Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs wordt vervangen door wat volgt :
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 NOVEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van bepaalde bekwaamheidsbewijzen van godsdienstige of ideologische aard met de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
Titre
9 NOVEMBRE 2007. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire, modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant pour les Ă©tablissements d'enseignement libres subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande l'Ă©quivalence de certains titres Ă caractĂšre religieux ou idĂ©ologique avec les titres requis ou les titres jugĂ©s Ă©quivalents et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion (TRADUCTION)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (36)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
CHAPITRE Ier. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire.
Article 1. L'intitulĂ© de la version nĂ©erlandaise de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
Art. 2. § 1. In artikelen 2, 9, en 12 van hetzelfde besluit worden de woorden " wedde " en " weddentoelage " telkens respectievelijk vervangen door de woorden " salaris " en " salaristoelage ".
  § 2. In artikelen 9, 11, 17, 17bis, 17ter, 17quater, 17quinquies, 17sexies, 17septies, 17octies, 17nonies, 17decies, 17undecies, 17duodecies, 17terdecies en 17quater decies en in het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt het woord " weddeschaal " of het woord " weddenschalen " telkens vervangen door het woord " salarisschaal " respectievelijk " salarisschalen ".
  § 2. In artikelen 9, 11, 17, 17bis, 17ter, 17quater, 17quinquies, 17sexies, 17septies, 17octies, 17nonies, 17decies, 17undecies, 17duodecies, 17terdecies en 17quater decies en in het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt het woord " weddeschaal " of het woord " weddenschalen " telkens vervangen door het woord " salarisschaal " respectievelijk " salarisschalen ".
Art. 2. § 1er. Aux articles 2, 9 et 12 de la version nĂ©erlandaise du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " wedde " et " weddentoelage " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " salaris " et " salaristoelage " respectivement.
  § 2. Aux articles 9, 11, 17, 17bis, 17ter, 17quater, 17quinquies, 17sexies, 17septies, 17octies, 17nonies, 17decies, 17undecies, 17duodecies, 17terdecies et 17quater decies et dans l'intitulĂ© du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " weddeschaal " ou " weddenschalen " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " salarisschaal " et " salarisschalen " respectivement.
  § 2. Aux articles 9, 11, 17, 17bis, 17ter, 17quater, 17quinquies, 17sexies, 17septies, 17octies, 17nonies, 17decies, 17undecies, 17duodecies, 17terdecies et 17quater decies et dans l'intitulĂ© du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " weddeschaal " ou " weddenschalen " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " salarisschaal " et " salarisschalen " respectivement.
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999 en 28 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
  1° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  2° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  3° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  4° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  5° het getuigschrift van normaalleergangen;
  6° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  7° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  8° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  9° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs. ";
  2° in § 4 worden de woorden " het diploma van onderwijzer en het diploma van kleuteronderwijzer " vervangen door de woorden " het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs ".
  1° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
  1° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  2° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  3° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  4° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  5° het getuigschrift van normaalleergangen;
  6° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  7° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  8° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  9° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs. ";
  2° in § 4 worden de woorden " het diploma van onderwijzer en het diploma van kleuteronderwijzer " vervangen door de woorden " het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs ".
Art. 3. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 aoĂ»t 1999 et 28 novembre 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
  1° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  2° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  3° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  4° le certificat de cours normaux techniques moyens;
  5° le certificat de cours normaux;
  6° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  7° le certificat de cours pédagogiques;
  8° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  9° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire. " ;
  2° au § 4 les mots " le diplÎme d'instituteur et le diplÎme d'instituteur préscolaire " sont remplacés par les mots " le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel ".
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
  1° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  2° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  3° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  4° le certificat de cours normaux techniques moyens;
  5° le certificat de cours normaux;
  6° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  7° le certificat de cours pédagogiques;
  8° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  9° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire. " ;
  2° au § 4 les mots " le diplÎme d'instituteur et le diplÎme d'instituteur préscolaire " sont remplacés par les mots " le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel ".
Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999 en 28 november 2003, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
  1° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  2° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  3° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  4° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  5° het getuigschrift van normaalleergangen;
  6° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  7° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  8° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  9° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
  16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
  19° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
  " § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
  1° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  2° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  3° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  4° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  5° het getuigschrift van normaalleergangen;
  6° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  7° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  8° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  9° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  11° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  12° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  13° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  14° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  15° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
  16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  17° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  18° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
  19° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
Art. 4. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 aoĂ»t 1999 et 28 novembre 2003, le § 2 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
  1° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  2° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  3° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  4° le certificat de cours normaux techniques moyens;
  5° le certificat de cours normaux;
  6° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  7° le certificat de cours pédagogiques;
  8° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  9° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  11° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  12° le diplÎme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  13° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  14° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  15° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
  16° le diplÎme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  17° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
  18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
  19° le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception de professeur de danse. "
  " § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
  1° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  2° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  3° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  4° le certificat de cours normaux techniques moyens;
  5° le certificat de cours normaux;
  6° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  7° le certificat de cours pédagogiques;
  8° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  9° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  11° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  12° le diplÎme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  13° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  14° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  15° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
  16° le diplÎme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  17° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
  18° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
  19° le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants, tel que prévu dans le décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception de professeur de danse. "
Art. 5. In artikel 4, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, wordt het woord " bijlagen " vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 5. A l'article 4, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, le mot " annexes " est remplacĂ© par les mots " annexe Ire ".
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een punt 18bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 18bis. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
  2° er wordt een punt 29bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 29bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
  3° er wordt een punt 30bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 30bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
  4° er wordt een punt 36bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 36bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
  " 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, vanaf 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, vanaf 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ".
  1° er wordt een punt 18bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 18bis. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
  2° er wordt een punt 29bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 29bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs; ";
  3° er wordt een punt 30bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 30bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs; ";
  4° er wordt een punt 36bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 36bis. het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  5° punt 42 wordt vervangen door wat volgt :
  " 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, vanaf 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, vanaf 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ".
Art. 6. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est inséré un point 18bis ainsi rédigé :
  " 18bis. le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
  2° il est inséré un point 29bis ainsi rédigé :
  " 29bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
  3° il est inséré un point 30bis ainsi rédigé :
  " 30bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
  4° il est inséré un point 36bis. ainsi rédigé :
  " 36bis le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
  " 42. le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, à compter du 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, à compter du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ".
