue de rendre du domicile au lieu de travail et inversement.
Art. 18. Als de persoon met een arbeidshandicap wegens de aard en de ernst van zijn arbeidshandicap onmogelijk kan gebruikmaken van een gemeenschappelijk vervoermiddel zonder vergezeld te zijn van een derde persoon, krijgt de persoon met een arbeidshandicap een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van de derde persoon.
  [1 De tegemoetkoming in de verplaatsingskosten, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegekend als de persoon met een arbeidshandicap aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   2° hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, is gelijk aan de verplaatsingskosten, gemaakt door de derde persoon voor het gebruik van het gemeenschappelijk vervoermiddel, berekend tegen het tarief van het voordeligste vervoerbewijs.
  
Art. 18. Si la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi ne peut, en raison de la nature et de la gravitĂ© de son handicap, utiliser les transports en commun sans ĂȘtre accompagnĂ©e d'une tierce personne, cette personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi perçoit une intervention dans les frais de dĂ©placement de la tierce personne.
  [1 L'intervention dans les frais de déplacement, visée dans l'alinéa premier, est uniquement accordée si la personne atteinte d'un handicap à l'emploi répond à une des conditions suivantes :
   1° elle réside sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   2° elle réside sur le territoire d'un des autres états membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travaille sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  L'intervention, mentionnée au premier alinéa, est égale aux frais de déplacement exposés par la tierce personne pour l'usage du moyen de transport en commun, calculée au tarif de la preuve de transport la plus avantageuse.
  
Art. 19. § 1. De persoon met een arbeidshandicap, van wie de aard en de ernst van de handicap het gebruik van persoonlijk vervoer of het gebruik van gespecialiseerd vervoer om de verplaatsing van zijn verblijfplaats naar de plaats van zijn werk en omgekeerd te maken, rechtvaardigen, krijgt een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten.
  § 2. De VDAB neemt de verplaatsingskosten ten laste van de persoon met een arbeidshandicap die de verplaatsing naar het werk en omgekeerd maakt met een persoonlijk gemotoriseerd vervoermiddel.
  De verplaatsingskosten, vermeld in het eerste lid, zijn gelijk aan de vergoeding, vermeld in [1 artikel 6, § 2, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding]1.
  § 3. Als de persoon met een arbeidshandicap vervoerd wordt door een derde, neemt de VDAB de verplaatsingskosten van die derde ten laste. De verplaatsingskosten zijn dezelfde als de verplaatsingskosten, vermeld in § 2, tweede lid.
  § 4. De VDAB neemt de verplaatsingskosten ten laste, van een persoon met een arbeidshandicap die de verplaatsing van zijn verblijfplaats naar het werk, en omgekeerd, met gespecialiseerd vervoer maakt.
  De verplaatsingskosten zijn gelijk aan het tarief dat aan de persoon met een arbeidshandicap wordt aangerekend. Dat bedrag mag echter de maximumprijs, vermeld in het reglement dat de maximumprijzen voor het vervoer per taxi vaststelt, niet overschrijden.
  
Art. 19. § 1er. La personne atteinte d'un handicap à l'emploi dont la nature et la gravité du handicap justifient l'utilisation d'un transport personnel ou d'un mode de transport spécialisé en vue de se rendre de son domicile au lieu de travail et inversement, perçoit une intervention dans ses frais de déplacement.
  § 2. Le VDAB prend à charge les frais de déplacement de la personne atteinte d'un handicap à l'emploi qui effectue le déplacement domicile - lieu de travail et inversement au moyen d'un mode de transport personnel motorisé.
  Les frais de dĂ©placement, mentionnĂ©s au premier alinĂ©a, sont Ă©quivalents Ă  l'indemnitĂ© mentionnĂ©e Ă  [1 l'article 6, § 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 organisant la mĂ©diation et la formation professionnelle]1.
  § 3. Si la personne atteinte d'un handicap à l'emploi est transportée par un tiers, le VDAB prend les frais de déplacement de ce tiers à charge. Les frais de déplacement sont égaux à ceux mentionnés au § 2, 2e alinéa.
  § 4. Le VDAB prend à charge les frais de déplacement de la personne atteinte d'un handicap à l'emploi qui effectue le déplacement domicile - lieu de travail et inversement au moyen d'un mode de transport spécialisé.
  Les frais de déplacement sont égaux au tarif appliqué à la personne atteinte d'un handicap à l'emploi. Ce montant ne peut toutefois dépasser le prix maximum mentionné dans le rÚglement fixant les prix maximums pour le transport en taxi.
  
Afdeling III. [1 - Tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van de persoon met een arbeidshandicap om zich te begeven van zijn verblijfplaats naar de werkplek waar hij begeleid wordt via een werkplekinstrument, via een alternerende opleiding of actief is in wijk-werken, en omgekeerd]1
Section III. [1 - Intervention dans les frais de dĂ©placement de la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi pour se dĂ©placer de sa rĂ©sidence vers le lieu de travail oĂč elle est accompagnĂ©e au moyen d'un outil de lieu de travail, au moyen d'une formation en alternance ou est active dans le travail Ă  proximitĂ©, et inversement]1
Art. 20. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 6 van het besluit van 5 juni 2009 hebben de personen met een arbeidshandicap die via werkplekinstrumenten werken, of de leerlingen met een arbeidshandicap in een alternerende opleiding of de wijk-werkers, vermeld in artikel 3, 10° van het decreet van 7 juli 2017 betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde Staatshervorming, volgens de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, recht op een aanvullende tegemoetkoming in de verplaatsingskosten om zich te begeven van hun verblijfplaats naar hun werkplek, en omgekeerd.]1
  
Art. 20. [1 Sans prĂ©judice de l'application de l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009, les personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi employĂ©es en bĂ©nĂ©ficiant d'outils sur le lieu de travail ou les Ă©lĂšves atteints d'un handicap Ă  l'emploi dans une formation en alternance ou les travailleurs de proximitĂ©, tels que visĂ©s dans l'article 3, 10° du dĂ©cret du 7 juillet 2017 relatif au travail de proximitĂ© et Ă  diverses dispositions dans le cadre de la sixiĂšme rĂ©forme de l'Etat, bĂ©nĂ©ficient d'une intervention supplĂ©mentaire dans leurs frais de dĂ©placement pour se rendre de leur domicile vers leur lieu de travail et inversement, selon les conditons, visĂ©es dans la prĂ©sente section.]1
  
