Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs wordt vervangen door wat volgt :
" besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 NOVEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Titre
9 NOVEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (35)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire.
Article 1. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire est remplacé par ce qui suit :
" arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire. "
" arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire. "
Art. 2. Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 1er du même arrêté est abrogé.
Art. 3. In artikel 3 en 9 worden de woorden " wedde " en " weddetoelage " telkens vervangen door de woorden " salaris " respectievelijk " salaristoelage ".
Art. 3. Aux articles 3 et 9 de la version néerlandaise, les mots " wedde " et " weddetoelage " sont chaque fois remplacés par les mots " salaris " et " salaristoelage " respectivement.
Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en 30 september 2005, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
12° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
13° het diploma van kleuteronderwijzer;
14° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
15° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs. "
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
12° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
13° het diploma van kleuteronderwijzer;
14° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
15° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs. "
Art. 4. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004 et 30 septembre 2005, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
12° le certificat de cours pédagogiques;
13° le diplôme d'instituteur préscolaire;
14° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
15° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire. "
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
12° le certificat de cours pédagogiques;
13° le diplôme d'instituteur préscolaire;
14° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
15° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire. "
Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en 30 september 2005, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs
25° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs
25° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
Art. 5. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004 et 30 septembre 2005, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
25° le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception de professeur de danse. "
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
25° le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception de professeur de danse. "
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en 1 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 18bis het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
2° er wordt een punt 29bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 29bis het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
3° er wordt een punt 30bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 30bis het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
4° er wordt een punt 36bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 36bis het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
" 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, of het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
6° in punt 67 wordt het woord " BSO " vervangen door het woord " TSO ".
1° er wordt een punt 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 18bis het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
2° er wordt een punt 29bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 29bis het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
3° er wordt een punt 30bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 30bis het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
4° er wordt een punt 36bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 36bis het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
" 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, of het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
6° in punt 67 wordt het woord " BSO " vervangen door het woord " TSO ".
Art. 6. A l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2005 et 1er septembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré un point 18bis, rédigé comme suit :
" 18bis le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
2° il est inséré un point 29bis, rédigé comme suit :
" 29bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
3° il est inséré un point 30bis, rédigé comme suit :
" 30bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
4° il est inséré un point 36bis, rédigé comme suit :
" 36bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
" 42. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de promotion sociale ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur délivré par un centre d'éducation des adultes, avec pour ce diplôme la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, ou le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ";
6° au point 68, le mot " BSO " est remplacé par le mot " TSO ".
1° il est inséré un point 18bis, rédigé comme suit :
" 18bis le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
2° il est inséré un point 29bis, rédigé comme suit :
" 29bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
3° il est inséré un point 30bis, rédigé comme suit :
" 30bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
4° il est inséré un point 36bis, rédigé comme suit :
" 36bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
" 42. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de promotion sociale ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur délivré par un centre d'éducation des adultes, avec pour ce diplôme la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, ou le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ";
6° au point 68, le mot " BSO " est remplacé par le mot " TSO ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 11°;
2° HOLT :
-een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt vóór 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen : van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en Het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " in Gent vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen vanaf 1 september 1990 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort HOKT :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
- het diploma van kleuteronderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
Met dit bekwaamheidsbewijs wordt evenwel niet bedoeld :
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
6° PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, punt 34bis ;
7° Een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen; "
8° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
9° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2 vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D vanaf 1 september 1996 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans;
13° GLSO algemene vakken :
het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Engels
Engels - Geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Wetenschappen-Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSOgroep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs, vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, vanaf 1 september 1996 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
17° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
- de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
20° HSTO :
- het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van het secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
22° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 56°;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
23° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 67°;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 24°, vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of - getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of - getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° NE : nuttige ervaring;
27° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
28° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
29° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
30° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen;
31° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
32° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
35° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° SP : sociale promotie;
