Artikel 1. 1. Het inleidende lid van artikel 1 van het Verdrag wordt het eerste lid van dit artikel. In onderdeel b van dit lid wordt het woord " ondertekend " vervangen door het woord " gesloten " en de onderdelen c, d, e en f van dit lid worden vervangen door de volgende onderdelen :
" c. de strafbare feiten vallend onder het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen, met inbegrip van diplomaten, aangenomen te New York op 14 december 1973;
d. de strafbare feiten vallend onder het Internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars, aangenomen te New York op 17 december 1979;
e. de strafbare feiten vallend onder het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal, aangenomen te Wenen op 3 maart 1980;
f. de strafbare feiten vallend onder het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart, gedaan te Montreal op 24 februari 1988; "
2. Het eerste lid van artikel 1 van het Verdrag wordt aangevuld met de volgende vier onderdelen :
" g. de strafbare feiten vallend onder het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart, gedaan te Rome op 10 maart 1988;
h. de strafbare feiten vallend onder het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat, gedaan te Rome op 10 maart 1988;
i. de strafbare feiten vallend onder het Verdrag ter voorkoming van terroristische bomaanslagen, aangenomen te New York op 15 december 1997;
j. de strafbare feiten vallend onder het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, aangenomen te New York op 9 december 1999. "
3. De tekst van artikel 1 van het Verdrag wordt aangevuld met het volgende lid :
" 2. Voorzover zij nog niet vallen onder de in het eerste lid genoemde verdragen, is ten behoeve van uitlevering tussen Verdragsluitende Staten hetzelfde niet alleen van toepassing op het plegen van deze zelfstandig strafbare feiten als pleger, maar ook op :
a. de poging tot het plegen van een van deze zelfstandig strafbare feiten;
b. het als medeplichtige deelnemen aan het plegen van een van deze zelfstandig strafbare feiten of aan het doen van een poging daartoe;
c. het organiseren van het plegen van, of het opdracht geven aan anderen tot het plegen of het doen van een poging tot het plegen van een van deze zelfstandig strafbare feiten. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 MEI 2003. - Protocol tot wijziging van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme, gedaan te Straatsburg op 15 mei 2003.
Titre
15 MAI 2003. - Protocole portant amendement à la convention européenne pour la répression du terrorisme, fait à Strasbourg le 15 mai 2003.
Documentinformatie
Numac: 2007A15082
Datum: 2003-05-15
Info du document
Numac: 2007A15082
Date: 2003-05-15
Tekst (22)
Texte (22)
Article 1. 1. Le paragraphe introductif de l'article 1er de la Convention devient le paragraphe 1er de cet article. Au sous-paragraphe b de ce paragraphe, le terme " signée " est remplacé par le terme " conclue " et les sous-paragraphes c, d, e et f de ce paragraphe sont remplacés respectivement par :
" c. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention sur la prévention et la répression des infractions contre les personnes jouissant d'une protection internationale, y compris les agents diplomatiques, adoptée à New York le 14 décembre 1973;
d. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale contre la prise d'otages, adoptée à New York le 17 décembre 1979;
e. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention sur la protection physique des matières nucléaires, adoptée à Vienne le 3 mars 1980;
f. les infractions comprises dans le champ d'application du Protocole pour la répression des actes illicites de violence dans les aéroports servant à l'aviation civile internationale, conclu à Montréal le 24 février 1988; "
2. Le paragraphe 1er de l'article 1er de la Convention est complété par les quatre sous-paragraphes suivants :
" g les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention pour la répression d'actes illicites contre la sécurité de la navigation maritime, conclue à Rome le 10 mars 1988;
h. les infractions comprises dans le champ d'application du Protocole pour la répression d'actes illicites contre la sécurité des plates-formes fixes situées sur le plateau continental, conclu à Rome le 10 mars 1988;
i. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale pour la répression des attentats terroristes à l'explosif, adoptée à New York le 15 décembre 1997;
j. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale pour la répression du financement du terrorisme, adoptée à New York le 9 décembre 1999. ".
3. Le texte de l'article 1er de la Convention est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Dans la mesure où elles ne seraient pas couvertes par les conventions visées au paragraphe 1er, il en sera de même, pour les besoins de l'extradition entre Etats contractants, non seulement du fait de commettre, comme auteur matériel principal ces infractions principales, mais également :
a. de la tentative de commettre une de ces infractions principales;
b. de la complicité avec une de ces infractions principales ou avec la tentative de commettre une de ces infractions principales;
c. de l'organisation ou du fait de donner l'ordre à d'autres de commettre ou de tenter de commettre une de ces infractions principales. "
" c. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention sur la prévention et la répression des infractions contre les personnes jouissant d'une protection internationale, y compris les agents diplomatiques, adoptée à New York le 14 décembre 1973;
d. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale contre la prise d'otages, adoptée à New York le 17 décembre 1979;
e. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention sur la protection physique des matières nucléaires, adoptée à Vienne le 3 mars 1980;
f. les infractions comprises dans le champ d'application du Protocole pour la répression des actes illicites de violence dans les aéroports servant à l'aviation civile internationale, conclu à Montréal le 24 février 1988; "
2. Le paragraphe 1er de l'article 1er de la Convention est complété par les quatre sous-paragraphes suivants :
" g les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention pour la répression d'actes illicites contre la sécurité de la navigation maritime, conclue à Rome le 10 mars 1988;
h. les infractions comprises dans le champ d'application du Protocole pour la répression d'actes illicites contre la sécurité des plates-formes fixes situées sur le plateau continental, conclu à Rome le 10 mars 1988;
i. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale pour la répression des attentats terroristes à l'explosif, adoptée à New York le 15 décembre 1997;
j. les infractions comprises dans le champ d'application de la Convention internationale pour la répression du financement du terrorisme, adoptée à New York le 9 décembre 1999. ".
3. Le texte de l'article 1er de la Convention est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Dans la mesure où elles ne seraient pas couvertes par les conventions visées au paragraphe 1er, il en sera de même, pour les besoins de l'extradition entre Etats contractants, non seulement du fait de commettre, comme auteur matériel principal ces infractions principales, mais également :
a. de la tentative de commettre une de ces infractions principales;
b. de la complicité avec une de ces infractions principales ou avec la tentative de commettre une de ces infractions principales;
c. de l'organisation ou du fait de donner l'ordre à d'autres de commettre ou de tenter de commettre une de ces infractions principales. "
Art. 2. Het derde lid van artikel 2 van het Verdrag wordt als volgt gewijzigd :
" 3. Hetzelfde is van toepassing op :
a. de poging tot het plegen van een van de voornoemde strafbare feiten;
b. het als medeplichtige deelnemen aan een van de voornoemde strafbare feiten of aan een poging tot het plegen van een dergelijk feit;
c. het organiseren van het plegen van, of het opdracht geven aan anderen tot het plegen of het doen van een poging tot het plegen van een van de voornoemde strafbare feiten. "
" 3. Hetzelfde is van toepassing op :
a. de poging tot het plegen van een van de voornoemde strafbare feiten;
b. het als medeplichtige deelnemen aan een van de voornoemde strafbare feiten of aan een poging tot het plegen van een dergelijk feit;
c. het organiseren van het plegen van, of het opdracht geven aan anderen tot het plegen of het doen van een poging tot het plegen van een van de voornoemde strafbare feiten. "
Art. 2. Le paragraphe 3 de l'article 2 de la Convention est remplacé par les termes suivants :
" 3 Il en sera de même :
a. de la tentative de commettre une de ces infractions principales;
b. de la complicité à une de ces infractions principales ou à la tentative de commettre une de ces infractions principales;
c. de l'organisation ou du fait de donner l'ordre à d'autres de commettre ou de tenter de commettre une de ces infractions principales. ".
" 3 Il en sera de même :
a. de la tentative de commettre une de ces infractions principales;
b. de la complicité à une de ces infractions principales ou à la tentative de commettre une de ces infractions principales;
c. de l'organisation ou du fait de donner l'ordre à d'autres de commettre ou de tenter de commettre une de ces infractions principales. ".
Art. 3. 1. De tekst van artikel 4 van het Verdrag wordt het eerste lid van dit artikel en aan het einde van dit lid wordt de volgende nieuwe zin toegevoegd : " De Verdragsluitende Staten verplichten zich ertoe bedoelde strafbare feiten te beschouwen als uitleveringsdelicten in ieder hierna tussen hen te sluiten uitleveringsverdrag. "
2. De tekst van artikel 4 van het Verdrag wordt aangevuld met het volgende lid :
" 2. Wanneer een Verdragsluitende Staat die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Verdragsluitende Staat waarmee hij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan hij dit Verdrag beschouwen als rechtsgrondslag voor uitlevering voor de in artikel 1 of 2 bedoelde strafbare feiten. "
2. De tekst van artikel 4 van het Verdrag wordt aangevuld met het volgende lid :
" 2. Wanneer een Verdragsluitende Staat die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Verdragsluitende Staat waarmee hij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan hij dit Verdrag beschouwen als rechtsgrondslag voor uitlevering voor de in artikel 1 of 2 bedoelde strafbare feiten. "
Art. 3. 1. Le texte de l'article 4 de la Convention devient le paragraphe 1er de cet article et une nouvelle phrase est ajoutée à la fin de ce paragraphe, dont le libellé est : " Les Etats contractants s'engagent à considérer ces infractions comme cas d'extradition dans tout traité d'extradition à conclure par la suite entre eux. ".
2. Le texte de l'article 4 de la Convention est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Lorsqu'un Etat contractant qui subordonne l'extradition à l'existence d'un traité est saisi d'une demande d'extradition par un autre Etat contractant avec lequel il n'est pas lié par un traité d'extradition, l'Etat contractant requis a la latitude de considérer la présente Convention comme constituant la base juridique de l'extradition en ce qui concerne les infractions prévues aux articles 1er ou 2. ".
2. Le texte de l'article 4 de la Convention est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Lorsqu'un Etat contractant qui subordonne l'extradition à l'existence d'un traité est saisi d'une demande d'extradition par un autre Etat contractant avec lequel il n'est pas lié par un traité d'extradition, l'Etat contractant requis a la latitude de considérer la présente Convention comme constituant la base juridique de l'extradition en ce qui concerne les infractions prévues aux articles 1er ou 2. ".
Art. 4. 1. De tekst van artikel 5 van het Verdrag wordt het eerste lid van dit artikel.
2. De tekst van artikel 5 van het Verdrag wordt aangevuld met de volgende leden :
" 2. Niets in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat het de aangezochte Staat verplicht tot uitlevering, indien de persoon op wie het verzoek om uitlevering betrekking heeft het risico loopt aan foltering te worden blootgesteld.
3. Niets in dit Verdrag mag zo worden uitgelegd dat het de aangezochte Staat verplicht tot uitlevering, indien de persoon op wie het verzoek om uitlevering betrekking heeft het risico loopt ter dood te worden veroordeeld of, wanneer het recht van de aangezochte Staat niet voorziet in levenslange gevangenisstraf, tot levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling, tenzij de aangezochte Staat uit hoofde van toepasselijke uitleveringsverdragen verplicht is tot uitlevering indien de verzoekende Staat naar het oordeel van de aangezochte Staat voldoende zekerheid biedt dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of, indien hij toch wordt opgelegd, niet zal worden voltrokken, of dat de desbetreffende persoon geen levenslange gevangenisstraf zal worden opgelegd zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling. "
2. De tekst van artikel 5 van het Verdrag wordt aangevuld met de volgende leden :
" 2. Niets in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat het de aangezochte Staat verplicht tot uitlevering, indien de persoon op wie het verzoek om uitlevering betrekking heeft het risico loopt aan foltering te worden blootgesteld.
