Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 APRIL 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques.
Titre
28 AVRIL 2008. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 2004, 14 juli 2004, 5 maart 2006 en 13 juli 2007 worden de woorden " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " vervangen door de woorden " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
Article 1. Dans l'article 1er, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 31 mars 2004, 14 juillet 2004, 5 mars 2006 et 13 juillet 2007, les mots " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " sont remplacĂ©s par les mots " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
Art. 2. In artikel 2quater, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 2004, 10 november 2005, 5 maart 2006, 16 januari 2007 (2) en 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° 2° wordt vervangen als volgt :
  " 2° de onderneming verbindt zich ertoe geen werknemers en klanten direct of indirect te discrimineren zoals bedoeld in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; ";
  2° het wordt aangevuld als volgt :
  " 17° De onderneming verbindt zich ertoe om onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden geen personen te hebben die de voorbije drie jaar bestuurder, zaakvoerder, lasthebber of persoon bevoegd om de onderneming te verbinden geweest zijn van een onderneming waarvan de erkenning werd ingetrokken met toepassing van artikel 2octies ;
  18° De onderneming verbindt zich ertoe dat het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques per kwartaal minstens gelijk is aan het aantal aan het uitgiftebedrijf voor betaling overgemaakte dienstencheques voor verrichte prestaties in dezelfde periode. "
  1° 2° wordt vervangen als volgt :
  " 2° de onderneming verbindt zich ertoe geen werknemers en klanten direct of indirect te discrimineren zoals bedoeld in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; ";
  2° het wordt aangevuld als volgt :
  " 17° De onderneming verbindt zich ertoe om onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden geen personen te hebben die de voorbije drie jaar bestuurder, zaakvoerder, lasthebber of persoon bevoegd om de onderneming te verbinden geweest zijn van een onderneming waarvan de erkenning werd ingetrokken met toepassing van artikel 2octies ;
  18° De onderneming verbindt zich ertoe dat het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques per kwartaal minstens gelijk is aan het aantal aan het uitgiftebedrijf voor betaling overgemaakte dienstencheques voor verrichte prestaties in dezelfde periode. "
Art. 2. A l'article 2quater, § 4, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘte royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 31 mars 2004, 10 novembre 2005, 5 mars 2006, 16 janvier 2007 (2) et 13 juillet 2007, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° l'entreprise s'engage à ne pas pratiquer à l'encontre des travailleurs et des clients de discrimination directe ou indirecte visée à la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination; ";
  2° il est complété comme suit :
  " 17° L'entreprise s'engage à ne pas compter parmi les administrateurs, gérants, mandataires ou personnes ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, des personnes qui, dans les 3 années écoulées, ont été administrateur, gérant, mandataire ou personne ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, d'une entreprise dont l'agrément a été retiré en application de l'article 2octies ;
  18° L'entreprise s'engage Ă ce que le nombre d'heures de travail prestĂ©es par des travailleurs avec un contrat de travail titres-services dĂ©clarĂ© Ă l'ONSS par trimestre soit au moins Ă©gal au nombre des titres-services transmis Ă la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice aux fins de remboursement pour des prestations effectuĂ©es dans la mĂȘme pĂ©riode. "
  1° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° l'entreprise s'engage à ne pas pratiquer à l'encontre des travailleurs et des clients de discrimination directe ou indirecte visée à la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination; ";
  2° il est complété comme suit :
  " 17° L'entreprise s'engage à ne pas compter parmi les administrateurs, gérants, mandataires ou personnes ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, des personnes qui, dans les 3 années écoulées, ont été administrateur, gérant, mandataire ou personne ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, d'une entreprise dont l'agrément a été retiré en application de l'article 2octies ;
  18° L'entreprise s'engage Ă ce que le nombre d'heures de travail prestĂ©es par des travailleurs avec un contrat de travail titres-services dĂ©clarĂ© Ă l'ONSS par trimestre soit au moins Ă©gal au nombre des titres-services transmis Ă la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice aux fins de remboursement pour des prestations effectuĂ©es dans la mĂȘme pĂ©riode. "
Art. 3. In artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 2004, 10 november 2004 en 17 januari 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " 6,70 EUR " vervangen door de woorden " 7 EUR ";
  2° het wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De gebruiker kan per kalenderjaar maximum 750 dienstencheques aanschaffen.