  1° il est inséré un point 18bis ainsi rédigé :
  " 18bis. le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
  2° il est inséré un point 29bis ainsi rédigé :
  " 29bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire; ";
  3° il est inséré un point 30bis ainsi rédigé :
  " 30bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel; ";
  4° il est inséré un point 36bis. ainsi rédigé :
  " 36bis le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  5° le point 42 est remplacé par ce qui suit :
  " 42. le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, à compter du 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, à compter du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 19 december 1991, 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999, 28 november 2003 en 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1. een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : één van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11;
  2. HOLT :
  - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
  - een diploma van een basisopleiding van twee cycli;
  3. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de derde graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
  - het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
  - het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
  - de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
  - het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
  4. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
  - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt vóór 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
  - het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
  - van 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling : het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;
  - het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
  - het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke in Gent;
  - het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
  5. 1° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort : HOKT :
  - een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
  - een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
  - een diploma van technisch ingenieur;
  - een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
  - een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
  - de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
  - vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
  - vanaf 1 september 2000 : het diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
  - vanaf 1 september 2002 : het diploma van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  - vanaf 1 september 2007 : het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs.
  2° Vanaf 1 september 1999 wordt met dat bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
  - het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
  - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
  - het diploma van onderwijzer(es) en het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - het diploma van kleuteronderwijzer(es) en het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
  - het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
  - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van de middelbare technische normaalschool;
  - het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
  6. PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, punt 34bis ;
  7. een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  8. voor het ondersteunend personeel wordt verstaan onder :
  1° een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 12 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  2° een bekwaamheidsbewijs van het niveau master : één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11;
  3° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
  - een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56;
  - de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
  9. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
  - het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
  10. GVO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
  11. GVSO-groep 2 :
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  12. GHSO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
  13. GLSO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
  - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
  - het diploma van regent(es);
  - het diploma van de middelbare technische normaalschool;
  - het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  14. GVSO-groep 1 :
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  - het diploma van leraar dans;
  15. GVSO-groep 1 + BU : het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
  16. Onderwijzer + AV : het diploma van onderwijzer samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de algemene vakken in het eerste leerjaar B van het secundair onderwijs en het beroepsvoorbereidend leerjaar;
  17. GLSO voor de algemene vakken :
  - het diploma van GLSO dat een vereist bekwaamheidsbewijs is, zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlage I, voor het onderwijs van algemene vakken, het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs en het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - de GVSO-groep 1 voor de algemene vakken.
  18. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
  19. ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
  - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  20. ASBO :
  - het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
  - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
  - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
  - het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  - het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
  21. HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
  - het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  22. HSBO :
  - het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
  - de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO);
  - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
  - het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
  23. HSTO :
  - het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
  - het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3;
  - het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3;
  24. HSKO :
  - het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs).
  Onder " HSKO " wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in Titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
  25. ten minste HSO :
  - één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 56;
  - de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
  26. LSTO :
  - het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
  - het oriënteringsattest A of B van het 4° leerjaar technisch secundair onderwijs of van het 4e leerjaar van het lager secundair technisch onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 5° vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
  - het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
  - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
  - vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
  27. ten minste LSTO :
  - één van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 67;
  - de studiebewijzen, vermeld in punt 25 en 26;
  28. LSBO :
  - het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
  - het oriënteringsattest A of B van het 4° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs of van het 4e leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 5° vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
  - het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
  - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2;
  29. GMTN : het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  30. GPB : het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  31. GPL : het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  32. NE : nuttige ervaring;
  33. ASO : algemeen secundair onderwijs;
  34. TSO : technisch secundair onderwijs.
  35. KSO : kunstsecundair onderwijs;
  36. BSO : beroepssecundair onderwijs;
  37. BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  38. (het diploma van) onderwijzer :
  - het diploma of de akte van onderwijzer;
  - het diploma of de akte van lager onderwijzer;
  - met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het lager onderwijs;
  39. (het diploma van) kleuteronderwijzer :
  - het diploma van kleuteronderwijzer;
  - het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
  - het diploma van kleuterleider;
  - met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het kleuteronderwijs;
  40. licentiaat + BPB :
  - van 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 : licentiaat + GHSO of GVO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
  - van 1 september 1991 tot 31 augustus 1999 : licentiaat + GHSO of GVO of GLSO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
  - vanaf 1 september 1999 : licentiaat + BPB;
  41. HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen.
  42. BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  43. BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  44. BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  45. TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
  46. TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
  47. HSBS :
  - het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  48. HOKT + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5., samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
  Onder HOKT + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
  49. PBA + BPB :
  - het diploma van professioneel gerichte bachelor, zoals bedoeld in punt 34bis van artikel 6 van dit besluit, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3; - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - onderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - kleuteronderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs.
  50. ten minste PBA + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in 7., samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van kleuteronderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs.
  Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
  2° in § 4 wordt het woord " bijlage " vervangen door de woorden " bijlage I "
  3° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking, zoals bedoeld in artikel 6, 48°, 59°, 64°, 67° en 70° en in artikel 7, § 1, 21°, 23°, 24°, 27° en 29°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij dit besluit. "
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1. een bekwaamheidsbewijs van ten minste master : één van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11;
  2. HOLT :
  - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
  - een diploma van een basisopleiding van twee cycli;
  3. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de derde graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
  - het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
  - het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
  - de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
  - het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
  4. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
  - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt vóór 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
  - het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
  - van 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling : het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;
  - het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
  - het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke in Gent;
  - het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
  5. 1° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, afgekort : HOKT :
  - een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
  - een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
  - een diploma van technisch ingenieur;
  - een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
  - een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
  - de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
  - vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
  - vanaf 1 september 2000 : het diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
  - vanaf 1 september 2002 : het diploma van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  - vanaf 1 september 2007 : het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs.
  2° Vanaf 1 september 1999 wordt met dat bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
  - het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
  - het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
  - het diploma van onderwijzer(es) en het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - het diploma van kleuteronderwijzer(es) en het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
  - het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
  - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van de middelbare technische normaalschool;
  - het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 en het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
  6. PBA : een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, punt 34bis ;
  7. een bekwaamheidsbewijs van ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  8. voor het ondersteunend personeel wordt verstaan onder :
  1° een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 12 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
  2° een bekwaamheidsbewijs van het niveau master : één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11;
  3° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
  - een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56;
  - de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
  9. een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
  - het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
  - het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
  - het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
  10. GVO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
  11. GVSO-groep 2 :
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  12. GHSO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
  13. GLSO :
  - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
  - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
  - het diploma van regent(es);
  - het diploma van de middelbare technische normaalschool;
  - het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
  - het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  14. GVSO-groep 1 :
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  - het diploma van leraar dans;
  15. GVSO-groep 1 + BU : het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
  16. Onderwijzer + AV : het diploma van onderwijzer samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de algemene vakken in het eerste leerjaar B van het secundair onderwijs en het beroepsvoorbereidend leerjaar;
  17. GLSO voor de algemene vakken :
  - het diploma van GLSO dat een vereist bekwaamheidsbewijs is, zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlage I, voor het onderwijs van algemene vakken, het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs en het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
  - de GVSO-groep 1 voor de algemene vakken.
