Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 APRIL 2007. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. (Vertaling).
Titre
19 AVRIL 2007. - Arrêté du Gouvernement wallon concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Dit besluit beoogt de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2003 tot wijziging van Richtlijn 96/82/EG van de Raad betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Article 1. Le présent arrêté a pour objet la transposition partielle de la Directive 2003/105/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2003 modifiant la Directive 96/82/CE du Conseil concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Art. 2. Het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten wordt aangevuld met een artikel 3ter, luidend als volgt :
" Art. 3ter. De inrichtingen bedoeld in bijlage I bij dit besluit waar gevaarlijke stoffen aan te treffen zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels vermeld in de kolommen 2 en 3 van bijlage I bij het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de risico's van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, worden in klasse 1 ingedeeld, niettegenstaande de indeling die hen in dezelfde bijlage wordt toegewezen. "
" Art. 3ter. De inrichtingen bedoeld in bijlage I bij dit besluit waar gevaarlijke stoffen aan te treffen zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels vermeld in de kolommen 2 en 3 van bijlage I bij het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de risico's van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, worden in klasse 1 ingedeeld, niettegenstaande de indeling die hen in dezelfde bijlage wordt toegewezen. "
Art. 2. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, il est inséré un article 3ter rédigé comme suit :
" Art. 3ter. Les établissements visés à l'annexe Ire du présent arrêté, où sont présentes des substances dangereuses en quantités égales ou supérieures aux seuils figurant aux colonnes 2 et 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération du 21 juin 1999 entre l'Etat fédéral, les Régions flamande et wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses, sont rangés en classe 1, nonobstant le classement qui leur est attribué dans ladite annexe. "
" Art. 3ter. Les établissements visés à l'annexe Ire du présent arrêté, où sont présentes des substances dangereuses en quantités égales ou supérieures aux seuils figurant aux colonnes 2 et 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération du 21 juin 1999 entre l'Etat fédéral, les Régions flamande et wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses, sont rangés en classe 1, nonobstant le classement qui leur est attribué dans ladite annexe. "
Art. 3. In bijlage I bij hetzelfde besluit worden de voetnota's nrs. 17 tot 25 de voetnota's nrs. 16 tot 24.
Art. 3. A l'annexe Ire du même arrêté, les notes de bas de page n°s 17 à 25 deviennent les notes de bas de page 16 à 24.
Art. 4. De rubriek 63.12.18 en bijlage II bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 4. La rubrique 63.12.18 et l'annexe II du même arrêté sont abrogées.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse Maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
Art. 5. In artikel 1, § 3, 2°, 5° en 10°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning worden de termen " II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten " vervangen door de termen " I bij het samenwerkingsakkoord ".
Art. 5. A l'article 1er, § 3, 2°, 5° et 10°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, les termes " II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées se trouvent dans une ou plusieurs installations " sont remplacés par les termes " I de l'accord de coopération ".
Art. 6. In artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " bedoeld in rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten " vervangen door de woorden " bedoeld in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord ".
Art. 6. A l'article 3, § 2, du même arrêté, les mots " visé par la rubrique 63.12.18 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées " sont remplacés par " visé par l'annexe Ire de l'accord de coopération ".
Art. 7. Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Aanvullende bepalingen betreffende de inrichtingen bedoeld in het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opvangen van de risico's inherent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. "
" Aanvullende bepalingen betreffende de inrichtingen bedoeld in het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opvangen van de risico's inherent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. "
Art. 7. L'intitulé de la section 3 du chapitre II du même arrêté est remplacé comme suit :
" Dispositions complémentaires relatives aux établissements visés par l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, les Régions flamande et wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses. "
" Dispositions complémentaires relatives aux établissements visés par l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, les Régions flamande et wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses. "
Art. 8. In artikel 59, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden " II bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten " vervangen door de woorden " I bij het samenwerkingsakkoord ".
Art. 8. A l'article 59, § 1er, du même arrêté, les termes " II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées se trouvent dans une ou plusieurs installations " sont remplacés par les termes " I de l'accord de coopération ".
Art. 9. Artikel 59, § 2, vijfde en zesde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 5. de exploitatie (prospectie, winning en verwerking) van delfstoffen in mijnen en groeven of dmv boringen, met uitzondering van chemische en thermische verwerkingshandelingen en de daarmee gepaard gaande opslag, waarbij gevaarlijke stoffen zoals omschreven in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord betrokken zijn;
6. de afvalstortplaatsen, met uitzondering van operationele voorzieningen voor het wegwerken van residuen, waaronder residubekkens die gevaarlijke stoffen als gedefinieerd in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord bevatten, in het bijzonder wanneer zij worden gebruikt in verband met de chemische en thermische verwerking van mineralen. "
" 5. de exploitatie (prospectie, winning en verwerking) van delfstoffen in mijnen en groeven of dmv boringen, met uitzondering van chemische en thermische verwerkingshandelingen en de daarmee gepaard gaande opslag, waarbij gevaarlijke stoffen zoals omschreven in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord betrokken zijn;
6. de afvalstortplaatsen, met uitzondering van operationele voorzieningen voor het wegwerken van residuen, waaronder residubekkens die gevaarlijke stoffen als gedefinieerd in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord bevatten, in het bijzonder wanneer zij worden gebruikt in verband met de chemische en thermische verwerking van mineralen. "
Art. 9. L'article 59, § 2, alinéas 5 et 6, du même arrêté est remplacé par les termes suivants :
" 5. l'exploitation (prospection, extraction, et traitement) des matières minérales dans les mines, les carrières ou au moyen de forages, à l'exception des opérations de traitement chimique et thermique et du stockage lié à ces opérations qui entraînent une présence de substances dangereuses telles que définies à l'annexe Ire de l'accord de coopération;
6. les décharges de déchets, à l'exception des installations en activité d'élimination des stériles, y compris les bassins de décantation des stériles, qui contiennent des substances dangereuses telles que définies à l'annexe Ire de l'accord de coopération, en particulier lorsqu'elles sont utilisées en relation avec le traitement chimique et thermique des minéraux. "
" 5. l'exploitation (prospection, extraction, et traitement) des matières minérales dans les mines, les carrières ou au moyen de forages, à l'exception des opérations de traitement chimique et thermique et du stockage lié à ces opérations qui entraînent une présence de substances dangereuses telles que définies à l'annexe Ire de l'accord de coopération;
6. les décharges de déchets, à l'exception des installations en activité d'élimination des stériles, y compris les bassins de décantation des stériles, qui contiennent des substances dangereuses telles que définies à l'annexe Ire de l'accord de coopération, en particulier lorsqu'elles sont utilisées en relation avec le traitement chimique et thermique des minéraux. "
Art. 10. In artikel 61, §§ 1 en 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " II bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten " vervangen door de woorden " I bij het samenwerkingsakkoord ".
Artikel 61, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 3° bevat voldoende informatie over de vestiging en het bestaan van activiteiten of installaties rondom de inrichting en vermeldt de naam van de bevoegde instanties die aan de studie hebben meegewerkt. De structuur en de minimale inhoud van de veiligheidsstudie bedoeld in het vorige lid worden omschreven in bijlage XIV bij dit besluit. "
Artikel 61, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 3° bevat voldoende informatie over de vestiging en het bestaan van activiteiten of installaties rondom de inrichting en vermeldt de naam van de bevoegde instanties die aan de studie hebben meegewerkt. De structuur en de minimale inhoud van de veiligheidsstudie bedoeld in het vorige lid worden omschreven in bijlage XIV bij dit besluit. "
Art. 10. A l'article 61, §§ 1er et 2, du même arrêté, les termes " II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées se trouvent dans une ou plusieurs installations " sont remplacés par les termes " I de l'accord de coopération ".
