Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 JULI 2008. - Koninklijk besluit tot vaststelling van bepaalde uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-08-2008 en tekstbijwerking tot 13-03-2017)
Titre
22 JUILLET 2008. - Arrêté royal fixant certaines modalités d'exécution de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-08-2008 et mise à jour au 13-03-2017)
Documentinformatie
Numac: 2008000730
Datum: 2008-07-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008000730
Date: 2008-07-22
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit besluit zet onder meer de bepalingen inzake de binnenkomst, het verblijf en de verwijdering van de richtlijn 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, om.
Article 1. Le présent arrêté transpose entre autres des dispositions relatives à l'entrée, au séjour et à l'éloignement de la directive 2003/109/CE du Conseil de l'Union européenne du 25 novembre 2003 relative au statut des ressortissants de pays tiers résidents de longue durée.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° de minister: de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° het koninklijk besluit van 8 oktober 1981: koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° le ministre : le ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses compétences;
  2° l'arrêté royal du 8 octobre 1981 : l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
HOOFDSTUK II. - Minimumbedrag van de bestaansmiddelen die vereist zijn voor het bekomen van de status van langdurig ingezetene.
CHAPITRE II. - Montant minimum des moyens de subsistance requis pour l'obtention du statut de résident de longue durée.
Art. 3. De vreemdeling die een aanvraag voor de toekenning van de status van langdurig ingezetene indient, moet het bewijs leveren dat hij beschikt over een maandelijks inkomen dat minimaal met de volgende bedragen overeenstemt:
  - voor zichzelf : 684 euro;
  - voor elke persoon die te zijnen laste is : 228 euro.
Art. 3. L'étranger qui introduit une demande d'octroi du statut de résident de longue durée doit apporter la preuve qu'il dispose d'un revenu mensuel correspondant au minimum aux montants suivants :
  - pour lui-même : 684 euros;
  - pour toute personne à sa charge : 228 euros.
(NOTA : de bedragen van 684 en 228 euro worden geïndexeerd (artikel 4). Deze bedragen zijn vastgesteld op :
(NOTE : les montants de 684 et 228 euros sont indexés selon l'article 4. Ces montants sont donc portés respectivement à :
  - 778 en 260 euro voor het jaar 2013; zie VARIA 2013-05-06/03, art. M, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2013;
  - 786 en 262 euro voor het jaar 2014; zie VARIA 2014-01-15/01, art. M, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2014; < Erratum, B.St. 07-02-2014, p. 11067>;
  - 789 en 263 euro voor het jaar 2015; zie VARIA 2015-03-16/06, art. M, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2015
  - 793 en 264 euro voor het jaar 2016; zie VARIA 2016-02-01/02, art. M2, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016
  - 809 en 270 euro voor het jaar 2017; zie VARIA 2017-03-03/02, art. M2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2017)
  - 826 en 276 euro voor het jaar 2018; zie VARIA 2018-01-09/08, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2018)
  - 843 en 281 euro voor het jaar 2019; zie VARIA 2019-01-04/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2019)
  - 778 et 260 euros pour 2013 ; voir DIVERS 2013-05-06/03, art. M, 002; En vigueur : 01-01-2013;
  - 786 et 262 euros pour 2014 ; voir DIVERS 2014-01-15/01, art. M, 003; En vigueur : 01-01-2014; Erratum, M.B. 07-02-2014, p. 11067>;
  - 789 en 263 euros pour 2015 ; voir DIVERS 2015-03-16/06, art. M, 004; En vigueur : 01-01-2015
  - 793 en 264 euros pour 2016 ; voir DIVERS 2016-02-01/02, art. M2, 005; En vigueur : 01-01-2016
  - 809 en 270 euros pour 2017 ; voir DIVERS 2017-03-03/02, art. M2, 006; En vigueur : 01-01-2017)
  - 826 en 276 euros pour 2018 ; voir DIVERS 2018-01-09/08, art. M; En vigueur : 01-01-2018)
  - 843 en 281 euros pour 2019 ; voir DIVERS 2019-01-04/01, art. M; En vigueur : 01-01-2019)
Art. 4. De bedragen die in artikel 3 zijn vastgelegd worden aan de index van de consumptieprijzen van het Rijk, 106,53 (basis 2004 = 100) gekoppeld.
  Ze worden elk jaar op 1 januari aangepast, in functie van het gemiddelde indexcijfer van het voorafgaande jaar. Het bekomen resultaat wordt naar boven op de euro afgerond.
Art. 4. Les montants fixés à l'article 3 sont rattaché à l'indice des prix à la consommation du Royaume, 106,53 (base 2004 = 100).