  18. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
  19. ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
  - het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
  - het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  20. ASBO :
  - het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
  - het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
  - het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
  - het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  - het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
  21. HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
  - het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  22. HSBO :
  - het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
  - de bekwaamheidsbewijzen, vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO);
  - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO3;
  - het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
  23. HSTO :
  - het diploma van een hogere secundaire technische school of leergang;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
  - het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3;
  - het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3;
  24. HSKO :
  - het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
  - het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
  - het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs).
  Onder " HSKO " wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in Titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
  25. ten minste HSO :
  - één van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 56;
  - de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
  26. LSTO :
  - het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
  - het oriënteringsattest A of B van het 4° leerjaar technisch secundair onderwijs of van het 4e leerjaar van het lager secundair technisch onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 5° vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
  - het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
  - het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
  - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
  - vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
  27. ten minste LSTO :
  - één van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 67;
  - de studiebewijzen, vermeld in punt 25 en 26;
  28. LSBO :
  - het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
  - het oriënteringsattest A of B van het 4° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs of van het 4e leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 5° vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
  - het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
  - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2;
  29. GMTN : het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  30. GPB : het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  31. GPL : het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  32. NE : nuttige ervaring;
  33. ASO : algemeen secundair onderwijs;
  34. TSO : technisch secundair onderwijs.
  35. KSO : kunstsecundair onderwijs;
  36. BSO : beroepssecundair onderwijs;
  37. BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
  38. (het diploma van) onderwijzer :
  - het diploma of de akte van onderwijzer;
  - het diploma of de akte van lager onderwijzer;
  - met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het lager onderwijs;
  39. (het diploma van) kleuteronderwijzer :
  - het diploma van kleuteronderwijzer;
  - het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
  - het diploma van kleuterleider;
  - met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het kleuteronderwijs;
  40. licentiaat + BPB :
  - van 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 : licentiaat + GHSO of GVO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
  - van 1 september 1991 tot 31 augustus 1999 : licentiaat + GHSO of GVO of GLSO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
  - vanaf 1 september 1999 : licentiaat + BPB;
  41. HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen.
  42. BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  43. BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  44. BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
  45. TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
  46. TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
  47. HSBS :
  - het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
  - het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
  48. HOKT + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5., samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
  Onder HOKT + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding;
  49. PBA + BPB :
  - het diploma van professioneel gerichte bachelor, zoals bedoeld in punt 34bis van artikel 6 van dit besluit, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3; - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - onderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - kleuteronderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs.
  50. ten minste PBA + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in 7., samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van kleuteronderwijzer;
  - vanaf 1 september 2006 : bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs.
  Onder ten minste PBA + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
  2° in § 4 wordt het woord " bijlage " vervangen door de woorden " bijlage I "
  3° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking, zoals bedoeld in artikel 6, 48°, 59°, 64°, 67° en 70° en in artikel 7, § 1, 21°, 23°, 24°, 27° en 29°, terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij dit besluit. "
Art. 7. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 19 dĂ©cembre 1991, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 aoĂ»t 1999, 28 novembre 2003 et 23 septembre 2005 sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1. un titre de master au moins :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus;
  2. ESTL :
  - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
  - un diplÎme d'une formation initiale de deux cycles;
  3. un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisiÚme degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du troisiÚme degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
  - l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée aprÚs un cycle d'au moins cinq années d'études;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
  - le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
  - le diplÎme de maßtre, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
  4. un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un institut des arts plastiques;
  - le diplÎme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
  - à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2007 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail; le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers :
  - le diplÎme du deuxiÚme cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
  - le diplÎme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke " à Gand;
  - le diplÎme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964 - 1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
  5.1° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé : ESTC :
  - un diplÎme de l'enseignement supérieur de type court;
  - un diplÎme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
  - un diplÎme d'ingénieur technicien;
  - un diplÎme d'une formation initiale d'un cycle;
  - un diplÎme de gradué en sciences religieuses;
  - la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
  - à compter du 1er septembre 2003 la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats aient passé avec succÚs les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
  - à compter du 1er septembre 2000 : le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
  - à compter du 1er septembre 2002 : le diplÎme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  - à compter du 1er septembre 2007 : le diplÎme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes.
  5.2° Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre :
  - le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou, à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
  - le diplÎme d'instituteur(trice) et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
  - le diplÎme d'instituteur(trice) préscolaire et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplÎme de régent(e);
  - le diplÎme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de l'école normale technique moyenne;
  - le diplÎme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1 et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
  6. PBA : un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, point 34bis ;
  7. un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA : les titres visés aux points 1 à 42 inclus de l'article 6, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  8. pour le personnel d'appui, on entend par :
  1° un titre du niveau PBA : un des titres visés aux points 12 à 42 inclus de l'article 6, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  2° un titre du niveau master : un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus;
  3° un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
  - les titres dénommés ci-aprÚs ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
  9. un titre de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
  - le diplÎme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
  10. AE :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
  11. AES-groupe 2 :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  12. AESS :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
  13. AESI :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
  - le diplÎme de régent(e);
  - le diplÎme de l'école normale technique moyenne;
  - le diplÎme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  14. AES-groupe 1 :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  - le diplÎme de professeur de danse;
  15. AES-groupe 1 + AS : le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
  16. Instituteur + CG : le diplÎme d'instituteur, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour les cours généraux en premiÚre année B de l'enseignement secondaire et dans l'année préparatoire à l'enseignement professionnel;
  17. AESI pour les cours généraux :
  - le diplĂŽme d'AESI qui est un titre requis, comme dĂ©fini Ă l'annexe Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour l'enseignement des cours gĂ©nĂ©raux, le diplĂŽme d'agrĂ©gĂ© de religion dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur et le diplĂŽme de graduĂ© de religion dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur;
  - le groupe AES-groupe 1 pour les cours généraux.
  18. AES-groupe 1 pour les cours généraux : le diplÎme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
  19. ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
  - le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
  - le diplÎme homologué de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire complémentaire;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  20. ESPC :
  - le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du quatriÚme degré de l'enseignement secondaire;
  - le diplÎme en nursing psychiatrique;
  - le diplÎme en nursing hospitalier;
  - le diplÎme en nursing, délivré aprÚs le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
  21. EPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
  - le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  22. EPSS :
  - le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la sixiÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
  - les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
  - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
  23. ETSS :
  - le diplÎme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
  - le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
  - le diplÎme, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée EST3;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, classé EST3;
  24. ESSA :
  - le diplÎme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
  - le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
  Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
  25. au moins ESS :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 56 inclus;
  - les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
  26. ETSI :
  - le diplÎme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
  - l'attestation d'orientation A ou B de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire technique ou de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire technique inférieur;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la cinquiÚme année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
  - le certificat du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
  - l'attestation d'orientation A ou B de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré (enseignement secondaire technique);
  - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée EST2;
  - à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
  27. au moins ETSI :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 67 inclus;
  - les titres visés aux points 25 et 26;
  28. EPSI :
  - le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
  - l'attestation d'orientation A ou B de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel ou de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la cinquiÚme année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
  - l'attestation d'orientation A ou B de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré (enseignement secondaire professionnel);
  - le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée ESP3;