L'article 61, § 2, 3°, du même arrêté est remplacé par les termes suivants :
" 3° contient une information suffisante sur l'implantation et l'existence d'activités ou d'aménagement autour de l'établissement et indique le nom des organismes compétents ayant participé à l'établissement de l'étude. La structure et le contenu minimal de l'étude de sûreté visée à l'alinéa précédent sont définis à l'annexe XIV du présent arrêté. "
L'article 61, § 2, 3°, du même arrêté est remplacé par les termes suivants :
" 3° contient une information suffisante sur l'implantation et l'existence d'activités ou d'aménagement autour de l'établissement et indique le nom des organismes compétents ayant participé à l'établissement de l'étude. La structure et le contenu minimal de l'étude de sûreté visée à l'alinéa précédent sont définis à l'annexe XIV du présent arrêté. "
Art. 11. Artikel 62 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 62. Elke aanvraag tot milieuvergunning of eenmalige vergunning die betrekking heeft op een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels vermeld in de delen 1 en 2 van bijlage I bij het samenwerkingsakkoord en die vergezeld moet gaan van een nota betreffende de identificatie van de gevaren of van een veiligheidsstudie overeenkomstig artikel 61 wordt voor advies overgelegd aan de DPA en aan de " Service régional d'Intervention ".
Het advies van de DPA vermeldt o.a. of de kans op en de mogelijkheid van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan kunnen verhogen voor betrokken inrichting wegens de lokalisatie of de nabijheid van bedrijven en hun inventarissen van gevaarlijke stoffen. "
" Art. 62. Elke aanvraag tot milieuvergunning of eenmalige vergunning die betrekking heeft op een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels vermeld in de delen 1 en 2 van bijlage I bij het samenwerkingsakkoord en die vergezeld moet gaan van een nota betreffende de identificatie van de gevaren of van een veiligheidsstudie overeenkomstig artikel 61 wordt voor advies overgelegd aan de DPA en aan de " Service régional d'Intervention ".
Het advies van de DPA vermeldt o.a. of de kans op en de mogelijkheid van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan kunnen verhogen voor betrokken inrichting wegens de lokalisatie of de nabijheid van bedrijven en hun inventarissen van gevaarlijke stoffen. "
Art. 11. L'article 62 du même arrêté est remplacé comme suit :
" Art. 62. Toute demande de permis d'environnement ou demande de permis unique qui porte sur un établissement où des substances dangereuses sont présentes en quantités égales ou supérieures aux seuils figurant aux parties 1 et 2 de l'annexe Ire de l'accord de coopération et qui doit être accompagnée d'une notice d'identification des dangers ou d'une étude de sûreté en application de l'article 61 est soumise pour avis à la DPA et au Service régional d'Intervention.
L'avis de la DPA mentionne notamment si, pour l'établissement concerné, la probabilité et la possibilité ou les conséquences d'un accident majeur peuvent être accrues, en raison de la localisation ou de la proximité d'établissements et de leurs inventaires de substances dangereuses. "
" Art. 62. Toute demande de permis d'environnement ou demande de permis unique qui porte sur un établissement où des substances dangereuses sont présentes en quantités égales ou supérieures aux seuils figurant aux parties 1 et 2 de l'annexe Ire de l'accord de coopération et qui doit être accompagnée d'une notice d'identification des dangers ou d'une étude de sûreté en application de l'article 61 est soumise pour avis à la DPA et au Service régional d'Intervention.
L'avis de la DPA mentionne notamment si, pour l'établissement concerné, la probabilité et la possibilité ou les conséquences d'un accident majeur peuvent être accrues, en raison de la localisation ou de la proximité d'établissements et de leurs inventaires de substances dangereuses. "
Art. 12. Bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage I bij dit besluit.
Art. 12. L'annexe XII du même arrêté est remplacée par l'annexe Ire au présent arrêté.
Art. 13. In bijlage XIII, § 2, bij hetzelfde besluit worden de woorden " (de selectie kan worden uitgevoerd op grond van criteria voor de selectie van de gevaarlijk geachte uitrustingen bedoeld in bijlage IV) " geschrapt.
Art. 13. A l'annexe XIII, § 2, du même arrêté, les termes " (la sélection peut utilement être guidée par les critères de sélection des équipements présumés dangereux définis à l'annexe IV) " sont supprimés.
Art. 14. Bijlage XIV bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage II bij dit besluit.
Art. 14. L'annexe XIV du même arrêté est remplacée par l'annexe II du présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Opheffings-, overgangs- en slotbepaling.
CHAPITRE IV. - Dispositions abrogatoire, transitoire et finale.
Art. 15. Hoofdstuk III van titel I van het besluit van de Regent van 11 februari 1946 houdende goedkeuring van de titels I en II van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming wordt opgeheven.
Art. 15. Le chapitre III du titre premier de l'arrêté du Régent du 11 février 1946 portant approbation des titres Ier et II du Règlement général pour la protection du travail est abrogé.
Art. 16. De vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediende vergunningsaanvragen alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de regels van kracht op de datum van indiening van de aanvraag.
In afwijking van het eerste lid is artikel 9 toepasselijk zodra dit besluit in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.
In afwijking van het eerste lid is artikel 9 toepasselijk zodra dit besluit in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.
Art. 16. Les demandes de permis introduites avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traitées selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 9 est applicable dès la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 9 est applicable dès la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 17. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
Art. 17. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. BIJLAGE I. " Bijlage XII. - Criteria voor de vastlegging van de begrippen " ernstige implicatie " en " relevante verhoging of wijziging " bedoeld in artikel 61, § 4, laatste lid.
1. Begrip " gevaarlijk geachte uitrusting ".
Voor de toepassing van dit besluit worden als gevaarlijk beschouwd : de uitrustingen waarvan de hoeveelheid gevaarlijke producten groter is dan een referentiemassa bepaald op grond van de gevaarlijke eigenschappen van het product, van de fysische staat en, eventueel, de ligging ervan tov een andere gevaarlijke uitrusting.
Als verschillende uitrustingen constant communiceren, dient het geheel van de inhoud van de communicerende uitrustingen opgegeven te worden, tenzij er geen gevaar is voor overheveling van het geheel van de uitrustingen in geval van lekkage op één van hen.
De volgende uitrustingen worden eveneens als gevaarlijk beschouwd : open systemen, zoals apparaten of leidingen met een capaciteit die lager is dan de in aanmerking te nemen referentiemassa, maar die binnen 10 minuten een gelijke of hogere hoeveelheid kunnen vrijmaken.
De regels voor de berekening van de referentiemassa zijn de volgende :
a. een referentiemassa Ma (in kg) selecteren naargelang van het soort gevaar :
1. Begrip " gevaarlijk geachte uitrusting ".
Voor de toepassing van dit besluit worden als gevaarlijk beschouwd : de uitrustingen waarvan de hoeveelheid gevaarlijke producten groter is dan een referentiemassa bepaald op grond van de gevaarlijke eigenschappen van het product, van de fysische staat en, eventueel, de ligging ervan tov een andere gevaarlijke uitrusting.
Als verschillende uitrustingen constant communiceren, dient het geheel van de inhoud van de communicerende uitrustingen opgegeven te worden, tenzij er geen gevaar is voor overheveling van het geheel van de uitrustingen in geval van lekkage op één van hen.
De volgende uitrustingen worden eveneens als gevaarlijk beschouwd : open systemen, zoals apparaten of leidingen met een capaciteit die lager is dan de in aanmerking te nemen referentiemassa, maar die binnen 10 minuten een gelijke of hogere hoeveelheid kunnen vrijmaken.
De regels voor de berekening van de referentiemassa zijn de volgende :
a. een referentiemassa Ma (in kg) selecteren naargelang van het soort gevaar :
Art. N1. ANNEXE Ire. - " Annexe XII. - Critères permettant de déterminer les notions d'implication importante et d'augmentation ou de modification significatives visées à l'article 61, § 4, dernier alinéa.