37° ten minste PBA + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h ) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking, zoals bedoeld in artikel 6,48., 59., 64., 67. en 70. en in artikel 7, § 1, 17°, 20°, 21°, 25° en 26°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 11°;
2° HOLT :
-een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt vóór 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen : van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en Het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " in Gent vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen vanaf 1 september 1990 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort HOKT :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
- het diploma van kleuteronderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
Met dit bekwaamheidsbewijs wordt evenwel niet bedoeld :
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
6° PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, punt 34bis ;
7° Een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen; "
8° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
9° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2 vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D vanaf 1 september 1996 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans;
13° GLSO algemene vakken :
het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Engels
Engels - Geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Wetenschappen-Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSOgroep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs, vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, vanaf 1 september 1996 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
17° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
- de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
20° HSTO :
- het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van het secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
22° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 56°;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
23° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1° tot en met 67°;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 24°, vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of - getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of - getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° NE : nuttige ervaring;
27° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
28° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
29° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
30° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen;
31° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
32° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
35° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° SP : sociale promotie;
37° ten minste PBA + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h ) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking, zoals bedoeld in artikel 6,48., 59., 64., 67. en 70. en in artikel 7, § 1, 17°, 20°, 21°, 25° en 26°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
Art. 7. A l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre d'au moins master : un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 11° inclus;
2° ESTL :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
- le diplôme de lauréat, délivré par le "Lemmensinstituut" à Louvain;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers : à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé ESTC :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
- le diplôme d'instituteur maternel et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1 et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
Toutefois, par ce titre on n'entend pas :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
6° PBA : un diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, point 34bis ;
7° Un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA' : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques; "
8° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
9° AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° AES-groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° AES-groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
13° AESI cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire.
Cours littéraires
Formation physique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique
Formation physique-eurythmie à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques
Education plastique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Arts décoratifs
Dessin et Travaux manuels
Sciences à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Sciences - Géographie
Section scientifique.
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion protestante de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° AES-groupe 1 pour les cours généraux ou AES-groupe 1 formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2004, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° ESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
17° EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le diplôme de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré organisée comme une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnés sous EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
20° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques supérieurs à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21° ESSA :
- le diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique de plein exercice ou à horaire réduit à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
- Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
22° au moins ESS :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 56° inclus;
- les titres, mentionnés ci-dessus comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
23° au moins ETSI :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 67° inclus;
- les titres mentionnés au point 24°, à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° EU : expérience utile;
27° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
28° le diplôme d'instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
29° le diplôme d'instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
30° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
31° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
32° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
35° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° PS : promotion sociale;
37° au moins PBA + CAP :
a) un des titres, visés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
Par au moins PBA + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants. "
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplôme de l'enseignement secondaire ", délivrés a partir du 1er septembre 2007 dans l'enseignement des adultes, le classement tel que visé à l'article 6,48., 59., 64., 67. et 70. et à l'article 7, § 1er, 17°, 20°, 21°, 25° et 26°, se retrouve à l'annexe II à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire. "
1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre d'au moins master : un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 11° inclus;
2° ESTL :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
- le diplôme de lauréat, délivré par le "Lemmensinstituut" à Louvain;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers : à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé ESTC :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
- le diplôme d'instituteur maternel et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1 et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
Toutefois, par ce titre on n'entend pas :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
6° PBA : un diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, point 34bis ;
7° Un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA' : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques; "
8° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
9° AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° AES-groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° AES-groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
13° AESI cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire.
Cours littéraires
Formation physique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique
Formation physique-eurythmie à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques
Education plastique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Arts décoratifs
Dessin et Travaux manuels
Sciences à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Sciences - Géographie
Section scientifique.
