Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2007. - Wet houdende diverse bepalingen (IV). (NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof de artikelen 173, 3° en 4°, 200, 202 en 203 vernietigd) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-05-2007 en tekstbijwerking tot 29-12-2023)
Titre
25 AVRIL 2007. - Loi portant des dispositions diverses (IV). (NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé les articles 173, 3° et 4°, 200, 202 et 203) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-05-2007 et mise à jour au 29-12-2023)
Documentinformatie
Numac: 2007201376
Datum: 2007-04-25
Info du document
Numac: 2007201376
Date: 2007-04-25
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Administratieve vereenvoudiging.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de Hypotheekwet va...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 8 augu...
HOOFDSTUK III. - Opheffing en wijziging van bep...
TITEL III. - Binnenlandse Zaken.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 21 dece...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet op het p...
HOOFDSTUK III. - Mandaten bij de federale polit...
TITEL IV. - Werk.
HOOFDSTUK I. - Leerlingstelsel voor werknemersb...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 7 janu...
HOOFDSTUK III. - Arbeidsongevallen.
Afdeling 1. - Specifiek boekhoudplan van het Fo...
Afdeling 2. - Behandeling van klachten en bemid...
TITEL V. - Middenstand.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 13 juli...
HOOFDSTUK II. - Niet-vatbaarheid voor beslag va...
TITEL VI. - Justitie.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 25 febr...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 14 dec...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de bepalingen ...
TITEL VII. - Financiën.
HOOFDSTUK I. - BTW-eenheid - Hoofdelijke aanspr...
HOOFDSTUK II. - Vennootschapsbelasting - Vrijge...
HOOFDSTUK III. - Vrijstelling van de meerwaarde...
HOOFDSTUK IV. - Specifieke beperkende maatregel...
HOOFDSTUK V. - Bemiddeling op fiscaal gebied.
Afdeling 1. - De fiscale bemiddelingsdienst.
Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van de ...
Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek van de ...
Afdeling 4. - Wijziging van het Wetboek van de ...
Afdeling 5. - Wijzigingen aan het Wetboek der r...
Onderafdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek ...
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek ...
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek ...
Afdeling 6. - Wijzigingen van de algemene wet i...
Afdeling 7. - Gemeenschappelijke bepaling.
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het Wetboek van d...
HOOFDSTUK VII. - Vrijstelling van belasting van...
TITEL VIII. - Energie. - Wijzigingen van de wet...
TITEL IX. - Telecommunicatie.
TITEL X. - Consumentenzaken en Economie.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 9 feb...
HOOFDSTUK II. - Slapende rekeningen.
TITEL XI. - Diverse bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de organieke wet v...
HOOFDSTUK II. - Milieuaansprakelijkheid.
Afdeling 1. - Justitie. - Invoering van bijzond...
Afdeling 2. - Binnenlandse Zaken - Wijzigingen ...
Afdeling 3. - Mobiliteit Omzetting van de richt...
HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet betreffen...
HOOFDSTUK IV. - Vergoeding voor het verstrekken...
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet betreffend...
Afdeling 2. - Wijziging van de programmawet van...
Afdeling 3. - Overgangsbepaling.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding.
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale.
TITRE II. - Simplification administrative.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi hypothéc...
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 8 août...
CHAPITRE III. - Abrogation et modification de d...
TITRE III. - Intérieur.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 21 dé...
CHAPITRE II. - Modifications de la loi sur la f...
CHAPITRE III. - Mandats auprès de la police féd...
TITRE IV. - Emploi.
CHAPITRE Ier. - Apprentissage de professions de...
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 7 janv...
CHAPITRE III. - Accidents du travail.
Section Ire. - Plan comptable spécifique du Fon...
Section 2. - Traitement des plaintes et des dem...
TITRE V. - Classes moyennes.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 13 ju...
CHAPITRE II. - Insaisissabilité du domicile de ...
TITRE VI. - Justice.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 25 fé...
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 14 déc...
CHAPITRE III. - Modifications des dispositions ...
TITRE VII. - Finances.
CHAPITRE Ier. - Unité T.V.A. - Solidarité.
CHAPITRE II. - Impôt des sociétés - Réserves ex...
CHAPITRE III. - Exonération des plus-values réa...
CHAPITRE IV. - Mesures restrictives spécifiques...
CHAPITRE V. - Conciliation en matière fiscale.
Section Ire. - Le service de conciliation fiscale.
Section 2. - Modification du Code de la taxe su...
Section 3. - Modification du Code des impôts su...
Section 4. - Modification du Code des taxes ass...
Section 5. - Modifications au Code des droits d...
Sous-section Ire. - Modifications au Code des d...
Sous-section 2. - Modifications du Code des dro...
Sous-section 3. - Modifications du Code des dro...
Section 6. - Modifications de la loi genérale s...
Section 7. - Disposition commune.
CHAPITRE VI. - Modification du Code des impôts ...
CHAPITRE VII. - Exonération d'impots des primes...
TITRE VIII. - Energie. - Modifications de la lo...
TITRE IX. - Telécommunications.
TITRE X. - Protection de la consommation et éco...
CHAPITRE Ier. - Modifications de la loi du 9 fé...
CHAPITRE II. - Comptes dormants.
TITRE XI. - Dispositions diverses.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 8 jui...
CHAPITRE II. - Responsabilité environnementale.
Section Ire. - Justice. - Instauration de délai...
Section 2. - Intérieur Modifications de la loi ...
Section 3. - Mobilité Transposition de la direc...
CHAPITRE III. - Modification de la loi relative...
CHAPITRE IV. - Rémunération pour la délivrance ...
Section Ire. - Modifications de la loi relative...
Section 2. - Modification de la loi-programme d...
Section 3. - Disposition transitoire.
Section 4. - Entrée en vigueur.
Tekst (291)
Texte (291)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Administratieve vereenvoudiging.
TITRE II. - Simplification administrative.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de Hypotheekwet van 16 december 1851.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.
Art.2. Artikel 92 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1913, wordt vervangen als volgt :
" Art. 92. - De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. De volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en in authentieke vorm gegeven worden.
De inschrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd.
De overnemer van een hypothecaire schuldvordering kan geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld in artikel 2. "
" Art. 92. - De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. De volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en in authentieke vorm gegeven worden.
De inschrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd.
De overnemer van een hypothecaire schuldvordering kan geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld in artikel 2. "
Art.2. L'article 92 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, modifié par la loi du 10 octobre 1913, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 92. - Les inscriptions sont rayées ou réduites du consentement des parties intéressées ayant capacité à cet effet, ou en vertu d'un jugement en dernier ressort ou passé en force de chose jugée, ou en vertu d'un jugement déclare exécutoire nonobstant opposition ou appel. Le mandat à l'effet de rayer ou de réduire doit être exprès et authentique.
Les inscriptions des hypothèques conventionnelles peuvent également être rayées ou réduites, en vertu d'un acte authentique dans lequel le fonctionnaire instrumentant certifie unilatéralement que le créancier a marqué son accord à cette radiation ou réduction; toutes les inscriptions reprises dans l'acte produit sont rayées ou réduites d'office.
Le cessionnaire d'une créance hypothécaire ne peut consentir de radiation ou de réduction, si la cession ne résulte d'actes énoncés dans l'article 2. "
" Art. 92. - Les inscriptions sont rayées ou réduites du consentement des parties intéressées ayant capacité à cet effet, ou en vertu d'un jugement en dernier ressort ou passé en force de chose jugée, ou en vertu d'un jugement déclare exécutoire nonobstant opposition ou appel. Le mandat à l'effet de rayer ou de réduire doit être exprès et authentique.
Les inscriptions des hypothèques conventionnelles peuvent également être rayées ou réduites, en vertu d'un acte authentique dans lequel le fonctionnaire instrumentant certifie unilatéralement que le créancier a marqué son accord à cette radiation ou réduction; toutes les inscriptions reprises dans l'acte produit sont rayées ou réduites d'office.
Le cessionnaire d'une créance hypothécaire ne peut consentir de radiation ou de réduction, si la cession ne résulte d'actes énoncés dans l'article 2. "
Art.3. In artikel 93, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " of houdende bevestiging van de toestemming " ingevoegd tussen de woorden " houdende toestemming " en de woorden ", hetzij de uitgifte van het vonnis. ".
Art.3. Dans l'article 93, alinéa premier, de la même loi, les mots " ou contenant la certification de l'accord " sont insérés entre les mots " portant consentement " et les mots ", soit l'expédition du jugement. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
Art.4. In artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" De gegevens die het Rijksregister opneemt en bewaart krachtens artikel 3, eerste en tweede lid, gelden tot bewijs van het tegendeel. Deze gegevens kunnen rechtsgeldig gebruikt worden ter vervanging van de informatie vervat in de in artikel 2 bedoelde registers. Iedereen die een verschil vaststelt tussen de gegevens van het Rijksregister en de gegevens vervat in de registers vermeld in artikel 2 dient dit onverwijld te melden. ";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" De Koning bepaalt de nadere modaliteiten inzake de mededeling van de informatiegegevens aan het Rijksregister en van de wijze waarop de bovenvermelde melding dient te gebeuren. "
1° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" De gegevens die het Rijksregister opneemt en bewaart krachtens artikel 3, eerste en tweede lid, gelden tot bewijs van het tegendeel. Deze gegevens kunnen rechtsgeldig gebruikt worden ter vervanging van de informatie vervat in de in artikel 2 bedoelde registers. Iedereen die een verschil vaststelt tussen de gegevens van het Rijksregister en de gegevens vervat in de registers vermeld in artikel 2 dient dit onverwijld te melden. ";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" De Koning bepaalt de nadere modaliteiten inzake de mededeling van de informatiegegevens aan het Rijksregister en van de wijze waarop de bovenvermelde melding dient te gebeuren. "
Art.4. A l'article 4 de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Les informations enregistrées et conservées par le Registre national en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 2, font foi jusqu'à preuve du contraire. Ces informations peuvent être valablement utilisées en remplacement des informations contenues dans les registres visés à l'article 2. Quiconque constate une différence entre les informations du Registre national et les informations contenues dans les registres visés à l'article 2, doit le communiquer sans délai. ";
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Le Roi fixe les modalités de transmission des informations au Registre national et la manière dont la communication susvisée doit être effectuée. "
1° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Les informations enregistrées et conservées par le Registre national en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 2, font foi jusqu'à preuve du contraire. Ces informations peuvent être valablement utilisées en remplacement des informations contenues dans les registres visés à l'article 2. Quiconque constate une différence entre les informations du Registre national et les informations contenues dans les registres visés à l'article 2, doit le communiquer sans délai. ";
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Le Roi fixe les modalités de transmission des informations au Registre national et la manière dont la communication susvisée doit être effectuée. "
HOOFDSTUK III. - Opheffing en wijziging van bepalingen betreffende hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken.
CHAPITRE III. - Abrogation et modification de dispositions relatives aux conditions d'hygiène des débits de boissons fermentées.
Art.5. Hoofdstuk II " Hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken " bestaande uit de artikels 5 tot 7 van de wetsbepalingen inzake slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1967, wordt opgeheven.
Art.5. Le chapitre II " Conditions d'hygiène des débits de boissons fermentées " comprenant les articles 5 à 7 des dispositions légales concernant les débits de boissons fermentées, coordonnées le 3 avril 1953, modifié par la loi du 6 juillet 1967, est abrogé.
Art.6. In artikel 23, § 1, van dezelfde gecoördineerde wetsbepalingen, vervangen bij de wet van 6 juli 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid, 1°, wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden " hetzelfde bestuur " vervangen door de woorden " het bevoegde gemeentebestuur. ";
3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Het plan is niet vereist voor reizende slijterijen en gelegenheidsslijterijen. "
1° het tweede lid, 1°, wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden " hetzelfde bestuur " vervangen door de woorden " het bevoegde gemeentebestuur. ";
3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Het plan is niet vereist voor reizende slijterijen en gelegenheidsslijterijen. "
Art.6. A l'article 23, § 1er, des mêmes dispositions légales coordonnées, remplacé par la loi du 6 juillet 1967, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 2, 1°, est abrogé;
2° à l'alinéa 2, 2°, les mots " la même administration " sont remplacés par les mots " l'administration communale compétente, ";
3° l'alinéa 3 est remplacé l'alinéa suivant :
" Le plan n'est pas requis s'il s'agit d'un débit ambulant ou d'un débit occasionnel. "
1° l'alinéa 2, 1°, est abrogé;
2° à l'alinéa 2, 2°, les mots " la même administration " sont remplacés par les mots " l'administration communale compétente, ";
3° l'alinéa 3 est remplacé l'alinéa suivant :
" Le plan n'est pas requis s'il s'agit d'un débit ambulant ou d'un débit occasionnel. "
Art.7. Artikel 37, § 4, van dezelfde samengeordende wetsbepalingen, vervangen bij de wet van 6 juli 1967, wordt vervangen als volgt :
" § 4. Bij overtreding van artikel 29 wordt de sluiting van de slijterij uitgesproken totdat aan de door of krachtens die bepaling voorgeschreven voorwaarden is voldaan. "
" § 4. Bij overtreding van artikel 29 wordt de sluiting van de slijterij uitgesproken totdat aan de door of krachtens die bepaling voorgeschreven voorwaarden is voldaan. "
Art.7. L'article 37, § 4, des mêmes dispositions légales coordonnées, remplacé par la loi du 6 juillet 1967, est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. En cas d'infraction à l'article 29, la fermeture du débit est prononcée jusqu'au moment où il est satisfait aux conditions prescrites par ou en vertu de cette disposition. "
" § 4. En cas d'infraction à l'article 29, la fermeture du débit est prononcée jusqu'au moment où il est satisfait aux conditions prescrites par ou en vertu de cette disposition. "
Art.8. Artikel 50, § 2, 1°, van dezelfde samengeordende wetsbepalingen, opgeheven bij de wet van 6 juli 1967 en hersteld bij de wet van 14 december 2005, wordt opgeheven.
Art.8. L'article 50, § 2, 1°, des mêmes dispositions légales coordonnées, abrogé par la loi du 6 juillet 1967 et rétabli par la loi du 14 décembre 2005, est abrogé.
Art.9. Artikel 3, § 1, 1°, van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, vervangen door de wet van 14 december 2005, wordt opgeheven.
Art.9. L'article 3, § 1er, 1°, de la loi du 28 décembre 1983 sur la patente pour le débit de boissons spiritueuses, remplacé par la loi du 14 décembre 2005, est abrogé.
Art.10. De artikelen 5 tot 9 treden in werking op een door de Koning te bepalen datum.
Art.10. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur des articles 5 à 9.
TITEL III. - Binnenlandse Zaken.
TITRE III. - Intérieur.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 21 décembre 1998 relative à la sécurité lors des matches de football.
Art.11. In artikel 2 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het punt 5° wordt vervangen als volgt :
" 5° steward : een natuurlijke persoon, aangeworven door de organisator krachtens artikel 7, om de toeschouwers te ontvangen en te begeleiden bij een nationale voetbalwedstrijd, een internationale voetbalwedstrijd of bij elk voetbalevenement zoals gedefinieerd in 10° ten einde het goede verloop van de wedstrijd of van het voetbalevenement met het oog op de veiligheid van de toeschouwers te waarborgen; ";
2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
" 10° voetbalevenement : elke wedstrijd of training op gras, synthetische ondergrond of in zaal waaraan voetbalspelers deelnemen;
" 11° veiligheidscapaciteit : capaciteit zoals overeengekomen tussen de betrokken partijen in de overeenkomst bedoeld in artikel 5 of opgelegd krachtens de veiligheidsnormen. "
1° het punt 5° wordt vervangen als volgt :
" 5° steward : een natuurlijke persoon, aangeworven door de organisator krachtens artikel 7, om de toeschouwers te ontvangen en te begeleiden bij een nationale voetbalwedstrijd, een internationale voetbalwedstrijd of bij elk voetbalevenement zoals gedefinieerd in 10° ten einde het goede verloop van de wedstrijd of van het voetbalevenement met het oog op de veiligheid van de toeschouwers te waarborgen; ";
2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
" 10° voetbalevenement : elke wedstrijd of training op gras, synthetische ondergrond of in zaal waaraan voetbalspelers deelnemen;
" 11° veiligheidscapaciteit : capaciteit zoals overeengekomen tussen de betrokken partijen in de overeenkomst bedoeld in artikel 5 of opgelegd krachtens de veiligheidsnormen. "
Art.11. A l'article 2 de la loi du 21 décembre 1998 relative à la sécurité lors des matches de football, modifié par les lois des 10 mars 2003 et 27 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° steward : une personne physique, engagée par l'organisateur en vertu de l'article 7, pour accueillir et assister les spectateurs lors d'un match national de football, d'un match international de football ou lors de tout événement footballistique tel que défini au 10° afin d'assurer le bon déroulement de la rencontre ou de l'évènement footballistique pour la sécurité des spectateurs; ";
2° l'article est complété comme suit :
" 10° événement footballistique : tout match ou entraînement auquel participent des joueurs de football, que ce soit sur du gazon, du revêtement synthétique ou en salle;
" 11° capacité de sécurité du stade : capacité comme convenue entre les parties concernées dans la convention visée à l'article 5 ou imposée pour des raisons de sécurité. "
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° steward : une personne physique, engagée par l'organisateur en vertu de l'article 7, pour accueillir et assister les spectateurs lors d'un match national de football, d'un match international de football ou lors de tout événement footballistique tel que défini au 10° afin d'assurer le bon déroulement de la rencontre ou de l'évènement footballistique pour la sécurité des spectateurs; ";
2° l'article est complété comme suit :
" 10° événement footballistique : tout match ou entraînement auquel participent des joueurs de football, que ce soit sur du gazon, du revêtement synthétique ou en salle;
" 11° capacité de sécurité du stade : capacité comme convenue entre les parties concernées dans la convention visée à l'article 5 ou imposée pour des raisons de sécurité. "
Art.12. Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 5. - De organisatoren van nationale voetbalwedstrijden die behoren tot het nationaal kampioenschap, zijn ertoe gehouden om met betrekking tot hun verplichtingen uiterlijk 1 augustus van elk jaar een overeenkomst af te sluiten met de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten, of op zijn minst acht dagen vóór het begin van het kampioenschap indien dit kampioenschap aanvangt vóór 1 augustus.
Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld in het eerste lid.
De organisatoren van nationale en internationale voetbalwedstrijden die niet gehouden zijn om een overeenkomst af te sluiten krachtens het eerste lid, hebben de verplichting om bedoelde overeenkomst af te sluiten binnen een termijn vastgelegd door de burgemeester, met dien verstande dat de overeenkomst afgesloten dient te zijn op zijn minst acht dagen vóór de wedstrijd waarop zij van toepassing is of vóór de eerste wedstrijd van de reeks van wedstrijden waarop zij toepassing vindt.
Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld in het derde lid. "
" Art. 5. - De organisatoren van nationale voetbalwedstrijden die behoren tot het nationaal kampioenschap, zijn ertoe gehouden om met betrekking tot hun verplichtingen uiterlijk 1 augustus van elk jaar een overeenkomst af te sluiten met de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten, of op zijn minst acht dagen vóór het begin van het kampioenschap indien dit kampioenschap aanvangt vóór 1 augustus.
Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld in het eerste lid.
De organisatoren van nationale en internationale voetbalwedstrijden die niet gehouden zijn om een overeenkomst af te sluiten krachtens het eerste lid, hebben de verplichting om bedoelde overeenkomst af te sluiten binnen een termijn vastgelegd door de burgemeester, met dien verstande dat de overeenkomst afgesloten dient te zijn op zijn minst acht dagen vóór de wedstrijd waarop zij van toepassing is of vóór de eerste wedstrijd van de reeks van wedstrijden waarop zij toepassing vindt.
Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld in het derde lid. "
Art.12. L'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 5. - Les organisateurs de matches nationaux de football relevant du championnat national sont tenus de conclure au plus tard 1er août de chaque année une convention relative à leurs obligations avec les services de secours et les autorités ou services administratifs et policiers, ou au moins huit jours avant le début du championnat si celui-ci commence avant le 1er août.
Un exemplaire original de cette convention doit être envoyé au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions, dans le délai fixé à l'alinéa 1er.
Les organisateurs de matches nationaux et internationaux de football qui ne sont pas tenus de conclure de convention en vertu de l'alinéa 1er ont l'obligation de conclure la convention susvisée dans le délai fixé par le bourgmestre, étant entendu que la convention doit être conclue au moins huit jours avant le match auquel elle s'applique ou avant le premier match de la série de matches à laquelle elle s'applique.
Un exemplaire original de cette convention doit être envoyé au Ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions, dans le délai fixé à l'alinéa 3. "
" Art. 5. - Les organisateurs de matches nationaux de football relevant du championnat national sont tenus de conclure au plus tard 1er août de chaque année une convention relative à leurs obligations avec les services de secours et les autorités ou services administratifs et policiers, ou au moins huit jours avant le début du championnat si celui-ci commence avant le 1er août.
Un exemplaire original de cette convention doit être envoyé au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions, dans le délai fixé à l'alinéa 1er.
Les organisateurs de matches nationaux et internationaux de football qui ne sont pas tenus de conclure de convention en vertu de l'alinéa 1er ont l'obligation de conclure la convention susvisée dans le délai fixé par le bourgmestre, étant entendu que la convention doit être conclue au moins huit jours avant le match auquel elle s'applique ou avant le premier match de la série de matches à laquelle elle s'applique.
Un exemplaire original de cette convention doit être envoyé au Ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions, dans le délai fixé à l'alinéa 3. "
Art.13. In dezelfde wet wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende :
" Art. 8bis. - Ingeval van het niet respecteren van artikel 6, van de elementen en voorwaarden bepaald door de Koning in uitvoering van artikel 8 of van één of meerdere van de bepalingen van de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, kan de burgemeester van de plaats waar het stadion zich bevindt, overgaan tot het beperken van de veiligheidscapaciteit, bedoeld in artikel 2, 11°. "
" Art. 8bis. - Ingeval van het niet respecteren van artikel 6, van de elementen en voorwaarden bepaald door de Koning in uitvoering van artikel 8 of van één of meerdere van de bepalingen van de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, kan de burgemeester van de plaats waar het stadion zich bevindt, overgaan tot het beperken van de veiligheidscapaciteit, bedoeld in artikel 2, 11°. "
Art.13. Un article 8bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 8bis. - En cas de non-respect de l'article 6, des éléments et conditions déterminés par le Roi en exécution de l'article 8 ou d'une ou plusieurs dispositions de la convention visée à l'article 5, le bourgmestre du lieu où se trouve le stade peut procéder à la réduction de la capacité de sécurité du stade telle que définie à l'article 2, 11°. "
" Art. 8bis. - En cas de non-respect de l'article 6, des éléments et conditions déterminés par le Roi en exécution de l'article 8 ou d'une ou plusieurs dispositions de la convention visée à l'article 5, le bourgmestre du lieu où se trouve le stade peut procéder à la réduction de la capacité de sécurité du stade telle que définie à l'article 2, 11°. "
Art.14. Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" 7° het uitwerken van een intern noodplan, dat onder meer de evacuatie organiseert. Dit plan wordt in de eerste twee jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling of in de eerste twee jaar dat een organisator onder het toepassingsgebied van deze wet valt, jaarlijks getest met alle betrokken partners. Nadien wordt dit plan driejaarlijks getest met alle betrokken partners. De Koning bepaalt de minimale bepalingen van het intern noodplan en de modaliteiten van de test;
8° het helpen toezien op de naleving van de stadionverboden. "
" 7° het uitwerken van een intern noodplan, dat onder meer de evacuatie organiseert. Dit plan wordt in de eerste twee jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling of in de eerste twee jaar dat een organisator onder het toepassingsgebied van deze wet valt, jaarlijks getest met alle betrokken partners. Nadien wordt dit plan driejaarlijks getest met alle betrokken partners. De Koning bepaalt de minimale bepalingen van het intern noodplan en de modaliteiten van de test;
8° het helpen toezien op de naleving van de stadionverboden. "
Art.14. L'article 10, alinéa 1er, de la même loi est complété comme suit :
" 7° établir un plan interne d'urgence, qui organise notamment l'évacuation. Ce plan est testé annuellement avec tous les partenaires concernés durant les deux premières années qui suivent l'entrée en vigueur de la présente disposition ou dans les deux premières années durant lesquelles un organisateur tombe dans le champ d'application de celle-ci. Par la suite, le plan est testé tous les trois ans avec les partenaires concernés. Le Roi détermine les dispositions minimales du plan interne d'urgence et les modalités du test;
8° apporter un soutien au respect des interdictions de stade. "
" 7° établir un plan interne d'urgence, qui organise notamment l'évacuation. Ce plan est testé annuellement avec tous les partenaires concernés durant les deux premières années qui suivent l'entrée en vigueur de la présente disposition ou dans les deux premières années durant lesquelles un organisateur tombe dans le champ d'application de celle-ci. Par la suite, le plan est testé tous les trois ans avec les partenaires concernés. Le Roi détermine les dispositions minimales du plan interne d'urgence et les modalités du test;
8° apporter un soutien au respect des interdictions de stade. "
Art.15. In dezelfde wet wordt een artikel 10bis ingevoegd, luidende :
" Art. 10bis. - In afwijking van artikel 10, 4°, kunnen de organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd of een internationale voetbalwedstrijd in de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, voorzien dat voor één of meerdere wedstrijden de scheiding van de rivaliserende toeschouwers niet van toepassing is. In voorkomend geval moet de overeenkomst de alternatieve veiligheidsmaatregelen bepalen. "
" Art. 10bis. - In afwijking van artikel 10, 4°, kunnen de organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd of een internationale voetbalwedstrijd in de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, voorzien dat voor één of meerdere wedstrijden de scheiding van de rivaliserende toeschouwers niet van toepassing is. In voorkomend geval moet de overeenkomst de alternatieve veiligheidsmaatregelen bepalen. "
Art.15. Un article 10bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 10bis. - Par dérogation à l'article 10, 4°, les organisateurs d'un match national de football ou d'un match international de football peuvent prévoir dans la convention visée à l'article 5 que pour un ou plusieurs matches, la séparation des spectateurs rivaux n'est pas d'application. Dans ce cas, la convention doit stipuler les mesures de sécurité alternatives. "
" Art. 10bis. - Par dérogation à l'article 10, 4°, les organisateurs d'un match national de football ou d'un match international de football peuvent prévoir dans la convention visée à l'article 5 que pour un ou plusieurs matches, la séparation des spectateurs rivaux n'est pas d'application. Dans ce cas, la convention doit stipuler les mesures de sécurité alternatives. "
Art.16. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 10 maart 2003, worden de woorden " in artikel 15, vierde lid, 16 en 17, eerste lid " vervangen door de woorden " in artikel 15, vijfde lid, 16 en 17, eerste lid ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" Voor de taken bedoeld in de artikelen 14 tot 17 kunnen de stewards eveneens tussenkomen naar aanleiding van elk voetbalevenement zoals gedefinieerd in artikel 2, 10°. In voorkomend geval dienen deze stewards te beantwoorden aan de minimale voorwaarden van rekrutering en opleiding zoals bepaald door en krachtens artikel 8. "
1° in het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 10 maart 2003, worden de woorden " in artikel 15, vierde lid, 16 en 17, eerste lid " vervangen door de woorden " in artikel 15, vijfde lid, 16 en 17, eerste lid ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" Voor de taken bedoeld in de artikelen 14 tot 17 kunnen de stewards eveneens tussenkomen naar aanleiding van elk voetbalevenement zoals gedefinieerd in artikel 2, 10°. In voorkomend geval dienen deze stewards te beantwoorden aan de minimale voorwaarden van rekrutering en opleiding zoals bepaald door en krachtens artikel 8. "
Art.16. A l'article 12 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 2, inséré par la loi du 10 mars 2003, les mots " aux articles 15, alinéa 4, 16 et 17, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " aux articles 15, alinéa 5, 16 et 17, alinéa 1er ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Pour les tâches visées aux articles 14 à 17, les stewards peuvent également intervenir lors de tout événement footballistique tel que défini à l'article 2, 10°. Dans ce cas, ces stewards doivent satisfaire aux conditions minimales de recrutement et de formation, telles que prévues par et en vertu de l'article 8. "
1° dans l'alinéa 2, inséré par la loi du 10 mars 2003, les mots " aux articles 15, alinéa 4, 16 et 17, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " aux articles 15, alinéa 5, 16 et 17, alinéa 1er ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Pour les tâches visées aux articles 14 à 17, les stewards peuvent également intervenir lors de tout événement footballistique tel que défini à l'article 2, 10°. Dans ce cas, ces stewards doivent satisfaire aux conditions minimales de recrutement et de formation, telles que prévues par et en vertu de l'article 8. "
Art.17. In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Eenieder die zich tegen deze controle of afgifte verzet of bij wie is vastgesteld dat hij of zij in het bezit is van een wapen of een gevaarlijk voorwerp, of die het reglement van inwendige orde, zoals bedoeld in artikel 10, 1°, niet naleeft, wordt door de stewards de toegang tot het stadion ontzegd. De toegang tot het stadion wordt door de stewards eveneens ontzegd aan eenieder waarvan zij weten dat hij of zij het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod. ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De stewards en de veiligheidsverantwoordelijke kunnen aan de toeschouwers richtlijnen geven ten einde hun veiligheid te verzekeren of ten einde toe te zien op de toepassing van het reglement van inwendige orde. "
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Eenieder die zich tegen deze controle of afgifte verzet of bij wie is vastgesteld dat hij of zij in het bezit is van een wapen of een gevaarlijk voorwerp, of die het reglement van inwendige orde, zoals bedoeld in artikel 10, 1°, niet naleeft, wordt door de stewards de toegang tot het stadion ontzegd. De toegang tot het stadion wordt door de stewards eveneens ontzegd aan eenieder waarvan zij weten dat hij of zij het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod. ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De stewards en de veiligheidsverantwoordelijke kunnen aan de toeschouwers richtlijnen geven ten einde hun veiligheid te verzekeren of ten einde toe te zien op de toepassing van het reglement van inwendige orde. "
Art.17. A l'article 13 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" L'accès au stade est refusé par les stewards à quiconque s'oppose à ce contrôle ou cette remise, à quiconque a été trouvé en possession d'une arme ou d'un objet dangereux ou à toute personne qui ne respecte pas le règlement d'ordre intérieur, visé à l'article 10, 1°. L'accès au stade est également refusé par les stewards à toute personne dont ils savent qu'elle fait l'objet d'une interdiction de stade. ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Les stewards et le responsable de la sécurité peuvent donner des directives aux spectateurs afin d'assurer leur sécurité ou de veiller à l'application du règlement d'ordre intérieur. "
1° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" L'accès au stade est refusé par les stewards à quiconque s'oppose à ce contrôle ou cette remise, à quiconque a été trouvé en possession d'une arme ou d'un objet dangereux ou à toute personne qui ne respecte pas le règlement d'ordre intérieur, visé à l'article 10, 1°. L'accès au stade est également refusé par les stewards à toute personne dont ils savent qu'elle fait l'objet d'une interdiction de stade. ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Les stewards et le responsable de la sécurité peuvent donner des directives aux spectateurs afin d'assurer leur sécurité ou de veiller à l'application du règlement d'ordre intérieur. "
Art.18. In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" De organisator ziet erop toe dat de stewards verzekeren dat via de toegangs- en evacuatiewegen een vlotte doorgang mogelijk is naar uitgangen en parkings en dat de toegangs- en evacuatiewegen in, naar of van de tribunes en de toegangswegen tot het stadion, permanent vrijgehouden worden behoudens gerechtvaardigde reden om zich daar te bevinden. ";
2° tussen het derde en vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" De organisator ziet erop toe dat er zich aan elke evacuatiepoort of poort die dienstig kan zijn als evacuatie-uitgang, permanent een steward bevindt, en dit gedurende de periode waarin het stadion toegankelijk is voor de toeschouwers en voor deze delen van het stadion waartoe de toeschouwers toegang hebben. De organisator verzekert dat deze steward, indien nodig, deze poort onmiddellijk, in de vluchtrichting en zonder sleutel kan openen. "
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" De organisator ziet erop toe dat de stewards verzekeren dat via de toegangs- en evacuatiewegen een vlotte doorgang mogelijk is naar uitgangen en parkings en dat de toegangs- en evacuatiewegen in, naar of van de tribunes en de toegangswegen tot het stadion, permanent vrijgehouden worden behoudens gerechtvaardigde reden om zich daar te bevinden. ";
2° tussen het derde en vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" De organisator ziet erop toe dat er zich aan elke evacuatiepoort of poort die dienstig kan zijn als evacuatie-uitgang, permanent een steward bevindt, en dit gedurende de periode waarin het stadion toegankelijk is voor de toeschouwers en voor deze delen van het stadion waartoe de toeschouwers toegang hebben. De organisator verzekert dat deze steward, indien nodig, deze poort onmiddellijk, in de vluchtrichting en zonder sleutel kan openen. "
Art.18. A l'article 15 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" L'organisateur veille à ce que les stewards assurent que les voies d'accès et d'évacuation garantissent un accès fluide aux issues et aux parkings, et que les voies d'accès et les voies d'évacuation dans les tribunes ou vers ou de celles-ci, ainsi que les accès au stade, soient dégagés en permanence, sauf motif légitime de s'y trouver. ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" L'organisateur veille à ce qu'un steward est placé en permanence à chaque porte d'évacuation ou porte qui peut servir de sortie d'évacuation, et ceci durant la période au cours de laquelle le stade est accessible aux les spectateurs et pour les parties du stade accessibles à ceux-ci. L'organisateur assure que ce steward peut ouvrir, en cas de besoin, immédiatement et sans clé cette porte dans le sens de l'évacuation. "
1° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" L'organisateur veille à ce que les stewards assurent que les voies d'accès et d'évacuation garantissent un accès fluide aux issues et aux parkings, et que les voies d'accès et les voies d'évacuation dans les tribunes ou vers ou de celles-ci, ainsi que les accès au stade, soient dégagés en permanence, sauf motif légitime de s'y trouver. ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" L'organisateur veille à ce qu'un steward est placé en permanence à chaque porte d'évacuation ou porte qui peut servir de sortie d'évacuation, et ceci durant la période au cours de laquelle le stade est accessible aux les spectateurs et pour les parties du stade accessibles à ceux-ci. L'organisateur assure que ce steward peut ouvrir, en cas de besoin, immédiatement et sans clé cette porte dans le sens de l'évacuation. "
Art.19. In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " van twintigduizend frank tot tien miljoen frank " vervangen door de woorden " van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro " en worden de woorden " door of krachtens de artikelen 3, 4, 5 of 10 " vervangen door de woorden " door of krachtens de artikelen 5 of 10 ";
2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan een administratieve geldboete van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro worden opgelegd aan de organisator van een voetbalwedstrijd die de verplichtingen voorgeschreven door of krachtens de artikelen 3 of 4, voorzover deze op hem van toepassing zijn, niet naleeft. ";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden " van twintigduizend frank tot vijf miljoen frank " vervangen door de woorden " van vijfhonderd euro tot honderdvijfentwintigduizend euro ";
4° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt de minimumsanctie :
1° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 5, eerste lid;
2° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 5, tweede lid;
3° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 6;
4° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 10, 6°;
5° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 10, 7°;
6° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 15, vierde lid. "
1° in het eerste lid worden de woorden " van twintigduizend frank tot tien miljoen frank " vervangen door de woorden " van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro " en worden de woorden " door of krachtens de artikelen 3, 4, 5 of 10 " vervangen door de woorden " door of krachtens de artikelen 5 of 10 ";
2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan een administratieve geldboete van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro worden opgelegd aan de organisator van een voetbalwedstrijd die de verplichtingen voorgeschreven door of krachtens de artikelen 3 of 4, voorzover deze op hem van toepassing zijn, niet naleeft. ";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden " van twintigduizend frank tot vijf miljoen frank " vervangen door de woorden " van vijfhonderd euro tot honderdvijfentwintigduizend euro ";
4° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt de minimumsanctie :
1° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 5, eerste lid;
2° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 5, tweede lid;
3° vijfduizend euro ingeval van overtreding van artikel 6;
4° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 10, 6°;
5° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 10, 7°;
6° tweeduizend vijfhonderd euro ingeval van overtreding van artikel 15, vierde lid. "
Art.19. A l'article 18 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " de vingt mille francs à dix millions de francs " sont remplacés par les mots " de cinq cents euros à deux cent cinquante mille euros " et les mots " par ou en vertu des articles 3, 4, 5 ou 10 " sont remplacés par les mots " par ou en vertu des articles 5 ou 10 ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Conformément à la procédure prévue au Titre IV, une amende administrative de cinq cents euros à deux cent cinquante mille euros peut être infligée à l'organisateur d'un match de football qui ne respecte pas les obligations prescrites par ou en vertu des articles 3 ou 4, pour autant que ceux-ci lui soient applicables. ";
3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " de vingt mille francs à cinq millions de francs " sont remplacés par les mots " de cinq cents euros à cent vingt-cinq mille euros ";
4° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation aux alinéas 1er et 3, la sanction minimale est :
1° cinq mille euros en cas de contravention à l'article 5, alinéa 1er;
2° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 5, alinéa 2;
3° cinq mille euros en cas de contravention à l'article 6;
4° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 10, 6°;
5° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 10, 7°;
6° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 15, alinéa 4. "
1° dans l'alinéa 1er, les mots " de vingt mille francs à dix millions de francs " sont remplacés par les mots " de cinq cents euros à deux cent cinquante mille euros " et les mots " par ou en vertu des articles 3, 4, 5 ou 10 " sont remplacés par les mots " par ou en vertu des articles 5 ou 10 ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Conformément à la procédure prévue au Titre IV, une amende administrative de cinq cents euros à deux cent cinquante mille euros peut être infligée à l'organisateur d'un match de football qui ne respecte pas les obligations prescrites par ou en vertu des articles 3 ou 4, pour autant que ceux-ci lui soient applicables. ";
3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " de vingt mille francs à cinq millions de francs " sont remplacés par les mots " de cinq cents euros à cent vingt-cinq mille euros ";
4° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation aux alinéas 1er et 3, la sanction minimale est :
1° cinq mille euros en cas de contravention à l'article 5, alinéa 1er;
2° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 5, alinéa 2;
3° cinq mille euros en cas de contravention à l'article 6;
4° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 10, 6°;
5° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 10, 7°;
6° deux mille cinq cents euros en cas de contravention à l'article 15, alinéa 4. "
Art.20. Artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 19. - Deze titel is van toepassing op feiten gepleegd gedurende de ganse periode tijdens welke het stadion waarin een nationale voetbalwedstrijd, een internationale voetbalwedstrijd of een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg van derde nationale klasse deelneemt, plaatsvindt, toegankelijk is voor de toeschouwers.
De artikelen 20bis, 21, tweede lid 2°, en 23bis, eerste lid, zijn van toepassing op feiten, begaan in de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
Artikel 21, tweede lid, 1° en 2°, is ook van toepassing op voetbalwedstrijden waaraan minstens één ploeg uit bevordering deelneemt.
De artikelen 21bis en 21ter zijn ook van toepassing op feiten, begaan in de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
Artikel 23bis, tweede lid, is van toepassing op feiten, begaan in groep, op het ganse grondgebied van het Koninkrijk, tijdens de periode die aanvangt vierentwintig uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vierentwintig uur na het einde van de voetbalwedstrijd. "
" Art. 19. - Deze titel is van toepassing op feiten gepleegd gedurende de ganse periode tijdens welke het stadion waarin een nationale voetbalwedstrijd, een internationale voetbalwedstrijd of een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg van derde nationale klasse deelneemt, plaatsvindt, toegankelijk is voor de toeschouwers.
De artikelen 20bis, 21, tweede lid 2°, en 23bis, eerste lid, zijn van toepassing op feiten, begaan in de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
Artikel 21, tweede lid, 1° en 2°, is ook van toepassing op voetbalwedstrijden waaraan minstens één ploeg uit bevordering deelneemt.
De artikelen 21bis en 21ter zijn ook van toepassing op feiten, begaan in de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
Artikel 23bis, tweede lid, is van toepassing op feiten, begaan in groep, op het ganse grondgebied van het Koninkrijk, tijdens de periode die aanvangt vierentwintig uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vierentwintig uur na het einde van de voetbalwedstrijd. "
Art.20. L'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 19. - Le présent titre est applicable à des faits commis pendant toute la période durant laquelle le stade où se déroule un match national de football, un match international de football ou un match de football auquel participe au moins une équipe de troisième division nationale est accessible aux spectateurs.
Les articles 20bis, 21, alinéa 2, 2°, et 23bis, alinéa 1er, sont applicables à des faits commis dans le périmètre pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
L'article 21, alinéa 2, 1° et 2°, est également applicable aux matches de football auxquels participe au moins une équipe de promotion.
Les articles 21bis et 21ter sont également applicables à des faits commis dans le périmètre pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
L'article 23bis, alinéa 2, est applicable à des faits, commis en groupe, sur tout le territoire du Royaume pendant la période qui commence vingt-quatre heures avant le début du match de football et se termine vingt-quatre heures après la fin du match de football. "
" Art. 19. - Le présent titre est applicable à des faits commis pendant toute la période durant laquelle le stade où se déroule un match national de football, un match international de football ou un match de football auquel participe au moins une équipe de troisième division nationale est accessible aux spectateurs.
Les articles 20bis, 21, alinéa 2, 2°, et 23bis, alinéa 1er, sont applicables à des faits commis dans le périmètre pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
L'article 21, alinéa 2, 1° et 2°, est également applicable aux matches de football auxquels participe au moins une équipe de promotion.
Les articles 21bis et 21ter sont également applicables à des faits commis dans le périmètre pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
L'article 23bis, alinéa 2, est applicable à des faits, commis en groupe, sur tout le territoire du Royaume pendant la période qui commence vingt-quatre heures avant le début du match de football et se termine vingt-quatre heures après la fin du match de football. "
Art.21. Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 20. - Eenieder die in het stadion zonder gerechtvaardigde reden één of meerdere voorwerpen gooit of schiet, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
" Art. 20. - Eenieder die in het stadion zonder gerechtvaardigde reden één of meerdere voorwerpen gooit of schiet, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.21. L'article 20 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 20. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque jette ou projette sans motif légitime un ou plusieurs objets dans le stade. "
" Art. 20. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque jette ou projette sans motif légitime un ou plusieurs objets dans le stade. "
Art.22. In artikel 20bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 maart 2003, worden de woorden " als bepaald in artikel 24 " vervangen door de woorden " als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.22. Dans l'article 20bis de la même loi, inséré par la loi du 10 mars 2003, les mots " prévues à l'article 24 " sont remplacés par les mots " prévues aux articles 24, 24ter et 24quater "
Art.23. Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 21. - Eenieder die het stadion of de perimeter onrechtmatig betreedt of poogt te betreden, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24 tot 24quater.
Als onrechtmatig betreden worden beschouwd :
1° het betreden van het stadion in overtreding van een administratief of gerechtelijk stadionverbod of een stadionverbod als beveiligingsmaatregel;
2° het betreden van de perimeter in overtreding van een administratief of gerechtelijk perimeterverbod, behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn;
3° het betreden van het stadion wanneer de toegang hem daartoe werd ontzegd met toepassing van artikel 13, derde lid. In dit geval kan een persoon enkel één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. ".
" Art. 21. - Eenieder die het stadion of de perimeter onrechtmatig betreedt of poogt te betreden, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24 tot 24quater.
Als onrechtmatig betreden worden beschouwd :
1° het betreden van het stadion in overtreding van een administratief of gerechtelijk stadionverbod of een stadionverbod als beveiligingsmaatregel;
2° het betreden van de perimeter in overtreding van een administratief of gerechtelijk perimeterverbod, behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn;
3° het betreden van het stadion wanneer de toegang hem daartoe werd ontzegd met toepassing van artikel 13, derde lid. In dit geval kan een persoon enkel één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. ".
Art.23. L'article 21 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 21. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24 à 24quater, quiconque pénètre ou tente de pénétrer irrégulièrement dans le stade ou le périmètre.
Sont considérés comme pénétration irrégulière :
1° pénétrer dans le stade en contravention à une interdiction de stade administrative ou judiciaire ou à une interdiction de stade à titre de mesure de sécurité;
2° pénétrer dans le périmètre en contravention à une interdiction de périmètre administrative ou judiciaire, sauf motif légitime faisant apparaître la licéité de se trouver dans le périmètre, et ce à l'exception de tout endroit du périmètre où l'intéressé ne se serait pas trouvé si un match de football n'avait pas été organisé;
3° pénétrer dans le stade bien que l'accès en a été refusé en application de l'article 13, alinéa 3. Dans ce cas, une personne pourra seulement encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater. ".
" Art. 21. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24 à 24quater, quiconque pénètre ou tente de pénétrer irrégulièrement dans le stade ou le périmètre.
Sont considérés comme pénétration irrégulière :
1° pénétrer dans le stade en contravention à une interdiction de stade administrative ou judiciaire ou à une interdiction de stade à titre de mesure de sécurité;
2° pénétrer dans le périmètre en contravention à une interdiction de périmètre administrative ou judiciaire, sauf motif légitime faisant apparaître la licéité de se trouver dans le périmètre, et ce à l'exception de tout endroit du périmètre où l'intéressé ne se serait pas trouvé si un match de football n'avait pas été organisé;
3° pénétrer dans le stade bien que l'accès en a été refusé en application de l'article 13, alinéa 3. Dans ce cas, une personne pourra seulement encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater. ".
Art.24. In dezelfde wet wordt een artikel 21bis ingevoegd, luidende :
" Art. 21bis. - Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die in het stadion of de perimeter de richtlijnen of bevelen gegeven door de veiligheidsverantwoordelijke, door een steward in de uitvoering van zijn functie vastgelegd door de wet, of door een lid van de politiediensten of van de hulpdiensten, niet opvolgt, één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
" Art. 21bis. - Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die in het stadion of de perimeter de richtlijnen of bevelen gegeven door de veiligheidsverantwoordelijke, door een steward in de uitvoering van zijn functie vastgelegd door de wet, of door een lid van de politiediensten of van de hulpdiensten, niet opvolgt, één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.24. Un article 21bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 21bis. - Sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque ne respecte pas dans le stade ou le périmètre les directives ou injonctions données par le responsable de sécurité, par un steward dans l'exercice de ses tâches prescrites par la loi ou par un membre des services de police ou des services de secours. "
" Art. 21bis. - Sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque ne respecte pas dans le stade ou le périmètre les directives ou injonctions données par le responsable de sécurité, par un steward dans l'exercice de ses tâches prescrites par la loi ou par un membre des services de police ou des services de secours. "
Art.25. In dezelfde wet wordt een artikel 21ter ingevoegd, luidende :
" Art. 21ter. - Eenieder die in het stadion of de perimeter bewust zijn materiële hulp aanreikt bij een onrechtmatige betreding zoals bepaald in artikel 21, tweede lid, 1°, kan één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
" Art. 21ter. - Eenieder die in het stadion of de perimeter bewust zijn materiële hulp aanreikt bij een onrechtmatige betreding zoals bepaald in artikel 21, tweede lid, 1°, kan één of meer sancties oplopen zoals bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.25. Un article 21ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 21ter. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque apporte, dans le stade ou dans le périmètre, sciemment son aide matérielle à une pénétration irrégulière telle que prévue à l'article 21, alinéa 2, 1°. "
" Art. 21ter. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque apporte, dans le stade ou dans le périmètre, sciemment son aide matérielle à une pénétration irrégulière telle que prévue à l'article 21, alinéa 2, 1°. "
Art.26. In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " bepaald in artikel 24 " vervangen door de woorden " bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of andere middelen " vervangen door de woorden " en alle middelen ".
1° in het eerste lid worden de woorden " bepaald in artikel 24 " vervangen door de woorden " bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of andere middelen " vervangen door de woorden " en alle middelen ".
Art.26. A l'article 22 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " prévues à l'article 24 " sont remplacés par les mots " prévues aux articles 24, 24ter et 24quater ";
2° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " ou autres moyens " sont remplacés par les mots " et tous les moyens ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " prévues à l'article 24 " sont remplacés par les mots " prévues aux articles 24, 24ter et 24quater ";
2° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " ou autres moyens " sont remplacés par les mots " et tous les moyens ".
Art.27. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 23. - Eenieder die, alleen of in groep, in het stadion aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
" Art. 23. - Eenieder die, alleen of in groep, in het stadion aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.27. L'article 23 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 23. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque, seul ou en groupe, incite dans le stade à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes. "
" Art. 23. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque, seul ou en groupe, incite dans le stade à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes. "
Art.28. Artikel 23bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 23bis. - Eenieder die zich, alleen of in groep, in de perimeter bevindt omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd en aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
Eenieder die zich, in groep, op het grondgebied bevindt van het Koninkrijk en omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
" Art. 23bis. - Eenieder die zich, alleen of in groep, in de perimeter bevindt omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd en aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater.
Eenieder die zich, in groep, op het grondgebied bevindt van het Koninkrijk en omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater. "
Art.28. L'article 23bis de la même loi, inséré par la loi du 10 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 23bis. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque se trouvant, seul ou en groupe, dans le périmètre en raison et à l'occasion d'un match de football, incite à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes.
Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque, se trouvant sur le territoire du Royaume, incite, en groupe, à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes en raison et à l'occasion de l'organisation d'un match de football. "
" Art. 23bis. - Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque se trouvant, seul ou en groupe, dans le périmètre en raison et à l'occasion d'un match de football, incite à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes.
Pourra encourir une ou plusieurs sanctions prévues aux articles 24, 24ter et 24quater, quiconque, se trouvant sur le territoire du Royaume, incite, en groupe, à porter des coups et blessures, à la haine ou à l'emportement à l'égard d'une ou plusieurs personnes en raison et à l'occasion de l'organisation d'un match de football. "
Art.29. In artikel 23ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 maart 2003, worden de woorden " bepaald in artikel 24 " vervangen door de woorden " bepaald in de artikelen 24, 24ter en 24quater ".
Art.29. Dans l'article 23ter de la même loi, inséré par la loi du 10 mars 2003, les mots " prévues à l'article 24 " sont remplacés par les mots " prévues aux articles 24, 24ter et 24quater ".
Art.30. Artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 24. - § 1. Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan in geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis en 23ter een administratieve geldboete van tweehonderd vijftig tot vijfduizend euro en een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd, of één van deze sancties alleen.
Een administratief stadionverbod kan gepaard gaan met een administratief perimeterverbod voor een duur gelijk aan de duur van het stadionverbod.
Behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn, is het administratief perimeterverbod van toepassing tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, bedraagt de minimumsanctie :
1° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 21, tweede lid, 1°;
2° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van twee jaar in geval van overtreding van artikel 22, tweede lid, 1°;
3° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van een of meer stewards, de veiligheidsverantwoordelijke of één of meer leden van de hulpdiensten;
4° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van negen maanden in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van één of meerdere rivaliserende toeschouwers wanneer, overeenkomstig artikel 10bis, door de organisator geen supportersscheiding in plaats werd gesteld;
5° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar voor diegene die een Bengaals vuur, zoals bedoeld als pyrotechnisch middel in artikel 23ter, aansteekt.
§ 3. In het geval, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod en een administratieve geldboete worden opgelegd aan een overtreder die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft en deze administratieve geldboete niet wordt betaald binnen de voorziene termijn, wordt het administratief stadionverbod van rechtswege verlengd tot het moment waarop de geldboete wordt betaald, en dit voor een periode van maximaal vijf jaar vanaf het moment waarop het initieel stadionverbod ten einde loopt.
Deze verlenging eindigt van rechtswege vanaf ontvangst van betaling van de administratieve geldboete. "
" Art. 24. - § 1. Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan in geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis en 23ter een administratieve geldboete van tweehonderd vijftig tot vijfduizend euro en een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd, of één van deze sancties alleen.
Een administratief stadionverbod kan gepaard gaan met een administratief perimeterverbod voor een duur gelijk aan de duur van het stadionverbod.
Behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich in de perimeter te bevinden blijkt, en in dit laatste geval met uitzondering van elke plaats in de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn, is het administratief perimeterverbod van toepassing tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd.
§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, bedraagt de minimumsanctie :
1° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 21, tweede lid, 1°;
2° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van twee jaar in geval van overtreding van artikel 22, tweede lid, 1°;
3° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van een of meer stewards, de veiligheidsverantwoordelijke of één of meer leden van de hulpdiensten;
4° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van negen maanden in geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van één of meerdere rivaliserende toeschouwers wanneer, overeenkomstig artikel 10bis, door de organisator geen supportersscheiding in plaats werd gesteld;
5° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar voor diegene die een Bengaals vuur, zoals bedoeld als pyrotechnisch middel in artikel 23ter, aansteekt.
§ 3. In het geval, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod en een administratieve geldboete worden opgelegd aan een overtreder die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft en deze administratieve geldboete niet wordt betaald binnen de voorziene termijn, wordt het administratief stadionverbod van rechtswege verlengd tot het moment waarop de geldboete wordt betaald, en dit voor een periode van maximaal vijf jaar vanaf het moment waarop het initieel stadionverbod ten einde loopt.
Deze verlenging eindigt van rechtswege vanaf ontvangst van betaling van de administratieve geldboete. "
Art.30. L'article 24 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 24. - § 1er. Conformément à la procédure prévue au Titre IV, une amende administrative de deux cent cinquante euros à cinq mille euros et une interdiction de stade administrative d'une durée de trois mois à cinq ans ou une de ces deux sanctions peuvent être infligées en cas de contravention aux articles 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis et 23ter.
Une interdiction de stade administrative peut être accompagnée d'une interdiction administrative de pénétrer dans le périmètre pour une durée identique à celle de l'interdiction de stade.
Sauf motif légitime faisant apparaître la licéité de se trouver dans le périmètre, et ce, à l'exception de tout endroit du périmètre où l'intéressé ne se serait pas trouvé si un match de football n'avait pas été organisé, l'interdiction administrative de pénétrer dans le périmètre est d'application pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
§ 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, la sanction minimale sera :
1° une amende administrative de mille euros et une interdiction de stade administrative d'un an en cas de contravention à l'article 21, alinéa 2, 1°;
2° une amende administrative de mille euros et une interdiction de stade administrative de deux ans en cas de contravention à l'article 22, alinéa 2, 1°;
3° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative d'un an en cas de contravention à l'article 23 à l'égard d'un ou plusieurs stewards, du responsable de sécurité ou d'un ou plusieurs membres des services de secours;
4° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative de neuf mois en cas de contravention à l'article 23 à l'égard d'un ou plusieurs spectateurs rivaux alors que, conformément à l'article 10bis, aucune séparation de spectateurs rivaux n'a été mise en place par l'organisateur;
5° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative d'un an pour celui qui allume un feu de Bengale tel que visé comme objet pyrotechnique à l'article 23ter.
§ 3. Dans l'hypothèse où une interdiction de stade administrative et une amende administrative sont infligées conformément à la procédure prévue au Titre IV à un contrevenant qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale et que cette amende administrative n'est pas payée dans le délai prévu, l'interdiction de stade administrative sera prolongée de plein droit jusqu'à ce que l'amende soit payée, et ce pour une période de maximum cinq ans à partir du moment où l'interdiction initiale est échue.
Cette prolongation s'éteindra de plein droit dès réception du paiement de l'amende administrative. "
" Art. 24. - § 1er. Conformément à la procédure prévue au Titre IV, une amende administrative de deux cent cinquante euros à cinq mille euros et une interdiction de stade administrative d'une durée de trois mois à cinq ans ou une de ces deux sanctions peuvent être infligées en cas de contravention aux articles 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis et 23ter.
Une interdiction de stade administrative peut être accompagnée d'une interdiction administrative de pénétrer dans le périmètre pour une durée identique à celle de l'interdiction de stade.
Sauf motif légitime faisant apparaître la licéité de se trouver dans le périmètre, et ce, à l'exception de tout endroit du périmètre où l'intéressé ne se serait pas trouvé si un match de football n'avait pas été organisé, l'interdiction administrative de pénétrer dans le périmètre est d'application pendant la période qui commence cinq heures avant le début du match de football et se termine cinq heures après la fin du match de football.
§ 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, la sanction minimale sera :
1° une amende administrative de mille euros et une interdiction de stade administrative d'un an en cas de contravention à l'article 21, alinéa 2, 1°;
2° une amende administrative de mille euros et une interdiction de stade administrative de deux ans en cas de contravention à l'article 22, alinéa 2, 1°;
3° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative d'un an en cas de contravention à l'article 23 à l'égard d'un ou plusieurs stewards, du responsable de sécurité ou d'un ou plusieurs membres des services de secours;
4° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative de neuf mois en cas de contravention à l'article 23 à l'égard d'un ou plusieurs spectateurs rivaux alors que, conformément à l'article 10bis, aucune séparation de spectateurs rivaux n'a été mise en place par l'organisateur;
5° une amende administrative de cinq cents euros et une interdiction de stade administrative d'un an pour celui qui allume un feu de Bengale tel que visé comme objet pyrotechnique à l'article 23ter.
§ 3. Dans l'hypothèse où une interdiction de stade administrative et une amende administrative sont infligées conformément à la procédure prévue au Titre IV à un contrevenant qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale et que cette amende administrative n'est pas payée dans le délai prévu, l'interdiction de stade administrative sera prolongée de plein droit jusqu'à ce que l'amende soit payée, et ce pour une période de maximum cinq ans à partir du moment où l'interdiction initiale est échue.
Cette prolongation s'éteindra de plein droit dès réception du paiement de l'amende administrative. "
Art.31. In dezelfde wet wordt een artikel 24bis ingevoegd, luidende :
" Art. 24bis. - § 1. Eenieder die, overeenkomstig artikel 21, tweede lid, 1° of 2°, een administratief stadionverbod of een administratief perimeterverbod overtreedt, kan voor een maximale duur van drie maanden een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor worden opgelegd.
Betrokkene dient zich in voorkomend geval naar aanleiding van elke nationale of internationale voetbalwedstrijd in België, zoals bedoeld in artikel 2, van de club of clubs die door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, worden bepaald, aan te melden, ten vroegste 45 minuten na het begin van de wedstrijd en uiterlijk vóór het einde van de wedstrijd, op een door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich in de nabijheid van diens woonplaats bevindt.
Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld in artikel 30, de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich in de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs waarvoor betrokkene zich dient aan te melden en het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden.
Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor.
De Koning bepaalt de inhoud van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden.
§ 2. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt in overtreding van § 1, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt de opgelegde duur van de administratieve aanmeldingsplicht verlengd met een maand, hetzij vanaf het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, hetzij vanaf de kennisgeving, bedoeld in § 3, tweede lid, indien deze kennisgeving plaatsvindt na het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, en wordt hem een forfaitaire geldsom van vijfhonderd euro opgelegd.
§ 3. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een ter post aangetekende brief, de toepassing van § 2 mee. Deze brief vermeldt de verlenging met een maand van de administratieve aanmeldingsplicht en bevat een uitnodiging tot betaling van de som van vijfhonderd euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving.
Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder.
De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid.
§ 4. Dit artikel is niet van toepassing op personen die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. "
" Art. 24bis. - § 1. Eenieder die, overeenkomstig artikel 21, tweede lid, 1° of 2°, een administratief stadionverbod of een administratief perimeterverbod overtreedt, kan voor een maximale duur van drie maanden een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor worden opgelegd.
Betrokkene dient zich in voorkomend geval naar aanleiding van elke nationale of internationale voetbalwedstrijd in België, zoals bedoeld in artikel 2, van de club of clubs die door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, worden bepaald, aan te melden, ten vroegste 45 minuten na het begin van de wedstrijd en uiterlijk vóór het einde van de wedstrijd, op een door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich in de nabijheid van diens woonplaats bevindt.
Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld in artikel 30, de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich in de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs waarvoor betrokkene zich dient aan te melden en het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden.
Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor.
De Koning bepaalt de inhoud van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden.
§ 2. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt in overtreding van § 1, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt de opgelegde duur van de administratieve aanmeldingsplicht verlengd met een maand, hetzij vanaf het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, hetzij vanaf de kennisgeving, bedoeld in § 3, tweede lid, indien deze kennisgeving plaatsvindt na het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, en wordt hem een forfaitaire geldsom van vijfhonderd euro opgelegd.
§ 3. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een ter post aangetekende brief, de toepassing van § 2 mee. Deze brief vermeldt de verlenging met een maand van de administratieve aanmeldingsplicht en bevat een uitnodiging tot betaling van de som van vijfhonderd euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving.
Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder.
De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid.
§ 4. Dit artikel is niet van toepassing op personen die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. "
Art.31. Un article 24bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 24bis. - § 1er. Quiconque a enfreint une interdiction de stade administrative ou une interdiction de périmètre administrative, conformément à l'article 21, alinéa 2, 1° ou 2°, peut être obligé administrativement de se présenter à un poste de police pour une durée maximale de trois mois.
Le cas échéant, l'intéressé doit se présenter à l'occasion de chaque match national ou international de football en Belgique, tel que visé à l'article 2, du (des) club(s) désigné(s) par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au plus tôt 45 minutes après le début de la rencontre et au plus tard avant la fin de la rencontre et ce, à un poste de police désigné par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, et qui se trouve à proximité de son domicile.
L'intéressé a la possibilité, dans les trente jours à compter de la date de notification de la lettre recommandée, visée à l'article 30, de demander au fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, de pouvoir se présenter à un poste de police qui se trouve à proximité de sa résidence.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte en désignant le(s) club(s) pour le(s)quel(s) l'intéressé est tenu de se présenter ainsi que le poste de police auquel l'intéressé est tenu de se présenter.
L'intéressé signe chaque fois, sur présentation de sa carte d'identité, un formulaire qui est mis à sa disposition au poste de police concerné.