3. Niets in dit Verdrag mag zo worden uitgelegd dat het de aangezochte Staat verplicht tot uitlevering, indien de persoon op wie het verzoek om uitlevering betrekking heeft het risico loopt ter dood te worden veroordeeld of, wanneer het recht van de aangezochte Staat niet voorziet in levenslange gevangenisstraf, tot levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling, tenzij de aangezochte Staat uit hoofde van toepasselijke uitleveringsverdragen verplicht is tot uitlevering indien de verzoekende Staat naar het oordeel van de aangezochte Staat voldoende zekerheid biedt dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of, indien hij toch wordt opgelegd, niet zal worden voltrokken, of dat de desbetreffende persoon geen levenslange gevangenisstraf zal worden opgelegd zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling. "
Art. 4. 1. Le texte de l'article 5 de la Convention devient le paragraphe 1 de cet article.
2. Le texte de l'article 5 de la Convention est complété par les paragraphes suivants :
" 2. Aucune disposition de la présente Convention ne doit être interprétée comme impliquant une obligation d'extrader pour l'Etat requis si la personne faisant l'objet de la demande d'extradition risque d'être exposée à la torture.
3. Aucune disposition de la présente Convention ne doit être interprétée comme impliquant une obligation d'extrader pour l'Etat requis si la personne faisant l'objet de la demande d'extradition risque d'être exposée à la peine de mort ou, lorsque la loi de l'Etat requis ne permet pas la peine privative de liberté à perpétuité, à la peine privative de liberté à perpétuité sans possibilité de remise de peine, à moins que l'Etat requis ait l'obligation d'extrader conformément aux traités d'extradition applicables, si l'Etat requérant donne des assurances jugées suffisantes par l'Etat requis que la peine capitale ne sera pas prononcée ou, si elle est prononcée, qu'elle ne sera pas exécutée, ou que la personne concernée ne sera pas soumise à une peine privative de liberté à perpétuité sans possibilité de remise de peine. "
2. Le texte de l'article 5 de la Convention est complété par les paragraphes suivants :
" 2. Aucune disposition de la présente Convention ne doit être interprétée comme impliquant une obligation d'extrader pour l'Etat requis si la personne faisant l'objet de la demande d'extradition risque d'être exposée à la torture.
3. Aucune disposition de la présente Convention ne doit être interprétée comme impliquant une obligation d'extrader pour l'Etat requis si la personne faisant l'objet de la demande d'extradition risque d'être exposée à la peine de mort ou, lorsque la loi de l'Etat requis ne permet pas la peine privative de liberté à perpétuité, à la peine privative de liberté à perpétuité sans possibilité de remise de peine, à moins que l'Etat requis ait l'obligation d'extrader conformément aux traités d'extradition applicables, si l'Etat requérant donne des assurances jugées suffisantes par l'Etat requis que la peine capitale ne sera pas prononcée ou, si elle est prononcée, qu'elle ne sera pas exécutée, ou que la personne concernée ne sera pas soumise à une peine privative de liberté à perpétuité sans possibilité de remise de peine. "
Art. 5. Na artikel 8 van het Verdrag wordt het volgende nieuwe artikel ingevoegd :
" Artikel 9. De Verdragsluitende Staten kunnen onderling bilaterale of multilaterale verdragen sluiten teneinde de bepalingen van dit Verdrag aan te vullen of de toepassing van de daarin vervatte beginselen te vergemakkelijken. "
" Artikel 9. De Verdragsluitende Staten kunnen onderling bilaterale of multilaterale verdragen sluiten teneinde de bepalingen van dit Verdrag aan te vullen of de toepassing van de daarin vervatte beginselen te vergemakkelijken. "
Art. 5. Un nouvel article est introduit après l'article 8 de la Convention dont le libellé est le suivant :
" Article 9. Les Etats contractants pourront conclure entre eux des accords bilatéraux ou multilatéraux pour compléter les dispositions de la présente Convention ou pour faciliter l'application des principes contenus dans celle-ci. ".
" Article 9. Les Etats contractants pourront conclure entre eux des accords bilatéraux ou multilatéraux pour compléter les dispositions de la présente Convention ou pour faciliter l'application des principes contenus dans celle-ci. ".
Art. 6. 1. Artikel 9 van het Verdrag wordt artikel 10.
2. Het eerste lid van het nieuwe artikel 10 wordt als volgt gewijzigd :
" Het Europese Comité voor Strafrechtelijke Vraagstukken (CDPC) is verantwoordelijk voor het volgen van de uitvoering van het Verdrag. Het CDPC :
a. wordt op de hoogte gehouden van de uitvoering van het Verdrag;
b. doet voorstellen tot het bevorderen of verbeteren van de uitvoering van het Verdrag;
c. doet aanbevelingen aan het Comité van ministers betreffende voorstellen tot wijziging van het Verdrag, en geeft advies over voorstellen tot wijziging van het Verdrag die door een Verdragsluitende Staat zijn ingediend in overeenstemming met de artikelen 12 en 13;
d. geeft, op verzoek van een Verdragsluitende Staat, advies over vragen betreffende de uitvoering van het Verdrag;
e. doet alles wat noodzakelijk is om een oplossing in der minne te bevorderen van elk probleem waartoe de uitvoering van het Verdrag aanleiding zou kunnen geven;
f. doet aanbevelingen aan het Comité van ministers betreffende het uitnodigen van Staten die geen lid zijn van de Raad van Europa om toe te treden tot het Verdrag in overeenstemming met artikel 14, derde lid;
g. doet het Comité van ministers van de Raad van Europa jaarlijks een rapport toekomen inzake het gevolg dat aan dit artikel wordt gegeven bij de uitvoering van het Verdrag. "
3. Het tweede lid van het nieuwe artikel 10 wordt geschrapt.
2. Het eerste lid van het nieuwe artikel 10 wordt als volgt gewijzigd :
" Het Europese Comité voor Strafrechtelijke Vraagstukken (CDPC) is verantwoordelijk voor het volgen van de uitvoering van het Verdrag. Het CDPC :
a. wordt op de hoogte gehouden van de uitvoering van het Verdrag;
b. doet voorstellen tot het bevorderen of verbeteren van de uitvoering van het Verdrag;
c. doet aanbevelingen aan het Comité van ministers betreffende voorstellen tot wijziging van het Verdrag, en geeft advies over voorstellen tot wijziging van het Verdrag die door een Verdragsluitende Staat zijn ingediend in overeenstemming met de artikelen 12 en 13;
d. geeft, op verzoek van een Verdragsluitende Staat, advies over vragen betreffende de uitvoering van het Verdrag;
e. doet alles wat noodzakelijk is om een oplossing in der minne te bevorderen van elk probleem waartoe de uitvoering van het Verdrag aanleiding zou kunnen geven;
f. doet aanbevelingen aan het Comité van ministers betreffende het uitnodigen van Staten die geen lid zijn van de Raad van Europa om toe te treden tot het Verdrag in overeenstemming met artikel 14, derde lid;
g. doet het Comité van ministers van de Raad van Europa jaarlijks een rapport toekomen inzake het gevolg dat aan dit artikel wordt gegeven bij de uitvoering van het Verdrag. "
3. Het tweede lid van het nieuwe artikel 10 wordt geschrapt.
Art. 6. 1. L'article 9 de la Convention devient l'article 10.
2. Le libellé du paragraphe 1 du nouvel article 10 est modifié comme suit :
" Le Comité européen pour les problèmes criminels (CDPC) est chargé de suivre l'application de la présente Convention. Le CDPC :
a. est tenu informé de l'application de la Convention;
b. fait des propositions en vue de faciliter ou d'améliorer l'application de la Convention;
c. adresse au Comité des Ministres des recommandations relatives aux propositions d'amendements et donne son avis sur toute proposition d'amendement présentée par un Etat contractant conformément aux articles 12 et 13;
d. exprime, à la demande d'un Etat contractant, un avis sur toute question relative à l'application de la Convention;
e. facilite autant que de besoin le règlement amiable de toute difficulté à laquelle l'exécution de la Convention donnerait lieu;
f. adresse au Comité des Ministres des recommandations relatives à l'invitation des Etats non membres à adhérer à la Convention conformément au paragraphe 3 de l'article 14;
g. soumet chaque année au Comité des Ministres du Conseil de l'Europe un rapport sur la mise en oeuvre de cet article aux fins de l'application de la Convention. ".
3. Le paragraphe 2 du nouvel article 10 est supprimé.
2. Le libellé du paragraphe 1 du nouvel article 10 est modifié comme suit :
" Le Comité européen pour les problèmes criminels (CDPC) est chargé de suivre l'application de la présente Convention. Le CDPC :
a. est tenu informé de l'application de la Convention;
b. fait des propositions en vue de faciliter ou d'améliorer l'application de la Convention;
c. adresse au Comité des Ministres des recommandations relatives aux propositions d'amendements et donne son avis sur toute proposition d'amendement présentée par un Etat contractant conformément aux articles 12 et 13;
d. exprime, à la demande d'un Etat contractant, un avis sur toute question relative à l'application de la Convention;
e. facilite autant que de besoin le règlement amiable de toute difficulté à laquelle l'exécution de la Convention donnerait lieu;
f. adresse au Comité des Ministres des recommandations relatives à l'invitation des Etats non membres à adhérer à la Convention conformément au paragraphe 3 de l'article 14;
g. soumet chaque année au Comité des Ministres du Conseil de l'Europe un rapport sur la mise en oeuvre de cet article aux fins de l'application de la Convention. ".
3. Le paragraphe 2 du nouvel article 10 est supprimé.
Art. 7. 1. Artikel 10 van het Verdrag wordt artikel 11.
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 11 worden de woorden " het tweede lid van artikel 9 " vervangen door de woorden " artikel 10, onderdeel e, of door onderhandeling ". In de tweede zin van dit lid wordt het woord " beide " geschrapt. De volgende zinnen van dit lid worden geschrapt.
3. Het tweede lid van het nieuwe artikel 11 wordt het zesde lid van dit artikel. De zin " Wanneer geen meerderheid kan worden bereikt, heeft de voorzitter een beslissende stem " wordt na de tweede zin ingevoegd en in de laatste zin worden de woorden " Zijn uitspraak " vervangen door de woorden " De uitspraak van het scheidsgerecht ".
4. De tekst van het nieuwe artikel 11 wordt aangevuld met de volgende leden :
" 2. Indien de Partijen bij een geschil lidstaten van de Raad van Europa zijn en een van de Partijen niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage een scheidsman heeft aangewezen ingevolge het eerste lid van dit artikel, wordt de scheidsman, op verzoek van de andere Partij, aangewezen door de voorzitter van het Europese Hof voor de rechten van de mens.
3. Indien een Partij bij een geschil geen lidstaat van de Raad van Europa is en een van de Partijen niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage een scheidsman heeft aangewezen ingevolge het eerste lid van dit artikel, wordt de scheidsman, op verzoek van de andere Partij, aangewezen door de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof.
4. Indien in de gevallen zoals bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, de desbetreffende voorzitter van het Hof onderdaan is van een van de bij het geschil betrokken Partijen, geschiedt de aanwijzing van de scheidsman door de ondervoorzitter van het Hof, of indien de ondervoorzitter onderdaan is van een van de bij het geschil betrokken Partijen, door het lid van het Hof dat de hoogste anciënniteit heeft en geen onderdaan is van een bij het geschil betrokken Partijen.