  29. CCNTM : le certificat de cours normaux techniques moyens;
  30. CAP : le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  31. CCP : le certificat de cours pédagogiques;
  32. EU : expérience utile;
  33. ESG : " enseignement secondaire général (E.S.G.) ";
  34. EST : enseignement secondaire technique.
  35. ESA : enseignement secondaire artistique;
  36. ESP : enseignement secondaire professionnel;
  37. CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
  38. (le diplÎme d') instituteur primaire :
  - le diplÎme ou le brevet d'instituteur;
  - le diplÎme ou le brevet d'instituteur primaire;
  - à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme de la formation continue pour l'enseignement primaire;
  39. (le diplÎme d') instituteur préscolaire :
  - le diplÎme d'instituteur préscolaire;
  - le diplÎme d'instituteur maternel;
  - le diplÎme d'instituteur gardien;
  - à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme de la formation continue pour l'enseignement préscolaire;
  40. licencié + CAP :
  - du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 : le diplÎme de licencié + AESS ou AE, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprÚte, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
  - du 1er septembre 1991 au 31 août 1999 : le diplÎme de licencié + AESS ou AE ou AESI, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprÚte, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
  - à compter du 1er septembre 1999 : licencié + CAP;
  41. ETSS : un diplÎme de cours secondaires techniques supérieurs.
  42. BSO4 : quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  43. BSO3 : troisiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  44. BSO2 : deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  45. TSO3 : troisiÚme degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
  46. TSO2 : deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
  47. EPSS :
  - le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la sixiÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  48. ESTC + CAP :
  - un des titres visés au point 5, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur et le diplÎme instituteur préscolaire.
  Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants;
  49. PBA + CAP :
  - le diplĂŽme de bachelor Ă orientation professionnelle, tel que visĂ© Ă l'article 6, point 34bis du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, assorti d'un certificat d'aptitudes pĂ©dagogiques, visĂ© Ă l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considĂ©rĂ©s comme des cours pratiques, Ă©galement les certificats d'aptitudes pĂ©dagogiques, visĂ©s Ă l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire;
  - instituteur primaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement primaire;
  - instituteur préscolaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement maternel.
  50. au moins PBA + CAP :
  - un des titres visés au point 7, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement primaire;
  - à compter du 1 septembre 2002, le diplÎme d'instituteur préscolaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement maternel.
  Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants. ";
  2° au § 4, le mot " annexe " est remplacé par les mots " l'annexe Ire ";
  3° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
  " § 5. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplĂŽme de l'enseignement secondaire ", dĂ©livrĂ©s dans l'enseignement des adultes Ă compter du 1er septembre 2007, le classement tel que visĂ© Ă l'article 6, 48°, 59°, 64°, 67° et 70° et Ă l'article 7, § 1er, 21°, 23°, 24°, 27° et 29°, figure Ă l'annexe II au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1. un titre de master au moins :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus;
  2. ESTL :
  - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
  - un diplÎme d'une formation initiale de deux cycles;
  3. un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisiÚme degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du troisiÚme degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
  - l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée aprÚs un cycle d'au moins cinq années d'études;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
  - le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
  - le diplÎme de maßtre, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
  4. un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un institut des arts plastiques;
  - le diplÎme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
  - à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2007 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail; le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers :
  - le diplÎme du deuxiÚme cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
  - le diplÎme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke " à Gand;
  - le diplÎme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964 - 1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
  5.1° un titre de l'enseignement supérieur de type court, en abrégé : ESTC :
  - un diplÎme de l'enseignement supérieur de type court;
  - un diplÎme d'une école ou d'un cours supérieurs techniques du premier degré;
  - un diplÎme d'ingénieur technicien;
  - un diplÎme d'une formation initiale d'un cycle;
  - un diplÎme de gradué en sciences religieuses;
  - la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelles que soient la ou les périodes de validité de la licence;
  - à compter du 1er septembre 2003 la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats aient passé avec succÚs les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
  - à compter du 1er septembre 2000 : le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
  - à compter du 1er septembre 2002 : le diplÎme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  - à compter du 1er septembre 2007 : le diplÎme d'agrégé, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes.
  5.2° Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre :
  - le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou, à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
  - le diplÎme d'instituteur(trice) et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
  - le diplÎme d'instituteur(trice) préscolaire et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplÎme de régent(e);
  - le diplÎme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de l'école normale technique moyenne;
  - le diplÎme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1 et le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
  6. PBA : un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, point 34bis ;
  7. un titre d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA : les titres visés aux points 1 à 42 inclus de l'article 6, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  8. pour le personnel d'appui, on entend par :
  1° un titre du niveau PBA : un des titres visés aux points 12 à 42 inclus de l'article 6, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
  2° un titre du niveau master : un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus;
  3° un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
  - les titres dénommés ci-aprÚs ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
  9. un titre de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
  - le diplÎme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
  - le diplÎme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
  10. AE :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
  11. AES-groupe 2 :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  12. AESS :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
  13. AESI :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
  - le diplÎme de régent(e);
  - le diplÎme de l'école normale technique moyenne;
  - le diplÎme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
  - le diplÎme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  - le diplÎme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
  14. AES-groupe 1 :
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
  - le diplÎme de professeur de danse;
  15. AES-groupe 1 + AS : le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
  16. Instituteur + CG : le diplÎme d'instituteur, assorti du diplÎme de la formation continue des enseignants pour les cours généraux en premiÚre année B de l'enseignement secondaire et dans l'année préparatoire à l'enseignement professionnel;
  17. AESI pour les cours généraux :
  - le diplĂŽme d'AESI qui est un titre requis, comme dĂ©fini Ă l'annexe Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour l'enseignement des cours gĂ©nĂ©raux, le diplĂŽme d'agrĂ©gĂ© de religion dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur et le diplĂŽme de graduĂ© de religion dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur;
  - le groupe AES-groupe 1 pour les cours généraux.
  18. AES-groupe 1 pour les cours généraux : le diplÎme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
  19. ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
  - le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
  - le diplÎme homologué de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs la premiÚre année de l'enseignement secondaire complémentaire;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, délivré aprÚs le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  20. ESPC :
  - le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du quatriÚme degré de l'enseignement secondaire;
  - le diplÎme en nursing psychiatrique;
  - le diplÎme en nursing hospitalier;
  - le diplÎme en nursing, délivré aprÚs le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
  21. EPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
  - le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  22. EPSS :
  - le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels supérieurs;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la sixiÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
  - les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
  - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
  23. ETSS :
  - le diplÎme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
  - le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
  - le diplÎme, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée EST3;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire, classé EST3;
  24. ESSA :
  - le diplÎme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
  - le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
  - le diplÎme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
  Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel, visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II;
  25. au moins ESS :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 56 inclus;
  - les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
  26. ETSI :
  - le diplÎme d'une école ou d'un cours secondaires techniques inférieurs;
  - l'attestation d'orientation A ou B de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire technique ou de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire technique inférieur;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la cinquiÚme année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
  - le certificat du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
  - l'attestation d'orientation A ou B de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré (enseignement secondaire technique);
  - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée EST2;
  - à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
  27. au moins ETSI :
  - un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 67 inclus;
  - les titres visés aux points 25 et 26;
  28. EPSI :
  - le brevet d'une école ou d'un cours secondaires professionnels inférieurs;
  - l'attestation d'orientation A ou B de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel ou de la quatriÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la cinquiÚme année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
  - l'attestation d'orientation A ou B de la deuxiÚme année d'études du deuxiÚme degré (enseignement secondaire professionnel);
  - le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée ESP3;
  29. CCNTM : le certificat de cours normaux techniques moyens;
  30. CAP : le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  31. CCP : le certificat de cours pédagogiques;
  32. EU : expérience utile;
  33. ESG : " enseignement secondaire général (E.S.G.) ";
  34. EST : enseignement secondaire technique.
  35. ESA : enseignement secondaire artistique;
  36. ESP : enseignement secondaire professionnel;
  37. CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
  38. (le diplÎme d') instituteur primaire :
  - le diplÎme ou le brevet d'instituteur;
  - le diplÎme ou le brevet d'instituteur primaire;
  - à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme de la formation continue pour l'enseignement primaire;
  39. (le diplÎme d') instituteur préscolaire :
  - le diplÎme d'instituteur préscolaire;
  - le diplÎme d'instituteur maternel;
  - le diplÎme d'instituteur gardien;
  - à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplÎme de la formation continue pour l'enseignement préscolaire;
  40. licencié + CAP :
  - du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 : le diplÎme de licencié + AESS ou AE, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprÚte, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
  - du 1er septembre 1991 au 31 août 1999 : le diplÎme de licencié + AESS ou AE ou AESI, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprÚte, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
  - à compter du 1er septembre 1999 : licencié + CAP;
  41. ETSS : un diplÎme de cours secondaires techniques supérieurs.
  42. BSO4 : quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  43. BSO3 : troisiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  44. BSO2 : deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
  45. TSO3 : troisiÚme degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
  46. TSO2 : deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
  47. EPSS :
  - le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la sixiÚme année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
  - l'attestation ou le certificat d'études de la septiÚme année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la deuxiÚme année d'études du troisiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  - le certificat d'études de la troisiÚme année d'études du troisiÚme degré, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
  48. ESTC + CAP :
  - un des titres visés au point 5, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur et le diplÎme instituteur préscolaire.
  Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants;
  49. PBA + CAP :
  - le diplĂŽme de bachelor Ă orientation professionnelle, tel que visĂ© Ă l'article 6, point 34bis du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, assorti d'un certificat d'aptitudes pĂ©dagogiques, visĂ© Ă l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considĂ©rĂ©s comme des cours pratiques, Ă©galement les certificats d'aptitudes pĂ©dagogiques, visĂ©s Ă l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire;
  - instituteur primaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement primaire;
  - instituteur préscolaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement maternel.
  50. au moins PBA + CAP :
  - un des titres visés au point 7, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement primaire;
  - à compter du 1 septembre 2002, le diplÎme d'instituteur préscolaire;
  - à compter du 1er septembre 2006 : formation de 'bachelor in het onderwijs : enseignement maternel.
  Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants. ";
  2° au § 4, le mot " annexe " est remplacé par les mots " l'annexe Ire ";
  3° il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
  " § 5. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplĂŽme de l'enseignement secondaire ", dĂ©livrĂ©s dans l'enseignement des adultes Ă compter du 1er septembre 2007, le classement tel que visĂ© Ă l'article 6, 48°, 59°, 64°, 67° et 70° et Ă l'article 7, § 1er, 21°, 23°, 24°, 27° et 29°, figure Ă l'annexe II au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 8. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999 en 28 november 2003, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor de toepassing van artikel 16terdecies en artikel 17ter wordt verstaan onder :
  1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type, afgekort : ten minste HOLT : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11, met uitzondering van punt 2bis ;
  2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type, afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, 29bis, 30bis, 34bis en 36bis ; 3° ten minste HOKT + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in punt 2°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
  Onder ten minste HOKT + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
  " § 5. Voor de toepassing van artikel 16terdecies en artikel 17ter wordt verstaan onder :
  1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type, afgekort : ten minste HOLT : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11, met uitzondering van punt 2bis ;
  2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type, afgekort ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, 29bis, 30bis, 34bis en 36bis ; 3° ten minste HOKT + BPB :
  - een van de studiebewijzen, vermeld in punt 2°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
  - GLSO;
  - GVSO-groep 1;
  - vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
  Onder ten minste HOKT + BPB wordt niet verstaan : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, en vanaf 1 september 2007, het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding. "
Art. 8. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 aoĂ»t 1999 et 28 novembre 2003, il est ajoutĂ© un § 5 ainsi rĂ©digĂ© :
  " § 5. Pour l'application de l'article 16terdecies et l'article 17ter, on entend par :
  1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins, abrégé : au moins ESTL : un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus, à l'exception du point 2bis :
  2° un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins, abrégé : au moins ESTC : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis ;
  3° ESTC + CAP au moins :
  - un des titres visés au point 2°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur et le diplÎme instituteur préscolaire.
  Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants. "
  " § 5. Pour l'application de l'article 16terdecies et l'article 17ter, on entend par :
  1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins, abrégé : au moins ESTL : un des diplÎmes de base visés à l'article 6, points 1 à 11 inclus, à l'exception du point 2bis :
  2° un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins, abrégé : au moins ESTC : les titres visés à l'article 6, points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplÎme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et à l'exception des points 2bis, 29bis, 30bis, 34bis et 36bis ;
  3° ESTC + CAP au moins :
  - un des titres visés au point 2°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
  - AESI;
  - AES-groupe 1;
  - à compter du 1er septembre 2002, le diplÎme d'instituteur et le diplÎme instituteur préscolaire.
  Par au moins ESTC + CAP on n'entend pas : le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplÎme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes et, à compter du 1er septembre 2007, le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants. "
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 28 november 2003 en 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt het woord " bijlage " vervangen door de woorden " bijlage I ";
  2° § 1bis wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 en de bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs wordt de onderwijsbevoegdheid bepaald per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE. "
  1° in § 1 wordt het woord " bijlage " vervangen door de woorden " bijlage I ";
  2° § 1bis wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 en de bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs wordt de onderwijsbevoegdheid bepaald per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE. "
Art. 9. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 28 novembre 2003 et 23 dĂ©cembre 2005, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 1er, le mot " annexe " est remplacé par les mots " l'annexe Ire ";
  2° le § 1erbis est remplacé par ce qui suit :
  " § 1erbis. Pour l'AES-groupe 1 et le bachelor en enseignement : enseignement secondaire, la capacité d'enseignement est déterminée par unité de formation suivie, en abrégé UF. "
  1° au § 1er, le mot " annexe " est remplacé par les mots " l'annexe Ire ";
  2° le § 1erbis est remplacé par ce qui suit :
  " § 1erbis. Pour l'AES-groupe 1 et le bachelor en enseignement : enseignement secondaire, la capacité d'enseignement est déterminée par unité de formation suivie, en abrégé UF. "
Art. 10. In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, wordt het woord " bijlage " vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 10. A l'article 11, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, le mot " annexe " est remplacĂ© par les mots " annexe Ire ".