1. Notion d'équipement présumé dangereux.
Pour l'application du présent arrêté sont présumés dangereux les équipements contenant des produits dangereux en quantité supérieure à une masse de référence dépendant des propriétés dangereuses du produit, de son état physique et éventuellement de sa situation par rapport à un autre équipement dangereux.
Lorsque plusieurs équipements sont en communication permanente, c'est le total du contenu des équipements communicants qui doit être renseigné à moins qu'il n'existe aucun risque de siphonage de l'ensemble des équipements en cas de fuite sur l'un d'entre eux.
Sont également considérés comme équipements dangereux les systèmes ouverts tels que des appareils ou des tuyauteries dont la capacité est inférieure à la masse de référence à considérer mais qui sont capables de libérer une quantité égale ou supérieure en 10 minutes.
Les règles à appliquer pour calculer la masse de référence sont les suivantes :
a. sélectionner une masse de référence Ma (en kg) en fonction du caractère de danger :
1. Notion d'équipement présumé dangereux.
Pour l'application du présent arrêté sont présumés dangereux les équipements contenant des produits dangereux en quantité supérieure à une masse de référence dépendant des propriétés dangereuses du produit, de son état physique et éventuellement de sa situation par rapport à un autre équipement dangereux.
Lorsque plusieurs équipements sont en communication permanente, c'est le total du contenu des équipements communicants qui doit être renseigné à moins qu'il n'existe aucun risque de siphonage de l'ensemble des équipements en cas de fuite sur l'un d'entre eux.
Sont également considérés comme équipements dangereux les systèmes ouverts tels que des appareils ou des tuyauteries dont la capacité est inférieure à la masse de référence à considérer mais qui sont capables de libérer une quantité égale ou supérieure en 10 minutes.
Les règles à appliquer pour calculer la masse de référence sont les suivantes :
a. sélectionner une masse de référence Ma (en kg) en fonction du caractère de danger :
Eigenschappen van het product Vast Vloeibaar Gasachtig
1. Zeer giftig 1 000 100 10
- Giftig 10 000 1 000 100
- Oxidatief 10 000 10 000 10 000
- Ontplofbaar (definitie 2a) 500 500 /
- Ontplofbaar (definitie 2b) 500 500 /
- Brandbaar / 10 000 /
- Makkelijk brandbaar / 10 000 /
- Uiterst brandbaar / 10 000 1 000
- Gevaarlijk voor het leefmilieu 100 000 10 000 1 000
- Andere gevaren (R14, R15 of R29) 10 000 10 000 /
1. Zeer giftig 1 000 100 10
- Giftig 10 000 1 000 100
- Oxidatief 10 000 10 000 10 000
- Ontplofbaar (definitie 2a) 500 500 /
- Ontplofbaar (definitie 2b) 500 500 /
- Brandbaar / 10 000 /
- Makkelijk brandbaar / 10 000 /
- Uiterst brandbaar / 10 000 1 000
- Gevaarlijk voor het leefmilieu 100 000 10 000 1 000
- Andere gevaren (R14, R15 of R29) 10 000 10 000 /
Proprietes du produit Solide Liquide Gazeux
1. Tres toxiques 1 000 100 10
- Toxiques 10 000 1 000 100
- Comburantes 10 000 10 000 10 000
- Explosives (definition 2a) 500 500 /
- Explosives (definition 2b) 500 500 /
- Inflammables / 10 000 /
- Facilement inflammables / 10 000 /
- Extremement inflammables / 10 000 1 000
- Dangereuses pour l'environnement 100 000 10 000 1 000
- Autres dangers (R14, R15 ou R29) 10 000 10 000 /
1. Tres toxiques 1 000 100 10
- Toxiques 10 000 1 000 100
- Comburantes 10 000 10 000 10 000
- Explosives (definition 2a) 500 500 /
- Explosives (definition 2b) 500 500 /
- Inflammables / 10 000 /
- Facilement inflammables / 10 000 /
- Extremement inflammables / 10 000 1 000
- Dangereuses pour l'environnement 100 000 10 000 1 000
- Autres dangers (R14, R15 ou R29) 10 000 10 000 /
a. in geval van vloeibare producten, de massa's wegen naargelang van het verdampings- of ontbrandingsrisico.
De in bovenstaande tabel vermelde referentiemassa's moeten worden gedeeld door een coëfficiënt S die de som is van een coëfficiënt S1 en een coëfficiënt S2 en waarvan de grenzen worden teruggebracht tot :
De in bovenstaande tabel vermelde referentiemassa's moeten worden gedeeld door een coëfficiënt S die de som is van een coëfficiënt S1 en een coëfficiënt S2 en waarvan de grenzen worden teruggebracht tot :
a. dans le cas de produits liquides, pondérer les masses en fonction du risque de vaporisation ou d'inflammation.
Les masses de références Ma renseignées dans le tableau ci-dessus sont à diviser par un coefficient S qui est la somme d'un coefficient S1 et d'un coefficient S2 et dont les limites sont ramenées à :
Les masses de références Ma renseignées dans le tableau ci-dessus sont à diviser par un coefficient S qui est la somme d'un coefficient S1 et d'un coefficient S2 et dont les limites sont ramenées à :
0,1 < of = S < of = 10
Ma
Mb =
Ma
Mb =
Wijzigingen
S
0,1 < ou = S < ou = 10
Ma
Mb =
Ma
Mb =
Wijzigingen
S
De coëfficiënt S is de som van een coëfficiënt S1 en een coëfficiënt S2.
De coëfficiënt S1 houdt rekening met het verschil tussen de diensttemperatuur Tp en de kooktemperatuur bij atmosferische druk Teb overeenkomstig de wet :
De coëfficiënt S1 houdt rekening met het verschil tussen de diensttemperatuur Tp en de kooktemperatuur bij atmosferische druk Teb overeenkomstig de wet :
Le coefficient S est la somme d'un coefficient S1 et d'un coefficient S2.
Le coefficient S1 tient compte de l'écart entre la température de service Tp et la température d'ébullition à pression atmosphérique Teb selon la loi :
Le coefficient S1 tient compte de l'écart entre la température de service Tp et la température d'ébullition à pression atmosphérique Teb selon la loi :
Tp - Teb
Wijzigingen
100
S1 = 10
Tp - Teb
Wijzigingen
100
S1 = 10
Het variatiegebied van S1 hangt af van het verband tussen een eventuele verhoging of vermindering van het risico en het verschil tussen de dienst- en de kooktemperatuur.
Dat verband is rechtstreeks afhankelijk van de gevaarkenmerken van de bedoelde producten.
Als een product verschillende gevaarkenmerken vertoont, komt alleen de kleinste waarde van Mb in aanmerking.
Dat verband is rechtstreeks afhankelijk van de gevaarkenmerken van de bedoelde producten.
Als een product verschillende gevaarkenmerken vertoont, komt alleen de kleinste waarde van Mb in aanmerking.
Le domaine de variation de S1 dépend du lien entre une éventuelle aggravation ou diminution du risque et l'écart entre la température de service et la température d'ébullition.
Ce lien dépend directement des caractères de danger des produits concernés.
Lorsqu'un produit présente plusieurs caractères dangereux, c'est la plus petite valeur de Mb qui doit être retenue.
Ce lien dépend directement des caractères de danger des produits concernés.
Lorsqu'un produit présente plusieurs caractères dangereux, c'est la plus petite valeur de Mb qui doit être retenue.
