Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 DECEMBER 2008. - Wet houdende diverse bepalingen (I). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2008 en tekstbijwerking tot 15-05-2018)
Titre
22 DECEMBRE 2008. - Loi portant des dispositions diverses (I). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2008 et mise à jour au 15-05-2018)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling. TITEL 2. - Ambtenarenzaken. ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 14, eer... TITEL 3. - Maatschappelijke integratie. HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de organieke wet v... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 26 mei ... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 2 april... TITEL 4. - Mobiliteit en vervoer. HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart. Afdeling 1. - Handhaving van slots. Afdeling 2. - Luchthavenidentificatiebadges. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 febr... TITEL 5. - Asiel en immigratie. ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 15... TITEL 6. - Zelfstandigen, K.M.O., voedselveilig... HOOFDSTUK 1. - Sociaal statuut der zelfstandigen. Afdeling 1. - Wijziging van de samenstelling va... Afdeling 2. - Betaling van de onvoorwaardelijke... Afdeling 3. - Pensioenen zelfstandigen. Afdeling 4. - Jaarlijkse bijdrage ingevoerd ten... HOOFDSTUK 2. - FAVV - Wijziging van de wet van ... HOOFDSTUK 3. - K.M.O. - Wijziging van de wet va... TITEL 7. - Landsverdediging. HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 12 juli... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 8 juni ... HOOFDSTUK 3. - Autonome bepaling betreffende de... HOOFDSTUK 4. - Bepalingen betreffende de vrijwi... HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding. TITEL 8. - Pensioenen. HOOFDSTUK 1. - Vergoedingspensioenen. HOOFDSTUK 2. - Rust- en overlevingspensioenen. Afdeling 1. - Actieve diensten. Afdelingscommissaris-analist/afdelingscommissar... Afdeling 2. - Pensioenen van de plaatselijke ov... HOOFDSTUK 3. - Overzeese sociale zekerheid. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 22 maar... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de programmawet va... TITEL 9. - Overheidsbedrijven. ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 21 m... Afdeling 1. - Bepalingen met het oog op een ver... Afdeling 2. - Boekhouding en jaarrekening. TITEL 10. - Economie. HOOFDSTUK 1. - Billijke vergoeding. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 ma... HOOFDSTUK 3. - Het gebruik van partituren in he... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 24 mei ... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 13 juni... HOOFDSTUK 6. - Inlassing van administratieve sa... TITEL 11. - Volksgezondheid. HOOFDSTUK 1. - Overeenkomst tandartsen. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 15 mei ... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 15 juli... HOOFDSTUK 4. - Geneesmiddelen. TITEL 12. - Energie. HOOFDSTUK 1. - Bekrachtiging van het koninklijk... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 29 apri... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 12 apri... TITEL 13. - Leefmilieu. ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 24 d... TITEL 14. - Duurzame ontwikkeling. ENIG HOOFDSTUK. - Meerjareninvesteringsplan TITEL 15. - Financiën. HOOFDSTUK 1. - Personenbelasting en diverse bep... Afdeling 1. - Wijzigingen van sommige fiscale b... Afdeling 2. - Diverse wijzigingen inzake person... Afdeling 3. - Diverse bepalingen. Afdeling 4. - Niet-recurrente resultaatsgebonde... Afdeling 5. - Inwerkingtreding. HOOFDSTUK 2. - Diverse wijzigingen inzake venno... Afdeling 1. - Voordelen van alle aard en bestri... Onderafdeling 1. - Programmawet (I) van 27 dece... Onderafdeling 2. - Wet van 11 mei 2007 tot aanp... Onderafdeling 3. - Wetboek van de inkomstenbela... Onderafdeling 4. - Inwerkingtreding. Afdeling 2. - Voertuigen. Afdeling 3. - Afschaffing van de effecten aan t... Afdeling 4. - Belastingkrediet voor onderzoek e... Afdeling 5. - Vestiging van de belastingen. HOOFDSTUK 3. - Belasting van niet-inwoners betr... HOOFDSTUK 4. HOOFDSTUK 5. - Registratie als aannemer. Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van de ... Afdeling 2. - Wijziging van de programmawet van... TITEL 16. - Werk. HOOFDSTUK 1. - Tewerkstellingsfonds en tewerkst... Afdeling 1. - Opheffing van het koninklijk besl... Afdeling 2. - Instellen van een wettelijke basi... HOOFDSTUK 2. - Diverse bepalingen. Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 20 juli ... Afdeling 2. - Betaald educatief verlof. Afdeling 3. - Behoud van tewerkstellingsmaatreg... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 23 decem... TITEL 17. - Sociale zaken. HOOFDSTUK 1. - Gezinsbijslag. Afdeling 1. - Gezinsbijslag voor werknemers. Afdeling 2. - Gewaarborgde kinderbijslag. Afdeling 3. - Inwerkingtreding. HOOFDSTUK 2. - Rijksdienst voor sociale zekerheid. Afdeling 1. - Betaling of terugbetaling van ver... Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 27 decem... HOOFDSTUK 3. - Fonds voor beroepsziekten. HOOFDSTUK 4. - Dienst voor overzeese sociale ze... HOOFDSTUK 5. - Rijksdienst voor ziekte- en inva... TITEL 18. - Binnenlandse zaken. HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 10 ap... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 ap...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale. TITRE 2. - Fonction publique. CHAPITRE UNIQUE. - Modification de l'article 14... TITRE 3. - Intégration sociale. CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 8 jui... CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 26 mai ... CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 2 avril... TITRE 4. - Mobilité et transports. CHAPITRE 1er. - Transport aérien. Section 1re. - Respect des créneaux horaires. Section 2. - Badges d'identification d'aéroport. CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 22 févr... TITRE 5. - Asile et immigration. CHAPITRE UNIQUE. - Modifications de la loi du 1... TITRE 6. - Indépendants, P.M.E., sécurité alime... CHAPITRE 1er. - Statut social des indépendants. Section 1re. - Modification de la composition d... Section 2. - Paiement des pensions inconditionn... Section 3. - Pensions des travailleurs indépend... Section 4. - Cotisation annuelle à charge de ce... CHAPITRE 2. - AFSCA - Modification de la loi du... CHAPITRE 3. - P.M.E. - Modification de la loi d... TITRE 7. - Défense. CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 12 ju... CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 8 juin ... CHAPITRE 3. - Disposition autonome relative aux... CHAPITRE 4. - Dispositions relatives à la suspe... CHAPITRE 5. - Mise en vigueur. TITRE 8. - Pensions. CHAPITRE 1er. - Pensions de réparation. CHAPITRE 2. - Pensions de retraite et de survie. Section 1re. - Services actifs. Section 2. - Pensions des pouvoirs locaux. CHAPITRE 3. - Sécurité sociale d'outre-mer. CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 22 mars... CHAPITRE 5. - Modification de la loi-programme ... TITRE 9. - Entreprises publiques. CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 21... Section 1re. - Dispositions visant à accroître ... Section 2. - Comptabilité et comptes annuels. TITRE 10. - Economie. CHAPITRE 1er. - Rémunération équitable. CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 28 mars... CHAPITRE 3. - L'utilisation des partitions dans... CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 24 mai ... CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 13 juin... CHAPITRE 6. - Introduction de sanctions adminis... TITRE 11. - Santé publique. CHAPITRE 1er. - Convention dentistes. CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 15 mai ... CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 15 juil... CHAPITRE 4. - Médicaments. TITRE 12. - Energie. CHAPITRE 1er. - Confirmation de l'arrêté royal ... CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 29 avri... CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 12 avri... TITRE 13. - Environnement. CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 24... TITRE 14. - Développement durable. CHAPITRE UNIQUE. - Plan d'investissement pluria... TITRE 15. - Finances. CHAPITRE 1er. - Impôt des personnes physiques e... Section 1re. - Modifications de certaines dispo... Section 2. - Modifications diverses en matière ... Section 3. - Dispositions diverses. Section 4. - Avantages non recurrents liés aux ... Section 5. - Entrée en vigueur. CHAPITRE 2. - Modifications diverses en matière... Section 1re. - Avantages de toute nature et lut... Sous-section 1re. - Loi-programme (I) du 27 déc... Sous-section 2. - Loi du 11 mai 2007 adaptant l... Sous-section 3. - Code des impôts sur les reven... Sous-section 4. - Entrée en vigueur. Section 2. - Voitures. Section 3. - Suppression des titres au porteur. Section 4. - Crédit d'impôt pour recherche et d... Section 5. - Etablissement des impôts. CHAPITRE 3. - Impôt des non-résidents relatif a... CHAPITRE 4. CHAPITRE 5. - Enregistrement comme entrepreneur. Section 1re. - Modification du Code des impôts ... Section 2. - Modification de la loi-programme d... TITRE 16. - Emploi. CHAPITRE 1er. - Fonds pour l'emploi et promotio... Section 1re. - Abrogation de l'arrêté royal n° ... Section 2. - Création d'une base légale de l'ar... CHAPITRE 2. - Dispositions diverses. Section 1re. - Modification de la loi du 20 jui... Section 2. - Congé-éducation paye. Section 3. - Maintien des aides à l'emploi en c... Section 4. - Modification de la loi du 23 décem... TITRE 17. - Affaires sociales. CHAPITRE 1er. - Allocations familiales. Section 1re. - Allocations familiales pour trav... Section 2. - Allocations familiales garanties. Section 3. - Entrée en vigueur. CHAPITRE 2. - Office national de sécurité sociale. Section 1re. - Paiement ou remboursement des am... Section 2. - Modification de la loi du 27 décem... CHAPITRE 3. - Fonds des maladies professionnelles. CHAPITRE 4. - Office de sécurité sociale d'outr... CHAPITRE 5. - Institut national d'assurance mal... TITRE 18. - Intérieur. CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 10 a... CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 15 avr...
Tekst (346)
Texte (345)
TITEL 1. - Algemene bepaling.
TITRE 1er. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Ambtenarenzaken.
TITRE 2. - Fonction publique.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 14, eerste lid, van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de l'article 14, alinéa 1er, de la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public.
Art.2. Artikel 14, eerste lid, van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, gewijzigd bij de wetten van 3 december 1997 en 4 juni 2007, wordt vervangen als volgt :
  " De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regelen voor het van toepassing verklaren van de maatregelen bepaald in titel II of in de hoofdstukken II en III van titel III. Deze bepaling is van toepassing op alle aanvragen die ingediend zijn vanaf 1 januari 2009. "
Art.2. L'article 14, alinéa 1er, de la loi du 10 avril 1995 relative à la redistribution du travail dans le secteur public, modifié par les lois du 3 décembre 1997 et du 4 juin 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Le Roi définit, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'application des mesures définies au titre II ou aux chapitres II et III du titre III. Cette disposition s'applique à toutes les demandes introduites à partir du 1er janvier 2009. "
Art.3. Artikel 2 treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.3. L'article 2 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
TITEL 3. - Maatschappelijke integratie.
TITRE 3. - Intégration sociale.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale.
Art.4. In artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 1993, 22 december 2003 en 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden ", op straffe van verval, " ingevoegd tussen de woorden " moet " en " worden ";
  2° in het derde lid worden de woorden " hetzij de datum van het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn " opgeheven;
  3° tussen het derde en het vierde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende : " Bij ontstentenis van een beslissing van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn binnen de in het tweede lid bepaalde termijn, moet het beroep, op straffe van verval, worden ingediend binnen de drie maanden na de vaststelling van deze ontstentenis van een beslissing. "
Art.4. A l'article 71 de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, modifié par les lois du 12 janvier 1993, 22 décembre 2003 et 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " à peine de déchéance " sont insérés entre les mots " doit " et " être ";
  2° dans l'alinéa 3, les mots " soit de la date d'expiration du délai prévu à l'alinéa précédent " sont abrogés;
  3° un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 : " En cas d'absence de décision du centre public d'action sociale dans le délai prévu à l'alinéa 2, le recours doit, à peine de déchéance, être introduit dans les trois mois de la constatation de cette absence de décision. "
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale.
Art.5. In artikel 47, § 1, derde lid, tweede streepje, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, worden de woorden " de dag na het verstrijken van de termijn waarin de beslissing uiterlijk had moeten worden betekend in toepassing van artikel 21, §§ 1 en 4 " vervangen door de woorden " de vaststelling van de ontstentenis van een beslissing van het centrum binnen de termijn bepaald in artikel 21, § 1 ".
Art.5. Dans l'article 47, § 1er, alinéa 3, deuxième tiret, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, les mots " du jour suivant l'échéance du délai au cours duquel la décision aurait dû être notifiée au plus tard en application de l'article 21, §§ 1er et 4 " sont remplacés par les mots " de la constatation de l'absence de décision du centre dans le délai prévu à l'article 21, § 1er ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale.
Art.6. In artikel 2 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt een paragraaf 8 ingevoegd, luidende :
  " § 8. In afwijking van artikel 1, 1°, is het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de woonst zich bevindt waarvoor de betrokkene de huurwaarborg vraagt, bevoegd om deze hulp te verlenen bij het verlaten van een opvangstructuur in de zin van artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen. "
Art.6. Dans l'article 2 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale, il est inséré un paragraphe 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Par dérogation à l'article 1er, 1°, le centre public d'action sociale de la commune où se trouve le logement pour lequel l'intéressé sollicite la garantie locative est compétent pour lui accorder cette aide lors de sa sortie d'une structure d'accueil au sens de l'article 2, 10°, de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers. "
TITEL 4. - Mobiliteit en vervoer.
TITRE 4. - Mobilité et transports.
HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart.
CHAPITRE 1er. - Transport aérien.
Afdeling 1. - Handhaving van slots.
Section 1re. - Respect des créneaux horaires.
Art.7. In hoofdstuk II van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, wordt een artikel 14bis ingevoegd luidende :
  " Art. 14bis. § 1. Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van duizend tot twintigduizend euro, of met één van die straffen alleen :
  1° elk exploitant van een luchtvaartuig die een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd zonder over een slot te beschikken;
  2° elk exploitant van een luchtvaartuig die tussen 23 uur en 5 u. 59 een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd zonder over een nachtslot te beschikken;
  3° elk exploitant van een luchtvaartuig die meer dan tweemaal een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd op tijden die wezenlijk verschillen van de toegewezen slots, waardoor de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer wordt geschaad, of een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd op wezenlijk andere wijze dan was aangegeven ten tijde van de toewijzing van de slot, waardoor de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer wordt geschaad.
  § 2. De Koning kan de tijden van de nachtperiode bedoeld in § 1, 2°, aanpassen. "
Art.7. Un article 14bis, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne :
  " Art. 14bis. § 1er. Sera puni d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de mille à vingt mille euros, ou d'une de ces peines seulement :
  1° tout exploitant d'aéronef qui aura effectué un décollage ou un atterrissage sur l'aéroport coordonné de Bruxelles-National sans posséder de créneau horaire;
  2° tout exploitant d'aéronef qui aura effectué un décollage ou un atterrissage sur l'aéroport coordonné de Bruxelles-National entre 23 heures et 5 h 59 m, sans disposer d'un créneau horaire nocturne;
  3° tout exploitant d'aéronef qui aura effectué à plus de deux reprises un décollage ou un atterrissage sur l'aéroport coordonné de Bruxelles-National à un horaire significativement différent du créneau horaire qui lui a été attribué, au détriment des activités de l'aéroport ou du trafic aérien, ou qui aura effectué un décollage ou un atterrissage sur l'aéroport coordonné de Bruxelles-National d'une manière significativement différente de celle indiquée au moment de l'attribution du créneau horaire, au détriment des activités de l'aéroport ou du trafic aérien.
  § 2. Le Roi peut adapter l'horaire de la période nocturne visée au § 1er, 2°. "
Art.8. Artikel 35 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Evenwel, de strafvordering betreffende inbreuken waarvoor een administratieve geldboete werd opgelegd overeenkomstig hoofdstuk III is vervallen. "
Art.8. L'article 35 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Toutefois, l'action publique relative aux infractions pour lesquelles une amende administrative a été imposée conformément au chapitre III est éteinte. "
Art.9. Artikel 38, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De procureur des Konings beschikt over een termijn van negentig dagen, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om de in artikel 46, § 1, bedoelde ambtenaar schriftelijk in te lichten :
  1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, of;
  2° dat vervolging werd ingesteld, of;
  3° dat er toepassing is gemaakt van de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van strafvordering, of;
  4° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk, of;
  5° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die geen verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk. "
Art.9. L'article 38, § 2, de la même loi, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le procureur du Roi dispose d'un délai de nonante jours, à compter du jour de la réception du procès-verbal pour communiquer par écrit au fonctionnaire visé à l'article 46, § 1er :
  1° qu'une information ou une instruction judiciaire a été ouverte, ou;
  2° que des poursuites ont été entamées, ou;
  3° qu'il a été fait application des articles 216bis ou 216ter du Code d'instruction criminelle, ou;
  4° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs relatifs aux éléments constitutifs de l'infraction, ou;
  5° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs qui ne sont pas relatifs aux éléments constitutifs de l'infraction. "
Art.10. Artikel 45 van dezelfde wet wordt artikel 52 van die wet.
Art.10. L'article 45 de la même loi en devient l'article 52.
Art.11. In dezelfde wet wordt een Hoofdstuk III ingevoegd, luidend als volgt :
  " HOOFDSTUK III. - Administratieve geldboeten
  Art. 45. De inbreuken bedoeld in de artikelen 11 tot 26bis, in artikel 27, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, in artikel 27, § 2, in artikel 27bis, in artikel 28 en in artikel 32 zijn strafbaar met een administratieve geldboete, behalve indien de procureur des Konings toepassing heeft gemaakt van artikel 38, § 2, derde lid, punten 1° tot 4°.
  De administratieve geldboete wordt toegepast onverminderd andere administratieve of disciplinaire sancties.
  Art. 46. § 1. Nadat de procureur des Konings de inlichting, bedoeld in artikel 38, § 2, derde lid, 5°, heeft overgemaakt of, bij afwezigheid van deze inlichting, na de termijn bepaald in § 2, derde lid, van hetzelfde artikel, betekent de ambtenaar van het Directoraat-generaal Luchtvaart, aangeduid door de Koning, aan de betrokkene, ten laatste één jaar, te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd, bij aangetekende brief, vergezeld van een afschrift van het in artikel 38, § 2, eerste lid, bedoelde proces-verbaal, het volgende :
  1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;
  2° de dagen en uren waarop hij het recht heeft om zijn dossier te consulteren;
  3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;
  4° het feit dat hij de gelegenheid heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na deze betekening, naar de bovenvermelde ambtenaar een aangetekende brief te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, de aanvraag te worden gehoord.
  De termijn bedoeld in het eerste lid, 4°, begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  § 2. Indien hij een aanvraag ontvangt, in overeenstemming met § 1, 4°, beschikt de ambtenaar, bedoeld in § 1, over 15 dagen, volgend op de ontvangst van deze aanvraag, om, bij aangetekende brief, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen. Deze datum ligt besloten tussen de vijftiende en de dertigste dag na de verzending, door de ambtenaar, van deze aangetekende brief. Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van het geheel van de procedure van administratieve geldboete.
  De betrokkene kan, bij aangetekende brief, gericht aan de ambtenaar, bedoeld in § 1, een enkele maal de verschuiving van de datum van zijn hoorzitting aanvragen. Deze ambtenaar bepaalt in dit geval, bij aangetekende brief, een nieuwe datum.
  De hoorzitting kan in geen enkel geval plaatsvinden meer dan zestig dagen volgend op de ontvangst van de aanvraag, bedoeld in § 1, 4°.
  Art. 47. Niet eerder dan na afloop van de termijn van dertig dagen uit artikel 46, § 1, 4°, en, in voorkomend geval, na de hoorzitting van de betrokkene, neemt de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar een beslissing met betrekking tot de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart. Hij betekent deze beslissing aan de betrokkene bij aangetekende brief.
  De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag ervan, alsmede de bepalingen van artikel 50.
  In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen.
  De Koning bepaalt de nadere regels van het uitstel van tenuitvoerlegging.
  De beslissing heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de betekening ervan.
  De termijn bedoeld in het vijfde lid begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  Art. 48. De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete komen overeen met de respectievelijke minimale en maximale bedragen, verhoogd met de opcentiemen, van de strafrechtelijke geldboete, voorzien bij deze wet, die hetzelfde feit sanctioneert.
  Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete, houdt de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar rekening met de ernst van de feiten en de eventuele herhaling.
  In geval van samenloop van in artikel 45 bedoelde inbreuken, worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat zij het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete te boven mogen gaan.
  Indien er in de beslissing rekening werd gehouden met verzachtende omstandigheden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verminderd beneden haar minimum.
  Art. 49. Geen enkele administratieve geldboete kan door de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar worden opgelegd :
  indien de strafvordering met betrekking tot dezelfde inbreuk vervallen is, of;
  tegen een persoon die minderjarig was op het moment van de feiten, of;
  meer dan twee jaren na de dag waarop het feit werd gepleegd.
  (Art. 51.) De Koning bepaalt de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboeten.
  De geïnde administratieve geldboeten zijn bestemd voor het Fonds voor de Financiering van de Verbetering van de Controle-, Inspectie-, en Onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart. "
Art.11. La même loi est complétée par un Chapitre III, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE III. - Amendes administratives
  Art. 45. Les infractions visées aux articles 11 à 26bis, à l'article 27, § 1er, 1°, 2°, 3°, 6°, à l'article 27, § 2, à l'article 27bis, à l'article 28 et à l'article 32 sont punissables d'une amende administrative sauf si le procureur du Roi a fait application de l'article 38, § 2, alinéa 3, points 1° à 4°.
  L'amende administrative est appliquée sans préjudice d'autres sanctions administratives ou disciplinaires.
  Art. 46. § 1er. Après que le procureur du Roi ait envoyé la communication visée à l'article 38, § 2, alinéa 3, 5°, ou, en l'absence de cette communication, après le délai prévu au § 2, alinéa 3 de ce même article, le fonctionnaire de la Direction générale Transport aérien désigné par le Roi notifie à l'intéressé, au plus tard un an à compter du jour où le fait a été commis, par une lettre recommandée accompagnée d'une copie du procès-verbal visé à l'article 38, § 2, alinéa 1er :
  1° les faits à propos desquels la procédure d'amende administrative est entamée;
  2° les jours et heures pendant lesquels il a le droit de consulter son dossier;
  3° qu'il a le droit de se faire assister d'un conseil;
  4° qu'il dispose d'un délai de trente jours à compter du jour ouvrable suivant cette notification pour envoyer au fonctionnaire visé ci-dessus une lettre recommandée contenant ses moyens de défense et, le cas échéant, demandant d'être entendu.
  Le délai visé à l'alinéa 1er, 4°, commence à courir depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui où le pli a été remis aux services de la poste, sauf preuve contraire du destinataire.
  § 2. Lorsqu'il est saisi d'une demande conforme au § 1er, 4°, le fonctionnaire visé au § 1er dispose de quinze jours, à dater de la réception de cette demande, pour notifier à l'intéressé, par lettre recommandée, la date de l'audition. Cette date est comprise entre le quinzième et le trentième jour suivant le jour de l'envoi, par le fonctionnaire, de cette lettre recommandée. Ces délais sont prévus à peine de nullité de l'ensemble de la procédure d'amende administrative.
  L'intéressé peut, par lettre recommandée adressée au fonctionnaire visé au § 1er, solliciter une seule fois le report de la date de son audition. Ce fonctionnaire fixe dans ce cas, par lettre recommandée, une nouvelle date.
  L'audition ne peut en aucun cas avoir lieu plus de soixante jours à dater de la réception de la demande visée au § 1er, 4°.
  Art. 47. Au plus tôt après le délai de trente jours de l'article 46, § 1er, 4°, et, le cas échéant, après l'audition de l'intéressé, le fonctionnaire visé à l'article 46, § 1er, prend une décision relative aux faits à propos desquels la procédure d'amende administrative est entamée. Il notifie cette décision à l'intéressé par lettre recommandée.
  La décision qui impose une amende administrative indique, à peine de nullité, son montant ainsi que les dispositions de l'article 50.
  Par la même décision que celle par laquelle il impose l'amende administrative, le fonctionnaire visé à l'article 46, § 1er, peut accorder, en tout ou en partie, le sursis à l'exécution du paiement de cette amende.
  Le Roi détermine les modalités du sursis à l'exécution.
  La décision a force exécutoire à l'échéance d'un délai d'un mois à compter du jour de sa notification.
  Le délai visé à l'alinéa 5 commence à courir depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui où le pli a été remis aux services de la poste, sauf preuve contraire du destinataire.
  Art. 48. Les montants minimum et maximum de l'amende administrative correspondent respectivement aux montants minimum et maximum, majorés des décimes additionnels, de l'amende pénale, prévue par la présente loi, qui sanctionne le même fait.
  Dans la fixation du montant de l'amende administrative, le fonctionnaire visé à l'article 46, § 1er, tient compte de la gravité des faits et de l'éventuelle récidive.
  En cas de concours d'infractions visées à l'article 45, les montants des amendes administratives sont cumulés sans qu'ils ne puissent excéder le double du montant maximum de l'amende la plus forte.
  Si des circonstances atténuantes ont été retenues dans la décision, le montant de l'amende administrative peut être diminué en dessous de son minimum.
  Art. 49. Aucune amende administrative ne peut-être imposée par le fonctionnaire visé à l'article 46, § 1er :
  lorsque l'action publique relative à la même infraction est éteinte, ou;
  à l'encontre d'une personne qui était mineure au moment des faits, ou;
  plus de deux ans après le jour où le fait a été commis.
  (Art. 51.) Le Roi fixe les modalités de perception et de recouvrement des amendes administratives.
  Les amendes administratives perçues sont affectées au Fonds pour le Financement et l'Amélioration des Moyens de Contrôle, d'Inspection et d'Enquête et des Programmes de Prévention de l'Aéronautique. "
Art.12. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, worden volgende wijzigingen aangebracht in de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer :
  In de kolom " Aard van de toegewezen inkomsten " van de rubriek 33-3 - Fonds voor de Financiering van de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en Onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart -, wordt de volgende tekst ingevoegd :
  " Ontvangsten van de administratieve geldboeten, geïnd in toepassing van artikel 45 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart. "
Art.12. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant les fonds budgétaires, sont apportées les modifications suivantes dans la rubrique 33 - Mobilité et Transports :
  Dans la colonne " Nature des recettes affectées " de la rubrique 33-3 - Fonds pour le Financement et l'Amélioration des Moyens de Contrôle, d'Inspection et d'Enquête et des Programmes de Prévention de l'Aéronautique -, est inséré le texte suivant :
  " Recettes provenant des amendes administratives, perçues en application de l'article 45 de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne. "
Afdeling 2. - Luchthavenidentificatiebadges.
Section 2. - Badges d'identification d'aéroport.
Art.13. In artikel 8 van de wet van 3 mei 2005 houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, gewijzigd door de wet van 27 december 2007, wordt het getal " 2008 " vervangen door het getal " 2009 ".
Art.13. Dans l'article 8 de la loi du 3 mai 2005 modifiant la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations de sécurité, modifié par la loi du 27 décembre 2007, le chiffre " 2008 " est remplacé par le chiffre " 2009 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur.
Art.14. In artikel 1 van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren, worden tussen de woorden " instellen " en " die " de woorden " of parkeergelden bepalen in het kader van concessies of beheersovereenkomsten inzake het parkeren op de openbare weg, " ingevoegd.
Art.14. A l'article 1er de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur, les mots " ou déterminer les redevances de stationnement dans le cadre des concessions ou contrats de gestion concernant le stationnement sur la voie publique, " sont insérés entre les mots " taxes de stationnement " et " applicables ".
(NOTA : bij arrest nr 59/2010 VAN 27-05-2010 (B.St. 30-07-2010, p. 49280-49283), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd) 14)
(NOTE : par son arrêt n° 59/2010 du 27-05-2010 (M.B. 30-07-2010, p. 49283-49286), la Cour constitutionnelle a annulé cet article 14)
Art.15. In dezelfde wet wordt een artikel 2 toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Art. 2. Met het oog op de inning van de in artikel 1 bedoelde retributies, belastingen of parkeergelden, zijn de steden en gemeenten en haar concessiehouders en de autonome gemeentebedrijven gemachtigd om de identiteit van de houder van de nummerplaat op te vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen in overeenstemming met de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. "
Art.15. Dans la même loi, il est ajouté un article 2, libellé comme suit :
  " Art. 2. En vue de l'encaissement des rétributions, des taxes ou des redevances de stationnement visées à l'article 1er, les villes et communes et leurs concessionnaires et les régies autonomes communales sont habilités à demander d'identité du titulaire du numéro de la marque d'immatriculation à l'autorité chargée de l'immatriculation des véhicules, et ce conformément à la loi sur la protection de la vie privée. "
(NOTA : bij arrest nr 59/2010 VAN 27-05-2010 (B.St. 30-07-2010, p. 49280-49283), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd) 15)
(NOTE : par son arrêt n° 59/2010 du 27-05-2010 (M.B. 30-07-2010, p. 49283-49286), la Cour constitutionnelle a annulé cet article 15)
Art.16. In dezelfde wet wordt een artikel 3 toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Art. 3. De in artikel 1 bedoelde retributies, belastingen of parkeergelden worden ten laste gelegd van de houder van de nummerplaat. "
Art.16. Dans la même loi, il est ajouté un article 3, libellé comme suit :
  " Art. 3. Les rétributions, les taxes ou les redevances de stationnement prévues à l'article 1er sont mises à charge du titulaire du numéro de la marque d'immatriculation. "
(NOTA : bij arrest nr 59/2010 VAN 27-05-2010 (B.St. 30-07-2010, p. 49280-49283), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd) 16)
(NOTE : par son arrêt n° 59/2010 du 27-05-2010 (M.B. 30-07-2010, p. 49283-49286), la Cour constitutionnelle a annulé cet article 16)
TITEL 5. - Asiel en immigratie.