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion protestante de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° AES-groupe 1 pour les cours généraux ou AES-groupe 1 formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2004, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° ESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
17° EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le diplôme de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré organisée comme une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnés sous EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
20° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques supérieurs à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21° ESSA :
- le diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique de plein exercice ou à horaire réduit à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
- Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
22° au moins ESS :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 56° inclus;
- les titres, mentionnés ci-dessus comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
23° au moins ETSI :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 1° à 67° inclus;
- les titres mentionnés au point 24°, à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° EU : expérience utile;
27° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
28° le diplôme d'instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
29° le diplôme d'instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
30° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
31° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
32° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
35° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° PS : promotion sociale;
37° au moins PBA + CAP :
a) un des titres, visés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
Par au moins PBA + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants. "
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplôme de l'enseignement secondaire ", délivrés a partir du 1er septembre 2007 dans l'enseignement des adultes, le classement tel que visé à l'article 6,48., 59., 64., 67. et 70. et à l'article 7, § 1er, 17°, 20°, 21°, 25° et 26°, se retrouve à l'annexe II à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire. "
Art. 8. In artikel 9, 11, 12bis, 12quater, 13 en 13ter en in het opschrift van hoofdstuk II wordt het woord " weddeschaal " telkens vervangen door het woord " salarisschaal ".
Art. 8. Dans le texte néerlandais, aux articles 9, 11, 12bis, 12quater, 13 et 13ter et dans l'intitulé du chapitre II le mot " weddeschaal " est chaque fois remplacé par le mot " salarisschaal ".
Art. 9. In artikel 12 en 12quater wordt het woord " wedde(toelage) " telkens vervangen door het woord " salaris(toelage) ".
Art. 9. Dans le texte néerlandais, aux articles 12 et 12quater le mot " wedde(toelage) " est chaque fois remplacé par le mot " salaris(toelage) ".
Art. 10. Aan artikel 12bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en 30 september 2005, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Voor de toepassing van § 1 wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type, afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, 29bis, 30bis, 34bis en 36bis. "
" § 5. Voor de toepassing van § 1 wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type, afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, 29bis, 30bis, 34bis en 36bis. "
Art. 10. A l'article 12bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004 et 30 septembre 2005, il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. Pour l'application du § 1er, on entend par :
1° un titre de, au moins, l'enseignement supérieur de type court (en abrégé : au moins ESTC) : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis. "
" § 5. Pour l'application du § 1er, on entend par :
1° un titre de, au moins, l'enseignement supérieur de type court (en abrégé : au moins ESTC) : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis. "
Art. 11. Artikel 15bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 15bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, gevolgd door code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
" Art. 15bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, gevolgd door code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
Art. 11. L'article 15bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 15bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexé Ier au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception des titres suivis du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
" Art. 15bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexé Ier au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception des titres suivis du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
Art. 12. In hetzelfde besluit worden de bijlagen vervangen door bijlage I, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 12. Dans le même arrêté, les annexes sont remplacées par l'annexe Ire, qui est jointe comme annexe 1re au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial.
Art. 13. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs wordt vervangen door wat volgt :
" besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs ".
" besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs ".
Art. 13. Dans la version néerlandaise, l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial est remplacé par ce qui suit :
" besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs. "
" besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs. "
Art. 14. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial est abrogé.
Art. 15. In artikel 3, 10 en 13 worden de woorden " wedde " en " weddetoelage " telkens vervangen door de woorden " salaris " respectievelijk " salaristoelage. "
Art. 15. Aux articles 3, 10 et 13 de la version néerlandaise, les mots " wedde " et " weddetoelage " sont chaque fois remplacés par les mots " salaris " et " salaristoelage " respectivement.
Art. 16. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs. "
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs. "
Art. 16. A l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrége AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforce et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire. "
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrége AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforce et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire. "
Art. 17. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 28 november 2003, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
25° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
" § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
1° het diploma van onderwijzer;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
10° het getuigschrift van normaalleergangen;
11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
19° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
20° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
21° het diploma van kleuteronderwijzer;
22° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
23° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
24° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
25° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
Art. 17. A l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du 28 novembre 2003, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
25° le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception du diplôme de professeur de danse. "
" § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
1° le diplôme d'instituteur primaire;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
3° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
4° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
5° le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
6° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
7° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
8° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
9° le certificat de cours normaux techniques moyens;
10° le certificat de cours normaux;
11° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
12° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
13° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
14° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
15° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
16° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
17° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
19° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
20° le certificat de cours pédagogiques;
21° le diplôme d'instituteur préscolaire;
22° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
23° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
25° le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception du diplôme de professeur de danse. "
Art. 18. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en 29 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 18bis het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;
2° er wordt een punt 29bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 29bis het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
3° er wordt een punt 30bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 30bis het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
4° er wordt een punt 36bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 36bis het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
" 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ".