Art. 11. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " jaarwedde " wordt vervangen door het woord " jaarsalaris ";
  2° het woord " weddebijslag " wordt telkens vervangen door het woord " salarisbijslag ";
  3° het woord " maandwedde " wordt vervangen door het woord " maandsalaris ".
  1° het woord " jaarwedde " wordt vervangen door het woord " jaarsalaris ";
  2° het woord " weddebijslag " wordt telkens vervangen door het woord " salarisbijslag ";
  3° het woord " maandwedde " wordt vervangen door het woord " maandsalaris ".
Art. 11. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le texte néerlandais, le mot " jaarwedde " est remplacé par le mot " jaarsalaris ";
  2° le mot " weddebijslag " est chaque fois remplacé par le mot " salarisbijslag ";
  3° dans le texte néerlandais, le mot " maandwedde " est remplacé par le mot " maandsalaris ";
  1° dans le texte néerlandais, le mot " jaarwedde " est remplacé par le mot " jaarsalaris ";
  2° le mot " weddebijslag " est chaque fois remplacé par le mot " salarisbijslag ";
  3° dans le texte néerlandais, le mot " maandwedde " est remplacé par le mot " maandsalaris ";
Art. 12. In artikel 16, 16bis, 16ter, 16sexies, 16septies, 16octies, 16nonies, 16decies, 16undecies, 16duodecies en 16quater decies van hetzelfde besluit, wordt het woord " wedde(toelage) " telkens vervangen door het woord " salaris(toelage) ".
Art. 12. Dans les articles 16, 16bis, 16ter, 16sexies, 16septies, 16octies, 16nonies, 16decies, 16undecies, 16duodecies et 16quater decies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " wedde(toelage) " est chaque fois remplacĂ© par le mot " salaris(toelage) ".
Art. 13. In artikel 17quater van hetzelfde besluit, vervangen bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 en 31 augustus 1999, wordt het woord " bijlagen " telkens vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 13. A l'article 17quater, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 et du 31 aoĂ»t 1999, le mot " annexes " est chaque fois remplacĂ© par les mots " annexe Ire ".
Art. 14. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006 en de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 2, die uitwerking hebben vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat er hieruit voor de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
  " Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006 en de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 2, die uitwerking hebben vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat er hieruit voor de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 14. L'article 21bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexe Ire, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, Ă l'exception des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006, et des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 2, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989 avec la restriction toutefois que, pour la pĂ©riode du 1er septembre 1989 au 31 aoĂ»t 2007 inclus, cela n'a aucune rĂ©percussion sur les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rĂ©munĂ©ration et la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, la rĂ©affectation et la remise au travail. "
  " Art. 21bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexe Ire, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, Ă l'exception des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006, et des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 2, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989 avec la restriction toutefois que, pour la pĂ©riode du 1er septembre 1989 au 31 aoĂ»t 2007 inclus, cela n'a aucune rĂ©percussion sur les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rĂ©munĂ©ration et la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, la rĂ©affectation et la remise au travail. "
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt bijlage I vervangen door bijlagen I en II, die als bijlage 1 en 2 bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe Ire est remplacĂ©e par les annexes Ire et II, jointes comme annexes Ire et 2 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van bepaalde bekwaamheidsbewijzen van godsdienstige of ideologische aard met de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen.
CHAPITRE II. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant pour les Ă©tablissements d'enseignement libres subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande l'Ă©quivalence de certains titres Ă caractĂšre religieux ou idĂ©ologique avec les titres requis ou les titres jugĂ©s Ă©quivalents.
Art. 16. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van bepaalde bekwaamheidsbewijzen van godsdienstige of ideologische aard met de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° vanaf 1 september 2006, met het diploma van :
  a) kleuterleider
  b) kleuteronderwijzer
  c) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs
  d) onderwijzer
  e) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs
  f) geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs voor de algemene vakken
  g) geaggregeerde voor het secundair onderwijs groep-1 voor de algemene vakken
  h) geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs
  i) geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1
  j) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs
  k) ten minste PBA + BPB
  l) PBA + BPB
  m) ten minste master + BPB.
  " 5° vanaf 1 september 2006, met het diploma van :
  a) kleuterleider
  b) kleuteronderwijzer
  c) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs
  d) onderwijzer
  e) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs
  f) geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs voor de algemene vakken
  g) geaggregeerde voor het secundair onderwijs groep-1 voor de algemene vakken
  h) geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs
  i) geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1
  j) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs
  k) ten minste PBA + BPB
  l) PBA + BPB
  m) ten minste master + BPB.
Art. 16. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant pour les Ă©tablissements d'enseignement libres subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande l'Ă©quivalence de certains titres Ă caractĂšre religieux ou idĂ©ologique avec les titres requis ou les titres jugĂ©s Ă©quivalents, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2003, il est ajoutĂ© un point 5° ainsi rĂ©digĂ© :
  " 5° dÚs le 1er septembre 2006, avec le diplÎme :
  a) d'instituteur gardien
  b) d'instituteur préscolaire
  c) de bachelor en enseignement : enseignement maternel
  d) d'instituteur
  e) de bachelor en enseignement : enseignement primaire
  f) d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur pour les cours généraux
  g) d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe -1 pour les cours généraux
  h) d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur
  i) d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe -1
  j) de bachelor en enseignement : enseignement secondaire
  k) d'au moins PBA + CAPll) de PBA + CAP
  m) d'au moins master + CAP
  " 5° dÚs le 1er septembre 2006, avec le diplÎme :
  a) d'instituteur gardien
  b) d'instituteur préscolaire
  c) de bachelor en enseignement : enseignement maternel
  d) d'instituteur
  e) de bachelor en enseignement : enseignement primaire
  f) d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur pour les cours généraux
  g) d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe -1 pour les cours généraux
  h) d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur
  i) d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe -1
  j) de bachelor en enseignement : enseignement secondaire
  k) d'au moins PBA + CAPll) de PBA + CAP
  m) d'au moins master + CAP
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
CHAPITRE III. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion.
Art. 17. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars wordt vervangen door wat volgt :
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars ".
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars ".
Art. 17. L'intitulĂ© de la version nĂ©erlandaise de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars. "
  " Besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars. "
Art. 18. In artikel 3, 7 en 10 van hetzelfde besluit worden de woorden " wedde " en " weddetoelage " telkens vervangen door de woorden " salaris " respectievelijk " salarisstoelage ".
Art. 18. Aux articles 3, 7 et 10 de la version néerlandaise, les mots " wedde " et " weddetoelage " sont chaque fois remplacés par les mots " salaris " et " salaristoelage " respectivement.
Art. 19. In artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 november 1997 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan § 1 wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
  2° aan § 1 wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 11° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. ";
  3° in § 2 worden de woorden " het diploma van onderwijzer en het diploma van kleuteronderwijzer " vervangen door de woorden " het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs, en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs ".
  1° aan § 1 wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 10° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs; ";
  2° aan § 1 wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 11° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals bepaald in het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. ";
  3° in § 2 worden de woorden " het diploma van onderwijzer en het diploma van kleuteronderwijzer " vervangen door de woorden " het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs, en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs ".
Art. 19. A l'article 3bis, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 1er, il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
  2° au § 1er, il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
  " 11° le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants, tel que fixé au décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception du diplÎme de professeur de danse. "
  3° au § 2 les mots " le diplÎme d'instituteur et le diplÎme d'instituteur préscolaire " sont remplacés par les mots " le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel ".
  1° au § 1er, il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
  2° au § 1er, il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
  " 11° le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants, tel que fixé au décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception du diplÎme de professeur de danse. "
  3° au § 2 les mots " le diplÎme d'instituteur et le diplÎme d'instituteur préscolaire " sont remplacés par les mots " le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel ".
Art. 20. In artikel 5, 7, 11 en 11bis en in het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt het woord " weddenschalen " telkens vervangen door het woord " salarisschalen ".
Art. 20. Aux articles 5, 7, 11 et 11bis et dans l'intitulĂ© du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " weddenschalen " dans le texte nĂ©erlandais est chaque fois remplacĂ© par le mot " salarisschalen ".
Art. 21. In artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 5° wordt een 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 18bis. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
  2° in 5° worden een 29bis, 30bis en 36bis. ingevoegd, die luiden als volgt :
  " 29bis. het diploma van bachelor in onderwijs : lager onderwijs;
  30bis. het diploma van bachelor in onderwijs : kleuteronderwijs;
  36bis. Het diploma van bachelor in onderwijs : secundair onderwijs; ";
  3° in 5° wordt 42. vervangen door wat volgt :
  " 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, met uitwerking van 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, met uitwerking van 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ";
  4° in 5° wordt in 42.bis het nummer " 16° " vervangen door het nummer " 17° ";
  5° in 5° wordt in 42.ter het nummer " 17° " vervangen door het nummer " 18° ";
  6° in 19° worden de punten 2 en 3 vervangen door wat volgt :
  " 2. het diploma van GVSO-groep 1 en van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  3. het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs, en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs. ";
  7° er wordt een § 2 toegevoegd, waarbij de bestaande tekst § 1 zal vormen, die luidt als volgt :
  " § 2. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma van secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking zoals bedoeld in punt 5°, 48., 68. en 69. terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
  1° in 5° wordt een 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 18bis. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen; ";
  2° in 5° worden een 29bis, 30bis en 36bis. ingevoegd, die luiden als volgt :
  " 29bis. het diploma van bachelor in onderwijs : lager onderwijs;
  30bis. het diploma van bachelor in onderwijs : kleuteronderwijs;
  36bis. Het diploma van bachelor in onderwijs : secundair onderwijs; ";
  3° in 5° wordt 42. vervangen door wat volgt :
  " 42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, met uitwerking van 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, met uitwerking van 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of vanaf 1 september 2007 het diploma van gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een centrum voor volwassenenonderwijs; ";
  4° in 5° wordt in 42.bis het nummer " 16° " vervangen door het nummer " 17° ";
  5° in 5° wordt in 42.ter het nummer " 17° " vervangen door het nummer " 18° ";
  6° in 19° worden de punten 2 en 3 vervangen door wat volgt :
  " 2. het diploma van GVSO-groep 1 en van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  3. het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs, en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs. ";
  7° er wordt een § 2 toegevoegd, waarbij de bestaande tekst § 1 zal vormen, die luidt als volgt :
  " § 2. Voor de studiebewijzen " certificaat van de opleiding " en " diploma van secundair onderwijs ", uitgereikt in het volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007, is de rangschikking zoals bedoeld in punt 5°, 48., 68. en 69. terug te vinden in bijlage II, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. "
Art. 21. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au 5°, il est inseré un point 18bis ainsi rédigé :
  " 18bis. le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
  2° au 5° il est inséré des points 29bis, 30bis et 36bis ainsi rédigés :
  " 29bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
  30bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
  36bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
  3° au 5°, le point 42 est remplacé par la disposition suivante :
  " 42. le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, avec effet au 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, avec effet du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ";
  4° au 5°, 42bis, le numéro " 16° " est remplacé par le numéro " 17° ";
  5° au 5°, 42ter, le numéro " 17° " est remplacé par le numéro " 18° ";
  6° au 19° les points 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " 2. le diplÎme d'AES - groupe 1 et de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  3. le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel. " ;
  7° à cet article, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplĂŽme de l'enseignement secondaire ", dĂ©livrĂ©s Ă compter du 1er septembre 2007 dans l'enseignement des adultes, le classement tel que visĂ© au point 5°, 48, 68 et 69, figure Ă l'annexe II Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire. "
  1° au 5°, il est inseré un point 18bis ainsi rédigé :
  " 18bis. le diplÎme de lauréat, délivré par le " Hoger Instituut voor Dramatische Kunst " à Anvers; ";
  2° au 5° il est inséré des points 29bis, 30bis et 36bis ainsi rédigés :
  " 29bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement primaire;
  30bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement maternel;
  36bis. le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement secondaire; ";
  3° au 5°, le point 42 est remplacé par la disposition suivante :
  " 42. le diplÎme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, avec effet au 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, avec effet du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes, ou à compter du 1er septembre 2007 le diplÎme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre d'éducation des adultes; ";
  4° au 5°, 42bis, le numéro " 16° " est remplacé par le numéro " 17° ";
  5° au 5°, 42ter, le numéro " 17° " est remplacé par le numéro " 18° ";
  6° au 19° les points 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " 2. le diplÎme d'AES - groupe 1 et de bachelor en enseignement : enseignement secondaire;
  3. le diplÎme d'instituteur et de bachelor en enseignement : enseignement primaire et le diplÎme d'instituteur préscolaire et de bachelor en enseignement : enseignement maternel. " ;
  7° à cet article, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. En ce qui concerne les titres " certificat de la formation " et " diplĂŽme de l'enseignement secondaire ", dĂ©livrĂ©s Ă compter du 1er septembre 2007 dans l'enseignement des adultes, le classement tel que visĂ© au point 5°, 48, 68 et 69, figure Ă l'annexe II Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire. "
Art. 22. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en 1 september 2006, worden de woorden " in bijlage I en II " vervangen door de woorden " in bijlage I ".