5. De in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel bedoelde procedures zijn van overeenkomstige toepassing indien de scheidsmannen geen overeenstemming kunnen bereiken over de aanwijzing van een voorzitter, in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel. "
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 11 worden de woorden " het tweede lid van artikel 9 " vervangen door de woorden " artikel 10, onderdeel e, of door onderhandeling ". In de tweede zin van dit lid wordt het woord " beide " geschrapt. De volgende zinnen van dit lid worden geschrapt.
3. Het tweede lid van het nieuwe artikel 11 wordt het zesde lid van dit artikel. De zin " Wanneer geen meerderheid kan worden bereikt, heeft de voorzitter een beslissende stem " wordt na de tweede zin ingevoegd en in de laatste zin worden de woorden " Zijn uitspraak " vervangen door de woorden " De uitspraak van het scheidsgerecht ".
4. De tekst van het nieuwe artikel 11 wordt aangevuld met de volgende leden :
" 2. Indien de Partijen bij een geschil lidstaten van de Raad van Europa zijn en een van de Partijen niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage een scheidsman heeft aangewezen ingevolge het eerste lid van dit artikel, wordt de scheidsman, op verzoek van de andere Partij, aangewezen door de voorzitter van het Europese Hof voor de rechten van de mens.
3. Indien een Partij bij een geschil geen lidstaat van de Raad van Europa is en een van de Partijen niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage een scheidsman heeft aangewezen ingevolge het eerste lid van dit artikel, wordt de scheidsman, op verzoek van de andere Partij, aangewezen door de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof.
4. Indien in de gevallen zoals bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, de desbetreffende voorzitter van het Hof onderdaan is van een van de bij het geschil betrokken Partijen, geschiedt de aanwijzing van de scheidsman door de ondervoorzitter van het Hof, of indien de ondervoorzitter onderdaan is van een van de bij het geschil betrokken Partijen, door het lid van het Hof dat de hoogste anciënniteit heeft en geen onderdaan is van een bij het geschil betrokken Partijen.
5. De in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel bedoelde procedures zijn van overeenkomstige toepassing indien de scheidsmannen geen overeenstemming kunnen bereiken over de aanwijzing van een voorzitter, in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel. "
Art. 7. 1. L'article 10 de la Convention devient l'article 11.
2. A la première phrase du paragraphe 1 du nouvel article 11 les termes " dans le cadre du paragraphe 2 de l'article 9 " sont remplacés par les termes " ni dans le cadre de l'article 10.e ni par voie de négociation ". A la deuxième phrase de ce paragraphe les termes " les deux arbitres désigneront un troisième arbitre " sont remplacés par les termes " les arbitres désigneront un autre arbitre, président du tribunal ". Les phrases suivantes de ce paragraphe sont supprimées.
3. Le paragraphe 2 du nouvel article 11 devient le paragraphe 6 de cet article. La phrase " Lorsqu'une majorité ne peut être acquise, le président a une voix prépondérante " est ajoutée après la deuxième phrase, et à la dernière phrase les termes " Sa sentence " sont remplacés par les termes " La sentence du tribunal ".
4. Le texte du nouvel article 11 est complété par les paragraphes suivants :
" 2. Lorsque les parties au différend sont membres du Conseil de l'Europe et si, dans un délai de trois mois à compter de la demande d'arbitrage, l'une des Parties n'a pas procédé à la désignation d'un arbitre conformément au paragraphe 1 du présent article, cet arbitre est désigné par le président de la Cour européenne des Droits de l'Homme à la demande de l'autre Partie.
3. Lorsqu'une des parties au différend n'est pas membre du Conseil de l'Europe et si, dans un délai de trois mois à compter de la demande d'arbitrage, l'une des Parties n'a pas procédé à la désignation d'un arbitre conformément au paragraphe 1 du présent article, cet arbitre est désigné par le président de la Cour internationale de justice à la demande de l'autre Partie.
4. Dans les cas prévus aux paragraphes 2 et 3 du présent article, si le président de la cour concernée est le ressortissant de l'une des parties au différend, la désignation de l'arbitre incombe au vice-président de la cour ou, si le vice-président est le ressortissant de l'une des parties au différend, au membre le plus ancien de la cour qui n'est pas le ressortissant de l'une des parties au différend.
5. Les procédures prévues aux paragraphes 2 ou 3 et 4 s'appliqueront mutatis mutandis au cas où les arbitres ne pourraient pas se mettre d'accord sur le choix du président conformément au paragraphe 1 du présent article. "
2. A la première phrase du paragraphe 1 du nouvel article 11 les termes " dans le cadre du paragraphe 2 de l'article 9 " sont remplacés par les termes " ni dans le cadre de l'article 10.e ni par voie de négociation ". A la deuxième phrase de ce paragraphe les termes " les deux arbitres désigneront un troisième arbitre " sont remplacés par les termes " les arbitres désigneront un autre arbitre, président du tribunal ". Les phrases suivantes de ce paragraphe sont supprimées.
3. Le paragraphe 2 du nouvel article 11 devient le paragraphe 6 de cet article. La phrase " Lorsqu'une majorité ne peut être acquise, le président a une voix prépondérante " est ajoutée après la deuxième phrase, et à la dernière phrase les termes " Sa sentence " sont remplacés par les termes " La sentence du tribunal ".
4. Le texte du nouvel article 11 est complété par les paragraphes suivants :
" 2. Lorsque les parties au différend sont membres du Conseil de l'Europe et si, dans un délai de trois mois à compter de la demande d'arbitrage, l'une des Parties n'a pas procédé à la désignation d'un arbitre conformément au paragraphe 1 du présent article, cet arbitre est désigné par le président de la Cour européenne des Droits de l'Homme à la demande de l'autre Partie.
3. Lorsqu'une des parties au différend n'est pas membre du Conseil de l'Europe et si, dans un délai de trois mois à compter de la demande d'arbitrage, l'une des Parties n'a pas procédé à la désignation d'un arbitre conformément au paragraphe 1 du présent article, cet arbitre est désigné par le président de la Cour internationale de justice à la demande de l'autre Partie.
4. Dans les cas prévus aux paragraphes 2 et 3 du présent article, si le président de la cour concernée est le ressortissant de l'une des parties au différend, la désignation de l'arbitre incombe au vice-président de la cour ou, si le vice-président est le ressortissant de l'une des parties au différend, au membre le plus ancien de la cour qui n'est pas le ressortissant de l'une des parties au différend.
5. Les procédures prévues aux paragraphes 2 ou 3 et 4 s'appliqueront mutatis mutandis au cas où les arbitres ne pourraient pas se mettre d'accord sur le choix du président conformément au paragraphe 1 du présent article. "
Art. 8. Na het nieuwe artikel 11 wordt het volgende nieuwe artikel ingevoegd :
" Artikel 12. 1. Wijzigingen van dit Verdrag kunnen door elke Verdragsluitende Staat of door het Comité van ministers worden voorgesteld. Voorstellen tot wijziging worden door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa meegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
2. Na raadpleging van de Verdragsluitende Staten die geen lid zijn en, indien noodzakelijk, van het CDPC, kan het Comité van ministers de wijziging aannemen met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa legt alle aangenomen wijzigingen ter aanvaarding voor aan de Verdragsluitende Staten.
3. Iedere overeenkomstig het bovenstaande lid aangenomen wijziging treedt in werking dertig dagen nadat alle Partijen de Secretaris-generaal in kennis hebben gesteld van hun aanvaarding ervan. "
" Artikel 12. 1. Wijzigingen van dit Verdrag kunnen door elke Verdragsluitende Staat of door het Comité van ministers worden voorgesteld. Voorstellen tot wijziging worden door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa meegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
2. Na raadpleging van de Verdragsluitende Staten die geen lid zijn en, indien noodzakelijk, van het CDPC, kan het Comité van ministers de wijziging aannemen met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa legt alle aangenomen wijzigingen ter aanvaarding voor aan de Verdragsluitende Staten.
3. Iedere overeenkomstig het bovenstaande lid aangenomen wijziging treedt in werking dertig dagen nadat alle Partijen de Secretaris-generaal in kennis hebben gesteld van hun aanvaarding ervan. "
Art. 8. Un nouvel article est ajouté après le nouvel article 11 avec le libellé suivant :
" Article 12. 1. Des amendements à la présente Convention peuvent être proposés par tout Etat contractant ou par le Comité des Ministres. Ces propositions d'amendement sont communiquées par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants.
2. Après avoir consulté les Etats contractants non membres et si nécessaire le CDPC, le Comité des Ministres peut adopter l'amendement. La décision est prise à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe. Le texte de tout amendement ainsi adopté est transmis par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants pour acceptation.
3. Tout amendement adopté conformément au paragraphe précédent entre en vigueur le trentième jour après que toutes les Parties ont notifié au Secrétaire Général qu'elles l'ont accepté. "
" Article 12. 1. Des amendements à la présente Convention peuvent être proposés par tout Etat contractant ou par le Comité des Ministres. Ces propositions d'amendement sont communiquées par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants.
2. Après avoir consulté les Etats contractants non membres et si nécessaire le CDPC, le Comité des Ministres peut adopter l'amendement. La décision est prise à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe. Le texte de tout amendement ainsi adopté est transmis par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants pour acceptation.
3. Tout amendement adopté conformément au paragraphe précédent entre en vigueur le trentième jour après que toutes les Parties ont notifié au Secrétaire Général qu'elles l'ont accepté. "
Art. 9. Na het nieuwe artikel 12 wordt het volgende nieuwe artikel ingevoegd :
" Artikel 13. 1. Teneinde de lijst met verdragen in artikel 1, eerste lid, te actualiseren, kan elke Verdragsluitende Staat of het Comité van ministers voorstellen tot wijziging indienen. Deze voorstellen tot wijziging hebben uitsluitend betrekking op binnen de Organisatie van de Verenigde Naties gesloten verdragen die specifiek betrekking hebben op internationaal terrorisme en die in werking zijn getreden. Zij worden door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa meegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
2. Na raadpleging van de Verdragsluitende Staten die geen lid zijn en, indien noodzakelijk, van het CDPC, kan het Comité van ministers de wijziging aannemen met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid. De wijziging treedt in werking na het verstrijken van een periode van een jaar na de datum waarop deze is toegestuurd aan de Verdragsluitende Staten. Gedurende deze periode kan elke Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal in kennis stellen van enig bezwaar tegen de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van deze Staat.
3. Indien een derde van de Verdragsluitende Partijen de Secretaris-generaal in kennis stellen van een bezwaar tegen de inwerkingtreding van de wijziging, treedt de wijziging niet in werking.
4. Indien minder dan een van de Verdragsluitende Staten kennisgeving hebben gedaan van bezwaar, treedt de wijziging in werking voor de Verdragsluitende Partijen die geen kennisgeving van bezwaar hebben gedaan.