  De mindervalide gebruiker, als dusdanig erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of het " Agence walonne pour I'IntĂ©gration des personnes handicapĂ©es " of de " Service bruxellois francophone des personnes handicapĂ©es " of de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft fĂŒr Personen mit einer Behinderung sowie fĂŒr die besondere soziale FĂŒrsorge ", de gebruiker met een minderjarig kind dat erkend is als mindervalide door de voornoemde instanties en de bejaarde gebruiker die een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden geniet, kan per kalenderjaar maximum 2 000 dienstencheques aanschaffen. Bij het overschrijden van de aanschaf van 750 dienstencheques per kalenderjaar moet de gebruiker, aan het uitgiftebedrijf het bewijs bezorgen dat hij tot één van deze categorieĂ«n behoort.
  De gebruiker die een eenoudergezin vormt met één of meerdere kinderen ten laste en die zich in één van de volgende situaties bevindt, kan eveneens maximum 2 000 dienstencheques per kalenderjaar aanschaffen :
  1° Hij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 133, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, zoals blijkt uit zijn laatste aanslagbiljet;
  2° (Hij is in het bezit van een attest van gezinssamenstelling waaruit blijkt dat hij alleen woont met zijn kind of kinderen waarvan er minstens één minder dan 18 jaar is;)
  3° Hij is in het bezit van een getuigschrift van zijn kinderbijslagkas waaruit blijkt dat hij recht heeft op kinderbijslag en van een attest van gezinssamenstelling, waaruit blijkt dat hij alleen woont.
  Om te bewijzen dat hij tot één van deze categorieën behoort, overhandigt hij ter ondersteuning van zijn aanvraag, bij het overschrijden van de aanschaf van 750 dienstencheques per kalenderjaar, aan het uitgiftebedrijf van de dienstencheques, een verklaring op erewoord, opgesteld volgens het door de RVA vastgesteld model. Tegelijkertijd stuurt hij aan de RVA een kopie van zijn verklaring op erewoord samen met het (of de) attest(en) als bewijs dat hij zich in één van bovengenoemde situaties bevindt. Het bezorgen van deze attesten dient slechts te gebeuren bij gebrek aan een elektronische communicatie van de nodige gegevens zonder de tussenkomst van de gebruiker. "
  1° in het eerste lid worden de woorden " 6,70 EUR " vervangen door de woorden " 7 EUR ";
  2° het wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De gebruiker kan per kalenderjaar maximum 750 dienstencheques aanschaffen.
  De mindervalide gebruiker, als dusdanig erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of het " Agence walonne pour I'IntĂ©gration des personnes handicapĂ©es " of de " Service bruxellois francophone des personnes handicapĂ©es " of de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft fĂŒr Personen mit einer Behinderung sowie fĂŒr die besondere soziale FĂŒrsorge ", de gebruiker met een minderjarig kind dat erkend is als mindervalide door de voornoemde instanties en de bejaarde gebruiker die een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden geniet, kan per kalenderjaar maximum 2 000 dienstencheques aanschaffen. Bij het overschrijden van de aanschaf van 750 dienstencheques per kalenderjaar moet de gebruiker, aan het uitgiftebedrijf het bewijs bezorgen dat hij tot één van deze categorieĂ«n behoort.