TITRE 5. - Asile et immigration.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
CHAPITRE UNIQUE. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art.17. In artikel 51/8 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993, 15 juli 1996 en 15 september 2006, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  " De minister of diens gemachtigde moet echter de asielaanvraag in aanmerking nemen indien de vreemdeling voorheen het voorwerp heeft uitgemaakt van een weigeringsbeslissing die werd genomen bij toepassing van de artikelen 52, § 2, 3°,4° en 5°, § 3, 3° en § 4, 3°, of 57/10. "
Art.17. Dans l'article 51/8 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié par les lois des 6 mai 1993, 15 juillet 1996 et 15 septembre 2006, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
  " Toutefois, le ministre ou son délégué doit prendre en considération la demande d'asile si l'étranger a auparavant fait l'objet d'une décision de refus prise en application des articles 52, § 2, 3°,4° et 5°, § 3, 3° et § 4, 3°, ou 57/10. "
Art.18. In artikel 52 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993, 15 juli 1996, 18 februari 2003 en 15 september 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 3°, 4°, 5° en 6° opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en worden in 2° de woorden " tot 5° " opgeheven;
  3° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en worden in 2° de woorden " tot 5° " opgeheven;
  4° in paragraaf 4 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en wordt in 2° het woord ", 3° " opgeheven.
Art.18. A l'article 52 de la même loi, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié par les lois des 6 mai 1993, 15 juillet 1996, 18 février 2003 et 15 septembre 2006 les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les 3°, 4°, 5° et 6° sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 2, le 1° est abrogé et dans le 2°, les mots " à 5° " sont abrogés;
  3° dans le paragraphe 3, le 1° est abrogé et dans le 2°, les mots " à 5° " sont abrogés;
  4° dans le paragraphe 4, le 1° est abrogé et dans le 2°, le mot ", 3° " est abrogé.
TITEL 6. - Zelfstandigen, K.M.O., voedselveiligheid.
TITRE 6. - Indépendants, P.M.E., sécurité alimentaire.
HOOFDSTUK 1. - Sociaal statuut der zelfstandigen.
CHAPITRE 1er. - Statut social des indépendants.
Afdeling 1. - Wijziging van de samenstelling van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen.
Section 1re. - Modification de la composition du Comité général de gestion pour le statut social des travailleurs indépendants.
Art.19. Artikel 108, § 6, van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt vervangen door volgende bepaling :
  " § 6. De duur van het mandaat van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris bedraagt zes jaar en is hernieuwbaar. "
Art.19. L'article 108, § 6, de la loi du 30 décembre 1992 portant des dispositions sociales et diverses, modifié par l'arrêté royal du 18 novembre 1996, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. La durée du mandat du président, des membres, des membres suppléants et du secrétaire est de six ans. Le mandat est renouvelable. "
Art.20. Artikel 114 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt :
  " § 3. De secretaris van het Algemeen Beheerscomité wordt aangewezen onder de personeelsleden van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen op grond van een voorstel van de voorzitter van het Algemeen Beheerscomité en van de administrateur-generaal van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen. "
Art.20. L'article 114 de la même loi est complété par un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le secrétaire du Comité général de gestion est désigné parmi les membres du personnel de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants sur proposition du président du Comité général de gestion et de l'administrateur général de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants. "
Afdeling 2. - Betaling van de onvoorwaardelijke pensioenen door de Rijksdienst voor Pensioenen.
Section 2. - Paiement des pensions inconditionnelles par l'Office national des Pensions.
Art.21. Artikel 37, § 2, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 december 1989, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende :
  " 9° bepaalt de modaliteiten van de betaling van het onvoorwaardelijk pensioen door de Rijksdienst voor Pensioenen, voor rekening van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen. "
Art.21. L'article 37, § 2, de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 22 décembre 1989, est complété par un 9°, rédigé comme suit :
  " 9° fixe les modalités de paiement de la pension inconditionnelle par l'Office national des Pensions, pour le compte de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants. "
Art.22. In artikel 38 van hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  " 1° het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 vast te stellen; ".
Art.22. Dans l'article 38 du même arrêté, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° de fixer la pension inconditionnelle visée à l'article 37; ".
Art.23. De artikelen 181 tot en met 184 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, worden opgeheven.
Art.23. Les articles 181 à 184 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont abrogés.
Art.24. De artikelen 21 tot 23 treden in werking op 1 januari 2009.
Art.24. Les articles 21 à 23 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
Afdeling 3. - Pensioenen zelfstandigen.
Section 3. - Pensions des travailleurs indépendants.
Art.25. In artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003, wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Wanneer het beschouwde jaar dit van de ingangsdatum van het pensioen voorafgaat, wordt het gemiddelde bedoeld in het vorige lid vastgesteld door, voor elk van de acht laatste maanden van het betrokken jaar, het indexcijfer te weerhouden van de overeenstemmende maand van het vorige jaar vermenigvuldigd met de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand april van het jaar waarvoor het gemiddelde moet vastgesteld worden te delen door het indexcijfer van dezelfde maand van het vorige jaar. "
Art.25. Dans l'article 6, § 2, de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 22 décembre 2003, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsque l'année considérée précède celle de la prise de cours de la pension, la moyenne visée à l'alinéa précédent est établie en retenant, pour chacun des huit derniers mois de l'année en cause, l'indice du mois correspondant de l'année précédente multiplié par un coefficient obtenu en divisant l'indice du mois d'avril de l'année pour laquelle la moyenne doit être établie par l'indice du même mois de l'année précédente. "
Art.26. Artikel 25 is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2010 ingaan.
Art.26. L'article 25 est d'application aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2010.
Afdeling 4. - Jaarlijkse bijdrage ingevoerd ten laste van bepaalde instellingen.
Section 4. - Cotisation annuelle à charge de certains organismes.
Art.27. In artikel 5 van de wet van 13 juli 2005 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. De krachtens de bepalingen van deze wet geïnde bedragen worden, na aftrek van de beheerskosten van het Rijksinstituut betreffende de bijdrage, bij voorrang toegewezen aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, ten belope van het bedrag bedoeld in de tabel van de algemene toelichting van de initiële begroting van het jaar. De beheerskosten met betrekking tot deze bijdrage worden door het Rijksinstituut jaarlijks berekend in het kader van de afsluiting van de rekeningen.
  Het saldo van de krachtens de bepalingen van deze wet geïnde bedragen wordt krachtens een verdeling die jaarlijks wordt bepaald bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, enerzijds, toegewezen aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en, anderzijds, aan de RSZ Globaal Beheer bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. "
Art.27. Dans l'article 5 de la loi du 13 juillet 2005 concernant l'instauration d'une cotisation annuelle à charge de certains organismes, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les montants perçus en vertu des dispositions de la présente loi sont, déduction faite des frais d'administration de I'Institut national relatifs à la cotisation, prioritairement affectés à la gestion financière globale du statut social des travailleurs indépendants visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, jusqu'à concurrence du montant visé dans le tableau de l'exposé général du budget initial de l'année. Les frais d'administration relatifs à cette cotisation sont calculés annuellement par l'Institut national dans le cadre de la clôture des comptes.
  Le solde des montants perçus en vertu des dispositions de la présente loi est affecté, d'une part, à la gestion financière globale du statut social des travailleurs indépendants visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et, d'autre part, à I'ONSS Gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, en vertu d'une répartition fixée annuellement par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres. "
Art.28. In artikel 7 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 4° ingetrokken.
Art.28. Dans l'article 7 de la même loi, le 4° est retiré.
Art.29. Artikel 27 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.
Art.29. L'article 27 produit ses effets le 1er janvier 2005.
HOOFDSTUK 2. - FAVV - Wijziging van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
CHAPITRE 2. - AFSCA - Modification de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Art.30. Artikel 4 van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
  " § 7. Het Agentschap kan de prefinanciering of de financiering ten laste nemen van de uitgaven in het kader van de programma's met betrekking tot de bestrijding van de ziekten bij dieren en planten. Het bedrag en de voorwaarden van de prefinanciering of de financiering worden door de Koning vastgelegd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. "
Art.30. L'article 4 de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire est complété par le paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. L'Agence peut prendre en charge le préfinancement ou le financement de dépenses dans le cadre de programmes de lutte contre les maladies animales et végétales. Le montant et les conditions du préfinancement ou du financement sont déterminés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. "
HOOFDSTUK 3. - K.M.O. - Wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, zoals gewijzigd door de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon.
CHAPITRE 3. - P.M.E. - Modification de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, modifiée par la loi du 15 février 2006, relative à l'exercice de la profession d'architecte dans le cadre d'une personne morale.
Art.31. In het artikel 2, § 4, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en het beroep van architect, gewijzigd bij de wetten van 15 februari 2006 en 20 juli 2006, worden de woorden " met uitzondering van de architecten bedoeld in het artikel 9, § 2 " toegevoegd.
Art.31. A l'article 2, § 4, de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, modifiée par les lois du 15 février 2006 et du 20 juillet 2006, les mots " à l'exception des architectes visés à l'article 9, § 2 " sont ajoutés.
Art.32. Artikel 9 van dezelfde wet waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. In afwijking van § 1, moet de persoon die het beroep van architect uitoefent als ambtenaar bij de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen of de Regie der Gebouwen, niet gedekt zijn door een verzekering op voorwaarde dat zijn aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, wordt gedekt door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen of de Regie der Gebouwen.
  Bij gebreke aan een verzekering, zijn de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen en de Regie der Gebouwen gehouden tegenover de benadeelden onder dezelfde voorwaarden als de verzekeraar overeenkomstig de grenzen van de waarborg zoals voorzien in de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst; op hen worden de nadere regels en voorwaarden inzake verzekering toegepast die de Koning heeft bepaald in uitvoering van dit artikel.
  De Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Regie der Gebouwen bezorgen de Orde der Architecten ten laatste op 31 maart van elk jaar een elektronische lijst met de ambtenaren- architecten waarvan zij de aansprakelijkheid dekken in overeenstemming met dit artikel. "
Art.32. L'article 9 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, lorsque l'architecte exerce son activité en tant que fonctionnaire de l'Etat, d'une Région, d'une Communauté ou de la Régie des Bâtiments, il n'est pas tenu d'être couvert par une assurance pour autant que sa responsabilité, en ce compris la responsabilité décennale, soit couverte par l'Etat, la Région, la Communauté ou la Régie des Bâtiments.
  En l'absence d'assurance, l'Etat, les Régions, les Communautés et la Régie des Bâtiments sont tenus, à l'égard des personnes lésées, dans les mêmes conditions que l'assureur dans les limites de la garantie prévue dans la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre; leur sont notamment applicables les modalités et conditions de l'assurance prises par le Roi en exécution du présent article.
  L'Etat, les Régions, les Communautés et la Régie des Bâtiments sont tenus de délivrer au plus tard le 31 mars de chaque année au Conseil de l'Ordre des Architectes, une liste électronique reprenant les architectes dont ils couvrent la responsabilité conformément au présent article. "
TITEL 7. - Landsverdediging.
TITRE 7. - Défense.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 12 juli 1973 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de Krijgsmacht.
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 12 juillet 1973 relative au statut des volontaires du cadre actif des Forces armées.
Art.33. Artikel 7bis van de wet van 12 juli 1973 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij de wet van 20 mei 1994, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De anciënniteit in de graad van korporaal of in een gelijkwaardige graad van de aanvullingsvrijwilliger, opgenomen in de categorie van de beroepsvrijwilligers, kan niet aanvangen op een vroegere datum dan deze van de beroepsvrijwilliger van de normale werving. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende het aanvangen van deze anciënniteit. "
Art.33. L'article 7bis de la loi du 12 juillet 1973 relative au statut des volontaires du cadre actif des Forces armées, inséré par la loi du 20 mai 1994, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'ancienneté dans le grade de caporal ou dans un grade équivalent du volontaire de complément admis dans la catégorie des volontaires de carrière ne peut prendre cours à une date antérieure à celle du volontaire de carrière du recrutement normal. Le Roi fixe les modalités relatives à la prise de cours de cette ancienneté. "
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal Geografisch Instituut.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 8 juin 1976 portant création de l'Institut géographique national.
Art.34. Artikel 16 van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal Geografisch Instituut, vervangen bij de wet van 27 december 2006, wordt aangevuld als volgt :
  " De minister kan, zonder mogelijkheid van subdelegatie, deze bevoegdheid overdragen aan de administrateur-generaal voor wat de betrekkingen van niveau B, C en D betreft. "
Art.34. L'article 16 de la loi du 8 juin 1976 portant création de l'Institut géographique national, remplacé par la loi du 27 décembre 2006, est complété comme suit :
  " Le ministre peut déléguer ce pouvoir, sans possibilité de sub-délégation, à l'administrateur général pour ce qui concerne les emplois des niveaux B, C et D. "
HOOFDSTUK 3. - Autonome bepaling betreffende de militaire pensioenen.
CHAPITRE 3. - Disposition autonome relative aux pensions militaires.
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen betreffende de vrijwillige opschorting van de prestaties van bepaalde militairen.
CHAPITRE 4. - Dispositions relatives à la suspension volontaire des prestations de certains militaires.
Art.36. De militair van het actief kader kan zijn vrijwillige opschorting van de prestaties tot zijn oppensioenstelling verkrijgen op voorwaarde dat hij :
  1° daartoe een aanvraag indient;
  2° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, minstens 50 jaar oud is;
  3° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, nog ten hoogste vijf jaar van de normale datum van oppensioenstelling verwijderd is;
  4° niet reeds geselecteerd is door een openbare werkgever of door een partnerwerkgever van de privésector voor de betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld, of reeds ter beschikking gesteld is van een openbare werkgever;
  5° niet gebezigd is in de zin van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de Krijgsmacht;
  6° geen functie bekleedt waarvan de bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging;
  7° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, niet tijdelijk uit zijn ambt ontheven is;
  8° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, niet geaffecteerd is in een internationaal of intergeallieerd organisme;
  9° de toelage niet ontvangen heeft, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 juni 2000 houdende toekenning van een toelage aan militairen belast met informaticataken, voor zover hij nog steeds zulke taken uitoefent op het moment van de indiening van zijn aanvraag;
  10° niet op zijn verzoek de vorming van preventieadviseur heeft gevolgd op kosten van het Ministerie van Landsverdediging, voor zover hij nog steeds de functie van preventieadviseur uitoefent op het moment van de indiening van zijn aanvraag;
  11° geen functie uitoefent waarvoor een specifiek en zeldzaam competentieprofiel is vereist :
  [1 a) officier Geneesheer;
   b) officier Apotheker;
   c) officier Tandarts;
   d) officier Air Traffic Control;
   e) officier Air Defense Control;
   f) officier Piloot;
   g) technisch officier van de Marinecomponent;
   h) officier Preventieadviseur die, op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, zich in een rendementsperiode bevindt overeenkomstig artikel 3 van de wet van 16 maart 2000 betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming van bepaalde kandidaat-militairen, de vaststelling van de rendementsperiode en het terugvorderen door de Staat van een deel van de door de Staat gedragen kosten voor de vorming en van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden;
   i) officier Milieuadviseur die, op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, zich in een rendementsperiode bevindt overeenkomstig artikel 3 van voormelde wet van 16 maart 2000;
   j) onderofficier Preventieadviseur die, op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, zich in een rendementsperiode bevindt overeenkomstig artikel 3 van voormelde wet van 16 maart 2000;
   k) onderofficier Milieuadviseur die, op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, zich in een rendementsperiode bevindt overeenkomstig artikel 3 van voormelde wet van 16 maart 2000;
   l) onderofficier Meteo;
   m) onderofficier Air Defense;
   n) onderofficier Air Traffic Control;
   o) onderofficier Flight Engineer;
   p) onderofficier Loadmaster Steward;
   q) onderofficier Sensor operator - Joint Sp Heli - NATO Fregat Helicopter;
   r) onderofficier Flight Simulator;
   s) onderofficier Air Mission Support;
   t) onderofficier Fire Rescue Team;
   u) onderofficier Avionics;
   v) onderofficier Bewapening - Combat Avn;
   w) onderofficier BREVNAV;
   x) onderofficier Technische dienst - Voortstuwing en platformsystemen MCMV/BSL;
   y) onderofficier Technische dienst - Voortstuwing en platformsystemen FF;
   z) onderofficier Technische dienst - Energiesystemen MCMV/BSL;
   aa) onderofficier Technische dienst - Energiesystemen FF;
   ab) onderofficier Wapentechnische dienst - Weapons 1;
   ac) onderofficier Wapentechnische dienst - Weapons 2;
   ad) onderofficier Wapentechnische dienst - KSS/EOV FF;
   ae) onderofficier Wapentechnische dienst - WDS MCMV/BSL;
   af) onderofficier Wapentechnische dienst - OB/NAU & COMM FF;
   ag) onderofficier Wapentechnische dienst - COMM FF;
   ah) onderofficier Wapentechnische dienst - Radar FF;
   ai) onderofficier Ziekenhuisverpleegkundige;
   aj) onderofficier Medisch laboratorium technoloog;
   ak) onderofficier Expert in biomedische technieken;
   al) onderofficier Expert in medische beeldvorming;
   am) onderofficier Explosive Ordnance Disposal;
   an) onderofficier Munitievernieuwer;
   ao) onderofficier Genie - Meestergast ElekMec Infra;
   ap) onderofficier Infra - Meestergast ElekMec Infra;
   aq) onderofficier Genie - Meestergast gebouwen;
   ar) onderofficier Infra - Meestergast gebouwen;
   as) onderofficier Tech ElekMec - ElekMec Vtg;
   at) onderofficier Tech ElekMec - ElekMec Sp Sys;
   au) onderofficier Tech Weaponsystems - Optronics/Electronics;
   av) onderofficier Tech Weaponsystems - Weapons & Optics;
   aw) onderofficier Tech Mat - Lasser;
   ax) onderofficier Tech Mat - Tech metaalbewerker;
   ay) onderofficier Tech Mat - Plaatslager;
   az) onderofficier Tech Mat - Schilder;
   ba) onderofficier Kok;
   bb) onderofficier Tech CIS - Application builder;
   bc) onderofficier Tech CIS - Service Provider;
   bd) onderofficier Tech Mission CIS;]1

  12° geen aanvraag heeft ingediend om zijn loopbaan te verlengen in toepassing van, naargelang het geval, artikel 3bis van het besluit van de Regent van 6 februari 1950 betreffende de opruststelling van de officieren van de krijgsmacht of artikel 3ter van het koninklijk besluit 22 april 1969 betreffende de inrustestelling van de militairen beneden de rang van officier.
  De militair bedoeld in het eerste lid, 4° en 8° tot en met 11°, kan evenwel aan de directeur-generaal Human Resources de toelating vragen om deel uit te maken van de doelgroep. Elke weigering kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij de Minister van Landsverdediging.
  Voor de toepassing van het eerste lid, is de normale datum van oppensioenstelling, de datum van oppensioenstelling op leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van toepassing zijn op datum waarop de vrijwillige opschorting van de prestaties uitwerking heeft.
  De Koning kan, in functie van de kaderbehoeften van de krijgsmacht, per personeelscategorie de lijst van de in het eerste lid, 11°, bedoelde functies wijzigen.
  
Art.36. Le militaire du cadre actif peut obtenir sa suspension volontaire des prestations jusqu'à sa mise à la pension, à condition :
  1° d'introduire une demande à cet effet;
  2° d'être, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, âgé d'au moins 50 ans;
  3° d'être, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, à cinq ans au plus de la date normale de mise à la pension;
  4° de ne pas être déjà sélectionné par un employeur public ou par un employeur partenaire du secteur privé pour l'emploi pour lequel il a posé sa candidature, ou déjà mis à disposition d'un employeur public;
  5° de ne pas être utilisé au sens de la loi du 20 mai 1994 relative à l'utilisation de militaires en dehors des Forces armées;
  6° de ne pas occuper une fonction dont la rémunération n'est pas supportée par le budget du Ministère de la Défense;
  7° de ne pas être, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, retiré temporairement de son emploi;
  8° de ne pas être, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, affecté dans un organisme international ou interallié;
  9° de ne pas avoir perçu l'allocation visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 2 juin 2000 accordant une allocation aux militaires chargés de tâches informatiques, pour autant qu'il exerce toujours de telles tâches au moment de l'introduction de sa demande;
  10° de ne pas avoir suivi à sa demande la formation de conseiller en prévention aux frais du Ministère de la Défense, pour autant qu'il exerce toujours la fonction de conseiller en prévention au moment de l'introduction de sa demande;
  11° de ne pas occuper une fonction nécessitant un profil de compétences spécifique et rare :
  [1 a ) officier Médecin;
   b) officier Pharmacien;
   c) officier Dentiste;
   d) officier Air Traffic Control;
   e) officier Air Defense Control;
   f) officier Pilote;
   g) officier technique de la Composante Maritime;
   h) officier Conseiller en prévention qui, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, se trouve dans une période de rendement conformément à l'article 3 de la loi du 16 mars 2000 relative à la démission de certains militaires et à la résiliation de l'engagement ou du rengagement de certains candidats militaires, à la fixation de la période de rendement et à la récupération par l'Etat d'une partie des frais consentis par l'Etat pour la formation et d'une partie des traitements perçus pendant la formation;
   i) officier Conseiller en environnement qui, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, se trouve dans une période de rendement conformément à l'article 3 de la loi du 16 mars 2000 précitée;
   j) sous-officier Conseiller en prévention qui, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, se trouve dans une période de rendement conformément à l'article 3 de la loi du 16 mars 2000 précitée;
   k) sous-officier Conseiller en environnement qui, à la date à laquelle sa suspension volontaire des prestations prend cours, se trouve dans une période de rendement conformément à l'article 3 de la loi du 16 mars 2000 précitée;
   l) sous-officier Météo;
   m) sous-officier Air Defense;
   n) sous-officier Air Traffic Control;
   o) sous-officier Flight Engineer;
   p) sous-officier Loadmaster Steward;
   q) sous-officier Sensor operator - Joint Sp Heli - NATO Fregat Helicopter;
   r) sous-officier Flight Simulator;
   s) sous-officier Air Mission Support;
   t) sous-officier Fire Rescue Team;
   u) sous-officier Avionics;
   v) sous-officier Armement - Combat Avn;
   w) sous-officier BREVNAV;
   x) sous-officier Service technique - Propulsion et systèmes de plateforme MCMV/BSL;
   y) sous-officier Service technique - Propulsion et systèmes de plateforme FF;
   z) sous-officier Service technique - Systèmes d'énergie MCMV/BSL;
   aa) sous-officier Service technique - Systèmes d'énergie FF;
   ab) sous-officier Service technique d'armement - Weapons 1;
   ac) sous-officier Service technique d'armement - Weapons 2;
   ad) sous-officier Service technique d'armement - KSS/EOV FF;
   ae) sous-officier Service technique d'armement - WDS MCMV/BSL;
   af) sous-officier Service technique d'armement - OB/NAU & COMM FF;
   ag) sous-officier Service technique d'armement - COMM FF;
   ah) sous-officier Service technique d'armement - Radar FF;
   ai) sous-officier Infirmier hospitalier;
   aj) sous-officier Technologue laboratoire médical;
   ak) sous-officier Expert en techniques biomédicales;
   al) sous-officier Expert en imagerie médicale;
   am) sous-officier Explosive Ordnance Disposal;
   an) sous-officier Rénovateur Munitions;
   ao) sous-officier Génie - Contremaître ElecMec Infra;
   ap) sous-officier Infra - Contremaître ElecMec Infra;
   aq) sous-officier Génie - Contremaître des bâtiments;
   ar) sous-officier Infra - Contremaître bâtiments;
   as) sous-officier Tech ElecMec - ElecMec Veh;
   at) sous-officier Tech ElecMec - ElecMec Sp Sys;
   au) sous-officier Tech Weaponsystems - Optronics/Electronics;
   av) sous-officier Tech Weaponsystems - Weapons & Optics;
   aw) sous-officier Tech Mat - Soudeur;
   ax) sous-officier Tech Mat - Tech métallurgiste;
   ay) sous-officier Tech Mat - Tôlier;
   az) sous-officier Tech Mat - Peintre;
   ba) sous-officier Cuisinier;
   bb) sous-officier Tech CIS - Application builder;
   bc) sous-officier Tech CIS - Service Provider;
   bd) sous-officier Tech Mission CIS;]1

  12° de ne pas avoir introduit une demande pour prolonger sa carrière en application de, selon le cas, l'article 3bis de l'arrêté du Régent du 6 février 1950 relatif à la mise à la retraite des officiers des forces armées ou l'article 3ter de l'arrêté royal du 22 avril 1969 relatif à la mise à la retraite des militaires au-dessous du rang d'officier.
  Le militaire visé à l'alinéa 1er, 4° et 8° à 11°, y compris, peut toutefois demander au directeur général Human Ressources l'autorisation de faire partie du groupe-cible. Tout refus peut faire l'objet d'un recours auprès du Ministre de la Défense.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, la date normale de mise à la pension est la date de mise à la pension par limite d'âge sur la base de la législation et de la réglementation en vigueur à la date où la suspension volontaire des prestations prend effet.
  Le Roi peut, en fonction des besoins d'encadrement des forces armées, par catégorie de personnel, modifier la liste des fonctions visées à l'alinéa 1er, 11°.
  
Art.37. § 1. Op voorstel van de chef Defensie legt de Minister van Landsverdediging, per kalenderjaar en per personeelscategorie of personeelsondercategorie, het aantal militairen vast dat een vrijwillige opschorting van de prestaties kan verkrijgen. Het aantal plaatsen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. Na de publicatiedatum bedoeld in § 1, kan de militair die in het kalenderjaar bedoeld in § 1 beantwoordt aan de bij artikel 36 vastgestelde voorwaarden een aanvraag indienen.
  De directeur-generaal Human Resources legt de uiterste datum vast waarop de aanvragen voor een vrijwillige opschorting van de prestaties voor het kalenderjaar bedoeld in § 1, moeten zijn ingediend.
  Het is onmogelijk een ingediende aanvraag te herroepen. De directeur-generaal Human Resources kan evenwel in uitzonderlijke gevallen de intrekking van de aanvraag toelaten.
  § 3. Voor de beoordeling van de kandidatuur worden de militairen gerangschikt rekening houdend, op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de kandidatuur wordt ingediend :
  1° met het aantal volle maanden die ze verwijderd zijn van hun normale datum van oppensioenstelling bedoeld in artikel 36, derde lid, van het laagste naar het hoogste;
  2° met hun leeftijd, van de oudste naar de jongste, in geval van een gelijk aantal volle maanden bedoeld in 1°.
  § 4. De beslissing van de Minister van Landsverdediging wordt ten laatste twee maanden na de datum van afsluiten van de aanvragen, bedoeld in § 2, tweede lid, ter kennis gebracht van de militairen die een vrijwillige opschorting van de prestaties hebben aangevraagd.
  § 5. De vrijwillige opschorting van de prestaties heeft uitwerking op de datum gevraagd door de betrokken militair en :
  1° in het kalenderjaar bedoeld in § 1;
  2° de eerste dag van een maand.
  Als het dienstbelang het vereist, kan de directeur-generaal Human Resources de door de betrokken militair gevraagde datum van vrijwillige opschorting van de prestaties met een periode van maximum zes maanden uitstellen. Elke beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij de Minister van Landsverdediging.
  [1 Als voor de datum bedoeld in, naargelang het geval, het eerste of het tweede lid een procedure is opgestart voor het verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform, wordt de datum van uitwerking van de vrijwillige opschorting van de prestaties opgeschort tot op de eerste dag van de maand volgend op, naargelang het geval :
   1° de datum waarop geen beroep meer mogelijk is tegen de beslissing van de militaire commissie voor geschiktheid en reform dat de militair medisch geschikt verklaart, zelfs voor halftijdse arbeid;
   2° de datum van de beslissing van de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform dat de militair medisch geschikt verklaart, zelfs voor halftijdse arbeid.
   De datum van uitwerking van de vrijwillige opschorting van de prestaties bedoeld in het derde lid kan evenwel niet vroeger zijn dan de datum bedoeld in, naargelang het geval, het eerste of het tweede lid.
   Een militair die tijdelijk of definitief medisch ongeschikt is, kan niet in vrijwillige opschorting van de prestaties vertrekken.]1

  
Art.37. § 1er. Sur la proposition du chef de la Défense, le Ministre de la Défense fixe, par année civile et par catégorie de personnel ou sous-catégorie de personnel, le nombre de militaires qui peut obtenir une suspension volontaire des prestations. Le nombre des places est publié dans le Moniteur belge.
  § 2. Après la date de publication visée au § 1er, le militaire qui satisfait aux conditions fixées à l'article 36 dans l'année civile visée au § 1er, peut introduire une demande.
  Le directeur général Human Ressources fixe la date limite à laquelle les demandes d'une suspension volontaire des prestations pour l'année civile visée au § 1er, doivent être introduites.
  Toute demande introduite est irrévocable. Le directeur général Human Ressources peut toutefois dans des circonstances exceptionnelles permettre le retrait de la demande.
  § 3. Pour l'appréciation de la candidature, les militaires sont classés, tenant compte au 1er janvier de l'année civile pour laquelle la candidature est introduite :
  1° du nombre de mois entiers qui les séparent de leur date normale de mise à la pension visée à l'article 36, alinéa 3, du moins élevé au plus élevé;
  2° de leur âge, du plus âgé au plus jeune, en cas d'égalité du nombre de mois entiers visés au 1°.