5. Indien een wijziging overeenkomstig het tweede lid van dit artikel in werking is getreden en een Verdragsluitende Staat kennis heeft gedaan van bezwaar ertegen, treedt deze wijziging voor de desbetreffende Verdragsluitende Partij in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop deze Partij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis heeft gesteld van zijn aanvaarding ervan. "
" Artikel 13. 1. Teneinde de lijst met verdragen in artikel 1, eerste lid, te actualiseren, kan elke Verdragsluitende Staat of het Comité van ministers voorstellen tot wijziging indienen. Deze voorstellen tot wijziging hebben uitsluitend betrekking op binnen de Organisatie van de Verenigde Naties gesloten verdragen die specifiek betrekking hebben op internationaal terrorisme en die in werking zijn getreden. Zij worden door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa meegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
2. Na raadpleging van de Verdragsluitende Staten die geen lid zijn en, indien noodzakelijk, van het CDPC, kan het Comité van ministers de wijziging aannemen met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid. De wijziging treedt in werking na het verstrijken van een periode van een jaar na de datum waarop deze is toegestuurd aan de Verdragsluitende Staten. Gedurende deze periode kan elke Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal in kennis stellen van enig bezwaar tegen de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van deze Staat.
3. Indien een derde van de Verdragsluitende Partijen de Secretaris-generaal in kennis stellen van een bezwaar tegen de inwerkingtreding van de wijziging, treedt de wijziging niet in werking.
4. Indien minder dan een van de Verdragsluitende Staten kennisgeving hebben gedaan van bezwaar, treedt de wijziging in werking voor de Verdragsluitende Partijen die geen kennisgeving van bezwaar hebben gedaan.
5. Indien een wijziging overeenkomstig het tweede lid van dit artikel in werking is getreden en een Verdragsluitende Staat kennis heeft gedaan van bezwaar ertegen, treedt deze wijziging voor de desbetreffende Verdragsluitende Partij in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop deze Partij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis heeft gesteld van zijn aanvaarding ervan. "
Art. 9. Un nouvel article est ajouté après le nouvel article 12 avec le libellé suivant :
" Article 13. 1. Afin d'actualiser la liste des traités mentionnés au paragraphe 1 de l'article 1, des amendements peuvent être proposés par tout Etat contractant ou par le Comité des Ministres. Ces propositions d'amendement ne peuvent concerner que des traités conclus au sein de l'Organisation des Nations unies, portant spécifiquement sur le terrorisme international et entrés en vigueur. Ils sont communiqués par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants.
2. Après avoir consulté les Etats contractants non membres et si nécessaire le CDPC, le Comité des Ministres peut adopter un amendement proposé à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe. Cet amendement entre en vigueur à l'expiration d'une période d'un an à compter de la date à laquelle il aura été transmis aux Etats contractants. Pendant ce délai, tout Etat contractant pourra notifier au Secrétaire Général une objection à l'entrée en vigueur de l'amendement à son égard.
3. Si un tiers des Etats contractants a notifié au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe une objection à l'entrée en vigueur de l'amendement, celui-ci n'entre pas en vigueur.
4. Si moins d'un tiers des Etats contractants a notifié une objection, l'amendement entre en vigueur pour les Etats contractants qui n'ont pas formulé d'objection.
5. Lorsqu'un amendement est entré en vigueur conformément au paragraphe 2 du présent article et qu'un Etat contractant avait formulé une objection à cet amendement, celui-ci entre en vigueur dans cet Etat le premier jour du mois suivant la date à laquelle il aura notifié son acceptation au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe. "
" Article 13. 1. Afin d'actualiser la liste des traités mentionnés au paragraphe 1 de l'article 1, des amendements peuvent être proposés par tout Etat contractant ou par le Comité des Ministres. Ces propositions d'amendement ne peuvent concerner que des traités conclus au sein de l'Organisation des Nations unies, portant spécifiquement sur le terrorisme international et entrés en vigueur. Ils sont communiqués par le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe aux Etats contractants.
2. Après avoir consulté les Etats contractants non membres et si nécessaire le CDPC, le Comité des Ministres peut adopter un amendement proposé à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe. Cet amendement entre en vigueur à l'expiration d'une période d'un an à compter de la date à laquelle il aura été transmis aux Etats contractants. Pendant ce délai, tout Etat contractant pourra notifier au Secrétaire Général une objection à l'entrée en vigueur de l'amendement à son égard.
3. Si un tiers des Etats contractants a notifié au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe une objection à l'entrée en vigueur de l'amendement, celui-ci n'entre pas en vigueur.
4. Si moins d'un tiers des Etats contractants a notifié une objection, l'amendement entre en vigueur pour les Etats contractants qui n'ont pas formulé d'objection.
5. Lorsqu'un amendement est entré en vigueur conformément au paragraphe 2 du présent article et qu'un Etat contractant avait formulé une objection à cet amendement, celui-ci entre en vigueur dans cet Etat le premier jour du mois suivant la date à laquelle il aura notifié son acceptation au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe. "
Art. 10. 1. Artikel 11 van het Verdrag wordt artikel 14.
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 14 worden de woorden " de lidstaten van de Raad van Europa " vervangen door de woorden " de lidstaten van en staten met de status van waarnemer bij de Raad van Europa " en in de tweede en de derde zin worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
3. De tekst van het nieuwe artikel 14 wordt aangevuld met het volgende lid :
" 3. Het Comité van ministers van de Raad van Europa kan, na overleg met het CDPC, elke Staat die geen lid is van de Raad van Europa, en die niet bedoeld wordt in het eerste lid van dit artikel, uitnodigen tot het Verdrag toe te treden. Het besluit wordt genomen met de meerderheid als bedoeld in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten die recht hebben op een zetel in het Comité van ministers. "
4. Het derde lid van het nieuwe artikel 14 wordt het vierde lid van dit artikel, en de woorden " of goedkeurt " en " of goedkeuring " worden vervangen door respectievelijk de woorden " goedkeurt of ertoe toetreedt " en " goedkeuring of toetreding ".
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 14 worden de woorden " de lidstaten van de Raad van Europa " vervangen door de woorden " de lidstaten van en staten met de status van waarnemer bij de Raad van Europa " en in de tweede en de derde zin worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
3. De tekst van het nieuwe artikel 14 wordt aangevuld met het volgende lid :
" 3. Het Comité van ministers van de Raad van Europa kan, na overleg met het CDPC, elke Staat die geen lid is van de Raad van Europa, en die niet bedoeld wordt in het eerste lid van dit artikel, uitnodigen tot het Verdrag toe te treden. Het besluit wordt genomen met de meerderheid als bedoeld in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten die recht hebben op een zetel in het Comité van ministers. "
4. Het derde lid van het nieuwe artikel 14 wordt het vierde lid van dit artikel, en de woorden " of goedkeurt " en " of goedkeuring " worden vervangen door respectievelijk de woorden " goedkeurt of ertoe toetreedt " en " goedkeuring of toetreding ".
Art. 10. 1. L'article 11 de la Convention devient l'article 14.
2. Dans la première phrase du paragraphe 1er du nouvel article 14 les termes " et des Etats observateurs " sont ajoutés après les termes " Etats membres ", la deuxième phrase est libellée comme suit : " Elle fera l'objet d'une ratification, acceptation, approbation ou adhésion ", et dans la troisième phrase les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
3. Le texte du nouvel article 14 est complété par le paragraphe suivant :
" 3. Le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe peut, après avoir consulté le CDPC, inviter tout Etat non membre du Conseil de l'Europe, autre que ceux visés au paragraphe 1er du présent article, à adhérer à la présente Convention. La décision est prise à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe et à l'unanimité des représentants des Etats contractants ayant le droit de siéger au Comité des Ministres. ".
4. Le paragraphe 3 du nouvel article 14 devient le paragraphe 4 de cet article et les termes " ou l'approuvera " sont remplacés par les termes ", l'approuvera ou y adhérera " et les termes " d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
2. Dans la première phrase du paragraphe 1er du nouvel article 14 les termes " et des Etats observateurs " sont ajoutés après les termes " Etats membres ", la deuxième phrase est libellée comme suit : " Elle fera l'objet d'une ratification, acceptation, approbation ou adhésion ", et dans la troisième phrase les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
3. Le texte du nouvel article 14 est complété par le paragraphe suivant :
" 3. Le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe peut, après avoir consulté le CDPC, inviter tout Etat non membre du Conseil de l'Europe, autre que ceux visés au paragraphe 1er du présent article, à adhérer à la présente Convention. La décision est prise à la majorité prévue à l'article 20.d du Statut du Conseil de l'Europe et à l'unanimité des représentants des Etats contractants ayant le droit de siéger au Comité des Ministres. ".
4. Le paragraphe 3 du nouvel article 14 devient le paragraphe 4 de cet article et les termes " ou l'approuvera " sont remplacés par les termes ", l'approuvera ou y adhérera " et les termes " d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
Art. 11. 1. Artikel 12 van het Verdrag wordt artikel 15.
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 15, worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
3. In de eerste zin van het tweede lid van het nieuwe artikel 15, worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
2. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 15, worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
3. In de eerste zin van het tweede lid van het nieuwe artikel 15, worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
Art. 11. 1. L'article 12 de la Convention devient l'article 15.
2. Dans la première phrase du paragraphe 1 du nouvel article 15 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
3. Dans la première phrase du paragraphe 2 du nouvel article 15 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
2. Dans la première phrase du paragraphe 1 du nouvel article 15 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
3. Dans la première phrase du paragraphe 2 du nouvel article 15 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
Art. 12. 1. Voorbehouden bij het Verdrag die worden gemaakt voordat dit Protocol wordt opengesteld voor ondertekening, zijn niet van toepassing op het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol.
2. Artikel 13 van het Verdrag wordt artikel 16.
3. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 16 worden de woorden " die Partij is bij het Verdrag van 15 mei 2003 " ingevoegd voor het woord " kan " en de woorden " van het Protocol tot wijziging van het Verdrag " worden ingevoegd na het woord " goedkeuring ". Na de woorden " politieke motieven " wordt een tweede zin ingevoegd die als volgt luidt : " De Verdragsluitende Staat neemt de verplichting op zich dit voorbehoud per geval toe te passen, op grond van een naar behoren onderbouwde beslissing en, bij de beoordeling van de aard van het strafbaar feit, naar behoren rekening houdend met de kenmerken die het een bijzonder gewicht verlenen zoals : ". De resterende woorden van de eerste zin worden geschrapt, met uitzondering van de onderdelen a, b en c.
4. De tekst van het nieuwe artikel 16 wordt aangevuld met het volgende lid :
" 2. Een Verdragsluitende Staat vermeldt bij toepassing van het eerste lid van dit artikel de strafbare feiten waarop het voorbehoud van toepassing is. "
5. Het tweede lid van het nieuwe artikel 16 wordt het derde lid van dit artikel. In de eerste zin van dit lid wordt het woord " Verdragsluitende " ingevoegd voor het woord " Staat " en het woord " vorige " wordt vervangen door het woord " eerste ".
6. Het derde lid van het nieuwe artikel 16 wordt het vierde lid van dit artikel. In de eerste zin van dit lid wordt het woord " Verdragsluitende " ingevoegd voor het woord " Staat ".
7. De tekst van het nieuwe artikel 16 wordt aangevuld met de volgende leden :
" 5. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorbehouden zijn drie jaar geldig, gerekend vanaf de eerste dag van de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de betrokken Staat. Dergelijke voorbehouden kunnen evenwel worden verlengd met perioden van dezelfde duur.