Art. 21. § 1. Als de [1 persoon]1 met een arbeidshandicap wegens de aard en de ernst van zijn arbeidshandicap onmogelijk kan gebruikmaken van een gemeenschappelijk vervoermiddel zonder vergezeld te zijn van een derde persoon, krijgt de [1 persoon]1 met een arbeidshandicap een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van de derde persoon.
  De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, is gelijk aan de verplaatsingskosten, gemaakt door de derde persoon voor het gebruik van het gemeenschappelijk vervoermiddel, berekend tegen het tarief van het voordeligste vervoerbewijs.
  § 2. [1 De VDAB neemt de verplaatsingskosten ten laste die een persoon met een arbeidshandicap maakt om zich met gespecialiseerd vervoer te verplaatsen van zijn verblijfplaats naar de werkplek waar hij via een werkplekinstrument werkt, waar hij in een alternerende opleiding begeleid wordt of waar hij activiteiten verricht in kader van wijk-werken en omgekeerd.]1
  De verplaatsingskosten zijn gelijk aan het tarief dat aan de persoon met een arbeidshandicap wordt aangerekend. Dat bedrag mag echter de maximumprijs, vermeld in het reglement dat de maximumprijzen voor het vervoer per taxi vaststelt, niet overschrijden.
  § 3. Het dagelijkse bedrag van de tegemoetkoming in de verplaatsingskosten mag niet hoger zijn dan het dagelijkse maximumbedrag van de tegemoetkoming van de verblijfkosten, vermeld in artikel 23, uitgezonderd het bedrag van de tegemoetkoming voor één verplaatsing heen en terug per week.
  
Art. 21. § 1er. Si [1 la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi]1 ne peut, en raison de la nature et de la gravitĂ© de son handicap, utiliser les transports en commun sans ĂȘtre accompagnĂ©e d'une tierce personne, celui-ci perçoit une intervention dans les frais de dĂ©placement de la tierce personne.
  L'intervention, mentionnée au premier alinéa, est égale aux frais de déplacement exposés par la tierce personne pour l'usage du moyen de transport en commun, calculée au tarif de la preuve de transport la plus avantageuse.
  § 2. [1 Le VDAB prend Ă  charge les frais de dĂ©placement encourus par une personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi pour se rendre de son domicile vers le lieu de travail oĂč elle est employĂ©e en bĂ©nĂ©ficiant d'un outil sur le lieu de travail, oĂč elle est accompagnĂ©e dans une formation en alternance ou oĂč elle effectue des activitĂ©s dans le cadre d'un travail de proximitĂ© et inversement.]1
  Les frais de déplacement sont égaux au tarif appliqué à la personne atteinte d'un handicap à l'emploi. Ce montant ne peut toutefois dépasser le prix maximum mentionné dans le rÚglement fixant les prix maximums pour le transport en taxi.
  § 3. Le montant quotidien de l'intervention dans les frais de dĂ©placement ne peut ĂȘtre supĂ©rieur que le montant maximum journalier de l'intervention dans les frais de sĂ©jour, mentionnĂ© Ă  l'article 23, sans prendre en considĂ©ration le montant de l'intervention pour un dĂ©placement aller - retour par semaine.
  
Afdeling IV. [1 - Tegemoetkoming in de verblijfkosten van personen met een arbeidshandicap]1
Section IV. [1 - Intervention dans les frais de séjour de personnes atteintes d'un handicap à l'emploi]1
Art. 22. De persoon met een arbeidshandicap kan een tegemoetkoming in de kosten, gemaakt om te verblijven op de plaats waar hij een door de VDAB erkende of georganiseerde beroepsopleiding [1 ...]1 volgt, verkrijgen van de VDAB, als hij voldoet aan één van volgende voorwaarden :
  1° dagelijks meer dan dertien uur van huis moeten zijn;
  2° ernstige reismoeilijkheden hebben wegens de aard of de ernst van de arbeidshandicap;
  3° wegens de vereisten of de organisatie van de ondernomen, door de VDAB erkende of georganiseerde beroepsopleiding [1 ...]1 verplicht zijn ter plaatste te verblijven;
  4° zich in de omstandigheid bevinden dat de dagelijkse reiskosten, berekend overeenkomstig afdeling III, het dagelijks maximumbedrag van de terugbetaling van de verblijfskosten, vermeld in artikel 23, overschrijden.
  [1 5° hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en [2 volgt een opleiding]2 op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1
  
Art. 22. La personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi peut obtenir du VDAB une intervention dans les frais de sĂ©jour sur le lieu oĂč elle suit une formation professionnelle [1 ...]1 agréé ou organisĂ© par le VDAB si elle rĂ©pond Ă  une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre chaque jour absent de chez soi plus de treize heures;
  2° avoir de graves difficultés de transport en raison de la nature ou de la gravité du handicap à l'emploi;
  3° en raison des exigences ou de l'organisation de la formation professionnelle [1 ...]1 agréé ou organisĂ© par le VDAB, ĂȘtre tenu de sĂ©journer sur place;
  4° se trouver dans une situation oĂč les frais de dĂ©placement journaliers calculĂ©s conformĂ©ment Ă  la section III, dĂ©passent le montant maximum de remboursement des frais de dĂ©placement mentionnĂ© Ă  l'article 23.
  [1 5° résider sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ou sur le territoire d'un des autres états membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen et [2 suivre une formation]2 sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1
  
Art. 23. Het bedrag van de tegemoetkoming in de verblijfskosten is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten. Dat bedrag kan echter niet meer zijn dan het bedrag als vergoeding voor een overnachting, vermeld in [1 artikel 6, § 2, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding]1, per dag waarop effectief een beroepsopleiding [2 ...]2 is gevolgd.
  De tegemoetkoming in de verblijfskosten wordt alleen verleend voor de dagen waarop effectief een beroepsopleiding [2 ...]2 is gevolgd.
  
Art. 23. Le montant de l'intervention dans les frais de sĂ©jour est Ă©gal aux frais rĂ©ellement exposĂ©s. Ce montant ne peut toutefois ĂȘtre supĂ©rieur au montant d'indemnisation pour une nuitĂ©e, mentionnĂ© Ă  [1 l'article 6, § 2, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 organisant la mĂ©diation et la formation professionnelle]1 par jour de formation professionnelle [2 ...]2 rĂ©ellement suivi.
  L'intervention dans les frais de séjour n'est octroyée que pour les jours durant lesquels une formation professionnelle [2 ...]2 ont effectivement été suivis.
  
HOOFDSTUK V. - Ondersteuning door gebarentaal-, oraal- en schrijftolken.
CHAPITRE V. - Soutien pour interprÚtes en langue de signes, langue orale ou écrite.
Art. 24. De VDAB neemt, binnen de perken van het door de raad van bestuur bepaald urencontingent en overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, de kosten ten laste van de dienstverlening, vermeld in dit hoofdstuk.
  De tenlasteneming geldt alleen voor kosten die gemaakt zijn na een aanvraag bij de VDAB.
Art. 24. Le VDAB prend en charge, dans les limites du contingent d'heures fixé par le conseil d'administration et conformément aux dispositions du présent chapitre, les frais de service mentionnés dans le présent chapitre.
  La prise en charge vaut uniquement pour les frais exposés aprÚs une demande auprÚs du VDAB.
Art. 25. [1 De VDAB neemt de dienstverlening, vermeld in dit hoofdstuk, alleen ten laste als ze verstrekt wordt aan een persoon met een auditieve arbeidshandicap die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
   2° hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1

  De VDAB bepaalt of de aard en de ernst van de auditieve handicap een ondersteuning, als vermeld in dit hoofdstuk, rechtvaardigen.
  
