Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 JULI 2007. - Besluit van de Waalse Regering houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, ter uitvoering van artikel L1315-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie (VERTALING). (NOTA : voor de aanpassing aan de specificiteiten van de O.C.M.W.'s, zie BWG2008-01-17/37) (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij BDG2021-09-16/35, art. 33,1°, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2024)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-08-2007 en tekstbijwerking tot 29-12-2025)
Titre
5 JUILLET 2007. - Arrêté du Gouvernement wallon portant le règlement général de la comptabilité communale, en exécution de l'article L1315-1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation. (NOTE : pour l'adaptation aux spécificités des C.P.A.S., voir ARW2008-01-17/37.)(NOTE : abrogé pour la Communauté Germanophone par ACG2021-09-16/35, art. 33,1°, 005; En vigueur : 01-01-2024) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-08-2007 et mise à jour au 29-12-2025)
Documentinformatie
Numac: 2007202563
Datum: 2007-07-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007202563
Date: 2007-07-05
Moniteur: Voir
Tekst (121)
Texte (121)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement dient te worden verstaan onder :
"gewone dienst van de begroting" : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste een maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de gemeente regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
"buitengewone dienst van de begroting" : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de gemeente, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, die deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
"begrotingswijziging" : elke beslissing die door de gemeenteraad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en leidt tot het ontstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
er wordt naar alle buitengewone boekhoudkundige verrichtingen, zowel op het vlak van de begrotingsboekhouding als op het vlak van de algemene boekhouding, verwezen via een computerreferentie, "buitengewoon ontwerpnummer" genoemd.
Alle inkomsten en uitgaven die eenzelfde investeringsdoel gelden, van bij het ontstaan tot aan de voleindiging ervan, vormen een buitengewoon ontwerp.
De uitvoeringswijze van deze bepaling en de daarop betrekking hebbende stukken worden door de Minister bepaald;
"functionele en economische code" : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
"journaal" : boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden delen :
- het journaal van de budgettaire verrichtingen;
- het journaal van de algemene verrichtingen;
"grootboek" : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
- het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
- het grootboek van de algemene verrichtingen;
"betalingsbevel" : het geschreven bevel waarbij het gemeentecollege opdracht geeft aan de [2 financieel directeur]2 de vermelde som te betalen aan de aangeduide rechthebbende;
[1 "financieel directeur" : de ambtenaar die deze functie met de graad van financieel directeur of gewestelijke ontvanger uitoefent]1;
10° "ambtshalve opneming" : elke opneming die bij of krachtens de wet is voorgeschreven en die zonder de voorafgaande toestemming van de gemeente wordt gedaan in een rekening die de gemeente bij een financiële instelling heeft geopend;
11° "kasvoorraad van de gemeente" : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
12° "invorderingsrecht" : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar aan de gemeente verschuldigd is;
13° "vastgelegd recht" : het invorderingsrecht dat geboekt is;
14° "wegennet" : het geheel van de openbare verkeerswegen, met inbegrip van de zate, de wegbedekking, de toebehoren, de leidingen, de signalisatie, de kunstbouwwerken, de waterlopen en -bekkens;
15° overboekingen tussen diensten, reservefondsen en voorzieningen voor risico's en kosten : de wijzen van voorfinanciering van toekomstige lasten en van aanleg van reserves of voorzieningen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen :
- [3 overboekingen tussen diensten : bewegingen via de functionele code "opnemingen" tussen diensten en reservefondsen (onder het voorbehoud van de leningen die door het CRAC worden verstrekt en de dotaties in verband met het Buitengewoon gewestelijk Investeringsfonds, alsmede de dotatie "Grote Steden" binnen de grenzen van de artikelen L1332-27 § 1, lid 2 en L1332-32). § 1er, lid 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, die de enige uitzondering uitmaken op bewegingen tussen het buitengewone en het gewone en die bij het eigenlijke dienstjaar tot stand komen);]3
- gewoon of buitengewoon reservefonds : dient om bepaalde inkomsten en uitgaven in het globale resultaat van de begroting op te nemen. Zij kunnen juist gebruikt worden om welbepaalde uitgaven te dekken of algemeen blijven zonder specifieke toewijzing;
- voorzieningen voor risico's en kosten : de aanleg van voorzieningen voor risico's en kosten is erop gericht bepaalde uitgaven die een weerslag zullen hebben de gemeentelijke comptabiliteit, te plannen. Het dient uitgaven te betreffen in verband met een toekomstig dienstjaar, waarvan het principe vaststaat of ten minste zeer vermoedelijk is, beperkt in hun aard of doel maar zonder specifiek bedrag. Daardoor worden het terugbrengen en de opneming van de inkomsten voor het eigenlijke dienstjaar van een latere begroting in de betrokken functie mogelijk gemaakt;
16° de Minister : de Minister van Binnenlandse Aangelegenheden.
Article 1. Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
"service ordinaire du budget" : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
"service extraordinaire du budget" : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
"modification budgétaire" : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêt du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
toutes les opérations comptables extraordinaires, tant en comptabilité budgétaire qu'en comptabilité générale, sont identifiées par une référence informatique appelée "numéro de projet extraordinaire".
Constitue un projet extraordinaire, l'ensemble des recettes et des dépenses affectées à un même objectif d'investissement, de la conception à la finalisation complète.
Les modalités d'application de la présente disposition et les documents y afférents seront arrêtés par le Ministre;
"code fonctionnel et économique" : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
"livre journal" : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre journal des opérations budgétaires;
- le livre journal des opérations générales;
"grand livre" : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre journal, il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
"mandat de paiement" : l'ordre écrit donné au [2 directeur financier]2 par le collège communal de payer la somme y indiquée à l'ayant droit mentionné;
[1 "directeur financier" : l'agent qui exerce cette fonction en portant le grade de directeur financier ou celui de receveur régional]1;
10° "prélèvement d'office" : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° "encaisse de la commune" : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° "droit à recette" : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° "droit constaté" : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° "voirie" : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau;
15° transferts de service, fonds de réserve et provisions pour risques et charges : les modes de préfinancement de charges futures ou de constitution de réserve ou de provisions.
On distingue :
- [3 transferts de service : mouvements via le code fonctionnel " Prélèvements " entre services et fonds de réserve (sous réserve des emprunts accordés par le CRAC et les dotations relatives au Fonds Extraordinaires Régional d'Investissements ainsi que la dotation Grandes Villes dans les limites prévues aux articles L1332-27 § 1er, alinéa 2 et L1332-32. § 1er, alinéa 3, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, qui constituent les seules exceptions de mouvements entre l'extraordinaire et l'ordinaire et qui se réalisent à l'exercice proprement dit) ;]3
- fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire : permettent d'inscrire certaines recettes et dépenses au résultat global du budget. Ils peuvent être précisément affectés à couvrir certaines dépenses bien définies ou demeurer généraux sans affectation spécifique;
- provision pour risques et charges : la constitution de provisions pour risques et charges vise à introduire une planification de certaines dépenses à venir dans la comptabilité communale. Il doit s'agir de dépenses afférentes à un exercice futur, certaines ou du moins très probables quant à leur principe, circonscrites quant à leur nature ou leur objet mais indéterminées quant à leur montant. Elle permet le rapatriement et l'inscription des recettes nécessaires à l'exercice propre d'un budget ultérieur, dans la fonction concernée;
16° le Ministre : le Ministre des Affaires intérieures.
Art. 1 _DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
Voor de toepassing van dit reglement dient te worden verstaan onder :
"gewone dienst van de begroting" : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste een maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de gemeente regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
"buitengewone dienst van de begroting" : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de gemeente, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, die deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
"begrotingswijziging" : elke beslissing die door de gemeenteraad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en leidt tot het ontstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
er wordt naar alle buitengewone boekhoudkundige verrichtingen, zowel op het vlak van de begrotingsboekhouding als op het vlak van de algemene boekhouding, verwezen via een computerreferentie, "buitengewoon ontwerpnummer" genoemd.
Alle inkomsten en uitgaven die eenzelfde investeringsdoel gelden, van bij het ontstaan tot aan de voleindiging ervan, vormen een buitengewoon ontwerp.
De uitvoeringswijze van deze bepaling en de daarop betrekking hebbende stukken worden door de Minister bepaald;
"functionele en economische code" : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
"journaal" : boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden delen :
- het journaal van de budgettaire verrichtingen;
- het journaal van de algemene verrichtingen;
"grootboek" : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
- het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
- het grootboek van de algemene verrichtingen;
"betalingsbevel" : het geschreven bevel waarbij het gemeentecollege opdracht geeft aan de [2 financieel directeur]2 de vermelde som te betalen aan de aangeduide rechthebbende;
[1 "financieel directeur" : de ambtenaar die deze functie met de graad van financieel directeur of gewestelijke ontvanger uitoefent]1;
10° "ambtshalve opneming" : elke opneming die bij of krachtens de wet is voorgeschreven en die zonder de voorafgaande toestemming van de gemeente wordt gedaan in een rekening die de gemeente bij een financiële instelling heeft geopend;
11° "kasvoorraad van de gemeente" : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
12° "invorderingsrecht" : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar aan de gemeente verschuldigd is;
13° "vastgelegd recht" : het invorderingsrecht dat geboekt is;
14° "wegennet" : het geheel van de openbare verkeerswegen, met inbegrip van de zate, de wegbedekking, de toebehoren, de leidingen, de signalisatie, de kunstbouwwerken, de waterlopen en -bekkens;
15° overboekingen tussen diensten, reservefondsen en voorzieningen voor risico's en kosten : de wijzen van voorfinanciering van toekomstige lasten en van aanleg van reserves of voorzieningen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen :
- overboekingen tussen diensten : bewegingen via de functionele code "opnemingen" tussen diensten en reservefondsen (onder het enig voorbehoud van [3 de hulpleningen van de Regering onder de door de Minister vastgestelde voorwaarde]3, die de enige uitzondering uitmaken op bewegingen tussen het buitengewone en het gewone en die bij het eigenlijke dienstjaar tot stand komen);
- gewoon of buitengewoon reservefonds : dient om bepaalde inkomsten en uitgaven in het globale resultaat van de begroting op te nemen. Zij kunnen juist gebruikt worden om welbepaalde uitgaven te dekken of algemeen blijven zonder specifieke toewijzing;
- voorzieningen voor risico's en kosten : de aanleg van voorzieningen voor risico's en kosten is erop gericht bepaalde uitgaven die een weerslag zullen hebben de gemeentelijke comptabiliteit, te plannen. Het dient uitgaven te betreffen in verband met een toekomstig dienstjaar, waarvan het principe vaststaat of ten minste zeer vermoedelijk is, beperkt in hun aard of doel maar zonder specifiek bedrag. Daardoor worden het terugbrengen en de opneming van de inkomsten voor het eigenlijke dienstjaar van een latere begroting in de betrokken functie mogelijk gemaakt;
16° de Minister : de Minister van Binnenlandse Aangelegenheden.
Art. 1 _COMMUNAUTE_GERMANOPHONE.
Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
"service ordinaire du budget" : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la commune des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
"service extraordinaire du budget" : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine communal, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
"modification budgétaire" : toute décision adoptée par le conseil communal après l'arrêt du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
toutes les opérations comptables extraordinaires, tant en comptabilité budgétaire qu'en comptabilité générale, sont identifiées par une référence informatique appelée "numéro de projet extraordinaire".
Constitue un projet extraordinaire, l'ensemble des recettes et des dépenses affectées à un même objectif d'investissement, de la conception à la finalisation complète.
Les modalités d'application de la présente disposition et les documents y afférents seront arrêtés par le Ministre;
"code fonctionnel et économique" : l'identification numérique, comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte; l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
"livre journal" : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
- le livre journal des opérations budgétaires;
- le livre journal des opérations générales;
"grand livre" : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre journal, il comprend deux parties distinctes :
- le grand livre des opérations budgétaires;
- le grand livre des opérations générales;
"mandat de paiement" : l'ordre écrit donné au [2 directeur financier]2 par le collège communal de payer la somme y indiquée à l'ayant droit mentionné;
[1 "directeur financier" : l'agent qui exerce cette fonction en portant le grade de directeur financier ou celui de receveur régional]1;
10° "prélèvement d'office" : tout prélèvement imposé par ou en vertu de la loi et effectué sans l'autorisation de la commune sur un compte ouvert par celle-ci auprès d'un organisme financier;
11° "encaisse de la commune" : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
12° "droit à recette" : toute somme due à la commune de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
13° "droit constaté" : le droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable;
14° "voirie" : l'ensemble des voies de communication publiques, en ce inclus les terrassements, le revêtement, les accessoires, les canalisations, la signalisation, les ouvrages d'art, les cours d'eau et les plans d'eau;
15° transferts de service, fonds de réserve et provisions pour risques et charges : les modes de préfinancement de charges futures ou de constitution de réserve ou de provisions.
On distingue :
- transferts de service : mouvements via le code fonctionnel "Prélèvements" entre services et fonds de réserve (sous l'unique réserve [3 des emprunts d'aide accordés par le Gouvernement aux conditions fixées par le Ministre,]3 qui constituent la seule exception de mouvements entre l'extraordinaire et l'ordinaire et qui se réalisent à l'exercice proprement dit);
- fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire : permettent d'inscrire certaines recettes et dépenses au résultat global du budget. Ils peuvent être précisément affectés à couvrir certaines dépenses bien définies ou demeurer généraux sans affectation spécifique;
- provision pour risques et charges : la constitution de provisions pour risques et charges vise à introduire une planification de certaines dépenses à venir dans la comptabilité communale. Il doit s'agir de dépenses afférentes à un exercice futur, certaines ou du moins très probables quant à leur principe, circonscrites quant à leur nature ou leur objet mais indéterminées quant à leur montant. Elle permet le rapatriement et l'inscription des recettes nécessaires à l'exercice propre d'un budget ultérieur, dans la fonction concernée;
16° le Ministre : le Ministre des Affaires intérieures.
Art. 2. De wijze van uitvoering van de bepalingen van artikel 1, 4°, en de desbetreffende stukken worden door de Minister bepaald.
Art. 2. Les modalités d'application des dispositions prévues à l'article 1er, 4°, ainsi que les documents y afférents, seront arrêtés par le Ministre.