Art. 22. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 28 juin 2002 et 1er septembre 2006, les mots " aux annexes Ire et II " sont remplacĂ©s par les mots " Ă l'annexe Ire ".
Art. 23. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, worden de woorden " bijlage I en II " vervangen door de woorden " bijlage I ".
Art. 23. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, les mots " annexes Ire et II " sont remplacĂ©s par les mots " annexe Ire ".
Art. 24. Artikel 16bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16bis. De bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
  " Art. 16bis. De bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006. "
Art. 24. L'article 16bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 16bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexĂ© Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, Ă l'exception des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006. "
  " Art. 16bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexĂ© Ire au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2007, Ă l'exception des titres prĂ©cĂ©dĂ©s du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006. "
Art. 25. Artikel 16ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16ter. De voetnoten, vermeld in bijlage I, worden als volgt verklaard :
  1° (1) : met seminarie wordt bedoeld : een seminarie, georganiseerd of als gelijkwaardig erkend door de bevoegde geestelijke overheid;
  2° (2) : EMB : de Executieve van de Moslims van België. De bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2001, moeten behaald zijn aan één van de volgende door de EMB erkende instellingen :
  a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek; c) Centrum voor volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, behaald voor 1 september 2001, kan de EMB nog andere instellingen erkennen;
  3°(3) : bij het uittreden blijven de onderwijsbevoegdheid en de salarisschaal behouden. "
  " Art. 16ter. De voetnoten, vermeld in bijlage I, worden als volgt verklaard :
  1° (1) : met seminarie wordt bedoeld : een seminarie, georganiseerd of als gelijkwaardig erkend door de bevoegde geestelijke overheid;
  2° (2) : EMB : de Executieve van de Moslims van België. De bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2001, moeten behaald zijn aan één van de volgende door de EMB erkende instellingen :
  a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek; c) Centrum voor volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, behaald voor 1 september 2001, kan de EMB nog andere instellingen erkennen;
  3°(3) : bij het uittreden blijven de onderwijsbevoegdheid en de salarisschaal behouden. "
Art. 25. L'article 16ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 16ter. Les notes visées à l'annexe 1re s'expliquent comme suit :
  1° (1) : par séminaire on entend : un séminaire, organisé ou agréé comme équivalent par l'autorité ecclésiastique compétente;
  2° (2) : EMB : l'Exécutif des Musulmans de Belgique
  Les certificats d'aptitudes pĂ©dagogiques, dĂ©livrĂ©s Ă compter du 1er septembre 2001, doivent ĂȘtre obtenus Ă une des institutions suivantes reconnues par l'EMB :
  a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Pour des certificats d'aptitudes pédagogiques, obtenus avant le 1er septembre 2001, l'EMB peut reconnaßtre d'autres institutions;
  3° (3) en cas d'abandon, la compétence d'enseignement et l'échelle de traitement restent acquis. "
  " Art. 16ter. Les notes visées à l'annexe 1re s'expliquent comme suit :
  1° (1) : par séminaire on entend : un séminaire, organisé ou agréé comme équivalent par l'autorité ecclésiastique compétente;
  2° (2) : EMB : l'Exécutif des Musulmans de Belgique
  Les certificats d'aptitudes pĂ©dagogiques, dĂ©livrĂ©s Ă compter du 1er septembre 2001, doivent ĂȘtre obtenus Ă une des institutions suivantes reconnues par l'EMB :
  a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Pour des certificats d'aptitudes pédagogiques, obtenus avant le 1er septembre 2001, l'EMB peut reconnaßtre d'autres institutions;
  3° (3) en cas d'abandon, la compétence d'enseignement et l'échelle de traitement restent acquis. "
Art. 26. In hetzelfde besluit worden bijlagen I en II vervangen door bijlage I, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 26. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les annexes Ire et II sont remplacĂ©es par l'annexe Ire, jointe comme annexe 3 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 27. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007 met uitzondering van :
  - artikel 3, 6, 2°, 3° en 4°, artikel 9, 2°, artikel 16, 1° en 3° (NOTA van Justel : er zijn geen punten 1° en 3° in artikel 16), artikel 21, 2°, 4°, 5° en 6° en de bekwaamheidsbewijzen, opgesomd in bijlagen 1 en 3 die voorafgegaan worden door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006;
  - artikel 6, 1° en de bekwaamheidsbewijzen, opgesomd in bijlage 1 die voorafgegaan worden door de code 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
  - artikel 21, 1° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
  - artikel 3, 6, 2°, 3° en 4°, artikel 9, 2°, artikel 16, 1° en 3° (NOTA van Justel : er zijn geen punten 1° en 3° in artikel 16), artikel 21, 2°, 4°, 5° en 6° en de bekwaamheidsbewijzen, opgesomd in bijlagen 1 en 3 die voorafgegaan worden door de code 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2006;
  - artikel 6, 1° en de bekwaamheidsbewijzen, opgesomd in bijlage 1 die voorafgegaan worden door de code 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
  - artikel 21, 1° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
Art. 27. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2007, Ă l'exception :
  - des articles 3, 6, 2°, 3° et 4, 9, 2°, 16, 1° et 3° (NOTE de Justel : il n'y a pas de points 1° et 3° à l'art. 16), 21, 2°, 4°, 5° et 6° et des titres, visés aux annexes 1re et 3, précédés du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006;
  - de l'article 6, 1° et des titres, visés à l'annexe 1re, précédés du code 2, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2007 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
  - de l'article 21, 1°, qui produit ses effets le 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 1er septembre 2007 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
  - des articles 3, 6, 2°, 3° et 4, 9, 2°, 16, 1° et 3° (NOTE de Justel : il n'y a pas de points 1° et 3° à l'art. 16), 21, 2°, 4°, 5° et 6° et des titres, visés aux annexes 1re et 3, précédés du code 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2006;
  - de l'article 6, 1° et des titres, visés à l'annexe 1re, précédés du code 2, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2007 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
  - de l'article 21, 1°, qui produit ses effets le 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 1er septembre 2007 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 november 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
  Brussel, 9 november 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 28. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 9 novembre 2007.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
  Bruxelles, le 9 novembre 2007.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
BIJLAGEN.
ANNEXES
Art. N1. Bijlage 1. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair onderwijs.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 3928-4576).
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 3928-4576).
Art. N.   (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).
Art. N2. Bijlage 2. - Rangschikking opleidingen secundair volwassenenonderwijs.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 4577-4708).
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 4577-4708).
-
Art. N3. Bijlage 3. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor de leermeesters godsdienst en voor de godsdienstleraars.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 4709-4725).
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-01-2008, p. 4709-4725).
-