Art. 25. [1 Le VDAB prend le service, visé dans le présent chapitre uniquement en charge s'il est offert à une personne atteinte d'un handicap auditif à l'emploi, qui répond à une des conditions suivantes :
   1° résider sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale ;
   2° résider sur le territoire d'un des autres états membres de l'Union européenne (UE) ou de l'Espace économique européen (EEE) et travailler sur le territoire de la Région flamande ou de la Région de Bruxelles-Capitale.]1

  Le VDAB détermine si la nature et la gravité du handicap auditif justifient un soutien tel que mentionné dans le présent chapitre.
  
Art. 26. De VDAB neemt voor de werkzoekenden met een auditieve arbeidshandicap de dienstverlening door een tolk voor doven en slechthorenden ten laste bij sollicitatiegesprekken of bij de door de VDAB georganiseerde of [2 erkende begeleiding naar werk]2, als technische ondersteuning door een deskundig opgeleide tolk vereist is.
  De ten laste genomen dienstverlening wordt beperkt tot maximaal 18 uren per jaar.
  [2 De VDAB kan een afwijking van het aantal uren toestaan op het maximum, vermeld in het tweede lid, in de volgende gevallen:
   1° wegens bijzondere individuele omstandigheden als de vraag tot uitbreiding betrekking heeft op sollicitatiegesprekken;
   2° als de vraag tot uitbreiding past in de begeleiding naar werk, vermeld in artikel 36 van het besluit van 5 juni 2009.]2

  De VDAB neemt de werkelijk gemaakte verplaatsingskosten van de tolk ten laste.
  
Art. 26. Le VDAB prend en charge pour les demandeurs d'emploi atteints d'un handicap auditif à l'emploi les services d'un interprÚte pour sourds et malentendants lors d'entretien de sollicitation ou lors de [2 l'accompagnement à l'emploi organisé ou agréé]2 par le VDAB, si le soutien technique d'un interprÚte expert est nécessaire.
  Le service pris en charge se limite à maximum 18 heures par an.
  [2 Le VDAB peut octroyer une dérogation au nombre d'heures par rapport au maximum visé à l'alinéa 2, dans les cas suivants :
   1° en raison de circonstances individuelles particuliÚres si la demande d'extension a trait à des entretiens d'embauche ;
   2° si la demande d'extension s'inscrit dans le cadre de l'accompagnement Ă  l'emploi visĂ© Ă  l'article 36 de l'arrĂȘtĂ© du 5 juin 2009.]2

  Le VDAB prend en charge les frais de déplacement réels de l'interprÚte.
  
Art. 27. De VDAB neemt voor de personen met een auditieve arbeidshandicap de dienstverlening door een tolk voor doven en slechthorenden ten laste in aan de arbeidshandicap aangepaste arbeidssituaties die occasionele taken of omstandigheden met zich brengen waarbij de verbale communicatie noodzakelijk is om tot een optimale functie-uitoefening en taakuitvoering te komen, en aldus technische ondersteuning door een deskundig opgeleide tolk verantwoorden.
  De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot maximaal 10 % van de effectieve werktijd die de gebruiker presteert.
  De VDAB kan een afwijking toestaan van het maximum, vermeld in het vorige lid, wanneer de aard van de arbeid dit rechtvaardigt of in geval van uitbreiding van werkzaamheden, van promotie of van bijscholing van de persoon met een auditieve arbeidshandicap, voor wie de beperking tot 10 % van de effectieve werktijd niet volstaat. Die verhoogde tenlasteneming mag op [1 jaarbasis 30%]1 van de effectieve werktijd niet overschrijden.
  De VDAB neemt de werkelijk gemaakte verplaatsingskosten van de tolk ten laste.
  
Art. 27. Le VDAB prend en charge les services d'un interprÚte pour sourds et malentendants pour les personnes atteintes d'un handicap auditif à l'emploi dans les situations de travail adaptées au handicap qui engendrent des tùches et conditions occasionnelles dans le cadre desquelles la communication verbale est nécessaire pour un exercice de la fonction optimal et une bonne exécution des tùches et qui justifient le soutien technique par un interprÚte expert.
  Le service pris en charge est limité sur une base annuelle à maximum 10 % du temps de travail effectif presté par l'utilisateur.
  Le VDAB peut octroyer une dérogation au maximum mentionné dans le précédent alinéa lorsque la nature du travail le justifie ou en cas d'élargissement des tùches, de promotion ou de recyclage de la personne atteinte d'un handicap auditif à l'emploi, pour qui la limitation à 10 % du temps de travail effectif ne suffit pas. Cette prise en charge accrue ne peut dépasser [1 sur une base annuelle 30 %]1 du temps de travail effectif.
  Le VDAB prend en charge les frais de déplacement réels de l'interprÚte.
  
Art.27/1. [1 De VDAB neemt voor de leerlingen in alternerende opleidingen met een auditieve arbeidshandicap de dienstverlening door een tolk voor doven en slechthorenden ten laste als de begeleiding op de werkplek occasionele taken of omstandigheden met zich meebrengt waarvoor verbale communicatie nodig is om tot een optimale functie-uitoefening en taakuitvoering te komen, en die technische ondersteuning door een deskundig opgeleide tolk verantwoorden.
   De ten laste genomen dienstverlening is op maat van de leerling en wordt in overleg met de werkplek bepaald naargelang van de effectieve opleidingstijd van de leerling op de werkplek.
   De VDAB neemt de werkelijk gemaakte verplaatsingskosten van de tolk ten laste.]1

  
Art.27/1. [1 Pour les étudiants en formation en alternance ayant un handicap auditif à l'emploi, le VDAB prend en charge les services d'un interprÚte pour sourds et malentendants si l'assistance sur le lieu de travail implique des tùches ou des circonstances occasionnelles nécessitant une communication verbale afin d'assurer une exécution optimale de la fonction et de la tùche, et justifiant le soutien technique fourni par un interprÚte formé de maniÚre spécialisée.
   Le service pris en charge doit ĂȘtre adaptĂ© Ă  l'apprenant et doit ĂȘtre dĂ©terminĂ© en consultation avec le lieu de travail en fonction du temps rĂ©el de formation de l'apprenant sur le lieu de travail.
   Le VDAB prend en charge les frais de déplacement réels de l'interprÚte.]1