Art. 3. § 1. Een reservefonds mag nooit genoteerd worden in het eigenlijke corps van de begroting, maar enkel in het globale resultaat via functie 060 en systematisch in de dienst waaronder het valt.
§ 2. Het is verboden een voorziening aan te leggen en het in hetzelfde dienstjaar te gebruiken. Het is eveneens verboden opnemingen en voorzieningen zonder onderscheid te gebruiken. Daardoor worden beide begrippen onregelmatig verward en wordt de aard van de betrokken kredieten veranderd, geheel in strijd met de artikelen 7 en 8 van dit reglement.
Art. 3. § 1er. Un fonds de réserve ne peut jamais être rapatrié dans l'exercice proprement dit d'un budget mais uniquement dans le résultat global par la fonction 060 et systématiquement dans le service auquel il appartient.
§ 2. Il est interdit de constituer une provision et de l'utiliser au cours du même exercice. Il est également interdit de mélanger prélèvements et provisions. Ceci confond irrégulièrement les deux notions et change la nature des crédits concernés, en totale infraction avec les articles 7 et 8 du présent règlement.
Art. 4. Alle processen-verbaal van de raad en het college worden onmiddellijk medegedeeld aan de [1 financieel directeur]1.
Elke beslissing van de toezichthoudende overheid wordt door het gemeentecollege medegedeeld aan de gemeenteraad en de [1 financieel directeur]1.
Art. 4. Tous les procès verbaux du conseil et du collège sont immédiatement notifiés au [1 directeur financier]1.
Toute décision de l'autorité de tutelle est communiquée par le collège communal au conseil communal et au [1 directeur financier]1.
Art. 5. Het gemeentecollege bepaald de wijze van bewaring van de bewijsstukken van de inschrijvingen of neerleggingen, evenals alle andere akten tot vaststelling van de rechten van de gemeente.
Art. 5. Le collège communal détermine le mode de conservation des titres justificatifs des inscriptions ou dépôts, ainsi que de tous autres actes établissant les droits de la commune.
Art. 6. De financiële rekeningen worden op naam van de gemeente geopend door de [1 financieel directeur]1 na instemming van het college. Ze worden door de [1 financieel directeur]1 beheerd en de briefwisseling wordt rechtstreeks aan hem gericht.
Art. 6. Les comptes financiers sont ouverts au nom de la commune par le [1 directeur financier]1 après accord du collège. Ils sont gérés par le [1 directeur financier]1 et la correspondance lui est directement adressée.
TITEL II. - De begroting.
TITRE II. - Du budget.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Art. 7. De begroting omvat de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen. Zij bevat onder meer de volledige weerslag van de voorziene investeringen op de gewone dienst.
De begroting vermeldt echter slechts het resultaat van de bijzondere begrotingen van de gemeentelijke inrichtingen en diensten van industriële of commerciële aard, die als gemeentebedrijven georganiseerd zijn overeenkomstig artikel L1231-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en buitengewone dienst en, binnen elk van de diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
Elke opneming van een nieuwe belastinginkomst moet verantwoord worden door een reglement dat door de gemeenteraad wordt gestemd.
Art. 7. Le budget comprend l'estimation précise de toutes les recettes et de toutes les dépenses susceptibles d'être effectuées dans le courant de l'exercice financier, à l'exception des mouvements de fonds opérés pour le compte de tiers ou n'affectant que la trésorerie. Il comprend notamment l'impact complet au niveau du service ordinaire des investissements prévus.
Le budget ne mentionne toutefois que le résultat des budgets particuliers des établissements et services communaux à caractère industriel ou commercial organisés en régies conformément à l'article L1231-1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Il est établi au sein du budget une distinction entre le service ordinaire et le service extraordinaire et, au sein de chacun de ceux-ci entre l'exercice financier proprement dit et les exercices antérieurs.
Toute inscription de recette fiscale nouvelle doit être justifiée par un règlement voté par le conseil communal.
Art. 8. De ontvangsten en uitgaven, alsook het resultaat ervan, worden onherroepelijk op een dienstjaar en op een dienst aangerekend.
Art. 8. Les recettes et les dépenses, ainsi que leur résultat, sont irrévocablement imputés à un exercice et à un service.
HOOFDSTUK II. - De begroting.
CHAPITRE II. - Du budget.
Art. 9. Wanneer de begrotingsmiddelen toereikend zijn, kan de gemeenteraad kredieten op zijn begroting uittrekken om die middelen te bestemmen :
voor renderende beleggingen op meer dan één jaar;
voor de verwerving van publieke fondsen en effecten;
voor de vervroegde terugbetaling van de duurste leningen;
voor de vorming van :
a) gewone en buitengewone voorzieningen of reservefondsen;
b) buitengewone ontvangsten op te nemen op de gewone dienst, tot dekking van buitengewone uitgaven van het dienstjaar.
Art. 9. Lorsque les disponibilités budgétaires sont suffisantes, le conseil communal peut inscrire à son budget des crédits en vue d'affecter ces disponibilités :
à des placements rémunérateurs à plus d'un an;
à l'acquisition de fonds publics et de valeurs de portefeuille;
au remboursement anticipé des emprunts les plus onéreux;
à la constitution :
a) de provisions ou de fonds de réserves ordinaires et extraordinaires;
b) de recettes extraordinaires, à prélever sur le service ordinaire, pour couvrir des dépenses extraordinaires de l'exercice.
Art. 10. Het geraamde overschot of tekort van de vorige dienstjaren, dat op de begroting wordt gebracht, is het resultaat van de begroting van het voorgaande dienstjaar, aangepast door de begrotingswijzigingen.
Zodra de begrotingsrekening van dat voorgaand dienstjaar door de gemeenteraad afgesloten is, wordt het geraamde overschot of tekort dat op de begroting gebracht is, vervangen door dat welk het resultaat is van de aldus afgesloten rekening, en zulks door middel van een begrotingswijziging.
Wanneer die wijziging van die aard is dat ze een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de gemeenteraad de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen.
Art. 10. L'excédent ou le déficit estimé des exercices antérieurs qui est porté au budget résulte du budget de l'exercice antérieur et de ses éventuelles modifications.
Aussitôt que le compte budgétaire de cet exercice antérieur est arrêté par le conseil communal, l'excédent ou le déficit estimé qui a été porté au budget est remplacé par celui résultant du compte ainsi arrêté, par voie de modification budgétaire.
Lorsque cette modification est de nature à provoquer ou à accroître un déficit, le conseil communal prend les mesures propres à rétablir l'équilibre budgétaire.
Art. 11. De uitgavekredieten mogen slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel.
Ze zijn beperkt, met uitzondering van de kredieten voor uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen.
De beperking bedoeld in lid 2 geldt, wat betreft de uitgaven van de gewone dienst, voor het totaal van de kredieten die dezelfde functionele en economische codes dragen, beperkt tot de eerste drie cijfers van de functionele code en de eerste twee cijfers van de economische code.
De uitgavekredieten voor de registratie van niet-invorderbare schulden die geen uitbetaling tot gevolg hebben kunnen als niet beperkt worden beschouwd.
Art. 11. Les crédits de dépenses ne peuvent être utilisés à d'autres fins que celles que leur assigne le budget.
Ils sont limitatifs, à l'exception de ceux relatifs à des dépenses prélevées d'office.
La limitation visée à l'alinéa 2 s'applique, pour les dépenses du service ordinaire, au total des crédits portant les mêmes codes fonctionnels et économiques limités aux trois premiers chiffres du code fonctionnel et aux deux premiers chiffres du code économique.
Les crédits de dépenses relatifs à l'enregistrement de non-valeurs ne provoquant aucun décaissement peuvent être considérés comme non limitatifs.
Art. 12. [1 Het gemeentecollege maakt het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste een daartoe aangeduid lid van het college, de gemeente -directeur-generaal en de financieel directeur zetelen. Die commissie moet advies uitbrengen over de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag van de ontwerp-begroting, met inbegrip van de projectie op verschillende dienstjaren van de weerslag van de omvangrijke investeringen op de gewone dienst. Het schriftelijk verslag van die commissie moet duidelijk het advies vermelden van elk van zijn leden, zoals uitgebracht tijdens de vergadering, zelfs als dat advies samengevat moet worden weergegeven. Dat verslag moet gevoegd worden bij de ontwerp-begroting voorgelegd aan de gemeenteraad en bij de begroting die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
Het bij de ontwerpbegroting gevoegde advies van de commissie bevat een lijst van de door de gemeente geplande investeringen. Voor elk investeringsproject bevat de lijst de beschrijving van elk project en het totale voorgenomen bedrag.
Die procedure moet eveneens worden toegepast op alle latere begrotingswijzigingen.
Het advies van elk van de leden van die commissie moet duidelijk opgenomen worden in het verslag van de commissie indien blijkt dat er afwijkende meningen zijn. De ontstentenis van het advies van die commissie kan enkel maar de niet-goedkeuring van de betrokken begroting (of begrotingswijziging) tot gevolg hebben. Het schriftelijke verslag van de commissie wordt opgesteld volgens het door de minister vastgestelde model en met inbegrip van de in lid 2 bedoelde lijst.]1

Art. 12. [1 Le collège communal établit le projet de budget après avoir recueilli l'avis d'une commission où siègent au moins un membre du collège désigné à cette fin, le directeur général et le directeur financier. Cette commission donne son avis sur la légalité et les implications financières prévisibles du projet de budget, en ce compris la projection sur plusieurs exercices de l'impact au service ordinaire des investissements significatifs. Le rapport écrit de cette commission fait apparaître l'avis de chacun de ses membres, tel qu'émis au cours de la réunion, même si l'avis doit être présenté d'une manière unique. Ce rapport est joint au projet de budget présenté au conseil communal et au budget soumis à l'approbation de la tutelle.
L'avis de la commission joint au projet de budget comporte la liste des investissements prévus par la commune. Pour chaque projet d'investissement, la liste mentionne le descriptif de chaque projet et le montant total envisagé.
Cette procédure est appliquée à toutes les modifications budgétaires ultérieures.
L'avis de chacun des membres de cette commission est clairement repris dans le compte-rendu de la commission si des opinions divergentes apparaissent. L'absence de l'avis de cette commission conduit à la non-approbation du budget, ou de la modification budgétaire, concerné(e). Le rapport écrit de cette commission est établi selon le modèle arrêté par le Ministre en ce et y compris la liste prévue à l'alinéa 2.]1

Art. 13. Zodra de begroting definitief goedgekeurd is, is ze uitvoerbaar, onverminderd de controle van de uitvoering van de op de begroting gebrachte kredieten door de toezichthoudende overheid en de [1 financieel directeur]1.
Art. 13. Une fois qu'il est définitivement approuvé, le budget est exécutoire, sans préjudice du contrôle par l'autorité de tutelle et le [1 directeur financier]1 de l'exécution des crédits qui y sont portés.
Art. 14. § 1. Voor de definitieve vaststelling van de begroting, mogen, door middel van voorlopige kredieten, uitgaven van de gewone dienst worden verricht waarvoor een uitvoerbaar krediet uitgetrokken was op de begroting van het vorige dienstjaar.
Wanneer de begroting nog niet aangenomen is, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de gemeenteraad, en, wanneer de wet of het decreet het voorschrijft, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
§ 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet aangenomen is.
Die beperking geldt niet voor de uitgaven ter bezoldiging van het personeel, voor de betaling van de verzekeringspremies, de belastingen en elke uitgave die strikt noodzakelijk is voor de goede werking van de openbare dienstverlening. In dat laatste geval kan de vastlegging van de uitgave enkel gebeuren via een gemotiveerd besluit van het college dat bij de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad wordt goedgekeurd;
van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds aangenomen is.
Art. 14. § 1er. Avant l'arrêt définitif du budget, il peut être pourvu par des crédits provisoires aux dépenses du service ordinaire pour lesquelles un crédit exécutoire était inscrit au budget de l'exercice précédent.
Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal et, lorsque la loi ou le décret l'exige, approuvés par l'autorité de tutelle.
§ 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder par mois écoulé ou commencé le douzième;
du crédit budgétaire de l'exercice précédent lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore voté.
Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel, au paiement des primes d'assurances, des taxes et de toute dépense strictement indispensable à la bonne marche du service public. Dans ce dernier cas, l'engagement de la dépense ne pourra s'effectuer que moyennant une délibération motivée du collège, ratifiée à la plus proche séance du conseil communal;
du crédit budgétaire de l'exercice en cours, lorsque le budget de l'exercice est déjà voté.
Art. 15. De begrotingswijzigingen zijn onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting.
Zij worden voor elk krediet behoorlijk gerechtvaardigd
Elke gewone en/of buitengewone begrotingswijziging wordt beslist bij één en hetzelfde besluit van de gemeenteraad.
Enkel de begrotingswijzigingen die strikt noodzakelijk zijn voor de goede werking van de gemeente en waar geen verslag over kon worden uitgebracht in de begroting vóór 15 november van het dienstjaar worden aan de toezichthoudende overheid overgemaakt na die datum.
De gemeenteraad kan een afzonderlijke buitengewone begrotingswijziging niet goedkeuren behalve als ze geen weerslag heeft op de gewone dienst.
Art. 15. Les modifications budgétaires sont soumises aux mêmes procédures que celles applicables au budget.
Elles sont dûment justifiées pour chaque crédit budgétaire.
Chaque modification budgétaire ordinaire et/ou extraordinaire sera décidée par une seule et même délibération du conseil communal.
Il ne sera transmis à l'autorité de tutelle après le 15 novembre de l'exercice que les modifications budgétaires strictement indispensables au bon fonctionnement de la commune et dont il n'a pas été possible de tenir compte dans le budget avant cette date.
Le conseil communal ne peut voter une modification budgétaire extraordinaire isolée sauf si elle n'a aucun impact sur le service ordinaire.
Art. 16. De begrotingskredieten die noodzakelijk zijn om de uitgaven te dekken verricht krachtens artikel L1311-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en de uitgaven verricht door ambtshalve opneming, evenals de begrotingskredieten die betrekking hebben op onvoorziene inkomsten moeten op de agenda worden gezet van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad.
Art. 16. Doivent être inscrits à la plus proche séance du conseil communal, les crédits budgétaires nécessaires pour couvrir les dépenses effectuées en vertu de l'article L1311-5 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation et celles effectuées par prélèvement d'office, ainsi que les crédits budgétaires afférents à des recettes imprévues.
TITEL III. - Het patrimonium en het beheer.