Eigenschappen van het product Grenzen van S1
Zeer giftig 1 < of = S1 < of = 10
Giftig 1 < of = S1 < of = 10
Oxidatief S1 = 1
Ontplofbaar (definitie 2a) S1 = 1
Ontplofbaar (definitie 2b) S1 = 1
Brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Makkelijk brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Uiterst brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Gevaarlijk voor het leefmilieu 1 < of = S1 < of = 10
Andere gevaren (R14, R15 of R29) S1 = 1
Zeer giftig 1 < of = S1 < of = 10
Giftig 1 < of = S1 < of = 10
Oxidatief S1 = 1
Ontplofbaar (definitie 2a) S1 = 1
Ontplofbaar (definitie 2b) S1 = 1
Brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Makkelijk brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Uiterst brandbaar 0,1 < of = S1 < of = 10
Gevaarlijk voor het leefmilieu 1 < of = S1 < of = 10
Andere gevaren (R14, R15 of R29) S1 = 1
Proprietes du produit Limites de S1
Tres toxiques 1 < ou = S1 < ou = 10
Toxiques 1 < ou = S1 < ou = 10
Comburantes S1 = 1
Explosives (definition 2a) S1 = 1
Explosives (definition 2b) S1 = 1
Inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Facilement inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Extremement inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Dangereuses pour l'environnement 1 < ou = S1 < ou = 10
Autres dangers (R14, R15 ou R29) S1 = 1
Tres toxiques 1 < ou = S1 < ou = 10
Toxiques 1 < ou = S1 < ou = 10
Comburantes S1 = 1
Explosives (definition 2a) S1 = 1
Explosives (definition 2b) S1 = 1
Inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Facilement inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Extremement inflammables 0,1 < ou = S1 < ou = 10
Dangereuses pour l'environnement 1 < ou = S1 < ou = 10
Autres dangers (R14, R15 ou R29) S1 = 1
De coëfficiënt S2 is slechts van toepassing op de processen bij negatieve temperatuur en wordt verkregen dmv de formule :
Le coefficient S2 s'applique exclusivement aux procédés à température négative et est donné par la formule :
Teb
S2 =
S2 =
Wijzigingen
- 50
Teb
S2 =
S2 =
Wijzigingen
- 50
De temperaturen worden uitgedrukt in Celsiusgraden
Opmerkingen :
- In het geval van mengsels wordt de aanvankelijke kooktemperatuur in aanmerking genomen.
- In het geval van een niet-stabiel product dat zich vóór het bereiken van het kookpunt kan ontbinden, wordt de ontbindingstemperatuur in aanmerking genomen.
- In het geval van een product dat zonder ontbinding vóór het bereiken van het kookpunt kan polymeriseren, is de coëfficiënt S1 altijd gelijk aan 1.
- De weging naargelang van het vermogen tot verspreiding in het leefmilieu is niet van toepassing op de stoffen van de categorieën 3, 4, 5 en 10.
- Als verschillende gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hetzelfde toestel, moet uitgegaan worden van de veronderstelling dat elke stof de totaliteit van het toestel kan vullen.
- Voor de opslag van producten verpakt in kleine hoeveelheden (bijv. de opslagplaatsen voor geformuleerde stoffen bevattende veelvoudige referenties zoals de opslagplaatsen voor farmaceutische of fyto-farmaceutische stoffen) dient geen rekening te worden gehouden met de capaciteit van de recipiënt maar met de totale capaciteit van de opslagplaats.
a. Weging in geval van gevaar voor domino-effect.
De uitrustingen met ontplofbare of brandbare stoffen worden eveneens gevaarlijk geacht als ze gelegen zijn op minder dan 50 m van uitrustingen die als gevaarlijk beschouwd worden overeenkomstig de regels a) en b) en als ze in minder dan 10 minuten een massa gevaarlijke producten bevatten of kunnen vrijmaken die hoger is dan een massa Mc die berekend wordt als volgt :
Opmerkingen :
- In het geval van mengsels wordt de aanvankelijke kooktemperatuur in aanmerking genomen.
- In het geval van een niet-stabiel product dat zich vóór het bereiken van het kookpunt kan ontbinden, wordt de ontbindingstemperatuur in aanmerking genomen.
- In het geval van een product dat zonder ontbinding vóór het bereiken van het kookpunt kan polymeriseren, is de coëfficiënt S1 altijd gelijk aan 1.
- De weging naargelang van het vermogen tot verspreiding in het leefmilieu is niet van toepassing op de stoffen van de categorieën 3, 4, 5 en 10.
- Als verschillende gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hetzelfde toestel, moet uitgegaan worden van de veronderstelling dat elke stof de totaliteit van het toestel kan vullen.
- Voor de opslag van producten verpakt in kleine hoeveelheden (bijv. de opslagplaatsen voor geformuleerde stoffen bevattende veelvoudige referenties zoals de opslagplaatsen voor farmaceutische of fyto-farmaceutische stoffen) dient geen rekening te worden gehouden met de capaciteit van de recipiënt maar met de totale capaciteit van de opslagplaats.
a. Weging in geval van gevaar voor domino-effect.
De uitrustingen met ontplofbare of brandbare stoffen worden eveneens gevaarlijk geacht als ze gelegen zijn op minder dan 50 m van uitrustingen die als gevaarlijk beschouwd worden overeenkomstig de regels a) en b) en als ze in minder dan 10 minuten een massa gevaarlijke producten bevatten of kunnen vrijmaken die hoger is dan een massa Mc die berekend wordt als volgt :
Les températures sont exprimées en degrés Celsius.
Remarques :
- Dans le cas de mélanges, la température à prendre en compte est la température de début d'ébullition.
- Dans le cas d'un produit instable susceptible de se dissocier avant d'atteindre l'ébullition, la température à prendre en compte est la température de dissociation.
- Dans le cas d'un produit susceptible de polymériser sans dissociation avant d'atteindre l'ébullition, le coefficient S1 est toujours égal à 1.
- La pondération en fonction des aptitudes à se répandre dans l'environnement ne s'applique pas aux substances des catégories 3, 4, 5 et 10.
- Dans le cas où plusieurs substances dangereuses seraient présentes dans un même appareil, il faut faire l'hypothèse que chaque substance peut remplir la totalité de l'appareil.
- Pour le stockage de produits conditionnés en petites quantités (par exemple les magasins de substances formulées contenant des références multiples tels que les magasins de substances pharmaceutiques ou phyto-pharmaceutiques), il ne faut pas tenir compte de la capacité du récipient mais bien de la capacité totale du magasin.
a. pondérer en cas de risque d'effet domino.
Les équipements contenant des matières explosives ou inflammables doivent également être considérées comme équipements dangereux s'ils sont situés à moins de 50 m d'équipements identifiés comme dangereux conformément aux règles a) et b) et si ils contiennent ou peuvent libérer en moins de 10 minutes une masse de produit dangereux supérieure à une masse Mc calculée comme suit :
Remarques :
- Dans le cas de mélanges, la température à prendre en compte est la température de début d'ébullition.
- Dans le cas d'un produit instable susceptible de se dissocier avant d'atteindre l'ébullition, la température à prendre en compte est la température de dissociation.
- Dans le cas d'un produit susceptible de polymériser sans dissociation avant d'atteindre l'ébullition, le coefficient S1 est toujours égal à 1.
- La pondération en fonction des aptitudes à se répandre dans l'environnement ne s'applique pas aux substances des catégories 3, 4, 5 et 10.
- Dans le cas où plusieurs substances dangereuses seraient présentes dans un même appareil, il faut faire l'hypothèse que chaque substance peut remplir la totalité de l'appareil.
- Pour le stockage de produits conditionnés en petites quantités (par exemple les magasins de substances formulées contenant des références multiples tels que les magasins de substances pharmaceutiques ou phyto-pharmaceutiques), il ne faut pas tenir compte de la capacité du récipient mais bien de la capacité totale du magasin.
a. pondérer en cas de risque d'effet domino.
Les équipements contenant des matières explosives ou inflammables doivent également être considérées comme équipements dangereux s'ils sont situés à moins de 50 m d'équipements identifiés comme dangereux conformément aux règles a) et b) et si ils contiennent ou peuvent libérer en moins de 10 minutes une masse de produit dangereux supérieure à une masse Mc calculée comme suit :
Mc = S3 x Mb met 0,1 < of = S3 < of = 1 en S3 = (0,02 x D)3
Mc = S3 x Mb avec 0,1 < ou = S3 < ou = 1 et S3 = (0,02 x D)3
waarbij D staat voor de in m uitgedrukte kortste afstand tussen de twee uitrustingen.