  Ils sont adaptés au 1er janvier de chaque année en fonction de la moyenne de l'indice de l'année précédente. Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
HOOFDSTUK III. - Voorwaarden waaronder en gevallen waarin de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet en gedurende twaalf opeenvolgende maanden afwezig was van de grondgebieden van de Lid-Staten van de Europese Unie zijn recht van terugkeer naar het Rijk niet verliest.
CHAPITRE III. - Conditions et cas dans lesquels l'étranger bénéficiant du statut de résident de longue durée qui était absent des territoires des Etats membres de l'Union européenne pendant douze mois consécutifs, ne perd pas son droit de retour dans le Royaume.
Art. 5. De vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet, kan een recht van terugkeer uitoefenen na een afwezigheid van de grondgebieden van de Lid-Staten van de Europese Unie gedurende twaalf opeenvolgende maanden, op voorwaarde :
  1° dat hij, vóór zijn vertrek, aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats bewezen heeft dat hij zijn hoofdbelangen in België behoudt en het gemeentebestuur kennis heeft gegeven van zijn voornemen om het land te verlaten en er terug te keren;
  2° dat hij bij zijn terugkeer in het bezit is van een EG-verblijfsvergunning van langdurig ingezetene waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is;
  3° dat hij zich binnen vijftien dagen na zijn terugkeer aanmeldt bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.
  De vreemdeling die wenst in het land terug te keren na de datum waarop zijn EG-verblijfsvergunning van langdurig ingezetene verstrijkt, moet vóór zijn vertrek de vernieuwing van tevoren aanvragen, overeenkomstig artikel 41 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.
Art. 5. L'étranger bénéficiant du statut de résident de longue durée, peut exercer un droit de retour après une absence des territoires des Etats membres de l'Union européenne pendant douze mois consécutifs, à condition :
  1° d'avoir, avant son départ, prouvé à l'administration communale de son lieu de résidence qu'il conserve en Belgique le centre de ses intérêts et l'avoir informé de son intention de quitter le pays et d'y revenir;
  2° d'être en possession, au moment de son retour, d'un permis de séjour de résident de longue durée - CE en cours de validité;
  3° de se présenter dans les quinze jours de son retour à l'administration communale de son lieu de résidence.
  L'étranger qui désire revenir dans le pays après la date d'expiration de son permis de séjour de résident de longue durée - CE, est tenu de demander, avant son départ, le renouvellement par anticipation conformément à l'article 41 de l'arrêté royal du 8 octobre 1981.
Art. 6. De vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning van langdurig ingezetene waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is, die in zijn land zijn wettelijke militaire verplichtingen gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden moet vervullen, moet alleen het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats kennis geven van zijn afwezigheid. Bij zijn terugkeer wordt hij van rechtswege opnieuw in de toestand geplaatst waarin hij zich bevond, op voorwaarde dat hij teruggekeerd is binnen zestig dagen na het vervullen van zijn militaire verplichtingen.
Art. 6. L'étranger titulaire d'un permis de séjour de résident de longue durée - CE en cours de validité, qui doit accomplir dans son pays des obligations militaires légales pendant au moins douze mois consécutifs, doit uniquement signaler son absence à l'administration de sa résidence. A son retour, il est replacé de plein droit dans la situation dans laquelle il se trouvait, à condition qu'il soit rentré dans les soixante jours suivant l'accomplissement de ses obligations militaires.
Art. 7. De vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning van langdurig ingezetene waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is, die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden naar zijn land terugkeert om er van gezondheidszorgen te genieten of om er te studeren, moet alleen het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats kennis geven van zijn afwezigheid. Bij zijn terugkeer wordt hij van rechtswege opnieuw in de toestand geplaatst waarin hij zich bevond, op voorwaarde dat hij binnen zestig dagen na het einde van de gezondheidszorgen of de studies teruggekeerd is.
Art. 7. L'étranger titulaire d'un permis de séjour de résident de longue durée - CE en cours de validité, qui retourne dans son pays pendant au moins douze mois consécutifs pour y bénéficier de soins de santé ou pour y suivre des études, doit uniquement signaler son absence à l'administration de sa résidence. A son retour, il est replacé de plein droit dans la situation dans laquelle il se trouvait, à condition qu'il soit rentré dans les soixante jours suivant la fin des soins de santé ou des études.
HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden waaronder en gevallen waarin de vreemdeling die zijn recht van terugkeer verloren heeft de status van langdurig ingezetene kan herkrijgen.
CHAPITRE IV. - Conditions et cas dans lesquels l'étranger qui a perdu son droit de retour, peut recouvrer le statut de résident de longue durée.
Art. 8. De vreemdeling die overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 5, 6 en 7 het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats op de hoogte heeft gebracht van zijn voornemen het land te verlaten en er terug te keren en die, wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, niet in staat is geweest binnen de voorziene termijnen naar het land terug te keren, kan opnieuw in zijn vroegere toestand geplaatst worden bij de beslissing van de minister of van zijn gemachtigde.