Le Roi détermine le contenu de ce formulaire, ainsi que les modalités d'exécution de ces conditions.
§ 2. A chaque fois que l'intéressé ne se présente pas en contravention au § 1er, et sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, la durée imposée de l'obligation administrative de se présenter, est prolongée d'un mois, soit à partir de la fin de l'obligation administrative de se présenter en cours, soit à compter de la notification visée au § 3, alinéa 2, si ladite notification a lieu à l'issue de l'obligation administrative de se présenter en cours, et une somme d'argent forfaitaire de cinq cents euros lui est infligée.
§ 3. Le non-respect de l'obligation administrative de se présenter est constaté dans un procès-verbal par un fonctionnaire de police. L'original de ce procès-verbal est envoyé à un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er.
Dans les deux mois qui suivent la constatation du non-respect de l'obligation administrative de se présenter, un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, communique au contrevenant par lettre recommandée à la poste, l'application du § 2. Cette lettre mentionne la prolongation d'un mois de l'obligation administrative de se présenter et contient une invitation à payer la somme de cinq cents euros dans un délai de deux mois à compter du jour de la notification.
Au troisième manquement à l'obligation administrative de se présenter, le dossier du contrevenant est transmis par un fonctionnaire désigné par le Roi, visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire de la résidence du contrevenant.
Le procureur du Roi peut poursuivre le contrevenant sur la base de l'article 41bis, alinéa 1er.
§ 4. Cet article n'est pas d'application pour le contrevenant qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale. "
" Art. 24bis. - § 1er. Quiconque a enfreint une interdiction de stade administrative ou une interdiction de périmètre administrative, conformément à l'article 21, alinéa 2, 1° ou 2°, peut être obligé administrativement de se présenter à un poste de police pour une durée maximale de trois mois.
Le cas échéant, l'intéressé doit se présenter à l'occasion de chaque match national ou international de football en Belgique, tel que visé à l'article 2, du (des) club(s) désigné(s) par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au plus tôt 45 minutes après le début de la rencontre et au plus tard avant la fin de la rencontre et ce, à un poste de police désigné par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, et qui se trouve à proximité de son domicile.
L'intéressé a la possibilité, dans les trente jours à compter de la date de notification de la lettre recommandée, visée à l'article 30, de demander au fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, de pouvoir se présenter à un poste de police qui se trouve à proximité de sa résidence.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte en désignant le(s) club(s) pour le(s)quel(s) l'intéressé est tenu de se présenter ainsi que le poste de police auquel l'intéressé est tenu de se présenter.
L'intéressé signe chaque fois, sur présentation de sa carte d'identité, un formulaire qui est mis à sa disposition au poste de police concerné.
Le Roi détermine le contenu de ce formulaire, ainsi que les modalités d'exécution de ces conditions.
§ 2. A chaque fois que l'intéressé ne se présente pas en contravention au § 1er, et sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, la durée imposée de l'obligation administrative de se présenter, est prolongée d'un mois, soit à partir de la fin de l'obligation administrative de se présenter en cours, soit à compter de la notification visée au § 3, alinéa 2, si ladite notification a lieu à l'issue de l'obligation administrative de se présenter en cours, et une somme d'argent forfaitaire de cinq cents euros lui est infligée.
§ 3. Le non-respect de l'obligation administrative de se présenter est constaté dans un procès-verbal par un fonctionnaire de police. L'original de ce procès-verbal est envoyé à un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er.
Dans les deux mois qui suivent la constatation du non-respect de l'obligation administrative de se présenter, un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, communique au contrevenant par lettre recommandée à la poste, l'application du § 2. Cette lettre mentionne la prolongation d'un mois de l'obligation administrative de se présenter et contient une invitation à payer la somme de cinq cents euros dans un délai de deux mois à compter du jour de la notification.
Au troisième manquement à l'obligation administrative de se présenter, le dossier du contrevenant est transmis par un fonctionnaire désigné par le Roi, visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire de la résidence du contrevenant.
Le procureur du Roi peut poursuivre le contrevenant sur la base de l'article 41bis, alinéa 1er.
§ 4. Cet article n'est pas d'application pour le contrevenant qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale. "
Art.32. In dezelfde wet wordt een artikel 24ter ingevoegd, luidende :
" Art. 24ter. - § 1. In het geval er, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod van twee jaar of meer wordt opgelegd, kan aan de overtreder een administratief verbod om het grondgebied te verlaten worden opgelegd voor een land waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld waaraan een club van de eerste, tweede of derde nationale klasse uit België deelneemt, een wedstrijd waaraan de Belgische nationale ploeg deelneemt, of voor een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, voor een duur die gelijk is aan deze van het administratief stadionverbod.
Het administratief verbod het grondgebied te verlaten is van toepassing behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om naar dat land te reizen, blijkt.
De ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaalt voor welke club of clubs of voor welk kampioenschap het administratief verbod om het grondgebied te verlaten van toepassing is.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs, of het kampioenschap, waarvoor betrokkene een administratief verbod om het grondgebied te verlaten, wordt opgelegd.
Dit administratief verbod het grondgebied te verlaten begint ten vroegste 48 uur vóór het begin van de wedstrijd of het tornooi te lopen tot maximum het einde van de wedstrijd of het tornooi.
§ 2. Ten einde de naleving van dit verbod te controleren, kan betrokkene een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor opgelegd worden.
Betrokkene dient zich in voorkomend geval tijdens elke betrokken wedstrijd aan te melden op een door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich in de nabijheid van diens woonplaats bevindt.
Wanneer het gaat om een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, dient de betrokkene zich aan te melden tijdens elke wedstrijd van elk land dat door de door de Koning aangewezen ambtenaar wordt bepaald.
Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld in artikel 30, de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich in de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden.
Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor.
De Koning bepaalt de inhoud van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden.
§ 3. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt in overtreding van § 2, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt hem een forfaitaire geldsom van duizend euro opgelegd.
§ 4. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een aangetekende brief, de toepassing van § 3 mee. Deze brief bevat een uitnodiging tot betaling van de som van duizend euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving.
Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht, wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder.
De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid.
§ 5. Dit artikel is niet van toepassing voor personen die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. "
" Art. 24ter. - § 1. In het geval er, overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV, een administratief stadionverbod van twee jaar of meer wordt opgelegd, kan aan de overtreder een administratief verbod om het grondgebied te verlaten worden opgelegd voor een land waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld waaraan een club van de eerste, tweede of derde nationale klasse uit België deelneemt, een wedstrijd waaraan de Belgische nationale ploeg deelneemt, of voor een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, voor een duur die gelijk is aan deze van het administratief stadionverbod.
Het administratief verbod het grondgebied te verlaten is van toepassing behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om naar dat land te reizen, blijkt.
De ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaalt voor welke club of clubs of voor welk kampioenschap het administratief verbod om het grondgebied te verlaten van toepassing is.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs, of het kampioenschap, waarvoor betrokkene een administratief verbod om het grondgebied te verlaten, wordt opgelegd.
Dit administratief verbod het grondgebied te verlaten begint ten vroegste 48 uur vóór het begin van de wedstrijd of het tornooi te lopen tot maximum het einde van de wedstrijd of het tornooi.
§ 2. Ten einde de naleving van dit verbod te controleren, kan betrokkene een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor opgelegd worden.
Betrokkene dient zich in voorkomend geval tijdens elke betrokken wedstrijd aan te melden op een door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich in de nabijheid van diens woonplaats bevindt.
Wanneer het gaat om een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, dient de betrokkene zich aan te melden tijdens elke wedstrijd van elk land dat door de door de Koning aangewezen ambtenaar wordt bepaald.
Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld in artikel 30, de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich in de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt.
De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden.
Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor.
De Koning bepaalt de inhoud van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden.
§ 3. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt in overtreding van § 2, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt hem een forfaitaire geldsom van duizend euro opgelegd.
§ 4. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een aangetekende brief, de toepassing van § 3 mee. Deze brief bevat een uitnodiging tot betaling van de som van duizend euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving.
Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht, wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder.
De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid.
§ 5. Dit artikel is niet van toepassing voor personen die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. "
Art.32. Un article 24ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 24ter. - § 1er. Dans le cas où une interdiction de stade administrative de deux ans ou plus est infligée au terme de la procédure prévue au Titre IV, le contrevenant peut se voir infliger une interdiction administrative de quitter le territoire pour un pays dans lequel se déroule un match de football auquel participe une équipe de première, deuxième ou troisième division nationale belge, ou auquel participe l'équipe nationale belge, ou dans lequel un Championnat du monde ou Championnat européen de football a lieu, pour une durée identique à celle de l'interdiction de stade administrative.
L'interdiction administrative de quitter le territoire est d'application sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité de se rendre dans le pays concerné.
Le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, détermine le(s) club(s) ou le championnat au(x)quel(s) s'applique l'interdiction administrative de quitter le territoire.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte lorsqu'il détermine le(s) club(s) ou le championnat pour le(s)quel(s) une interdiction administrative de quitter le territoire est infligée.
Cette interdiction administrative de quitter le territoire national prend effet au plus tôt 48 heures avant le début du match ou du tournoi et ne va pas au-delà de la fin du match ou du tournoi.
§ 2. En vue de contrôler le respect de cette interdiction, l'intéressé peut être obligé administrativement de se présenter à un poste de police.
Le cas échéant, l'intéressé est tenu de se présenter pendant chaque match concerné à un poste de police désigné par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, et qui se trouve à proximité de son domicile.
Lorsqu'il s'agit d'un Championnat du monde ou d'un Championnat européen de football, l'intéressé est tenu de se présenter pendant chaque match de chaque pays qui est déterminé par le fonctionnaire désigné par le Roi.
L'intéressé a la possibilité, dans les trente jours à compter de la date de notification de la lettre recommandée, visée à l'article 30, de demander au fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, de pouvoir se présenter à un poste de police qui se trouve à proximité de sa résidence.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte en désignant le poste de police auquel l'intéressé est tenu de se présenter.
L'intéressé signe chaque fois, sur présentation de sa carte d'identité, un formulaire qui est mis à sa disposition au poste de police concerné.
Le Roi détermine le contenu de ce formulaire, ainsi que les modalités d'exécution de ces conditions.
§ 3. A chaque fois que le contrevenant ne se présente pas en contravention au § 2 et sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, une somme d'argent forfaitaire de mille euros lui est infligée.
§ 4. Le non-respect de l'obligation administrative de se présenter est constaté dans un procès-verbal par un fonctionnaire de police. L'original de ce procès-verbal est envoyé à un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er.
Dans les deux mois qui suivent la constatation du non-respect de l'obligation administrative de se présenter, un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, communique au contrevenant, par lettre recommandée, l'application du § 3. Cette lettre contient une invitation à payer la somme de mille euros dans un délai de deux mois à compter du jour de la notification.
Au troisième manquement à l'obligation administrative de se présenter, le dossier de l'intéressé est transmis par un fonctionnaire désigné par le Roi, visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire de la résidence du contrevenant.
Le procureur du Roi peut poursuivre le contrevenant sur la base de l'article 41bis, alinéa 1er.
§ 5. Cet article n'est pas d'application pour une personne qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale. "
" Art. 24ter. - § 1er. Dans le cas où une interdiction de stade administrative de deux ans ou plus est infligée au terme de la procédure prévue au Titre IV, le contrevenant peut se voir infliger une interdiction administrative de quitter le territoire pour un pays dans lequel se déroule un match de football auquel participe une équipe de première, deuxième ou troisième division nationale belge, ou auquel participe l'équipe nationale belge, ou dans lequel un Championnat du monde ou Championnat européen de football a lieu, pour une durée identique à celle de l'interdiction de stade administrative.
L'interdiction administrative de quitter le territoire est d'application sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité de se rendre dans le pays concerné.
Le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, détermine le(s) club(s) ou le championnat au(x)quel(s) s'applique l'interdiction administrative de quitter le territoire.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte lorsqu'il détermine le(s) club(s) ou le championnat pour le(s)quel(s) une interdiction administrative de quitter le territoire est infligée.
Cette interdiction administrative de quitter le territoire national prend effet au plus tôt 48 heures avant le début du match ou du tournoi et ne va pas au-delà de la fin du match ou du tournoi.
§ 2. En vue de contrôler le respect de cette interdiction, l'intéressé peut être obligé administrativement de se présenter à un poste de police.
Le cas échéant, l'intéressé est tenu de se présenter pendant chaque match concerné à un poste de police désigné par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, et qui se trouve à proximité de son domicile.
Lorsqu'il s'agit d'un Championnat du monde ou d'un Championnat européen de football, l'intéressé est tenu de se présenter pendant chaque match de chaque pays qui est déterminé par le fonctionnaire désigné par le Roi.
L'intéressé a la possibilité, dans les trente jours à compter de la date de notification de la lettre recommandée, visée à l'article 30, de demander au fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, de pouvoir se présenter à un poste de police qui se trouve à proximité de sa résidence.
Le Roi détermine les critères dont le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, doit tenir compte en désignant le poste de police auquel l'intéressé est tenu de se présenter.
L'intéressé signe chaque fois, sur présentation de sa carte d'identité, un formulaire qui est mis à sa disposition au poste de police concerné.
Le Roi détermine le contenu de ce formulaire, ainsi que les modalités d'exécution de ces conditions.
§ 3. A chaque fois que le contrevenant ne se présente pas en contravention au § 2 et sauf disposition légale, ordre de l'autorité ou autre permission expresse et préalable ou motif légitime faisant apparaître la licéité, une somme d'argent forfaitaire de mille euros lui est infligée.
§ 4. Le non-respect de l'obligation administrative de se présenter est constaté dans un procès-verbal par un fonctionnaire de police. L'original de ce procès-verbal est envoyé à un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er.
Dans les deux mois qui suivent la constatation du non-respect de l'obligation administrative de se présenter, un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, communique au contrevenant, par lettre recommandée, l'application du § 3. Cette lettre contient une invitation à payer la somme de mille euros dans un délai de deux mois à compter du jour de la notification.
Au troisième manquement à l'obligation administrative de se présenter, le dossier de l'intéressé est transmis par un fonctionnaire désigné par le Roi, visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, au procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire de la résidence du contrevenant.
Le procureur du Roi peut poursuivre le contrevenant sur la base de l'article 41bis, alinéa 1er.
§ 5. Cet article n'est pas d'application pour une personne qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale. "
Art.33. In dezelfde wet wordt een artikel 24quater ingevoegd, luidende :
" Art. 24quater.- In geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis, en 23ter kan een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd aan de minderjarige boven de veertien jaar op het ogenblik van de feiten. "
" Art. 24quater.- In geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis, en 23ter kan een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd aan de minderjarige boven de veertien jaar op het ogenblik van de feiten. "
Art.33. Un article 24quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 24quater. - En cas de contravention aux article s 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis et 23ter, une interdiction de stade administrative d'une durée de trois mois à cinq ans peut être infligée au mineur de plus de quatorze ans au moment des faits. "
" Art. 24quater. - En cas de contravention aux article s 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis et 23ter, une interdiction de stade administrative d'une durée de trois mois à cinq ans peut être infligée au mineur de plus de quatorze ans au moment des faits. "
Art.34. In artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 18 en 24 " vervangen door de woorden " in de artikelen 18 en 24 tot 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " gestuurd aan de ambtenaar " vervangen door de woorden " gestuurd aan een ambtenaar ";
3° in het derde lid worden de woorden " in de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " in de artikelen 20 tot 23ter ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 18 en 24 " vervangen door de woorden " in de artikelen 18 en 24 tot 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " gestuurd aan de ambtenaar " vervangen door de woorden " gestuurd aan een ambtenaar ";
3° in het derde lid worden de woorden " in de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " in de artikelen 20 tot 23ter ".
Art.34. A l'article 25 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " par les article s 18 et 24 " sont remplacés par les mots " par les article s 18 et 24 à 24quater ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " envoyé au fonctionnaire " sont remplacés par les mots " envoyé à un fonctionnaire ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " par les article s 18 et 24 " sont remplacés par les mots " par les article s 18 et 24 à 24quater ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " envoyé au fonctionnaire " sont remplacés par les mots " envoyé à un fonctionnaire ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ".
Art.35. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " opgelegd door de door de Koning aangewezen ambtenaar " vervangen door de woorden " opgelegd door een door de Koning aangewezen ambtenaar ", worden de woorden " Wanneer de ambtenaar beslist " vervangen door de woorden " Wanneer een door de Koning aangewezen ambtenaar beslist ", worden de woorden " het recht heeft om bij die gelegenheid de in het eerste lid bedoelde ambtenaar om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken " vervangen door de woorden " het recht heeft om bij die gelegenheid de in het eerste lid bedoelde ambtenaar expliciet om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken " en worden de woorden " De in het eerste lid bedoelde ambtenaar bepaalt " vervangen door de woorden " Een door de Koning aangewezen ambtenaar bepaalt ";
2° in § 2 worden de woorden " artikel 24, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 24quater " en worden de woorden " Wanneer de feiten bij de in § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt " vervangen door de woorden " Wanneer de feiten bij een in § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt ".
1° in § 1 worden de woorden " opgelegd door de door de Koning aangewezen ambtenaar " vervangen door de woorden " opgelegd door een door de Koning aangewezen ambtenaar ", worden de woorden " Wanneer de ambtenaar beslist " vervangen door de woorden " Wanneer een door de Koning aangewezen ambtenaar beslist ", worden de woorden " het recht heeft om bij die gelegenheid de in het eerste lid bedoelde ambtenaar om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken " vervangen door de woorden " het recht heeft om bij die gelegenheid de in het eerste lid bedoelde ambtenaar expliciet om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken " en worden de woorden " De in het eerste lid bedoelde ambtenaar bepaalt " vervangen door de woorden " Een door de Koning aangewezen ambtenaar bepaalt ";
2° in § 2 worden de woorden " artikel 24, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 24quater " en worden de woorden " Wanneer de feiten bij de in § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt " vervangen door de woorden " Wanneer de feiten bij een in § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt ".
Art.35. A l'article 26 de la même loi, modifié par les lois des 10 mars 2003 et 27 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " imposée par le fonctionnaire désigné par le Roi " sont remplacés par les mots " imposée par un fonctionnaire désigné par le Roi ", les mots " Lorsque le fonctionnaire décide " sont remplacés par les mots " Lorsqu'un fonctionnaire désigné par le Roi décide ", les mots " droit de demander au fonctionnaire visé à l'alinéa 1er de présenter oralement sa défense " sont remplacés par les mots " droit de demander explicitement au fonctionnaire visé à l'alinéa 1er de présenter oralement sa défense " et les mots " Le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er précise " sont remplacés par les mots " Un fonctionnaire désigné par le Roi précise ";
2° dans le § 2, les mots " l'article 24, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 24quater ", et les mots " Lorsque le fonctionnaire visé au § 1er, alinéa 1er, est saisi " sont remplacés par les mots " Lorsqu'un fonctionnaire visé au § 1er, alinéa 1er, est saisi ".
1° dans le § 1er, les mots " imposée par le fonctionnaire désigné par le Roi " sont remplacés par les mots " imposée par un fonctionnaire désigné par le Roi ", les mots " Lorsque le fonctionnaire décide " sont remplacés par les mots " Lorsqu'un fonctionnaire désigné par le Roi décide ", les mots " droit de demander au fonctionnaire visé à l'alinéa 1er de présenter oralement sa défense " sont remplacés par les mots " droit de demander explicitement au fonctionnaire visé à l'alinéa 1er de présenter oralement sa défense " et les mots " Le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er précise " sont remplacés par les mots " Un fonctionnaire désigné par le Roi précise ";
2° dans le § 2, les mots " l'article 24, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 24quater ", et les mots " Lorsque le fonctionnaire visé au § 1er, alinéa 1er, est saisi " sont remplacés par les mots " Lorsqu'un fonctionnaire visé au § 1er, alinéa 1er, est saisi ".
Art.36. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de woorden " op basis van de artikelen 18 of 24 " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 18 of 24 tot 24quater ".
Art.36. Dans l'article 27 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, les mots " sur la base des article s 18 ou 24 " sont remplacés par les mots " par les article s 18 ou 24 à 24quater ".
Art.37. In artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " het bedrag van de administratieve geldboete en de duur van het administratief stadionverbod, of een van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 31 " vervangen door de woorden " het bedrag van de administratieve geldboete, de duur van het administratief stadionverbod, de duur van het administratief perimeterverbod, de duur van de administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en de modaliteiten van deze verplichting, en de duur van het administratief verbod het grondgebied te verlaten en de modaliteiten van dit verbod, of één van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 30, vierde lid, en van artikel 31 ";
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" Voor de persoon die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft, worden de bepalingen van artikel 24, § 3, eveneens vermeld. ";
3° in het derde lid worden de woorden " op de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " op de artikelen 20 tot 23ter " en worden de woorden " van een enkele administratieve geldboete en een enkel administratief stadionverbod " vervangen door de woorden " van een enkele administratieve geldboete, een enkel administratief stadionverbod, een enkel administratief perimeterverbod, een enkele administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en een enkel administratief verbod het grondgebied te verlaten ".
1° in het eerste lid worden de woorden " het bedrag van de administratieve geldboete en de duur van het administratief stadionverbod, of een van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 31 " vervangen door de woorden " het bedrag van de administratieve geldboete, de duur van het administratief stadionverbod, de duur van het administratief perimeterverbod, de duur van de administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en de modaliteiten van deze verplichting, en de duur van het administratief verbod het grondgebied te verlaten en de modaliteiten van dit verbod, of één van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 30, vierde lid, en van artikel 31 ";
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" Voor de persoon die in België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft, worden de bepalingen van artikel 24, § 3, eveneens vermeld. ";
3° in het derde lid worden de woorden " op de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " op de artikelen 20 tot 23ter " en worden de woorden " van een enkele administratieve geldboete en een enkel administratief stadionverbod " vervangen door de woorden " van een enkele administratieve geldboete, een enkel administratief stadionverbod, een enkel administratief perimeterverbod, een enkele administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en een enkel administratief verbod het grondgebied te verlaten ".
Art.37. A l'article 29 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " le montant de l'amende administrative et la durée de l'interdiction administrative de stade ou l'une de ces sanctions seulement, et les dispositions de l'article 31 " sont remplacés par les mots " le montant de l'amende administrative, la durée de l'interdiction administrative de stade, la durée de l'interdiction administrative de périmètre, la durée de l'obligation administrative de se presenter à un poste de police et les modalités de cette obligation, et la durée de l'interdiction administrative de quitter le territoire et les modalités de cette interdiction, ou l'une de ces sanctions seulement, et les dispositions de l'article 30, alinéa 4, et de l'article 31 ";
2° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" Pour la personne qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale, les dispositions de l'article 24, § 3, sont également mentionnées. ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter " et les mots " à une amende administrative unique et à une interdiction administrative unique de stade " sont remplacés par les mots " à une amende administrative unique, à une interdiction administrative unique de stade, à une interdiction administrative unique de périmètre, à une obligation administrative unique de se présenter à un poste de police et à une interdiction administrative unique de quitter le territoire ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " le montant de l'amende administrative et la durée de l'interdiction administrative de stade ou l'une de ces sanctions seulement, et les dispositions de l'article 31 " sont remplacés par les mots " le montant de l'amende administrative, la durée de l'interdiction administrative de stade, la durée de l'interdiction administrative de périmètre, la durée de l'obligation administrative de se presenter à un poste de police et les modalités de cette obligation, et la durée de l'interdiction administrative de quitter le territoire et les modalités de cette interdiction, ou l'une de ces sanctions seulement, et les dispositions de l'article 30, alinéa 4, et de l'article 31 ";
2° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" Pour la personne qui n'a en Belgique ni domicile ni résidence principale, les dispositions de l'article 24, § 3, sont également mentionnées. ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter " et les mots " à une amende administrative unique et à une interdiction administrative unique de stade " sont remplacés par les mots " à une amende administrative unique, à une interdiction administrative unique de stade, à une interdiction administrative unique de périmètre, à une obligation administrative unique de se présenter à un poste de police et à une interdiction administrative unique de quitter le territoire ".
Art.38. In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " van de artikelen 20 tot 23ter ";
2° in het tweede lid worden de woorden " artikel 24, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 24quater ";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden :
" De beslissing wordt betekend uiterlijk binnen de tien werkdagen die volgen op het aflopen van de termijn bepaald in artikel 32.
Naast de beslissing bevat de betekening in voorkomend geval een uitnodiging tot betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de overtreder binnen de termijn bepaald in artikel 28. Na het verstrijken van deze termijn is een nalatigheidsintrest, gelijk aan de wettelijke intrestvoet, verschuldigd. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " van de artikelen 20 tot 23ter ";
2° in het tweede lid worden de woorden " artikel 24, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 24quater ";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden :
" De beslissing wordt betekend uiterlijk binnen de tien werkdagen die volgen op het aflopen van de termijn bepaald in artikel 32.
Naast de beslissing bevat de betekening in voorkomend geval een uitnodiging tot betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de overtreder binnen de termijn bepaald in artikel 28. Na het verstrijken van deze termijn is een nalatigheidsintrest, gelijk aan de wettelijke intrestvoet, verschuldigd. ".
Art.38. A l'article 30 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " l'article 24, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 24quater ";
3° l'article est complété par les alinéas suivants :
" La décision est notifiée au plus tard dans les dix jours ouvrables qui suivent à l'expiration du délai prévu à l'article 32.
Outre la décision, la notification contient, le cas échéant, une invitation à payer l'amende administrative infligée au contrevenant dans le délai prévu à l'article 28. Après l'écoulement de ce délai, un intérêt de retard, égal au taux d'intérêt légal, est dû. ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " l'article 24, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 24quater ";
3° l'article est complété par les alinéas suivants :
" La décision est notifiée au plus tard dans les dix jours ouvrables qui suivent à l'expiration du délai prévu à l'article 32.
Outre la décision, la notification contient, le cas échéant, une invitation à payer l'amende administrative infligée au contrevenant dans le délai prévu à l'article 28. Après l'écoulement de ce délai, un intérêt de retard, égal au taux d'intérêt légal, est dû. ".
Art.39. Artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt aangevuld met een § 3, luidende :
" § 3. Wanneer in beroep een administratief stadionverbod wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder. Het stadionverbod gaat in op de dag volgend op de betekening. Indien de betrokken persoon op dat moment reeds het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod, vangt het nieuwe stadionverbod aan de dag volgend op deze waarop het lopend stadionverbod een einde neemt.
Wanneer in beroep enkel een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, behoudens indien de geldboete werd betaald binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. ".
" § 3. Wanneer in beroep een administratief stadionverbod wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder. Het stadionverbod gaat in op de dag volgend op de betekening. Indien de betrokken persoon op dat moment reeds het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod, vangt het nieuwe stadionverbod aan de dag volgend op deze waarop het lopend stadionverbod een einde neemt.
Wanneer in beroep enkel een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, behoudens indien de geldboete werd betaald binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. ".
Art.39. L'article 31 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est complété par un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Quand une interdiction de stade administrative est infligée en degré d'appel, le jugement est signifié à l'intéressé par un huissier de justice, sur demande d'un fonctionnaire désigné par le Roi visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er. L'interdiction de stade commence à courir le lendemain de la signification. Si la personne concernée fait déjà l'objet d'une interdiction de stade à ce moment, la nouvelle interdiction de stade débute le lendemain du jour où l'interdiction de stade en cours prend fin.
Quand seule une amende administrative est infligée en degré d'appel, le jugement est signifié à l'intéressé par un huissier de justice, sur demande d'un fonctionnaire désigné par le Roi visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, sauf si l'amende est payée dans un délai de trente jours à compter de la date du jugement. ".
" § 3. Quand une interdiction de stade administrative est infligée en degré d'appel, le jugement est signifié à l'intéressé par un huissier de justice, sur demande d'un fonctionnaire désigné par le Roi visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er. L'interdiction de stade commence à courir le lendemain de la signification. Si la personne concernée fait déjà l'objet d'une interdiction de stade à ce moment, la nouvelle interdiction de stade débute le lendemain du jour où l'interdiction de stade en cours prend fin.
Quand seule une amende administrative est infligée en degré d'appel, le jugement est signifié à l'intéressé par un huissier de justice, sur demande d'un fonctionnaire désigné par le Roi visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, sauf si l'amende est payée dans un délai de trente jours à compter de la date du jugement. ".
Art.40. In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " van de artikelen 20 tot 23ter ", worden de woorden " tienduizend frank " vervangen door de woorden " tweehonderd vijftig euro " en worden de woorden " door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid " vervangen door de woorden " door een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, of door een officier van gerechtelijke of van bestuurlijke politie, overeenkomstig de door de Koning bepaalde modaliteiten ";
2° in het tweede lid worden de woorden " door de betrokken ambtenaar " vervangen door de woorden " door een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid ".
1° in het eerste lid worden de woorden " van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter " vervangen door de woorden " van de artikelen 20 tot 23ter ", worden de woorden " tienduizend frank " vervangen door de woorden " tweehonderd vijftig euro " en worden de woorden " door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid " vervangen door de woorden " door een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, of door een officier van gerechtelijke of van bestuurlijke politie, overeenkomstig de door de Koning bepaalde modaliteiten ";
2° in het tweede lid worden de woorden " door de betrokken ambtenaar " vervangen door de woorden " door een ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid ".
Art.40. A l'article 34 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ", les mots " dix mille francs " sont remplacés par les mots " deux cent cinquante euros " et les mots " par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " par un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, ou par un officier de police judiciaire ou administrative, selon les modalités prévues par le Roi ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " par le fonctionnaire concerné " sont remplacés par les mots " par un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis et 23ter " sont remplacés par les mots " aux article s 20 à 23ter ", les mots " dix mille francs " sont remplacés par les mots " deux cent cinquante euros " et les mots " par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " par un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er, ou par un officier de police judiciaire ou administrative, selon les modalités prévues par le Roi ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " par le fonctionnaire concerné " sont remplacés par les mots " par un fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er ".
Art.41. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming " ingevoegd tussen de woorden " of een strafrechtelijke vervolging " en de woorden " werd ingesteld " en worden de woorden " op basis van artikel 24 " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 24 tot 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " op basis van artikel 24 " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 24 tot 24quater ".
1° in het eerste lid worden de woorden " of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming " ingevoegd tussen de woorden " of een strafrechtelijke vervolging " en de woorden " werd ingesteld " en worden de woorden " op basis van artikel 24 " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 24 tot 24quater ";
2° in het tweede lid worden de woorden " op basis van artikel 24 " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 24 tot 24quater ".
Art.41. A l'article 35 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou des poursuites dans le cadre de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse " sont insérés entre les mots " que des poursuites pénales " et les mots " ont été engagées, " et les mots " sur la base de l'article 24 " sont remplacés par les mots " sur la base des article s 24 à 24quater " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " sur la base de l'article 24 " sont remplacés par les mots " sur la base des article s 24 à 24quater ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou des poursuites dans le cadre de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse " sont insérés entre les mots " que des poursuites pénales " et les mots " ont été engagées, " et les mots " sur la base de l'article 24 " sont remplacés par les mots " sur la base des article s 24 à 24quater " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " sur la base de l'article 24 " sont remplacés par les mots " sur la base des article s 24 à 24quater ".
Art.42. In artikel 36 van dezelfde wet worden de woorden " of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming " ingevoegd tussen de woorden " van de strafvordering " en de woorden " door de procureur des Konings " en de woorden " van artikel 24 " worden vervangen door de woorden " van de artikelen 24 tot 24quater ".
Art.42. Dans l'article 36 de la même loi, les mots " ou des poursuites dans le cadre de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse " sont insérés entre les mots " la procédure pénale " et les mots " pour les faits " et les mots " à l'article 24 " sont remplacés par les mots " aux article s 24 à 24quater ".
Art.43. In artikel 37 van dezelfde wet worden de woorden " tienduizend frank " worden vervangen door de woorden " tweehonderd vijftig euro " en worden de woorden " vijfduizend frank " vervangen door de woorden " honderd vijfentwintig euro ".
Art.43. Dans l'article 37 de la même loi, les mots " dix mille francs " sont remplacés par les mots " deux cent cinquante euros " et les mots " cinq mille francs " sont remplacés par les mots " cent vingt cinq euros ".
Art.44. In dezelfde wet wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidende :
" Art. 37bis. - Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve stadionverboden, bepaald in artikel 24, § 2, worden verminderd tot beneden hun minimum, zonder dat zij ooit lager kunnen zijn dan drie maanden. ".
" Art. 37bis. - Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve stadionverboden, bepaald in artikel 24, § 2, worden verminderd tot beneden hun minimum, zonder dat zij ooit lager kunnen zijn dan drie maanden. ".
Art.44. Un article 37bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 37bis. - S'il existe des circonstances atténuantes, les interdictions de stade administratives prévues à l'article 24, § 2, peuvent être diminuées jusqu'en-deçà de leur minimum, sans qu'elles ne puissent être inférieures à trois mois. ".
" Art. 37bis. - S'il existe des circonstances atténuantes, les interdictions de stade administratives prévues à l'article 24, § 2, peuvent être diminuées jusqu'en-deçà de leur minimum, sans qu'elles ne puissent être inférieures à trois mois. ".
Art.45. In artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " een misdrijf, begaan in een stadion of in de perimeter " vervangen door de woorden " een misdrijf, begaan omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd ";
2° in het tweede lid worden de woorden ", een perimeterverbod of een verbod het grondgebied te verlaten " ingevoegd tussen de woorden " een aanmeldingsplicht " en het woord " impliceren ".
1° in het eerste lid worden de woorden " een misdrijf, begaan in een stadion of in de perimeter " vervangen door de woorden " een misdrijf, begaan omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd ";
2° in het tweede lid worden de woorden ", een perimeterverbod of een verbod het grondgebied te verlaten " ingevoegd tussen de woorden " een aanmeldingsplicht " en het woord " impliceren ".
Art.45. A l'article 41 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportees les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " une infraction commise dans un stade ou dans le périmetre " sont remplacés par les mots " une infraction commise en raison et à l'occasion de l'organisation d'un match de football ";
2° à l'alinéa 2, les mots ", une interdiction de pénétrer dans le périmètre ou une interdiction de quitter le territoire " sont insérés entre les mots " une obligation de se présenter " et les mots " selon les modalités ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " une infraction commise dans un stade ou dans le périmetre " sont remplacés par les mots " une infraction commise en raison et à l'occasion de l'organisation d'un match de football ";
2° à l'alinéa 2, les mots ", une interdiction de pénétrer dans le périmètre ou une interdiction de quitter le territoire " sont insérés entre les mots " une obligation de se présenter " et les mots " selon les modalités ".
Art.46. In dezelfde wet wordt een artikel 41bis ingevoegd, luidende :
" Art. 41bis. - Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 24bis of 24ter, het voorwerp uitmaakt van een administratieve verplichting zich aan te melden op een politiekantoor en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde administratieve aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld.
Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 41, het voorwerp uitmaakt van een aanmeldingsplicht en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld. ".
" Art. 41bis. - Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 24bis of 24ter, het voorwerp uitmaakt van een administratieve verplichting zich aan te melden op een politiekantoor en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde administratieve aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld.
Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 41, het voorwerp uitmaakt van een aanmeldingsplicht en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld. ".
Art.46. Un article 41bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 41bis. - Est puni d'une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de vingt-cinq à mille euros, ou d'une de ces deux peines seulement, toute personne qui fait l'objet d'une obligation administrative de se présenter à un poste de police, conformément à l'article 24bis ou à l'article 24ter et qui, à au moins trois reprises au cours d'une même obligation administrative de s'y présenter, ne s'y présente pas.
Est puni d'une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de vingt-cinq à mille euros, ou d'une de ces peines seulement, toute personne qui fait l'objet d'une obligation de se présenter, conformément à l'article 41 et qui, à au moins trois reprises au cours d'une même obligation de se présenter, ne se présente pas. ".
" Art. 41bis. - Est puni d'une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de vingt-cinq à mille euros, ou d'une de ces deux peines seulement, toute personne qui fait l'objet d'une obligation administrative de se présenter à un poste de police, conformément à l'article 24bis ou à l'article 24ter et qui, à au moins trois reprises au cours d'une même obligation administrative de s'y présenter, ne s'y présente pas.
Est puni d'une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de vingt-cinq à mille euros, ou d'une de ces peines seulement, toute personne qui fait l'objet d'une obligation de se présenter, conformément à l'article 41 et qui, à au moins trois reprises au cours d'une même obligation de se présenter, ne se présente pas. ".
Art.47. In artikel 43 van dezelfde wet wordt tussen het eerste en tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" In afwijking van het eerste lid, kunnen gepersonaliseerde gegevens door de politiediensten aan een veiligheidsverantwoordelijke worden meegedeeld met het oog op het toepassen van de regeling van burgerrechtelijke uitsluiting zoals bepaald in artikel 10, 2°. ".
" In afwijking van het eerste lid, kunnen gepersonaliseerde gegevens door de politiediensten aan een veiligheidsverantwoordelijke worden meegedeeld met het oog op het toepassen van de regeling van burgerrechtelijke uitsluiting zoals bepaald in artikel 10, 2°. ".
Art.47. A l'article 43 de la même loi, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel peuvent être communiquées par les services de police à un responsable de la sécurité dans le but d'appliquer la réglementation d'exclusion civile telle que prévue à l'article 10, 2°. ".
" Par dérogation à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel peuvent être communiquées par les services de police à un responsable de la sécurité dans le but d'appliquer la réglementation d'exclusion civile telle que prévue à l'article 10, 2°. ".
Art.48. In dezelfde wet wordt een artikel 43bis ingevoegd, luidende :
" Art. 43bis. - Teneinde het de organisatoren, overeenkomstig artikel 10, 8°, mogelijk te maken te helpen toezien op de naleving van de stadionverboden, kunnen hun, via de veiligheidsverantwoordelijke, door de politiediensten foto's van de personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod, worden meegedeeld. De identiteit van deze personen wordt duidelijk zichtbaar op deze foto's aangebracht. Deze foto's kunnen slechts worden bijgehouden gedurende de periode waarin het stadionverbod lopende is.
De organisator, de veiligheidsverantwoordelijke of de steward die deze inlichtingen en documentatie meedeelt aan derden, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. ".
" Art. 43bis. - Teneinde het de organisatoren, overeenkomstig artikel 10, 8°, mogelijk te maken te helpen toezien op de naleving van de stadionverboden, kunnen hun, via de veiligheidsverantwoordelijke, door de politiediensten foto's van de personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod, worden meegedeeld. De identiteit van deze personen wordt duidelijk zichtbaar op deze foto's aangebracht. Deze foto's kunnen slechts worden bijgehouden gedurende de periode waarin het stadionverbod lopende is.
De organisator, de veiligheidsverantwoordelijke of de steward die deze inlichtingen en documentatie meedeelt aan derden, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. ".
Art.48. Un article 43bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 43bis. - En vue de permettre aux organisateurs d'apporter leur soutien au respect des interdictions de stade, conformément à l'article 10, 8°, des photographies des personnes concernées par ces interdictions de stade peuvent leur être communiquées par les services de police par le biais du responsable de la sécurité. L'identité de ces personnes est indiquée visiblement sur les photographies. Ces photographies ne peuvent être conservées que durant la période pendant laquelle court l'interdiction de stade.
Sera puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal, l'organisateur, le responsable de sécurité ou le steward qui fait part à des tiers de ces renseignements et documentations. ".
" Art. 43bis. - En vue de permettre aux organisateurs d'apporter leur soutien au respect des interdictions de stade, conformément à l'article 10, 8°, des photographies des personnes concernées par ces interdictions de stade peuvent leur être communiquées par les services de police par le biais du responsable de la sécurité. L'identité de ces personnes est indiquée visiblement sur les photographies. Ces photographies ne peuvent être conservées que durant la période pendant laquelle court l'interdiction de stade.
Sera puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal, l'organisateur, le responsable de sécurité ou le steward qui fait part à des tiers de ces renseignements et documentations. ".
Art.49. In artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " Bij vaststelling in een stadion of in de perimeter van een feit dat een administratieve sanctie oplevert in de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis of 23ter " vervangen door de woorden " Bij vaststelling van een feit dat een administratieve sanctie oplevert in de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis of 23ter ";
2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Wanneer dit stadionverbod als beveiligingsmaatregel een minderjarige betreft, wordt de bevestiging van deze beslissing binnen de veertien dagen door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid eveneens verzonden aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen. ";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden " van een misdrijf in een stadion of in de perimeter " vervangen door de woorden " van een misdrijf of een als misdrijf gekwalificeerd feit ";
4° in het zesde lid, 3°, dat het zevende lid, 3° wordt, worden de woorden " in het tweede lid " vervangen door de woorden " in het derde lid ".
1° in het eerste lid worden de woorden " Bij vaststelling in een stadion of in de perimeter van een feit dat een administratieve sanctie oplevert in de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis of 23ter " vervangen door de woorden " Bij vaststelling van een feit dat een administratieve sanctie oplevert in de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis of 23ter ";
2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Wanneer dit stadionverbod als beveiligingsmaatregel een minderjarige betreft, wordt de bevestiging van deze beslissing binnen de veertien dagen door de ambtenaar, bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid eveneens verzonden aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen. ";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden " van een misdrijf in een stadion of in de perimeter " vervangen door de woorden " van een misdrijf of een als misdrijf gekwalificeerd feit ";
4° in het zesde lid, 3°, dat het zevende lid, 3° wordt, worden de woorden " in het tweede lid " vervangen door de woorden " in het derde lid ".
Art.49. A l'article 44 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " En cas de constatation d'un fait passible d'une sanction administrative au sens des article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis ou 23ter, commis dans un stade ou dans le périmètre " sont remplacés par les mots " En cas de constatation d'un fait passible d'une sanction administrative au sens des article s 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis ou 23ter ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Si cette interdiction de stade à titre de mesure de securité concerne un mineur, la confirmation de cette décision dans un délai de quatorze jours par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er est également envoyée aux père et mère, tuteurs ou personnes qui ont la garde du mineur. ";
3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " d'une infraction commise dans un stade ou dans le périmètre " sont remplacés par les mots " d'une infraction ou d'un fait qualifié d'infraction ";
4° dans l'alinéa 6, 3°, qui devient l'alinéa 7, 3°, les mots " à l'alinéa 2 " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 3 ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " En cas de constatation d'un fait passible d'une sanction administrative au sens des article s 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis ou 23ter, commis dans un stade ou dans le périmètre " sont remplacés par les mots " En cas de constatation d'un fait passible d'une sanction administrative au sens des article s 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis ou 23ter ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Si cette interdiction de stade à titre de mesure de securité concerne un mineur, la confirmation de cette décision dans un délai de quatorze jours par le fonctionnaire visé à l'article 26, § 1er, alinéa 1er est également envoyée aux père et mère, tuteurs ou personnes qui ont la garde du mineur. ";
3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " d'une infraction commise dans un stade ou dans le périmètre " sont remplacés par les mots " d'une infraction ou d'un fait qualifié d'infraction ";
4° dans l'alinéa 6, 3°, qui devient l'alinéa 7, 3°, les mots " à l'alinéa 2 " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 3 ".
Art.50. Artikel 45 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003, wordt aangevuld met de volgende leden :
" Teneinde de controle op de naleving van het opgelegde stadionverbod te controleren, wordt, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een centraal bestand van foto's aangelegd van personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod. De persoon die het voorwerp uitmaakt van dergelijk stadionverbod wordt door een politieambtenaar uitgenodigd zich te melden op een politiekantoor om zich te laten fotograferen.
De politiediensten zenden deze foto, of enige andere foto van betrokkene waarover de politie beschikt, aan de veiligheidsverantwoordelijken, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ".
" Teneinde de controle op de naleving van het opgelegde stadionverbod te controleren, wordt, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een centraal bestand van foto's aangelegd van personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod. De persoon die het voorwerp uitmaakt van dergelijk stadionverbod wordt door een politieambtenaar uitgenodigd zich te melden op een politiekantoor om zich te laten fotograferen.
De politiediensten zenden deze foto, of enige andere foto van betrokkene waarover de politie beschikt, aan de veiligheidsverantwoordelijken, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ".
Art.50. L'article 45 de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 2003, est complété par les alinéas suivants :
" Afin d'assurer le contrôle du respect de l'interdiction de stade imposée, un fichier central de photographies des personnes qui font l'objet d'une interdiction de stade est constitué, selon les modalités prévues par le Roi, après l'avis de la Commission de la protection de la vie privée. La personne qui fait l'objet d'une telle interdiction de stade est invitée à se présenter au poste de police par un fonctionnaire de police afin de se faire photographier.
Les services de police enverront cette photographie, ou toute autre photographie de l'intéressé dont la police dispose, aux responsables de sécurité, selon les modalités prévues par le Roi, après l'avis de la Commission de la protection de la vie privée. ".
" Afin d'assurer le contrôle du respect de l'interdiction de stade imposée, un fichier central de photographies des personnes qui font l'objet d'une interdiction de stade est constitué, selon les modalités prévues par le Roi, après l'avis de la Commission de la protection de la vie privée. La personne qui fait l'objet d'une telle interdiction de stade est invitée à se présenter au poste de police par un fonctionnaire de police afin de se faire photographier.
Les services de police enverront cette photographie, ou toute autre photographie de l'intéressé dont la police dispose, aux responsables de sécurité, selon les modalités prévues par le Roi, après l'avis de la Commission de la protection de la vie privée. ".
Art.51. Artikel 46 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.51. L'article 46 de la même loi est abrogé.
Art.52. Dit hoofdstuk is van toepassing op feiten gepleegd vanaf de dag van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
Art.52. Le présent chapitre est d'application pour des faits commis dès le jour de l'entrée en vigueur du présent chapitre.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet op het politieambt met betrekking tot het toekennen van bepaalde rechten aan personen die van hun vrijheid worden beroofd en de verzekering van fundamentele waarborgen tegen slechte behandeling.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi sur la fonction de police, relatives à l'octroi de certains droits aux personnes qui sont privées de leur liberté et aux garanties fondamentales contre les mauvais traitements.
Art.53. Artikel 31, vierde lid, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, wordt opgeheven.
Art.53. L'article 31, alinéa 4, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, est abrogé.
Art.54. Artikel 33, derde en vierde lid, van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.54. L'article 33, alinéas 3 et 4, de la même loi, sont abrogés.
Art.55. In dezelfde wet wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende :
" Art. 33bis. - Elke vrijheidsberoving wordt ingeschreven in het register van de vrijheidsberovingen.
Dit register is de weergave van het chronologisch verloop van de vrijheidsberoving vanaf het begin tot het einde ervan of tot het ogenblik van de overdracht van de betrokken persoon aan de bevoegde overheden of diensten.
De inhoud en de vorm van het register van de vrijheidsberovingen en de voorwaarden waaronder de gegevens worden bewaard, worden door de Koning bepaald. ".
" Art. 33bis. - Elke vrijheidsberoving wordt ingeschreven in het register van de vrijheidsberovingen.
Dit register is de weergave van het chronologisch verloop van de vrijheidsberoving vanaf het begin tot het einde ervan of tot het ogenblik van de overdracht van de betrokken persoon aan de bevoegde overheden of diensten.
De inhoud en de vorm van het register van de vrijheidsberovingen en de voorwaarden waaronder de gegevens worden bewaard, worden door de Koning bepaald. ".
Art.55. Un article 33bis, rédige comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 33bis. - Toute privation de liberté est inscrite dans le registre des privations de liberté.
Ce registre est le compte-rendu du déroulement chronologique de la privation de liberté de son debut jusqu'à sa fin ou jusqu'au moment du transfert de la personne concernée aux autorités ou aux services compétents.
Le contenu et la forme du registre des privations de liberté ainsi que les conditions de conservation des données sont déterminés par le Roi. ".
" Art. 33bis. - Toute privation de liberté est inscrite dans le registre des privations de liberté.
Ce registre est le compte-rendu du déroulement chronologique de la privation de liberté de son debut jusqu'à sa fin ou jusqu'au moment du transfert de la personne concernée aux autorités ou aux services compétents.
Le contenu et la forme du registre des privations de liberté ainsi que les conditions de conservation des données sont déterminés par le Roi. ".
Art.56. In dezelfde wet wordt een artikel 33ter ingevoegd, luidende :
" Art. 33ter. - Elke bestuurlijke aangehouden persoon moet in kennis worden gesteld van :
- de vrijheidsberoving;
- de redenen van de vrijheidsberoving;
- de maximale duur van deze vrijheidsberoving;
- de materiële procedure van de opsluiting;
- de mogelijkheid tot het nemen van dwangmaatregelen.
De in deze wet bedoelde rechten die uit de vrijheidsberoving voortvloeien worden hetzij mondeling hetzij schriftelijk en in een taal die hij begrijpt medegedeeld aan elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, en dit op het ogenblik dat de officier van bestuurlijke politie de vrijheidsberoving verricht of handhaaft.
Deze kennisgeving wordt schriftelijk bevestigd in het register van de vrijheidsberovingen. De mededeling van de rechten van de aangehoudenen kan collectief georganiseerd worden mits deze procedure als dusdanig wordt opgenomen in het register. ".
" Art. 33ter. - Elke bestuurlijke aangehouden persoon moet in kennis worden gesteld van :
- de vrijheidsberoving;
- de redenen van de vrijheidsberoving;
- de maximale duur van deze vrijheidsberoving;
- de materiële procedure van de opsluiting;
- de mogelijkheid tot het nemen van dwangmaatregelen.
De in deze wet bedoelde rechten die uit de vrijheidsberoving voortvloeien worden hetzij mondeling hetzij schriftelijk en in een taal die hij begrijpt medegedeeld aan elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, en dit op het ogenblik dat de officier van bestuurlijke politie de vrijheidsberoving verricht of handhaaft.
Deze kennisgeving wordt schriftelijk bevestigd in het register van de vrijheidsberovingen. De mededeling van de rechten van de aangehoudenen kan collectief georganiseerd worden mits deze procedure als dusdanig wordt opgenomen in het register. ".
Art.56. Un article 33ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 33ter. - Toute personne arrêtée administrativement doit être informée :
-de la privation de liberté;
- des motifs qui la sous-tendent;
- de la durée maximale de cette privation de liberté;
- de la procédure matérielle de la mise en cellule;
- de la possibilité de recourir à des mesures de contrainte.
Les droits liés à la privation de liberté visés par la présente loi sont notifiés, soit oralement soit par écrit et dans une langue qu'elle comprend, à toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative et ce au moment où l'officier de police administrative effectue ou confirme cette privation de liberté.
Cette notification est confirmée par écrit dans le registre des personnes retenues. La communication des droits des personnes arrêtées peut s'organiser collectivement à condition que cette procédure soit mentionnée dans le registre. ".
" Art. 33ter. - Toute personne arrêtée administrativement doit être informée :
-de la privation de liberté;
- des motifs qui la sous-tendent;
- de la durée maximale de cette privation de liberté;
- de la procédure matérielle de la mise en cellule;
- de la possibilité de recourir à des mesures de contrainte.
Les droits liés à la privation de liberté visés par la présente loi sont notifiés, soit oralement soit par écrit et dans une langue qu'elle comprend, à toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative et ce au moment où l'officier de police administrative effectue ou confirme cette privation de liberté.
Cette notification est confirmée par écrit dans le registre des personnes retenues. La communication des droits des personnes arrêtées peut s'organiser collectivement à condition que cette procédure soit mentionnée dans le registre. ".
Art.57. In dezelfde wet wordt een artikel 33quater ingevoegd, luidende :
" Art. 33quater. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, mag vragen dat een vertrouwenspersoon wordt verwittigd.
Wanneer de officier van bestuurlijke politie ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verwittigen van een derde persoon een gevaar inhoudt voor de openbare orde en veiligheid, kan hij beslissen aan dit verzoek geen gevolg te geven en maakt hij hiervan melding in het register van de vrijheidsberovingen met opgave van de redenen die tot zijn beslissing heeft geleid.
Indien de van de vrijheid beroofde persoon minderjarig is, wordt de persoon die belast is met het toezicht erop hiervan ambtshalve verwittigd. ".
" Art. 33quater. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, mag vragen dat een vertrouwenspersoon wordt verwittigd.
Wanneer de officier van bestuurlijke politie ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verwittigen van een derde persoon een gevaar inhoudt voor de openbare orde en veiligheid, kan hij beslissen aan dit verzoek geen gevolg te geven en maakt hij hiervan melding in het register van de vrijheidsberovingen met opgave van de redenen die tot zijn beslissing heeft geleid.
Indien de van de vrijheid beroofde persoon minderjarig is, wordt de persoon die belast is met het toezicht erop hiervan ambtshalve verwittigd. ".
Art.57. Un article 33quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 33quater. - Toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative peut demander qu'une personne de confiance soit avertie.
Lorsque l'officier de police administrative a des raisons sérieuses de penser que le fait d'avertir une tierce personne comporte un danger pour l'ordre public et la sécurité, il peut décider de ne pas donner suite à la demande; il mentionne les motifs de cette décision dans le registre des privations de liberté.
Lorsque la personne privée de sa liberté est mineur d'âge, la personne chargée de sa surveillance en est d'office avertie. ".
" Art. 33quater. - Toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative peut demander qu'une personne de confiance soit avertie.
Lorsque l'officier de police administrative a des raisons sérieuses de penser que le fait d'avertir une tierce personne comporte un danger pour l'ordre public et la sécurité, il peut décider de ne pas donner suite à la demande; il mentionne les motifs de cette décision dans le registre des privations de liberté.
Lorsque la personne privée de sa liberté est mineur d'âge, la personne chargée de sa surveillance en est d'office avertie. ".
Art.58. In dezelfde wet wordt een artikel 33quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 33quinquies. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding heeft recht op medische bijstand.
Onverminderd het recht voorzien in het eerste lid, heeft elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding subsidiair het recht een onderzoek door een arts naar keuze te vragen. De kosten voor dit onderzoek vallen ten laste van de betrokken persoon. ".
" Art. 33quinquies. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding heeft recht op medische bijstand.
Onverminderd het recht voorzien in het eerste lid, heeft elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding subsidiair het recht een onderzoek door een arts naar keuze te vragen. De kosten voor dit onderzoek vallen ten laste van de betrokken persoon. ".
Art.58. Un article 33quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 33quinquies. - Toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative a le droit à l'assistance médicale.
Sans préjudice du droit prévu à l'alinéa premier, toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative a le droit subsidiaire à un examen médical par un médecin de son choix. Les frais liés à cet examen sont à charge de l'intéressé. ".
" Art. 33quinquies. - Toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative a le droit à l'assistance médicale.
Sans préjudice du droit prévu à l'alinéa premier, toute personne qui fait l'objet d'une arrestation administrative a le droit subsidiaire à un examen médical par un médecin de son choix. Les frais liés à cet examen sont à charge de l'intéressé. ".
Art.59. In dezelfde wet wordt een artikel 33sexies ingevoegd, luidende :
" Art. 33sexies. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberoving heeft tijdens de ganse duur van zijn vrijheidsberoving recht op voldoende drinkwater, het gebruik van aangepast sanitair en, rekening houdende met het tijdstip, recht op een maaltijd. ".
" Art. 33sexies. - Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberoving heeft tijdens de ganse duur van zijn vrijheidsberoving recht op voldoende drinkwater, het gebruik van aangepast sanitair en, rekening houdende met het tijdstip, recht op een maaltijd. ".
Art.59. Un article 33sexies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 33sexies. - Toute personne qui fait l'objet d'une privation de liberté a le droit, pendant toute la durée de sa privation de liberté, de recevoir une quantité suffisante d'eau potable, d'utiliser des sanitaires adéquats et, compte tenu du moment, de recevoir un repas. ".
" Art. 33sexies. - Toute personne qui fait l'objet d'une privation de liberté a le droit, pendant toute la durée de sa privation de liberté, de recevoir une quantité suffisante d'eau potable, d'utiliser des sanitaires adéquats et, compte tenu du moment, de recevoir un repas. ".
Art.60. Artikel 34, § 4, vijfde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Indien de vrijheidsberoving geschiedt met het oog op het verifiëren van de identiteit, maakt de politieambtenaar die deze verrichting doet, daarvan melding in het register van de vrijheidsberovingen. ".
" Indien de vrijheidsberoving geschiedt met het oog op het verifiëren van de identiteit, maakt de politieambtenaar die deze verrichting doet, daarvan melding in het register van de vrijheidsberovingen. ".
Art.60. L'article 34, § 4, alinéa 5, de la même loi est remplacé par l'alinéa suivant :
" Si la privation de liberté est effectuee en vue de la vérification de l'identité, le fonctionnaire de police qui procède à cette opération en fait mention dans le registre des privations de liberté. ".
" Si la privation de liberté est effectuee en vue de la vérification de l'identité, le fonctionnaire de police qui procède à cette opération en fait mention dans le registre des privations de liberté. ".
Art.61. In dezelfde wet wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidende :
" Art. 37bis. - Onverminderd de bepalingen van artikel 37, mogen de politieambtenaren of de agenten van politie enkel in de volgende gevallen een persoon boeien :
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van gedetineerden.
2° bij de bewaking van een persoon die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke of bestuurlijke aanhouding, als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden onder meer op grond van :
- het gedrag van de aangehouden persoon bij de aanhouding of tijdens de hechtenis;
- diens gedrag bij vroegere vrijheidsberovingen;
- de aard van het gepleegd misdrijf;
- de aard van de veroorzaakte storing van de openbare orde;
- het verzet of geweld tegen de aanhouding;
- het ontvluchtingsgevaar;
- het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor de politieambtenaar, agent van politie of derden vormt;
- het gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen of schade te veroorzaken. ".
" Art. 37bis. - Onverminderd de bepalingen van artikel 37, mogen de politieambtenaren of de agenten van politie enkel in de volgende gevallen een persoon boeien :
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van gedetineerden.
2° bij de bewaking van een persoon die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke of bestuurlijke aanhouding, als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden onder meer op grond van :
- het gedrag van de aangehouden persoon bij de aanhouding of tijdens de hechtenis;
- diens gedrag bij vroegere vrijheidsberovingen;
- de aard van het gepleegd misdrijf;
- de aard van de veroorzaakte storing van de openbare orde;
- het verzet of geweld tegen de aanhouding;
- het ontvluchtingsgevaar;
- het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor de politieambtenaar, agent van politie of derden vormt;
- het gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen of schade te veroorzaken. ".
Art.61. Un article 37bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 37bis. - Sans prejudice des dispositions de l'article 37, les fonctionnaires et agents de police ne peuvent menotter une personne que dans les cas suivants :
1° lors du transfèrement, de l'extraction et de la surveillance des détenus.
2° lors de la surveillance d'une personne arrêtée administrativement ou judiciairement, si cela est rendu nécessaire par les circonstances et, notamment, par :
- le comportement de l'intéressé lors de son arrestation ou pendant sa détention;
- le comportement de l'intéressé lors de privations de liberté antérieures;
- la nature de l'infraction commise;
- la nature du trouble occasionné à l'ordre public;
- la résistance ou la violence manifestée lors de son arrestation;
- le danger d'évasion;
- le danger que l'interessé représente pour lui-même, pour le fonctionnaire ou agent de police ou pour les tiers;
- le risque de voir l'intéressé tenter de détruire des preuves ou d'occasionner des dommages. ".
" Art. 37bis. - Sans prejudice des dispositions de l'article 37, les fonctionnaires et agents de police ne peuvent menotter une personne que dans les cas suivants :
1° lors du transfèrement, de l'extraction et de la surveillance des détenus.
2° lors de la surveillance d'une personne arrêtée administrativement ou judiciairement, si cela est rendu nécessaire par les circonstances et, notamment, par :
- le comportement de l'intéressé lors de son arrestation ou pendant sa détention;
- le comportement de l'intéressé lors de privations de liberté antérieures;
- la nature de l'infraction commise;
- la nature du trouble occasionné à l'ordre public;
- la résistance ou la violence manifestée lors de son arrestation;
- le danger d'évasion;
- le danger que l'interessé représente pour lui-même, pour le fonctionnaire ou agent de police ou pour les tiers;
- le risque de voir l'intéressé tenter de détruire des preuves ou d'occasionner des dommages. ".
Art.62. In dezelfde wet wordt een artikel 33septies ingevoegd luidende :
" Art. 33septies. - De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de toerekening van de kosten en de praktische organisatie ingevolge de toepassing van de artikelen 33quinquies, eerste alinea, en 33sexies. ".
" Art. 33septies. - De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de toerekening van de kosten en de praktische organisatie ingevolge de toepassing van de artikelen 33quinquies, eerste alinea, en 33sexies. ".
Art.62. Un article 33septies, rédigé comme suit, est insére dans la même loi :
" Art. 33septies. - Le Roi détermine les modalités relatives à l'imputation des frais et à l'organisation pratique qui découlent de l'application des article s 33quinquies, alinéa 1er, et 33sexies. ".
" Art. 33septies. - Le Roi détermine les modalités relatives à l'imputation des frais et à l'organisation pratique qui découlent de l'application des article s 33quinquies, alinéa 1er, et 33sexies. ".
HOOFDSTUK III. - Mandaten bij de federale politie en bij de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie.
CHAPITRE III. - Mandats auprès de la police fédérale et auprès de l'Inspection génerale de la police fédérale et de la police locale.