  De gebruiker die een eenoudergezin vormt met één of meerdere kinderen ten laste en die zich in één van de volgende situaties bevindt, kan eveneens maximum 2 000 dienstencheques per kalenderjaar aanschaffen :
  1° Hij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 133, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, zoals blijkt uit zijn laatste aanslagbiljet;
  2° (Hij is in het bezit van een attest van gezinssamenstelling waaruit blijkt dat hij alleen woont met zijn kind of kinderen waarvan er minstens één minder dan 18 jaar is;)
  3° Hij is in het bezit van een getuigschrift van zijn kinderbijslagkas waaruit blijkt dat hij recht heeft op kinderbijslag en van een attest van gezinssamenstelling, waaruit blijkt dat hij alleen woont.
  Om te bewijzen dat hij tot één van deze categorieën behoort, overhandigt hij ter ondersteuning van zijn aanvraag, bij het overschrijden van de aanschaf van 750 dienstencheques per kalenderjaar, aan het uitgiftebedrijf van de dienstencheques, een verklaring op erewoord, opgesteld volgens het door de RVA vastgesteld model. Tegelijkertijd stuurt hij aan de RVA een kopie van zijn verklaring op erewoord samen met het (of de) attest(en) als bewijs dat hij zich in één van bovengenoemde situaties bevindt. Het bezorgen van deze attesten dient slechts te gebeuren bij gebrek aan een elektronische communicatie van de nodige gegevens zonder de tussenkomst van de gebruiker. "
Art. 3. A l'article 3, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 31 mars 2004, 10 novembre 2004 et 17 janvier 2006, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " 6,70 EUR " sont remplacés par les mots " 7 EUR ";
  2° il est complété par les alinéas suivants :
  " L'utilisateur peut acquérir au maximum 750 titres-services par année civile.
  L'utilisateur handicapĂ©, reconnu par le " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ou l'Agence wallonne pour l'IntĂ©gration des Personnes handicapĂ©es ou le Service bruxellois francophone des Personnes handicapĂ©es ou la " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft fĂŒr Personen mit einer Behinderung sowie fĂŒr die besondere soziale FĂŒrsorge ", l'utilisateur avec un enfant mineur reconnu comme personne handicapĂ©e par les instances susmentionnĂ©es et l'utilisateur ĂągĂ© qui bĂ©nĂ©ficie d'une allocation pour l'aide aux personnes ĂągĂ©es peut acquĂ©rir au maximum 2 000 titres-services par annĂ©e civile. Lors du dĂ©passement de l'acquisition de 750 titres-services par annĂ©e civile, l'utilisateur doit fournir, Ă la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice une attestation de ces organismes attestant qu'il appartient Ă une de ces catĂ©gories.
  L'utilisateur qui forme une famille monoparentale avec un ou plusieurs enfants à charge, qui se trouve dans une des situations suivantes, peut également acquérir au maximum 2 000 titres-services par année civile :
  1° Il répond aux conditions visées à l'article 133, 1°, du Code des ImpÎts sur les Revenus 1992, comme en atteste son dernier avertissement extrait de rÎle;
  2° II est en possession d'une attestation de composition de ménage de laquelle il ressort qu'il habite seul avec son ou ses enfants dont au moins un est ùgé de moins de 18 ans;
  3° II est en possession d'une attestation de sa caisse d'allocations familiales établissant qu'il est allocataire d'allocations familiales et d'une attestation de composition de ménage établissant qu'il habite seul.
  Pour attester d'une de ces situations, il remet, lors du dépassement de l'acquisition de 750 titres-services par année civile, à l'appui de sa demande à la société émettrice de titres-services, une déclaration sur l'honneur établie suivant le modÚle déterminé par l'ONEm. Simultanément il transmet à l'ONEm une copie de cette déclaration sur l'honneur accompagnée de la (ou des) attestation(s) attestant qu'il se trouve dans l'une des situations susvisées. La transmission de ces attestations ne doit se faire qu'à défaut d'une communication électronique des données nécessaires sans l'intervention de l'utilisateur. "
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " 6,70 EUR " sont remplacés par les mots " 7 EUR ";
  2° il est complété par les alinéas suivants :
  " L'utilisateur peut acquérir au maximum 750 titres-services par année civile.
  L'utilisateur handicapĂ©, reconnu par le " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ou l'Agence wallonne pour l'IntĂ©gration des Personnes handicapĂ©es ou le Service bruxellois francophone des Personnes handicapĂ©es ou la " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft fĂŒr Personen mit einer Behinderung sowie fĂŒr die besondere soziale FĂŒrsorge ", l'utilisateur avec un enfant mineur reconnu comme personne handicapĂ©e par les instances susmentionnĂ©es et l'utilisateur ĂągĂ© qui bĂ©nĂ©ficie d'une allocation pour l'aide aux personnes ĂągĂ©es peut acquĂ©rir au maximum 2 000 titres-services par annĂ©e civile. Lors du dĂ©passement de l'acquisition de 750 titres-services par annĂ©e civile, l'utilisateur doit fournir, Ă la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice une attestation de ces organismes attestant qu'il appartient Ă une de ces catĂ©gories.
  L'utilisateur qui forme une famille monoparentale avec un ou plusieurs enfants à charge, qui se trouve dans une des situations suivantes, peut également acquérir au maximum 2 000 titres-services par année civile :
  1° Il répond aux conditions visées à l'article 133, 1°, du Code des ImpÎts sur les Revenus 1992, comme en atteste son dernier avertissement extrait de rÎle;
  2° II est en possession d'une attestation de composition de ménage de laquelle il ressort qu'il habite seul avec son ou ses enfants dont au moins un est ùgé de moins de 18 ans;
  3° II est en possession d'une attestation de sa caisse d'allocations familiales établissant qu'il est allocataire d'allocations familiales et d'une attestation de composition de ménage établissant qu'il habite seul.
  Pour attester d'une de ces situations, il remet, lors du dépassement de l'acquisition de 750 titres-services par année civile, à l'appui de sa demande à la société émettrice de titres-services, une déclaration sur l'honneur établie suivant le modÚle déterminé par l'ONEm. Simultanément il transmet à l'ONEm une copie de cette déclaration sur l'honneur accompagnée de la (ou des) attestation(s) attestant qu'il se trouve dans l'une des situations susvisées. La transmission de ces attestations ne doit se faire qu'à défaut d'une communication électronique des données nécessaires sans l'intervention de l'utilisateur. "
Art. 4. In artikel 3, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " of van dienstencheques waarvan de geldigheidsduur nog geen 6 maand is verstreken ".
Art. 4. A l'article 3, § 3, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou dont la validitĂ© est expirĂ©e depuis moins de 6 mois " sont supprimĂ©s.
Art. 5. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 2004, 14 juli 2004, 10 november 2004, 5 maart 2006 en 16 januari 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " 13,30 EUR " vervangen door de woorden " 13,50 EUR ";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
  1° in het tweede lid worden de woorden " 13,30 EUR " vervangen door de woorden " 13,50 EUR ";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 9 janvier 2004, 14 juillet 2004, 10 novembre 2004, 5 mars 2006 et 16 janvier 2007, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " 13,30 EUR " sont remplacés par les mots " 13,50 EUR ";
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
  1° dans l'alinéa 2, les mots " 13,30 EUR " sont remplacés par les mots " 13,50 EUR ";
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 6. Artikel 11ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 januari 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 11ter. In afwijking van artikel 8 is het bedrag van de tegemoetkoming gelijk aan 13,58 EUR voor elke dienstencheque die vóór 1 mei 2008 is aangekocht door de gebruiker. "
  " Art. 11ter. In afwijking van artikel 8 is het bedrag van de tegemoetkoming gelijk aan 13,58 EUR voor elke dienstencheque die vóór 1 mei 2008 is aangekocht door de gebruiker. "
Art. 6. L'article 11ter, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 16 janvier 2007, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 11ter. Par dérogation à l'article 8, le montant de l'intervention est égal à 13,58 EUR pour chaque titre-service qui a été acheté par l'utilisateur avant le 1er mai 2008. "
  " Art. 11ter. Par dérogation à l'article 8, le montant de l'intervention est égal à 13,58 EUR pour chaque titre-service qui a été acheté par l'utilisateur avant le 1er mai 2008. "
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2008, met uitzondering van artikel 3, 2°, dat in werking treedt op 1 juni 2008.
  Voor dienstencheques aangekocht voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, die in toepassing van artikel 3, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques omgeruild worden, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,30 EUR per dienstencheque eisen.
  Voor dienstencheques aangekocht voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, die in toepassing van artikel 3, § 3, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001 vervangen worden, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,30 EUR per dienstencheque eisen.
  In afwijking van artikel 3, § 2, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001, ingevoegd bij dit besluit, wordt de gebruiker die in de periode van 1 januari 2008 tot de datum van inwerkingtreding van artikel 3, 2°, van dit besluit, meer dan 750 dienstencheques heeft aangeschaft, geacht in 2008 750 dienstencheques te hebben aangeschaft.
  Voor dienstencheques aangekocht voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, die in toepassing van artikel 3, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques omgeruild worden, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,30 EUR per dienstencheque eisen.
  Voor dienstencheques aangekocht voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, die in toepassing van artikel 3, § 3, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001 vervangen worden, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,30 EUR per dienstencheque eisen.
  In afwijking van artikel 3, § 2, derde lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001, ingevoegd bij dit besluit, wordt de gebruiker die in de periode van 1 januari 2008 tot de datum van inwerkingtreding van artikel 3, 2°, van dit besluit, meer dan 750 dienstencheques heeft aangeschaft, geacht in 2008 750 dienstencheques te hebben aangeschaft.
Art. 7. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er mai 2008, Ă l'exception de l'article 3, 2°, qui entre en vigueur le 1er juin 2008.
  Pour des titres-services acquis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui sont Ă©changĂ©s en application de l'article 3, § 3, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice exigera de l'utilisateur une intervention supplĂ©mentaire de 0,30 EUR par titre-service.
  Pour des titres-services acquis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui sont remplacĂ©s en application de l'article 3, § 3, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 prĂ©citĂ©, la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice exigera de l'utilisateur une intervention supplĂ©mentaire de 0,30 EUR par titre-service.
  Par dĂ©rogation Ă l'article 3, § 2, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 prĂ©citĂ©, insĂ©rĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'utilisateur qui, dans la pĂ©riode du 1er janvier 2008 jusqu'Ă la date d'entrĂ©e en vigueur de l'article 3, 2°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, a acquis plus de 750 titres-services, est supposĂ© avoir acquis 750 titres-services en 2008.
  Pour des titres-services acquis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui sont Ă©changĂ©s en application de l'article 3, § 3, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice exigera de l'utilisateur une intervention supplĂ©mentaire de 0,30 EUR par titre-service.
  Pour des titres-services acquis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui sont remplacĂ©s en application de l'article 3, § 3, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 prĂ©citĂ©, la sociĂ©tĂ© Ă©mettrice exigera de l'utilisateur une intervention supplĂ©mentaire de 0,30 EUR par titre-service.
  Par dĂ©rogation Ă l'article 3, § 2, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 prĂ©citĂ©, insĂ©rĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'utilisateur qui, dans la pĂ©riode du 1er janvier 2008 jusqu'Ă la date d'entrĂ©e en vigueur de l'article 3, 2°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, a acquis plus de 750 titres-services, est supposĂ© avoir acquis 750 titres-services en 2008.
Art. 8. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 28 april 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
  Mevr. J. MILQUET.
  Gegeven te Brussel, 28 april 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
  Mevr. J. MILQUET.
Art. 8. Notre Ministre de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 28 avril 2008.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Vice-PremiÚre Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
  Mme J. MILQUET.
  Donné à Bruxelles, le 28 avril 2008.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Vice-PremiÚre Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des Chances,
  Mme J. MILQUET.