  
HOOFDSTUK VI.
CHAPITRE VI.
Afdeling I.
Section Ire.
Afdeling II.
Section II.
HOOFDSTUK VII. [1 - Tewerkstelling in een beschutte werkplaats.]1
CHAPITRE VII. [1 - Mise à l'emploi dans un atelier protégé.]1
HOOFDSTUK VIII. - Heroverweging.
CHAPITRE VIII. - Révision.
Art. 38. [1 De persoon met een indicatie van een arbeidshandicap, de persoon met een arbeidshandicap of de werkgever kan een verzoek tot heroverweging indienen bij de raad van bestuur als hij niet akkoord gaat met een beslissing die de VDAB neemt met toepassing van dit besluit.
   Het gemotiveerde verzoek tot heroverweging wordt ingediend, op straffe van verval, binnen 45 dagen vanaf de datum van de kennisname van de beslissing.
   De raad van bestuur beslist over het heroverwegingsverzoek op basis van een advies van de heroverwegingscommissie, vermeld in het vierde lid, binnen dertig dagen nadat hij het advies heeft ontvangen.
   De multidisciplinair samengestelde heroverwegingscommissie, vermeld in het derde lid, wordt aangesteld door de raad van bestuur en bestaat uit:
   1° twee leden, voorgedragen door de VDAB, onder wie de voorzitter;
   2° twee leden en een externe deskundige, voorgedragen door elk van de gespecialiseerde diensten, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepalings- en -begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten;
   3° twee leden, voorgedragen door de gebruikersorganisaties, vermeld in artikel 1, 16°, van het voormelde besluit.
   De voorgedragen leden zijn deskundig door ervaring of bezitten een andere bewezen deskundigheid op het vlak van arbeidsproblematieken van personen met een arbeidshandicap.
   Op verzoek van de heroverwegingscommissie kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden. Die externe deskundigen hebben een raadgevende stem.
   De heroverwegingscommissie brengt haar advies uit binnen 60 dagen nadat ze het heroverwegingsdossier heeft ontvangen. De raad van bestuur bepaalt de nadere regels in verband met de werking van de heroverwegingscommissie.]1

  
Art. 38. [1 La personne ayant une indication de handicap Ă  l'emploi, la personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi ou l'employeur peuvent introduire une demande de reconsidĂ©ration auprĂšs du conseil d'administration s'ils ne sont pas d'accord avec une dĂ©cision que le VDAB prend en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   La demande motivée de reconsidération est introduite, sous peine de déchéance, dans les 45 jours à partir de la date de la prise d'acte de la décision.
   Le conseil d'administration décide de la demande de reconsidération sur la base d'un avis de la commission de reconsidération, telle que visée à l'alinéa quatre, dans un délai de trente jours de la réception de l'avis.
   La commission de reconsidération à composition multidisciplinaire, telle que visée à l'alinéa trois, est désignée par le conseil d'administration et est constituée de :
   1° deux membres, dont le président, proposés par le VDAB ;
   2° deux membres et un expert externe, proposĂ©s par chacun des services spĂ©cialisĂ©s, mentionnĂ©s dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 fĂ©vrier 2008 fixant les rĂšgles d'agrĂ©ment et de financement par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " du service spĂ©cialisĂ© pour la dĂ©finition et l'accompagnement de parcours, des services spĂ©cialisĂ©s d'Ă©tude de l'emploi et des services spĂ©cialisĂ©s de formation, d'accompagnement et de mĂ©diation ;
   3° deux membres, proposĂ©s par les organisations d'utilisateurs, mentionnĂ©es Ă  l'article 1er, 16°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
   Les membres proposés disposent de l'expertise en raison de leur expérience ou d'une autre expertise prouvée dans le domaine des problématiques à l'emploi des personnes atteintes d'un handicap à l'emploi.
   A la demande de la commission de reconsidĂ©ration, des experts externes peuvent ĂȘtre invitĂ©s. Ces experts externes ont une voix consultative.
   La commission de reconsidération émet son avis dans les 60 jours de la réception du dossier de reconsidération. Le conseil d'administration fixe les modalités relatives au fonctionnement de la commission de reconsidération.]1

  
HOOFDSTUK IX. - Controle en sancties.
CHAPITRE IX. - ContrĂŽle et sanctions.
Art. 39. De persoon met een arbeidshandicap of de werkgever verstrekt aan de VDAB op het eerste verzoek alle nodige documenten of inlichtingen om de naleving van de toekenningsvoorwaarden te controleren. Zij laten de afgevaardigden van de VDAB toe zich ter plekke te vergewissen van de noodzaak en omvang van de bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen.
  De sociaalrechtelijke inspecteurs van de entiteit Inspectie van het departement Werk en Sociale Economie zijn gerechtigd om ter plaatse controle uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van dit besluit.
Art. 39. La personne atteinte d'un handicap Ă  l'emploi ou l'employeur fournit au VDAB sur premiĂšre requĂȘte tous les documents et informations utiles en vue de contrĂŽler le respect des conditions d'attribution. Ils permettent au dĂ©lĂ©guĂ© du VDAB de se rendre sur place afin de s'enquĂ©rir de la nĂ©cessitĂ© et de l'importance des mesures spĂ©cifiques de soutien de l'emploi.
  Les inspecteurs sociaux de l'entitĂ© Inspection du dĂ©partement Travail et Economie sociale sont autorisĂ©s Ă  rĂ©aliser des contrĂŽles sur place quant au respect des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 40. [1 De VDAB schorst de betaling van de tegemoetkomingen, vermeld in hoofdstuk III, IV en V, en vordert die terug als de persoon met een arbeidshandicap of een werkgever de voorwaarden, vermeld in dit besluit niet naleeft.
   Het departement schorst de betaling van de tegemoetkomingen, vermeld in hoofdstuk VI, en vordert die in een van onderstaande gevallen terug :
   1° de persoon met een arbeidshandicap of een werkgever leeft de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk VI niet na;
   2° er zijn nauwkeurige of overeenstemmende vermoedens dat een werkgever een of meer personen met een arbeidshandicap heeft ontslagen uitsluitend met de bedoeling hen te vervangen door een of meer personen met een arbeidshandicap die recht geven op een VOP of op een hogere VOP, of uitsluitend met de bedoeling hen daarna opnieuw aan te werven om een hogere VOP te verkrijgen. ]1

  
Art. 40. [1 Le VDAB suspend le paiement des interventions visĂ©es aux chapitres III, IV et V et les rĂ©cupĂšre si la personne avec un handicap Ă  l'emploi ou l'employeur ne respecte pas les conditions Ă©noncĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
   Le département suspend le paiement des interventions visées au chapitre VI et les récupÚre dans un des cas suivants :
   1° la personne avec un handicap à l'emploi ou un employeur ne respecte pas les conditions énoncées au chapitre VI ;
   2° il existe des présomptions précises ou concordantes selon lesquelles un employeur a licencié une ou plusieurs personnes dans le but unique de les remplacer par une ou plusieurs personnes avec un handicap à l'emploi qui donnent droit à une VOP ou à une VOP plus importante ou dans le but unique les réengager par la suite en vue d'obtenir une VOP plus importante. ]1