Art.63. Worden overeenkomstig artikel 247 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, aangesteld :
1° met ingang van 1 januari 2001 in de functie van commissaris-generaal van de federale politie, de Heer Herman Fransen;
2° met ingang van 1 januari 2001 in de functie van inspecteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie, de Heer Luc Closset;
3° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hasselt, de Heer Marcel Jacobs;
4° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Tongeren, de Heer Gilbert Drabbe;
5° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Gent, de Heer Peter De Wolf;
6° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Dendermonde, de Heer Rudi Vervaet;
7° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Kortrijk, de Heer Luc Dhoest;
8° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Veurne, de Heer Eddy Naessens;
9° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Brugge, de Heer Luc Gheysen;
10° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Nijvel, de Heer Daniel Deridder;
11° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Luik, de Heer Jean-Marie Claes;
12° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Eupen, de Heer André Desenfants;
13° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hoei, de Heer Christian Marchal;
14° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Aarlen, de Heer Jean-Yves Schul;
15° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Marche-en-Famenne, de Heer David Devos;
16° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Neufchâteau, de Heer André Schmit;
17° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Bergen, de Heer Michel Rompen;
18° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Verviers, de Heer Yves Berrendorf;
19° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Charleroi, de Heer André Danloy;
20° met ingang van 1 februari 2001 tot 1 mei 2002 in de functie van directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Oudenaarde, de Heer Eddy De Baets.
1° met ingang van 1 januari 2001 in de functie van commissaris-generaal van de federale politie, de Heer Herman Fransen;
2° met ingang van 1 januari 2001 in de functie van inspecteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie, de Heer Luc Closset;
3° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hasselt, de Heer Marcel Jacobs;
4° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Tongeren, de Heer Gilbert Drabbe;
5° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Gent, de Heer Peter De Wolf;
6° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Dendermonde, de Heer Rudi Vervaet;
7° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Kortrijk, de Heer Luc Dhoest;
8° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Veurne, de Heer Eddy Naessens;
9° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Brugge, de Heer Luc Gheysen;
10° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Nijvel, de Heer Daniel Deridder;
11° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Luik, de Heer Jean-Marie Claes;
12° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Eupen, de Heer André Desenfants;
13° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hoei, de Heer Christian Marchal;
14° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Aarlen, de Heer Jean-Yves Schul;
15° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Marche-en-Famenne, de Heer David Devos;
16° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Neufchâteau, de Heer André Schmit;
17° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Bergen, de Heer Michel Rompen;
18° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Verviers, de Heer Yves Berrendorf;
19° met ingang van 1 februari 2001 in de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Charleroi, de Heer André Danloy;
20° met ingang van 1 februari 2001 tot 1 mei 2002 in de functie van directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Oudenaarde, de Heer Eddy De Baets.
Art.63. Conformément à l'article 247 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, sont désignés :
1° Monsieur Herman Fransen, dans la fonction de commissaire général de la police fédérale a dater du 1er janvier 2001;
2° Monsieur Luc Closset, dans la fonction d'inspecteur général de la police fédérale et de la police locale à dater du 1er janvier 2001;
3° Monsieur Marcel Jacobs, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Hasselt à dater du 1er février 2001;
4° Monsieur Gilbert Drabbe, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Tongres à dater du 1er février 2001;
5° Monsieur Peter De Wolf, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Gand à dater du 1er février 2001;
6° Monsieur Rudi Vervaet, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Termonde à dater du 1er février 2001;
7° Monsieur Luc Dhoest, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Courtrai à dater du 1er février 2001;
8° Monsieur Eddy Naessens, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Furnes à dater du 1er février 2001;
9° Monsieur Luc Gheysen, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Bruges à dater du 1er février 2001;
10° Monsieur Daniel Deridder, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Nivelles à dater du 1er février 2001;
11° Monsieur Jean-Marie Claes, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Liège à dater du 1er février 2001;
12° Monsieur André Desenfants, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Eupen à dater du 1er février 2001;
13° Monsieur Christian Marchal, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Huy à dater du 1er février 2001;
14° Monsieur Jean-Yves Schul, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Arlon à dater du 1er février 2001;
15° Monsieur David Devos, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Marche-en-Famenne à dater du 1er février 2001;
16° Monsieur André Schmit, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Neufchâteau à dater du 1er février 2001;
17° Monsieur Michel Rompen, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Mons à dater du 1er février 2001;
18° Monsieur Yves Berrendorf, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Verviers à dater du 1er février 2001;
19° Monsieur André Danloy, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Charleroi à dater du 1er février 2001;
20° Monsieur Eddy De Baets, dans la fonction de directeur coordonnateur de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Audenarde à dater du 1er février 2001 jusqu'au 1er mai 2002.
1° Monsieur Herman Fransen, dans la fonction de commissaire général de la police fédérale a dater du 1er janvier 2001;
2° Monsieur Luc Closset, dans la fonction d'inspecteur général de la police fédérale et de la police locale à dater du 1er janvier 2001;
3° Monsieur Marcel Jacobs, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Hasselt à dater du 1er février 2001;
4° Monsieur Gilbert Drabbe, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Tongres à dater du 1er février 2001;
5° Monsieur Peter De Wolf, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Gand à dater du 1er février 2001;
6° Monsieur Rudi Vervaet, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Termonde à dater du 1er février 2001;
7° Monsieur Luc Dhoest, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Courtrai à dater du 1er février 2001;
8° Monsieur Eddy Naessens, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Furnes à dater du 1er février 2001;
9° Monsieur Luc Gheysen, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Bruges à dater du 1er février 2001;
10° Monsieur Daniel Deridder, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Nivelles à dater du 1er février 2001;
11° Monsieur Jean-Marie Claes, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Liège à dater du 1er février 2001;
12° Monsieur André Desenfants, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Eupen à dater du 1er février 2001;
13° Monsieur Christian Marchal, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Huy à dater du 1er février 2001;
14° Monsieur Jean-Yves Schul, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Arlon à dater du 1er février 2001;
15° Monsieur David Devos, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Marche-en-Famenne à dater du 1er février 2001;
16° Monsieur André Schmit, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Neufchâteau à dater du 1er février 2001;
17° Monsieur Michel Rompen, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Mons à dater du 1er février 2001;
18° Monsieur Yves Berrendorf, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Verviers à dater du 1er février 2001;
19° Monsieur André Danloy, dans la fonction de directeur coordonnateur administratif de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire de Charleroi à dater du 1er février 2001;
20° Monsieur Eddy De Baets, dans la fonction de directeur coordonnateur de la police fédérale pour l'arrondissement judiciaire d'Audenarde à dater du 1er février 2001 jusqu'au 1er mai 2002.
TITEL IV. - Werk.
TITRE IV. - Emploi.
HOOFDSTUK I. - Leerlingstelsel voor werknemersberoepen.
CHAPITRE Ier. - Apprentissage de professions de salariés.
Art.64. Artikel 4, § 2, van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, vervangen bij de wet van 6 mei 1998, wordt vervangen als volgt :
" § 2. In afwijking van § 1, kan het in artikel 47 bedoeld leerreglement de in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens verhogen en de eventuele voorwaarden bepalen waaronder de verhoogde leeftijdsgrens toegepast mag worden. ".
" § 2. In afwijking van § 1, kan het in artikel 47 bedoeld leerreglement de in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens verhogen en de eventuele voorwaarden bepalen waaronder de verhoogde leeftijdsgrens toegepast mag worden. ".
Art.64. L'article 4, § 2, de la loi du 19 juillet 1983 sur l'apprentissage de professions exercées par des travailleurs salariés, remplacé par la loi du 6 mai 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, le règlement d'apprentissage visé à l'article 47 peut relever la limite d'âge fixée au § 1er, alinéa 2, et déterminer les conditions éventuelles dans lesquelles cette limite d'âge relevée peut s'appliquer. ".
" § 2. Par dérogation au § 1er, le règlement d'apprentissage visé à l'article 47 peut relever la limite d'âge fixée au § 1er, alinéa 2, et déterminer les conditions éventuelles dans lesquelles cette limite d'âge relevée peut s'appliquer. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence.
Art.65. Artikel 4, 1°, van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid, wordt vervangen als volgt :
" 1° de benaming en het adres van de zetel van het Fonds; ".
" 1° de benaming en het adres van de zetel van het Fonds; ".
Art.65. L'article 4, 1°, de la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence, est remplacé par la disposition suivante :
" 1° la dénomination et l'adresse du siege du Fonds; ".
" 1° la dénomination et l'adresse du siege du Fonds; ".
Art.66. De paritaire comités en paritaire subcomités beschikken, indien nodig, over een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze wet om de collectieve arbeidsovereenkomst die de statuten van de Fondsen voor Bestaanszekerheid aanpast aan het vorige artikel bij de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg neer te leggen.
Art.66. Les commissions paritaires et sous-commissions paritaires disposent, au besoin, d'un délai de 6 mois, à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, pour déposer au greffe de la Direction générale Relations collectives de travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, la convention collective de travail adaptant les statuts des Fonds de sécurité d'existence à l'article précédent.
HOOFDSTUK III. - Arbeidsongevallen.
CHAPITRE III. - Accidents du travail.
Afdeling 1. - Specifiek boekhoudplan van het Fonds voor arbeidsongevallen.
Section Ire. - Plan comptable spécifique du Fonds des accidents du travail.
Art.67. In artikel 58ter van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 en vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " financieel reglement overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut " vervangen door de woorden " specifiek boekhoudplan van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 3, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de voormelde wet van 16 maart 1954 " vervangen door de woorden " de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut ".
1° in het eerste lid worden de woorden " financieel reglement overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut " vervangen door de woorden " specifiek boekhoudplan van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 3, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de voormelde wet van 16 maart 1954 " vervangen door de woorden " de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut ".
Art.67. A l'article 58ter de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, inséré par la loi du 29 avril 1996 et remplacé par la loi du 10 août 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er les mots " règlement financier conformément aux dispositions de l'article 7 de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public " sont remplacés par les mots " plan comptable spécifique du Fonds conformément aux dispositions de l'article 16, § 3, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " la loi du 16 mars 1954 précitée " sont remplacés par les mots " la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public ".
1° dans l'alinéa 1er les mots " règlement financier conformément aux dispositions de l'article 7 de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public " sont remplacés par les mots " plan comptable spécifique du Fonds conformément aux dispositions de l'article 16, § 3, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " la loi du 16 mars 1954 précitée " sont remplacés par les mots " la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public ".
Art.68. In artikel 59sexies, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1989, worden de woorden " financieel reglement van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut " vervangen door de woorden " specifiek boekhoudplan van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 3 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ".
Art.68. Dans l'article 59sexies, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 6 juillet 1989, les mots " règlement financier du Fonds conformément aux dispositions de l'article 7 de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public " sont remplacés par les mots " plan comptable spécifique du Fonds conformément aux dispositions de l'article 16, § 3, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ".
Afdeling 2. - Behandeling van klachten en bemiddelingsverzoeken door het Fonds voor arbeidsongevallen.
Section 2. - Traitement des plaintes et des demandes de médiation par le Fonds des accidents du travail.
Art.69. In dezelfde wet wordt een artikel 87ter ingevoegd, luidende :
" Art. 87ter. - In afwijking van de artikelen 10, eerste lid, 6°bis, 13 en 20, tweede lid, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, is het Fonds voor Arbeidsongevallen exclusief bevoegd voor het aannemen en behandelen van klachten en bemiddelingsverzoeken met betrekking tot de toepassing van de in artikel 58, § 1, 9° bedoelde wetten en uitvoeringsbesluiten. ".
" Art. 87ter. - In afwijking van de artikelen 10, eerste lid, 6°bis, 13 en 20, tweede lid, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, is het Fonds voor Arbeidsongevallen exclusief bevoegd voor het aannemen en behandelen van klachten en bemiddelingsverzoeken met betrekking tot de toepassing van de in artikel 58, § 1, 9° bedoelde wetten en uitvoeringsbesluiten. ".
Art.69. Un article 87ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 87ter. - Par dérogation aux article s 10, alinéa 1er, 6°bis, 13 et 20, alinéa 2, de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances, le Fonds des accidents du travail est seul compétent pour réceptionner et traiter les plaintes et les demandes de médiation en rapport avec l'application des lois et des arrêtés d'exécution visés à l'article 58, § 1er, 9°. ".
" Art. 87ter. - Par dérogation aux article s 10, alinéa 1er, 6°bis, 13 et 20, alinéa 2, de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances, le Fonds des accidents du travail est seul compétent pour réceptionner et traiter les plaintes et les demandes de médiation en rapport avec l'application des lois et des arrêtés d'exécution visés à l'article 58, § 1er, 9°. ".
Art.70. In dezelfde wet wordt een artikel 87quater ingevoegd, luidende :
" Art. 87quater. - Onverminderd de bepalingen van artikel 87ter, sluiten het Fonds voor Arbeidsongevallen en de overheid of de instantie die belast is met de behandeling van de klachten en bedoeld in artikel 10, eerste lid, 6°bis, van de wet van 27 maart 1995, een protocol betreffende onder meer de wederzijdse communicatie van alle relevante gegevens met betrekking tot de bepalingen van artikel 87ter. ".
" Art. 87quater. - Onverminderd de bepalingen van artikel 87ter, sluiten het Fonds voor Arbeidsongevallen en de overheid of de instantie die belast is met de behandeling van de klachten en bedoeld in artikel 10, eerste lid, 6°bis, van de wet van 27 maart 1995, een protocol betreffende onder meer de wederzijdse communicatie van alle relevante gegevens met betrekking tot de bepalingen van artikel 87ter. ".
Art.70. Dans la même loi, un article 87quater, rédigé comme suit, est inséré :
" Art. 87quater. - Sans préjudice des dispositions de l'article 87ter, le Fonds des accidents du travail et l'autorité ou l'instance chargée de traiter les plaintes et visée à l'article 10, alinéa 1er, 6°bis de la loi du 27 mars 1995, concluent un protocole concernant notamment la communication réciproque de toute donnée pertinente en rapport avec les dispositions de l'article 87ter. ".
" Art. 87quater. - Sans préjudice des dispositions de l'article 87ter, le Fonds des accidents du travail et l'autorité ou l'instance chargée de traiter les plaintes et visée à l'article 10, alinéa 1er, 6°bis de la loi du 27 mars 1995, concluent un protocole concernant notamment la communication réciproque de toute donnée pertinente en rapport avec les dispositions de l'article 87ter. ".
TITEL V. - Middenstand.
TITRE V. - Classes moyennes.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 13 juli 2006 betreffende de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn inzake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 13 juillet 2006 relative aux commissions et commissions de recours compétentes en matière de port du titre professionnel d'une profession intellectuelle prestataire de services.
Art.71. Artikel 9, tweede lid, van de wet van 13 juli 2006 betreffende de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn inzake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep wordt vervangen als volgt :
" Als deze plaats zich binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bevindt of binnen het Duitse taalgebied, dan wordt deze bevoegdheid bepaald door de taal die in de aanvraag wordt gebruikt. Als het verzoek in het Duits is opgesteld, dan zal de Franstalige Kamer bevoegd zijn tenzij de aanvrager in zijn aanvraag uitdrukkelijk zijn wil vermeldt om zijn beroep bij de andere kamer in te dienen. ".
" Als deze plaats zich binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bevindt of binnen het Duitse taalgebied, dan wordt deze bevoegdheid bepaald door de taal die in de aanvraag wordt gebruikt. Als het verzoek in het Duits is opgesteld, dan zal de Franstalige Kamer bevoegd zijn tenzij de aanvrager in zijn aanvraag uitdrukkelijk zijn wil vermeldt om zijn beroep bij de andere kamer in te dienen. ".
Art.71. A l'article 9, alinéa 2, de la loi du 13 juillet 2006 relative aux commissions et commissions de recours compétentes en matière de port du titre professionnel d'une profession intellectuelle prestataire de services est remplacé par la disposition suivante :
" Si ce lieu est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans la région de langue allemande, cette compétence est déterminee par la langue utilisée dans la demande. Si la requête est rédigée en langue allemande, la chambre d'expression française sera compétente à moins que le demandeur ne fasse expressément mention dans sa demande de sa volonté d'introduire son recours devant l'autre chambre. ".
" Si ce lieu est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans la région de langue allemande, cette compétence est déterminee par la langue utilisée dans la demande. Si la requête est rédigée en langue allemande, la chambre d'expression française sera compétente à moins que le demandeur ne fasse expressément mention dans sa demande de sa volonté d'introduire son recours devant l'autre chambre. ".
HOOFDSTUK II. - Niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige.
CHAPITRE II. - Insaisissabilité du domicile de l'indépendant.
Art.72. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder zelfstandige : iedere natuurlijke persoon die in België [2 , een beroepsbezigheid in hoofdberoep, in bijberoep, of een beroepsbezigheid na pensionering]2 uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is.
[1 Voor de bepaling van het hoofdberoep wordt rekening gehouden met de cumulatie van afzonderlijke zelfstandige activiteiten die samen het hoofdberoep uitmaken.
De activiteit van mandataris van een rechtspersoon maakt een zelfstandige beroepsbezigheid uit in de zin van het eerste lid.]1
[1 Voor de bepaling van het hoofdberoep wordt rekening gehouden met de cumulatie van afzonderlijke zelfstandige activiteiten die samen het hoofdberoep uitmaken.
De activiteit van mandataris van een rechtspersoon maakt een zelfstandige beroepsbezigheid uit in de zin van het eerste lid.]1
Art.72. Pour l'application du présent chapitre, on entend par travailleur indépendant : toute personne physique qui exerce [2 à titre principal, à titre complémentaire ou en qualité d'actif après pension]2 en Belgique une activité professionnelle en raison de laquelle elle n'est pas engagée dans les liens d'un contrat de louage de travail ou d'un statut.
[1 Pour déterminer la profession à titre principal, le cumul d'activités indépendantes séparées qui constituent ensemble la profession à titre principal est pris en compte.
L'activité de mandataire d'une personne morale constitue une activité professionnelle indépendante au sens de l'alinéa premier.]1
[1 Pour déterminer la profession à titre principal, le cumul d'activités indépendantes séparées qui constituent ensemble la profession à titre principal est pris en compte.
L'activité de mandataire d'une personne morale constitue une activité professionnelle indépendante au sens de l'alinéa premier.]1
Art.73. In afwijking [2 van artikel 3.36 van het Burgerlijk Wetboek]2 en van artikel 1560 van het Gerechtelijk wetboek kan een zelfstandige zijn zakelijke rechten, andere dan [2 ...]2 het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, niet vatbaar voor beslag verklaren.
[1 De verbintenis van een zelfstandige om geen verklaring af te leggen in de toekomst is absoluut nietig.]1
[1 De verbintenis van een zelfstandige om geen verklaring af te leggen in de toekomst is absoluut nietig.]1
Art.73. Par dérogation [2 à l'article 3.36 du Code civil]2 et à l'article 1560 du Code judiciaire, un travailleur indépendant peut déclarer insaisissables les droits réels, autres que le droit [2 ...]2 d'habitation, qu'il détient sur l'immeuble où est établie sa résidence principale.
[1 L'engagement d'un travailleur indépendant de ne pas faire de déclaration à l'avenir est frappé de nullité absolue.]1
[1 L'engagement d'un travailleur indépendant de ne pas faire de déclaration à l'avenir est frappé de nullité absolue.]1
Art.74. [1 § 1. Deze verklaring wordt op straffe van nietigheid voor een notaris verleden en bevat de gedetailleerde beschrijving van het onroerend goed en de vermelding van de eigen, gemeenschappelijke of onverdeelde aard van de zakelijke rechten die de zelfstandige bezit op het onroerend goed.
In geval van onverdeelde zakelijke rechten is de uitwerking van de verklaring beperkt tot het onverdeeld aandeel waarover de zelfstandige beschikt op datum van de akte. Hetzelfde geldt bij opsplitsing in vruchtgebruik en blote eigendom. Bij latere uitbreiding van de zakelijke rechten op hetzelfde onroerend goed, worden de effecten van de verklaring van rechtswege en retroactief uitgebreid tot de nieuw verworven rechten, tenzij de schuldeiser aantoont dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.
Gemeenschappelijke zakelijke rechten kunnen van bij de aanvang voor hun totaliteit niet vatbaar voor beslag verklaard worden.
§ 2. De notaris kan de verklaring enkel verlijden nadat hij de instemming van de echtgenoot van de zelfstandige heeft gekregen.
Indien de echtgenoot wiens instemming vereist is, deze zonder gewichtige redenen weigert, of indien deze echtgenoot vermoedelijk afwezig is, onbekwaam werd verklaard of in de onmogelijkheid is zijn wil te kennen te geven, dan kan de andere echtgenoot zich door de rechtbank van eerste aanleg en, in spoedeisende gevallen, door de voorzitter van die rechtbank krachtens het bepaalde in artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek, laten machtigen om de verklaring af te leggen zonder deze instemming.
§ 3. Indien de twee echtgenoten de hoedanigheid van zelfstandige hebben in de zin van de wet, kunnen zij hun verklaringen afleggen in eenzelfde akte.]1
In geval van onverdeelde zakelijke rechten is de uitwerking van de verklaring beperkt tot het onverdeeld aandeel waarover de zelfstandige beschikt op datum van de akte. Hetzelfde geldt bij opsplitsing in vruchtgebruik en blote eigendom. Bij latere uitbreiding van de zakelijke rechten op hetzelfde onroerend goed, worden de effecten van de verklaring van rechtswege en retroactief uitgebreid tot de nieuw verworven rechten, tenzij de schuldeiser aantoont dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.
Gemeenschappelijke zakelijke rechten kunnen van bij de aanvang voor hun totaliteit niet vatbaar voor beslag verklaard worden.
§ 2. De notaris kan de verklaring enkel verlijden nadat hij de instemming van de echtgenoot van de zelfstandige heeft gekregen.
Indien de echtgenoot wiens instemming vereist is, deze zonder gewichtige redenen weigert, of indien deze echtgenoot vermoedelijk afwezig is, onbekwaam werd verklaard of in de onmogelijkheid is zijn wil te kennen te geven, dan kan de andere echtgenoot zich door de rechtbank van eerste aanleg en, in spoedeisende gevallen, door de voorzitter van die rechtbank krachtens het bepaalde in artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek, laten machtigen om de verklaring af te leggen zonder deze instemming.
§ 3. Indien de twee echtgenoten de hoedanigheid van zelfstandige hebben in de zin van de wet, kunnen zij hun verklaringen afleggen in eenzelfde akte.]1
Art.74. [1 § 1er. Cette déclaration est reçue par notaire, sous peine de nullité, et contient la description détaillée du bien immeuble et l'indication du caractère propre, commun ou indivis des droits réels que le travailleur indépendant détient sur l'immeuble.
En présence de droits réels indivis, l'effet de la déclaration est limité à la partie indivise dont le travailleur indépendant dispose en date de l'acte. Il en est de même en cas de scission entre usufruit et nue-propriété. Si les droits réels sur le même immeuble sont étendus postérieurement, les effets de la déclaration sont étendus de plein droit et de manière rétroactive aux droits nouvellement acquis, à moins que le créancier ne démontre que le déclarant a délibérément réduit sa solvabilité.
Les droits réels communs peuvent être déclarés insaisissables pour la totalité dès l'origine.
§ 2. Le notaire ne peut recevoir la déclaration qu'après avoir reçu l'accord du conjoint du travailleur indépendant.
Si le conjoint, dont l'accord est requis, le refuse sans motifs graves, ou si ce conjoint est présumé absent, interdit ou dans l'impossibilité de manifester sa volonté, l'autre époux peut se faire autoriser par le tribunal de première instance et, en cas d'urgence, par le président de ce tribunal en vertu des dispositions de l'article 215 du Code civil, à faire la déclaration sans cet accord.
§ 3. Si les deux époux ont la qualité d'indépendant au sens de la loi, ils peuvent faire leurs déclarations dans un même acte.]1
En présence de droits réels indivis, l'effet de la déclaration est limité à la partie indivise dont le travailleur indépendant dispose en date de l'acte. Il en est de même en cas de scission entre usufruit et nue-propriété. Si les droits réels sur le même immeuble sont étendus postérieurement, les effets de la déclaration sont étendus de plein droit et de manière rétroactive aux droits nouvellement acquis, à moins que le créancier ne démontre que le déclarant a délibérément réduit sa solvabilité.
Les droits réels communs peuvent être déclarés insaisissables pour la totalité dès l'origine.
§ 2. Le notaire ne peut recevoir la déclaration qu'après avoir reçu l'accord du conjoint du travailleur indépendant.
Si le conjoint, dont l'accord est requis, le refuse sans motifs graves, ou si ce conjoint est présumé absent, interdit ou dans l'impossibilité de manifester sa volonté, l'autre époux peut se faire autoriser par le tribunal de première instance et, en cas d'urgence, par le président de ce tribunal en vertu des dispositions de l'article 215 du Code civil, à faire la déclaration sans cet accord.
§ 3. Si les deux époux ont la qualité d'indépendant au sens de la loi, ils peuvent faire leurs déclarations dans un même acte.]1
Wijzigingen
Art.75. Wanneer het onroerend goed tegelijk gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden en als woning, wordt in de beschrijving een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gedeelte dat gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en het gedeelte dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden. De beschrijving vermeldt de oppervlakte van elk gedeelte.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden minder dan 30 % beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen de rechten op het hele onroerend goed niet vatbaar voor beslag worden verklaard.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden 30 % of meer beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats gebruikt wordt niet vatbaar voor beslag worden verklaard mits men vooraf statuten [1 ...]1 opstelt. [1 Indien reeds statuten van mede-eigendom werden opgesteld met betrekking tot hetzelfde onroerend goed, zullen deze moeten worden gewijzigd.]1.
[1 De totale oppervlakte die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de drempel, omvat zowel de oppervlakte van het gebouw, met inbegrip van alle verdiepingen, als het terrein. Oppervlakten die zowel privé als professioneel worden gebruikt, worden geacht geheel te worden gebruikt voor beroepsdoeleinden, met uitzondering van oppervlakten waarvan de beroepsaard beperkt is tot een doorgangsfunctie en die beschouwd mogen worden als zijnde gebruikt als hoofdverblijfplaats.
In geval van onverdeelde zakelijke rechten wordt voor de berekening van deze drempel rekening gehouden met de totale oppervlakte van het onverdeelde goed.
Voor de redactie van de statuten kan, indien aan de voorwaarden is voldaan, gebruik worden gemaakt van artikel 3.84, eerste lid, in fine, van het Burgerlijk Wetboek.]1
In geval van geschil betreffende de toepassing van dit artikel, rust de bewijslast op degene die de verklaring heeft gedaan.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden minder dan 30 % beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen de rechten op het hele onroerend goed niet vatbaar voor beslag worden verklaard.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden 30 % of meer beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats gebruikt wordt niet vatbaar voor beslag worden verklaard mits men vooraf statuten [1 ...]1 opstelt. [1 Indien reeds statuten van mede-eigendom werden opgesteld met betrekking tot hetzelfde onroerend goed, zullen deze moeten worden gewijzigd.]1.
[1 De totale oppervlakte die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de drempel, omvat zowel de oppervlakte van het gebouw, met inbegrip van alle verdiepingen, als het terrein. Oppervlakten die zowel privé als professioneel worden gebruikt, worden geacht geheel te worden gebruikt voor beroepsdoeleinden, met uitzondering van oppervlakten waarvan de beroepsaard beperkt is tot een doorgangsfunctie en die beschouwd mogen worden als zijnde gebruikt als hoofdverblijfplaats.
In geval van onverdeelde zakelijke rechten wordt voor de berekening van deze drempel rekening gehouden met de totale oppervlakte van het onverdeelde goed.
Voor de redactie van de statuten kan, indien aan de voorwaarden is voldaan, gebruik worden gemaakt van artikel 3.84, eerste lid, in fine, van het Burgerlijk Wetboek.]1
In geval van geschil betreffende de toepassing van dit artikel, rust de bewijslast op degene die de verklaring heeft gedaan.
Art.75. Lorsque l'immeuble est à usage mixte professionnel et d'habitation, la description distingue clairement la partie affectée à la résidence principale et la partie affectée à un usage professionnel. La description mentionne la surface de chacune des parties.
Si la surface de la partie affectée a usage professionnel représente moins de 30 % de la surface totale de l'immeuble, les droits sur la totalité de l'immeuble peuvent être déclarés insaisissables.
Si la surface de la partie affectée à un usage professionnel représente 30 % ou plus de la surface totale de l'immeuble, seuls les droits sur la partie affectée à la résidence principale peuvent être déclarés insaisissables moyennant l'établissement préalable de statuts [1 ...]1 [1 Si des statuts de copropriété relatifs au même bien immeuble ont déjà été établis, ils devront être modifiés.]1.
[1 La surface totale, qui doit être prise en compte pour le calcul du seuil, comporte la surface du bâtiment, en ce compris tous les étages, et le terrain. Les surfaces qui sont affectées tant à usage privé qu'à usage professionnel, sont supposées être affectées à des fins professionnelles pour la totalité, à l'exception des surfaces dont le caractère professionnel est limité à une fonction de passage et qui peuvent être considérés comme affectées à la résidence principale.
En présence de droits réels indivis, il est tenu compte de la surface totale de l'immeuble indivis pour le calcul de ce seuil.
Pour la rédaction des statuts, l'article 3.84, premier alinéa, in fine du Code civil peut être appliqué, si les conditions sont remplies.]1
En cas de litige concernant l'application du présent article, la charge de la preuve incombe au déclarant.
Si la surface de la partie affectée a usage professionnel représente moins de 30 % de la surface totale de l'immeuble, les droits sur la totalité de l'immeuble peuvent être déclarés insaisissables.
Si la surface de la partie affectée à un usage professionnel représente 30 % ou plus de la surface totale de l'immeuble, seuls les droits sur la partie affectée à la résidence principale peuvent être déclarés insaisissables moyennant l'établissement préalable de statuts [1 ...]1 [1 Si des statuts de copropriété relatifs au même bien immeuble ont déjà été établis, ils devront être modifiés.]1.
[1 La surface totale, qui doit être prise en compte pour le calcul du seuil, comporte la surface du bâtiment, en ce compris tous les étages, et le terrain. Les surfaces qui sont affectées tant à usage privé qu'à usage professionnel, sont supposées être affectées à des fins professionnelles pour la totalité, à l'exception des surfaces dont le caractère professionnel est limité à une fonction de passage et qui peuvent être considérés comme affectées à la résidence principale.
En présence de droits réels indivis, il est tenu compte de la surface totale de l'immeuble indivis pour le calcul de ce seuil.
Pour la rédaction des statuts, l'article 3.84, premier alinéa, in fine du Code civil peut être appliqué, si les conditions sont remplies.]1
En cas de litige concernant l'application du présent article, la charge de la preuve incombe au déclarant.
Wijzigingen
Art.76. Deze verklaring wordt [1 overgeschreven]1 in een hiertoe bestemd register, op [2 de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën]2. Vóór deze [1 overschrijving]1, kan de verklaring niet aan derden worden tegengeworpen.
De Koning kan in bijkomende vormen van openbaarmaking van de verklaring voorzien en de desbetreffende procedure en kosten vastleggen.
De Koning kan in bijkomende vormen van openbaarmaking van de verklaring voorzien en de desbetreffende procedure en kosten vastleggen.
Art.76. Cette déclaration est [1 transcrite]1 sur un registre destiné à cette fin, au [2 service compétent du Service public fédéral Finances]2. Avant cette [1 transcription]1, elle ne pourra pas être opposée aux tiers.
Le Roi peut prévoir des formes de publicité complémentaires de la déclaration et en fixer la procédure et le coût.
Le Roi peut prévoir des formes de publicité complémentaires de la déclaration et en fixer la procédure et le coût.
Art.77. Deze verklaring heeft slechts uitwerking ten aanzien van schuldeisers van wie de schuldvorderingen na de in artikel 76 bedoelde [1 overschrijving]1 ontstaan, naar aanleiding van de zelfstandige beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan.
Ze heeft geen uitwerking ten aanzien van de schuldvorderingen die volgen uit een misdrijf, zelfs indien ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, noch ten aanzien van de schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid.
Ze heeft ook geen uitwerking wanneer de zelfstandige, die zijn rechten op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft niet vatbaar voor beslag heeft verklaard, krachtens de artikelen 265, § 2, 409, § 2, en 530, § 2, van het Wetboek van vennootschappen aansprakelijk wordt gesteld.
[1 Ze blijft uitwerking hebben voor het verleden na het verlies van de hoedanigheid van zelfstandige, zelfs na een faillissement.]1
[1 Ze blijft ook uitwerking hebben bij verandering of stopzetting van de zelfstandige activiteit.]1
Ze heeft geen uitwerking ten aanzien van de schuldvorderingen die volgen uit een misdrijf, zelfs indien ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, noch ten aanzien van de schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid.
Ze heeft ook geen uitwerking wanneer de zelfstandige, die zijn rechten op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft niet vatbaar voor beslag heeft verklaard, krachtens de artikelen 265, § 2, 409, § 2, en 530, § 2, van het Wetboek van vennootschappen aansprakelijk wordt gesteld.
[1 Ze blijft uitwerking hebben voor het verleden na het verlies van de hoedanigheid van zelfstandige, zelfs na een faillissement.]1
[1 Ze blijft ook uitwerking hebben bij verandering of stopzetting van de zelfstandige activiteit.]1
Art.77. Cette déclaration n'a d'effets qu'à l'égard des créanciers dont les créances naissent postérieurement à [1 la transcription]1 visée à l'article 76, à l'occasion de l'activité professionnelle indépendante du déclarant.
Elle n'a pas d'effet à l'égard des créances résultant d'une infraction, même si elles concernent l'activité professionnelle, ni à l'égard des dettes présentant un caractère mixte qui concernent tant la vie privée que l'activité professionnelle.
Elle n'a pas non plus d'effet lorsque la responsabilité du travailleur indépendant qui a déclaré insaisissables ses droits sur l'immeuble où est établie sa résidence principale est engagée en vertu des article s 265, § 2, 409, § 2, et 530, § 2, du Code des sociétés.
[1 Elle continue à produire ses effets pour le passé après la perte de la qualité de travailleur indépendant, même suite à une faillite.]1
[1 Elle continue également à produire ses effets en cas de modification ou de cessation de l'activité indépendante.]1
Elle n'a pas d'effet à l'égard des créances résultant d'une infraction, même si elles concernent l'activité professionnelle, ni à l'égard des dettes présentant un caractère mixte qui concernent tant la vie privée que l'activité professionnelle.
Elle n'a pas non plus d'effet lorsque la responsabilité du travailleur indépendant qui a déclaré insaisissables ses droits sur l'immeuble où est établie sa résidence principale est engagée en vertu des article s 265, § 2, 409, § 2, et 530, § 2, du Code des sociétés.
[1 Elle continue à produire ses effets pour le passé après la perte de la qualité de travailleur indépendant, même suite à une faillite.]1
[1 Elle continue également à produire ses effets en cas de modification ou de cessation de l'activité indépendante.]1
Wijzigingen
Art.78. Van de verklaring kan op ieder ogenblik, onder de voorwaarden die bepaald zijn bij de artikelen 74 en 76, worden afgezien. Het afzien van deze verklaring heeft uitwerking ten aanzien van alle schuldeisers; de verklaring wordt geacht nooit te hebben bestaan.
De curator van het faillissement kan het in het eerste lid bedoelde recht om van de verklaring af te zien niet uitoefenen.
[1 Het afzien van het voordeel van de verklaring ten voordele van één of meer bepaalde schuldvorderingen heeft het afzien van het voordeel van de verklaring ten opzichte van alle schuldvorderingen tot gevolg.]1
De curator van het faillissement kan het in het eerste lid bedoelde recht om van de verklaring af te zien niet uitoefenen.
[1 Het afzien van het voordeel van de verklaring ten voordele van één of meer bepaalde schuldvorderingen heeft het afzien van het voordeel van de verklaring ten opzichte van alle schuldvorderingen tot gevolg.]1
Art.78. La déclaration peut à tout moment faire l'objet d'une renonciation soumise aux conditions prévues aux article s 74 et 76. La renonciation produit ses effets à l'égard de tous les créanciers; la déclaration est présumée ne jamais avoir existé.
Le curateur de la faillite ne peut pas exercer le droit de renonciation visé à l'alinéa 1er.
[1 La renonciation au bénéfice de la déclaration en faveur d'une ou plusieurs créances déterminées emporte la renonciation à la déclaration pour toutes les créances.]1
Le curateur de la faillite ne peut pas exercer le droit de renonciation visé à l'alinéa 1er.
[1 La renonciation au bénéfice de la déclaration en faveur d'une ou plusieurs créances déterminées emporte la renonciation à la déclaration pour toutes les créances.]1
Wijzigingen
Art.79. De verklaring blijft uitwerking hebben na de ontbinding van het [1 huwelijksvermogensstelsel]1 wanneer het goed wordt toebedeeld aan degene die de verklaring heeft gedaan, behalve ten aanzien van de schulden die ontstaan zijn naar aanleiding van diens zelfstandige beroepsbezigheid en waarvan de invordering uitgevoerd kan worden op het vermogen van de gewezen echtgenoot.
Art.79. Les effets de la déclaration subsistent après dissolution du régime matrimonial lorsque le déclarant est attributaire du bien, sauf à l'égard des dettes nées à l'occasion de l'activité professionnelle indépendante du declarant et dont le recouvrement peut être exécuté sur le patrimoine de l'ex-conjoint.
Art.80. Het overlijden van degene die de verklaring heeft gedaan heeft de herroeping van de verklaring tot gevolg [1 ; deze herroeping heeft enkel uitwerking voor de toekomst]1.
Art.80. Le décès du déclarant emporte la révocation de la déclaration. La renonciation au bénéfice de la déclaration en faveur d'une ou plusieurs créances déterminées emporte la renonciation à la déclaration pour toutes les créances [1 ; cette révocation ne produit ses effets que pour l'avenir]1
Wijzigingen
Art.81. [1 § 1. In geval van overdracht van de zakelijke rechten die in de verklaring zijn bepaald, blijft de verkregen prijs niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de schuldeisers van wie de rechten ontstaan zijn na het overschrijven van deze verklaring en naar aanleiding van de beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan, op voorwaarde dat de verkregen geldsommen binnen een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de datum van de authentieke akte, door degene die de verklaring heeft gedaan, wederbelegd worden om een onroerend goed aan te kopen waar zijn hoofdverblijfplaats is gevestigd.
Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de geldsommen bewaard in handen van de notaris die de akte van overdracht van de zakelijke rechten heeft verleden. Indien de akte door verschillende notarissen wordt verleden, worden de geldsommen bewaard in handen van de notaris die is aangewezen door degene die de verklaring heeft afgelegd.
De rechten op de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijven niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde schuldeisers wanneer de akte van verkrijging een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, zelfs indien de prijs van het nieuwe goed het bedrag van de verkregen fondsen overtreft, behalve indien de schuldeisers bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.
In voorkomend geval zal de drempel bedoeld in artikel 75 opnieuw moeten worden berekend. De nieuwe verhouding zal moeten worden opgenomen in de verklaring van wederbelegging.
De verklaring van wederbelegging der fondsen is onderworpen aan de bij de artikelen 74, 75 en 76 bepaalde voorwaarden inzake geldigheid en tegenstelbaarheid.
§ 2. In geval van beslag op grond van een schuldvordering ten aanzien waarvan de verklaring geen uitwerking heeft, zal de vorige paragraaf van toepassing zijn op het deel van de verkregen prijs na openbare verkoop dat toekomt aan de schuldeisers aan wie de verklaring kon worden tegengeworpen]1
Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de geldsommen bewaard in handen van de notaris die de akte van overdracht van de zakelijke rechten heeft verleden. Indien de akte door verschillende notarissen wordt verleden, worden de geldsommen bewaard in handen van de notaris die is aangewezen door degene die de verklaring heeft afgelegd.
De rechten op de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijven niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde schuldeisers wanneer de akte van verkrijging een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, zelfs indien de prijs van het nieuwe goed het bedrag van de verkregen fondsen overtreft, behalve indien de schuldeisers bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.
In voorkomend geval zal de drempel bedoeld in artikel 75 opnieuw moeten worden berekend. De nieuwe verhouding zal moeten worden opgenomen in de verklaring van wederbelegging.
De verklaring van wederbelegging der fondsen is onderworpen aan de bij de artikelen 74, 75 en 76 bepaalde voorwaarden inzake geldigheid en tegenstelbaarheid.
§ 2. In geval van beslag op grond van een schuldvordering ten aanzien waarvan de verklaring geen uitwerking heeft, zal de vorige paragraaf van toepassing zijn op het deel van de verkregen prijs na openbare verkoop dat toekomt aan de schuldeisers aan wie de verklaring kon worden tegengeworpen]1
Art.81. [1 § 1er. En cas de cession des droits réels désignés dans la déclaration, le prix obtenu demeure insaisissable à l'égard des créanciers dont les droits sont nés postérieurement à la transcription de cette déclaration et à l'occasion de l'activité professionnelle du déclarant, à la condition que les sommes obtenues soient remployées dans un délai d'un an à compter de la date de l'acte authentique, par le déclarant pour acquérir un bien immeuble où est établie sa résidence principale.
Durant le délai visé à l'alinéa 1er, les sommes sont conservées entre les mains du notaire qui a reçu l'acte de cession des droits réels. Si l'acte est reçu par plusieurs notaires, les sommes sont conservées entre les mains du notaire qui est désigné par le déclarant.
Les droits sur la résidence principale nouvellement acquise restent insaisissables à l'égard des créanciers visés au premier alinéa lorsque l'acte d'acquisition contient une déclaration de remploi des fonds, même si le prix du nouveau bien excède le montant des fonds obtenus, sauf si les créanciers démontrent que l'indépendant a intentionnellement réduit sa solvabilité.
Le cas échéant, le seuil visé à l'article 75 devra être recalculé. La nouvelle proportion devra être mentionnée dans la déclaration de remploi.
La déclaration de remploi des fonds est soumise aux conditions de validité et d'opposabilité prévues aux articles 74, 75 et 76.
§ 2. En cas de saisie en vertu d'une créance vis-à-vis de laquelle la déclaration ne produit pas d'effets, le paragraphe précédent s'appliquera à la partie du prix après vente publique qui revient aux créanciers à qui la déclaration était opposable.]1
Durant le délai visé à l'alinéa 1er, les sommes sont conservées entre les mains du notaire qui a reçu l'acte de cession des droits réels. Si l'acte est reçu par plusieurs notaires, les sommes sont conservées entre les mains du notaire qui est désigné par le déclarant.
Les droits sur la résidence principale nouvellement acquise restent insaisissables à l'égard des créanciers visés au premier alinéa lorsque l'acte d'acquisition contient une déclaration de remploi des fonds, même si le prix du nouveau bien excède le montant des fonds obtenus, sauf si les créanciers démontrent que l'indépendant a intentionnellement réduit sa solvabilité.
Le cas échéant, le seuil visé à l'article 75 devra être recalculé. La nouvelle proportion devra être mentionnée dans la déclaration de remploi.
La déclaration de remploi des fonds est soumise aux conditions de validité et d'opposabilité prévues aux articles 74, 75 et 76.
§ 2. En cas de saisie en vertu d'une créance vis-à-vis de laquelle la déclaration ne produit pas d'effets, le paragraphe précédent s'appliquera à la partie du prix après vente publique qui revient aux créanciers à qui la déclaration était opposable.]1
Wijzigingen
Art.82. [1 Naar aanleiding van het opstellen van de verklaring en haar herroeping worden aan de notaris vaste erelonen betaald waarvan het bedrag overeenkomstig de wet van 31 augustus 1891 houdende tarifering en invordering van de honoraria der notarissen wordt vastgesteld.
Zolang het bedrag van de erelonen bedoeld in het eerste lid niet bepaald werd conform dit lid, wordt het bedrag van de erelonen van de notarissen bepaald op 500 euro voor de opstelling van de verklaring waarbij de werkelijke kosten voor de inschrijving of de schrapping van de aangifte worden gevoegd.
De erelonen bedoeld in het eerste lid zijn maar een keer verschuldigd wanneer de verklaring of de herroeping betrekking heeft op een zelfstandige en zijn meewerkende echtgenoot of op twee zelfstandigen, die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, en die gezamenlijk hun activiteit uitoefenen, in dezelfde vestigingseenheid.]1
Zolang het bedrag van de erelonen bedoeld in het eerste lid niet bepaald werd conform dit lid, wordt het bedrag van de erelonen van de notarissen bepaald op 500 euro voor de opstelling van de verklaring waarbij de werkelijke kosten voor de inschrijving of de schrapping van de aangifte worden gevoegd.
De erelonen bedoeld in het eerste lid zijn maar een keer verschuldigd wanneer de verklaring of de herroeping betrekking heeft op een zelfstandige en zijn meewerkende echtgenoot of op twee zelfstandigen, die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, en die gezamenlijk hun activiteit uitoefenen, in dezelfde vestigingseenheid.]1
Art.82. [1 A l'occasion de la rédaction de la déclaration et sa révocation des honoraires fixes dont le montant est fixé conformément à la loi du 31 août 1891 portant tarification et recouvrement des honoraires des notaires, sont versés au notaire.
Aussi longtemps que le montant des honoraires visés à l'alinéa 1er n'a pas été fixé conformément à cet alinéa, le montant des honoraires des notaires est fixé à 500 euros pour l'établissement de la déclaration auxquels s'ajoutent les frais réels relatifs à la transcription ou la radiation de la déclaration.
Les honoraires visés à l'alinéa 1er ne sont dus qu'une seule fois lorsque la déclaration ou sa révocation concerne un travailleur indépendant et son conjoint aidant ou deux travailleurs indépendants mariés ou cohabitants légaux exerçant conjointement leur activité dans la même unité d'établissement.]1
Aussi longtemps que le montant des honoraires visés à l'alinéa 1er n'a pas été fixé conformément à cet alinéa, le montant des honoraires des notaires est fixé à 500 euros pour l'établissement de la déclaration auxquels s'ajoutent les frais réels relatifs à la transcription ou la radiation de la déclaration.
Les honoraires visés à l'alinéa 1er ne sont dus qu'une seule fois lorsque la déclaration ou sa révocation concerne un travailleur indépendant et son conjoint aidant ou deux travailleurs indépendants mariés ou cohabitants légaux exerçant conjointement leur activité dans la même unité d'établissement.]1
Wijzigingen
Art.83. Dit hoofdstuk treedt één maand na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad in werking.
Art.83. Le présent chapitre entre en vigueur un mois après sa publication au Moniteur belge.
TITEL VI. - Justitie.
TITRE VI. - Justice.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 25 februari 2003, houdende de inrichting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van de taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 25 février 2003 portant création de la fonction d'agent de sécurité en vue de l'exécution des missions de police des cours et tribunaux et de transfert des détenus.
Art.84. In artikel 6, eerste lid, 1°, van de wet van 25 februari 2003, houdende de inrichting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van de taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen, worden de woorden " en 37bis " ingevoegd tussen de woorden " bij artikel 37 " en de woorden " van de wet van 5 augustus 1992 ".
Art.84. Dans l'article 6, alinéa 1er, 1°, de la loi du 25 février 2003 portant création de la fonction d'agent de sécurité en vue de l'exécution des missions de police des cours et tribunaux et de transfert des détenus, les mots " et 37bis " sont insérés entre les mots " à l'article 37 " et " de la loi du 5 août 1992 ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder en wijziging van het Wetboek van vennootschappen.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 14 décembre 2005 portant à la suppression des titres au porteur et modification du Code des sociétés.
Art.85. In artikel 2 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid, 1°, derde streepje, wordt vervangen als volgt :
" - alle andere effecten uitgegeven door een emittent die onder Belgisch recht ressorteert, en die een financiële schuldvordering op die emittent of op een derde belichamen, inclusief de effecten ter vertegenwoordiging van onverdeelde rechten in een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht in contractuele vorm ";
2° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° " emittent " : de persoon of de instelling voor collectieve belegging zonder rechtspersoonlijkheid die de effecten heeft uitgegeven ".
1° het eerste lid, 1°, derde streepje, wordt vervangen als volgt :
" - alle andere effecten uitgegeven door een emittent die onder Belgisch recht ressorteert, en die een financiële schuldvordering op die emittent of op een derde belichamen, inclusief de effecten ter vertegenwoordiging van onverdeelde rechten in een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht in contractuele vorm ";
2° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° " emittent " : de persoon of de instelling voor collectieve belegging zonder rechtspersoonlijkheid die de effecten heeft uitgegeven ".
Art.85. A l'article 2 de la loi du 14 décembre 2005 portant suppression des titres au porteur, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, 1°, troisième tiret, est remplacé par la disposition suivante :
" - tous autres titres émis par un émetteur de droit belge et incorporant une créance financière a l'égard de cet émetteur ou d'un tiers, y compris les titres représentatifs de droits indivis dans un organisme de placement collectif de droit belge revêtant la forme contractuelle ";
2° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° " émetteur " : la personne ou l'organisme de placement collectif non-revêtu de la personnalité juridique qui a émis les titres ".
1° l'alinéa 1er, 1°, troisième tiret, est remplacé par la disposition suivante :
" - tous autres titres émis par un émetteur de droit belge et incorporant une créance financière a l'égard de cet émetteur ou d'un tiers, y compris les titres représentatifs de droits indivis dans un organisme de placement collectif de droit belge revêtant la forme contractuelle ";
2° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° " émetteur " : la personne ou l'organisme de placement collectif non-revêtu de la personnalité juridique qui a émis les titres ".
Art.86. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° de effecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ";
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 3° indien niet ernaar wordt verwezen in 1° en 2° hierboven, de effecten aan toonder van een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht ".
1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° de effecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ";
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 3° indien niet ernaar wordt verwezen in 1° en 2° hierboven, de effecten aan toonder van een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht ".
Art.86. A l'article 5 de la même loi les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les titres visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé ";
2° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 3° s'ils ne sont pas visés aux points 1° et 2° ci-avant, les titres au porteur d'un organisme de placement collectif de droit belge ".
1° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les titres visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé ";
2° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 3° s'ils ne sont pas visés aux points 1° et 2° ci-avant, les titres au porteur d'un organisme de placement collectif de droit belge ".
Art.87. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 6. - De vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, alsmede de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht wijzigen hun statuten of, in voorkomend geval, hun beheersreglement, vóór 31 december 2007 teneinde die statuten of dat reglement in overeenstemming te brengen met deze wet.
De aldus gewijzigde statuten dienen in het bijzonder te bepalen dat de effecten in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, die aan toonder zijn, reeds zijn uitgegeven en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan. Wanneer de emittent een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht is, dienen de aldus gewijzigde statuten of het aldus gewijzigde beheersreglement te bepalen dat alle reeds uitgegeven effecten die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan.
Bovendien dienen de betrokken vennootschappen en instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht vóór 31 december 2007 samen met een vereffeningsinstelling of, in voorkomend geval, een erkende rekeninghouder in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde in artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven.
De betrokken vennootschap of instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de vereffeningsinstelling(en) of, in voorkomend geval, de erkende rekeninghouder(s) in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen.
Die kennisgeving moet in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd, in twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één in het Nederlands en één in het Frans, en, in voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap of instelling voor collectieve belegging. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap de instelling voor collectieve belegging haar maatschappelijke zetel heeft. ".
" Art. 6. - De vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, alsmede de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht wijzigen hun statuten of, in voorkomend geval, hun beheersreglement, vóór 31 december 2007 teneinde die statuten of dat reglement in overeenstemming te brengen met deze wet.
De aldus gewijzigde statuten dienen in het bijzonder te bepalen dat de effecten in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, die aan toonder zijn, reeds zijn uitgegeven en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan. Wanneer de emittent een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht is, dienen de aldus gewijzigde statuten of het aldus gewijzigde beheersreglement te bepalen dat alle reeds uitgegeven effecten die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan.
Bovendien dienen de betrokken vennootschappen en instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht vóór 31 december 2007 samen met een vereffeningsinstelling of, in voorkomend geval, een erkende rekeninghouder in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde in artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven.
De betrokken vennootschap of instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de vereffeningsinstelling(en) of, in voorkomend geval, de erkende rekeninghouder(s) in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen.
Die kennisgeving moet in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd, in twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één in het Nederlands en één in het Frans, en, in voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap of instelling voor collectieve belegging. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap de instelling voor collectieve belegging haar maatschappelijke zetel heeft. ".
Art.87. L'article 6 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. - Les sociétés de droit belge dont les titres visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, sont admis à la négociation sur un marché réglementé, ainsi que les organismes de placement collectif de droit belge modifient leurs statuts ou, le cas échéant, leur règlement de gestion avant le 31 décembre 2007 afin de les mettre en conformité avec cette loi.
Les statuts ainsi modifiés doivent en particulier prévoir que les titres au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée. Si l'émetteur est un organisme de placement collectif de droit belge, les statuts ou le règlement de gestion ainsi modifiés doivent prévoir que tous les titres qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée.
En outre, les sociétés et les organismes de placement collectif de droit belge concernés doivent prendre, avant le 31 décembre 2007, les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou, le cas échéant, un teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, afin de respecter respectivement le prescrit de l'article 468, alinéa 4, ou l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
La société ou l'organisme de placement collectif de droit belge concerné publie sans délai un avis indiquant le ou les organismes de liquidation ou, le cas échéant, le ou les teneurs de compte agréés en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, choisis par lui pour chaque catégorie de titres, sauf si, en ce qui concerne le choix des organismes de liquidation, le Roi n'a désigné qu'un organisme de liquidation pour une certaine catégorie de titres.
L'avis doit être publié dans le Moniteur belge, dans deux organes de presse de diffusion nationale, dont un en français et un en néerlandais, et, le cas échéant, sur le site internet de la société ou de l'organisme de placement collectif et déposé au greffe du tribunal de commerce dans le ressort territorial duquel la société ou l'organisme de placement collectif a son siège social. ".
" Art. 6. - Les sociétés de droit belge dont les titres visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, sont admis à la négociation sur un marché réglementé, ainsi que les organismes de placement collectif de droit belge modifient leurs statuts ou, le cas échéant, leur règlement de gestion avant le 31 décembre 2007 afin de les mettre en conformité avec cette loi.
Les statuts ainsi modifiés doivent en particulier prévoir que les titres au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée. Si l'émetteur est un organisme de placement collectif de droit belge, les statuts ou le règlement de gestion ainsi modifiés doivent prévoir que tous les titres qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée.
En outre, les sociétés et les organismes de placement collectif de droit belge concernés doivent prendre, avant le 31 décembre 2007, les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou, le cas échéant, un teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, afin de respecter respectivement le prescrit de l'article 468, alinéa 4, ou l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
La société ou l'organisme de placement collectif de droit belge concerné publie sans délai un avis indiquant le ou les organismes de liquidation ou, le cas échéant, le ou les teneurs de compte agréés en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, choisis par lui pour chaque catégorie de titres, sauf si, en ce qui concerne le choix des organismes de liquidation, le Roi n'a désigné qu'un organisme de liquidation pour une certaine catégorie de titres.
L'avis doit être publié dans le Moniteur belge, dans deux organes de presse de diffusion nationale, dont un en français et un en néerlandais, et, le cas échéant, sur le site internet de la société ou de l'organisme de placement collectif et déposé au greffe du tribunal de commerce dans le ressort territorial duquel la société ou l'organisme de placement collectif a son siège social. ".
Art.88. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. - § 1. Met uitzondering van de effecten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, tweede streepje, die aan toonder zijn en die op vervaldag komen vóór 1 januari 2014, moeten de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 zijn omgezet, uiterlijk op 31 december 2013 worden omgezet, naar keuze van de rechthebbende, in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke- en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte.
§ 2. De omzetting in effecten op naam wordt aangevraagd bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer de effecten waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd. De omzetting geschiedt door inschrijving van de effecten in de registers voorgeschreven bij of krachtens de wet. De inschrijving in de registers geschiedt binnen vijf werkdagen vanaf de aanvraag.
§ 3. Onverminderd artikel 6 passen de vennootschappen naar Belgisch recht die gedematerialiseerde effecten wensen uit te geven, hun statuten aan. De aldus gewijzigde statuten dienen in het bijzonder een omzettingsdatum te vermelden vanaf wanneer de reeds uitgegeven effecten in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan.
Onverminderd artikel 5 geschiedt de omzetting in gedematerialiseerde effecten automatisch door inschrijving van de effecten op een effectenrekening ten gevolge van hun neerlegging door hun rechthebbende bij een erkende rekeninghouder of de aangeduide vereffeningsinstelling, vanaf de in de statuten vermelde omzettingsdatum.
Bovendien dienen de betrokken vennootschappen, vóór de in de statuten vermelde omzettingsdatum, samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde in artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven.
De betrokken vennootschap publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de omzettingsdatum en van de vereffeningsinstelling(en) of de erkende rekeninghouder(s) in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen. Die kennisgeving moet in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd, in twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één in het Nederlands en één in het Frans, en, in voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft. Als de omzettingsdatum niet in die kennisgeving of in de statuten staat vermeld, zal die datum gelijk zijn aan die waarop de kennisgeving in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd.
De erkende rekeninghouder dient de effecten aan toonder die hij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te deponeren bij de bevoegde vereffeningsinstelling, tenzij voor de gevallen als bedoeld in artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen en artikel 17 van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62.
De erkende rekeninghouder moet de effecten aan toonder die hij ontvangt met toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, zo snel als mogelijk na de ontvangst overhandigen aan de emittent teneinde de inschrijving overeenkomstig artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen.
De vereffeningsinstelling dient de effecten aan toonder die zij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te overhandigen aan de emittent teneinde de inschrijving overeenkomstig artikel 468, vierde lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen. ".
" Art. 7. - § 1. Met uitzondering van de effecten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, tweede streepje, die aan toonder zijn en die op vervaldag komen vóór 1 januari 2014, moeten de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 zijn omgezet, uiterlijk op 31 december 2013 worden omgezet, naar keuze van de rechthebbende, in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke- en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte.
§ 2. De omzetting in effecten op naam wordt aangevraagd bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer de effecten waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd. De omzetting geschiedt door inschrijving van de effecten in de registers voorgeschreven bij of krachtens de wet. De inschrijving in de registers geschiedt binnen vijf werkdagen vanaf de aanvraag.
§ 3. Onverminderd artikel 6 passen de vennootschappen naar Belgisch recht die gedematerialiseerde effecten wensen uit te geven, hun statuten aan. De aldus gewijzigde statuten dienen in het bijzonder een omzettingsdatum te vermelden vanaf wanneer de reeds uitgegeven effecten in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn ingeschreven, in gedematerialiseerde vorm bestaan.
Onverminderd artikel 5 geschiedt de omzetting in gedematerialiseerde effecten automatisch door inschrijving van de effecten op een effectenrekening ten gevolge van hun neerlegging door hun rechthebbende bij een erkende rekeninghouder of de aangeduide vereffeningsinstelling, vanaf de in de statuten vermelde omzettingsdatum.
Bovendien dienen de betrokken vennootschappen, vóór de in de statuten vermelde omzettingsdatum, samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde in artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven.
De betrokken vennootschap publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de omzettingsdatum en van de vereffeningsinstelling(en) of de erkende rekeninghouder(s) in geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen. Die kennisgeving moet in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd, in twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één in het Nederlands en één in het Frans, en, in voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft. Als de omzettingsdatum niet in die kennisgeving of in de statuten staat vermeld, zal die datum gelijk zijn aan die waarop de kennisgeving in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd.
De erkende rekeninghouder dient de effecten aan toonder die hij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te deponeren bij de bevoegde vereffeningsinstelling, tenzij voor de gevallen als bedoeld in artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen en artikel 17 van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62.
De erkende rekeninghouder moet de effecten aan toonder die hij ontvangt met toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, zo snel als mogelijk na de ontvangst overhandigen aan de emittent teneinde de inschrijving overeenkomstig artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen.
De vereffeningsinstelling dient de effecten aan toonder die zij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te overhandigen aan de emittent teneinde de inschrijving overeenkomstig artikel 468, vierde lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen. ".
Art.88. L'article 7 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. - § 1er. A l'exception des titres au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, deuxième tiret, qui sont au porteur et qui viennent à échéance préalablement à la date du 1er janvier 2014, les titres au porteur qui n'ont pas été convertis conformément à l'article 5, doivent être convertis, au choix de leur titulaire, en titres nominatifs ou en titres dematérialisés, au plus tard le 31 décembre 2013, dans les limites des dispositions statutaires et du cadre légal et réglementaire de l'émission.
§ 2. La conversion en titres nominatifs est demandée auprès de l'émetteur. La demande n'est recevable que si elle est accompagnée du dépôt auprès de l'émetteur des titres dont la conversion est demandée. La conversion s'opère par l'inscription des titres dans les registres prescrits par ou en exécution de la loi. L'inscription dans les registres s'effectue dans les cinq jours ouvrables de la demande.
§ 3. Sans préjudice de l'article 6, les sociétés de droit belge qui souhaitent émettre des titres dématérialisés adaptent leurs statuts. Les statuts ainsi adaptés doivent en particulier prévoir une date de conversion à partir de laquelle les titres, au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée.
Sans préjudice de l'article 5, la conversion en titres dématérialisés s'opère automatiquement par l'inscription en compte des titres suite à leur dépôt par leur titulaire auprès d'un teneur de compte agréé ou de l'organisme de liquidation désigné, à partir de la date de conversion mentionnée dans les statuts.
En outre, les sociétés concernées doivent prendre, avant la date de conversion mentionnee dans les statuts, les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou un teneur de comptes agréé afin de respecter le prescrit de respectivement l'article 468, alinéa 4, ou l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
La société concernée publie sans délai un avis indiquant la date de conversion ainsi que le ou les organismes de liquidation ou le ou les teneurs de comptes agréés en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés choisis par elle pour chaque catégorie de titres, sauf si, en ce qui concerne le choix des organismes de liquidation, le Roi n'a désigné qu'un organisme de liquidation pour une certaine catégorie de titres. L'avis doit être publié dans le Moniteur belge, dans deux organes de presse de diffusion nationale, dont un en français et un en néerlandais, et, le cas échéant, sur le site internet de la société et déposé au greffe du tribunal de commerce dans le ressort territorial duquel la société a son siège social. A défaut de mention de la date de conversion dans cet avis ou dans les statuts, cette date sera la même que la date de publication de l'avis dans le Moniteur belge.
