Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 MAART 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen op het vlak van wonen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-03-2008 en tekstbijwerking tot 13-05-2009)
Titre
14 MARS 2008. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions sur le plan du logement (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-03-2008 et mise à jour au 13-05-2009)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (89)
Texte (89)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 encourageant les projets en matière de logement autonome dans des quartiers sociaux de personnes ayant un handicap physique.
Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken, gewijzigd bij de besluiten van Vlaamse Regering van 20 oktober 2000 en 30 juni 2006, wordt een punt 16° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 16° NBN EN 81/70 : Belgische norm inzake veiligheidsvereisten voor de toegankelijkheid van liften voor personen met een handicap, gepubliceerd door het Belgisch Instituut voor Normalisatie op 5 november 2003. Het is een omzetting van de Europese geharmoniseerde norm EN 81/70 (Safety rules for the construction and installation of lifts. Particular applications for passenger and goods passenger lifts. Accessibility to lifts for persons including persons with disability). De norm is verkrijgbaar bij het Bureau voor Normalisatie, de rechtsopvolger van het Belgisch Instituut voor Normalisatie. "
Article 1. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 encourageant les projets en matière de logement autonome dans des quartiers sociaux de personnes ayant un handicap physique, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 octobre 2000 et 30 juin 2006, est complété par un point 16° rédigé comme suit :
  " 16° NBN EN 81/70 : norme belge concernant les règles de sécurité pour l'accessibilité aux ascenseurs des personnes handicapées, publiée par l'Institut belge de Normalisation le 5 novembre 2003. Il s'agit d'une transposition d'une norme européenne harmonisée EN 81/70 (Safety rules for the construction and installation of lifts. Particular applications for passenger and goods passenger lifts. Accessibility to lifts for persons including persons with disability). La norme peut être obtenue auprès du Bureau de Normalisation, l'ayant droit de l'Institut belge de Normalisation. "
Art.2. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 8. Als het gebouw een lift heeft, moet die lift beantwoorden aan alle wettelijke bepalingen en in overeenstemming zijn met de norm NBN EN 81/70. "
Art.2. L'article 8 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 8. Lorsque le bâtiment est équipé d'un ascenseur, celui-ci doit répondre à toutes les dispositions légales et être conforme à la norme NBN EN 81/70. "
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 octobre 1998 relatif a la gestion de la qualité, au droit de préemption et au droit de gestion sociale d'habitations.
Art.3. In artikel 19, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de woorden " bij het agentschap " geschrapt.
Art.3. Dans l'article 19, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 octobre 1998 relatif a la gestion de la qualité, au droit de préemption et au droit de gestion sociale d'habitations, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, les mots " auprès de l'agence " sont supprimés.
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 1999 houdende de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan particulieren door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 1999 portant les conditions pour l'octroi de prêts à des particuliers par la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " en exécution du Code flamand du Logement.
Art.4. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 1999 houdende de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan particulieren door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 6°, worden de woorden ", desgevallend verhoogd met de fictieve rente, " geschrapt;
  2° in het eerste lid wordt punt 7° opgeheven;
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art.4. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 1999 portant les conditions pour l'octroi de prêts à des particuliers par la " Vlaamse Maatschappij voor sociaal Wonen " en exécution du Code flamand du Logement, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, 6°, les mots " le cas échéant majorée de la rente fictive " sont supprimés;
  2° le point 7° de l'alinéa 1er est abrogé;
  3° l'alinéa trois est abrogé.
Art.5. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in § 2, derde lid, wordt de zin " De eventuele opbrengst van de vervreemding van die andere woning wordt omgezet in een fictieve rente. " geschrapt;
  3° in § 3, eerste lid, worden de woorden " maar zonder rekening te houden met de fictieve rente, " geschrapt.
Art.5. A l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, l'alinéa deux est abrogé;
  2° au § 2, alinéa trois, la phrase " Le produit éventuel de l'aliénation de cette autre habitation est converti en une rente fictive. " est supprimée.
  3° au § 3, alinéa 1er, les mots " cependant sans tenir compte de la rente fictive " sont supprimés.
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de verbintenissen, voorwaarden, vergoedingen en sancties voor de bewoners van sociale koopwoningen en verkochte sociale huurwoningen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 portant les engagements, les conditions, les indemnités et sanctions pour les habitants des habitations sociales d'achat et les habitations sociales de location vendues en exécution du Code flamand du Logement.
Art.6. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de verbintenissen, voorwaarden, vergoedingen en sancties voor de bewoners van sociale koopwoningen en verkochte sociale huurwoningen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden punt 4° en punt 6° vervangen door wat volgt :
  " 4° oorspronkelijke koper : de alleenstaande die of het gezin dat een sociale koopwoning of een sociale huurwoning heeft gekocht door toedoen van een initiatiefnemer, of een van de wettelijke erfgenamen; ";
  " 6° persoonlijke bewoning : het effectief en gewoonlijk verblijf als volle eigenaar in de gekochte woning door minstens een van de personen die de sociale koopwoning of sociale huurwoning hebben gekocht door toedoen van een initiatiefnemer, of door een van de wettelijke erfgenamen; ";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voor de toepassing van dit besluit wordt als sociale huurwoning beschouwd, de woning die in het kader van de vrijwillige verkoop van verhuurbare sociale huurwoningen, vermeld in artikel 13, § 1 en § 2, van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, aangekocht wordt door de zittende huurder. "
Art.6. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 portant les engagements, les conditions, les indemnités et sanctions pour les habitants des habitations sociales d'achat et les habitations sociales de location vendues en exécution du Code flamand du Logement, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les points 4° et 6° sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " 4° acheteur initial : l'isolé ou la famille qui a acheté une habitation sociale d'achat ou une habitation sociale de location par le biais d'un initiateur, ou l'un des héritiers légaux; ";
  " 6° occupation personnelle : l'occupation effective et habituelle en pleine propriété de l'habitation achetée par au moins une des personnes ayant acheté l'habitation sociale d'achat ou de location par le biais d'un initiateur, ou l'un des héritiers légaux; ";
  2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Pour l'application du présent arrêté on entend par habitation sociale de location, un logement qui, dans le cadre de la vente volontaire d'habitations sociales de location pouvant être mises à bail, visées à l'article 13, §§ 1er et 2, de l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions et aux modalités de transfert de biens immobiliers par la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " et les sociétés de logement social en exécution du Code flamand du Logement, peut être acquis par le locataire occupant. "
Art.7. In artikel 2, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " In afwijking van § 1 kan " en de woorden " de oorspronkelijke koper " de woorden ", in geval van een aankoop van een sociale koopwoning, " ingevoegd.
Art.7. Dans l'article 2, § 3, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " dans le cas d'une acquisition d'une habitation sociale de location " sont insérés entre les mots " En dérogation du § 1er, l'acheteur initial peut " et les mots " être libéré de l'engagement ".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2004 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren.
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2004 fixant les conditions d'agrément et de subvention des offices de location sociale.
Art.8. Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2004 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 5. § 1. Alleen woningen die beantwoorden aan de veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen, vastgesteld ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, mogen door het sociaal verhuurkantoor worden verhuurd of onderverhuurd. Bovendien moeten de woningen beantwoorden aan de volgende oppervlakte- en bezettingsnormen :
  1° de nettovloeroppervlakte van de leefkamer bedraagt minimaal 16 m2 voor één persoon, te verhogen met 2 m2 per bijkomende persoon;
  2° er is een slaapkamer per alleenstaande persoon of per koppel;
  3° er is een slaapkamer per kind, per groep van twee of drie kinderen van hetzelfde geslacht of per groep van twee of drie kinderen van verschillende geslacht jonger dan tien jaar.
  De nettovloeroppervlakte van de slaapkamer, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, bedraagt minimaal :
  1° 6,5 m2, als ze bestemd is voor één persoon;
  2° 10 m2, als ze bestemd is voor twee personen;
  3° 15 m2, als ze bestemd is voor drie personen.
  Een studio is bestemd voor de huisvesting van maximaal twee personen. In afwijking van het eerste lid, 1°, bedraagt de nettovloeroppervlakte van de leefkamer van een studio minimaal :
  1° 22,5 m2, als ze bestemd is voor één persoon;
  2° 28 m2, als ze bestemd is voor twee personen.
  § 2. Alleen kamers die beantwoorden aan de oppervlakte- en bezettingsnormen, vermeld in het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, mogen door het sociaal verhuurkantoor worden verhuurd of onderverhuurd. "
Art.8. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2004 fixant les conditions d'agrément et de subvention des offices de location sociale, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 5. § 1er. Seules les habitations qui répondent aux normes de sécurité, de santé et de qualité de logement, fixées en exécution du Code flamand du logement, peuvent être louées ou sous-louées par l'office de location sociale. Les habitations doivent en outre répondre aux normes de superficie et d'occupation suivantes :
  1° la superficie nette du sol du living s'élève au minimum à 16 m2 pour une personne, à majorer par 2 m2 par personne supplémentaire;
  2° il y a une chambre à coucher par personne isolée ou par couple;
  3° il y a une chambre à coucher par enfant, par groupe de deux ou trois enfants du même sexe ou par groupe de deux ou trois enfants de sexe différent de moins de dix ans.
  La superficie nette du sol de la chambre à coucher, visée à l'alinéa 1er, 2° et 3°, s'élève au minimum à :
  1° 6,5 m2 pour une personne seule;
  2° 10 m2 pour deux personnes;
  3° 15 m2 pour trois personnes.