  
HOOFDSTUK X. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
CHAPITRE X. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 1988 organisation la mĂ©diation et la formation professionnelle.
Art. 41. In artikel 101 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2007, wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De volgende categorieën van cursisten hebben recht op een premie van één euro per effectief gevolgd uur opleiding of stage :
  1° de leefloongerechtigde, vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en de behoeftigen vermeld in de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun, verleend door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, die één of meer personen ten laste heeft;
  2° de uitkeringsgerechtigde werkloze die volgens de werkloosheidsreglementering wordt beschouwd als werknemer met gezinslast en die bij de start van de opleiding minstens één jaar bij de dienst is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende. Voor de berekening van de periode van één jaar geldt de termijn vanaf de inschrijving als niet-werkende werkzoekende, die niet langer dan drie maanden onderbroken mag worden door een voltijdse tewerkstelling tijdens het jaar dat voorafgaat aan de opleiding, gerekend van datum tot datum;
  3° de werkzoekende die één of meer personen ten laste heeft, niet behoort tot de personen, vermeld in punt 1° of 2°, en ofwel een inkomensvervangende tegemoetkoming, als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, ontvangt, ofwel een invaliditeitsuitkering ontvangt, als vermeld in het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
  De premie wordt betaald onder de volgende voorwaarden :
  1° de opleidingen worden georganiseerd gedurende minstens vierentwintig uren per week;
  2° de cursist heeft effectief minstens honderdvijftig uren opleiding of stage gevolgd;
  3° de cursist bewijst dat hij behoort tot een van de categorieën als vermeld in § 3, eerste lid, door middel van een attest van het O.C.M.W. of van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de instelling die de inkomensvervangende tegemoetkoming of de invaliditeitsuitkering betaalt.
  De VDAB kan een afwijking toestaan voor de werkzoekenden met een indicatie van arbeidshandicap indien uit een medisch attest blijkt dan men geen 24 uur opleiding per week mag volgen. De raad van bestuur van VDAB bepaalt de nadere voorwaarden. "
Art. 41. A l'article 101 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 1988 organisation la mĂ©diation et la formation professionnelle, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 octobre 2007, le point § 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 3. Les catégories suivantes d'élÚves ont droit à une prime de un euro par heure de formation ou de stage effectivement suivie :
  1° le bénéficiaire du revenu d'insertion, repris dans la loi du 26 mai 2002 relative au droit à l'intégration sociale et le nécessiteux mentionné dans la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge du soutien prodigué par le Centre public d'Aide sociale, qui a une ou plusieurs personnes à charge;
  2° le chÎmeur indemnisé qui en vertu de la réglementation sur le chÎmage est considéré comme travailleur avec charge de famille et qui au début de la formation est inscrit auprÚs du service depuis minimum un an comme demandeur d'emploi non actif. Pour le calcul de la période d'un an, le délai court dÚs l'inscription comme demandeur d'emploi non actif, sans interruption de plus trois mois par un travail à temps complet durant l'année précédant la formation, le tout calculé de date à date;
  3° Le demandeur d'emploi qui a une ou plusieurs personnes Ă  charge et qui n'appartient pas aux groupes de personnes mentionnĂ©s aux points 1° ou 2°, et qui perçoit soit une allocation de revenu de remplacement comme mentionnĂ© Ă  la loi du 27 fĂ©vrier 1987 relative aux allocations aux personnes handicapĂ©es, soit qui perçoit une indemnitĂ© d'invaliditĂ©, telle que mentionnĂ©e Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 3 juillet 1996 en exĂ©cution de la loi relative Ă  l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, coordonnĂ©es le 14 juillet 1994.
  La prime est payée dans les conditions suivantes :
  1° les formations sont organisées durant au minimum vingt quatre heures par semaine;
  2° l'élÚve suit effectivement au minimum cent cinquante heures de formation ou de stage;
  3° l'élÚve prouve qu'il relÚve d'une des catégories mentionnées au § 3, premier alinéa, au moyen d'une attestation fournie par le C.P.A.S. ou l'Office National du Travail ou par l'instance qui lui verse ses allocations de revenus de remplacement ou ses indemnités d'invalidité.
  Le VDAB peut octroyer une dérogation pour les demandeurs d'emploi ayant une indication de handicap à l'emploi s'il ressort d'une attestation que l'on ne peut suivre 24 heures de formation par semaine. Le conseil d'administration du VDAB détermine les conditions précises "
HOOFDSTUK XI. - Wijziging in de regelgeving betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
CHAPITRE XI. - Modification de la réglementation relative à l'inscription auprÚs de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
Art. 42. In artikel 12, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 1993, 23 juli 1998 en 16 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " sectoren " wordt vervangen door het woord " sector ";
  2° de woorden " en " werk " " worden geschrapt.
Art. 42. A l'article 12, premier alinĂ©a de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'inscription auprĂšs de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 juillet 1993, 23 juillet 1998 et 16 fĂ©vrier 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° Le mot " secteurs " est remplacé par le mot " secteur ";
  2° les mots " et " travail " " sont supprimés.
Art. 43. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001, 17 februari 2006 en 16 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid worden de woorden ", tewerkstelling van personen met een handicap " geschrapt;
  2° § 3bis wordt opgeheven.
Art. 43. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 19 janvier 2001, 17 fĂ©vrier 2006 et 16 fĂ©vrier 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au § 1er, 3e alinéa, les termes ", occupation de personnes handicapées " sont supprimés;
  2° le § 3bis est supprimé.
Art. 44. In artikel 30, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997, worden de woorden " zorg, individuele materiële bijstand en tewerkstelling " vervangen door de woorden " zorg en individuele materiële bijstand ".
Art. 44. A l'article 30, § 2, 3e alinĂ©a du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997, les mots " soins, assistance matĂ©rielle individuelle et emploi " sont remplacĂ©s par les mots " soins et assistance matĂ©rielle individuelle ".
HOOFDSTUK XII. - Wijziging in de regelgeving betreffende de beschutte werkplaatsen.
CHAPITRE XII. - Modification de la réglementation relative aux ateliers protégés.
Art. 45. In het opschrift van hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1996 houdende subsidieregeling van het loon en van de sociale lasten van de werknemers in de beschutte werkplaatsen die erkend zijn door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, worden de woorden " gehandicapte werknemers " vervangen door de woorden " werknemers met een arbeidshandicap ".
Art. 45. Dans le texte du chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 1996 portant les rĂšgles de subvention du salaire et des charges sociales des travailleurs des ateliers protĂ©gĂ©s agréées par la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie ", les mots " travailleurs handicapĂ©s " sont remplacĂ©s par les mots " travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi ".
Art. 46. Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 2. § 1. Subsidies in het loon en in de sociale lasten worden verleend voor elke werknemer die, volgens de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding als persoon met een arbeidshandicap onvoorwaardelijk of voorwaardelijk gerechtigd is op tewerkstelling in een beschutte werkplaats zoals bepaald in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap.
  § 2. In de beschutte werkplaats zijn evenwel minimaal 90 % van de gesubsidieerde werknemers met een arbeidshandicap onvoorwaardelijk gerechtigde werknemers met een arbeidshandicap. "
Art. 46. L'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 2. § 1er. Les subventions dans le salaire et dans les charges sociales sont octroyees pour chaque travailleur, qui selon le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " sont ayant droit en tant que personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi de maniĂšre inconditionnelle ou conditionnelle Ă  un emploi dans un atelier protĂ©gĂ© comme dĂ©terminĂ© Ă  l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi.
  § 2. Les ateliers protégés comportent également au minimum 90 % de travailleurs subventionnés atteints d'un handicap à l'emploi ayant droit de maniÚre inconditionnelle. "
Art. 47. In artikel 3 van hetzelfde besluit gewijzigd bij de besluiten van 8 juni 1999, 30 maart 2001, 24 december 200, 2 juni 2006 en 22 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, derde lid, 1° tot en met 6°, van hetzelfde besluit wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
  2° in § 3, 2°, wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ".
Art. 47. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s des 8 juin 1999, 30 mars 2001, 24 dĂ©cembre 200, 2 juin 2006 et 22 septembre 2006, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au § 2, 3e alinĂ©a, 1° Ă  6° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le terme " handicap " est remplacĂ© par les mots " handicap Ă  l'emploi ";
  2° au § 3, 2°, le terme " handicap " est remplacé par les mots " handicap à l'emploi ".
Art. 48. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " gehandicapte werknemers " vervangen door de woorden " werknemers met een arbeidshandicap ";