  § 4. La décision du Ministre de la Défense est notifiée aux militaires qui ont demandé une suspension volontaire des prestations au plus tard deux mois après la date de clôture des demandes visée au § 2, alinéa 2.
  § 5. La suspension volontaire des prestations prend effet à la date demandée par le militaire concerné et :
  1° dans l'année civile visée au § 1er;
  2° le premier jour d'un mois.
  Si l'intérêt du service l'exige, le directeur général Human Ressources peut retarder la date de suspension volontaire des prestations demandée par le militaire concerné d'une période de maximum six mois. Toute décision peut faire l'objet d'un recours auprès du Ministre de la Défense.
  [1 Si une procédure de comparution devant la commission militaire d'aptatude et de réforme a été entamée avant la date visée à, le cas échéant, l'alinéa 1er ou 2, la date de prise d'effet de la suspension volontaire des prestations est suspendue jusqu'au premier jour du mois qui suit, le cas échéant :
   1° la date à laquelle un recours n'est plus possible contre la décision de la commission militaire d'aptitude et de réforme qui déclare le militaire apte médicalement, même pour un travail à mi-temps;
   2° la date de la décision de la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel qui déclare le militaire apte médicalement, même pour un travail à mi-temps.
   Toutefois, la date de prise d'effet de la suspension volontaire des prestations visée à l'alinéa 3 ne peut être antérieure à la date visée à, le cas échéant, l'alinéa 1er ou 2.
   Un militaire inapte médicalement temporairement ou définitivement ne peut pas partir en suspension volontaire des prestations.]1
Art.38. Tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties is de militair in werkelijke dienst en de periode van afwezigheid wordt gelijkgesteld met verlof.
Art.38. Pendant la suspension volontaire des prestations, le militaire est en service actif et la période d'absence est assimilée à du congé.
Art.39. Tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties neemt de militair niet meer deel aan de bevordering.
Art.39. Pendant la suspension volontaire des prestations, le militaire ne participe plus à l'avancement.
Art.40. Wanneer zij in vrijwillige opschorting van de prestaties zijn, mogen de militairen hun ambt niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve :
  1° wanneer het leger gemobiliseerd is;
  2° wanneer de periode van oorlog door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wordt bepaald;
  3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de Regering.
Art.40. Pendant qu'ils sont en suspension volontaire des prestations, les militaires ne peuvent plus réexercer leur emploi au sein des forces armées, sauf :
  1° lorsque l'armée est mobilisée;
  2° lorsque la période de guerre est fixée par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres;
  3° dans des circonstances exceptionnelles à la suite d'une décision du Gouvernement.
Art.41. De tijd van de vrijwillige opschorting van de prestaties is voor de toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de inkomstenbelasting een periode van werkelijke dienst.
Art.41. Pour l'application de la législation sur la sécurité sociale et l'impôt sur les revenus, le temps passé en suspension volontaire des prestations est une période de service actif.
Art.42. De periode van vrijwillige opschorting van de prestaties is, voor de berekening van het rust- of overlevingspensioen, een periode van werkelijke dienst en telt als tijd doorgebracht in het kader van het varend personeel van de luchtvaart voor de toepassing van de artikelen 4 en 51 van de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen. De periode telt evenwel niet als activiteitsperiode in de graad voor de toepassing van artikel 58 van dezelfde wetten.
Art.42. Pour le calcul de la pension de retraite ou de la pension de survie, la période passée en suspension volontaire des prestations est une période de service actif et compte comme temps passé dans le cadre du personnel navigant de l'aviation pour l'application des articles 4 et 51 des lois sur les pensions militaires coordonnées par l'arrêté royal n° 16020 du 11 août 1923. La période ne compte toutefois pas comme temps d'activité dans le grade pour l'application de l'article 58 des mêmes lois.
Art.43. § 1. Aan de militair in vrijwillige opschorting van de prestaties wordt een wedde toegekend die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging die hij zou ontvangen indien hij niet in vrijwillige opschorting van de prestaties zou zijn. Onder bezoldiging in de zin van deze wet wordt verstaan :
  1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen en de herzieningen van de weddeschalen;
  2° in voorkomend geval, de toelage voor geselecteerde bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, de staffunctietoelage en de commandotoelage bedoeld in artikel 31 van hetzelfde besluit, de vormingstoelage bedoeld in artikel 32 van hetzelfde besluit, de meesterschapstoelage bedoeld in artikel 34 van hetzelfde besluit en het weddencomplement bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 december 2001 betreffende het verlenen van geldelijke voordelen aan sommige militairen die een paramedische functie uitoefenen.
  § 2. De wedde bepaald in § 1 wordt verhoogd met vijfenzeventig procent van de volgende toelagen :
  1° het vakantiegeld en de herstructureringspremie;
  2° de eindejaarstoelage.
  § 3. De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties behoudt het recht op de vergoeding wegens begrafeniskosten zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen en sommige van hun familieleden.
  Voor de toepassing van artikel 2 van het voormeld besluit, wordt de wedde in aanmerking genomen die betrokken militair zou gekregen hebben indien hij niet in vrijwillige opschorting van de prestaties was gesteld.
Art.43. § 1er. Il est octroyé au militaire en suspension volontaire des prestations un traitement correspondant à septante-cinq pour cent de la rétribution qu'il percevrait s'il n'était pas en suspension volontaire des prestations. Par rétribution au sens de la présente loi, il faut entendre :
  1° le traitement, en ce inclus les augmentations intercalaires, les augmentations dues aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation et les révisions des échelles de traitement;
  2° le cas échéant, l'allocation de sélectionné visée à l'article 30 de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au dessous du rang d'officier, l'allocation de fonction d'état-major et l'allocation de commandement visées à l'article 31 du même arrêté, l'allocation de formation visée à l'article 32 du même arrêté, l'allocation de maîtrise visée à l'article 34 du même arrêté et le complément de traitement visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 6 décembre 2001 accordant des avantages pécuniaires à certains militaires exerçant une fonction paramédicale.
  § 2. Le traitement visé au § 1er est complété de septante-cinq pour cent des allocations suivantes :
  1° le pécule de vacances et la prime de restructuration;
  2° l'allocation de fin d'année.
  § 3. Le militaire en suspension volontaire des prestations conserve le droit à l'indemnité pour frais funéraires fixée par l'arrêté royal du 16 décembre 1969 réglant l'octroi d'une indemnité pour frais funéraires en cas de décès de certains militaires et de certains membres de leur famille.
  Pour l'application de l'article 2 de l'arrêté précité, est pris en compte le traitement que le militaire concerné aurait perçu s'il n'avait pas été mis en suspension volontaire des prestations.
Art.44. § 1. De militair mag gedurende de periode van vrijwillige opschorting van de prestaties een beroepsactiviteit uitoefenen, mits voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging volgens de procedure die de Koning bepaalt.
  [1 Indien de inkomsten uit deze beroepsactiviteiten de grenzen inzake cumulatie, bedoeld in artikel 81, a), van de programmawet van 28 juni 2013 voor een persoon die wegens leeftijdsgrens vóór de leeftijd van vijfenzestig jaar ambtshalve op rust werd gesteld, en artikel 86 van dezelfde wet overschrijden, wordt de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 43, § 1, verminderd op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 88 van dezelfde wet.]1
  Voor de toepassing van het tweede lid en de bepaling van de tien of twintig procent, wordt rekening gehouden met het rustpensioen dat de militair zou verworven hebben op de normale datum van oppensioenstelling.
  Voor de toepassing van het tweede lid dient de militair die in vrijwillige opschorting van de prestaties is, elk kalenderjaar aan de chef van de sectie bezoldiging en kinderbijslag van de algemene directie budget en financiën van de Generale Staf van Landsverdediging dezelfde inlichtingen aangaande de inkomsten van zijn beroepsactiviteiten te bezorgen als de gepensioneerden van de openbare sector. Indien deze inlichtingen niet worden bezorgd vóór 15 februari van elk kalenderjaar of vóór het einde van de derde maand die volgt op het begin van de beroepsactiviteiten van de militair die werd toegelaten een beroepsactiviteit uit te oefenen, wordt een vermindering van twintig procent toegepast op de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 43, § 1, tot het einde van de maand waarin de inlichtingen worden overgemaakt.
  § 2. Indien de militair tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties een beroepsactiviteit uitoefent zonder voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging,
  1° wordt de periode te rekenen vanaf het begin van de vrijwillige opschorting van de prestaties niet in aanmerking genomen voor de pensioenberekening;
  2° wordt de terugbetaling gevorderd van twintig procent van de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 43, § 1, gedurende de in 1° bepaalde periode.
  De periode bedoeld in het eerste lid zal naar boven toe afgerond worden in gehele maanden.
  
Art.44. § 1er. Pendant la période de suspension volontaire des prestations, le militaire peut exercer une activité professionnelle, moyennant l'autorisation préalable du Ministre de la Défense suivant la procédure définie par le Roi.
  [1 Si les revenus de ces activités professionnelles dépassent les limites en matière de cumul visées à l'article 81, a), de la loi-programme du 28 juin 2013 pour une personne qui a été mise d'office à la retraite avant l'âge de soixante-cinq ans pour cause de limite d'âge, et à l'article 86 de la même loi, le traitement correspondant à septante-cinq pour cent de la rétribution, tel que visé à l'article 43, § 1er, sera réduit de la même manière que visée à l'article 88 de la même loi.]1
  Pour l'application de l'alinéa 2 et la détermination des dix ou vingt pour cent, il est tenu compte de la pension de retraite que le militaire aurait obtenu à la date normale de mise à la retraite.
  Pour l'application de l'alinéa 2, le militaire qui est en suspension volontaire des prestations doit fournir chaque année civile au chef de la section rémunération et allocations familiales de la direction générale budget et finances de l'Etat-major de la Défense les mêmes renseignements en matière de revenus de ses activités professionnelles que les pensionnés du secteur public. Si ces renseignements ne sont pas fournis avant le 15 février de chaque année civile ou endéans la fin du troisième mois qui suit le début des activités professionnelles du militaire qui a été autorisé à exercer une activité professionnelle, une réduction de vingt pour cent est appliquée au traitement correspondant à septante-cinq pour cent de la rétribution tel que visé à l'article 43, § 1er, jusqu'à la fin du mois où les renseignements sont transmis.
  § 2. Si pendant la suspension volontaire des prestations le militaire exerce une activité professionnelle sans autorisation préalable du Ministre de la Défense,
  1° la période à compter à partir du début de la suspension volontaire des prestations n'est pas prise en compte pour le calcul de la pension;
  2° le remboursement de vingt pour cent du traitement correspondant à septante-cinq pour cent de la rétribution tel que visé à l'article 43, § 1er, pendant la période visée au 1°, est exigé.
  La période visée à l'alinéa 1er sera arrondie vers le haut en mois entiers.
  
Art.45. De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties kan niet genieten van het adoptie- en opvangverlof voorzien in artikel 53ter van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht.
Art.45. Le militaire en suspension volontaire des prestations ne peut pas bénéficier du congé d'adoption et du congé d'accueil visés à l'article 53ter de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des Forces armées.
Art.46. De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties kan geen gebruik maken van de mogelijkheid, bedoeld in de artikelen 3bis, eerste lid, van het besluit van de Regent van 6 februari 1950 betreffende de opruststelling van de officieren van de krijgsmacht en 3ter, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de inrustestelling van de militairen beneden de rang van officier, om zijn loopbaan te verlengen.
Art.46. Le militaire en suspension volontaire des prestations ne peut pas faire usage de la possibilité, visée aux articles 3bis, alinéa 1er, de l'arrêté du Régent du 6 février 1950 relatif à la mise à la retraite des officiers des forces armées et 3ter, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 22 avril 1969 relatif à la mise à la retraite des militaires au-dessous du rang d'officier, de prolonger sa carrière.
Art.47. De vrijwillige opschorting van de prestaties mag worden toegestaan voor het kalenderjaar waarin deze wet in werking treedt en voor de vier daaropvolgende kalenderjaren.
Art.47. La suspension volontaire des prestations peut être accordée pour l'année civile dans laquelle la présente loi entre en vigueur et pour les quatre années suivantes.
Art.48. Behalve indien ze onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze wet, zijn de nadere regels voor de uitvoering van de wet van 25 mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de Krijgsmacht van toepassing voor de uitvoering van deze wet.
Art.48. Sauf si elles sont incompatibles avec les dispositions de la présente loi, les modalités d'exécution de la loi du 25 mai 2000 relative à la mise en disponibilité de certains militaires du cadre actif des Forces armées sont applicables pour l'exécution de la présente loi.
Art.49. In artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 25 mei 2000 betreffende de personeelsenveloppe van militairen, worden de woorden " of in disponibiliteit " vervangen door de woorden ", in disponibiliteit of in vrijwillige opschorting van de prestaties ".
Art.49. Dans l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 25 mai 2000 relative à l'enveloppe en personnel militaire, les mots " ou en disponibilité " sont remplacés par les mots ", en disponibilité ou en suspension volontaire des prestations ".
Art.50. In de tabel in bijlage aan de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen, gewijzigd bij de wetten van 29 juli 1926, 14 juli 1930, bij het koninklijk besluit nr. 16 van 15 oktober 1934, bij de wetten van 30 juni 1947, 14 juli 1951, 2 augustus 1955, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wet van 28 februari 2007, wordt de cel in de kolom " Gedeelte der activiteitswedde als annuïteit dienende voor de pensioenberekening ", die begint met " 1/60 " vervangen als volgt :
  " 1/60. Voor de militairen van het actief kader in dienst vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling wordt deze breuk evenwel op 1/50 gebracht voor alle perioden van werkelijke dienst en daarmee gelijkgestelde perioden alsook voor afwezigheden om gezondheidsredenen, met uitzondering van de perioden van :
  1° voltijds dagonderwijs in de Koninklijke cadettenschool;
  2° militaire dienstplicht, wederoproeping of bijkomend prestaties verricht in het reservekader, met uitzondering van de vrijwillige encadreringsprestaties;
  3° afwezigheid wegens tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, vrijwillige opschorting van de prestaties en niet door een wedde bezoldigde afwezigheid om andere dan gezondheidsredenen, vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling.
  De tijd die door voornoemde militairen werd doorgebracht in een burgerlijke dienst wordt voor de berekening van hun militair anciënniteitspensioen in aanmerking genomen aan het tantième eigen aan die burgerlijke dienst, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 3 van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector. "
Art.50. Dans le tableau en annexe aux lois sur les pensions militaires coordonnées par l'arrêté royal n° 16020 du 11 août 1923, modifié par les lois des 29 juillet 1926, 14 juillet 1930, par l'arrêté royal n° 16 du 15 octobre 1934, par les lois des 30 juin 1947, 14 juillet 1951, 2 août 1955, par l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et par la loi du 28 février 2007, la cellule qui commence par " 1/60 " est remplacée dans la colonne " Fraction du traitement d'activité servant d'annuité pour le calcul de la pension " par la disposition suivante :
  " 1/60. Pour les militaires du cadre actif en service à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente disposition, cette fraction est toutefois portée à 1/50 pour toutes les périodes de service actif et les périodes y assimilées, ainsi que pour les absences pour motif de santé, à l'exception des périodes :
  1° d'enseignement secondaire de jour à l'Ecole royale des Cadets;
  2° de service militaire, rappels et prestations complémentaires effectuées dans le cadre de la réserve, à l'exception des prestations volontaires d'encadrement;
  3° d'absence des retraits temporaires d'emploi par interruption de carrière, de suspension volontaire des prestations et des absences non rémunérées par un traitement, autres que pour motif de santé à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente disposition;
  Le temps qui est passé par le militaire précité dans un service civil est pris en compte pour le calcul de leur pension militaire d'ancienneté au tantième propre à ce service civil, sous réserve de l'application de l'article 3 de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public. "
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE 5. - Mise en vigueur.
Art.51. Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 15 augustus 1994.
Art.51. L'article 33 produit ses effets le 15 août 1994.
Art.52. De hoofdstukken 2 tot 4 treden in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 50 dat op hetzelfde ogenblik in werking treedt als artikel 206 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.
Art.52. Les chapitres 2 à 4 entrent en vigueur le 1er janvier 2009, à l'exception de l'article 50 qui entre en vigueur au même moment que l'article 206 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires du cadre actif des Forces armées.
TITEL 8. - Pensioenen.
TITRE 8. - Pensions.
HOOFDSTUK 1. - Vergoedingspensioenen.
CHAPITRE 1er. - Pensions de réparation.
Art.53. Artikel 26 van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, vervangen bij de wet van 7 juni 1989 en gewijzigd bij de wet van 17 juli 1991, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 26. De kinderen, met inbegrip van de geadopteerden, van de personen waarvan is erkend dat het overlijden het rechtstreeks gevolg is van een schadelijk feit dat zich heeft voorgedaan tijdens en door het feit van de militaire dienst, kunnen op de bij artikel 27 bepaalde voordelen aanspraak maken.
  Voor de toepassing van het eerste lid, wordt gelijkgesteld met kind de minderjarige die een pensioen heeft verkregen ten laste van de overleden militair, in toepassing van artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek. "
Art.53. L'article 26 des lois sur les pensions de réparation, coordonnées le 5 octobre 1948, remplacé par la loi du 7 juin 1989 et modifié par la loi du 17 juillet 1991, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 26. Les enfants, en ce compris les adoptés, des personnes dont le décès est reconnu comme étant la conséquence directe d'un fait dommageable survenu durant et par le fait du service militaire, peuvent prétendre aux avantages prévus à l'article 27.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, est assimilé à un enfant le mineur qui a obtenu, à charge du militaire décédé, une pension en application de l'article 336 du Code civil. "
Art.54. In artikel 27, § 2, van dezelfde samengeordende wetten, vervangen bij de wet van 7 juni 1989 en gewijzigd bij de wet van 18 mei 1998, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Wordt gelijkgesteld met volle wees :
  1° het kind van wie de afstamming alleen ten aanzien van de overleden ouder vaststaat;
  2° de halve wees van wie de langstlevende ouder geen recht heeft op een pensioen van langstlevende echtgenoot of het genot van zijn pensioen verliest in toepassing van artikel 25, § 2. "
Art.54. Dans l'article 27, § 2, des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 7 juin 1989 et modifié par la loi du 18 mai 1998, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Est assimilé à un orphelin de père et de mère :
  1° l'enfant dont la filiation n'est établie qu'à l'égard du parent décédé;
  2° l'orphelin de père ou de mère dont le parent resté en vie n'a pas droit à une pension de conjoint survivant ou perd le bénéfice de sa pension en application de l'article 25, § 2. "
Art.55. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007 en is enkel van toepassing op het overlijden dat zich heeft voorgedaan vanaf deze datum.
Art.55. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2007 et s'applique uniquement aux décès survenus à partir de cette date.
HOOFDSTUK 2. - Rust- en overlevingspensioenen.
CHAPITRE 2. - Pensions de retraite et de survie.
Afdeling 1. - Actieve diensten.
Section 1re. - Services actifs.
Art.56. De bijlage bij de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen door de wet van 3 februari 2003 en aangevuld door de wetten van 9 juli 2004, 25 april 2007 en 8 juni 2008, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in de linkerkolom, punt VIII, worden de woorden
  " MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING.
  Dienst militaire veiligheid.
  1. Hoofdcommissaris;
  2. Eerstaanwezend commissaris 1e klasse;
  3. Eerstaanwezend commissaris;
  4. Commissaris;
  5. Eerstaanwezend inspecteur 1e klasse;
  6. Eerstaanwezend inspecteur;
  7. Inspecteur.
  In de mate dat de titularissen van deze graden burgerlijke personeelsleden zijn. "
  vervangen door de woorden :
  " MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING.
  Dienst militaire veiligheid.
  1. Hoofdcommissaris;
  2. Adjunct-hoofdcommissaris;
  3.
Art.56. L'annexe à la loi générale du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles et ecclésiastiques, remplacée par la loi du 3 février 2003 et complétée par les lois du 9 juillet 2004, du 25 avril 2007 et 8 juin 2008, est modifiée comme suit :
  1° dans la colonne de gauche, au point VIII, les mots
  " MINISTERE DE LA DEFENSE NATIONALE.
  Service de la sécurité militaire.
  1. Commissaire en chef;
  2. Commissaire principal de première classe;
  3. Commissaire principal;
  4. Commissaire;
  5. Inspecteur principal de première classe;
  6. Inspecteur principal;
  7. Inspecteur.
  Dans la mesure où les titulaires de ces grades sont des agents civils. "
  sont remplacés par les mots :
  " MINISTERE DE LA DEFENSE.
  Service de la sécurité militaire.
  1. Commissaire en chef;
  2. Commissaire en chef adjoint;
  3. Commissaire divisionnaire-analyste/commissaire divisionnaire;
  4. Commissaire-analyste/commissaire;
  5. Inspecteur divisionnaire;
  6. Inspecteur.
  Dans la mesure où les titulaires de ces grades sont des agents civils. ";
  2° La colonne de droite est complétée comme suit :
  " MINISTERE DE LA DEFENSE NATIONALE.
  Service de la sécurité militaire.
  Avant le 1er septembre 2003 :
  1. Commissaire en chef;
  2. Commissaire principal de première classe;
  3. Commissaire principal;
  4. Commissaire;
  5. Inspecteur principal de première classe;
  6. Inspecteur principal;
  7. Inspecteur.
  Dans la mesure où les titulaires de ces grades sont des agents civils. "
Afdelingscommissaris-analist/afdelingscommissaris; 4. Commissaris-analist/commissaris;
Art.57. L'article 56 produit ses effets le 1er septembre 2003.
Art.57. Artikel 56 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003.
Section 2. - Pensions des pouvoirs locaux.
Afdeling 2. - Pensioenen van de plaatselijke overheidsdiensten.
Art.58. L'article 161bis de la nouvelle loi communale, inséré par la loi du 30 décembre 1992 et modifié par les lois des 12 janvier 2006 et 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
Art.58. Artikel 161bis van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 30 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 12 januari 2006 en 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 161bis. § 1. Wanneer, ten gevolge van de herstructurering of de afschaffing van een plaatselijke overheidsdienst die inzake pensioenen aangesloten is bij het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke overheden, personeel van deze overheidsdienst overgeheveld wordt naar één of meerdere private of openbare werkgevers die noch deelnemen aan het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke overheden noch aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, zijn deze werkgevers, vanaf de datum van de herstructurering of de afschaffing, ertoe gehouden bij te dragen in de last van de rustpensioenen van de personeelsleden van de geherstructureerde of afgeschafte plaatselijke overheidsdienst die in deze hoedanigheid gepensioneerd werden vóór de herstructurering of de afschaffing ervan. Dit geldt eveneens voor de last van de overlevingspensioenen van de rechthebbenden van voormelde personeelsleden of van de personeelsleden van deze plaatselijke overheidsdienst overleden zijn vóór de datum van de herstructurering of de afschaffing ervan.
  De bijdrage van die werkgever of werkgevers wordt jaarlijks door de Pensioendienst voor de overheidssector vastgesteld. Deze bijdrage is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door de last van de in het eerste lid bedoelde en in de loop van het voorgaande jaar betaalde rust- en overlevingspensioenen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding die de weddenmassa van het overgehevelde personeel vertegenwoordigt ten opzichte van de totale weddenmassa van de plaatselijke overheidsdienst op het ogenblik van zijn herstructurering of zijn afschaffing. Voor de toepassing van dit lid worden uitsluitend de wedden van het vast benoemde personeel in aanmerking genomen. De voormelde coëfficiënt wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten vastgesteld, rekening houdend met de respectieve weddenmassa's op de datum van de personeelsoverdracht.
  § 2. In het in § 1 bedoelde geval is, vanaf de ingangsdatum van het pensioen, het pensioen of pensioenaandeel van het overgehevelde personeelslid ten laste van de werkgever waarnaar dit personeelslid overgeheveld werd. In geval van een pensioenaandeel wordt dit berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een bepaald verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector.
  § 3. Om de toepassing van de in § 1 vervatte bepalingen mogelijk te maken, zijn de in de rechten en verplichtingen van de geherstructureerde of afgeschafte plaatselijke overheidsdienst getreden private of openbare werkgevers ertoe gehouden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een nominatieve lijst van de overgedragen personeelsleden mede te delen. Deze mededeling moet ten laatste plaatshebben binnen de twee maanden die volgen op de datum van de personeelsoverdracht. "
Art.59. L'article 161quater de la même loi est complété par les alinéas suivants :
  " Les dispositions des §§ 1er à 3 de l'article 161bis, telles que modifiées par l'article 58 de la même loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (I), s'appliquent uniquement aux administrations locales qui ont fait l'objet d'une restructuration ou d'une suppression à partir du 1er janvier 2009.
  Les dispositions de l'article 161bis, telles qu'elles étaient libellées avant leur modification par le même article 58 continuent à s'appliquer aux restructurations et suppressions intervenues entre le 1er janvier 1993 et le 1er janvier 2009. "
Art.59. Artikel 161quater van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De bepalingen van de paragrafen 1 tot 3 van artikel 161bis, zoals gewijzigd bij artikel 58 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I), zijn uitsluitend van toepassing op de plaatselijke besturen waarin vanaf 1 januari 2009 een herstructurering of een afschaffing heeft plaatsgevonden.
  De bepalingen van artikel 161bis, zoals ze luidden vóór ze bij hetzelfde artikel 58 werden gewijzigd, blijven van toepassing op de herstructureringen en de afschaffingen die tussen 1 januari 1993 en 1 januari 2009 hebben plaatsgevonden. "
Art.60. L'article 14 de la loi du 6 août 1993 relative aux pensions du personnel nommé des administrations locales, modifié par les lois des 12 janvier 2006 et la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14. § 1er. Lorsque, à la suite soit du transfert de toutes les activités ou de certaines des activités d'une administration locale qui, en matière de pension, est affiliée au régime des nouveaux affiliés de l'Office, soit de la restructuration ou de la suppression d'une telle administration locale, du personnel de cette administration est transféré vers un ou plusieurs employeurs privés ou publics qui ne participent ni au régime des nouveaux affiliés de l'Office ni au régime commun de pension des pouvoirs locaux, ces derniers sont tenus de contribuer à la charge des pensions de retraite des membres du personnel de l'administration locale qui ont été pensionnés en cette qualité avant le transfert d'activités, la restructuration ou la suppression. Il en est de même en ce qui concerne la charge des pensions de survie des ayants droit des membres du personnel précités ou des membres du personnel de l'administration locale qui sont décédés avant le transfert d'activités, la restructuration ou la suppression.
  La contribution de ce ou de ces employeurs est due à partir de la date du transfert d'activités, de la restructuration ou de la suppression. Cette contribution est fixée chaque année par le Service des Pensions du secteur public. Elle est égale au montant obtenu en multipliant la charge des pensions de retraite et de survie visées à l'alinéa 1er et payées au cours de l'année précédente, par un coefficient qui est égal à la proportion que la masse salariale du personnel transféré, qui cesse d'être affilié au régime des nouveaux affiliés de l'Office, représente par rapport à la masse salariale globale de l'administration locale au moment du transfert d'activités, de la restructuration ou de la suppression. Pour l'application du présent alinéa, seuls les traitements du personnel bénéficiant d'une nomination définitive sont pris en compte. Le coefficient précité est fixé par l'Office national de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales compte tenu des masses salariales respectives à la date du transfert.
  § 2. Dans le cas visé au § 1er, la pension ou quote-part de pension de l'agent transféré, qui cesse d'être affilié au régime des nouveaux affiliés de l'Office est, à partir de la date de prise de cours de la pension, à charge de l'employeur vers lequel cet agent a été transfére. En cas de quote-part de pension, celle-ci est calculée conformément aux dispositions de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public.
  § 3. Les sommes dues en application des §§ 1er et 2 restent à charge de l'employeur privé ou public visé par ces dispositions, lorsque, ultérieurement, du personnel transferé, est à nouveau transféré vers un autre employeur privé ou public qui ne participe pas au régime des nouveaux affiliés de l'Office.
  § 4. Afin de permettre l'application des dispositions contenues dans le § 1er, l'administration locale ainsi que les employeurs qui succèdent en tout ou en partie aux droits et obligations de l'administration locale sont tenus de communiquer à l'Office national de Sécurité sociale des administrations provinciales et locales une liste nominative des agents transférés, qui ont cessé d'être affiliés au régime des nouveaux affiliés de l'Office. Cette communication doit intervenir au plus tard dans les deux mois qui suivent la date du transfert. "
Art.60. Artikel 14 van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de pensioenen van het benoemd personeel van de plaatselijke besturen, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 2006 en 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14. § 1. Wanneer, hetzij ten gevolge van een overdracht van alle activiteiten of van bepaalde activiteiten van een plaatselijk bestuur dat inzake pensioenen aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, hetzij ten gevolge van de herstructurering of de afschaffing van een dergelijk plaatselijk bestuur, personeel van dit bestuur overgeheveld wordt naar één of meerdere private of openbare werkgevers die noch deelnemen aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen noch aan het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de lokale overheden, zijn deze laatste ertoe gehouden bij te dragen in de last van de rustpensioenen van de personeelsleden van het plaatselijk bestuur die in deze hoedanigheid gepensioneerd werden vóór de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing.
  Dit geldt eveneens voor de last van de overlevingspensioenen van de rechthebbenden van voormelde personeelsleden of van de personeelsleden van het plaatselijk bestuur die overleden zijn vóór de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing.