  Un studio est destiné au logement de deux personnes au maximum. Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, la superficie nette du sol du living d'un studio s'élève au minimum à :
  1° 22.5 m2 pour une personne seule;
  2° 28 m2 pour deux personnes;
  § 2. Seules les chambres qui répondent aux normes de sécurité et d'occupation, fixées dans le décret du 4 février 1997 portant les normes de qualité et de sécurité pour chambres et chambres d'étudiants, peuvent être louées ou sous-louées par l'office de location sociale. "
Art.9. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan het eerste lid worden de woorden " en aan de toezichthouder " toegevoegd;
  2° in het tweede lid wordt het woord " betekening " telkens vervangen door het woord " ondertekening ".
Art.9. A l'article 13, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " et au contrôleur " sont ajoutés au premier alinéa;
  2° dans l'alinéa deux, le mot " notification " est chaque fois remplacé par le mot " signature ".
Art.10. Aan artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de woorden " en aan de toezichthouder " toegevoegd.
Art.10. L'article 14, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, est complété par les mots " et au contrôleur ".
Art.11. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De basissubsidie-enveloppe en de aanvullende subsidie-enveloppe worden besteed aan de werkings- en personeelskosten van het sociaal verhuurkantoor. Na voorafgaande goedkeuring door de minister of zijn gemachtigde kunnen kostenvergoedingen voor externe personeelsleden, waarvan het sociaal verhuurkantoor aantoont dat ze noodzakelijk zijn om structureel te voorzien in het nodige personeelskader, als personeelskosten worden beschouwd.
  Als de aangetoonde personeelskosten lager zijn dan 75 % van de totale subsidie-enveloppe, dan wordt er bij de jaarlijkse afrekening, vermeld in artikel 16, enkel rekening gehouden met de aangetoonde personeelskosten.
  Als de aangetoonde werkingskosten lager zijn dan 25 % van de totale subsidie-enveloppe, dan wordt er bij de jaarlijkse afrekening, vermeld in artikel 16, enkel rekening gehouden met de aangetoonde werkingskosten. Als ze hoger zijn, dan worden ze slechts ten bedrage van 25 % van de totale subsidie-enveloppe aanvaard. "
Art.11. Dans l'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. L'enveloppe subventionnelle de base et l'enveloppe subventionnelle complémentaire sont affectées aux frais de fonctionnement et de personnel de l'office de location sociale. Après approbation préalable par le Ministre ou son délégué, des indemnités de frais pour les membres du personnel externes dont l'office de location sociale démontre qu'ils sont nécessaires à la structure du cadre du personnel, sont considérées comme des frais de personnel.
  Si les frais de personnel démontrés sont inférieurs à 75 % de l'enveloppe subventionnelle totale, il est seulement tenu compte des frais de personnel démontrés lors du décompte final visé à l'article 16.
  Si les frais de personnel démontrés sont inférieurs à 25 % de l'enveloppe subventionnelle totale, il est seulement tenu compte des frais de personnel démontrés lors du décompte final visé à l'article 16. S'ils sont supérieurs, ils ne sont acceptés qu'à concurrence de 25 % de l'enveloppe subventionnelle totale. "
Art.12. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De basissubsidie-enveloppe en de aanvullende subsidie-enveloppe worden voor elk volledig kalenderjaar uitbetaald via drie voorschotten van elk 30 % op het toegestane maximumbedrag, die ambtshalve betaalbaar worden gesteld bij het begin van elk kwartaal. De jaarlijkse afrekening wordt uiterlijk op 31 mei van het volgende kalenderjaar opgemaakt op basis van de stukken, vermeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3°, met het oog op de uitbetaling van het saldo. "
Art.12. Dans l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " L'enveloppe subventionnelle de base et l'enveloppe subventionnelle complémentaire sont liquidées pour chaque année civile entière par trois tranches de chacune 30 % sur le montant maximal admis, qui sont mises en paiement d'office au début de chaque trimestre. Le décompte final est établi au plus tard le 31 mai de l'année civile suivante, sur la base des pièces, visées à l'article 18, § 1er, alinéa deux, 1°, 2° et 3°, en vue du paiement du solde. "
Art.13. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, wordt § 2 opgeheven.
Art.13. A l'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, le § 2 est abrogé.
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 portant les conditions auxquelles les sociétés de crédits peuvent être agréées par le Gouvernement flamand et fixant les institutions de crédits agréées par le Gouvernement flamand, en exécution de l'article 78 du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement.
Art.14. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 en 29 juni 2007, wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
  " 7° toezichthouder : de toezichthouder voor de sociale huisvesting, vermeld in artikel 29bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. "
Art.14. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 portant les conditions auxquelles les sociétés de crédits peuvent être agréées par le Gouvernement flamand et fixant les institutions de crédits agréées par le Gouvernement flamand, en exécution de l'article 78 du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 juin 2006 et 29 juin 2007, le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
  " 7° contrôleur : le contrôleur du logement social, visé à l'article 29bis du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement. "
Art.15. In artikel 4, 2°, en artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, worden de woorden " Inspectie RWO " vervangen door de woorden " de toezichthouder ".
Art.15. Dans l'article 4, 2° et l'article 10, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, les mots " l'Inspectie RWO " sont remplacés par les mots " le contrôleur ".
Art.16. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 en 29 juni 2007, worden de woorden " Inspectie RWO " vervangen door de woorden " De toezichthouder ".
Art.16. Dans l'article 15 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 juin 2006 et 29 juin 2007, les mots " l'Inspectie RWO " sont remplacés par les mots " Le contrôleur ".
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005 betreffende de aanwending van kapitalen van het Fonds B2 door het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2005 relatif à l'utilisation des capitaux provenant du Fonds B2 par le Fonds flamand des Familles nombreuses, en exécution du Code flamand du Logement.
Art.17. Artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005 betreffende de aanwending van kapitalen van het Fonds B2 door het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16. Voor een lening of een koop mag het inkomen op de referentiedatum, respectievelijk vermeld in artikel 1, eerste lid, 4°, a), of b), niet meer bedragen dan 37.190 euro, te verhogen met 2.480 euro per persoon ten laste. Deze bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van januari 1999. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de maand december, voorafgaand aan de aanpassing en afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental. Als de aanvrager geen of een niet belastbaar inkomen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, heeft, wordt het geacht 7.000 euro te bedragen voor de toepassing van dit lid.
  Voor de huur mag het inkomen op de referentiedatum, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4°, b), met voorbehoud van de toepassing van artikel 29, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, niet meer bedragen dan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit. In afwijking van artikel 1, eerste lid, 6° en 7°, worden voor de toepassing van dit lid het begrip inkomen, vermeld in artikel 1, 15°, en het begrip persoon ten laste, vermeld in artikel 1, 22°, van hetzelfde besluit gehanteerd. "
Art.17. L'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2005 relatif à l'utilisation des capitaux provenant du Fonds B2 par le Fonds flamand des Familles nombreuses, en exécution du Code flamand du Logement, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 16. Dans le cas d'un emprunt ou d'un achat, le revenu à la date de référence, visée respectivement à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, a), ou b), ne peut être supérieur à 37.190 euros, à majorer de 2.480 euros par personne à charge. Ces montants sont liés à l'indice des prix à la consommation de janvier 1999. Ils sont adaptés annuellement le 1er janvier à l'indice du mois de décembre qui précède l'adaptation et arrondis à la dizaine la plus proche. Si le demandeur n'a pas de revenu ou un revenu non imposable, tel que visé à l'article 1er, alinéa 1er, 6°, il est censé s'élever à 7.000 euros pour l'application du présent alinéa.
  Pour le loyer, le revenu à la date de référence, visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, b), sous réserve de l'application de l'article 29, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, ne peut pas être supérieur aux limites de revenu, visées à l'article 3, § 2 du même arrêté. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, 6° et 7°, la notion revenu, visée à l'article 1er, 15° et la notion personne à charge, visée à l'article 1er, 22°, sont appliquées pour l'application du présent alinéa. "
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006 houdende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur voor de erkende huurdiensten.
CHAPITRE VIII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2006 portant les conditions d'agrément et de subventionnement de la structure de coopération et de concertation des services de location agréés.
Art.18. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006 houdende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur voor de erkende huurdiensten wordt het jaartal " 2007 " vervangen door het jaartal " 2009 ".
Art.18. Dans l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2006 portant les conditions d'agrément et de subventionnement de la structure de coopération et de concertation des offices de location sociale agréés, l'année " 2007 " est remplacée par l'année " 2009 ".
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 tot gedeeltelijke operationalisering van het beleidsdomein ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed en houdende aanpassingen van de regelgeving inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid.
CHAPITRE IX. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006 portant opérationnalisation partielle du domaine politique de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier et adaptant la réglementation en matière de logement suite à la politique administrative.
Art.19. In artikel 169 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 tot gedeeltelijke operationalisering van het beleidsdomein ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed en houdende aanpassingen van de regelgeving inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " eigendom zijn, ter beschikking gesteld worden of " vervangen door de woorden " eigendom zijn van of ter beschikking gesteld of ";
  2° er wordt een nieuwe lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Ongeacht de verhurende instantie blijven voor de toepassing van artikel 13 van de regeling, vermeld in artikel 167, 3°, de bepalingen gelden van artikelen 11 en 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd met toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode. "
Art.19. A l'article 169 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2006 portant opérationnalisation partielle du domaine politique de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier et adaptant la réglementation en matière de logement suite à la politique administrative, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa deux, les mots " qui sont la propriété, mises à la disposition ou " sont remplacés par les mots "qui sont la propriété de, mises à la disposition ou ";
  2° il est ajouté un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Quelle que soit l'instance bailleresse, les dispositions des articles 11 et 25 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 1994 réglementant le régime de location sociale pour les habitations louées par la Société flamande du Logement (VHM) ou par des sociétés de logement social reconnues par la Société flamande du Logement en application de l'article 80ter du Code du Logement, restent d'application pour l'application de l'article 13 du règlement, visé à l'article 167, 3°. "
Art.20. Artikel 170 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 170. Voor de verrichtingen, vermeld in artikel 38, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, die erop gericht zijn sociale huurwoningen ter beschikking te stellen, gelden de bepalingen van de regeling, vermeld in artikel 167, 5°, die niet strijdig zijn met het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten, zolang het eerste uitvoeringsprogramma, vermeld in artikel 33 van de Vlaamse Wooncode, niet goedgekeurd of bekrachtigd is overeenkomstig § 3 van dat artikel.
  Voor de verrichtingen, vermeld in artikel 38, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, voor kredietverlening en verkoop gelden de bepalingen van de regeling, vermeld in artikel 167, 5°, tot de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering dat voor die verrichtingen uitvoering geeft aan artikel 38 van de Vlaamse Wooncode.
  Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt de verwijzing naar de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij in de regeling, vermeld in artikel 167, 5°, gelezen als een verwijzing naar de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, en wordt de verwijzing naar artikel 28 van het decreet van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiden van de begroting 1997 gelezen als een verwijzing naar artikel 22, § 2, van de Vlaamse Wooncode. "
Art.20. L'article 170 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 170. Les opérations, visées à l'article 38, alinéa deux, du Code flamand du Logement, qui visent à mettre à disposition des habitations de location sociales, sont régies par les dispositions du règlement, visé à l'article 167, 5° qui ne sont pas contraires à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 portant financement des sociétés de logement social en vue de la réalisation d'habitations de location sociales et des frais de fonctionnement y afférents, tant que le premier programme d'exécution, visé à l'article 33 du Code flamand du Logement, n'est pas approuvé ou sanctionné, conformément au § 3 dudit article.
  Les opérations, visées à l'article 38, alinéa deux, du Code flamand du Logement, relatives à l'octroi de crédits et aux ventes, sont régies par les dispositions du règlement, visé à l'article 167, 5°, jusqu'à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand qui donne exécution à l'article 38 du Code flamand du Logement pour ces opérations.
  Pour l'application des alinéas deux et trois, la référence à la Société flamande du Logement, dans le règlement, visé à l'article 167, 5°, est lue comme une référence à la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " et la référence à l'article 28 du décret du 20 décembre 1996 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1997, est lue comme une référence à l'article 22, § 2 du Code flamand du Logement. "
Art.21. In artikel 171 van hetzelfde besluit wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5°bis de toepassing van artikel 2, § 2, in fine, van het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 167, 6°, wordt uitgesloten voor de verworven onroerende goederen die aangewend worden voor een woonproject met sociaal karakter als vermeld in hoofdstuk VI; ".
Art.21. Dans l'article 171 du même arrêté, il est inséré un 5°bis, rédigé comme suit :
  " 5°bis l'application de l'article 2, § 2, in fine de l'arrêté du Gouvernement flamand mentionné à l'article 167, 6° est exclue pour les biens immobiliers acquis affectés à un projet de logement à caractère social, tel que visé au chapitre VI; ".
Art.22. Artikel 175 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 175. Tot de datum waarop de leidend ambtenaar van het agentschap Inspectie RWO toezichthouders voor de sociale huisvesting heeft aangesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering dat uitvoering geeft aan artikel 29bis, § 1, vierde lid, van de Vlaamse Wooncode, ingevoegd bij artikel 30 van het decreet van 24 maart 2006, worden de bevoegdheden van de toezichthouders, vermeld in de Vlaamse Wooncode en de besluiten genomen ter uitvoering ervan, uitgeoefend door de leidend ambtenaar van het agentschap Inspectie RWO of de ambtenaren van niveau A van zijn agentschap, die hij daartoe machtigt.
  Voor de sociale huisvestingsmaatschappijen worden de bevoegdheden van de toezichthouders uitgeoefend door de commissarissen, vermeld in artikel 109 van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij artikel 70 van het decreet van 24 maart 2006, tot de datum, vermeld in het eerste lid, of tot de datum van een eerdere beëindiging van de opdracht van de commissarissen. "
Art.22. L'article 175 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 175. Jusqu'à la date à laquelle le fonctionnaire dirigeant de l'agence " Inspectie RWO " a désigné les contrôleurs du logement social, en application de l'arrêté du Gouvernement flamand portant exécution à l'article 29bis, § 1er, alinéa quatre du Code flamand du Logement, inséré par l'article 30 du décret du 24 mars 2006, les compétences des contrôleurs définies dans le Code flamand du Logement et les arrêtés pris en exécution de celui-ci, sont exercées par le fonctionnaire dirigeant de l'agence " Inspectie RWO " ou les fonctionnaires de niveau A de son agence qu'il délègue à cet effet.
  Pour les sociétés de logement social, les compétences des contrôleurs sont exercées par les commissaires, visés à l'article 109 du Code flamand du Logement, modifié par l'article 70 du décret du 24 mars 2006, jusqu'à la date, visée à l'alinéa 1er, ou jusqu'à la date d'une cessation antérieure de la mission des commissaires. "
HOOFDSTUK X. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE X. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions et aux modalités de transfert de biens immobiliers par la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " et les sociétés de logement social en exécution du Code flamand du Logement.
Art.23. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° sociale kavel : een perceel grond dat deel uitmaakt van een sociale verkaveling. De sociale kavel heeft een maximale grootte van 5 aren. Als de rationele indeling van het terrein het vereist, kan de oppervlakte van één of meer sociale kavels meer bedragen dan 5 aren, zonder dat het gemiddelde van de oppervlakte van de percelen die deel uitmaken van de sociale verkaveling, meer mag bedragen dan 5 aren. Het volume van de op te richten woning op de sociale kavel mag niet meer bedragen dan 550 m3, te verhogen met 25 m3 per persoon ten laste vanaf de derde persoon ten laste, met dien verstande dat het bovengrondse volume van de woning voor 100 % meegerekend wordt en het ondergrondse volume voor 50 %; ";
  2° aan punt 6° worden de woorden ", met dien verstande dat het bovengrondse volume van de woning voor 100 % meegerekend wordt en het ondergrondse volume voor 50 % " toegevoegd;
  3° in punt 10° wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  " b) bij de verkoop van sociale huurwoningen op basis van het kooprecht, vermeld in artikel 43 van de Vlaamse Wooncode : de datum waarop het statutair bevoegde orgaan van de sociale huisvestingsmaatschappij attesteert dat voldaan is aan de voorwaarden voor de aankoop, vermeld in dit besluit; ";
  4° punt 11° wordt vervangen door wat volgt :
  " 11° persoon ten laste :
  a) een persoon die op de referentiedatum bij de kandidaat-koper gedomicilieerd is en die minderjarig is, of waarvoor kinderbijslag of wezentoelage wordt uitbetaald, of die door de minister na voorlegging van bewijzen als ten laste wordt beschouwd;
  b) de kandidaat-koper of de persoon, vermeld in a), die erkend is als ernstig gehandicapt, of erkend was op het ogenblik van pensionering. De minister stelt de voorwaarden daarvoor vast; ".
Art.23. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions et aux modalités de transfert de biens immobiliers par la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " et les sociétés de logement social en exécution du Code flamand du Logement, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° Lot social : une parcelle de terrain faisant partie d'un lotissement social. Le lot social a une superficie de maximum 5 ares. Si la répartition rationnelle du terrain le requiert, la superficie d'un ou plusieurs lots sociaux peut dépasser 5 ares sans que la moyenne de la superficie des parcelles qui font partie du lotissement social, puisse être supérieure à 5 ares. Le volume de l'habitation à ériger sur le lot social ne peut pas dépasser 550 m3 à majorer de 25 m3 par personne à charge à partir de la troisième personne à charge, étant entendu que le volume en surface de l'habitation est pris en considération pour 100 % et le volume souterrain pour 50 %; ";
  2° le point 6° est complété par les mots ", étant entendu que le volume en surface de l'habitation est pris en considération pour 100 % et le volume souterrain pour 50 %;
  3° dans le point 10°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  " b) Lors de la vente de logements sociaux en location sur la base du droit d'achat, visé à l'article 43 du Code flamand du Logement : la date à laquelle l'organe compétent statutaire de la société de logement social atteste qu'il est satisfait aux conditions d'achat, visées par le présent arrêté; ";
  4° le point 11° est remplacé par la disposition suivante :
  " 11° personne à charge :
  a) la personne qui est domiciliée auprès du candidat acquéreur a la date de référence et qui est mineure ou pour laquelle des allocations familiales ou d'orphelin sont octroyées ou qui peut être considérée comme personne à charge par le Ministre sur production des preuves utiles;
  b) le candidat acquéreur ou la personne, visée sous a), qui est agréée comme handicapé grave ou qui était agréée au moment de sa mise en retraite. Le Ministre arrête les conditions en la matière; ".
Art.24. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen van dit besluit en de bij dit besluit gevoegde bijlagen niet van toepassing op de woningen die deel uitmaken van woonprojecten met sociaal karakter als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende regeling van het beheer van het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant, en houdende regeling van de voorwaarden inzake woonprojecten met sociaal karakter. "
Art.24. A l'article 2 du même arrêté, il est ajouté un alinéa deux, rédige comme suit :
  Par dérogation a l'alinéa 1er, les dispositions du présent arrêté et des annexes jointes au présent arrêté, ne sont pas applicables aux logements qui font partie des projets de logement à caractère social, visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 1994 réglant la gestion du fonds d'Investissement pour la Politique terrienne et du Logement du Brabant flamand et réglant les conditions relatives aux projets de logement à caractère social. "
Art.25. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 6, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  " 3° als die andere woning onbewoonbaar verklaard is overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet of als die andere woning onbewoonbaar verklaard is of als dusdanig geadviseerd is overeenkomstig artikel 15 van de Vlaamse Wooncode; ";
  2° er wordt een § 8 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 8. Voor de toepassing van artikel 52 van het Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de particulier die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit artikel, beschouwd als de persoon die recht heeft op de aankooppremie, voor zover hij overgaat tot de aankoop van een sociale koopwoning of een sociale huurwoning. "
Art.25. A l'article 3 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 6, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
  " 3° Si cette autre habitation est déclarée inhabitable conformément à l'article 135 de la Nouvelle Loi communale ou si cette autre habitation est déclarée inhabitable ou fait l'objet d'un avis dans ce sens, conformément à l'article 15 du Code flamand du Logement; ";
  2° il est ajouté un § 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Pour l'application de l'article 52 du Code des Droits d'Enregistrement, d'Hypothèque et de Greffe, le particulier qui remplit les conditions, visées au présent article, est considéré comme la personne qui a droit à la prime d'achat, dans la mesure où il procède à l'achat d'une habitation sociale d'achat ou de location. "
Art.26. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 11. De hiernavolgende bepalingen van dit besluit gelden eveneens voor de andere initiatiefnemers dan de VMSW en de sociale huisvestingsmaatschappijen die een subsidie ontvingen of ontvangen voor de uitvoering van verrichtingen in het kader van de realisatie van sociale woonprojecten :
  1° de oppervlaktenormen voor sociale kavels en middelgrote kavels en de volumenormen voor woningen, op te richten op die kavels, vermeld in artikel 1, 5° en 6°;
  2° de woonbehoeftigheidsvoorwaarden voor de kandidaat-kopers van kavels of woningen, vermeld in artikel 3;
  3° het aandeel middelgrote koopwoningen en middelgrote kavels in een sociaal woonproject, vermeld in artikel 1 van bijlage IV. "
Art.26. L'article 11 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 11. Les dispositions ci-après du présent arrêté s'appliquent également aux autres initiateurs que la VMSW et les sociétés de logement social qui ont bénéficié ou bénéficient d'une subvention pour l'exécution des opérations dans le cadre de la réalisation des projets de logement social :
  1° les normes de superficie pour lots sociaux et moyens et les normes de volume pour habitations à ériger sur ces lots, visés à l'article 1er, 5° et 6°;
  2° les conditions des besoins en logements pour les candidats acquéreurs de lots ou d'habitations, visés à l'article 3;
  3° la part des habitations d'achat moyennes et des lots moyens dans un projet de logement social, visé à l'article 1er de l'annexe IV. "
Art.27. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De oppervlaktenormen voor sociale kavels en middelgrote kavels en de volumenormen voor woningen, op te richten op die kavels, vermeld in artikel 1, 5° en 6°, gelden niet voor kavels of woningen waarvoor reeds registers werden geopend met toepassing van het besluit, vermeld in artikel 12. De oppervlaktenormen gelden evenmin voor sociale kavels en middelgrote kavels die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds uitgerust of vergund waren. "
Art.27. Dans l'article 15 du même arrêté, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
  " Les normes de superficie pour lots sociaux et lots moyens et les normes de volume pour habitations, à ériger sur ces lots, visés à l'article 1er, 5° et 6°, ne sont pas applicables aux lots ou habitations qui font déjà l'objet d'un registre en application de l'arrêté, visé à l'article 12. Les normes de superficie ne sont pas non plus applicables aux lots sociaux et moyens qui ont déjà été équipés ou autorisés à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. "
Art.28. Aan bijlage I, artikel 5, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Als ze niet meer voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden, wordt hun kandidatuur uit de desbetreffende registers geschrapt. "
Art.28. A l'annexe Ire, article 5, § 2, alinéa 1er, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Si elles ne répondent plus aux conditions d'inscription, leur candidature est rayée des registres concernés. "
Art.29. In bijlage II, artikel 5, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, wordt het woord " woning " vervangen door het woord " kavel ";
  2° aan § 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Als ze niet meer voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden, wordt hun kandidatuur uit de desbetreffende registers geschrapt. "
Art.29. A l'annexe II, article 5, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa deux, du texte néerlandais, le mot " woning " est remplacé par le mot " kavel ";
  2° le § 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Si elles ne répondent plus aux conditions d'inscription, leur candidature est rayée des registres concernés. "
Art.30. In bijlage III, artikel 3, van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als zowel de zittende huurder, vermeld in artikel 1, 15°, a), als de zittende huurder, vermeld in artikel 1, 15°, b) of c), de gehuurde woning wil verwerven, moet enkel de zittende huurder, vermeld in artikel 1, 15°, a), voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°. "
Art.30. Dans l'annexe III, article 3, du même arrêté, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
  " Si tant le locataire en exercice, visé à l'article 1er, 15°, a) que le locataire en exercice, visé à l'article 1er, 15°, b) ou c), veut acquérir l'habitation louée, seul le locataire en exercice, visé à l'article 1er, 15°, a) doit remplir la condition, visée à l'alinéa 1er, 2°. "
Art.31. In bijlage IV, artikel 1, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " sociale koopwoningen " en de woorden " of op sociale kavels op te richten woningen " de woorden ", sociale huurwoningen " ingevoegd.
Art.31. Dans l'annexe IV, article 1er, du même arrêté, les mots " habitations sociales locatives " sont insérés entre les mots " habitations sociales destinées à la vente " et les mots " ou des lots sociaux ".
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en de subsidiëring van huurdersorganisaties.
CHAPITRE XI. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif à l'agrément et au subventionnement d'organisations de locataires.
Art.32. In artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiëring van huurdersorganisaties worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " met dien verstande dat ten minste 75 % van de totale subsidie-enveloppe wordt aangewend voor personeelskosten " geschrapt;
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als de aangetoonde personeelskosten lager zijn dan 75 % van de totale subsidie-enveloppe, dan wordt er bij de jaarlijkse afrekening enkel rekening gehouden met de aangetoonde personeelskosten. Als de aangetoonde werkingskosten lager zijn dan 25 % van de totale subsidie-enveloppe, dan wordt er bij de jaarlijkse afrekening enkel rekening gehouden met de aangetoonde werkingskosten. Als ze hoger zijn, dan worden ze slechts ten bedrage van 25 % van de totale subsidie-enveloppe aanvaard. "
Art.32. A l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif à l'agrément et au subventionnement d'organisations de locataires, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " à condition qu'au moins 75 % de la totalité de l'enveloppe subventionnelle soit utilisée pour couvrir les frais de personnel " sont supprimés;
  2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Si les frais de personnel sont inférieurs à 75 % de l'enveloppe subventionnelle totale, il est seulement tenu compte des frais de personnel démontrés lors du décompte annuel. Si les frais de fonctionnement démontrés sont inférieurs à 25 % de l'enveloppe subventionnelle totale, il est seulement tenu compte des frais de fonctionnement démontrés lors du décompte annuel. S'ils sont supérieurs, ils ne sont acceptés qu'à concurrence de 25 % de l'enveloppe subventionnelle totale. "
Art.33. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zin " Die voorschotten komen in mindering bij de afrekening van de subsidie voor elk kalenderjaar nadat de leidend ambtenaar van het agentschap, na het binnen een maand te geven advies van het departement, het jaarverslag over de werking heeft goedgekeurd, en na controle van de verantwoordingsstukken voor de personeels- en werkingskosten. " vervangen door de zin " De jaarlijkse afrekening wordt uiterlijk op 31 mei van het volgende kalenderjaar opgemaakt op basis van de stukken, vermeld in artikel 14, tweede lid, met het oog op de uitbetaling van het saldo. "
Art.33. Dans l'article 13, alinéa 1er, du même arrêté, la phrase " Ces acomptes sont déduits lors de la liquidation final de la subvention pour chaque année civile après que le fonctionnaire dirigeant de l'agence a approuvé le rapport annuel sur le fonctionnement, suivant l'avis à rendre par le département dans le mois, et après contrôle des documents justificatifs des frais de personnel et de fonctionnement. " est remplacée par la phrase " La liquidation annuelle est établie au plus tard le 31 mai de l'année civile suivante, sur la base des pièces, visées à l'article 14, alinéa deux, en vue du paiement du solde. "
Art.34. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.34. L'article 15 du même arrêté est abrogé.
HOOFDSTUK XII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders.
CHAPITRE XII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nécessiteux d'un logement.
Art.35. Aan artikel 1, § 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders worden de woorden " en op zijn vroegst de datum waarop de huurovereenkomst een aanvang heeft genomen " toegevoegd.
Art.35. A l'article 1er, § 1er, 5° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nécessiteux d'un logement, les mots " et au plus tôt à la date de prise d'effet du contrat de location " sont ajoutés.
Art.36. In artikel 4, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° een sociale huurwoning als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 22°, a) of c), van de Vlaamse Wooncode. "
Art.36. Dans l'article 4, § 1er, du même arrêté, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° d'une habitation de location sociale, telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 22°, a) ou c), du Code flamand de Logement. "
Art.37. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De huurder moet op de aanvraagdatum beschikken over andere inkomsten dan kinderbijslag of wezentoelage, waarmee het saldo van de huurprijs kan worden betaald. ";
  2° aan § 2, tweede lid, 1°, worden de woorden " en die hetzij vervreemd is, hetzij niet meer als woning zal worden gebruikt " toegevoegd.
Art.37. A l'article 5, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par un second alinéa rédigé comme suit :
  " Le locataire doit disposer d'autres revenus que les allocations familiales ou d'orphelin à la date de demande, qui peuvent servir au paiement du solde du loyer. ";
  2° le § 2, alinéa deux, 1° est complété par les mots " et qui a soit, été aliénée, soit n'est plus utilisée comme habitation ".
Art.38. In artikel 6, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  " 4° als de huurder jonger is dan 25 jaar, een document of verklaring waaruit zijn actuele inkomsten blijken; ".
Art.38. Dans l'article 6, § 1er, alinéa deux, du même arrêté, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° si le locataire est âgé de moins de 25 ans, un document ou une déclaration faisant apparaître ses revenus actuels; ".
HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode.
CHAPITRE XIII. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement.
Art.39. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode worden een punt 18°bis en een punt 18°ter ingevoegd, die luiden als volgt :
  " 18°bis meerderjarig : volle achttien jaar oud en niet in staat van verlengde minderjarigheid verklaard overeenkomstig artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek;
  18°ter minderjarig : minder dan volle achttien jaar oud of in staat van verlengde minderjarigheid verklaard overeenkomstig artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek; ".
Art.39. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, il est inséré un point 18°bis et un point 18°ter, rédigés comme suit :
  " 18°bis majeur : avoir accompli dix-huit ans et ne pas être sous le statut de minorité prolongée, conformément à l'article 487bis du Code civil;
  18°ter mineur : avoir moins de dix-huit ans accomplis ou être sous le statut de minorité prolongée, conformément à l'article 487bis du Code civil;
Art.40. Aan artikel 3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen toegevoegd :
  " In uitzonderlijke omstandigheden kan de verhuurder voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 3°, gemotiveerd beslissen om echtgenoten die kunnen aantonen dat hun huwelijk onherstelbaar ontwricht is, niet als gezinsleden te beschouwen. De toezichthouder oefent het toezicht uit op die beslissing van de verhuurder. "
Art.40. A l'article 3, § 1er, alinéa deux du même arrêté, les phrases suivantes sont ajoutées :
  " Dans des circonstances exceptionnelles, le bailleur peut décider de manière motivee pour l'application de l'alinéa 1er, 2° et 3°, de ne pas considérer comme membres de ménage, les conjoints pouvant démontrer que leur mariage est irrémédiablement désuni. Le contrôleur assure la surveillance sur cette décision du bailleur. "
Art.41. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt een punt 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  2°bis een ander document dat verstrekt werd door een door de Vlaamse Gemeenschap of het Koninkrijk Nederland erkende organisatie, met uitzondering van de instellingen in Aruba en de Nederlandse Antillen en de Franstalige instellingen in een rand- of taalgrensgemeente als vermeld in de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, waaruit onmiskenbaar blijkt dat hij een niveau van het Nederlands haalt dat ten minste overeenkomt met niveau A.1 Breakthrough van het Europees referentiekader voor vreemde talen; ";
  2° aan het eerste lid worden een punt 4° en een punt 5° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 4° een attest van inburgering;
  5° een attest van EVC. ";
  3° in de inleidende zin van het tweede lid wordt het woord " verklaringen " telkens vervangen door het woord " documenten ";
  4° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° een verklaring van het Huis van het Nederlands waaruit blijkt dat hij een niveau van het Nederlands haalt dat ten minste overeenkomt met de mondelinge vaardigheden van niveau A.1 Breakthrough van het Europees referentiekader voor vreemde talen; ";
  5° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° een inburgeringscontract. ";
  6° aan het zesde lid worden de woorden ", behalve als hij een attest als vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°, kan voorleggen " toegevoegd.
Art.41. A l'article 4 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, il est inséré un point 2°bis rédigé comme suit :
  2°bis un autre document délivré par une organisation agréée par la Communauté flamande ou le Royaume des Pays-Bas, à l'exception des établissements d'Aruba et des Antilles néerlandaises et des établissements francophones dans une commune périphérique ou de la frontière linguistique, telle que visée dans les lois coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative, faisant apparaître sans équivoque que son niveau en langue néerlandaise correspond au moins au niveau A.1. Percée du cadre de référence européen pour langues étrangères; ";
  2° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 4° et un point 5°, rédigés comme suit :
  " 4° une attestation d'intégration civique;
  5° une attestation EVC. ";
  3° Dans le phrase introductive de l'alinéa deux, le mot " déclarations " est chaque fois remplacé par le mot " documents ";
  4° dans l'alinéa deux, le point 1°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° une déclaration de la " Huis van het Nederlands " faisant apparaître qu'elle a un niveau en langue néerlandaise qui correspond au moins au niveau A.1. Percée du cadre de référence européen pour langues étrangères; ";
  5° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° un contrat d'intégration civique. ";
  6° l'alinéa six est complété par les mots ", sauf si elle peut produire une attestation telle que visée à l'article 5, alinéa 1er, 2° ".
Art.42. In artikel 5, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden tussen de woorden " op basis van " en de woorden " de attesten of stukken " de woorden " de Kruispuntbank Inburgering of van " ingevoegd;
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De minister kan de categorieën van personen, vermeld in het tweede lid, nader omschrijven. "
Art.42. A l'article 5, alinéa deux, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa deux les mots " de la Banque-Carrefour Intégration civique ou " sont insérés entre les mots " à la lumière " et les mots " des attestations ou pièces ";
  2° entre le deuxième et le troisième alinéa, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Ministre peut préciser les catégories de personnes, visées à l'alinéa deux. "
Art.43. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord " schriftelijk " telkens vervangen door de woorden " schriftelijk of via de Kruispuntbank Inburgering ".
Art.43. Dans l'article 6, § 2, du même arrêté, les mots " par écrit " sont chaque fois remplacés par les mots " par écrit ou via la Banque-Carrefour Intégration civique ".
Art.44. Aan artikel 12, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7° als de kandidaat-huurder niet of niet tijdig reageert op de brief en de herinneringsbrief bij actualisering van het register, vermeld in artikel 8, op voorwaarde dat hij minimaal een maand, vanaf de postdatum van de brief, krijgt om te reageren en na de herinneringsbrief minimaal vijftien kalenderdagen, vanaf de postdatum van de herinneringsbrief. "
Art.44. A l'article 12, § 1er, du même arrêté, il est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° si le candidat locataire ne réagit pas ou en retard sur la lettre et le rappel à l'actualisation du registre, vise à l'article 8, à la condition qu'il reçoive au minimum un mois, à partir de la date de la poste de la lettre, pour réagir et au moins quinze jours civils après le rappel, à partir de la date de la poste du rappel. "
Art.45. In artikel 14, eerste lid, worden tussen de woorden " tweede lid, " en de woorden " is niet van toepassing " de woorden " eerste zin, " ingevoegd.
Art.45. Dans l'article 14, alinéa 1er, les mots " première phrase " sont insérés entre les mots " alinéa deux, " et les mots " ne s'applique pas ".
Art.46. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  3° aan § 1, eerste lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 4° hij op het moment van de toelating een inburgeringscontract kan voorleggen, voor zover hij geen inbreuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het Inburgeringsdecreet. ";
  4° in § 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De taalbereidheidsvoorwaarde is niet van toepassing voor de persoon die om beroepsmatige, medische of persoonlijke redenen tijdelijk niet kan deelnemen of niet verder kan deelnemen aan een cursus Nederlands tweede taal. De minister bepaalt de nadere voorwaarden. "
Art.46. A l'article 15 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  3° le § 1er, alinéa 1er, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° peut produire à l'admission, un contrat d'intégration civique, dans la mesure où il n'a pas enfreint l'article 5, § 3, 2° du décret sur l'intégration civique. ";
  4° dans le § 2, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " La condition de disposition à apprendre la langue ne s'applique pas à la personne qui ne peut pas suivre ou continuer à suivre un cours de néerlandais, deuxième langue, pour des raisons professionnelles, médicales ou personnelles. Le Ministre arrête les modalités en la matière. "
Art.47. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° de kandidaat-huurder die minstens 55 jaar oud is of de kandidaat-huurder die zelf een bepaalde handicap heeft of van wie een gezinslid erdoor getroffen is, uitsluitend als de beschikbare woning door de daarop gerichte investeringen specifiek is aangepast aan de huisvesting van ouderen of aan de huisvesting van een gezin waarvan een of meerdere leden getroffen zijn door een handicap; ";
  2° in het eerste lid wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 1°bis de kandidaat-huurder met toepassing van artikel 30, vierde lid; ";
  3° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  " 5° de kandidaat-huurder die in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is, zijn hoofdverblijfplaats had in een onroerend goed als vermeld in artikel 20, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, op de datum waarop dat overeenkomstig artikel 20, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode in een proces-verbaal werd vastgesteld; ";
  4° in het tweede lid worden de woorden " na de beslissing van de wooninspecteur, " vervangen door de woorden " na de vaststelling in een proces-verbaal, " en worden de woorden " het onteigeningsbesluit " vervangen door de woorden " de akte van onteigening ".
Art.47. A l'article 19 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° le candidat locataire qui a au moins 55 ans ou le candidat locataire qui a lui-même un handicap déterminé ou dont un membre du ménage a un handicap, exclusivement si l'habitation disponible, suite aux investissements ciblés, est adaptée spécifiquement au logement d'aînés ou d'une famille dont un ou plusieurs membres sont handicapés; ";
  2° dans l'alinéa 1er, il est inséré un point 1°bis rédigé comme suit :
  " 1°bis le candidat locataire, en application de l'article 30, alinéa quatre; ";
  3° dans l'alinéa 1er, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° le candidat locataire qui avait dans la commune ou se situe l'habitation à attribuer, sa résidence principale dans un bien immeuble, visé à l'article 20, § 1er, alinéa deux du Code flamand du Logement, à la date où cela a été constaté dans un procès-verbal, conformément à l'article 20, § 2, alinéa 1er, du Code flamand du Logement; ";
  4° dans l'alinéa deux, les mots " après la décision de l'inspecteur du logement, " sont remplacés par les mots " après constatation dans un procès-verbal, " et les mots " l'arrêté d'expropriation " sont remplacés par les mots " l'acte d'expropriation ".
Art.48. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 1°, worden tussen de woorden " artikel 18, " en de woorden " derde lid " de woorden " tweede lid, " ingevoegd;
  2° in § 2, eerste lid, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 1°bis de kandidaat-huurder, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°bis ; ".
Art.48. A l'article 21, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, 1° le mot " deux, " est inséré entre les mots " l'article 18, " et les mots " trois et quatre "
  2° dans le § 2, alinéa 1er, il est inséré un point 1°bis, rédigé comme suit :
  " 1° le candidat locataire, visé à l'article 19, alinéa 1er, 1°bis ; ".
Art.49. Artikel 24, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het O.C.M.W. dat ingevolge de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bevoegd is voor de hulpverlening aan een dakloze, kan ten behoeve van die dakloze een versnelde toewijzing van een woning vragen aan een verhuurder, in overleg met het O.C.M.W. van de gemeente waar de betrokken woning gelegen is. De verhuurder kan als voorwaarde het aanbieden van begeleidende maatregelen, andere dan de basisbegeleidingstaken, vermeld in artikel 32, § 1, derde lid, door het O.C.M.W. of op initiatief van het O.C.M.W. door andere welzijnsactoren stellen.
  De verhuurder kan het verzoek alleen weigeren als :
  1° de verhuurder de versnelde toewijzing wil koppelen aan begeleidende maatregelen door het O.C.M.W. van de gemeente waar de betrokken woning gelegen is, of een andere welzijnsactor op initiatief van dat O.C.M.W., maar de dakloze niet bereid is om deze voorwaarde te aanvaarden;
  2° de verhuurder de versnelde toewijzing wil koppelen aan begeleidende maatregelen door het O.C.M.W. van de gemeente waar de betrokken woning gelegen is, of een andere welzijnsactor op initiatief van dat O.C.M.W., maar dat O.C.M.W. niet ingaat op de vraag tot het voorzien van begeleidende maatregelen;
  3° hij in verhouding tot het gemiddelde aantal toewijzingen per jaar, in het afgelopen jaar al minimaal 4 % toewijzingen deed op basis van de mogelijkheid tot versnelde toewijzing, vermeld in het eerste lid;
  4° het O.C.M.W. van de gemeente waar de betrokken woning gelegen is, de financiële verantwoordelijkheid niet wil dragen. ";
  De verhuurder deelt zijn gemotiveerde beslissing binnen een maand na de aanvraag mee aan het O.C.M.W. dat ingevolge de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bevoegd is voor de hulpverlening aan de dakloze, vermeld in het eerste lid. "
Art.49. L'article 24, § 2 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Le C.P.A.S. qui est compétent pour l'aide aux sans-abri, en vertu de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut demander une attribution accélérée d'une habitation à un bailleur au profit d'un sans-abri, en concertation avec le C.P.A.S. de la commune où est située l'habitation concernée. Le bailleur peut invoquer comme condition l'offre de mesures accompagnatrices, autres que les tâches d'accompagnement de base, visées à l'article 32, § 1er, alinéa trois, offertes par le C.P.A.S. ou, sur initiative du C.P.A.S., par d'autres acteurs compétents en matière de bien-être social.
  Le bailleur ne peut refuser la demande :
  1° que lorsque le bailleur veut lier l'attribution accélérée à des mesures accompagnatrices assurées par le C.P.A.S. de la commune où l'habitation en question est située ou par un autre acteur dans le domaine de l'aide sociale, mais que le sans-abri n'est pas disposé à accepter cette condition;
  2° que lorsque le bailleur veut lier l'attribution accélérée à des mesures accompagnatrices assurées par le C.P.A.S. de la commune où l'habitation en question est située ou par un autre acteur dans le domaine de l'aide sociale, mais que le C.P.A.S. ne réagit pas à la demande de prévoir ces mesures accompagnatrices;
  3° que lorsqu'il a déjà procédé a au moins 4 % d'attributions sur la base de la possibilité d'attribution accélérée, visée au premier alinéa, par rapport à la moyenne du nombre d'attributions par an;
  4° que le C.P.A.S. de la commune où l'habitation en question est située, ne veut pas assumer la responsabilité financière. ";
  Le bailleur communique sa décision motivée dans un mois après la demande au C.P.A.S. qui est compétent pour l'aide aux sans-abri, visée à l'alinéa 1er, en vertu de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale. "
Art.50. In artikel 30, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " de voorrang, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1° en artikel 21, § 2, eerste lid, 1° " vervangen door de woorden " de voorrang, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°bis, en artikel 21, § 2, eerste lid, 1°bis ".
Art.50. Dans l'article 30, alinéa quatre, du même arrêté, les mots " la priorité, visée a l'article 19, alinéa premier, 1°, et à l'article 21, § 2, alinéa premier, 1° " sont remplacés par les mots " la priorité, visée à l'article 19, alinéa premier, 1°bis, et à l'article 21, § 2, alinéa premier, 1°bis ".
Art.51. Aan artikel 32, § 2, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " d) het inburgeringscontract, voor zover de huurder geen inbreuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het Inburgeringsdecreet. "
Art.51. A l'article 32, § 2, alinéa deux, 2° du même arrêté, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
  " d) le contrat d'intégration civique, dans la mesure où le candidat locataire n'a pas enfreint l'article 5, § 3, 2° du décret sur l'intégration civique. "
Art.52. In artikel 37, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " artikel 3 " en de woorden " van het besluit van de Vlaamse Regering " de woorden ", vierde lid, " ingevoegd.
Art.52. Dans l'article 37, § 2, alinéa deux, du même arrêté, les mots ", alinéa quatre, " sont insérés entre les mots, " l'article 3 " et les mots " de l'arrêté du Gouvernement flamand ".
Art.53. Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 45. § 1. Voor iedere persoon ten laste wordt een korting van 15 euro toegekend.
  In afwijking van het eerste lid wordt voor een persoon die tegelijk beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste, vermeld in artikel 1, 22°, a), en aan de definitie van persoon ten laste, vermeld in artikel 1, 22°, b), een korting van 30 euro toegekend.
  § 2. Voor een persoon die minderjarig is, of waarvoor kinderbijslag of wezentoelage wordt uitbetaald, of die door de minister op voorlegging van bewijzen als ten laste wordt beschouwd, en waarvan de ouders niet in dezelfde woning wonen, kan een korting worden toegekend aan de ouder bij wie die persoon niet is gedomicilieerd maar wel op regelmatige basis verblijft. In dat geval wordt de helft van de korting, vermeld in § 1, eerste of tweede lid, toegekend. Als de ouder bij wie die persoon is gedomicilieerd, ook een sociale huurwoning huurt, wordt aan die ouder, in afwijking van § 1, slechts de helft van de korting, vermeld in § 1, eerste of tweede lid, toegekend.
  De toepassing van het eerste lid is afhankelijk van de ondertekening door beide ouders van een verklaring, waarin de ouder bij wie de persoon, vermeld in het eerste lid, is gedomicilieerd, vermeldt :
  1° of hij zelf een sociale huurwoning huurt en in voorkomend geval bij welke verhuurder;
  2° dat hij, als hij zelf huurder is of zal worden van een verhuurder, een kopie van de verklaring zal bezorgen aan die verhuurder;
  3° dat hij, als hij verklaart zelf geen sociale huurwoning te huren, aan de verhuurder van de sociale huurwoning die de andere ouder huurt, de toestemming verleent om dat te controleren;
  4° zijn inschrijvingsnummer in de sociale zekerheid, om de controle, vermeld in 3°, mogelijk te maken.
  § 3. Het totaal van de kortingen, vermeld in § 1 en § 2, is de gezinskorting. "
Art.53. L'article 45 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 45. § 1er. Une réduction de 15 euros est accordée pour chaque personne à charge.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, une réduction de 30 euros est accordée pour une personne qui répond simultanément à la définition de personne à charge, visée à l'article 22, a), et à la définition de personne a charge, visée à l'article 1er, 22°, b).
  § 2. Pour une personne mineure ou pour laquelle sont octroyées des allocations familiales ou d'orphelin ou qui peut être considérée comme personne à charge par le Ministre sur production de preuves, et dont les parents n'habitent pas dans le même logement, une réduction peut être accordée au parent auprès duquel cette personne n'est pas domiciliée mais réside sur base régulière. Dans ce cas, la moitié de la réduction, visée au § 1er, alinéas 1er ou deux, est accordée. Si le parent auprès duquel cette personne est domiciliée prend également en location une habitation de location sociale, seulement la moitié de la réduction, visée au § 1er, alinéas 1er ou deux, est accordée à ce parent, par dérogation au § 1er.
  L'application de l'alinéa 1er dépend de la signature par les deux parents d'une déclaration dans laquelle le parent auprès duquel est domiciliée la personne, visée a l'alinéa 1er, mentionne :
  1° s'il prend en location lui-même une habitation de location sociale et, le cas échéant, de quel bailleur;
  2° qu'il transmettra une copie de la déclaration à ce bailleur, s'il est ou deviendra lui-même locataire d'un bailleur;
  3° que, s'il déclare ne pas prendre en location lui-même une habitation de location sociale, il donne l'autorisation au bailleur de l'habitation de location sociale que prend en location l'autre parent, de le vérifier;
  4° son numéro d'inscription à la sécurité sociale pour permettre le contrôle, visé au 3°.
  § 3. Le total des réductions, visées aux §§ 1er et 2, est la réduction familiale. "
Art.54. In artikel 48, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " in aanmerking wordt genomen, " en het woord " overlijdt " de woorden " met pensioen gaat, " ingevoegd.
Art.54. Dans l'article 48, alinéa deux, 1° du même arrêté, les mots " prend sa retraite " sont insérés entre les mots " calcul du loyer, " et le mot " décède ".
Art.55. In artikel 69 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " § 1 " geschrapt;
  2° aan punt 2° worden de woorden " en van artikel 1, 10°, 12°, 13° en 16°, en artikel 25, voor zover ze betrekking hebben op hetzelfde hoofdstuk III " toegevoegd;
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voor de toepassing van de niet opgeheven bepalingen van het besluit, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt onder geactualiseerde kostprijs verstaan : de som van alle uitgaven voor de oprichting of de verwerving van de woning, alsmede voor de uitgevoerde sanerings-, verbeterings- en aanpassingswerkzaamheden, evenals de waardering van gebouwen of gronden die kosteloos verworven of in erfpacht gekregen zijn. Voordat die som gemaakt wordt, worden de kosten naargelang van het jaar waarin ze werden gemaakt, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die jaarlijks voor 1 juli wordt vastgesteld door de minister. "
Art.55. A l'article 69 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans la phrase introductive, les mots " § 1er " sont supprimés;
  2° au point 2° sont ajoutés les mots " et de l'article 1er, 10°, 12°, 13° et 16° et de l'article 25, dans la mesure où ils portent sur le même chapitre III ";
  3° il est ajouté un alinéa deux, rédige comme suit :
  " Pour l'application des dispositions non abrogées de l'arrêté, visé à l'alinéa 1er, 2°, on entend par coût actualisé : la somme de toutes les dépenses pour la construction ou l'acquisition d'une habitation ainsi que pour les travaux d'assainissement, d'amélioration et d'adaptation, ainsi que la valorisation des immeubles ou terrains acquis à titre gratuit ou emphytéotique. Avant que la somme ne soit calculée, les frais, en fonction de l'année de dépense, sont multipliés par le coefficient qui est fixé annuellement par le Ministre avant le 1er juillet. "
Art.56. In artikel 70, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3°, a), worden de woorden ", geactualiseerd naar het jaar 2009 met toepassing van artikel 40 " geschrapt;
  2° in punt 3° wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  " b) in 2010 met een derde van het verschil tussen de in 2010 geldende basishuurprijs en de in 2008 voorlopig vastgestelde basishuurprijs; ".
Art.56. A l'article 70, § 1er, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 3, a), les mots " actualisé en vue de 2009 en application de l'article 40 ", sont supprimes;
  2° dans le point 3°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  " b) en 2010, un tiers de la différence entre le loyer de base définitivement fixé en 2010 et le loyer de base provisoirement fixé en 2008; ".
Art.57. In artikel 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " voor de inwerkingtreding van dit besluit waren " worden vervangen door het woord " zijn ";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Voor de huurders die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een sociale huurwoning huren, geldt voor de toepassing van artikel 19, eerste lid, 2°, en 3°, ook de inschrijvingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 6°, niet. "
Art.57. A l'article 73 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " inscrits avant l'entrée en vigueur du présent arrêté " sont remplacés par les mots " qui sont inscrits ";
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Pour les locataires qui prennent en location une habitation de location sociale à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, la condition d'inscription, visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 6° ne s'applique également pas pour l'application de l'article 19, alinéa 1er, 2°, et 3°.
Art.58. In hetzelfde besluit wordt een artikel 73bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 73bis. In afwachting van de uitwerking van een doelgroepenplan kan een sociale huisvestingsmaatschappij die op basis van een intern toewijzingsreglement als vermeld in artikel 6, § 5, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2000, vermeld in artikel 73, gelijkvloerse sociale huurwoningen bij voorrang toewijst aan kandidaat-huurders die minstens 55 jaar oud zijn, die praktijk gedurende een periode van maximaal twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit behouden.
  In afwachting van de uitwerking van een leefbaarheidsplan en de toepassing van de daaraan gekoppelde verhoogde inkomensgrenzen kan een sociale huisvestingsmaatschappij, voor zover zij de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 2, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2000, vermeld in artikel 73, toepaste, die verhoogde inkomensgrenzen gedurende een periode van maximaal twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit blijven toepassen.
  Als een sociale huisvestingsmaatschappij gebruik maakt van de bepaling, vermeld in het eerste of tweede lid, moet ze dit in haar intern huurreglement vermelden. "
Art.58. Dans le même arrêté, il est inséré un article 73bis, rédigé comme suit :
  " Art. 73bis. Dans l'attente de l'élaboration d'un plan pour groupes cibles, une société de logement social qui, sur base d'un règlement d'attribution interne, visé à l'article 6, § 5, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2000, visé à l'article 73, attribue en priorité des habitations de location sociales de plain-pied à des candidats locataires âgés d'au moins 55 ans, peut maintenir cette pratique pendant une période maximale de douze mois à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Dans l'attente de l'élaboration d'un plan de viabilité et de l'application des limites de revenu majorées y afférentes, une société de logement social peut, dans la mesure où elle appliquait les limites de revenu majorées, visées à l'article 2, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 octobre 2000, visé à l'article 73, continuer à appliquer ces limites de revenu majorées pendant une période maximale de douze ans à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Si un société de logement social fait usage de la disposition, visée aux alinéas 1er et 2, elle doit en faite mention dans son règlement de location interne. "
Art.59. In artikel 77, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " artikel 3 " en de woorden " van het besluit van de Vlaamse Regering " de woorden ", vierde lid, " ingevoegd.
Art.59. A l'article 77, § 2, alinéa deux, du même arrêté, les mots ", alinéa quatre, " sont insérés entres les mots " l'article 3 " et les mots " de l'arrêté du Gouvernement flamand ".
Art.60. In artikel 78 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan het eerste lid worden de woorden ", met dien verstande dat bij de vaststelling van het inkomen de indexatie, vermeld in artikel 1, 15°, niet wordt toegepast " toegevoegd;
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid is de huurprijsberekening, vermeld in het eerste lid, niet van toepassing voor de sociale huurwoningen waarvoor krachtens artikel 94 of 96, § 3, van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd door de wet van 2 juli 1971, of krachtens artikel 70 of 72, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Wooncode een subsidie verleend is voor de renovatie, verbetering of aanpassing van één of meerdere gebouwen die hen al toebehoorden of waarvan de verwerving vereist is voor de realisatie van een sociaal woonproject. ";
  3° er wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste en het derde lid blijft voor de woningen die verhuurd worden met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 tot instelling van een huurcompensatie of van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 tot aanmoediging van de bouw van sociale huurwoningen, de huurprijsberekening, vermeld in die besluiten, van toepassing zolang de huurcompensatie, vermeld in die besluiten, nog verleend wordt. "
Art.60. A l'article 78 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° Il est ajouté à l'alinéa 1er les mots ", étant donné qu'à la détermination du revenu, l'indexation, visée à l'article 1er, 15°, n'est pas appliquée;
  2° il est inséré entre les alinéas 1er et deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le calcul du loyer, visé à l'alinéa 1er, n'est pas applicable aux habitations de location sociales pour lesquelles, une subvention est octroyée, en vertu de l'article 94 ou 96, § 3 du Code du Logement, annexé à l'arrêté royal du 10 décembre 1970 et sanctionné par la loi du 2 juillet 1971 ou en vertu de l'article 70 ou 72, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, pour la rénovation, l'amélioration ou l'adaptation d'un ou plusieurs immeubles qui leur appartenaient déjà ou dont l'acquisition est requise pour la réalisation du projet de logement social,
  3° il est ajouté un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux alinéas 1er et trois, les habitations qui sont mises en location en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 instaurant une compensation locative ou de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 visant l'encouragement de la construction d'habitations sociales locatives, continuent à être régies par le calcul du loyer, visé dans ces arrêtés tant que la compensation locative, visé dans ces arrêtés est encore allouée. "
Art.61. In hetzelfde besluit wordt een artikel 78bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 78bis. § 1. In afwijking van artikel 78, eerste lid, is in afwachting van de inwerkingtreding van artikel 38 tot en met 50 voor een gemeente die, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of een O.C.M.W. dat partij is bij een PPS-overeenkomst, opgesteld ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 ter uitvoering van de bepalingen over de oprichting en de organisatie van het Garantiefonds voor Huisvesting in het kader van PPS-projecten sociale huisvesting, de huurprijsberekening, vermeld in artikel 78, eerste lid, van toepassing, met dien verstande dat de basishuurprijzen voor de PPS-woningen van de PPS-overeenkomst vastgesteld worden volgens de werkwijze, vermeld in § 2.
  § 2. Het Garantiefonds voor Huisvesting, vermeld in titel VI, hoofdstuk III, afdeling 3, van de Vlaamse Wooncode, bepaalt de basishuurprijzen voor de PPS-woningen van elke PPS-overeenkomst volgens de volgende werkwijze.
  De jaarlijkse totale basishuurprijs voor alle PPS-woningen van een PPS-overeenkomst, aangegeven als B, wordt vastgesteld op 6,5 % van de initiële bouwkosten, bepaald in de offerte van de gegunde opdracht. Die kosten omvatten de ontwerp- en de ontwikkelingskostprijs, de kostprijs van de opbouw en de kostprijs van het recht van opstal, te verhogen met 12 % als compensatie voor de van toepassing zijnde btw op de erfpachtcanon.
  De jaarlijkse totale basishuurprijs B wordt volgens het gewicht van de individuele kostprijs van de woningen verdeeld in jaarlijkse basishuurprijzen voor de individuele woningen, aangegeven als Bw.
  De maandelijkse basishuurprijs voor een individuele woning, aangegeven als Bw,m, is het resultaat van de volgende formule : Bw,m = Bw/12. Dat bedrag wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd met 2,5 % en wordt voor de eerste keer vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de erfpacht een aanvang neemt. Vanaf het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de erfpacht een aanvang neemt, is de indexering van toepassing volgens Bw,m x 1,025k-1, waarbij k staat voor het rangnummer van de kalenderjaren gedurende de erfpacht. Als eerste kalenderjaar wordt het kalenderjaar genomen waarin de erfpacht een aanvang neemt.
  Het Fonds, vermeld in het eerste lid, deelt de basishuurprijzen van elke PPS-woning voor de hele duur van de PPS-overeenkomst mee aan de gemeente die, het intergemeentelijke samenwerkingsverband of het O.C.M.W. dat partij is bij de PPS-overeenkomst, uiterlijk zes maanden voor de aanvang van de erfpacht. "
Art.61. Dans le même arrêté, il est inséré un article 78bis, rédigé comme suit :
  " Art. 78bis. § 1er. Par dérogation à l'article 78, alinéa 1er, et dans l'attente de l'entrée en vigueur de l'article 38 à 50 inclus, une commune, une structure de coopération intercommunale ou un C.P.A.S. qui sont parties à une convention PPS, établie en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mai 2004 portant exécution des dispositions concernant la création et l'organisation du Fonds de Garantie du Logement dans le cadre de projets PPP de logement social, le calcul du loyer, visé à l'article 78, alinéa 1er, est d'application, étant entendu que les loyers de base pour les logements PPS de la convention PPS sont fixés suivant la procédure prescrite au § 2.
  § 2. Le Fonds de Garantie du Logement, visé au titre VI, chapitre III, section 3, du Code flamand du Logement, fixe les loyers de base pour les logements PPS de chaque convention PPS suivant la procédure suivante.
  Le loyer de base total annuel pour tous les logements PPS d'une convention PPS, indiqué comme B, est fixé à 6,5 % des frais de construction initiaux, prévus dans l'offre du marché attribué. Ces frais comprennent le coût du concept et du développement, le coût de la construction et le coût du droit de superficie, à majorer de 12 % en compensation de la T.V.A. appliquée sur la redevance emphytéotique.
  Le loyer de base total annuel B est divisé, selon la charge du coût individuel des habitations, en loyers de base annuels pour les habitations individuelles, indiqués par Bw.
  Le loyer de base mensuel pour une habitation individuelle, indiqué par Bw,m, est le résultat de la formule suivante : Bw,m = Bw/12. Ce montant est indexé annuellement le 1er janvier de 2.5 % et est fixé pour la première fois pour l'année calendaire dans laquelle prend effet le bail emphytéotique. A partir de l'année calendaire qui suit l'année calendaire dans laquelle le bail emphytéotique prend effet, l'indexation est d'application suivant la formule Bw,m x 1,025k-1 où k est le numéro de rang des années calendaires au cours du bail emphytéotique. Est prise comme première année calendaire, l'année calendaire dans laquelle la bail emphytéotique prend effet.
  Le Fonds, visé à l'alinéa 1er, communique les loyers de base de chaque logement PPS pour toute la durée de la convention PPS, à la commune, la structure de coopération intercommunale ou le C.P.A.S. qui sont parties à la convention PPS, au plus tard six mois avant le début du bail emphytéotique. "
Art.62. In bijlage I van hetzelfde besluit wordt voetnoot 6 bij artikel 6 opgeheven.
Art.62. A l'annexe Ire du même arrêté, la note 6 de l'article 6, est abrogée.
Art.63. In bijlage I, artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " de vijfde dag " vervangen door de woorden " de tiende dag ".
Art.63. Dans l'annexe Ire de l'article 7, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " le cinquième jour " sont remplacés par les mots " le dixième jour ".
HOOFDSTUK XIV. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten.
CHAPITRE XIV. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 portant financement des sociétés de logement social en vue de la réalisation d'habitations de location sociales et des frais de fonctionnement y afférents.
Art.64. In het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten wordt in hoofdstuk VIII een artikel 21bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 21bis. De GSC wordt voor het eerst toegekend voor het referentiejaar 2008. "
Art.64. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 portant financement des sociétés de logement social en vue de la réalisation d'habitations de location sociales et des frais de fonctionnement y afférents, il est inséré dans le chapitre VIII, un article 21bis, rédigé comme suit :
  " Art. 21bis. La GSC est accordée pour la première fois pour l'année de référence 2008. "
HOOFDSTUK XV. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende de facultatieve subsidiëring van de vervanging van oude verwarmingsketels door hoogrendementsketels en van individuele verwarmingstoestellen door hoogrendementskachels op de sociale huurmarkt;.
CHAPITRE XV. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 portant subventionnement facultatif du remplacement des anciennes chaudières de chauffage par des chaudières à haut rendement et des appareils de chauffage individuels par des poêles à haut rendement sur le marché locatif social.
Art.65. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende de facultatieve subsidiëring van de vervanging van oude verwarmingsketels door hoogrendementsketels en van individuele verwarmingstoestellen door hoogrendementskachels op de sociale huurmarkt wordt het jaartal " 2008 " vervangen door het jaartal " 2009 ".
Art.65. Dans l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 portant subventionnement facultatif du remplacement des anciennes chaudières de chauffage par des chaudières à haut rendement et des appareils de chauffage individuels par des poêles à haut rendement sur le marché locatif social, l'année " 2008 " est remplacée par l'année " 2009 ".
HOOFDSTUK XVI. - Opheffingsbepaling.
CHAPITRE XVI. - Disposition abrogatoire.
Art.66. Het ministerieel besluit van 1 juli 1999 tot bepaling van de opbrengst, berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode wordt opgeheven.
Art.66. L'arrêté ministériel du 1er juillet 1999 fixant le produit, le mode calcul et les conditions de la rente fictive, visée aux arrêtés du Gouvernement flamand en exécution du Code flamand du logement, est abrogé.
HOOFDSTUK XVII. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE XVII. - Dispositions transitoires et finales.
Art.67. Bij de berekening van de huurcompensatie overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 1987 tot instelling van een huurcompensatie wordt het begrip inkomen gehanteerd, vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, met dien verstande dat de indexatie van het inkomen niet wordt toegepast.
  Bij de berekening van de huurcompensatie overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 tot aanmoediging van de bouw van sociale huurwoningen wordt het begrip inkomen gehanteerd, vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, met dien verstande dat de indexatie van het inkomen niet wordt toegepast en met behoud van de gezinskorting van 991,57 euro voor gehuwden, voor wettelijk of feitelijk samenwonenden en voor elke persoon ten laste.
  Voor de woningen die verhuurd worden door een sociale huisvestingsmaatschappij, gelden de huurprijsbepalingen van artikel 11 van het besluit van 19 mei 1987, vermeld in het eerste lid, en van artikel 7, § 3, van het besluit van 4 april 1990, vermeld in het tweede lid, alleen voor de zittende huurders op 31 december 2007. Voor de nieuwe huurders blijven de maximumbedragen, vermeld in dezelfde artikelen, enkel gelden voor de berekening van de huurcompensatie aan de sociale huisvestingsmaatschappij.
Art.67. Lors du calcul de la compensation locative conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 1987 instaurant une compensation locative, la notion de revenu est appliquée, visée à l'article 1er, 15° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, étant entendu que l'indexation du revenu n'est pas appliquée.
  Lors du calcul de la compensation locative conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 avril 1990 visant l'encouragement de la construction d'habitations sociales locatives, la notion de revenu est appliquée, visée à l'article 1er, 15° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement, étant entendu que l'indexation du revenu n'est pas appliquée et que la réduction familiale de 991,75 euros pour mariés, cohabitants légaux ou de fait et pour chaque personne à charge, est maintenue.
  Pour les habitations mises en location par une société de logement social, les dispositions concernant le loyer de l'article 11 de l'arrêté du 19 mai 1987, visé à l'alinéa 1er, et à l'article 7, § 3, de l'arrêté du 4 avril 1990, visé à l'alinéa deux, sont uniquement d'application aux locataires occupants au 31 décembre 2007. Pour les nouveaux locataires, les montants maximums, visés aux mêmes articles, continuent à s'appliquer uniquement pour le calcul de la compensation locative à la société de logement social.
Art.69. Gemeentelijke verordeningen als vermeld in artikel 9 van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, die bekrachtigd zijn voor 1 februari 2008, blijven van toepassing voor de bepalingen die niet minder streng zijn dan de bepalingen in het voormelde decreet en in het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers.
Art.69. Des règlements communaux, tels que visés à l'article 9 du décret du 4 février 1997 portant les normes de qualité et de sécurité pour chambres et chambres d'étudiants, qui ont été sanctionnés avant le 1er février 2008, restent d'application pour les dispositions qui ne sont pas moins sévères que les dispositions du décret précité et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant les normes de qualité et de sécurité pour chambres et chambres d'étudiants.
Art.70. Artikel 21 van het decreet van 22 december 2006 tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, van diverse oprichtingsdecreten van strategische adviesraden en van het Kaderdecreet Bestuurlijk Beleid treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.70. L'article 21 du décret du 22 décembre 2006 modifiant le décret du 18 juillet 2003 réglant les conseils consultatifs stratégiques, divers décrets de création de conseils consultatifs stratégiques et le Décret cadre sur la Politique administrative, entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.71. Dit besluit treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° artikel 18, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2006;
  2° artikelen 21 en 22, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2006;
  3° artikelen 27, dat uitwerking heeft met ingang van 23 november 2006;
  4° artikelen 37 en 38, die uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2007;
  5° artikelen 19, 20, 36, 39 tot en met 65 en 67, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2008;
  6° artikel 69, dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2008.
Art.71. Le présent arrêté entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles suivants :
  1° l'article 18, qui produit ses effets le 1er janvier 2006;
  2° les articles 21 et 22, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2006;
  3° l'article 27, qui produit ses effets le 23 novembre 2006;
  4° les articles 37 et 38, qui produisent leurs effets le 1er mai 2007;
  5° les articles 19, 20, 36, 39 à 65 inclus et 67, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2008;
  6° l'article 69, qui produit ses effets le 1er février 2008;
Art. 72. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 14 maart 2008.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
  M. KEULEN.
Art. 72. Le Ministre flamand ayant le Logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 14 mars 2008.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique,
  M. KEULEN