  2° in § 4, tweede lid, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 1996, worden de woorden " die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden " telkens vervangen door de woorden " met een arbeidshandicap ".
Art. 48. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au § 1er, les mots " travailleurs handicapes " sont remplacés par les mots " travailleurs atteints d'un handicap à l'emploi ";
  2° au § 4, 2e alinĂ©a, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 1996, les mots " qui selon le Fonds, doivent ĂȘtre placĂ©s provisoirement ou dĂ©finitivement dans un atelier protĂ©gĂ© " sont systĂ©matiquement remplacĂ©s par les mots " atteints d'un handicap Ă  l'emploi ".
Art. 49. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 en 27 november 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " gehandicapte werknemers " worden telkens vervangen door de woorden " werknemers met een arbeidshandicap " en de woorden " gehandicapte werknemer " vervangen door de woorden " werknemer met een arbeidshandicap ";
  2° het woord " handicap " wordt vervangen door het woord " arbeidshandicap ".
Art. 49. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 13 juillet 2001 et 27 novembre 2006, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " travailleurs handicapés " sont chaque fois remplacés par les mots " travailleurs atteints d'un handicap à l'emploi " et les mots " travailleur handicapé " par les mots " travailleur atteint d'un handicap à l'emploi ";
  2° le terme " handicap " est remplacé par les mots " handicap a l'emploi ".
Art. 50. In artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2006, worden de woorden " handicap die krachtens hun individueel integratieprotocol in aanmerking komen voor een tegemoetkoming om hun tewerkstelling onder gewone arbeidsomstandigheden te bevorderen, " vervangen door de woorden " arbeidshandicap die krachtens een beslissing van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding recht hebben op een VOP, zoals bepaald in hoofdstuk VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap ".
Art. 50. A l'article 7, 2e alinĂ©a du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘte du Gouvernement flamand du 22 septembre 2006, les mots " handicap qui en vertu de leur protocole d'intĂ©gration individuel entre en considĂ©ration pour une intervention en vue de favoriser leur emploi dans des conditions de travail normales, " sont remplacĂ©s par les mots " handicap Ă  l'emploi qui en vertu d'une dĂ©cision du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " donne droit Ă  une VOP, comme dĂ©terminĂ© au chapitre VI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi ".
Art. 51. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 1998, 17 november 2006 en 29 juni 2007, worden de woorden " gehandicapte werknemer " telkens vervangen door de woorden " werknemer met een arbeidshandicap " en worden de woorden " gehandicapte werknemers " vervangen door de woorden " werknemers met een arbeidshandicap ".
Art. 51. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 juillet 1998, 17 novembre 2006 et 29 juin 2007, les mots " travailleurs handicapĂ©s " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi " et les mots " travailleur handicapĂ© " par les mots " travailleur atteint d'un handicap Ă  l'emploi ";
Art. 52. In artikel 13, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001, worden de woorden " gehandicapte werknemer " vervangen door de woorden " werknemer met een arbeidshandicap ".
Art. 52. A l'article 13, § 2, 2e alinĂ©a du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2001, les mots " travailleur handicapĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " travailleur atteint d'un handicap Ă  l'emploi;
Art. 53. In artikel 13ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden " vervangen door de woorden " de VDAB onvoorwaardelijk of voorwaardelijk recht openen op tewerkstelling in een beschutte werkplaats ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " Het in aanmerking te nemen aantal werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden " vervangen door de woorden " De in aanmerking te nemen werknemers die volgens de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding onvoorwaardelijk of voorwaardelijk recht openen op tewerkstelling in een beschutte werkplaats ";
  3° in het derde lid worden de woorden " Het aantal werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden " vervangen door de woorden " Het aantal werknemers dat volgens de VDAB onvoorwaardelijk of voorwaardelijk recht openen op tewerkstelling in een beschutte werkplaats ";
  4° in het vierde lid, 1°, wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
  5° in het vierde lid, 2°, worden de woorden " handicap die krachtens hun individuele integratieprotocol in aanmerking komen voor tegemoetkoming om hun tewerkstelling onder gewone arbeidsvoorwaarden te bevorderen " vervangen door de woorden " arbeidshandicap die krachtens een beslissing van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding recht hebben op een VOP, zoals bepaald in hoofdstuk VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap ".
Art. 53. A l'article 13ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©re par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2006, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° Au premier alinĂ©a, les mots " doivent ĂȘtre placĂ©s selon le Fonds provisoirement ou dĂ©finitivement dans un atelier protegĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " le droit inconditionnel ou conditionnel du VDAB ouvrant le droit Ă  un emploi dans un atelier protĂ©gĂ© ";
  2° Au 2e alinĂ©a, les mots " le nombre de travailleurs Ă  prendre en considĂ©ration qui doivent ĂȘtre placĂ©s selon le Fonds provisoirement ou dĂ©finitivement dans un atelier protĂ©gĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " les travailleurs Ă  prendre en considĂ©ration qui selon le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ouvrent un droit conditionnel ou inconditionnel Ă  un emploi dans un atelier protĂ©gĂ© ";
  3° au 3e alinĂ©a, les mots " le nombre de travailleurs Ă  prendre en considĂ©ration qui doivent ĂȘtre placĂ©s selon le Fonds provisoirement ou dĂ©finitivement dans un atelier protĂ©gĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " le nombre de travailleurs qui selon le VDAB ouvrent un droit conditionnel ou inconditionnel Ă  un emploi dans un atelier protĂ©gĂ© ";
  4° Au 4e alinéa, 1°, le terme " handicap " est remplace par les mots " handicap à l'emploi ";
  5° Au 4e alinĂ©a, 2°, les mots " handicap qui en vertu de leur protocole d'intĂ©gration individuel entre en considĂ©ration pour une intervention en vue de favoriser leur emploi dans des conditions de travail normales, " sont remplacĂ©s par les mots " handicap Ă  l'emploi qui en vertu d'une dĂ©cision du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " donne droit Ă  une VOP, comme dĂ©terminĂ© au chapitre VI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du +v juillet 2008 relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi ".
Art. 54. In artikel 1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1999 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de beschutte werkplaatsen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° zich ertoe verbinden de beschikbare arbeidsplaatsen bij voorrang toe te wijzen aan de personen met een arbeidshandicap, zoals omschreven in artikel 1, 8° van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap en bepaalt door artikel 37 van hetzelfde besluit. "
  2° in punt 2°, a) en b), wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
  3° in punt 2°, b), worden de woorden " door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding erkende ATB-dienst " vervangen door de woorden " door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of de door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding erkende gespecialiseerde trajectbepalings- en -begeleidingsdienst ";
  3° in punt 3° wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ";
  4° in punt 11° wordt het woord " handicap " vervangen door het woord " arbeidshandicap ".
Art. 54. A l'article 1er, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1999 fixant les conditions d'agrĂ©ment des ateliers protĂ©gĂ©s, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° Le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° s'engager Ă  attribuer les postes de travail disponibles de prĂ©fĂ©rence Ă  des personnes atteintes d'un handicap au travail, telles que dĂ©crites Ă  l'article 1er, 8° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi et dĂ©terminĂ©es par l'article 37 du mĂȘme arrĂȘte. "
  2° au point 2°, a) et b), le terme " handicap " est remplacé par les termes " handicap à l'emploi ";
  3° au point 2°, b), les termes " par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding erkende ATB-dienst " sont remplacés par les mots " par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ou par les services spécialisés pour la définition et l'accompagnement de parcours agréés par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
  3° au point 3° le terme " handicap " est remplacé par les termes " handicap à l'emploi ";
  4° au point 11° le terme " handicap " est remplacé par les termes " handicap à l'emploi ";
Art. 55. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006, wordt het woord " handicap " vervangen door " arbeidshandicap ".
Art. 55. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006, le mot " handicap " est remplacĂ© par les termes " handicap Ă  l'emploi ".
HOOFDSTUK XIII. - Wijzigingen aan het ministerieel besluit van 27 december 1967 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der tegemoetkomingen inzake sociale integratie op het gebied van de sociale hulp op het gebied van de sociale reclassering van de mindervaliden.
CHAPITRE XIII. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 27 dĂ©cembre 1967 fixant les critĂšres d'octroi des interventions en matiĂšre d'intĂ©gration sociale dans le domaine de l'aide sociale en vue du reclassement social des moins valides.