  De bijdrage van die werkgever of werkgevers is verschuldigd vanaf de datum van de overdracht van activiteiten, van de herstructurering of van de afschaffing. Deze bijdrage wordt jaarlijks door de Pensioendienst voor de overheidssector vastgesteld. Zij is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door de last van de in het eerste lid bedoelde en in de loop van het voorgaande jaar betaalde rust- en overlevingspensioenen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding die de loonmassa van het overgehevelde personeel dat niet langer aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, vertegenwoordigt ten opzichte van de totale loonmassa van het plaatselijk bestuur op het ogenblik van de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing. Voor de toepassing van dit lid worden uitsluitend de wedden van het personeel dat bekleed is met een vaste benoeming, in aanmerking genomen. Voormelde coëfficiënt wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten vastgesteld rekening houdend met de respectieve loonmassa's op de datum van de overdracht.
  § 2. In het in § 1 bedoelde geval is, vanaf de ingangsdatum van het pensioen, het pensioen of pensioenaandeel van het overgehevelde personeelslid dat niet langer aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, ten laste van de werkgever waarnaar dit personeelslid overgeheveld werd. In geval van een pensioenaandeel wordt dit berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector.
  § 3. De met toepassing van de §§ 1 en 2 verschuldigde sommen blijven ten laste van de in die bepalingen bedoelde privé- of openbare werkgever, wanneer het overgehevelde personeel later opnieuw overgeheveld wordt naar een andere privé- of openbare werkgever die niet kan deelnemen aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen.
  § 4. Om de toepassing van de in § 1 vervatte bepalingen mogelijk te maken, zijn het plaatselijk bestuur alsook de werkgevers die geheel of gedeeltelijk in de rechten en verplichtingen van het plaatselijk bestuur getreden zijn, ertoe gehouden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een nominatieve lijst van de overgedragen personeelsleden, die niet langer aangesloten zijn bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, mede te delen. Deze mededeling moet uiterlijk plaatshebben binnen twee maanden die volgen op de datum van de overdracht. "
Art.61. Dans la même loi, il est inséré un article 14bis, rédigé comme suit :
  " Art. 14bis. Les dispositions des §§ 1er à 4 de l'article 14, telles que modifiées par l'article 60 de la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (1) s'appliquent uniquement aux administrations locales qui ont fait l'objet d'un transfert d'activités, d'une restructuration ou qui ont été supprimées à partir du 1er janvier 2009.
  Les dispositions de l'article 14, telles qu'elles étaient libellées avant leur modification par le même article 60, continuent à s'appliquer aux transferts d'activités, restructurations et suppressions intervenus entre le 1er janvier 1993 et le 1er janvier 2009. "
Art.61. In dezelfde wet wordt een artikel 14bis ingevoegd, luidende :
CHAPITRE 3. - Sécurité sociale d'outre-mer.
HOOFDSTUK 3. - Overzeese sociale zekerheid.
Art.62. A l'article 20 de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, remplace par la loi du 20 juillet 2006 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, dont le texte actuel formera le § 1er, les modifications suivantes sont apportées :
Art.62. In artikel 20 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, vervangen door de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het vierde lid, wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd de bepalingen van § 2 is de rente ten vroegste verschuldigd vanaf de leeftijd van 65 jaar en in geen geval voor de datum van de aanvraag. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met § 2, luidende :
  " § 2. Indien de verzekerde op 31 december 2006 ten minste twintig jaar aan de verzekering deelgenomen heeft, kan de rente ingaan op de leeftijd van 55 jaar.
  Indien de deelneming aan de verzekering op 31 december 2006 geen twintig jaar bereikt, wordt de leeftijd waarop de rente kan ingaan, als volgt vastgesteld :
  18 jaar en minder dan 20 jaar : 56 jaar.
  16 jaar en minder dan 18 jaar : 57 jaar.
  14 jaar en minder dan 16 jaar : 58 jaar.
  12 jaar en minder dan 14 jaar : 59 jaar. "
Art.63. L'article 62 produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art.63. Artikel 62 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 22 mars 2001instituant la garantie de revenus aux personnes âgées - Stabilisation du montant du revenu garanti.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 22 maart 2001tot instelling van een inkomensgarantievoor ouderen - Stabilisering vanhet bedrag van het gewaarborgd inkomen.
Art.64. L'article 18 de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées est remplacé par ce qui suit :
Art.64. Artikel 18 van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen wordt vervangen als volgt :
  " Art. 18. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 10 van de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, blijven de personen die conform de bepalingen van de hogervermelde wet op 1 april 2009 gerechtigd zijn op het gewaarborgd inkomen, dit inkomen genieten op basis van het bedrag van maart 2009 totdat er voor hen, op aanvraag of ambtshalve, een beslissing bij toepassing van deze wet wordt genomen ter gelegenheid van een herziening van hun recht ingevolge de toekenning van een pensioen of voordeel zoals bedoeld in artikel 10 van de hogervermelde wet of als gevolg van een verhoging van de bestaanmiddelen.
  § 2. Het in het paragraaf 1 bedoeld bedrag varieert conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. "
Art.65. L'article 64 entre en vigueur le 1er avril 2009.
Art.65. Artikel 64 treedt in werking op 1 april 2009.
CHAPITRE 5. - Modification de la loi-programme du 27 avril 2007.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de programmawet van 27 april 2007.
Art.66. Un article 49bis, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre IX de la loi-programme du 27 avril 2007 :
Art.66. In hoofdstuk IX van de programmawet van 27 april 2007 wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 49bis. De bepalingen van artikel 49 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2007, met uitzondering van het tweede lid dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007. "
Art.67. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art.67. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
TITRE 9. - Entreprises publiques.
TITEL 9. - Overheidsbedrijven.
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
Section 1re. - Dispositions visant à accroître l'indépendance organisationnelle et décisionnelle requise du gestionnaire de l'infrastructure par les directives européennes.
Afdeling 1. - Bepalingen met het oog op een verhoogde organisatorische en beslissingsonafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder vereist door de Europese richtlijnen.
Art.68. Article 162sexies, § 1er, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, inséré par la loi du 22 mars 2002 et modifié par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, confirmé par la loi programme du 27 décembre 2004, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
Art.68. Artikel 162sexies, § 1, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité is onverenigbaar met elk mandaat of elke functie bij Infrabel. "
Art.69. L'article 199bis de la même loi, inséré par la loi-programme du 9 juillet 2004, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les membres du personnel affectés auprès du service visé au § 1er ne peuvent exercer, soit personnellement, soit par l'intermédiaire d'une personne morale, aucune autre fonction ou activité, remunérée ou non, au service d'une entreprise ferroviaire. "
Art.69. Artikel 199bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 9 juli 2004, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. De personeelsleden van de in § 1 bedoelde dienst mogen, noch persoonlijk, noch via tussenkomst van een rechtspersoon, een andere, al dan niet bezoldigde, functie of activiteit vervullen bij een spoorwegonderneming. "
Art.70. Dans l'article 197 de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 14 juin 2004, confirmé par la loi programme 27 décembre 2004, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° " entreprise ferroviaire " : toute entreprise à statut privé ou public et titulaire d'une licence conformément à la législation européenne applicable, dont l'activité est la fourniture de prestations de services de transport de marchandises et/ou de passagers par chemin de fer, la traction devant être obligatoirement assurée par cette entreprise; cette notion recouvre également les entreprises qui fournissent uniquement la traction; ".
Art.70. In artikel 197 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  " 2° " spoorwegonderneming " : iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke onderneming die houder is van een vergunning overeenkomstig de van kracht zijnde Europese wetgeving, waarvan de activiteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen of voor reizigers, waarbij deze onderneming voor de tractie moet zorgen; hiertoe behoren ook de ondernemingen die uitsluitend tractie leveren; ".
Art.71. Dans la même loi, il est inséré un article 199ter, rédigé comme suit :
  " Art. 199ter. § 1er. Les membres du personnel affectés auprès du service spécialisé visé à l'article 199bis, § 1er, et y exerçant une fonction de direction ou une autre fonction supérieure ne peuvent exercer, soit personnellement, soit par l'intermédiaire d'une personne morale, aucune autre fonction, mandat ou activité, rémunéree ou non, au service d'une entreprise ferroviaire, au service de la SNCB Holding ou au service d'une entreprise liée, au sens de l'article 11 du Code des sociétés, à l'une de celles-ci.
  Le Roi détermine les fonctions de direction et les fonctions supérieures concernées par cette interdiction.
  § 2. L'interdiction prévue au § 1er subsiste pendant deux ans après que les personnes visées au § 1er aient quitté leur fonction au sein du dit service spécialisé.
  § 3. Toute infraction aux interdictions visées au § 1er et § 2 sera punie d'un emprisonnement de trois mois à six mois et d'une amende de 1.000 euros à 10.000 euros ou d'une de ces peines seulement. "
Art.71. In dezelfde wet wordt een artikel 199ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 199ter. § 1. De personeelsleden die behoren tot de in artikel 199bis, § 1, beschreven gespecialiseerde dienst en er een directiefunctie of een andere hogere functie uitoefenen, mogen noch persoonlijk, noch via tussenkomst van een rechtspersoon, een andere, al dan niet bezoldigde, functie, mandaat of activiteit uitoefenen bij een spoorwegbedrijf, bij de NMBS-Holding of bij een dienst van een onderneming, die in de zin van artikel 11 van het Wetboek van de vennootschappen verbonden is met één van deze ondernemingen.
  De Koning bepaalt de directiefuncties en de hogere functies waarop dit verbod betrekking heeft.
  § 2. Het verbod bepaald in § 1 blijft van kracht gedurende twee jaren nadat de personen bedoeld in § 1 hun functies binnen de gespecialiseerde dienst neergelegd hebben.
  § 3. Elke overtreding van de in § 1 en § 2 bedoelde verbodsbepalingen wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie tot zes maanden en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen. "
Art.72. A l'article 212 de la même loi inséré par l'arrêté royal du 14 juin 2004, confirmé par la loi programme du 27 décembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction est incompatible avec une fonction, un mandat ou une activité, rémunérée ou non, soit personnellement, soit par l'intermédiaire d'une personne morale, au service d'une entreprise ferroviaire, au service de la SNCB Holding ou au service d'une entreprise liée à l'une de celles-ci au sens de l'article 11 du Code des sociétés.
  Un membre du comité de direction ou du conseil d'administration ne peut détenir aucun droit social ou actions de l'une des entreprises visées à l'alinéa 1er.
  Un membre du comité de direction ou du conseil d'administration est tenu de notifier au président du Conseil d'administration toute forme d'intérêt de nature patrimoniale qu'il détient dans une telle entreprise.
  En outre, tous les membres du conseil d'administration doivent être indépendants de toute entreprise ferroviaire selon les critères définis à l'article 524, § 4, alinéa 2, du Code des sociétés. ";
  2° l'article est complété par un paragraphe 4 et un paragraphe 5, rédigés comme suit :
  " § 4. L'interdiction prévue au § 2, alinéa 1er, subsiste pendant deux ans après la sortie de charge.
  § 5. Toute infraction à l'interdiction visées au § 2, alinéa 1er, et § 4, sera punie d'un emprisonnement de trois mois à six mois et d'une amende de 1.000 euros à 10.000 euros ou d'une de ces peines seulement. "
Art.72. In artikel 212 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité, is onverenigbaar met elke al dan niet bezoldigde functie, mandaat of activiteit, die hetzij persoonlijk, hetzij via tussenkomst van een rechtspersoon uitgeoefend wordt bij een spoorwegonderneming, bij de NMBS-Holding of bij een dienst van een onderneming, die in de zin van artikel 11 van het Wetboek van de vennootschappen verbonden is met één van deze ondernemingen.
  Een lid van het directiecomité of van de raad van bestuur mag geen maatschappelijke rechten of aandelen van één van de in eerste lid bedoelde ondernemingen bezitten.
  Een lid van het directiecomité of van de raad van bestuur is verplicht de voorzitter van de raad van bestuur in te lichten over elke vorm van vermogensrechtelijk belang in een dergelijke onderneming.
  Bovendien moeten alle leden van de raad van bestuur onafhankelijk zijn van elke spoorwegonderneming volgens de criteria bepaald in artikel 524, § 4, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4 en een paragraaf 5, luidende :
  " § 4. Het verbod beschreven in de eerste lid, van § 2 blijft twee jaren na de beëindiging van het mandaat gelden.
  § 5. Elke overtreding van de in § 2, eerste lid, en § 4, bedoelde verbodsbepalingen wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie tot zes maanden en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro of met één van deze straffen. "
Art.73. Article 229, § 1er, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, confirmé par la loi programme du 27 décembre 2004, est complété par un alinéa redigé comme suit :
  " Le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction est incompatible avec tout mandat ou toute fonction au sein d'Infrabel. "
Art.73. Artikel 229, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende :
Section 2. - Comptabilité et comptes annuels.
Afdeling 2. - Boekhouding en jaarrekening.
Art.74. A l'article 27 de la loi du 21 mars 1991, il est inséré un § 4 et un § 5 rédigés comme suit :
Art.74. In artikel 27 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven worden een § 4 en een § 5 ingevoegd, luidende :
  " § 4. In afwijking van § 3, eerste lid, voor wat de NMBS-Holding, de NMBS en Infrabel betreft, bezorgt de raad van bestuur de jaarrekening samen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen aan de Minister die bevoegd is voor het overheidsbedrijf en aan de Minister van Begroting, veertien dagen vóór de algemene vergadering.
  § 5. In afwijking van § 3, derde lid, voor wat betreft Infrabel, de NMBS en de NMBS-Holding, is de datum van mededeling van de onder de eerste alinea van § 3 bedoelde documenten aan het Rekenhof 30 juni van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. "
Art.75. L'article 161 de la loi du 21 mars 1991, inséré par la loi du 22 mars 2002 et modifié par l'arrêté royal du 18 octobre 2004 portant certaines mesures de réorganisation de la Société nationale des Chemins de fer belges, confirmé par la loi-programme du 27 décembre 2004, est abrogé.
Art.75. Artikel 161 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 houdende sommige maatregelen voor de reorganisatie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt opgeheven.
TITRE 10. - Economie.
TITEL 10. - Economie.
CHAPITRE 1er. - Rémunération équitable.
HOOFDSTUK 1. - Billijke vergoeding.
Art.76. A l'article 42 de la loi du 30 juin 1994 relative au droit d'auteur et aux droits voisins, modifié en dernier lieu par la loi du 31 août 1998, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
Art.76. In artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 augustus 1998, wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  " Deze commissie zetelt voltallig of in afdelingen die gespecialiseerd zijn in een of meerdere activiteitssectoren. Elke afdeling wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. In deze commissie beschikken de vennootschappen voor het beheer van de rechten, enerzijds, en de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, anderzijds, over een gelijk aantal stemmen. Deze gelijke verdeling van het aantal stemmen tussen, enerzijds, de vennootschappen voor het beheer van de rechten en, anderzijds, de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, is eveneens van toepassing wanneer de commissie in gespecialiseerde afdelingen zetelt. "
Art.77. L'article 76 produit ses effets le 14 novembre 1998.
Art.77. Artikel 76 heeft uitwerking met ingang van 14 november 1998.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien.
Art.78. A l'article 21 de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention, modifié par la loi du 6 mars 2007, les modifications suivantes sont apportées :
Art.78. In artikel 21 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De octrooiaanvraag houdt op uitwerking te hebben indien de onderzoekstaks niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn werd gekweten. ";
  2° in paragraaf 7 worden de woorden ", onverminderd de toepassing van artikel 22, § 2, derde lid " opgeheven.
Art.79. Dans l'article 22, § 2, de la même loi, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.79. In artikel 22, § 2, van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven.
Art.80. Dans l'article 23 de la même loi, modifié par la loi du 6 mars 2007 l'alinéa 2 est remplace par ce qui suit :
  " Le dossier comprend, en particulier, l'arrêté ministériel de délivrance, la description de l'invention, les revendications, les dessins auxquels se réfère la description, le rapport de recherche sur l'invention, l'opinion ecrite, ainsi que, le cas échéant, les commentaires informels, la nouvelle rédaction des revendications, la description modifiée et les documents relatifs à la revendication du droit de priorité prévu par la Convention de Paris. "
Art.80. In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Het dossier omvat in het bijzonder het ministerieel besluit van octrooiverlening, de beschrijving der uitvinding, de conclusies, de tekeningen waarnaar de beschrijving verwijst, het verslag van nieuwheidsonderzoek aangaande de uitvinding, de schriftelijke opinie, alsook in voorkomend geval, de informele commentaren, de nieuwe tekst der conclusies, de gewijzigde beschrijving en de stukken welke betrekking hebben op het in het Verdrag van Parijs bedoelde recht van voorrang. "
Art.81. A l'article 39 de la même loi, modifié par la loi du 6 mars 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est abroge;
  2° le paragraphe 3, qui devient le paragraphe 2, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Dans le cas prévu à l'article 21, § 7, la demande de brevet cesse de produire ses effets, sous réserve du paiement des taxes annuelles, à l'expiration du délai prescrit pour le paiement de la taxe de recherche, si cette taxe n'a pas été acquittée. "
Art.81. In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° paragraaf 3, die paragraaf 2 wordt, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. In het geval voorzien in artikel 21, § 7, houdt de octrooiaanvraag op uitwerking te hebben, onder voorbehoud van de betaling van de jaartaksen na afloop van de voor de betaling der opzoekingstaks voorgeschreven termijn, indien deze taks niet werd gekweten. "
Art.82. Les dispositions des articles 78 à 81 sont applicables aux demandes de brevets déposées à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art.82. De bepalingen van de artikelen 78 tot 81 zijn van toepassing op de aanvragen van octrooien die vanaf de inwerkingtreding van deze wet zijn ingediend.
CHAPITRE 3. - L'utilisation des partitions dans l'enseignement.
HOOFDSTUK 3. - Het gebruik van partituren in het onderwijs.
Art.83.Dans l'article 22, § 1er, de la loi du 30 juin 1994 relative au droit d'auteur et aux droits voisins le 4°bis, inséré par la loi du 31 août 1998, est remplacé par ce qui suit :
Art.83. In artikel 22, § 1, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, wordt de bepaling onder 4°bis, ingevoegd bij de wet van 31 augustus 1998, vervangen als volgt :
  " 4°bis. de gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen, van bladmuziek, van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voorzover zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk; ".
  (NOTA : bij arrest nr 69/2009 van 23-04-2009 (B.St. 27-04-2009, p. 32967-32969), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel geschorst)
  (NOTA : bij arrest nr 127/2009 van 16-07-2009 (B.St. 24-08-2009, p. 56339), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
Art.84. L'article 83 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  (NOTE : par son arrêt n° 127/2009 du 16-07-2009 (M.B. 24-08-2009, p. 56341), la Cour Constitutionnelle a annulé cet article)
Art.84. Artikel 83 treedt in werking op de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 24 mai 1888 portant réglementation de la situation du banc d'épreuves des armes à feu établi à Liège.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 24 mei 1888 houdende regeling van de toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik.
Art.85. Dans l'article 1er de la loi du 24 mai 1888 portant réglementation de la situation du banc d'épreuves des armes a feu établi à Liège, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
Art.85. In artikel 1 van de wet van 24 mei 1888 houdende regeling van de toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Ze heeft als opdracht :
  1° het beproeven en het stempelen van de vuurwapens;
  2° de identificatie van alle in België gefabriceerde of ingevoerde vuurwapens;
  3° het neutraliseren, het ombouwen en het vernietigen van de vuurwapens overeenkomstig de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;
  4° de politie en de bewaking van de vuurwapens;
  5° het attesteren van de technische kenmerken van vuurwapens. "
Art.86. L'article 6 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. Les taux des rétributions pour l'accomplissement des missions du banc sont approuvés par le Roi sur proposition du Ministre ayant l'Economie dans ses attributions, après soumission par la commission administrative.
  Ces taux sont établis afin de n'entraîner aucune charge pour le Trésor public. "
Art.86. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.
Art.87. Dans la loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental, modifié en dernier lieu par la loi du 22 avril 1999, il est inséré un article 11 rédigé comme suit :
Art.87. In de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 1999, wordt een artikel 11 ingevoegd, luidende :
  " Art. 11. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, worden inbreuken op de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, opgespoord en vastgesteld door de volgende personen :
  1° de personeelsleden van de Scheepvaartpolitie van de Federale Politie die de hoedanigheid van officier of agent van gerechtelijke politie hebben;
  2° de ambtenaren van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, aangeduid door de Minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid;
  3° de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, aangeduid door de Minister bevoegd voor Marien Milieu;
  4° de ambtenaren van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, aangeduid door de Minister bevoegd voor Economie;
  5° de daartoe door hun hiërarchie gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine. "
Art.88. Dans la même loi, il est inséré un article 12 rédigé comme suit :
  " Art. 12. Les fonctionnaires visés à l'article 11 ont à tout moment droit à l'accès aux espaces de travail des navires et des îles artificielles, et aux lieux d'amarrage en vue de procéder aux constatations inhérentes à leur mission pour autant que leur présence soit raisonnablement requise pour l'accomplissement de leur tâche. Ils peuvent se faire assister par des experts. Au besoin, ils peuvent recourir à la force publique pour s'introduire dans ces lieux. "
Art.88. In dezelfde wet wordt een artikel 12 ingevoegd, luidende :
  " Art. 12. De in artikel 11 vermelde ambtenaren hebben het recht te allen tijde de werkruimten op schepen en kunstmatige eilanden, en de aanligplaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen. "
Art.89. Dans la même loi, il est inséré un article 13 rédigé comme suit :
  " Art. 13. Toutes les personnes que les présentes dispositions rendent compétentes pour surveiller l'application de la présente loi présenteront, dans l'exercice de cette surveillance, qu'elles interviennent en uniforme ou non, les pièces d'identification, dont le Roi fixe le modèle. ".
Art.89. In dezelfde wet wordt een artikel 13 ingevoegd, luidende :
  " Art. 13. Alle personen die overeenkomstig deze bepalingen bevoegd worden gemaakt voor het toezicht op de toepassing van deze wet, zullen bij het uitoefenen van dit toezicht, ongeacht of ze optreden in uniform of niet, de identificatiebewijzen voorleggen, waarvan de Koning het model vastlegt. "
Art.90. Dans la même loi, il est inséré un article 14 rédigé comme suit :
  " Art. 14. Toutes les dispositions du Livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont d'application. "
Art.90. In dezelfde wet wordt een artikel 14 ingevoegd, luidende :
CHAPITRE 6. - Introduction de sanctions administratives dans la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique et dans la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses.
HOOFDSTUK 6. - Inlassing van administratieve sancties in de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en in de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen.
Art.91. Il est inséré au chapitre VII de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, un paragraphe 4bis, rédigé comme suit :
Art.91. In hoofdstuk VII van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek wordt een paragraaf 4bis ingelast, luidende :
  " § 4bis. Administratieve geldboeten Art. 21bis. Onder de voorwaarden vastgesteld door onderhavige wet wordt gestraft met een administratieve geldboete van 100 euro tot 10.000 euro :
  1° de rechtspersoon die, krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gehouden zijnde inlichtingen te verstrekken, de gestelde verplichtingen niet nakomt;
  2° de rechtspersoon die zich verzet tegen de opsporingen en vaststellingen bedoeld in artikel 19 of tegen de uitvoering van ambtswege voorgeschreven bij artikel 20, of die het optreden belemmert van de personen belast met de opsporingen en vaststellingen of met de uitvoering van ambtswege.
  Art. 21ter. De bevoegde ambtenaar bedoeld bij artikel 21sexies of het gerecht die een uitspraak doen tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar, kunnen,
  wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder de in artikel 21bis vermelde minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 50 % van de bij voormeld artikel bepaalde bedragen.
  Art. 21quater. In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen voor zover hij in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt geen andere administratieve geldboete heeft opgelegd aan de overtreder.
  Het uitstel geldt voor een proefperiode van een jaar. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
  Het uitstel wordt van rechtswege herroepen wanneer een nieuwe inbreuk leidt tot een beslissing tot de oplegging van een nieuwe administratieve geldboete.
  Van de herroeping van het uitstel wordt kennis gegeven door dezelfde beslissing als die welke de administratieve geldboete voor deze nieuwe inbreuk oplegt.
  De administratieve geldboete waarvan de betaling uitvoerbaar wordt door de herroeping van het uitstel, wordt gecumuleerd met die welke wordt opgelegd voor deze nieuwe inbreuk, zonder dat het gecumuleerd bedrag van beide geldboetes hoger mag zijn dan 20.000 euro.
  In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar heeft het gerecht die een uitspraak doet tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing, dezelfde bevoegdheden als deze ambtenaar wat betreft het uitstel.
  Art. 21quinquies. De inbreuken als bedoeld in artikel 21bis, 1° en 2°, worden vervolgd bij wege van administratieve geldboete, tenzij het openbaar ministerie oordeelt dat, de ernst van de inbreuk in acht genomen, strafvervolging moet worden ingesteld, inzonderheid op basis van artikel 22, 1° of 2°.
  Art. 21sexies. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek of door zijn afgevaardigde.
  Art. 21septies. Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij een overtreding als bedoeld in artikel 21bis is vastgesteld, wordt aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek en aan het openbaar ministerie toegezonden.
  Een exemplaar van het proces-verbaal wordt binnen dezelfde termijn ook aan de overtreder toegezonden, via een ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert.
  Art. 21octies. Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van 30 dagen, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging kennis te geven aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
  Ingeval het openbaar ministerie van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, nadat de overtreder de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of een administratieve geldboete moet worden opgelegd.
  De beslissing van de bevoegde ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete en is met redenen omkleed. Zij wordt bij een ter post aangetekend schrijven, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert, aan de overtreder bekendgemaakt, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de gestelde termijn. De beslissing vermeldt dat hoger beroep kan worden ingesteld binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet.
  De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
  De betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  De Koning bepaalt de termijn en de nadere regelen voor de betaling van de administratieve geldboete.
  Art. 21novies. De overtreder die de beslissing van de bevoegde ambtenaar betwist, stelt, op straffe van verval, binnen een termijn van 60 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij wege van een verzoekschrift hoger beroep in bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet. De rechtbank van eerste aanleg doet een uitspraak in volle rechtsmacht in eerste en laatste aanleg.
  Art. 21decies. Indien de overtreder, in gebreke blijft de geldboete te betalen, wordt de beslissing van de bevoegde ambtenaar doorgezonden aan de administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, met het oog op de invordering van het bedrag van de administratieve geldboete. De door voornoemde administratie in te stellen vervolgingen gebeuren overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
  Art. 21undecies. De verjaringstermijn voor de administratieve geldboete bedraagt vijf jaar. De verjaringstermijn loopt vanaf de dag dat de inbreuk werd gepleegd.
  De verjaringstermijn voor de geldboetes wordt echter gestuit door elke handeling van de administratie of van het openbaar ministerie die aanstuurt op de vervolging van de inbreuk, met inbegrip van de kennisgeving van het openbaar ministerie in verband met zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging en de uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen naar voren te brengen. De stuiting van de verjaringstermijn treedt in werking de dag waarop aan de overtreder kennis wordt gegeven van de handeling.
  De verjaringstermijn loopt opnieuw vanaf elke stuiting.
  Art. 21duodecies. Bij herhaling binnen twee jaar die volgen op een beslissing die een administratieve boete oplegt, worden de bedragen, bedoeld in artikel 21bis, verdubbeld.
  Art. 21terdecies. Bij samenloop van verscheidene bij artikel 21bis bedoelde overtredingen worden de bedragen van de administratieve geldboeten gecumuleerd, zonder dat het gecumuleerd bedrag van de geldboetes hoger mag zijn dan 20000 euro.
  Art. 21quaterdecies. De opbrengst van de administratieve geldboeten verschuldigd op grond van artikel 21bis wordt toegewezen aan het NIS - Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek bedoeld in rubriek 32-11 van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen. "
Art.92. A l'article 122 de loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la troisième phrase de l'alinéa unique, les mots ", 21bis ", sont insérés entre les mots " articles 18 " et les mots " et 22 de la loi du 4 juillet 1962 précitée. ";
  2° l'article est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  " Les membres du Conseil d'administration de l'ICN fixent les modalités de transmission des procès verbaux des infractions constatées par les autorités associées, sur la base de l'article 21bis de la loi du 4 juillet 1962 précitée, au fonctionnaire dirigeant de l'Institut national de Statistique, au ministère public et au contrevenant.
  Le Conseil d'administration de l'ICN peut communiquer au fonctionnaire dirigeant de l'Institut national de Statistique des directives concernant la politique générale de sanction administrative des infractions à la présente loi, sans prejudice de la compétence décisionnelle particulière confié à ce dernier par l'article 21octies de la loi du 4 juillet 1962 précitée, compte tenu de l'ensemble des éléments du dossier dont il dispose. "
Art.92. In artikel 122 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de derde zin van het enige lid, worden de woorden ", 21bis ", ingevoegd tussen de woorden " artikelen 18 " en de woorden " en 22 van de bovengenoemde wet van 4 juli 1962. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  " De leden van de Raad van Bestuur van het INR bepalen de nadere regelen van toezending van de processen-verbaal voor de overtredingen vastgesteld door de geassocieerde instellingen op basis van artikel 21bis van bovengenoemde wet van 4 juli 1962, aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, aan het openbaar ministerie en aan de overtreder.
  De Raad van Bestuur van het INR kan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek richtlijnen meedelen betreffende het algemeen beleid inzake de administratieve sanctionering van de inbreuken aan onderhavige wet, onverminderd de bijzondere beslissingsbevoegdheid toevertrouwd aan deze laatste door artikel 21octies van voormelde wet van 4 juli 1962, rekening houdend met alle elementen uit het dossier waarover hij beschikt. "
Art.93. L'article 569, alinéa 1er, du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 13 décembre 2005, est complété par le 35°, rédigé comme suit :
  " 35° des recours contre la décision d'imposer une amende administrative en vertu de l'article 21octies, alinéa 3, de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique ".
Art.93. Artikel 569, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd door de wet van 13 december 2005, wordt aangevuld met de bepaling onder 35°, luidende :
  " 35° van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek ".
Art.94. Dans le tableau joint à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, la rubrique 32-11 - Fonds Institut national de Statistique, Nature des recettes affectées, est complétée comme suit :
  " Recettes provenant des amendes administratives visées à l'article 21bis de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique "
Art.94. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 32-11 - Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek, Aard van de toegewezen ontvangsten, als volgt vervolledigd :
TITRE 11. - Santé publique.
TITEL 11. - Volksgezondheid.
CHAPITRE 1er. - Convention dentistes.
HOOFDSTUK 1. - Overeenkomst tandartsen.
Art.95. Dans l'article 50, § 3 (c ), alinéa 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, sont apportées les modifications suivantes :
Art.95. In artikel 50, § 3 (c ), eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° na de eerste zin wordt de volgende zin ingevoegd :
  " Voor de tandheelkundigen wordt dit percentage globaal geteld op het niveau van het Koninkrijk. ";
  2° in de tweede zin worden de woorden " 50 % van de tandheelkundigen en niet meer dan " ingevoegd tussen de woorden " niet meer dan " en de woorden " 50 % van de algemeen geneeskundigen ".
Art.96. L'article 95 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.96. Artikel 95 treedt in werking op 1 januari 2009.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 15 mai 2007 relative à l'indemnisation des dommages résultant de soins de santé.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg.
Art.97. A l'article 35, § 1er, de la loi du 15 mai 2007 relative à l'indemnisation des dommages liés à des soins de santé, modifié par la loi du 21 décembre 2007, les mots " et au plus tard le 1er janvier 2009 " sont supprimés.
Art.97. In artikel 35, § 1, van de wet van 15 mei 2007 betreffende vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, gewijzigd bij wet van 21 december 2007, worden de woorden ", en uiterlijk op 1 januari 2009 " geschrapt.
Art.98. L'article 97 entre en vigueur le 31 décembre 2008.
Art.98. Artikel 97 treedt in werking op 31 december 2008.
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet bêta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking.
Art.99. Dans l'article 4 de la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet bêta-adrénergique ou a effet stimulateur de production chez les animaux modifié par les lois du 11 juillet 1994, 17 mars 1997 et 9 juillet 2004 il est inséré un paragraphe 1erter, rédigé comme suit :
Art.99. In artikel 4 van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1994, 17 maart 1997 en 9 juli 2004, wordt een paragraaf 1ter ingevoegd, luidende :
CHAPITRE 4. - Médicaments.
HOOFDSTUK 4. - Geneesmiddelen.
Art.100. A l'article 35ter de la loi relative a l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, inséré par la loi du 2 janvier 2001, renuméroté par la loi du 10 août 2001 et remplacé par la loi du 27 décembre 2005, sont apportees les modifications suivantes :
Art.100. In artikel 35ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001, vernummerd bij de wet van 10 augustus 2001 en vervangen bij de wet van 27 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " vergoedbaar is " vervangen door de woorden " ingeschreven is op de lijst bedoeld in artikel 35bis en niet onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis ";
  2° de tweede zin van paragraaf 1, eerste lid, wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " op specialiteiten " ingevoegd tussen het woord " of " en de woorden " waarvan de toedieningsvorm erkend is ";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord " vergoedbaar " opgeheven;
  5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " ingeschreven wordt op de lijst bedoeld in artikel 35bis en niet onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis, en " ingevoegd tussen de woorden " dezelfde toedieningsvorm, " en de woorden " een vergoedingsbasis ";
  6° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " of ingetrokken " ingevoerd tussen het woord " erkende " en het woord " uitzonderingen ";
  7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidend als volgt :
  " § 5. Indien de specialiteit bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis, op het moment van haar inschrijving op de lijst, of indien ze het nadien wordt en dat dit meegedeeld wordt minstens 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, wordt de vaststelling van de nieuwe vergoedingsbasis uitgesteld ofwel tot de eerste aanpassing van de lijst die volgt op het aflopen van de onbeschikbaarheid van de betrokken specialiteit, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1.
  Indien de specialiteit bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, onbeschikbaar wordt in de zin van artikel 72bis, § 1bis, na haar inschrijving op de lijst, en dat dit meegedeeld wordt minder dan 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, zijn de bepalingen van paragraaf 4 van toepassing, ofwel tot de eerste aanpassing van de lijst die volgt op het aflopen van de onbeschikbaarheid van de betrokken specialiteit, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1.
  Indien het recht tot commercialiseren van de specialiteit bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, betwist wordt naar aanleiding van het aanvoeren van een inbreuk op het octrooi op het voornaamste werkzaam bestanddeel, en indien het bewijs van deze betwisting voorgelegd wordt aan het Instituut minstens 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, door middel van een afschrift van de gedinginleidende akte die de vorm aanneemt ofwel van een kortgeding, ofwel van een stakingsvordering, dan wordt de vaststelling van de nieuwe vergoedingsbasis uitgesteld ofwel totdat een uitvoerbare rechterlijke beslissing wordt genomen over de bovenvermelde betwisting die het commercialiseren van de betrokken specialiteit toestaat, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1. "
Art.101. A l'article 72bis de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " vise à l'article 35bis " sont insérés entre les mots " le demandeur " et les mots " est tenu ";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " l'entrée en vigueur de la remboursabilité des spécialités pharmaceutiques ou du conditionnement pour lesquels il a introduit une demande " sont remplacés par les mots " l'introduction d'une demande de remboursement ";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° garantir que la spécialité pharmaceutique concernée sera effectivement disponible au plus tard le jour de la date d'entrée en vigueur du remboursement; ";
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° garantir la continuité de la disponibilité de la spécialité pharmaceutique admise au remboursement; ";
  5° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, les mots " de l'un des éléments de la demande de remboursabilité " sont remplacés par les mots " d'une des informations figurant sur la demande de remboursement ";
  6° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, les mots " de la remboursabilité, et ne pas opposer " sont remplacés par les mots " du remboursement, et ne pas apposer ";
  7° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 7°, rédigé comme suit :
  " 7° communiquer au service des soins de santé de l'Institut, spontanément et conformément aux dispositions du § 1erbis, tout manquement au 1° ou 2°;
  7°/1 au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est abrogé;
  8° il est inséré un paragraphe 1erbis, rédigé comme suit :
  " § 1erbis. Le demandeur qui n'est pas en mesure de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, en informe le service des soins de santé de l'Institut, conformément au paragraphe 1er, 7°, au plus tard la veille de l'entrée en vigueur du remboursement, en précisant la date présumée à laquelle la spécialité sera disponible et la raison de l'indisponibilité. Cette indisponibilité est mentionnée par le service sur le site web de l'Institut. La mention de l'indisponibilité sur le site web de l'Institut est sans incidence sur le remboursement de la spécialité concernée, qui est donc inscrite sur la liste conformément aux règles prévues à l'article 35bis. Néanmoins, si l'indisponibilité se maintient, la spécialité concernée est supprimée de plein droit de la liste le 1er jour du 12e mois qui suit la date d'entrée en vigueur du remboursement.
  Le demandeur qui n'est pas en mesure de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, et qui s'attend à ce que l'indisponibilité dure au moins 14 jours, en informe le service des soins de santé de l'Institut, conformément au paragraphe 1er, 7°, au plus tard dans les 7 jours qui suivent le début de l'indisponibilite, en précisant la date de début, la date présumée de fin et la raison de l'indisponibilité. Cette indisponibilité est mentionnée par le service sur le site web de l'Institut. La mention de l'indisponibilité sur le site web de l'Institut est sans incidence sur le remboursement de la spécialité concernée, qui reste donc inscrite sur la liste. Néanmoins, si l'indisponibilité se maintient, la spécialité concernée est supprimée de plein droit de la liste le 1er jour du 12e mois qui suit la date du début de l'indisponibilité.
  Si le service des soins de santé de l'Institut est informé de l'indisponibilité d'une spécialité pharmaceutique autrement que par le demandeur, il demande confirmation au demandeur que la spécialité pharmaceutique est effectivement indisponible. Le demandeur dispose d'un délai de 14 jours à partir de la réception de cette demande pour confirmer ou infirmer l'indisponibilité par lettre recommandée avec accusé de réception. S'il l'infirme, il joint à son envoi les éléments probants qui attestent que la spécialité pharmaceutique est disponible. Si le demandeur confirme l'indisponibilité, il précise la date de début, la date présumée de fin et la raison de l'indisponibilité. Cette indisponibilité est mentionnée par le Service sur le site web de l'Institut. La mention de l'indisponibilité sur le site web de l'Institut est sans incidence sur le remboursement de la spécialité concernée, qui reste donc inscrite sur la liste. Néanmoins, si l'indisponibilité se maintient, la spécialité concernée est supprimée de plein droit de la liste le 1er jour du 12e mois qui suit la date du début de l'indisponibilité. Par contre, si le demandeur ne répond pas dans le délai imparti, ou si les éléments qu'il fournit ne permettent pas d'établir avec certitude la disponibilité de la spécialité pharmaceutique, la spécialité est supprimée le plus rapidement possible de la liste, de plein droit et sans tenir compte des procédures prévues à l'article 35bis.
  Si une spécialité est à nouveau disponible, le demandeur en informe au plus tôt l'Institut. La mention de l'indisponibilité de la spécialité concernée est supprimée du site web de l'Institut par le service.
  Pour l'application de la présente loi et ses arrêtés d'exécution, une spécialité est considérée comme indisponible lorsque le demandeur ne peut donner suite, pendant une période ininterrompue de 4 jours, à aucune demande de livraison émanant d'officines ouvertes au public, d'officines hospitalières ou de grossistes-distributeurs établis en Belgique. Dans ce cadre, la personne ou l'entreprise à qui le demandeur a confié la gestion de son stock destiné à l'approvisionnement en Belgique des officines ouvertes au public, des officines hospitalières ou des grossistes distributeurs est assimilée au demandeur.
  Si l'indisponibilité d'une spécialité est la conséquence de la suspension de son enregistrement, d'un cas prouvé de force majeure ou de l'existence d'une contestation de son droit de commercialisation sur base d'une allégation de violation d'un brevet, ou si la spécialité était remboursée sur base de la procédure visée au paragraphe 2bis, la spécialité pharmaceutique est de plein droit à nouveau inscrite sur la liste à la fin de l'indisponibilité, sans tenir compte des procédures prévues à l'article 35bis, mais en tenant compte des adaptations de prix, de la base de remboursement et des conditions de remboursement qui auraient été d'application si la spécialité était restée inscrite sur la liste.
  Si l'indisponibilité est due à un cas prouvé de force majeure, l'article 168bis ne s'applique pas.
  Le Roi peut fixer des règles particulières concernant les médicaments orphelins en vue de garantir la continuité de la disponibilité et le remboursement de ces spécialités. ";
  9° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lorsqu'un demandeur visé à l'article 35bis souhaite mettre fin de manière définitive au remboursement d'une spécialité pharmaceutique, tout en continuant à commercialiser la spécialité pharmaceutique, il doit introduire une demande de suppression. La suppression de la liste entre alors en vigueur un an après la réception de la demande. Le ministre peut, après avis de la Commission de remboursement des médicaments, et compte tenu de critères économiques, sociaux et thérapeutiques, fixer une date d'entrée en vigueur anticipée, sur la base d'une demande motivée de suppression à plus court terme, envoyee simultanément par le demandeur au ministre et à la Commission de remboursement des médicaments. Pour des raisons liées à la santé publique ou à la protection sociale, et sans préjudice du délai maximal d'un an entre la demande de suppression et la suppression effective de la liste, le ministre peut rejeter une demande de suppression à plus court terme, ou fixer une date ultérieure d'entrée en vigueur de la suppression par rapport à la date précisée dans la demande de suppression à plus court terme. Le demandeur reste tenu de garantir la disponibilité de la spécialité pharmaceutique jusqu'à la date d'entrée en vigueur du retrait de la specialité pharmaceutique de la liste.
  Lorsque le demandeur visé à l'article 35bis retire définitivement du marché une spécialité pharmaceutique pour laquelle, à sa demande, l'enregistrement est également retiré, il doit en informer le service des soins de santé de l'Institut six mois avant le retrait du marché. Le remboursement est maintenu jusqu'à la fin d'une période de six mois qui prend cours le 1er jour du mois qui suit la date d'entrée en vigueur de la suppression de l'enregistrement, après quoi la spécialité pharmaceutique est supprimée de plein droit de la liste, sans tenir compte des procédures prévues à l'article 35bis.
  Lorsque le demandeur visé à l'article 35bis retire définitivement du marché une spécialité pharmaceutique, sans que l'enregistrement soit retiré, il doit en informer le service des soins de santé de l'Institut six mois avant le retrait du marché. Le remboursement est maintenu jusqu'à la fin d'une période de six mois qui prend cours le 1er jour du mois qui suit le retrait du marché, après quoi la spécialité pharmaceutique est supprimée de plein droit de la liste, sans tenir compte des procédures prévues à l'article 35bis. ";
  10° au paragraphe 3, les mots " ou d'un ou plusieurs de ses conditionnements " sont abrogés.
Art.101. In artikel 72bis van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " bedoeld in artikel 35bis " ingevoegd tussen de woorden " de aanvrager " en het woord " ertoe ";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " de inwerkingtreding van de vergoedbaarheid van de farmaceutische specialiteiten of verpakking(en) waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend " vervangen door de woorden " de indiening van een terugbetalingsaanvraag ";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  " 1° garanderen dat de betrokken farmaceutische specialiteit daadwerkelijk beschikbaar zal zijn uiterlijk op de dag waarop de terugbetaling in werking treedt; ";
  4° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  " 2° de continuïteit van de beschikbaarheid garanderen van de farmaceutische specialiteit die vergoedbaar is; ";
  5° in paragraaf 1, eerste lid, 4°, worden de woorden " aan één van de elementen van de aanvraag tot vergoedbaarheid " vervangen door de woorden " van één van de gegevens voorkomend op de terugbetalingsaanvraag ";
  6° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt het woord " vergoedbaarheid " vervangen door het woord " terugbetaling ";
  7° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende :
  " 7° elke tekortkoming aan de bepalingen onder 1° of 2° spontaan en conform de bepalingen van § 1bis meedelen aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut;
  7°/1 in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  8° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. De aanvrager die niet in staat is om de verplichting bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, na te komen, informeert overeenkomstig paragraaf 1, 7°, uiterlijk op de dag vóór de inwerkingtreding van de terugbetaling, de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut dat hij die plicht niet zal kunnen naleven, met opgave van de vermoedelijke datum waarop de specialiteit beschikbaar zal zijn en de reden voor de onbeschikbaarheid. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus ingeschreven wordt op de lijst conform de bepalingen van artikel 35bis. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die de inwerkingtreding van de terugbetaling volgt.
  De aanvrager die niet in staat is om de verplichting bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, na te komen, en die verwacht dat deze onbeschikbaarheid meer dan 14 dagen zal duren, informeert overeenkomstig paragraef 1, 7°, uiterlijk binnen de zeven dagen na het begin van de onbeschikbaarheid, de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut dat hij die plicht niet zal kunnen naleven, met opgave van de begindatum, de vermoedelijke einddatum en de reden voor de onbeschikbaarheid. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus op de lijst ingeschreven blijft. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die het begin van de onbeschikbaarheid volgt.
  Indien de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut geïnformeerd wordt over de onbeschikbaarheid van een farmaceutische specialiteit anders dan door de aanvrager, vraagt de dienst bevestiging aan de aanvrager dat de farmaceutische specialiteit daadwerkelijk onbeschikbaar is. De aanvrager beschikt over een termijn van 14 dagen vanaf de ontvangst van deze vraag om de onbeschikbaarheid te bevestigen of te ontkrachten per aangetekend schrijven met bevestiging van ontvangst. Indien de aanvrager de onbeschikbaarheid ontkracht, voegt hij bewijsstukken bij zijn zending die aantonen dat de farmaceutische specialiteit beschikbaar is. Indien de aanvrager de onbeschikbaarheid bevestigt, geeft hij de begindatum, de vermoedelijke einddatum en de reden voor de onbeschikbaarheid op. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus op de lijst ingeschreven blijft. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die het begin van de onbeschikbaarheid volgt. Indien de aanvrager niet binnen de toegestane termijn antwoordt, of indien de geleverde elementen niet toelaten om de beschikbaarheid met zekerheid vast te stellen, wordt de specialiteit echter zo snel mogelijk geschrapt uit de lijst, van rechtswege en zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis.
  De aanvrager informeert zo snel mogelijk het Instituut wanneer een specialiteit opnieuw beschikbaar is. De melding van de onbeschikbaarheid wordt dan door de dienst geschrapt van de website van het Instituut.
  Voor de toepassing van de huidige wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt een specialiteit als onbeschikbaar beschouwd wanneer het voor de aanvrager onmogelijk is gedurende een onafgebroken periode van 4 dagen gevolg te geven aan elke aanvraag tot levering afkomstig van openbare officina's, ziekenhuisapotheken of groothandelaars-verdelers gevestigd in België. In dit kader wordt de persoon of de onderneming aan wie de aanvrager het beheer van zijn voorraad bestemd voor levering in België aan openbare officina's, ziekenhuisapotheken of groothandelaars-verdelers heeft toevertrouwd, gelijkgesteld met de aanvrager.
  Indien de onbeschikbaarheid van een specialiteit het gevolg is van de schorsing van de registratie, van een bewezen geval van overmacht, of van het bestaan van een betwisting van het recht tot commercialiseren wegens het aanvoeren van een inbreuk op een octrooi, of indien de specialiteit vergoed werd op basis van de procedure bedoeld in paragraaf 2bis, wordt de specialiteit op het einde van de onbeschikbaarheid, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, van rechtswege opnieuw ingeschreven in de lijst, rekening houdend met de aanpassingen van de prijs, de vergoedingsbasis en de vergoedingsvoorwaarden die van toepassing zouden zijn geweest indien de specialiteit op de lijst ingeschreven gebleven was.
  Indien de onbeschikbaarheid te wijten is aan een bewezen geval van overmacht, is het artikel 168bis niet van toepassing.
  De Koning kan bijzondere regels bepalen met betrekking tot weesgeneesmiddelen met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de beschikbaarheid en de vergoedbaarheid van deze specialiteiten. ";
  9° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Wanneer een aanvrager bedoeld in artikel 35bis de terugbetaling van een farmaceutische specialiteit definitief wenst te beëindigen, maar de farmaceutische specialiteit verder blijft commercialiseren, moet hij een aanvraag tot schrapping indienen. De schrapping uit de lijst treedt dan in werking één jaar na de ontvangst van de aanvraag. De minister kan, na advies van de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen, rekening houdend met economische, sociale en therapeutische criteria, een eerdere datum van inwerkingtreding bepalen, op basis van een gemotiveerde aanvraag tot schrapping op kortere termijn, die door de aanvrager tezelfdertijd wordt gestuurd naar de minister en de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen. De minister kan om redenen van volksgezondheid of van sociale bescherming, en zonder afbreuk te doen aan de maximale termijn van één jaar tussen de aanvraag tot schrapping en de effectieve schrapping uit de lijst, de aanvraag tot schrapping op kortere termijn weigeren of een latere datum van inwerkingtreding van de schrapping ten opzichte van de datum gepreciseerd in de aanvraag tot schrapping op kortere termijn, vaststellen. De aanvrager blijft ertoe gehouden de beschikbaarheid van de farmaceutische specialiteit te garanderen tot de datum van inwerkingtreding van de schrapping van de farmaceutische specialiteit uit de lijst.
  Wanneer de aanvrager bedoeld in artikel 35bis een farmaceutische specialiteit definitief uit de handel neemt, waarbij op zijn vraag tevens de registratie wordt ingetrokken, moet hij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut hiervan zes maanden vóór het uit de handel nemen in kennis stellen. De terugbetaling wordt behouden tot het einde van een periode van zes maanden die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van inwerking treden van de schrapping van de registratie, waarna de farmaceutische specialiteit van rechtswege, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, wordt geschrapt uit de lijst.
  Wanneer de aanvrager bedoeld in artikel 35bis een farmaceutische specialiteit definitief uit de handel neemt, zonder dat de registratie wordt ingetrokken, moet hij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut hiervan zes maanden vóór het uit de handel nemen in kennis stellen. De terugbetaling wordt behouden tot het einde van een periode van zes maand die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het uit de handel nemen, waarna de farmaceutische specialiteit van rechtswege, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, wordt geschrapt uit de lijst. ";
  10° in paragraaf 3, worden de woorden " of één of meerdere verpakkingen ervan " opgeheven.
Art.102. A l'article 168bis, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 10 août 2001 et remplacé par la loi du 22 août 2002, la première phrase est remplacée comme suit :
  " Le Roi fixe le montant des amendes dont le minimum ne peut être inférieur à 5.000 euros, et dont le maximum ne peut excéder 10 % du chiffre d'affaires réalisé sur le marché belge, en ce qui concerne la spécialité concernée, au cours de l'année précédant celle où l'infraction a été commise, pour autant que ce maximum ne puisse être inférieur à 50.000 euros. "
Art.102. In artikel 168bis, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en vervangen bij de wet van 22 augustus 2002, wordt de eerste zin vervangen als volgt :
  " De Koning bepaalt het bedrag van de geldboetes waarvan het minimum niet lager mag zijn dan 5.000 euro en waarvan het maximum niet hoger mag zijn dan 10 % van de omzet die verwezenlijkt is op de Belgische markt voor de betrokken specialiteit gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarin de overtreding werd begaan, met dien verstande dat dit maximum niet lager mag zijn dan 50.000 euro. "
Art.103. L'article 3, § 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, modifié par les lois des 20 octobre 1998, 2 janvier 2001 et du 1er mai 2006, est complété par l'alinéa suivant :
  " De plus, en vue de la détection des problèmes liés aux médicaments, le Roi peut, par arrêté delibéré en Conseil des Ministres, fixer des règles en matière de collecte et de traitement des données à caractère personnel relatives à la santé des patients. Ces règles prévoient des garanties relatives au consentement du patient, à l'information du patient, à la transmission limitée et au délai maximal de conservation de ces données conformément à la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. "
Art.103. Artikel 3, § 1, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, gewijzigd bij de wetten van 20 oktober 1998, 2 januari 2001 en van 1 mei 2006, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. "
Art.104. L'article 4, § 2bis, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé, inséré par la loi du 1er mai 2006, est compléte par l'alinéa suivant :
  " De plus, en vue de la détection des problèmes liés aux médicaments, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, fixer des règles en matière de collecte et de traitement des données à caractère personnel relatives à la santé des patients. Ces règles prévoient des garanties relatives au consentement du patient, à l'information du patient, à la transmission limitée et au délai maximale de conservation de ces données conformément à la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. "
Art.104. Artikel 4, § 2bis, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006, wordt aangevuld met het volgende lid, luidend als volgt :
  " Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. "
Art.105. L'article 1er de la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes, remplacé par la loi du 3 mai 2003, est complété par l'alinéa suivant :
  " De plus, en vue de la détection des problèmes liés aux médicaments, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer des règles en matiere de collecte et de traitement des données à caractère personnel relatives à la santé des patients. Ces règles prévoient des garanties relatives au consentement du patient, à l'information du patient, à la transmission limitée et au délai maximale de conservation de ces données conformément a la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. "
Art.105. Artikel 1 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, vervangen bij de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld met het volgende lid :
TITRE 12. - Energie.
TITEL 12. - Energie.
CHAPITRE 1er. - Confirmation de l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant modification du taux d'imposition de la cotisation fédérale destinée à compenser la perte de revenus des communes résultant de la libéralisation du marché de l'électricité.
HOOFDSTUK 1. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2007 tot wijziging van de aanslagvoet van de federale bijdrage die strekt tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
Art.106. L'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant modification du taux d'imposition de la cotisation fédérale destinée à compenser la perte de revenus des communes résultant de la liberalisation du marché de l'électricité est confirmé avec effet au 1er juillet 2007.
Art.106. Het koninklijk besluit van 20 december 2007 tot wijziging van de aanslagvoet van de federale bijdrage die strekt tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt wordt bekrachtigd met uitwerking op 1 juli 2007.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
Art.107. Dans l'article 7 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, le § 1er, alinéa 1er, modifie par la loi du 20 mars 2003, est remplacé par ce qui suit :
Art.107. In artikel 7 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt wordt § 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 20 maart 2003, vervangen als volgt :
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
Art.108. Dans l'article 15/5 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, inséré par la loi du 29 avril 1999 et modifié par la loi du 1er juin 2005, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.108. In artikel 15/5 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.109. A l'article 15/11, § 1er, 1er alinéa, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 mars 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 1°, les mots " n'ayant pas la qualité de client éligible " sont abroges;
  2° au 2°, les mots " dans la mesure où ils ne sont pas éligibles " sont abrogés.
Art.109. In artikel 15/11, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 maart 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
TITRE 13. - Environnement.
TITEL 13. - Leefmilieu.
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten
Art.110. Les mots suivants sont insérés dans l'article 3, § 1er, 1°, in fine, de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, modifié par la loi du 12 août 2000, entre les mots " ouvrage " et " par les Etats signataires " : " ou sur des services ou des concours destinés à la réalisation ou à l'exploitation en commun d'un projet ".
Art.110. In artikel 3, § 1, 1°, in fine, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden tussen de woorden " bouwwerk " en " door de ondertekenende Staten " de volgende woorden ingevoegd : " of van diensten of wedstrijden bestemd voor de verwezenlijking of de gemeenschappelijke exploitatie van een project ".
TITRE 14. - Développement durable.
TITEL 14. - Duurzame ontwikkeling.
CHAPITRE UNIQUE. - Plan d'investissement pluriannuel et contrat de gestion Fedesco.
ENIG HOOFDSTUK. - Meerjareninvesteringsplan
Art.111. La société anonyme de droit public Fedesco exécutera un plan pluriannuel d'investissement pour des économies d'énergie dans les bâtiments publics fédéraux, selon le principe du financement du tiers investisseur. Ce plan d'investissement pluriannuel comprend des investissements dans des travaux, fournitures et services, les frais financiers, le préfinancement par Fedesco, les remboursements à Fedesco et les frais de fonctionnement de Fedesco. Ce plan d'investissement pluriannuel peut être revu annuellement, notamment en fonction de l'évolution de la consommation globale de l'énergie, du budget, de la réalisation des objectifs ou de missions supplémentaires accordées à Fedesco.
Art.111. De naamloze vennootschap van publiek recht Fedesco voert een meerjareninvesteringsplan voor energiebesparingen in de federale overheidsgebouwen uit, volgens het principe van derdepartijfinanciering. Dit meerjareninvesteringsplan omvat investeringen in werken, leveringen en diensten, de financiële kosten, de voorfinanciering door Fedesco, de terugbetalingen aan Fedesco en de werkingskosten van Fedesco. Dit meerjareninvesteringsplan kan jaarlijks herzien worden, meer bepaald in functie van de evolutie van het globale energieverbruik, de begroting, de realisatie van de objectieven of extra opdrachten die aan Fedesco gegeven worden.
Art.112. Un contrat de gestion conclu entre l'Etat et Fedesco déterminera les conditions précises auxquelles la société exécutera sa mission pour les projets concernant les services publics fédéraux, les services publics fédéraux de programmation des organismes d'intérêt public et les autres services qui sont soumis à l'autorité, le contrôle ou la surveillance de l'Etat fédéral assurant un progrès économique et environnemental, dans le domaine de l'Eco-efficience, notamment par la conservation, la récupération et l'utilisation rationnelle des énergies, quelle que soit la forme de leur utilisation et à quelques fins qu'elles soient appliquées, entre autres par le recours aux mécanismes du Tiers Investisseur, sans limitations quant aux technologies mises en oeuvre et quant aux localisations des projets.
  Ce contrat de gestion détermine également le plan d'investissement pluriannuel de Fedesco. Les termes de ce contrat ainsi que de chaque modification seront approuvés par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
Art.112. Een tussen de Staat en Fedesco gesloten beheerscontract bepaalt de nadere voorwaarden waaronder de vennootschap haar opdrachten uitvoert om voor de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten, instellingen van openbaar nut en andere diensten die onderworpen zijn aan het gezag, de controle of het toezicht van de Federale Staat, projecten te bestuderen en uit te voeren die een economische en ecologische vooruitgang garanderen, op het gebied van eco-efficiëntie, meer bepaald door het behoud, de terugwinning en het rationeel gebruik van energie, ongeacht de gebruiksvorm en de bestemming, onder meer door het gebruik van mechanismen van de Derde Investeerder, zonder beperkingen wat betreft de ingezette technologieën en de locaties van de projecten.
TITRE 15. - Finances.
TITEL 15. - Financiën.
CHAPITRE 1er. - Impôt des personnes physiques et dispositions diverses.
HOOFDSTUK 1. - Personenbelasting en diverse bepalingen.
Section 1re. - Modifications de certaines dispositions fiscales en matière de contrats d'assurance-vie.
Afdeling 1. - Wijzigingen van sommige fiscale bepalingen inzake levensverzekeringscontracten.
Art.113. L'article 34 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par les lois des 28 décembre 1992, 17 mai 2000, 19 juillet 2000, 24 décembre 2002, 28 avril 2003 et 27 décembre 2004, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
Art.113. Artikel 34 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 17 mei 2000, 19 juli 2000, 24 december 2002, 28 april 2003 en 27 december 2004, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. De kapitalen die voortkomen uit een individueel levensverzekeringscontract of een spaarverzekeringscontract dat heeft gediend voor het wedersamenstellen of waarborgen van een door de verzekerde gesloten lening voor een onroerend goed, en die worden vereffend ingevolge zijn overlijden, zijn belastbaar :
  1° tot het bedrag dat dient voor het wedersamenstellen of waarborgen van die lening :
  - in hoofde van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van het onroerend goed verwerven waarvoor de lening is gesloten en waarvan de verzekerde op het tijdstip van overlijden volle eigenaar was;
  - in hoofde van de erfgenamen van de verzekerde in alle andere gevallen;
  2° voor het eventuele saldo, in hoofde van de in het contract vermelde begunstigde. "
Art.114. Dans l'article 145.4, 2°, du même Code, le b, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " b) en cas de décès :
  1) lorsque le contrat d'assurance-vie sert à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt conclu pour acquérir ou conserver un bien immobilier :
  - à concurrence du capital assuré qui sert a la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt, au profit des personnes qui, suite au décès de l'assuré, acquièrent la pleine propriété ou l'usufruit de ce bien immobilier;
  - à concurrence du capital assuré qui ne sert pas à la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt, au profit du conjoint ou des parents jusqu'au deuxième degré du contribuable;
  2) dans les autres cas, au profit du conjoint ou des parents jusqu'au deuxième degré du contribuable; ".
Art.114. In artikel 145.4, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder b, vervangen bij de wet van 27 december 2005, vervangen als volgt :
  " b) bij overlijden :
  1) wanneer het levensverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een lening om een onroerend goed te verwerven of te behouden :
  - ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van dat onroerend goed verkrijgen;
  - ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;
  2) in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige; ".
Art.115. Dans l'article 145.9, alinéa 1er, 2°, du même Code, le b, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " b) en cas de décès :
  1) lorsque le contrat d'assurance-épargne sert à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt conclu pour acquérir ou conserver un bien immobilier :
  - à concurrence du capital assuré qui sert à la reconstitution ou à la garantie de l'emprunt, au profit des personnes qui, suite au décès de l'assuré, acquièrent la pleine propriété ou l'usufruit de ce bien immobilier;
  - à concurrence du capital assuré qui ne sert pas à la reconstitution ou a la garantie de l'emprunt, au profit du conjoint ou des parents jusqu'au deuxième degré du contribuable;
  2) dans les autres cas, au profit du conjoint ou des parents jusqu'au deuxième degré du contribuable; ".
Art.115. Artikel 145.9, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder b, vervangen bij de wet van 27 december 2005, vervangen als volgt :
  " b) bij overlijden :
  1) wanneer het spaarverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een lening om een onroerend goed te verwerven of te behouden :
  - ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van dat onroerend goed verkrijgen;
  - ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;
  2) in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige; ".
Art.116. L'article 526 du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, et modifié par la loi du 25 avril 2007, est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. Pour l'application du § 2, alinéa 1er, 2°, les cotisations et primes payées dans le cadre des contrats d'assurance-vie conclus avant le 1er janvier 2009 et qui ne satisfont pas à la clause benéficiaire visée à l'article 145.4, tel qu'il est modifié par l'article 173 de la loi du 27 décembre 2005 portant des dispositions diverses et par l'article 114 de la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (1), entrent quand même en considération, par dérogation à cette disposition, pour la réduction d'impôt y visée, pour autant que ces contrats répondent aux conditions de la clause bénéficiaire telle que celle-ci existait dans l'article visé avant qu'il n'ait été modifié par les lois citées ci-avant. "
Art.116. Artikel 526 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. Voor de toepassing van § 2, eerste lid, 2°, worden de bijdragen en premies die zijn betaald in het kader van levensverzekeringscontracten die vóór 1 januari 2009 werden afgesloten en die niet voldoen aan de begunstigingsclausule bedoeld in artikel 145.4, zoals het is gewijzigd bij artikel 173 van de wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen en artikel 114 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (1), in afwijking van die bepaling, toch in aanmerking genomen voor de aldaar bedoelde belastingvermindering voor zover die contracten beantwoorden aan de begunstigingsclausule zoals die in het genoemde artikel bestond alvorens het werd gewijzigd door de hiervoor vermelde wetten. "
Art.117. Dans le même Code, il est inséré un article 526/1 rédigé comme suit :
  " Art. 526/1. Les cotisations et primes payées en exécution de contrats d'assurance-vie conclus avant le 1er janvier 2009 et qui servent à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt conclu en vue d'acquérir ou de conserver un bien immobilier et qui ne satisfont pas à la clause bénéficiaire visée aux articles 145/4 et 145/9 tels qu'ils sont modifiés par les articles 114 et 115 de la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (1) entrent quand même en considération pour la réduction d'impôt y visée pour autant que ces contrats répondent aux conditions de la clause bénéficiaire telle que celle-ci existait dans les articles visés avant qu'ils n'aient été modifiés par les articles 173 et 174 de la loi du 27 décembre 2005 portant des dispositions diverses et les articles 114 et 115 de la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses (1). "
Art.117. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 526/1 ingevoegd, luidende :
Section 2. - Modifications diverses en matière d'impôt des personnes physiques et de précompte professionnel.
Afdeling 2. - Diverse wijzigingen inzake personenbelasting en bedrijfsvoorheffing.
Art.118. Dans l'article 66 du même Code, le paragraphe 1er, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
Art.118. In artikel 66 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1, vervangen bij de wet van 27 december 2005, vervangen als volgt :
  " § 1. Met uitzondering van de kosten van brandstof zijn beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen, slechts tot 75 % aftrekbaar.
  De in het eerste lid bedoelde beroepskosten omvatten ook de op die voertuigen geleden minderwaarden. "
Art.119. A l'article 104, 3°, du même Code, le d, modifié par la loi du 22 décembre 1998, est remplacé par ce qui suit :
  " d) aux institutions culturelles agreées par le Roi et qui sont, soit établies en Belgique et dont la zone d'influence s'étend à l'une des communautés ou au pays tout entier, soit établies dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen et dont la zone d'influence s'étend a une entité fédérée ou régionale de l'Etat considéré ou au pays tout entier; ".
Art.119. In artikel 104, 3°, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder punt d, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, vervangen als volgt :
  " d) aan door de Koning erkende culturele instellingen die ofwel in België zijn gevestigd en waarvan het invloedsgebied één van de gemeenschappen of het gehele land bestrijkt, ofwel in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn en waarvan het invloedsgebied een deelstaat of een gewest van de betrokken Staat of het gehele land bestrijkt; ".
Art.120. A l'article 113, § 1er, du même Code, modifié par les lois du 6 juillet 2004, du 27 décembre 2005 et du 1er mars 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, les mots " dans l'Espace économique européen " sont insérés entre les mots " garde d'enfant " et les mots " en dehors des heures normales ";
  b) au 3°, le a) est complété par ce qui suit :
  " - ou par des institutions publiques étrangères établies dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen; ";
  c) au 3°, b), les mots " visées au a), premier tiret, " sont remplacés par les mots " visées au a, premier ou troisième tiret ";
  d) au 3°, c), les mots " écoles maternelles ou primaires " sont remplacés par les mots " écoles établies dans l'Espace économique européen ";
  e) le 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° le contribuable tient à la disposition de l'administration les documents probants permettant d'établir :
  a) la réalité et le montant des dépenses;
  b) l'identité ou la dénomination complète des personnes, des écoles, des institutions et des pouvoirs publics visés au 3°;
  c) le respect des conditions visées au présent article. "
Art.120. In artikel 113, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 2004, 27 december 2005 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden " in de Europese Economische Ruimte " ingevoegd tussen de woorden " kinderoppas " en de woorden " buiten de normale lesuren ";
  b) in de bepaling onder 3°, wordt de bepaling onder punt a) aangevuld als volgt :
  " - of door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; ";
  c) in de bepaling onder 3°, worden onder punt b) de woorden " de in a), eerste streepje, vermelde instellingen " vervangen door de woorden " de in a, eerste of derde streepje, vermelde instellingen ";
  d) in de bepaling onder 3°, worden onder punt c) de woorden " kleuter- of lagere scholen " vervangen door de woorden " scholen gevestigd in de Europese Economische Ruimte ";
  e) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  " 4° de belastingplichtige houdt de bewijsstukken ter beschikking van de administratie die de vaststelling mogelijk maken van :
  a) de echtheid en het bedrag van de uitgaven;
  b) de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen als bedoeld in 3°;
  c) de naleving van de in dit artikel beoogde voorwaarden. "
Art.121. Dans l'article 138, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, les mots " ou qu'il soit ne et ait disparu ou ait été enlevé durant la période imposable " sont inserés entre les mots " à condition qu'il ait déjà été à charge du contribuable pour l'exercice d'imposition antérieur " et les mots " et à condition que le contribuable démontre ".
Art.121. In artikel 138, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden " of het tijdens het belastbare tijdperk geboren is en werd vermist of is ontvoerd " ingevoegd tussen de woorden " op voorwaarde dat het reeds voor het vorige aanslagjaar te zijnen laste was " en de woorden " en op voorwaarde dat de belastingplichtige aantoont ".
Art.122. Dans l'article 146, 3°, du même Code, modifié par les lois des 30 mars 1994, 21 décembre 1994, 7 avril 1999 et 28 avril 2003, les mots " mais à l'exclusion des allocations visées à l'article 31bis, alinéa 3, 1°, " sont insérés entre les mots " chômage involontaire complet ou partiel " et " ainsi que le revenu ".
Art.122. In artikel 146, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 21 december 1994, 7 april 1999 en 28 april 2003, worden de woorden " doch met uitsluiting van de in artikel 31bis, derde lid, 1°, bedoelde uitkeringen, " ingevoegd tussen de woorden " of gedeeltelijke onvrijwillige werkloosheid " en de woorden " alsmede het inkomen ".
Art.123. A l'article 154 du même Code, remplacé par la loi du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les paragraphes 2 et 3 les mots " les articles 147 à 152 " sont chaque fois remplacés par les mots " les articles 147 à 153 ";
  2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 5 est abrogé.
Art.123. In artikel 154 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de paragrafen 2 en 3 worden de woorden " de artikelen 147 tot 152 " vervangen door de woorden " de artikelen 147 tot 153 ";
  2° in paragraaf 3 wordt het vijfde lid opgeheven.
Art.124. A l'article 169, § 1er, du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 28 décembre 1992 et 17 mai 2000, l'arrêté royal du 13 juillet 2001 et les lois des 24 décembre 2002, 28 avril 2003, 27 décembre 2004, 23 décembre 2005 et 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " dans la mesure où ils sont liquidés au plus tot à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge " sont remplacés par les mots " dans la mesure où ils sont liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge ";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, lorsque les capitaux visés à cet alinéa sont liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge legal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge, la première tranche sur laquelle le régime de conversion est applicable n'est pris en considération qu'à concurrence de 80 %. "
Art.124. In artikel 169, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 28 december 1992 en 17 mei 2000, het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en de wetten van 24 december 2002, 28 april 2003, 27 december 2004, 23 december 2005 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden " in zover ze ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven " vervangen door de woorden " in zover ze bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of in zover ze worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven ";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  " In afwijking van het tweede lid, wordt de eerste schijf waarop het omzettingsstelsel van toepassing is, slechts ten belope van 80 % in aanmerking genomen wanneer de in dat lid bedoelde kapitalen bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of wanneer ze worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven. "
Art.125. A l'article 171 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 4 mai 2007, les modifications suivantes sont apportees :
  a) au 2°, b), le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - il s'agit de capitaux constitués au moyen de cotisations de l'employeur ou de l'entreprise et liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de decès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge; ";
  b) au 4°, f), le troisième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - des capitaux constitués au moyen de cotisations de l'employeur ou de l'entreprise et liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge legal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge; ";
  c) dans le texte néerlandais du 4°, j), les mots " van het belastbaar tijdperk " sont remplacés par les mots " van het aanslagjaar ";
  d) le 6° est complété par ce qui suit :
  " - les rémunérations visées à l'article 31, alinéa 2, 1°, du mois de décembre qui sont, pour la première fois, payées ou attribuées par une autorité publique au cours de ce mois de décembre au lieu du mois de janvier de l'année suivante suite à une décision de cette autorité publique de payer ou d'attribuer les rémunérations du mois de décembre dorénavant au cours de ce mois de décembre au lieu d'au cours du mois de janvier de l'année suivante. "
Art.125. In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepalingen onder 2°, onder punt b) wordt de bepaling onder het tweede streepje vervangen als volgt :
  " - het kapitalen betreffen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven; ";
  b) in de bepalingen onder 4°, onder punt f), wordt de bepaling onder het derde streepje vervangen als volgt :
  " - kapitalen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en die bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven; ";
  c) in de bepaling onder 4°, onder punt j), worden de woorden " van het belastbaar tijdperk " vervangen door de woorden " van het aanslagjaar ";
  d) de bepaling onder 6° wordt aangevuld als volgt :
  " - de in artikel 31, tweede lid, 1°, bedoelde bezoldigingen van de maand december die, ingevolge een beslissing van een openbare overheid om de bezoldigingen van de maand december voortaan in de maand december te betalen of toe te kennen in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar, door die openbare overheid zijn betaald of toegekend voor het eerst tijdens die maand december in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar. "
Art.126. Dans l'article 275.1, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005, les mots " une partie de ce précompte professionnel, " sont remplacés par les mots " une partie du précompte professionnel qui est du sur les rémunérations imposables dans lesquelles sont comprises les rémunérations obtenues suite aux heures supplémentaires prestées par le travailleur, ".
Art.126. In artikel 275.1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005, worden de woorden " een deel van die bedrijfsvoorheffing " vervangen door de woorden " een deel van de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare bezoldigingen waarin de bezoldigingen zijn begrepen die betrekking hebben op door de werknemer gepresteerd overwerk, ".
Art.127. L'article 275.8 du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2007, est rapporté.
Art.127. Artikel 275.8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007, wordt ingetrokken.
Art.128. A l'article 515bis du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par les lois des 17 mai 2000, 23 décembre 2005 et 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 6, les mots " visée au titre XIII du Code des taxes assimilees au timbre " sont remplacés par les mots " visée au Livre II, titre VIII du Code des droits et taxes divers ";
  2° l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsque les capitaux constitués totalement ou partiellement au moyen de cotisations personnelles d'assurance complémentaire contre la vieillesse et le décès prématuré visées à l'article 52, 9°, avant qu'il ne soit abrogé par l'article 78 de la loi du 28 décembre 1992, sont liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge, il faut utiliser, par dérogation a l'alinéa 4, la même methode de calcul que celle visée à l'article 169, § 1er, alinéa 4, pour la conversion de la première tranche de 50.000 euros. Le montant de 50.000 euros est adapté annuellement et simultanément à l'indice des prix à la consommation du Royaume conformément à l'article 178. "
Art.128. In artikel 515bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2000, 23 december 2005 en 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het zesde lid worden de woorden " zoals bepaald in titel XIII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen " vervangen door de woorden " zoals bepaald in Boek II, titel VIII van het Wetboek diverse rechten en taksen ";
  2° het zevende lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer de kapitalen die geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood als vermeld in artikel 52, 9°, voordat het door artikel 78 van de wet van 28 december 1992 werd opgeheven, bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of wanneer ze worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven, moet, in afwijking van het vierde lid, voor de omzetting van de eerste schijf van 50.000 euro van die kapitalen dezelfde berekeningswijze worden gebruikt als bedoeld in artikel 169, § 1, vierde lid. Het bedrag van 50.000 euro wordt jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig artikel 178. "
Art.129. A l'article 515quater, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 28 avril 2003 et modifié par les lois des 23 décembre 2005, 27 décembre 2005 et 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) au taux de 10 % : les capitaux et valeurs de rachat visés au c, et liquidés dans les circonstances visées au c, dans la mesure où ils sont constitués au moyen de cotisations personnelles visées à l'article 145.1, 1°, ou dans la mesure où il s'agit de capitaux constitués au moyen de cotisations de l'employeur ou de l'entreprise et liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge; ";
  2° la phrase liminaire du point c est remplacée par ce qui suit :
  " c) au taux de 16,5 % : les capitaux et valeurs de rachat visés à l'article 34, § 1er, 2°, alinéa 1er, a à c, non imposables conformément à l'article 169, § 1er, dans la mesure où ces capitaux ou valeurs de rachat ne sont pas constitués au moyen de cotisations personnelles visées à l'article 145.1, 1°, ou dans la mesure où il ne s'agit pas de capitaux constitués au moyen de cotisations de l'employeur ou de l'entreprise et liquidés, en cas de vie, au plus tôt à l'âge légal de la retraite du bénéficiaire qui est resté effectivement actif au moins jusqu'à cet âge ou, en cas de décès après l'âge légal de la retraite, lorsque le défunt est resté effectivement actif jusqu'à cet âge et lorsque ces capitaux ou ces valeurs de rachat sont attribués au bénéficiaire jusqu'au plus tard le 31 décembre 2009 : ".
Art.129. In artikel 515quater, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005, 27 december 2005 en 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section 3. - Dispositions diverses.
Afdeling 3. - Diverse bepalingen.
Art.130. L'article 189 de la loi du 27 décembre 2005 portant des dispositions diverses est abrogé.
Art.130. Artikel 189 van de wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.
Art.131. L'article 66 de la loi-programme (I) du 8 juin 2008 est rapporté.
Art.131. Artikel 66 van de programmawet (I) van 8 juni 2008 wordt ingetrokken.
Section 4. - Avantages non recurrents liés aux résultats.
Afdeling 4. - Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen.
Art.132. L'article 38, § 1er, alinéa 1er, 24°, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
Art.132. Artikel 38, § 1, eerste lid, 24°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
  " 24° ten belope van een maximumbedrag van 2200 euro per kalenderjaar, de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen betaald of toegekend met toepassing van hoofdstuk II van de wet van 21 december 2007 betreffende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008, en van Titel XIII, Enig Hoofdstuk " Invoering van een stelsel van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen voor de autonome overheidsbedrijven " van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I) en die daadwerkelijk onderworpen zijn aan de bijzondere bijdrage bepaald in artikel 38, § 3novies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. "
Art.133. L'article 178 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 8 juin 2008, est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. Par dérogation au § 2, alinéa 1er, le montant repris à l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 24°, est rattaché à l'indice santé du mois de septembre 2007 (105,71). Ce montant est adapté le 1er janvier de chaque année conformément à la formule suivante : le montant de base est multiplié par l'indice santé du mois de septembre de l'année précédant celle durant laquelle le nouveau montant sera applicable et divisé par l'indice santé du mois de septembre 2007. Le montant ainsi obtenu est arrondi à l'euro supérieur. "
Art.133. Artikel 178 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008 wordt aangevuld met een paragraaf 6, die luidt als volgt :
Section 5. - Entrée en vigueur.
Afdeling 5. - Inwerkingtreding.
Art.134. L'article 123 est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2007.
Art.134. Artikel 123 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
CHAPITRE 2. - Modifications diverses en matière de societés et de personnes morales.
HOOFDSTUK 2. - Diverse wijzigingen inzake vennootschappen en rechtspersonen.
Section 1re. - Avantages de toute nature et lutte contre la corruption.
Afdeling 1. - Voordelen van alle aard en bestrijding van omkoping.
Sous-section 1re. - Loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
Onderafdeling 1. - Programmawet (I) van 27 december 2006.
Art.135. Les articles 22 et 26 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, sont rapportés.
Art.135. De artikelen 22 en 26 van de programmawet (I) van 27 december 2006, worden ingetrokken.
Sous-section 2. - Loi du 11 mai 2007 adaptant la législation en matière de la lutte contre la corruption.
Onderafdeling 2. - Wet van 11 mei 2007 tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping.
Art.136. Les articles 14, 16 et 18 de la loi du 11 mai 2007 adaptant la législation en matière de la lutte contre la corruption, sont rapportés.
Art.136. De artikelen 14, 16 en 18 van de wet van 11 mei 2007 tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping, worden ingetrokken.
Sous-section 3. - Code des impôts sur les revenus 1992.
Onderafdeling 3. - Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Art.137. A l'article 225, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par l'arrête royal du 20 décembre 1996 et modifié par les lois du 10 mars 1999, du 4 mai 1999, du 28 avril 2003, du 15 décembre 2004 et du 1er septembre 2006, les 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
Art.137. In artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wetten van 10 maart 1999, 4 mei 1999, 28 april 2003, 15 december 2004 en 1 september 2006, worden de bepalingen onder het 4° en het 5° vervangen als volgt :
  " 4° tegen het tarief van 300 % op in artikel 223, eerste lid, 1°, vermelde niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard en op in artikel 223, eerste lid, 3°, vermelde financiële voordelen of voordelen van alle aard;
  5° tegen het tarief vermeld in artikel 215, eerste lid, op in artikel 223, eerste lid, 2°, vermelde bijdragen, premies, pensioenen, renten en toelagen en op in artikel 223, eerste lid, 3°, vermelde financiële voordelen of voordelen van alle aard; ".
Art.138. Dans l'article 234 du même Code, modifié par les lois du 10 mars 1999, du 28 avril 2005, du 15 avril 2004, du 27 décembre 2005, du 27 décembre 2006 et du 11 mai 2007, l'alinéa 1er, 5°, abrogé par la loi du 15 décembre 2004, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 5° sur les avantages financiers ou de toute nature visés à l'article 53, 24°. "
Art.138. In artikel 234 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 1999, 28 april 2005, 15 april 2004, 27 december 2005, 27 december 2006 en 11 mei 2007, wordt het eerste lid, 5°, opgeheven bij de wet van 15 december 2004, hersteld als volgt :
  " 5° op de in artikel 53, 24°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard. "
Art.139. A l'article 247 du même Code, modifié par les lois du 30 mars 1994, du 10 mars 1999, du 15 décembre 2004, du 27 décembre 2006 et du 11 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, les mots " article 234, 1° et 2° " sont remplacés par les mots " article 234, alinéa 1er, 1° et 2° ";
  b) au 2°, les mots " article 234, 3° " sont remplacés par les mots " article 234, alinéa 1er, 3° ";
  c) le 2° est complété par les mots " et les avantages financiers ou de toute nature visés à l'article 234, alinéa 1er, 5° ";
  d) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° au taux de 300 % en ce qui concerne les dépenses et les avantages de toute nature, non justifiés, visés a l'article 234, alinéa 1er, 4° et les avantages financiers ou de toute nature, visés à l'article 234, alinéa 1er, 5°. "
Art.139. In artikel 247 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 10 maart 1999, 15 december 2004, 27 december 2006 en 11 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden " artikel 234, 1° en 2° " vervangen door de woorden " artikel 234, eerste lid, 1° en 2° ";
  b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden " artikel 234, 3° " vervangen door de woorden " artikel 234, eerste lid, 3° ";
  c) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden " en de in artikel 234, eerste lid, 5°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard ";
  d) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  " 3° tegen het tarief van 300 % wat de in artikel 234, eerste lid, 4°, vermelde niet-verantwoorde kosten en voordelen van alle aard en de in artikel 234, eerste lid, 5°, vermelde financiële voordelen of voordelen van alle aard betreft. "
Art.140. A l'article 518, alinéa 1er, du même Code, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et par la loi du 27 décembre 2004, les mots " 234, 1° " sont remplacés par les mots " 234, alinéa 1er, 1° ".
Art.140. In artikel 518, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden " 234, 1° " vervangen door de woorden " 234, eerste lid, 1° ".
Art.141. Le titre X du même Code est complété par un article 532, rédigé comme suit :
  " Art. 532. Les dispositions des articles 58 et 463bis, § 2, 1°, telles qu'elles existaient avant d'être abrogées par la loi du 11 mai 2007 adaptant la législation en matière de la lutte contre la corruption, restent applicables aux commissions secrètes qui sont reconnues de pratique courante, si elles ont été payées ou attribuées avant le 8 juin 2007. "
Art.141. Titel X van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel 532, luidende :
Sous-section 4. - Entrée en vigueur.
Onderafdeling 4. - Inwerkingtreding.
Art.142. Les articles 137 à 141 entrent en vigueur le 8 juin 2007, à l'exception :
Art.142. De artikelen 137 tot 141 treden in werking op 8 juni 2007, met uitzondering van :
Section 2. - Voitures.
Afdeling 2. - Voertuigen.
Art.143. L'article 198bis, alinéa 1er, 1°, a, 5e tiret, et b, 5e tiret, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 avril 2007, est complété chaque fois par les mots " ou si aucune donnée relative à l'émission de CO/2 n'est disponible au sein de la direction de l'immatriculation des véhicules ".
Art.143. Artikel 198bis, eerste lid, 1°, a, vijfde streepje, en b, vijfde streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007, wordt telkens aangevuld met de woorden " of indien geen gegevens met betrekking tot de CO/2-uitstootgehaltes beschikbaar zijn bij de dienst voor inschrijving van de voertuigen ".
Art.144. A l'article 205, § 2, alinéa 1er, 6°, du même Code, inséré par l'arrêté royal du 20 décembre 1996, les mots " de 25 p.c. " sont remplacés par les mots " de la partie non déductible ".
Art.144. In artikel 205, § 2, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden " 25 pct. " vervangen door de woorden " het niet aftrekbaar gedeelte ".
Art.145. A l'article 235, 2°, du même Code, modifié par la loi du 21 juin 2004, les mots " 185ter, " sont insérés après les mots " 185, § 2, ".
Art.145. In artikel 235, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 juni 2004, worden de woorden " 185ter, " ingevoegd na de woorden " 185, § 2, ".
Art.146. Les articles 143 à 145 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2009.
  Toute modification apportee à partir du 7 novembre 2008 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence.
Art.146. De artikelen 143 tot 145 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
Section 3. - Suppression des titres au porteur.
Afdeling 3. - Afschaffing van de effecten aan toonder.
Art.147. A l'article 171, alinéa 1er, 2°bis, b, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 30 mars 1994 et modifié par les lois du 20 décembre 1995 et du 9 juillet 2004, les mots " alinéa 11 " sont remplacés par les mots " alinéa 12 ".
Art.147. In artikel 171, eerste lid, 2°bis, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 30 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 9 juli 2004, worden de woorden " elfde lid " vervangen door de woorden " twaalfde lid ".
Art.148. A l'article 269 du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 7 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportees :
  1° à l'alinéa 4, les mots " alinéa 3, c " sont remplacés par les mots " alinéa 3, b ";
  2° à l'alinéa 8, les mots " alinéa 6 " sont remplacés par les mots " alinéa précédent ";
  3° à l'alinéa 10, les mots " alinéa 8 " sont remplacés par les mots " alinéa précédent ".
Art.148. In artikel 269 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid worden de woorden " derde lid, c " vervangen door de woorden " derde lid, b ";
  2° in het achtste lid worden de woorden " zesde lid " vervangen door de woorden " voorafgaande lid ";
  3° in het tiende lid worden de woorden " achtste lid " vervangen door de woorden " voorafgaande lid ".
Art.149. A l'article 412, alinéa 7, du même Code, inséré par la loi du 9 juillet 2004, les mots " alinéa 11 " sont remplacés chaque fois par les mots " alinéa 12 ".
Art.149. In artikel 412, zevende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004, worden de woorden " elfde lid " telkens vervangen door de woorden " twaalfde lid ".
Art.150. Les articles 147 à 149 produisent leurs effets le 1er janvier 2008.
Art.150. De artikelen 147 tot 149 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Section 4. - Crédit d'impôt pour recherche et développement.
Afdeling 4. - Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling.
Art.151. A l'article 240, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 23 décembre 2005, les mots " et de crédit d'impôt pour recherche et développement " sont insérés entre les mots " déduction pour investissement " et les mots " sont les dispositions ".
Art.151. In artikel 240, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " en belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling " ingevoegd tussen het woord " investeringsaftrek " en de woorden " de bepalingen ".
Art.152. A l'article 289quater, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, les mots " ou sur l'impôt des non-résidents pour les contribuables visés à l'article 227, 2°, " sont inséres entre les mots " sur l'impôt des sociétés " et les mots " un crédit d'impot ".
Art.152. In artikel 289quater, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen " ingevoegd tussen de woorden " met de vennootschapsbelasting " en de woorden ", dat gelijk is ".
Art.153. A l'article 292bis, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, l'alinéa 1er est complété par les mots " ou sur l'impôt des non-résidents pour les contribuables visés à l'article 227, 2°, ".
Art.153. In artikel 292bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen " ingevoegd tussen de woorden " met de vennootschapsbelasting " en het woord " verrekend ".
Art.154. A l'article 530, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, les mots " ou les contribuables visés à l'article 227, 2°, assujettis à l'impôt des non-résidents, " sont insérés entre les mots " les contribuables assujettis à l'impôt des sociétés " et les mots " et qui exercent ".
Art.154. In artikel 530, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " of de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen die aan de belasting van niet-inwoners worden onderworpen " ingevoegd tussen de woorden " de belastingplichtigen die aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen " en de woorden " betreft die ".
Art.155. Les articles 151 à 154 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2009.
  Toute modification apportée à partir du 7 novembre 2008 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence.
Art.155. De artikelen 151 tot 154 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
Section 5. - Etablissement des impôts.
Afdeling 5. - Vestiging van de belastingen.
Art.156. A l'article 305 du même Code, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
Art.156. In artikel 305 van hetzelfde Wetboek, wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschapen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing als bedoeld in de artikelen 671 tot en met 677 van het Wetboek van vennootschappen, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars. "
Art.157. A l'article 310 du même Code, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les sociétés dissoutes sans liquidation suite à une fusion, une opération assimilée à une fusion ou à une scission visées aux articles 671 à 677 du Code des sociétés, ou d'une opération de droit des sociétés similaire en droit étranger, ce délai ne peut être inférieur à un mois a compter de la date de l'approbation de cette opération par les assemblées générales de toutes les sociétés ayant décidé la fusion, l'opération assimilée à une fusion ou la scission visées aux articles 671 à 677 du Code des sociétés, ou l'opération de droit des sociétés similaire en droit étranger ou la scission, ni être supérieur à six mois à compter de la date de cette opération.
  Pour les autres sociétés dissoutes, ce délai ne peut être inférieur à un mois à compter de la date d'approbation des résultats de liquidation, ni être supérieur à six mois à compter du dernier jour de la période à laquelle ces résultats se rapportent. "
Art.157. In artikel 310 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Bij de zonder vereffening ontbonden [vennootschappen] ten gevolge van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing zoals bedoeld in de artikelen 671 tot en met 677 van het Wetboek van vennootschappen, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht mag die termijn niet korter zijn dan één maand vanaf de datum van de goedkeuring van deze verrichting door de algemene vergaderingen van alle vennootschappen die [beslist hebben] tot de fusie, de aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing zoals bedoeld in de artikelen 671 tot en met 677 van het Wetboek van vennootschappen, of een gelijkaardige vennootschapsrechtelijke verrichting onder buitenlands recht [...], noch langer zijn dan zes maanden vanaf de datum van deze verrichting.
  Bij de andere ontbonden vennootschappen mag die termijn niet korter zijn dan één maand vanaf de datum van de goedkeuring van de resultaten van de vereffening, noch langer zijn dan zes maanden vanaf de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben. "
Art.158. Les articles 156 et 157 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art.158. De artikelen 156 en 157 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
CHAPITRE 3. - Impôt des non-résidents relatif aux personnes physiques et dispositions diverses.
HOOFDSTUK 3. - Belasting van niet-inwoners betreffende natuurlijke personen en diverse bepalingen.
Art.159. L'article 102bis du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
Art.159. Artikel 102bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 102bis. De in artikel 90, 12°, vermelde inkomsten worden in aanmerking genomen naar het aan de verkrijger werkelijk betaalde of toegekende bedrag, in voorkomend geval verhoogd met de bedrijfsvoorheffing en verminderd met 10 % forfaitaire kosten. "
Art.160. L'article 133 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001 et modifié par les lois des 21 juin 2002 et 27 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1er, 1°, n'est pas applicable dans les cas visés à l'article 126, § 2, alinéa 1er, 4°. "
Art.160. Artikel 133 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2002 en 27 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, eerste lid, 4°. "
Art.161. Dans l'article 228, § 2, 7°, du même Code, les mots " qui y séjourne plus de 183 jours au cours d'une période imposable; " sont remplacés par les mots " qui y séjourne plus de 183 jours durant toute période de douze mois en raison de cette activité; ".
Art.161. In artikel 228, § 2, 7°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " die er in een belastbaar tijdperk gedurende meer dan 183 dagen verblijft; " vervangen door de woorden " die er voor die werkzaamheid tijdens enig tijdperk van 12 maanden gedurende meer dan 183 dagen verblijft; ".
Art.162. A l'article 232 du même Code, modifié par la loi du 28 juillet 1992, les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001, les lois des 25 avril 2007 et 4 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, 2°, les mots " revenus professionnels recueillis en Belgique, " sont remplacés par les mots " revenus professionnels produits ou recueillis en Belgique, ";
  2° dans l'alinéa 1er, 2°, b, les mots " recueillent en Belgique " sont remplacés par les mots " produisent ou recueillent en Belgique ";
  3° l'alinéa 1er, 2°, c, est remplacé par ce qui suit :
  " c) exercent personnellement en Belgique une activité de sportif, durant plus de 30 jours, calculée par période de 12 mois successifs et par débiteur de revenus visés à l'article 228, § 2, 8°. ";
  4° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " En cas d'imposition commune, l'alinéa 2 n'est applicable que si :
  - aucun des deux conjoints n'a produit ou recueilli des revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, ou fait le choix prévu à l'article 248, § 2, et
  - le montant total des revenus des biens immobiliers de chaque conjoint est inférieur à 2.500 euros. "
Art.162. In artikel 232 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, de wetten van 25 april 2007 en 4 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid, 2°, worden de woorden " in België verkregen beroepsinkomsten " vervangen door de woorden " in België behaalde of verkregen beroepsinkomsten, ";
  2° in het eerste lid, 2°, b, worden de woorden " in België inkomsten verkrijgen " vervangen door de woorden " in België inkomsten behalen of verkrijgen ";
  3° in het eerste lid, 2°, wordt de bepaling onder c vervangen als volgt :
  " c) in België persoonlijk een activiteit als sportbeoefenaar uitoefenen gedurende meer dan 30 dagen, te berekenen per tijdperk van 12 opeenvolgende maanden en per schuldenaar van de in artikel 228, § 2, 8°, bedoelde inkomsten. ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een lid dat luidt als volgt :
  " In geval van een gemeenschappelijke aanslag is het tweede lid slechts van toepassing op voorwaarde dat :
  - geen van beide echtgenoten inkomsten heeft behaald of verworven als bedoeld in het eerste lid, 2°, of de in artikel 248, § 2, vermelde keuze heeft gemaakt, en
  - het totale bedrag van de inkomsten van onroerende goederen van elke echtgenoot lager is dan 2.500 euro. "
Art.163. A l'article 232 du même Code, modifié par la loi du 28 juillet 1992, les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001, les lois des 25 avril 2007 et 4 mai 2007 et l'article 162 de la présente loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, 2°, les mots ", des plus-values visées a l'article 228, § 2, 9°, h, et des revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, k, " sont remplacés par les mots " et des plus-values visées a l'article 228, § 2, 9°, h, ";
  2° à l'alinéa 1er, 2°, b, les mots " et 9°, h et k ; " sont remplacés par les mots " et 9°, h ; ".
Art.163. In artikel 232 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, de wetten van 25 april 2007, 4 mei 2007 en artikel 162 van deze wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid, 2°, worden de woorden ", van de in artikel 228, § 2, 9°, h, vermelde meerwaarden en van de in artikel 228, § 2, 9°, k, vermelde diverse inkomsten, " vervangen door de woorden " en van de in artikel 228, § 2, 9°, h, vermelde meerwaarden, ";
  2° in het eerste lid, 2°, b, worden de woorden " en 9°, h en k ; " vervangen door de woorden " en 9°, h ; ".
Art.164. Dans l'article 242, § 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 30 janvier 1996, les mots "visés à l'article 228, § 2, 3°, a, b et e, et 4° à 7°, " sont abrogés.
Art.164. In artikel 242, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 januari 1996, worden de woorden " als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, a, b en e, en 4° tot 7°, " opgeheven.
Art.165. Dans l'article 243, alinéa 4, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi-programme du 8 juin 2008, les mots " 145/21 à 145/31, " sont remplaces par les mots " 145/21 à 145/32, ".
Art.165. In artikel 243, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de programmawet van 8 juni 2008, worden de woorden " 145/21 tot 145/31, " vervangen door de woorden " 145/21 tot 145/32, ".
Art.166. Dans l'article 244, alinéa 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 30 janvier 1996, les mots " visés à l'article 228, § 2, 3°, a, b et e, et 4° à 7°, " sont abrogés.
Art.166. In artikel 244, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 januari 1996, worden de woorden " als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, a, b en e, en 4° tot 7°, " opgeheven.
Art.167. A l'article 244bis, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, les modifications suivantes sont apportees :
  1° les mots " aux articles 132 et 133 " sont remplacés par les mots " à l'article 132 ";
  2° l'alinéa est complété par la phrase suivante :
  " Le supplément visé à l'article 133, alinéa 1er, 1°, n'est pas accordé. "
Art.167. In artikel 244bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " in de artikelen 132 en 133, " worden vervangen door de woorden " in artikel 132, ";
  2° het lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De toeslag vermeld in artikel 133, eerste lid, 1°, wordt niet verleend. "
Art.168. A l'article 248 du même Code, remplacé par la loi du 28 juillet 1992 et modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et la loi du 4 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  a) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " En ce qui concerne les contribuables visés à l'article 227, 1°, l'alinéa 1er est également applicable :
  1° par dérogation a l'article 232, aux bénéfices ou profits produits ou recueillis par des associés ou membres dans une société civile ou une association sans personnalité juridique visés à l'article 229, § 3;
  2° aux revenus des biens immobiliers auxquels s'applique l'article 232, alinéa 2. ";
  b) le texte actuel, qui formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Toutefois, les contribuables visés à l'article 227, 1°, qui recueillent des revenus visés à l'article 228, § 2, 8°, à l'exclusion des revenus mentionnés à l'article 232, alinéa 1er, 2°, c, peuvent choisir de ne pas appliquer le § 1er, alinéa 1er, à ces revenus. Ce choix est définitif, irrévocable et lie le contribuable. Dans ce cas, les revenus précités sont ajoutés aux revenus visés à l'article 232, alinéa 1er, 2°, pour déterminer le montant net et calculer l'impôt. "
Art.168. In artikel 248 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en de wet van 4 mei 2007, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Met betrekking tot de belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, is het eerste lid eveneens van toepassing :
  1° in afwijking van artikel 232, op de winst of de baten behaald of verkregen door vennoten of leden van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 229, § 3;
  2° op de inkomsten van onroerende goederen waarop artikel 232, tweede lid, van toepassing is. ";
  b) de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Evenwel kunnen de in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtigen die inkomsten verkrijgen als bedoeld in artikel 228, § 2, 8°, met uitsluiting van de in artikel 232, eerste lid, 2°, c, vermelde inkomsten, ervoor opteren om § 1, eerste lid, niet toe te passen voor die inkomsten. Deze keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige. In dat geval worden de voormelde inkomsten toegevoegd aan de artikel 232, eerste lid, 2°, vermelde inkomsten om het netto- bedrag te bepalen en de belasting te berekenen. "
Art.169. Dans la phrase liminaire de l'article 248, § 2, du même Code, inséré par l'article 168 de la présente loi, les mots " et 9°, k, " sont insérés entre les mots " visés à l'article 228, § 2, 8°, " et les mots " a l'exclusion des revenus ".
Art.169. In artikel 248, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 168 van deze wet, worden de woorden " en 9°, k, " ingevoegd tussen de woorden " als bedoeld in artikel 228, § 2, 8°, " en " met uitsluiting van ".
Art.170. Dans l'article 271 du même Code, modifié par la loi du 6 juillet 1994, l'arrête royal du 20 décembre 1996 et la loi du 24 décembre 2002, les mots " visés à l'article 90, 1° à 4°. " sont remplaces par les mots " visés à l'article 90, 1° à 4° et 12°. ".
Art.170. In artikel 271 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, het koninklijk besluit van 20 december 1996 en de wet van 24 december 2002, worden de woorden " in artikel 90, 1° tot 4° " vervangen door de woorden " in artikel 90, 1° tot 4° en 12°, ".
Art.171. L'article 275.6 du même Code, inséré par la loi du 4 mai 2007, est completé par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le présent article s'applique également aux redevables du précompte professionnel visés à l'article 270, 3°, qui paient ou attribuent directement à des sportifs des rémunérations visées à l'article 232, alinéa 1er, 2°, c. "
Art.171. Artikel 275.6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Dit artikel is eveneens van toepassing op de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing bedoeld in artikel 270, 3°, die bezoldigingen als bedoeld in artikel 232, eerste lid, 2°, c, rechtstreeks betalen of toekennen aan sportbeoefenaars. "
Art.172. Dans l'article 305, alinéa 1er, du même Code, les mots " et 248, § 2 " sont insérés entre les mots " conformément aux articles 232 à 234 " et les mots ", sont tenus de remettre, ".
Art.172. In artikel 305, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " en 248, § 2 " ingevoegd tussen de woorden " ingevolge de artikelen 232 tot 234 " en de woorden ", aan de belasting van niet-inwoners ".
Art.173. Dans l'article 308, § 1er, du même Code, les mots " et 248, § 2 " sont insérés entre les mots " conformément aux articles 243 à 245 " et les mots ", doivent faire parvenir ".
Art.173. In artikel 308, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " en 248, § 2, " ingevoegd tussen de woorden " overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 " en de woorden " aanwezig zijn ".
Art.174. Dans l'article 309, alinéa 1er, du même Code, les mots " et 248, § 2 " sont insérés entre les mots " conformément aux articles 243 à 245 " et les mots ", sont également tenus ".
Art.174. In artikel 309, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " en 248, § 2 " ingevoegd tussen de woorden " overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 " en de woorden ", vóór 31 december ".
Art.175. Les articles 162, 1° et 2°, et 164 sont applicables aux revenus produits ou recueillis à partir du 1er janvier 2008.
  Les articles 162, 3°, et 171 sont applicables aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2008.
  Les articles 160, 162, 4°, 165 a 168 et 172 à 174 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2009.
  Les articles 159, 163, 169 et 170 sont applicables aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2009.
  L'article 161 est applicable aux revenus produits ou recueillis à partir du 1er janvier 2009.
Art.175. De artikelen 162, 1° en 2°, en 164 zijn van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2008 worden behaald of verkregen.
CHAPITRE 4.
HOOFDSTUK 4.
Art.176.
Art.176.   
Art.177.   
Art.177.   
Art.178.   
Art.178.   
Art.179.   
Art.179.   
Art.180.   
Art.180.   
Art.181.   
Art.181.   
Art.182.
Art.182.
CHAPITRE 5. - Enregistrement comme entrepreneur.
HOOFDSTUK 5. - Registratie als aannemer.
Section 1re. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992.
Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Art.183. L'article 403, § 5, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 27 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
Art.183. Artikel 403, § 5, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer de opdrachtgever of de aannemer met behulp van die gegevensbank vaststelt dat hij de in de §§ 1 en 2 vermelde inhoudingen moet doen, en wanneer het bedrag van de factuur die hem is voorgelegd hoger is dan of gelijk aan 7.143 euro, nodigt hij zijn medecontractant uit om hem een attest over te leggen dat het bedrag van de schuld weergeeft. Het bedoelde attest houdt rekening met de schuld op de dag waarop het is opgesteld. De Koning bepaalt de geldigheidstermijn van dit attest. Indien zijn medecontractant bevestigt dat de schulden hoger zijn dan de te verrichten inhoudingen of wanneer hij het bedoelde attest niet binnen de maand na de aanvraag overlegt, is de opdrachtgever of de aannemer ertoe gehouden 15 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten. "
Art.184. L'article 183 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.184. Artikel 183 treedt in werking op 1 januari 2009.
Section 2. - Modification de la loi-programme du 27 avril 2007.
Afdeling 2. - Wijziging van de programmawet van 27 april 2007.
Art.185. L'article 140, 3°, de la loi-programme du 27 avril 2007, est rapporté.
Art.185. Artikel 140, 3°, van de programmawet van 27 april 2007 wordt ingetrokken.
Art.186. L'article 185 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.186. Artikel 185 treedt in werking op 1 januari 2009.
TITRE 16. - Emploi.
TITEL 16. - Werk.
CHAPITRE 1er. - Fonds pour l'emploi et promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
HOOFDSTUK 1. - Tewerkstellingsfonds en tewerkstelling in de non-profitsector.
Section 1re. - Abrogation de l'arrêté royal n° 181 créant un Fonds en vue de l'utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi.
Afdeling 1. - Opheffing van het koninklijk besluit nr. 181 tot oprichting van een Fonds ter aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling.
Art.187. L'arrêté royal n° 181 créant un Fonds en vue de l'utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi, modifié par les arrêtés royaux des 23 décembre 1983 et 6 janvier 1984 et par les lois des 22 janvier 1985 et 8 avril 2003, est abrogé.
Art.187. Het koninklijk besluit nr. 181 tot oprichting van een Fonds ter aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 december 1983 en 6 januari 1984 en bij de wetten van 22 januari 1985 en 8 april 2003, wordt opgeheven.
Section 2. - Création d'une base légale de l'arrêté royal du 22 septembre 1989 portant promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
Afdeling 2. - Instellen van een wettelijke basis voor het koninklijk besluit van 22 september 1989 tot bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector.
Art.188. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, octroyer, selon les conditions et les modalités qu'Il fixe, une subvention à certains services et institutions subventionnés. Cette subvention doit être affectée exclusivement à la création d'emplois supplémentaires.
Art.188. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de voorwaarden en de nadere regelen die Hij bepaalt, een subsidie toekennen aan bepaalde gesubsidieerde diensten en instellingen. Deze subsidie dient uitsluitend bestemd te zijn voor de creatie van bijkomende arbeidsplaatsen.
Art.189. La présente section produit ses effets le 22 septembre 1989.
Art.189. Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 22 september 1989.
CHAPITRE 2. - Dispositions diverses.
HOOFDSTUK 2. - Diverse bepalingen.
Section 1re. - Modification de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen.
Art.190. A l'article 2, § 1er, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, modifié par les lois du 22 décembre 2003 et 9 juillet 2004, les modifications suivantes sont apportées :
Art.190. In artikel 2, § 1, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 9 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 7° en 8° opgeheven;
  2° het tweede en derde lid worden opgeheven.
Art.191. Dans l'article 2, § 2, de la même loi, modifié par les lois des 22 décembre 2003, 27 décembre 2006 et 8 juin 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er, b), est remplacé par ce qui suit :
  " b) l'entreprise s'engage à se conformer aux dispositions de l'article 7octies, alinéa 1er, de cette loi; ";
  2° dans l'alinéa 1er, c), les mots " de catégorie A " sont remplacés par les mots " qui pendant leur occupation à temps partiel ont droit à une allocation de chômage, au revenu d'intégration ou à l'aide sociale financière ";
  3° l'alinéa 3 est abrogé.
Art.191. In artikel 2, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003, 27 december 2006 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, b), wordt vervangen als volgt :
  " b) de onderneming verbindt er zich toe de bepalingen van artikel 7octies, eerste lid, van deze wet na te leven; ";
  2° in het eerste lid, c), worden de woorden " wat de werknemers van categorie A betreft " vervangen door de woorden " de werknemers die tijdens hun deeltijdse tewerkstelling aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering, een leefloon of op financiële sociale hulp ";
  3° het derde lid wordt opgegeven.
Art.192. L'article 7sexies de la même loi est abrogé.
Art.192. Artikel 7sexies van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.193. L'article 7septies de la même loi, modifié par les lois du 22 décembre 2003 et 9 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7septies. La conclusion de contrats de travail à durée déterminée successifs n'entraîne pas la conclusion d'un contrat de travail à durée indeterminée pendant une période de trois mois à dater du jour de la première déclaration préalable à l'emploi pour un contrat de travail titres-services conclu chez le même employeur.
  Pendant la période de trois mois telle que visée à l'alinéa 1er, il peut être dérogé a l'obligation de conclure un contrat de travail à temps partiel au moins pour un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Durant cette même période de trois mois, il ne peut jamais être dérogé à la limite minimale de chaque période de travail fixée à l'article 21 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
  Si, à l'expiration de la période de trois mois précitée, des prestations sont effectuées au profit du même employeur dans les liens d'un contrat de travail titres-services, les parties sont liées par un contrat de travail à durée indéterminée. "
Art.193. Artikel 7septies van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 9 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 7septies. Het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd heeft niet het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg gedurende een periode van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de eerste voorafgaandelijke aangifte van tewerkstelling van de arbeidsovereenkomst dienstencheques bij dezelfde werkgever.
  Tijdens de periode van drie maanden als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid te sluiten met een wekelijkse arbeidsduur van ten minste één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Tijdens dezelfde periode van drie maanden kan er nooit worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode zoals vastgesteld bij artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
  Indien na het verstrijken van de voormelde periode van drie maanden, prestaties worden geleverd ten gunste van de werkgever op grond van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zijn de partijen verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. "
Art.194. L'article 7octies de la même loi, inséré par la loi du 22 décembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7octies. Dès le premier jour travaillé du quatrième mois à dater du jour de la première déclaration préalable à l'emploi chez le même employeur, les parties déterminent le régime de travail applicable au contrat conclu à durée indéterminée. Ce contrat peut être conclu à temps plein ou à temps partiel conformément à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Il ne peut jamais être dérogé à la limite minimale de chaque période de travail fixée à l'article 21 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
  Il peut être dérogé à l'obligation de conclure un contrat de travail à temps partiel au moins pour un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. La durée minimale hebdomadaire de travail ne peut être inférieure à la limite fixée par le Roi.
  Toutefois, pour les travailleurs occupes avec un contrat de travail titres-services qui, pendant leur occupation ont droit à une allocation de chomage, au revenu d'intégration ou à l'aide sociale financière, la durée ne peut en aucun cas être inférieure à un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur occupé à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Le Roi détermine la durée hebdomadaire minimale de travail des contrats de travail. "
Art.194. Artikel 7octies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 7octies. Vanaf de eerste werkdag van de vierde maand te rekenen vanaf de eerste voorafgaandelijke verklaring van tewerkstelling bij dezelfde werkgever, stellen de partijen het arbeidsregime vast dat van toepassing is op de voor onbepaalde duur gesloten overeenkomst. Deze overeenkomst kan worden gesloten voor voltijdse arbeid of voor deeltijdse arbeid overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Er kan nooit worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode zoals vastgesteld bij artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
  Er kan worden afgeweken van de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid te sluiten met een wekelijkse arbeidsduur van ten minste een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De minimale wekelijkse arbeidsduur mag niet lager liggen dan de grens bepaald door de Koning.
  Voor de werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die tijdens hun tewerkstelling recht hebben op een werkloosheidsuitkering, op leefloon of op financiële sociale hulp, mag de arbeidsduur in geen geval lager liggen dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van toepassing op een voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De Koning bepaalt de minimale wekelijkse arbeidsduur van de arbeidsovereenkomsten. "
Art.195. Dans l'article 10, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 22 décembre 2003, les mots " - les dispositions spécifiques relatives au contrat de travail titres-services; " sont abrogés.
Art.195. In artikel 10, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 22 december 2003, worden de woorden " - de specifieke bepalingen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst dienstencheques; " opgeheven.
Art.196. Les définitions prévues à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 7° et 8°, alinéa 2 et alinéa 3, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, telle que d'application avant l'entrée en vigueur de la présente section, restent d'application aux contrats titres-services aussi longtemps que ceux-ci peuvent, en vertu des dispositions transitoires prévues à l'article 190 de la présente loi, être régis par la loi du 20 juillet 2001 susmentionnée applicable avant l'entrée en vigueur du présent chapitre.
Art.196. De definities voorzien in artikel 2, § 1, eerste lid, 7° en 8°, tweede lid en derde lid, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van deze afdeling, blijven van toepassing op de arbeidsovereenkomsten dienstencheques zolang deze, volgens de overgangsbepalingen voorzien in artikel 190 van deze wet, kunnen geregeld worden door de voornoemde wet van 20 juli 2001 van toepassing vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
Art.197. Pour les travailleurs, lies par un contrat de travail titres-services visé à la section 2 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, pour lesquels une première déclaration préalable à l'emploi a été effectuée par leur employeur avant l'entrée en vigueur de la presente section, les dispositions des articles 7sexies à 7octies en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent chapitre restent d'application pendant une durée de quatre mois à dater de l'entrée en vigueur dudit chapitre.
  Au plus tard, au terme de cette période de quatre mois, les parties sont liées par un contrat de travail conclu à durée indéterminée satisfaisant au prescrit de l'article 7octies de la loi précitée tel que modifié par le présent chapitre.
  Toutefois, pour les travailleurs visés à l'alinéa précédant, dont la durée maximale autorisée par les dispositions applicables avant l'entrée en vigueur du présent chapitre, selon le cas de 3 ou de 6 mois de conclusion de contrats de travail à durée déterminée successifs, vient à échéance dans les quatre mois à dater de l'entrée en vigueur du présent chapitre, le contrat conclu au terme de ces périodes est un contrat de travail titres-services conclu à durée indéterminée satisfaisant au prescrit de l'article 7octies de la loi du 20 juillet 2001 susmentionnée tel que modifié par le présent chapitre.
Art.197. Voor de werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques, bedoeld in afdeling 2 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en banen, waarvoor een eerste voorafgaandelijke aangifte van tewerkstelling werd verricht door hun werkgever vóór de inwerkingtreding van deze afdeling, blijven de bepalingen van de artikelen 7sexies tot 7octies die van kracht waren vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, van toepassing gedurende een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  Ten laatste op het einde van deze periode van vier maanden zijn de partijen verbonden door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd die voldoet aan het voorschrift van artikel 7octies van dezelfde wet, zoals gewijzigd door dit hoofdstuk.
  Voor de in het vorige lid bedoelde werknemers, waarvan de maximale duur om opeenvolgende contracten van bepaalde tijd te sluiten, toegelaten door de toepasselijke bepalingen die in werking waren voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, naargelang het geval 3 of 6 maanden, ten einde komt in de loop van de vier maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, is de overeenkomst gesloten op het einde van deze periodes een arbeidsovereenkomst dienstencheques van onbepaalde tijd die voldoet aan het voorschrift van artikel 7octies van de hoger aangehaalde wet van 20 juli 2001, zoals gewijzigd door dit hoofdstuk.
Art.198. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente section.
  (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-09-2009 par AR 2009-07-12/09, art. 17)
Art.198.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze afdeling.
Section 2. - Congé-éducation paye.
Afdeling 2. - Betaald educatief verlof.
Art.199. L'article 121, § 5, alinéa 1er, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, inséré par la loi du 17 mai 2007, est remplacé par la disposition suivante :
Art.199. Artikel 121, § 5, eerste lid, van de herstelwet houdende sociale bepalingen van 22 januari 1985, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007, wordt door de volgende bepaling vervangen :
Section 3. - Maintien des aides à l'emploi en cas de restructuration ou de transformation juridique de l'employeur.
Afdeling 3. - Behoud van tewerkstellingsmaatregelen in geval van herstructurering of juridische transformatie van de werkgever.
Art.200. Dans la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 l'intitulé de la section 3bis, insérée par la loi-programme (I) du 27 décembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
Art.200. In de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt het opschrift van afdeling 3bis, ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2004, vervangen als volgt :
  " Afdeling 3 bis - Verder zetten van de doelgroepvermindering in geval van herstructurering of juridische wijziging van de werkgever. "
Art.201. A l'article 353ter de la même loi, inséré par la loi-programme (I) du 27 décembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les 1°, 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° la personne morale qui est la bénéficiaire d'une opération de restructuration juridique visée aux articles 671 à 679 et 770 du Code des sociétés ou qui s'est transformée en sociéte à finalite sociale conformément aux articles 668 et 669 du même Code;
  2° la personne morale dont le patrimoine provient pour tout ou partie de l'affectation par apport à titre gratuit de l'actif net après liquidation d'une ou de plusieurs personnes morales sans but lucratif;
  3° la personne morale qui a bénéficié d'un apport effectué par une personne physique dans les conditions de l'article 768 du Code des sociétés. ";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'organisme percepteur des cotisations de sécurité sociale est assimilé à un tiers par rapport à l'opération de restructuration visée par le Code des sociétés et celle-ci ne porte pas préjudice aux droits dudit organisme de vérifier que les conditions d'octroi et de maintien des réductions de cotisations groupes cibles sont remplies dans le chef de la personne morale bénéficiaire final de celle-ci. "
Art.201. In artikel 353ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 1°, 2° en 3° vervangen als volgt :
  " 1° de rechtspersoon die de begunstigde is van een juridische herstructureringsoperatie zoals bepaald bij artikelen 671 tot 679 en 770 van het Wetboek van venootschappen of die wijzigt naar een vennootschap met een sociaal oogmerk zoals bepaald door de artikelen 668 en 669 van hetzelfde Wetboek;
  2° de rechtspersoon waarvan het patrimonium geheel of gedeeltelijk afkomstig is van het netto actief na vereffening van één of meerdere morele personen zonder winstgevend doel;
  3° de rechtspersoon die geniet van steun uitgevoerd door een fysiek persoon onder voorwaarden bepaald door artikel 768 van het Wetboek van vennootschappen. ";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Het organisme belast met het innen van de socialezekerheidsbijdragen wordt gelijkgesteld met een derde in verhouding tot een herstructureringsoperatie zoals bedoeld door het Wetboek van vennootschappen en deze operatie doet geen afbreuk aan de rechten van bovenvermelde organisme om na te gaan of de voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de bijdragenverminderingen voor doelgroepen vervuld zijn in hoofde van de rechtspersoon die de uiteindelijke begunstigde is. "
Art. 201/1. [1 La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009.]1
  
Art. 201/1. [1 Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009.]1
Section 4. - Modification de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Art.202. Dans l'article 30 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, modifié par la loi du 17 mai 2007, il est inseré un paragraphe 2bis, libellé comme suit :
Art.202. In artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, gewijzigd bij de wet van 17 mei 2007, wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt :
TITRE 17. - Affaires sociales.
TITEL 17. - Sociale zaken.
CHAPITRE 1er. - Allocations familiales.
HOOFDSTUK 1. - Gezinsbijslag.
Section 1re. - Allocations familiales pour travailleurs salariés.
Afdeling 1. - Gezinsbijslag voor werknemers.
Art.203. Dans l'article 33, alinéa 2, 4°, c), des lois coordonnées lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, modifié par les lois des 22 février 1998 et 24 décembre 2002, les mots " non affiliés à la caisse visée à l'article 32 " sont insérés entre les mots " les employeurs " et les mots " de personnes assujetties. "
Art.203. Artikel 33, tweede lid, 4°, c), van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998 en 24 december 2002, wordt aangevuld met de woorden " die niet aangesloten zijn bij het in artikel 32 bedoelde fonds. "
Art.204. A l'article 42bis, § 4, alinéa 2, des mêmes lois, remplacé par la loi du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le a), les mots " tel qu'il est fixé dans l'article 213, alinéa 3, première phrase ", sont remplacés par les mots " résultant de l'application des articles 212, alinéa 3, et 213, alinéa 1er, première phrase ";
  2° dans le b), les mots " celle obtenue en vertu des dispositions du a), augmentée ", sont remplacés par les mots " le montant journalier maximum de l'indemnité d'invalidité pour le travailleur ayant personne a charge tel qu'il est fixé dans l'article 213, alinéa 3, première phrase, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, multiplié par 27 et augmenté ".