  In afwachting van die beslissing geeft het gemeentebestuur, na de controle van de reële verblijfplaats die de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten uitvoeren en na inzage van de documenten die vereist zijn voor zijn terugkeer in het Rijk, aan de vreemdeling een document af overeenkomstig het model van bijlage 15 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.
  Dit document bewijst dat de vreemdeling zich bij het gemeentebestuur heeft aangemeld en dekt voorlopig zijn verblijf gedurende drie maanden.
  Is de beslissing gunstig of wordt, binnen die termijn, geen beslissing ter kennis van het gemeentebestuur gebracht, dan wordt de vreemdeling opnieuw in zijn vroegere toestand geplaatst.
  Indien de minister of zijn gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet meer tot een verblijf in het Rijk wordt toegelaten brengt het gemeentebestuur hem deze beslissing ter kennis door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 14 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.
Art. 8. L'étranger qui conformément aux dispositions des articles 5, 6 et 7, a informé l'administration communale du lieu de sa résidence de son intention de quitter le pays et d'y revenir et qui pour des circonstances indépendantes de sa volonté, n'a pas été en mesure de rentrer dans le pays dans les délais prévus, peut être replacés dans sa situation antérieure par décision du ministre ou de son délégué.
  Dans l'attente de cette décision, l'administration communale, après le contrôle de résidence effective auquel le bourgmestre ou son délégué doit faire procéder et au vu des documents requis pour son entrée dans le Royaume, remet à l'étranger un document conforme au modèle figurant à l'annexe 15 de l'arrêté royal du 8 octobre 1981.
  Ce document atteste que l'étranger s'est présenté à l'administration communale et couvre provisoirement son séjour pendant trois mois.
  En cas de décision favorable, ou si, dans ce délai, aucune décision n'est portée à la connaissance de l'administration communale, l'étranger est replacé dans sa situation antérieure.
  Si le ministre ou son délégué décide que l'étranger n'est plus autorisé au séjour dans le Royaume, l'administration communale lui notifie cette décision par la remise d'un document conforme à l'annexe 14 de l'arrêté royal du 8 octobre 1981.
Art. 9. De vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet, die gedurende twaalf opeenvolgende maanden afwezig was van de grondgebieden van de Lid-Staten van de Europese Unie en die zijn recht van terugkeer verloren heeft, kan zijn status herkrijgen, op voorwaarde dat hij houder is van een geldig paspoort of een reistitel die dit paspoort vervangt, dat hij bewijst dat hij op het moment van zijn aanvraag niet meer dan vijf jaar afwezig is geweest uit het Rijk en dat hij voldoet aan de voorwaarden die voorzien worden in de artikelen 10, 11 of 12.
Art. 9. L'étranger bénéficiant du statut de résident de longue durée qui était absent des territoires des Etats membres de l'Union européenne pendant douze mois consécutifs et qui a perdu son droit de retour, peut recouvrer son statut, à condition d'être porteur d'un passeport valable ou d'un titre de voyage en tenant lieu, de prouver qu'au moment de sa demande, son absence du Royaume n'excède pas cinq ans et de remplir les conditions prévues aux articles 10, 11 ou 12.
Art. 10. De vreemdeling kan zijn status van langdurig ingezetene herkrijgen indien hij bewijst dat hij gedurende een periode van vijftien jaar op regelmatige en ononderbroken wijze in het Rijk voor zijn vertrek verbleven heeft.
Art. 10. L'étranger peut recouvrer son statut de résident de longue durée s'il prouve qu'il a séjourné dans le Royaume de façon régulière et ininterrompue pendant quinze ans avant son départ.
Art. 11. De vreemdeling die minder dan eenentwintig jaar oud is, kan zijn status van langdurig ingezetene herkrijgen indien hij om redenen onafhankelijk van zijn wil van het Rijk verwijderd werd gehouden.
Art. 11. L'étranger âgé de moins de vingt et un ans, peut recouvrer son statut de résident de longue durée s'il a été tenu éloigné du Royaume pour des raisons indépendantes de sa volonté.
Art. 12. De vreemdeling die in België geboren is, kan zijn status van langdurig ingezetene herkrijgen indien hij bewijst dat hij gedurende een periode van tien jaar op regelmatige en ononderbroken wijze in het Rijk voor zijn vertrek verbleven heeft.
Art. 12. L'étranger né en Belgique, peut recouvrer son statut de résident de longue durée s'il prouve qu'il a séjourné dans le Royaume de façon régulière et ininterrompue pendant dix ans avant son départ.
Art. 13. De vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet en die zijn recht van terugkeer verloren heeft, kan zijn status herkrijgen, op voorwaarde dat hij houder is van een geldig paspoort of een reistitel die dit paspoort vervangt en dat hij voldoet aan de voorwaarden die voorzien worden in de artikelen 14 of 15.
Art. 13. L'étranger bénéficiant du statut de résident de longue durée et qui a perdu son droit de retour, peut recouvrer son statut, à condition d'être porteur d'un passeport valable ou d'un titre de voyage en tenant lieu et de remplir les conditions prévues aux articles 14 ou 15.
Art. 14. De vreemdeling kan zijn status van langdurig ingezetene herkrijgen indien hij bewijst dat hij gedurende een periode van vijftien jaar op regelmatige en ononderbroken wijze in het Rijk verbleven heeft en indien hij bewijst dat zijn afwezigheid gerechtvaardigd werd door studies die voortgezet werden in een andere Lid-Staat van de Europese Unie of dat hij om redenen onafhankelijk van zijn wil van het Rijk verwijderd werd gehouden.
Art. 14. L'étranger peut recouvrer son statut de résident de longue durée s'il prouve qu'il a séjourné dans le Royaume de façon régulière et ininterrompue pendant quinze ans et s'il prouve que son absence était justifiée par des études poursuivies dans un autre Etat membre de l'Union européenne ou qu'il a été tenu éloigné du Royaume pour des raisons indépendantes de sa volonté.
Art. 15. De vreemdeling die minder dan eenentwintig jaar oud is of die in België geboren is, kan zijn status van langdurig ingezetene herkrijgen indien hij bewijst dat hij gedurende een periode van tien jaar op regelmatige en ononderbroken wijze in het Rijk verbleven heeft en indien hij bewijst dat zijn afwezigheid gerechtvaardigd werd door studies die voortgezet werden in een andere Lid-Staat van de Europese Unie of dat hij om redenen onafhankelijk van zijn wil van het Rijk verwijderd werd gehouden.
Art. 15. L'étranger âgé de moins de vingt et un ans ou qui est né en Belgique, peut recouvrer son statut de résident de longue durée s'il prouve qu'il a séjourné dans le Royaume de façon régulière et ininterrompue pendant dix ans et s'il prouve que son absence était justifiée par des études poursuivies dans un autre Etat membre de l'Union européenne ou qu'il a été tenu éloigné du Royaume pour des raisons indépendantes de sa volonté.
Art. 16. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt de opsluiting van de vreemdeling die het gevolg is van de uitvoering van een strafvonnis voor een strafbaar feit dat hij heeft gepleegd en dat eveneens strafbaar is in Belgisch recht niet als een omstandigheid onafhankelijk van zijn wil beschouwd.
Art. 16. Pour l'application de ce chapitre, l'emprisonnement de l'étranger en exécution d'un jugement répressif le condamnant pour une infraction pénale qu'il a commise et qui est également punissable en droit belge, n'est pas considéré comme circonstance indépendante de sa volonté.
HOOFDSTUK V. - Wijziging- en slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions modificatives et finales.
Art. 17. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1995 houdende vaststelling van de gevallen waarin en van de voorwaarden waaronder een vreemdeling, wiens afwezigheid uit het Rijk langer dan één jaar duurt, kan gemachtigd worden er terug te keren, wordt aangevuld met het volgende lid:
  " De opsluiting van de vreemdeling die het gevolg is van de uitvoering van een strafvonnis voor een strafbaar feit dat hij heeft gepleegd en dat eveneens strafbaar is in Belgisch recht, wordt niet als een omstandigheid onafhankelijk van zijn wil beschouwd. ".
Art. 17. L'article 3 de l'arrêté royal du 7 août 1995 déterminant les conditions et les cas dans lesquels l'étranger dont l'absence du Royaume est supérieure à un an, peut être autorisé à y revenir, est complété par l'alinéa suivant :
  " L'emprisonnement de l'étranger en exécution d'un jugement répressif condamnant une infraction pénale qu'il a commise et qui est également punissable en droit belge, n'est pas considéré comme circonstance indépendante de sa volonté. ".
Art. 18. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 17 mei 2007 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt aangevuld met het volgende lid:
  " Het stabiel karakter van de relatie wordt ook aangetoond indien de partners een gemeenschappelijk kind hebben. ".
Art. 18. L'article 11 de l'arrêté royal du 17 mai 2007 fixant des modalités d'exécution de la loi du 15 septembre 2006 modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le caractère stable de la relation est également démontré si les partenaires ont un enfant commun. ".
Art. 19. Onze minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is belast met het uitvoeren van dit besluit.
Art. 19. Notre ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, dans ses compétences est chargé de l'exécution du présent arrêté.