Le teneur de compte agréé doit, dans les meilleurs délais à dater de leur reception, déposer les titres au porteur auprès de l'organisme de liquidation compétent, sauf dans les cas visés dans l'article 475ter du Code des sociétés et l'article 17 de l'arrêté royal n° 62 coordonné.
Le teneur de compte agréé doit, dans les meilleurs délais à dater de leur réception, transmettre à l'émetteur les titres au porteur qu'il reçoit en vertu de l'article 475ter du Code des sociétés afin de permettre l'inscription prévue à l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
L'organisme de liquidation doit, dans les meilleurs délais à dater de leur réception, transmettre les titres au porteur à l'émetteur afin de permettre l'inscription prévue à l'article 468, alinéa 4, du Code des sociétés. ".
" Art. 7. - § 1er. A l'exception des titres au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, deuxième tiret, qui sont au porteur et qui viennent à échéance préalablement à la date du 1er janvier 2014, les titres au porteur qui n'ont pas été convertis conformément à l'article 5, doivent être convertis, au choix de leur titulaire, en titres nominatifs ou en titres dematérialisés, au plus tard le 31 décembre 2013, dans les limites des dispositions statutaires et du cadre légal et réglementaire de l'émission.
§ 2. La conversion en titres nominatifs est demandée auprès de l'émetteur. La demande n'est recevable que si elle est accompagnée du dépôt auprès de l'émetteur des titres dont la conversion est demandée. La conversion s'opère par l'inscription des titres dans les registres prescrits par ou en exécution de la loi. L'inscription dans les registres s'effectue dans les cinq jours ouvrables de la demande.
§ 3. Sans préjudice de l'article 6, les sociétés de droit belge qui souhaitent émettre des titres dématérialisés adaptent leurs statuts. Les statuts ainsi adaptés doivent en particulier prévoir une date de conversion à partir de laquelle les titres, au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, premier tiret, qui sont au porteur, déjà émis et inscrits en compte-titres, existent sous forme dématérialisée.
Sans préjudice de l'article 5, la conversion en titres dématérialisés s'opère automatiquement par l'inscription en compte des titres suite à leur dépôt par leur titulaire auprès d'un teneur de compte agréé ou de l'organisme de liquidation désigné, à partir de la date de conversion mentionnée dans les statuts.
En outre, les sociétés concernées doivent prendre, avant la date de conversion mentionnee dans les statuts, les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou un teneur de comptes agréé afin de respecter le prescrit de respectivement l'article 468, alinéa 4, ou l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
La société concernée publie sans délai un avis indiquant la date de conversion ainsi que le ou les organismes de liquidation ou le ou les teneurs de comptes agréés en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés choisis par elle pour chaque catégorie de titres, sauf si, en ce qui concerne le choix des organismes de liquidation, le Roi n'a désigné qu'un organisme de liquidation pour une certaine catégorie de titres. L'avis doit être publié dans le Moniteur belge, dans deux organes de presse de diffusion nationale, dont un en français et un en néerlandais, et, le cas échéant, sur le site internet de la société et déposé au greffe du tribunal de commerce dans le ressort territorial duquel la société a son siège social. A défaut de mention de la date de conversion dans cet avis ou dans les statuts, cette date sera la même que la date de publication de l'avis dans le Moniteur belge.
Le teneur de compte agréé doit, dans les meilleurs délais à dater de leur reception, déposer les titres au porteur auprès de l'organisme de liquidation compétent, sauf dans les cas visés dans l'article 475ter du Code des sociétés et l'article 17 de l'arrêté royal n° 62 coordonné.
Le teneur de compte agréé doit, dans les meilleurs délais à dater de leur réception, transmettre à l'émetteur les titres au porteur qu'il reçoit en vertu de l'article 475ter du Code des sociétés afin de permettre l'inscription prévue à l'article 475ter, alinéa 2, du Code des sociétés.
L'organisme de liquidation doit, dans les meilleurs délais à dater de leur réception, transmettre les titres au porteur à l'émetteur afin de permettre l'inscription prévue à l'article 468, alinéa 4, du Code des sociétés. ".
Art.89. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. - De Koning kan een instelling aanwijzen die, volgens de nadere regels die hij vaststelt, zal belast worden met het bijhouden van een gegevensbank die de relevante informatie over de emittenten herneemt in het kader van de toepassing van deze wet, in het bijzonder van haar artikelen 6 en 7. ".
" Art. 8. - De Koning kan een instelling aanwijzen die, volgens de nadere regels die hij vaststelt, zal belast worden met het bijhouden van een gegevensbank die de relevante informatie over de emittenten herneemt in het kader van de toepassing van deze wet, in het bijzonder van haar artikelen 6 en 7. ".
Art.89. L'article 8 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. - Le Roi peut désigner une institution qui sera chargée, selon les modalites qu'il détermine, de tenir une base de données reprenant les informations pertinentes relatives aux émetteurs dans le cadre de l'application de la présente loi, en particulier de ses article s 6 et 7. ".
" Art. 8. - Le Roi peut désigner une institution qui sera chargée, selon les modalites qu'il détermine, de tenir une base de données reprenant les informations pertinentes relatives aux émetteurs dans le cadre de l'application de la présente loi, en particulier de ses article s 6 et 7. ".
Art.90. In artikel 9 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Na het verstrijken van de in artikel 7 vermelde termijn worden de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 of artikel 7, § 2 of 3, zijn omgezet, van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde effecten en door de emittent op zijn naam ingeschreven op een effectenrekening. Als de statuten van de emittent echter niet voorzien in de uitgifte van gedematerialiseerde effecten of als de emittent samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder, wanneer artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen wordt toegepast, niet de nodige regelingen heeft getroffen, worden de effecten aan toonder waarvoor geen omzetting in gedematerialiseerde effecten heeft plaatsgehad, van rechtswege omgezet in effecten op naam. ";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Na het verstrijken van de in artikel 7 vermelde termijn worden de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 of artikel 7, § 2 of 3, zijn omgezet, van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde effecten en door de emittent op zijn naam ingeschreven op een effectenrekening. Als de statuten van de emittent echter niet voorzien in de uitgifte van gedematerialiseerde effecten of als de emittent samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder, wanneer artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen wordt toegepast, niet de nodige regelingen heeft getroffen, worden de effecten aan toonder waarvoor geen omzetting in gedematerialiseerde effecten heeft plaatsgehad, van rechtswege omgezet in effecten op naam. ";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.90. A l'article 9 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" A l'expiration du délai prévu à l'article 7, les titres au porteur qui n'ont pas été convertis conformément à l'article 5 ou à l'article 7, § 2 ou 3, sont convertis de plein droit en titres dematérialisés et sont inscrits en compte-titres par l'émetteur à son nom. Toutefois, si les statuts de l'émetteur ne permettent pas l'émission de titres dématérialisés ou si l'émetteur n'a pas pris les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou un teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, les titres au porteur dont la conversion en titres dématérialisés n'a pas été organisée sont convertis de plein droit en titres nominatifs. ";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" A l'expiration du délai prévu à l'article 7, les titres au porteur qui n'ont pas été convertis conformément à l'article 5 ou à l'article 7, § 2 ou 3, sont convertis de plein droit en titres dematérialisés et sont inscrits en compte-titres par l'émetteur à son nom. Toutefois, si les statuts de l'émetteur ne permettent pas l'émission de titres dématérialisés ou si l'émetteur n'a pas pris les mesures nécessaires avec un organisme de liquidation ou un teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du Code des sociétés, les titres au porteur dont la conversion en titres dématérialisés n'a pas été organisée sont convertis de plein droit en titres nominatifs. ";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.91. In artikel 468 van het Wetboek van vennootschappen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt aangevuld als volgt :
" of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. ";
2° in het vijfde lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " op naam van de vereffeningsinstelling " en de woorden " zijn ingeschreven ";
3° in het zesde lid worden de woorden " de erkende rekeninghouders " vervangen door de woorden " de in België erkende rekeninghouders ".
1° het vierde lid wordt aangevuld als volgt :
" of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. ";
2° in het vijfde lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " op naam van de vereffeningsinstelling " en de woorden " zijn ingeschreven ";
3° in het zesde lid worden de woorden " de erkende rekeninghouders " vervangen door de woorden " de in België erkende rekeninghouders ".
Art.91. Dans l'article 468 du Code des sociétés, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 4 est complété comme suit :
" ou, le cas échéant, du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ";
2° dans l'alinéa 5 les mots " ou, le cas échéant, du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont inséres entre les mots " au nom de l'organisme de liquidation " et les mots " dans le registre ";
3° dans l'alinéa 6, les mots " les teneurs de comptes agréés " sont remplacés par les mots " les teneurs de comptes agrées en Belgique ".
1° l'alinéa 4 est complété comme suit :
" ou, le cas échéant, du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ";
2° dans l'alinéa 5 les mots " ou, le cas échéant, du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont inséres entre les mots " au nom de l'organisme de liquidation " et les mots " dans le registre ";
3° dans l'alinéa 6, les mots " les teneurs de comptes agréés " sont remplacés par les mots " les teneurs de comptes agrées en Belgique ".
Art.92. In artikel 469, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " of, in voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " worden ingevoegd tussen de woorden " bij de vereffeningsinstelling " en de woorden " of bij de enige instelling ";
2° de woorden " of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " worden ingevoegd tussen de woorden " de instelling " en het woord " optreedt ".
1° de woorden " of, in voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " worden ingevoegd tussen de woorden " bij de vereffeningsinstelling " en de woorden " of bij de enige instelling ";
2° de woorden " of, in voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " worden ingevoegd tussen de woorden " de instelling " en het woord " optreedt ".
Art.92. Dans l'article 469, alinéa 1er du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " ou, le cas échéant, auprès du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont inséres entre les mots " auprès de l'organisme de liquidation " et les mots " ou auprès d'un seul établissement ";
2° l'alinéa est complété comme suit : " ou, le cas echéant, de ce teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ".
1° les mots " ou, le cas échéant, auprès du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont inséres entre les mots " auprès de l'organisme de liquidation " et les mots " ou auprès d'un seul établissement ";
2° l'alinéa est complété comme suit : " ou, le cas echéant, de ce teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ".
Art.93. Artikel 472, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld als volgt :
" of, in voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. "
" of, in voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. "
Art.93. L'article 472, alinéa 1er, du même Code est complété comme suit :
" ou, le cas échéant, auprès du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. "
" ou, le cas échéant, auprès du teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. "
Art.94. In artikel 473 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, aan de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " aan de vereffeningsinstelling " en de woorden " is bevrijdend ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " De vereffeningsinstelling " en de woorden " stort deze dividenden ";
3° het tweede lid wordt aangevuld als volgt :
" of, in voorkomend geval, voor de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, aan de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " aan de vereffeningsinstelling " en de woorden " is bevrijdend ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of, in voorkomend geval, de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, " ingevoegd tussen de woorden " De vereffeningsinstelling " en de woorden " stort deze dividenden ";
3° het tweede lid wordt aangevuld als volgt :
" of, in voorkomend geval, voor de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. ".
Art.94. Dans l'article 473 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er les mots " ou, le cas échéant, au teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont insérés entre les mots " l'organisme de liquidation " et les mots " est libératoire ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " ou, le cas échéant, le teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont insérés entre les mots " L'organisme de liquidation " et les mots " rétrocède ces dividendes ";
3° l'alinéa 2 est complété comme suit :
" ou, le cas échéant, pour le teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ".
1° dans l'alinéa 1er les mots " ou, le cas échéant, au teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont insérés entre les mots " l'organisme de liquidation " et les mots " est libératoire ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " ou, le cas échéant, le teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code, " sont insérés entre les mots " L'organisme de liquidation " et les mots " rétrocède ces dividendes ";
3° l'alinéa 2 est complété comme suit :
" ou, le cas échéant, pour le teneur de comptes agréé en cas d'application de l'article 475ter du présent Code. ".
Art.95. Artikel 475ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Behalve voor effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gelden de bepalingen van deze Afdeling tevens voor effecten ingeschreven op een rekening bij een erkende rekeninghouder die door die rekeninghouder niet worden bijgehouden bij een vereffeningsinstelling of bij een onderneming die ten opzichte van die instelling als tussenpersoon optreedt. ".
" Behalve voor effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gelden de bepalingen van deze Afdeling tevens voor effecten ingeschreven op een rekening bij een erkende rekeninghouder die door die rekeninghouder niet worden bijgehouden bij een vereffeningsinstelling of bij een onderneming die ten opzichte van die instelling als tussenpersoon optreedt. ".
Art.95. L'article 475ter, alinéa 1er, du même Code est remplacé comme suit :
" Sauf pour les titres qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, les dispositions de cette Section sont également applicables aux titres inscrits en compte auprès d'un teneur de comptes agréé qui ne sont pas maintenus par ce teneur de comptes auprès d'un organisme de liquidation ou auprès d'un établissement agissant comme intermédiaire à l'égard de cet organisme. ".
" Sauf pour les titres qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, les dispositions de cette Section sont également applicables aux titres inscrits en compte auprès d'un teneur de comptes agréé qui ne sont pas maintenus par ce teneur de comptes auprès d'un organisme de liquidation ou auprès d'un établissement agissant comme intermédiaire à l'égard de cet organisme. ".
Art.96. § 1. In afwijking van artikel 558 van het Wetboek van vennootschappen, en niettegenstaande iedere tegengestelde bepaling van de statuten, kunnen de vennootschappen tussen de inwerkingtreding van onderhavige bepaling en 31 décember 2013 in het kader van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder bij beslissing van hun bestuursorgaan genomen onder de vorm van een authentieke akte :
1° in hun statuten voorzien dat de effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op een effectenrekening zijn ingeschreven in gedematerialiseerde vorm bestaan;
2° overgaan tot de invoeging in hun statuten van de mogelijkheid gedematerialiseerde effecten uit te geven en de effecten aan toonder van de vennootschap om te zetten in gedematerialiseerde effecten;
3° in hun statuten de nodige regels voorzien om de rechthebbenden van gedematerialiseerde effecten toe te laten deel te nemen aan de algemene vergadering, zonder dat deze regels striktere voorwaarden mogen voorzien dan deze opgelegd aan degenen die hun effecten onder andere vormen aanhouden.
De artikelen 74 en 75 van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing op deze akte.
§ 2. De wijzigingen aangebracht aan de statuten overeenkomstig de eerste paragraaf van onderhavig artikel worden van rechtswege, ter informatie, ingeschreven op de agenda van de eerste algemene vergadering volgend op de registratie van de akte. Ze worden tevens vermeld in het eerste jaarverslag volgend op de registratie.
1° in hun statuten voorzien dat de effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op een effectenrekening zijn ingeschreven in gedematerialiseerde vorm bestaan;
2° overgaan tot de invoeging in hun statuten van de mogelijkheid gedematerialiseerde effecten uit te geven en de effecten aan toonder van de vennootschap om te zetten in gedematerialiseerde effecten;
3° in hun statuten de nodige regels voorzien om de rechthebbenden van gedematerialiseerde effecten toe te laten deel te nemen aan de algemene vergadering, zonder dat deze regels striktere voorwaarden mogen voorzien dan deze opgelegd aan degenen die hun effecten onder andere vormen aanhouden.
De artikelen 74 en 75 van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing op deze akte.
§ 2. De wijzigingen aangebracht aan de statuten overeenkomstig de eerste paragraaf van onderhavig artikel worden van rechtswege, ter informatie, ingeschreven op de agenda van de eerste algemene vergadering volgend op de registratie van de akte. Ze worden tevens vermeld in het eerste jaarverslag volgend op de registratie.
Art.96. § 1er. Par dérogation à l'article 558 du Code des sociétés, et nonobstant toute disposition contraire des statuts, les sociétés peuvent, entre l'entrée en vigueur de la présente disposition et le 31 décembre 2013, dans le cadre de la loi du 14 décembre 2005 portant suppression des titres au porteur, par décision de leur organe de gestion prise sous la forme d'un acte authentique :
1° prévoir dans leurs statuts que les titres admis à la négociation sur un marché réglementé et inscrits en compte-titres existent sous forme dématérialisée;
2° procéder à l'insertion dans leurs statuts de la possibilité d'émettre des titres dématérialisés et de convertir les titres au porteur de la société en titres dématérialisés;
3° prévoir dans leurs statuts les règles nécessaires pour permettre aux titulaires de titres dématérialisés de participer à l'assemblée générale, sans que ces règles puissent prévoir des conditions plus strictes que celles imposées à ceux qui détiennent leurs titres sous d'autres formes.
Les article s 74 et 75 du Code des sociétés sont d'application à cet acte.
§ 2. Les modifications apportées aux statuts conformément au paragraphe premier du présent article sont inscrites de plein droit, à titre d'information, à l'ordre du jour de la première assemblée générale suivant l'enregistrement de l'acte. Elles sont également mentionnées dans le premier rapport annuel suivant ledit enregistrement.
1° prévoir dans leurs statuts que les titres admis à la négociation sur un marché réglementé et inscrits en compte-titres existent sous forme dématérialisée;
2° procéder à l'insertion dans leurs statuts de la possibilité d'émettre des titres dématérialisés et de convertir les titres au porteur de la société en titres dématérialisés;
3° prévoir dans leurs statuts les règles nécessaires pour permettre aux titulaires de titres dématérialisés de participer à l'assemblée générale, sans que ces règles puissent prévoir des conditions plus strictes que celles imposées à ceux qui détiennent leurs titres sous d'autres formes.
Les article s 74 et 75 du Code des sociétés sont d'application à cet acte.
§ 2. Les modifications apportées aux statuts conformément au paragraphe premier du présent article sont inscrites de plein droit, à titre d'information, à l'ordre du jour de la première assemblée générale suivant l'enregistrement de l'acte. Elles sont également mentionnées dans le premier rapport annuel suivant ledit enregistrement.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de huurcontracten.
CHAPITRE III. - Modifications des dispositions du Code civil concernant les baux à loyer.
Art.97. In artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 februari 1991, worden de woorden " Behalve tegenstrijdige wettelijke bepalingen " toegevoegd aan het begin van de tekst.
Art.97. Dans l'article 1714 du Code civil, modifié par la loi du 20 février 1991, les mots " Sauf dispositions légales contraires " sont ajoutés au début du texte.
Art.98. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1714bis ingevoegd, luidende :
" Art. 1714bis. - Artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, is van toepassing op de kamer bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere studenten. ".
" Art. 1714bis. - Artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, is van toepassing op de kamer bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere studenten. ".
Art.98. Il est inseré un article 1714bis dans le même Code, libellé comme suit :
" Art. 1714bis. - L'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, est applicable à la chambre destinée au logement d'un ou plusieurs étudiants. ".
" Art. 1714bis. - L'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, est applicable à la chambre destinée au logement d'un ou plusieurs étudiants. ".
Art.99. Artikel 1716 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 februari 1991, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 1716. - Elke verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis houdt in dat in elke officiële of publieke mededeling onder meer het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten wordt vermeld.
Elk niet naleven van deze verplichting door de verhuurder of diens gevolmachtigde zal de betaling kunnen rechtvaardigen van een administratieve boete die vastgelegd is tussen 50 euro en 200 euro.
De gemeenten, in de hoedanigheid van gedecentraliseerde overheden, kunnen de inbreuken op de verplichtingen van dit artikel vaststellen, vervolgen en bestraffen. De bevoegde gemeente is die waar het goed zich bevindt. Deze inbreuken worden vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de vormvereisten, termijnen en procedures bepaald in artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, met uitzondering van § 5. ".
" Art. 1716. - Elke verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis houdt in dat in elke officiële of publieke mededeling onder meer het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten wordt vermeld.
Elk niet naleven van deze verplichting door de verhuurder of diens gevolmachtigde zal de betaling kunnen rechtvaardigen van een administratieve boete die vastgelegd is tussen 50 euro en 200 euro.
De gemeenten, in de hoedanigheid van gedecentraliseerde overheden, kunnen de inbreuken op de verplichtingen van dit artikel vaststellen, vervolgen en bestraffen. De bevoegde gemeente is die waar het goed zich bevindt. Deze inbreuken worden vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de vormvereisten, termijnen en procedures bepaald in artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, met uitzondering van § 5. ".
Art.99. L'article 1716 du même Code abrogé par la loi du 20 février 1991, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 1716. - Toute mise en location d'un bien affecté à l'habitation au sens large implique, dans toute communication publique ou officielle, que figure notamment le montant du loyer demandé et des charges communes.
Tout non-respect par le bailleur ou son mandataire de la présente obligation pourra justifier le paiement d'une amende administrative fixee entre 50 euros et 200 euros.
Les communes, en tant qu'autorités décentralisées, peuvent constater, poursuivre et sanctionner les manquements aux obligations du présent article. La commune compétente est celle où le bien est situé. Ces manquements sont constatés, poursuivis et sanctionnés selon les formes, délais et procédures visés à l'article 119bis de la nouvelle loi communale, à l'exception du § 5. ".
" Art. 1716. - Toute mise en location d'un bien affecté à l'habitation au sens large implique, dans toute communication publique ou officielle, que figure notamment le montant du loyer demandé et des charges communes.
Tout non-respect par le bailleur ou son mandataire de la présente obligation pourra justifier le paiement d'une amende administrative fixee entre 50 euros et 200 euros.
Les communes, en tant qu'autorités décentralisées, peuvent constater, poursuivre et sanctionner les manquements aux obligations du présent article. La commune compétente est celle où le bien est situé. Ces manquements sont constatés, poursuivis et sanctionnés selon les formes, délais et procédures visés à l'article 119bis de la nouvelle loi communale, à l'exception du § 5. ".
Art.100. Artikel 1730, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 december 1983, wordt vervangen als volgt :
" De partijen zijn verplicht een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Deze plaatsbeschrijving wordt opgesteld ofwel tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, ofwel tijdens de eerste maand van bewoning. Hij wordt gevoegd bij de geschreven huurovereenkomst in de zin van artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2 en zal eveneens onderworpen zijn aan de registratie. ".
" De partijen zijn verplicht een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Deze plaatsbeschrijving wordt opgesteld ofwel tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, ofwel tijdens de eerste maand van bewoning. Hij wordt gevoegd bij de geschreven huurovereenkomst in de zin van artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2 en zal eveneens onderworpen zijn aan de registratie. ".
Art.100. L'article 1730, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 20 décembre 1983, est remplacé par la disposition suivante :
" Les parties dressent impérativement un état des lieux détaillé contradictoirement et à frais communs. Cet état des lieux est dressé, soit au cours de la période où les locaux sont inoccupés, soit au cours du premier mois d'occupation. Il est annexé au contrat de bail écrit, au sens de l'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2 et sera également soumis à enregistrement. ".
" Les parties dressent impérativement un état des lieux détaillé contradictoirement et à frais communs. Cet état des lieux est dressé, soit au cours de la période où les locaux sont inoccupés, soit au cours du premier mois d'occupation. Il est annexé au contrat de bail écrit, au sens de l'article 1erbis du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2 et sera également soumis à enregistrement. ".
Art.101. In artikel 2 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 februari 1991 en gewijzigd bij de wet van 13 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" Onverminderd de normen betreffende de woningen, opgesteld door de Gewesten bij het uitoefenen van hun bevoegdheden, moet het verhuurde goed beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid.
Deze voorwaarde wordt beoordeeld door te verwijzen naar de staat van het verhuurde goed op het moment dat de huurder ervan in het genot. ";
2° het volgende lid wordt ingevoegd tussen het derde en vierde lid van artikel 2, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen :
" De in het vorige lid beoogde minimumvoorwaarden zijn van dwingend recht en moeten bij de huurovereenkomst worden gevoegd. ";
3° er wordt een § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. Met toepassing van de artikelen 1720, 1754 en 1755 van het Burgerlijk Wetboek op de huurovereenkomsten geregeld door deze afdeling, is de verhuurder verplicht tot alle herstellingen, andere dan de huurherstellingen. Deze herstellingen andere dan de huurherstellingen kunnen door de Koning worden gedefinieerd, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Deze bepalingen hebben een dwingend karakter en zullen uitwerking hebben voor de huurovereenkomsten die ondertekend worden na de inwerkingtreding van dit artikel. ".
1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" Onverminderd de normen betreffende de woningen, opgesteld door de Gewesten bij het uitoefenen van hun bevoegdheden, moet het verhuurde goed beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid.
Deze voorwaarde wordt beoordeeld door te verwijzen naar de staat van het verhuurde goed op het moment dat de huurder ervan in het genot. ";
2° het volgende lid wordt ingevoegd tussen het derde en vierde lid van artikel 2, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen :
" De in het vorige lid beoogde minimumvoorwaarden zijn van dwingend recht en moeten bij de huurovereenkomst worden gevoegd. ";
3° er wordt een § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. Met toepassing van de artikelen 1720, 1754 en 1755 van het Burgerlijk Wetboek op de huurovereenkomsten geregeld door deze afdeling, is de verhuurder verplicht tot alle herstellingen, andere dan de huurherstellingen. Deze herstellingen andere dan de huurherstellingen kunnen door de Koning worden gedefinieerd, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Deze bepalingen hebben een dwingend karakter en zullen uitwerking hebben voor de huurovereenkomsten die ondertekend worden na de inwerkingtreding van dit artikel. ".
Art.101. A l'article 2 du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, du même Code, inséré par la loi du 20 février 1991 et modifié par la loi du 13 avril 1997, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" Sans préjudice des normes relatives aux logements établies par les Régions dans l'exercice de leurs compétences, le bien loué doit répondre aux exigences élémentaires de sécurité, de salubrité et d'habitabilité.
Cette condition s'apprécie par référence à l'état du bien loué au moment de l'entrée en jouissance du preneur. ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 de l'article 2 dont le texte actuel formera le § 1er :
" Les conditions minimales visées à l'alinéa précédent sont impératives et obligatoirement annexées au bail. ";
3° il est inséré un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par l'application des article s 1720, 1754 et 1755 du Code civil aux baux régis par la présente section, le bailleur est obligatoirement tenu de toutes les réparations autres que les réparations locatives. Ces réparations autres que les réparations locatives peuvent être définies par le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres. Ces dispositions ont un caractère impératif et auront un effet pour les contrats de bail signés après l'entrée en vigueur du présent article. ".
1° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" Sans préjudice des normes relatives aux logements établies par les Régions dans l'exercice de leurs compétences, le bien loué doit répondre aux exigences élémentaires de sécurité, de salubrité et d'habitabilité.
Cette condition s'apprécie par référence à l'état du bien loué au moment de l'entrée en jouissance du preneur. ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 de l'article 2 dont le texte actuel formera le § 1er :
" Les conditions minimales visées à l'alinéa précédent sont impératives et obligatoirement annexées au bail. ";
3° il est inséré un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par l'application des article s 1720, 1754 et 1755 du Code civil aux baux régis par la présente section, le bailleur est obligatoirement tenu de toutes les réparations autres que les réparations locatives. Ces réparations autres que les réparations locatives peuvent être définies par le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres. Ces dispositions ont un caractère impératif et auront un effet pour les contrats de bail signés après l'entrée en vigueur du présent article. ".
Art.102. In dezelfde afdeling van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidende :
" Art. 11bis. - § 1. De Koning zal drie bijlagen opstellen, een per gewest, voor elke huurovereenkomst, bevattende een uitleg over de wettelijke bepalingen met betrekking tot de volgende elementen : de bepalingen die door het betrokken gewest goedgekeurd werden inzake de normen van gezondheid, veiligheid en bewoonbaarheid; een uitleg over de aard van een dwingende regel; de bepalingen met betrekking tot de schriftelijke huurovereenkomst, de registratie ervan en de kosteloosheid van de registratie; de duur van de huurovereenkomst; de mogelijkheden om de huurprijs te herzien, de indexering, de lasten; de regels opgesteld inzake de huurherstellingen; de mogelijkheden om de huurovereenkomst te beëindigen en de erbij horende bepalingen; de bepalingen in verband met de verandering van eigenaar; de mogelijkheden voor de partijen om bijgestaan te kunnen worden bij een geschil.
§ 2. Deze bijlage zal verplichtend bij de na de inwerkingtreding van dit artikel gesloten huurovereenkomst worden gevoegd. ".
" Art. 11bis. - § 1. De Koning zal drie bijlagen opstellen, een per gewest, voor elke huurovereenkomst, bevattende een uitleg over de wettelijke bepalingen met betrekking tot de volgende elementen : de bepalingen die door het betrokken gewest goedgekeurd werden inzake de normen van gezondheid, veiligheid en bewoonbaarheid; een uitleg over de aard van een dwingende regel; de bepalingen met betrekking tot de schriftelijke huurovereenkomst, de registratie ervan en de kosteloosheid van de registratie; de duur van de huurovereenkomst; de mogelijkheden om de huurprijs te herzien, de indexering, de lasten; de regels opgesteld inzake de huurherstellingen; de mogelijkheden om de huurovereenkomst te beëindigen en de erbij horende bepalingen; de bepalingen in verband met de verandering van eigenaar; de mogelijkheden voor de partijen om bijgestaan te kunnen worden bij een geschil.
§ 2. Deze bijlage zal verplichtend bij de na de inwerkingtreding van dit artikel gesloten huurovereenkomst worden gevoegd. ".
Art.102. Un article 11bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même section, du même Code :
" Art. 11bis. - § 1er. Le Roi rédigera trois annexes, une par région, pour chaque contrat de bail, contenant une explication des dispositions légales relatives aux éléments suivants : les dispositions adoptées par la région concernée en matière de normes de salubrité, sécurité et habitabilité; une explication sur la nature d'une règle impérative; les dispositions relatives au bail écrit, à son enregistrement et à la gratuité de l'enregistrement; la durée du bail; les possibilités de révision du loyer, l'indexation, les charges; les règles etablies en matière de réparations locatives; les possibilités de mettre fin au bail et les dispositions y afférant; les dispositions liées au changement de propriétaire; les possibilités pour les parties de pouvoir être assistées en cas de litige.
§ 2. Cette annexe sera obligatoirement jointe au contrat de bail conclu après l'entrée en vigueur du présent article. ".
" Art. 11bis. - § 1er. Le Roi rédigera trois annexes, une par région, pour chaque contrat de bail, contenant une explication des dispositions légales relatives aux éléments suivants : les dispositions adoptées par la région concernée en matière de normes de salubrité, sécurité et habitabilité; une explication sur la nature d'une règle impérative; les dispositions relatives au bail écrit, à son enregistrement et à la gratuité de l'enregistrement; la durée du bail; les possibilités de révision du loyer, l'indexation, les charges; les règles etablies en matière de réparations locatives; les possibilités de mettre fin au bail et les dispositions y afférant; les dispositions liées au changement de propriétaire; les possibilités pour les parties de pouvoir être assistées en cas de litige.
§ 2. Cette annexe sera obligatoirement jointe au contrat de bail conclu après l'entrée en vigueur du présent article. ".
Art.103. In dezelfde afdeling van hetzelfde Wetboek wordt artikel 10 vervangen als volgt :
" Art. 10. - § 1. Indien, behoudens de zekerheden voorzien in artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek, de huurder om de naleving van zijn verplichtingen te waarborgen, een van de in het volgende lid bepaalde vormen van waarborgen verstrekt, mag die niet meer bedragen dan het bedrag dat gelijk is aan 2 of 3 maanden huur, afhankelijk van de vorm van de huurwaarborg.
De in het vorige lid vermelde waarborgen kunnen naar keuze van de huurder drie vormen aannemen : ofwel een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder bij een financiële instelling, ofwel een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de waarborg progressief samen te stellen, ofwel een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling.
Wanneer de huurder kiest voor een geïndividualiseerde rekening, mag de huurwaarborg niet meer bedragen dan een bedrag gelijk aan 2 maanden huur. De opgebrachte rente wordt gekapitaliseerd ten bate van de huurder en de verhuurder verwerft voorrecht op de activa van de rekening voor elke schuldvordering ten gevolge van het volledig of gedeeltelijk niet nakomen van de verplichtingen van de huurder.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg, waarbij hij zich verbindt die volledig samen te stellen middels constante maandelijkse afbetalingen gedurende de duur van de huurovereenkomst, met een maximumduur van drie jaar, is deze gelijk aan een bedrag van maximaal drie maanden huur. De financiële instelling moet die zijn waar de huurder in voorkomend geval zijn rekening heeft en waar zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort. Indien de huurder stopt met het storten van zijn beroeps- of vervangingsinkomens bij de desbetreffende instelling, is die gerechtigd om de integrale en onmiddellijke samenstelling van de waarborg te eisen, onverminderd de mogelijkheid om die over te brengen naar een andere financiële instelling. Niettegenstaande de wet op het statuut van en het besluit op de kredietinstellingen van 22 maart 1993, kan een financiële instelling deze waarborg niet weigeren om redenen in verband met de kredietwaardigheid van de huurder. De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet is niet van toepassing. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels bepalen inzake de verplichting voor de financiële instelling om een huurwaarborg samen te stellen in het geval dat een kandidaat-huurder, op het moment van zijn aanvraag, gebonden is door meer dan één andere samenstellingsverplichting voor huurwaarborgen die voorheen toegekend werden. Na een evaluatie die zal plaatsvinden één jaar na het van kracht worden van dit systeem, zal de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een openbare waarborg kunnen organiseren om de waarborgen te dekken die door de financiële instellingen toegekend werden aan bepaalde categorieën huurders die Hij vaststelt, volgens de financieringsmodaliteiten die Hij vaststelt. De huurder zal geen enkele debetrente verschuldigd zijn aan de financiële instelling, die hem rente zal uitkeren vanaf de dag dat de waarborg volledig is samengesteld. De financiële instelling beschikt over de voorrechten van het gemeen recht ten overstaande van de huurder in geval hij zijn verplichting om de waarborg progressief samen te stellen, niet naleeft.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg die gelijk is aan een bedrag van maximaal drie maanden huur ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling, is het dat OCMW dat daar om verzoekt bij de financiële instelling, die de waarborg toestaat ten gunste van de verhuurder.
De Koning legt het formulier vast waarmee de financiële instellingen ten aanzien van de verhuurders zullen bevestigen dat de huurwaarborg toegekend is, ongeacht de manier waarop deze waarborg wordt gevormd.
§ 2. Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en nalaat die te plaatsen op de manier bepaald in § 1, derde lid, is hij ertoe gehouden om aan de huurder rente te betalen aan de gemiddelde rentevoet van de financiële markt op het bedrag van de waarborg, vanaf het moment dat die overhandigd wordt.
Deze rente wordt gekapitaliseerd. Vanaf de dag dat de huurder de verhuurder in gebreke stelt om te voldoen aan de verplichting hem opgelegd door § 1, derde lid, is de verschuldigde rente echter de wettelijke interesten op het bedrag van de waarborg.
§ 3. Er mag niet beschikt worden over de bankrekening, noch in hoofdsom, noch in rente, noch van de bankwaarborg, noch van de rekening waarop de waarborg opnieuw werd samengesteld, dan ten voordele van een van beide partijen, mits voorleggen van ofwel een schriftelijk akkoord, dat ten vroegste opgesteld wordt bij het beëindigen van de huurovereenkomst, ofwel van een kopie van een rechterlijke beslissing. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of voorziening en zonder borgstelling of kantonnement. ".
" Art. 10. - § 1. Indien, behoudens de zekerheden voorzien in artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek, de huurder om de naleving van zijn verplichtingen te waarborgen, een van de in het volgende lid bepaalde vormen van waarborgen verstrekt, mag die niet meer bedragen dan het bedrag dat gelijk is aan 2 of 3 maanden huur, afhankelijk van de vorm van de huurwaarborg.
De in het vorige lid vermelde waarborgen kunnen naar keuze van de huurder drie vormen aannemen : ofwel een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder bij een financiële instelling, ofwel een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de waarborg progressief samen te stellen, ofwel een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling.
Wanneer de huurder kiest voor een geïndividualiseerde rekening, mag de huurwaarborg niet meer bedragen dan een bedrag gelijk aan 2 maanden huur. De opgebrachte rente wordt gekapitaliseerd ten bate van de huurder en de verhuurder verwerft voorrecht op de activa van de rekening voor elke schuldvordering ten gevolge van het volledig of gedeeltelijk niet nakomen van de verplichtingen van de huurder.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg, waarbij hij zich verbindt die volledig samen te stellen middels constante maandelijkse afbetalingen gedurende de duur van de huurovereenkomst, met een maximumduur van drie jaar, is deze gelijk aan een bedrag van maximaal drie maanden huur. De financiële instelling moet die zijn waar de huurder in voorkomend geval zijn rekening heeft en waar zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort. Indien de huurder stopt met het storten van zijn beroeps- of vervangingsinkomens bij de desbetreffende instelling, is die gerechtigd om de integrale en onmiddellijke samenstelling van de waarborg te eisen, onverminderd de mogelijkheid om die over te brengen naar een andere financiële instelling. Niettegenstaande de wet op het statuut van en het besluit op de kredietinstellingen van 22 maart 1993, kan een financiële instelling deze waarborg niet weigeren om redenen in verband met de kredietwaardigheid van de huurder. De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet is niet van toepassing. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels bepalen inzake de verplichting voor de financiële instelling om een huurwaarborg samen te stellen in het geval dat een kandidaat-huurder, op het moment van zijn aanvraag, gebonden is door meer dan één andere samenstellingsverplichting voor huurwaarborgen die voorheen toegekend werden. Na een evaluatie die zal plaatsvinden één jaar na het van kracht worden van dit systeem, zal de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een openbare waarborg kunnen organiseren om de waarborgen te dekken die door de financiële instellingen toegekend werden aan bepaalde categorieën huurders die Hij vaststelt, volgens de financieringsmodaliteiten die Hij vaststelt. De huurder zal geen enkele debetrente verschuldigd zijn aan de financiële instelling, die hem rente zal uitkeren vanaf de dag dat de waarborg volledig is samengesteld. De financiële instelling beschikt over de voorrechten van het gemeen recht ten overstaande van de huurder in geval hij zijn verplichting om de waarborg progressief samen te stellen, niet naleeft.
Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg die gelijk is aan een bedrag van maximaal drie maanden huur ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling, is het dat OCMW dat daar om verzoekt bij de financiële instelling, die de waarborg toestaat ten gunste van de verhuurder.
De Koning legt het formulier vast waarmee de financiële instellingen ten aanzien van de verhuurders zullen bevestigen dat de huurwaarborg toegekend is, ongeacht de manier waarop deze waarborg wordt gevormd.
§ 2. Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en nalaat die te plaatsen op de manier bepaald in § 1, derde lid, is hij ertoe gehouden om aan de huurder rente te betalen aan de gemiddelde rentevoet van de financiële markt op het bedrag van de waarborg, vanaf het moment dat die overhandigd wordt.
Deze rente wordt gekapitaliseerd. Vanaf de dag dat de huurder de verhuurder in gebreke stelt om te voldoen aan de verplichting hem opgelegd door § 1, derde lid, is de verschuldigde rente echter de wettelijke interesten op het bedrag van de waarborg.
§ 3. Er mag niet beschikt worden over de bankrekening, noch in hoofdsom, noch in rente, noch van de bankwaarborg, noch van de rekening waarop de waarborg opnieuw werd samengesteld, dan ten voordele van een van beide partijen, mits voorleggen van ofwel een schriftelijk akkoord, dat ten vroegste opgesteld wordt bij het beëindigen van de huurovereenkomst, ofwel van een kopie van een rechterlijke beslissing. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of voorziening en zonder borgstelling of kantonnement. ".
Art.103. Dans la même section du même Code, l'article 10 est remplacé par la disposition suivante :
" Art 10. - § 1er. Si, indépendamment des sûretés prévues à l'article 1752 du Code civil, le preneur donne pour assurer le respect de ses obligations, une des formes de garanties prévues à l'alinéa suivant, celle-ci ne peut excéder un montant équivalent à 2 ou 3 mois de loyer, selon la forme de la garantie locative.
Les garanties mentionnées à l'alinéa précédent peuvent prendre au choix du preneur, trois formes : soit un compte individualisé ouvert au nom du preneur auprès d'une institution financière, soit une garantie bancaire qui permet au preneur de constituer progressivement la garantie, soit une garantie bancaire résultant d'un contrat-type entre un CPAS et une institution financière.
Lorsque le preneur opte pour un compte individualisé, la garantie locative ne peut excéder un montant équivalent à 2 mois de loyer. Les interêts produits sont capitalisés au profit du preneur et le bailleur acquiert privilège sur l'actif du compte pour toute créance résultant de l'inexécution totale ou partielle des obligations du preneur.
Lorsque le preneur opte pour une garantie bancaire qu'il s'engage à reconstituer totalement par mensualités constantes pendant la durée du contrat, avec un maximum de trois ans, celle-ci est d'un montant équivalent à trois mois de loyer maximum. L'institution financière devra être celle auprès de laquelle le preneur dispose, le cas échéant, du compte bancaire sur lequel sont versés ses revenus professionnels ou de remplacement. Si le preneur met fin au versement de ses revenus professionnels ou de remplacement dans l'institution en question, celle-ci est en droit de réclamer la reconstitution intégrale et immédiate de la garantie, sans préjudice de la possibilité de transférer celle-ci à une autre institution financière. Nonobstant la loi relative au statut et au contrôle des établissements de crédit du 22 mars 1993, une institution financière ne peut pas refuser cette garantie pour des raisons liées à l'état de solvabilité du locataire. La loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation n'est pas d'application. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modaliser l'obligation de l'institution financière de constituer une garantie bancaire dans le cas où le candidat locataire est tenu, au moment de sa demande, par plus d'une autre obligation de reconstitution pour des garanties bancaires locatives octroyées antérieurement. Après une évaluation faite un an après l'entrée en vigueur de ce système, le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, pourra organiser une garantie publique pour couvrir les garanties octroyées par les institutions financières à certaines catégories de locataires qu'Il définit, selon les modalités de financement qu'Il définit. Le preneur ne devra aucun intérêt débiteur à l'institution financière, qui lui accordera des intérêts dès le jour de la constitution totale de la garantie. L'institution financière dispose des privilèges de droit commun vis-à-vis du preneur en cas de non-exécution de son obligation de constituer progressivement la garantie.
Lorsque le preneur opte pour une garantie bancaire, d'un montant équivalent à trois mois de loyer maximum, résultant d'un contrat-type entre un CPAS et une institution financière, c'est le CPAS qui effectue la demande auprès de l'institution financière qui l'accorde au profit du bailleur.
Le Roi fixe le formulaire par lequel les institutions financières attesteront, vis-à-vis des bailleurs, que la garantie locative est octroyée, peu importe la manière dont cette garantie est constituée.
§ 2. Lorsque le bailleur est en possession de la garantie et s'abstient de la placer de la manière prévue au § 1er, alinéa 3, il est tenu de payer au preneur des intérêts au taux moyen du marché financier sur le montant de la garantie, à partir de la remise de celle-ci.
Ces intérêts sont capitalisés. Toutefois, à dater du jour où le preneur met en demeure le bailleur de satisfaire à l'obligation qui lui est imposée par le § 1er, alinéa 3, les intérêts dus sont les intérêts légaux sur le montant de la garantie.
§ 3. Il ne peut être disposé du compte bancaire, tant en principale qu'en intérêts, ni de la garantie bancaire ni du compte sur lequel la reconstitution de la garantie s'est effectuée, qu'au profit de l'une ou l'autre des parties, moyennant production soit d'un accord écrit, établi au plus tôt à la fin du contrat de bail, soit d'une copie d'une décision judiciaire. Cette décision est exécutoire par provision, nonobstant opposition ou appel, et sans caution ni cantonnement. ".
" Art 10. - § 1er. Si, indépendamment des sûretés prévues à l'article 1752 du Code civil, le preneur donne pour assurer le respect de ses obligations, une des formes de garanties prévues à l'alinéa suivant, celle-ci ne peut excéder un montant équivalent à 2 ou 3 mois de loyer, selon la forme de la garantie locative.
Les garanties mentionnées à l'alinéa précédent peuvent prendre au choix du preneur, trois formes : soit un compte individualisé ouvert au nom du preneur auprès d'une institution financière, soit une garantie bancaire qui permet au preneur de constituer progressivement la garantie, soit une garantie bancaire résultant d'un contrat-type entre un CPAS et une institution financière.
Lorsque le preneur opte pour un compte individualisé, la garantie locative ne peut excéder un montant équivalent à 2 mois de loyer. Les interêts produits sont capitalisés au profit du preneur et le bailleur acquiert privilège sur l'actif du compte pour toute créance résultant de l'inexécution totale ou partielle des obligations du preneur.
Lorsque le preneur opte pour une garantie bancaire qu'il s'engage à reconstituer totalement par mensualités constantes pendant la durée du contrat, avec un maximum de trois ans, celle-ci est d'un montant équivalent à trois mois de loyer maximum. L'institution financière devra être celle auprès de laquelle le preneur dispose, le cas échéant, du compte bancaire sur lequel sont versés ses revenus professionnels ou de remplacement. Si le preneur met fin au versement de ses revenus professionnels ou de remplacement dans l'institution en question, celle-ci est en droit de réclamer la reconstitution intégrale et immédiate de la garantie, sans préjudice de la possibilité de transférer celle-ci à une autre institution financière. Nonobstant la loi relative au statut et au contrôle des établissements de crédit du 22 mars 1993, une institution financière ne peut pas refuser cette garantie pour des raisons liées à l'état de solvabilité du locataire. La loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation n'est pas d'application. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modaliser l'obligation de l'institution financière de constituer une garantie bancaire dans le cas où le candidat locataire est tenu, au moment de sa demande, par plus d'une autre obligation de reconstitution pour des garanties bancaires locatives octroyées antérieurement. Après une évaluation faite un an après l'entrée en vigueur de ce système, le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, pourra organiser une garantie publique pour couvrir les garanties octroyées par les institutions financières à certaines catégories de locataires qu'Il définit, selon les modalités de financement qu'Il définit. Le preneur ne devra aucun intérêt débiteur à l'institution financière, qui lui accordera des intérêts dès le jour de la constitution totale de la garantie. L'institution financière dispose des privilèges de droit commun vis-à-vis du preneur en cas de non-exécution de son obligation de constituer progressivement la garantie.
Lorsque le preneur opte pour une garantie bancaire, d'un montant équivalent à trois mois de loyer maximum, résultant d'un contrat-type entre un CPAS et une institution financière, c'est le CPAS qui effectue la demande auprès de l'institution financière qui l'accorde au profit du bailleur.
Le Roi fixe le formulaire par lequel les institutions financières attesteront, vis-à-vis des bailleurs, que la garantie locative est octroyée, peu importe la manière dont cette garantie est constituée.
§ 2. Lorsque le bailleur est en possession de la garantie et s'abstient de la placer de la manière prévue au § 1er, alinéa 3, il est tenu de payer au preneur des intérêts au taux moyen du marché financier sur le montant de la garantie, à partir de la remise de celle-ci.
Ces intérêts sont capitalisés. Toutefois, à dater du jour où le preneur met en demeure le bailleur de satisfaire à l'obligation qui lui est imposée par le § 1er, alinéa 3, les intérêts dus sont les intérêts légaux sur le montant de la garantie.
§ 3. Il ne peut être disposé du compte bancaire, tant en principale qu'en intérêts, ni de la garantie bancaire ni du compte sur lequel la reconstitution de la garantie s'est effectuée, qu'au profit de l'une ou l'autre des parties, moyennant production soit d'un accord écrit, établi au plus tôt à la fin du contrat de bail, soit d'une copie d'une décision judiciaire. Cette décision est exécutoire par provision, nonobstant opposition ou appel, et sans caution ni cantonnement. ".
TITEL VII. - Financiën.
TITRE VII. - Finances.
HOOFDSTUK I. - BTW-eenheid - Hoofdelijke aansprakelijkheid.
CHAPITRE Ier. - Unité T.V.A. - Solidarité.
Art.104. In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 51ter ingevoegd, luidende :
" Art. 51ter. - De personen die bij toepassing van artikel 4, § 2, als één belastingplichtige worden aangemerkt, zijn ten opzichte van de Staat hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de belasting, de intresten, de geldboeten en de kosten die opeisbaar zijn ingevolge de handelingen die betrekking hebben op de periode waarin deze personen als één belastingplichtige worden aangemerkt voor de toepassing van dit Wetboek. ".
" Art. 51ter. - De personen die bij toepassing van artikel 4, § 2, als één belastingplichtige worden aangemerkt, zijn ten opzichte van de Staat hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de belasting, de intresten, de geldboeten en de kosten die opeisbaar zijn ingevolge de handelingen die betrekking hebben op de periode waarin deze personen als één belastingplichtige worden aangemerkt voor de toepassing van dit Wetboek. ".
Art.104. Un article 51ter, rédigé comme suit, est inséré dans le Code de la Taxe sur la valeur ajoutée :
" Art. 51ter. - Les personnes qui ne constituent qu'un seul assujetti par application de l'article 4, § 2, sont solidairement tenues vis-à-vis de l'Etat du paiement de la taxe, des intérêts, des amendes et des frais exigibles du fait des opérations qui se rapportent à la période pendant laquelle ces personnes constituent un seul assujetti pour l'application du présent Code. "
" Art. 51ter. - Les personnes qui ne constituent qu'un seul assujetti par application de l'article 4, § 2, sont solidairement tenues vis-à-vis de l'Etat du paiement de la taxe, des intérêts, des amendes et des frais exigibles du fait des opérations qui se rapportent à la période pendant laquelle ces personnes constituent un seul assujetti pour l'application du présent Code. "
Art.105. Artikel 104 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2007.
Art.105. L'article 104 produit ses effets le 1er avril 2007.
HOOFDSTUK II. - Vennootschapsbelasting - Vrijgestelde reserves.
CHAPITRE II. - Impôt des sociétés - Réserves exonérées.
Art.106. In titel X van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een nieuw artikel 519ter ingevoegd, luidende :
" Art. 519ter. - § 1. In afwijking van de artikelen 215 en 246, eerste lid, wordt, voor de aanslagjaren 2008 tot 2010, het tarief van de vennootschapsbelasting of, voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-inwoners verlaagd :
1° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 511, § 1, bedoelde belastbare opnemingen op de investeringsreserve, die is aangelegd gedurende het aanslagjaar 1982;
2° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 190, vierde lid, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan deze bedoeld in de artikelen 44bis en 47 van dit wetboek en in artikel 115, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002, die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 190, eerste tot derde lid, en die niet hoger zijn dan het totale bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van het aan het aanslagjaar 2004 verbonden belastbaar tijdperk.
Het in het eerste lid vermelde tarief wordt bepaald :
- op 16,5 pct. voor het aanslagjaar 2008;
- op 20,75 pct. voor het aanslagjaar 2009; en
- op 25 pct. voor het aanslagjaar 2010.
De in het eerste lid vermelde tarieven worden bovendien voor de aanslagjaren 2008 tot 2010 verlaagd tot respectievelijk 10 pct., 12 pct. en 14 pct. voor het gedeelte van de opnemingen dat overeenstemt met investeringen die tijdens het aan het desbetreffende aanslagjaar verbonden belastbaar tijdperk zijn verricht, in materiële vaste activa, andere dan deze welke vermeld zijn in artikel 75, 5°, of immateriële vaste activa, die afschrijfbaar zijn, die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater en die voorheen nog niet in aanmerking werden genomen voor de toepassing van deze bepaling.
§ 2. Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de in § 1 vermelde belasting.
In afwijking van artikel 276 mag geen voorheffing, noch forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, noch belastingkrediet worden verrekend op de in § 1 vermelde belasting.
§ 3. De in § 1 vermelde belasting wordt eventueel vermeerderd zoals bepaald bij de artikelen 157 tot 159, 161 tot 164 en 166 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.
§ 4. Artikel 463bis is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de §§ 1 tot 3. ".
" Art. 519ter. - § 1. In afwijking van de artikelen 215 en 246, eerste lid, wordt, voor de aanslagjaren 2008 tot 2010, het tarief van de vennootschapsbelasting of, voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-inwoners verlaagd :
1° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 511, § 1, bedoelde belastbare opnemingen op de investeringsreserve, die is aangelegd gedurende het aanslagjaar 1982;
2° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 190, vierde lid, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan deze bedoeld in de artikelen 44bis en 47 van dit wetboek en in artikel 115, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002, die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 190, eerste tot derde lid, en die niet hoger zijn dan het totale bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van het aan het aanslagjaar 2004 verbonden belastbaar tijdperk.
Het in het eerste lid vermelde tarief wordt bepaald :
- op 16,5 pct. voor het aanslagjaar 2008;
- op 20,75 pct. voor het aanslagjaar 2009; en
- op 25 pct. voor het aanslagjaar 2010.
De in het eerste lid vermelde tarieven worden bovendien voor de aanslagjaren 2008 tot 2010 verlaagd tot respectievelijk 10 pct., 12 pct. en 14 pct. voor het gedeelte van de opnemingen dat overeenstemt met investeringen die tijdens het aan het desbetreffende aanslagjaar verbonden belastbaar tijdperk zijn verricht, in materiële vaste activa, andere dan deze welke vermeld zijn in artikel 75, 5°, of immateriële vaste activa, die afschrijfbaar zijn, die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater en die voorheen nog niet in aanmerking werden genomen voor de toepassing van deze bepaling.
§ 2. Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de in § 1 vermelde belasting.
In afwijking van artikel 276 mag geen voorheffing, noch forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, noch belastingkrediet worden verrekend op de in § 1 vermelde belasting.
§ 3. De in § 1 vermelde belasting wordt eventueel vermeerderd zoals bepaald bij de artikelen 157 tot 159, 161 tot 164 en 166 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.
§ 4. Artikel 463bis is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de §§ 1 tot 3. ".
Art.106. Dans le titre X du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un nouvel article 519ter, rédigé comme suit :
" Art. 519ter. - § 1er. Par dérogation aux article s 215 et 246, alinéa 1er, le taux de l'impôt des sociétés ou, pour les contribuables visés à l'article 227, 2°, de l'impôt des non-résidents est réduit, pour les exercices d'imposition 2008 à 2010 :
1° en ce qui concerne les prélèvements imposables en vertu de l'article 511, § 1er, sur la réserve d'investissement constituée pendant l'exercice d'imposition 1982;
2° en ce qui concerne les prélèvements imposables en vertu de l'article 190, alinéa 4, qui sont effectués sur des plus-values réalisées autres que celles visées aux article s 44bis et 47 du présent code et à l'article 115, § 2, de la loi-programme du 2 août 2002, immunisées aux conditions prévues à l'article 190, alinéas 1er à 3, et qui n'excèdent pas le montant total de ces plus-values existant à la fin de la période imposable se rattachant à l'exercice d'imposition 2004.
Le taux visé à l'alinéa 1er est fixé :
- à 16,5 p.c. pour l'exercice d'imposition 2008;
- à 20,75 p.c. pour l'exercice d'imposition 2009; et
- à 25 p.c. pour l'exercice d'imposition 2010.
Les taux visés à l'alinéa 1er sont en outre réduits, pour les exercices d'imposition 2008 a 2010, respectivement à 10 p.c., 12 p.c. et 14 p.c. pour la partie des prélèvements qui correspond à des investissements réalisés pendant la période imposable se rattachant à l'exercice d'imposition considéré, en immobilisations corporelles, autres que ceux visés à l'article 75, 5°, ou en immobilisations incorporelles, qui sont amortissables, qui ne sont pas considérees comme un remploi en vertu des article s 44bis, 44ter, 47 et 194quater et qui antérieurement n'ont pas été prises en considération pour l'application de cette disposition.
§ 2. Aucune des déductions prévues aux article s 199 à 206 ou compensation avec la perte de la période imposable ne peut être opérée sur l'assiette de l'impôt visé au § 1er.
Par dérogation à l'article 276, aucun précompte, quotité forfaitaire d'impôt étranger ou crédit d'impôt ne peut être imputé sur l'impôt visé au § 1er.
§ 3. L'impôt visé au § 1er est éventuellement majoré comme il est prévu aux article s 157 à 159, 161 à 164 et 166 à 168, en cas d'absence ou d'insuffisance de versements anticipés.
§ 4. L'article 463bis ne s'applique pas à l'impôt calculé conformément aux §§ 1er a 3. ".
" Art. 519ter. - § 1er. Par dérogation aux article s 215 et 246, alinéa 1er, le taux de l'impôt des sociétés ou, pour les contribuables visés à l'article 227, 2°, de l'impôt des non-résidents est réduit, pour les exercices d'imposition 2008 à 2010 :
1° en ce qui concerne les prélèvements imposables en vertu de l'article 511, § 1er, sur la réserve d'investissement constituée pendant l'exercice d'imposition 1982;
2° en ce qui concerne les prélèvements imposables en vertu de l'article 190, alinéa 4, qui sont effectués sur des plus-values réalisées autres que celles visées aux article s 44bis et 47 du présent code et à l'article 115, § 2, de la loi-programme du 2 août 2002, immunisées aux conditions prévues à l'article 190, alinéas 1er à 3, et qui n'excèdent pas le montant total de ces plus-values existant à la fin de la période imposable se rattachant à l'exercice d'imposition 2004.
Le taux visé à l'alinéa 1er est fixé :
- à 16,5 p.c. pour l'exercice d'imposition 2008;
- à 20,75 p.c. pour l'exercice d'imposition 2009; et
- à 25 p.c. pour l'exercice d'imposition 2010.
Les taux visés à l'alinéa 1er sont en outre réduits, pour les exercices d'imposition 2008 a 2010, respectivement à 10 p.c., 12 p.c. et 14 p.c. pour la partie des prélèvements qui correspond à des investissements réalisés pendant la période imposable se rattachant à l'exercice d'imposition considéré, en immobilisations corporelles, autres que ceux visés à l'article 75, 5°, ou en immobilisations incorporelles, qui sont amortissables, qui ne sont pas considérees comme un remploi en vertu des article s 44bis, 44ter, 47 et 194quater et qui antérieurement n'ont pas été prises en considération pour l'application de cette disposition.
§ 2. Aucune des déductions prévues aux article s 199 à 206 ou compensation avec la perte de la période imposable ne peut être opérée sur l'assiette de l'impôt visé au § 1er.
Par dérogation à l'article 276, aucun précompte, quotité forfaitaire d'impôt étranger ou crédit d'impôt ne peut être imputé sur l'impôt visé au § 1er.
§ 3. L'impôt visé au § 1er est éventuellement majoré comme il est prévu aux article s 157 à 159, 161 à 164 et 166 à 168, en cas d'absence ou d'insuffisance de versements anticipés.
§ 4. L'article 463bis ne s'applique pas à l'impôt calculé conformément aux §§ 1er a 3. ".
Art.107. Elke wijziging die vanaf 17 oktober 2006 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, heeft geen enkel gevolg voor de toepassing van artikel 106.
Art.107. Toute modification apportée à partir du 17 octobre 2006 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application de l'article 106.
HOOFDSTUK III. - Vrijstelling van de meerwaarden gerealiseerd op binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart.
CHAPITRE III. - Exonération des plus-values réalisées sur des bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale.
Art.108. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 44ter ingevoegd, luidende :
" Art. 44ter. § 1. De meerwaarden die in de in het tweede lid bedoelde omstandigheden op voor de commerciële vaart bestemde binnenschepen zijn verwezenlijkt, worden volledig vrijgesteld wanneer een bedrag dat gelijk is aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld.
De meerwaarden moeten zijn verwezenlijkt :
1° naar aanleiding van een schadegeval, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, of
2° bij een niet in het 1 ° vermelde vervreemding van binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart, voorzover deze sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding ervan de aard van vaste activa hadden.
Onder binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart moet worden verstaan :
1° vaartuigen die worden aangewend voor goederen- of personenvervoer, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden;
2° vaartuigen die worden aangewend voor het duwen van binnenvaartuigen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden.
§ 2. De herbelegging moet gebeuren in binnenschepen die :
1° beantwoorden aan de ecologische normen die door de Koning zijn bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
2° bestemd zijn voor de commerciële vaart;
3° in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;
4° gelijktijdig beantwoorden aan minstens twee van de volgende voorwaarden :
a) van een recenter bouwjaar zijn - minstens 5 jaar - dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;
b) minstens 25 % meer laadvermogen of, in het geval van een duwboot, 25 % meer motorvermogen hebben dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;
c) maximum twintig jaar in gebruik zijn.
§ 3. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren en binnen een termijn :
1° die verstrijkt vijf jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen, voor in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde meerwaarden;
2° van vijf jaar te rekenen van de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt of van de eerste dag van het voorlaatste belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt, voor in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde meerwaarden.
§ 4. Om de in § 1, eerste lid, vermelde vrijstelling te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen vanaf het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt en tot het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingtermijn is verstreken, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.
§ 5. Indien niet wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijnen die bij §§ 2 en 3, zijn bepaald, wordt de verwezenlijkte meerwaarde aangemerkt als een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is. In dat geval is artikel 47 niet van toepassing. ".
" Art. 44ter. § 1. De meerwaarden die in de in het tweede lid bedoelde omstandigheden op voor de commerciële vaart bestemde binnenschepen zijn verwezenlijkt, worden volledig vrijgesteld wanneer een bedrag dat gelijk is aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld.
De meerwaarden moeten zijn verwezenlijkt :
1° naar aanleiding van een schadegeval, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, of
2° bij een niet in het 1 ° vermelde vervreemding van binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart, voorzover deze sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding ervan de aard van vaste activa hadden.
Onder binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart moet worden verstaan :
1° vaartuigen die worden aangewend voor goederen- of personenvervoer, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden;
2° vaartuigen die worden aangewend voor het duwen van binnenvaartuigen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden.
§ 2. De herbelegging moet gebeuren in binnenschepen die :
1° beantwoorden aan de ecologische normen die door de Koning zijn bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
2° bestemd zijn voor de commerciële vaart;
3° in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;
4° gelijktijdig beantwoorden aan minstens twee van de volgende voorwaarden :
a) van een recenter bouwjaar zijn - minstens 5 jaar - dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;
b) minstens 25 % meer laadvermogen of, in het geval van een duwboot, 25 % meer motorvermogen hebben dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;
c) maximum twintig jaar in gebruik zijn.
§ 3. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren en binnen een termijn :
1° die verstrijkt vijf jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen, voor in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde meerwaarden;
2° van vijf jaar te rekenen van de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt of van de eerste dag van het voorlaatste belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt, voor in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde meerwaarden.
§ 4. Om de in § 1, eerste lid, vermelde vrijstelling te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen vanaf het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt en tot het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingtermijn is verstreken, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.
§ 5. Indien niet wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijnen die bij §§ 2 en 3, zijn bepaald, wordt de verwezenlijkte meerwaarde aangemerkt als een inkomen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is. In dat geval is artikel 47 niet van toepassing. ".
Art.108. Un article 44ter, rédigé comme suit, est inséré dans le Code des impôts sur les revenus 1992.
" Art. 44ter. § 1er. Les plus-values qui sont réalisées sur les bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale dans les circonstances visées à l'alinéa 2 sont entièrement exonérées, lorsqu'un montant égal à l'indemnité ou à la valeur de réalisation est remployé de la manière et dans les délais indiqués ci-après.
Les plus-values doivent être réalisées :
1° à l'occasion d'un sinistre, d'une réquisition en propriéte ou d'un autre événement analogue, ou
2° à l'occasion d'une aliénation non visée au 1° de bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale, pour autant que ceux-ci aient la nature d'une immobilisation depuis plus de cinq ans au moment de leur aliénation.
Par bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale, on entend :
1° les bâtiments affectés au transport de biens ou de personnes, tant pour compte propre que pour compte de tiers;
2° les bâtiments affectés au poussage de bâtiments de navigation intérieure, tant pour compte propre que pour compte de tiers.
§ 2. Le remploi doit revêtir la forme de bateaux de navigation intérieure qui :
1° répondent aux normes écologiques déterminées par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres;
2° sont destinés à la navigation commerciale;
3° sont utilisés en Belgique pour l'exercice de l'activité professionnelle;
4° répondent simultanément à au moins deux des conditions suivantes :
a) être d'une année de construction plus récente - de cinq ans au moins - que le bâtiment auquel se rapporte la plus-value;
b) avoir au moins 25 % de capacité supplémentaire ou, dans le cas d'un pousseur, 25 % de force motrice supplémentaire, que le bâtiment auquel se rapporte la plus-value;
c) avoir une ancienneté d'exploitation de vingt ans au maximum.
§ 3. Le remploi doit être effectué au plus tard à la cessation de l'activité professionnelle et dans un délai :
1° expirant cinq ans après la fin de la période imposable au cours de laquelle l'indemnité a été perçue s'il s'agit de plus-values visées au § 1er, alinéa 2, 1°;
2° de cinq ans prenant cours le premier jour de la période imposable au cours de laquelle la plus-value a été réalisée ou le premier jour de la pénultième periode imposable précédant celle au cours de laquelle la plus-value a été réalisée s'il s'agit de plus-values visées au § 1er, alinéa 2, 2°.
§ 4. Pour pouvoir bénéficier de l'exonération visée au § 1er, alinéa 1er, le contribuable est tenu de joindre à la déclaration aux impôts sur les revenus un relevé conforme au modèle arrêté par le ministre des Finances ou son délégué, à partir de l'exercice d'imposition afférent à la periode imposable au cours de laquelle la plus-value a été réalisée et jusqu'à l'exercice d'imposition afférent à la période imposable au cours de laquelle le délai de remploi est venu à expiration.
§ 5. A défaut de remploi dans les formes et délais prévus aux §§ 2 et 3, la plus-value est considérée comme un revenu de la période imposable pendant laquelle le délai de remploi est venu à expiration. Dans ce cas, l'article 47 n'est pas applicable. ".
" Art. 44ter. § 1er. Les plus-values qui sont réalisées sur les bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale dans les circonstances visées à l'alinéa 2 sont entièrement exonérées, lorsqu'un montant égal à l'indemnité ou à la valeur de réalisation est remployé de la manière et dans les délais indiqués ci-après.
Les plus-values doivent être réalisées :
1° à l'occasion d'un sinistre, d'une réquisition en propriéte ou d'un autre événement analogue, ou
2° à l'occasion d'une aliénation non visée au 1° de bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale, pour autant que ceux-ci aient la nature d'une immobilisation depuis plus de cinq ans au moment de leur aliénation.
Par bateaux de navigation intérieure destinés à la navigation commerciale, on entend :
1° les bâtiments affectés au transport de biens ou de personnes, tant pour compte propre que pour compte de tiers;
2° les bâtiments affectés au poussage de bâtiments de navigation intérieure, tant pour compte propre que pour compte de tiers.
§ 2. Le remploi doit revêtir la forme de bateaux de navigation intérieure qui :
1° répondent aux normes écologiques déterminées par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres;
2° sont destinés à la navigation commerciale;
3° sont utilisés en Belgique pour l'exercice de l'activité professionnelle;
4° répondent simultanément à au moins deux des conditions suivantes :
a) être d'une année de construction plus récente - de cinq ans au moins - que le bâtiment auquel se rapporte la plus-value;
b) avoir au moins 25 % de capacité supplémentaire ou, dans le cas d'un pousseur, 25 % de force motrice supplémentaire, que le bâtiment auquel se rapporte la plus-value;
c) avoir une ancienneté d'exploitation de vingt ans au maximum.
§ 3. Le remploi doit être effectué au plus tard à la cessation de l'activité professionnelle et dans un délai :
1° expirant cinq ans après la fin de la période imposable au cours de laquelle l'indemnité a été perçue s'il s'agit de plus-values visées au § 1er, alinéa 2, 1°;
2° de cinq ans prenant cours le premier jour de la période imposable au cours de laquelle la plus-value a été réalisée ou le premier jour de la pénultième periode imposable précédant celle au cours de laquelle la plus-value a été réalisée s'il s'agit de plus-values visées au § 1er, alinéa 2, 2°.
§ 4. Pour pouvoir bénéficier de l'exonération visée au § 1er, alinéa 1er, le contribuable est tenu de joindre à la déclaration aux impôts sur les revenus un relevé conforme au modèle arrêté par le ministre des Finances ou son délégué, à partir de l'exercice d'imposition afférent à la periode imposable au cours de laquelle la plus-value a été réalisée et jusqu'à l'exercice d'imposition afférent à la période imposable au cours de laquelle le délai de remploi est venu à expiration.
§ 5. A défaut de remploi dans les formes et délais prévus aux §§ 2 et 3, la plus-value est considérée comme un revenu de la période imposable pendant laquelle le délai de remploi est venu à expiration. Dans ce cas, l'article 47 n'est pas applicable. ".
Art.109. In artikel 46 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 21 december 1994, 30 januari 1996, 16 april 1997, 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " in de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363 " vervangen door de woorden "in de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 ";
2° in § 2, derde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ".
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " in de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363 " vervangen door de woorden "in de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 ";
2° in § 2, derde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ".
Art.109. A l'article 46 du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 21 décembre 1994, 30 janvier 1996, 16 avril 1997, 22 décembre 1998 et 14 janvier 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1 ° dans le § 2, alinéa 2, les mots " des article s 44, 44bis, 45, 47, 48 et 361 à 363 " sont remplacés par les mots " des article s 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 et 361 à 363 ";
2° dans le § 2, alinéa 3, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont remplacés par " visés aux article s 44bis, 44ter et 47 ".
1 ° dans le § 2, alinéa 2, les mots " des article s 44, 44bis, 45, 47, 48 et 361 à 363 " sont remplacés par les mots " des article s 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 et 361 à 363 ";
2° dans le § 2, alinéa 3, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont remplacés par " visés aux article s 44bis, 44ter et 47 ".
Art.110. In artikel 47 § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de woorden " ingevolge de artikelen 44, § 1, 2°, en § 2 en 44bis " vervangen door de woorden " ingevolge de artikelen 44, § 1, 2° en § 2, 44bis en 44ter ".
Art.110. Dans l'article 47, § 1er, alinéa 1er, du même Code, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et par les lois des 22 décembre 1998 et 14 janvier 2003, les mots " en vertu des article s 44, § 1, 2° et § 2 et 44bis " sont remplacés par les mots "en vertu des article s 44, § 1er, 2° et § 2, 44bis et 44ter ".
Art.111. In artikel 190 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1 ° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 " vervangen door de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 ";
2° in het tweede lid worden de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis en 47 " vervangen door de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter en 47 ".
1 ° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 " vervangen door de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 ";
2° in het tweede lid worden de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis en 47 " vervangen door de woorden " in de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter en 47 ".
Art.111. A l'article 190 du même Code, modifié par les lois des 22 décembre 1998 et 14 janvier 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1 ° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 45, 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 47 " sont remplacés par les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 44ter, 45, 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 47 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis et 47 " sont remplacés par les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 44ter et 47 ".
1 ° dans l'alinéa 1er, les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 45, 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 47 " sont remplacés par les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 44ter, 45, 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 47 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis et 47 " sont remplacés par les mots " aux article s 44, §§ 1er et 3, 44bis, 44ter et 47 ".
Art.112. In artikel 231 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 21 december 1994, 30 januari 1996, 16 april 1997, 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, vijfde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ";
2° in § 3, vierde lid, worden de woorden "in de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363" vervangen door de woorden " in de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 ";
3° in § 3, vijfde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " respectievelijk vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ".
1° in § 2, vijfde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ";
2° in § 3, vierde lid, worden de woorden "in de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363" vervangen door de woorden " in de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 ";
3° in § 3, vijfde lid, worden de woorden " vermeld in de artikelen 44bis en 47 " respectievelijk vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 ".
Art.112. A l'article 231 du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 21 décembre 1994, 30 janvier 1996, 16 avril 1997, 22 décembre 1998 et 14 janvier 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 2, alinéa 5, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont remplacés par les mots "visés aux article s 44bis, 44ter et 47";
2° dans le § 3, alinéa 4, les mots " des article s 44, 44bis, 45, 47, 48 et 361 à 363 " sont remplacés par les mots " des article s 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 et 361 à 363 ";
3° dans le § 3, alinéa 5, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont respectivement remplacés par les mots " vises aux article s 44bis, 44ter et 47 ".
1° dans le § 2, alinéa 5, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont remplacés par les mots "visés aux article s 44bis, 44ter et 47";
2° dans le § 3, alinéa 4, les mots " des article s 44, 44bis, 45, 47, 48 et 361 à 363 " sont remplacés par les mots " des article s 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 et 361 à 363 ";
3° dans le § 3, alinéa 5, les mots " visés aux article s 44bis et 47 " sont respectivement remplacés par les mots " vises aux article s 44bis, 44ter et 47 ".
Art.113. In artikel 416, eerste lid van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002 en 14 januari 2003, worden de woorden " met de krachtens artikelen 44bis, § 5 of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden " vervangen door de woorden " met de krachtens artikel 44bis, § 5, 44ter, § 5 of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden ".
Art.113. Dans l'article 416, alinéa 1er, du même Code, modifié par les lois des 2 août 2002 et 14 janvier 2003, les mots " aux plus-values imposables en vertu des article s 44bis, § 5 ou 47, § 6 ", sont remplacés par les mots " aux plus-values imposables en vertu des article s 44bis, § 5, 44ter, § 5 ou 47, § 6 ".
Art.114. De artikelen 108 tot 113 treden in werking op de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, te bepalen datum.
Art.114. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la date d'entrée en vigueur des article s 108 à 113.
HOOFDSTUK IV. - Specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme.
CHAPITRE IV. - Mesures restrictives spécifiques à l'encontre de certaines personnes et entités dans le cadre de la lutte contre le financement du terrorisme.
Art.115. Het koninklijk besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme wordt bekrachtigd met uitwerking op de dag van de inwerkingtreding ervan.
Art.115. L'arrêté royal du 28 décembre 2006 relatif aux mesures restrictives spécifiques à l'encontre de certaines personnes et entités dans le cadre de la lutte contre le financement du terrorisme, est confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK V. - Bemiddeling op fiscaal gebied.
CHAPITRE V. - Conciliation en matière fiscale.
Afdeling 1. - De fiscale bemiddelingsdienst.
Section Ire. - Le service de conciliation fiscale.
Art.116. § 1. De fiscale bemiddelingsdienst onderzoekt de hem in het raam van dit hoofdstuk voorgelegde aanvragen tot bemiddeling, in alle objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en met inachtneming van de wet; hij streeft ernaar de standpunten van de partijen te verzoenen en zendt hen een bemiddelingsverslag.
De fiscale bemiddelingsdienst weigert een aanvraag tot bemiddeling te behandelen :
1° indien de aanvraag duidelijk ongegrond is;
2° indien de aanvrager duidelijk geen stappen bij de betrokken bevoegde administratieve overheid heeft ondernomen teneinde de standpunten met elkaar te verzoenen.
[1 ...]1
Tegen de bemiddelingsverslagen en de beslissingen betreffende de ontvankelijkheid kan geen administratief of een gerechtelijk beroep worden ingesteld.
[1 § 1/1. Een ontvankelijk verklaarde aanvraag tot bemiddeling heeft een schorsende werking op het nemen van enige beslissing, behalve indien de rechten van de Schatkist in gevaar zijn. De schorsingstermijn vangt aan vanaf de datum waarop de aanvraag tot fiscale bemiddeling ontvankelijk is verklaard.
De in het eerste lid bedoelde schorsingstermijn wordt beëindigd op de dag waarop het bemiddelingsverslag wordt goedgekeurd door het College van fiscaal bemiddelaars, behoudens verzaking [4 aan het administratief beroep]4 of eerder akkoord tussen de betrokken partijen, en ten laatste één maand voor het verstrijken van de in artikel 1385undecies, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde termijn.
§ 1/2. Indien de aanvraag tot bemiddeling betrekking heeft op een betwisting [3 met een ambtenaar van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van]3 de fiscale of niet-fiscale schuldvorderingen, zijn alle middelen van tenuitvoerlegging bedoeld in Titel III van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek, gedurende maximum een maand geschorst en behouden de reeds gelegde beslagen hun bewarende werking, met uitzondering van de reeds gelegde beslagen onder derden die hun volle uitwerking behouden.
Het voorgaande geldt eveneens voor het uitvoerend beslag onder derden [5 vervat in artikel 21 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen]5 en het uitvoerend beslag onder derden vervat in artikel 101 van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken van 28 december 1950.]1
§ 2. De fiscale bemiddelingsdienst kan ook aanbevelingen richten aan de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, in het bijzonder met betrekking tot bestuurshandelingen of de bestuurlijke werking die in strijd zijn met de principes van behoorlijk bestuur en de wetten en verordeningen.
§ 3. In de uitvoering van zijn opdrachten kan de fiscale bemiddelingsdienst :
1° alle inlichtingen inwinnen die hij nodig acht;
2° alle betrokken personen horen;
3° en ter plaatse alle vaststellingen doen.
[2 Daartoe kan de fiscale bemiddelingsdienst de hoorzitting bijwonen die wordt georganiseerd in het kader van de behandeling van het geschil waarvoor een aanvraag tot bemiddeling is ingediend, ongeacht of dit hoorrecht uitdrukkelijk in de wet is bepaald.]2
§ 4. De fiscale bemiddelingsdienst oefent zijn in dit hoofdstuk omschreven opdracht uit zonder afbreuk te doen aan de bij de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen bedoelde bevoegdheden van de federale ombudsmannen.
§ 5. De Koning, bij een in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
- richt de dienst met als naam " fiscale bemiddelingsdienst " op bij de Federale Overheidsdienst Financiën en bepaalt de werkingswijze ervan;
- benoemt, na advies van het directiecomité, de bestuurders van de bovenvermelde dienst;
- bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit hoofdstuk.
De fiscale bemiddelingsdienst weigert een aanvraag tot bemiddeling te behandelen :
1° indien de aanvraag duidelijk ongegrond is;
2° indien de aanvrager duidelijk geen stappen bij de betrokken bevoegde administratieve overheid heeft ondernomen teneinde de standpunten met elkaar te verzoenen.
[1 ...]1
Tegen de bemiddelingsverslagen en de beslissingen betreffende de ontvankelijkheid kan geen administratief of een gerechtelijk beroep worden ingesteld.
[1 § 1/1. Een ontvankelijk verklaarde aanvraag tot bemiddeling heeft een schorsende werking op het nemen van enige beslissing, behalve indien de rechten van de Schatkist in gevaar zijn. De schorsingstermijn vangt aan vanaf de datum waarop de aanvraag tot fiscale bemiddeling ontvankelijk is verklaard.
De in het eerste lid bedoelde schorsingstermijn wordt beëindigd op de dag waarop het bemiddelingsverslag wordt goedgekeurd door het College van fiscaal bemiddelaars, behoudens verzaking [4 aan het administratief beroep]4 of eerder akkoord tussen de betrokken partijen, en ten laatste één maand voor het verstrijken van de in artikel 1385undecies, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde termijn.
§ 1/2. Indien de aanvraag tot bemiddeling betrekking heeft op een betwisting [3 met een ambtenaar van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van]3 de fiscale of niet-fiscale schuldvorderingen, zijn alle middelen van tenuitvoerlegging bedoeld in Titel III van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek, gedurende maximum een maand geschorst en behouden de reeds gelegde beslagen hun bewarende werking, met uitzondering van de reeds gelegde beslagen onder derden die hun volle uitwerking behouden.
Het voorgaande geldt eveneens voor het uitvoerend beslag onder derden [5 vervat in artikel 21 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen]5 en het uitvoerend beslag onder derden vervat in artikel 101 van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken van 28 december 1950.]1
§ 2. De fiscale bemiddelingsdienst kan ook aanbevelingen richten aan de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, in het bijzonder met betrekking tot bestuurshandelingen of de bestuurlijke werking die in strijd zijn met de principes van behoorlijk bestuur en de wetten en verordeningen.
§ 3. In de uitvoering van zijn opdrachten kan de fiscale bemiddelingsdienst :
1° alle inlichtingen inwinnen die hij nodig acht;
2° alle betrokken personen horen;
3° en ter plaatse alle vaststellingen doen.
[2 Daartoe kan de fiscale bemiddelingsdienst de hoorzitting bijwonen die wordt georganiseerd in het kader van de behandeling van het geschil waarvoor een aanvraag tot bemiddeling is ingediend, ongeacht of dit hoorrecht uitdrukkelijk in de wet is bepaald.]2
§ 4. De fiscale bemiddelingsdienst oefent zijn in dit hoofdstuk omschreven opdracht uit zonder afbreuk te doen aan de bij de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen bedoelde bevoegdheden van de federale ombudsmannen.
§ 5. De Koning, bij een in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
- richt de dienst met als naam " fiscale bemiddelingsdienst " op bij de Federale Overheidsdienst Financiën en bepaalt de werkingswijze ervan;
- benoemt, na advies van het directiecomité, de bestuurders van de bovenvermelde dienst;
- bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit hoofdstuk.
Wijzigingen
Art.116. § 1er. Le service de conciliation fiscale examine les demandes de conciliation dont il est saisi dans le cadre du présent chapitre en toute objectivité, impartialité et indépendance et dans le respect de la loi; il tend a concilier les points de vue des parties et leur adresse un rapport de conciliation.
Le service de conciliation fiscale refuse de traiter une demande de conciliation :
1° si la demande est manifestement non fondée;
2° si le demandeur n'a manifestement pas accompli de démarches auprès de l'autorité administrative compétente concernée en vue de concilier les points de vue.
[1 ...]1
Les rapports de conciliation et les décisions relatives à la recevabilité ne sont susceptibles d'aucun recours administratif ou judiciaire.
[1 § 1er/1. Une demande de conciliation déclarée recevable a un effet suspensif sur la prise de toute décision, sauf si les droits du Trésor sont en péril. Le délai de suspension prend cours à compter de la date à laquelle la demande de conciliation fiscale a été déclarée recevable.
Le délai de suspension visé à l'alinéa 1er prend fin le jour de l'approbation du rapport de conciliation par le Collège des conciliateurs fiscaux, sauf désistement [4 du recours administratif]4 ou accord préalable des parties concernées, et au plus tard un mois avant l'expiration du délai visé à l'article 1385undecies, alinéa 4, du Code judiciaire.
§ 1er/2. Si la demande de conciliation est relative à un conflit [3 avec un agent de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des]3 créances fiscales ou non fiscales, tous les moyens d'exécution visés dans le Titre III de la cinquième partie du Code Judiciaire, sont suspendus pendant un mois au maximum et les saisies déjà pratiquées gardent leur caractère conservatoire, à l'exception des saisies arrêts entre les mains d'un tiers déjà pratiquées dont le plein effet est maintenu.
Ce qui précède vaut également pour la saisie-arrêt exécution entre les mains d'un tiers [5 inscrite à l'article 21 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales]5 et pour la saisie-arrêt-exécution entre les mains d'un tiers inscrite à l'article 101 du Règlement général sur les frais de justice en matière répressive du 28 décembre 1950.]1
§ 2. Le service de conciliation fiscale peut également adresser des recommandations au président du comité de direction du Service public fédéral Finances, notamment en ce qui concerne des actes ou des fonctionnements administratifs non conformes aux principes de bonne administration et aux lois et règlements.
§ 3. Dans l'exécution de ses missions, le service de conciliation fiscale peut :
1° recueillir toutes les informations qu'il estime nécessaires;
2° entendre toutes les personnes concernées;
3° et effectuer toutes les constatations sur place.
[2 A cette fin, le service de conciliation fiscale peut assister à l'audition organisée dans le cadre du traitement du litige pour lequel une demande de conciliation est introduite, bien que ce droit d'être entendu ne soit pas explicitement prévu dans la loi.]2
§ 4. Le service de conciliation fiscale exerce ses missions prévues au présent chapitre sans préjudice des compétences des médiateurs fédéraux visées dans la loi du 22 mars 1995 instaurant des médiateurs fédéraux.
§ 5. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
- crée le service dénommé " service de conciliation fiscale " auprès du Service public fédéral Finances et détermine ses modalités de fonctionnement;
- nomme, après avis du comité de direction, les dirigeants du service précité;
- détermine les modalités d'application du présent chapitre.
Le service de conciliation fiscale refuse de traiter une demande de conciliation :
1° si la demande est manifestement non fondée;
2° si le demandeur n'a manifestement pas accompli de démarches auprès de l'autorité administrative compétente concernée en vue de concilier les points de vue.
[1 ...]1
Les rapports de conciliation et les décisions relatives à la recevabilité ne sont susceptibles d'aucun recours administratif ou judiciaire.
[1 § 1er/1. Une demande de conciliation déclarée recevable a un effet suspensif sur la prise de toute décision, sauf si les droits du Trésor sont en péril. Le délai de suspension prend cours à compter de la date à laquelle la demande de conciliation fiscale a été déclarée recevable.
Le délai de suspension visé à l'alinéa 1er prend fin le jour de l'approbation du rapport de conciliation par le Collège des conciliateurs fiscaux, sauf désistement [4 du recours administratif]4 ou accord préalable des parties concernées, et au plus tard un mois avant l'expiration du délai visé à l'article 1385undecies, alinéa 4, du Code judiciaire.
§ 1er/2. Si la demande de conciliation est relative à un conflit [3 avec un agent de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des]3 créances fiscales ou non fiscales, tous les moyens d'exécution visés dans le Titre III de la cinquième partie du Code Judiciaire, sont suspendus pendant un mois au maximum et les saisies déjà pratiquées gardent leur caractère conservatoire, à l'exception des saisies arrêts entre les mains d'un tiers déjà pratiquées dont le plein effet est maintenu.
Ce qui précède vaut également pour la saisie-arrêt exécution entre les mains d'un tiers [5 inscrite à l'article 21 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales]5 et pour la saisie-arrêt-exécution entre les mains d'un tiers inscrite à l'article 101 du Règlement général sur les frais de justice en matière répressive du 28 décembre 1950.]1
§ 2. Le service de conciliation fiscale peut également adresser des recommandations au président du comité de direction du Service public fédéral Finances, notamment en ce qui concerne des actes ou des fonctionnements administratifs non conformes aux principes de bonne administration et aux lois et règlements.
§ 3. Dans l'exécution de ses missions, le service de conciliation fiscale peut :
1° recueillir toutes les informations qu'il estime nécessaires;
2° entendre toutes les personnes concernées;
3° et effectuer toutes les constatations sur place.
[2 A cette fin, le service de conciliation fiscale peut assister à l'audition organisée dans le cadre du traitement du litige pour lequel une demande de conciliation est introduite, bien que ce droit d'être entendu ne soit pas explicitement prévu dans la loi.]2
§ 4. Le service de conciliation fiscale exerce ses missions prévues au présent chapitre sans préjudice des compétences des médiateurs fédéraux visées dans la loi du 22 mars 1995 instaurant des médiateurs fédéraux.
§ 5. Le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
- crée le service dénommé " service de conciliation fiscale " auprès du Service public fédéral Finances et détermine ses modalités de fonctionnement;
- nomme, après avis du comité de direction, les dirigeants du service précité;
- détermine les modalités d'application du présent chapitre.
Wijzigingen
Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Section 2. - Modification du Code de la taxe sur la valeur ajoutée.
Art.117. In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 84quater ingevoegd, luidende :
" Art. 84quater. § 1. Ingeval een blijvend meningsverschil over de taxatie gebracht wordt voor de minister van Financiën of de door hem gemachtigde ambtenaar, kan de schuldenaar van de belasting een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
§ 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk indien de schuldenaar van de belasting vooraf verzet heeft aangetekend tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd werd met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over de betwisting.
Wanneer de schuldenaar van de belasting verzet aantekent tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd is met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer over de betwisting uitspraak werd gedaan, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid.
§ 3. Ingevolge het bemiddelingsverslag kan de administratieve beslissing het bedrag van de fiscale schuld aanpassen, voor zover dit geen vrijstelling of vermindering van belasting inhoudt. Het is evenwel niet toegelaten een aanvullende belasting te vestigen. ".
" Art. 84quater. § 1. Ingeval een blijvend meningsverschil over de taxatie gebracht wordt voor de minister van Financiën of de door hem gemachtigde ambtenaar, kan de schuldenaar van de belasting een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
§ 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk indien de schuldenaar van de belasting vooraf verzet heeft aangetekend tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd werd met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over de betwisting.
Wanneer de schuldenaar van de belasting verzet aantekent tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd is met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer over de betwisting uitspraak werd gedaan, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid.
§ 3. Ingevolge het bemiddelingsverslag kan de administratieve beslissing het bedrag van de fiscale schuld aanpassen, voor zover dit geen vrijstelling of vermindering van belasting inhoudt. Het is evenwel niet toegelaten een aanvullende belasting te vestigen. ".
Art.117. Un article 84quater, rédigé comme suit, est inséré dans le Code de la taxe sur la valeur ajoutée :
" Art. 84quater. § 1er. En cas de désaccord persistant relatif à la taxation porté devant le ministre des Finances ou le fonctionnaire délégué par lui, le redevable de la taxe peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
§ 2. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le redevable de la taxe a introduit au préalable une opposition à contrainte, lorsqu'une expertise a été requise en application de l'article 59, § 2, ou lorsqu'il a déjà été statué sur la contestation.
Lorsque le redevable de la taxe introduit une opposition à contrainte, lorsqu'une expertise en application de l'article 59, § 2, est requise ou lorsqu'il a déjà été statué sur la contestation, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence.
§ 3. Suite au rapport de conciliation, la décision administrative peut rectifier le montant de la dette fiscale pour autant qu'il n'en résulte pas d'exemption ou de modération d'impôt. Il n'est cependant pas permis d'exiger un supplément d'impôt. ".
" Art. 84quater. § 1er. En cas de désaccord persistant relatif à la taxation porté devant le ministre des Finances ou le fonctionnaire délégué par lui, le redevable de la taxe peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
§ 2. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le redevable de la taxe a introduit au préalable une opposition à contrainte, lorsqu'une expertise a été requise en application de l'article 59, § 2, ou lorsqu'il a déjà été statué sur la contestation.
Lorsque le redevable de la taxe introduit une opposition à contrainte, lorsqu'une expertise en application de l'article 59, § 2, est requise ou lorsqu'il a déjà été statué sur la contestation, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence.
§ 3. Suite au rapport de conciliation, la décision administrative peut rectifier le montant de la dette fiscale pour autant qu'il n'en résulte pas d'exemption ou de modération d'impôt. Il n'est cependant pas permis d'exiger un supplément d'impôt. ".
Art.118. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 85ter ingevoegd, luidende :
" Art. 85ter. In geval van betwisting met de ontvanger die belast is met de invordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
" Art. 85ter. In geval van betwisting met de ontvanger die belast is met de invordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
Art.118. Un article 85ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 85ter. En cas de conflit avec le receveur chargé du recouvrement de sa dette fiscale, le redevable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
" Art. 85ter. En cas de conflit avec le receveur chargé du recouvrement de sa dette fiscale, le redevable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Section 3. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992.
Art.119. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 376quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 376quinquies. § 1. Ingeval een bezwaarschrift werd ingediend bij de directeur der belastingen, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
§ 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de belastingschuldige vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar.
Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. ".
" Art. 376quinquies. § 1. Ingeval een bezwaarschrift werd ingediend bij de directeur der belastingen, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
§ 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de belastingschuldige vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar.
Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. ".
Art.119. Un article 376quinquies, rédige comme suit, est inséré dans le Code des impôts sur les revenus 1992 :
" Art. 376quinquies. § 1er. En cas de réclamation introduite auprès du directeur des contributions, le redevable, ainsi que son conjoint sur les biens duquel l'imposition est mise en recouvrement, peuvent introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
§ 2. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le redevable a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'il a déjà été statué sur la réclamation.
Lorsque le redevable a introduit une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'il a déjà été statué sur la réclamation, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est décharge de sa compétence. ".
" Art. 376quinquies. § 1er. En cas de réclamation introduite auprès du directeur des contributions, le redevable, ainsi que son conjoint sur les biens duquel l'imposition est mise en recouvrement, peuvent introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
§ 2. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le redevable a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'il a déjà été statué sur la réclamation.
Lorsque le redevable a introduit une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'il a déjà été statué sur la réclamation, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est décharge de sa compétence. ".
Art.120. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 399bis ingevoegd, luidende :
" Art. 399bis. In geval van betwisting met de ontvanger belast met de invordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
" Art. 399bis. In geval van betwisting met de ontvanger belast met de invordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
Art.120. Un article 399bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 399bis. En cas de conflit avec le receveur chargé du recouvrement de sa dette fiscale, le redevable, ainsi que son conjoint sur les biens duquel l'imposition est mise en recouvrement, peuvent introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
" Art. 399bis. En cas de conflit avec le receveur chargé du recouvrement de sa dette fiscale, le redevable, ainsi que son conjoint sur les biens duquel l'imposition est mise en recouvrement, peuvent introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
Art.121. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 501bis ingevoegd luidende :
" Art. 501bis. - § 1. Indien in de loop van de behandeling van het bezwaar en na onderhandelingen de onenigheid blijft bestaan, kan de bezwaarindiener, via de tussenkomst van de onderzoekende ambtenaar, een aanvraag om bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Wanneer het proces-verbaal van niet-akkoord, dat opgesteld is met het oog op het vorderen van de scheidsrechterlijke beslissing bedoeld in § 2 aan de belastingplichtige werd betekend vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid.
§ 2. Indien de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener, ondanks de eventuele bemiddeling, geen akkoord bereiken over het kadastraal inkomen dat aan het onroerend goed moet worden toegekend, wordt een proces-verbaal van niet-akkoord opgesteld en hebben de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener de mogelijkheid een scheidsrechterlijke beslissing te vorderen teneinde het bedoelde kadastraal inkomen vast te stellen. ".
" Art. 501bis. - § 1. Indien in de loop van de behandeling van het bezwaar en na onderhandelingen de onenigheid blijft bestaan, kan de bezwaarindiener, via de tussenkomst van de onderzoekende ambtenaar, een aanvraag om bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Wanneer het proces-verbaal van niet-akkoord, dat opgesteld is met het oog op het vorderen van de scheidsrechterlijke beslissing bedoeld in § 2 aan de belastingplichtige werd betekend vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid.
§ 2. Indien de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener, ondanks de eventuele bemiddeling, geen akkoord bereiken over het kadastraal inkomen dat aan het onroerend goed moet worden toegekend, wordt een proces-verbaal van niet-akkoord opgesteld en hebben de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener de mogelijkheid een scheidsrechterlijke beslissing te vorderen teneinde het bedoelde kadastraal inkomen vast te stellen. ".
Art.121. Un article 501bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
" Art. 501bis. § 1er. Si, au cours du traitement de la réclamation et après échange de vues, le désaccord persiste, le réclamant peut introduire, par l'intermédiaire de l'agent enquêteur, une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Lorsque le procès-verbal de désaccord, rédigé en vue de requérir la décision arbitrale visée au § 2 a été signifié au contribuable avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence.
§ 2. Si, malgré la conciliation éventuelle, l'agent enquêteur et le réclamant ne peuvent s'accorder sur le montant du revenu cadastral à attribuer à l'immeuble, un procès-verbal de désaccord est dressé et l'agent enquêteur et le réclamant ont la faculté de requérir un arbitrage pour fixer le revenu cadastral en question. ".
" Art. 501bis. § 1er. Si, au cours du traitement de la réclamation et après échange de vues, le désaccord persiste, le réclamant peut introduire, par l'intermédiaire de l'agent enquêteur, une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Lorsque le procès-verbal de désaccord, rédigé en vue de requérir la décision arbitrale visée au § 2 a été signifié au contribuable avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence.
§ 2. Si, malgré la conciliation éventuelle, l'agent enquêteur et le réclamant ne peuvent s'accorder sur le montant du revenu cadastral à attribuer à l'immeuble, un procès-verbal de désaccord est dressé et l'agent enquêteur et le réclamant ont la faculté de requérir un arbitrage pour fixer le revenu cadastral en question. ".
Art.122. In hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid van artikel 502 opgeheven.
Art.122. Dans le même Code, le premier alinéa de l'article 502 est abrogé.
Afdeling 4. - Wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
Section 4. - Modification du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus.
Art.123. In artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden de woorden " 399bis, " ingevoegd tussen de woorden " 398 " en de woorden " 409 ".
Art.123. A l'article 2, alinéa 1er, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, les mots " 399bis, " sont insérés entre les mots " 398 " et " 409 ".
Afdeling 5. - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, aan het Wetboek der successierechten en aan het Wetboek diverse rechten en taksen.
Section 5. - Modifications au Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, au Code des droits de succession et au Code des droits et taxes divers.
Onderafdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Sous-section Ire. - Modifications au Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe.
Art.124. In artikel 219 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen door artikel 66 van de wet van 15 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden :
a) na het woord " heffing " de woorden " of de invordering " ingevoegd;
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " de minister van Financiën " en het woord " opgelost ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen, met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Ingeval de moeilijkheid de verkoopwaarde betreft van een goed dat aan de in artikel 189 bedoelde schatting is onderworpen, kan de bemiddeling van de fiscale bemiddelingsdienst daarover niet meer gevraagd of worden voortgezet zodra de vordering tot controleschatting is ingesteld. De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de registratierechten bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ";
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " of de door hem gedelegeerde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " De minister van Financiën " en de woorden " gaat dadingen met de belastingplichtigen aan ".
1° in het eerste lid worden :
a) na het woord " heffing " de woorden " of de invordering " ingevoegd;
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " de minister van Financiën " en het woord " opgelost ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen, met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Ingeval de moeilijkheid de verkoopwaarde betreft van een goed dat aan de in artikel 189 bedoelde schatting is onderworpen, kan de bemiddeling van de fiscale bemiddelingsdienst daarover niet meer gevraagd of worden voortgezet zodra de vordering tot controleschatting is ingesteld. De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de registratierechten bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ";
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " of de door hem gedelegeerde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " De minister van Financiën " en de woorden " gaat dadingen met de belastingplichtigen aan ".
Art.124. A l'article 219 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, remplacé par l'article 66 de la loi du 15 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Dans le cas où la difficulté concerne la valeur vénale d'un bien qui est soumis à l'expertise visée à l'article 189, la conciliation du service de conciliation fiscale ne peut plus être demandée ou se poursuivre à ce sujet dès lors que la demande d'expertise de contrôle est notifiée. Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits d'enregistrement pour lesquelles la conciliation du service de conciliation fiscale est exclue. ";
3° dans l'alinéa 2 qui devient l'alinéa 4, les mots " ou par le fonctionnaire délégué par lui " sont insérés entre les mots " Le ministre des Finances " et le mot " conclut ".
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Dans le cas où la difficulté concerne la valeur vénale d'un bien qui est soumis à l'expertise visée à l'article 189, la conciliation du service de conciliation fiscale ne peut plus être demandée ou se poursuivre à ce sujet dès lors que la demande d'expertise de contrôle est notifiée. Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits d'enregistrement pour lesquelles la conciliation du service de conciliation fiscale est exclue. ";
3° dans l'alinéa 2 qui devient l'alinéa 4, les mots " ou par le fonctionnaire délégué par lui " sont insérés entre les mots " Le ministre des Finances " et le mot " conclut ".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten.
Sous-section 2. - Modifications du Code des droits de succession.
Art.125. In artikel 141 van het Wetboek der successierechten, gewijzigd bij de artikelen 96 van de wet van 4 augustus 1986 en 73 van de wet van 15 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden :
a) na het woord " heffing " de woorden " of de invordering " ingevoegd;
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " komt de minister van Financiën " en het woord " toe ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Ingeval de moeilijkheid de verkoopwaarde betreft van een goed dat aan de in artikel 111 bedoelde schatting is onderworpen, kan de bemiddeling van de fiscale bemiddelingsdienst daarover niet meer gevraagd of voortgezet worden van zodra de vordering tot controleschatting is ingesteld. De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de successierechten bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ";
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " De minister van Financiën " en de woorden " gaat de transacties met de belastingplichtigen aan ".
1° in het eerste lid worden :
a) na het woord " heffing " de woorden " of de invordering " ingevoegd;
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " komt de minister van Financiën " en het woord " toe ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
Ingeval de moeilijkheid de verkoopwaarde betreft van een goed dat aan de in artikel 111 bedoelde schatting is onderworpen, kan de bemiddeling van de fiscale bemiddelingsdienst daarover niet meer gevraagd of voortgezet worden van zodra de vordering tot controleschatting is ingesteld. De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de successierechten bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ";
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " De minister van Financiën " en de woorden " gaat de transacties met de belastingplichtigen aan ".
Art.125. A l'article 141 du Code des droits de succession, modifié par les article s 96 de la loi du 4 août 1986 et 73 de la loi du 15 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Dans le cas où la difficulté concerne la valeur vénale d'un bien qui est soumis à l'expertise visée à l'article 111, la conciliation du service de conciliation fiscale ne peut plus être demandée ou se poursuivre à ce sujet dès lors que la demande d'expertise de contrôle est notifiee. Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits de succession pour lesquelles la conciliation du service de conciliation fiscale est exclue. ";
3° dans l'alinéa 2 qui devient l'alinéa 4, les mots " ou le fonctionnaire délégué par lui " sont insérés entre les mots " Le ministre des Finances " et le mot " conclut ".
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Dans le cas où la difficulté concerne la valeur vénale d'un bien qui est soumis à l'expertise visée à l'article 111, la conciliation du service de conciliation fiscale ne peut plus être demandée ou se poursuivre à ce sujet dès lors que la demande d'expertise de contrôle est notifiee. Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits de succession pour lesquelles la conciliation du service de conciliation fiscale est exclue. ";
3° dans l'alinéa 2 qui devient l'alinéa 4, les mots " ou le fonctionnaire délégué par lui " sont insérés entre les mots " Le ministre des Finances " et le mot " conclut ".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen.
Sous-section 3. - Modifications du Code des droits et taxes divers.
Art.126. In artikel 2024 van het Wetboek diverse rechten en taksen, gewijzigd bij artikelen 75 van de wet van 4 augustus 1986 en 83 van de wet van 15 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden :
a) de woorden " het innen " vervangen door de woorden " de heffing of de invordering ";
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " de minister van Financiën " en het woord " opgelost ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de diverse rechten en taksen bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ".
1° in het eerste lid worden :
a) de woorden " het innen " vervangen door de woorden " de heffing of de invordering ";
b) de woorden " of de door hem gemachtigde ambtenaar " ingevoegd tussen de woorden " de minister van Financiën " en het woord " opgelost ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Indien, na onderhandelingen met de minister of met de door hem gemachtigde ambtenaar geen akkoord wordt bereikt over een moeilijkheid als bedoeld in het eerste lid, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).
De Koning kan bepalen voor welke moeilijkheden in verband met de heffing en invordering van de diverse rechten en taksen bemiddeling door de fiscale bemiddelingsdienst is uitgesloten. ".
Art.126. A l'article 2024 du Code des droits et taxes divers, modifié par les article s 75 de la loi du 4 août 1986 et 83 de la loi du 15 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits et taxes divers pour lesquelles l'intervention du service de conciliation fiscale est exclue. ".
1° dans l'alinéa 1er :
a) les mots " ou au recouvrement " sont insérés après le mot " perception ";
b) les mots " ou au fonctionnaire délégué par lui " sont ajoutés après les mots " le ministre des Finances ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Si après échanges de vues, le désaccord avec le ministre ou le fonctionnaire délégué par lui persiste sur une difficulté visée à l'alinéa 1er, le contribuable peut introduire une demande de conciliation auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV).
Le Roi peut déterminer les difficultés relatives à la perception et au recouvrement des droits et taxes divers pour lesquelles l'intervention du service de conciliation fiscale est exclue. ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977.
Section 6. - Modifications de la loi genérale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977.
Art.127. In de Algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 wordt een nieuw hoofdstuk XXIIIbis ingevoegd, dat de artikelen 219bis tot 219quater omvat, luidende :
" Hoofdstuk XXIIIbis. - Fiscale bemiddeling ".
" Hoofdstuk XXIIIbis. - Fiscale bemiddeling ".
Art.127. Il est inséré dans la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977, un nouveau chapitre XXIIIbis, comprenant les article s 219bis a 219quater et rédige comme suit :
" Chapitre XXIIIbis. - Conciliation fiscale ".
" Chapitre XXIIIbis. - Conciliation fiscale ".
Art.128. In dezelfde wet wordt een artikel 219b is ingevoegd, luidende :
" Art. 219bis. Iedere persoon die, overeenkomstig de artikelen 211 tot en met 219, een regelmatig administratief beroep tegen een beschikking instelt, kan een aanvraag tot bemiddeling betreffende die beschikking indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
" Art. 219bis. Iedere persoon die, overeenkomstig de artikelen 211 tot en met 219, een regelmatig administratief beroep tegen een beschikking instelt, kan een aanvraag tot bemiddeling betreffende die beschikking indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ".
Art.128. Un article 219bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 219bis. Toute personne qui, conformément aux dispositions des article s 211 à 219, exerce régulièrement un recours administratif contre une décision peut introduire une demande de conciliation concernant cette décision auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
" Art. 219bis. Toute personne qui, conformément aux dispositions des article s 211 à 219, exerce régulièrement un recours administratif contre une décision peut introduire une demande de conciliation concernant cette décision auprès du service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV). ".
Art.129. In dezelfde wet wordt een artikel 219te r ingevoegd, luidende :
" Art. 219ter. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de aanvrager vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen.
Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. ".
" Art. 219ter. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de aanvrager vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen.
Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. ".
Art.129. Un article 219ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 219ter. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le requérant a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'une décision a été prise, en application de l'article 219, sur le recours administratif.
Lorsque le requérant a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'une décision a été prise, en application de l'article 219, sur le recours administratif, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence. ".
" Art. 219ter. La demande de conciliation est irrecevable lorsque le requérant a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'une décision a été prise, en application de l'article 219, sur le recours administratif.
Lorsque le requérant a introduit au préalable une action auprès du tribunal de première instance ou lorsqu'une décision a été prise, en application de l'article 219, sur le recours administratif, avant la notification du rapport de conciliation, le service de conciliation fiscale est déchargé de sa compétence. ".
Art.130. In dezelfde wet wordt een artikel 219quater ingevoegd, luidende :
" Art. 219quater. - De aanvraag tot bemiddeling schort de tenuitvoerlegging van de aangevochten beschikking niet. ".
" Art. 219quater. - De aanvraag tot bemiddeling schort de tenuitvoerlegging van de aangevochten beschikking niet. ".
Art.130. Un article 219quater, rédige comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 219quater. - L'introduction d'une demande de conciliation ne suspend pas l'exécution de la décision contestée. ".
" Art. 219quater. - L'introduction d'une demande de conciliation ne suspend pas l'exécution de la décision contestée. ".
Afdeling 7. - Gemeenschappelijke bepaling.
Section 7. - Disposition commune.
Art.131. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, te bepalen datum.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 116 tot 130 vastgesteld op 01-05-2007 door KB 2007-05-09/31, art. 14)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 116 tot 130 vastgesteld op 01-05-2007 door KB 2007-05-09/31, art. 14)
Art.131. Le Roi, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, fixe la date d'entrée en vigueur des dispositions du présent chapitre.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 116 à 130 fixée au 01-05-2007 par AR 2007-05-09/31, art. 14)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 116 à 130 fixée au 01-05-2007 par AR 2007-05-09/31, art. 14)
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het aanslagstelsel voor bepaalde vergoedingen die betaald of toegekend worden aan onderzoekers.
CHAPITRE VI. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de régime de taxation relatif à certaines indemnités payées ou attribuées à des chercheurs.
Art.132. Artikel 90 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 december 1996, 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en bij de wetten van 10 augustus 2001, 15 december 2004 en 27 december 2005, wordt aangevuld als volgt :
" 12° persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die door een universiteit, een hogeschool, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " of een overeenkomstig artikel 2753, § 1, tweede lid, erkende wetenschappelijke instelling op grond van een door die universiteit, hogeschool of wetenschappelijke instelling uitgevaardigd valorisatiereglement, worden betaald of toegekend aan onderzoekers. Onder " onderzoeker " wordt verstaan iedere onderzoeker die wordt bedoeld in artikel 2753, § 1, eerste en tweede lid, en die - alleen of binnen een ploeg - onderzoek verricht in een universiteit, hogeschool of erkende wetenschappelijke instelling, alsmede de docenten. Onder " uitvindingen " wordt verstaan octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma's en databanken, die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. ".
" 12° persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die door een universiteit, een hogeschool, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " of een overeenkomstig artikel 2753, § 1, tweede lid, erkende wetenschappelijke instelling op grond van een door die universiteit, hogeschool of wetenschappelijke instelling uitgevaardigd valorisatiereglement, worden betaald of toegekend aan onderzoekers. Onder " onderzoeker " wordt verstaan iedere onderzoeker die wordt bedoeld in artikel 2753, § 1, eerste en tweede lid, en die - alleen of binnen een ploeg - onderzoek verricht in een universiteit, hogeschool of erkende wetenschappelijke instelling, alsmede de docenten. Onder " uitvindingen " wordt verstaan octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma's en databanken, die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. ".
Art.132. L'article 90 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par les arrêtés royaux du 20 décembre 1996, du 20 juillet 2000 et du 13 juillet 2001 et par les lois du 10 août 2001, du 15 décembre 2004 et du 27 décembre 2005, est complété par la disposition suivante :
" 12° les indemnités personnelles provenant de l'exploitation d'une découverte payées ou attribuées à des chercheurs par une université, une haute école, le Fonds national de la Recherche scientifique, le " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen ", le " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " ou une institution scientifique agréée conformément à l'article 2753, § 1er, alinéa 2, sur la base d'un règlement relatif à la valorisation édicté par cette université, cette haute école ou cette institution scientifique. Par " chercheur ", on entend tout chercheur visé à l'article 2753, § 1er, alinéas 1er et 2, qui - seul ou au sein d'une équipe - mene des recherches dans une université, une haute école ou une institution scientifique agréée, ainsi que les professeurs. Par " découvertes ", on entend des inventions brevetables, produits de culture, dessins et modèles, topographies de semi-conducteurs, programmes informatiques et bases de données, qui peuvent être affectés à des fins commerciales. ".
" 12° les indemnités personnelles provenant de l'exploitation d'une découverte payées ou attribuées à des chercheurs par une université, une haute école, le Fonds national de la Recherche scientifique, le " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen ", le " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " ou une institution scientifique agréée conformément à l'article 2753, § 1er, alinéa 2, sur la base d'un règlement relatif à la valorisation édicté par cette université, cette haute école ou cette institution scientifique. Par " chercheur ", on entend tout chercheur visé à l'article 2753, § 1er, alinéas 1er et 2, qui - seul ou au sein d'une équipe - mene des recherches dans une université, une haute école ou une institution scientifique agréée, ainsi que les professeurs. Par " découvertes ", on entend des inventions brevetables, produits de culture, dessins et modèles, topographies de semi-conducteurs, programmes informatiques et bases de données, qui peuvent être affectés à des fins commerciales. ".
Art.133. In titel II, hoofdstuk II, afdeling V, onderafdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 102bis ingevoegd, luidend :
" Art. 102bis. De in artikel 90, 12°, bedoelde inkomsten worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag verminderd met 10 % forfaitaire kosten. ".
" Art. 102bis. De in artikel 90, 12°, bedoelde inkomsten worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag verminderd met 10 % forfaitaire kosten. ".
Art.133. Dans le titre II, chapitre II, section V, sous-section II, du même Code, il est inséré un article 102bis, rédigé comme suit :
" Art. 102bis. Les revenus visés à l'article 90, 12°, s'entendent de leur montant net, c'est-a-dire de leur montant brut diminué de 10 % de frais forfaitaires. ".
" Art. 102bis. Les revenus visés à l'article 90, 12°, s'entendent de leur montant net, c'est-a-dire de leur montant brut diminué de 10 % de frais forfaitaires. ".
Art.134. In artikel 104, 3°,, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 juni 1998, 22 december 1998 en 27 december 2006, worden de woorden " aan het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS ", " ingevoegd tussen de woorden " aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen, " en het woord " zomede ". ".
Art.134. Dans l'article 104, 3°, b, du même Code, modifié par les lois des 12 juin 1998, 22 décembre 1998 et 27 décembre 2006, les mots " au Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS, " sont insérés entre les mots " au " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen ", " et le mot " ainsi ". ".
Art.135. In artikel 171, 1°, a, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " en 12° " ingevoegd tussen de woorden " artikel 90, 1° " en het woord ", vermelde ".
Art.135. A l'article 171, 1°, a, du même Code, les mots " et 12° " sont insérés après les mots " article 90, 1° ".
Art.136. In artikel 228, § 2, 9°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 15 december 2004 en 25 april 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " artikel 90, 1° tot 11° " worden vervangen door de woorden " artikel 90, 1° tot 12° ";
2° het 9° wordt aangevuld met een k, die luidt als volgt :
" k) persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die door een Belgische universiteit of hogeschool, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " of een overeenkomstig artikel 2753, § 1, tweede lid, erkende onderzoeksinstelling op grond van een door die universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling uitgevaardigd valorisatiereglement, worden betaald of toegekend aan onderzoekers. Onder " onderzoeker " wordt verstaan iedere onderzoeker die wordt bedoeld in artikel 2753, § 1, eerste en tweede lid, en die - alleen of binnen een ploeg - onderzoek verricht in een universiteit, hogeschool of erkende onderzoeksinstelling, alsmede de docenten. Onder " uitvindingen " wordt verstaan potentieel octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma's en databanken, die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. ".
1° de woorden " artikel 90, 1° tot 11° " worden vervangen door de woorden " artikel 90, 1° tot 12° ";
2° het 9° wordt aangevuld met een k, die luidt als volgt :
" k) persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die door een Belgische universiteit of hogeschool, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " of een overeenkomstig artikel 2753, § 1, tweede lid, erkende onderzoeksinstelling op grond van een door die universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling uitgevaardigd valorisatiereglement, worden betaald of toegekend aan onderzoekers. Onder " onderzoeker " wordt verstaan iedere onderzoeker die wordt bedoeld in artikel 2753, § 1, eerste en tweede lid, en die - alleen of binnen een ploeg - onderzoek verricht in een universiteit, hogeschool of erkende onderzoeksinstelling, alsmede de docenten. Onder " uitvindingen " wordt verstaan potentieel octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma's en databanken, die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. ".
Art.136. A l'article 228, § 2, 9°, du même Code, modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et par les lois des 15 décembre 2004 et 25 avril 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " l'article 90, 1° à 11° " sont remplacés par les mots " l'article 90, 1° à 12° ";
2° le 9° est complété par un k, rédigé comme suit :
" k) d'indemnités personnelles provenant de l'exploitation d'une découverte payées ou attribuées à des chercheurs par une université ou une haute école belge, le Fonds National de la Recherche Scientifique, le " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen " le " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " ou une institution scientifique agréee conformément à l'article 2753, § 1er, alinéa 2, sur la base d'un règlement relatif à la valorisation édicté par cette université, cette haute ecole ou cette institution scientifique. Par " chercheur " on entend, tout chercheur visé à l'article 2753, § 1er, alinéas 1er et 2, qui - seul ou au sein d'une équipe - mène des recherches dans une université, une haute école ou une institution scientifique agréée, ainsi que les professeurs. Par " découvertes ", on entend des inventions brevetables, produits de culture, dessins et modèles, topographies de semi-conducteurs, programmes informatiques et bases de données, qui peuvent être affectés à des fins commerciales. ".
1° les mots " l'article 90, 1° à 11° " sont remplacés par les mots " l'article 90, 1° à 12° ";
2° le 9° est complété par un k, rédigé comme suit :
" k) d'indemnités personnelles provenant de l'exploitation d'une découverte payées ou attribuées à des chercheurs par une université ou une haute école belge, le Fonds National de la Recherche Scientifique, le " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen " le " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " ou une institution scientifique agréee conformément à l'article 2753, § 1er, alinéa 2, sur la base d'un règlement relatif à la valorisation édicté par cette université, cette haute ecole ou cette institution scientifique. Par " chercheur " on entend, tout chercheur visé à l'article 2753, § 1er, alinéas 1er et 2, qui - seul ou au sein d'une équipe - mène des recherches dans une université, une haute école ou une institution scientifique agréée, ainsi que les professeurs. Par " découvertes ", on entend des inventions brevetables, produits de culture, dessins et modèles, topographies de semi-conducteurs, programmes informatiques et bases de données, qui peuvent être affectés à des fins commerciales. ".
Art.137. In artikel 232, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin worden de woorden " en van de in artikel 228, § 2, 9°, h vermelde meerwaarden " vervangen door de woorden ", van de in artikel 228, § 2, 9°, h, vermelde meerwaarden en van de (in artikel 228, § 2, 9°, k, vermelde diverse inkomsten), vermelde diverse inkomsten ";
2° in b worden de woorden " en 9°, h " vervangen door de woorden " en 9°, h en k ".
1° in de inleidende zin worden de woorden " en van de in artikel 228, § 2, 9°, h vermelde meerwaarden " vervangen door de woorden ", van de in artikel 228, § 2, 9°, h, vermelde meerwaarden en van de (in artikel 228, § 2, 9°, k, vermelde diverse inkomsten), vermelde diverse inkomsten ";
2° in b worden de woorden " en 9°, h " vervangen door de woorden " en 9°, h en k ".
Art.137. A l'article 232, alinéa 1er, 2°, du même Code, modifié par la loi du 28 juillet 1992, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase liminaire, les mots " et des plus-values visées à l'article 228, § 2, 9°, h, " sont remplacés par les mots ", des plus-values visées à l'article 228, § 2, 9°, h, et des revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, k, ";
2° dans le b, les mots " et 9°, h " sont remplacés par les mots " et 9°, h et k ".
1° dans la phrase liminaire, les mots " et des plus-values visées à l'article 228, § 2, 9°, h, " sont remplacés par les mots ", des plus-values visées à l'article 228, § 2, 9°, h, et des revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, k, ";
2° dans le b, les mots " et 9°, h " sont remplacés par les mots " et 9°, h et k ".
Art.138. In artikel 2753, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd en gewijzigd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Franse tekst worden de woorden " écoles supérieures " vervangen door de woorden " hautes écoles ";
2° de woorden ", het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " " worden ingevoegd tussen de woorden " het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek " en het woord " alsmede ".
1° in de Franse tekst worden de woorden " écoles supérieures " vervangen door de woorden " hautes écoles ";
2° de woorden ", het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " " worden ingevoegd tussen de woorden " het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek " en het woord " alsmede ".
Art.138. A l'article 2753, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré et modifié par la loi du 3 juillet 2005 et modifié par la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte français, les mots " écoles supérieures " sont remplacés par les mots " hautes écoles ";
2° les mots ", le Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " sont insérés entre les mots " le Fonds national de la Recherche scientifique " et le mot " ainsi ".
1° dans le texte français, les mots " écoles supérieures " sont remplacés par les mots " hautes écoles ";
2° les mots ", le Fonds de la Recherche scientifique - FNRS " sont insérés entre les mots " le Fonds national de la Recherche scientifique " et le mot " ainsi ".
Art.139. De artikelen 132, 133 en 135 tot 137 en 138, 2°, zijn van toepassing op de vergoedingen en bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend.
Artikel 134 is van toepassing op de giften die vanaf 1 januari 2007 worden gedaan.
Artikel 134 is van toepassing op de giften die vanaf 1 januari 2007 worden gedaan.
Art.139. Les article s 132, 133 et 135 à 137 et 138, 2°, sont applicables aux indemnités et aux rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er janvier 2007.
L'article 134 est applicable aux libéralités faites à partir du 1er janvier 2007.
L'article 134 est applicable aux libéralités faites à partir du 1er janvier 2007.
HOOFDSTUK VII. - Vrijstelling van belasting van premies en kapitaal- en interestsubsidies die door gewestelijke instellingen in het raam van de steun aan onderzoek en ontwikkeling worden toegekend aan vennootschappen.
CHAPITRE VII. - Exonération d'impots des primes et subsides en capital et en intérêts, attribués à des sociétés par les institutions régionales dans le cadre de l'aide à la recherche et au développement.
Art.140. In titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling Ibis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een nieuw artikel 193ter ingevoegd, luidende :
" Art. 193ter. - § 1. De winst wordt vrijgesteld ten belope van het bedrag van de premies, en de kapitaal- of interestsubsidies op immateriële en materiële vaste activa, die aan vennootschappen worden toegekend in het raam van de steun aan onderzoek en ontwikkeling door de bevoegde gewestelijke instellingen, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun.
§ 2. In geval van vervreemding van één van de in § 1 vermelde vaste activa, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van het belastbaar tijdperk gedurende hetwelk de vervreemding heeft plaatsgevonden. ".
" Art. 193ter. - § 1. De winst wordt vrijgesteld ten belope van het bedrag van de premies, en de kapitaal- of interestsubsidies op immateriële en materiële vaste activa, die aan vennootschappen worden toegekend in het raam van de steun aan onderzoek en ontwikkeling door de bevoegde gewestelijke instellingen, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun.
§ 2. In geval van vervreemding van één van de in § 1 vermelde vaste activa, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van het belastbaar tijdperk gedurende hetwelk de vervreemding heeft plaatsgevonden. ".
Art.140. Dans le titre III, chapitre II, section III, sous-section Irebis, du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un nouvel article 193ter, rédigé comme suit :
" Art. 193ter. - § 1er. Les bénéfices sont exonérés à concurrence du montant des primes, et des subsides en capital et en intérêts sur immobilisations incorporelles et corporelles, qui sont attribués à des societés dans le cadre de l'aide à la recherche et au développement par les institutions régionales compétentes, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état.
§ 2. En cas d'aliénation d'une des immobilisations visées au § 1er, sauf à l'occasion d'un sinistre, d'une expropriation, d'une réquisition en propriété ou d'un autre événement analogue, survenue dans les trois premières années de l'investissement, le montant des bénéfices antérieurement exonérés est considéré comme un bénéfice de la période imposable pendant laquelle l'aliénation a eu lieu. ".
" Art. 193ter. - § 1er. Les bénéfices sont exonérés à concurrence du montant des primes, et des subsides en capital et en intérêts sur immobilisations incorporelles et corporelles, qui sont attribués à des societés dans le cadre de l'aide à la recherche et au développement par les institutions régionales compétentes, dans le respect de la réglementation européenne en matière d'aide d'état.
§ 2. En cas d'aliénation d'une des immobilisations visées au § 1er, sauf à l'occasion d'un sinistre, d'une expropriation, d'une réquisition en propriété ou d'un autre événement analogue, survenue dans les trois premières années de l'investissement, le montant des bénéfices antérieurement exonérés est considéré comme un bénéfice de la période imposable pendant laquelle l'aliénation a eu lieu. ".
Art.141. In artikel 198, eerste lid, 14°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " in artikel 193bis, § 1, vermelde " vervangen door de woorden " in de artikelen 193bis, § 1, tweede lid, en 193ter, § 1, vermelde ".
Art.141. A l'article 198, alinéa 1er, 14°, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, les mots " visés à l'article 193bis, § 1er, " sont remplacés par les mots " visés aux article s 193bis, § 1er, alinéa 2, et 193ter, § 1er, ".
Art.142. De artikelen 140 en 141 zijn van toepassing op premies en subsidies die worden betekend vanaf 1 januari 2007 en voorzover de datum van betekening ten vroegste behoort tot het belastbaar tijdperk dat aan het aanslagjaar 2008 verbonden is.
Elke wijziging die vanaf 21 december 2006 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, heeft geen enkel gevolg. ".
Elke wijziging die vanaf 21 december 2006 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, heeft geen enkel gevolg. ".
Art.142. Les article s 140 et 141 s'appliquent aux primes et subsides notifiés à partir du 1er janvier 2007 et pour autant que la date de notification se rapporte au plus tôt à la période imposable qui se rattache à l'exercice d'imposition 2008.
Toute modification apportée à partir du 21 décembre 2006 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence. ".
Toute modification apportée à partir du 21 décembre 2006 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence. ".
TITEL VIII. - Energie. - Wijzigingen van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales.
TITRE VIII. - Energie. - Modifications de la loi du 11 avril 2003 sur les provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucleaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées dans ces centrales.
Art.143. Artikel 2 van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales wordt aangevuld als volgt :
" 8° " Commissie voor nucleaire voorzieningen " : de advies- en controlecommissie over de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, die in deze wet wordt bedoeld. ".
" 8° " Commissie voor nucleaire voorzieningen " : de advies- en controlecommissie over de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, die in deze wet wordt bedoeld. ".
Art.143. L'article 2 de la loi du 11 avril 2003 sur les provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion de matières fissibles irradiées dans ces centrales est complété comme suit :
" 8° " Commission des provisions nucléaires " : la Commission d'avis et de contrôle des provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion de matières fissiles irradiees, visée dans la présente loi. ".
" 8° " Commission des provisions nucléaires " : la Commission d'avis et de contrôle des provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion de matières fissiles irradiees, visée dans la présente loi. ".
Art.144. Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Afdeling 1. - De Commissie voor nucleaire voorzieningen. ".
" Afdeling 1. - De Commissie voor nucleaire voorzieningen. ".
Art.144. L'intitulé de la section première du chapitre II de la même loi est remplacé par l'intitulé suivant :
" Section 1re. - La Commission des provisions nucléaires. ".
" Section 1re. - La Commission des provisions nucléaires. ".
Art.145. In de artikelen 3, 4, § 2, 5, § 2, 6, §§ 2 en 4, 7, § 1, 8, 9, 10, 12, §§ 2 tot 4, 14, §§ 2 tot 4, 15, 16, §§ 1 en 2, 18, 19, 22 en 25 van dezelfde wet wordt elke vermelding van of verwijzing naar het " Opvolgingscomité " vervangen door een vermelding van of een verwijzing naar de " Commissie voor nucleaire voorzieningen ".
Art.145. Aux article s 3, 4, § 2, 5, § 2, 6, §§ 2 et 4, 7, § 1er, 8, 9, 10, 12, §§ 2 à 4, 14, §§ 2 à 4, 15, 16, §§ 1er et 2, 18, 19, 22 et 25 de la même loi, toute mention ou réference au " Comité de suivi " est remplacée par une mention ou référence à la " Commission des provisions nucléaires ".
Art.146. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " eigen " wordt ingevoegd tussen de woorden " met " en " rechtspersoonlijkheid ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De Commissie voor nucleaire voorzieningen zorgt voor het overleg tussen de Staat en de kernprovisievennootschap voor de uitvoering van de opdrachten die haar overeenkomstig artikel 5 worden toevertrouwd. ".
1° het woord " eigen " wordt ingevoegd tussen de woorden " met " en " rechtspersoonlijkheid ";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De Commissie voor nucleaire voorzieningen zorgt voor het overleg tussen de Staat en de kernprovisievennootschap voor de uitvoering van de opdrachten die haar overeenkomstig artikel 5 worden toevertrouwd. ".
Art.146. A l'article 3 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " autonome " est inséré entre les mots " juridique " et " et ayant ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" La Commission des provisions nucléaires assure la concertation entre l'Etat et la société de provisionnement nucléaire pour l'accomplissement des missions qui lui sont confiées conformément à l'article 5. ".
1° le mot " autonome " est inséré entre les mots " juridique " et " et ayant ";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" La Commission des provisions nucléaires assure la concertation entre l'Etat et la société de provisionnement nucléaire pour l'accomplissement des missions qui lui sont confiées conformément à l'article 5. ".
Art.147. Artikel 4 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen is samengesteld uit de volgende negen personen :
- de Administrateur-generaal van de Administratie der Thesaurie of zijn plaatsvervanger;
- de voorzitter van het directiecomité van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of zijn plaatsvervanger;
- de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen of zijn plaatsvervanger;
- de leidende ambtenaar van de Administratie voor de Begroting of zijn plaatsvervanger;
- een persoon aangeduid door de Nationale Bank van België of zijn plaatsvervanger;
- de leidende ambtenaar van het bestuur Energie of zijn plaatsvervanger;
- drie vertegenwoordigers van de kernprovisievennootschap of hun plaatsvervangers.
De voorzitter van de Commissie voor nucleaire voorzieningen wordt verkozen onder de leden die de Staat vertegenwoordigen.
De Voorzitter en de andere leden van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die de Staat vertegenwoordigen, worden bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
De leden van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die de kernprovisievennootschap vertegenwoordigen worden benoemd op voordracht van de kernprovisievennootschap. ";
2° § 3 wordt vervangen als volgt :
" De Commissie voor nucleaire voorzieningen wordt bijgestaan door een vast secretariaat. De samenstelling en de werking van dit secretariaat worden door de Commissie voor nucleaire voorzieningen vastgelegd op basis van de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar overeenkomstig artikel 5 worden toevertrouwd. ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen is samengesteld uit de volgende negen personen :
- de Administrateur-generaal van de Administratie der Thesaurie of zijn plaatsvervanger;
- de voorzitter van het directiecomité van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of zijn plaatsvervanger;
- de voorzitter van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen of zijn plaatsvervanger;
- de leidende ambtenaar van de Administratie voor de Begroting of zijn plaatsvervanger;
- een persoon aangeduid door de Nationale Bank van België of zijn plaatsvervanger;
- de leidende ambtenaar van het bestuur Energie of zijn plaatsvervanger;
- drie vertegenwoordigers van de kernprovisievennootschap of hun plaatsvervangers.
De voorzitter van de Commissie voor nucleaire voorzieningen wordt verkozen onder de leden die de Staat vertegenwoordigen.
De Voorzitter en de andere leden van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die de Staat vertegenwoordigen, worden bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
De leden van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die de kernprovisievennootschap vertegenwoordigen worden benoemd op voordracht van de kernprovisievennootschap. ";
2° § 3 wordt vervangen als volgt :
" De Commissie voor nucleaire voorzieningen wordt bijgestaan door een vast secretariaat. De samenstelling en de werking van dit secretariaat worden door de Commissie voor nucleaire voorzieningen vastgelegd op basis van de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar overeenkomstig artikel 5 worden toevertrouwd. ".
Art.147. A l'article 4 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires est composée des neuf personnes suivantes :
- l'Administrateur général de l'Administration de la Trésorerie ou son suppléant;
- le président du comité de direction de la Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz ou son suppléant;
- le président de la Commission bancaire, financière et des assurances ou son suppléant;
- le fonctionnaire dirigeant de l'Administration du Budget ou son suppléant;
- une personne désignée par la Banque nationale de Belgique ou son suppléant;
- le fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'Energie ou son suppléant;
- trois représentants de la société de provisionnement nucléaire ou leurs suppléants.
Le président de la Commission des provisions nucléaires est choisi parmi les membres qui représentent l'Etat.
Le président et les autres membres de la Commission des provisions nucléaires qui représentent l'Etat sont nommés par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres pour un terme renouvelable de six ans.
Les membres de la Commission des provisions nucléaires qui représentent la société de provisionnement nucléaire sont nommés sur présentation de la société de provisionnement nucléaire. ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" La Commission des provisions nucléaires est assistée par un secrétariat permanent. La composition et le fonctionnement de ce secrétariat sont arrêtes par la Commission des provisions nucléaires, en fonction des moyens nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont confiées conformément à l'article 5. ".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires est composée des neuf personnes suivantes :
- l'Administrateur général de l'Administration de la Trésorerie ou son suppléant;
- le président du comité de direction de la Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz ou son suppléant;
- le président de la Commission bancaire, financière et des assurances ou son suppléant;
- le fonctionnaire dirigeant de l'Administration du Budget ou son suppléant;
- une personne désignée par la Banque nationale de Belgique ou son suppléant;
- le fonctionnaire dirigeant de l'administration de l'Energie ou son suppléant;
- trois représentants de la société de provisionnement nucléaire ou leurs suppléants.
Le président de la Commission des provisions nucléaires est choisi parmi les membres qui représentent l'Etat.
Le président et les autres membres de la Commission des provisions nucléaires qui représentent l'Etat sont nommés par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres pour un terme renouvelable de six ans.
Les membres de la Commission des provisions nucléaires qui représentent la société de provisionnement nucléaire sont nommés sur présentation de la société de provisionnement nucléaire. ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" La Commission des provisions nucléaires est assistée par un secrétariat permanent. La composition et le fonctionnement de ce secrétariat sont arrêtes par la Commission des provisions nucléaires, en fonction des moyens nécessaires à l'accomplissement des missions qui lui sont confiées conformément à l'article 5. ".
Art.148. Artikel 5 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen heeft een advies- en controlebevoegdheid over de aanleg en het beheer van de voorzieningen voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen. Ze brengt adviezen uit in de gevallen die in § 2, 1°, worden bedoeld en oefent controle uit op de in § 2, 2°, bedoelde materies. ";
2° c, van § 2, 1°, wordt aangevuld als volgt :
" en § 7, alsook de voorwaarden waartegen deze investeringen worden uitgevoerd ";
3° § 2, 2°, wordt aangevuld als volgt :
" e. de voorwaarden van de leningen die eventueel worden toegekend door de kernprovisievennootschap overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid;
f. de beschikbaarheid van de tegenwaarde van het bedrag van de in punt e bedoelde leningen, met inbegrip van de eventuele zekerheden, die door degenen die deze leningen hebben ontvangen, werden gesteld. ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen heeft een advies- en controlebevoegdheid over de aanleg en het beheer van de voorzieningen voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen. Ze brengt adviezen uit in de gevallen die in § 2, 1°, worden bedoeld en oefent controle uit op de in § 2, 2°, bedoelde materies. ";
2° c, van § 2, 1°, wordt aangevuld als volgt :
" en § 7, alsook de voorwaarden waartegen deze investeringen worden uitgevoerd ";
3° § 2, 2°, wordt aangevuld als volgt :
" e. de voorwaarden van de leningen die eventueel worden toegekend door de kernprovisievennootschap overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid;
f. de beschikbaarheid van de tegenwaarde van het bedrag van de in punt e bedoelde leningen, met inbegrip van de eventuele zekerheden, die door degenen die deze leningen hebben ontvangen, werden gesteld. ".
Art.148. A l'article 5 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires a une compétence d'avis et de contrôle sur la constitution et la gestion des provisions pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées. Elle émet des avis dans les cas visés au § 2, 1°, et exerce son contrôle sur les matières visées au § 2, 2°. ";
2° c, du § 2, 1°, est complété comme suit :
" et § 7, ainsi que les conditions auxquelles ces investissements sont réalisés. ";
3° le § 2, 2°, est complété comme suit :
" e. les conditions des prêts éventuellement consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2;
f. la disponibilité de la contre-valeur du montant des prêts visés au point e, y compris les garanties éventuelles constituées par les bénéficiaires desdits prêts. ".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires a une compétence d'avis et de contrôle sur la constitution et la gestion des provisions pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées. Elle émet des avis dans les cas visés au § 2, 1°, et exerce son contrôle sur les matières visées au § 2, 2°. ";
2° c, du § 2, 1°, est complété comme suit :
" et § 7, ainsi que les conditions auxquelles ces investissements sont réalisés. ";
3° le § 2, 2°, est complété comme suit :
" e. les conditions des prêts éventuellement consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2;
f. la disponibilité de la contre-valeur du montant des prêts visés au point e, y compris les garanties éventuelles constituées par les bénéficiaires desdits prêts. ".
Art.149. Artikel 6 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen brengt adviezen uit en neemt besluiten bij gewone meerderheid. Deze adviezen en besluiten binden de kernprovisievennootschap.
De adviezen en besluiten van de Commissie voor nucleaire voorzieningen met betrekking tot het bestaan en de toerekendheid van de voorzieningen vergen het eensluidend advies van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen. ";
2° in § 2 worden de woorden " of besluit " ingevoegd tussen de woorden " tegen elk advies " en het woord " van " en worden de woorden " of besluit " toegevoegd na " ontvangst van het advies ";
3° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden :
" De vertegenwoordigers van de Staat kunnen bij een meerderheid van vier van de zes leden aangewezen door de Staat, verzet aantekenen bij de minister bevoegd voor Energie tegen elk advies of besluit van de Commissie voor nucleaire voorzieningen, en dit binnen een termijn van 14 werkdagen na de aanneming van het advies of het besluit. Bij staking van stemmen tussen de vertegenwoordigers van de Staat is de stem van de voorzitter van de Commissie voor nucleaire voorzieningen doorslaggevend om het verzet aan te tekenen.
Indien het verzet echter betrekking heeft op de bepalingen van artikel 14, § 7, dan is het verzet slechts mogelijk voorzover het betrekking heeft op meer dan 10 procent van de 10 procent van het deel van de 25 procent van de voorzieningen voor de ontmanteling en van de voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen of voorzover de tijdens het jaar genomen beslissingen cumulatief betrekking hebben op meer dan 10 procent van de 10 procent van het deel van de 25 procent van deze voorzieningen. ";
4° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De minister bevoegd voor Energie, legt het verzet voor aan de Ministerraad die een bindende beslissing neemt binnen 90 werkdagen.
Het verzet ingesteld tegen een advies of besluit van de Commissie voor nucleaire voorzieningen schorst de verplichting van de kernprovisievennootschap om dit advies of besluit te volgen tot de dag van de beslissing van de Ministerraad. ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De Commissie voor nucleaire voorzieningen brengt adviezen uit en neemt besluiten bij gewone meerderheid. Deze adviezen en besluiten binden de kernprovisievennootschap.
De adviezen en besluiten van de Commissie voor nucleaire voorzieningen met betrekking tot het bestaan en de toerekendheid van de voorzieningen vergen het eensluidend advies van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen. ";
2° in § 2 worden de woorden " of besluit " ingevoegd tussen de woorden " tegen elk advies " en het woord " van " en worden de woorden " of besluit " toegevoegd na " ontvangst van het advies ";
3° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden :
" De vertegenwoordigers van de Staat kunnen bij een meerderheid van vier van de zes leden aangewezen door de Staat, verzet aantekenen bij de minister bevoegd voor Energie tegen elk advies of besluit van de Commissie voor nucleaire voorzieningen, en dit binnen een termijn van 14 werkdagen na de aanneming van het advies of het besluit. Bij staking van stemmen tussen de vertegenwoordigers van de Staat is de stem van de voorzitter van de Commissie voor nucleaire voorzieningen doorslaggevend om het verzet aan te tekenen.
Indien het verzet echter betrekking heeft op de bepalingen van artikel 14, § 7, dan is het verzet slechts mogelijk voorzover het betrekking heeft op meer dan 10 procent van de 10 procent van het deel van de 25 procent van de voorzieningen voor de ontmanteling en van de voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen of voorzover de tijdens het jaar genomen beslissingen cumulatief betrekking hebben op meer dan 10 procent van de 10 procent van het deel van de 25 procent van deze voorzieningen. ";
4° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De minister bevoegd voor Energie, legt het verzet voor aan de Ministerraad die een bindende beslissing neemt binnen 90 werkdagen.
Het verzet ingesteld tegen een advies of besluit van de Commissie voor nucleaire voorzieningen schorst de verplichting van de kernprovisievennootschap om dit advies of besluit te volgen tot de dag van de beslissing van de Ministerraad. ".
Art.149. A l'article 6 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires émet ses avis et prend ses décisions à la majorité simple. Ces avis et décisions engagent la société de provisionnement nucléaire.
Les avis et décisions de la Commission des provisions nucléaires concernant l'existence et la suffisance de ces provisions requièrent l'avis conforme de l'Organisme national des Déchets radioactifs et des Matières fissiles enrichies. ";
2° au § 2, les mots " ou décision " sont insérés entre les mots " contre tout avis " et le mot " émanant ", et les mots " ou de la décision " sont insérés après les mots " réception de l'avis ";
3° le § 2 est complété par les alinéas suivants :
" Les representants de l'Etat peuvent, à la majorité de quatre des six membres désignes par l'Etat, faire opposition, auprès du ministre qui a l'Energie dans ses attributions, contre tout avis ou décision émanant de la Commission des provisions nucléaires, ce dans un délai de 14 jours ouvrables après adoption de l'avis ou de la décision. En cas de parité des voix entre les représentants de l'Etat, la voix du président de la Commission des Provisions nucleaires est prépondérante pour former opposition.
Toutefois cette opposition, lorsqu'il concerne l'application des dispositions de l'article 14, § 7, n'est possible que pour autant qu'il porte sur plus de 10 pour cent des 10 pour cent de la partie des 25 pour cent des provisions pour le démantèlement et des provisions pour la gestion des matières fissiles irradiées ou pour autant que les décisions prises au cours de l'exercice aient cumulativement porté sur plus de 10 pour cent des 10 pour cent de la partie des 25 pour cent de ces provisions. ";
4° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le ministre qui a l'Energie dans ses attributions soumet l'opposition au Conseil des Ministres qui prend une décision contraignante dans les 90 jours ouvrables.
L'opposition introduite contre un avis ou une décision de la Commission des provisions nucléaires suspend l'obligation de la société de provisionnement nucléaire de suivre ledit avis ou ladite décision jusqu'au jour où le Conseil des ministres rend sa décision. ".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La Commission des provisions nucléaires émet ses avis et prend ses décisions à la majorité simple. Ces avis et décisions engagent la société de provisionnement nucléaire.
Les avis et décisions de la Commission des provisions nucléaires concernant l'existence et la suffisance de ces provisions requièrent l'avis conforme de l'Organisme national des Déchets radioactifs et des Matières fissiles enrichies. ";
2° au § 2, les mots " ou décision " sont insérés entre les mots " contre tout avis " et le mot " émanant ", et les mots " ou de la décision " sont insérés après les mots " réception de l'avis ";
3° le § 2 est complété par les alinéas suivants :
" Les representants de l'Etat peuvent, à la majorité de quatre des six membres désignes par l'Etat, faire opposition, auprès du ministre qui a l'Energie dans ses attributions, contre tout avis ou décision émanant de la Commission des provisions nucléaires, ce dans un délai de 14 jours ouvrables après adoption de l'avis ou de la décision. En cas de parité des voix entre les représentants de l'Etat, la voix du président de la Commission des Provisions nucleaires est prépondérante pour former opposition.
Toutefois cette opposition, lorsqu'il concerne l'application des dispositions de l'article 14, § 7, n'est possible que pour autant qu'il porte sur plus de 10 pour cent des 10 pour cent de la partie des 25 pour cent des provisions pour le démantèlement et des provisions pour la gestion des matières fissiles irradiées ou pour autant que les décisions prises au cours de l'exercice aient cumulativement porté sur plus de 10 pour cent des 10 pour cent de la partie des 25 pour cent de ces provisions. ";
4° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le ministre qui a l'Energie dans ses attributions soumet l'opposition au Conseil des Ministres qui prend une décision contraignante dans les 90 jours ouvrables.
L'opposition introduite contre un avis ou une décision de la Commission des provisions nucléaires suspend l'obligation de la société de provisionnement nucléaire de suivre ledit avis ou ladite décision jusqu'au jour où le Conseil des ministres rend sa décision. ".
Art.150. Artikel 7 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° het eerste streepje van § 1 wordt aangevuld als volgt :
" de internationale kredietrating, indien ze bestaat, en de schuldenratio driemaandelijks vastgesteld ten aanzien van het eigen vermogen van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid ";
2° het vierde streepje van § 1 wordt vervangen als volgt :
" elke wijziging in de kredietrating van een kernexploitant of, indien een dergelijke kredietrating bestaat, van degene die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangt overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid of de omstandigheid dat het betrokken agentschap een kernexploitant of desgevallend degene die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangt op " credit watch " heeft geplaatst ";
3° het vijfde streepje van § 1 wordt aangevuld als volgt :
" en de schuldratio ten aanzien van het eigen vermogen van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid ";
4° in het zesde streepje van § 1 worden de woorden " en van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid " ingevoegd tussen het woord " kernexploitant " en de woorden " inzake hypotheken ".
5° § 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Teneinde de Commissie voor nucleaire voorzieningen toe te laten haar opdrachten te vervullen :
1° bezorgen de kernexploitanten haar onverwijld alle beslissingen en informatie inzake voorrechten en hypotheken die ze toekennen;
2° laat de kernprovisievennootschap in de in artikel 14, § 5, tweede lid, bedoelde overeenkomsten de verplichting opnemen, voor degenen die leningen ontvangen van de kernprovisievennootschap, om de Commissie voor nucleaire voorzieningen onverwijld alle beslissingen en informatie inzake voorrechten en hypotheken die ze toekennen te bezorgen. ";
6° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De kosten van deze adviezen blijven ten laste van de instellingen of van de gespecialiseerde kenniscentra aan wie zij werden gevraagd in het geval dat deze kosten reeds door de kernexploitanten op basis van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gedekt worden. De kosten van deze adviezen zijn ten laste van de kernprovisievennootschap indien ze niet gedekt worden door andere wettelijke of reglementaire bepalingen. ".
1° het eerste streepje van § 1 wordt aangevuld als volgt :
" de internationale kredietrating, indien ze bestaat, en de schuldenratio driemaandelijks vastgesteld ten aanzien van het eigen vermogen van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid ";
2° het vierde streepje van § 1 wordt vervangen als volgt :
" elke wijziging in de kredietrating van een kernexploitant of, indien een dergelijke kredietrating bestaat, van degene die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangt overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid of de omstandigheid dat het betrokken agentschap een kernexploitant of desgevallend degene die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangt op " credit watch " heeft geplaatst ";
3° het vijfde streepje van § 1 wordt aangevuld als volgt :
" en de schuldratio ten aanzien van het eigen vermogen van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid ";
4° in het zesde streepje van § 1 worden de woorden " en van degenen die van de kernprovisievennootschap leningen ontvangen overeenkomstig artikel 14, § 5, tweede lid " ingevoegd tussen het woord " kernexploitant " en de woorden " inzake hypotheken ".
5° § 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Teneinde de Commissie voor nucleaire voorzieningen toe te laten haar opdrachten te vervullen :
1° bezorgen de kernexploitanten haar onverwijld alle beslissingen en informatie inzake voorrechten en hypotheken die ze toekennen;
2° laat de kernprovisievennootschap in de in artikel 14, § 5, tweede lid, bedoelde overeenkomsten de verplichting opnemen, voor degenen die leningen ontvangen van de kernprovisievennootschap, om de Commissie voor nucleaire voorzieningen onverwijld alle beslissingen en informatie inzake voorrechten en hypotheken die ze toekennen te bezorgen. ";
6° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De kosten van deze adviezen blijven ten laste van de instellingen of van de gespecialiseerde kenniscentra aan wie zij werden gevraagd in het geval dat deze kosten reeds door de kernexploitanten op basis van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gedekt worden. De kosten van deze adviezen zijn ten laste van de kernprovisievennootschap indien ze niet gedekt worden door andere wettelijke of reglementaire bepalingen. ".
Art.150. A l'article 7 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier tiret du § 1er est complété comme suit :
" le " crédit rating " international, s'il existe, et le ratio d'endettement établi trimestriellement au regard des fonds propres des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 ";
2° le quatrième tiret du § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" - chaque modification du crédit rating d'un exploitant nucléaire ou, si un tel crédit rating existe, d'un bénéficiaire des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2, ou la circonstance que l'agence concernée a placé un exploitant nucléaire ou, le cas échéant, un tel bénéficiaire sous " crédit watch " ";
3° le cinquième tiret du § 1er est complété comme suit :
" et le ratio d'endettement au regard des capitaux propres des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 ";
4° au sixième tiret du § 1er, les mots " et des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 " sont insérés entre les mots " de l'exploitant nucléaire " et les mots " en matière d'hypothèques ".
5° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Afin de permettre à la Commission des provisions nucléaires de remplir ses missions :
1° les exploitants nucleaires lui fournissent sans délai, toutes les décisions et informations concernant les privilèges et hypothèques qu'ils consentent;
2° la societe de provisionnement nucleaire fait inclure, dans les conventions visées à l'article 14, § 5, alinéa 2, l'obligation, pour les bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire, de fournir à la Commission des provisions nucléaires, sans délai, toutes les décisions et informations concernant les privilèges et hypothèques qu'ils consentent. ";
6° le § 3 est complété par l'alinéa suivant :
" Les coûts de ces avis restent à charge des institutions ou des centres de compétence specialisés auxquels ils ont été demandés dans la mesure où ces coûts sont déjà couverts par les exploitants nucléaires en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires. Les coûts de ces avis sont à charge de la société de provisionnement nucléaire s'ils ne sont pas couverts par d'autres dispositions légales ou réglementaires. ".
1° le premier tiret du § 1er est complété comme suit :
" le " crédit rating " international, s'il existe, et le ratio d'endettement établi trimestriellement au regard des fonds propres des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 ";
2° le quatrième tiret du § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" - chaque modification du crédit rating d'un exploitant nucléaire ou, si un tel crédit rating existe, d'un bénéficiaire des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2, ou la circonstance que l'agence concernée a placé un exploitant nucléaire ou, le cas échéant, un tel bénéficiaire sous " crédit watch " ";
3° le cinquième tiret du § 1er est complété comme suit :
" et le ratio d'endettement au regard des capitaux propres des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 ";
4° au sixième tiret du § 1er, les mots " et des bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire conformément à l'article 14, § 5, alinéa 2 " sont insérés entre les mots " de l'exploitant nucléaire " et les mots " en matière d'hypothèques ".
5° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Afin de permettre à la Commission des provisions nucléaires de remplir ses missions :
1° les exploitants nucleaires lui fournissent sans délai, toutes les décisions et informations concernant les privilèges et hypothèques qu'ils consentent;
2° la societe de provisionnement nucleaire fait inclure, dans les conventions visées à l'article 14, § 5, alinéa 2, l'obligation, pour les bénéficiaires des prêts consentis par la société de provisionnement nucléaire, de fournir à la Commission des provisions nucléaires, sans délai, toutes les décisions et informations concernant les privilèges et hypothèques qu'ils consentent. ";
6° le § 3 est complété par l'alinéa suivant :
" Les coûts de ces avis restent à charge des institutions ou des centres de compétence specialisés auxquels ils ont été demandés dans la mesure où ces coûts sont déjà couverts par les exploitants nucléaires en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires. Les coûts de ces avis sont à charge de la société de provisionnement nucléaire s'ils ne sont pas couverts par d'autres dispositions légales ou réglementaires. ".
Art.151. Artikel 8, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" Dit verslag wordt voorgelegd door de Commissie voor nucleaire voorzieningen vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het betrokken jaar en bevat de staat van zijn werkingskosten. ".
" Dit verslag wordt voorgelegd door de Commissie voor nucleaire voorzieningen vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het betrokken jaar en bevat de staat van zijn werkingskosten. ".
Art.151. L'article 8, § 1er, de la même loi est complété comme suit :
" Ce rapport est soumis par la Commission des provisions nucléaires avant le 1er octobre de l'année suivant l'exercice concerné et comprend un état de ses frais de fonctionnement. ".
" Ce rapport est soumis par la Commission des provisions nucléaires avant le 1er octobre de l'année suivant l'exercice concerné et comprend un état de ses frais de fonctionnement. ".
Art.152. In artikel 9 wordt de eerste zin vervangen als volgt :
" De werkings- en secretariaatkosten alsook de kosten voor de adviezen gevraagd door de Commissie voor nucleaire voorzieningen krachtens artikel 7, § 3, waarvoor jaarlijks bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit een maximumbedrag wordt bepaald, zijn ten laste van de kernprovisievennootschap. Deze laatste rekent ze aan aan de kernexploitanten en aan de in artikel 24, § 1, bedoelde vennootschappen naar verhouding van hun aandeel in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen.
De Commissie voor nucleaire voorzieningen maakt een jaarlijks budget op en stuurt het ten laatste op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken jaar, ter goedkeuring aan de minister bevoegd voor de energie. ".
" De werkings- en secretariaatkosten alsook de kosten voor de adviezen gevraagd door de Commissie voor nucleaire voorzieningen krachtens artikel 7, § 3, waarvoor jaarlijks bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit een maximumbedrag wordt bepaald, zijn ten laste van de kernprovisievennootschap. Deze laatste rekent ze aan aan de kernexploitanten en aan de in artikel 24, § 1, bedoelde vennootschappen naar verhouding van hun aandeel in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen.
De Commissie voor nucleaire voorzieningen maakt een jaarlijks budget op en stuurt het ten laatste op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken jaar, ter goedkeuring aan de minister bevoegd voor de energie. ".
Art.152. A l'article 9, la première phrase est remplacée par le texte suivant :
" Les frais de fonctionnement et de secrétariat ainsi que les coûts des avis demandés par la Commission des provisions nucléaires en vertu de l'article 7, § 3, dont le montant maximum est fixé annuellement par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, sont à charge de la société de provisionnement nucléaire. Cette dernière les facture aux exploitants nucléaires et aux sociétés visées à l'article 24, § 1er, au prorata de leur quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires.
La Commission des provisions nucléaires etablit un budget annuel et le transmet au plus tard le 1er octobre de l'année précédant l'exercice concerné, pour approbation, au ministre qui a l'énergie dans ses attributions. ".
" Les frais de fonctionnement et de secrétariat ainsi que les coûts des avis demandés par la Commission des provisions nucléaires en vertu de l'article 7, § 3, dont le montant maximum est fixé annuellement par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, sont à charge de la société de provisionnement nucléaire. Cette dernière les facture aux exploitants nucléaires et aux sociétés visées à l'article 24, § 1er, au prorata de leur quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires.
La Commission des provisions nucléaires etablit un budget annuel et le transmet au plus tard le 1er octobre de l'année précédant l'exercice concerné, pour approbation, au ministre qui a l'énergie dans ses attributions. ".
Art.153. Artikel 11 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " en overeenkomstig artikel 24 de in artikel 24, § 1, bedoelde vennootschappen " ingevoegd tussen de woorden " De kernexploitanten " en de woorden " zijn gehouden tot ";
2° § 2, tweede lid, wordt aangevuld als volgt :
" na aftrek van de bedragen die rechtsreeks door de in artikel 24, § 1 bedoelde vennootschappen moeten worden betaald aan de kernprovisievennootschap ".
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " en overeenkomstig artikel 24 de in artikel 24, § 1, bedoelde vennootschappen " ingevoegd tussen de woorden " De kernexploitanten " en de woorden " zijn gehouden tot ";
2° § 2, tweede lid, wordt aangevuld als volgt :
" na aftrek van de bedragen die rechtsreeks door de in artikel 24, § 1 bedoelde vennootschappen moeten worden betaald aan de kernprovisievennootschap ".
Art.153. A l'article 11 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 2, les mots " et, conformément a l'article 24, les sociétés visées à l'article 24, § 1er, " sont inserés entre les mots " Les exploitants nucléaires " et les mots " sont tenus de payer ";
2° le § 2, alinéa 2, est complété comme suit :
", après déduction des montants à verser directement à la société de provisionnement nucléaire par les sociétés visées a l'article 24, § 1er ".
1° au § 1er, alinéa 2, les mots " et, conformément a l'article 24, les sociétés visées à l'article 24, § 1er, " sont inserés entre les mots " Les exploitants nucléaires " et les mots " sont tenus de payer ";
2° le § 2, alinéa 2, est complété comme suit :
", après déduction des montants à verser directement à la société de provisionnement nucléaire par les sociétés visées a l'article 24, § 1er ".
Art.154. Artikel 14 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Dit maximum percentage van 75 % kan worden gewijzigd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad na advies van de kernprovisievennootschap en de Commissie voor nucleaire voorzieningen mits garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies. ";
2° § 5 wordt vervangen als volgt :
" § 5. Het deel van de voorzieningen dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten overeenkomstig § 1, wordt door de kernprovisievennootschap belegd :
1° in activa buiten de kernexploitanten, met aandacht voor een voldoende diversificatie en spreiding van de beleggingen teneinde het risico te minimaliseren of;
2° in leningen aan andere rechtspersonen dan kernexploitanten, met inachtname van het tweede lid en overeenkomstig de beperkingen en preciseringen bepaald in § 7.
De voorwaarden van de in punt 2° bedoelde leningen en van de zekerheden die door degenen die deze leningen ontvangen worden gesteld ten gunste van de kernprovisievennootschap om de beschikbaarheid van de tegenwaarde van het bedrag van de leningen te garanderen, worden bepaald in overeenkomsten afgesloten tussen de kernprovisievennootschap en degenen die de leningen ontvangen. Deze overeenkomsten worden ter goedkeuring overgemaakt aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen die hun overeenstemming met de bepalingen van deze wet controleert. Indien geen overeenkomst wordt bereikt, dan neemt de Ministerraad een beslissing op eensluidend advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ";
3° een § 7 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
" § 7. De Commissie voor nucleaire voorzieningen stelt een lijst op van rechtspersonen, andere dan kernexploitanten, en van projecten. Een bedrag van 10 procent van het deel van 25 procent van het totaal van de voorzieningen dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten, wordt voorbehouden voor leningen ten behoeve van de in deze lijst vermelde rechtspersonen en projecten.
De Commissie voor nucleaire voorzieningen bepaalt met betrekking tot deze leningen, een interesttarief lager dan de marktrente voor een gelijkaardig krediet, maar zonder dat het tarief lager mag zijn dan de som van de inflatie tijdens het vorige kalenderjaar en de procentuele vergoeding van de kosten verbonden aan de lening en doet geen afbreuk aan de garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies.
Zonder afbreuk te doen aan de garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies en na advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen en van kernprovisievennootschap, kan de Koning middels een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van rechtspersonen, van projecten en het interesttarief aanpassen, alsook de 10 procent van het deel van 25 procent van het totaal van de voorzieningen, dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten, verhogen. ".
1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Dit maximum percentage van 75 % kan worden gewijzigd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad na advies van de kernprovisievennootschap en de Commissie voor nucleaire voorzieningen mits garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies. ";
2° § 5 wordt vervangen als volgt :
" § 5. Het deel van de voorzieningen dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten overeenkomstig § 1, wordt door de kernprovisievennootschap belegd :
1° in activa buiten de kernexploitanten, met aandacht voor een voldoende diversificatie en spreiding van de beleggingen teneinde het risico te minimaliseren of;
2° in leningen aan andere rechtspersonen dan kernexploitanten, met inachtname van het tweede lid en overeenkomstig de beperkingen en preciseringen bepaald in § 7.
De voorwaarden van de in punt 2° bedoelde leningen en van de zekerheden die door degenen die deze leningen ontvangen worden gesteld ten gunste van de kernprovisievennootschap om de beschikbaarheid van de tegenwaarde van het bedrag van de leningen te garanderen, worden bepaald in overeenkomsten afgesloten tussen de kernprovisievennootschap en degenen die de leningen ontvangen. Deze overeenkomsten worden ter goedkeuring overgemaakt aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen die hun overeenstemming met de bepalingen van deze wet controleert. Indien geen overeenkomst wordt bereikt, dan neemt de Ministerraad een beslissing op eensluidend advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ";
3° een § 7 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
" § 7. De Commissie voor nucleaire voorzieningen stelt een lijst op van rechtspersonen, andere dan kernexploitanten, en van projecten. Een bedrag van 10 procent van het deel van 25 procent van het totaal van de voorzieningen dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten, wordt voorbehouden voor leningen ten behoeve van de in deze lijst vermelde rechtspersonen en projecten.
De Commissie voor nucleaire voorzieningen bepaalt met betrekking tot deze leningen, een interesttarief lager dan de marktrente voor een gelijkaardig krediet, maar zonder dat het tarief lager mag zijn dan de som van de inflatie tijdens het vorige kalenderjaar en de procentuele vergoeding van de kosten verbonden aan de lening en doet geen afbreuk aan de garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies.
Zonder afbreuk te doen aan de garanties over het bestaan en de toereikendheid van de provisies en na advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen en van kernprovisievennootschap, kan de Koning middels een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van rechtspersonen, van projecten en het interesttarief aanpassen, alsook de 10 procent van het deel van 25 procent van het totaal van de voorzieningen, dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen aan kernexploitanten, verhogen. ".
Art.154. A l'article 14 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
" Ce pourcentage maximum de 75 % peut être modifié par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres sur avis de la société de provisionnement nucléaire et de la Commission des provisions nucléaires moyennant des garanties sur l'existence et la suffisance des provisions. ";
2° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. La partie des provisions ne pouvant faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires conformément au § 1er, est placée par la société de provisionnement nucléaire :
1° dans des actifs extérieurs aux exploitants nucléaires, dans le respect d'une suffisante diversification et répartition des investissements afin de minimiser le risque; ou
2° dans des prêts à des personnes morales autres que les exploitants nucléaires, dans le respect de l'alinéa 2 et conformément aux restrictions et précisions prévues au § 7.
Les conditions des prêts visés au point 2° ci-dessus et les garanties à constituer par les bénéficiaires de ces prêts en faveur de la société de provisionnement nucléaire afin de garantir la disponibilité de la contre-valeur du montant de ceux-ci, sont fixées dans des conventions établies entre la société de provisionnement et les bénéficiaires. Ces conventions sont transmises, pour approbation, à la Commission des provisions nucléaires, qui en vérifie la conformité avec les dispositions de la présente loi. Si aucune convention n'est obtenue, le Conseil des ministres prend une décision sur avis conforme de la Commission des provisions nucléaires. ";
3° un § 7 est inséré, rédigé comme suit :
" § 7. La Commission des provisions nucléaires établit une liste de personnes morales, autres que les exploitants nucléaires, et de projets. Un montant représentant 10 pour cent de la partie de 25 pour cent du montant total des provisions qui ne peut faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires, est réservé aux prêts destinés aux personnes morales et projets mentionnés dans cette liste.
La Commission des provisions nucléaires établit pour ces prêts un taux d'intéret inférieur à celui appliqué sur le marché pour un crédit semblable. Ce taux ne peut toutefois être inférieur a la somme de l'inflation pendant l'année civile précédente et du pourcentage d'indemnisation des coûts liés au prêt et ne porte pas préjudice aux garanties sur l'existence et la suffisance des provisions.
Sans préjudice des garanties sur l'existence et la suffisance des provisions et après l'avis de la Commission des provisions nucléaires et de la société de provisionnement nucléaire, le Roi peut par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, adapter la liste des personnes morales, des projets et le taux d'intérêt, ainsi qu'augmenter le pourcentage de 10 pour cent de la partie de 25 pour cent du montant total des provisions qui ne peut faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires. ".
1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
" Ce pourcentage maximum de 75 % peut être modifié par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres sur avis de la société de provisionnement nucléaire et de la Commission des provisions nucléaires moyennant des garanties sur l'existence et la suffisance des provisions. ";
2° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. La partie des provisions ne pouvant faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires conformément au § 1er, est placée par la société de provisionnement nucléaire :
1° dans des actifs extérieurs aux exploitants nucléaires, dans le respect d'une suffisante diversification et répartition des investissements afin de minimiser le risque; ou
2° dans des prêts à des personnes morales autres que les exploitants nucléaires, dans le respect de l'alinéa 2 et conformément aux restrictions et précisions prévues au § 7.
Les conditions des prêts visés au point 2° ci-dessus et les garanties à constituer par les bénéficiaires de ces prêts en faveur de la société de provisionnement nucléaire afin de garantir la disponibilité de la contre-valeur du montant de ceux-ci, sont fixées dans des conventions établies entre la société de provisionnement et les bénéficiaires. Ces conventions sont transmises, pour approbation, à la Commission des provisions nucléaires, qui en vérifie la conformité avec les dispositions de la présente loi. Si aucune convention n'est obtenue, le Conseil des ministres prend une décision sur avis conforme de la Commission des provisions nucléaires. ";
3° un § 7 est inséré, rédigé comme suit :
" § 7. La Commission des provisions nucléaires établit une liste de personnes morales, autres que les exploitants nucléaires, et de projets. Un montant représentant 10 pour cent de la partie de 25 pour cent du montant total des provisions qui ne peut faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires, est réservé aux prêts destinés aux personnes morales et projets mentionnés dans cette liste.
La Commission des provisions nucléaires établit pour ces prêts un taux d'intéret inférieur à celui appliqué sur le marché pour un crédit semblable. Ce taux ne peut toutefois être inférieur a la somme de l'inflation pendant l'année civile précédente et du pourcentage d'indemnisation des coûts liés au prêt et ne porte pas préjudice aux garanties sur l'existence et la suffisance des provisions.
Sans préjudice des garanties sur l'existence et la suffisance des provisions et après l'avis de la Commission des provisions nucléaires et de la société de provisionnement nucléaire, le Roi peut par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, adapter la liste des personnes morales, des projets et le taux d'intérêt, ainsi qu'augmenter le pourcentage de 10 pour cent de la partie de 25 pour cent du montant total des provisions qui ne peut faire l'objet de prêts aux exploitants nucléaires. ".
Art.155. Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 24. - § 1. Elke andere vennootschap dan een kernexploitant die een aandeel heeft in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen moet, naar rato van dit aandeel, bijdragen tot de aanleg van de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van de bestraalde splijtstoffen alsook eventueel tot de dekking van de ontoereikendheid van deze voorzieningen volgens de nadere regels die worden bepaald in één of meerdere overeenkomsten afgesloten of af te sluiten tussen deze vennootschap en de betrokken kernexploitant. Deze overeenkomsten worden meegedeeld aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen.
§ 2. De in § 1 bedoelde bijdrage is verschuldigd zodra een vennootschap een aandeel neemt in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen en zolang ze dit aandeel behoudt.
§ 3. De in § 1 bedoelde vennootschappen storten driemaandelijks hun aandeel in het totale bedrag van de toelage voor de voorzieningen voor de ontmanteling aan de kernprovisievennootschap.
§ 4. Zolang de in § 1 bedoelde vennootschappen een aandeel behouden in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, kan de kernprovisievennootschap de tegenwaarde van de voorzieningen voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen lenen aan elke van deze vennootschappen, die beschouwd kunnen worden als schuldenaars van goede kwaliteit volgens de criteria aangegeven in artikel 14, § 2, tot maximum 75 procent van het totale bedrag van de voorzieningen dat deze vennootschap heeft overgedragen aan de kernprovisievennootschap. Elke lening gebeurt tegen de geldende rente voor industriële kredieten. Het bedrag van deze leningen kan worden aangerekend op het deel van de voorzieningen dat in artikel 14, § 5, wordt bedoeld.
§ 5. De in § 1 bedoelde vennootschappen worden gelijkgesteld met kernexploitanten voor de toepassing van de artikelen 6, § 4, 7, § 2, 14, §§ 2 en 3, 15, 16 en 19. De toepassing van artikel 6, § 4, beperkt zich tot het bezorgen aan de in § 1 bedoelde vennootschappen van de adviezen en documenten betreffende de ontmanteling en de leningen die hen overeenkomstig § 4 worden toegekend.
§ 6. De kernprovisievennootschap en de betrokken kernexploitant brengen de in § 1 bedoelde vennootschappen ter kennis van de voorstellen inzake de ontmantelingsprocedure en de antwoorden op de adviezen van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die in artikel 12, §§ 2 en 3, worden bedoeld.
§ 7. De in § 1 bedoelde vennootschappen moeten aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen alle informatie verschaffen die door de kernexploitanten overeenkomstig artikel 7, § 1, wordt bezorgd. De minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft kan afwijkingen toekennen in verantwoorde gevallen en op eensluidend advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ".
" Art. 24. - § 1. Elke andere vennootschap dan een kernexploitant die een aandeel heeft in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen moet, naar rato van dit aandeel, bijdragen tot de aanleg van de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van de bestraalde splijtstoffen alsook eventueel tot de dekking van de ontoereikendheid van deze voorzieningen volgens de nadere regels die worden bepaald in één of meerdere overeenkomsten afgesloten of af te sluiten tussen deze vennootschap en de betrokken kernexploitant. Deze overeenkomsten worden meegedeeld aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen.
§ 2. De in § 1 bedoelde bijdrage is verschuldigd zodra een vennootschap een aandeel neemt in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen en zolang ze dit aandeel behoudt.
§ 3. De in § 1 bedoelde vennootschappen storten driemaandelijks hun aandeel in het totale bedrag van de toelage voor de voorzieningen voor de ontmanteling aan de kernprovisievennootschap.
§ 4. Zolang de in § 1 bedoelde vennootschappen een aandeel behouden in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, kan de kernprovisievennootschap de tegenwaarde van de voorzieningen voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen lenen aan elke van deze vennootschappen, die beschouwd kunnen worden als schuldenaars van goede kwaliteit volgens de criteria aangegeven in artikel 14, § 2, tot maximum 75 procent van het totale bedrag van de voorzieningen dat deze vennootschap heeft overgedragen aan de kernprovisievennootschap. Elke lening gebeurt tegen de geldende rente voor industriële kredieten. Het bedrag van deze leningen kan worden aangerekend op het deel van de voorzieningen dat in artikel 14, § 5, wordt bedoeld.
§ 5. De in § 1 bedoelde vennootschappen worden gelijkgesteld met kernexploitanten voor de toepassing van de artikelen 6, § 4, 7, § 2, 14, §§ 2 en 3, 15, 16 en 19. De toepassing van artikel 6, § 4, beperkt zich tot het bezorgen aan de in § 1 bedoelde vennootschappen van de adviezen en documenten betreffende de ontmanteling en de leningen die hen overeenkomstig § 4 worden toegekend.
§ 6. De kernprovisievennootschap en de betrokken kernexploitant brengen de in § 1 bedoelde vennootschappen ter kennis van de voorstellen inzake de ontmantelingsprocedure en de antwoorden op de adviezen van de Commissie voor nucleaire voorzieningen die in artikel 12, §§ 2 en 3, worden bedoeld.
§ 7. De in § 1 bedoelde vennootschappen moeten aan de Commissie voor nucleaire voorzieningen alle informatie verschaffen die door de kernexploitanten overeenkomstig artikel 7, § 1, wordt bezorgd. De minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft kan afwijkingen toekennen in verantwoorde gevallen en op eensluidend advies van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ".
Art.155. L'article 24 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 24. - § 1er. Toute société autre qu'un exploitant nucléaire ayant une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires contribue, au prorata de cette quote-part, à la constitution des provisions pour le démantèlement et pour la gestion des matières fissiles irradiées, ainsi que le cas échéant, à la couverture de l'insuffisance desdites provisions selon les modalités prévues dans une ou plusieurs conventions conclues ou a conclure entre la société concernée et l'exploitant nucléaire concerné. Ces conventions sont communiquées à la Commission des provisions nucléaires.
§ 2. La contribution visée au § 1er est due dès qu'une société prend une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires et aussi longtemps qu'elle la garde.
§ 3. Les sociétés visées au § 1er transfèrent à la société de provisionnement nucléaire, par versement trimestriel, leur quote-part du montant total de la dotation aux provisions pour le démantèlement.
§ 4. Aussi longtemps que les sociétés visées au § 1er gardent une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires, la société de provisionnement nucléaire peut prêter à chacune de ces sociétés qui peuvent être considérées comme des débiteurs de bonne qualité selon les critères visés à l'article 14, § 2, la contre-valeur de maximum 75 pour cent du montant total que cette société a transféré à la société de provisionnement nucléaire. Chaque prêt se fait au taux pratiqué dans le marché pour les crédits industriels. Le montant de ces prêts peut être imputé sur la partie des provisions visées à l'article 14, § 5.
§ 5. Les sociétés visées au § 1er sont assimilées aux exploitants nucléaires pour l'application des article s 6, § 4, 7, § 2, 14, §§ 2 et 3, 15, 16 et 19. L'application de l'article 6, § 4, se limite à la fourniture aux sociétés visées aux § 1er des avis et documents concernant le démantèlement et les prêts qui leur sont consentis conformément au § 4.
§ 6. La société de provisionnement et l'exploitant nucléaire concerné informent les sociétés visées au § 1er des propositions relatives à la procédure de démantèlement et des réponses aux avis de la Commission des provisions nucléaires visées à l'article 12, §§ 2 et 3.
§ 7. Les sociétés visées au § 1er doivent fournir à la Commission des provisions nucléaires toutes les informations fournies par les exploitants nucléaires conformément à l'article 7, § 1er. Le ministre ayant l'énergie dans ses attributions peut leur accorder des dérogations dans des cas justifies et sur avis conforme de la Commission des provisions nucléaires. ".
" Art. 24. - § 1er. Toute société autre qu'un exploitant nucléaire ayant une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires contribue, au prorata de cette quote-part, à la constitution des provisions pour le démantèlement et pour la gestion des matières fissiles irradiées, ainsi que le cas échéant, à la couverture de l'insuffisance desdites provisions selon les modalités prévues dans une ou plusieurs conventions conclues ou a conclure entre la société concernée et l'exploitant nucléaire concerné. Ces conventions sont communiquées à la Commission des provisions nucléaires.
§ 2. La contribution visée au § 1er est due dès qu'une société prend une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires et aussi longtemps qu'elle la garde.
§ 3. Les sociétés visées au § 1er transfèrent à la société de provisionnement nucléaire, par versement trimestriel, leur quote-part du montant total de la dotation aux provisions pour le démantèlement.
§ 4. Aussi longtemps que les sociétés visées au § 1er gardent une quote-part dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires, la société de provisionnement nucléaire peut prêter à chacune de ces sociétés qui peuvent être considérées comme des débiteurs de bonne qualité selon les critères visés à l'article 14, § 2, la contre-valeur de maximum 75 pour cent du montant total que cette société a transféré à la société de provisionnement nucléaire. Chaque prêt se fait au taux pratiqué dans le marché pour les crédits industriels. Le montant de ces prêts peut être imputé sur la partie des provisions visées à l'article 14, § 5.
§ 5. Les sociétés visées au § 1er sont assimilées aux exploitants nucléaires pour l'application des article s 6, § 4, 7, § 2, 14, §§ 2 et 3, 15, 16 et 19. L'application de l'article 6, § 4, se limite à la fourniture aux sociétés visées aux § 1er des avis et documents concernant le démantèlement et les prêts qui leur sont consentis conformément au § 4.
§ 6. La société de provisionnement et l'exploitant nucléaire concerné informent les sociétés visées au § 1er des propositions relatives à la procédure de démantèlement et des réponses aux avis de la Commission des provisions nucléaires visées à l'article 12, §§ 2 et 3.
§ 7. Les sociétés visées au § 1er doivent fournir à la Commission des provisions nucléaires toutes les informations fournies par les exploitants nucléaires conformément à l'article 7, § 1er. Le ministre ayant l'énergie dans ses attributions peut leur accorder des dérogations dans des cas justifies et sur avis conforme de la Commission des provisions nucléaires. ".
Art.156. De wijzigingen die bij deze titel worden aangebracht aan voornoemde wet van 11 april 2003 zijn niet van toepassing op de leningen die worden toegekend en de beleggingen die worden gedaan door de kernprovisievennootschap overeenkomstig dezelfde wet vóór de inwerkingtreding van deze titel.
Art.156. Les modifications apportées par le présent titre à la loi du 11 avril 2003 précitée ne s'appliquent pas aux prêts consentis et aux placements effectués par la société de provisionnement nucléaire conformément à la même loi avant l'entrée en vigueur du présent titre.
TITEL IX. - Telecommunicatie.
TITRE IX. - Telécommunications.
Art.157. In artikel 43bis, § 1, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven worden de woorden " van deze wet " vervangen door de woorden " van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ".
Art.157. Dans l'article 43bis, § 1er, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, les mots " de la présente loi " sont remplacés par les mots " de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques ".
Art.158. In dezelfde wet worden opgeheven :
1° artikel 71, gewijzigd bij de wet van 17 januari 2003;
2° artikel 73, § 1, opgeheven bij de wet van 17 januari 2003 en hersteld bij de wet van 8 april 2003.
1° artikel 71, gewijzigd bij de wet van 17 januari 2003;
2° artikel 73, § 1, opgeheven bij de wet van 17 januari 2003 en hersteld bij de wet van 8 april 2003.
Art.158. Dans la même loi sont abrogés :
1° l'article 71, modifié par la loi du 17 janvier 2003;
2° l'article 73, § 1er, abrogé par la loi du 17 janvier 2003 et rétabli par la loi du 8 avril 2003.
1° l'article 71, modifié par la loi du 17 janvier 2003;
2° l'article 73, § 1er, abrogé par la loi du 17 janvier 2003 et rétabli par la loi du 8 avril 2003.
Art.159. Artikel 73, §§ 2 en 3 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 17 januari 2003 en hersteld bij de wet van 8 april 2003, wordt artikel 26bis van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, met dien verstande dat in dat artikel de vroegere §§ 2 en 3 respectievelijk §§ 1 en 2 worden.
Art.159. L'article 73, §§ 2 et 3, de la même loi, abrogé par la loi du 17 janvier 2003 et rétabli par la loi du 8 avril 2003, forme l'article 26bis de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, étant entendu que dans cet article le § 1er est formé par le § 2 ancien et le § 2 par le § 3 ancien.
Art.160. In titel III van dezelfde wet worden opgeheven :
1° Hoofdstuk II - Algemene bepalingen;
2° Hoofdstuk III - Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie
3° Hoofdstuk IV - Raadgevend Comité;
4° Hoofdstuk VI - De overige telecommunicatiediensten;
5° Hoofdstuk VII - Telecommunicatie-inrichtingen;
6° Hoofdstuk VIII - Apparatuur;
7° Hoofdstuk IXBIS - Beheer van de nationale nummeringsruimte;
8° Hoofdstuk IXTER - Bescherming van de gebruikers;
9° Hoofdstuk X - Operatoren met een sterke marktpositie, kostenbasering en interconnectie;
10° Hoofdstuk XBIS - Geheimhouding van gesprekken en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
11° Hoofdstuk XII - Allerhande bepalingen.
1° Hoofdstuk II - Algemene bepalingen;
2° Hoofdstuk III - Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie
3° Hoofdstuk IV - Raadgevend Comité;
4° Hoofdstuk VI - De overige telecommunicatiediensten;
5° Hoofdstuk VII - Telecommunicatie-inrichtingen;
6° Hoofdstuk VIII - Apparatuur;
7° Hoofdstuk IXBIS - Beheer van de nationale nummeringsruimte;
8° Hoofdstuk IXTER - Bescherming van de gebruikers;
9° Hoofdstuk X - Operatoren met een sterke marktpositie, kostenbasering en interconnectie;
10° Hoofdstuk XBIS - Geheimhouding van gesprekken en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
11° Hoofdstuk XII - Allerhande bepalingen.
Art.160. Dans le Titre III de la même loi, sont abrogés :
1° Chapitre II - Dispositions générales;
2° Chapitre III - Institut belge des services postaux et des télécommunications
3° Chapitre IV - Comité consultatif;
4° Chapitre VI - Les autres services de télécommunications;
5° Chapitre VII - Installations de télécommunications;
6° Chapitre VIII - Equipements;
7° Chapitre IXBIS - Gestion de l'espace de numérotation national;
8° Chapitre IXTER - Protection des utilisateurs;
9° Chapitre X - Opérateurs puissants, orientation sur les coûts et interconnexion;
10° Chapitre XBIS - Secret des communications et protection de la vie privée;
11° Chapitre XII - Dispositions diverses.
1° Chapitre II - Dispositions générales;
2° Chapitre III - Institut belge des services postaux et des télécommunications
3° Chapitre IV - Comité consultatif;
4° Chapitre VI - Les autres services de télécommunications;
5° Chapitre VII - Installations de télécommunications;
6° Chapitre VIII - Equipements;
7° Chapitre IXBIS - Gestion de l'espace de numérotation national;
8° Chapitre IXTER - Protection des utilisateurs;
9° Chapitre X - Opérateurs puissants, orientation sur les coûts et interconnexion;
10° Chapitre XBIS - Secret des communications et protection de la vie privée;
11° Chapitre XII - Dispositions diverses.
Art.161. In artikel 2 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 2° opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden " en in de wet van 30 juli 1979 " vervangen door de woorden " en in de wet van 13 juni 2005 ".
1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 2° opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden " en in de wet van 30 juli 1979 " vervangen door de woorden " en in de wet van 13 juni 2005 ".
Art.161. A l'article 2 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa, la disposition sous 2° est abrogée;
2° au deuxième alinéa, les mots " et dans la loi du 30 juillet 1979 " sont remplacés par les mots " et dans la loi du 13 juin 2005 ".
1° au premier alinéa, la disposition sous 2° est abrogée;
2° au deuxième alinéa, les mots " et dans la loi du 30 juillet 1979 " sont remplacés par les mots " et dans la loi du 13 juin 2005 ".
Art.162. In artikel 21, § 2, van dezelfde wet worden de woorden " van minimaal 0,5 % en " weggelaten.
Art.162. A l'article 21, § 2, de la même loi, les mots " de 0,5 % au minimum et " sont supprimés.
Art.163. In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003, worden de woorden " 31 december 2005 " vervangen door de woorden " 31 december 2007 ".
Art.163. Dans l'article 37 de la même loi, modifié par la loi-programme du 22 décembre 2003, les mots " 31 décembre 2005 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2007 ".
Art.164. In artikel 5, § 1, van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, worden de woorden " 31 december 2003 " vervangen door de woorden " 31 december 2007 ".
Art.164. A l'article 5, § 1er, de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, les mots " 31 décembre 2003 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2007 ".
Art.165. In artikel 2, 5°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie worden in de Franse tekst na de woorden " fournir un contenu " de woorden " à l'aide de réseaux et de services de communications électroniques " ingevoegd.
Art.165. A l'article 2, 5°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques dans la version française, les mots " à l'aide de réseaux et de services de communications électroniques " sont insérés après les mots " fournir un contenu ".
Art.166. In artikel 9, § 6, van dezelfde wet worden de woorden " of uitsluitend aan natuurlijke personen " vervangen door de woorden " of aan natuurlijke personen of rechtspersonen ".
Art.166. A l'article 9, § 6, de la même loi, les mots " ou exclusivement destinés à des personnes physiques " sont remplacés par les mots " ou destinés à des personnes physiques ou des personnes morales ".
Art.167. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 2°, wordt het woord " toewijzing " vervangen door het woord " toekenning ";
2° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers die de Koning overeenkomstig het eerste lid vaststelt mogen enkel verband houden met :
1° de aanwijzing van de dienst waarvoor het nummer wordt gebruikt alsook alle vereisten met betrekking tot het verlenen van die dienst;
2° het daadwerkelijk en efficiënt gebruik van toegekende nummers;
3° de betaling van de gebruiksheffingen overeenkomstig artikel 30;
4° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers. ";
3° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. In afwachting van het vaststellen van de nadere regels door de Koning overeenkomstig § 1, kan het Instituut na voorafgaande machtiging van de minister de voorwaarden vaststellen voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers die toewijsbaar worden ten gevolge van het vaststellen of wijzigen van een nationaal nummerplan.
Deze voorwaarden mogen enkel verband houden met :
1° de aanwijzing van de dienst waarvoor het nummer wordt gebruikt alsook alle vereisten met betrekking tot het verlenen van die dienst;
2° het daadwerkelijk en efficiënt gebruik van toegekende nummers;
3° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers.
Het Instituut kan, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning na advies van het Instituut, de verkrijging en uitoefening van gebruiksrechten voor nummers koppelen aan een maximumtermijn. Wanneer het Instituut gebruiksrechten verleent voor een bepaalde termijn, is de duur aangepast aan de betrokken dienst. ";
4° § 5, tweede zin, wordt opgeheven;
5° § 5 wordt aangevuld met de volgende leden :
" De selectieprocedure omvat twee fasen : de biedingsfase en de toekenningsfase.
De biedingsfase neemt een aanvang op het ogenblik van de publicatie van een bestek op de website van het Instituut.
Het bestek stelt de minimale voorwaarden vast voor het verkrijgen en uitoefenen van de gebruiksrechten voor de betrokken nummers.
De biedingsfase eindigt op de datum vermeld in het bestek.
De toekenningsfase duurt niet langer dan drie weken te rekenen vanaf het einde van de biedingsfase.
De termijn van de toekenningsfase kan echter door het Instituut met maximum drie weken worden verlengd.
De onderneming die het betrokken gebruiksrecht heeft verkregen is gehouden tot het naleven van de minimale voorwaarden van het bestek en tot het naleven van alle toezeggingen die het in de loop van de selectieprocedure heeft gedaan. ".
6° in § 7 worden de woorden " hun abonnees " geschrapt.
1° in § 1, 2°, wordt het woord " toewijzing " vervangen door het woord " toekenning ";
2° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
" De voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers die de Koning overeenkomstig het eerste lid vaststelt mogen enkel verband houden met :
1° de aanwijzing van de dienst waarvoor het nummer wordt gebruikt alsook alle vereisten met betrekking tot het verlenen van die dienst;
2° het daadwerkelijk en efficiënt gebruik van toegekende nummers;
3° de betaling van de gebruiksheffingen overeenkomstig artikel 30;
4° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers. ";
3° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. In afwachting van het vaststellen van de nadere regels door de Koning overeenkomstig § 1, kan het Instituut na voorafgaande machtiging van de minister de voorwaarden vaststellen voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers die toewijsbaar worden ten gevolge van het vaststellen of wijzigen van een nationaal nummerplan.
Deze voorwaarden mogen enkel verband houden met :
1° de aanwijzing van de dienst waarvoor het nummer wordt gebruikt alsook alle vereisten met betrekking tot het verlenen van die dienst;
2° het daadwerkelijk en efficiënt gebruik van toegekende nummers;
3° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers.
Het Instituut kan, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning na advies van het Instituut, de verkrijging en uitoefening van gebruiksrechten voor nummers koppelen aan een maximumtermijn. Wanneer het Instituut gebruiksrechten verleent voor een bepaalde termijn, is de duur aangepast aan de betrokken dienst. ";
4° § 5, tweede zin, wordt opgeheven;
5° § 5 wordt aangevuld met de volgende leden :
" De selectieprocedure omvat twee fasen : de biedingsfase en de toekenningsfase.
De biedingsfase neemt een aanvang op het ogenblik van de publicatie van een bestek op de website van het Instituut.
Het bestek stelt de minimale voorwaarden vast voor het verkrijgen en uitoefenen van de gebruiksrechten voor de betrokken nummers.
De biedingsfase eindigt op de datum vermeld in het bestek.
De toekenningsfase duurt niet langer dan drie weken te rekenen vanaf het einde van de biedingsfase.
De termijn van de toekenningsfase kan echter door het Instituut met maximum drie weken worden verlengd.
De onderneming die het betrokken gebruiksrecht heeft verkregen is gehouden tot het naleven van de minimale voorwaarden van het bestek en tot het naleven van alle toezeggingen die het in de loop van de selectieprocedure heeft gedaan. ".
6° in § 7 worden de woorden " hun abonnees " geschrapt.
Art.167. A l'article 11 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 2°, le mot " l'attribution " est remplacé par le mot " octroi ";
2° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
" Les conditions d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation de numéros fixées par le Roi conformément à l'alinéa premier peuvent se rapporter uniquement à :
1° la désignation du service pour lequel le numero est utilisé ainsi que toutes les exigences relatives à la fourniture de ce service;
2° l'utilisation efficace et performante des numéros attribués;
3° le paiement des redevances d'utilisation conformément à l'article 30;
4° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation des numéros. ";
3° le § 3 est remplacé comme suit :
" § 3. En attendant la fixation des modalités par le Roi conformément au § 1er, l'Institut peut, après autorisation préalable du ministre, fixer les conditions d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation des numéros pouvant être attribués suite à la fixation ou à la modification d'un plan national de numérotation.
Ces conditions peuvent se rapporter uniquement à :
1° la désignation du service pour lequel le numéro est utilisé ainsi que toutes les exigences relatives à la fourniture de ce service;
2° l'utilisation efficace et performante des numéros attribués;
3° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation des numéros.
L'Institut peut, conformément aux modalités fixées par le Roi après l'avis de l'Institut, lier l'obtention et l'exercice des droits d'utilisation des numéros à un délai maximum. Lorsque l'Institut octroie des droits d'utilisation pour un délai déterminé, leur durée est adaptée au service concerné. ";
4° la deuxième phrase du § 5 est supprimée;
5° le § 5 est complété par les alinéas suivants :
" La procédure de sélection comprend deux phases : la phase d'offre et la phase d'attribution.
La phase d'offre prend cours au moment de la publication d'un cahier des charges sur le site Internet de l'Institut.
Le cahier des charges fixe les conditions minimums d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation des numéros concernés.
La phase d'offre prend fin à la date indiquée dans le cahier des charges.
La phase d'attribution ne dépasse pas trois semaines à compter de la fin de la phase d'offre.
Le délai de la phase d'attribution peut cependant être prolongé par l'Institut de maximum trois semaines.
L'opérateur qui a obtenu le droit d'utilisation concerné est tenu de respecter les conditions minimums du cahier des charges et de respecter tous les engagements pris au cours de la procédure de sélection. ".
6° au § 7, les mots " leurs abonnés " sont supprimés.
1° au § 1er, 2°, le mot " l'attribution " est remplacé par le mot " octroi ";
2° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
" Les conditions d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation de numéros fixées par le Roi conformément à l'alinéa premier peuvent se rapporter uniquement à :
1° la désignation du service pour lequel le numero est utilisé ainsi que toutes les exigences relatives à la fourniture de ce service;
2° l'utilisation efficace et performante des numéros attribués;
3° le paiement des redevances d'utilisation conformément à l'article 30;
4° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation des numéros. ";
3° le § 3 est remplacé comme suit :
" § 3. En attendant la fixation des modalités par le Roi conformément au § 1er, l'Institut peut, après autorisation préalable du ministre, fixer les conditions d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation des numéros pouvant être attribués suite à la fixation ou à la modification d'un plan national de numérotation.
Ces conditions peuvent se rapporter uniquement à :
1° la désignation du service pour lequel le numéro est utilisé ainsi que toutes les exigences relatives à la fourniture de ce service;
2° l'utilisation efficace et performante des numéros attribués;
3° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation des numéros.
L'Institut peut, conformément aux modalités fixées par le Roi après l'avis de l'Institut, lier l'obtention et l'exercice des droits d'utilisation des numéros à un délai maximum. Lorsque l'Institut octroie des droits d'utilisation pour un délai déterminé, leur durée est adaptée au service concerné. ";
4° la deuxième phrase du § 5 est supprimée;
5° le § 5 est complété par les alinéas suivants :
" La procédure de sélection comprend deux phases : la phase d'offre et la phase d'attribution.
La phase d'offre prend cours au moment de la publication d'un cahier des charges sur le site Internet de l'Institut.
Le cahier des charges fixe les conditions minimums d'obtention et d'exercice des droits d'utilisation des numéros concernés.
La phase d'offre prend fin à la date indiquée dans le cahier des charges.
La phase d'attribution ne dépasse pas trois semaines à compter de la fin de la phase d'offre.
Le délai de la phase d'attribution peut cependant être prolongé par l'Institut de maximum trois semaines.
L'opérateur qui a obtenu le droit d'utilisation concerné est tenu de respecter les conditions minimums du cahier des charges et de respecter tous les engagements pris au cours de la procédure de sélection. ".
6° au § 7, les mots " leurs abonnés " sont supprimés.
Art.168. In artikel 32 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, en § 3, eerste lid, worden de woorden ", ingevoerd worden of in eigendom zijn " ingevoegd tussen de woorden " worden " en " indien ".
2° een § 5 wordt ingevoegd, luidend :
" § 5. Artikel 32, § 1 tot § 4 en de artikelen 33 tot 38 zijn niet van toepassing op apparatuur die werkt op een frequentie onder de 9 kHz. ".
1° in § 1, eerste lid, en § 3, eerste lid, worden de woorden ", ingevoerd worden of in eigendom zijn " ingevoegd tussen de woorden " worden " en " indien ".
2° een § 5 wordt ingevoegd, luidend :
" § 5. Artikel 32, § 1 tot § 4 en de artikelen 33 tot 38 zijn niet van toepassing op apparatuur die werkt op een frequentie onder de 9 kHz. ".
Art.168. Dans l'article 32 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° aux § 1er, alinéa 1er, et § 3, alinéa 1er, les mots ", importés ou acquis en propriété " sont insérés entre les mots " commercialisés " et " que s'ils satisfont ".
2° un § 5, rédigé comme suit, est inséré :
" § 5. L'article 32, § 1er à 4 et les article s 33 à 38 ne sont pas applicables aux équipements qui fonctionnent sur une fréquence inférieure à 9 kHz. ".
1° aux § 1er, alinéa 1er, et § 3, alinéa 1er, les mots ", importés ou acquis en propriété " sont insérés entre les mots " commercialisés " et " que s'ils satisfont ".
2° un § 5, rédigé comme suit, est inséré :
" § 5. L'article 32, § 1er à 4 et les article s 33 à 38 ne sont pas applicables aux équipements qui fonctionnent sur une fréquence inférieure à 9 kHz. ".
Art.169. In artikel 33 van dezelfde wet worden de woorden " in te voeren, in eigendom te hebben ", ingevoegd tussen de woorden " commercialiseren " en " of ".
Art.169. A l'article 33 de la même loi, les mots ", d'importer, d'avoir acquis en propriété " sont insérés entre les mots " de commercialiser " et " ou ".
Art.170. In artikel 37 van dezelfde wet worden de woorden " houden, in eigendom hebben, " ingevoegd voor het woord " commercialiseren " en wordt het woord ", invoeren " ingevoegd na het woord " commercialiseren ".
Art.170. A l'article 37, de la même loi, les mots " la détention, la propriété, " sont insérés devant le mot " la commercialisation " et le mot ", l'importation " est inséré après le mot " commercialisation ".
Art.171. In artikel 42, § 7, van dezelfde wet worden de woorden " Dit artikel is niet van toepassing " vervangen door de woorden " §§ 1 tot 6 zijn niet van toepassing ".
Art.171. A l'article 42, § 7, de la même loi, les mots " Le présent article n'est pas applicable " sont remplacés par les mots " Les §§ 1er à 6 ne sont pas applicables ".
Art.172. In artikel 43, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " door vergunninghouders " worden vervangen door de woorden " door aanvragers of houders van een vergunning ";
2° de woorden " het beheer van het dossier, de organisatie van examens en/of " worden ingevoegd tussen de woorden " die voortvloeien uit " en de woorden " de controle over ".
1° de woorden " door vergunninghouders " worden vervangen door de woorden " door aanvragers of houders van een vergunning ";
2° de woorden " het beheer van het dossier, de organisatie van examens en/of " worden ingevoegd tussen de woorden " die voortvloeien uit " en de woorden " de controle over ".
Art.172. A l'article 43, alinéa 1er, de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " par les titulaires d'autorisations " sont remplacés par les mots " par les demandeurs ou les titulaires d'une autorisation ";
2° les mots " de la gestion du dossier, de l'organisation des examens et/ou " sont insérés entre les mots " les dépenses résultant " et " du contrôle ".
1° les mots " par les titulaires d'autorisations " sont remplacés par les mots " par les demandeurs ou les titulaires d'une autorisation ";
2° les mots " de la gestion du dossier, de l'organisation des examens et/ou " sont insérés entre les mots " les dépenses résultant " et " du contrôle ".
Art.173. In artikel 74 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door de woorden :
" Het sociale element van de universele dienst bestaat uit de levering aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door elke operator die een openbare telefoondienst aanbiedt aan consumenten ";
2° worden in het vierde lid tussen de woorden " aanbieders van sociale tarieven " en " te vergoeden " de volgende woorden toegevoegd : " die daartoe bij het Instituut een verzoek hebben ingediend ";
3° wordt een lid toegevoegd luidend als volgt :
" Het Instituut berekent de nettokosten van de sociale tarieven voor iedere operator die daartoe een verzoek heeft ingediend bij het Instituut volgens de methodologie vastgesteld in de bijlage. ".
4° wordt een lid toegevoegd luidend als volgt :
" Het Instituut kan nadere uitvoeringsmaatregelen vaststellen voor het bepalen van de kosten en compensaties binnen de grenzen vastgesteld door deze wet en haar bijlage. "
1° het eerste lid wordt vervangen door de woorden :
" Het sociale element van de universele dienst bestaat uit de levering aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door elke operator die een openbare telefoondienst aanbiedt aan consumenten ";
2° worden in het vierde lid tussen de woorden " aanbieders van sociale tarieven " en " te vergoeden " de volgende woorden toegevoegd : " die daartoe bij het Instituut een verzoek hebben ingediend ";
3° wordt een lid toegevoegd luidend als volgt :
" Het Instituut berekent de nettokosten van de sociale tarieven voor iedere operator die daartoe een verzoek heeft ingediend bij het Instituut volgens de methodologie vastgesteld in de bijlage. ".
4° wordt een lid toegevoegd luidend als volgt :
" Het Instituut kan nadere uitvoeringsmaatregelen vaststellen voor het bepalen van de kosten en compensaties binnen de grenzen vastgesteld door deze wet en haar bijlage. "
Art.173. A l'article 74 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par les mots :
" La composante sociale du service universel consiste en la fourniture, par chaque opérateur offrant un service téléphonique public aux consommateurs, de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires ";
2° sont insérés, dans le quatrième alinéa, après les mots " d'indemniser les prestataires de tarifs sociaux ", les mots suivants : " qui ont introduit une demande à cet effet auprès de l'Institut ";
3° est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
" L'Institut calcule, selon la méthodologie définie dans l'annexe, le coût net des tarifs sociaux pour chaque opérateur qui a introduit une demande dans ce sens auprès de l'Institut. ".
4° est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
" L'Institut peut déterminer les modalités de calcul des coûts et des compensations dans les limites établies par la présente loi et par son annexe. "
1° l'alinéa 1er est remplacé par les mots :
" La composante sociale du service universel consiste en la fourniture, par chaque opérateur offrant un service téléphonique public aux consommateurs, de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires ";
2° sont insérés, dans le quatrième alinéa, après les mots " d'indemniser les prestataires de tarifs sociaux ", les mots suivants : " qui ont introduit une demande à cet effet auprès de l'Institut ";
3° est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
" L'Institut calcule, selon la méthodologie définie dans l'annexe, le coût net des tarifs sociaux pour chaque opérateur qui a introduit une demande dans ce sens auprès de l'Institut. ".
4° est ajouté un alinéa rédigé comme suit :
" L'Institut peut déterminer les modalités de calcul des coûts et des compensations dans les limites établies par la présente loi et par son annexe. "
(NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 173, 3° en 4° vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 173, 3° et 4°)
Art.174. Artikel 92, § 4, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" De beheerskosten van het fonds van het beschouwde jaar worden gefinancierd door de operatoren bedoeld in artikel 96, pro rata van hun omzet of in voorkomend geval bedoeld in artikel 97, pro rata van hun gewogen omzet. ".
In artikel 92, § 4, derde lid van dezelfde wet wordt het woord " eerste " vervangen door het woord " tweede ".
" De beheerskosten van het fonds van het beschouwde jaar worden gefinancierd door de operatoren bedoeld in artikel 96, pro rata van hun omzet of in voorkomend geval bedoeld in artikel 97, pro rata van hun gewogen omzet. ".
In artikel 92, § 4, derde lid van dezelfde wet wordt het woord " eerste " vervangen door het woord " tweede ".
Art.174. L'article 92, § 4, alinéa 2 de la même loi, est remplacé comme suit :
" Les frais de gestion du fonds de l'année considérée sont financés par les opérateurs visés à l'article 96, au prorata de leur chiffre d'affaires ou, le cas échéant, par les opérateurs visés à l'article 97, au prorata de leur chiffre d'affaires pondéré. ".
A l'article 92, § 4, troisième alinéa, de la même loi le mot " 1er " est remplacé par le mot " 2 ".
" Les frais de gestion du fonds de l'année considérée sont financés par les opérateurs visés à l'article 96, au prorata de leur chiffre d'affaires ou, le cas échéant, par les opérateurs visés à l'article 97, au prorata de leur chiffre d'affaires pondéré. ".
A l'article 92, § 4, troisième alinéa, de la même loi le mot " 1er " est remplacé par le mot " 2 ".
Art.175. In artikel 97 van dezelfde wet worden de woorden " artikel 98 " vervangen door de woorden " artikel 92, artikel 98 en artikel 99 ".
Art.175. Dans l'article 97 de la même loi, les mots " article 98 " sont remplacés par " l'article 92, l'article 98 et l'article 99 ".
Art.176. In artikel 98 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° worden de woorden " de in artikel 96 bedoelde gewogen omzetcijfers " vervangen door de woorden " de in artikel 96 bedoelde omzetcijfers of de in voorkomend geval in artikel 97 bedoelde gewogen omzetcijfers ";
2° worden de woorden " de gewogen omzet van die operator " vervangen door de woorden " de in artikel 96 bedoelde omzet van die operator of de in voorkomend geval in artikel 97 bedoelde gewogen omzet ".
1° worden de woorden " de in artikel 96 bedoelde gewogen omzetcijfers " vervangen door de woorden " de in artikel 96 bedoelde omzetcijfers of de in voorkomend geval in artikel 97 bedoelde gewogen omzetcijfers ";
2° worden de woorden " de gewogen omzet van die operator " vervangen door de woorden " de in artikel 96 bedoelde omzet van die operator of de in voorkomend geval in artikel 97 bedoelde gewogen omzet ".
Art.176. Dans l'article 98 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 96 " sont remplacés par les mots " les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 96 ou, le cas échéant, les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 97 ";
2° les mots " le chiffre d'affaires pondéré de cet opérateur " sont remplacés par les mots " le chiffre d'affaires visé à l'article 96 ou, le cas échéant, le chiffre d'affaires pondéré visé à l'article 97 ".
1° les mots " les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 96 " sont remplacés par les mots " les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 96 ou, le cas échéant, les chiffres d'affaires pondérés visés à l'article 97 ";
2° les mots " le chiffre d'affaires pondéré de cet opérateur " sont remplacés par les mots " le chiffre d'affaires visé à l'article 96 ou, le cas échéant, le chiffre d'affaires pondéré visé à l'article 97 ".
Art.177. In artikel 99 van dezelfde wet worden de woorden " en de gewogen omzet zoals berekend volgens artikel 97 " vervangen door de woorden " en de omzet zoals berekend in artikel 96 of in voorkomend geval de gewogen omzet zoals berekend in artikel 97 ".
Art.177. Dans l'article 99 de la même loi, les mots " le chiffre d'affaires pondéré tel que calculé selon l'article 97 " sont remplacés par les mots " le chiffre d'affaires tel que calculé selon l'article 96 ou, le cas écheant, le chiffre d'affaires pondéré tel que calculé selon l'article 97 ".
Art.178. In artikel 100 van dezelfde wet wordt in het eerste lid het woord " nettokosten " vervangen door " kostenraming " en in het tweede lid, het woord " verifieert " vervangen door " berekent ".
Art.178. Dans l'article 100 de la même loi, à l'alinéa 1er, les mots " coût net " sont remplacés " l'estimation du coût " et, à l'alinéa 2, le mot " vérifie " est remplacé par le mot " calcule ".
Art.179. In artikel 101 van dezelfde wet wordt de eerste zin aangevuld met de woorden : " die hiertoe een verzoek hebben ingediend bij het Instituut ".
Art.179. Dans l'article 101 de la même loi, la première phrase est complétée par les mots " qui ont introduit une demande a cet effet auprès de l'Institut ".
Art.180. In artikel 107, § 2, van dezelfde wet worden de woorden " op voorstel van " vervangen door de woorden " op advies van ".
Art.180. Dans l'article 107, § 2, de la même loi, les mots " sur proposition de " sont remplacés par les mots " sur l'avis de ".
Art.181. In artikel 113 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare " ingevoegd tussen de woorden " de veiligheid van de " en " elektronische ";
2° in het tweede lid worden in de Franse tekst de woorden " accessibles au public " ingevoegd tussen de woorden " services de communication électronique " en " doivent publier " en worden de woorden " de kwaliteit en " geschrapt;
3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken, moeten op hun website ten behoeve van de eindgebruikers vergelijkbare, toereikende en actuele informatie publiceren over de kwaliteit van het netwerk en van de dienst. De informatie wordt, op verzoek, voor publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt. Het Instituut kan onder andere de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst, alsook de inhoud, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie bepalen teneinde ervoor te zorgen dat de eindgebruikers toegang hebben tot volledige, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke informatie. ";
4° in het vierde lid worden de woorden " de veiligheid van netwerken en " vervangen door de woorden " de veiligheid van netwerken en van diensten, alsook ".
1° in het eerste lid worden de woorden " openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare " ingevoegd tussen de woorden " de veiligheid van de " en " elektronische ";
2° in het tweede lid worden in de Franse tekst de woorden " accessibles au public " ingevoegd tussen de woorden " services de communication électronique " en " doivent publier " en worden de woorden " de kwaliteit en " geschrapt;
3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken, moeten op hun website ten behoeve van de eindgebruikers vergelijkbare, toereikende en actuele informatie publiceren over de kwaliteit van het netwerk en van de dienst. De informatie wordt, op verzoek, voor publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt. Het Instituut kan onder andere de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst, alsook de inhoud, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie bepalen teneinde ervoor te zorgen dat de eindgebruikers toegang hebben tot volledige, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke informatie. ";
4° in het vierde lid worden de woorden " de veiligheid van netwerken en " vervangen door de woorden " de veiligheid van netwerken en van diensten, alsook ".
Art.181. A l'article 113 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er les mots " réseaux publics de communication électronique et " sont insérés entre les mots " à la sécurité des " et " services " et les mots " accessibles au public " sont ajoutés après les mots " services de communication électronique ";
2° à l'alinéa 2, dans le texte français, les mots " accessibles au public " sont insérés entre les mots " services de communication électronique " et " doivent publier " et les mots " la qualité et " sont supprimés;
3° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
" Les entreprises fournissant des reseaux publics de communication électronique ainsi que les entreprises fournissant des services de communication électronique accessibles au public doivent publier sur leur site Internet, à l'intention des utilisateurs finals, des informations comparables, adéquates et actualisées concernant la qualité du réseau et du service. Les informations sont également communiquées à l'Institut avant leur publication s'il en fait la demande. L'institut peut préciser entre autres, les indicateurs relatifs à la qualité du réseau et du service, ainsi que le contenu, la forme et la méthode de publication des informations afin de garantir que les utilisateurs finals auront accès à des informations complètes, comparables et faciles à exploiter. ";
4° à l'alinéa 4 les mots " la sécurité des réseaux et " sont remplacés par les mots " la sécurité des réseaux et des services ainsi que ".
1° à l'alinéa 1er les mots " réseaux publics de communication électronique et " sont insérés entre les mots " à la sécurité des " et " services " et les mots " accessibles au public " sont ajoutés après les mots " services de communication électronique ";
2° à l'alinéa 2, dans le texte français, les mots " accessibles au public " sont insérés entre les mots " services de communication électronique " et " doivent publier " et les mots " la qualité et " sont supprimés;
3° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
" Les entreprises fournissant des reseaux publics de communication électronique ainsi que les entreprises fournissant des services de communication électronique accessibles au public doivent publier sur leur site Internet, à l'intention des utilisateurs finals, des informations comparables, adéquates et actualisées concernant la qualité du réseau et du service. Les informations sont également communiquées à l'Institut avant leur publication s'il en fait la demande. L'institut peut préciser entre autres, les indicateurs relatifs à la qualité du réseau et du service, ainsi que le contenu, la forme et la méthode de publication des informations afin de garantir que les utilisateurs finals auront accès à des informations complètes, comparables et faciles à exploiter. ";
4° à l'alinéa 4 les mots " la sécurité des réseaux et " sont remplacés par les mots " la sécurité des réseaux et des services ainsi que ".
Art.182. In artikel 114, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woorddeel " elektronische- " voor het woord " communicatienetwerk " gezet.
Art.182. A l'article 114, alinéa 1er, de la même loi, le mot " électroniques " est ajouté après les mots " réseau public de communications ".
Art.183. In artikel 119 van dezelfde wet worden de woorden " artikel 110 " vervangen door de woorden " artikel 108 ".
Art.183. A l'article 119 de la même loi, les mots " article 110 " sont remplacés par les mots " article 108 ".
Art.184. Artikel 120 van dezelfde wet wordt vervangen door :
" Art. 120. - Op verzoek van de eindgebruiker blokkeren de operatoren die een elektronische-communicatiedienst aanbieden kosteloos inkomende of uitgaande berichten alsook uitgaande gesprekken of oproepen en dit naar bepaalde categorieën nummers, die door de minister, na advies van het Instituut worden vastgesteld. ".
" Art. 120. - Op verzoek van de eindgebruiker blokkeren de operatoren die een elektronische-communicatiedienst aanbieden kosteloos inkomende of uitgaande berichten alsook uitgaande gesprekken of oproepen en dit naar bepaalde categorieën nummers, die door de minister, na advies van het Instituut worden vastgesteld. ".
Art.184. L'article 120 de la même loi est remplacé par :
" A la demande de l'utilisateur final, les opérateurs qui fournissent un service de communications électroniques bloquent gratuitement des messages entrants ou sortants ainsi que des appels sortants et cela à certaines catégories de numéros, définis par le ministre, après avis de l'Institut. ".
" A la demande de l'utilisateur final, les opérateurs qui fournissent un service de communications électroniques bloquent gratuitement des messages entrants ou sortants ainsi que des appels sortants et cela à certaines catégories de numéros, définis par le ministre, après avis de l'Institut. ".
Art.185. Artikel 123, § 5, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" § 5. In geval van een noodoproep naar de beheercentrales van de medische hulpdienst of de politiediensten, heffen de operatoren in zoverre dit technisch mogelijk is, op verzoek van de betrokken beheercentrales en met als doel de behandeling van de noodoproep mogelijk te maken, de tijdelijke weigering of het ontbreken van toestemming van de abonnee of de eindgebruiker betreffende de verwerking van lokalisatiegegevens per afzonderlijke, oproepende lijn, op.
Die opheffing is gratis. "
" § 5. In geval van een noodoproep naar de beheercentrales van de medische hulpdienst of de politiediensten, heffen de operatoren in zoverre dit technisch mogelijk is, op verzoek van de betrokken beheercentrales en met als doel de behandeling van de noodoproep mogelijk te maken, de tijdelijke weigering of het ontbreken van toestemming van de abonnee of de eindgebruiker betreffende de verwerking van lokalisatiegegevens per afzonderlijke, oproepende lijn, op.
Die opheffing is gratis. "
Art.185. L'article 123, § 5, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. En cas d'appel d'urgence aux centrales de gestion des services médicaux d'urgence et des services de police, les opérateurs annulent, pour autant que cela soit techniquement possible, à la demande des centrales de gestion concernées et en vue de permettre le traitement de l'appel d'urgence, le refus temporaire ou l'absence de consentement de l'abonné ou de l'utilisateur final concernant le traitement de données de localisation par ligne distincte.
Cette annulation est gratuite. "
" § 5. En cas d'appel d'urgence aux centrales de gestion des services médicaux d'urgence et des services de police, les opérateurs annulent, pour autant que cela soit techniquement possible, à la demande des centrales de gestion concernées et en vue de permettre le traitement de l'appel d'urgence, le refus temporaire ou l'absence de consentement de l'abonné ou de l'utilisateur final concernant le traitement de données de localisation par ligne distincte.
Cette annulation est gratuite. "
Art.186. In artikel 135, derde lid, 2°, van dezelfde wet worden in de Franse tekst na het woord " désactivation " de woorden " du service de " vervangen door de woorden " de la ".
Art.186. A l'article 135, alinéa 3, 2°, de la même loi, après le mot " désactivation ", les mots " du service de " sont remplacés par les mots " de la ".
Art.187. In artikel 141, eerste lid, 4°, van dezelfde wet worden de woorden " artikel 56,1° " vervangen door de woorden " artikel 56, § 1, 1° ".
Art.187. A l'article 141, alinéa 1er, 4°, de la même loi, les mots " article 56, 1° " sont remplacés par les mots " article 56, § 1er, 1° ".
Art.188. In artikel 144 van dezelfde wet worden de woorden ", tweede en derde lid, " geschrapt.
Art.188. A l'article 144, de la même loi, les mots " alinéa 2 et 3 " sont supprimés.
Art.189. In artikel 145 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" Met een geldboete van 50 tot 50 000 EUR wordt gestraft de persoon die de artikelen 32, 33, 35, 41, 42, 114, 124, 127 en de ter uitvoering van de artikelen 32, 39, § 3, 47 en 127 genomen besluiten overtreedt. "
2° § 3, 2° wordt opgeheven;
3° er wordt een § 3bis ingevoegd, luidend :
" § 3bis. Met een geldboete van 50 EUR tot 300 EUR en met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar of met één van die straffen alleen worden gestraft de persoon, die een elektronische-communicatienetwerk of -dienst of andere elektronische communicatiemiddelen gebruikt om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent of schade te berokkenen alsook de persoon die welk toestel dan ook opstelt dat bestemd is om de voorgaande inbreuk te begaan, alsook een poging om deze te begaan. ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" Met een geldboete van 50 tot 50 000 EUR wordt gestraft de persoon die de artikelen 32, 33, 35, 41, 42, 114, 124, 127 en de ter uitvoering van de artikelen 32, 39, § 3, 47 en 127 genomen besluiten overtreedt. "
2° § 3, 2° wordt opgeheven;
3° er wordt een § 3bis ingevoegd, luidend :
" § 3bis. Met een geldboete van 50 EUR tot 300 EUR en met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar of met één van die straffen alleen worden gestraft de persoon, die een elektronische-communicatienetwerk of -dienst of andere elektronische communicatiemiddelen gebruikt om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent of schade te berokkenen alsook de persoon die welk toestel dan ook opstelt dat bestemd is om de voorgaande inbreuk te begaan, alsook een poging om deze te begaan. ".
Art.189. A l'article 145 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est remplacé par :
" Est punie d'une amende de 50 a 50 000 EUR, la personne qui enfreint les article s 32, 33, 35, 41, 42, 114, 124, 127 et les arrêtés pris en exécution des article s 32, 39, § 3, 47 et 127. "
2° le § 3, 2°, est abrogé;
3° il est inséré un § 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Est punie d'une amende de 20 EUR à 300 EUR et d'un emprisonnement de quinze jours à deux ans ou d'une de ces peines seulement la personne qui utilise un réseau ou un service de communications électroniques ou d'autres moyens de communications électroniques afin d'importuner son correspondant ou de provoquer des dommages ainsi que la personne qui installe un appareil quelconque destiné à commettre l'infraction susmentionnée, ainsi que la tentative de commettre celle-ci. ".
1° le § 1er est remplacé par :
" Est punie d'une amende de 50 a 50 000 EUR, la personne qui enfreint les article s 32, 33, 35, 41, 42, 114, 124, 127 et les arrêtés pris en exécution des article s 32, 39, § 3, 47 et 127. "
2° le § 3, 2°, est abrogé;
3° il est inséré un § 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Est punie d'une amende de 20 EUR à 300 EUR et d'un emprisonnement de quinze jours à deux ans ou d'une de ces peines seulement la personne qui utilise un réseau ou un service de communications électroniques ou d'autres moyens de communications électroniques afin d'importuner son correspondant ou de provoquer des dommages ainsi que la personne qui installe un appareil quelconque destiné à commettre l'infraction susmentionnée, ainsi que la tentative de commettre celle-ci. ".
Art.190. In artikel 146 van dezelfde wet worden de woorden " artikel 47 " vervangen door de woorden " artikel 41 ".
Art.190. A l'article 146 de la même loi, les mots " article 47 " sont remplacés par les mots " article 41 ".
Art.191. In artikel 147 van dezelfde wet worden de woorden " artikelen 35 " vervangen door de woorden " artikelen 41 ".
Art.191. A l'article 147 de la même loi, les mots " article s 35 " sont remplacés par les mots " article s 41 ".
Art.192. Artikel 148 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 148. - De verbaliserende officier van gerechtelijke politie stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf, strafbaar gesteld door deze wet en door titel III van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vaststelt aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de Raad van het Instituut, zoals vermeld in de artikelen 16 en 17 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector. Hij kan op grond van dit afschrift de maatregelen nemen vermeld in de artikelen 20 en 21 van dezelfde wet van 17 januari 2003.
Indien maatregelen overwogen worden, brengt de Raad van het Instituut de procureur des Konings daarvan voorafgaand op de hoogte. De procureur des Konings stelt vervolgens de Raad van het Instituut, binnen de tien werkdagen, in kennis van de reeds aangevatte strafvervolging of van zijn intentie om de strafvervolging op gang te brengen.
Indien hij beslist de vervolging in te stellen, stelt de procureur des Konings de Raad van het Instituut daarvan binnen de maand op de hoogte.
Het Instituut legt geen administratieve sanctie op wanneer de procureur des Konings voor dezelfde zaak strafvervolging heeft ingesteld of de intentie heeft deze in te stellen, en hij het Instituut daarvan op de hoogte heeft gebracht. ".
" Art. 148. - De verbaliserende officier van gerechtelijke politie stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf, strafbaar gesteld door deze wet en door titel III van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vaststelt aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de Raad van het Instituut, zoals vermeld in de artikelen 16 en 17 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector. Hij kan op grond van dit afschrift de maatregelen nemen vermeld in de artikelen 20 en 21 van dezelfde wet van 17 januari 2003.
Indien maatregelen overwogen worden, brengt de Raad van het Instituut de procureur des Konings daarvan voorafgaand op de hoogte. De procureur des Konings stelt vervolgens de Raad van het Instituut, binnen de tien werkdagen, in kennis van de reeds aangevatte strafvervolging of van zijn intentie om de strafvervolging op gang te brengen.
Indien hij beslist de vervolging in te stellen, stelt de procureur des Konings de Raad van het Instituut daarvan binnen de maand op de hoogte.
Het Instituut legt geen administratieve sanctie op wanneer de procureur des Konings voor dezelfde zaak strafvervolging heeft ingesteld of de intentie heeft deze in te stellen, en hij het Instituut daarvan op de hoogte heeft gebracht. ".
Art.192. L'article 148 de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 148. - L'officier de police judiciaire verbalisant envoie le procès-verbal qui constate le délit, érigé en infraction par la présente loi et par le titre III de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, au procureur du Roi ainsi qu'une copie au Conseil de l'Institut, comme stipulé aux article s 16 et 17 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges. Sur la base de cette copie, celui-ci peut prendre les mesures visées aux article s 20 et 21 de la même loi du 17 janvier 2003.
Si des mesures sont envisagées, le Conseil de l'Institut en informe au préalable le procureur du Roi. Le procureur du Roi informe ensuite le Conseil de l'Institut, dans les dix jours ouvrables, des poursuites pénales déjà engagées ou de son intention d'engager des poursuites pénales.
Si le procureur du Roi décide d'entamer des poursuites, il en informe le Conseil de l'Institut dans le mois.
L'Institut n'impose pas de sanction administrative lorsque le procureur du Roi a engagé ou a l'intention d'engager des poursuites judiciaires pour la même affaire et qu'il en a informé l'Institut. ".
" Art. 148. - L'officier de police judiciaire verbalisant envoie le procès-verbal qui constate le délit, érigé en infraction par la présente loi et par le titre III de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, au procureur du Roi ainsi qu'une copie au Conseil de l'Institut, comme stipulé aux article s 16 et 17 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges. Sur la base de cette copie, celui-ci peut prendre les mesures visées aux article s 20 et 21 de la même loi du 17 janvier 2003.
Si des mesures sont envisagées, le Conseil de l'Institut en informe au préalable le procureur du Roi. Le procureur du Roi informe ensuite le Conseil de l'Institut, dans les dix jours ouvrables, des poursuites pénales déjà engagées ou de son intention d'engager des poursuites pénales.
Si le procureur du Roi décide d'entamer des poursuites, il en informe le Conseil de l'Institut dans le mois.
L'Institut n'impose pas de sanction administrative lorsque le procureur du Roi a engagé ou a l'intention d'engager des poursuites judiciaires pour la même affaire et qu'il en a informé l'Institut. ".
Art.193. In artikel 150 van dezelfde wet worden de woorden " van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten " vervangen door de woorden " van deze wet, van titel III van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten ".
Art.193. Dans l'article 150 de la même loi, les mots " à la présente loi et aux arrêtés pris en exécution de celle-ci " sont remplacés par les mots " à la présente loi, au titre III de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques et aux arrêtés pris en execution de ceux-ci ".
Art.194. In artikel 152 van dezelfde wet worden de woorden " 31 december 2005 " vervangen door de woorden " 31 december 2007 ".
Art.194. Dans l'article 152 de la même loi, les mots " 31 décembre 2005 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2007 ".
Art.195. In artikel 154 van dezelfde wet worden de woorden " van deze wet " vervangen door de woorden " van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ".
Art.195. Dans l'article 154 de la même loi, les mots " de la présente loi " sont remplacés par les mots " de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques ".
Art.196. In artikel 161 van dezelfde wet worden de woorden " artikelen 89 " vervangen door de woorden " artikelen 87 ".
Art.196. A l'article 161 de même loi, les mots " article s 89 " sont remplacés par les mots " article s 87 ".
Art.197. In artikel 1, 17°, van de bijlage van dezelfde wet wordt in de Franse tekst het woord " active " vervangen door het woord " actif ".
Art.197. A l'article 1er, 17°, de l'annexe de la même loi, le mot " active " est remplacé par le mot " actif ".
Art.198. In artikel 22, § 2, eerste lid, van de bijlage van dezelfde wet worden in de Franse tekst de woorden " chez l'Institut " vervangen door de woorden " à l'Institut ".
Art.198. A l'article 22, § 2, alinéa 1er, de l'annexe de la même loi, les mots " chez l'Institut " sont remplacés par les mots " à l'Institut ".
Art.199. In artikel 31 van de bijlage van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, in fine, worden de woorden " artikel 45 " vervangen door de woorden " artikel 47 " en het punt dat volgt na de woorden " worden verstrekt " wordt vervangen door een kommapunt;
2° in § 1, in fine, worden twee streepjes toegevoegd, luidend als volgt :
" - de voorwaarden inzake toegang tot en het volledige adres van de ombudsdienst voor de telecommunicatie enerzijds en van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie anderzijds;
- de inlichtingen met betrekking tot de opdrachten van het Instituut die de gebruikers kunnen aanbelangen. ";
3° in § 2 worden het zesde en het zevende streepje geschrapt;
4° in § 2, in fine, worden de woorden " hun gegevens " vervangen door de woorden " de abonneegegevens ";
5° in § 2, in fine, vervallen de woorden " en de datum waarop de verschillende operatoren de inlichtingen die in de telefoongids voorkomen, hebben verstrekt ".
1° in § 1, in fine, worden de woorden " artikel 45 " vervangen door de woorden " artikel 47 " en het punt dat volgt na de woorden " worden verstrekt " wordt vervangen door een kommapunt;
2° in § 1, in fine, worden twee streepjes toegevoegd, luidend als volgt :
" - de voorwaarden inzake toegang tot en het volledige adres van de ombudsdienst voor de telecommunicatie enerzijds en van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie anderzijds;
- de inlichtingen met betrekking tot de opdrachten van het Instituut die de gebruikers kunnen aanbelangen. ";
3° in § 2 worden het zesde en het zevende streepje geschrapt;
4° in § 2, in fine, worden de woorden " hun gegevens " vervangen door de woorden " de abonneegegevens ";
5° in § 2, in fine, vervallen de woorden " en de datum waarop de verschillende operatoren de inlichtingen die in de telefoongids voorkomen, hebben verstrekt ".
Art.199. A l'article 31 de l'annexe de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, in fine, les mots " article 45 " sont remplacés par les mots " article 47 " et le point suivant les mots " au titre du service universel " est remplacé par un point-virgule;
2° au § 1er, in fine, sont ajoutés deux tirets formulés comme suit :
" - les modalités d'accès et coordonnées, d'une part du service de médiation pour les télécommunications et, d'autre part, de la Commission d'éthique pour les télécommunications;
- les informations relatives aux missions de l'Institut susceptibles d'intéresser les utilisateurs. ";
3° au § 2, les sixième et septième tirets sont supprimés;
4° au § 2, in fine, le mot " abonnés " est inséré entre les mots " ont remis les données " et les mots " à l'éditeur ";
5° au § 2, in fine, les mots " et la date à laquelle les différents opérateurs ont fourni les informations figurant dans l'annuaire " sont supprimés.
1° au § 1er, in fine, les mots " article 45 " sont remplacés par les mots " article 47 " et le point suivant les mots " au titre du service universel " est remplacé par un point-virgule;
2° au § 1er, in fine, sont ajoutés deux tirets formulés comme suit :
" - les modalités d'accès et coordonnées, d'une part du service de médiation pour les télécommunications et, d'autre part, de la Commission d'éthique pour les télécommunications;
- les informations relatives aux missions de l'Institut susceptibles d'intéresser les utilisateurs. ";
3° au § 2, les sixième et septième tirets sont supprimés;
4° au § 2, in fine, le mot " abonnés " est inséré entre les mots " ont remis les données " et les mots " à l'éditeur ";
5° au § 2, in fine, les mots " et la date à laquelle les différents opérateurs ont fourni les informations figurant dans l'annuaire " sont supprimés.
Art.200. In de bijlage van dezelfde wet wordt een artikel 45bis ingevoegd, met als titel " Afdeling 6. - Het sociale element van de universele dienst ", luidend als volgt :
" Art. 45bis. - De nettokosten voor de sociale tarieven van de universele dienst bestaan uit het verschil tussen de inkomsten die de aanbieder van de sociale tarieven zou ontvangen onder normale commerciële voorwaarden en de inkomsten die hij ontvangt als gevolg van de in deze wet gedefinieerde kortingen ten gunste van de begunstigde van het sociaal tarief.
Gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet wordt de compensatie die de historische aanbieder van de sociale tarieven in voorkomend geval ontvangt, verminderd met een percentage dat wordt vastgesteld door het Instituut.
Het percentage waarvan sprake in het voorgaande lid wordt bepaald op basis van de indirecte winst. Het Instituut zal hiervoor rekening houden met de berekeningen die ze vroeger reeds heeft vastgesteld bij het bepalen van de nettokosten van de historische aanbieder van de sociale tarieven. ".
" Art. 45bis. - De nettokosten voor de sociale tarieven van de universele dienst bestaan uit het verschil tussen de inkomsten die de aanbieder van de sociale tarieven zou ontvangen onder normale commerciële voorwaarden en de inkomsten die hij ontvangt als gevolg van de in deze wet gedefinieerde kortingen ten gunste van de begunstigde van het sociaal tarief.
Gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet wordt de compensatie die de historische aanbieder van de sociale tarieven in voorkomend geval ontvangt, verminderd met een percentage dat wordt vastgesteld door het Instituut.
Het percentage waarvan sprake in het voorgaande lid wordt bepaald op basis van de indirecte winst. Het Instituut zal hiervoor rekening houden met de berekeningen die ze vroeger reeds heeft vastgesteld bij het bepalen van de nettokosten van de historische aanbieder van de sociale tarieven. ".
Art.200. Dans l'annexe de la même loi, un article 45bis est insére, intitulé " Section 6. - De la composante sociale du service universel ", rédigé comme suit :
" Art. 45bis. - Le coût net des tarifs sociaux du service universel correspond à la différence entre les recettes que le prestataire des tarifs sociaux toucherait dans des conditions commerciales normales et celles qu'il reçoit à la suite des réductions prévues dans la présente loi en faveur du bénéficiaire du tarif social.
Pendant les cinq premières années de l'entrée en vigueur de la loi, la compensation que le prestataire historique des tarifs sociaux reçoit le cas écheant, est diminuée d'un pourcentage fixé par l'Institut.
Le pourcentage dont question dans l'alinéa précédent est fixé sur la base du bénéfice indirect. L'Institut se basera sur des calculs qu'elle a déjà faits en fixant les coût nets du prestataire historique des tarifs sociaux. ".
" Art. 45bis. - Le coût net des tarifs sociaux du service universel correspond à la différence entre les recettes que le prestataire des tarifs sociaux toucherait dans des conditions commerciales normales et celles qu'il reçoit à la suite des réductions prévues dans la présente loi en faveur du bénéficiaire du tarif social.
Pendant les cinq premières années de l'entrée en vigueur de la loi, la compensation que le prestataire historique des tarifs sociaux reçoit le cas écheant, est diminuée d'un pourcentage fixé par l'Institut.
Le pourcentage dont question dans l'alinéa précédent est fixé sur la base du bénéfice indirect. L'Institut se basera sur des calculs qu'elle a déjà faits en fixant les coût nets du prestataire historique des tarifs sociaux. ".
(NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 200 vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 200)
Art.201. In artikel 46, § 2, in fine, van de bijlage van dezelfde wet worden de woorden " artikelen 23 tot 26 " vervangen door de woorden " artikelen 23 tot 27 ".
Art.201. A l'article 46, § 2, in fine, de l'annexe de la même loi, les mots " article s 23 à 26 " sont remplacés par les mots " article s 23 à 27 ".
Art.202. In artikel 74, laatste lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, dienen de woorden " De compensaties waarvan sprake in de vorige leden zijn onmiddellijk verschuldigd " in het van als volgt te worden geïnterpreteerd :
" De wetgever is bij de voorbereiding van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie met inachtneming van de voorwaarden van de Europese richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst ingevolge een verzoek daartoe van de historische aanbieder van de universele dienst en na vaststelling van de nettokosten van de universele dienst door het Instituut, overgegaan als nationaal regelgevende instantie tot een beoordeling van de onredelijkheid van de last. Daarbij heeft de wetgever, zoals overigens werd vastgesteld door de Raad van State, geoordeeld dat voor zover rekening wordt gehouden met alle indirecte winst, met inbegrip van de immateriële winst die gehaald kan worden uit die prestatie, iedere deficitaire toestand die blijkt uit die berekening inderdaad een onredelijke last is. ".
" De wetgever is bij de voorbereiding van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie met inachtneming van de voorwaarden van de Europese richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst ingevolge een verzoek daartoe van de historische aanbieder van de universele dienst en na vaststelling van de nettokosten van de universele dienst door het Instituut, overgegaan als nationaal regelgevende instantie tot een beoordeling van de onredelijkheid van de last. Daarbij heeft de wetgever, zoals overigens werd vastgesteld door de Raad van State, geoordeeld dat voor zover rekening wordt gehouden met alle indirecte winst, met inbegrip van de immateriële winst die gehaald kan worden uit die prestatie, iedere deficitaire toestand die blijkt uit die berekening inderdaad een onredelijke last is. ".
Art.202. A l'article 74, dernier alinéa, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, les mots " Les compensations visées aux alinéas précédents sont dues immédiatement. " doivent être interprétés comme suit :
" Lors de la préparation de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, compte tenu des conditions prévues dans la directive européenne 2002/22/CE concernant le service universel et à la suite d'une demande à cet égard de la part du prestataire historique du service universel et après fixation du coût net du service universel par l'Institut, le législateur, en tant qu'autorité réglementaire nationale, a procédé à une évaluation du caractère déraisonnable de la charge. A cet égard, le législateur a, comme cela a d'ailleurs été constaté par le Conseil d'Etat, estimé que, dans la mesure où il est tenu compte de tout le bénéfice indirect, y compris le bénéfice immatériel pouvant être généré par cette prestation, toute situation déficitaire que ce calcul fait apparaître est en effet une charge déraisonnable. ".
" Lors de la préparation de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, compte tenu des conditions prévues dans la directive européenne 2002/22/CE concernant le service universel et à la suite d'une demande à cet égard de la part du prestataire historique du service universel et après fixation du coût net du service universel par l'Institut, le législateur, en tant qu'autorité réglementaire nationale, a procédé à une évaluation du caractère déraisonnable de la charge. A cet égard, le législateur a, comme cela a d'ailleurs été constaté par le Conseil d'Etat, estimé que, dans la mesure où il est tenu compte de tout le bénéfice indirect, y compris le bénéfice immatériel pouvant être généré par cette prestation, toute situation déficitaire que ce calcul fait apparaître est en effet une charge déraisonnable. ".
(NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 202 vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 202)
Art.203. In artikel 101, eerste lid, van dezelfde wet, dienen de woorden " Voor elk element van de universele dienst behoudens het sociale element moet het fonds een vergoeding uitkeren aan de betrokken aanbieders. " als volgt te worden geïnterpreteerd :
" De wetgever is bij de voorbereiding van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie met inachtneming van de voorwaarden van de Europese richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst ingevolge een verzoek daartoe van de historische aanbieder van de universele dienst en na vaststelling van de nettokosten van de universele dienst door het Instituut, overgegaan als nationaal regelgevende instantie tot een beoordeling van de onredelijkheid van de last. Daarbij heeft de wetgever, zoals overigens werd vastgesteld door de Raad van State, geoordeeld dat voor zover rekening wordt gehouden met alle indirecte winst, met inbegrip van de immateriële winst die gehaald kan worden uit die prestatie, iedere deficitaire toestand die blijkt uit die berekening inderdaad een onredelijke last is, en dat deze moet worden gedragen door alle betrokken ondernemingen. ".
" De wetgever is bij de voorbereiding van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie met inachtneming van de voorwaarden van de Europese richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst ingevolge een verzoek daartoe van de historische aanbieder van de universele dienst en na vaststelling van de nettokosten van de universele dienst door het Instituut, overgegaan als nationaal regelgevende instantie tot een beoordeling van de onredelijkheid van de last. Daarbij heeft de wetgever, zoals overigens werd vastgesteld door de Raad van State, geoordeeld dat voor zover rekening wordt gehouden met alle indirecte winst, met inbegrip van de immateriële winst die gehaald kan worden uit die prestatie, iedere deficitaire toestand die blijkt uit die berekening inderdaad een onredelijke last is, en dat deze moet worden gedragen door alle betrokken ondernemingen. ".
Art.203. A l'article 101, alinéa 1er, de la même loi, les mots " Pour chacune des composantes du service universel, à l'exception de la composante sociale, le fonds est redevable d'une rétribution aux prestataires concernés. " doivent être interprétes comme suit :
" Lors de la préparation de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, compte tenu des conditions prévues dans la directive européenne 2002/22/CE concernant le service universel et à la suite d'une demande à cet égard de la part du prestataire historique du service universel et après fixation du coût net du service universel par l'Institut, le législateur, en tant qu'autorité réglementaire nationale, a procédé à une évaluation du caractère deraisonnable de la charge. A cet égard, le législateur a, comme cela a d'ailleurs été constate par le Conseil d'Etat, estimé que, dans la mesure où il est tenu compte de tout le bénéfice indirect, y compris le bénéfice immatériel pouvant être généré par cette prestation, toute situation déficitaire que ce calcul fait apparaître est en effet une charge déraisonnable, et que celle-ci doit être supportée par toutes les entreprises concernées. ".
" Lors de la préparation de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, compte tenu des conditions prévues dans la directive européenne 2002/22/CE concernant le service universel et à la suite d'une demande à cet égard de la part du prestataire historique du service universel et après fixation du coût net du service universel par l'Institut, le législateur, en tant qu'autorité réglementaire nationale, a procédé à une évaluation du caractère deraisonnable de la charge. A cet égard, le législateur a, comme cela a d'ailleurs été constate par le Conseil d'Etat, estimé que, dans la mesure où il est tenu compte de tout le bénéfice indirect, y compris le bénéfice immatériel pouvant être généré par cette prestation, toute situation déficitaire que ce calcul fait apparaître est en effet une charge déraisonnable, et que celle-ci doit être supportée par toutes les entreprises concernées. ".
(NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 203 vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 203)
Art.204. In het koninklijk besluit van 20 juli 2006 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het sociale element van de universele dienst inzake elektronische communicatie, wordt in artikel 4 het derde lid opgeheven.
Art.204. Dans l'arrêté royal du 20 juillet 2006 fixant les modalités de fonctionnement de la composante sociale du service universel des communications électroniques, l'alinéa 3 de l'article 4 est supprimé.
Art.205. Artikel 196 heeft uitwerking met ingang van 30 juni 2005.
Art.205. L'article 196 produit ses effets le 30 juin 2005.
TITEL X. - Consumentenzaken en Economie.
TITRE X. - Protection de la consommation et économie.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
CHAPITRE Ier. - Modifications de la loi du 9 février 1994 relative à la sécurité des produits et des services.
Art.206. In het eerste lid van artikel 1 van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten, gewijzigd bij de wet van 4 april 2001, de wet van 18 december 2002 en de wet houdende diverse bepalingen van 27 december 2005, wordt een punt 5quinquies ingevoegd, luidende :
" 5quinquies. tussenkomend organisme :
- elk organisme dat in het kader van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten optreedt bij het opstellen van een risicoanalyse, het bepalen van preventiemaatregelen, het uitvoeren van opstellingsinspecties, het uitvoeren van onderhoudsinspecties, het opstellen van inspectie- of onderhoudsschema's, het uitvoeren van periodieke controles of het uitvoeren van periodiek nazicht;
- elk organisme dat in het kader van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten wordt aangesteld als aangemelde of erkende instantie bij het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- elk organisme dat in het kader van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt om op een andere wijze de veiligheid van een product of dienst te controleren. ".
" 5quinquies. tussenkomend organisme :
- elk organisme dat in het kader van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten optreedt bij het opstellen van een risicoanalyse, het bepalen van preventiemaatregelen, het uitvoeren van opstellingsinspecties, het uitvoeren van onderhoudsinspecties, het opstellen van inspectie- of onderhoudsschema's, het uitvoeren van periodieke controles of het uitvoeren van periodiek nazicht;
- elk organisme dat in het kader van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten wordt aangesteld als aangemelde of erkende instantie bij het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- elk organisme dat in het kader van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt om op een andere wijze de veiligheid van een product of dienst te controleren. ".
Art.206. Dans l'alinéa 1er de l'article 1er de la loi du 9 février 1994 relative à la sécurité des produits et des services, modifié par la loi du 4 avril 2001, la loi du 18 décembre 2002 et la loi portant des dispositions diverses du 27 décembre 2005, il est inséré un point 5quinquies, rédigé comme suit :
" 5quinquies. organisme intervenant :
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, intervient dans l'élaboration d'une analyse du risque, la définition de mesures de prévention, la réalisation d'inspections de mise en place, la réalisation d'inspections d'entretien, la mise au point de schémas d'inspection ou d'entretien, la réalisation de contrôles périodiques ou de vérifications périodiques;
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, est désigne comme instance notifiée ou agréée pour la mise en oeuvre de procédures d'évaluation de la conformité;
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, intervient pour contrôler la sécurité d'un produit ou d'un service d'une autre manière. ".
" 5quinquies. organisme intervenant :
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, intervient dans l'élaboration d'une analyse du risque, la définition de mesures de prévention, la réalisation d'inspections de mise en place, la réalisation d'inspections d'entretien, la mise au point de schémas d'inspection ou d'entretien, la réalisation de contrôles périodiques ou de vérifications périodiques;
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, est désigne comme instance notifiée ou agréée pour la mise en oeuvre de procédures d'évaluation de la conformité;
- tout organisme qui, dans le cadre de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, intervient pour contrôler la sécurité d'un produit ou d'un service d'une autre manière. ".
Art.207. In dezelfde wet wordt een artikel 10bis ingevoegd, luidende :
" Artikel 10bis. - De Koning kan de werkingscriteria bepalen van de tussenkomende organismen, de regels betreffende hun organisatie en hun opdrachten, evenals de modaliteiten van de controle op deze regels. ".
" Artikel 10bis. - De Koning kan de werkingscriteria bepalen van de tussenkomende organismen, de regels betreffende hun organisatie en hun opdrachten, evenals de modaliteiten van de controle op deze regels. ".
Art.207. Dans la même loi, il est inséré un article 10bis, rédigé comme suit :
" Article 10bis. - Le Roi peut déterminer les critères de fonctionnement des organismes intervenants, les règles concernant leur organisation et leurs missions, ainsi que les modalités du contrôle de ces règles. ".
" Article 10bis. - Le Roi peut déterminer les critères de fonctionnement des organismes intervenants, les règles concernant leur organisation et leurs missions, ainsi que les modalités du contrôle de ces règles. ".
HOOFDSTUK II. - Slapende rekeningen.
CHAPITRE II. - Comptes dormants.
Art.208. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.208. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.209. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.209. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.210. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.210. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.211. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.211. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.212. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.212. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.213. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.213. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
Art.214. (Opgeheven) <W 2008-07-24/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 07-08-2008>
Art.214. (Abrogé) <L 2008-07-24/35, art. 48, 002; En vigueur : 07-08-2008>
TITEL XI. - Diverse bepalingen.
TITRE XI. - Dispositions diverses.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale.
Art.215. Artikel 57, § 1, tweede lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt aangevuld als volgt :
" Het bevordert de maatschappelijke participatie van de gebruikers. ".
" Het bevordert de maatschappelijke participatie van de gebruikers. ".
Art.215. L'article 57, § 1er, alinéa 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, est complété comme suit :
" Il encourage la participation sociale des usagers. ".
" Il encourage la participation sociale des usagers. ".
HOOFDSTUK II. - Milieuaansprakelijkheid.
CHAPITRE II. - Responsabilité environnementale.
Afdeling 1. - Justitie. - Invoering van bijzondere verjaringstermijnen voor vorderingen ingesteld door publieke overheden tot vergoeding van de kosten van preventie- en herstelmaatregelen bij milieuschade.
Section Ire. - Justice. - Instauration de délais de prescription particuliers pour les actions introduites par des autorités publiques en vue du recouvrement des coûts des mesures de prévention et de réparation des dommages environnementaux.
Art.216. In het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 2277ter ingevoegd, luidende :
" Art. 2277ter. - § 1. Rechtsvorderingen ingesteld door publieke overheden tot vergoeding van de kosten voor maatregelen tot voorkoming en tot het herstel van milieuschade verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop de maatregelen geheel zijn voltooid of waarop de aansprakelijke persoon is geïdentificeerd, indien die laatstgenoemde datum later is.
De in het eerste lid vermelde rechtsvorderingen verjaren in ieder geval door verloop van dertig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit dat tot milieuschade heeft geleid, heeft plaatsgevonden.
§ 2. Milieuschade ten gevolge van nucleaire activiteiten of ten gevolge van activiteiten die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dienen, alsook milieuschade ten gevolge van oorlogshandelingen, vijandelijkheden, burgeroorlog, oproer of milieuschade ten gevolge van een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is, of milieuschade ten gevolge van activiteiten die uitsluitend tot doel hebben bescherming te bieden tegen natuurrampen, valt niet onder het toepassingsgebied van dit artikel. ".
" Art. 2277ter. - § 1. Rechtsvorderingen ingesteld door publieke overheden tot vergoeding van de kosten voor maatregelen tot voorkoming en tot het herstel van milieuschade verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop de maatregelen geheel zijn voltooid of waarop de aansprakelijke persoon is geïdentificeerd, indien die laatstgenoemde datum later is.
De in het eerste lid vermelde rechtsvorderingen verjaren in ieder geval door verloop van dertig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit dat tot milieuschade heeft geleid, heeft plaatsgevonden.
§ 2. Milieuschade ten gevolge van nucleaire activiteiten of ten gevolge van activiteiten die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dienen, alsook milieuschade ten gevolge van oorlogshandelingen, vijandelijkheden, burgeroorlog, oproer of milieuschade ten gevolge van een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is, of milieuschade ten gevolge van activiteiten die uitsluitend tot doel hebben bescherming te bieden tegen natuurrampen, valt niet onder het toepassingsgebied van dit artikel. ".
Art.216. Un article 2277ter, rédigé comme suit, est inseré dans le Code civil :
" Art. 2277ter. - § 1er. Les actions introduites par des autorités publiques en vue du recouvrement des coûts des mesures de prévention et de réparation des dommages environnementaux se prescrivent par cinq ans à partir de la date à laquelle les mesures ont été achevées ou de la date à laquelle la personne responsable a été identifiée, la date la plus récente étant retenue.
Les actions visées à l'alinéa 1er se prescrivent en tout cas par trente ans à compter du jour qui suit celui où le fait ayant donné lieu aux dommages environnementaux s'est produit.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux dommages environnementaux résultant d'activités nucléaires ou d'activités menées principalement dans l'intérêt de la défense nationale ou de la sécurité internationale, ainsi qu'aux dommages environnementaux causés par des conflits armés, des hostilités, une guerre civile, une insurrection ou aux dommages environnementaux causés par un phénomène naturel de nature exceptionnelle, inévitable et irrésistible, ou aux dommages environnementaux résultant d'activités dont l'unique objet est d'assurer la protection contre les catastrophes naturelles. ".
" Art. 2277ter. - § 1er. Les actions introduites par des autorités publiques en vue du recouvrement des coûts des mesures de prévention et de réparation des dommages environnementaux se prescrivent par cinq ans à partir de la date à laquelle les mesures ont été achevées ou de la date à laquelle la personne responsable a été identifiée, la date la plus récente étant retenue.
Les actions visées à l'alinéa 1er se prescrivent en tout cas par trente ans à compter du jour qui suit celui où le fait ayant donné lieu aux dommages environnementaux s'est produit.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux dommages environnementaux résultant d'activités nucléaires ou d'activités menées principalement dans l'intérêt de la défense nationale ou de la sécurité internationale, ainsi qu'aux dommages environnementaux causés par des conflits armés, des hostilités, une guerre civile, une insurrection ou aux dommages environnementaux causés par un phénomène naturel de nature exceptionnelle, inévitable et irrésistible, ou aux dommages environnementaux résultant d'activités dont l'unique objet est d'assurer la protection contre les catastrophes naturelles. ".
Art.217. Artikel 8bis, § 1, eerste lid, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen ingevoegd bij de wet van 22 december 1987, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek, verjaart iedere rechtsvordering van de benadeelde die gebaseerd is op artikel 8, zevende lid, door verloop van drie jaar te rekenen vanaf de datum van het schadegeval. ".
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek, verjaart iedere rechtsvordering van de benadeelde die gebaseerd is op artikel 8, zevende lid, door verloop van drie jaar te rekenen vanaf de datum van het schadegeval. ".
Art.217. L'article 8bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 30 juillet 1979 relative à la prévention des incendies et des explosions ainsi qu'à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile dans ces mêmes circonstances insére par la loi du 22 décembre 1987, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, toute action de la personne lésée, fondée sur l'article 8, alinéa 7, se prescrit par trois ans à compter de la date du dommage. ".
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, toute action de la personne lésée, fondée sur l'article 8, alinéa 7, se prescrit par trois ans à compter de la date du dommage. ".
Art.218. In artikel 12 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek vervalt het recht van het slachtoffer om van de producent schadevergoeding te bekomen uit hoofde van deze wet na een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop deze het product in het verkeer heeft gebracht, tenzij het slachtoffer gedurende die periode op grond van deze wet een gerechtelijke procedure heeft ingesteld. ";
2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze wet door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop hij er redelijkerwijs kennis van had moeten hebben. ".
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek vervalt het recht van het slachtoffer om van de producent schadevergoeding te bekomen uit hoofde van deze wet na een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop deze het product in het verkeer heeft gebracht, tenzij het slachtoffer gedurende die periode op grond van deze wet een gerechtelijke procedure heeft ingesteld. ";
2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze wet door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop hij er redelijkerwijs kennis van had moeten hebben. ".
Art.218. A l'article 12 de la loi du 25 février 1991 relative à la responsabilité du fait des produits défectueux, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, le droit de la victime d'obtenir du producteur la réparation de son dommage sur le fondement de la présente loi s'éteint a l'expiration d'un délai de dix ans à compter de la date à laquelle celui-ci a mis le produit en circulation, à moins que durant cette période la victime n'ait engagé une procédure judiciaire fondée sur la présente loi. ";
2°, le § 2, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, l'action fondée sur la présente loi se prescrit par trois ans à compter du jour où il aurait dû raisonnablement en avoir connaissance. ".
1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, le droit de la victime d'obtenir du producteur la réparation de son dommage sur le fondement de la présente loi s'éteint a l'expiration d'un délai de dix ans à compter de la date à laquelle celui-ci a mis le produit en circulation, à moins que durant cette période la victime n'ait engagé une procédure judiciaire fondée sur la présente loi. ";
2°, le § 2, alinéa 1er, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Sans préjudice de l'article 2277ter du Code civil, l'action fondée sur la présente loi se prescrit par trois ans à compter du jour où il aurait dû raisonnablement en avoir connaissance. ".
Art.219. § 1. De nieuwe verjaringstermijnen en hun respectieve aanvangspunten zoals bedoeld in artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de lopende verjaring van alle in artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vorderingen die ontstaan zijn vóór de inwerkingtreding van deze wet.
In afwijking van het eerste lid begint de in artikel 2277ter, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vijfjarige termijn te lopen vanaf de inwerkingtreding van deze wet, voor wat betreft de in artikel 2262bis, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde persoonlijke rechtsvorderingen.
§ 2. Wanneer de in artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtsvordering is verjaard vóór de inwerkingtreding van deze wet, kan deze inwerkingtreding niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.
In afwijking van het eerste lid begint de in artikel 2277ter, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vijfjarige termijn te lopen vanaf de inwerkingtreding van deze wet, voor wat betreft de in artikel 2262bis, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde persoonlijke rechtsvorderingen.
§ 2. Wanneer de in artikel 2277ter van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtsvordering is verjaard vóór de inwerkingtreding van deze wet, kan deze inwerkingtreding niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.
Art.219. § 1er. Les nouveaux délais de prescription et leurs points de départ respectifs visés à l'article 2277ter du Code civil s'appliquent à la prescription en cours de toutes les actions visées à l'article 2277ter du Code civil qui ont pris naissance avant l'entrée en vigueur de la presente loi.
Par dérogation au premier alinéa, le délai de cinq ans visé à l'article 2277ter, § 1er, alinéa 1er du Code civil, prend cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, en ce qui concerne les actions personnelles visées à l'article 2262bis, § 1er, premier alinéa, du Code civil.
§ 2. Si l'action visée à l'article 2277ter du Code civil se prescrit avant l'entrée en vigueur de la présente loi, cette entrée en vigueur ne peut donner lieu à la prise de cours d'un nouveau délai de prescription.
Par dérogation au premier alinéa, le délai de cinq ans visé à l'article 2277ter, § 1er, alinéa 1er du Code civil, prend cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, en ce qui concerne les actions personnelles visées à l'article 2262bis, § 1er, premier alinéa, du Code civil.
§ 2. Si l'action visée à l'article 2277ter du Code civil se prescrit avant l'entrée en vigueur de la présente loi, cette entrée en vigueur ne peut donner lieu à la prise de cours d'un nouveau délai de prescription.
Afdeling 2. - Binnenlandse Zaken - Wijzigingen van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming.
Section 2. - Intérieur Modifications de la loi du 31 décembre 1963 sur la protection civile.
Art.220. Artikel 2bis, § 1, 5°, van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" 5° onverminderd artikel 6, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bestrijding van vervuiling en van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen; ".
" 5° onverminderd artikel 6, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bestrijding van vervuiling en van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen; ".
Art.220. L'article 2bis, § 1er, 5°, de la loi du 31 décembre 1963 sur la protection civile, inséré par la loi du 28 mars 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" 5° sans préjudice de l'article 6, § 1er, II de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, la lutte contre la pollution et contre la libération de substances dangereuses; ".
" 5° sans préjudice de l'article 6, § 1er, II de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, la lutte contre la pollution et contre la libération de substances dangereuses; ".
Art.221. In artikel 2bis.1, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, worden het derde en het vierde lid opgeheven.
Art.221. Dans l'article 2bis.1, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004, les alinéas 3 et 4 sont abrogés.
Art.222. In dezelfde wet wordt een artikel 2bis.2 ingevoegd, luidende :
" Art. 2bis.2. - § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° " beroepsactiviteit " : een in het kader van een economische activiteit, een bedrijf of een onderneming verrichte activiteit, ongeacht het particuliere, openbare, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
2° " exploitant " : particuliere of openbare natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroepsactiviteit verricht of regelt, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van een dergelijke activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van een dergelijke activiteit of de persoon die een dergelijke activiteit laat registreren of er kennisgeving van doet;
3° " kosten " : de kosten die verantwoord zijn in het licht van de tussenkomst door de diensten van de civiele bescherming en de openbare brandweerdiensten, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat zulke schade ontstaat en de kosten van alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht.
§ 2. Onder voorbehoud van artikel 2bis.1., in geval van vervuiling bedoeld in artikel 2bis, § 1, 5°, zijn de Staat en de gemeenten gehouden de hiervoor door hun diensten gemaakte kosten te verhalen op de exploitant die de schade of de onmiddellijke dreiging van schade heeft veroorzaakt of op de eigenaar van de gewraakte producten.
De Staat en de gemeenten kunnen beslissen om af te zien van verhaal wanneer de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag of wanneer niet kan worden vastgesteld wie de exploitant of de eigenaar is.
De exploitant of de eigenaar is niet verplicht de kosten te dragen, indien hij kan bewijzen dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat :
a) ofwel veroorzaakt is door een derde ondanks het feit dat er passende veiligheidsmaatregelen waren getroffen;
b) ofwel het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een overheidsinstantie, tenzij het een opdracht of instructie betreft naar aanleiding van een emissie of incident, veroorzaakt door activiteiten van de exploitant zelf.
Wanneer eenzelfde schade of onmiddellijke dreiging van schade door meerdere exploitanten of eigenaars wordt veroorzaakt, zijn deze hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten.
Wanneer besmetting of vervuiling op zee plaatsvindt of afkomstig is van een zeeschip, vallen de kosten ten laste van de persoon die de besmetting of de verontreiniging heeft veroorzaakt, overeenkomstig het internationaal recht. De eigenaars van de betrokken schepen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk.
§ 3. De Staat en de gemeenten kunnen te allen tijde de exploitant of de eigenaar verplichten informatie te verstrekken over milieuschade die zich heeft voorgedaan, over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in geval van vermoeden van zulk een onmiddellijke dreiging. ".
" Art. 2bis.2. - § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° " beroepsactiviteit " : een in het kader van een economische activiteit, een bedrijf of een onderneming verrichte activiteit, ongeacht het particuliere, openbare, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
2° " exploitant " : particuliere of openbare natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroepsactiviteit verricht of regelt, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van een dergelijke activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van een dergelijke activiteit of de persoon die een dergelijke activiteit laat registreren of er kennisgeving van doet;
3° " kosten " : de kosten die verantwoord zijn in het licht van de tussenkomst door de diensten van de civiele bescherming en de openbare brandweerdiensten, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat zulke schade ontstaat en de kosten van alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht.
§ 2. Onder voorbehoud van artikel 2bis.1., in geval van vervuiling bedoeld in artikel 2bis, § 1, 5°, zijn de Staat en de gemeenten gehouden de hiervoor door hun diensten gemaakte kosten te verhalen op de exploitant die de schade of de onmiddellijke dreiging van schade heeft veroorzaakt of op de eigenaar van de gewraakte producten.
De Staat en de gemeenten kunnen beslissen om af te zien van verhaal wanneer de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag of wanneer niet kan worden vastgesteld wie de exploitant of de eigenaar is.
De exploitant of de eigenaar is niet verplicht de kosten te dragen, indien hij kan bewijzen dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat :
a) ofwel veroorzaakt is door een derde ondanks het feit dat er passende veiligheidsmaatregelen waren getroffen;
b) ofwel het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een overheidsinstantie, tenzij het een opdracht of instructie betreft naar aanleiding van een emissie of incident, veroorzaakt door activiteiten van de exploitant zelf.
Wanneer eenzelfde schade of onmiddellijke dreiging van schade door meerdere exploitanten of eigenaars wordt veroorzaakt, zijn deze hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten.
Wanneer besmetting of vervuiling op zee plaatsvindt of afkomstig is van een zeeschip, vallen de kosten ten laste van de persoon die de besmetting of de verontreiniging heeft veroorzaakt, overeenkomstig het internationaal recht. De eigenaars van de betrokken schepen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk.
§ 3. De Staat en de gemeenten kunnen te allen tijde de exploitant of de eigenaar verplichten informatie te verstrekken over milieuschade die zich heeft voorgedaan, over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in geval van vermoeden van zulk een onmiddellijke dreiging. ".
Art.222. Un article 2bis.2, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 2bis.2. - § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° " activité professionnelle " : toute activité exercée dans le cadre d'une activité économique, d'une affaire ou d'une entreprise, indépendamment de son caractère privé ou public, lucratif ou non lucratif;
2° " exploitant " : toute personne physique ou morale, privée ou publique, qui exerce ou contrôle une activité professionnelle ou, qui a reçu par délégation un pouvoir économique important sur le fonctionnement technique de pareille activite, y compris le titulaire d'un permis ou d'une autorisation pour une telle activité, ou la personne faisant enregistrer ou notifiant une telle activité;
3° " coûts " : les coûts justifiés par l'intervention des services de la protection civile et des services publics d'incendie, y compris le coût de l'évaluation des dommages environnementaux, de la menace imminente de tels dommages, les options en matière d'action, ainsi que les frais administratifs, judiciaires et d'exécution, les coûts de collecte des données et les autres frais généraux, et les coûts de la surveillance et du suivi.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2bis.1., en cas de pollution visée à l'article 2bis, § 1er, 5°, l'Etat et les communes sont tenus de récupérer les coûts occasionnés de ce chef à leurs services auprès de l'exploitant qui a causé le dommage ou la menace imminente de dommage ou auprès du propriétaire des produits incriminés.
L'Etat et les communes peuvent décider de renoncer à la récupération, lorsque les coûts de celle-ci dépassent le montant à récupérer ou lorsque l'exploitant ou le propriétaire ne peut être déterminé.
L'exploitant ou le propriétaire n'est pas tenu de supporter les coûts, lorsqu'il est en mesure de prouver que le dommage ou la menace imminente de sa survenance :
a) soit est le fait d'un tiers, en dépit de mesures de sécurité appropriées;
b) soit résulte du respect d'un ordre ou d'une instruction émanant d'une autorité publique, autre qu'un ordre ou une instruction consécutif à une émission ou à un incident causé par les propres activités de l'exploitant.
Lorsqu'un seul dommage ou une seule menace imminente est provoqué par plusieurs exploitants ou propriétaires, ceux-ci supportent les coûts solidairement.
Lorsque la contamination ou la pollution survient en mer ou provient d'un navire de mer, les coûts sont à charge de l'auteur de la contamination ou de la pollution, conformément au droit international. Les proprietaires des navires impliqués sont civilement et solidairement responsables.
§ 3. L'Etat et les communes peuvent en tout temps contraindre l'exploitant ou le propriétaire à fournir des informations sur un dommage environnemental qui s'est produit, sur une menace imminente de dommage environnemental ou dans le cas où une telle menace imminente est suspectée. ".
" Art. 2bis.2. - § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
1° " activité professionnelle " : toute activité exercée dans le cadre d'une activité économique, d'une affaire ou d'une entreprise, indépendamment de son caractère privé ou public, lucratif ou non lucratif;
2° " exploitant " : toute personne physique ou morale, privée ou publique, qui exerce ou contrôle une activité professionnelle ou, qui a reçu par délégation un pouvoir économique important sur le fonctionnement technique de pareille activite, y compris le titulaire d'un permis ou d'une autorisation pour une telle activité, ou la personne faisant enregistrer ou notifiant une telle activité;
3° " coûts " : les coûts justifiés par l'intervention des services de la protection civile et des services publics d'incendie, y compris le coût de l'évaluation des dommages environnementaux, de la menace imminente de tels dommages, les options en matière d'action, ainsi que les frais administratifs, judiciaires et d'exécution, les coûts de collecte des données et les autres frais généraux, et les coûts de la surveillance et du suivi.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2bis.1., en cas de pollution visée à l'article 2bis, § 1er, 5°, l'Etat et les communes sont tenus de récupérer les coûts occasionnés de ce chef à leurs services auprès de l'exploitant qui a causé le dommage ou la menace imminente de dommage ou auprès du propriétaire des produits incriminés.
L'Etat et les communes peuvent décider de renoncer à la récupération, lorsque les coûts de celle-ci dépassent le montant à récupérer ou lorsque l'exploitant ou le propriétaire ne peut être déterminé.
L'exploitant ou le propriétaire n'est pas tenu de supporter les coûts, lorsqu'il est en mesure de prouver que le dommage ou la menace imminente de sa survenance :
a) soit est le fait d'un tiers, en dépit de mesures de sécurité appropriées;
b) soit résulte du respect d'un ordre ou d'une instruction émanant d'une autorité publique, autre qu'un ordre ou une instruction consécutif à une émission ou à un incident causé par les propres activités de l'exploitant.
Lorsqu'un seul dommage ou une seule menace imminente est provoqué par plusieurs exploitants ou propriétaires, ceux-ci supportent les coûts solidairement.
Lorsque la contamination ou la pollution survient en mer ou provient d'un navire de mer, les coûts sont à charge de l'auteur de la contamination ou de la pollution, conformément au droit international. Les proprietaires des navires impliqués sont civilement et solidairement responsables.
§ 3. L'Etat et les communes peuvent en tout temps contraindre l'exploitant ou le propriétaire à fournir des informations sur un dommage environnemental qui s'est produit, sur une menace imminente de dommage environnemental ou dans le cas où une telle menace imminente est suspectée. ".
Art.223. In dezelfde wet wordt een artikel 2bis.3 ingevoegd, luidende :
" Art. 2bis.3. - § 1. Wanneer milieuschade of een onmiddellijk dreigende milieuschade gevolgen heeft of dreigt te hebben voor één of meerdere gewesten, of andere lidstaten van de Europese Unie, werken de Staat of de gemeenten samen, onder andere door een behoorlijke uitwisseling van informatie, teneinde ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen met betrekking tot die milieuschade of onmiddellijke dreiging van milieuschade worden genomen.
§ 2. Wanneer zich milieuschade of een onmiddellijk dreigende milieuschade in de zin van § 1 voordoet, verstrekken de Staat of de gemeenten voldoende informatie aan de bevoegde instanties van de gewesten of de andere lidstaten van de Europese Unie die schade zouden kunnen lijden.
§ 3. Wanneer de Staat of de gemeenten, binnen hun grenzen, milieuschade vaststellen, die niet binnen hun grenzen is veroorzaakt, kunnen zij dit melden aan de bevoegde instanties van de betrokken gewesten of lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie. Zij kunnen aanbevelingen doen inzake de nodige maatregelen en zij kunnen om terugbetaling verzoeken van de kosten van de genomen maatregelen.
§ 4. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan bestaande samenwerkingsvormen. ".
" Art. 2bis.3. - § 1. Wanneer milieuschade of een onmiddellijk dreigende milieuschade gevolgen heeft of dreigt te hebben voor één of meerdere gewesten, of andere lidstaten van de Europese Unie, werken de Staat of de gemeenten samen, onder andere door een behoorlijke uitwisseling van informatie, teneinde ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen met betrekking tot die milieuschade of onmiddellijke dreiging van milieuschade worden genomen.
§ 2. Wanneer zich milieuschade of een onmiddellijk dreigende milieuschade in de zin van § 1 voordoet, verstrekken de Staat of de gemeenten voldoende informatie aan de bevoegde instanties van de gewesten of de andere lidstaten van de Europese Unie die schade zouden kunnen lijden.
§ 3. Wanneer de Staat of de gemeenten, binnen hun grenzen, milieuschade vaststellen, die niet binnen hun grenzen is veroorzaakt, kunnen zij dit melden aan de bevoegde instanties van de betrokken gewesten of lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie. Zij kunnen aanbevelingen doen inzake de nodige maatregelen en zij kunnen om terugbetaling verzoeken van de kosten van de genomen maatregelen.
§ 4. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan bestaande samenwerkingsvormen. ".
Art.223. Un article 2bis.3, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 2bis.3. - § 1er. Lorsqu'un dommage environnemental ou une menace imminente de dommage environnemental affecte ou est susceptible d'affecter une ou plusieurs régions ou d'autres Etats membres de l'Union européenne, l'Etat ou les communes collaborent, notamment par un échange adéquat d'informations, afin de veiller à ce que les mesures appropriées concernant le dommage environnemental ou la menace imminente de dommage environnemental soient prises.
§ 2. Lorsqu'un dommage environnemental ou une menace imminente au sens du § 1er se produit, l'Etat ou les communes fournissent des informations suffisantes aux instances compétentes des Régions ou des autres Etats membres de l'Union européenne potentiellement affectés.
§ 3. Lorsque l'Etat ou les communes identifient, à l'intérieur de leurs frontières, un dommage environnemental, dont la cause est extérieure à leurs frontières, elles peuvent en informer les instances compétentes des régions concernées ou des Etats membres de l'Union européenne concernés et la Commission européenne. Elles peuvent formuler des recommandations quant aux mesures à prendre et demander le remboursement des coûts des mesures qu'elles auraient prises.
§ 4. Cette collaboration ne porte pas atteinte aux formes de collaboration existantes. ".
" Art. 2bis.3. - § 1er. Lorsqu'un dommage environnemental ou une menace imminente de dommage environnemental affecte ou est susceptible d'affecter une ou plusieurs régions ou d'autres Etats membres de l'Union européenne, l'Etat ou les communes collaborent, notamment par un échange adéquat d'informations, afin de veiller à ce que les mesures appropriées concernant le dommage environnemental ou la menace imminente de dommage environnemental soient prises.
§ 2. Lorsqu'un dommage environnemental ou une menace imminente au sens du § 1er se produit, l'Etat ou les communes fournissent des informations suffisantes aux instances compétentes des Régions ou des autres Etats membres de l'Union européenne potentiellement affectés.
§ 3. Lorsque l'Etat ou les communes identifient, à l'intérieur de leurs frontières, un dommage environnemental, dont la cause est extérieure à leurs frontières, elles peuvent en informer les instances compétentes des régions concernées ou des Etats membres de l'Union européenne concernés et la Commission européenne. Elles peuvent formuler des recommandations quant aux mesures à prendre et demander le remboursement des coûts des mesures qu'elles auraient prises.
§ 4. Cette collaboration ne porte pas atteinte aux formes de collaboration existantes. ".
Afdeling 3. - Mobiliteit Omzetting van de richtlijn milieuaansprakelijkheid.
Section 3. - Mobilité Transposition de la directive sur la responsabilité environnementale.
Art.224. Teneinde uitvoering te kunnen geven aan de verplichtingen voortvloeiend uit de richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen inzake de preventie- en informatieplichten en het kostenverhaalregime, ter voorkoming en beperking van milieuschade tengevolge van het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee of in de lucht van gevaarlijke of verontreinigende goederen, van genetisch gemodificeerde organismen en van invasieve uitheemse soorten.
Art.224. Afin d'assurer l'exécution des obligations qui découlent de la directive 2004/35/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004, sur la responsabilité environnementale concernant la prévention et la réparation des dommages environnementaux, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les dispositions concernant des devoirs de prévention et d'information et du régime d'indemnisation des coûts, pour éviter et limiter les dommages environnementaux dus au transport par route, par voie ferrée, par voie navigable, par mer ou par les airs de produits dangereux ou polluants, d'organismes génétiquement modifiés et d'espèces exotiques envahissantes.
HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
CHAPITRE III. - Modification de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Art.225. In Titel IX, Hoofdstuk I, afdeling I, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt artikel 191bis, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006, vervangen als volgt :
Art. 191bis. De aanvrager die de heffingen en bijdragen verschuldigd is op grond van artikel 191, eerste lid, 15° tot 15°decies en 16°bis, op het omzetcijfer verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die ingeschreven zijn op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, geniet van een vermindering ervan indien deze hem ertoe aanzet investeringen te doen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in België in de sector van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.
Daartoe wordt een enveloppe op jaarbasis vastgesteld, waarvan het bedrag wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, die ieder jaar verdeeld wordt onder de hiervoor in aanmerking komende aanvragers overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid. Deze verdeling is gebaseerd op de waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid, die tot stand gebracht zijn door de betrokken aanvragers en, in voorkomend geval, het geheel van de met hen verbonden vennootschappen, tijdens het boekjaar volgend op het jaar waarvoor de heffingen en bijdragen verschuldigd zijn.
De vermindering voorzien in dit artikel kan nooit hoger zijn dan het totaal van de heffingen en bijdragen bedoeld in het eerste lid.
De Koning omschrijft, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het begrip " waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid, die tot stand gebracht zijn door de betrokken aanvragers en, in voorkomend geval, het geheel van de met hen verbonden vennootschappen " bedoeld in het tweede lid en de berekeningswijze nader. Hiertoe houdt Hij rekening met de kosten van de projecten voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie die door de Europese Commissie in aanmerking worden genomen in paragraaf 5.1.4 van haar communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie van 30 december 2006.
De waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid blijkt uit een verslag dat de bestuursorganen van de betrokken aanvragers daartoe opstellen. De commissaris van de betrokken aanvrager, of, bij ontstentenis, een bedrijfsrevisor aangewezen door zijn bestuursorgaan, stelt een verslag op waarin een advies wordt gegeven over de overeenstemming van de berekening met de bepalingen van het voornoemd koninklijk besluit.
De vermindering wordt toegekend onder de vorm van een terugbetaling van een deel van de verschuldigde heffingen en bijdragen. De Koning regelt de procedure met betrekking tot de indiening en de beoordeling van het verzoek tot terugbetaling evenals de termijnen ervan. ".
Art. 191bis. De aanvrager die de heffingen en bijdragen verschuldigd is op grond van artikel 191, eerste lid, 15° tot 15°decies en 16°bis, op het omzetcijfer verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die ingeschreven zijn op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, geniet van een vermindering ervan indien deze hem ertoe aanzet investeringen te doen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in België in de sector van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.
Daartoe wordt een enveloppe op jaarbasis vastgesteld, waarvan het bedrag wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, die ieder jaar verdeeld wordt onder de hiervoor in aanmerking komende aanvragers overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid. Deze verdeling is gebaseerd op de waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid, die tot stand gebracht zijn door de betrokken aanvragers en, in voorkomend geval, het geheel van de met hen verbonden vennootschappen, tijdens het boekjaar volgend op het jaar waarvoor de heffingen en bijdragen verschuldigd zijn.
De vermindering voorzien in dit artikel kan nooit hoger zijn dan het totaal van de heffingen en bijdragen bedoeld in het eerste lid.
De Koning omschrijft, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het begrip " waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid, die tot stand gebracht zijn door de betrokken aanvragers en, in voorkomend geval, het geheel van de met hen verbonden vennootschappen " bedoeld in het tweede lid en de berekeningswijze nader. Hiertoe houdt Hij rekening met de kosten van de projecten voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie die door de Europese Commissie in aanmerking worden genomen in paragraaf 5.1.4 van haar communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie van 30 december 2006.
De waarde van de investeringen bedoeld in het eerste lid blijkt uit een verslag dat de bestuursorganen van de betrokken aanvragers daartoe opstellen. De commissaris van de betrokken aanvrager, of, bij ontstentenis, een bedrijfsrevisor aangewezen door zijn bestuursorgaan, stelt een verslag op waarin een advies wordt gegeven over de overeenstemming van de berekening met de bepalingen van het voornoemd koninklijk besluit.
De vermindering wordt toegekend onder de vorm van een terugbetaling van een deel van de verschuldigde heffingen en bijdragen. De Koning regelt de procedure met betrekking tot de indiening en de beoordeling van het verzoek tot terugbetaling evenals de termijnen ervan. ".
Art.225. Dans le Titre lX, Chapitre ler, section Ire, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'article 191bis, inséré par la loi du 10 juin 2006, est remplacé comme suit :
" Art. 191bis. Le demandeur redevable des cotisations et contributions qui sont dues, en vertu de l'article 191, alinéa 1er, 15° à 15°decies et 16°bis, sur le chiffre d'affaires réalisé sur le marché belge des médicaments inscrits sur la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables, bénéficie d'une réduction si celle-ci le conduit à faire des investissements en matière de recherche, de développement et d'innovation en Belgique dans le secteur des médicaments à usage humain.
Une enveloppe est déterminée à cet effet sur une base annuelle, dont le montant est fixé par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, qui est répartie chaque année entre les demandeurs qui sont éligibles conformément aux dispositions de l'alinéa 1er. Cette répartition est basée sur la valeur des investissements visés à l'alinéa premier, qui sont réalisés par les demandeurs concernés et, le cas échéant, l'ensemble des sociétés liées a ceux-ci, durant l'exercice comptable suivant l'année pour laquelle les cotisations et contributions sont dues.
La réduction prévue par le présent article ne peut jamais être supérieure au total des cotisations et contributions visées à l'alinéa 1er.
Le Roi précise, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, la notion de " valeur des investissements vises à l'alinéa premier, qui sont réalisés par les demandeurs concernés et, le cas échéant, l'ensemble des sociétés liées à ceux-ci " qui est visée à alinéa 2 et son mode de calcul. A cet effet, Il prend en considération les coûts de projets de recherche, de développement et d'innovation considérés par la Commission européenne comme admissibles dans le paragraphe 5.1.4. de son encadrement communautaire des aides d'Etat a la recherche, au développement et à l'innovation du 30 décembre 2006.
La valeur des investissements visés à l'alinéa 1er ressort d'un rapport que les organes de gestion des demandeurs concernés établissent à cette fin. Le commissaire du demandeur concerné ou, à défaut, un réviseur d'entreprise désigné par son organe de gestion, rédige un rapport dans lequel il donne un avis sur la conformité du calcul avec les dispositions de l'arrêté royal susmentionné.
La réduction est octroyée sous la forme d'un remboursement d'une partie des cotisations et contributions dues. Le Roi règle la procédure relative à l'introduction et l'évaluation de la demande de remboursement et les délais y afférents. ".
" Art. 191bis. Le demandeur redevable des cotisations et contributions qui sont dues, en vertu de l'article 191, alinéa 1er, 15° à 15°decies et 16°bis, sur le chiffre d'affaires réalisé sur le marché belge des médicaments inscrits sur la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables, bénéficie d'une réduction si celle-ci le conduit à faire des investissements en matière de recherche, de développement et d'innovation en Belgique dans le secteur des médicaments à usage humain.
Une enveloppe est déterminée à cet effet sur une base annuelle, dont le montant est fixé par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, qui est répartie chaque année entre les demandeurs qui sont éligibles conformément aux dispositions de l'alinéa 1er. Cette répartition est basée sur la valeur des investissements visés à l'alinéa premier, qui sont réalisés par les demandeurs concernés et, le cas échéant, l'ensemble des sociétés liées a ceux-ci, durant l'exercice comptable suivant l'année pour laquelle les cotisations et contributions sont dues.
La réduction prévue par le présent article ne peut jamais être supérieure au total des cotisations et contributions visées à l'alinéa 1er.
Le Roi précise, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, la notion de " valeur des investissements vises à l'alinéa premier, qui sont réalisés par les demandeurs concernés et, le cas échéant, l'ensemble des sociétés liées à ceux-ci " qui est visée à alinéa 2 et son mode de calcul. A cet effet, Il prend en considération les coûts de projets de recherche, de développement et d'innovation considérés par la Commission européenne comme admissibles dans le paragraphe 5.1.4. de son encadrement communautaire des aides d'Etat a la recherche, au développement et à l'innovation du 30 décembre 2006.
La valeur des investissements visés à l'alinéa 1er ressort d'un rapport que les organes de gestion des demandeurs concernés établissent à cette fin. Le commissaire du demandeur concerné ou, à défaut, un réviseur d'entreprise désigné par son organe de gestion, rédige un rapport dans lequel il donne un avis sur la conformité du calcul avec les dispositions de l'arrêté royal susmentionné.
La réduction est octroyée sous la forme d'un remboursement d'une partie des cotisations et contributions dues. Le Roi règle la procédure relative à l'introduction et l'évaluation de la demande de remboursement et les délais y afférents. ".
HOOFDSTUK IV. - Vergoeding voor het verstrekken, in een officina toegankelijk voor het publiek, van farmaceutische specialiteiten waarvoor een tussenkomst van de verplichte verzekering voorzien is.
CHAPITRE IV. - Rémunération pour la délivrance des spécialités pharmaceutiques dans une officine pharmaceutique ouverte au public pour lesquelles une intervention de l'assurance obligatoire des soins de santé est prévue.
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Section Ire. - Modifications de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Art.226. In artikel 35bis, § 2, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002, 22 december 2003, 9 juli 2004, 27 april 2005, 27 december 2005, 13 december 2006 en 27 december 2006, worden de woorden ", het toe te passen honorarium " ingevoegd tussen de woorden " de vergoedingsvoorwaarden " en de woorden " en de vergoedingscategorie ".
Art.226. Dans l'article 35bis, § 2, alinéa 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, inséré par la loi du 10 août 2001 et modifie par les lois des 24 décembre 2002, 22 décembre 2003, 9 juillet 2004, 27 avril 2005, 27 décembre 2005, 13 décembre 2006 et 27 décembre 2006, les mots ", l'honoraire à appliquer " sont insérés entres les mots " les conditions de remboursement " et les mots " et la catégorie de remboursement ".
Art.227. In artikel 35ter, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden " de marges voor de verdeling en voor de terhandstelling zoals toegekend door de minister bevoegd voor Economische Zaken en van toepassing op de farmaceutische specialiteiten afgeleverd in een apotheek open voor het publiek, enerzijds, of afgeleverd door een ziekenhuisapotheek, anderzijds, " vervangen door de woorden " de marges voor de verdeling in het groot zoals toegekend door de minister bevoegd voor Economische Zaken en de marges voor de terhandstelling zoals toegekend door de ministers bevoegd voor Sociale Zaken en Economische Zaken en van toepassing op de farmaceutische specialiteiten afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek, enerzijds, of afgeleverd door een ziekenhuisapotheek, anderzijds, het honorarium, ".
Art.227. Dans l'article 35ter, § 1er, alinéa 2, de la même loi, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, les mots " des marges pour la distribution et la délivrance telles qu'elles sont accordées par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et qu'elles sont d'application aux spécialités pharmaceutiques délivrées dans des officines ouvertes au public, d'une part, et pour celles délivrées dans une pharmacie hospitaliere, d'autre part, " sont remplaces par les mots " des marges pour la distribution en gros telles qu'elles sont accordées par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et des marges pour la délivrance telles qu'elles sont accordées par les ministres qui ont les Affaires sociales et les Affaires économiques dans leurs attributions et qui sont d'application aux spécialités pharmaceutiques délivrées dans des officines ouvertes au public, d'une part, et pour celles délivrées dans une pharmacie hospitalière, d'autre part, de l'honoraire ".
Art.228. In dezelfde wet wordt een artikel 35octies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 35octies. - § 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en nadere regels bepalen overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent voor het honorarium van de apothekers voor de geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bedoeld in artikel 1, § 1, 1), a) van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek. Het besluit wordt genomen op voorstel van de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, geformuleerd op eigen initiatief of op verzoek van de minister. De minister kan vragen dat de commissie een voorstel formuleert binnen de termijn van een maand. Indien het voorstel niet binnen die termijn wordt geformuleerd of indien de minister er zich niet kan bij aansluiten kan hij zijn eigen voorstel aan de commissie voorleggen, die er haar advies over geeft binnen de termijn van een maand : dat advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet is geformuleerd binnen die termijn.
De verkoopprijs aan publiek van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b), c) en e), omvat evenwel steeds de verkoopprijs buiten bedrijf, vastgelegd door de minister bevoegd voor de Economische Zaken, de marges voor de verdeling in het groot zoals toegekend door de minister bevoegd voor Economische Zaken en de marges voor de terhandstelling zoals toegekend door de ministers bevoegd voor Sociale Zaken en Economische Zaken van toepassing op de farmaceutische specialiteiten afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek, het honorarium en de geldende BTW-voet.
De apotheker kan geen andere bedragen aanrekenen aan de rechthebbende, tenzij nog andere honoraria worden ingesteld zoals bedoeld in artikel 48, § 1.
§ 2. Het honorarium vormt de vergoeding voor de farmaceutische zorg, overeenkomstig de principes en de richtsnoeren voor de goede farmaceutische praktijken zoals vastgelegd door de Koning in uitvoering van de bepalingen van artikel 4, § 2bis, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Het honorarium bestaat uit een vast bedrag. Bij de bepaling van het honorarium worden de vergoedbare farmaceutische specialiteiten ingedeeld in groepen op basis van één of meer van de volgende criteria :
1° het behoren tot de groep van specialiteiten van eenzelfde niveau binnen de Anatomical Therapeutical Chemical Classification, namelijk het vierde niveau;
2° de behandelingsduur;
3° de toedieningsvorm;
4° de verkoopprijs aan publiek.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria nader omschrijven en Hij bepaalt de nadere regels volgens dewelke de indeling van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten in groepen gebeurt. Aan elke groep wordt een honorariumniveau toegekend, waarvan de waarde wordt bepaald door de Koning, op voorstel van de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, geformuleerd op eigen initiatief of op verzoek van de minister. De minister kan vragen dat de commissie een voorstel formuleert binnen de termijn van een maand. Indien het voorstel niet binnen die termijn wordt geformuleerd of indien de minister er zich niet kan bij aansluiten kan hij zijn eigen voorstel aan de commissie voorleggen, die er haar advies over geeft binnen de termijn van een maand. Dat advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet is geformuleerd binnen die termijn. De lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 35bis wordt vervolgens van rechtswege door de minister aangepast teneinde rekening te houden met het toegekende honorariumniveau. De Koning bepaalt tevens de nadere regels volgens dewelke een bepaald honorariumniveau wordt toegekend naar aanleiding van een aanvraag tot opname op deze lijst.
Het bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, tenzij de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, op eigen initiatief of op vraag van de minister beslist om het bedrag van de honoraria niet te indexeren en de indexmassa toe te kennen aan een specifiek in de nationale overeenkomst omschreven verantwoordelijkheidshonorarium.
§ 3. Bij het opmaken van de begroting voor geneeskundige verzorging, in het kader van de vaststelling van de financiële middelen, zoals bedoeld in artikel 38, stelt de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen jaarlijks een maximaal bedrag voor voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek. De beslissing van de Algemene raad of de minister inzake de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de vaststelling door het Verzekeringscomité van de partiële begrotingsdoelstellingen, overeenkomstig artikel 40, § 3, omvatten tevens een beslissing hierover.
Jaarlijks, in het kader van de technische ramingen bedoeld in artikel 38, vierde lid, raamt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand september van het jaar t-1 op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de meest recente gegevens eveneens de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t.
Jaarlijks herraamt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand april van het jaar t op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de meest recente gegevens de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t en berekent het verschil tussen de doelstelling van het jaar t en de raming van het jaar t. Deze herraming wordt meegedeeld aan de Commissie voor Begrotingscontrole en het Verzekeringscomité die ze na onderzoek ter goedkeuring overzendt aan de Algemene raad. Indien uit de herraming blijkt dat deze globale vergoeding hoger ligt dan het maximaal bedrag dat is vastgesteld voor het jaar t voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek, dan bepaalt de Koning, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole en de Algemene raad, dat de verzekeringstegemoetkoming die wordt berekend door de erkende tariferingdiensten en die door de verzekeringsinstellingen verschuldigd is aan de apothekers, gedurende een door de Koning te bepalen periode verminderd wordt met een door de Koning te bepalen percentage.
Jaarlijks deelt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand september van het jaar t+1 op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de gegevens van het jaar t de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria, rekening houdend met de eventuele vermindering van de verzekeringstegemoetkoming bedoeld in het vorige lid) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t mee aan de Commissie voor Begrotingscontrole en het Verzekeringscomité. Indien deze globale vergoeding hoger ligt dan het maximaal bedrag dat is vastgesteld voor het jaar t voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek, dan bepaalt de minister, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole en de Algemene raad, dat de honoraria worden verminderd in het jaar t+2, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regels met betrekking tot de manier waarop de overschrijding van het maximaal bedrag wordt omgeslagen naar een vermindering van de honoraria. De Koning kan eveneens de voorwaarden en nadere regels bepalen waaronder het Instituut, via de verzekeringsinstellingen en de tariferingsdiensten, een deel van de vermindering van de verzekeringstegemoetkoming bedoeld in het vorige lid terugstorten aan deze apothekers.
" Art. 35octies. - § 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en nadere regels bepalen overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent voor het honorarium van de apothekers voor de geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bedoeld in artikel 1, § 1, 1), a) van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek. Het besluit wordt genomen op voorstel van de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, geformuleerd op eigen initiatief of op verzoek van de minister. De minister kan vragen dat de commissie een voorstel formuleert binnen de termijn van een maand. Indien het voorstel niet binnen die termijn wordt geformuleerd of indien de minister er zich niet kan bij aansluiten kan hij zijn eigen voorstel aan de commissie voorleggen, die er haar advies over geeft binnen de termijn van een maand : dat advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet is geformuleerd binnen die termijn.
De verkoopprijs aan publiek van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b), c) en e), omvat evenwel steeds de verkoopprijs buiten bedrijf, vastgelegd door de minister bevoegd voor de Economische Zaken, de marges voor de verdeling in het groot zoals toegekend door de minister bevoegd voor Economische Zaken en de marges voor de terhandstelling zoals toegekend door de ministers bevoegd voor Sociale Zaken en Economische Zaken van toepassing op de farmaceutische specialiteiten afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek, het honorarium en de geldende BTW-voet.
De apotheker kan geen andere bedragen aanrekenen aan de rechthebbende, tenzij nog andere honoraria worden ingesteld zoals bedoeld in artikel 48, § 1.
§ 2. Het honorarium vormt de vergoeding voor de farmaceutische zorg, overeenkomstig de principes en de richtsnoeren voor de goede farmaceutische praktijken zoals vastgelegd door de Koning in uitvoering van de bepalingen van artikel 4, § 2bis, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Het honorarium bestaat uit een vast bedrag. Bij de bepaling van het honorarium worden de vergoedbare farmaceutische specialiteiten ingedeeld in groepen op basis van één of meer van de volgende criteria :
1° het behoren tot de groep van specialiteiten van eenzelfde niveau binnen de Anatomical Therapeutical Chemical Classification, namelijk het vierde niveau;
2° de behandelingsduur;
3° de toedieningsvorm;
4° de verkoopprijs aan publiek.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria nader omschrijven en Hij bepaalt de nadere regels volgens dewelke de indeling van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten in groepen gebeurt. Aan elke groep wordt een honorariumniveau toegekend, waarvan de waarde wordt bepaald door de Koning, op voorstel van de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, geformuleerd op eigen initiatief of op verzoek van de minister. De minister kan vragen dat de commissie een voorstel formuleert binnen de termijn van een maand. Indien het voorstel niet binnen die termijn wordt geformuleerd of indien de minister er zich niet kan bij aansluiten kan hij zijn eigen voorstel aan de commissie voorleggen, die er haar advies over geeft binnen de termijn van een maand. Dat advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet is geformuleerd binnen die termijn. De lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 35bis wordt vervolgens van rechtswege door de minister aangepast teneinde rekening te houden met het toegekende honorariumniveau. De Koning bepaalt tevens de nadere regels volgens dewelke een bepaald honorariumniveau wordt toegekend naar aanleiding van een aanvraag tot opname op deze lijst.
Het bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, tenzij de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen, op eigen initiatief of op vraag van de minister beslist om het bedrag van de honoraria niet te indexeren en de indexmassa toe te kennen aan een specifiek in de nationale overeenkomst omschreven verantwoordelijkheidshonorarium.
§ 3. Bij het opmaken van de begroting voor geneeskundige verzorging, in het kader van de vaststelling van de financiële middelen, zoals bedoeld in artikel 38, stelt de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen jaarlijks een maximaal bedrag voor voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek. De beslissing van de Algemene raad of de minister inzake de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de vaststelling door het Verzekeringscomité van de partiële begrotingsdoelstellingen, overeenkomstig artikel 40, § 3, omvatten tevens een beslissing hierover.
Jaarlijks, in het kader van de technische ramingen bedoeld in artikel 38, vierde lid, raamt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand september van het jaar t-1 op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de meest recente gegevens eveneens de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t.
Jaarlijks herraamt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand april van het jaar t op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de meest recente gegevens de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t en berekent het verschil tussen de doelstelling van het jaar t en de raming van het jaar t. Deze herraming wordt meegedeeld aan de Commissie voor Begrotingscontrole en het Verzekeringscomité die ze na onderzoek ter goedkeuring overzendt aan de Algemene raad. Indien uit de herraming blijkt dat deze globale vergoeding hoger ligt dan het maximaal bedrag dat is vastgesteld voor het jaar t voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek, dan bepaalt de Koning, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole en de Algemene raad, dat de verzekeringstegemoetkoming die wordt berekend door de erkende tariferingdiensten en die door de verzekeringsinstellingen verschuldigd is aan de apothekers, gedurende een door de Koning te bepalen periode verminderd wordt met een door de Koning te bepalen percentage.
Jaarlijks deelt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut in de maand september van het jaar t+1 op basis van de gegevensinzameling op basis van artikel 165 met de gegevens van het jaar t de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria, rekening houdend met de eventuele vermindering van de verzekeringstegemoetkoming bedoeld in het vorige lid) voor de in de voor het publiek opengestelde apotheken afgeleverde vergoedbare farmaceutische specialiteiten voor het jaar t mee aan de Commissie voor Begrotingscontrole en het Verzekeringscomité. Indien deze globale vergoeding hoger ligt dan het maximaal bedrag dat is vastgesteld voor het jaar t voor de vergoeding die verschuldigd is aan de apothekers voor de aflevering van vergoedbare farmaceutische specialiteiten in een voor het publiek opengestelde apotheek, dan bepaalt de minister, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole en de Algemene raad, dat de honoraria worden verminderd in het jaar t+2, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regels met betrekking tot de manier waarop de overschrijding van het maximaal bedrag wordt omgeslagen naar een vermindering van de honoraria. De Koning kan eveneens de voorwaarden en nadere regels bepalen waaronder het Instituut, via de verzekeringsinstellingen en de tariferingsdiensten, een deel van de vermindering van de verzekeringstegemoetkoming bedoeld in het vorige lid terugstorten aan deze apothekers.
Art.228. Dans la même loi, il est inséré un article 35octies, rédigé comme suit :
" Art. 35octies. - § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et les modalités selon lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités accorde une intervention financière pour l'honoraire du pharmacien pour les médicaments a usage humain visés à l'article 1er, § 1er, 1), a) de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, délivrés dans une officine ouverte au public. L'arrêté est pris sur la proposition de la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, formulée de sa propre initiative ou à la demande du ministre. Le ministre peut demander que la Commission formule une proposition dans un délai d'un mois. Si la proposition n'est pas formulée dans le délai voulu ou si le ministre ne peut s'y rallier, il peut soumettre sa propre proposition à la Commission. La Commission rend alors un avis sur cette proposition dans le délai d'un mois : cet avis est considéré avoir été donné s'il n'a pas été formulé dans ce délai.
Le prix de vente au public des spécialités pharmaceutiques remboursables, visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b), c) et e), contient toutefois le prix de vente ex-usine fixé par le ministre qui a les Affaires Economiques dans ses attributions, les marges pour la distribution en gros telles qu'elles sont accordées par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et les marges pour la délivrance telles qu'elles sont accordées par les ministres qui ont les Affaires sociales et les Affaires économiques dans leurs attributions et qui sont d'application aux spécialites pharmaceutiques délivrées dans des officines ouvertes au public, l'honoraire et le taux de la T.V.A. en vigueur.
Le pharmacien ne peut pas réclamer d'autres montants du bénéficiaire, à moins que d'autres honoraires soient établis comme prévu à l'article 48, § 1er.
§ 2 L'honoraire constitue la rémunération des soins pharmaceutiques conformes aux principes et lignes directrices de bonnes pratiques pharmaceutiques telles que fixées par le Roi en exécution des dispositions de l'article 4, § 2bis, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé.
L'honoraire consiste en un montant fixe. Pour la fixation de l'honoraire, les spécialités pharmaceutiques remboursables sont réparties en groupes en fonction de l'un ou de plusieurs des critères suivants :
1° l'appartenance à un groupe de specialités d'un même niveau de l'Anatomical Therapeutical Chemical Classification, plus précisément le quatrième niveau;
2° la durée du traitement;
3° la forme d'administration;
4° le prix de vente au public.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, préciser les critères et Il détermine les autres règles suivant lesquelles la répartition des spécialités pharmaceutiques remboursables en groupes s'opère. A chaque groupe, est attribué un niveau d'honoraire dont la valeur est déterminée par le Roi sur proposition de la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, formulée de sa propre initiative ou à la demande du ministre. Le ministre peut demander que la Commission formule une proposition dans un délai d'un mois. Si la proposition n'est pas formulée dans le délai voulu ou si le ministre ne peut s'y rallier, il peut soumettre sa propre proposition à la Commission. La Commission rend alors un avis sur cette proposition dans le délai d'un mois. Cet avis est considéré avoir été donné s'il n'a pas été formulé dans ce délai. La liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis est ensuite adaptée de plein droit par le ministre afin de tenir compte du niveau d'honoraire attribué. Le Roi fixe également les règles suivant lesquelles un certain niveau d'honoraire est attribué suite à une demande d'inscription dans cette liste.
Le montant est adapté chaque année à l'évolution de l'indice-santé, sauf si la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, de sa propre initiative ou à la demande du ministre, décide de ne pas indexer le montant de l'honoraire et d'allouer la masse d'indexation à un honoraire spécifique de responsabilité défini dans la convention nationale.
§ 3. Lors de l'établissement du budget des soins de santé, dans le cadre de la fixation des moyens financiers comme prévu à l'article 38, la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs propose annuellement un montant maximum pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public. La décision du Conseil Géneral ou du ministre concernant l'objectif budgetaire annuel global de l'assurance soins de santé et la fixation par le Comité de l'assurance des objectifs budgétaires partiels conformément à l'article 40, § 3, comportent également une décision à ce sujet.
Annuellement, dans le cadre des estimations techniques visées a l'article 38, alinéa 4, au mois de septembre de l'année t-1, le Service des soins de santé de l'Institut estime également sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données les plus récentes, la rémunération globale due aux pharmaciens (marges et honoraires) pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t.
Annuellement, au mois d'avril de l'année t, le Service des soins de santé de l'Institut réestime, sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données les plus récentes, la rémunération globale due au pharmacien (marges et honoraires) pour la delivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t et calcule la différence entre l'objectif de l'année t et l'estimation de l'année t. Cette reestimation est communiquée à la Commission de contrôle budgétaire et au Comité de l'assurance qui, après examen, la transmettent au Conseil général pour approbation. S'il apparait de cette réestimation que la rémunération globale est plus élevée que le montant maximum qui est fixé pour l'année t pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public, le Roi détermine alors, après avis de la Commission de contrôle budgétaire et du Conseil général, que l'intervention de l'assurance qui est calculée par les offices de tarification agréés et qui est due par les organismes assureurs aux pharmaciens, est diminuée, pendant une période déterminée par le Roi, d'un pourcentage déterminé par le Roi.
Annuellement, au mois de septembre de l'année t+1, le Service des soins de santé de l'Institut communique sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données de l'année t, la rémunération globale des pharmaciens (marges et honoraires, compte tenu de l'éventuelle diminution de l'intervention visée à l'alinéa précédent) pour la délivrance de spécialites pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t à la Commission de contrôle budgétaire et au Comité de l'assurance. Si cette rémunération globale est plus élevée que le montant maximum qui est fixé pour l'année t pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public, le ministre détermine alors, après avis de la Commission de contrôle budgétaire et du Conseil général, que l'honoraire est diminué pour l'année t+2, suivant les règles à fixer par le Roi relatives à la manière selon laquelle le dépassement du montant maximum est traduit en une diminution de l'honoraire. Le Roi peut également fixer les conditions et les modalités selon lesquelles l'Institut, par le biais des organismes assureurs et des offices de tarification, rembourse aux pharmaciens une partie de la diminution de l'intervention de l'assurance visée à l'alinéa précédent.
" Art. 35octies. - § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et les modalités selon lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités accorde une intervention financière pour l'honoraire du pharmacien pour les médicaments a usage humain visés à l'article 1er, § 1er, 1), a) de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, délivrés dans une officine ouverte au public. L'arrêté est pris sur la proposition de la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, formulée de sa propre initiative ou à la demande du ministre. Le ministre peut demander que la Commission formule une proposition dans un délai d'un mois. Si la proposition n'est pas formulée dans le délai voulu ou si le ministre ne peut s'y rallier, il peut soumettre sa propre proposition à la Commission. La Commission rend alors un avis sur cette proposition dans le délai d'un mois : cet avis est considéré avoir été donné s'il n'a pas été formulé dans ce délai.
Le prix de vente au public des spécialités pharmaceutiques remboursables, visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b), c) et e), contient toutefois le prix de vente ex-usine fixé par le ministre qui a les Affaires Economiques dans ses attributions, les marges pour la distribution en gros telles qu'elles sont accordées par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions et les marges pour la délivrance telles qu'elles sont accordées par les ministres qui ont les Affaires sociales et les Affaires économiques dans leurs attributions et qui sont d'application aux spécialites pharmaceutiques délivrées dans des officines ouvertes au public, l'honoraire et le taux de la T.V.A. en vigueur.
Le pharmacien ne peut pas réclamer d'autres montants du bénéficiaire, à moins que d'autres honoraires soient établis comme prévu à l'article 48, § 1er.
§ 2 L'honoraire constitue la rémunération des soins pharmaceutiques conformes aux principes et lignes directrices de bonnes pratiques pharmaceutiques telles que fixées par le Roi en exécution des dispositions de l'article 4, § 2bis, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé.
L'honoraire consiste en un montant fixe. Pour la fixation de l'honoraire, les spécialités pharmaceutiques remboursables sont réparties en groupes en fonction de l'un ou de plusieurs des critères suivants :
1° l'appartenance à un groupe de specialités d'un même niveau de l'Anatomical Therapeutical Chemical Classification, plus précisément le quatrième niveau;
2° la durée du traitement;
3° la forme d'administration;
4° le prix de vente au public.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, préciser les critères et Il détermine les autres règles suivant lesquelles la répartition des spécialités pharmaceutiques remboursables en groupes s'opère. A chaque groupe, est attribué un niveau d'honoraire dont la valeur est déterminée par le Roi sur proposition de la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, formulée de sa propre initiative ou à la demande du ministre. Le ministre peut demander que la Commission formule une proposition dans un délai d'un mois. Si la proposition n'est pas formulée dans le délai voulu ou si le ministre ne peut s'y rallier, il peut soumettre sa propre proposition à la Commission. La Commission rend alors un avis sur cette proposition dans le délai d'un mois. Cet avis est considéré avoir été donné s'il n'a pas été formulé dans ce délai. La liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis est ensuite adaptée de plein droit par le ministre afin de tenir compte du niveau d'honoraire attribué. Le Roi fixe également les règles suivant lesquelles un certain niveau d'honoraire est attribué suite à une demande d'inscription dans cette liste.
Le montant est adapté chaque année à l'évolution de l'indice-santé, sauf si la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs, de sa propre initiative ou à la demande du ministre, décide de ne pas indexer le montant de l'honoraire et d'allouer la masse d'indexation à un honoraire spécifique de responsabilité défini dans la convention nationale.
§ 3. Lors de l'établissement du budget des soins de santé, dans le cadre de la fixation des moyens financiers comme prévu à l'article 38, la Commission de conventions pharmaciens-organismes assureurs propose annuellement un montant maximum pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public. La décision du Conseil Géneral ou du ministre concernant l'objectif budgetaire annuel global de l'assurance soins de santé et la fixation par le Comité de l'assurance des objectifs budgétaires partiels conformément à l'article 40, § 3, comportent également une décision à ce sujet.
Annuellement, dans le cadre des estimations techniques visées a l'article 38, alinéa 4, au mois de septembre de l'année t-1, le Service des soins de santé de l'Institut estime également sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données les plus récentes, la rémunération globale due aux pharmaciens (marges et honoraires) pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t.
Annuellement, au mois d'avril de l'année t, le Service des soins de santé de l'Institut réestime, sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données les plus récentes, la rémunération globale due au pharmacien (marges et honoraires) pour la delivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t et calcule la différence entre l'objectif de l'année t et l'estimation de l'année t. Cette reestimation est communiquée à la Commission de contrôle budgétaire et au Comité de l'assurance qui, après examen, la transmettent au Conseil général pour approbation. S'il apparait de cette réestimation que la rémunération globale est plus élevée que le montant maximum qui est fixé pour l'année t pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public, le Roi détermine alors, après avis de la Commission de contrôle budgétaire et du Conseil général, que l'intervention de l'assurance qui est calculée par les offices de tarification agréés et qui est due par les organismes assureurs aux pharmaciens, est diminuée, pendant une période déterminée par le Roi, d'un pourcentage déterminé par le Roi.
Annuellement, au mois de septembre de l'année t+1, le Service des soins de santé de l'Institut communique sur base des données collectées sur base de l'article 165 avec les données de l'année t, la rémunération globale des pharmaciens (marges et honoraires, compte tenu de l'éventuelle diminution de l'intervention visée à l'alinéa précédent) pour la délivrance de spécialites pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public pour l'année t à la Commission de contrôle budgétaire et au Comité de l'assurance. Si cette rémunération globale est plus élevée que le montant maximum qui est fixé pour l'année t pour la rémunération due aux pharmaciens pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public, le ministre détermine alors, après avis de la Commission de contrôle budgétaire et du Conseil général, que l'honoraire est diminué pour l'année t+2, suivant les règles à fixer par le Roi relatives à la manière selon laquelle le dépassement du montant maximum est traduit en une diminution de l'honoraire. Le Roi peut également fixer les conditions et les modalités selon lesquelles l'Institut, par le biais des organismes assureurs et des offices de tarification, rembourse aux pharmaciens une partie de la diminution de l'intervention de l'assurance visée à l'alinéa précédent.
Art.229. In artikel 165 van dezelfde wet, wordt het laatste lid, ingevoegd bij de wet van 30 december 2001 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 27 december 2006, opgeheven.
Art.229. A l'article 165, le dernier alinéa, inséré par la loi du 30 décembre 2001 et modifié par les lois des 27 décembre 2005 et 27 décembre 2006, est abrogé.
Afdeling 2. - Wijziging van de programmawet van 22 december 1989.
Section 2. - Modification de la loi-programme du 22 décembre 1989.
Art.230. Artikel 314, § 1, van de programmawet van 22 december 1989 wordt aangevuld met volgende bepaling :
" De goed te keuren prijs is de prijs die door de geneesmiddelenproducent of de geneesmiddeleninvoerder aangerekend wordt aan de groothandelaars en die in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten omschreven wordt als de prijs buiten bedrijf. "
" De goed te keuren prijs is de prijs die door de geneesmiddelenproducent of de geneesmiddeleninvoerder aangerekend wordt aan de groothandelaars en die in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten omschreven wordt als de prijs buiten bedrijf. "
Art.230. L'article 314, § 1er, de la loi-programme du 22 décembre 1989, est complété par la disposition suivante :
" Le prix à approuver est le prix qui est facturé par le producteur de médicaments ou l'importateur de médicaments aux grossistes et qui est défini dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution comme prix ex-usine. "
" Le prix à approuver est le prix qui est facturé par le producteur de médicaments ou l'importateur de médicaments aux grossistes et qui est défini dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution comme prix ex-usine. "
Art.231. In artikel 317 van dezelfde wet wordt de eerste zin vervangen door volgende bepaling :
" De minister kan maximumprijzen buiten bedrijf vaststellen voor de door hem aangeduide categorieën van geneesmiddelen. ".
" De minister kan maximumprijzen buiten bedrijf vaststellen voor de door hem aangeduide categorieën van geneesmiddelen. ".
Art.231. A l'article 317 de la même loi, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Le ministre peut fixer des prix maximum ex-usine pour les catégories de médicaments désignées par lui. "
" Le ministre peut fixer des prix maximum ex-usine pour les catégories de médicaments désignées par lui. "
Art.232. In artikel 318 van dezelfde wet worden de woorden " Hij kan " vervangen door de woorden " De Ministers bevoegd voor Economische Zaken en Sociale Zaken kunnen ".
Art.232. A l'article 318 de la même loi, les mots " Il peut " sont remplacés par les mots " Les Ministres competents pour les Affaires Economiques et les Affaires Sociales peuvent ".
Afdeling 3. - Overgangsbepaling.
Section 3. - Disposition transitoire.
Art.233. § 1. Bij wijze van overgangsbepaling kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels bepalen om te voorzien in een éénmalige vergoeding van de apothekers indien in de maand september van het jaar volgend op het eerste jaar waarvoor de bepalingen van artikel 35octies, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, van toepassing zijn, uit een verslag opgesteld door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut blijkt dat, op basis van de gegevensinzameling bedoeld in artikel 165, de globale vergoeding aan de apothekers (marges en honoraria), gerealiseerd tijdens dat eerste jaar, lager ligt dan het resultaat van een berekening van de globale vergoeding aan de apothekers zoals die zou zijn geweest met de toepassing van de voordien van toepassing zijnde margeregels, beperkt tot het vastgestelde maximale bedrag.
§ 2. Bij wijze van overgangsmaatregel kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens een gegarandeerd minimumpercentage bepalen op de totale uitgaven (verzekeringstegemoetkoming en persoonlijk aandeel) voor vergoedbare farmaceutische specialiteiten in voor het publiek opengestelde apotheken als vergoeding voor de apothekers gedurende de eerste twee jaren waarvoor de bepalingen van artikel 35octies, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, van toepassing zijn, alsmede de nadere regels voor de gevallen waarin dit minimumpercentage niet bereikt wordt.
§ 2. Bij wijze van overgangsmaatregel kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens een gegarandeerd minimumpercentage bepalen op de totale uitgaven (verzekeringstegemoetkoming en persoonlijk aandeel) voor vergoedbare farmaceutische specialiteiten in voor het publiek opengestelde apotheken als vergoeding voor de apothekers gedurende de eerste twee jaren waarvoor de bepalingen van artikel 35octies, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, van toepassing zijn, alsmede de nadere regels voor de gevallen waarin dit minimumpercentage niet bereikt wordt.
Art.233. § 1er. A titre de disposition transitoire, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les règles pour prévoir une rémunération unique des pharmaciens si, d'un rapport rédigé par le Service des soins de santé de l'Institut au mois de septembre de l'année suivant la première année pour laquelle les dispositions de l'article 35octies, § 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, sont d'application, il ressort que, sur base des données collectées sur base de l'article 165, la rémunération globale due aux pharmaciens (marges et honoraires) réalisée pendant la première année est plus basse que le résultat d'un calcul de la rémunération globale des pharmaciens telle qu'elle aurait été en appliquant les règles de marge qui étaient auparavant d'application limitee au montant maximum fixé.
§ 2. A titre de disposition transitoire, le Roi peut également déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, un pourcentage minimum garanti des depenses totales (intervention de l'assurance et intervention personnelle) pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public comme rémunération pour les pharmaciens durant les deux premières années pour lesquelles les dispositions de l'article 35octies, § 3 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, sont d'application, ainsi que les règles pour les cas dans lesquels ce pourcentage minimum n'est pas atteint.
§ 2. A titre de disposition transitoire, le Roi peut également déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, un pourcentage minimum garanti des depenses totales (intervention de l'assurance et intervention personnelle) pour la délivrance de spécialités pharmaceutiques remboursables dans une officine ouverte au public comme rémunération pour les pharmaciens durant les deux premières années pour lesquelles les dispositions de l'article 35octies, § 3 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, sont d'application, ainsi que les règles pour les cas dans lesquels ce pourcentage minimum n'est pas atteint.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding.
Section 4. - Entrée en vigueur.
Art. 234. De artikelen 226 tot 233 treden in werking op een door de Koning te bepalen datum.
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 226 tot 233 vastgesteld op 01-04-2010 door KB 2010-03-16/02, art. 8, 1°)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 226 tot 233 vastgesteld op 01-04-2010 door KB 2010-03-16/02, art. 8, 1°)
Art. 234. Les articles 226 à 233 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi.
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 226 à 233 fixée au 01-04-2010 par AR 2010-03-16/02, art. 8, 1°)
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 226 à 233 fixée au 01-04-2010 par AR 2010-03-16/02, art. 8, 1°)