1. Verbouwingen of uitbreidingen van een inrichting die een ernstig gevaar voor zware ongevallen kunnen veroorzaken.
Als dusdanig worden beschouwd :
- de bouw waar dan ook binnen de inrichting van een nieuwe voorziening die gevaarlijk wordt geacht volgens de criteria van deze bijlage;
- de verplaatsing binnen de inrichting van een gevaarlijk geachte uitrusting;
- de aanleg van een laad- of losplaats voor gevaarlijke producten, van een verbrandingsinstallatie of een brandbare lading van meer dan 100 ton op minder dan 50 m van een gevaarlijk geachte uitrusting die reeds toegelaten is;
- elke verbouwing van de systemen voor de retentie, verzameling of verwijdering van vloeibare of gasachtige effluenten die een weerslag hebben op het technische vermogen van die systemen;
- elke wijziging van de systemen voor lekdetectie of brandbestrijding;
- elke constructie van minstens 2 m hoog en met minstens één volle wand op minder dan 50 m van een gevaarlijke uitrusting met vloeibaar gemaakte gassen onder druk of oververhitte vloeistoffen.
1. Noemenswaarde verhoging van de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen.
Als noemenswaard worden beschouwd :
- meer dan 50 % capaciteits- of transmissiesnelheidsverhoging tov de kenmerken van een reeds toegelaten gevaarlijke uitrusting;
- elke capaciteits- of snelheidsverhoging waarbij de capaciteit van een uitrusting de referentiemassa zou overschrijden met het gevolg dat ze als gevaarlijk ingedeeld wordt;
- elke capaciteitsverhoging die een effect zou hebben op de indelingsrubriek van de inrichting;
- Belangrijke wijziging van het soort aanwezige gevaarlijke stoffen of van de fysische vorm ervan.
Als belangrijk worden beschouwd : de wijzigingen van de fysische staat met als gevolg een verhoging van 50 % of meer van de wegingscoëfficiënten op grond waarvan de referentiemassa's voor de indeling van een toestel worden berekend. "
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 2007 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
1. Verbouwingen of uitbreidingen van een inrichting die een ernstig gevaar voor zware ongevallen kunnen veroorzaken.
Als dusdanig worden beschouwd :
- de bouw waar dan ook binnen de inrichting van een nieuwe voorziening die gevaarlijk wordt geacht volgens de criteria van deze bijlage;
- de verplaatsing binnen de inrichting van een gevaarlijk geachte uitrusting;
- de aanleg van een laad- of losplaats voor gevaarlijke producten, van een verbrandingsinstallatie of een brandbare lading van meer dan 100 ton op minder dan 50 m van een gevaarlijk geachte uitrusting die reeds toegelaten is;
- elke verbouwing van de systemen voor de retentie, verzameling of verwijdering van vloeibare of gasachtige effluenten die een weerslag hebben op het technische vermogen van die systemen;
- elke wijziging van de systemen voor lekdetectie of brandbestrijding;
- elke constructie van minstens 2 m hoog en met minstens één volle wand op minder dan 50 m van een gevaarlijke uitrusting met vloeibaar gemaakte gassen onder druk of oververhitte vloeistoffen.
1. Noemenswaarde verhoging van de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen.
Als noemenswaard worden beschouwd :
- meer dan 50 % capaciteits- of transmissiesnelheidsverhoging tov de kenmerken van een reeds toegelaten gevaarlijke uitrusting;
- elke capaciteits- of snelheidsverhoging waarbij de capaciteit van een uitrusting de referentiemassa zou overschrijden met het gevolg dat ze als gevaarlijk ingedeeld wordt;
- elke capaciteitsverhoging die een effect zou hebben op de indelingsrubriek van de inrichting;
- Belangrijke wijziging van het soort aanwezige gevaarlijke stoffen of van de fysische vorm ervan.
Als belangrijk worden beschouwd : de wijzigingen van de fysische staat met als gevolg een verhoging van 50 % of meer van de wegingscoëfficiënten op grond waarvan de referentiemassa's voor de indeling van een toestel worden berekend. "
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 2007 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
D étant la plus courte distance exprimée en m entre les deux équipements
1. Transformations ou extensions d'un établissement pouvant avoir des implications importantes sur les dangers d'accident majeur.
Sont considérées comme des transformations ou des extensions pouvant avoir des implications importantes :
- La construction en n'importe quel point de l'établissement, d'un nouvel équipement présumé dangereux selon les critères de la présente annexe.
- Le déménagement à l'intérieur de l'établissement d'un équipement présumé dangereux;
- L'implantation d'un poste de déchargement ou de chargement de produit dangereux, d'une installation de combustion ou d'une charge combustible de plus de 100 tonnes à moins de 50 m d'un équipement présumé dangereux déjà autorisé.
- Toute transformation des systèmes de rétention, de collecte ou de destruction des effluents liquides ou gazeux ayant une incidence sur les performances techniques de ces systèmes;
- Toute modification des systèmes de détection de fuites ou de lutte contre l'incendie;
- Toute construction de plus de 2 m de haut et comportant au moins une paroi pleine implantée à moins de 50 m d'un équipement dangereux contenant des gaz liquéfiés sous pression ou des liquides surchauffés.
1. Augmentation significative de la quantité de substance dangereuse présente.
Sont considérées comme significatives :
- une augmentation de capacité ou de débit de transfert de plus de 50 % par rapport aux caractéristiques d'un équipement dangereux déjà autorisé;
- toute augmentation de capacité ou de débit qui ferait passer la capacité d'un équipement au delà de la masse de référence pour le classer dangereux;
- toute augmentation de capacité qui aurait une incidence sur la catégorisation de l'établissement par rapport à l'annexe Ire de l'accord de coopération.
1. Modification significative de la nature ou de la forme physique des substances dangereuses présentes.
Sont considérées comme significatives les modifications des états physiques qui ont pour effet d'augmenter de 50 % ou plus les coefficients de pondération servant au calcul des masses de référence pour le classement d'un appareil. "
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 avril 2007 concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN
1. Transformations ou extensions d'un établissement pouvant avoir des implications importantes sur les dangers d'accident majeur.
Sont considérées comme des transformations ou des extensions pouvant avoir des implications importantes :
- La construction en n'importe quel point de l'établissement, d'un nouvel équipement présumé dangereux selon les critères de la présente annexe.
- Le déménagement à l'intérieur de l'établissement d'un équipement présumé dangereux;
- L'implantation d'un poste de déchargement ou de chargement de produit dangereux, d'une installation de combustion ou d'une charge combustible de plus de 100 tonnes à moins de 50 m d'un équipement présumé dangereux déjà autorisé.
- Toute transformation des systèmes de rétention, de collecte ou de destruction des effluents liquides ou gazeux ayant une incidence sur les performances techniques de ces systèmes;
- Toute modification des systèmes de détection de fuites ou de lutte contre l'incendie;
- Toute construction de plus de 2 m de haut et comportant au moins une paroi pleine implantée à moins de 50 m d'un équipement dangereux contenant des gaz liquéfiés sous pression ou des liquides surchauffés.
1. Augmentation significative de la quantité de substance dangereuse présente.
Sont considérées comme significatives :
- une augmentation de capacité ou de débit de transfert de plus de 50 % par rapport aux caractéristiques d'un équipement dangereux déjà autorisé;
- toute augmentation de capacité ou de débit qui ferait passer la capacité d'un équipement au delà de la masse de référence pour le classer dangereux;
- toute augmentation de capacité qui aurait une incidence sur la catégorisation de l'établissement par rapport à l'annexe Ire de l'accord de coopération.
1. Modification significative de la nature ou de la forme physique des substances dangereuses présentes.
Sont considérées comme significatives les modifications des états physiques qui ont pour effet d'augmenter de 50 % ou plus les coefficients de pondération servant au calcul des masses de référence pour le classement d'un appareil. "
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 avril 2007 concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN
Art. N2. BIJLAGE II. - " Bijlage XIV. - Structuur en inhoud van de veiligheidsstudies bedoeld in artikel 61, § 2.