TITRE III. - Du patrimoine et de la gestion.
HOOFDSTUK I. - Het patrimonium en de balans.
CHAPITRE Ier. - Du patrimoine et du bilan.
Art. 17. § 1. De algemene toestand van de gemeente op 31 december van elk dienstjaar wordt bepaald door de balans.
§ 2. Het actief van de balans, dat bestaat uit de bezittingen en de vorderingen als geheel, die zijn opgebracht door het gebruik van de waarden van het passief, omvat :
de vaste activa, welke de goederen zijn die blijvend verworven zijn door de gemeente, namelijk :
a) de materiële vaste activa;
b) de materiële vaste activa die het onroerend en het roerend patrimonium omvatten;
c) de kredieten en toegekende leningen;
d) de financiële vaste activa;
de vlottende activa, die de bezittingen en de vorderingen van de gemeente zijn, namelijk :
a) de voorraden;
b) de vorderingen op ten hoogste één jaar;
c) de geldbeleggingen op ten hoogste één jaar;
d) de liquide middelen;
e) de overlopende rekeningen.
§ 3. Het passief van de balans, dat de herkomst aangeeft van de middelen waarover de gemeente beschikt om haar doelstellingen te bereiken, omvat :
het eigen vermogen dat bestaat uit de middelen die de gemeente heeft geïnvesteerd en waarvan zij eigenaar is, namelijk :
a) het aanvangskapitaal;
b) de gekapitaliseerde resultaten;
c) de resultaten van de vorige dienstjaren;
d) de reserves;
e) de ontvangen investeringstoelagen;
f) de voorzieningen voor risico's en kosten;
het vreemd vermogen of de schuld, welke de middelen zijn die door derden ter beschikking van de gemeente worden gesteld, namelijk :
a) de schulden op meer dan één jaar;
b) de schulden op ten hoogste één jaar;
c) de verrichtingen voor rekening van derden;
e) de overlopende rekeningen.
§ 4. In de beginbalans bestaat het aanvangskapitaal uit het verschil tussen het actief en het totaal van de schulden, de reserves, het samengevoegde resultaat van de voorgaande dienstjaren, de ontvangen investeringstoelagen en de voorzieningen voor risico's en kosten.
Het verschil tussen het actief en de schulden bepaalt het nettovermogen van de gemeente. Dit wordt elk jaar aangepast door de inbreng van het saldo van de resultatenrekening van het afgesloten dienstjaar.
§ 5. Alle balanswaarden worden aangegeven in euro.
Art. 17. § 1er. La situation générale de la commune au 31 décembre de chaque exercice est déterminée par un bilan.
§ 2. L'actif du bilan, qui est constitué de l'ensemble des avoirs et droits rassemblés par l'utilisation des valeurs du passif, comprend :
les actifs immobilisés, qui sont les biens acquis par la commune de façon durable, soit :
a) les immobilisations incorporelles;
b) les immobilisations corporelles comprenant le patrimoine immobilier et le patrimoine mobilier;
c) les crédits et prêts octroyés;
d) les immobilisations financières;
les actifs circulants, qui sont les avoirs et droits de la commune, soit :
a) les stocks;
b) les créances à un an au plus;
c) les placements de trésorerie à un an au plus;
d) les valeurs disponibles;
e) les comptes de régularisation.
§ 3. Le passif du bilan, qui donne l'origine des ressources dont la commune dispose pour réaliser ses objectifs, comprend :
les fonds propres, qui sont les moyens investis par la commune et dont elle est propriétaire, soit :
a) le capital initial;
b) les résultats capitalisés;
c) les résultats des exercices antérieurs;
d) les réserves;
e) les subsides d'investissement reçus;
f) les provisions pour risques et charges;
les fonds externes ou la dette, qui sont les moyens mis à la disposition de la commune par des tiers, soit :
a) les dettes à plus d'un an;
b) les dettes à un an au plus;
c) les opérations pour compte de tiers;
d) les comptes de régularisation.
§ 4. Au bilan de départ, le capital initial est constitué de la différence entre l'actif et le total des dettes, des réserves, du résultat cumulé des exercices antérieurs, des subsides d'investissement reçus et des provisions pour risques et charges.
La différence entre l'actif et les dettes donne la situation nette de la commune. Elle est corrigée chaque année par l'apport du solde du compte de résultats de l'exercice clôturé.
§ 5. Toutes les valeurs de bilan sont mentionnées en euros.
Art. 18. De resultatenrekening omvat de vergelijkende boeking van en het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van de gemeente tijdens een dienstjaar.
De opbrengsten en de kosten zijn van drieërlei aard :
de courante opbrengsten en kosten : zij bestaan uit de vastgestelde rechten en de uitgaven aangerekend op de begrotingsposten van de gewone dienst;
de opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de normale schommelingen van de balanswaarden of de rechtzettingen van de opbrengsten en de kosten. Zij komen met name voort uit :
a) de toevoegingen aan afschrijvingen en aan de voorzieningen voor risico's en kosten;
b) de wijzigingen in de voorraad;
c) de verrichtingen in verband met de boekhoudkundige rechtzetting van de aanrekening van periodieke terugbetalingen van leningen;
d) de inbreng van werk uitgevoerd in eigen beheer in de vaste activa;
e) de herramingen van de waarde van de vaste activa bedoeld in artikel 21, § 1;
de uitzonderlijke opbrengsten en kosten en reserves :
a) dergelijke opbrengsten komen met name voort uit :
- de in artikel 21, § 2, bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de meerwaarden gerealiseerd bij de overdracht van goederen uit de vaste activa;
- de ontvangen uitzonderlijke schadevergoedingen voor de goederen van het patrimonium;
- de onttrekkingen aan de reserves;
- enige andere uitzonderlijke inbreng van de gewone of de buitengewone dienst;
b) dergelijke kosten vinden met name hun oorsprong in :
- de in artikel 21, § 2, bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke meerwaarde geboekt op de openbare leningen die de gemeente heeft uitgegeven;
- het oninbaar of oninvorderbaar verklaren van gemeentelijke heffingen, vorderingen, kredieten en toegekende leningen, zoals bedoeld in artikel 51;
- de minderwaarden gerealiseerd bij de overdracht of bij verlies van goederen van de vaste activa;
- de uitzonderlijke schadeloosstellingen van derden door de gemeente;
- de toevoegingen aan de waardeverminderingen;
- de toevoegingen aan het gewoon of buitengewoon reservefonds.
In de resultatenrekening worden de volgende resultaten opgenomen :
a) batig of nadelig bedrijfssaldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van in 1° en 2° bedoelde kosten en opbrengsten;
b) uitzonderlijk batig of nadelig saldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van de in 3° bedoelde kosten en opbrengsten;
c) batig of nadelig saldo van het dienstjaar : het bedrijfsresultaat vermeerderd met het uitzonderlijk resultaat.
Art. 18. Le compte de résultats comprend l'enregistrement comparé et la différence entre les produits et les charges de la commune au cours de l'exercice.
Les produits et les charges sont de trois ordres :
produits et charges courants : ceux-ci sont formés des droits constatés et des dépenses imputées aux articles budgétaires du service ordinaire;
produits et charges résultant des variations normales des valeurs de bilan ou des redressements des charges et des produits. Ils résultent notamment :
a) des dotations aux amortissements et aux provisions pour risques et charges;
b) des variations de stocks;
c) des opérations de redressement comptable concernant l'imputation du remboursement périodique des emprunts;
d) des apports des travaux effectués en régie aux biens de l'actif immobilisé.
e) de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21, § 1er.
produits et charges exceptionnels et réserves :
a) les produits de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21, § 2;
- de plus-values réalisées lors de la cession de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels reçus pour les biens du patrimoine;
- de prélèvements sur les réserves;
- de tout autre apport exceptionnel du service ordinaire ou du service extraordinaire;
b) les charges de cette nature résultent notamment :
- de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 21, § 2;
- de plus-values exceptionnelles enregistrées par les emprunts publics émis par la commune;
- de la mise en non-valeurs ou en irrécouvrables d'impositions communales, créances, crédits et prêts octroyés, visée à l'article 51;
- de moins-values réalisées lors de la cession ou à l'occasion de la perte de biens de l'actif immobilisé;
- de dédommagements exceptionnels de tiers par la commune;
- de dotations aux réductions de valeur;
- de dotations au fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire.
Le compte de résultats enregistre les résultats suivants :
a) boni d'exploitation ou mali d'exploitation : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés aux 1° et 2°;
b) boni ou mali exceptionnel : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés au 3°;
c) boni ou mali de l'exercice : le résultat d'exploitation augmenté du résultat exceptionnel.
Art. 19. Het gemeentebestuur houdt de gedetailleerde inventaris bij van haar roerende en onroerende goederen waarvan de aflossing meer dan één jaar duurt.
Voor het kleine meubilair en het kleine gereedschap, aangekocht in gewone dienst, wordt er in een systeem voor de opvolging van de goederen, bepaald volgens de richtlijnen van de Minister, voorzien.
Op grond van een stuk, vastgesteld in het college, wordt de [1 financieel directeur]1 onmiddellijk op de hoogte gehouden van verlies, diefstal of buitenbedrijfstelling van goederen opgenomen in de activa en van elke verrichting die de passiva aangaat en voert onmiddellijk de correctie van de waarden opgenomen in de balans door.
Ter verificatie deelt de [1 financieel directeur]1 jaarlijks een lijst van de bijzondere rekeningen van de goederen opgenomen in de activa aan de gemeentelijke diensten mee.
Art. 19. L'administration communale tient l'inventaire détaillé de ses biens mobiliers et immobiliers qui ont une durée d'amortissement de plus d'un an.
Pour le petit mobilier ou le petit outillage acquis à l'ordinaire, un système de suivi des biens, arrêté selon les directives du Ministre, sera mis en place.
Sur base d'un document arrêté en collège, le [1 directeur financier]1 est immédiatement tenu informé des pertes, vols ou déclassement des biens repris à l'actif, ainsi que de toute opération affectant le passif, et procède aussitôt aux corrections des valeurs reprises au bilan.
Pour vérification, le receveur communal communique annuellement aux services communaux une liste des comptes particuliers des biens repris à l'actif.
Art. 20. In de boekhouding wordt een onderscheid gemaakt tussen de waarde van de grond en die van de onroerende goederen die zich daarop bevinden.
Art. 20. La comptabilité distingue la valeur du terrain de celle des biens immeubles qui s'y trouvent.
Art. 21. § 1. De goederen van het onroerend patrimonium worden jaarlijks geherwaardeerd, met uitzondering van het hout op stam.
De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed rekening houdende met :
- ofwel de index van de prijzen van de bouwsector;
- ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De Minister bepaalt welk van de twee criteria in elk geval moet worden toegepast.
Alleen het terrein van het wegennet wordt jaarlijks geherwaardeerd.
§ 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de Minister een uitzonderlijke herwaardering van de goederen van het onroerend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat men met geen van de in paragraaf 1 bedoelde criteria kan volstaan om die schommelingen in te calculeren.
Art. 21. § 1er. Les biens du patrimoine immobilier sont réévalués annuellement, à l'exception des bois sur pied.
La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction :
- soit de l'indice des prix à la construction;
- soit du rendement, pour la commune, du centime additionnel au précompte immobilier.
Le Ministre détermine lequel de ces deux critères doit être appliqué dans chaque cas.
En ce qui concerne la voirie, seul le terrain fait l'objet d'une réévaluation annuelle.
§ 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le Ministre peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition qu'aucun des critères visés au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
Art. 22. De afschrijving is jaarlijks en lineair.
De goederen worden afgeschreven overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
De investeringstoelagen worden op dezelfde wijze verrekend als de afschrijvingen van het goed waarvoor de toelage werd verleend.
Art. 22. L'amortissement est annuel et linéaire.
Les biens sont soumis à l'amortissement conformément à l'annexe au présent arrêté.
Les subsides d'investissement doivent être réduits au rythme de l'amortissement du bien auquel le subside a été affecté.
Art. 23. De gemeente kan voorzien in een beheer van voorraad overeenkomstig de regels vastgesteld door de Minister.
Art. 23. La commune peut prévoir une gestion du stock, selon les règles fixées par le Ministre.
Art. 24. In afwijking van artikel 52 worden de betaling van de netto-loonkosten en de inning van een opbrengst voor het volgende dienstjaar toegelaten en geboekt op een overlopende rekening die van geen invloed is op het resultaat van het dienstjaar.
Bij de opening van het volgende boekjaar wordt het saldo van die rekeningen opgemaakt door de boeking van een vastgesteld recht of een toerekening.
Art. 24. Par dérogation à l'article 52, le paiement des charges nettes salariales et la perception d'un produit relatif à l'exercice suivant sont autorisés et comptabilisés sur un compte de régularisation qui n'influence pas le résultat de l'exercice.
A l'ouverture de l'exercice suivant, ces comptes sont soldés par l'enregistrement d'un droit constaté ou d'une imputation.
HOOFDSTUK II. - De leningen.
CHAPITRE II. - Des emprunts.
Art. 25. Op beslissing van de gemeenteraad kan de gemeente leningen aangaan om het bedrag van de buitengewone uitgaven te dekken.
De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor het afschrijven van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
In het leningenbestand worden de terugbetalingstranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
Art. 25. Sur décision du conseil communal, la commune peut contracter des emprunts pour couvrir le montant des dépenses extraordinaires.
Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
Art. 26. Voorafgaand aan het opmaken van de balans wordt de schuld op meer dan één jaar verminderd met de aflossingstranches die binnen het volgend jaar vervallen en worden geboekt op een rekening van de schuld op ten hoogste één jaar.
Art. 26. Préalablement à l'établissement du bilan, la dette à plus d'un an est réduite du montant des tranches de remboursement venant à échéance au cours de l'exercice suivant, lesquelles sont portées dans la dette à un an au plus.
Art. 27. § 1. Behoudens tegenbeding kunnen de gemeenten de effecten van hun eigen leningen inkopen, evenwel uitsluitend met het oog op de vervroegde aflossing.
Het bedrag van de met dit doel in de gemeentebegroting in te schrijven kredieten wordt overgebracht naar een fonds tot terugbetaling van de openbare leningen.
Het gedeelte van de gewone annuïteiten dat overeenstemt met de normale terugbetalingswaarde en met de intresten van de vervroegde terugbetaalde obligaties en effecten, wordt op de vervaldagen naar hetzelfde fonds overgedragen.
De ingekochte effecten mogen niet opnieuw in omloop worden gebracht.
§ 2. Door het aanbrengen van een onuitwisbare stempel worden onmiddellijk vernietigd :
de ingekochte effecten bij de inkoop;
de terugbetaalde effecten bij de terugbetaling;
de rentecoupons, ingedeeld naar de vervaldag, bij de uitbetaling.
§ 3. Ten minste eenmaal per jaar wordt van de vernietiging van de ingekochte of terugbetaalde obligaties en effecten alsook van de daarbij behorende rentecoupons een proces-verbaal opgemaakt dat door het gemeentecollege wordt goedgekeurd en in het gemeentearchief wordt neergelegd. Afschrift van dit proces-verbaal wordt bij de jaarrekeningen gevoegd ter verantwoording van de gedane aflossingen en betalingen.
Art. 27. § 1er. Sauf convention contraire, les communes peuvent acquérir les titres de leurs propres emprunts, mais uniquement en vue d'un remboursement anticipé.
Le montant des crédits budgétaires inscrits à cette fin au budget communal est transféré à un fonds de remboursement des emprunts publics.
La partie des annuités ordinaires correspondant à la valeur normale de remboursement et aux intérêts des obligations et titres remboursés anticipativement est transférée aux échéances au même fonds.
Les titres rachetés ne peuvent être remis en circulation.
§ 2. Sont annulés immédiatement par l'apposition d'une marque indélébile :
les titres rachetés, lors de leur rachat;
les titres remboursés, lors de leur remboursement;
les coupons d'intérêts, classés par échéance, lors de leur paiement.
§ 3. Au moins une fois par an, l'annulation des obligations et titres rachetés ou remboursés, ainsi que des coupons d'intérêts y attachés, est constatée par un procès-verbal approuvé par le collège communal et déposé dans les archives communales. Une copie de ce procès-verbal est jointe aux comptes annuels en justification des remboursements et paiements effectués.
HOOFDSTUK III. - Thesaurie en beleggingen.
CHAPITRE III. - De la trésorerie et des fonds placés.
Art. 28. Het gemeentecollege ziet erop toe dat de kasvoorraad van de gemeente voldoende kasmiddelen omvat om te allen tijde de verbintenissen van de gemeente te kunnen nakomen en haar uitgaven te kunnen betalen.
Te dien einde waakt het er eveneens over dat de beslissingen aangaande het heffen van belastingen en de beslissingen omtrent leningen of kredietopeningen zonder verwijl worden genomen en uitgevoerd.
Op beslissing van de gemeenteraad kan de gemeente kredietopeningen aangaan door te rekenen op subsidies of andere inkomsten voorzien in de begroting.
Art. 28. Le collège communal veille à ce que l'encaisse communale dispose des moyens de trésorerie suffisants pour faire face en tout temps aux engagements et dépenses de la commune.
Il veille également à ce que les décisions de lever des impôts, de contracter des emprunts ou des ouvertures de crédit, soient prises et exécutées sans délai.
Sur décision du conseil communal, la commune peut contracter des ouvertures de crédit en escomptant des subsides ou d'autres recettes prévues au budget.
Art. 29. De beleggingen verricht met speciale fondsen afkomstig van giften en legaten met een bepaalde bestemming, alsmede de inkomsten uit die beleggingen, worden aangerekend op de begrotingsposten die op elk van deze fondsen betrekking hebben.
Die beleggingen worden zowel in de inventaris als in de boekhouding apart beheerd.
Art. 29. Les placements réalisés au moyen de fonds spéciaux provenant de dons et legs ayant une destination déterminée, ainsi que les revenus de ces placements, sont imputés aux articles budgétaires propres à chacun de ces fonds.
Ces placements font l'objet d'une gestion distincte tant à l'inventaire qu'en comptabilité.
Art. 30. De beleggingen kunnen enkel verricht worden bij financiële instellingen die al naargelang voldoen aan het bepaalde van de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en op de uitdrukkelijke voorwaarde dat er een waarborg wordt gesteld voor de terugbetaling van het belegde kapitaal. De beleggingen op minder dan één jaar ressorteren onder de verantwoordelijkheid van de [1 financieel directeur]1. De beleggingen waarvan de vervaltermijn hoger is dan één jaar worden verricht door de [1 financieel directeur]1 overeenkomstig de artikelen L1222-1 tot en met 4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
Art. 30. Les placements ne peuvent être réalisés qu'auprès d'institutions financières qui satisfont, selon le cas, au prescrit des articles 7, 65 et 66 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédits, et à la condition expresse de prévoir une garantie de remboursement du capital placé. Les placements à moins d'un an relèvent de la responsabilité du [1 directeur financier]1. Les placements dont l'échéance excède un an sont effectués par le [1 directeur financier]1 conformément aux articles L1222-1 à 4 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Art. 31. § 1. De [1 financieel directeur]1 is verantwoordelijk voor de kasvoorraad, met uitzondering van die van de rekeningen van derden en de gemeentebedrijven die niet in het kader van zijn opdracht beheerd worden.
De gelden van de kasvoorraad worden afzonderlijk beheerd in de boekhouding waarin alle verrichtingen worden vermeld.
§ 2. Indien er voor een gerichte of weerkerende activiteit van de gemeente contante betalingen nodig zijn zonder dat het materieel mogelijk is om de vastleggings-, ordonnancerings- en mandateringsprocedure te volgen bepaald in artikel 51, kan de gemeenteraad beslissen om voor een maximumbedrag dat strikt verantwoord is door de aard der verrichtingen een kasvoorziening toekennen aan een daartoe bij naam genoemd personeelslid.
In dat geval bepaalt de gemeenteraad de aard van de betaalverrichtingen die doorgevoerd mogen worden.
Die voorziening wordt tegen het overeenstemmende bedrag in de gemeentelijke kastoestand opgenomen.
Zodra hij in het bezit is van het besluit, maakt de [2 financieel directeur]2 het bedrag van de voorziening over aan de door de raad aangewezen verantwoordelijke of stort het op de rekening die daartoe geopend wordt op naam van de verantwoordelijke overeenkomstig de beslissing van de raad.
Op grond van regelmatige mandaten, waarbij de verantwoordingsstukken worden gevoegd, wordt de voorziening tegen het gemandateerde bedrag gecompenseerd.
Voor elke voorziening maakt de verantwoordelijke een gedetailleerde chronologische afrekening op van de doorgevoerde kasbewegingen. Die afrekening wordt gevoegd bij de stukken van de rekening van het dienstjaar die de raadsleden kunnen inzien.
Art. 31. § 1er. Le [1 directeur financier]1 est responsable de l'encaisse, à l'exception de celle des comptes de tiers et des régies communales qui ne sont pas gérés dans le cadre de sa mission.
Les fonds de l'encaisse sont gérés de manière distincte dans les écritures comptables qui en mentionnent chaque mouvement.
§ 2. Dans le cas où une activité ponctuelle ou récurrente de la commune exige d'avoir recours à des paiements au comptant sans qu'il soit matériellement possible de suivre la procédure d'engagement, d'ordonnancement et de mandatement prévue à l'article 51, le conseil communal peut décider d'octroyer une provision de trésorerie, à hauteur d'un montant maximum strictement justifié par la nature des opérations, à un agent de la commune nommément désigné à cet effet.
Dans, ce cas, le communal définit la nature des opérations de paiement pouvant être effectuées.
Cette provision sera reprise à hauteur de son montant dans la situation de caisse communale.
En possession de la délibération, le [2 directeur financier]2 remet le montant de la provision au responsable désigné par le conseil, ou le verse au compte ouvert à cet effet au nom du responsable, conformément à la décision du conseil.
Sur base de mandats réguliers, accompagnés des pièces justificatives, le receveur procède au renflouement de la provision à hauteur du montant mandaté.
Pour chaque provision, le responsable dresse un décompte chronologique détaillé des mouvements de caisse opérés. Ce décompte est joint aux pièces du compte d'exercice consultables par les conseillers.
Art. 32. Behalve uitzonderlijke gevallen verricht de [1 financieel directeur]1 de betalingen per bankoverschrijving, op elektronische wijze, bij uitgifte van cheques of daarmee gelijkgestelde bankbescheiden. Hij ziet erop toe dat de in contanten ontvangen gelden in de verschillende gemeentelijke diensten regelmatig op een rekening gestort wordt die bij financiële instellingen geopend is.
Art. 32. Sauf cas exceptionnels, le [1 directeur financier]1 procède aux paiements par voie de virement bancaire, électronique, d'émission de chèques ou de documents bancaires assimilés. Il veille à ce que les fonds en espèces recueillis dans les différents services communaux soient régulièrement portés en comptes ouverts auprès d'institutions financières.
Art. 33. De [1 financieel directeur]1 is aansprakelijk voor het intrestverlies dat zou voortspruiten uit het feit :
dat door zijn schuld gemeentebelastingen en -inkomsten niet tijdig werden ingevorderd;
dat gemeentegelden in kas werden gehouden of op niet renderende rekeningen bleven staan boven de door het college vastgestelde normen;
dat op de lopende rekeningen van de gemeente een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
Art. 33. Le [1 directeur financier]1 est responsable des pertes d'intérêts qui pourraient résulter :
des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des impositions et revenus de la commune;
du maintien de fonds communaux en caisse ou en comptes improductifs au-delà des normes fixées par le collège;
du maintien d'un solde négatif aux comptes courants lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
TITEL IV. - Boekhouding.
TITRE IV. - De la comptabilité.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Art. 34. Het gemeentecollege en, onder het gezag van dit college, de [1 financieel directeur]1 zijn belast met het houden van de gemeenteboekhouding.
Het gemeentecollege stelt de [1 financieel directeur]1 de middelen, alsmede het personeel, ter beschikking die noodzakelijk zijn om zijn bevoegdheden uit te oefenen.
Art. 34. Le collège communal et, sous son autorité, le [1 directeur financier]1 sont chargés de la tenue de la comptabilité de la commune.
Le collège communal met à la disposition du [1 directeur financier]1 les moyens matériels nécessaires à l'exercice de ses attributions, ainsi que le personnel nécessaire.
Art. 35. § 1. Na afsluiten van elke rekening van een dienstjaar [2 moeten volgende bescheiden geraadpleegd en gearchiveerd kunnen worden met behulp van elke archiveringstechniek waarmee de gearchiveerde gegevens op elk moment kunnen worden weergegeven]2 :
1. het grootboek van de begrotingsposten;
2. het grootboek van de algemene rekeningen.
Het gemeentecollege ziet erop toe dat de boekhoudkundige gegevens regelmatig bewaard worden op een elektronische informatiedrager die bewaard wordt buiten het gebouw waarin het computermaterieel is ondergebracht waarop de boekhoudkundige gegevensbanken opgeslagen wordt.
§ 2. Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.
Op de bewijsstukken worden vermeld :
een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
het dienstjaar;
het begrotingsartikel;
een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de gemeente worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
§ 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31 december.
Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elke negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
§ 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
§ 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
§ 6. De boekhouding wordt één keer per maand afgesloten.
Bij elke afsluiting maakt de [1 financieel directeur]1 een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt en deelt dat er informatie mee aan het college.
§ 7. de boeken en bewijsstukken worden door de [1 financieel directeur]1 bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening. Ze worden [2 gedurende tenminste tien jaar]2 in de gemeente bewaard [2 , met behulp van elke archiveringstechniek waarmee de gearchiveerde gegevens op elk moment kunnen worden weergegeven]2.
§ 8. Volgens de door de Minister bepaalde criteria en mits inachtneming van de bepalingen ter bescherming van het privé-leven dienen de boekhoudkundige computersystemen een module te bevatten voor de gegevensextractie naar een lokale gegevensbank voor gestandaardiseerde boekhoudgegevens waarvan een uittreksel uit de gegevens van de begrotingen, begrotingswijzigingen, rekeningen en hun wettelijke bijlagen overgemaakt wordt aan de bevoegde diensten van het Waalse Gewest.
§ 9. De elektronische bankuittreksels worden als bewijsstukken toegelaten indien de elektronische certificering beschikbaar is. In dat geval worden de merktekens bepaald in § 2 van dit artikel overbodig.
Art. 35. § 1er. A l'issue de la clôture de chaque compte d'exercice, les documents suivants doivent être [2 consultables et archivés selon toute technique d'archivage susceptible de restituer à tout moment les données archivées]2 :
1. le grand-livre des articles budgétaires;
2. le grand-livre des comptes généraux.
Le collège communal veillera à ce que les données comptables soient régulièrement sauvegardées sur un support informatique stocké à l'extérieur du bâtiment abritant le matériel informatique contenant les bases de données comptables.
§ 2. Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.
Sur les pièces justificatives figurent :
un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
l'exercice;
le numéro de l'article budgétaire;
une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la commune sont, en outre, visées pour réception.
§ 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc ni interligne. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
§ 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
§ 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
§ 6. La comptabilité est clôturée au moins une fois par mois.
Lors de chaque clôture, le [1 directeur financier]1 dresse une situation de caisse établissant la concordance des écritures avec l'encaisse, et la communique pour information au collège.
§ 7. Les livres et pièces justificatives sont conservés par le [1 directeur financier]1 jusqu'à l'arrêt définitif des comptes. Ils sont conservés pendant [2 une durée minimale de dix ans,]2 par la commune [2 , selon toute technique d'archivage susceptible de restituer à tout moment les données archivées]2.
§ 8. Selon les critères arrêtés par le Ministre, et dans le respect des dispositions relatives à la protection de la vie privée, les systèmes informatiques comptables devront comporter un module d'extraction des données en vue de constituer une base locale de données comptables standardisées dont une extraction des données constitutives des budgets, des modifications budgétaires, des comptes, et de leurs annexes légales sera transférée aux services compétents de la Région wallonne.
§ 9. Les extraits bancaires sous forme numérique sont admis au titre de pièces justificatives moyennant leur certification électronique. L'annotation prévue au § 2 du présent article est sans objet dans ce cas.
Art. 36. De budgettaire boekhouding vermeldt en verantwoordt :
bij de ontvangsten : de invorderingsrechten, de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten;
bij de uitgaven : de vastleggingen en de aanrekeningen.