6. Twaalf maanden voor de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van het voorbehoud stelt de Secretaris-generaal van de Raad van Europa de betrokken Verdragsluitende Staat in kennis van dat verstrijken. Uiterlijk drie maanden voor de datum van het verstrijken stelt de Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis van zijn besluit het voorbehoud te handhaven, te wijzigen of in te trekken. Wanneer een Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis stelt van zijn besluit het voorbehoud te handhaven, geeft hij uitleg bij de redenen die de handhaving van het voorbehoud verantwoorden. Bij gebreke van een kennisgeving van de betrokken Verdragsluitende Staat deelt de Secretaris-generaal van de Raad van Europa die Verdragsluitende Staat mee dat zijn voorbehoud geacht wordt automatisch te zijn verlengd voor een periode van zes maanden. Indien de Verdragsluitende Staat voor het verstrijken van deze periode geen kennisgeving doet van zijn voornemen het voorbehoud te handhaven, vervalt het voorbehoud.
7. Wanneer een Verdragsluitende Staat, krachtens een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gemaakt voorbehoud, een persoon niet uitlevert na ontvangst van een verzoek om uitlevering van een andere Verdragsluitende Staat, legt hij de zaak, zonder enige uitzondering en zonder onnodige vertraging, voor aan zijn bevoegde autoriteiten ten behoeve van vervolging, tenzij de verzoekende Staat en de aangezochte Staat anderszins overeenkomen. De bevoegde autoriteiten nemen ten behoeve van vervolging in de aangezochte Staat hun beslissing op dezelfde wijze als in het geval van een strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wet van die Staat. De aangezochte Staat deelt, zonder onnodige vertraging, het resultaat van de procedure mee aan de verzoekende Staat en aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, die deze zal meedelen aan de in artikel 17 bedoelde Conferentie.
8. De beslissing tot afwijzing van een verzoek om uitlevering krachtens een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gemaakt voorbehoud wordt onverwijld ter kennis gebracht van de verzoekende Staat. Indien binnen een redelijke termijn geen gerechtelijke beslissing ten principale is genomen in de aangezochte Staat overeenkomstig het zevende lid, kan de verzoekende Staat dit feit meedelen aan de Secretaris-generaal, die de zaak zal voorleggen aan de in artikel 17 bedoelde Conferentie. Deze Conferentie behandelt de zaak en brengt een advies uit omtrent de overeenstemming van de afwijzing met het Verdrag en legt dit voor aan het Comité van ministers opdat dit orgaan hierover een verklaring kan afleggen. Bij de uitoefening van zijn taak ingevolge dit lid komt het Comité van ministers bijeen in zijn tot de Verdragsluitende Staten beperkte samenstelling. "
2. Artikel 13 van het Verdrag wordt artikel 16.
3. In de eerste zin van het eerste lid van het nieuwe artikel 16 worden de woorden " die Partij is bij het Verdrag van 15 mei 2003 " ingevoegd voor het woord " kan " en de woorden " van het Protocol tot wijziging van het Verdrag " worden ingevoegd na het woord " goedkeuring ". Na de woorden " politieke motieven " wordt een tweede zin ingevoegd die als volgt luidt : " De Verdragsluitende Staat neemt de verplichting op zich dit voorbehoud per geval toe te passen, op grond van een naar behoren onderbouwde beslissing en, bij de beoordeling van de aard van het strafbaar feit, naar behoren rekening houdend met de kenmerken die het een bijzonder gewicht verlenen zoals : ". De resterende woorden van de eerste zin worden geschrapt, met uitzondering van de onderdelen a, b en c.
4. De tekst van het nieuwe artikel 16 wordt aangevuld met het volgende lid :
" 2. Een Verdragsluitende Staat vermeldt bij toepassing van het eerste lid van dit artikel de strafbare feiten waarop het voorbehoud van toepassing is. "
5. Het tweede lid van het nieuwe artikel 16 wordt het derde lid van dit artikel. In de eerste zin van dit lid wordt het woord " Verdragsluitende " ingevoegd voor het woord " Staat " en het woord " vorige " wordt vervangen door het woord " eerste ".
6. Het derde lid van het nieuwe artikel 16 wordt het vierde lid van dit artikel. In de eerste zin van dit lid wordt het woord " Verdragsluitende " ingevoegd voor het woord " Staat ".
7. De tekst van het nieuwe artikel 16 wordt aangevuld met de volgende leden :
" 5. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorbehouden zijn drie jaar geldig, gerekend vanaf de eerste dag van de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de betrokken Staat. Dergelijke voorbehouden kunnen evenwel worden verlengd met perioden van dezelfde duur.
6. Twaalf maanden voor de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van het voorbehoud stelt de Secretaris-generaal van de Raad van Europa de betrokken Verdragsluitende Staat in kennis van dat verstrijken. Uiterlijk drie maanden voor de datum van het verstrijken stelt de Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis van zijn besluit het voorbehoud te handhaven, te wijzigen of in te trekken. Wanneer een Verdragsluitende Staat de Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis stelt van zijn besluit het voorbehoud te handhaven, geeft hij uitleg bij de redenen die de handhaving van het voorbehoud verantwoorden. Bij gebreke van een kennisgeving van de betrokken Verdragsluitende Staat deelt de Secretaris-generaal van de Raad van Europa die Verdragsluitende Staat mee dat zijn voorbehoud geacht wordt automatisch te zijn verlengd voor een periode van zes maanden. Indien de Verdragsluitende Staat voor het verstrijken van deze periode geen kennisgeving doet van zijn voornemen het voorbehoud te handhaven, vervalt het voorbehoud.
7. Wanneer een Verdragsluitende Staat, krachtens een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gemaakt voorbehoud, een persoon niet uitlevert na ontvangst van een verzoek om uitlevering van een andere Verdragsluitende Staat, legt hij de zaak, zonder enige uitzondering en zonder onnodige vertraging, voor aan zijn bevoegde autoriteiten ten behoeve van vervolging, tenzij de verzoekende Staat en de aangezochte Staat anderszins overeenkomen. De bevoegde autoriteiten nemen ten behoeve van vervolging in de aangezochte Staat hun beslissing op dezelfde wijze als in het geval van een strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wet van die Staat. De aangezochte Staat deelt, zonder onnodige vertraging, het resultaat van de procedure mee aan de verzoekende Staat en aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, die deze zal meedelen aan de in artikel 17 bedoelde Conferentie.
8. De beslissing tot afwijzing van een verzoek om uitlevering krachtens een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gemaakt voorbehoud wordt onverwijld ter kennis gebracht van de verzoekende Staat. Indien binnen een redelijke termijn geen gerechtelijke beslissing ten principale is genomen in de aangezochte Staat overeenkomstig het zevende lid, kan de verzoekende Staat dit feit meedelen aan de Secretaris-generaal, die de zaak zal voorleggen aan de in artikel 17 bedoelde Conferentie. Deze Conferentie behandelt de zaak en brengt een advies uit omtrent de overeenstemming van de afwijzing met het Verdrag en legt dit voor aan het Comité van ministers opdat dit orgaan hierover een verklaring kan afleggen. Bij de uitoefening van zijn taak ingevolge dit lid komt het Comité van ministers bijeen in zijn tot de Verdragsluitende Staten beperkte samenstelling. "
Art. 12. 1. Les réserves à la Convention formulées avant l'ouverture à la signature du présent Protocole ne sont pas applicables à la Convention telle qu'amendée par le présent Protocole.
2. L'article 13 de la Convention devient l'article 16.
3. A la première phrase du premier paragraphe du nouvel article 16 les termes " partie à la Convention au 15 mai 2003 " sont ajoutés avant le terme " peut " et les termes " du Protocole portant amendement à la Convention " sont ajoutés après le terme " approbation ". La deuxième phrase suivante est ajoutée après les termes " mobiles politiques " : " L'Etat contractant s'engage à appliquer cette réserve au cas par cas sur la base d'une décision dûment motivée et à prendre dûment en considération, lors de l'évaluation du caractère de l'infraction, son caractère de particulière gravité, y compris : ". Le reste de la première phrase est supprimé, à l'exception des sous-paragraphes a, b et c.
4. Le texte du nouvel article 16 est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Lorsqu'il applique le paragraphe 1er du présent article, l'Etat contractant indique les infractions auxquelles s'applique sa réserve. "
5. Le paragraphe 2 du nouvel article 16 devient le paragraphe 3 de cet article. A la première phrase de ce paragraphe le terme " contractant " est ajouté après le terme " Etat ", et le terme " précédent " est remplacé par le terme " 1 ".
6. Le paragraphe 3 du nouvel article 16 devient le paragraphe 4 de cet article. A la première phrase de ce paragraphe le terme " contractant " est ajouté après le terme " Etat ".
7. Le texte du nouvel article 16 est complété par les paragraphes suivants :
" 5. Les réserves formulées en vertu du paragraphe 1 du présent article sont valables pour une période de trois ans à compter du premier jour de l'entrée en vigueur de la Convention telle qu'amendée pour l'Etat concerné. Toutefois, ces réserves peuvent être renouvelées pour des périodes de la même durée.
6. Douze mois avant l'expiration de la réserve, le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe informe l'Etat contractant concerné de cette expiration. Trois mois avant la date d'expiration, l'Etat contractant notifie au Secrétaire Général son intention de maintenir, de modifier ou de retirer la réserve. Lorsqu'un Etat contractant notifie au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qu'il maintient sa réserve, il fournit des explications quant aux motifs justifiant son maintien. En l'absence de notification par l'Etat contractant concerné, le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe informe cet Etat contractant que sa réserve est automatiquement prolongée pour une période de six mois. Si l'Etat contractant concerné ne notifie pas sa décision de maintenir ou de modifier ses réserves avant l'expiration de cette période, la réserve devient caduque.
7. Chaque fois qu'un Etat contractant décide de ne pas extrader une personne en vertu de l'application de la réserve formulée conformément au paragraphe 1 du présent article, après avoir reçu une demande d'extradition d'un autre Etat contractant, il soumet l'affaire, sans exception aucune et sans retard injustifié, à ses autorités compétentes en vue de poursuites, sauf si d'autres dispositions ont été convenues entre l'Etat requérant et l'Etat requis. Les autorités compétentes, en vue des poursuites dans l'Etat requis, prennent leur décision dans les mêmes conditions que pour toute infraction de caractère grave conformément aux lois de cet Etat. L'Etat requis communique sans retard injustifié l'issue finale des poursuites à l'Etat requérant et au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qui la communique à la Conférence prévue à l'article 17.
8. La décision de refus de la demande d'extradition, en vertu de la réserve formulée conformément au paragraphe 1 du présent article, est communiquée aussitôt à l'Etat requérant. Si aucune décision judiciaire sur le fond n'est prise dans l'Etat requis en vertu du paragraphe 7 du présent article dans un délai raisonnable, l'Etat requérant peut en informer le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qui soumet la question à la Conférence prévue à l'article 17. Cette Conférence examine la question et émet un avis sur la conformité du refus avec les dispositions de la Convention et le soumet au Comité des Ministres afin qu'il adopte une déclaration en la matière. Lorsqu'il exerce ses fonctions en vertu de ce paragraphe, le Comité des Ministres se réunit dans sa composition restreinte aux Etats contractants. "
2. L'article 13 de la Convention devient l'article 16.
3. A la première phrase du premier paragraphe du nouvel article 16 les termes " partie à la Convention au 15 mai 2003 " sont ajoutés avant le terme " peut " et les termes " du Protocole portant amendement à la Convention " sont ajoutés après le terme " approbation ". La deuxième phrase suivante est ajoutée après les termes " mobiles politiques " : " L'Etat contractant s'engage à appliquer cette réserve au cas par cas sur la base d'une décision dûment motivée et à prendre dûment en considération, lors de l'évaluation du caractère de l'infraction, son caractère de particulière gravité, y compris : ". Le reste de la première phrase est supprimé, à l'exception des sous-paragraphes a, b et c.