1° Structuur van de studie.
De veiligheidsstudie bestaat uit 2 hoofddelen :
- een beschrijvend deel, meer bepaald een inventaris van de gevaren op grond waarvan een lijst van geduchte incidenten kan worden opgemaakt;
- een analytisch deel op grond waarvan voor elk geducht incident het volgende moet kunnen worden geëvalueerd :
- - de waarschijnlijkheid dat het incident zich voordoet;
- - de waarschijnlijkheid van een rampzalige ontwikkeling;
- - de draagwijdte van de gevaarlijke effecten;
- - een samenvatting met de motivering van de aanvaardbaarheid van het risico dat inherent is aan elk geducht incident.
2° Inhoud van het beschrijvende deel.
Voorstelling van de omgeving van de inrichting :
- Beschrijving van de site en omgeving : geografische ligging, meteorologische, geologische, hydrografische gegevens en, in voorkomend geval, historiek.
- Beschrijving van de gebieden die onderhevig kunnen zijn aan een zwaar ongeval.
Beschrijving van de installaties :
- Beschrijving van de voornaamste activiteiten en producties van de delen van de inrichting die van belang zijn op het vlak van de veiligheid.
- Beschrijving en nauwkeurige lokalisatie van de installaties binnen de inrichting (opslagplaatsen, productie en elke andere activiteit) die een gevaar voor zware ongevallen kunnen inhouden.
- Omschrijving van de omstandigheden waarin een zwaar ongeval zich zou kunnen voordoen en van de factoren die rechtstreeks of onrechtstreeks een zwaar ongeval zouden kunnen veroorzaken.
- Omschrijving van de preventiemaatregelen zoals de controle van de technische parameters en van de uitrustingen voor de veiligheid van de installaties.
- Beschrijving van de uitrustingen die dienen om de effecten van emissies van gevaarlijke producten of van zware ongevallen te beperken.
Beschrijving van de procédés :
De bedoelde procédés hebben betrekking op één of meer stoffen, preparaten of mengsels die gevaarlijk zijn in de zin van het samenwerkingsakkoord.
De beschrijving bestaat uit :
- een diagram van de uitgevoerde handelingen, met vermelding van de stofstromen, de reacties en de energiestromen als ze belangrijk zijn, vergezeld van een verklarende nota met een omschrijving van de functies van de verschillende apparaten waarvan de vestiging overigens precies wordt aangegeven op het plan;
- een functioneel schema met de leidingen, apparaten en instrumentatie die noodzakelijk zijn voor de controle van de handelingen;
- een behoorlijk gerefereerde nota betreffende de reactie- en controlemechanismen om de apparaten en instrumenten makkelijk te kunnen lokaliseren op het functionele schema;
- een nota betreffende de risico's inherent aan een ongecontroleerde ontwikkeling van de reacties en betreffende de middelen om defecten te voorkomen en om de effecten te temperen.
Beschrijving van de gevaarlijke stoffen, preparaten en mengsels :
- Identificatie van de constitutieve stoffen dmv het chemisch symbool, de CAS- en EEG-nummers en de benaming in de IUPAC-nomenclatuur.
- Maximale hoeveelheid die zich op de site bevindt of zou moeten bevinden.
- Fysische, chemische, toxicologische kenmerken en vermelding van de rechtstreekse en onrechtstreekse gevaren voor de mens of het milieu.
- Fysisch of chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden of in voorspelbare ongevalsituaties, zoals afzetting, brand, accidenteel contact met water of met een andere reactieve stof op de site.
3° Inhoud van het analytische deel.
Selectie van de gevaarlijke installaties.
- Beschrijving en lokalisatie op een plan van alle installaties binnen de inrichting (opslagplaatsen, productie en elke andere activiteit) die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of energie kunnen vrijmaken.
Identificatie van geduchte incidenten :
- Omschrijving van oncontroleerbare incidenten die omvangrijk genoeg zijn om een ernstig gevaar te vormen, met inbegrip van kaarten, beelden of, desgevallend, soortgelijke omschrijvingen van de zones waar dergelijke incidenten zich kunnen voordoen en waarbij de inrichting betrokken is.
Verwijzingen naar historische ongevallen :
- Beschrijving van ongevallen of schierongevallen die zich op de site of elders hebben voorgedaan met identieke producten of met producten die vergelijkbare eigenschappen hebben.
Analyse van de veiligheid van de installaties.
- Dit deel van de studie moet wijzen op de adequatie tussen de geduchte incidenten, enerzijds, en de middelen om de gevolgen ervan te voorkomen of te verzachten, anderzijds.
- De veiligheid van de installaties wordt aangetoond op basis van de hybride benadering waarbij het volgende geëvalueerd wordt :
- - de draagwijdte van de gevaarlijke effecten :
De in aanmerking te nemen effecten zijn de volgende :
- - overdruk veroorzaakt door ontploffingen;
- - warmtestraling van plasbranden, fakkels of vuurbollen;
- - concentraties in de lucht van producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid;
- - alle andere effecten die schadelijk zijn voor het leefmilieu.
- - de waarschijnlijkheid van een massale emissie van gevaarlijke stoffen :
- - Gedetailleerde analyse van de omstandigheden waarin een geducht incident zich voordoet, of de oorzaken intern of extern zijn.
- - Beoordeling van de waarschijnlijkheid dat een geducht incident zich voordoet op grond van de waarschijnlijkheid van inleidende incidenten en van de betrouwbaarheid van de preventiemiddelen.
- - de waarschijnlijkheid van een rampzalige ontwikkeling.
- - Analyse van de omstandigheden waarin een oncontroleerbaar incident tot een zwaar ongeval kan leiden.
- - Beoordeling van de waarschijnlijkheid van rampzalige gevolgen op grond van de meteorologische statistieken en de betrouwbaarheid van de alarm- en interventiemiddelen.
Synthese.
Er wordt een synthesedocument opgemaakt waarin de volgende gegevens voorkomen :
- Gevaarlijke stoffen die het voorwerp van de studie uitmaken :
Benaming, gevaarlijke kenmerken en graad van verspreiding in het leefmilieu.
- Onderzochte geduchte incidenten :
1. Betrokken uitrustingen.
2. Geduchte incidenten.
3. Waarschijnlijkheid dat oncontroleerbare incidenten zich zullen voordoen en rampzalige gevolgen zullen hebben.
4. Aard en draagwijdte van de gevaarlijke effecten. "
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 2007 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
1° Structuur van de studie.
De veiligheidsstudie bestaat uit 2 hoofddelen :
- een beschrijvend deel, meer bepaald een inventaris van de gevaren op grond waarvan een lijst van geduchte incidenten kan worden opgemaakt;
- een analytisch deel op grond waarvan voor elk geducht incident het volgende moet kunnen worden geëvalueerd :
- - de waarschijnlijkheid dat het incident zich voordoet;
- - de waarschijnlijkheid van een rampzalige ontwikkeling;
- - de draagwijdte van de gevaarlijke effecten;
- - een samenvatting met de motivering van de aanvaardbaarheid van het risico dat inherent is aan elk geducht incident.
2° Inhoud van het beschrijvende deel.
Voorstelling van de omgeving van de inrichting :
- Beschrijving van de site en omgeving : geografische ligging, meteorologische, geologische, hydrografische gegevens en, in voorkomend geval, historiek.
- Beschrijving van de gebieden die onderhevig kunnen zijn aan een zwaar ongeval.
Beschrijving van de installaties :
- Beschrijving van de voornaamste activiteiten en producties van de delen van de inrichting die van belang zijn op het vlak van de veiligheid.
- Beschrijving en nauwkeurige lokalisatie van de installaties binnen de inrichting (opslagplaatsen, productie en elke andere activiteit) die een gevaar voor zware ongevallen kunnen inhouden.