Art.204. In artikel 42bis, § 4, tweede lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in a) worden de woorden " zoals bepaald in artikel 213, derde lid, eerste zin " vervangen door de woorden " voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 212, derde lid en 213, eerste lid, eerste zin ";
  2° in b) worden de woorden " die overschrijdt verkregen krachtens de bepalingen van a), vermeerderd " vervangen door de woorden " het maximale dagbedrag overschrijdt van de invaliditeitsvergoeding voor de werknemer met personen ten laste zoals bepaald in artikel 213, derde lid, eerste zin van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, vermenigvuldigd met 27 en vermeerderd ".
Art.205. A l'article 42bis, des mêmes lois, remplacé par la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, sont apportees les modifications suivantes :
  1° au § 1er, 2°, les mots " chômeur complet indemnisé " sont remplacés par les mots " chômeur complet ";
  2° au § 3, alinéa 1er, les mots " chômage complet indemnisé " sont remplacés par les mots " chômage complet ";
  3° au § 3, alinéa 2, les mots " chômeur complet indemnisé " sont remplacés par les mots " chomeur complet ".
Art.205. In artikel 42bis, van dezelfde wetten, vervangen bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 2°, worden de woorden " de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze " vervangen door de woorden " de volledig werkloze ";
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " vergoede volledige werkloosheid " vervangen door de woorden " volledige werkloosheid ";
  3° in § 3, tweede lid, worden de woorden " de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze " vervangen door de woorden " de volledig werkloze ".
Art.206. A l'article 56novies, 1° et 2°, des mêmes lois, le mot " partiels " est remplacé par le mot " temporaires ".
Art.206. In artikel 56novies, 1° en 2°, van dezelfde wetten wordt het woord " gedeeltelijke " vervangen door het woord " tijdelijke ".
Art.207. Les articles 205 et 206 entrent en vigueur à la date déterminée par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art.207. De artikelen 205 en 206 treden in werking op de datum bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Art.208. L'article 51, § 2, des mêmes lois, remplacé par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Sont, en outre, attributaires des allocations familiales aux taux et suppléments prévus par ces dispositions, la personne exerçant l'activité visée à l'article 42bis, § 1er, 4°, ainsi que les personnes visées aux articles 55 à 56bis et 56quater à 57. "
Art.208. Artikel 51, § 2, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Zijn bovendien rechthebbende op kinderbijslag tegen de bedragen en bijslagen vermeld in die bepalingen, de persoon die een in artikel 42bis, § 1, 4°, bedoelde activiteit uitoefent en de personen bedoeld in de artikelen 55 tot 56bis en 56quater tot 57. "
Art.209. L'article 52, alinéa 2, des mêmes lois, remplacé par la loi du 5 janvier 1976 et modifié par la loi du 22 décembre 1989, est complété par la phrase suivante :
  " Lorsqu'il use de cette faculté, le ministre ou le fonctionnaire désigne fixe le montant mensuel des allocations familiales dues. "
Art.209. Artikel 52, tweede lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 5 januari 1976 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Als hij van die mogelijkheid gebruik maakt, bepaalt de minister of de aangewezen ambtenaar het bedrag van de kinderbijslag. "
Art.210. Dans l'article 64, § 2, A, alinéa 1er, 2°, des memes lois, remplacé par l'arrêté royal n° 122 du 30 décembre 1982, le a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) dans le chef des père, mère, beau-père, belle-mère. En cas d'adoption plénière de l'enfant par des personnes de même sexe, le droit aux allocations familiales est fixé par priorité dans le chef du plus âgé des adoptants. "
Art.210. In artikel 64, § 2, A, eerste lid, 2°, van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 122 van 30 december 1982, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt :
  " a) in hoofde van de vader, de moeder, stiefvader, stiefmoeder. In geval van volle adoptie van het kind door personen van hetzelfde geslacht, wordt het recht op kinderbijslag bij voorrang vastgesteld in hoofde van de oudste van de adoptanten. "
Art.211. L'article 69, § 1er, alinéa 1er, des mêmes lois, remplacé par l'arrêté royal du 21 avril 1997, est complété par la phrase suivante :
  " En cas d'adoption plénière de l'enfant par deux personnes de même sexe, les allocations familiales sont payées à la plus âgée des adoptantes. "
Art.211. Artikel 69, § 1, eerste lid, van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 april 1997, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In geval van volle adoptie van het kind door twee personen van hetzelfde geslacht, wordt de kinderbijslag betaald aan de oudste van de adoptanten. "
Art.212. L'article 69, § 1er, alinéa 3, des mêmes lois, remplacé par la loi du 25 janvier 1999 et modifié par la loi du 8 mai 2001, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Lorsque les deux parents qui ne cohabitent pas exercent conjointement l'autorité parentale au sens de l'article 374 du Code civil et que l'enfant n'est pas élevé exclusivement ou principalement par un autre allocataire, les allocations sont payées intégralement à la mère. Toutefois, les allocations familiales sont payées intégralement au père, à dater de sa demande, si l'enfant et lui-même ont, à cette date, la même résidence principale au sens de l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  Lorsque l'un des parents conteste l'opportunité du paiement des allocations familiales réalise en vertu des dispositions de l'alinéa 3, il peut demander au tribunal du travail de le désigner comme allocataire, dans l'intérêt de l'enfant. Cette désignation produit ses effets le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision du tribunal est notifiée à l'organisme d'allocations familiales competent.
  Dans les situations visées à l'alinéa 3, le versement des allocations familiales peut, à la demande des deux parents, être effectué sur un compte auquel ils ont l'un et l'autre accès. "
Art.212. Artikel 69, § 1, derde lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 25 januari 1999 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2001, wordt vervangen door de volgende leden :
  " Wanneer de twee ouders die niet samenwonen het ouderlijke gezag gezamenlijk uitoefenen in de zin van artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek en het kind niet uitsluitend of hoofdzakelijk door een andere bijslagtrekkende wordt opgevoed, wordt de kinderbijslag volledig aan de moeder betaald. De kinderbijslag wordt echter volledig aan de vader betaald vanaf diens aanvraag, als het kind en hijzelf op die datum dezelfde hoofdverblijfplaats hebben in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Als een van de ouders de opportuniteit betwist van de betaling van de kinderbijslag op grond van de bepalingen van het derde lid, kan hij de arbeidsrechtbank vragen hemzelf als bijslagtrekkende aan te wijzen, in het belang van het kind. Die aanwijzing heeft uitwerking de eerste dag van de maand na de maand waarin de beslissing van de rechtbank betekend is aan de bevoegde kinderbijslaginstelling.
  In de situaties bedoeld in het derde lid kan de kinderbijslag op vraag van beide ouders gestort worden op een rekening waartoe ze beiden toegang hebben. "
Art.213. L'article 70bis, alinéa 1er, des mêmes lois, inséré par la loi du 30 juin 1981, est complété par la phrase suivante :
  " Toutefois, lorsque le changement survient le premier jour d'un mois, ses effets prennent cours dès ce jour. "
Art.213. Artikel 70bis, eerste lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1981, wordt aangevuld met de volgende zin :
Section 2. - Allocations familiales garanties.
Afdeling 2. - Gewaarborgde kinderbijslag.
Art.214. Dans l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, remplacé par l'arreté royal n° 242 du 31 décembre 1983, les mots " de la personne avec laquelle celui-ci est établi en ménage ", sont remplacés par les mots " de la personne avec laquelle celui-ci déclare former un ménage de fait, les conditions fixées par l'article 51, § 3, alinéa 2, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, étant satisfaites. "
Art.214. In artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983, worden de woorden " van de persoon met wie hij een huishouding vormt " vervangen door de woorden " van de persoon met wie hij een feitelijk gezin verklaart te vormen, waarbij voldaan is aan de voorwaarden van artikel 51, § 3, tweede lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders. "
Art.215. Dans l'article 3 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, b), remplacé par l'arrêté royal n° 6 du 11 octobre 1978, les mots " n'est pas établie en ménage avec une autre personne. " sont remplacés par les mots " ne forme pas un ménage de fait avec une personne autre qu'un parent ou allié jusqu'au troisème degré inclusivement. ";
  2° l'alinéa 2, modifie par l'arrêté royal n° 242 du 31 décembre 1983, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Sans préjudice de l'application des dispositions du quatrième alinéa, toutes les ressources, quelle qu'en soit la nature ou l'origine, dont disposent la personne qui a la charge de l'enfant, son conjoint non séparé de fait ou de corps et de biens ou la personne, autre qu'un parent ou allié jusqu'au troisième degré inclusivement, avec laquelle elle forme un ménage de fait, sont prises en consideration.
  Pour l'application du présent article, la cohabitation avec une personne autre qu'un parent ou allié jusqu'au troisième degré inclusivement fait présumer, jusqu'à preuve du contraire, l'existence d'un ménage de fait. "
Art.215. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aan gebracht :
  1° in het eerste lid, b), vervangen bij het koninklijk besluit nr. 6 van 11 oktober 1978, worden de woorden " geen huishouden vormt met een andere persoon " vervangen door de woorden " geen feitelijk gezin vormt met een andere persoon dan een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad. ";
  2° het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983, wordt vervangen door de volgende tekst :
  " Onverminderd de toepassing van het bepaalde in het vierde lid, wordt rekening gehouden met alle bestaansmiddelen van welke aard of herkomst ook, waarover de persoon die het kind ten laste heeft, zijn niet feitelijk of van tafel en bed gescheiden echtgenoot of de andere persoon dan een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad met wie hij een feitelijk gezin vormt, beschikt.
  Voor de toepassing van dit besluit doet samenwoning met een andere persoon dan een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad tot bewijs van het tegendeel het bestaan van een feitelijk gezin vermoeden. "
Art.216. L'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 4 avril 1991, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 6. Sont applicables par analogie :
  - l'article 68 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, le demandeur se substituant à l'attributaire pour l'application de l'alinéa 2 de cette disposition;
  - sans préjudice de l'article 10, l'article 69 des mêmes lois, à l'exception du § 1er, alinéas 3 à 5, de cette disposition;
  - les articles 70bis, alinéa 1er, 173quater, 173quinquies et 173sexies des mêmes lois. "
Art.216. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 april 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 6. Zijn van toepassing naar analogie :
  - artikel 68 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, waarbij de aanvrager in de plaats komt van de rechthebbende voor de toepassing van het tweede lid van die bepaling;
  - onverminderd artikel 10, artikel 69 van dezelfde wetten, behalve § 1, derde tot vijfde lid, van die bepaling;
  - de artikelen 70bis, eerste lid, 173quater, 173quinquies en 173sexies van dezelfde wetten. "
Art.217. Dans l'article 7 de la même loi, remplacé par la loi du 29 décembre 1990 et modifié par la loi du 30 décembre 2001, est inséré, entre les alinéas 3 et 4, un alinéa rédigé comme suit :
  " La demande de prime d'adoption doit être introduite dans l'année de l'adoption. "
Art.217. In artikel 7 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 29 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, wordt tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd :
Section 3. - Entrée en vigueur.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding.
Art.218. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur le 1er janvier 2009, à l'exception :
Art.218. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 januari 2009, behalve :
CHAPITRE 2. - Office national de sécurité sociale.
HOOFDSTUK 2. - Rijksdienst voor sociale zekerheid.
Section 1re. - Paiement ou remboursement des amendes de circulation par l'employeur.
Afdeling 1. - Betaling of terugbetaling van verkeersboetes door werkgever.
Art.219. L'article 38 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié en dernier lieu par la loi du 24 juillet 2008, est complété par le paragraphe 3decies, rédigé comme suit :
Art.219. Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt aangevuld met een paragraaf 3decies, luidende :
  " § 3decies. De werkgever is een solidariteitsbijdrage van 33 % verschuldigd op het bedrag dat hij in plaats van zijn werknemer betaalt of aan zijn werknemer terugbetaalt, als betaling van een door de werknemer opgelopen verkeersboete tijdens de uitoefening van zijn arbeidsovereenkomst.
  Onder de verkeersboete, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan :
  1° verkeersboetes voortvloeiend uit een zware verkeersovertreding (overtredingen van de derde en vierde graad) en verkeersboetes van minimaal 150 euro voortvloeiend uit een snelheidsovertreding;
  2° verkeersboetes voortvloeiend uit een lichte verkeersovertreding (overtredingen van de eerste en tweede graad) en verkeersboetes van minder dan 150 euro voortvloeiend uit een snelheidsovertreding. Een bedrag van 150 euro op jaarbasis wordt in dit geval vrijgesteld van de solidariteitsbijdrage.
  Op verkeersboetes voortvloeiend uit de toestand van het rijdend materiaal en de conformiteit van de lading is de solidariteitsbijdrage niet verschuldigd.
  De bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdrage wordt overgemaakt aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De bepalingen van het algemene stelstel van de sociale zekerheid voor werknemers, inzonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de termijnen inzake de betaling, de toepassing van de burgerlijke sancties en van de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd in geval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering, zijn van toepassing. "
Art.220. L'article 219 entre en vigueur le premier jour du trimestre qui suit celui de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art.220. Artikel 219 treedt in werking op de eerste dag van het kwartaal volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Section 2. - Modification de la loi du 27 décembre 2007 modifiant l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 27 december 2007 tot wijziging van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Art.221. L'article 3 de la loi du 27 décembre 2007 modifiant l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est abrogé.
Art.221. Artikel 3 van de wet van 27 december 2007 tot wijziging van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt opgeheven.
Art.222. L'article 4 de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. L'article 2 entre en vigueur le 1er janvier 2008. "
Art.222. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. Artikel 2 treedt in werking op 1 januari 2008. "
Art.223. Larticle 221 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.223. Artikel 221 treedt in werking op 1 januari 2009.
CHAPITRE 3. - Fonds des maladies professionnelles.
HOOFDSTUK 3. - Fonds voor beroepsziekten.
Art.224. L'article 64bis des lois relatives à la prévention des maladies professionnelles et à la réparation des dommages résultant de celles-ci, coordonnées le 3 juin 1970 est remplacé par la disposition suivante :
Art.224. Artikel 64bis van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " Art. 64bis. Ingeval van overlijden van een gerechtigde op een in dit hoofdstuk voorziene uitkering, worden de vervallen en niet-uitgekeerde termijnen slechts uitbetaald aan de natuurlijke personen en in de hierna bepaalde volgorde :
  1° aan de echtgenoot met wie de rechthebbende leefde op het ogenblik van zijn overlijden of aan de persoon die wettelijk samenwoont met de rechthebbende en waarbij tussen beide partners een overeenkomst is opgesteld overeenkomstig artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek waarin voor de partijen is voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een eventuele breuk, financiële gevolgen kan hebben;
  2° aan de kinderen met wie de rechthebbende leefde op het ogenblik van zijn overlijden;
  3° aan ieder persoon met wie de rechthebbende leefde op het ogenblik van zijn overlijden;
  4° aan niet-inwonende erfgenamen op het ogenblik van het overlijden, op voorlegging van een notariële erfrechtverklaring.
  De hierboven onder 3° en 4° opgesomde rechtverkrijgenden die de vereffening in hun voordeel wensen van de vervallen en aan de overleden rechthebbende niet-uitgekeerde betaling, dienen op straffe van verval, hun aanvraag om betaling in te dienen binnen een termijn van zes maanden.
  De termijn gaat in de dag van het overlijden of de dag van de verzending van de kennisgeving van de beslissing, indien deze na het overlijden werd verzonden. "
Art.225. L'article 224 produit ses effets à partir du premier jour du mois qui suit la publication de cette loi au Moniteur belge. Il s'applique aux arrérages échus et non payés suite aux décès survenus à partir de cette date.
Art.225. Artikel 224 heeft uitwerking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Het is van toepassing op de vervallen en niet uitgekeerde achterstallen ingevolge overlijdens vanaf deze datum.
CHAPITRE 4. - Office de sécurité sociale d'outre-mer Modification de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer.
HOOFDSTUK 4. - Dienst voor overzeese sociale zekerheid Wijziging van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid.
Art.226. A l'article 2, § 1er, de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, remplacé par loi du 15 janvier 1990 et modifié par loi du 21 décembre 1994, sont apportées les modifications suivantes :
Art.226. In artikel 2, § 1, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 15 januari 1990 en gewijzigd bij de wet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Het beheerscomité is samengesteld uit een voorzitter en twaalf leden. ";
  2° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
  " Tien effectieve leden en vier plaatsvervangende leden, die alleen stemgerechtigd zijn, van wie vijf effectieve en twee plaatsvervangende de representatieve werkgeversorganisaties en vijf effectieve en twee plaatsvervangende de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen, worden benoemd op voordracht van de Minister die de Sociale Voorzorg onder zijn bevoegdheid heeft. "
Art.227. L'article 12 de la même loi, remplacé par la loi du 22 février 1971, dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un paragraphe 2, redigé comme suit :
  " § 2. A partir du 1er janvier 2009, la participation aux assurances visées au § 1er est limitée aux ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et de la Suisse ainsi qu'aux ressortissants d'autres pays employés par l'Etat belge, les Régions ou les Communautés ou une entreprise dont le siège social est établi en Belgique.
  Les ressortissants d'autres pays qui au 31 décembre 2008 participent aux assurances citées et qui ne satisfont pas à la condition prévue au premier alinéa, peuvent poursuivre cette participation jusqu'à ce qu'ils y mettent fin. "
Art.227. Artikel 12 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 22 februari 1971, waarvan de huidige tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt :
  " § 2. Met ingang van 1 januari 2009 wordt de deelneming aan de verzekeringen beoogd in § 1 beperkt tot de onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland en tot de onderdanen van andere landen die tewerkgesteld zijn door door de Belgische Staat, Gemeenschappen of Gewesten of een onderneming met maatschappelijke zetel in België.
  De onderdanen van andere landen die op 31 december 2008 deelnemen aan de genoemde verzekeringen en die niet voldoen aan de voorwaarde gesteld in het eerste lid, mogen die deelneming voortzetten tot zij deze beëindigen. "
Art.228. Les articles 226 et 227 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.228. De artikelen 226 en 227 treden in werking op 1 januari 2009.
CHAPITRE 5. - Institut national d'assurance maladie-invalidité Affiliation frauduleuse.
HOOFDSTUK 5. - Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - Frauduleuze aansluiting.
Art.229. Dans l'article 164 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, modifiée par les lois du 24 décembre 1999, 20 décembre 1995 et 14 janvier 2002, le neuvième alinéa est remplace par la disposition suivante :
Art.229. In artikel 164 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd door de wetten van 24 december 1999, 20 december 1995 en 14 januari 2002, wordt het negende lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Ingeval de aansluiting of inschrijving in een verkeerde hoedanigheid het gevolg is van bedrieglijke handelingen, wordt de waarde van de prestaties, verleend aan de rechthebbende die deze handelingen heeft verricht, steeds teruggevorderd, ongeacht of de aansluiting of inschrijving in een verkeerde hoedanigheid kan worden geregulariseerd door het in aanmerking nemen van een andere, geldige hoedanigheid of niet. "
Art.230. L'article 229 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.230. Artikel 229 treedt in werking op 1 januari 2009.
TITRE 18. - Intérieur.
TITEL 18. - Binnenlandse zaken.
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particulière.
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
Art.231. Dans l'article 5, alinéa 1er, 8°, de la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particulière, les mots " constituent un manquement grave à la déontologie professionnelle et de ce fait portent atteinte au crédit de l'intéressé " sont remplacés par les mots " portent atteinte à la confiance en l'intéressé, du fait qu'il ne respecte pas ses obligations sociales en tant qu'entrepreneur ou dirigeant d'entreprise, ou parce que ces faits constituent un manquement grave à la déontologie professionnelle ou une contre-indication au profil souhaité, tel que vise à l'article 7, § 1erbis. "
Art.231. In artikel 5, eerste lid, 8°, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid worden de woorden " een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie uitmaken en daarom raken aan het vertrouwen in de betrokkene " vervangen door de woorden " raken aan het vertrouwen in de betrokkene doordat hij zijn maatschappelijke verplichtingen als ondernemer of als leidinggevende in een onderneming niet nakomt, of omdat deze feiten een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie of een tegenindicatie van het gewenste profiel, zoals bedoeld in artikel 7, § 1bis, uitmaken. "
Art.232. Dans l'article 6, alinéa 1er, 8°, de la même loi, les mots "constituent un manquement grave à la déontologie professionnelle et de ce fait portent atteinte au crédit de l'intéressé " sont remplacés par les mots "portent atteinte à la confiance en l'intéressé, parce qu'ils constituent un manquement grave à la deontologie professionnelle ou une contre-indication au profil souhaité, tel que visé à l'article 7, § 1erbis. "
Art.232. In artikel 6, eerste lid, 8°, van dezelfde wet worden de woorden " een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie uitmaken en daarom raken aan het vertrouwen in de betrokkene " vervangen door de woorden " raken aan het vertrouwen in de betrokkene omdat ze een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie of een tegenindicatie van het gewenste profiel, zoals bedoeld in artikel 7, § 1bis, uitmaken. "
Art.233. A l'article 7 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " définis par le Roi. " sont remplacés par les mots " visés aux articles 5, alinéa 1er, 8°, et 6, alinéa 1er, 8°. ";
  2° il est inséré un § 1erbis rédigé comme suit :
  " § 1erbis. Le profil souhaité du personnel, vise aux articles 5, alinéa 1er, 8°, et 6, alinéa 1er, 8°, est caractérisé par :
  1° respect pour les droits fondamentaux des concitoyens;
  2° intégrité;
  3° une capacité à faire face à un comportement agressif de la part de tiers et à se maîtriser dans de telles situations;
  4° absence des liens suspects avec le milieu criminel.
  La déontologie professionnelle visée aux articles 5, alinéa 1er, 8°, et 6, alinéa 1er, 8°, est prévue dans un code de déontologie, qui intégre le profil vise à l'alinéa 1er, et est déterminé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. "
Art.233. In artikel 7 van de dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste paragraaf, tweede lid, worden de woorden " bepaald door de Koning " vervangen door de woorden " zoals bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 8°, en 6, eerste lid, 8°. ";
  2° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. Het gewenste profiel van het personeel, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 8°, en 6, eerste lid, 8°, is gekenmerkt door :
  1° respect voor de grondrechten van de medeburgers;
  2° integriteit;
  3° een incasseringsvermogen ten aanzien van agressief gedrag en het vermogen om zich daarbij te beheersen;
  4° afwezigheid van verdachte relaties met het crimineel milieu.
  De beroepsdeontologie, zoals bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 8°, en 6, eerste lid, 8°, wordt opgenomen in een beroepsdeontologische code, die het profiel omvat bedoeld in het eerste lid, en wordt vastgelegd door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. "
Art.234. Dans l'article 22 de la même loi, le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
  " § 9. Dans l'attente de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal portant le code de déontologie, visé à l'article 7, § 1erbis, alinéa 2, le Ministre de l'Intérieur apprécie les faits visés aux articles 5, alinéa 1er, 8° et 6, alinéa 1er, 8° qui constituent un manquement grave à la déontologie professionnelle. Le présent paragraphe cesse d'être en vigueur au plus tard vingt quatre mois après son entrée en vigueur. "
Art.234. In artikel 22 van dezelfde wet wordt paragraaf 9 vervangen als volgt :
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
Art.235. Dans la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, il est inséré un article 14bis rédigé comme suit :
Art.235. In de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, wordt een artikel 14bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 14bis. Het Agentschap kan alle daden en activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de in deze wet bepaalde opdrachten. Het Agentschap kan ook zelf of samen met anderen juridische entiteiten oprichten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van zijn opdrachten en erin participeren. Het Agentschap kan tevens participeren in andere juridische entiteiten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van de opdrachten van het Agentschap. "
Art.236. L'article 28 de la même loi est remplacé comme suit :
  " Art. 28. Sous sa propre responsabilité, l'Agence peut faire appel, pour l'exercice de certaines missions, à la collaboration d'organismes spécialement agreés par elle à cet effet ou a des entités juridiques spécialement créées par elle à cet effet.
  Sont visées, en tout ou en partie, les missions relatives au contrôle permanent de la bonne exécution de sa mission par le service de contrôle physique que le chef d'entreprise est tenu d'organiser, la réception des nouvelles installations, l'approbation de certaines décisions prises par le service de contrôle physique.
  En ce qui concerne le transport de produits fissiles spéciaux, l'Agence peut également déléguer à un organisme agréé ou à une entité creée par elle la surveillance permanente du chargement, du transport et de la délivrance de ces produits. "
Art.236. Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 28. Onder zijn eigen verantwoordelijkheid kan het Agentschap, voor de uitoefening van bepaalde opdrachten, een beroep doen op de medewerking van instellingen die het speciaal daartoe heeft erkend of juridische entiteiten die het speciaal daartoe heeft gecreëerd.
  Het gaat, geheel of gedeeltelijk, om de bestendige controle van de goede uitvoering van de opdrachten toebedeeld aan de dienst voor fysische controle die de bedrijfsleider moet oprichten, om de oplevering van de nieuwe installaties, om de goedkeuring van bepaalde beslissingen van de dienst voor fysische controle.
  Wat het vervoer van bijzondere splijtbare producten betreft, kan het Agentschap ook een door haar erkende instelling of gecreëerde entiteit belasten met het permanent toezicht op de lading, het vervoer en het afleveren van die producten. "
Art.237. L'article 30 de la même loi est remplacé comme suit :
  " Art. 30. § 1er. Les missions visées a l'article 28, qui sont confiées à une entité spécialement créée par l'Agence à cet effet, sont précisées par le Roi qui détermine également les modalités de rétribution des prestations effectuées par l'entité, ainsi que les modalités du contrôle exercé par l'Agence sur les missions confiées à l'entité.
  § 2. Les missions visées à l'article 28, qui sont confiées à un organisme agréé par l'Agence, sont attribuées sur la base d'un cahier des charges.
  Le Roi approuve le cahier des charges que l'Agence a établi.
  L'Agence désigne l'organisme attributaire du marché sur la base du cahier des charges et des offres régulières reçues. "
Art.237. Artikel 30 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 30. § 1. De opdrachten, bedoeld in artikel 28, die worden toegewezen aan een door het Agentschap speciaal daartoe gecreëerde entiteit worden nader bepaald door de Koning die tevens bepaalt op welke wijze de prestaties, verricht door de entiteit, worden vergoed en op welke wijze het Agentschap toezicht zal uitoefenen op de opdrachten die aan de entiteit worden toegekend.
  § 2. De opdrachten bedoeld in artikel 28 die worden toegewezen aan een door het Agentschap erkende instelling worden toegekend op grond van een bestek.
  De Koning keurt het bestek goed dat door het Agentschap wordt opgesteld.
  Het Agentschap wijst de instelling aan die met de opdracht wordt belast op basis van het bestek en de ontvangen regelmatige offerten. "
Art.238. Dans l'article 67, les paragraphes 1er et 2, de la même loi sont remplacés comme suit :
  " § 1er. Les exploitants d'installations nucléaires sont tenus de confier aux organismes agréés pour une durée indéterminée, en vertu de la loi du 29 mars 1958 relative à la protection de la population contre les dangers résultant des radiations ionisantes, les missions spécifiques visées à l'article 28, alinéa 2, jusqu'au moment où ses missions seront reprises, soit par l'Agence même, conformément aux articles 15 et 16, soit par un organisme agréé, soit par une entité spécialement créée par l'Agence à cet effet, conformément aux articles 28 et 30.
  § 2. Les organismes agréés existants sont tenus d'exécuter, en toute indépendance, les missions précitées qui leur sont confiées jusqu'au moment où ces missions seront reprises, soit par l'Agence même, conformément aux articles 15 et 16, soit par un organisme agréé, soit par une entité spécialement créée par l'Agence à cet effet, conformément aux articles 28 et 30.
  A cette fin, ils maintiennent leur agréation existante. Nonobstant l'article 29, leur agréation ainsi que leurs missions prennent fin de droit au moment où les missions visées à l'article 28, alinéa 2, seront mises en oeuvre soit par l'Agence même, conformément aux articles 15 et 16, soit par un organisme agréé, soit par une entité spécialement créée par l'Agence à cet effet, conformément aux articles 28 et 30. "
Art.238. In artikel 67 van dezelfde wet worden de paragrafen 1 en 2 vervangen als volgt :
  " § 1. Tot op het ogenblik dat de in artikel 28, lid 2 bedoelde opdrachten worden overgenomen, hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30, blijven de exploitanten van nucleaire inrichtingen gehouden voornoemde opdrachten toe te vertrouwen aan organismen die bij toepassing van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, voor onbepaalde duur werden erkend.
  § 2. De erkende organismen zijn gehouden de hen tot op heden toevertrouwde opdrachten op onafhankelijke wijze uit te voeren en verder te blijven uitoefenen tot op het ogenblik dat die opdrachten worden overgenomen, hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30.
  Daartoe behouden zij tijdelijk hun bestaande erkenning. Onverminderd artikel 29, worden hun erkenning en opdrachten van rechtswege beëindigd op het ogenblik dat een aanvang wordt genomen met de in artikel 28, tweede lid bedoelde opdrachten hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30. "
Art. 239. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2008.
Art. 239. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
-