4. Le texte du nouvel article 16 est complété par le paragraphe suivant :
" 2. Lorsqu'il applique le paragraphe 1er du présent article, l'Etat contractant indique les infractions auxquelles s'applique sa réserve. "
5. Le paragraphe 2 du nouvel article 16 devient le paragraphe 3 de cet article. A la première phrase de ce paragraphe le terme " contractant " est ajouté après le terme " Etat ", et le terme " précédent " est remplacé par le terme " 1 ".
6. Le paragraphe 3 du nouvel article 16 devient le paragraphe 4 de cet article. A la première phrase de ce paragraphe le terme " contractant " est ajouté après le terme " Etat ".
7. Le texte du nouvel article 16 est complété par les paragraphes suivants :
" 5. Les réserves formulées en vertu du paragraphe 1 du présent article sont valables pour une période de trois ans à compter du premier jour de l'entrée en vigueur de la Convention telle qu'amendée pour l'Etat concerné. Toutefois, ces réserves peuvent être renouvelées pour des périodes de la même durée.
6. Douze mois avant l'expiration de la réserve, le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe informe l'Etat contractant concerné de cette expiration. Trois mois avant la date d'expiration, l'Etat contractant notifie au Secrétaire Général son intention de maintenir, de modifier ou de retirer la réserve. Lorsqu'un Etat contractant notifie au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qu'il maintient sa réserve, il fournit des explications quant aux motifs justifiant son maintien. En l'absence de notification par l'Etat contractant concerné, le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe informe cet Etat contractant que sa réserve est automatiquement prolongée pour une période de six mois. Si l'Etat contractant concerné ne notifie pas sa décision de maintenir ou de modifier ses réserves avant l'expiration de cette période, la réserve devient caduque.
7. Chaque fois qu'un Etat contractant décide de ne pas extrader une personne en vertu de l'application de la réserve formulée conformément au paragraphe 1 du présent article, après avoir reçu une demande d'extradition d'un autre Etat contractant, il soumet l'affaire, sans exception aucune et sans retard injustifié, à ses autorités compétentes en vue de poursuites, sauf si d'autres dispositions ont été convenues entre l'Etat requérant et l'Etat requis. Les autorités compétentes, en vue des poursuites dans l'Etat requis, prennent leur décision dans les mêmes conditions que pour toute infraction de caractère grave conformément aux lois de cet Etat. L'Etat requis communique sans retard injustifié l'issue finale des poursuites à l'Etat requérant et au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qui la communique à la Conférence prévue à l'article 17.
8. La décision de refus de la demande d'extradition, en vertu de la réserve formulée conformément au paragraphe 1 du présent article, est communiquée aussitôt à l'Etat requérant. Si aucune décision judiciaire sur le fond n'est prise dans l'Etat requis en vertu du paragraphe 7 du présent article dans un délai raisonnable, l'Etat requérant peut en informer le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe qui soumet la question à la Conférence prévue à l'article 17. Cette Conférence examine la question et émet un avis sur la conformité du refus avec les dispositions de la Convention et le soumet au Comité des Ministres afin qu'il adopte une déclaration en la matière. Lorsqu'il exerce ses fonctions en vertu de ce paragraphe, le Comité des Ministres se réunit dans sa composition restreinte aux Etats contractants. "
Art. 13. Na het nieuwe artikel 16 van het Verdrag wordt het volgende nieuwe artikel ingevoegd :
" Artikel 17. 1. Onverminderd de toepassing van artikel 10, wordt een Conferentie van Staten die Partij zijn tegen Terrorisme ingesteld (hierna te noemen de " COSTER ") die verantwoordelijk is voor het waarborgen van :
a. de doelmatige toepassing en werking van dit Verdrag, met inbegrip van het identificeren van problemen daarbij, in nauw overleg met het CDPC;
b. het toetsen van voorbehouden die in overeenstemming met artikel 16 zijn gemaakt en inzonderheid de procedure bedoeld in artikel 16, achtste lid;
c. de uitwisseling van informatie over belangrijke juridische en beleidsmatige ontwikkelingen met betrekking tot de strijd tegen het terrorisme;
d. het toetsen, op verzoek van het Comité van ministers, van maatregelen die in het kader van de Raad van Europa zijn aangenomen op het gebied van de strijd tegen het terrorisme en, waar gepast, het uitwerken van voorstellen voor aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn om de internationale samenwerking bij de strijd tegen het terrorisme te verbeteren en, wanneer het samenwerking bij strafzaken betreft, in overleg met het CDPC;
e. het voorbereiden van adviezen op het gebied van de strijd tegen het terrorisme en de uitvoering van het door het Comité van ministers gegeven mandaat.
2. Elk van de Verdragsluitende Staten benoemt een deskundige die zitting neemt in de COSTER. Die komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen, en op verzoek van de Secretaris-generaal van de Raad van Europa of van ten minste een van de Verdragsluitende Staten, in buitengewone zitting.
3. De COSTER stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. De kosten voor deelname van de Verdragsluitende Staten die lidstaten van de Raad van Europa zijn worden gedragen door de Raad van Europa. Het Secretariaat van de Raad van Europa ondersteunt de COSTER bij de uitvoering van haar taken ingevolge dit artikel.
4. Het CDPC wordt regelmatig op de hoogte gehouden van de werkzaamheden van de COSTER. "
" Artikel 17. 1. Onverminderd de toepassing van artikel 10, wordt een Conferentie van Staten die Partij zijn tegen Terrorisme ingesteld (hierna te noemen de " COSTER ") die verantwoordelijk is voor het waarborgen van :
a. de doelmatige toepassing en werking van dit Verdrag, met inbegrip van het identificeren van problemen daarbij, in nauw overleg met het CDPC;
b. het toetsen van voorbehouden die in overeenstemming met artikel 16 zijn gemaakt en inzonderheid de procedure bedoeld in artikel 16, achtste lid;
c. de uitwisseling van informatie over belangrijke juridische en beleidsmatige ontwikkelingen met betrekking tot de strijd tegen het terrorisme;
d. het toetsen, op verzoek van het Comité van ministers, van maatregelen die in het kader van de Raad van Europa zijn aangenomen op het gebied van de strijd tegen het terrorisme en, waar gepast, het uitwerken van voorstellen voor aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn om de internationale samenwerking bij de strijd tegen het terrorisme te verbeteren en, wanneer het samenwerking bij strafzaken betreft, in overleg met het CDPC;
e. het voorbereiden van adviezen op het gebied van de strijd tegen het terrorisme en de uitvoering van het door het Comité van ministers gegeven mandaat.
2. Elk van de Verdragsluitende Staten benoemt een deskundige die zitting neemt in de COSTER. Die komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen, en op verzoek van de Secretaris-generaal van de Raad van Europa of van ten minste een van de Verdragsluitende Staten, in buitengewone zitting.
3. De COSTER stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. De kosten voor deelname van de Verdragsluitende Staten die lidstaten van de Raad van Europa zijn worden gedragen door de Raad van Europa. Het Secretariaat van de Raad van Europa ondersteunt de COSTER bij de uitvoering van haar taken ingevolge dit artikel.
4. Het CDPC wordt regelmatig op de hoogte gehouden van de werkzaamheden van de COSTER. "
Art. 13. Un nouvel article est ajouté après le nouvel article 16 avec le libellé suivant :
" Article 17. 1. Sans préjudice pour l'application de l'article 10, une Conférence des Etats Contractants contre le terrorisme (ci-après dénommée le " COSTER ") veillera à assurer :
a. l'application et le fonctionnement effectifs de la présente Convention, y compris l'identification de tout problème y relatif, en contact étroit avec le CDPC;
b. l'examen des réserves formulées en conformité avec l'article 16 et notamment la procédure prévue à l'article 16, paragraphe 8;
c. l'échange d'informations sur les évolutions juridiques et politiques significatives dans le domaine de la lutte contre le terrorisme;
d. l'examen, à la demande du Comité des Ministres, des mesures adoptées dans le cadre du Conseil de l'Europe dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et, le cas échéant, l'élaboration de propositions de mesures supplémentaires nécessaires en vue d'améliorer la coopération internationale dans le domaine de la lutte contre le terrorisme, et ce en consultation avec le CDPC lorsque ces mesures concernent la coopération en matière pénale;
e. l'élaboration des avis dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et l'exécution des mandats demandés par le Comité des Ministres.
2. Le COSTER est composé d'un expert nommé par chaque Etat contractant. Il se réunit en session ordinaire une fois par an et en session extraordinaire à la demande du Secrétaire Général du Conseil de l'Europe ou à la demande d'au moins un tiers des Etats contractants.
3. Le COSTER adopte son Règlement intérieur. Les dépenses relatives à la participation des Etats contractants qui sont membres du Conseil de l'Europe sont prises en charge par le Conseil de l'Europe. Le Secrétariat du Conseil de l'Europe assiste le COSTER dans l'exercice des fonctions découlant de cet article.
4. Le CDPC est tenu périodiquement informé des travaux du COSTER. "
" Article 17. 1. Sans préjudice pour l'application de l'article 10, une Conférence des Etats Contractants contre le terrorisme (ci-après dénommée le " COSTER ") veillera à assurer :
a. l'application et le fonctionnement effectifs de la présente Convention, y compris l'identification de tout problème y relatif, en contact étroit avec le CDPC;
b. l'examen des réserves formulées en conformité avec l'article 16 et notamment la procédure prévue à l'article 16, paragraphe 8;
c. l'échange d'informations sur les évolutions juridiques et politiques significatives dans le domaine de la lutte contre le terrorisme;
d. l'examen, à la demande du Comité des Ministres, des mesures adoptées dans le cadre du Conseil de l'Europe dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et, le cas échéant, l'élaboration de propositions de mesures supplémentaires nécessaires en vue d'améliorer la coopération internationale dans le domaine de la lutte contre le terrorisme, et ce en consultation avec le CDPC lorsque ces mesures concernent la coopération en matière pénale;
e. l'élaboration des avis dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et l'exécution des mandats demandés par le Comité des Ministres.
2. Le COSTER est composé d'un expert nommé par chaque Etat contractant. Il se réunit en session ordinaire une fois par an et en session extraordinaire à la demande du Secrétaire Général du Conseil de l'Europe ou à la demande d'au moins un tiers des Etats contractants.
3. Le COSTER adopte son Règlement intérieur. Les dépenses relatives à la participation des Etats contractants qui sont membres du Conseil de l'Europe sont prises en charge par le Conseil de l'Europe. Le Secrétariat du Conseil de l'Europe assiste le COSTER dans l'exercice des fonctions découlant de cet article.
4. Le CDPC est tenu périodiquement informé des travaux du COSTER. "
Art. 14. Artikel 14 van het Verdrag wordt artikel 18.
Art. 14. L'article 14 de la Convention devient l'article 18.
Art. 15. Artikel 15 van het Verdrag wordt geschrapt.
Art. 15. L'article 15 de la Convention est supprimé.
Art. 16. 1. Artikel 16 van het Verdrag wordt artikel 19.
2. In de inleidende zin van het nieuwe artikel 19 worden de woorden " lidstaten van de Raad " vervangen door de woorden " Verdragsluitende Staten ".
3. In onderdeel b van het nieuwe artikel 19 worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
4. In onderdeel c van het nieuwe artikel 19 wordt het nummer " 11 " vervangen door het nummer " 14 ".
5. In onderdeel d van het nieuwe artikel 19 wordt het nummer " 12 " vervangen door het nummer " 15 ".
6. Onderdelen e en f van het nieuwe artikel 19 worden geschrapt.
7. Onderdeel g van het nieuwe artikel 19 wordt onderdeel e van dit artikel en het nummer " 14 " wordt vervangen door het nummer " 18 ".
8. Onderdeel h van het nieuwe artikel 19 wordt geschrapt.
2. In de inleidende zin van het nieuwe artikel 19 worden de woorden " lidstaten van de Raad " vervangen door de woorden " Verdragsluitende Staten ".
3. In onderdeel b van het nieuwe artikel 19 worden de woorden " of goedkeuring " vervangen door de woorden " goedkeuring of toetreding ".
4. In onderdeel c van het nieuwe artikel 19 wordt het nummer " 11 " vervangen door het nummer " 14 ".
5. In onderdeel d van het nieuwe artikel 19 wordt het nummer " 12 " vervangen door het nummer " 15 ".
6. Onderdelen e en f van het nieuwe artikel 19 worden geschrapt.
7. Onderdeel g van het nieuwe artikel 19 wordt onderdeel e van dit artikel en het nummer " 14 " wordt vervangen door het nummer " 18 ".
8. Onderdeel h van het nieuwe artikel 19 wordt geschrapt.
Art. 16. 1. L'article 16 de la Convention devient l'article 19.
2. Dans la phrase introductive du nouvel article 19 les termes " aux Etats membres " sont remplacés par les termes " aux Etats contractants ".
3. Au paragraphe b du nouvel article 19 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
4. Au paragraphe c du nouvel article 19 le chiffre " 11 " devient " 14 ".
5. Au paragraphe d du nouvel article 19 le chiffre " 12 " devient " 15 ".
6. Les paragraphes e et f du nouvel article 19 sont supprimés.
7. Le paragraphe g du nouvel article 19 devient le paragraphe e de cet article et le chiffre " 14 " devient " 18 ".
8. Le paragraphe h du nouvel article 19 est supprimé.
2. Dans la phrase introductive du nouvel article 19 les termes " aux Etats membres " sont remplacés par les termes " aux Etats contractants ".
3. Au paragraphe b du nouvel article 19 les termes " ou d'approbation " sont remplacés par les termes ", d'approbation ou d'adhésion ".
4. Au paragraphe c du nouvel article 19 le chiffre " 11 " devient " 14 ".
5. Au paragraphe d du nouvel article 19 le chiffre " 12 " devient " 15 ".
6. Les paragraphes e et f du nouvel article 19 sont supprimés.
7. Le paragraphe g du nouvel article 19 devient le paragraphe e de cet article et le chiffre " 14 " devient " 18 ".
8. Le paragraphe h du nouvel article 19 est supprimé.
Art. 17. 1. Dit Protocol staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa die het Verdrag hebben ondertekend, die hun instemming erdoor te worden gebonden tot uitdrukking kunnen brengen door :
a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
2. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa.
a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
2. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa.
Art. 17. 1. Le présent Protocole est ouvert à la signature des Etats membres du Conseil de l'Europe signataires de la Convention, qui peuvent exprimer leur consentement à être liés par :
a. signature sans réserve de ratification, d'acceptation ou d'approbation; ou
b. signature sous réserve de ratification, d'acceptation ou d'approbation, suivie de ratification, d'acceptation ou d'approbation.
2. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation seront déposés près le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe.
a. signature sans réserve de ratification, d'acceptation ou d'approbation; ou
b. signature sous réserve de ratification, d'acceptation ou d'approbation, suivie de ratification, d'acceptation ou d'approbation.
2. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation seront déposés près le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe.
Art. 18. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum waarop alle Partijen bij het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17 hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht.
Art. 18. Le présent Protocole entrera en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période de trois mois après la date à laquelle toutes les Parties à la Convention auront exprimé leur consentement à être liées par le Protocole, conformément aux dispositions de l'article 17.
Art. 19. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt alle lidstaten van de Raad van Europa in kennis van :
a. alle ondertekeningen;
b. de neerlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
c. de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, overeenkomstig artikel 18;
d. iedere andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, hiertoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.
Gedaan te Straatsburg, op 15 mei 2003, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa zal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan iedere ondertekenende Staat.
a. alle ondertekeningen;
b. de neerlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
c. de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, overeenkomstig artikel 18;
d. iedere andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, hiertoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.
Gedaan te Straatsburg, op 15 mei 2003, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa zal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan iedere ondertekenende Staat.
Art. 19. Le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe notifiera aux Etats membres du Conseil de l'Europe :
a. toute signature;
b. le dépôt de tout instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation;
c. la date d'entrée en vigueur du présent Protocole, conformément à l'article 18;
d. tout autre acte, notification ou communication ayant trait au présent Protocole.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Protocole.
Fait à Strasbourg, le 15 mai 2003, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui sera déposé dans les archives du Conseil de l'Europe. Le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe en communiquera copie certifiée conforme à chacun des Etats signataires.
a. toute signature;
b. le dépôt de tout instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation;
c. la date d'entrée en vigueur du présent Protocole, conformément à l'article 18;
d. tout autre acte, notification ou communication ayant trait au présent Protocole.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Protocole.
Fait à Strasbourg, le 15 mai 2003, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui sera déposé dans les archives du Conseil de l'Europe. Le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe en communiquera copie certifiée conforme à chacun des Etats signataires.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. VERKLARING.
De Belgische Regering verklaart dat zij het voorbehoud, dat gemaakt werd ter gelegenheid van de neerlegging van het ratificatie-instrument betreffende het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme, gedaan te Straatsburg op 17 januari 1977, wenst te handhaven. (Voorbehoud gemaakt op basis van artikel 13.1 van het Europees Verdrag).
De Belgische Regering verklaart bijgevolg hetgeen volgt :
" Met strikte naleving van artikel 16, paragraaf 5 van het Verdrag, behoudt België zich het recht voor de uitlevering te weigeren voor wat alle strafbare feiten betreft die voorzien zijn in artikel 1, paragraaf 1, van lid a) tot en met lid h), met uitzondering van lid d) en artikel 1, paragraaf 2 voor zover deze laatste betrekking heeft op alle strafbare feiten die voorzien zijn in de eerste paragraaf, van lid a) tot en met lid h) inbegrepen, met uitzondering van lid d) van het Verdrag, die het beschouwt als een politiek delict of als een met een politiek delict samenhangend delict; in deze gevallen neemt België de verplichting op zich om bij de beoordeling van de aard van het strafbaar feit naar behoren rekening te houden met kenmerken die het een bijzonder gewicht verlenen zoals :
a. dat door het feit gemeen gevaar is ontstaan voor het leven of de vrijheid van personen dan wel gevaar dat personen lichamelijk letsel oplopen, of
b. dat door het feit personen zijn geschaad die niets hebben uit te staan met de achterliggende motieven, of
c. dat wrede of verraderlijke middelen zijn gebruikt bij het plegen van het feit. "
De Belgische Regering verklaart dat zij het voorbehoud, dat gemaakt werd ter gelegenheid van de neerlegging van het ratificatie-instrument betreffende het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme, gedaan te Straatsburg op 17 januari 1977, wenst te handhaven. (Voorbehoud gemaakt op basis van artikel 13.1 van het Europees Verdrag).
De Belgische Regering verklaart bijgevolg hetgeen volgt :
" Met strikte naleving van artikel 16, paragraaf 5 van het Verdrag, behoudt België zich het recht voor de uitlevering te weigeren voor wat alle strafbare feiten betreft die voorzien zijn in artikel 1, paragraaf 1, van lid a) tot en met lid h), met uitzondering van lid d) en artikel 1, paragraaf 2 voor zover deze laatste betrekking heeft op alle strafbare feiten die voorzien zijn in de eerste paragraaf, van lid a) tot en met lid h) inbegrepen, met uitzondering van lid d) van het Verdrag, die het beschouwt als een politiek delict of als een met een politiek delict samenhangend delict; in deze gevallen neemt België de verplichting op zich om bij de beoordeling van de aard van het strafbaar feit naar behoren rekening te houden met kenmerken die het een bijzonder gewicht verlenen zoals :
a. dat door het feit gemeen gevaar is ontstaan voor het leven of de vrijheid van personen dan wel gevaar dat personen lichamelijk letsel oplopen, of
b. dat door het feit personen zijn geschaad die niets hebben uit te staan met de achterliggende motieven, of
c. dat wrede of verraderlijke middelen zijn gebruikt bij het plegen van het feit. "
Art. N1. DECLARATION.
Le Gouvernement belge déclare qu'il souhaite maintenir la réserve faite lors du dépôt de l'instrument de ratification concernant la Convention européenne pour la répression du terrorisme, faite à Strasbourg le 17 janvier 1977. (Réserve faite sur la base de l'article 13.1 de la Convention européenne).
Le Gouvernement belge déclare dès lors ce qui suit :
" Dans le strict respect de l'article 16, paragraphe 5, de la Convention, la Belgique se réserve le droit de refuser l'extradition en ce qui concerne toute infraction prévue à l'article 1, paragraphe 1, de l'alinéa a) jusqu'à l'alinéa h) inclus, à l'exception de l'alinéa d) et à l'article 1, paragraphe 2, pour autant que ce dernier concerne toute infraction prévue dans le premier paragraphe, de l'alinéa a) jusqu'à l'alinéa h) inclus, à l'exception de l'alinéa d), de la Convention, qu'il considère être une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique; dans ces cas, la Belgique s'engage à prendre dûment en considération, lors de l'évaluation du caractère de l'infraction, son caractère de particulière gravité, y compris le fait :
a. qu'elle a créé un danger collectif pour la vie, l'intégrité corporelle ou la liberté des personnes, ou bien
b.. qu'elle a atteint des personnes étrangères aux mobiles qui l'ont inspirée, ou bien
c.. que des moyens cruels ou perfides ont été utilisés pour sa réalisation. "
Le Gouvernement belge déclare qu'il souhaite maintenir la réserve faite lors du dépôt de l'instrument de ratification concernant la Convention européenne pour la répression du terrorisme, faite à Strasbourg le 17 janvier 1977. (Réserve faite sur la base de l'article 13.1 de la Convention européenne).
Le Gouvernement belge déclare dès lors ce qui suit :
" Dans le strict respect de l'article 16, paragraphe 5, de la Convention, la Belgique se réserve le droit de refuser l'extradition en ce qui concerne toute infraction prévue à l'article 1, paragraphe 1, de l'alinéa a) jusqu'à l'alinéa h) inclus, à l'exception de l'alinéa d) et à l'article 1, paragraphe 2, pour autant que ce dernier concerne toute infraction prévue dans le premier paragraphe, de l'alinéa a) jusqu'à l'alinéa h) inclus, à l'exception de l'alinéa d), de la Convention, qu'il considère être une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique; dans ces cas, la Belgique s'engage à prendre dûment en considération, lors de l'évaluation du caractère de l'infraction, son caractère de particulière gravité, y compris le fait :
a. qu'elle a créé un danger collectif pour la vie, l'intégrité corporelle ou la liberté des personnes, ou bien
b.. qu'elle a atteint des personnes étrangères aux mobiles qui l'ont inspirée, ou bien
c.. que des moyens cruels ou perfides ont été utilisés pour sa réalisation. "
Art. N2. Lijst der Staten.
Art. N2. Liste des Etats.