- Omschrijving van de omstandigheden waarin een zwaar ongeval zich zou kunnen voordoen en van de factoren die rechtstreeks of onrechtstreeks een zwaar ongeval zouden kunnen veroorzaken.
- Omschrijving van de preventiemaatregelen zoals de controle van de technische parameters en van de uitrustingen voor de veiligheid van de installaties.
- Beschrijving van de uitrustingen die dienen om de effecten van emissies van gevaarlijke producten of van zware ongevallen te beperken.
Beschrijving van de procédés :
De bedoelde procédés hebben betrekking op één of meer stoffen, preparaten of mengsels die gevaarlijk zijn in de zin van het samenwerkingsakkoord.
De beschrijving bestaat uit :
- een diagram van de uitgevoerde handelingen, met vermelding van de stofstromen, de reacties en de energiestromen als ze belangrijk zijn, vergezeld van een verklarende nota met een omschrijving van de functies van de verschillende apparaten waarvan de vestiging overigens precies wordt aangegeven op het plan;
- een functioneel schema met de leidingen, apparaten en instrumentatie die noodzakelijk zijn voor de controle van de handelingen;
- een behoorlijk gerefereerde nota betreffende de reactie- en controlemechanismen om de apparaten en instrumenten makkelijk te kunnen lokaliseren op het functionele schema;
- een nota betreffende de risico's inherent aan een ongecontroleerde ontwikkeling van de reacties en betreffende de middelen om defecten te voorkomen en om de effecten te temperen.
Beschrijving van de gevaarlijke stoffen, preparaten en mengsels :
- Identificatie van de constitutieve stoffen dmv het chemisch symbool, de CAS- en EEG-nummers en de benaming in de IUPAC-nomenclatuur.
- Maximale hoeveelheid die zich op de site bevindt of zou moeten bevinden.
- Fysische, chemische, toxicologische kenmerken en vermelding van de rechtstreekse en onrechtstreekse gevaren voor de mens of het milieu.
- Fysisch of chemisch gedrag onder normale gebruiksomstandigheden of in voorspelbare ongevalsituaties, zoals afzetting, brand, accidenteel contact met water of met een andere reactieve stof op de site.
3° Inhoud van het analytische deel.
Selectie van de gevaarlijke installaties.
- Beschrijving en lokalisatie op een plan van alle installaties binnen de inrichting (opslagplaatsen, productie en elke andere activiteit) die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of energie kunnen vrijmaken.
Identificatie van geduchte incidenten :
- Omschrijving van oncontroleerbare incidenten die omvangrijk genoeg zijn om een ernstig gevaar te vormen, met inbegrip van kaarten, beelden of, desgevallend, soortgelijke omschrijvingen van de zones waar dergelijke incidenten zich kunnen voordoen en waarbij de inrichting betrokken is.
Verwijzingen naar historische ongevallen :
- Beschrijving van ongevallen of schierongevallen die zich op de site of elders hebben voorgedaan met identieke producten of met producten die vergelijkbare eigenschappen hebben.
Analyse van de veiligheid van de installaties.
- Dit deel van de studie moet wijzen op de adequatie tussen de geduchte incidenten, enerzijds, en de middelen om de gevolgen ervan te voorkomen of te verzachten, anderzijds.
- De veiligheid van de installaties wordt aangetoond op basis van de hybride benadering waarbij het volgende geëvalueerd wordt :
- - de draagwijdte van de gevaarlijke effecten :
De in aanmerking te nemen effecten zijn de volgende :
- - overdruk veroorzaakt door ontploffingen;
- - warmtestraling van plasbranden, fakkels of vuurbollen;
- - concentraties in de lucht van producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid;
- - alle andere effecten die schadelijk zijn voor het leefmilieu.
- - de waarschijnlijkheid van een massale emissie van gevaarlijke stoffen :
- - Gedetailleerde analyse van de omstandigheden waarin een geducht incident zich voordoet, of de oorzaken intern of extern zijn.
- - Beoordeling van de waarschijnlijkheid dat een geducht incident zich voordoet op grond van de waarschijnlijkheid van inleidende incidenten en van de betrouwbaarheid van de preventiemiddelen.
- - de waarschijnlijkheid van een rampzalige ontwikkeling.
- - Analyse van de omstandigheden waarin een oncontroleerbaar incident tot een zwaar ongeval kan leiden.
- - Beoordeling van de waarschijnlijkheid van rampzalige gevolgen op grond van de meteorologische statistieken en de betrouwbaarheid van de alarm- en interventiemiddelen.
Synthese.
Er wordt een synthesedocument opgemaakt waarin de volgende gegevens voorkomen :
- Gevaarlijke stoffen die het voorwerp van de studie uitmaken :
Benaming, gevaarlijke kenmerken en graad van verspreiding in het leefmilieu.
- Onderzochte geduchte incidenten :
1. Betrokken uitrustingen.
2. Geduchte incidenten.
3. Waarschijnlijkheid dat oncontroleerbare incidenten zich zullen voordoen en rampzalige gevolgen zullen hebben.
4. Aard en draagwijdte van de gevaarlijke effecten. "
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 2007 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
Namen, 19 april 2007.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
Art. N2. ANNEXE II. " Annexe XIV. - Structure et contenu des études de sûreté visée à l'article 61, § 2.
1° Structure de l'étude.
L'étude de sûreté est constituée de 2 grandes parties :
- Une partie descriptive qui constitue l'inventaire des dangers et dont il est possible de dégager une liste d'événements redoutés.
- Une partie analytique qui doit permettre d'évaluer, pour chaque événement redouté :
- - la probabilité de réalisation;
- - la probabilité d'évolution catastrophique;
- - la portée des effets dangereux;
- - un résumé motivant l'acceptabilité du risque associé à chaque événement redouté.
2° Contenu de la partie descriptive.
Présentation de l'environnement de l'établissement :
- Description du site et de son environnement comprenant la situation géographique, les données météorologiques, géologiques, hydrographiques et, le cas échéant, son historique.
- Description des zones susceptibles d'être affectées par un accident majeur.
Description des installations :
- Description des principales activités et productions des parties de l'établissement qui sont importantes du point de vue de la sécurité.
- Description et localisation précise des installations quelconques au sein de l'établissement (stockages, production et toute autre activité) qui peuvent présenter un danger d'accident majeur.
- Description des conditions dans lesquelles un accident majeur pourrait se produire et des facteurs susceptibles de provoquer directement ou indirectement le déclenchement d'un accident majeur.
- Description des mesures préventives telles que le contrôle des paramètres techniques et les équipements installés pour la sécurité des installations.
- Description des équipements mis en place pour limiter les conséquences des émissions de produits dangereux ou des accidents majeurs.
Description des procédés :
Les procédés visés sont ceux qui mettent en oeuvre une ou plusieurs substances, préparations ou mélanges dangereux au sens de l'accord de coopération.
La description comprend :
- un diagramme des opérations effectuées renseignant les flux de matière, les réactions et, lorsqu'ils sont importants, les flux énergétiques, accompagné d'un texte explicatif décrivant les fonctions des divers appareils dont par ailleurs l'implantation sera définie de façon précise sur plan;
- un schéma fonctionnel des tuyauteries, des appareils et de l'instrumentation nécessaires au contrôle des opérations;
- une notice sur les mécanismes de réaction et de contrôle convenablement référencée pour permettre une localisation facile des appareils et instruments sur le schéma fonctionnel;
- une notice sur les risques inhérents à un développement incontrôlé des réactions et sur les moyens de prévention des défaillances et de modération des conséquences.
Description des substances, préparations et mélanges dangereux :
- Identification des substances constitutives par la désignation chimique, les numéros CAS et CEE et la désignation dans la nomenclature UICPA.
- Quantité maximale présente ou susceptible d'être présente sur le site.
- Caractéristiques physiques, chimiques, toxicologiques et indications des dangers aussi bien immédiats que différés pour l'homme ou l'environnement.