1° er wordt een punt 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 18bis het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;
2° er wordt een punt 29bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 29bis het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
3° er wordt een punt 30bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 30bis het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
4° er wordt een punt 36bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 36bis het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
" 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ".
Art. 18. A l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2005 et 29 septembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré un point 18bis, rédigé comme suit :
" 18bis le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
2° il est inséré un point 29bis, rédigé comme suit :
" 29bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
3° il est inséré un point 30bis, rédigé comme suit :
" 30bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
4° il est inséré un point 36bis, rédigé comme suit :
" 36bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
" 42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou le diplôme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ".
1° il est inséré un point 18bis, rédigé comme suit :
" 18bis le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
2° il est inséré un point 29bis, rédigé comme suit :
" 29bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
3° il est inséré un point 30bis, rédigé comme suit :
" 30bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
4° il est inséré un point 36bis, rédigé comme suit :
" 36bis le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
" 42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou le diplôme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ".
Art. 19. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en 29 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°;
2° HOLT :
- een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor beeldende kunsten;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen : van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en Het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " in Gent;
- het diploma van binnenhuisontwerper behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort HOKT :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
- het diploma van kleuteronderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
6° PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, punt 34°bis;
7° een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
8° voor het ondersteunend personeel wordt bedoeld met :
1°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 12° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
2°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau master : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°;
3°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 47° tot en met 56°;
- de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
9° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
10° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
11° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
12° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
13° GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans;
14° GLSO algemene vakken :
het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels - geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - Bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - Biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
15° GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
16° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
17° ASBO :
a) het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
f) het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
18° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
19° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
20° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
- de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
21° HSTO :
- het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van het secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3;
22° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs).
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
23° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 56°;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
24° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 67°;
- de studiebewijzen, vermeld in punt 25°;
25° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
26° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2;
27° NE : nuttige ervaring;
28° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
29° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
30° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
31° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen;
32° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
35° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
37° SP : sociale promotie;
38° HOKT + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1
d) onderwijzer;
e) kleuteronderwijzer;
Onder HOKT + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
39° PBA + BPB :
a) het diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, punt 34° bis, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
40° ten minste PBA + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding; "
2° in § 4 worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ";
3° er wordt een § 5 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 5. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma van secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking zoals bedoeld in artikel 7, 48., 59., 64., 67. en 70. en in artikel 8, 18°, 21°, 22°, 26° en 27°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°;
2° HOLT :
- een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor beeldende kunsten;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen : van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en Het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " in Gent;
- het diploma van binnenhuisontwerper behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort HOKT :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
- het diploma van kleuteronderwijzer en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en vanaf 1 september 2006 het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
6° PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, punt 34°bis;
7° een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
8° voor het ondersteunend personeel wordt bedoeld met :
1°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 12° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
2°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau master : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°;
3°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
- een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 47° tot en met 56°;
- de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
9° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
10° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
11° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
12° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
13° GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans;
14° GLSO algemene vakken :
het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels - geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - Bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - Biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
15° GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
16° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
17° ASBO :
a) het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
f) het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
18° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
19° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
20° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
- de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
21° HSTO :
- het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van het secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3;
22° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs).
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
23° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 56°;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
24° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 67°;
- de studiebewijzen, vermeld in punt 25°;
25° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
26° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2;
27° NE : nuttige ervaring;
28° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
29° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
30° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
31° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen;
32° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
35° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
37° SP : sociale promotie;
38° HOKT + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1
d) onderwijzer;
e) kleuteronderwijzer;
Onder HOKT + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
39° PBA + BPB :
a) het diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, punt 34° bis, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
40° ten minste PBA + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
e) onderwijzer;
f) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
g) kleuteronderwijzer;
h) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006.
Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding; "
2° in § 4 worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ";
3° er wordt een § 5 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 5. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma van secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking zoals bedoeld in artikel 7, 48., 59., 64., 67. en 70. en in artikel 8, 18°, 21°, 22°, 26° en 27°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
Art. 19. A l'article 8 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2005 et 29 septembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de master au moins : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus;
2° ESTL :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers : à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé ESTC :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
- le diplôme d'instituteur maternel et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1 et a partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
6° PBA : un diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, point 34° bis ;
7° un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA : les titres visés à l'article 7, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
8° pour le personnel d'appui, on entend par :
1) un titre du niveau PBA : un des diplômes de base visés aux points 12° à 42° inclus de l'article 7, a l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
2) un titre du niveau master : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus;
3) un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 47° à 56° inclus;
- les titres dénommés ci-après ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
9° AESS :
- le diplôme d'agrége de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
10° AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
11° AES-groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
12° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
13° AES-groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
14° AESI cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire.
Cours littéraires
Formation physique
Education physique
Education physique - Eurythmie
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques
Education plastique
Arts décoratifs
Dessin et Travaux manuels
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique.
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
15° AES-groupe 1 pour les cours généraux ou AES-groupe 1 formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
16° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
17° ESPC :
a) le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
f) le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
18° EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
19° EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
20° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnés sous EPSS avec certificat homologue de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
21° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques supérieurs;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3;
22° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel).
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
23° au moins ESS :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 56° inclus;
- les titres, mentionnés ci-dessus comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
24° au moins ETSI :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 67° inclus;
- les titres, visés au point 25°;
25° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes, classée TSO2;
26° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes, classée BSO2;
27° EU : expérience utile;
28° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
29° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
30° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
31° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
32° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
35° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
37° PS : promotion sociale;
38° ESTC + CAP :
a) un des titres, visés au point 5°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) instituteur primaire;
e) instituteur préscolaire;
Par ESTC + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
39° PBA + CAP :
a) le diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, point 34°bis, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que mentionné à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
40° au moins PBA + CAP :
a) un des titres, visés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
Par au moins PBA + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants; "
2° au § 4, les mots " annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " annexe Ire ";
3° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplôme de l'enseignement secondaire ", délivrés à partir du 1er septembre 2007 dans lenseignement des adultes, le classement tel que visé à l'article 7, 48., 59., 64., 67. et 70. et à l'article 8, 18°, 21°, 22°, 26° et 27°, se retrouve a l'annexe II à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire. "
1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de master au moins : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus;
2° ESTL :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers : à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé ESTC :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
- le diplôme d'instituteur maternel et à partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1 et a partir du 1er septembre 2006 le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
6° PBA : un diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, point 34° bis ;
7° un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA : les titres visés à l'article 7, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
8° pour le personnel d'appui, on entend par :
1) un titre du niveau PBA : un des diplômes de base visés aux points 12° à 42° inclus de l'article 7, a l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
2) un titre du niveau master : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus;
3) un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 47° à 56° inclus;
- les titres dénommés ci-après ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
9° AESS :
- le diplôme d'agrége de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
10° AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
11° AES-groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2;
12° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
13° AES-groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
14° AESI cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire.
Cours littéraires
Formation physique
Education physique
Education physique - Eurythmie
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques
Education plastique
Arts décoratifs
Dessin et Travaux manuels
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique.
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
15° AES-groupe 1 pour les cours généraux ou AES-groupe 1 formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
16° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
17° ESPC :
a) le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
f) le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
18° EPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
19° EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
20° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnés sous EPSS avec certificat homologue de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
21° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques supérieurs;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3;
22° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel).
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
23° au moins ESS :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 56° inclus;
- les titres, mentionnés ci-dessus comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
24° au moins ETSI :
- un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 67° inclus;
- les titres, visés au point 25°;
25° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes, classée TSO2;
26° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes, classée BSO2;
27° EU : expérience utile;
28° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
29° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
30° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
31° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
32° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
35° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
37° PS : promotion sociale;
38° ESTC + CAP :
a) un des titres, visés au point 5°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) instituteur primaire;
e) instituteur préscolaire;
Par ESTC + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants;
39° PBA + CAP :
a) le diplôme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, point 34°bis, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que mentionné à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
40° au moins PBA + CAP :
a) un des titres, visés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) bachelor en enseignement : enseignement secondaire : à partir du 1er septembre 2006;
e) instituteur primaire;
f) bachelor en enseignement : enseignement primaire : à partir du 1er septembre 2006;
g) instituteur préscolaire;
h) bachelor en enseignement : enseignement maternel : à partir du 1er septembre 2006.
Par au moins PBA + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants; "
2° au § 4, les mots " annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " annexe Ire ";
3° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplôme de l'enseignement secondaire ", délivrés à partir du 1er septembre 2007 dans lenseignement des adultes, le classement tel que visé à l'article 7, 48., 59., 64., 67. et 70. et à l'article 8, 18°, 21°, 22°, 26° et 27°, se retrouve a l'annexe II à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire. "
Art. 20. In artikel 10, 12, 13, 15, 15bis, 15ter, 16 en in het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt het woord " weddenschaal " telkens vervangen door het woord " salarisschaal ".
Art. 20. Aux articles 10, 12, 13, 15, 15bis, 15ter, 16 et dans l'intitulé du chapitre II de la version néerlandaise du même arrêté, le mot " weddenschaal " est chaque fois remplacé par le mot " salarisschaal ".
Art. 21. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1991, 17 juni 1997 en 28 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ";
2° er wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 en de bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs wordt de onderwijsbevoegdheid bepaald per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE. "
1° in § 1 worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ";
2° er wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 en de bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs wordt de onderwijsbevoegdheid bepaald per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE. "
Art. 21. A l'article 11 du même arrête, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1991, 17 juin 1997 et 28 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " annexe Ire ";
2° il est inséré un § 1bis, rédige comme suit :
" § 1bis. Pour l'AES-groupe 1 et le bachelor en enseignement : enseignement secondaire, la compétence d'enseignement est déterminée par unité de formation suivie, en abrégé UF. "
1° au § 1er, les mots " annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " annexe Ire ";
2° il est inséré un § 1bis, rédige comme suit :
" § 1bis. Pour l'AES-groupe 1 et le bachelor en enseignement : enseignement secondaire, la compétence d'enseignement est déterminée par unité de formation suivie, en abrégé UF. "
Art. 22. In artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006, worden de woorden " bijlagen I en II " telkens vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 22. A l'article 12, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006, les mots " annexes Ier et II " sont chaque fois remplacés par les mots " annexe Ire ".
Art. 23. In artikel 13bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en 29 september 2006, worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 23. A l'article 13bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 novembre 2003 et 29 septembre 2006, les mots " annexes Ier et II " sont remplacés par les mots " annexe Ire ".
Art. 24. In artikel 14, 14bis, 14ter, 14quater, 14quinquies, 14octies en 14nonies wordt het woord " weddentoelage " telkens vervangen door het woord " salaris(toelage) ".
Art. 24. Aux articles 14, 14bis, 14ter, 14quater, 14quinquies, 14octies et 14nonies de la version néerlandaise, le mot " weddentoelage " est chaque fois remplacé par le mot " salaris(toelage) ".
Art. 25. Aan artikel 14septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt een § 4 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 4. Voor de toepassing van § 1 tot en met § 3 wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type, afgekort ten minste HOLT : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°, met uitzondering van punt 2° bis ;
2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2° bis, 29° bis, 30° bis, 34° bis en 36° bis ;
3° ten minste HOKT + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 2°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) onderwijzer;
e) kleuteronderwijzer.