Staten Datum Type Datum Datum
authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerking-
treding
- - - - -
ALBANIE 09/10/2003 Bekrachtiging 15/11/2004
ANDORRA 15/05/2003 Onbepaald
ARMENIE 15/05/2003 Bekrachtiging 23/03/2004
AZERBEIDZJAN 12/05/2004 Onbepaald
BELGIE 15/05/2003 Bekrachtiging 16/08/2007
BOSNIE HERZEGOVINA 04/02/2005 Onbepaald
BULGARIJE 15/05/2003 Bekrachtiging 26/02/2004
CYPRUS 15/05/2003 Bekrachtiging 06/08/2004
DENEMARKEN 15/05/2003 Bekrachtiging 14/04/2004
DUITSLAND 15/05/2003 Onbepaald
ESTLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 26/05/2005
FINLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 27/05/2005
FRANKRIJK 15/05/2003 Onbepaald
GEORGIE 15/05/2003 Bekrachtiging 08/12/2004
GRIEKENLAND 15/05/2003 Onbepaald
VERENIGD KONINKRIJK 15/05/2003 Onbepaald
HONGARIJE 15/05/2003 Onbepaald
IERLAND 15/05/2003 Onbepaald
IJSLAND 15/05/2003 Onbepaald
ITALIE 15/05/2003 Onbepaald
KROATIE 17/09/2003 Bekrachtiging 10/05/2005
LETLAND 05/05/2004 Bekrachtiging 08/02/2005
LIECHTENSTEIN 15/05/2003 Bekrachtiging 08/02/2005
LITOUWEN 15/11/2004 Bekrachtiging 15/09/2005
LUXEMBURG 11/06/2003 Bekrachtiging 01/02/2005
MACEDONIE (V.J.R.) 15/05/2003 Bekrachtiging 14/11/2005
MALTA 15/12/2004 Onbepaald
MOLDOVA 15/05/2003 Bekrachtiging 10/03/2005
MONTENEGRO 15/05/2003 Onbepaald
NEDERLAND 15/07/2003 Bekrachtiging 27/07/2006
NOORWEGEN 24/09/2003 Ondertekening 24/09/2003
OEKRAINE 15/05/2003 Bekrachtiging 21/12/2006
OOSTENRIJK 15/05/2003 Onbepaald
POLEN 15/05/2003 Bekrachtiging 10/11/2004
PORTUGAL 15/05/2003 Onbepaald
ROEMENIE 15/05/2003 Bekrachtiging 29/11/2004
RUSSISCHE FEDERATIE 15/05/2003 Bekrachtiging 04/10/2006
SAN MARINO 15/05/2003 Onbepaald
SERVIE 15/05/2003 Onbepaald
SLOVAKIJE 07/04/2005 Bekrachtiging 07/12/2005
SLOVENIE 15/07/2003 Bekrachtiging 11/05/2004
SPANJE 09/10/2003 Onbepaald
TURKIJE 15/07/2003 Bekrachtiging 20/05/2005
ZWEDEN 15/05/2003 Onbepaald
ZWITSERLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 07/09/2006
authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerking-
treding
- - - - -
ALBANIE 09/10/2003 Bekrachtiging 15/11/2004
ANDORRA 15/05/2003 Onbepaald
ARMENIE 15/05/2003 Bekrachtiging 23/03/2004
AZERBEIDZJAN 12/05/2004 Onbepaald
BELGIE 15/05/2003 Bekrachtiging 16/08/2007
BOSNIE HERZEGOVINA 04/02/2005 Onbepaald
BULGARIJE 15/05/2003 Bekrachtiging 26/02/2004
CYPRUS 15/05/2003 Bekrachtiging 06/08/2004
DENEMARKEN 15/05/2003 Bekrachtiging 14/04/2004
DUITSLAND 15/05/2003 Onbepaald
ESTLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 26/05/2005
FINLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 27/05/2005
FRANKRIJK 15/05/2003 Onbepaald
GEORGIE 15/05/2003 Bekrachtiging 08/12/2004
GRIEKENLAND 15/05/2003 Onbepaald
VERENIGD KONINKRIJK 15/05/2003 Onbepaald
HONGARIJE 15/05/2003 Onbepaald
IERLAND 15/05/2003 Onbepaald
IJSLAND 15/05/2003 Onbepaald
ITALIE 15/05/2003 Onbepaald
KROATIE 17/09/2003 Bekrachtiging 10/05/2005
LETLAND 05/05/2004 Bekrachtiging 08/02/2005
LIECHTENSTEIN 15/05/2003 Bekrachtiging 08/02/2005
LITOUWEN 15/11/2004 Bekrachtiging 15/09/2005
LUXEMBURG 11/06/2003 Bekrachtiging 01/02/2005
MACEDONIE (V.J.R.) 15/05/2003 Bekrachtiging 14/11/2005
MALTA 15/12/2004 Onbepaald
MOLDOVA 15/05/2003 Bekrachtiging 10/03/2005
MONTENEGRO 15/05/2003 Onbepaald
NEDERLAND 15/07/2003 Bekrachtiging 27/07/2006
NOORWEGEN 24/09/2003 Ondertekening 24/09/2003
OEKRAINE 15/05/2003 Bekrachtiging 21/12/2006
OOSTENRIJK 15/05/2003 Onbepaald
POLEN 15/05/2003 Bekrachtiging 10/11/2004
PORTUGAL 15/05/2003 Onbepaald
ROEMENIE 15/05/2003 Bekrachtiging 29/11/2004
RUSSISCHE FEDERATIE 15/05/2003 Bekrachtiging 04/10/2006
SAN MARINO 15/05/2003 Onbepaald
SERVIE 15/05/2003 Onbepaald
SLOVAKIJE 07/04/2005 Bekrachtiging 07/12/2005
SLOVENIE 15/07/2003 Bekrachtiging 11/05/2004
SPANJE 09/10/2003 Onbepaald
TURKIJE 15/07/2003 Bekrachtiging 20/05/2005
ZWEDEN 15/05/2003 Onbepaald
ZWITSERLAND 15/05/2003 Bekrachtiging 07/09/2006
Etats Date Type de Date de Entree en
authenti- consente- consente- vigueur
fication ment ment locale
- - - - -
ALBANIE 09/10/2003 Ratification 15/11/2004
ALLEMAGNE 15/05/2003 Indetermine
ANDORRE 15/05/2003 Indetermine
ARMENIE 15/05/2003 Ratification 23/03/2004
AUTRICHE 15/05/2003 Indetermine
AZERBAIDJAN 12/05/2004 Indetermine
BELGIQUE 15/05/2003 Ratification 16/O8/2007
BOSNIE ET HERZEGOVINE 04/02/2005 Indetermine
BULGARIE 15/05/2003 Ratification 26/02/2004
CHYPRE 15/05/2003 Ratification 06/08/2004
CROATIE 17/09/2003 Ratification 10/05/2005
DANEMARK 15/05/2003 Ratification 14/04/2004
ESPAGNE 09/10/2003 Indetermine
ESTONIE 15/05/2003 Ratification 26/05/2005
FINLANDE 15/05/2003 Ratification 27/05/2005
FRANCE 15/05/2003 Indetermine
GEORGIE 15/05/2003 Ratification 08/12/2004
ROYAUME UNI 15/05/2003 Indetermine
GRECE 15/05/2003 Indetermine
HONGRIE 15/05/2003 Indetermine
IRLANDE 15/05/2003 Indetermine
ISLANDE 15/05/2003 Indetermine
ITALIE 15/05/2003 Indetermine
LETTONIE 05/05/2004 Ratification 08/02/2005
LIECHTENSTEIN 15/05/2003 Ratification 08/02/2005
LITUANIE 15/11/2004 Ratification 15/09/2005
LUXEMBOURG 11/06/2003 Ratification 01/02/2005
MACEDOINE (A.R.Y) 15/05/2003 Ratification 14/11/2005
MALTE 15/12/2004 Indetermine
MOLDAVIE 15/05/2003 Ratification 10/03/2005
MONTENEGRO 15/05/2003 Indetermine
NORVEGE 24/09/2003 Signature 24/09/2003
PAYS-BAS 15/07/2003 Ratification 27/07/2006
POLOGNE 15/05/2003 Ratification 10/11/2004
PORTUGAL 15/05/2003 Indetermine
ROUMANIE 15/05/2003 Ratification 29/11/2004
RUSSIE 15/05/2003 Ratification 04/10/2006
SAINT MARIN 15/05/2003 Indetermine
SERBIE 15/05/2003 Indetermine
SLOVAQUIE 07/04/2005 Ratification 07/12/2005
SLOVENIE 15/07/2003 Ratification 11/05/2004
SUEDE 15/05/2003 Indetermine
SUISSE 15/05/2003 Ratification 07/09/2006
TURQUIE 15/07/2003 Ratification 20/05/2005
UKRAINE 15/05/2003 Ratification 21/12/2006
authenti- consente- consente- vigueur
fication ment ment locale
- - - - -
ALBANIE 09/10/2003 Ratification 15/11/2004
ALLEMAGNE 15/05/2003 Indetermine
ANDORRE 15/05/2003 Indetermine
ARMENIE 15/05/2003 Ratification 23/03/2004
AUTRICHE 15/05/2003 Indetermine
AZERBAIDJAN 12/05/2004 Indetermine
BELGIQUE 15/05/2003 Ratification 16/O8/2007
BOSNIE ET HERZEGOVINE 04/02/2005 Indetermine
BULGARIE 15/05/2003 Ratification 26/02/2004
CHYPRE 15/05/2003 Ratification 06/08/2004
CROATIE 17/09/2003 Ratification 10/05/2005
DANEMARK 15/05/2003 Ratification 14/04/2004
ESPAGNE 09/10/2003 Indetermine
ESTONIE 15/05/2003 Ratification 26/05/2005
FINLANDE 15/05/2003 Ratification 27/05/2005
FRANCE 15/05/2003 Indetermine
GEORGIE 15/05/2003 Ratification 08/12/2004
ROYAUME UNI 15/05/2003 Indetermine
GRECE 15/05/2003 Indetermine
HONGRIE 15/05/2003 Indetermine
IRLANDE 15/05/2003 Indetermine
ISLANDE 15/05/2003 Indetermine
ITALIE 15/05/2003 Indetermine
LETTONIE 05/05/2004 Ratification 08/02/2005
LIECHTENSTEIN 15/05/2003 Ratification 08/02/2005
LITUANIE 15/11/2004 Ratification 15/09/2005
LUXEMBOURG 11/06/2003 Ratification 01/02/2005
MACEDOINE (A.R.Y) 15/05/2003 Ratification 14/11/2005
MALTE 15/12/2004 Indetermine
MOLDAVIE 15/05/2003 Ratification 10/03/2005
MONTENEGRO 15/05/2003 Indetermine
NORVEGE 24/09/2003 Signature 24/09/2003
PAYS-BAS 15/07/2003 Ratification 27/07/2006
POLOGNE 15/05/2003 Ratification 10/11/2004
PORTUGAL 15/05/2003 Indetermine
ROUMANIE 15/05/2003 Ratification 29/11/2004
RUSSIE 15/05/2003 Ratification 04/10/2006
SAINT MARIN 15/05/2003 Indetermine
SERBIE 15/05/2003 Indetermine
SLOVAQUIE 07/04/2005 Ratification 07/12/2005
SLOVENIE 15/07/2003 Ratification 11/05/2004
SUEDE 15/05/2003 Indetermine
SUISSE 15/05/2003 Ratification 07/09/2006
TURQUIE 15/07/2003 Ratification 20/05/2005
UKRAINE 15/05/2003 Ratification 21/12/2006