Ze wordt gevoerd volgens de methode van enkelvoudig boekhouden door middel van het journaal en het grootboek van de budgettaire boekhouding. Ze geeft na afloop van elk dienstjaar de begrotingsrekening. Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en buitengewone dienst en, binnen elk van de diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
Art. 36. La comptabilité budgétaire enregistre et justifie :
en recettes : les droits à recette, les non-valeurs et les irrécouvrables;
en dépenses : les engagements et les imputations comptables.
Elle est tenue en partie simple au moyen du livre journal et du grand livre des opérations budgétaires. Elle produit le compte budgétaire à l'échéance de chaque exercice. Il est établi au sein du compte budgétaire une distinction entre le service ordinaire et le service extraordinaire et, au sein de chacun de ceux-ci entre l'exercice financier proprement dit et les exercices antérieurs.
Art. 37. De algemene boekhouding registreert de veranderingen in de balanswaarden, de kosten en de opbrengsten.
Ze wordt gevoerd volgens de dubbele methode, door middel van het journaal en het grootboek van de algemene verrichtingen. Zij geeft na afloop van elk dienstjaar de balans en de resultatenrekening.
Art. 37. La comptabilité générale enregistre les mouvements des valeurs de bilan, les charges et les produits.
Elle est tenue en partie double, au moyen du livre journal et du grand livre des opérations générales. Elle produit le bilan et le compte des résultats à l'échéance de chaque exercice.
Art. 38. § 1. Aan de algemene balansrekeningen worden de noodzakelijke bijzondere rekeningen toegevoegd.
Op elk tijdstip moet de balans van de algemene rekeningen verantwoord worden door de balans van de bijzondere rekeningen.
§ 2. De algemene rekeningen van lasten en opbrengsten mogen opgedeeld of samengebracht worden om de analyse ervan mogelijk te maken volgens de wijze bepaald door de Minister.
Art. 38. § 1er. Aux comptes généraux de bilan sont adjoints les comptes particuliers nécessaires.
A chaque moment la balance des comptes généraux doit être justifiée par la balance des comptes particuliers.
§ 2. Les comptes généraux de charges et de produits peuvent être ventilés ou regroupés afin d'en permettre l'analyse, selon les modalités arrêtées par le Ministre.
Art. 39. Alle bewerkingen van de algemene en de budgettaire boekhouding worden geregistreerd tijdens het dienstjaar waarin zij zich voordoen.
De op een ander dienstjaar aan te rekenen budgettaire verrichtingen worden aangeduid door de vermelding van dat dienstjaar.
Art. 39. Tous les mouvements de la comptabilité budgétaire et générale sont enregistrés au cours de l'exercice où ils se produisent.
Les opérations budgétaires imputables à un autre exercice sont spécifiées par l'indication de cet exercice.
Art. 40. De functionele en economische classificatie en die van de algemene en individuele rekeningen worden door de Minister bepaald.
Hij stelt eveneens de minimale rekeningenstelsels die op de classificatie en die rekeningen gebaseerd zijn, alsook de boekhoudkundige documenten die moeten worden bijgehouden, vast.
De nomenclatuur van de codes en de rekeningen wordt strikt toegepast.
Art. 40. La classification fonctionnelle et économique et celle des comptes généraux et particuliers sont arrêtées par le Ministre.
Il arrête également les plans comptables minima fondés sur cette classification et ces comptes, ainsi que les documents comptables à tenir.
La nomenclature des codes et des comptes est de stricte application.
HOOFDSTUK II. - De ontvangsten en de opbrengsten.
CHAPITRE II. - Des recettes et des produits.
Afdeling 1. - De invorderingsrechten en de opbrengsten.
Section 1re. - Des droits à recette et des produits.
Art. 41. § 1. Alleen het gemeentecollege stelt de invorderingsrechten vast.
§ 2. Wanneer het recht niet door de wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het gemeentecollege een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de [1 financieel directeur]1 bezorgt.
Op de invorderingsstaat wordt de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel vermeld.
Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
§ 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend vermeld.
Art. 41. § 1er. Seul le collège communal détermine les droits à recette.
§ 2. Lorsque le droit n'est pas établi par la loi ou par un document faisant foi, le collège communal dresse un état de recouvrement et le transmet au [1 directeur financier]1 avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation sont communes à plusieurs créances.
§ 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice budgétaire et de l'article budgétaire auxquels les recettes sont imputées.
Art. 42. § 1. Elk invorderingsrecht wordt onmiddellijk geboekt onverminderd artikel 48.
§ 2. In de volgende gevallen wordt het invorderingsrecht vastgesteld :
zodra de [1 financieel directeur]1 de uitvoerbare belastingkohieren ontvangt;
wanneer andere personeelsleden van de gemeente de bedragen die contant geïnd zijn voor rekening van de gemeente, aan de [1 financieel directeur]1 storten;
wanneer de kredietinstelling de lening beschikbaar stelt;
zodra de voorschotten op de nettowinsten van de gemeentebedrijven worden gestort en, voor het saldo toegekend aan de gemeente, zodra de bedrijfsrekeningen door de gemeenteraad goedgekeurd zijn;
bij de kennisgeving van de dividenden en winstaandelen en van het aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds;
op de vervaldag van de intresten;
bij het afsluiten van de jaarrekening voor de inkomsten van de gemeente geïnd door de bemiddeling van de ontvangers der directe belastingen, voor de bedragen die ten bate van het af te sluiten dienstjaar aan de gemeente toegekend en nog te innen zijn, met uitsluiting dus van de rechten waarvan de invordering nog hangende is;
Art. 42. § 1er. Tout droit à recette est immédiatement enregistré en comptabilité sans préjudice de l'article 48.
§ 2. Dans les cas suivants, le droit à recette est constaté :
dès la réception par le [1 directeur financier]1 des rôles exécutoires d'imposition;
lors du versement au [1 directeur financier]1 par d'autres agents communaux des sommes perçues au comptant pour compte de la commune;
lors de la mise à disposition de l'emprunt par l'organisme de crédit;
dès le versement des acomptes sur les bénéfices nets des régies et, à l'égard du solde attribué à la commune, dès l'approbation par le conseil communal des comptes de la régie;
lors de la notification, pour les dividendes, les parts bénéficiaires et la part attribuée dans le fonds des communes;
à l'échéance, pour les intérêts;
à la clôture des comptes annuels, pour les recettes perçues à l'intervention des receveurs des contributions directes, les montants relatifs à l'exercice de clôture qui sont attribués à la commune et qui restent à percevoir, à l'exclusion des droits dont la perception est en instance.
Art. 43. De algemene rekeningen worden tegelijkertijd met de vaststelling van de rechten in de budgettaire boekhouding bijgehouden.
Art. 43. Les comptes généraux sont tenus à jour en même temps que la constatation des droits en comptabilité budgétaire.
Art. 44. De leveringen, werkzaamheden of diensten die de gemeente voor rekening van derden heeft verricht, geven aanleiding tot het opmaken van facturen, schuldvorderingen of invorderingsstaten in tweevoud. Op de facturen, de schuldvorderingen en de verzoeken om betalingen worden alle inlichtingen vermeld die op elke invorderingsstaat moeten staan.
Er is echter geen enkel van bovenvermelde stukken vereist voor rechten die ter plaatse en contant betaalbaar zijn tegen kwijting of enig ander bewijsstuk, elektronische betalingen inbegrepen.
In ieder geval vermelden de verzoeken om betaling het rekeningnummer van de gemeente waarop het geld gestort moet worden.
Art. 44. Les fournitures, travaux ou services effectués par la commune au bénéfice de tiers donnent lieu à l'établissement de factures, de déclarations de créance ou d'invitation à payer en double exemplaire. Les factures, les déclarations de créance et les invitations à payer mentionnent les renseignements qui doivent figurer sur tout état de recouvrement.
Toutefois, aucun de ces documents n'est requis pour les droits payables sur place et en espèces en ce compris les paiements par voie électronique contre délivrance d'une quittance ou de tout autre document de preuve.
Dans tous les cas, les invitations à payer font mention du numéro de compte de la commune sur lequel la somme doit être versée.
Art. 45. De rechten kunnen voorlopig worden vastgesteld in de budgettaire boekhouding alhoewel ze nog geen invorderingsrechten uitmaken.
Deze worden door invorderingsrechten vervangen op het ogenblik van de vaststelling.
De voorlopige invorderingsrechten worden in elk geval geschrapt bij de afsluiting van het dienstjaar.
Art. 45. Les droits peuvent être provisoirement constatés en comptabilité budgétaire, encore qu'ils ne constituent pas des droits à recette.
Ces droits sont remplacés par des droits à recette lors de leur constatation.
Les droits provisoirement constatés sont en tout cas annulés à la clôture de l'exercice.
Art. 46. Het grootboek van de budgettaire boekhouding vermeldt voor elk begrotingsartikel van de ontvangsten :
de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet;
de datum en het nummer van het basisdocument dat het bewijs levert van het invorderingsrecht, de onverhaalbare post of de oninvorderbare ontvangst en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;
het bedrag van de invorderingsrechten, onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten die dag na dag genummerd zijn, waarbij ze worden onderscheiden van de voorlopig vastgestelde rechten;
het verschil tussen het begrotingskrediet en het totaal van de invorderingsrechten verminderd met de oninvorderbare ontvangsten en de onverhaalbare posten;
het ingevorderde totaalbedrag recht tegenover de vastgestelde rechten.
Art. 46. Le grand livre des opérations budgétaires mentionne en regard de chaque article budgétaire de recettes :
le libellé et le montant du crédit budgétaire;
la date et le numéro de la pièce principale justifiant le droit à recette, la non-valeur ou l'irrécouvrable et le cas échéant, le numéro du compte particulier;
le montant des droits à recette, des non-valeurs et des irrécouvrables numérotés au jour le jour en les distinguant des droits provisoirement constatés;
la différence entre le crédit budgétaire et le total des droits à recette, sous déduction des irrécouvrables et des non-valeurs;
le total perçu en regard de chacun des droits constatés.
Art. 47. De [1 financieel directeur]1 houdt de individuele rekeningen bij van de schuldenaren die benevens hun identiteit, volgende inlichtingen bevatten :
de datum, het bedrag en het nummer van het vastgesteld recht;
de datum, het bedrag en de refertes van de inning;
de onverhaalbare en de oninvorderbare bedragen.
De rechten vastgesteld bij middel van kohieren of collectieve invorderingstaten mogen ingeschreven worden in een globale rekening per belasting of retributie en per dienstjaar.
Art. 47. Le [1 directeur financier]1 tient à l'égard de chaque redevable un compte particulier qui mentionne, outre l'identité du redevable :
la date, le montant et le numéro du droit constaté;
la date, le montant et la référence des recouvrements;
les non-valeurs et irrécouvrables.
Les droits établis par voie de rôles ou de relevés collectifs peuvent être enregistrés dans un compte global par taxe ou redevance et par exercice.
Afdeling 2. - De ontvangsten.
Section 2. - Des recettes.
Art. 48. Zodra de [1 financieel directeur]1 in het bezit is van de documenten die de rechten van de gemeente vaststellen, controleert hij de regelmatigheid van deze documenten en van hun bewijsstukken evenals hun aanrekening in de budgettaire en algemene boekhouding. Als er geen overeenstemming is, stuurt hij ze met bemerkingen naar het college.
Art. 48. Dès qu'il est en possession des documents établissant les droits de la commune, le [1 directeur financier]1 contrôle la régularité de ces documents et de leurs justificatifs, ainsi que leur inscription en comptabilité budgétaire et générale. En cas de désaccord, il les renvoie au collège avec remarques.
Art. 49. De [1 financieel directeur]1 geeft geregeld aan het gemeentecollege schriftelijk kennis van de tegen schuldenaars ingestelde vervolgingen inzake belastingen.
Als een schuldenaar niet betaalt binnen de toegestane termijnen en als er geen titel tot dadelijke uitwinning is, brengt de [1 financieel directeur]1 het gemeentecollege daarvan schriftelijk op de hoogte met het oog op de eventuele toepassing van artikel L1242-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
Bij beslissing van het gemeentecollege genomen op basis van een verslag van de [1 financieel directeur]1 worden de vorderingen van de gemeente, waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, in de algemene boekhouding overgeboekt naar een rekening "dubieuze debiteuren".
Art. 49. Le [1 directeur financier]1 porte régulièrement par écrit à la connaissance du collège communal les poursuites entamées en matière de taxes.
Si un débiteur ne s'exécute pas dans les délais impartis et s'il n'existe pas de titre portant exécution parée, le [1 directeur financier]1 en informe par écrit le collège communal, en vue de l'application éventuelle de l'article L1242-1 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Les créances de la commune dont la perception est devenue incertaine seront transférées dans un compte "débiteurs douteux" de la comptabilité générale, sur base de la décision du collège communal prise sur rapport du [1 directeur financier]1.
Art. 50. § 1. De [1 financieel directeur]1 en de personeelsleden van de ontvangsten boeken de geïnde invorderingsrechten en de vastgestelde rechten.
Zij boeken tevens de onrechtmatig geïnde bedragen.
§ 2. Wanneer de bedragen in gereed geld of via een elektronische transactie worden betaald, geeft de [1 financieel directeur]1 een kwijting of enig ander bewijs van betaling.
Art. 50. § 1er. Le [1 directeur financier]1 et les agents de recettes comptabilisent les droits à recette recouvrés et les droits constatés.
Ils comptabilisent également les sommes indûment recouvrées.
§ 2. Lorsque les montants sont versés en espèces ainsi que pour les paiements électroniques, une quittance ou toute autre preuve de paiement est délivrée.
Art. 51. § 1. De [1 financieel directeur]1 boekt als onverhaalbare post de ontheffingen en verminderingen die behoorlijk zijn toegestaan door het gemeentecollege of door de gemeenteraad krachtens artikel L1222-2 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, dat hem kennis geeft van de toestemmingen.
§ 2. De [1 financieel directeur]1 boekt als oninvorderbare ontvangsten :
de bedragen te betalen door schuldenaren wier insolventie bewezen is door onverschillig welke bewijsstukken;
de vastgestelde rechten die wegens materiële vergissingen vervallen;
de verjaarde schuldvorderingen.
§ 3. De belastingen, geheven ten laste van insolvente belastingplichtigen, mogen eerst als oninvorderbare ontvangsten worden geboekt op de datum waarop het kohier verjaart. Om praktische redenen inzake het beheer van de aanmaningen en dwangschriften dienen de computersystemen evenwel een mogelijkheid te bevatten om die belastingen in een wachtdossier onder te brengen.