- Comportement physique ou chimique dans les conditions normales d'utilisation ou lors des situations accidentelles prévisibles.
3° Contenu de la partie analytique.
Sélection des installations dangereuses.
- Description et localisation sur plan de toutes les installations au sein de l'établissement (stockages, production et toute autre activité) qui peuvent libérer de grandes quantités de substances dangereuses ou de grandes quantités d'énergie.
Identification des événements redoutés :
- Description des événements incontrôlables et d'une amplitude suffisante pour constituer un danger grave, y compris cartes, images ou, le cas échéant, descriptions équivalentes faisant apparaître les zones susceptibles d'être affectées par de tels événements impliquant l'établissement.
Référence aux accidents historiques :
- Description des accidents et quasi-accidents, survenus sur le site ou ailleurs, avec des produits identiques ou possédant des propriétés comparables.
Analyse de la sûreté des installations.
- Cette partie de l'étude doit mettre en évidence l'adéquation entre d'une part les évènements redoutables et d'autre part les moyens de prévention ou d'atténuation des conséquences des événements redoutables.
- La démonstration de la sûreté des installations se fait sur la base de l'approche hybride en évaluant s'il y a lieu :
- - La portée des effets dangereux.
Les effets à prendre en compte sont :
- - les surpressions engendrées par les explosions;
- - le rayonnement thermique des feux de flaques, des torches ou des boules de feu;
- - les concentrations dans l'air de produits dangereux pour la santé;
- - tout autre effet dommageable pour l'environnement.
- - La probabilité d'une émission massive de substances dangereuses :
- - Analyse détaillée des conditions dans lesquelles un événement redouté peut se réaliser, que les causes soient d'origine interne ou d'origine externe.
- - Estimation de la probabilité de réalisation sur base des probabilités d'apparition des événements initiateurs et de la fiabilité des moyens de prévention.
- - La probabilité d'évolution catastrophique :
- - Analyse des conditions dans lesquelles un événement incontrôlable peut conduire à un accident majeur.
- - Estimation des probabilités d'évolution catastrophique sur base des statistiques météorologiques et de la fiabilité des moyens d'alerte et d'intervention.
Synthèse.
Un document de synthèse est rédigé et structuré comme suit :
- Substances dangereuses faisant l'objet de l'étude :
Dénomination, caractères dangereux et aptitude à se répandre dans l'environnement.
- Evénements redoutés examinés dans l'étude :
1. Equipements concernés.
2. Evénements redoutés.
3. Probabilités de réalisation des événements incontrôlables et de leur évolution catastrophique.
4. Nature et portée des effets dangereux. "
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 avril 2007 concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN
1° Structure de l'étude.
L'étude de sûreté est constituée de 2 grandes parties :
- Une partie descriptive qui constitue l'inventaire des dangers et dont il est possible de dégager une liste d'événements redoutés.
- Une partie analytique qui doit permettre d'évaluer, pour chaque événement redouté :
- - la probabilité de réalisation;
- - la probabilité d'évolution catastrophique;
- - la portée des effets dangereux;
- - un résumé motivant l'acceptabilité du risque associé à chaque événement redouté.
2° Contenu de la partie descriptive.
Présentation de l'environnement de l'établissement :
- Description du site et de son environnement comprenant la situation géographique, les données météorologiques, géologiques, hydrographiques et, le cas échéant, son historique.
- Description des zones susceptibles d'être affectées par un accident majeur.
Description des installations :
- Description des principales activités et productions des parties de l'établissement qui sont importantes du point de vue de la sécurité.
- Description et localisation précise des installations quelconques au sein de l'établissement (stockages, production et toute autre activité) qui peuvent présenter un danger d'accident majeur.
- Description des conditions dans lesquelles un accident majeur pourrait se produire et des facteurs susceptibles de provoquer directement ou indirectement le déclenchement d'un accident majeur.
- Description des mesures préventives telles que le contrôle des paramètres techniques et les équipements installés pour la sécurité des installations.
- Description des équipements mis en place pour limiter les conséquences des émissions de produits dangereux ou des accidents majeurs.
Description des procédés :
Les procédés visés sont ceux qui mettent en oeuvre une ou plusieurs substances, préparations ou mélanges dangereux au sens de l'accord de coopération.
La description comprend :
- un diagramme des opérations effectuées renseignant les flux de matière, les réactions et, lorsqu'ils sont importants, les flux énergétiques, accompagné d'un texte explicatif décrivant les fonctions des divers appareils dont par ailleurs l'implantation sera définie de façon précise sur plan;
- un schéma fonctionnel des tuyauteries, des appareils et de l'instrumentation nécessaires au contrôle des opérations;
- une notice sur les mécanismes de réaction et de contrôle convenablement référencée pour permettre une localisation facile des appareils et instruments sur le schéma fonctionnel;
- une notice sur les risques inhérents à un développement incontrôlé des réactions et sur les moyens de prévention des défaillances et de modération des conséquences.
Description des substances, préparations et mélanges dangereux :
- Identification des substances constitutives par la désignation chimique, les numéros CAS et CEE et la désignation dans la nomenclature UICPA.
- Quantité maximale présente ou susceptible d'être présente sur le site.
- Caractéristiques physiques, chimiques, toxicologiques et indications des dangers aussi bien immédiats que différés pour l'homme ou l'environnement.
- Comportement physique ou chimique dans les conditions normales d'utilisation ou lors des situations accidentelles prévisibles.
3° Contenu de la partie analytique.
Sélection des installations dangereuses.
- Description et localisation sur plan de toutes les installations au sein de l'établissement (stockages, production et toute autre activité) qui peuvent libérer de grandes quantités de substances dangereuses ou de grandes quantités d'énergie.
Identification des événements redoutés :
- Description des événements incontrôlables et d'une amplitude suffisante pour constituer un danger grave, y compris cartes, images ou, le cas échéant, descriptions équivalentes faisant apparaître les zones susceptibles d'être affectées par de tels événements impliquant l'établissement.
Référence aux accidents historiques :
- Description des accidents et quasi-accidents, survenus sur le site ou ailleurs, avec des produits identiques ou possédant des propriétés comparables.
Analyse de la sûreté des installations.
- Cette partie de l'étude doit mettre en évidence l'adéquation entre d'une part les évènements redoutables et d'autre part les moyens de prévention ou d'atténuation des conséquences des événements redoutables.
- La démonstration de la sûreté des installations se fait sur la base de l'approche hybride en évaluant s'il y a lieu :
- - La portée des effets dangereux.
Les effets à prendre en compte sont :
- - les surpressions engendrées par les explosions;
- - le rayonnement thermique des feux de flaques, des torches ou des boules de feu;
- - les concentrations dans l'air de produits dangereux pour la santé;
- - tout autre effet dommageable pour l'environnement.
- - La probabilité d'une émission massive de substances dangereuses :
- - Analyse détaillée des conditions dans lesquelles un événement redouté peut se réaliser, que les causes soient d'origine interne ou d'origine externe.
- - Estimation de la probabilité de réalisation sur base des probabilités d'apparition des événements initiateurs et de la fiabilité des moyens de prévention.
- - La probabilité d'évolution catastrophique :
- - Analyse des conditions dans lesquelles un événement incontrôlable peut conduire à un accident majeur.
- - Estimation des probabilités d'évolution catastrophique sur base des statistiques météorologiques et de la fiabilité des moyens d'alerte et d'intervention.
Synthèse.
Un document de synthèse est rédigé et structuré comme suit :
- Substances dangereuses faisant l'objet de l'étude :
Dénomination, caractères dangereux et aptitude à se répandre dans l'environnement.
- Evénements redoutés examinés dans l'étude :
1. Equipements concernés.
2. Evénements redoutés.
3. Probabilités de réalisation des événements incontrôlables et de leur évolution catastrophique.
4. Nature et portée des effets dangereux. "
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 avril 2007 concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses.
Namur, le 19 avril 2007.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN