Artikel 1. In artikel I 2, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° na de vierde gedachtestreep worden de woorden " Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) " en de woorden " Vlaamse Opera (VLOPERA) " geschrapt;
2° in de vijfde gedachtestreep worden tussen het woord " SERV " en het woord " en " de woorden ", de SAVWGG (de strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid) " ingevoegd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 MEI 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 wat betreft de uitvoering van het sectoraal akkoord 2005-2007 en andere bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-07-2008 en tekstbijwerking tot 17-03-2014)
Titre
23 MAI 2008. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006 aux fins de l'exécution de l'accord sectoriel 2005-2007 et d'autres dispositions (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-07-2008 et mise à jour au 17-03-2014)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (119)
Texte (119)
Article 1. A l'article I 2, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 fixant le statut du personnel des services des autorités flamandes, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° après le quatrième tiret, les mots " Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) " et les mots " Vlaamse Opera (VLOPERA) " sont supprimés;
2° dans le cinquième tiret, les mots ", le SAVWGG (de strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid) " sont insérés entre le mot " SERV " et le mot " et ".
1° après le quatrième tiret, les mots " Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) " et les mots " Vlaamse Opera (VLOPERA) " sont supprimés;
2° dans le cinquième tiret, les mots ", le SAVWGG (de strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid) " sont insérés entre le mot " SERV " et le mot " et ".
Art. 2. In artikel I 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en 19 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor een of meerdere van volgende procedures :
a) horizontale mobiliteit;
b) bevordering van geslaagden voor overgangsexamens;
c) bevordering van geslaagden voor competentieproeven; ";
2° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor een statutaire directeursfunctie via aanwerving of interfederale mobiliteit kan worden ingevuld, moeten de procedures van de interne arbeidsmarkt doorlopen worden. Dit geldt niet voor de invulling van de graad van wetenschappelijk directeur. ";
3° § 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Van elk beleidsdomein wordt 1 % van de betrekkingen uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE) voorbehouden voor personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie in de reguliere of sociale economie. Dit zijn personen in één van volgende situaties :
- personen met een bijstandsveld W2 of W3 toegekend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
- personen met een beslissing van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding dat zij voor onbepaalde duur in aanmerking komen voor toegang tot een beschutte werkplaats of een Vlaamse ondersteuningspremie.
Deze voorbehouden betrekkingen kunnen zowel statutaire betrekkingen, als contractuele betrekkingen van onbepaalde duur zijn.
In afwijking van artikel III 2, 2° worden deze personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie vrijgesteld van de vergelijkende selectie. Het aantal personeelsleden dat geworven wordt zonder deze vergelijkende selectie mag per beleidsdomein maximum 1% bedragen van het totaal aantal betrekkingen uitgedrukt in voltijdse equivalenten (VTE) van het respectieve beleidsdomein.
De lijnmanager van de entiteit waar de betrekking vacant is, beslist in overleg met de selector over de geschiktheid van de kandidaat voor die betrekking. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature, het gewenste profiel, en de mogelijke redelijke aanpassingen. Bij het invullen van de betrekking wordt een integratieprotocol opgemaakt tussen de tewerkstellende entiteit en de dienst Emancipatiezaken. "
4° er wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 7. In afwijking van § 1 en § 2 hebben de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in een continudienst met ploegenwerk, voorrang bij de vervulling van vacatures in dagdienst in hun eigen entiteit via wijziging van dienstaanwijzing. Zij hebben voorrang op de personeelsleden die in aanmerking komen voor herplaatsing. "
1° in § 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor een of meerdere van volgende procedures :
a) horizontale mobiliteit;
b) bevordering van geslaagden voor overgangsexamens;
c) bevordering van geslaagden voor competentieproeven; ";
2° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor een statutaire directeursfunctie via aanwerving of interfederale mobiliteit kan worden ingevuld, moeten de procedures van de interne arbeidsmarkt doorlopen worden. Dit geldt niet voor de invulling van de graad van wetenschappelijk directeur. ";
3° § 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Van elk beleidsdomein wordt 1 % van de betrekkingen uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE) voorbehouden voor personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie in de reguliere of sociale economie. Dit zijn personen in één van volgende situaties :
- personen met een bijstandsveld W2 of W3 toegekend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
- personen met een beslissing van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding dat zij voor onbepaalde duur in aanmerking komen voor toegang tot een beschutte werkplaats of een Vlaamse ondersteuningspremie.
Deze voorbehouden betrekkingen kunnen zowel statutaire betrekkingen, als contractuele betrekkingen van onbepaalde duur zijn.
In afwijking van artikel III 2, 2° worden deze personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie vrijgesteld van de vergelijkende selectie. Het aantal personeelsleden dat geworven wordt zonder deze vergelijkende selectie mag per beleidsdomein maximum 1% bedragen van het totaal aantal betrekkingen uitgedrukt in voltijdse equivalenten (VTE) van het respectieve beleidsdomein.
De lijnmanager van de entiteit waar de betrekking vacant is, beslist in overleg met de selector over de geschiktheid van de kandidaat voor die betrekking. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature, het gewenste profiel, en de mogelijke redelijke aanpassingen. Bij het invullen van de betrekking wordt een integratieprotocol opgemaakt tussen de tewerkstellende entiteit en de dienst Emancipatiezaken. "
4° er wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 7. In afwijking van § 1 en § 2 hebben de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in een continudienst met ploegenwerk, voorrang bij de vervulling van vacatures in dagdienst in hun eigen entiteit via wijziging van dienstaanwijzing. Zij hebben voorrang op de personeelsleden die in aanmerking komen voor herplaatsing. "
Art. 2. A l'article I 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 mars 2007 et 19 juillet 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° par le marché interne de l'emploi, en optant pour une ou plusieurs des procédures suivantes :
a) la mobilité horizontale;
b) la promotion des lauréats des examens de passage;
c) la promotion des lauréats des épreuves des compétence; ";
2° dans le § 1er, il est inséré entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Avant de pouvoir pourvoir à une fonction statutaire de directeur par recrutement ou par mobilité interfédérale, les procédures du marché interne de l'emploi doivent être suivies. Ceci ne vaut pas pour le pourvoi au grade de directeur scientifique. ";
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. De chaque domaine politique, 1 % des emplois est exprimé en équivalents à temps plein (ETP) réservés aux personnes handicapées du travail ayant droit à une subvention du coût salarial de longue durée dans l'économie régulière ou sociale. Il s'agit de personnes dans une des situations suivantes :
- personnes disposant d'un champ d'assistance W2 ou W3, octroyé par la Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
- personnes disposant d'une décision du Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stipulant qu'elles sont éligibles pour une durée indéterminée à l'accès à un atelier protégé ou une prime de soutien flamande.
Ces emplois réservés peuvent être des emplois statutaires ainsi que des emplois contractuels à durée indéterminée.
Par dérogation à l'article III 2, 2°, ces personnes handicapées du travail qui ont droit à une subvention du coût salarial de longue durée, sont exemptées de la sélection comparative. Le nombre de membres du personnel recrutés sans cette sélection comparative peut s'élever par domaine politique à 1% au maximum du nombre total d'emplois exprimés en équivalents à temps plein (ETP) du domaine politique respectif.
Le manager de ligne de l'entité au sein de laquelle l'emploi est vacant, décide en concertation avec le sélecteur de l'aptitude du candidat à cet emploi. La décision motivée tient compte de la description de fonction de la vacance, du profil souhaité et des adaptations raisonnables éventuelles. Lors du pourvoi à l'emploi, un protocole d'intégration est établi entre l'entité employeuse et le service d'Emancipation. "
4° il est ajouté un § 7, rédigé comme suit :
" § 7. Par dérogation aux §§ 1er et 2, les membres du personnel occupés en service continu en équipes, ont priorité lors du pourvoi aux emplois en service de jour dans leur propre entité par changement d'affectation. Ils ont priorité par rapport aux membres du personnel qui entrent en ligne de compte pour une réaffectation. "
1° dans le § 1er, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° par le marché interne de l'emploi, en optant pour une ou plusieurs des procédures suivantes :
a) la mobilité horizontale;
b) la promotion des lauréats des examens de passage;
c) la promotion des lauréats des épreuves des compétence; ";
2° dans le § 1er, il est inséré entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Avant de pouvoir pourvoir à une fonction statutaire de directeur par recrutement ou par mobilité interfédérale, les procédures du marché interne de l'emploi doivent être suivies. Ceci ne vaut pas pour le pourvoi au grade de directeur scientifique. ";
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. De chaque domaine politique, 1 % des emplois est exprimé en équivalents à temps plein (ETP) réservés aux personnes handicapées du travail ayant droit à une subvention du coût salarial de longue durée dans l'économie régulière ou sociale. Il s'agit de personnes dans une des situations suivantes :
- personnes disposant d'un champ d'assistance W2 ou W3, octroyé par la Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
- personnes disposant d'une décision du Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stipulant qu'elles sont éligibles pour une durée indéterminée à l'accès à un atelier protégé ou une prime de soutien flamande.
Ces emplois réservés peuvent être des emplois statutaires ainsi que des emplois contractuels à durée indéterminée.
Par dérogation à l'article III 2, 2°, ces personnes handicapées du travail qui ont droit à une subvention du coût salarial de longue durée, sont exemptées de la sélection comparative. Le nombre de membres du personnel recrutés sans cette sélection comparative peut s'élever par domaine politique à 1% au maximum du nombre total d'emplois exprimés en équivalents à temps plein (ETP) du domaine politique respectif.
Le manager de ligne de l'entité au sein de laquelle l'emploi est vacant, décide en concertation avec le sélecteur de l'aptitude du candidat à cet emploi. La décision motivée tient compte de la description de fonction de la vacance, du profil souhaité et des adaptations raisonnables éventuelles. Lors du pourvoi à l'emploi, un protocole d'intégration est établi entre l'entité employeuse et le service d'Emancipation. "
4° il est ajouté un § 7, rédigé comme suit :
" § 7. Par dérogation aux §§ 1er et 2, les membres du personnel occupés en service continu en équipes, ont priorité lors du pourvoi aux emplois en service de jour dans leur propre entité par changement d'affectation. Ils ont priorité par rapport aux membres du personnel qui entrent en ligne de compte pour une réaffectation. "
Art. 3. In artikel I 5, III 10, III 16, VI 14, VI 25, VI 35, VI 50, VI 51, VI 59 tot en met VI 64, VI 108, VI 112, VI 113, VII 12 en VII 64 van hetzelfde besluit worden de woorden " bekwaamheidsproef " en " bekwaamheidsproeven " telkens vervangen door respectievelijk de woorden " competentieproef " en " competentieproeven ".
Art. 3. Dans les articles I 5, III 10, III 16, VI 14, VI 25, VI 35, VI 50, VI 51, VI 59 à VI 64 inclus, VI 108, VI 112, VI 113, VII 12 et VII 64 du même arrêté, les mots " épreuve des capacités " et " épreuves des capacités " sont chaque fois remplacés par les mots " épreuve des compétences " et " épreuves des compétences ".
Art. 4. In artikel I 5, III 10, VI 35, VI 50 en VI 51 van hetzelfde besluit worden de woorden " loopbaanexamen " en " loopbaanexamens " telkens vervangen door respectievelijk de woorden " overgangsexamen " en " overgangsexamens ".
Art. 4. Dans les articles I 5, III 10, VI 35, VI 50 et VI 51 du même arrêté, les mots " épreuve de carrière " et " épreuves de carrière " sont chaque fois remplacés respectivement par les mots " examen d'accession " et " examens d'accession ".
Art. 5. Artikel I 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article I 18 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 6. In artikel II 2, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " zijn lijnmanager " vervangen door de woorden " een functionele chef ".
Art. 6. Dans l'article II 2, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " son manager de ligne " sont remplacés par les mots " un chef fonctionnel ".
Art. 7. In deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 21ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. III.21ter. Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger begeleidt de selector, vermeld in artikel III 3, § 1, a, laatste lid, zolang hiervoor geen vrije keuze van selector bestaat. "
" Art. III.21ter. Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger begeleidt de selector, vermeld in artikel III 3, § 1, a, laatste lid, zolang hiervoor geen vrije keuze van selector bestaat. "
Art. 7. A la partie III, chapitre 5, du même arrêté, il est ajouté un article III 21ter, rédigé comme suit :
" Art. III.21ter. Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause accompagne le sélecteur, visé à l'article III 3, § 1er, a, dernier alinéa, aussi longtemps qu'il n'existe pas de choix libre du sélecteur à cet effet. "
" Art. III.21ter. Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause accompagne le sélecteur, visé à l'article III 3, § 1er, a, dernier alinéa, aussi longtemps qu'il n'existe pas de choix libre du sélecteur à cet effet. "
Art. 8. In artikel III 22, 3°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de datum " 1 januari 2009 " vervangen door de datum " 1 januari 2010 ".
Art. 8. Dans l'article III 22, 3°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, la date du " 1er janvier 2009 " est remplacée par la date du " 1er janvier 2010 ".
Art. 9. Artikel III 26 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven..
Art. 9. L'article III 26 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 10. Artikel IV 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. IV.6. Alle personeelsleden of personen onder wiens functioneel gezag het te evalueren personeelslid prestaties heeft verricht, kunnen gunstige of ongunstige feiten met betrekking tot het presteren van het personeelslid vaststellen.
Als ongunstige feiten worden vastgesteld, wordt daarover hetzij een persoonlijke nota opgesteld, hetzij een functioneringsgesprek gevoerd. Het te evalueren personeelslid kan opmerkingen toevoegen aan de persoonlijke nota of het verslag van het functioneringsgesprek. "
" Art. IV.6. Alle personeelsleden of personen onder wiens functioneel gezag het te evalueren personeelslid prestaties heeft verricht, kunnen gunstige of ongunstige feiten met betrekking tot het presteren van het personeelslid vaststellen.
Als ongunstige feiten worden vastgesteld, wordt daarover hetzij een persoonlijke nota opgesteld, hetzij een functioneringsgesprek gevoerd. Het te evalueren personeelslid kan opmerkingen toevoegen aan de persoonlijke nota of het verslag van het functioneringsgesprek. "
Art. 10. L'article IV 6 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. IV.6. Tous les membres du personnel ou personnes sous l'autorité fonctionnelle desquels le membre du personnel à évaluer a fourni des prestations, peuvent constater des faits favorables ou défavorables quant à la performance du membre du personnel.
En cas de constatation de faits défavorables, soit une fiche personnelle est rédigée à ce sujet, soit un entretien de fonctionnement est tenu. Le membre du personnel à évaluer peut ajouter des remarques à la fiche personnelle ou au rapport de l'entretien de fonctionnement. "
" Art. IV.6. Tous les membres du personnel ou personnes sous l'autorité fonctionnelle desquels le membre du personnel à évaluer a fourni des prestations, peuvent constater des faits favorables ou défavorables quant à la performance du membre du personnel.
En cas de constatation de faits défavorables, soit une fiche personnelle est rédigée à ce sujet, soit un entretien de fonctionnement est tenu. Le membre du personnel à évaluer peut ajouter des remarques à la fiche personnelle ou au rapport de l'entretien de fonctionnement. "
Art. 11. In artikel IV 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
" De instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing, kan de evaluatie " onvoldoende " al dan niet behouden, of kan de evaluatie " onvoldoende " vervangen door een loopbaanvertraging. ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Als de raad van beroep unaniem beslist dat de " onvoldoende " ongegrond is, kan hij aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om de evaluatie " onvoldoende " te vervangen door de toekenning van een loopbaanvertraging. "
1° aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
" De instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing, kan de evaluatie " onvoldoende " al dan niet behouden, of kan de evaluatie " onvoldoende " vervangen door een loopbaanvertraging. ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Als de raad van beroep unaniem beslist dat de " onvoldoende " ongegrond is, kan hij aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om de evaluatie " onvoldoende " te vervangen door de toekenning van een loopbaanvertraging. "
Art. 11. A l'article IV 8 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 3 est complété par la phrase suivante :
" L'instance habilitée à prendre la décision définitive, peut maintenir ou non l'évaluation " insuffisant " ou peut remplacer l'évaluation " insuffisant " par un ralentissement de carrière. ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Si la chambre de recours décide à l'unanimité que l' " insuffisant " est non fondé, elle peut ensuite statuer à l'unanimité des voix de remplacer l'évaluation " insuffisant " par l'octroi d'un ralentissement de carrière. "
1° le § 3 est complété par la phrase suivante :
" L'instance habilitée à prendre la décision définitive, peut maintenir ou non l'évaluation " insuffisant " ou peut remplacer l'évaluation " insuffisant " par un ralentissement de carrière. ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Si la chambre de recours décide à l'unanimité que l' " insuffisant " est non fondé, elle peut ensuite statuer à l'unanimité des voix de remplacer l'évaluation " insuffisant " par l'octroi d'un ralentissement de carrière. "
Art. 12. In artikel V 5, V 20 en V36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " nuttige professionele ervaring " vervangen door de woorden " relevante beroepservaring ".
Art. 12. Dans les articles V 5, V 20 et V 36, du même arrêté, modifiés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " expérience professionnelle utile " sont remplacés par les mots " expérience professionnelle pertinente ".
Art. 13. In artikel V 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " indienstnemende overheid " vervangen door de woorden " benoemende overheid ".
Art. 13. Dans l'article V 36 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " autorité de recrutement " sont remplacés par les mots " autorité ayant compétence de nomination ".
Art. 14. In artikel V 37, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " eventueel " geschrapt.
Art. 14. Dans l'article V 37, alinéa deux, du même arrêté, le mot " éventuellement " est supprimé.
Art. 15. In artikel V 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt het derde lid opgeheven;
2° in § 2, tweede lid, worden tussen de woorden " een " en " externe " de woorden " door Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger georganiseerde " ingevoegd.
1° in § 1 wordt het derde lid opgeheven;
2° in § 2, tweede lid, worden tussen de woorden " een " en " externe " de woorden " door Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger georganiseerde " ingevoegd.
Art. 15. A l'article V 38 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, l'alinéa trois est abrogé;
2° au § 2, alinéa deux, les mots ", organisée par Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause " sont insérés après les mots " appréciation externe du personnel ".
1° au § 1er, l'alinéa trois est abrogé;
2° au § 2, alinéa deux, les mots ", organisée par Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause " sont insérés après les mots " appréciation externe du personnel ".
Art. 18. In artikel V 47 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Voor de middenkaderfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende."
" Voor de middenkaderfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende."
Art. 18. Dans l'article V 47 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Pour les fonctions du cadre moyen, tant les résultats positifs de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, subie pour les fonctions du cadre moyen, que l'aptitude à l'exercice d'une fonction N ou d'une fonction de directeur général, donnent droit, pendant sept ans après la cessation du mandat ou de la nomination, ou à partir de la date de l'appréciation externe du potentiel, de l'évaluation finale des compétences génériques ou de l'aptitude en cas de non-affectation ou de non-nomination du lauréat, à l'exemption de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, sauf en cas d'un insuffisant. "
" Pour les fonctions du cadre moyen, tant les résultats positifs de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, subie pour les fonctions du cadre moyen, que l'aptitude à l'exercice d'une fonction N ou d'une fonction de directeur général, donnent droit, pendant sept ans après la cessation du mandat ou de la nomination, ou à partir de la date de l'appréciation externe du potentiel, de l'évaluation finale des compétences génériques ou de l'aptitude en cas de non-affectation ou de non-nomination du lauréat, à l'exemption de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, sauf en cas d'un insuffisant. "
Art. 19. In artikel V 55, § 2, van hetzelfde statuut, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " die werd toegekend op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit " vervangen door de woorden " die van toepassing is op de datum voorafgaand aan die van de aanstelling ".
Art. 19. Dans l'article V 55, § 2, du même statut, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " qui a été attribué à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté " sont remplacés par les mots " qui s'applique à la date précédant la date de l'affectation ".
Art. 20. In artikel VI 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " zonder examen of bekwaamheidsproef " vervangen door de woorden " binnen het niveau ".
Art. 20. Dans l'article VI 1, alinéa deux, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " sans examen ou épreuve des capacités " sont remplacés par les mots " dans le même niveau ".
Art. 21. Artikel VI 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.2. Aan het slagen voor een test van de generieke competenties voor een bepaalde graad die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde graad.
Aan het slagen voor een test van de functiespecifieke competenties voor een welbepaalde functie die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde functie. "
" Art. VI.2. Aan het slagen voor een test van de generieke competenties voor een bepaalde graad die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde graad.
Aan het slagen voor een test van de functiespecifieke competenties voor een welbepaalde functie die afgenomen is onder de vorm van een externe potentieelinschatting is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde functie. "
Art. 21. L'article VI 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.2. La réussite d'une épreuve des compétences génériques pour un grade déterminé, subie sous forme d'une appréciation externe du potentiel, est liée à une durée de validité de 7 ans, période dans laquelle le fonctionnaire est exempté de participation à des épreuves similaires pour un même grade.
La réussite d'une épreuve des compétences spécifiques à une fonction déterminée, subie sous forme d'une appréciation externe du potentiel, est liée à une durée de validité de 7 ans, période dans laquelle le fonctionnaire est exempté de participation à des épreuves similaires pour une même fonction.
" Art. VI.2. La réussite d'une épreuve des compétences génériques pour un grade déterminé, subie sous forme d'une appréciation externe du potentiel, est liée à une durée de validité de 7 ans, période dans laquelle le fonctionnaire est exempté de participation à des épreuves similaires pour un même grade.
La réussite d'une épreuve des compétences spécifiques à une fonction déterminée, subie sous forme d'une appréciation externe du potentiel, est liée à une durée de validité de 7 ans, période dans laquelle le fonctionnaire est exempté de participation à des épreuves similaires pour une même fonction.
Art. 22. In deel VI, titel 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een artikel VI 3bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. VI.3bis. Directeursfuncties zijn leidinggevende functies van N-2 niveau die behoren tot rang A2.
Voor de directeursfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de test generieke competenties voor een directeursfunctie, behalve bij een onvoldoende. "
" Art. VI.3bis. Directeursfuncties zijn leidinggevende functies van N-2 niveau die behoren tot rang A2.
Voor de directeursfuncties geven zowel de positieve resultaten van de externe potentieelinschatting of van de eindbeoordeling van de generieke competenties afgelegd voor de middenkaderfuncties, als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur, gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de externe potentieelinschatting, de eindbeoordeling van de generieke competenties of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd, recht op vrijstelling van de externe potentieelinschatting of van de test generieke competenties voor een directeursfunctie, behalve bij een onvoldoende. "
Art. 22. Dans la partie VI, titre 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, il est inséré un article VI 3bis, rédigé comme suit :
" Art. VI.3bis. Les fonctions de directeur sont des fonctions dirigeantes du niveau N-2 relevant du rang A2.
" Pour les fonctions de directeur, tant les résultats positifs de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, subie pour les fonctions du cadre moyen, que l'aptitude à l'exercice d'une fonction N ou d'une fonction de directeur général, donnent droit, pendant sept ans après la cessation du mandat ou de la nomination, ou à partir de la date de l'appréciation externe du potentiel, de l'évaluation finale des compétences génériques ou de l'aptitude en cas de non-affectation ou de non-nomination du lauréat, à l'exemption de l'appréciation externe du potentiel ou de l'épreuve des compétences génériques pour une fonction de directeur, sauf en cas d'un insuffisant. "
" Art. VI.3bis. Les fonctions de directeur sont des fonctions dirigeantes du niveau N-2 relevant du rang A2.
" Pour les fonctions de directeur, tant les résultats positifs de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques, subie pour les fonctions du cadre moyen, que l'aptitude à l'exercice d'une fonction N ou d'une fonction de directeur général, donnent droit, pendant sept ans après la cessation du mandat ou de la nomination, ou à partir de la date de l'appréciation externe du potentiel, de l'évaluation finale des compétences génériques ou de l'aptitude en cas de non-affectation ou de non-nomination du lauréat, à l'exemption de l'appréciation externe du potentiel ou de l'épreuve des compétences génériques pour une fonction de directeur, sauf en cas d'un insuffisant. "
Art. 23. In artikel VI 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het getal " 15 " vervangen door het getal " 16 ".
Art. 23. Dans l'article VI 5 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le nombre " 15 " est remplacé par le nombre " 16 ".
Art. 24. Artikel VI 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.6. De rang situeert een graad binnen zijn niveau. De graad is de titel die de ambtenaar in een rang situeert.
Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.
De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen :
1° niveau A : zeven rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L en A3;
2° niveau B : drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;
3° niveau C : drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;
4° niveau D : drie rangen, genummerd D1, D2 en D3.
Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt.
Binnen niveau A is :
1° rang A2L hoger dan rang A2A
2° rang A2A hoger dan rang A2E
3° rang A2E hoger dan rang A2M
4° rang A2M hoger dan rang A2. "
" Art. VI.6. De rang situeert een graad binnen zijn niveau. De graad is de titel die de ambtenaar in een rang situeert.
Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.
De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen :
1° niveau A : zeven rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L en A3;
2° niveau B : drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;
3° niveau C : drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;
4° niveau D : drie rangen, genummerd D1, D2 en D3.
Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt.
Binnen niveau A is :
1° rang A2L hoger dan rang A2A
2° rang A2A hoger dan rang A2E
3° rang A2E hoger dan rang A2M
4° rang A2M hoger dan rang A2. "
Art. 24. L'article VI 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.6. Le rang situe un grade dans son niveau. Le grade est le titre qui situe le fonctionnaire dans un rang.
Chaque rang est indiqué par une lettre et un chiffre. La lettre indique le niveau, le chiffre situe le rang dans son niveau.
Les quatre niveaux comprennent les rangs suivants :
1° niveau A : sept rangs, portant les numéros A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L et A3;
2° niveau B : trois rangs, portant les numéros B1, B2 et B3;
3° niveau C : trois rangs, portant les numéros C1, C2 et C3;
4° niveau D : trois rangs, portant les numéros D1, D2 et D3.
A l'intérieur de chaque niveau, les rangs sont numérotés selon leur place dans la hiérarchie, le plus haut chiffre étant attribué au plus haut rang.
A l'intérieur du niveau A :
1° le rang A2L est supérieur au rang A2A
2° le rang A2A est supérieur au rang A2E
3° le rang A2E est supérieur au rang A2M
4° le rang A2M est supérieur au rang A2. "
" Art. VI.6. Le rang situe un grade dans son niveau. Le grade est le titre qui situe le fonctionnaire dans un rang.
Chaque rang est indiqué par une lettre et un chiffre. La lettre indique le niveau, le chiffre situe le rang dans son niveau.
Les quatre niveaux comprennent les rangs suivants :
1° niveau A : sept rangs, portant les numéros A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L et A3;
2° niveau B : trois rangs, portant les numéros B1, B2 et B3;
3° niveau C : trois rangs, portant les numéros C1, C2 et C3;
4° niveau D : trois rangs, portant les numéros D1, D2 et D3.
A l'intérieur de chaque niveau, les rangs sont numérotés selon leur place dans la hiérarchie, le plus haut chiffre étant attribué au plus haut rang.
A l'intérieur du niveau A :
1° le rang A2L est supérieur au rang A2A
2° le rang A2A est supérieur au rang A2E
3° le rang A2E est supérieur au rang A2M
4° le rang A2M est supérieur au rang A2. "
Art. 25. In artikel VI 18, § 1, 2° hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " naar een betrekking " vervangen door de woorden " naar een andere betrekking ".
Art. 25. Dans l'article VI 18, § 1er, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " à un emploi " sont remplacés par les mots " à un autre emploi ".
Art. 26. Aan artikel VI 26 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, tweede lid, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad. "
2° er worden een § 3, § 4 en § 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. In afwijking van artikel VI 18 kan de ambtenaar worden overgeplaatst naar een betrekking van een graad van een lagere rang.
De ambtenaar wordt benoemd in die nieuwe graad en, in afwijking van artikel VI 25, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad.
§ 4. In afwijking van § 3, tweede lid, wordt de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een betrekking van dezelfde graad en rang als die welke hij had vóór zijn benoeming in zijn huidige graad, ingeschaald op dezelfde trap van de functionele loopbaan als die welke hij had op het moment van zijn benoeming in zijn huidige graad.
§ 5. In afwijking van artikel VI 18 kan het contractuele personeelslid overgeplaatst worden naar een betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang dan die van de (begin)salarisschaal van de betrekking waaruit de overplaatsing gebeurt.
Het contractuele personeelslid krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de nieuwe betrekking. De totaliteit van de prestaties in de vorige betrekking telt mee voor de bepaling van het salaris of de salarisschaal in de nieuwe betrekking. "
1° in § 1, tweede lid, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad. "
2° er worden een § 3, § 4 en § 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. In afwijking van artikel VI 18 kan de ambtenaar worden overgeplaatst naar een betrekking van een graad van een lagere rang.
De ambtenaar wordt benoemd in die nieuwe graad en, in afwijking van artikel VI 25, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad.
§ 4. In afwijking van § 3, tweede lid, wordt de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een betrekking van dezelfde graad en rang als die welke hij had vóór zijn benoeming in zijn huidige graad, ingeschaald op dezelfde trap van de functionele loopbaan als die welke hij had op het moment van zijn benoeming in zijn huidige graad.
§ 5. In afwijking van artikel VI 18 kan het contractuele personeelslid overgeplaatst worden naar een betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang dan die van de (begin)salarisschaal van de betrekking waaruit de overplaatsing gebeurt.
Het contractuele personeelslid krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de nieuwe betrekking. De totaliteit van de prestaties in de vorige betrekking telt mee voor de bepaling van het salaris of de salarisschaal in de nieuwe betrekking. "
Art. 26. A l'article VI 26 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa deux, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Il conserve l'ancienneté barémique acquise au dernier degré. "
2° il est ajouté un § 3, un § 4 et un § 5, rédigés comme suit :
" § 3. Par dérogation à l'article VI 18, le fonctionnaire peut être transféré à un emploi d'un grade d'un rang inférieur.
Le fonctionnaire est nommé dans ce nouveau grade et, par dérogation à l'article VI 25, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté barémique acquise au dernier degré.
§ 4. Par dérogation au § 3, alinéa deux, le fonctionnaire qui est transféré à un emploi du même grade et rang dont il était investi avant sa nomination dans son grade actuel, est inséré dans le même échelon de la carrière fonctionnelle dont il était investi au moment de sa nomination dans son grade actuel.
§ 5. Par dérogation à l'article VI 18, un membre du personnel contractuel peut être transféré à un emploi dont l'échelle de traitement unique ou la plus élevée correspond à un rang inférieur au rang de l'échelle de traitement (initiale) de l'emploi à partir duquel le transfert a lieu.
Le membre du personnel contractuel reçoit un contrat de travail avec l'échelle de traitement ou la carrière pécuniaire reliée au nouvel emploi. La totalité des prestations dans l'emploi précédent entre en ligne de compte pour la fixation du traitement ou de l'échelle de traitement dans le nouvel emploi ".
1° au § 1er, alinéa deux, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Il conserve l'ancienneté barémique acquise au dernier degré. "
2° il est ajouté un § 3, un § 4 et un § 5, rédigés comme suit :
" § 3. Par dérogation à l'article VI 18, le fonctionnaire peut être transféré à un emploi d'un grade d'un rang inférieur.
Le fonctionnaire est nommé dans ce nouveau grade et, par dérogation à l'article VI 25, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté barémique acquise au dernier degré.
§ 4. Par dérogation au § 3, alinéa deux, le fonctionnaire qui est transféré à un emploi du même grade et rang dont il était investi avant sa nomination dans son grade actuel, est inséré dans le même échelon de la carrière fonctionnelle dont il était investi au moment de sa nomination dans son grade actuel.
§ 5. Par dérogation à l'article VI 18, un membre du personnel contractuel peut être transféré à un emploi dont l'échelle de traitement unique ou la plus élevée correspond à un rang inférieur au rang de l'échelle de traitement (initiale) de l'emploi à partir duquel le transfert a lieu.
Le membre du personnel contractuel reçoit un contrat de travail avec l'échelle de traitement ou la carrière pécuniaire reliée au nouvel emploi. La totalité des prestations dans l'emploi précédent entre en ligne de compte pour la fixation du traitement ou de l'échelle de traitement dans le nouvel emploi ".
Art. 27. Artikel VI 28 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.28. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgen een preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator die worden overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin zij vastbenoemd zijn.
Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt. "
" Art. VI.28. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgen een preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator die worden overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin zij vastbenoemd zijn.
Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur of preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt. "
Art. 27. L'article VI 28 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.28. Par dérogation à l'article VI 18, un conseiller en prévention ou un conseiller en prévention-coordinateur qui sont transférés d'une autre entité ou d'un autre conseil ou établissement, obtiennent également le grade dans lequel ils sont nommés à titre définitif.
L'arrêté de transfert mentionne le délai dans lequel le conseiller en prévention ou le conseiller en prévention-coordinateur assume sa nouvelle fonction. "
" Art. VI.28. Par dérogation à l'article VI 18, un conseiller en prévention ou un conseiller en prévention-coordinateur qui sont transférés d'une autre entité ou d'un autre conseil ou établissement, obtiennent également le grade dans lequel ils sont nommés à titre définitif.
L'arrêté de transfert mentionne le délai dans lequel le conseiller en prévention ou le conseiller en prévention-coordinateur assume sa nouvelle fonction. "
Art. 28. Artikel VI 30 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 28. L'article VI 30 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 29. Aan artikel VI 30ter, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007, worden de volgende woorden toegevoegd : " en het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ";
Art. 29. A l'article VI 30ter, § 2, 1°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007, les mots suivants sont ajoutés : " et l'Institut belge des Postes et des Télécommunication ";
Art. 30. In artikel VI 30quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° de voorwaarden vervullen zoals vermeld in artikel III 1; ".
" 2° de voorwaarden vervullen zoals vermeld in artikel III 1; ".
Art. 30. Dans l'article VI 30quater du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° répondre aux conditions telles que visées à l'article III 1; ".
" 2° répondre aux conditions telles que visées à l'article III 1; ".
Art. 31. In artikel VI 32 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 31. Dans l'article VI 32 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, l'alinéa trois est abrogé.
Art. 32. In artikel VI 33 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden in het eerste lid de woorden " rang A2 en lager " vervangen door de woorden " rang A2E en rang A2 en lager ".
Art. 32. Dans l'article VI 33 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, à l'alinéa premier, les mots " du rang A2 et inférieur " sont remplacés par les mots " du rang A2E et du rang A2 et inférieur ".
Art. 33. In deel VI, titel 5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt hoofdstuk 2 dat bestaat uit artikel VI 38 tot en met VI 43 vervangen door wat volgt :
" Hoofdstuk 2. Bevordering binnen het niveau
Art. VI.38. De bevordering door verhoging in graad binnen het niveau wordt verleend na het slagen voor een competentieproef.
Om zich kandidaat te stellen voor een bevordering door verhoging in graad binnen het niveau mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een " onvoldoende ".
Voor de berekening van de " relevante beroepservaring " vermeld in dit hoofdstuk, worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
Art. VI.39. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring of schaalanciënniteit in één of meer salarisschalen in de betrokken graad kan worden bevorderd tot respectievelijk :
1° een leidinggevende functie in een graad van de rang B2, C2 en D2
2° of een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).
§ 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 kan worden bevorderd tot respectievelijk een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).
§ 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring, kan worden bevorderd :
1° tot de graad van directeur;
2° van de graad van arts tot de graad van directeur-arts;
3° van de graad van informaticus tot de graad van directeur-informaticus;
4° van de graad van loods tot de graad van nautisch directeur;
5° van de graad van ingenieur tot de graad van directeur-ingenieur;
6° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van wetenschappelijk directeur;
7° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van directeur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.
§ 4. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn generieke en functiespecifieke competenties getest worden.
De generieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste generieke competenties.
§ 5. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de generieke competenties.
Als een kandidaat zich benadeeld voelt, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 6. De lijnmanager beslist welke kandidaten voldoen aan de generieke competenties.
De kandidaten die over de generieke competenties beschikken, worden toegelaten tot de functiespecifieke selectie.
De functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een selectiegesprek ten aanzien van een jury.
Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert vervolgens aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.
Voor de bevordering tot wetenschappelijk directeur wordt voor de beoordeling van de functiespecifieke competenties het managementorgaan uitgebreid met ten minste twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die mee beslissen.
§ 7. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de functiespecifieke competenties.
Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 8. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.
Art. VI.40. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan bevorderd worden tot een inhoudelijke functie in een graad van respectievelijk de rang B2, C2 en D2.
De ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).
§ 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 en die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).
§ 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd :
1° tot de graad van adviseur;
2° van de graad van arts tot de graad van adviseur-arts;
3° van de graad van informaticus tot de graad van adviseur-informaticus;
4° van de graad van ingenieur tot de graad van adviseur-ingenieur;
5° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van adviseur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.
§ 4. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).
De ambtenaar van rang A2 of rang A2M die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).
§ 5. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn functiespecifieke competenties getest worden.
Deze functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Daarnaast moeten de kandidaten in een selectiegesprek hun expertise voorstellen ten aanzien van een jury waarin een externe expert zitting kan hebben.
Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.
De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 6. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.
Art. VI.41. In afwijking van artikel VI 39 en VI 40 kan een ambtenaar die benoemd is in de graad van scheepstechnicus (C1), motorist (D1) of schipper (D1) en die beschikt over twee jaar relevante beroepservaring of graadanciënniteit, bevorderd worden tot respectievelijk een graad van hoofdscheepstechnicus (C2), hoofdmotorist (D2) en hoofdschipper (D2).
Hij moet daarvoor slagen voor een vergelijkende competentieproef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden. "
" Hoofdstuk 2. Bevordering binnen het niveau
Art. VI.38. De bevordering door verhoging in graad binnen het niveau wordt verleend na het slagen voor een competentieproef.
Om zich kandidaat te stellen voor een bevordering door verhoging in graad binnen het niveau mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een " onvoldoende ".
Voor de berekening van de " relevante beroepservaring " vermeld in dit hoofdstuk, worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
Art. VI.39. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring of schaalanciënniteit in één of meer salarisschalen in de betrokken graad kan worden bevorderd tot respectievelijk :
1° een leidinggevende functie in een graad van de rang B2, C2 en D2
2° of een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).
§ 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 kan worden bevorderd tot respectievelijk een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).
§ 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring, kan worden bevorderd :
1° tot de graad van directeur;
2° van de graad van arts tot de graad van directeur-arts;
3° van de graad van informaticus tot de graad van directeur-informaticus;
4° van de graad van loods tot de graad van nautisch directeur;
5° van de graad van ingenieur tot de graad van directeur-ingenieur;
6° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van wetenschappelijk directeur;
7° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van directeur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.
§ 4. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn generieke en functiespecifieke competenties getest worden.
De generieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste generieke competenties.
§ 5. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de generieke competenties.
Als een kandidaat zich benadeeld voelt, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 6. De lijnmanager beslist welke kandidaten voldoen aan de generieke competenties.
De kandidaten die over de generieke competenties beschikken, worden toegelaten tot de functiespecifieke selectie.
De functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een selectiegesprek ten aanzien van een jury.
Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert vervolgens aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.
Voor de bevordering tot wetenschappelijk directeur wordt voor de beoordeling van de functiespecifieke competenties het managementorgaan uitgebreid met ten minste twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die mee beslissen.
§ 7. De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling over de functiespecifieke competenties.
Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 8. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.
Art. VI.40. § 1. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan bevorderd worden tot een inhoudelijke functie in een graad van respectievelijk de rang B2, C2 en D2.
De ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B1, C1 en D1 en die over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).
§ 2. Een ambtenaar die benoemd is in een graad van de rang B2, C2 en D2 en die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).
§ 3. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd :
1° tot de graad van adviseur;
2° van de graad van arts tot de graad van adviseur-arts;
3° van de graad van informaticus tot de graad van adviseur-informaticus;
4° van de graad van ingenieur tot de graad van adviseur-ingenieur;
5° van de graad van wetenschappelijk attaché tot de graad van adviseur-ingenieur, indien hij in het bezit is van een diploma dat toegang geeft tot de graad van ingenieur.
§ 4. Een ambtenaar van rang A1 die beschikt over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).
De ambtenaar van rang A2 of rang A2M die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan worden bevorderd tot een graad van senior adviseur (A2E).
§ 5. Om te bevorderen overeenkomstig dit artikel moet de ambtenaar slagen voor een proef waarbij zijn functiespecifieke competenties getest worden.
Deze functiespecifieke competenties worden beoordeeld op basis van een interne potentieelinschatting door de lijnmanager, eventueel aangevuld met een externe potentieelinschatting. Daarnaast moeten de kandidaten in een selectiegesprek hun expertise voorstellen ten aanzien van een jury waarin een externe expert zitting kan hebben.
Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling adviseert aan de lijnmanager wie van de kandidaten voldoet aan de vereiste functiespecifieke competenties.
De kandidaten worden in kennis gesteld van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
Als een kandidaat zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling.
§ 6. De lijnmanager kiest de meest geschikte kandidaat en kent de bevordering toe.
Art. VI.41. In afwijking van artikel VI 39 en VI 40 kan een ambtenaar die benoemd is in de graad van scheepstechnicus (C1), motorist (D1) of schipper (D1) en die beschikt over twee jaar relevante beroepservaring of graadanciënniteit, bevorderd worden tot respectievelijk een graad van hoofdscheepstechnicus (C2), hoofdmotorist (D2) en hoofdschipper (D2).
Hij moet daarvoor slagen voor een vergelijkende competentieproef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden. "
Art. 33. Dans la partie VI, titre 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le chapitre 2 comprenant les articles VI 38 à VI 43, est remplacé parles dispositions suivantes :
" Chapitre 2. Promotion à l'intérieur du même niveau
Art. VI.38. La promotion par avancement de grade dans le même niveau est accordée après la réussite d'une épreuve des compétences.
Afin de pouvoir se porter candidat pour une promotion par avancement de grade dans le même niveau, le fonctionnaire ne peut avoir reçu la mention " insuffisant " dans la conclusion de son évaluation fonctionnelle.
Pour le calcul de " l'expérience professionnelle pertinente " visée au présent chapitre, les prestations à temps partiel sont considérées comme des prestations à temps plein.
Art. VI.39. § 1er. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente ou d'ancienneté barémique dans une ou plusieurs échelles de traitement dans le grade concerné, peut être promu respectivement à :
1° une fonction dirigeante dans un grade du rang B2, C2 et D2
2° un grade de spécialiste en chef dirigeant (B3), collaborateur en chef dirigeant (C3) et assistant en chef dirigeant (D3).
§ 2. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B2, C2 et D2 peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef dirigeant (B3), collaborateur en chef dirigeant (C3) et assistant en chef dirigeant (D3).
§ 3. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente, peut être promu :
1° au grade de directeur;
2° du grade de médecin au grade de directeur-médecin;
3° du grade d'informaticien au grade de directeur-informaticien;
4° du grade de pilote au grade de directeur nautique;
5° du grade d'ingénieur au grade de directeur-ingénieur;
6° du grade d'attaché scientifique au grade de directeur scientifique;
7° du grade d'attaché scientifique au grade de directeur-ingénieur, s'il est titulaire d'un diplôme donnant accès au grade d'ingénieur.
§ 4. Pour être promu conformément au présent article, le fonctionnaire doit réussir une épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction.
Les compétences génériques sont évaluées sur la base d'une appréciation interne par le manager de ligne, éventuellement complétée par une appréciation externe du potentiel. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences génériques requises.
§ 5. L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement en ce qui concerne les compétences génériques est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 6. Le manager de ligne décide quels candidats disposent des compétences génériques requises.
Les candidats qui disposent des compétences génériques, sont admis à la sélection spécifique à la fonction.
Les compétences spécifiques à la fonction sont évaluées sur la base d'un entretien de sélection avec un jury.
L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille ensuite le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences spécifiques à la fonction requises.
Pour la promotion au grade de directeur scientifique, l'organe de management est complété d'au moins deux scientifiques éminents de la discipline en question, qui participent aux décisions, en vue de l'évaluation des compétences spécifiques à la fonction.
§ 7. L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement en ce qui concerne les compétences spécifiques à la fonction est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 8. Le manager de ligne choisit le candidat le plus apte et accorde la promotion.
Art. VI.40. § 1er. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à une fonction de fond dans un grade respectivement du rang B2, C2 et D2.
Le fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de douze ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef senior (B3), collaborateur en chef senior (C3) et assistant en chef senior (D3).
§ 2. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B2, C2 et D2 qui dispose de huit ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef senior (B3), collaborateur en chef senior (C3) et assistant en chef senior (D3).
§ 3. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu :
1° au grade de conseiller;
2° du grade de médecin au grade de conseiller-médecin;
3° du grade d'informaticien au grade de conseiller-informaticien;
4° du grade d'ingénieur au grade de conseiller-ingénieur;
5° du grade d'attaché scientifique au grade de conseiller-ingénieur, s'il est titulaire d'un diplôme donnant accès au grade d'ingénieur.
§ 4. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de douze ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à un grade de conseiller senior (A2E).
Le fonctionnaire du rang A2 ou du rang A2M qui dispose de huit ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à un grade de conseiller senior (A2E).
§ 5. Pour être promu conformément au présent article, le fonctionnaire doit réussir une épreuve des compétences spécifiques à la fonction.
Ces compétences spécifiques à la fonction sont évaluées sur la base d'une appréciation interne par le manager de ligne, éventuellement complétée par une appréciation externe du potentiel. En outre, les candidats doivent présenter leur expertise au cours d'un entretien de sélection avec un jury auquel peut siéger un expert externe.
L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences spécifiques à la fonction requises.
L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 6. Le manager de ligne choisit le candidat le plus apte et accorde la promotion.
Art. VI.41. Par dérogation aux articles VI 39 et VI 40, un fonctionnaire nommé dans le grade de technicien naval (C1), motoriste (D1) ou patron (D1) qui dispose de deux ans d'expérience professionnelle pertinente ou d'ancienneté de grade, peut être promu respectivement à un grade de technicien naval en chef (C2), motoriste en chef (D2) et patron en chef (D2).
A cet effet, il doit réussir une épreuve comparative des compétences spécifiques à la fonction. "
" Chapitre 2. Promotion à l'intérieur du même niveau
Art. VI.38. La promotion par avancement de grade dans le même niveau est accordée après la réussite d'une épreuve des compétences.
Afin de pouvoir se porter candidat pour une promotion par avancement de grade dans le même niveau, le fonctionnaire ne peut avoir reçu la mention " insuffisant " dans la conclusion de son évaluation fonctionnelle.
Pour le calcul de " l'expérience professionnelle pertinente " visée au présent chapitre, les prestations à temps partiel sont considérées comme des prestations à temps plein.
Art. VI.39. § 1er. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente ou d'ancienneté barémique dans une ou plusieurs échelles de traitement dans le grade concerné, peut être promu respectivement à :
1° une fonction dirigeante dans un grade du rang B2, C2 et D2
2° un grade de spécialiste en chef dirigeant (B3), collaborateur en chef dirigeant (C3) et assistant en chef dirigeant (D3).
§ 2. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B2, C2 et D2 peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef dirigeant (B3), collaborateur en chef dirigeant (C3) et assistant en chef dirigeant (D3).
§ 3. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente, peut être promu :
1° au grade de directeur;
2° du grade de médecin au grade de directeur-médecin;
3° du grade d'informaticien au grade de directeur-informaticien;
4° du grade de pilote au grade de directeur nautique;
5° du grade d'ingénieur au grade de directeur-ingénieur;
6° du grade d'attaché scientifique au grade de directeur scientifique;
7° du grade d'attaché scientifique au grade de directeur-ingénieur, s'il est titulaire d'un diplôme donnant accès au grade d'ingénieur.
§ 4. Pour être promu conformément au présent article, le fonctionnaire doit réussir une épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction.
Les compétences génériques sont évaluées sur la base d'une appréciation interne par le manager de ligne, éventuellement complétée par une appréciation externe du potentiel. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences génériques requises.
§ 5. L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement en ce qui concerne les compétences génériques est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 6. Le manager de ligne décide quels candidats disposent des compétences génériques requises.
Les candidats qui disposent des compétences génériques, sont admis à la sélection spécifique à la fonction.
Les compétences spécifiques à la fonction sont évaluées sur la base d'un entretien de sélection avec un jury.
L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille ensuite le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences spécifiques à la fonction requises.
Pour la promotion au grade de directeur scientifique, l'organe de management est complété d'au moins deux scientifiques éminents de la discipline en question, qui participent aux décisions, en vue de l'évaluation des compétences spécifiques à la fonction.
§ 7. L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement en ce qui concerne les compétences spécifiques à la fonction est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 8. Le manager de ligne choisit le candidat le plus apte et accorde la promotion.
Art. VI.40. § 1er. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à une fonction de fond dans un grade respectivement du rang B2, C2 et D2.
Le fonctionnaire nommé dans un grade du rang B1, C1 et D1 qui dispose de douze ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef senior (B3), collaborateur en chef senior (C3) et assistant en chef senior (D3).
§ 2. Un fonctionnaire nommé dans un grade du rang B2, C2 et D2 qui dispose de huit ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu respectivement à un grade de spécialiste en chef senior (B3), collaborateur en chef senior (C3) et assistant en chef senior (D3).
§ 3. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de six ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu :
1° au grade de conseiller;
2° du grade de médecin au grade de conseiller-médecin;
3° du grade d'informaticien au grade de conseiller-informaticien;
4° du grade d'ingénieur au grade de conseiller-ingénieur;
5° du grade d'attaché scientifique au grade de conseiller-ingénieur, s'il est titulaire d'un diplôme donnant accès au grade d'ingénieur.
§ 4. Un fonctionnaire du rang A1 qui dispose de douze ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à un grade de conseiller senior (A2E).
Le fonctionnaire du rang A2 ou du rang A2M qui dispose de huit ans d'expérience professionnelle pertinente relative à la matière de fond, peut être promu à un grade de conseiller senior (A2E).
§ 5. Pour être promu conformément au présent article, le fonctionnaire doit réussir une épreuve des compétences spécifiques à la fonction.
Ces compétences spécifiques à la fonction sont évaluées sur la base d'une appréciation interne par le manager de ligne, éventuellement complétée par une appréciation externe du potentiel. En outre, les candidats doivent présenter leur expertise au cours d'un entretien de sélection avec un jury auquel peut siéger un expert externe.
L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conseille le manager de ligne concernant quels candidats disposent des compétences spécifiques à la fonction requises.
L'avis émis par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement est notifié aux candidats.
Le candidat qui s'estime lésé peut, dans les 15 jours calendaires de la notification, déposer une réclamation auprès de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il est entendu, à sa propre demande, par l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
§ 6. Le manager de ligne choisit le candidat le plus apte et accorde la promotion.
Art. VI.41. Par dérogation aux articles VI 39 et VI 40, un fonctionnaire nommé dans le grade de technicien naval (C1), motoriste (D1) ou patron (D1) qui dispose de deux ans d'expérience professionnelle pertinente ou d'ancienneté de grade, peut être promu respectivement à un grade de technicien naval en chef (C2), motoriste en chef (D2) et patron en chef (D2).
A cet effet, il doit réussir une épreuve comparative des compétences spécifiques à la fonction. "
Art. 34. In artikel VI 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " de selector " worden vervangen door de woorden " Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger ".
2° de volgende zin wordt toegevoegd :
" Voor functies die specifiek zijn voor een bepaald beleidsdomein of voor een bepaalde entiteit kan de personeelsfunctie het vergelijkend overgangsexamen organiseren. "
1° de woorden " de selector " worden vervangen door de woorden " Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger ".
2° de volgende zin wordt toegevoegd :
" Voor functies die specifiek zijn voor een bepaald beleidsdomein of voor een bepaalde entiteit kan de personeelsfunctie het vergelijkend overgangsexamen organiseren. "
Art. 34. A l'article VI 44 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " le sélecteur " sont remplacés par " Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause ".
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Pour des fonctions spécifiques à un domaine politique déterminé ou une entité déterminée, la fonction de personnel peut organiser le concours d'accession. "
1° les mots " le sélecteur " sont remplacés par " Jobpunt Vlaanderen ou son ayant cause ".
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Pour des fonctions spécifiques à un domaine politique déterminé ou une entité déterminée, la fonction de personnel peut organiser le concours d'accession. "
Art. 35. Artikel VI 46 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.46. Het vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau staat open :
1° voor bevordering tot een graad van de rang A1 : voor de ambtenaar van niveau B of C van de diensten van de Vlaamse overheid die in beide niveaus samen ten minste drie jaar anciënniteit telt;
2° voor bevordering tot een graad van de rang B1 : voor de ambtenaar van niveau C van de diensten van de Vlaamse overheid die, wat de bevordering naar specifieke functies betreft, in het bezit is van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma;
voor bevordering tot een graad van de rang C1 : voor de ambtenaar van niveau D van de diensten van de Vlaamse overheid die ten minste twee jaar anciënniteit telt in dat niveau. "
" Art. VI.46. Het vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau staat open :
1° voor bevordering tot een graad van de rang A1 : voor de ambtenaar van niveau B of C van de diensten van de Vlaamse overheid die in beide niveaus samen ten minste drie jaar anciënniteit telt;
2° voor bevordering tot een graad van de rang B1 : voor de ambtenaar van niveau C van de diensten van de Vlaamse overheid die, wat de bevordering naar specifieke functies betreft, in het bezit is van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma;
voor bevordering tot een graad van de rang C1 : voor de ambtenaar van niveau D van de diensten van de Vlaamse overheid die ten minste twee jaar anciënniteit telt in dat niveau. "
Art. 35. L'article VI 46 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.46. Le concours d'accession à un autre niveau est ouvert :
1° pour la promotion à un grade du rang A1 : au fonctionnaire du niveau B ou C des services de l'Autorité flamande comptant dans les deux niveaux ensemble une ancienneté d'au moins trois ans;
2° pour la promotion à un grade du rang B1 : au fonctionnaire du niveau C des services de l'Autorité flamande qui, en ce qui concerne la promotion à des fonctions spécifiques, est titulaire du diplôme demandé dans la description de fonction;
3° pour la promotion à un grade du rang C1 : au fonctionnaire du niveau D des services de l'Autorité flamande qui compte une ancienneté d'au moins deux ans dans ledit niveau. "
" Art. VI.46. Le concours d'accession à un autre niveau est ouvert :
1° pour la promotion à un grade du rang A1 : au fonctionnaire du niveau B ou C des services de l'Autorité flamande comptant dans les deux niveaux ensemble une ancienneté d'au moins trois ans;
2° pour la promotion à un grade du rang B1 : au fonctionnaire du niveau C des services de l'Autorité flamande qui, en ce qui concerne la promotion à des fonctions spécifiques, est titulaire du diplôme demandé dans la description de fonction;
3° pour la promotion à un grade du rang C1 : au fonctionnaire du niveau D des services de l'Autorité flamande qui compte une ancienneté d'au moins deux ans dans ledit niveau. "
Art. 36. In het opschrift van deel VI, titel 5, hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het woord " loopbaanexamens " vervangen door het woord " overgangsexamens " en wordt het woord " bekwaamheidsproeven " vervangen door het woord " competentieproeven ".
Art. 36. Dans l'intitulé de la partie VI, titre 5, chapitre 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " concours de carrière " sont remplacés par les mots " concours d'accession " et les mots " épreuves comparatives des capacités " sont remplacés par les mots " épreuves comparatives des compétences ".
Art. 37. Artikel VI 49 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.49. De selector gaat minstens om de drie jaar de noodzaak na van het organiseren van een vergelijkend overgangsexamen naar een bepaald niveau. Hij houdt daarbij rekening met de beschikbaarheid van vacatures en het resterende aantal laureaten van voorgaande overgangsexamens.
Als de selector dat noodzakelijk acht, organiseert hij vergelijkende overgangsexamens en vergelijkende competentieproeven. "
" Art. VI.49. De selector gaat minstens om de drie jaar de noodzaak na van het organiseren van een vergelijkend overgangsexamen naar een bepaald niveau. Hij houdt daarbij rekening met de beschikbaarheid van vacatures en het resterende aantal laureaten van voorgaande overgangsexamens.
Als de selector dat noodzakelijk acht, organiseert hij vergelijkende overgangsexamens en vergelijkende competentieproeven. "
Art. 37. L'article VI 49 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.49. Au moins tous les trois ans, le sélecteur vérifie la nécessité d'organiser un concours d'accession à un niveau déterminé, en tenant compte de la disponibilité de vacances et du nombre restant de lauréats des concours d'accession précédents.
Si le sélecteur l'estime nécessaire, il organise des concours d'accession et des épreuves comparatives des compétences. "
" Art. VI.49. Au moins tous les trois ans, le sélecteur vérifie la nécessité d'organiser un concours d'accession à un niveau déterminé, en tenant compte de la disponibilité de vacances et du nombre restant de lauréats des concours d'accession précédents.
Si le sélecteur l'estime nécessaire, il organise des concours d'accession et des épreuves comparatives des compétences. "
Art. 38. In artikel VI 52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt §1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Op basis van de functiebeschrijving en de profielvereisten kiest de lijnmanager uit de geslaagden voor een vergelijkend overgangsexamen of vergelijkende competentieproef de meest geschikte kandidaat per vacature.
Voor een vergelijkende competentieproef wordt een rangschikking opgemaakt. Voor een vergelijkend overgangsexamen kan een rangschikking worden opgemaakt.
De geslaagde wordt door de benoemende overheid :
1° hetzij tot de proeftijd in de vacante betrekking toegelaten, als het om een overgangsexamen ging;
2° hetzij bevorderd in de vacante betrekking als het om een vergelijkende competentieproef ging.
De benoemende overheid geeft de geslaagde een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling. "
" § 1. Op basis van de functiebeschrijving en de profielvereisten kiest de lijnmanager uit de geslaagden voor een vergelijkend overgangsexamen of vergelijkende competentieproef de meest geschikte kandidaat per vacature.
Voor een vergelijkende competentieproef wordt een rangschikking opgemaakt. Voor een vergelijkend overgangsexamen kan een rangschikking worden opgemaakt.
De geslaagde wordt door de benoemende overheid :
1° hetzij tot de proeftijd in de vacante betrekking toegelaten, als het om een overgangsexamen ging;
2° hetzij bevorderd in de vacante betrekking als het om een vergelijkende competentieproef ging.
De benoemende overheid geeft de geslaagde een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling. "
Art. 38. A l'article VI 52 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sur la base de la description de fonction et des exigences de profil, le manager de ligne choisit parmi les lauréats d'un concours d'accession ou d'une épreuve comparative des compétences, le candidat le plus apte par emploi vacant.
Pour une épreuve comparative des compétences, un classement est établi. Pour un concours d'accession, un classement peut être établi.
Le lauréat est :
1° soit admis au stage dans l'emploi vacant par l'autorité ayant compétence de nomination, s'il s'agissait d'un concours d'accession;
2° soit promu dans l'emploi vacant par l'autorité ayant compétence de nomination, s'il s'agissait d'une épreuve comparative des compétences.
L'autorité ayant compétence de nomination affecte le lauréat à l'entité, au conseil ou à l'établissement concernés. "
" § 1er. Sur la base de la description de fonction et des exigences de profil, le manager de ligne choisit parmi les lauréats d'un concours d'accession ou d'une épreuve comparative des compétences, le candidat le plus apte par emploi vacant.
Pour une épreuve comparative des compétences, un classement est établi. Pour un concours d'accession, un classement peut être établi.
Le lauréat est :
1° soit admis au stage dans l'emploi vacant par l'autorité ayant compétence de nomination, s'il s'agissait d'un concours d'accession;
2° soit promu dans l'emploi vacant par l'autorité ayant compétence de nomination, s'il s'agissait d'une épreuve comparative des compétences.
L'autorité ayant compétence de nomination affecte le lauréat à l'entité, au conseil ou à l'établissement concernés. "
Art. 39. In het opschrift van deel VI, titel 6, hoofdstuk 1 en 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het woord " bekwaamheidsproef " vervangen door het woord " competentieproef ".
Art. 39. Dans l'intitulé de la partie VI, titre 6, chapitres 1er et 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " épreuve comparative des capacités " sont remplacés par les mots " épreuve comparative des compétences ".
Art. 40. In artikel VI 59 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Volgende graadveranderingen zijn mogelijk bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust mits te slagen voor een vergelijkende competentieproef en het bezit van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs :
1° van de graad van speciaal assistent (functie matroos of stoker) naar de graad van schipper of motorist;
2° van de graad van motorist naar de graad van schipper;
3° van de graad van schipper naar de graad van motorist.
" § 1. Volgende graadveranderingen zijn mogelijk bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust mits te slagen voor een vergelijkende competentieproef en het bezit van het in de functiebeschrijving gevraagde diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs :
1° van de graad van speciaal assistent (functie matroos of stoker) naar de graad van schipper of motorist;
2° van de graad van motorist naar de graad van schipper;
3° van de graad van schipper naar de graad van motorist.
Art. 40. A l'article VI 59 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les changements de grade suivants sont possibles auprès de l'AAI " Maritieme Dienstverlening en Kust " moyennant la réussite d'une épreuve comparative des compétences et la possession du diplôme, brevet, certificat, certificat de fin d'études ou brevet de qualification maritime demandé dans la description de fonction :
1° du grade d'assistant spécial (fonction de matelot ou de chauffeur) au grade de patron ou de motoriste;
2° du grade de motoriste au grade de patron;
3° du grade de patron au grade de motoriste.
" § 1er. Les changements de grade suivants sont possibles auprès de l'AAI " Maritieme Dienstverlening en Kust " moyennant la réussite d'une épreuve comparative des compétences et la possession du diplôme, brevet, certificat, certificat de fin d'études ou brevet de qualification maritime demandé dans la description de fonction :
1° du grade d'assistant spécial (fonction de matelot ou de chauffeur) au grade de patron ou de motoriste;
2° du grade de motoriste au grade de patron;
3° du grade de patron au grade de motoriste.
Art. 41. In deel VI, titel 6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 3bis, bestaande uit artikel VI 65bis, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk 3bis. Graadverandering binnen rang A2
Art. VI.65bis. De ambtenaar met de graad van adviseur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van directeur verkrijgen.
De ambtenaar met de graad van directeur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van adviseur verkrijgen. "
" Hoofdstuk 3bis. Graadverandering binnen rang A2
Art. VI.65bis. De ambtenaar met de graad van adviseur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van directeur verkrijgen.
De ambtenaar met de graad van directeur of navorser, die slaagt voor een proef waarbij de functiespecifieke competenties getest worden, kan een graadverandering naar de graad van adviseur verkrijgen. "
Art. 41. Dans la partie VI, titre 6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, il est inséré un chapitre 3bis, comprenant l'article VI 65bis, rédigé comme suit :
" Chapitre 3bis. Changement de grade au sein du rang A2
Art. VI.65bis. Le fonctionnaire ayant le grade de conseiller ou de chercheur qui réussit une épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction, peut obtenir un changement de grade au grade de directeur.
Le fonctionnaire ayant le grade de directeur ou de chercheur qui réussit une épreuve des compétences spécifiques à la fonction, peut obtenir un changement de grade au grade de conseiller. "
" Chapitre 3bis. Changement de grade au sein du rang A2
Art. VI.65bis. Le fonctionnaire ayant le grade de conseiller ou de chercheur qui réussit une épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction, peut obtenir un changement de grade au grade de directeur.
Le fonctionnaire ayant le grade de directeur ou de chercheur qui réussit une épreuve des compétences spécifiques à la fonction, peut obtenir un changement de grade au grade de conseiller. "
Art. 42. Artikel VI 66 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.66. De ambtenaar kan tijdens zijn loopbaan eenmaal om functionele of persoonlijke redenen vragen te worden teruggezet in graad. De vrijwillige terugzetting in graad gebeurt :
1° voor de ambtenaar van rang A2E : in een graad van adviseur of directeur (rang A2);
2° voor de ambtenaar van rang A1 en C1 : respectievelijk in rang B2 en D2;
3° voor de ambtenaar van rang B1 : in rang C1;
4° voor de ambtenaren met een andere rang : in de onmiddellijk lagere rang dan die waarin de ambtenaar was benoemd.
Als aan de nieuwe graad een functionele loopbaan verbonden is, wordt de ambtenaar ingeschaald in de op één na hoogste salarisschaal van de functionele loopbaan.
Als de terugzetting leidt tot financieel voordeel, wordt het salaris van de betrokken ambtenaar op het moment van de terugzetting in graad geblokkeerd tot op het moment dat hij in zijn organieke graad een hogere salarisschaal bereikt.
De vrijwillige terugzetting in graad is niet afhankelijk van het bestaan van een vacante betrekking. "
" Art. VI.66. De ambtenaar kan tijdens zijn loopbaan eenmaal om functionele of persoonlijke redenen vragen te worden teruggezet in graad. De vrijwillige terugzetting in graad gebeurt :
1° voor de ambtenaar van rang A2E : in een graad van adviseur of directeur (rang A2);
2° voor de ambtenaar van rang A1 en C1 : respectievelijk in rang B2 en D2;
3° voor de ambtenaar van rang B1 : in rang C1;
4° voor de ambtenaren met een andere rang : in de onmiddellijk lagere rang dan die waarin de ambtenaar was benoemd.
Als aan de nieuwe graad een functionele loopbaan verbonden is, wordt de ambtenaar ingeschaald in de op één na hoogste salarisschaal van de functionele loopbaan.
Als de terugzetting leidt tot financieel voordeel, wordt het salaris van de betrokken ambtenaar op het moment van de terugzetting in graad geblokkeerd tot op het moment dat hij in zijn organieke graad een hogere salarisschaal bereikt.
De vrijwillige terugzetting in graad is niet afhankelijk van het bestaan van een vacante betrekking. "
Art. 42. L'article VI 66 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.66. Le fonctionnaire peut demander une seule fois au cours de sa carrière à être rétrogradé pour des raisons fonctionnelles ou personnelles. La rétrogradation volontaire s'effectue :
1° pour le fonctionnaire du rang A2E : dans un grade de conseiller ou de directeur (rang A2);
2° pour le fonctionnaire du rang A1 et C1 : respectivement dans le rang B2 et D2;
3° pour le fonctionnaire du rang B1 : dans le rang C1;
4° pour les fonctionnaires d'un autre rang : dans le rang immédiatement inférieur à celui dans lequel le fonctionnaire était nommé.
Lorsqu'une carrière fonctionnelle est attachée au nouveau grade, le fonctionnaire est inséré dans l'échelle de traitement la plus élevée moins une de la carrière fonctionnelle.
Si la rétrogradation résulte en un avantage financier, le traitement du fonctionnaire concerné au moment de la rétrogradation est bloqué jusqu'au moment où il atteint une échelle de traitement supérieure dans son grade organique.
La rétrogradation volontaire ne dépend pas de l'existence d'un emploi vacant. "
" Art. VI.66. Le fonctionnaire peut demander une seule fois au cours de sa carrière à être rétrogradé pour des raisons fonctionnelles ou personnelles. La rétrogradation volontaire s'effectue :
1° pour le fonctionnaire du rang A2E : dans un grade de conseiller ou de directeur (rang A2);
2° pour le fonctionnaire du rang A1 et C1 : respectivement dans le rang B2 et D2;
3° pour le fonctionnaire du rang B1 : dans le rang C1;
4° pour les fonctionnaires d'un autre rang : dans le rang immédiatement inférieur à celui dans lequel le fonctionnaire était nommé.
Lorsqu'une carrière fonctionnelle est attachée au nouveau grade, le fonctionnaire est inséré dans l'échelle de traitement la plus élevée moins une de la carrière fonctionnelle.
Si la rétrogradation résulte en un avantage financier, le traitement du fonctionnaire concerné au moment de la rétrogradation est bloqué jusqu'au moment où il atteint une échelle de traitement supérieure dans son grade organique.
La rétrogradation volontaire ne dépend pas de l'existence d'un emploi vacant. "
Art. 43. In artikel VI 68 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Voor de aanwijzing in één van de mandaten, vermeld in §1, komen alleen de vastbenoemde ambtenaren van rang A1, A2, A2M en A2E in aanmerking, die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties voor het uitoefenen van de te begeven functie beschikken. "
" § 2. Voor de aanwijzing in één van de mandaten, vermeld in §1, komen alleen de vastbenoemde ambtenaren van rang A1, A2, A2M en A2E in aanmerking, die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties voor het uitoefenen van de te begeven functie beschikken. "
Art. 43. A l'article VI 68 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Seuls les fonctionnaires des rangs A1, A2, A2M et A2E qui disposent des compétences génériques et spécifiques à la fonction requises pour l'exercice de la fonction à conférer, entrent en ligne de compte pour une désignation dans un des mandats visés au § 1er.
" § 2. Seuls les fonctionnaires des rangs A1, A2, A2M et A2E qui disposent des compétences génériques et spécifiques à la fonction requises pour l'exercice de la fonction à conférer, entrent en ligne de compte pour une désignation dans un des mandats visés au § 1er.
Art. 44. Afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 7 van deel VI, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en bestaande uit artikelen VI 79 tot en met VI 82, wordt opgeheven.
Art. 44. La section 2 du chapitre 2 du titre 7 de la partie VI, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, comprenant les articles VI 79 à VI 82 inclus, est abrogée.
Art. 45. Artikel VI 83 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.83. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder hoger ambt verstaan, elk ambt in een graad van ten hoogste 3 rangen hoger dan de graad waarvan de ambtenaar titularis is.
§ 2. Een ambtenaar kan worden aangesteld in een hoger ambt voor een betrekking van een graad die tijdelijk of definitief vacant is.
§ 3. Een definitief vacante betrekking kan voor ten hoogste één jaar worden waargenomen en op voorwaarde dat de procedure tot definitieve toekenning van die betrekking wordt ingezet.
§ 4. Voor het uitoefenen van een hoger ambt in rang A1 komen ook de ambtenaren die titularis zijn van een graad in rang C2 of C3 in aanmerking.
In een betrekking van rang A1 van het wetenschappelijk personeel is de uitoefening van een hoger ambt niet mogelijk.
§ 5. Voor de uitoefening van een hoger ambt in een betrekking van wetenschappelijk directeur komt alleen het wetenschappelijk personeel van rang A1 in aanmerking.
Voor de uitoefening van een hoger ambt in een graad van nautisch directeur komt alleen de ambtenaar met de graad van loods in aanmerking.
Voor de uitoefening van een hoger ambt in de graad van directeur-arts of adviseur-arts, directeur-ingenieur of adviseur-ingenieur, directeur-informaticus of adviseur-informaticus komt alleen de ambtenaar in aanmerking die benoemd is in de graad van respectievelijk arts, ingenieur of informaticus.
§ 6. Als een ambtenaar een tuchtstraf opgelopen heeft, mag hij niet aangesteld worden voor het uitoefenen van een hoger ambt voor zijn straf doorgehaald is. "
" Art. VI.83. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder hoger ambt verstaan, elk ambt in een graad van ten hoogste 3 rangen hoger dan de graad waarvan de ambtenaar titularis is.
§ 2. Een ambtenaar kan worden aangesteld in een hoger ambt voor een betrekking van een graad die tijdelijk of definitief vacant is.
§ 3. Een definitief vacante betrekking kan voor ten hoogste één jaar worden waargenomen en op voorwaarde dat de procedure tot definitieve toekenning van die betrekking wordt ingezet.
§ 4. Voor het uitoefenen van een hoger ambt in rang A1 komen ook de ambtenaren die titularis zijn van een graad in rang C2 of C3 in aanmerking.
In een betrekking van rang A1 van het wetenschappelijk personeel is de uitoefening van een hoger ambt niet mogelijk.
§ 5. Voor de uitoefening van een hoger ambt in een betrekking van wetenschappelijk directeur komt alleen het wetenschappelijk personeel van rang A1 in aanmerking.
Voor de uitoefening van een hoger ambt in een graad van nautisch directeur komt alleen de ambtenaar met de graad van loods in aanmerking.
Voor de uitoefening van een hoger ambt in de graad van directeur-arts of adviseur-arts, directeur-ingenieur of adviseur-ingenieur, directeur-informaticus of adviseur-informaticus komt alleen de ambtenaar in aanmerking die benoemd is in de graad van respectievelijk arts, ingenieur of informaticus.
§ 6. Als een ambtenaar een tuchtstraf opgelopen heeft, mag hij niet aangesteld worden voor het uitoefenen van een hoger ambt voor zijn straf doorgehaald is. "
Art. 45. L'article VI 83 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.83. § 1er. Pour l'application du présent chapitre on entend par fonction supérieure, toute fonction dans un grade d'au maximum 3 rangs supérieurs au grade dont le fonctionnaire est titulaire.
§ 2. Un fonctionnaire peut être désigné à une fonction supérieure pour un emploi d'un grade étant temporairement ou définitivement vacant.
§ 3. Un emploi définitivement vacant peut être exercé comme fonction supérieure pendant un an au maximum et à condition que la procédure d'attribution définitive de cet emploi soit entamée.
§ 4. Les fonctionnaires qui sont titulaires d'un grade dans le rang C2 ou C3 sont également éligibles à l'exercice d'une fonction supérieure dans le rang A1.
L'exercice d'une fonction supérieure n'est pas possible dans un emploi du rang A1 du personnel scientifique.
§ 5. Pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un emploi de directeur scientifique, seul le personnel scientifique du rang A1 entre en ligne de compte.
Pour l'exercice d'une fonction supérieure de directeur nautique, seul le fonctionnaire ayant le grade de pilote entre en ligne de compte.
Pour l'exercice d'une fonction supérieure dans le grade de directeur-médecin ou conseiller-médecin, directeur-ingénieur ou conseiller-ingénieur, directeur-informaticien ou conseiller-informaticien, seul le fonctionnaire qui est nommé au grade respectif de médecin, ingénieur ou informaticien entre en ligne de compte.
§ 6. Si un fonctionnaire a encouru une peine disciplinaire, il ne peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure avant que sa peine n'ait été radiée. "
" Art. VI.83. § 1er. Pour l'application du présent chapitre on entend par fonction supérieure, toute fonction dans un grade d'au maximum 3 rangs supérieurs au grade dont le fonctionnaire est titulaire.
§ 2. Un fonctionnaire peut être désigné à une fonction supérieure pour un emploi d'un grade étant temporairement ou définitivement vacant.
§ 3. Un emploi définitivement vacant peut être exercé comme fonction supérieure pendant un an au maximum et à condition que la procédure d'attribution définitive de cet emploi soit entamée.
§ 4. Les fonctionnaires qui sont titulaires d'un grade dans le rang C2 ou C3 sont également éligibles à l'exercice d'une fonction supérieure dans le rang A1.
L'exercice d'une fonction supérieure n'est pas possible dans un emploi du rang A1 du personnel scientifique.
§ 5. Pour l'exercice d'une fonction supérieure dans un emploi de directeur scientifique, seul le personnel scientifique du rang A1 entre en ligne de compte.
Pour l'exercice d'une fonction supérieure de directeur nautique, seul le fonctionnaire ayant le grade de pilote entre en ligne de compte.
Pour l'exercice d'une fonction supérieure dans le grade de directeur-médecin ou conseiller-médecin, directeur-ingénieur ou conseiller-ingénieur, directeur-informaticien ou conseiller-informaticien, seul le fonctionnaire qui est nommé au grade respectif de médecin, ingénieur ou informaticien entre en ligne de compte.
§ 6. Si un fonctionnaire a encouru une peine disciplinaire, il ne peut être désigné pour l'exercice d'une fonction supérieure avant que sa peine n'ait été radiée. "
Art. 46. In artikel VI 85 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De lijnmanager beslist, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, welke ambtenaar het hoger ambt waarneemt in een betrekking van rang A2E, rang A2, rang A1 en van de niveaus B,C en D. "
" De lijnmanager beslist, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, welke ambtenaar het hoger ambt waarneemt in een betrekking van rang A2E, rang A2, rang A1 en van de niveaus B,C en D. "
Art. 46. A l'article VI 85 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le manager de ligne décide, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, quel fonctionnaire exercera la fonction supérieure dans un emploi du rang A2E, du rang A2, du rang A1 et des niveaux B, C et D. "
" Le manager de ligne décide, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, quel fonctionnaire exercera la fonction supérieure dans un emploi du rang A2E, du rang A2, du rang A1 et des niveaux B, C et D. "
Art. 48. In artikel VI 87 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Als er in de dienst verschillende voltijdse preventieadviseurs zijn, dan wordt de dienst geleid ofwel door een afdelingshoofd ofwel door een preventieadviseur-coördinator. "
2° in § 3 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Het afdelingshoofd, belast met de leiding van de interne dienst Preventie en Bescherming, of de preventieadviseur-coördinator of de preventieadviseur rapporteert rechtstreeks aan het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling. "
1° in § 2 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Als er in de dienst verschillende voltijdse preventieadviseurs zijn, dan wordt de dienst geleid ofwel door een afdelingshoofd ofwel door een preventieadviseur-coördinator. "
2° in § 3 wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Het afdelingshoofd, belast met de leiding van de interne dienst Preventie en Bescherming, of de preventieadviseur-coördinator of de preventieadviseur rapporteert rechtstreeks aan het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling. "
Art. 48. A l'article VI 87 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 2, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" S'il y a plusieurs conseillers en prévention à temps plein dans le service, celui-ci est dirigé soit par un chef de division, soit par un conseiller en prévention-coordinateur. "
2° au § 3, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Le chef de division, chargé de la direction du service interne de Prévention et de Protection, ou le conseiller en prévention-coordinateur ou le conseiller en prévention fait directement rapport au chef de l'AAI dotée de la personnalité juridique, de l'AAE, du conseil ou de l'établissement. "
1° au § 2, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" S'il y a plusieurs conseillers en prévention à temps plein dans le service, celui-ci est dirigé soit par un chef de division, soit par un conseiller en prévention-coordinateur. "
2° au § 3, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Le chef de division, chargé de la direction du service interne de Prévention et de Protection, ou le conseiller en prévention-coordinateur ou le conseiller en prévention fait directement rapport au chef de l'AAI dotée de la personnalité juridique, de l'AAE, du conseil ou de l'établissement. "
Art. 50. In artikel VI 89 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden tussen het woord " preventieadviseur-coördinator " en het woord " beschikt " de woorden " bij een interne dienst Preventie en Bescherming " ingevoegd;
2° in § 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling of zijn afgevaardigde. "
3° in § 3 worden de woorden " naar gelang van het geval aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken of " geschrapt.
1° in § 1 worden tussen het woord " preventieadviseur-coördinator " en het woord " beschikt " de woorden " bij een interne dienst Preventie en Bescherming " ingevoegd;
2° in § 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° het hoofd van het IVA met rechtspersoonlijkheid, het EVA, de raad of de instelling of zijn afgevaardigde. "
3° in § 3 worden de woorden " naar gelang van het geval aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken of " geschrapt.
Art. 50. A l'article VI 89 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " auprès d'un service interne de Prévention et de Protection " sont insérés après les mots " conseiller en prévention-coordinateur ";
2° dans le § 2, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° le chef de l'AAI dotée de la personnalité juridique, de l'AAE, du conseil ou de l'établissement ou son délégué. "
3° dans le § 3, les mots " au chef du Département des Affaires administratives ou" et les mots ", suivant le cas " sont supprimés.
1° dans le § 1er, les mots " auprès d'un service interne de Prévention et de Protection " sont insérés après les mots " conseiller en prévention-coordinateur ";
2° dans le § 2, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° le chef de l'AAI dotée de la personnalité juridique, de l'AAE, du conseil ou de l'établissement ou son délégué. "
3° dans le § 3, les mots " au chef du Département des Affaires administratives ou" et les mots ", suivant le cas " sont supprimés.
Art. 52. In artikel VI 91 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden tussen de woorden " preventieadviseur en " en de woorden " voor de betrekking " de woorden " in voorkomend geval " ingevoegd;
2° in § 2 worden tussen het woord " wijst " en de woorden " de preventieadviseur-coördinator " de woorden " in voorkomend geval " ingevoegd.
1° in § 1 worden tussen de woorden " preventieadviseur en " en de woorden " voor de betrekking " de woorden " in voorkomend geval " ingevoegd;
2° in § 2 worden tussen het woord " wijst " en de woorden " de preventieadviseur-coördinator " de woorden " in voorkomend geval " ingevoegd.
Art. 52. A l'article VI 91 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " le cas échéant " sont insérés entre les mots " conseiller en prévention et " et " pour l'emploi ";
2° dans le § 2, les mots " Le cas échéant, " sont insérés avant les mots " le manager de ligne désigne ".
1° dans le § 1er, les mots " le cas échéant " sont insérés entre les mots " conseiller en prévention et " et " pour l'emploi ";
2° dans le § 2, les mots " Le cas échéant, " sont insérés avant les mots " le manager de ligne désigne ".
Art. 54. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 5 van titel 7 van deel VI 6 vervangen door wat volgt :
" De functies van junior auditor bij het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie ".
" De functies van junior auditor bij het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie ".
Art. 54. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre 5 du titre 7 de la partie VI 6 est remplacé par la disposition suivante :
" Les fonctions de Junior Auditor auprès de l'AAI " Interne Audit van de Vlaamse Administratie " (Audit interne de l'Administration flamande) ".
" Les fonctions de Junior Auditor auprès de l'AAI " Interne Audit van de Vlaamse Administratie " (Audit interne de l'Administration flamande) ".
Art. 55. Artikel VI 95 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.95. § 1. De functie van junior auditor staat open voor de ambtenaren van rang A1 van de diensten van de Vlaamse overheid.
De functie van junior auditor mag ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1 die extern worden aangeworven.
§ 2. Alleen een ambtenaar die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties beschikt, kan tot junior auditor worden aangesteld.
Die competenties kunnen verschillen naargelang van het functieprofiel. Ze worden vastgesteld door het hoofd van het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie. "
" Art. VI.95. § 1. De functie van junior auditor staat open voor de ambtenaren van rang A1 van de diensten van de Vlaamse overheid.
De functie van junior auditor mag ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1 die extern worden aangeworven.
§ 2. Alleen een ambtenaar die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties beschikt, kan tot junior auditor worden aangesteld.
Die competenties kunnen verschillen naargelang van het functieprofiel. Ze worden vastgesteld door het hoofd van het IVA Interne Audit van de Vlaamse Administratie. "
Art. 55. L'article VI 95 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.95. § 1er. La fonction de Junior Auditor est ouverte à tous les fonctionnaires du rang A1 des services de l'Autorité flamande.
Les fonctions de Junior Auditor peuvent également être ouvertes aux fonctionnaires du rang A1 qui sont recrutés à l'extérieur.
§ 2. Seul un fonctionnaire disposant des compétences génériques et spécifiques à la fonction requises peut être désigné Junior Auditor.
Ces compétences peuvent différer selon le profil fonctionnel. Elles sont fixées par le chef de l'AAI " Interne Audit van de Vlaamse Administratie ".
" Art. VI.95. § 1er. La fonction de Junior Auditor est ouverte à tous les fonctionnaires du rang A1 des services de l'Autorité flamande.
Les fonctions de Junior Auditor peuvent également être ouvertes aux fonctionnaires du rang A1 qui sont recrutés à l'extérieur.
§ 2. Seul un fonctionnaire disposant des compétences génériques et spécifiques à la fonction requises peut être désigné Junior Auditor.
Ces compétences peuvent différer selon le profil fonctionnel. Elles sont fixées par le chef de l'AAI " Interne Audit van de Vlaamse Administratie ".
Art. 56. In artikel VI 96 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " of senior auditoren" geschrapt.
Art. 56. Dans l'article VI 96 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " ou de Senior Auditor " sont supprimés.
Art. 57. In artikel VI 99 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden ", respectievelijk senior " geschrapt.
Art. 57. Dans l'article VI 99 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " ou de Senior Auditor " sont supprimés.
Art. 58. In artikel VI 100, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de woorden " en senior" en " of senior " geschrapt.
Art. 58. Dans l'article VI 100, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " et les Senior Auditor " et " ou Senior " sont supprimés.
Art. 59. In artikel VI 109 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 3° a) worden de woorden " A251 naar A252 " geschrapt.
2° in § 2 worden voor de woorden " een doctoraat op proefschrift " de woorden " of van " ingevoegd;
3° in § 4 worden de woorden " in afwijking van paragraaf 2, 1° " vervangen door " in afwijking van § 1, 2° ".
4° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. In afwijking van § 1 bekomt de adviseur, benoemd vóór 1 januari 2008 en bezoldigd in salarisschaal A251, na 10 jaar schaalanciënniteit de schaal A252. "
1° in § 1, 3° a) worden de woorden " A251 naar A252 " geschrapt.
2° in § 2 worden voor de woorden " een doctoraat op proefschrift " de woorden " of van " ingevoegd;
3° in § 4 worden de woorden " in afwijking van paragraaf 2, 1° " vervangen door " in afwijking van § 1, 2° ".
4° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. In afwijking van § 1 bekomt de adviseur, benoemd vóór 1 januari 2008 en bezoldigd in salarisschaal A251, na 10 jaar schaalanciënniteit de schaal A252. "
Art. 59. A l'article VI 109 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, 3°, a), les mots " A251 à A252 " sont supprimés.
2° dans le § 2, le mot " ou " est inséré avant les mots " d'un doctorat obtenu ";
3° dans le § 4, les mots " par dérogation au paragraphe 2, 1° " sont remplacés par les mots " par dérogation au § 1er, 2° ".
4° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation au § 1er, le conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 et rémunéré dans l'échelle de traitement A251, obtient l'échelle A252 après 10 ans d'ancienneté barémique. "
1° dans le § 1er, 3°, a), les mots " A251 à A252 " sont supprimés.
2° dans le § 2, le mot " ou " est inséré avant les mots " d'un doctorat obtenu ";
3° dans le § 4, les mots " par dérogation au paragraphe 2, 1° " sont remplacés par les mots " par dérogation au § 1er, 2° ".
4° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation au § 1er, le conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 et rémunéré dans l'échelle de traitement A251, obtient l'échelle A252 après 10 ans d'ancienneté barémique. "
Art. 60. In artikel VI 112, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden " de scheepstechnicus, " geschrapt.
Art. 60. Dans l'article VI 112, § 1er, du même arrêté les mots " le technicien naval, " sont supprimés.
Art. 61. Artikel VI 132 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 61. L'article VI 132 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 62. Artikel VI 142 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VI.142. Een adjunct van de directeur die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.
Een ingenieur of informaticus die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van respectievelijk adviseur-ingenieur of adviseur-informaticus.
" Art. VI.142. Een adjunct van de directeur die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.
Een ingenieur of informaticus die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als opdrachthouder, wordt ambtshalve benoemd in de graad van respectievelijk adviseur-ingenieur of adviseur-informaticus.
Art. 62. L'article VI 142 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VI.142. Un adjoint du directeur qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que chargé de mission, est nommé d'office dans le grade de conseiller.
Un ingénieur ou informaticien qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que chargé de mission, est nommé d'office dans le grade respectif de conseiller-ingénieur ou conseiller-informaticien.
" Art. VI.142. Un adjoint du directeur qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que chargé de mission, est nommé d'office dans le grade de conseiller.
Un ingénieur ou informaticien qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que chargé de mission, est nommé d'office dans le grade respectif de conseiller-ingénieur ou conseiller-informaticien.
Art. 63. Aan deel VI van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de artikelen VI 143 tot en met VI 145 toegevoegd, die luiden als volgt :
" Art. VI.143. § 1. Een ambtenaar die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als senior auditor, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.
§ 2. De anciënniteit opgebouwd in de vroegere functie van senior auditor wordt in rekening gebracht voor de bepaling van de anciënniteit in de graad van adviseur.
Art. VI.144. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van directeur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van adviseur op voorwaarde dat hij een functie uitoefent die een doorgedreven specialisatie in inhoudelijke materie veronderstelt. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden.
Art. VI.145. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van adviseur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van directeur op voorwaarde dat hij een leidinggevende functie uitoefent. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden. "
" Art. VI.143. § 1. Een ambtenaar die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tijdelijk aangesteld is als senior auditor, wordt ambtshalve benoemd in de graad van adviseur.
§ 2. De anciënniteit opgebouwd in de vroegere functie van senior auditor wordt in rekening gebracht voor de bepaling van de anciënniteit in de graad van adviseur.
Art. VI.144. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van directeur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van adviseur op voorwaarde dat hij een functie uitoefent die een doorgedreven specialisatie in inhoudelijke materie veronderstelt. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden.
Art. VI.145. De lijnmanager kan aan een ambtenaar met de graad van adviseur eenmalig op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een graadverandering toekennen naar de graad van directeur op voorwaarde dat hij een leidinggevende functie uitoefent. Hij is vrijgesteld van de proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden. "
Art. 63. La partie VI du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complétée par les articles VI 143 à VI 145 inclus, rédigés comme suit :
" Art. VI.143. § 1er. Un fonctionnaire qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que Senior Auditor, est nommé d'office dans le grade de conseiller.
§ 2. L'ancienneté acquise dans l'ancienne fonction de Senior Auditor est prise en compte pour la détermination de l'ancienneté dans le grade de conseiller.
Art. VI.144. Le manager de ligne peut conférer au fonctionnaire ayant le grade de directeur, une seule fois à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, un changement de grade au grade de conseiller à condition qu'il exerce une fonction qui suppose une spécialisation approfondie en matière du contenu. Il est exempté de l'épreuve des compétences spécifiques à la fonction.
Art. VI.145. Le manager de ligne peut conférer au fonctionnaire ayant le grade de conseiller, une seule fois à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, un changement de grade au grade de directeur à condition qu'il exerce une fonction dirigeante. Il est exempté de l'épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction. "
" Art. VI.143. § 1er. Un fonctionnaire qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est désigné à titre temporaire en tant que Senior Auditor, est nommé d'office dans le grade de conseiller.
§ 2. L'ancienneté acquise dans l'ancienne fonction de Senior Auditor est prise en compte pour la détermination de l'ancienneté dans le grade de conseiller.
Art. VI.144. Le manager de ligne peut conférer au fonctionnaire ayant le grade de directeur, une seule fois à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, un changement de grade au grade de conseiller à condition qu'il exerce une fonction qui suppose une spécialisation approfondie en matière du contenu. Il est exempté de l'épreuve des compétences spécifiques à la fonction.
Art. VI.145. Le manager de ligne peut conférer au fonctionnaire ayant le grade de conseiller, une seule fois à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, un changement de grade au grade de directeur à condition qu'il exerce une fonction dirigeante. Il est exempté de l'épreuve des compétences génériques et spécifiques à la fonction. "
Art. 64. In artikel VII 1, § 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° een contractueel personeelslid dat een van de volgende bijkomende of specifieke opdrachten uitoefent :
a) Vlaams bouwmeester bij het Departement Bestuurszaken;
b) programmamanager financieel hervormingstraject bij het Departement Financiën en Begroting;
c) projectmanager Vlaams Fiscaal Platform bij het Departement Financiën en Begroting;
d) projectmanager migratie gewestbelastingen bij het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Belastingdienst;
e) ICT-manager bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. "
" 3° een contractueel personeelslid dat een van de volgende bijkomende of specifieke opdrachten uitoefent :
a) Vlaams bouwmeester bij het Departement Bestuurszaken;
b) programmamanager financieel hervormingstraject bij het Departement Financiën en Begroting;
c) projectmanager Vlaams Fiscaal Platform bij het Departement Financiën en Begroting;
d) projectmanager migratie gewestbelastingen bij het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Belastingdienst;
e) ICT-manager bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. "
Art. 64. L'article VII 1, § 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° un membre du personnel contractuel qui exerce une des missions supplémentaires ou spécifiques :
a) Architecte du Gouvernement flamand auprès du Département des Affaires administratives;
b) manager de programme du trajet de réforme financière auprès du Département des Finances et du Budget;
c) manager de projet de la " Vlaams Fiscaal Platform " (Plateforme fiscale flamande) auprès du Département des Finances et du Budget;
d) manager de projet de la migration des impôts régionaux auprès de l'agence autonomisée interne " Vlaamse Belastingdienst ";
e) manager TIC auprès du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle). "
" 3° un membre du personnel contractuel qui exerce une des missions supplémentaires ou spécifiques :
a) Architecte du Gouvernement flamand auprès du Département des Affaires administratives;
b) manager de programme du trajet de réforme financière auprès du Département des Finances et du Budget;
c) manager de projet de la " Vlaams Fiscaal Platform " (Plateforme fiscale flamande) auprès du Département des Finances et du Budget;
d) manager de projet de la migration des impôts régionaux auprès de l'agence autonomisée interne " Vlaamse Belastingdienst ";
e) manager TIC auprès du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle). "
Art. 65. Aan artikel VII 2, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De verplichte deeltijdse prestaties die worden verricht in het kader van de stages der jongeren, en die gepresteerd werden binnen de openbare sector worden met ingang van 1 januari 2007 in aanmerking genomen voor de berekening van het salaris. "
" De verplichte deeltijdse prestaties die worden verricht in het kader van de stages der jongeren, en die gepresteerd werden binnen de openbare sector worden met ingang van 1 januari 2007 in aanmerking genomen voor de berekening van het salaris. "
Art. 65. L'article VII 2, §2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les prestations à temps partiel obligatoires effectuées dans le cadre des stages de jeunes, et effectuées dans le secteur public sont prises en compte à partir du 1er janvier 2007 pour le calcul du traitement. "
" Les prestations à temps partiel obligatoires effectuées dans le cadre des stages de jeunes, et effectuées dans le secteur public sont prises en compte à partir du 1er janvier 2007 pour le calcul du traitement. "
Art. 66. In artikel VII 6, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden tussen de woorden "hebben" en de woorden ", ontvangt" de woorden "of die een kind ten laste heeft dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap" ingevoegd.
Art. 66. Dans l'article VII 6, §2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " ou le fonctionnaire ayant à charge un enfant donnant droit aux allocations familiales supplémentaires en raison de son affection ou handicap " sont insérés entre les mots " quinze ans " et ", reçoit ".
Art. 67. Aan artikel VII 8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het contractuele personeelslid behoudt in geval van carensdag zijn bezoldiging voor de betrokken dag. "
" Het contractuele personeelslid behoudt in geval van carensdag zijn bezoldiging voor de betrokken dag. "
Art. 67. L'article VII 8 du même arrêté, inséré par l'arreté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est compléte par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" En cas de jour de carence, le membre du personnel contractuel maintient sa rémunération pour le jour concerné. "
" En cas de jour de carence, le membre du personnel contractuel maintient sa rémunération pour le jour concerné. "
Art. 68. Artikel VII 11, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft kunnen opnemen vóór het einde van de arbeidsrelatie(s) bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die dagen uitbetaald, onverminderd de toepassing van artikel X 9, § 1, vierde lid, en artikel XI 7 van dit statuut.
In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantieverlofdagen uitbetaald aan de erfgenamen. "
" § 2. Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft kunnen opnemen vóór het einde van de arbeidsrelatie(s) bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die dagen uitbetaald, onverminderd de toepassing van artikel X 9, § 1, vierde lid, en artikel XI 7 van dit statuut.
In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantieverlofdagen uitbetaald aan de erfgenamen. "
Art. 68. L'article VII 11, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Si un membre du personnel n'a pas pu prendre le congé de vacances auquel il a droit, avant la cessation des relations de travail auprès des services de l'Autorité flamande, ces jours lui sont payés, sans préjudice de l'application de l'article X 9, § 1er, alinéa quatre, et de l'article XI 7 du présent statut.
En cas de décès du membre du membre du personnel, les jours de congé non pris sont payés aux héritiers. "
" § 2. Si un membre du personnel n'a pas pu prendre le congé de vacances auquel il a droit, avant la cessation des relations de travail auprès des services de l'Autorité flamande, ces jours lui sont payés, sans préjudice de l'application de l'article X 9, § 1er, alinéa quatre, et de l'article XI 7 du présent statut.
En cas de décès du membre du membre du personnel, les jours de congé non pris sont payés aux héritiers. "
Art. 69. In artikel VII 12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1, 1° worden volgende wijzigingen aangebracht :
a) onder de salarisbepaling van " Navorser met de functie van secretaris van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) " worden de volgende bepalingen ingevoegd :
1° In § 1, 1° worden volgende wijzigingen aangebracht :
a) onder de salarisbepaling van " Navorser met de functie van secretaris van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) " worden de volgende bepalingen ingevoegd :
Art. 69. A l'article VII 12 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 1° sont apportées les modifications suivantes :
a) sous la détermination du traitement de " Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil flamand pour la Politique des Sciences (VRWB) " sont insérées les dispositions suivantes :
1° au § 1er, 1° sont apportées les modifications suivantes :
a) sous la détermination du traitement de " Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil flamand pour la Politique des Sciences (VRWB) " sont insérées les dispositions suivantes :
| `` Senior adviseur | A213 |
| Adviseur-ingenieur-arts-informaticus | A221 |
| na 10 jaar schaalancienniteit in schaal A221 | A222 |
| Adviseur | A211 |
| na 10 jaar schaalancienniteit in schaal A211 | A212 `` |
| `` Senior conseiller | A213 |
| Conseiller-ingénieur-médecin-informaticien | A221 |
| après 10 ans d`ancienneté barémique dans l`echelle A221 | A222 |
| Conseiller | A211 |
| après 10 ans d`ancienneté barémique dans l`échelle A221 | A212 `` |
b) de bepaling " Adviseur A251 - na 10 jaar schaalanciënniteit in A251 / A252 " wordt geschrapt;
c) in de bepaling " Ingenieur, arts en informaticus A121 " worden de woorden " met de functie van senior auditor A129 - na 3 jaar A128 " geschrapt;
d) in de bepaling " Adjunct van de directeur A111 " worden de woorden " met de functie van senior auditor A119 - na 3 jaar A118 " geschrapt;
e) tussen de woorden " Leidinggevend hoofddeskundige B311 " en " Maritiem verkeersleider B231 - na 10 jaar schaalanciënniteit in B231/B232 " worden de woorden " Senior hoofddeskundige B311 " ingevoegd;
f) tussen de woorden " Leidinggevend hoofdmedewerker C311 " en " Hoofdscheepstechnicus C241/na 10 jaar schaalanciënniteit in C241/C242 " worden de woorden " Senior hoofdmedewerker C311 " ingevoegd;
g) tussen de woorden " Leidinggevend hoofdassistent D311 " en " Hoofdschipper en Hoofdmotorist D241/na 10 jaar schaalanciënniteit in D241/D 242 " worden de woorden " Senior hoofdassistent D311 " ingevoegd;
h) de woorden " landbouwraad A121, na 6 jaar schaalanciënniteit in A121 A122, na 12 jaar schaalanciënniteit in A122 A123, na 9 jaar schaalanciënniteit in A123 A124 " worden geschrapt;
2° In § 1, 5°, overgangsregeling, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) onder de salarisbepaling van " Adjunct eerste opdrachthouder A263 " worden de volgende bepalingen ingevoegd :
c) in de bepaling " Ingenieur, arts en informaticus A121 " worden de woorden " met de functie van senior auditor A129 - na 3 jaar A128 " geschrapt;
d) in de bepaling " Adjunct van de directeur A111 " worden de woorden " met de functie van senior auditor A119 - na 3 jaar A118 " geschrapt;
e) tussen de woorden " Leidinggevend hoofddeskundige B311 " en " Maritiem verkeersleider B231 - na 10 jaar schaalanciënniteit in B231/B232 " worden de woorden " Senior hoofddeskundige B311 " ingevoegd;
f) tussen de woorden " Leidinggevend hoofdmedewerker C311 " en " Hoofdscheepstechnicus C241/na 10 jaar schaalanciënniteit in C241/C242 " worden de woorden " Senior hoofdmedewerker C311 " ingevoegd;
g) tussen de woorden " Leidinggevend hoofdassistent D311 " en " Hoofdschipper en Hoofdmotorist D241/na 10 jaar schaalanciënniteit in D241/D 242 " worden de woorden " Senior hoofdassistent D311 " ingevoegd;
h) de woorden " landbouwraad A121, na 6 jaar schaalanciënniteit in A121 A122, na 12 jaar schaalanciënniteit in A122 A123, na 9 jaar schaalanciënniteit in A123 A124 " worden geschrapt;
2° In § 1, 5°, overgangsregeling, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) onder de salarisbepaling van " Adjunct eerste opdrachthouder A263 " worden de volgende bepalingen ingevoegd :
b) la disposition " Conseiller A251 - après 10 ans d'ancienneté barémique dans A251/ A252 " est supprimée;
c) dans la disposition " Ingénieur, médecin et informaticien A121 " les mots " assumant la fonction de Senior Auditor A129 - après 3 ans A128 " sont supprimés;
d) dans la disposition " Adjoint du directeur A111 " les mots " assumant la fonction de Senior Auditor A119 - après 3 ans A118 " sont supprimés;
e) les mots " Senior spécialiste en chef B311 " sont insérés entre les mots " Spécialiste en chef dirigeant B311 " et " Contrôleur du trafic maritime B231 - après 10 ans d'ancienneté barémique dans B231/B232 ";
f) les mots " Senior collaborateur en chef C311 " sont insérés entre les mots " Collaborateur en chef dirigeant C311 " et " Technicien naval en chef C241/après 10 ans d'ancienneté barémique dans C241/C242 ";
g) les mots " Senior assistant en chef D311 " sont insérés entre les mots " Assistant en chef dirigeant D311 " et " Patron en chef et motoriste en chef D241/après 10 ans d'ancienneté barémique dans D241 / D242 ";
h) les mots " Conseiller agricole A121, après 6 ans d'anciennete barémique dans A121 A122, après 12 ans d'ancienneté barémique dans A122 A123, après 9 ans d'ancienneté barémique dans A123 A124 " sont supprimés;
2° au § 1er, 5°, mesure transitoire, sont apportées les modifications suivantes :
a) sous la détermination du traitement de " Premier chargé de mission adjoint A263 " sont insérées les dispositions suivantes :
c) dans la disposition " Ingénieur, médecin et informaticien A121 " les mots " assumant la fonction de Senior Auditor A129 - après 3 ans A128 " sont supprimés;
d) dans la disposition " Adjoint du directeur A111 " les mots " assumant la fonction de Senior Auditor A119 - après 3 ans A118 " sont supprimés;
e) les mots " Senior spécialiste en chef B311 " sont insérés entre les mots " Spécialiste en chef dirigeant B311 " et " Contrôleur du trafic maritime B231 - après 10 ans d'ancienneté barémique dans B231/B232 ";
f) les mots " Senior collaborateur en chef C311 " sont insérés entre les mots " Collaborateur en chef dirigeant C311 " et " Technicien naval en chef C241/après 10 ans d'ancienneté barémique dans C241/C242 ";
g) les mots " Senior assistant en chef D311 " sont insérés entre les mots " Assistant en chef dirigeant D311 " et " Patron en chef et motoriste en chef D241/après 10 ans d'ancienneté barémique dans D241 / D242 ";
h) les mots " Conseiller agricole A121, après 6 ans d'anciennete barémique dans A121 A122, après 12 ans d'ancienneté barémique dans A122 A123, après 9 ans d'ancienneté barémique dans A123 A124 " sont supprimés;
2° au § 1er, 5°, mesure transitoire, sont apportées les modifications suivantes :
a) sous la détermination du traitement de " Premier chargé de mission adjoint A263 " sont insérées les dispositions suivantes :
| `` Adviseur-ingenieur/arts/informaticus met de functie van senior auditor, aangesteld voor 1 januari 2008 | A221 |
| na 3 jaar | A222 |
| Adviseur met de functie van senior auditor, aangesteld voor 1 januari 2008 | A211 |
| na 3 jaar | A212 |
| Adviseur benoemd voor 1 januari 2008 | A251 |
| na 10 jaar schaalancienniteit in A251 | A252 `` |
| `` Conseiller-ingénieur/médecin/informaticien assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 | A 221 |
| - après 3 ans | A 222 |
| Conseiller assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 | A 211 |
| - après 3 ans | A 212 |
| Conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 | A 251 |
| - après 10 ans d`ancienneté barémique dans A 251 | A 252 `` |
b) de woorden " Ingenieur, arts en informaticus met de functie van opdrachthouder A280 " en " Adjunct van de directeur met de functie van opdrachthouder A281 " worden geschrapt;
3° § 4 wordt opgeheven;
3° § 4 wordt opgeheven;
b) les mots " Ingénieur, médecin et informaticien assumant la fonction de chargé de mission A 280 " et " Adjoint du directeur assumant la fonction de chargé de mission A 281 " sont supprimés;
3° le § 4 est abrogé;
3° le § 4 est abrogé;
Art. 70. In artikel VII 15 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De regeling, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1, VII 129, § 2 en VII 145 van dit besluit. "
" De regeling, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1, VII 129, § 2 en VII 145 van dit besluit. "
Art. 70. Dans l'article VII 15 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le régime cité au premier alinéa ne s'applique pas aux allocations visées aux articles VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1er, VII 129, § 2 et VII 145 du présent arrêté. "
" Le régime cité au premier alinéa ne s'applique pas aux allocations visées aux articles VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1er, VII 129, § 2 et VII 145 du présent arrêté. "
Art. 71. In artikel VII 22 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De eindejaarstoelage is gelijk aan het hieronder bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november :
" § 2. De eindejaarstoelage is gelijk aan het hieronder bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november :
Art. 71. Dans l'article VII 22 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. L'allocation de fin d'année égale le pourcentage fixe ci-après du traitement brut du mois de novembre :
" § 2. L'allocation de fin d'année égale le pourcentage fixe ci-après du traitement brut du mois de novembre :
| Tot en met het kalenderjaar | % van het bruto-salaris | Vanaf kalenderjaar | % van het bruto-salaris | |
| - | - | - | - | |
| Voor de rangen A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A148 | 2008 | 53 % | 2009 | 54,6 % |
| Voor de rangen A1, B3, B2, C3 en C2 | 2007 | 59 % | 2008 | 60,8 % |
| Voor de rangen B1, C1, D3 en D2 | 2006 | 65 % | 2007 | 67,6 % |
| Voor de rang D1 | 2005 | 70 % | 2006 | 73,5 % |
Wijzigingen
Voor de rangen A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A148200853 %200954,6 %Voor de rangen A1, B3, B2, C3 en C2200759 %200860,8 %Voor de rangen B1, C1, D3 en D2200665 %200767,6 %Voor de rang D1200570 %200673,5 %
| Jusque et y compris l`année calendaire | % du traitement brut | A partir de l`année calendaire | % du traitement brut | |
| - | - | - | - | |
| Pour les rangs A2 et supérieur, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 et A148 | 2008 | 53% | 2009 | 54,6% |
| Pour les rangs A1, B3, B2, C3 et C2 | 2007 | 59% | 2008 | 60,8% |
| Pour les rangs B1, C1, D3 et D2 | 2006 | 65% | 2007 | 67,6% |
| Pour le rang D 1 | 2005 | 70% | 2006 | 73,5% |
Wijzigingen
Pour les rangs A2 et supérieur, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 et A148200853%200954,6%Pour les rangs A1, B3, B2, C3 et C2200759%200860,8%Pour les rangs B1, C1, D3 et D2200665%200767,6%Pour le rang D 1200570%200673,5%
Art. 72. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt afdeling 4, bestaande uit de artikelen VII 25 en VII 26, opgeheven.
Art. 72. Dans la partie VII, titre 2, chapitre 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, la section 4, comprenant les articles VII 25 et VII 26, est abrogée.
Art. 73. In artikel VII 31 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het bedrag "2 euro" vervangen door het bedrag "3 euro".
Art. 73. Dans l'article VII 31 du même arrêté, inseré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le montant de " 2 euros " est remplacé par le montant de " 3 euros ".
Art. 74. Aan artikel VII 32, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden volgende woorden toegevoegd :
", de toelage voor overloon en de toelage voor zaterdagprestaties, met uitzondering van :
1° het personeelslid van de rang A1 die een diensthoofdentoelage geniet als vermeld in artikel VII 153;
2° het personeelslid van de graad van loods. "
", de toelage voor overloon en de toelage voor zaterdagprestaties, met uitzondering van :
1° het personeelslid van de rang A1 die een diensthoofdentoelage geniet als vermeld in artikel VII 153;
2° het personeelslid van de graad van loods. "
Art. 74. L'article VII 32, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par les mots suivants :
", de l'allocation pour sursalaire et de l'allocation pour prestations effectuées le samedi, à l'exception du :
1° membre du personnel du rang A1 bénéficiant d'une allocation de chef de service, telle que visée à l'article VII 153;
2° membre du personnel ayant le grade de pilote. "
", de l'allocation pour sursalaire et de l'allocation pour prestations effectuées le samedi, à l'exception du :
1° membre du personnel du rang A1 bénéficiant d'une allocation de chef de service, telle que visée à l'article VII 153;
2° membre du personnel ayant le grade de pilote. "
Art. 75. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt afdeling 8, bestaande uit de artikelen VII 35 tot en met VII 40, vervangen door wat volgt :
" Afdeling 8. De prestatietoelagen
Onderafdeling 1. De managementstoelage
Art. VII.35. De secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, de algemeen directeur en de personeelsleden van het middenkader kunnen een managementstoelage ontvangen tussen 0 en 20 % van hun salaris als zij beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1.
Art. VII.36. Het percentage van managementstoelage wordt voor de secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en de algemeen directeur bepaald door de Vlaamse Regering, en voor het middenkader door het hoofd van de entiteit, raad of instelling.
Onderafdeling 2. Functioneringstoelage
Art. VII.37. De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1, kunnen een functioneringstoelage krijgen tot maximaal 15 % van hun salaris.
In voorkomend geval bedraagt voor de personeelsleden van niveau D de functioneringstoelage minimaal 5 % van hun salaris.
De personeelsleden die in aanmerking komen voor de managementstoelage, komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage.
Art. VII.38. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling beslist over de toekenning van de functioneringstoelage, tenzij de evaluatoren geen deel uitmaken van de entiteit, raad of instelling. In dat geval beslist de beleidsraad.
Onderafdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen
Art. VII.39. § 1. Een prestatietoelage kan toegekend worden als uit de functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gepresteerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd.
§ 2. Onder salaris als vermeld in artikel VII 35 en 37 wordt verstaan, het geïndexeerde jaarsalaris dat van toepassing is in de maand december van het evaluatiejaar en in voorkomend geval het bedrag van de toelage voor het waarnemen van een hoger ambt of de mandaattoelage zoals gedefinieerd in art. V 12, § 2.
Art. VII.40. De prestatietoelagen worden uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar. "
" Afdeling 8. De prestatietoelagen
Onderafdeling 1. De managementstoelage
Art. VII.35. De secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, de algemeen directeur en de personeelsleden van het middenkader kunnen een managementstoelage ontvangen tussen 0 en 20 % van hun salaris als zij beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1.
Art. VII.36. Het percentage van managementstoelage wordt voor de secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en de algemeen directeur bepaald door de Vlaamse Regering, en voor het middenkader door het hoofd van de entiteit, raad of instelling.
Onderafdeling 2. Functioneringstoelage
Art. VII.37. De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1, kunnen een functioneringstoelage krijgen tot maximaal 15 % van hun salaris.
In voorkomend geval bedraagt voor de personeelsleden van niveau D de functioneringstoelage minimaal 5 % van hun salaris.
De personeelsleden die in aanmerking komen voor de managementstoelage, komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage.
Art. VII.38. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling beslist over de toekenning van de functioneringstoelage, tenzij de evaluatoren geen deel uitmaken van de entiteit, raad of instelling. In dat geval beslist de beleidsraad.
Onderafdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen
Art. VII.39. § 1. Een prestatietoelage kan toegekend worden als uit de functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gepresteerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd.
§ 2. Onder salaris als vermeld in artikel VII 35 en 37 wordt verstaan, het geïndexeerde jaarsalaris dat van toepassing is in de maand december van het evaluatiejaar en in voorkomend geval het bedrag van de toelage voor het waarnemen van een hoger ambt of de mandaattoelage zoals gedefinieerd in art. V 12, § 2.
Art. VII.40. De prestatietoelagen worden uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar. "
Art. 75. Dans la partie VII, titre 2, chapitre 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, la section 8, comprenant les articles VII 35 à VII 40 inclus, est remplacée par les dispositions suivantes :
" Section 8. Les allocations de prestation
Sous-section 1re. L'allocation de management
Art. VII.35. Une allocation de management, se chiffrant entre 0 et 20 % de leur traitement, peut être accordée au secrétaire général, à l'administrateur général, à l'administrateur délegué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, au directeur général et aux membres du personnel du cadre moyen, s'ils remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.
Art. VII.36. Le pourcentage de l'allocation de management accordée au secrétaire géneral, à l'administrateur géneral, à l'administrateur délégué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique et au directeur général est fixé par le Gouvernement flamand, et par le chef de l'entité, du conseil et de l'établissement pour le cadre moyen.
Sous-section 2. Prime de fonctionnement
Art. VII.37. Une prime de fonctionnement, qui se chiffre à 15 % au maximum de leur traitement, peut être accordée aux membres du personnel qui remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.
Le cas échéant, la prime de fonctionnement s'élève au minimum à 5 % de leur traitement pour les membres du personnel du niveau D.
Les membres du personnel pouvant béneficier de l'allocation de management ne peuvent pas prétendre à la prime de fonctionnement.
Art. VII.38. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement décide de l'octroi de la prime de fonctionnement, à moins que les évaluateurs n'appartiennent pas à l'entité, au conseil ou à l'établissement. Dans ce cas, c'est le conseil de gestion qui décide.
Sous-section 3. - Dispositions communes
Art. VII.39. § 1er. Une allocation de prestation peut être allouée s'il apparaît de l'évaluation fonctionnelle que la performance de l'intéressé a été excellente à la lumière des attentes formulées dans la planification.
§ 2. Par traitement tel que visé aux articles VII 35 et 37, on entend le traitement annuel indexé payable au mois de décembre de l'année d'évaluation, augmenté le cas échéant du montant de l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures ou de l'allocation de mandat telle que définie à l'art. V 12, § 2.
Art. VII.40. Les allocations de prestation sont payées avant le 1er août de l'année qui suit l'année d'évaluation. "
" Section 8. Les allocations de prestation
Sous-section 1re. L'allocation de management
Art. VII.35. Une allocation de management, se chiffrant entre 0 et 20 % de leur traitement, peut être accordée au secrétaire général, à l'administrateur général, à l'administrateur délegué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, au directeur général et aux membres du personnel du cadre moyen, s'ils remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.
Art. VII.36. Le pourcentage de l'allocation de management accordée au secrétaire géneral, à l'administrateur géneral, à l'administrateur délégué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique et au directeur général est fixé par le Gouvernement flamand, et par le chef de l'entité, du conseil et de l'établissement pour le cadre moyen.
Sous-section 2. Prime de fonctionnement
Art. VII.37. Une prime de fonctionnement, qui se chiffre à 15 % au maximum de leur traitement, peut être accordée aux membres du personnel qui remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.
Le cas échéant, la prime de fonctionnement s'élève au minimum à 5 % de leur traitement pour les membres du personnel du niveau D.
Les membres du personnel pouvant béneficier de l'allocation de management ne peuvent pas prétendre à la prime de fonctionnement.
Art. VII.38. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement décide de l'octroi de la prime de fonctionnement, à moins que les évaluateurs n'appartiennent pas à l'entité, au conseil ou à l'établissement. Dans ce cas, c'est le conseil de gestion qui décide.
Sous-section 3. - Dispositions communes
Art. VII.39. § 1er. Une allocation de prestation peut être allouée s'il apparaît de l'évaluation fonctionnelle que la performance de l'intéressé a été excellente à la lumière des attentes formulées dans la planification.
§ 2. Par traitement tel que visé aux articles VII 35 et 37, on entend le traitement annuel indexé payable au mois de décembre de l'année d'évaluation, augmenté le cas échéant du montant de l'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures ou de l'allocation de mandat telle que définie à l'art. V 12, § 2.
Art. VII.40. Les allocations de prestation sont payées avant le 1er août de l'année qui suit l'année d'évaluation. "
Art. 76. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een artikel VII 49bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. VII.49bis. De personeelsleden die hun rekenplichtigheid verliezen door het afschaffen van hun financiële rekening na 31 december 2006, voor de buitengewone rekenplichtigen, en na 31 december 2007 voor de speciale en gewone rekenplichtigen, door een rationalisering in de financiële administratie, behouden hun premie op voorwaarde dat ze blijven werken op een boekhoudcel en daar verantwoordelijk zijn voor de boeking van ontvangsten en/uitgaven.
De toelage aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die gewone en buitengewone rekenplichtigen waren, wordt driemaandelijks, na verloop van de termijn uitbetaald, na het verwerken van alle openstaande problemen met betrekking tot de transacties die zij hebben verricht. Die kwartaaltoelage is bovendien maar verschuldigd als zij transacties hebben geboekt ten belope van minstens 7400 euro. "
" Art. VII.49bis. De personeelsleden die hun rekenplichtigheid verliezen door het afschaffen van hun financiële rekening na 31 december 2006, voor de buitengewone rekenplichtigen, en na 31 december 2007 voor de speciale en gewone rekenplichtigen, door een rationalisering in de financiële administratie, behouden hun premie op voorwaarde dat ze blijven werken op een boekhoudcel en daar verantwoordelijk zijn voor de boeking van ontvangsten en/uitgaven.
De toelage aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die gewone en buitengewone rekenplichtigen waren, wordt driemaandelijks, na verloop van de termijn uitbetaald, na het verwerken van alle openstaande problemen met betrekking tot de transacties die zij hebben verricht. Die kwartaaltoelage is bovendien maar verschuldigd als zij transacties hebben geboekt ten belope van minstens 7400 euro. "
Art. 76. Dans la partie VII, titre 2, chapitre 3, section 3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, il est inséré un article VII 49bis, rédigé comme suit :
" Art. VII.49bis. Les membres du personnel qui perdent leur comptabilité par la suppression de leur compte financier après le 31 décembre 2006 pour les comptables extraordinaires, et après le 31 décembre 2007 pour les comptables spéciaux et ordinaires, suite a une rationalisation au sein de l'administration financière, maintiennent leur prime à condition qu'ils continuent à travailler dans une cellule comptable où ils sont en charge de la comptabilisation des recettes et/ou dépenses.
L'allocation aux membres du personnel, visés à l'alinéa premier, qui étaient des comptables ordinaires et extraordinaires, est payée trimestriellement, à terme échu, apres le traitement de tous les problèmes non résolus concernant les transactions qu'ils ont effectuées. En outre, cette allocation trimestrielle n'est due que s'ils ont comptabilisé des transactions à concurrence de 7400 euros au minimum. "
" Art. VII.49bis. Les membres du personnel qui perdent leur comptabilité par la suppression de leur compte financier après le 31 décembre 2006 pour les comptables extraordinaires, et après le 31 décembre 2007 pour les comptables spéciaux et ordinaires, suite a une rationalisation au sein de l'administration financière, maintiennent leur prime à condition qu'ils continuent à travailler dans une cellule comptable où ils sont en charge de la comptabilisation des recettes et/ou dépenses.
L'allocation aux membres du personnel, visés à l'alinéa premier, qui étaient des comptables ordinaires et extraordinaires, est payée trimestriellement, à terme échu, apres le traitement de tous les problèmes non résolus concernant les transactions qu'ils ont effectuées. En outre, cette allocation trimestrielle n'est due que s'ils ont comptabilisé des transactions à concurrence de 7400 euros au minimum. "
Art. 77. Artikel VII 52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VII.52. De leidend ambtenaar van het departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid wijst de personeelsleden aan die met secretariaatstaken voor de Vlaamse Regering belast worden. Die personeelsleden krijgen een toelage waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de leidend ambtenaar, met een maximum van 5.694,00 euro aan 100 % per jaar. "
" Art. VII.52. De leidend ambtenaar van het departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid wijst de personeelsleden aan die met secretariaatstaken voor de Vlaamse Regering belast worden. Die personeelsleden krijgen een toelage waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de leidend ambtenaar, met een maximum van 5.694,00 euro aan 100 % per jaar. "
Art. 77. L'article VII 52 du même arrêté, insére par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VII.52. Le fonctionnaire dirigeant du Département des Services pour la Politique générale du Gouvernement désigne les membres du personnel qui seront chargés d'assurer le secrétariat du Gouvernement flamand. Ces membres du personnel bénéficient d'une allocation dont le montant est fixé par le fonctionnaire dirigeant, avec un maximum de 5.694,00 euros à 100% par an. "
" Art. VII.52. Le fonctionnaire dirigeant du Département des Services pour la Politique générale du Gouvernement désigne les membres du personnel qui seront chargés d'assurer le secrétariat du Gouvernement flamand. Ces membres du personnel bénéficient d'une allocation dont le montant est fixé par le fonctionnaire dirigeant, avec un maximum de 5.694,00 euros à 100% par an. "
Art. 78. In artikel VII 60, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt :
Art. 78. Dans l'article VII 60, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
| loodstoelage in euro's | groep 1 | groep 2 | groep 3 | groep 4 |
| na 6 jaar | na 12 jaar | na 14 jaar | ||
| - | - | - | - | - |
| Rivierloodsen | 141,09 | 168,27 | 199,48 | 237,23 |
| Kanaalloodsen | 140,94 | 168,12 | 199,33 | 237,08 |
| Scheldemondenloodsen | 55,10 | 78,26 | 91,34 | 134,13 |
| kustloodsen | 90,43 | 122,14 | 164,42 | 198,65 |
Wijzigingen
Rivierloodsen141,09168,27199,48237,23Kanaalloodsen140,94168,12199,33237,08Scheldemondenloodsen55,1078,2691,34134,13kustloodsen90,43122,14164,42198,65
| allocation de pilotage en euros | groupe 1 | groupe 2 | groupe 3 | groupe 4 |
| après 6 ans | après 12 ans | après 14 ans | ||
| - | - | - | - | - |
| pilotes de rivière | 141,09 | 168,27 | 199,48 | 237,23 |
| pilotes de canal | 140,94 | 168,12 | 199,33 | 237,08 |
| pilotes des bouches de l`Escaut | 55,10 | 78,26 | 91,34 | 134,13 |
| pilotes côtiers | 90,43 | 122,14 | 164,42 | 198,65 |
Wijzigingen
pilotes de rivière141,09168,27199,48237,23pilotes de canal140,94168,12199,33237,08pilotes des bouches de l`Escaut55,1078,2691,34134,13pilotes côtiers90,43122,14164,42198,65
Art. 79. In artikel VII 63 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt :
Art. 79. Dans l'article VII 63 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
| algemene toelage | toelage voor extra prestaties | toelage voor het effectief geven van opleiding en het afnemen van proefreizen aan de hoofdschipper-gezagvoerder van de loodsboot Tender en andere nautische functies | |
| - | - | - | |
| loods, chefloods (dagdienst) | 4.245 euro | 2.305 euro | |
| loods, chefloods (continudienst) of nautisch dienstchef | 4.245 euro | 5.361 euro | |
| loods, kapitein van de loodsboot | 4.245 euro | 13.321 euro | 10.000 euro |
| loods, stuurman van de loodsboot | 80 % van de toelagen van de kapitein | ||
| allocation générale | allocation pour prestations supplémentaires | allocation pour des cours d`instruction effectivement donnés et des voyages d`essai au patron en chef-capitaine du bateau-pilote Tender et d`autres fonctions nautiques | |
| - | - | - | |
| pilote, chef-pilote (service de jour) | 4.245 euros | 2.305 euros | |
| pilote, chef-pilote (service continu) ou chef de service nautique | 4.245 euros | 5.361 euros | |
| pilote, capitaine du bateau-pilote | 4.245 euros | 13.321 euros | 10.000 euros |
| pilote, second du bateau-pilote | 80 % des allocations du capitaine | ||
Art. 80. Aan artikel VII 65, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De geïndexeerde dagbedragen in de bovenstaande tabel worden verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter. "
" De geïndexeerde dagbedragen in de bovenstaande tabel worden verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter. "
Art. 80. L'article VII 65, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les montants journaliers indexés du tableau ci-dessus sont diminués de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas telle que fixée à l'article VII 109ter. "
" Les montants journaliers indexés du tableau ci-dessus sont diminués de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas telle que fixée à l'article VII 109ter. "
Art. 81. Aan artikel VII 73 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden een § 3 en § 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. Ingeval een vergoeding werd geforfaitariseerd en op maandbasis wordt uitbetaald, wordt de betaling stopgezet :
1° als er geen salaris wordt betaald;
2° of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.
§ 4. § 3 is niet van toepassing op de woonlastvergoeding vermeld in artikel VII 86. "
" § 3. Ingeval een vergoeding werd geforfaitariseerd en op maandbasis wordt uitbetaald, wordt de betaling stopgezet :
1° als er geen salaris wordt betaald;
2° of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.
§ 4. § 3 is niet van toepassing op de woonlastvergoeding vermeld in artikel VII 86. "
Art. 81. L'article VII 73 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un § 3 et un § 4, rédigés comme suit :
" § 3. Si une allocation a été rendue forfaitaire et est payée sur base mensuelle, le paiement est arrêté :
1° s'il n'est pas payé de traitement;
2° lors d'une absence de plus de 35 jours ouvrables.
§ 4. Le § 3 ne s'applique pas à l'indemnité pour charges d'habitation, visée à l'article VII 86. "
" § 3. Si une allocation a été rendue forfaitaire et est payée sur base mensuelle, le paiement est arrêté :
1° s'il n'est pas payé de traitement;
2° lors d'une absence de plus de 35 jours ouvrables.
§ 4. Le § 3 ne s'applique pas à l'indemnité pour charges d'habitation, visée à l'article VII 86. "
Art. 82. In artikel VII 80 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " 0,2903 euro (vanaf 1 juli 2006) " vervangen door de woorden " 0,2940 euro (vanaf 1 juli 2007) ";
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Voor de reizende functies wordt een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen bepaald na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. ";
3° § 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen en de bij de rondzendbrief voor binnenlandse reizen horende tabel voor de maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding wordt elk jaar op 1 juli herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. "
1° in § 1 worden de woorden " 0,2903 euro (vanaf 1 juli 2006) " vervangen door de woorden " 0,2940 euro (vanaf 1 juli 2007) ";
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Voor de reizende functies wordt een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen bepaald na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. ";
3° § 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen en de bij de rondzendbrief voor binnenlandse reizen horende tabel voor de maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding wordt elk jaar op 1 juli herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. "
Art. 82. A l'article VII 80 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " 0,2903 euros (a partir du 1er juillet 2006) " sont remplacés par les mots " 0,2940 euros (à partir du 1er juillet 2007) ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les fonctions itinérantes, une indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle pour véhicules a moteur est fixée après la décision du Ministre flamand chargé des affaires administratives. ";
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. L'indemnité kilométrique pour véhicules à moteur et le tableau pour l'indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle, qui appartient à la circulaire pour déplacements intérieurs, sont revus chaque année au 1er juillet, après décision du Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions. "
1° dans le § 1er, les mots " 0,2903 euros (a partir du 1er juillet 2006) " sont remplacés par les mots " 0,2940 euros (à partir du 1er juillet 2007) ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les fonctions itinérantes, une indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle pour véhicules a moteur est fixée après la décision du Ministre flamand chargé des affaires administratives. ";
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. L'indemnité kilométrique pour véhicules à moteur et le tableau pour l'indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle, qui appartient à la circulaire pour déplacements intérieurs, sont revus chaque année au 1er juillet, après décision du Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions. "
Art. 83. Artikel VII 81, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor een dienstreis met eigen motorvoertuig wordt de verplaatsing van de woonplaats naar de standplaats vergoed tegen 60 % van de kilometervergoeding.
In afwijking van het vorige lid bedraagt de vergoeding 55 % van de kilometervergoeding voor de periode tussen 1 september 2006 en 31 augustus 2007. "
" § 1. Voor een dienstreis met eigen motorvoertuig wordt de verplaatsing van de woonplaats naar de standplaats vergoed tegen 60 % van de kilometervergoeding.
In afwijking van het vorige lid bedraagt de vergoeding 55 % van de kilometervergoeding voor de periode tussen 1 september 2006 en 31 augustus 2007. "
Art. 83. L'article VII 81, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour un voyage de service avec le propre véhicule automobile, le déplacement du domicile à la résidence administrative est indemnisé à concurrence de 60 % de l'indemnité kilométrique.
Par derogation à l'alinéa précédent, l'indemnité s'élève à 55 % de l'indemnité kilométrique pour la période du 1er septembre 2006 au 31 août 2007. "
" § 1er. Pour un voyage de service avec le propre véhicule automobile, le déplacement du domicile à la résidence administrative est indemnisé à concurrence de 60 % de l'indemnité kilométrique.
Par derogation à l'alinéa précédent, l'indemnité s'élève à 55 % de l'indemnité kilométrique pour la période du 1er septembre 2006 au 31 août 2007. "
Art. 84. Aan artikel VII 83, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het bedrag vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter. "
" Het bedrag vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals bepaald in artikel VII 109ter. "
Art. 84. L'article VII 83, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Le montant visé à l'alinéa premier, est diminué, après indexation, de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas telle que fixée à l'article VII 109ter. "
" Le montant visé à l'alinéa premier, est diminué, après indexation, de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas telle que fixée à l'article VII 109ter. "
Art. 85. Aan artikel VII 87 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een § 4 toegevoegd die luidt als volgt :
" De bedragen vermeld in § 1, § 2 en § 3 worden na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque. "
" De bedragen vermeld in § 1, § 2 en § 3 worden na indexatie verminderd met de nominale waarde van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque. "
Art. 85. L'article VII 87 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un § 4, rédigé comme suit :
" Les montants visés aux § 1er, § 2 et § 3, sont diminués, après indexation, de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas. "
" Les montants visés aux § 1er, § 2 et § 3, sont diminués, après indexation, de la valeur nominale de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas. "
Art. 86. In artikel VII 88, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt de tabel vervangen door wat volgt :
Art. 86. Dans l'article VII 88, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
| korps | bedrag tegen 100% |
| per maand | |
| - | - |
| rivier- en kanaalloodsen | 117,50 euro |
| Scheldemondenloodsen | 220,50 euro |
| kustloodsen | 85,50 euro |
| corps | montant à 100 % par mois |
| - | - |
| pilotes de rivière et de canal | 117,50 euros |
| pilotes des bouches de l`Escaut | 220,50 euros |
| pilotes côtiers | 85,50 euros |
Art. 87. Aan deel VII, titel 3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 9, bestaande uit artikel VII 91bis, toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk 9. Vergoeding voor personeelsleden, tewerkgesteld in Vlissingen en Amsterdam
Art. VII.91bis. Personeelsleden met standplaats in Vlissingen, uitgezonderd de personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein, of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam, ontvangen een vergoeding van 30 euro (100 %) per maand.
De bepalingen van artikel VII 15, VII 16 en VII 17 zijn van toepassing. "
" Hoofdstuk 9. Vergoeding voor personeelsleden, tewerkgesteld in Vlissingen en Amsterdam
Art. VII.91bis. Personeelsleden met standplaats in Vlissingen, uitgezonderd de personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein, of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam, ontvangen een vergoeding van 30 euro (100 %) per maand.
De bepalingen van artikel VII 15, VII 16 en VII 17 zijn van toepassing. "
Art. 87. La partie VII, titre 3, du même arrêté, inséré par l'arreté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un chapitre 9, comprenant l'article VII 91bis, rédigé comme suit :
" Chapitre 9. Allocation pour membres du personnel occupés à Vlissingen et Amsterdam
Art. VII.91bis. Les membres du personnel ayant leur résidence administrative à Vlissingen, à l'exception des membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction de pilote opérationnel, de second ou de capitaine, ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam, bénéficient d'une allocation de 30 euros (100 %) par mois.
Les dispositions des articles VII 15, VII 16 et VII 17 s'appliquent. "
" Chapitre 9. Allocation pour membres du personnel occupés à Vlissingen et Amsterdam
Art. VII.91bis. Les membres du personnel ayant leur résidence administrative à Vlissingen, à l'exception des membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction de pilote opérationnel, de second ou de capitaine, ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam, bénéficient d'une allocation de 30 euros (100 %) par mois.
Les dispositions des articles VII 15, VII 16 et VII 17 s'appliquent. "
Art. 88. In artikel VII 104 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
" 1° in het eerste lid worden de woorden " minstens 66 % arbeidsongeschikt is " vervangen door de woorden " aan de voorwaarden voldoet om over een parkeerkaart, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, te beschikken ";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Dit voordeel is niet cumuleerbaar met het voordeel, vermeld in artikel VII 95. "
" 1° in het eerste lid worden de woorden " minstens 66 % arbeidsongeschikt is " vervangen door de woorden " aan de voorwaarden voldoet om over een parkeerkaart, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, te beschikken ";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Dit voordeel is niet cumuleerbaar met het voordeel, vermeld in artikel VII 95. "
Art. 88. A l'article VII 104 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
" 1° dans l'alinéa premier, les mots "est atteint d'une incapacité de travail de 66 % au moins" sont remplacés par les mots "remplit les conditions pour disposer d'une carte de stationnement, délivrée par le SPF Sécurité sociale ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Cet avantage n'est pas cumulable avec l'avantage visé à l'article VII 95. "
" 1° dans l'alinéa premier, les mots "est atteint d'une incapacité de travail de 66 % au moins" sont remplacés par les mots "remplit les conditions pour disposer d'une carte de stationnement, délivrée par le SPF Sécurité sociale ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Cet avantage n'est pas cumulable avec l'avantage visé à l'article VII 95. "
Art. 89. Aan deel VII, titel 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een hoofdstuk 12 " Maaltijdcheques ", bestaande uit artikel VII 109bis tot en met VII 109quinquies, toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk 12. Maaltijdcheques
Art. VII.109bis. Elk personeelslid heeft per effectieve werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties.
In afwijking van het voorgaande lid zijn de volgende personeelsleden uitgesloten van het voordeel van de maaltijdcheques :
1° personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein van de loodsboot,
2° personeelsleden tewerkgesteld als occasionele medewerker bij het BLOSO en als gids bij het KMSKA;
3° personeelsleden met standplaats in Vlissingen of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam;
4° personeelsleden die Vlaanderen vertegenwoordigen in het buitenland, zoals vermeld in artikel VII 91 van dit besluit, alsook het ondersteunend personeel;
5° personeelsleden in hun hoedanigheid van huisbewaarder of hun vervangers.
In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de diensten en personeelscategorieën waar het aantal toe te kennen maaltijdcheques wordt berekend door het totaal aantal effectief gepresteerde uren tijdens het kwartaal te delen door 7.36 uur. Als die bewerking een decimaal getal oplevert, wordt het afgerond op de hogere eenheid. Als het aldus verkregen getal groter is dan het maximale aantal werkbare dagen van de voltijds tewerkgestelde werknemer in het kwartaal, wordt het tot dat laatste getal beperkt.
Art. VII.109ter. De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 5,00 euro, waarvan 2,50 euro werknemersbijdrage en 2,50 euro werkgeversbijdrage.
Art. VII.109quater. In geval van een verlof als vermeld in artikel X 42 tot en met X 43; artikel X 49 tot en met X 53, en artikel X 55 tot en met X 58, blijft het recht op maaltijdcheques behouden als het salaris door de Vlaamse overheid wordt doorbetaald.
In geval van dienstvrijstelling die een volledige werkdag in beslag neemt is er geen recht op maaltijdcheques, met uitzondering van dienstvrijstelling als vermeld in artikel X 73 en de dienstvrijstelling die vergelijkbaar is met een gewerkte dag of voor de oproeping voor het gerecht of door een andere overheid.
Een buitenlandse dienstreis geeft geen recht op de toekenning van een maaltijdcheque.
Er is geen recht op maaltijdcheques in geval van tuchtschorsing als vermeld in artikel VIII 2, 3°, of in geval van schorsing in het belang van de dienst zoals vermeld in deel IX.
In geval van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking als vermeld in artikel X 5, verliest het personeelslid het recht op maaltijdcheques als die dag geen prestaties worden verricht. In geval van lock-out, waarbij het personeelslid de toegang tot de werkplaats werd verhinderd, is er recht op een maaltijdcheque als het personeelslid die dag een prestatie levert of de afwezigheid via een attest verantwoordt.
Art. VII.109quinquies. In de entiteiten met rechtspersoonlijkheid waar een voordeliger regeling bestaat, blijft die behouden. "
" Hoofdstuk 12. Maaltijdcheques
Art. VII.109bis. Elk personeelslid heeft per effectieve werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties.
In afwijking van het voorgaande lid zijn de volgende personeelsleden uitgesloten van het voordeel van de maaltijdcheques :
1° personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein van de loodsboot,
2° personeelsleden tewerkgesteld als occasionele medewerker bij het BLOSO en als gids bij het KMSKA;
3° personeelsleden met standplaats in Vlissingen of tewerkgesteld in de Brakke Grond in Amsterdam;
4° personeelsleden die Vlaanderen vertegenwoordigen in het buitenland, zoals vermeld in artikel VII 91 van dit besluit, alsook het ondersteunend personeel;
5° personeelsleden in hun hoedanigheid van huisbewaarder of hun vervangers.
In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de diensten en personeelscategorieën waar het aantal toe te kennen maaltijdcheques wordt berekend door het totaal aantal effectief gepresteerde uren tijdens het kwartaal te delen door 7.36 uur. Als die bewerking een decimaal getal oplevert, wordt het afgerond op de hogere eenheid. Als het aldus verkregen getal groter is dan het maximale aantal werkbare dagen van de voltijds tewerkgestelde werknemer in het kwartaal, wordt het tot dat laatste getal beperkt.
Art. VII.109ter. De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 5,00 euro, waarvan 2,50 euro werknemersbijdrage en 2,50 euro werkgeversbijdrage.
Art. VII.109quater. In geval van een verlof als vermeld in artikel X 42 tot en met X 43; artikel X 49 tot en met X 53, en artikel X 55 tot en met X 58, blijft het recht op maaltijdcheques behouden als het salaris door de Vlaamse overheid wordt doorbetaald.
In geval van dienstvrijstelling die een volledige werkdag in beslag neemt is er geen recht op maaltijdcheques, met uitzondering van dienstvrijstelling als vermeld in artikel X 73 en de dienstvrijstelling die vergelijkbaar is met een gewerkte dag of voor de oproeping voor het gerecht of door een andere overheid.
Een buitenlandse dienstreis geeft geen recht op de toekenning van een maaltijdcheque.
Er is geen recht op maaltijdcheques in geval van tuchtschorsing als vermeld in artikel VIII 2, 3°, of in geval van schorsing in het belang van de dienst zoals vermeld in deel IX.
In geval van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking als vermeld in artikel X 5, verliest het personeelslid het recht op maaltijdcheques als die dag geen prestaties worden verricht. In geval van lock-out, waarbij het personeelslid de toegang tot de werkplaats werd verhinderd, is er recht op een maaltijdcheque als het personeelslid die dag een prestatie levert of de afwezigheid via een attest verantwoordt.
Art. VII.109quinquies. In de entiteiten met rechtspersoonlijkheid waar een voordeliger regeling bestaat, blijft die behouden. "
Art. 89. La partie VII, titre 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complete par un chapitre 12 " Cheques-repas ", comprenant les articles VII 109bis à VII 109quinquies inclus, rédigé comme suit :
" Chapitre 12. Chèques-repas
Art. VII.109bis. Par jour de travail effectif, chaque membre du personnel a droit à un chèque-repas, quelle que soit la durée des prestations de travail.
Par dérogation à l'alinéa précedent, les membres du personnel suivants sont exclus du bénéfice des chèques-repas :
1° les membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction de pilote opérationnel, de second ou de capitaine du bateau-pilote,
2° les membres du personnel occupés en tant que collaborateur occasionnel auprès du BLOSO et en tant que guide auprès du KMSKA;
3° les membres du personnel ayant leur résidence administrative à Vlissingen, ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam;
4° les membres du personnel qui représentent la Flandre à l'étranger, tels que visés à l'article VII 91 du présent arrêté, ainsi que le personnel d'appui;
5° les membres du personnel en leur qualité de concierge ou leurs remplaçants.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions, détermine les services et catégories du personnel où le nombre de chèques-repas est calculé en divisant le nombre total des heures effectivement prestées pendant le trimestre, par 7h36. Si cette opération résulte en un nombre décimal, il est arrondi à l'unité supérieure. Si le nombre ainsi obtenu est supérieur au nombre maximal de jours prestables du travailleur occupé à plein temps pendant le trimestre, il est limité à ce dernier nombre.
Art. VII.109ter. La valeur nominale du chèque-repas s'élève à 5,00 euros, dont 2,50 euros d'intervention du travailleur et 2,50 euros d'intervention de l'employeur.
Art. VII.109quater. En cas d'un congé tel que visé aux articles X 42 à X 43 inclus, aux articles X 49 à X 53 inclus, et aux articles X 55 à X 58 inclus, le droit aux chèques-repas est maintenu si le traitement continue à être payé par l'Autorité flamande.
En cas de dispense de service d'un jour ouvrable entier, il n'existe aucun droit aux chèques-repas, à l'exception de la dispense de service telle que visée à l'article X 73 et de la dispense de service comparable à un jour travaillé ou pour la convocation devant le tribunal ou par une autre autorité.
Un voyage de service a l'étranger ne donne pas droit à l'octroi d'un chèque-repas.
Il n'existe aucun droit aux chèques-repas en cas de suspension disciplinaire, telle que visée à l'article VII 2, 3°, ou en cas de suspension dans l'interêt du service, telle que visée à la partie IX.
En cas de participation à une action de cessation concertée du travail, telle que visée à l'article X 5, le membre du personnel perd le droit aux chèques-repas si aucune prestation n'est effectuée ce jour-là. En cas de lock-out, quand l'accès du membre du personnel au lieu de travail a été rendu impossible, le membre du personnel a droit à un chèque-repas s'il fournit une prestation ce jour-là ou s'il justifie l'absence au moyen d'une attestation.
Art. VII.109quinquies. Dans les entités dotées de la personnalité juridique où il existe un régime plus avantageux, ce dernier est maintenu. "
" Chapitre 12. Chèques-repas
Art. VII.109bis. Par jour de travail effectif, chaque membre du personnel a droit à un chèque-repas, quelle que soit la durée des prestations de travail.
Par dérogation à l'alinéa précedent, les membres du personnel suivants sont exclus du bénéfice des chèques-repas :
1° les membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction de pilote opérationnel, de second ou de capitaine du bateau-pilote,
2° les membres du personnel occupés en tant que collaborateur occasionnel auprès du BLOSO et en tant que guide auprès du KMSKA;
3° les membres du personnel ayant leur résidence administrative à Vlissingen, ou occupés chez de Brakke Grond à Amsterdam;
4° les membres du personnel qui représentent la Flandre à l'étranger, tels que visés à l'article VII 91 du présent arrêté, ainsi que le personnel d'appui;
5° les membres du personnel en leur qualité de concierge ou leurs remplaçants.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions, détermine les services et catégories du personnel où le nombre de chèques-repas est calculé en divisant le nombre total des heures effectivement prestées pendant le trimestre, par 7h36. Si cette opération résulte en un nombre décimal, il est arrondi à l'unité supérieure. Si le nombre ainsi obtenu est supérieur au nombre maximal de jours prestables du travailleur occupé à plein temps pendant le trimestre, il est limité à ce dernier nombre.
Art. VII.109ter. La valeur nominale du chèque-repas s'élève à 5,00 euros, dont 2,50 euros d'intervention du travailleur et 2,50 euros d'intervention de l'employeur.
Art. VII.109quater. En cas d'un congé tel que visé aux articles X 42 à X 43 inclus, aux articles X 49 à X 53 inclus, et aux articles X 55 à X 58 inclus, le droit aux chèques-repas est maintenu si le traitement continue à être payé par l'Autorité flamande.
En cas de dispense de service d'un jour ouvrable entier, il n'existe aucun droit aux chèques-repas, à l'exception de la dispense de service telle que visée à l'article X 73 et de la dispense de service comparable à un jour travaillé ou pour la convocation devant le tribunal ou par une autre autorité.
Un voyage de service a l'étranger ne donne pas droit à l'octroi d'un chèque-repas.
Il n'existe aucun droit aux chèques-repas en cas de suspension disciplinaire, telle que visée à l'article VII 2, 3°, ou en cas de suspension dans l'interêt du service, telle que visée à la partie IX.
En cas de participation à une action de cessation concertée du travail, telle que visée à l'article X 5, le membre du personnel perd le droit aux chèques-repas si aucune prestation n'est effectuée ce jour-là. En cas de lock-out, quand l'accès du membre du personnel au lieu de travail a été rendu impossible, le membre du personnel a droit à un chèque-repas s'il fournit une prestation ce jour-là ou s'il justifie l'absence au moyen d'une attestation.
Art. VII.109quinquies. Dans les entités dotées de la personnalité juridique où il existe un régime plus avantageux, ce dernier est maintenu. "
Art. 90. In artikel VII 118, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt het getal " 2.874,03 " vervangen door het getal " 3.056,03 ".
Art. 90. Dans l'article VII 118, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le nombre " 2.874,03 " est remplacé par le nombre " 3.056,03 ".
Art. 91. In artikel VII 124, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 worden de woorden " 16 tot en met 21, 27, 40, 43 en 45 " vervangen door de woorden " 15 tot en met 19, 25, 37, 40 en 42 ".
Art. 91. Dans l'article VII 124, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, les mots " 16 à 21 inclus, 27, 40, 43 et 45 " sont remplacés par les mots " 15 à 19 inclus, 25, 37, 40 et 42 ".
Art. 92. Artikel VII 134 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 92. L'article VII 134 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 93. Artikel VII 151 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt als volgt gewijzigd :
1° wordt opgeheven;
2° wordt terug ingevoegd als volgt :
Ambtenaren van rang A1 die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit de diensthoofdentoelage bedoeld in artikel XIII 25 en XIII 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid zoals gewijzigd bij besluit van 16 maart 2007 genieten, behouden in de volgende gevallen deze toelage :
1° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die bevorderd worden tot een functie van N-2 en wiens salaris in N-2 lager is dan het A1-salaris verhoogd met 10 % totdat hun salaris in rang A2 hoger wordt dan de som van hun salaris in rang A1 verhoogd met de diensthoofdentoelage;
2° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die niet bevorderd worden in een functie van N-2, maar die de functie blijven uitoefenen en niet gevat worden door toepassing van vermelde overgangsregel, behouden ten persoonlijken titel de A1-diensthoofdentoelage.
1° wordt opgeheven;
2° wordt terug ingevoegd als volgt :
Ambtenaren van rang A1 die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit de diensthoofdentoelage bedoeld in artikel XIII 25 en XIII 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid zoals gewijzigd bij besluit van 16 maart 2007 genieten, behouden in de volgende gevallen deze toelage :
1° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die bevorderd worden tot een functie van N-2 en wiens salaris in N-2 lager is dan het A1-salaris verhoogd met 10 % totdat hun salaris in rang A2 hoger wordt dan de som van hun salaris in rang A1 verhoogd met de diensthoofdentoelage;
2° De huidige titularissen van de A1-diensthoofdentoelage die niet bevorderd worden in een functie van N-2, maar die de functie blijven uitoefenen en niet gevat worden door toepassing van vermelde overgangsregel, behouden ten persoonlijken titel de A1-diensthoofdentoelage.
Art. 93. L'article VII 151 du même arrêté, inséré par l'arrête du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est modifié comme suit :
le point 1° est abrogé;
le point 2° est réinsére comme suit :
Les fonctionnaires du rang A1 qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficient de l'allocation de chef de service, visée aux articles XIII 25 et XIII 26 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 fixant le statut du personnel des services de l'autorité flamande, tel que modifié par l'arrêté du 16 mars 2007, maintiennent cette allocation dans les cas suivants :
1° Les titulaires actuels de l'allocation de chef de service A1 qui sont promus à une fonction de N-2 et dont le traitement dans N-2 est inférieur au traitement A1 majoré de 10% jusqu'à ce que leur traitement dans le rang A2 devient supérieur à la somme de leur traitement dans le rang A1 majoré de l'allocation de chef de service;
2° Les titulaires actuels de l'allocation de chef de service A1 qui ne sont pas promus à une fonction de N-2, mais qui continuent à exercer la fonction et qui ne sont pas saisis par l'application de la règle de transition précitée, maintiennent l'allocation de chef de service A1 à titre personnel.
le point 1° est abrogé;
le point 2° est réinsére comme suit :
Les fonctionnaires du rang A1 qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficient de l'allocation de chef de service, visée aux articles XIII 25 et XIII 26 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 fixant le statut du personnel des services de l'autorité flamande, tel que modifié par l'arrêté du 16 mars 2007, maintiennent cette allocation dans les cas suivants :
1° Les titulaires actuels de l'allocation de chef de service A1 qui sont promus à une fonction de N-2 et dont le traitement dans N-2 est inférieur au traitement A1 majoré de 10% jusqu'à ce que leur traitement dans le rang A2 devient supérieur à la somme de leur traitement dans le rang A1 majoré de l'allocation de chef de service;
2° Les titulaires actuels de l'allocation de chef de service A1 qui ne sont pas promus à une fonction de N-2, mais qui continuent à exercer la fonction et qui ne sont pas saisis par l'application de la règle de transition précitée, maintiennent l'allocation de chef de service A1 à titre personnel.
Art. 94. Artikel VII 152 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 94. L'article VII 152 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogé.
Art. 95. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" VIII.19. De bevoegde overheid noch de raad van beroep kunnen een zwaardere tuchtstraf definitief uitspreken dan de straf die uitgesproken is voor het beroep.
Zij mogen alleen feiten in aanmerking nemen die de tuchtprocedure gerechtvaardigd hebben.
Als de raad van beroep unaniem beslist dat de tuchtstraf ongegrond is, kan de raad aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om geen of een lichtere straf toe te kennen dan de straf die uitgesproken is voor het beroep. "
Een tuchtstraf kan geen uitwerking hebben over een periode vóór de uitspraak. "
" VIII.19. De bevoegde overheid noch de raad van beroep kunnen een zwaardere tuchtstraf definitief uitspreken dan de straf die uitgesproken is voor het beroep.
Zij mogen alleen feiten in aanmerking nemen die de tuchtprocedure gerechtvaardigd hebben.
Als de raad van beroep unaniem beslist dat de tuchtstraf ongegrond is, kan de raad aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om geen of een lichtere straf toe te kennen dan de straf die uitgesproken is voor het beroep. "
Een tuchtstraf kan geen uitwerking hebben over een periode vóór de uitspraak. "
Art. 95. L'article VIII 19 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" VIII.19. Ni l'autorité competente, ni la chambre de recours ne peuvent prononcer une peine disciplinaire plus lourde que celle qui a été prononcée avant le recours.
Elles ne peuvent prendre en considération que les faits qui ont justifié la procédure disciplinaire.
Si la chambre de recours décide à l'unanimité que la peine disciplinaire est non fondée, la chambre peut ensuite décider à l'unanimité des voix de prononcer aucune peine ou une peine plus légère que celle prononcée avant le recours.
La peine disciplinaire ne peut avoir effet sur une période précédant le prononcé. "
" VIII.19. Ni l'autorité competente, ni la chambre de recours ne peuvent prononcer une peine disciplinaire plus lourde que celle qui a été prononcée avant le recours.
Elles ne peuvent prendre en considération que les faits qui ont justifié la procédure disciplinaire.
Si la chambre de recours décide à l'unanimité que la peine disciplinaire est non fondée, la chambre peut ensuite décider à l'unanimité des voix de prononcer aucune peine ou une peine plus légère que celle prononcée avant le recours.
La peine disciplinaire ne peut avoir effet sur une période précédant le prononcé. "
Art. 96. In artikel X 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Boven op de 35 werkdagen vakantie heeft het personeelslid van 55 jaar of ouder recht op volgend aantal extra werkdagen vakantie :
1. vanaf 55 jaar : 1 werkdag;
2. vanaf 57 jaar : 2 werkdagen;
3. vanaf 59 jaar : 3 werkdagen;
4. vanaf 60 jaar : 4 werkdagen;
5. vanaf 61 jaar : 5 werkdagen.
Deze regeling is niet van toepassing op personeelsleden die van een bijzondere verlofregeling van de openbare ziekenhuizen genieten, of de bijzondere verlofregeling, vermeld in § 3. "
2° in § 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Ingeval het personeelslid door ziekte of arbeidsongeval zijn vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de pensionering, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast. "
3° in § 3 wordt het woord " ambtenaren " vervangen door het woord " personeelsleden ".
1° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Boven op de 35 werkdagen vakantie heeft het personeelslid van 55 jaar of ouder recht op volgend aantal extra werkdagen vakantie :
1. vanaf 55 jaar : 1 werkdag;
2. vanaf 57 jaar : 2 werkdagen;
3. vanaf 59 jaar : 3 werkdagen;
4. vanaf 60 jaar : 4 werkdagen;
5. vanaf 61 jaar : 5 werkdagen.
Deze regeling is niet van toepassing op personeelsleden die van een bijzondere verlofregeling van de openbare ziekenhuizen genieten, of de bijzondere verlofregeling, vermeld in § 3. "
2° in § 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Ingeval het personeelslid door ziekte of arbeidsongeval zijn vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de pensionering, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast. "
3° in § 3 wordt het woord " ambtenaren " vervangen door het woord " personeelsleden ".
Art. 96. A l'article X 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, il est inséré entre les alinéas deux et trois, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Outre le congé annuel de 35 jours ouvrables, le membre du personnel de 55 ans ou plus a droit au nombre suivant de jours ouvrables supplémentaires de congé :
1. à partir de 55 ans : 1 jour ouvrable;
2. à partir de 57 ans : 2 jours ouvrables;
3. à partir de 59 ans : 3 jours ouvrables;
4. à partir de 60 ans : 4 jours ouvrables;
5. à partir de 61 ans : 5 jours ouvrables.
Ce régime ne s'applique pas aux membres du personnel qui bénéficient du régime spécial en matière de congé des hôpitaux publics, ou du régime spécial en matière de congé, visé au § 3. "
2° le § 1er est complété par un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Si, pour cause de maladie ou d'accident du travail, le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de congé avant la mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, sont appliquées. "
3° dans le § 3, le mot "fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel ".
1° dans le § 1er, il est inséré entre les alinéas deux et trois, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Outre le congé annuel de 35 jours ouvrables, le membre du personnel de 55 ans ou plus a droit au nombre suivant de jours ouvrables supplémentaires de congé :
1. à partir de 55 ans : 1 jour ouvrable;
2. à partir de 57 ans : 2 jours ouvrables;
3. à partir de 59 ans : 3 jours ouvrables;
4. à partir de 60 ans : 4 jours ouvrables;
5. à partir de 61 ans : 5 jours ouvrables.
Ce régime ne s'applique pas aux membres du personnel qui bénéficient du régime spécial en matière de congé des hôpitaux publics, ou du régime spécial en matière de congé, visé au § 3. "
2° le § 1er est complété par un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Si, pour cause de maladie ou d'accident du travail, le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de congé avant la mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, sont appliquées. "
3° dans le § 3, le mot "fonctionnaires " est remplacé par les mots " membres du personnel ".
Art. 97. Aan artikel X 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het derde lid, ondergaat het jaarlijks vakantieverlof van het contractuele personeelslid geen evenredige vermindering in geval van :
1° afwezigheid wegens ziekte of ongeval;
2° bevallingsverlof;
3° afwezigheid wegens militaire dienst die geen volle kalendermaand beslaat;
4° vaderschapsverlof.
" In afwijking van het derde lid, ondergaat het jaarlijks vakantieverlof van het contractuele personeelslid geen evenredige vermindering in geval van :
1° afwezigheid wegens ziekte of ongeval;
2° bevallingsverlof;
3° afwezigheid wegens militaire dienst die geen volle kalendermaand beslaat;
4° vaderschapsverlof.
Art. 97. L'article X 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est complété par un alinéa quatre, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa trois, le congé annuel de vacances du membre du personnel contractuel n'est pas diminué proportionnellement en cas de :
1° absence pour cause de maladie ou d'accident;
2° congé de maternité;
3° absence pour cause de service militaire ne couvrant pas de mois calendaire entier;
4° congé de paternité.
" Par dérogation à l'alinéa trois, le congé annuel de vacances du membre du personnel contractuel n'est pas diminué proportionnellement en cas de :
1° absence pour cause de maladie ou d'accident;
2° congé de maternité;
3° absence pour cause de service militaire ne couvrant pas de mois calendaire entier;
4° congé de paternité.
Art. 98. In artikel X 17, § 2, van hetzelfde besluit wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Een contractueel personeelslid heeft evenwel geen recht op salaris voor de afwezigheid waarvoor een beroep kan worden gedaan op ziekte-uitkeringen ".
" Een contractueel personeelslid heeft evenwel geen recht op salaris voor de afwezigheid waarvoor een beroep kan worden gedaan op ziekte-uitkeringen ".
Art. 98. Dans l'article X 17, § 2, du même arrêté, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Le membre du personnel contractuel n'a cependant pas droit à un traitement pour les absences pour lesquelles il peut être fait appel à des indemnités de maladie ".
" Le membre du personnel contractuel n'a cependant pas droit à un traitement pour les absences pour lesquelles il peut être fait appel à des indemnités de maladie ".
Art. 99. In artikel X 25, van hetzelfde besluit, wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Een ambtenaar kan een verlof voor deeltijdse prestaties krijgen.
Het verlof voor deeltijdse prestaties is alleen een recht voor ambtenaren van rang A2 en lager, die geen directeursfunctie uitoefenen en die zich in een van volgende situaties bevinden :
1° de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben;
2° ten minste twee kinderen ten laste hebben die nog niet de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben;
3° een kind ten laste hebben dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap.
Voor de top- en middenkaderfuncties gelden de bepalingen van deel V. "
" § 1. Een ambtenaar kan een verlof voor deeltijdse prestaties krijgen.
Het verlof voor deeltijdse prestaties is alleen een recht voor ambtenaren van rang A2 en lager, die geen directeursfunctie uitoefenen en die zich in een van volgende situaties bevinden :
1° de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben;
2° ten minste twee kinderen ten laste hebben die nog niet de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben;
3° een kind ten laste hebben dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap.
Voor de top- en middenkaderfuncties gelden de bepalingen van deel V. "
Art. 99. Dans l'article X 25 du même arrêté, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le fonctionnaire peut obtenir un congé pour prestations à temps partiel.
Le congé pour prestations à temps partiel n'est un droit que pour les fonctionnaires du rang A2 et inférieur, qui n'exercent pas de fonction de directeur et qui se trouvent dans l'une des situations suivantes :
1° avoir atteint l'âge de 50 ans;
2° avoir à charge au moins deux enfants n'ayant pas encore atteint l'âge de 15 ans;
3° avoir à charge un enfant donnant droit aux allocations familiales supplémentaires en raison de son affection ou handicap.
Les fonctions des cadres supérieur et moyen sont soumises aux dispositions de la partie V. "
" § 1er. Le fonctionnaire peut obtenir un congé pour prestations à temps partiel.
Le congé pour prestations à temps partiel n'est un droit que pour les fonctionnaires du rang A2 et inférieur, qui n'exercent pas de fonction de directeur et qui se trouvent dans l'une des situations suivantes :
1° avoir atteint l'âge de 50 ans;
2° avoir à charge au moins deux enfants n'ayant pas encore atteint l'âge de 15 ans;
3° avoir à charge un enfant donnant droit aux allocations familiales supplémentaires en raison de son affection ou handicap.
Les fonctions des cadres supérieur et moyen sont soumises aux dispositions de la partie V. "
Art. 100. In deel X, titel 7, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, bestaande uit artikel X 42 tot en met X 43, vervangen door wat volgt :
" Hoofdstuk 1. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid voor de uitoefening van taken in het belang van de Vlaamse overheid
Art. X.42. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren tijdelijk taken die van belang zijn voor de Vlaamse overheid, uitoefent ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid, wordt tussen de werkgevers een overeenkomst gesloten die na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de arbeidsvoorwaarden bepaalt die voor de betrokken ambtenaren zullen gelden gedurende de uitvoering van de taken.
Deze arbeidsvoorwaarden die in de overeenkomst tussen de werkgevers worden vastgesteld, zijn ambtshalve van toepassing op de betrokken ambtenaren.
Onder werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt verstaan, de Vlaamse Gemeenschap (voor het ministerie), het agentschap met rechtspersoonlijkheid, de raad of de instelling, vertegenwoordigd door de respectievelijke hoofden van de entiteit, raad of instelling.
Art. X.43. § 1. In de overeenkomst, vermeld in artikel X 42, kan bepaald worden dat de werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid het salaris (door)betaalt van de ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, en dat de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid dat salaris geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.
§ 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die werkgever worden geplaatst.
§ 3. De ambtenaar is in dienstactiviteit tijdens de periode van uitvoering van de taken ten behoeve van de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid. "
" Hoofdstuk 1. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid voor de uitoefening van taken in het belang van de Vlaamse overheid
Art. X.42. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren tijdelijk taken die van belang zijn voor de Vlaamse overheid, uitoefent ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid, wordt tussen de werkgevers een overeenkomst gesloten die na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de arbeidsvoorwaarden bepaalt die voor de betrokken ambtenaren zullen gelden gedurende de uitvoering van de taken.
Deze arbeidsvoorwaarden die in de overeenkomst tussen de werkgevers worden vastgesteld, zijn ambtshalve van toepassing op de betrokken ambtenaren.
Onder werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt verstaan, de Vlaamse Gemeenschap (voor het ministerie), het agentschap met rechtspersoonlijkheid, de raad of de instelling, vertegenwoordigd door de respectievelijke hoofden van de entiteit, raad of instelling.
Art. X.43. § 1. In de overeenkomst, vermeld in artikel X 42, kan bepaald worden dat de werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid het salaris (door)betaalt van de ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, en dat de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid dat salaris geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.
§ 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die werkgever worden geplaatst.
§ 3. De ambtenaar is in dienstactiviteit tijdens de periode van uitvoering van de taken ten behoeve van de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid. "
Art. 100. Dans la partie X, titre 7, du même arrêté, le chapitre 1er, comprenant les articles X 42 à X 43 inclus, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Chapitre 1er. L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande pour l'accomplissement de tâches dans l'intérêt de l'autorité flamande
Art. X.42. Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires accomplit temporairement des tâches qui sont importantes pour l'autorité flamande, au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, une convention est conclue entre les employeurs. Après l'accord du Ministre flamand compétent pour les affaires administratives, cette convention fixe les conditions de travail qui seront applicables aux fonctionnaires concernés pendant l'accomplissement des tâches.
Ces conditions de travail qui sont fixées dans la convention conclue entre les employeurs, s'appliquent d'office aux fonctionnaires concernés.
Par employeur au sein des services de l'autorité flamande, on entend la Communauté flamande (pour le Ministère), l'agence dotée de la personnalité juridique, le conseil ou l'établissement, représenté par les chefs respectifs de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
Art. X.43. § 1er. La convention visée à l'article X 42 peut stipuler que l'employeur au sein des services de l'autorite flamande assure/poursuit le paiement du traitement du fonctionnaire chargé d'accomplir des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, et que l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande rembourse ce traitement en tout ou en partie.
§ 2. Le fonctionnaire affecté à des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cet employeur.
§ 3. Le fonctionnaire est en activité de service pendant la période durant laquelle il assume les tâches au bénefice de l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande. "
" Chapitre 1er. L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande pour l'accomplissement de tâches dans l'intérêt de l'autorité flamande
Art. X.42. Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires accomplit temporairement des tâches qui sont importantes pour l'autorité flamande, au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, une convention est conclue entre les employeurs. Après l'accord du Ministre flamand compétent pour les affaires administratives, cette convention fixe les conditions de travail qui seront applicables aux fonctionnaires concernés pendant l'accomplissement des tâches.
Ces conditions de travail qui sont fixées dans la convention conclue entre les employeurs, s'appliquent d'office aux fonctionnaires concernés.
Par employeur au sein des services de l'autorité flamande, on entend la Communauté flamande (pour le Ministère), l'agence dotée de la personnalité juridique, le conseil ou l'établissement, représenté par les chefs respectifs de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
Art. X.43. § 1er. La convention visée à l'article X 42 peut stipuler que l'employeur au sein des services de l'autorite flamande assure/poursuit le paiement du traitement du fonctionnaire chargé d'accomplir des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, et que l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande rembourse ce traitement en tout ou en partie.
§ 2. Le fonctionnaire affecté à des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cet employeur.
§ 3. Le fonctionnaire est en activité de service pendant la période durant laquelle il assume les tâches au bénefice de l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande. "
Art. 101. In deel X, titel 7, van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 1bis, bestaande uit artikel X 43bis tot en met X 43ter, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk 1bis. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid
Art. X.43bis. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren binnen de diensten van de Vlaamse overheid tijdelijk taken uitoefent ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid, zijn de arbeidsvoorwaarden die gelden bij die andere entiteit, raad of instelling van toepassing gedurende de uitvoering van de taken.
Art. X.43ter. § 1. De hoofden van de betrokken entiteiten, raden of instelling bepalen welke entiteit, raad of instelling het salaris betaalt.
§ 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die andere entiteit, raad of instelling worden geplaatst. "
" Hoofdstuk 1bis. De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid
Art. X.43bis. Als een ambtenaar of groep van ambtenaren binnen de diensten van de Vlaamse overheid tijdelijk taken uitoefent ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid, zijn de arbeidsvoorwaarden die gelden bij die andere entiteit, raad of instelling van toepassing gedurende de uitvoering van de taken.
Art. X.43ter. § 1. De hoofden van de betrokken entiteiten, raden of instelling bepalen welke entiteit, raad of instelling het salaris betaalt.
§ 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die andere entiteit, raad of instelling worden geplaatst. "
Art. 101. Dans la partie X, titre 7, du même arreté, il est inséré un chapitre 1bis, comprenant les articles X 43bis à X 43ter inclus, rédigé comme suit :
" Chapitre 1bis. L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'une entité, d'un conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande
Art. X.43bis. Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires au sein des services de l'autorité flamande accomplit temporairement des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, les conditions de travail applicables au sein de cette autre entité ou cet autre conseil ou établissement, s'appliquent pendant l'accomplissement des tâches.
Art. X.43ter. § 1er. Les chefs des entités, conseils ou établissements concernés déterminent l'entité, le conseil ou l'établissement qui paiera le traitement.
§ 2. Le fonctionnaire affecte à des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cette autre entité, de cet autre conseil ou établissement. "
" Chapitre 1bis. L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'une entité, d'un conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande
Art. X.43bis. Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires au sein des services de l'autorité flamande accomplit temporairement des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, les conditions de travail applicables au sein de cette autre entité ou cet autre conseil ou établissement, s'appliquent pendant l'accomplissement des tâches.
Art. X.43ter. § 1er. Les chefs des entités, conseils ou établissements concernés déterminent l'entité, le conseil ou l'établissement qui paiera le traitement.
§ 2. Le fonctionnaire affecte à des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cette autre entité, de cet autre conseil ou établissement. "
Art. 102. Artikel X 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. X.44. De ambtenaar krijgt verlof wanneer hij door één van volgende instanties wordt aangewezen om een ambt uit te oefenen op hun kabinet, of in voorkomend geval bij de entiteiten met politieke functie ter vervanging van het kabinet :
- een lid van een regering of een regeringscommissaris;
- een lid van de bestendige deputatie, de gouverneur van een provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
- een burgemeester of een schepen;
- de fracties in de gemeenteraad of provincieraad;
- een OCMW-voorzitter;
- een voorzitter van een districtsraad;
- een Europees commissaris;
- de voorzitter van een wetgevende vergadering.
De aanwijzing gebeurt na akkoord van de functionele minister, die het advies inwint van de lijnmanager. "
" Art. X.44. De ambtenaar krijgt verlof wanneer hij door één van volgende instanties wordt aangewezen om een ambt uit te oefenen op hun kabinet, of in voorkomend geval bij de entiteiten met politieke functie ter vervanging van het kabinet :
- een lid van een regering of een regeringscommissaris;
- een lid van de bestendige deputatie, de gouverneur van een provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
- een burgemeester of een schepen;
- de fracties in de gemeenteraad of provincieraad;
- een OCMW-voorzitter;
- een voorzitter van een districtsraad;
- een Europees commissaris;
- de voorzitter van een wetgevende vergadering.
De aanwijzing gebeurt na akkoord van de functionele minister, die het advies inwint van de lijnmanager. "
Art. 102. L'article X 44 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. X.44. Le fonctionnaire obtient un conge lorsqu'il est désigné par une des instances suivantes pour exercer une fonction à son cabinet ou, le cas échéant, auprès des entités ayant une fonction politique en remplacement du cabinet :
- un membre d'un Gouvernement ou un commissaire du Gouvernement;
- un membre de la députation permanente, le gouverneur d'une province ou le gouverneur ou vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale;
- un bourgmestre ou un échevin;
- les groupes du conseil communal ou du conseil provincial;
- un président d'un CPAS;
- un président d'un conseil de district;
- un commissaire européen;
- le président d'une assemblée législative.
La désignation se fait moyennant l'accord du Ministre fonctionnel, qui recueille l'avis du manager de ligne. "
" Art. X.44. Le fonctionnaire obtient un conge lorsqu'il est désigné par une des instances suivantes pour exercer une fonction à son cabinet ou, le cas échéant, auprès des entités ayant une fonction politique en remplacement du cabinet :
- un membre d'un Gouvernement ou un commissaire du Gouvernement;
- un membre de la députation permanente, le gouverneur d'une province ou le gouverneur ou vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale;
- un bourgmestre ou un échevin;
- les groupes du conseil communal ou du conseil provincial;
- un président d'un CPAS;
- un président d'un conseil de district;
- un commissaire européen;
- le président d'une assemblée législative.
La désignation se fait moyennant l'accord du Ministre fonctionnel, qui recueille l'avis du manager de ligne. "
Art. 103. In artikel X 61, eerste lid, van hetzelfde besluit worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt :
" 5° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner : 2 werkdagen;
6° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgen(o)t(e) of de samenwonende partner : 1 werkdag ".
" 5° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner : 2 werkdagen;
6° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgen(o)t(e) of de samenwonende partner : 1 werkdag ".
Art. 103. Dans l'article X 61, alinéa premier, du même arrêté, les points 5° et 6° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 5° décès d'un parent ou allié du membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant à quelque degré que ce soit habitant sous le même toit que le membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant : 2 jours ouvrables;
6° décès d'un parent ou allié du membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant au deuxième degré, d'un arriere-grand-parent ou d'un arrière-petit-enfant n'habitant pas sous le même toit que le membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant : 1 jour ouvrable ".
" 5° décès d'un parent ou allié du membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant à quelque degré que ce soit habitant sous le même toit que le membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant : 2 jours ouvrables;
6° décès d'un parent ou allié du membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant au deuxième degré, d'un arriere-grand-parent ou d'un arrière-petit-enfant n'habitant pas sous le même toit que le membre du personnel, de l'épou(x)(se) ou du partenaire cohabitant : 1 jour ouvrable ".
Art. 104. In artikel X 65 van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege uitgezonderd : 2 dagen per maand; ".
" 1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege uitgezonderd : 2 dagen per maand; ".
Art. 104. Dans l'article X 65 du même arrêté, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° conseiller communal n'étant ni bourgmestre, ni échevin, ou membre du conseil de l'aide sociale d'une commune, à l'exception du président, ou membre du conseil de district d'un district, à l'exception du président du collège de district : 2 jours par mois; ".
" 1° conseiller communal n'étant ni bourgmestre, ni échevin, ou membre du conseil de l'aide sociale d'une commune, à l'exception du président, ou membre du conseil de district d'un district, à l'exception du président du collège de district : 2 jours par mois; ".
Art. 105. In artikel X 66 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt :
" 1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter en de leden van het vast bureau uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege en de leden van het districtscollege uitgezonderd : ";
2° in punt 2° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";
3° in punt 3° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege".
1° in punt 1° wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt :
" 1° gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente, de voorzitter en de leden van het vast bureau uitgezonderd, of lid van de districtsraad van een district, de voorzitter van het districtscollege en de leden van het districtscollege uitgezonderd : ";
2° in punt 2° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";
3° in punt 3° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege".
Art. 105. A l'article X 66 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, la phrase introductive est remplacée par la disposition suivante :
" 1° conseiller communal n'étant ni bourgmestre, ni échevin, ou membre du conseil de l'aide sociale d'une commune, à l'exception du président et des membres du bureau permanent, ou membre du conseil de district d'un district, à l'exception du président du collège de district et des membres du collège de district : ";
2° dans le point 2°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ";
3° dans le point 3°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ".
1° au point 1°, la phrase introductive est remplacée par la disposition suivante :
" 1° conseiller communal n'étant ni bourgmestre, ni échevin, ou membre du conseil de l'aide sociale d'une commune, à l'exception du président et des membres du bureau permanent, ou membre du conseil de district d'un district, à l'exception du président du collège de district et des membres du collège de district : ";
2° dans le point 2°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ";
3° dans le point 3°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ".
Art. 106. In artikel X 67 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";
2° in punt 2° worden de woorden "bureau van de districtsraad" vervangen door het woord "districtscollege".
1° in punt 1° worden de woorden "de districtsraad" vervangen door de woorden "het districtscollege";
2° in punt 2° worden de woorden "bureau van de districtsraad" vervangen door het woord "districtscollege".
Art. 106. A l'article X 67 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ";
2° dans le point 2°, les mots " bureau du conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ".
1° dans le point 1°, les mots " conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ";
2° dans le point 2°, les mots " bureau du conseil de district " sont remplacés par les mots " collège de district ".
Art. 107. In artikel X 69, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "van de districtsraad" vervangen door de woorden "van het districtscollege".
Art. 107. Dans l'article X 69, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " du conseil de district " sont remplacés par les mots " du collège de district ".
Art. 108. Artikel XI 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. XI.3. § 1. Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor :
1° de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure; die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;
2° de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvereiste, die aan de dienstplichtwetten niet meer voldoet of wiens medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld;
3° de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft;
4° de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
5° de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of die wordt afgezet.
§ 2. De ambtenaar die ontzet wordt uit het recht om een openbaar ambt uit te oefenen, verliest voor de duur van deze ontzetting uit dit recht zijn hoedanigheid van ambtenaar. "
" Art. XI.3. § 1. Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor :
1° de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure; die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;
2° de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvereiste, die aan de dienstplichtwetten niet meer voldoet of wiens medische ongeschiktheid behoorlijk werd vastgesteld;
3° de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft;
4° de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
5° de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of die wordt afgezet.
§ 2. De ambtenaar die ontzet wordt uit het recht om een openbaar ambt uit te oefenen, verliest voor de duur van deze ontzetting uit dit recht zijn hoedanigheid van ambtenaar. "
Art. 108. L'article XI 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. XI.3. § 1er. Il est mis fin d'office et sans préavis a la qualité de fonctionnaire pour :
1° le fonctionnaire dont la nomination a été jugée irrégulière dans le délai d'introduction d'un recours en annulation auprès du Conseil d'Etat, ou, si un tel recours a été introduit, pendant la procédure; ce délai n'est pas applicable au cas de fraude ou dol du fonctionnaire;
2° le fonctionnaire qui ne satisfait plus à la condition de nationalité, qui ne satisfait plus aux lois de la milice ou dont l'inaptitude physique a été dûment constatée;
3° le fonctionnaire qui abandonne son poste sans motif valable et reste absent pendant plus de dix jours;
4° le fonctionnaire qui se trouve dans une situation dans laquelle l'application des lois civiles et pénales entraîne la cessation des fonctions;
5° le fonctionnaire qui, pour des raisons disciplinaires, est licencié d'office ou qui est révoqué.
§ 2. Le fonctionnaire qui est destitué du droit d'exercer une fonction publique, perd sa qualité de fonctionnaire pour la durée de cette destitution de ce droit. "
" Art. XI.3. § 1er. Il est mis fin d'office et sans préavis a la qualité de fonctionnaire pour :
1° le fonctionnaire dont la nomination a été jugée irrégulière dans le délai d'introduction d'un recours en annulation auprès du Conseil d'Etat, ou, si un tel recours a été introduit, pendant la procédure; ce délai n'est pas applicable au cas de fraude ou dol du fonctionnaire;
2° le fonctionnaire qui ne satisfait plus à la condition de nationalité, qui ne satisfait plus aux lois de la milice ou dont l'inaptitude physique a été dûment constatée;
3° le fonctionnaire qui abandonne son poste sans motif valable et reste absent pendant plus de dix jours;
4° le fonctionnaire qui se trouve dans une situation dans laquelle l'application des lois civiles et pénales entraîne la cessation des fonctions;
5° le fonctionnaire qui, pour des raisons disciplinaires, est licencié d'office ou qui est révoqué.
§ 2. Le fonctionnaire qui est destitué du droit d'exercer une fonction publique, perd sa qualité de fonctionnaire pour la durée de cette destitution de ce droit. "
Art. 109. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. XI.7. De ambtenaar die 60 jaar geworden is, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, komt tot een totaal van 222 werkdagen wegens ziekte, te rekenen vanaf de leeftijd van 60 jaar.
Op verzoek van de ambtenaar en na akkoord van de lijnmanager of de functioneel bevoegde minister(s) kan de opruststelling met 6 maanden worden uitgesteld. Die periode kan meermaals stilzwijgend verlengd worden met een periode van 6 maanden.
De lijnmanager of de functioneel bevoegde minister kan de beslissing tot uitstel van de opruststelling op elk moment op gemotiveerde wijze intrekken, waardoor de ambtenaar ambtshalve op rust gesteld wordt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beslissing ingetrokken wordt.
Als de opruststelling wordt uitgesteld, moet de ambtenaar de niet-opgenomen vakantieverlofdagen opnemen vóór de datum van opruststelling.
Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast. "
" Art. XI.7. De ambtenaar die 60 jaar geworden is, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, komt tot een totaal van 222 werkdagen wegens ziekte, te rekenen vanaf de leeftijd van 60 jaar.
Op verzoek van de ambtenaar en na akkoord van de lijnmanager of de functioneel bevoegde minister(s) kan de opruststelling met 6 maanden worden uitgesteld. Die periode kan meermaals stilzwijgend verlengd worden met een periode van 6 maanden.
De lijnmanager of de functioneel bevoegde minister kan de beslissing tot uitstel van de opruststelling op elk moment op gemotiveerde wijze intrekken, waardoor de ambtenaar ambtshalve op rust gesteld wordt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beslissing ingetrokken wordt.
Als de opruststelling wordt uitgesteld, moet de ambtenaar de niet-opgenomen vakantieverlofdagen opnemen vóór de datum van opruststelling.
Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, worden de bepalingen van artikel VII 11, § 2 toegepast. "
Art. 109. L'article XI 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. XI.7. Le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 60 ans est mis à la retraite le premier jour du mois suivant le mois durant lequel, sans que l'inaptitude définitive a été constatée, ses absences pour cause de maladie ont atteint un total de 222 jours ouvrables à compter de l'âge de 60 ans.
A la demande du fonctionnaire, et moyennant l'accord du manager de ligne ou du (des) Ministre(s) fonctionnellement compétent(s), la mise à la retraite peut être reportée de 6 mois. A plusieurs reprises, cette période peut être tacitement prolongée d'une période de 6 mois.
Le manager de ligne ou le Ministre fonctionnellement compétent peut retirer de manière motivée et à tout moment la décision de reporter la mise à la retraite, le fonctionnaire étant dès lors mis à la retraite le premier jour du mois suivant le mois auquel la décision est retirée.
Si la mise à la retraite est reportée, le fonctionnaire doit prendre les jours de congé non pris avant la date de mise à la retraite.
Si le fonctionnaire n'a pas pu prendre les jours de congé avant la date de mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, s'appliquent. "
" Art. XI.7. Le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 60 ans est mis à la retraite le premier jour du mois suivant le mois durant lequel, sans que l'inaptitude définitive a été constatée, ses absences pour cause de maladie ont atteint un total de 222 jours ouvrables à compter de l'âge de 60 ans.
A la demande du fonctionnaire, et moyennant l'accord du manager de ligne ou du (des) Ministre(s) fonctionnellement compétent(s), la mise à la retraite peut être reportée de 6 mois. A plusieurs reprises, cette période peut être tacitement prolongée d'une période de 6 mois.
Le manager de ligne ou le Ministre fonctionnellement compétent peut retirer de manière motivée et à tout moment la décision de reporter la mise à la retraite, le fonctionnaire étant dès lors mis à la retraite le premier jour du mois suivant le mois auquel la décision est retirée.
Si la mise à la retraite est reportée, le fonctionnaire doit prendre les jours de congé non pris avant la date de mise à la retraite.
Si le fonctionnaire n'a pas pu prendre les jours de congé avant la date de mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, s'appliquent. "
Art. 110. Bijlage 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt opgeheven.
Art. 110. L'annexe 1re du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, est abrogée.
Art. 111. In bijlage 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, wordt aan niveau C een punt i) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" i) diploma of -getuigschrift dat overeenkomstig deze bijlage in aanmerking genomen wordt voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid in niveau A of B. "
" i) diploma of -getuigschrift dat overeenkomstig deze bijlage in aanmerking genomen wordt voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid in niveau A of B. "
Art. 111. A l'annexe 2 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, le niveau C est complété par un point i), rédige comme suit :
" i) diplôme ou certificat qui est pris en compte, conformément à la présente annexe, pour le recrutement auprès des services de l'Autorité flamande dans le niveau A ou B. "
" i) diplôme ou certificat qui est pris en compte, conformément à la présente annexe, pour le recrutement auprès des services de l'Autorité flamande dans le niveau A ou B. "
Art. 112. In hetzelfde besluit wordt bijlage 3 vervangen door de bijlage die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 112. Dans le même arrêté, l'annexe 3 est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
Art. 113. In hetzelfde besluit wordt bijlage 4 vervangen door de bijlage die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 113. Dans le même arrêté, l'annexe 4 est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 114. Bijlage 9 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 114. L'annexe 9 du même arrêté est abrogée.
Art. 115. Dit besluit treedt in werking op de datum van goedkeuring ervan voor de entiteiten, raden en instelling die op deze datum reeds in werking zijn getreden en op de datum dat de entiteit of raad in werking treedt, voor de entiteiten en raden die na deze datum in werking treden, met uitzondering van :
1° artikel 19, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2006;
2° de artikelen 66, 67, 71, 73, 74, 78, 79, 90, 98, 99, en 109, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2006;
3° de artikelen 65, 76, 104, 105, 106 en 107, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2007;
4° artikel 91, dat uitwerking heeft met ingang van 16 maart 2007;
5° de artikelen 80, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 93, 1° en 94, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2007;
6° artikel 83, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007;
7° artikel 30, dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2008;
8° artikel 15, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2008;
9° de artikelen 9, 61, 69, 1° h, 72, 92, 95, 96, 1°, die in werking treden op 1 januari 2008;
10° artikel 11, dat inwerking treedt op 1 januari 2009;
11° de artikelen 5, 64 en 110, die in werking treden op 1 juni 2008;
12° de artikelen 16 die inwerking treden op de datum van vacantverklaring van de N-1 functie belast met de leiding van de GDPB;
13° de artikelen 17, 47, 49 en 51 en 53 die in werking treden op de datum van inwerkingtreding van het besluit houdende aanwijzing als afdelingshoofd van de GDPB;
14° de artikelen 62, 63 en 77 die in werking treden op de eerste dag van de maand volgend op de goedkeuring van dit besluit.
1° artikel 19, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2006;
2° de artikelen 66, 67, 71, 73, 74, 78, 79, 90, 98, 99, en 109, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2006;
3° de artikelen 65, 76, 104, 105, 106 en 107, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2007;
4° artikel 91, dat uitwerking heeft met ingang van 16 maart 2007;
5° de artikelen 80, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 93, 1° en 94, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2007;
6° artikel 83, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007;
7° artikel 30, dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2008;
8° artikel 15, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2008;
9° de artikelen 9, 61, 69, 1° h, 72, 92, 95, 96, 1°, die in werking treden op 1 januari 2008;
10° artikel 11, dat inwerking treedt op 1 januari 2009;
11° de artikelen 5, 64 en 110, die in werking treden op 1 juni 2008;
12° de artikelen 16 die inwerking treden op de datum van vacantverklaring van de N-1 functie belast met de leiding van de GDPB;
13° de artikelen 17, 47, 49 en 51 en 53 die in werking treden op de datum van inwerkingtreding van het besluit houdende aanwijzing als afdelingshoofd van de GDPB;
14° de artikelen 62, 63 en 77 die in werking treden op de eerste dag van de maand volgend op de goedkeuring van dit besluit.
Art. 115. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de son approbation pour les entités, les conseils et l'établissement déjà entrés en fonction à cette date, et à la date d'entrée en fonction de l'entité ou du conseil pour les entités et conseils qui entrent en fonction après cette date, a l'exception :
1° de l'article 19, qui produit ses effets le 1 janvier 2006;
2° des articles 66, 67, 71, 73, 74, 78, 79, 90, 98, 99 et 109, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2006;
3° des articles 65, 76, 104, 105, 106 et 107, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2007;
4° de l'article 91, qui produit ses effets le 16 mars 2007;
5° des articles 80, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 93,1° et 94, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2007;
6° de l'article 83, qui produit ses effets le 1 septembre 2007;
7° de l'article 30, qui produit ses effets le 1 mars 2008;
8° de l'article 15, 1°, qui produit ses effets le 1er mai 2008;
9° des articles 9, 61, 69, 1° h, 72, 92, 95, 96, 1°, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2008;
10° de l'article 11, qui entre en vigueur le 1er janvier 2009;
11° des articles 5, 64 et 110, qui entrent en vigueur le 1er juin 2008;
12° de l'article 16 qui entre en vigueur à la date de la déclaration de vacance de la fonction N-1 chargée de la direction du GDPB;
13° des articles 17, 47, 49, 51 et 53 qui entrent en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté portant désignation en tant que chef de division du GDPB;
14° des articles 62, 63 et 77, qui entrent en vigueur le premier jour du mois suivant l'approbation du présent arrêté.
1° de l'article 19, qui produit ses effets le 1 janvier 2006;
2° des articles 66, 67, 71, 73, 74, 78, 79, 90, 98, 99 et 109, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2006;
3° des articles 65, 76, 104, 105, 106 et 107, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2007;
4° de l'article 91, qui produit ses effets le 16 mars 2007;
5° des articles 80, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 93,1° et 94, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2007;
6° de l'article 83, qui produit ses effets le 1 septembre 2007;
7° de l'article 30, qui produit ses effets le 1 mars 2008;
8° de l'article 15, 1°, qui produit ses effets le 1er mai 2008;
9° des articles 9, 61, 69, 1° h, 72, 92, 95, 96, 1°, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2008;
10° de l'article 11, qui entre en vigueur le 1er janvier 2009;
11° des articles 5, 64 et 110, qui entrent en vigueur le 1er juin 2008;
12° de l'article 16 qui entre en vigueur à la date de la déclaration de vacance de la fonction N-1 chargée de la direction du GDPB;
13° des articles 17, 47, 49, 51 et 53 qui entrent en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté portant désignation en tant que chef de division du GDPB;
14° des articles 62, 63 et 77, qui entrent en vigueur le premier jour du mois suivant l'approbation du présent arrêté.
Art. 116. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 116. Le Ministre flamand qui a les affaires administratives dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Indeling van de betrekkingen per rang.
Art. N1. Annexe 1re. - Répartition des emplois par rang.
| I. | |
| Algemeen personeel | |
| Niveau A | |
| rang A3 : | secretaris-generaal (functie van N-niveau) |
| administrateur-generaal (functie van N-niveau) | |
| gedelegeerd bestuurder ( functie van N-niveau) | |
| hoofd secretariaatspersoneel strategische adviesraad | |
| projectleider N-niveau | |
| rang A2L : | algemeen directeur |
| rang A2A : | afdelingshoofd |
| contractbeheerder | |
| strategiebeheerder | |
| coordinator IT-relatiebeheerder | |
| beheerder interne IT-dienstverlening | |
| preventieadviseur-coordinator | |
| projectleider N-1 | |
| rang A2E : | senior adviseur |
| rang A2M : | hoofdadviseur |
| rang A2 : | adviseur |
| adviseur-arts | |
| adviseur-informaticus | |
| adviseur-ingenieur | |
| directeur | |
| directeur-arts | |
| directeur-informaticus | |
| directeur-ingenieur | |
| nautisch directeur | |
| financieel-administratief beheerder | |
| navorser | |
| vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering in het buitenland | |
| rang A1 : | adjunct van de directeur |
| arts | |
| informaticus | |
| ingenieur | |
| loods | |
| attaché | |
| Niveau B | |
| rang B3 : | leidinggevend hoofddeskundige |
| senior hoofddeskundige | |
| rang B2 : | hoofddeskundige |
| hoofdprogrammeur | |
| maritiem verkeersleider | |
| rang B1 : | deskundige programmeur |
| Niveau C | |
| rang C3 : | leidinggevend hoofdmedewerker |
| senior hoofdmedewerker | |
| rang C2 : | hoofdmedewerker |
| hoofdtechnicus | |
| hoofdscheepstechnicus | |
| rang C1 : | medewerker |
| technicus | |
| radarwaarnemer | |
| scheepstechnicus | |
| Niveau D | |
| rang D3 : | leidinggevend hoofdassistent |
| senior hoofdassistent | |
| rang D2 : | hoofdassistent |
| technisch hoofdassistent | |
| speciaal hoofdassistent | |
| hoofdschipper | |
| hoofdmotorist | |
| rang D1 : | assistent |
| technisch assistent | |
| speciaal assistent | |
| schipper motorist | |
| Uitdovende rangen | |
| rang A4 : | secretaris-generaal (uitdovend) |
| rang A3 : | directeur-generaal (uitdovend) |
| administrateur-generaal(uitdovend) | |
| eerste opdrachthouder (uitdovend) | |
| rang A2L : | adjunct-administrateur-generaal (uitdovend) |
| rang A2S : (gelijkwaardig aan A2A) | inspecteur-generaal (uitdovend) |
| bestuursdirecteur (uitdovend) | |
| rang A2 : | adjunct eerste opdrachthouder (uitdovend) |
| II. | |
| Wetenschappelijk personeel | |
| rang A3 : | algemeen directeur (uitdovend) |
| rang A2 : | wetenschappelijk directeur |
| rang A1 : | wetenschappelijk attaché |
| I. | |
| Personnel général | |
| Niveau A | |
| rang A3 : | secrétaire général (fonction du niveau N) |
| administrateur général (fonction du niveau N) | |
| administrateur délégué (fonction du niveau N) | |
| chef du personnel de secrétariat | |
| conseil consultatif stratégique | |
| chef de projet niveau N | |
| rang A2L : | directeur général |
| rang A2A : | chef de division |
| gestionnaire de contrat | |
| gestionnaire des stratégies | |
| coordonnateur de la gestion relationnelle informatique | |
| gestionnaire des services IT internes | |
| conseiller en prévention-coordinateur | |
| chef de projet N-1 | |
| rang A2E : | senior conseiller |
| rang A2M : | conseiller en chef |
| rang A2 : | conseiller |
| conseiller-médecin | |
| conseiller-informaticien | |
| conseiller-ingénieur | |
| directeur | |
| directeur-médecin | |
| directeur-informaticien | |
| directeur-ingénieur | |
| directeur nautique | |
| gestionnaire financier-administratif chercheur | |
| représentant du Gouvernement flamand a l`étranger | |
| rang A1 : | adjoint du directeur |
| médecin | |
| informaticien | |
| ingénieur | |
| pilote | |
| attaché | |
| Niveau B | |
| rang B3 : | spécialiste en chef dirigeant |
| senior spécialiste en chef | |
| rang B2 : | spécialiste en chef |
| programmeur en chef | |
| contrôleur du trafic maritime | |
| rang B1 : | spécialiste |
| programmeur | |
| Niveau C | |
| rang C3 : | collaborateur en chef dirigeant |
| senior collaborateur en chef | |
| rang C2 : | collaborateur en chef |
| technicien en chef | |
| technicien naval en chef | |
| rang C1 : | collaborateur |
| technicien | |
| observateur de radar | |
| technicien naval | |
| Niveau D | |
| rang D3 : | assistant en chef dirigeant |
| senior assistant en chef | |
| rang D2 : | assistant en chef |
| assistant technique en chef | |
| assistant spécial en chef | |
| patron en chef | |
| motoriste en chef | |
| rang D1 : | assistant |
| assistant technique | |
| assistant spécial | |
| patron | |
| motoriste | |
| Rangs en voie d`extinction | |
| Rang A4 : | secrétaire général (extinctif) |
| rang A3 : | directeur général (extinctif) |
| administrateur général (extinctif) | |
| premier chargé de mission (extinctif) | |
| rang A2L : | administrateur général adjoint (extinctif) |
| rang A2S : (équivalent à A2A) | inspecteur general (extinctif) |
| directeur administratif (extinctif) | |
| rang A2 : | premier chargé de mission adjoint (extinctif) |
| II. | |
| Personnel scientifique | |
| rang A3 : | directeur général (extinctif) |
| rang A2 : | directeur scientifique |
| rang A1 : | attaché scientifique |
Art. N2. Bijlage 2. - Lijst der graden.
(Lijst niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31-07-2008, p. 40388-40399).
(Lijst niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31-07-2008, p. 40388-40399).
Art. N2. Annexe 2. - Liste des grades.
(Liste non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 31-07-2008, p. 40417-40428).
(Liste non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 31-07-2008, p. 40417-40428).