Onder ten minste HOKT + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
" § 4. Voor de toepassing van § 1 tot en met § 3 wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type, afgekort ten minste HOLT : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°, met uitzondering van punt 2° bis ;
2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2° bis, 29° bis, 30° bis, 34° bis en 36° bis ;
3° ten minste HOKT + BPB :
a) een van de studiebewijzen, vermeld in punt 2°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4;
b) GLSO;
c) GVSO-groep 1;
d) onderwijzer;
e) kleuteronderwijzer.
Onder ten minste HOKT + BPB wordt niet verstaan het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, evenmin het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, of het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
Art. 25. A l'article 14septies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Pour l'application des §§ 1er à 3 inclus, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins, en abrégé au moins ESTL : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus, à l'exception du point 2°bis ;
2° un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins, en abrégé au moins ESTC : les titres visés à l'article 7, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2°bis, 29°bis, 30°bis, 34°bis et 36°bis ;
3° au moins ESTC + CAP :
a) un des titres, visés au point 2°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) instituteur primaire;
e) instituteur préscolaire.
Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants. "
" § 4. Pour l'application des §§ 1er à 3 inclus, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins, en abrégé au moins ESTL : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11° inclus, à l'exception du point 2°bis ;
2° un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins, en abrégé au moins ESTC : les titres visés à l'article 7, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2°bis, 29°bis, 30°bis, 34°bis et 36°bis ;
3° au moins ESTC + CAP :
a) un des titres, visés au point 2°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que visé à l'article 4;
b) AESI;
c) AES-groupe 1;
d) instituteur primaire;
e) instituteur préscolaire.
Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ni le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, ou le diplôme d'enseignant, délivré après une formation spécifique des enseignants. "
Art. 26. Artikel 19bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en 29 september 2006, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 19bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, gevolgd of voorafgegaan door code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
" Art. 19bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, gevolgd of voorafgegaan door code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
Art. 26. L'article 19bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2005 et 29 septembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 19bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexé Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception des titres suivis ou précédés du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
" Art. 19bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexé Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception des titres suivis ou précédés du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
Art. 27. In hetzelfde besluit worden de bijlagen vervangen door bijlage I, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 27. Dans le même arrêté, les annexes sont remplacées par l'annexe Ire, qui est jointe comme annexe 2 au présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007, met uitzondering van :
- artikel 4, 6, 2°, 3° en 4°, artikel 16, 18, 2°, 3° en 4°, 21, 2° en de bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevolgd of voorafgegaan worden door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006;
- de artikelen 6, 1° en 18, 1° die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
- artikel 4, 6, 2°, 3° en 4°, artikel 16, 18, 2°, 3° en 4°, 21, 2° en de bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevolgd of voorafgegaan worden door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006;
- de artikelen 6, 1° en 18, 1° die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2007, à l'exception de ce qui suit :
- les articles 4, 6, 2°, 3° et 4°, les articles 16, 18, 2°, 3° et 4°, 21, 2° et les titres suivis ou précédés du code 1 dans les annexes, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006;
- les articles 6, 1° et 18, 1° qui produisent leurs effets le 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
- les articles 4, 6, 2°, 3° et 4°, les articles 16, 18, 2°, 3° et 4°, 21, 2° et les titres suivis ou précédés du code 1 dans les annexes, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006;
- les articles 6, 1° et 18, 1° qui produisent leurs effets le 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2007 inclus, il n'y aura aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 29. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 9 novembre 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 9 novembre 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGEN.
ANNEXES
Art. N1. Bijlage 1. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het gewoon basisonderwijs.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-01-2008, p. 3235-3255).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-01-2008, p. 3235-3255).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. N. (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).
Art. N2. Bijlage 2. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor het buitengewoon onderwijs.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-01-2008, p. 3256-3406).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-01-2008, p. 3256-3406).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Brussel, 9 november 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
-