Art. 56. Artikel 11bis van het ministerieel besluit van 27 december 1967 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der tegemoetkomingen inzake sociale integratie op het gebied van de sociale hulp op het gebied van de sociale reclassering van de mindervaliden, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 2 juli 1975 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 maart 1990, 23 november 2001 en 17 november 2006, wordt opgeheven.
Art. 56. L'article 11bis de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 27 dĂ©cembre 1967 fixant les critĂšres d'octroi des interventions en matiĂšre d'intĂ©gration sociale dans le domaine de l'aide sociale en vue du reclassement social des moins valides, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 2 juillet 1975 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 mars 1990, 23 novembre 2001 et 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
HOOFDSTUK XIV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XIV. - Dispositions finales.
Art. 57. Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 1993 tot instelling en tot regeling van een stelsel van bedrijfsopleidingen met het oog op de integratie van personen met een handicap in het arbeidsproces, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 en 17 november 2006, wordt opgeheven.
Art. 57. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 janvier 1993 instaurant et rĂ©glant un systĂšme de formations professionnelles en vue de l'intĂ©gration des personnes handicapĂ©es au processus de travail, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 12 dĂ©cembre 2003 et 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
Art. 58. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 1995 tot vaststelling van de voorwaarden waarop de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding een loonsubsidie toekent aan de werkgevers die personen met een handicap tewerkstellen onder gewone arbeidsvoorwaarden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 1996, 18 december 1998, 12 december 2003 en 17 november 2006, wordt opgeheven.
Art. 58. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 1995 fixant les conditions dans lesquelles le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " octroie une subvention salariale aux employeurs qui occupent des personnes handicapĂ©es dans des conditions de travail normales, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 mai 1996, 18 dĂ©cembre 1998, 12 dĂ©cembre 2003 et 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
Art. 59. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 1995 betreffende de tenlasteneming door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van bijkomende uitgaven voor de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 en 17 november 2006, wordt opgeheven.
Art. 59. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 1995 relatif Ă  la prise en charge par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " des dĂ©penses complĂ©mentaires pour l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 12 dĂ©cembre 2003 et 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
Art. 60. Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998 tot vaststelling van de voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding een inschakelingspremie toekent aan de werkgevers die personen met een handicap tewerkstellen onder gewone arbeidsvoorwaarden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 en 17 november 2006, wordt opgeheven.
Art. 60. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 1998 fixant les conditions et modalitĂ©s selon lesquelles le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " octroie une prime d'insertion aux employeurs qui occupent des personnes handicapĂ©es dans des conditions de travail normales, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 12 dĂ©cembre et 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
Art. 61. Het ministerieel besluit van 9 april 1964 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de lasten die voor de mindervaliden voortvloeien uit de verplaatsing naar en het verblijf op de plaats die aangewezen werd voor hun beroepsopleiding, omscholing of herscholing, worden gedragen door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 maart 1990 en 17 november 2006 en bij de ministeriele besluiten van 28 maart 1972 en 17 januari 1978, wordt opgeheven.
Art. 61. L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 9 avril 1964 fixant les conditions dans lesquelles les charges pour moins valides qui dĂ©coulent du dĂ©placement et du sĂ©jour au lieu indiquĂ© pour leur formation professionnelle, recyclage ou reconversion, sont supportĂ©es par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 mars 1990 et 17 novembre 2006 et par les arrĂȘtĂ©s ministeriels des 28 mars 1972 et 17 janvier 1978, est supprimĂ©.
Art. 62. Het ministerieel besluit van 29 maart 1990 houdende vaststelling van de perken binnen en de voorwaarden onder dewelke een schoolopleiding bedoeld bij artikel 56, § 1, van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, in de Vlaamse Gemeenschap kan gelijkgesteld worden met een beroepsopleiding, omscholing of herscholing bedoeld bij § 2 van hetzelfde artikel, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 wordt opgeheven.
Art. 62. L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 29 mars 1990 fixant les limites et conditions dans lesquelles une formation scolaire telle que visĂ©e Ă  l'article 56, § 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 juillet 1963 relatif au reclassement social des moins valides peut ĂȘtre assimilĂ©e en CommunautĂ© flamande Ă  une formation professionnelle, un recyclage ou une reconversion, tels que visĂ©s au point § 2 du mĂȘme article, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006, est supprimĂ©.
Art. 65. De personen, die voor de inwerkingtreding van dit besluit beschikken over een behoefteprofiel, overeenkomend met een bijstandsveld W2 of W3 als vermeld in het ministerieel besluit van 27 juni 2006 houdende vaststelling van de bijstandsvelden inzake sociale integratie van personen met een handicap, en die tussen 1 juli 2008 en de datum van de inwerkingtreding van dit besluit worden aangeworven door een werkgever als vermeld in artikel 28, 1°, b), worden eveneens beschouwd als werknemer met een arbeidshandicap overeenkomstig artikel 28, 2°.
  De personen, die voor de inwerkingtreding van dit besluit beschikken over een behoefteprofiel, overeenkomend met een bijstandsveld W2 of W3 als vermeld in het ministerieel besluit van 27 juni 2006 houdende vaststelling van de bijstandsvelden inzake sociale integratie van personen met een handicap, die tussen 1 juli 2008 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit starten met een zelfstandige activiteit in hoofdberoep als vermeld in artikel 34 komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van een VOP voor zelfstandigen, overeenkomstig artikel 34.
Art. 65. Les personnes qui avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© disposent d'un profil de besoin correspondant Ă  un champ d'assistance W2 ou W3 tel que mentionnĂ© dans l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 27 juin 2006 fixant les champs d'assistance en matiĂšre d'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es, et recrutĂ©es entre le 1er juillet 2008 et la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par un employeur citĂ© Ă  l'article 28, 1°, b), sont Ă©galement considerĂ©es comme des travailleurs atteints d'un handicap Ă  l'emploi, conformĂ©ment Ă  l'article 28, 2°.
  Les personnes qui avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© disposent d'un profil de besoin correspondant Ă  un champ d'assistance W2 ou W3 tel que mentionnĂ© dans l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 27 juin 2006 fixant les champs d'assistance en matiĂšre d'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es, et qui entre le 1er juillet 2008 et la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entament une activitĂ© indĂ©pendante Ă  titre principal, telles que citĂ©es Ă  l'article 34 entrent Ă©galement en considĂ©ration pour l'attribution d'une VOP pour indĂ©pendants, conformĂ©ment Ă  l'article 34.
Art. 66. De aanvragen tot het verkrijgen van bijstand tot sociale integratie op vlak van werk die voor de inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap zijn ingediend, worden verder behandeld door dit agentschap, volgens de regels van voormeld besluit.
Art. 66. Les demandes d'obtention d'une aide Ă  l'intĂ©gration sociale dans le domaine du travail introduites avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conformĂ©ment aux articles 1er et 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'inscription auprĂšs de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", seront traitĂ©es dans cette mĂȘme agence, selon les rĂšgles de l'arrĂȘtĂ© citĂ©.
Art. 67. Indien een persoon een aanvraag, vermeld in dit besluit, indient bij de VDAB, dan vervalt dezelfde aanvraag die deze persoon voor de inwerkingtreding van dit besluit al heeft ingediend, overeenkomstig artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art. 67. Si une personne introduit une demande citĂ©e dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© auprĂšs du VDAB, elle remplace alors la mĂȘme demande qu'a introduite cette personne conformĂ©ment aux articles 1er et 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'inscription auprĂšs de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arretĂ©.
Art. 67/1. [1 De personen die voor 1 januari 2019 beschikken over een onvoorwaardelijk recht op tewerkstelling in een beschutte werkplaats en op 1 januari 2019 niet in een maatwerkbedrijf werken, krijgen het advies collectief maatwerk, vermeld in artikel 12 van het besluit van 17 februari 2017, of een recht op een VOP.
   De personen die voor 1 januari 2019 beschikken over een voorwaardelijk recht op tewerkstelling in een beschutte werkplaats, en op 1 januari 2019 niet in een maatwerkbedrijf werken, verliezen dat recht en krijgen recht op een VOP.]1