Art. 51. § 1er. Le [1 directeur financier]1 porte en non-valeurs les dégrèvements et remises dûment autorisés par le collège communal ou par le conseil communal en vertu de l'article L1222-2 du Code de la démocratie et de la décentralisation, qui lui notifie les autorisations.
§ 2. Le [1 directeur financier]1 porte en irrécouvrables :
les sommes dues par des redevables dont l'insolvabilité est établie par toutes pièces probantes;
les droits constatés tombant en annulation du chef d'erreurs matérielles;
3°les créances prescrites.
§ 3. Les impositions frappant des contribuables insolvables ne peuvent être portées en irrécouvrables qu'à la date de la prescription du rôle. Toutefois, pour des raisons pratiques de gestion des rappels et des contraintes, les systèmes informatiques devront comporter une possibilité de mise en attente des dites impositions.
HOOFDSTUK III. - De uitgaven en de kosten.
CHAPITRE III. - Des dépenses et des charges.
Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling.
Section 1re. - Disposition préliminaire.
Art. 52. Behoudens de bij de wet of onderhavig reglement bepaalde uitzondering kan geen uitgave aangezuiverd worden dan na de definitieve vastlegging, de aanrekening op een begrotingsrekening, de registratie in de algemene rekeningen betreffende de inkomende facturen, de aanrekening op de algemene en individuele rekeningen, de betaalbaarstelling door het gemeentecollege en het opmaken van een bevelschrift tot betaling overeenkomstig artikel L1311-6 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.
De verrichtingen op de algemene wachtrekeningen die aanleiding geven tot een uitbetaling moeten geordonnanceerd en gemandateerd worden zonder budgetindicatie.
Art. 52. Sauf exception établie par la loi ou le présent règlement, nulle dépense budgétaire ne peut être acquittée qu'après engagement définitif et imputation aux articles budgétaires concernés, enregistrement dans les comptes généraux des factures entrantes, imputation aux comptes généraux et particuliers, ordonnancement par le collège communal et établissement d'un mandat de paiement conformément à l'article L1311-6 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Les opérations sur les comptes généraux d'attente donnant lieu à décaissement doivent faire l'objet d'un ordonnancement et d'un mandatement sans indication budgétaire.
Afdeling 2. - De vastlegging en de aanrekening van de uitgaven en de kosten.
Section 2. - De l'engagement et de l'imputation des dépenses et des charges.
Art. 53. Alleen het gemeentecollege is bevoegd om tot vastleggingen over te gaan, behalve de uitzonderingen bedoeld in artikel 56.
De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit de wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de gemeenteoverheid.
Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
Een vastlegging omvat :
de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
het vermoedelijk bedrag;
het dienstjaar en het budgettair artikel.
Geen enkele vastlegging mag nog worden verricht na afsluiting van het lopende dienstjaar.
Art. 53. Le collège communal est seul habilité à procéder à des engagements sauf les exceptions visées à l'article 56.
L'engagement procède d'une obligation résultant de la loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale de l'autorité communale.
L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
L'engagement mentionne :
le nom du créancier ou de l'ayant droit;
le montant présumé;
l'exercice et l'article budgétaire.
Aucun engagement ne peut plus être effectué après la clôture de l'exercice en cours.
Art. 54. De ambtshalve opnemingen worden aangerekend op het dienstjaar waarin ze worden gedaan, behalve de leninglasten die aangerekend worden op het dienstjaar waarin ze vervallen.
Art. 54. Les prélèvements d'office sont imputés à l'exercice au cours duquel ils ont lieu sauf les charges d'emprunt qui sont imputées à l'exercice de leur échéance.
Art. 55. De vastlegging van een uitgave kan voorlopig gedaan worden als het gemeentecollege beslist om een begrotingskrediet geheel of gedeeltelijk voor te behouden voor de uitvoering van een voorzienbare verplichting van de gemeente.
Die vastlegging wordt geacteerd in de begrotingsartikelen, zij wordt geheel of gedeeltelijk vervangen door een definitieve vastlegging en in ieder geval geschrapt bij de afsluiting van het dienstjaar.
Art. 55. L'engagement d'une dépense peut être effectué à titre provisoire si le collège communal décide de réserver tout ou partie d'un crédit budgétaire à l'exécution d'une obligation prévisible de la commune.
Cet engagement est acté dans les articles budgétaires, il est remplacé en tout ou en partie par un engagement définitif et, en tout cas, annulé à la clôture de l'exercice.
Art. 56. Wanneer de betalingen door een eenvoudige aanvaarde factuur gestaafd kunnen worden, plaatst de betrokken dienst elke bestelling door middel van een in de begrotingsboekhouding geacteerde bestelbon die door het gemeentecollege geviseerd wordt.
De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud aan het gemeentecollege richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
Art. 56. Lorsque les dépenses peuvent être justifiées par une simple facture acceptée, le service intéressé par la dépense effectue toute commande au moyen d'un bon de commande acté dans la comptabilité budgétaire et visé par le collège communal.
Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège communal.
Art. 57. De vastleggingen van die uitgaven worden in het grootboek van de budgettaire boekhouding ingeschreven zodra ze worden gedaan overeenkomstig artikel 52.
De ambtshalve opnemingen, met uitzondering van de leninglasten, worden ingeschreven op de datum van ontvangst van de rekeninguittreksels die er betrekking op hebben.
De dotaties aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en aan de politiezone als de gemeente deel uitmaakt van een meergemeentenpolitiezone worden ingeschreven op de datum van de kennisgeving van de definitieve vaststelling van de gemeentebegroting.
Art. 57. Les engagements de dépenses sont portés au grand livre des opérations budgétaires dès qu'il y est procédé conformément à l'article 52.
Les prélèvements d'office à l'exception des charges d'emprunt sont inscrits à la date de réception des extraits de compte qui s'y rapportent.
Les dotations au centre public d'aide sociale et à la zone de police, si la commune est reprise dans une zone pluricommunale, sont inscrites à la date de la notification de l'approbation définitive du budget de la commune.
Art. 58. Het grootboek van de budgettaire boekhouding vermeldt voor elk begrotingsartikel van de uitgaven :
de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet;
de datum en het nummer van het basisdocument dat het bewijs levert van de vastlegging of de aanrekening en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;
het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorlopige vastleggingen en de definitieve vastleggingen;
het op elke vastlegging aangerekende bedrag;
het saldo van het begrotingskrediet;
de verrichte betalingen recht tegenover de vastgestelde rechten.
Art. 58. Le grand livre des opérations budgétaires mentionne, en regard de chaque article budgétaire :
le libellé et le montant du crédit budgétaire;
la date et le numéro de la pièce principale justifiant l'engagement ou l'imputation et, le numéro de compte particulier;
le montant des engagements numérotés, au jour le jour, en distinguant les engagements provisoires des engagements définitifs;
le montant imputé sur chaque engagement;
le solde du crédit budgétaire;
les paiements effectués en regard de chacun des engagements.
Art. 59. De [1 financieel directeur]1 boekt onmiddellijk de facturen of de documenten die deze vervangen tijdelijk in de desbetreffende algemene rekeningen. Die boeking geschiedt zodanig dat de vervaldatum altijd gemakkelijk kan worden nagekeken.
Voor de betaalbaarstelling worden de facturen voor ontvangst getekend door het daartoe aangewezen personeelslid dat door zijn visum aangeeft dat de leveringen of de dienstverlening overeenstemmen met het doel, de aard, de hoeveelheden en de in de bestelling voorziene bestemming.
Art. 59. Le [1 directeur financier]1 procède immédiatement à l'enregistrement temporaire des factures ou documents en tenant lieu dans les comptes généraux y afférents. L'enregistrement se fait de telle sorte que la date d'échéance soit aisément consultable à tout moment.
Avant leur mise en paiement les factures doivent être visées pour réception par l'agent désigné à cet effet, qui, par son visa, atteste de l'adéquation des fournitures ou des services prestés avec l'objet, la nature, les quantités, et la destination prévue dans la commande.
Art. 60. [1 § 1er. De facturen en andere uitgavedocumenten worden aan de financieel directeur of de door hem aangewezen ambtenaar overgemaakt samen met alle bewijsstukken opdat hij zou overgaan tot de aanrekening op de budgettaire en algemene rekeningen.
Door de aanrekening op de budgettaire rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd en wordt de inschrijving bedoeld bij artikel 59 tegengeboekt.
Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en indien nodig de vastlegging aangepast.
§ 2. In geval van ongunstig advies van de financieel directeur zoals bedoeld in artikel L1124-40 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie of in de gevallen bedoeld in artikel 64 van dit besluit, kan het college beslissen dat de uitgave aangerekend en uitgevoerd moet worden onder zijn verantwoordelijkheid. De gemotiveerde beraadslaging van het college wordt bij het betalingsbevel gevoegd en de gemeenteraad wordt daarover onmiddellijk ingelicht. Het College kan ook beslissen om zijn beslissing op de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging aan de gemeenteraad voor te leggen.]1

Art. 60. [1 § 1er. Les factures et autres pièces de dépenses sont transmises, avec leurs documents justificatifs, au directeur financier ou à l'agent désigné par lui, afin qu'il procède à l'imputation aux articles budgétaires ou aux comptes généraux.
L'imputation aux articles budgétaires consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense et à contre-passer l'enregistrement visé à l'article 59.
L'imputation aux articles budgétaires consiste à y porter la somme réellement due suite à l'engagement et, s'il échet, à corriger l'engagement.
§ 2. En cas d'avis défavorable du directeur financier tel que prévu à l'article L1124-40 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation ou dans les cas prévus à l'article 64 du présent arrêté, le collège peut décider, sous sa responsabilité, que la dépense doit être imputée et exécutée. La délibération motivée du collège est jointe au mandat de paiement et information en est donnée immédiatement au conseil communal. Le collège peut également décider de soumettre sa décision à la ratification du conseil communal à sa plus prochaine séance.]1

Afdeling 3. - De ordonnancering van de uitgaven en het opmaken van de bevelschriften tot betaling.
Section 3. - De l'ordonnancement des dépenses et de l'établissement des mandats de paiement.
Art. 61. § 1. De uitgaven worden tijdens de vergadering van het college geordonnanceerd in de vorm van een lijst, ondertekend door de [1 directeur-generaal]1 en de burgemeester of diens vertegenwoordiger en een lid van het gemeentecollege.
Die lijst vermeldt voor elke uitgave :
de begrotingspost, het beschikbare bedrag berekend overeenkomstig artikel 11, en het oorspronkelijk dienstjaar;
de aard van de uitgave;
de rechthebbenden;
de te betalen som;
de middelen bij buitengewone uitgaven.
§ 2. De mandaten, opgemaakt ter uitvoering van deze ordonnanceringslijst, vermelden :
de datum van de vergadering van het college;
de begrotingspost en het beschikbare bedrag berekend overeenkomstig artikel 11;
het oorspronkelijke dienstjaar;
de aard van de uitgave;
de rechthebbenden;
de te betalen som;
de middelen bij buitengewone uitgaven.
het vastleggingsnummer;
in voorkomend geval, het buitengewone projectnummer;
10° in voorkomend geval, het interne controledocument voor de overheidsopdrachten die vastgesteld zijn overeenkomstig de modellen bepaald door de Minister;
11° in voorkomend geval, elk ander intern controledocument bepaald door de Minister.
De bevelschriften die in gereed geld moeten worden betaald aan instellingen zonder rechtspersoonlijkheid maken melding van de naam, de voornaam en de hoedanigheid van twee personen belast met het innen van het geld.
Bij collectieve bevelschriften tot betaling wordt tot staving ook een staat met een opsomming van de uitgaven gevoegd.
§ 3. Alle bewijsstukken worden bij het bevelschrift tot betaling gevoegd en blijven eraan gehecht.
De bewijsstukken voor meerdere opeenvolgende bevelschriften worden bij het eerste bevelschrift gevoegd.
§ 4. De wijzigingen in de geschriften die op de bevelschriften tot betaling voorkomen moeten ondertekend worden door de personen bedoeld in § 1.
Art. 61. § 1er. Les dépenses sont ordonnancées en séance du collège sous la forme d'une liste, signée par le [1 directeur général]1 et le bourgmestre ou son représentant et un membre du collège communal.
Cette liste reprend pour chaque dépense :
l'article budgétaire, son disponible calculé conformément à l'article 11, et l'exercice d'origine;
la nature de la dépense;
les ayants droit;
la somme à payer;
les voies et moyens lorsqu'il s'agit de dépenses extraordinaires.
§ 2. Les mandats établis en exécution de cette liste d'ordonnancement mentionnent :
la date de la séance du collège;
l'article budgétaire, et son disponible calculé conformément à l'article 11;
L'exercice d'origine;
la nature de la dépense;
les ayants droit;
la somme à payer;
les voies et moyens lorsqu'il s'agit de dépenses extraordinaires;
le numéro d'engagement;
le cas échéant, le numéro de projet extraordinaire;
10° le cas échéant, le document de contrôle interne des marchés publics établis conformément aux modèles arrêtés par le Ministre;
11° le cas échéant tout autre document de contrôle interne arrêté par le Ministre.
Les mandats à payer en espèces à des organismes non dotés de la personnalité juridique font mention du nom, du prénom et de la qualité de deux personnes chargées de l'encaissement des fonds.
Les mandats collectifs sont en outre appuyés d'un état mentionnant le détail des dépenses.
§ 3. Toutes les pièces justificatives sont jointes au mandat de paiement et y restent attachées.
Les pièces justificatives relatives à plusieurs mandats successifs sont jointes au premier d'entre eux.
§ 4. Les modifications apportées aux écritures figurant sur les mandants de paiement doivent être signées par les personnes visées au § 1er.
Art. 62. Er behoeft geen bevelschrift tot betaling te worden opgesteld wanneer voor de uitgave een ambtshalve vooruitneming of een vooruitneming bedoeld in artikel L1124-46 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt uitgevoerd.
Art. 62. Il n'y a pas lieu d'établir un mandat de paiement lorsque la dépense fait l'objet d'un prélèvement d'office ou d'un prélèvement visé à l'article L1124-46 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation.
Art. 63. De [1 financieel directeur]1 boekt de in uitvoering zijnde betalingen.
Art. 63. Le [1 directeur financier]1 porte dans la comptabilité les paiements en cours d'exécution.
Afdeling 4. - De betaling van de uitgaven.
Section 4. - Du paiement des dépenses.
Art. 64. [1 Vóór de betaling stuurt de financieel directeur elk bevelschrift aan het gemeentecollege terug :
a) wanneer die stukken onvolledig zijn of hun gegevens niet stroken met de bijgevoegde stukken;
b) bij niet-goedgekeurde doorhalingen of toevoegingen;
c) wanneer ze niet gestaafd worden door verantwoordingsstukken of wanneer de verantwoordingsstukken van de leveringen, werken of allerhande prestaties ofwel de noodzakelijke goedkeuringen of de ontvangst- of certificeringsvisa's die het werkelijk bestaan van de schuldvordering of de gedane en aanvaarde dienstlevering aantonen, niet weergeven;
d) indien de uitgave aangerekend wordt op allocaties die er geen verband mee houden;
e) indien de begroting of de besluiten die bijzondere kredieten openen ter voorziening van de uitgave de betaling binnen de perken van de goedgekeurde voorlopige kredieten of van kredieten geopend overeenkomstig artikel L1311-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie niet aankunnen;
f) indien de uitgave het beschikbare bedrag van de desbetreffende allocaties van de begroting overschrijdt;
g) wanneer de uitgave geheel of gedeeltelijk reeds het voorwerp uitmaakte van een vorige betaling;
h) wanneer de uitgave strijdig is met de wetten, de reglementen of de beslissingen van de gemeenteraad.]1

Art. 64. [1 Le directeur financier renvoie au Collège communal, avant paiement, tout mandat :
a) dont les documents sont incomplets ou que leurs éléments ne cadrent pas avec les pièces jointes;
b) portant des ratures ou surcharges non approuvées;
c) non appuyés des pièces justificatives ou lorsque les pièces justificatives des fournitures, travaux ou prestations diverses ne relatent point soit les approbations nécessaires, soit les visas de réception ou de certification attestant la réalité de la créance ou le service fait et accepté;
d) dont la dépense est imputée sur des allocations qui lui sont étrangères;
e) lorsque le budget ou les délibérations ouvrant des crédits spéciaux prévoyant la dépense n'est point susceptible d'être payée dans la limite des crédits provisoires autorisés ou de crédits ouverts conformément à l'article L1311-5 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation;
f) lorsque la dépense excède le disponible des allocations y afférentes du budget;
g) lorsque la dépense en tout ou partie a déjà fait l'objet d'une liquidation antérieure;
h) lorsque la dépense est contraire aux lois, aux règlements ou aux décisions du conseil communal.]1

Art. 65. § 1. Het nummer van de financiële rekening van de schuldeisers van de gemeente moet op de contracten, facturen, schuldvorderingen en andere stukken in verband met de uitbetaling van de verschuldigde sommen voor leveringen, werken of prestaties allerhande opgegeven worden.
§ 2. Elke schuldeiser kan verzoeken dat het bedrag van zijn schuldvordering betaald wordt op een financiële rekening waar hij geen houder van is. Dat verzoekt gebeurt ofwel per briefwisseling ofwel per vermelding van het nummer van de te crediteren rekening op de factuur of op de schuldvorderingsverklaring, gevolgd door de naam van de houder van die rekening. Die aanwijzingen worden op het bevelschrift tot betaling overgenomen.
Bij twijfel over de authenticiteit van de ondertekening van de stukken waardoor de schuldeiser verzoekt om het bedrag van zijn schuldvordering te storten op een rekening waar hij geen houder van is, kan de legalisering van die handtekening vereist worden.
Art. 65. § 1er. Le numéro du compte financier des créanciers de la commune doit être indiqué sur les contrats, factures, déclarations de créance et autres pièces relatives à la liquidation des sommes dues pour livraisons, fournitures, travaux ou prestations quelconques.
§ 2. Tout créancier peut demander que le montant de sa créance soit versé à un compte financier dont il n'est pas le titulaire. Cette demande peut être faite soit par correspondance, soit par la mention sur la facture ou sur la déclaration de créance du numéro du compte à créditer, suivi du nom du titulaire de ce compte. Ces indications sont reproduites sur le mandat de paiement.
En cas de doute sur l'authenticité de la signature des pièces par lesquelles le créancier demande de verser le montant de sa créance à un compte dont il n'est pas le titulaire, la légalisation de cette signature peut être exigée.
HOOFDSTUK IV. - De jaarrekeningen.
CHAPITRE IV. - Des comptes annuels.
Afdeling 1. - Inhoud van de rekeningen.
Section 1re. - Contenu des comptes.
Art. 66. De jaarrekeningen bestaan uit de volgende stukken waarvan de vorm door de Minister bepaald wordt :
- de begrotingsrekening;
- de balans en de resultaatrekening;
- de analytische synthese, die onder meer omvat :
een analyse van de resultaten en de balans;
een synthese van de financiering van de buitengewone uitgaven;
de relevante ratio's in termen van overheidsbeheer;
een situatieoverzicht van de evolutie van de uitgaven en de inkomsten.
Art. 66. Les comptes annuels sont composés des documents suivants, dont la forme est arrêtée par le Ministre :
- le compte budgétaire;
- le bilan et le compte de résultat;
- la synthèse analytique qui comprend notamment :
une analyse des résultats et du bilan;
une synthèse des financements de l'extraordinaire;
des ratios pertinents en terme de gestion publique;
un tableau de bord de l'évolution des dépenses et des recettes.
Afdeling 2. - Afsluiting van de rekeningen.
Section 2. - De la clôture des comptes.
Art. 67. Wat de wedden van het onderwijzend personeel van de gemeente betreft worden enkel de sommen uitbetaald door toedoen van de gemeente of de werkelijk te innen subsidies in de rekeningen opgenomen.
Art. 67. En ce qui concerne les traitements du personnel enseignant de la commune, seules les sommes liquidées à l'intervention de la commune ou les subsides réellement à percevoir doivent figurer aux comptes.
Art. 68. Tussen 1 december van het af te sluiten begrotingsjaar en 15 februari van het volgend jaar, worden de volgende verrichtingen gedaan :
de opgave van de beschikbare begrotingskredieten wordt aan de beherende beambten of diensten bezorgd;
dezen overhandigen aan de [1 financieel directeur]1 de stukken betreffende de niet afgehandelde aanrekeningen, waarvan de inschrijving in de begrotingsartikelen zo vlug mogelijk moet worden verricht;
de [1 financieel directeur]1 stelt daarna de lijst van de lopende vastleggingen op en laat die door de beheerders aanvullen, die er de af te sluiten vastleggingen op vermelden;
de aanzuivering van de begrotingsartikelen geschiedt door het optellen van de afgesloten vastleggingen en door elke niet-afgesloten vastlegging apart te vermelden;
er wordt een eerste voorlopige opgave met de toestand van de begrotingskredieten, de vastleggingen en de aanrekeningen opgemaakt en toegezonden aan de beheerders die er de nog te verrichten vastleggingen en aanrekeningen op aantekenen;
op grond van die voorlopige opgave boekt de [1 financieel directeur]1 definitief en afzonderlijk :
a) de afgesloten vastleggingen;
b) de af te trekken vastleggingen;
c) het totaal van de vastleggingen;
d) de niet-afgesloten vastgelegde kredieten die naar het volgende dienstjaar moeten worden overgedragen;
e) de ongebruikte kredieten;
het gemeentecollege stelt onverwijld, per vastlegging en per begrotingsartikel de lijst op van de over te dragen kredieten en vastleggingen;
de in ten 7° bedoelde overdrachten worden ingeschreven in de begrotingsartikelen van het volgende dienstjaar.
Art. 68. Entre le 1er décembre de l'exercice budgétaire à clôturer et le 15 février de l'année suivante, il est procédé aux opérations suivantes :
le relevé des soldes disponibles sur les crédits budgétaires est remis aux agents ou services gestionnaires;
ceux-ci remettent au [1 directeur financier]1 les pièces en cours d'imputation dont l'enregistrement aux articles budgétaires doit être effectué le plus rapidement possible;
le receveur communal établit ensuite la liste des engagements en cours et la fait compléter par les gestionnaires, qui y mentionnent les engagements à clôturer;
l'apurement des articles budgétaires est effectué en totalisant les engagements clôturés et en mettant en évidence chaque engagement non clôturé;
un premier relevé provisoire de la situation des crédits budgétaires, engagements et imputations est établi et transmis aux gestionnaires qui y portent les engagements et les imputations restant à effectuer;
sur la base de ce relevé provisoire, le [1 directeur financier]1 comptabilise définitivement et de manière distincte :
a) les engagements clôturés;
b) les engagements en réduction;
c) le total des engagements;
d) les crédits engages, non clôturés et à reporter à l'exercice suivant;
e) les crédits sans emploi;
le collège communal arrête aussitôt la liste des crédits et engagements à reporter, par engagement et par article budgétaire;
les reports visés au 7° sont inscrits aux articles budgétaires de l'exercice suivant.
Afdeling 3. - De vaststelling van de jaarrekeningen.
Section 3. - De l'établissement des comptes annuels.
Art. 69. Na de afsluiting van de grootboeken en nadat het gemeentecollege de lijst van de naar het volgende dienstjaar overgedragen begrotingskredieten en vastleggingen opgesteld heeft, maakt de [1 financieel directeur]1 de begrotingsrekening op.
Art. 69. Après la clôture des grands livres et l'arrêt par le collège communal de la liste des crédits budgétaires et des engagements reportés a l'exercice suivant, le [1 directeur financier]1 dresse le compte budgétaire.
Art. 70. § 1. De begrotingsrekening recapituleert elk begrotingsartikel van het grootboek van de begrotingsverrichtingen en maakt het totaal van de begrotingsartikelen in de volgorde van de functionele en economische indeling van de begroting.
Ze vermeldt :
het begrotingsresultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de vastleggingen;
het boekhoudkundig resultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de aangerekende uitgaven.
Het boekhoudkundig resultaat vormt het saldo dat naar het volgende dienstjaar moet worden overgedragen. In dat resultaat zijn de gecumuleerde boekhoudkundige resultaten van de voorgaande dienstjaren begrepen.
§ 2. Bij de begrotingsrekening wordt de lijst per artikel van de naar het volgende dienstjaar over te dragen begrotingskredieten en vastleggingen gevoegd.
§ 3. Bij de stukken van de rekening, die de adviseurs ter plaatse kunnen inzien, wordt de lijst gevoegd per bijzondere rekening en per dienstjaar van de te innen vastgestelde rechten.
Art. 70. § 1er. Le compte budgétaire récapitule chaque article budgétaire du grand livre des opérations budgétaires et établit la somme des articles budgétaires selon la classification fonctionnelle et économique.
Il mentionne :
le résultat budgétaire, soit la différence entre, d'une part, les droits constates diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les engagements;
les résultats comptables, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les imputations de dépenses.
Le résultat comptable constitue le solde à reporter à l'exercice suivant. Ce résultat inclut les résultats comptables cumulés des exercices antérieurs.
§ 2. Au compte budgétaire est jointe la liste par article des crédits budgétaires et des engagements à reporter à l'exercice suivant.
§ 3. Aux pièces du compte, consultables sur place par les conseillers, sera jointe la liste par compte particulier et par exercice des droits constatés à recouvrer.
Art. 71. § 1. Het opmaken van de balans wordt voorafgegaan door de herwaardering bedoeld in artikel 21, § 1, de afschrijvingen bedoeld in artikel 22 en het opmaken van de inventaris op 31 december.
§ 2. Behoudens een verantwoording die bij de stukken van de rekening worden gevoegd moeten de sommen die sinds meer dan twee jaar op algemene wachtrekeningen staan naar de begrotingsboekhouding teruggebracht worden.
Art. 71. § 1er. Avant l'établissement du bilan, il est procédé à la réévaluation visée à l'article 21, § 1er, aux amortissements visés à l'article 22 et à l'établissement de l'inventaire, arrêté au 31décembre.
§ 2. Sauf justification jointe aux pièces du compte, les sommes présentes en comptes généraux d'attente depuis plus de deux ans devront faire l'objet d'un rapatriement en comptabilité budgétaire.
Art. 72. De boekhoudkundige computersystemen moeten een controle op de samenhang bevatten volgens de nadere regels bepaald door de Minister.
Art. 72. Les systèmes informatiques comptables doivent intégrer un contrôle de cohérence selon les modalités arrêtées par le Ministre.
Art. 73. De resultatenrekening en de balans worden opgemaakt op basis van de saldi van de definitieve balans van de algemene rekeningen.
Art. 73. Le compte de résultats et le bilan sont établis sur la base des soldes de la balance définitive des comptes généraux.
Art. 74. De door de [1 financieel directeur]1 ondertekende jaarrekeningen, worden samen met de rekeningen van de personeelsleden bedoeld in artikel L1124-44 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, vóór 1 maart van het volgende dienstjaar aan het gemeentecollege toegezonden.
Na verificatie bevestigt het college dat alle handelingen waarvoor het bevoegd is, correct zijn opgenomen in de rekeningen.
Art. 74. Les comptes annuels, signés par le [1 directeur financier]1, auxquels sont annexés les comptes des agents visés à l'article L1124-44 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, sont transmis au collège communal avant le 1er mars de l'exercice suivant.
Après vérification, le collège certifie que tous les actes relevant de sa compétence ont été correctement portés aux comptes.
Art. 75. De definitief vastgestelde rekeningen worden voor kennisgeving aan de [1 financieel directeur]1 bezorgd.
De schrifturen van de boeken worden in voorkomend geval aangepast aan de vastgestelde rekeningen.
Art. 75. Les comptes définitivement arrêtés sont notifiés au [1 directeur financier]1.
Les écritures des livres sont, s'il y a lieu, rectifiées conformément aux comptes arrêtés.
TITEL V. - De [1 financieel directeur]1 en de eindrekening.
TITRE V. - Du [1 directeur financier]1 et du compte de fin de gestion.
HOOFDSTUK I. - De [1 financieel directeur]1 en de bijzondere ontvangers.
CHAPITRE Ier. - Du [1 directeur financier]1 et des agents spéciaux de perception.
Art. 76. De [1 financieel directeur]1 overhandigt aan het einde van elke maand aan het gemeentecollege het in artikel 35, § 6, bedoelde stuk waaruit de overeenstemming tussen de boekingen blijkt.
Art. 76. Le [1 directeur financier]1 transmet au collège communal, à la fin de chaque mois, le document établissant la concordance des écritures, visé à l'article 35, § 6.
Art. 77. Het nazicht van de kasmiddelen geschiedt zonder voorafgaande waarschuwing.
De met het nazicht belaste overheid kan toegang eisen tot de kantoren van de [1 financieel directeur]1, zelfs wanneer ze in diens privéwoning ingericht zijn. Ze kan zich zonder afbreuk te doen aan haar verantwoordelijkheid laten vergezellen door een deskundige en door iemand die de verrichtingen in verband met het nazicht moet bijhouden.
Bij dat nazicht moet de [1 financieel directeur]1 alle boeken, bescheiden en waarden overleggen en alle inlichtingen verstrekken omtrent zijn beheer en het vermogen van de gemeente.
Art. 77. La vérification de l'encaisse a lieu sans avertissement préalable.
L'autorité chargée de la vérification peut exiger l'accès aux bureaux du receveur communal, même s'ils sont établis à son domicile privé. Elle peut se faire accompagner, sans dégager aucunement sa responsabilité, d'un technicien et d'une personne chargée de tenir les écritures de la vérification.
Lors de cette vérification, le [1 directeur financier]1 est tenu de présenter tous livres, pièces, valeurs, et de fournir tous renseignements sur sa gestion et sur l'avoir de la commune.
Art. 78. [1 Ten einde de juistheid van de rekeningen te behouden in geval van elk tekort te wijten aan diefstal of verlies, zal een vordering ten beloop van hetzelfde bedrag worden geboekt ten laste van de financieel directeur.
Zodra de definitieve beslissing hieromtrent genotificeerd is, boekt de financieel directeur, in voorkomend geval, het bedrag waarvoor hij ontlasting bekwam als correctie.]1

Art. 78. [1 En vue d'assurer l'exactitude des comptes en cas de déficit résultant d'un vol ou d'une perte, une créance d'un même montant est enregistrée à charge du directeur financier.
Dès notification de la décision définitive prise à ce sujet, le directeur financier porte, le cas échéant, en dépense le montant pour lequel il a obtenu décharge.]1

Art. 79. De [1 financieel directeur]1 is verantwoordelijk voor de hem toevertrouwde akten, titels en documenten.
Hij moet :
het gemeentecollege ten minste zes maanden van tevoren in kennis stellen van het aflopen van de contracten;
verhinderen dat de rechten van de gemeente verjaren en waken over het behouden van de domeinen, voorrechten en hypotheken;
de inschrijving op het kantoor der hypotheken vorderen voor alle daarvoor in aanmerking komende titels;
het gemeentecollege verwittigen van diefstal of verlies van de akten, titels en bescheiden die hem toevertrouwd zijn.
De [1 financieel directeur]1 mag zich niet van de de hem toevertrouwde boeken en bescheiden ontdoen noch er, zonder toestemming van het gemeentecollege afschrift of uittreksel van geven, behoudens wat de belastingkohieren betreft.
Art. 79. Le [1 directeur financier]1 est responsable des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
Il est tenu :
d'avertir le collège communal de l'expiration des contrats, au moins six mois à l'avance;
d'empêcher la prescription des droits de la commune, et de veiller a la conservation des domaines, privilèges et hypothèques;
de requérir l'inscription au bureau des hypothèques de tous titres qui en sont susceptibles;
d'avertir le collège communal du vol ou de la perte des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
Le [1 directeur financier]1 ne peut se dessaisir des livres et documents qui lui sont confiés, ni en délivrer des copies ou extraits, excepté des rôles d'imposition, sans y être autorisé par le collège communal.
Art. 80. De bijzondere ontvangers, ingesteld overeenkomstig artikel L1124-44 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering vallen mutatis mutandis onder de bepalingen van de artikelen 76 tot 79 en 81 tot 84.
Art. 80. Les agents spéciaux de perception institués conformément à l'article L1124-44 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation sont, mutatis mutandis, soumis aux dispositions des articles 76 à 79 et 81 à 84.
HOOFDSTUK II. - De eindrekening.
CHAPITRE II. - Du compte de fin de gestion.
Afdeling 1. - Definitieve ambtsneerlegging.
Section 1re. - Cessation définitive des fonctions.
Art. 81. § 1. De ontslagnemende [1 financieel directeur]1 blijft zijn dienst waarnemen tot aan de ambtsaanvaarding van zijn opvolger.
Op dat ogenblik maakt hij, in drievoud, een inventaris op van de documenten, de boeken, het meubilair, het materieel en andere voorwerpen die aan de [1 financieel directeur]1 worden overhandigd. Die inventaris wordt ondertekend door [2 beide financieel directeurs]2 die er elk een uitgifte van bewaren. Het derde exemplaar berust in het archief van de gemeente of in dat van het provinciaal gouvernement wanneer het een gewestelijk ontvanger betreft.
§ 2. Bij overlijden, afzetting of schorsing van de plaatselijke ontvanger, of wanneer hij zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, worden alle vereiste bewarende maatregelen getroffen en wordt de voormelde inventaris, opgemaakt door bemiddeling van het gemeentecollege. Zodra de vervanger aangewezen is wordt hem die inventaris ter hand gesteld.
Art. 81. § 1er. Le [1 directeur financier]1 démissionnaire ne cesse ses fonctions que lors de l'installation de son successeur.
Il dresse à ce moment un inventaire en triple expédition des documents, livres, mobilier, matériel et objets remis au nouveau [1 directeur financier]1. Cet inventaire est signé par les [2 directeurs financiers]2 qui en gardent chacun une expédition. La troisième expédition est déposée aux archives de la commune ou du gouvernement provincial, lorsqu'il s'agit d'un receveur régional.
§ 2. En cas de décès, révocation, suspension du [1 directeur financier]1 local, ou s'il se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, toutes les mesures conservatoires requises sont prises et l'inventaire est dressé à l'intervention du collège communal. Dès que le remplaçant est désigné, cet inventaire lui est remis.
Art. 82. § 1. Na de inventaris wordt de eindrekening opgemaakt, ondertekend en gewaarmerkt door de uittredende [1 financieel directeur]1, en onder voorbehoud aanvaard door de nieuwe [1 financieel directeur]1.
§ 2. Wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger de eindrekening te laat afgeeft of weigert af te geven aan de opvolger, maant het gemeentecollege hem aan zijn verplichtingen na te komen.
De aanmaning geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot dat de uitvoeringstermijn vaststelt.
Is de aanmaning bij het verstrijken van die termijn zonder gevolg gebleven, dan maakt het gemeentecollege de eindrekening op volgens de gegevens die in zijn bezit zijn.
De aanmanings- en expertisekosten zijn in de eindrekening ten laste van de uittredende ontvanger aangerekend.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende [1 financieel directeur]1 ter hand gesteld met verzoek zijn opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 3. Bij overlijden of afzetting van de plaatselijke [2 financieel directeur]2 , of wanneer de uittredende plaatselijke ontvanger zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, maakt het gemeentecollege die rekening op.
Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende [2 financieel directeur]2 of aan zijn rechtverkrijgende ter hand gesteld, met verzoek hun opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
§ 4. De eindrekening wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen van de uittredende plaatselijke ontvanger of zijn rechtverkrijgenden, voorgelegd aan de gemeenteraad, die ze voorlopig afsluit.
Art. 82. § 1er. Après l'inventaire, le compte de fin de gestion est dressé, signé et certifié exact par le [1 directeur financier]1 sortant, et accepté sous réserve par le [1 directeur financier]1 entrant.
§ 2. En cas de retard ou de refus du [1 directeur financier]1 local sortant de remettre au successeur le compte de fin de gestion, le collège communal le met en demeure de satisfaire à ses obligations.
Cette mise en demeure est faite par exploit d'huissier de justice qui fixe le délai d'exécution.
Si, à l'expiration de ce délai, la sommation est restée sans suite, le collège communal dresse le compte de fin de gestion d'après les éléments en sa possession.
Les frais de sommation et d'expert sont imputés au compte de fin de gestion à charge du receveur sortant.
Un exemplaire du compte est transmis au [2 directeur financier]2 sortant, avec invitation à formuler ses observations dans les trente jours.
§ 3. En cas de décès ou de révocation du [1 directeur financier]1 local, ou si le receveur communal local sortant se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, le collège communal le dresse.
Un exemplaire du compte est transmis au [2 directeur financier]2 sortant ou à ses ayants cause, avec invitation à formuler leurs observations dans les trente jours.
§ 4. Le compte de fin de gestion, accompagné, s'il échet, des observations du r[1 directeur financier]1 local sortant ou de ses ayants cause, est soumis au conseil communal, qui l'arrête.
Art. 83. De artikelen 81, § 2 en 82, §§ 2 tot 4, zijn van toepassing op de gewestelijke ontvanger, onder voorbehoud dat de bevoegdheden door deze bepalingen toevertrouwd aan het gemeentecollege of aan de gemeenteraad worden uitgeoefend door de provinciegouverneur.
Art. 83. Les articles 81, § 2 et 82, §§ 2 à 4, sont applicables au receveur régional, sous la réserve que les attributions confiées par ces dispositions au collège communal ou au conseil communal sont exercées par le gouverneur de la province.
Art. 84. De eindrekening omvat volgende stukken, vastgesteld bij de ambtsneerlegging, voor het lopende dienstjaar en voor het in afsluiting zijnde dienstjaar :
de balans van de begrotingsartikelen;
de balans van de algemene rekeningen;
de balans van de bijzondere rekeningen;
de kastoestand, verantwoord door de saldo's van de bankuittreksels of de besluiten voor de provisies die gelijk zijn aan contanten in kas.
Art. 84. Le compte de fin de gestion comprend les documents suivants arrêtés à la date de la fin de fonction, pour l'exercice en cours et pour l'exercice en voie de clôture :
la balance des articles budgétaires;
la balance des comptes généraux;
la balance des comptes particuliers;
la situation de caisse justifiée par les soldes des extraits de banque ou les délibérations pour les provisions valant espèces en caisse.
Art. 85. De aantredende [1 financieel directeur]1 is enkel verantwoordelijk voor de verrichtingen die hij zelf verleden heeft te rekenen van zijn daadwerkelijke ambtsaanvaarding, middels de computergewijze blokkering van de boekhoudkundige geschriften en de beveiliging van de data.
Indien de jaarrekeningen opgesteld worden door de aantredende [1 financieel directeur]1, blijft zijn verantwoordelijkheid beperkt tot de schrifturen die te rekenen van zijn ambtsaanvaarding verleden zijn.
Art. 85. Le [1 directeur financier]1 entrant ne sera responsable que des opérations passées par lui à dater de son entrée en fonction effective, moyennant le blocage informatique des écritures comptables et la sécurisation des dates.
Lorsque les comptes annuels sont dresses par le [1 directeur financier]1 entrant, sa responsabilité se limite aux écritures passées à dater de sa prise de fonction.
Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Section 3. - Dispositions communes.
Art. 86. Zodra definitief is beslist over de eindrekening, worden de boekhoudkundige geschriften indien nodig gewijzigd.
Art. 86. Dès qu'il a été statué définitivement sur le compte de fin de gestion, les écritures comptables sont modifiées en conséquence, s'il y a lieu.
Art. 87. Bij een kastekort wordt er een schuldvordering ten bedrage van het tekort in de algemene boekhouding geopend ten laste van de uittredende [1 financieel directeur]1.
Een uitgifte van de eindrekening wordt na vaststelling ervan overhandigd aan :
de uittredende [1 financieel directeur]1 of aan zijn rechthebbenden;
aan de aantredende [1 financieel directeur]1;
aan het gemeentecollege.
Het tekort dat ten laste wordt gelegd van de gewestelijke ontvangers wordt door het Waalse Gewest aan de gemeente terugbetaald op de door het Gewest bepaalde wijze en wordt door het bestuur van de belasting op de toegevoegde waarde, de registratie en de domeinen verhaald op de in debet zijnde gewestelijke ontvangers.
Art. 87. En cas de déficit de caisse, une créance du montant du déficit est ouverte en comptabilité générale à charge du [1 directeur financier]1 sortant.
Une expédition du compte de fin de gestion est remise, après qu'il ait été arrêté :
au receveur communal sortant ou à ses ayants cause;
au [1 directeur financier]1 entrant;
au collège communal.
Le déficit mis a charge des receveurs régionaux est remboursé à la commune par la Région wallonne selon les modalités qu'elle établira, et récupéré sur les receveurs régionaux en débet par l'administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines.
TITEL VI. - Diverse bepalingen.
TITRE VI. - Dispositions diverses.
Art. 88. De jaarrekeningen en de eindrekeningen kunnen niet meer gewijzigd worden nadat zij definitief vastgesteld zijn.
Bij vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen kunnen de [1 financieel directeur]1 of de gemeenteraad evenwel binnen de [2 tien jaren]2 die volgen op hun definitieve vaststelling, de herziening van deze rekeningen aanvragen bij de overheid die bevoegd is om ze definitief vast te stellen.
De aanvraag bepaalt nauwkeurig de feiten die de herziening rechtvaardigen.
Art. 88. Les comptes annuels et les comptes de fin de gestion ne peuvent plus être modifiés lorsque ces comptes ont été arrêtés définitivement.
Toutefois, en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi, le [1 directeur financier]1 ou le conseil communal peuvent, au cours des [2 dix ans]2 qui suivent l'arrêt définitif de ces comptes, demander leur révision à l'autorité habilitée à les arrêter définitivement.
La demande précise les faits qui justifient la révision.
TITEL VII. - Slotbepalingen.
TITRE VII. - Dispositions finales.
Art. 89. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008, behoudens wat betreft de bepalingen voor de opstelling van de oorspronkelijke begrotingen voor 2008, die in werking treden op de datum van bekendmaking ervan.
Art. 89. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2008, sauf en ce qui concerne les dispositions relatives à l'élaboration des budgets initiaux 2008, qui entrent en vigueur à sa date de publication.
Art. 90. Het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 betreffende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit wordt opgeheven.
Art. 90. L'arrêté royal du 2 août 1990 portant le règlement général de la comptabilité communale est abrogé.
Art. 91. De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 91. Le Ministre des Affaires intérieures est chargé de l'exécution du présent arrêté.