  
Art. 67/1. [1 Les personnes bĂ©nĂ©ficiant avant le 1er janvier 2019 d'un droit inconditionnel Ă  un emploi dans un atelier protĂ©gĂ© et ne travaillant pas au 1er janvier 2019 dans une entreprise de travail adaptĂ©, ont droit Ă  l'avis relatif au travail sur mesure collectif, visĂ© Ă  l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du 17 fĂ©vrier 2017, ou Ă  une VOP.
   Les personnes jouissant d'un droit conditionnel à un emploi dans un atelier protégé et ne travaillant pas au 1er janvier 2019 dans une entreprise de travail adapté, perdent ce droit et ont droit à une VOP.]1

  
Art. 67/2. [1 Voor werknemers met een arbeidshandicap die uiterlijk op 30 juni 2016 met een VOP zijn tewerkgesteld in het kader van uitzendarbeid conform de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, blijven werkgevers de VOP behouden tot uiterlijk 30 juni 2017 conform het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.]1
  
Art. 67/2. [1 Pour les travailleurs avec un handicap Ă  l'emploi occupĂ©s au plus tard au 30 juin 2016 avec une VOP dans le cadre du travail intĂ©rimaire conformĂ©ment Ă  la loi 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intĂ©rimaire et la mise de travailleurs Ă  la disposition d'utilisateurs, les employeurs conservent la VOP jusqu'au 30 juin 2017 au plus tard conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif Ă  l'intĂ©gration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap Ă  l'emploi tel qu'en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ]1
  
Art.67/3. [1 Werkgevers die voor 1 januari 2019 een VOP ontvangen voor de tewerkstelling van een werknemer met een arbeidshandicap die in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest woont, behouden die tegemoetkoming. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit kunnen die werkgevers voor hun werknemers geen beroep meer doen op een verhoging of verlenging van de tegemoetkoming.]1
  
Art.67/3. [1 Les employeurs qui avant le 1er janvier 2019 bĂ©nĂ©ficient d'une VOP pour l'emploi d'un travailleur atteint d'un handicap Ă  l'emploi habitant en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale, continuent Ă  bĂ©nĂ©ficier de cette intervention. Ces employeurs n'ont plus droit Ă  une augmentation ou Ă  une prolongation de l'intervention en faveur de leurs travailleurs Ă  partir de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]1
  
Art. 68. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2008 met uitzondering van artikel 41, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2008.
Art. 68. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er octobre 2008, Ă  l'exception de l'article 41, qui prend ses effets Ă  partir du 1er avril 2008.
Art. 69. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid en de Beroepsopleiding, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 69. Le ministre flamand, compĂ©tent pour la Politique de l'Emploi et de la Formation professionnelle est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.