Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap
Titre
19 JUILLET 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées (TRADUCTION)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, 18 juli 2003 en 17 november 2006, wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Voor een PAB komen de personen met een handicap in aanmerking die krachtens de beslissing van de evaluatiecommissie, vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, in aanmerking komen voor bijstand tot sociale integratie. "
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 juillet 2002, 18 juillet 2003 et 17 novembre 2006, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Peuvent bénéficier d'un BAP les personnes handicapées qui sont éligibles à une assistance à l'intégration sociale, suite à une décision de la commission d'évaluation, visée au chapitre II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement auprès de l'agence "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap". "
Art.2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 en 17 november 2006, wordt het getal " 1400 " vervangen door het getal " 1600 ".
Art.2. A l'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 octobre 2005 et 17 novembre 2006, le nombre " 1400 " est remplacé par le nombre " 1600 ".
Art.3. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " Fonds voor de Sociale Integratie van " vervangen door de woorden " Agentschap voor ".
Art.3. Dans l'article 6, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "Fonds voor de Sociale Integratie van" sont remplacés par les mots "Agentschap voor".
Art.4. In artikel 8bis, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt a) wordt vervangen door wat volgt :
  " a) ALS (amyotrofe lateraalsclerose) ";
  2° punt b) wordt vervangen door wat volgt :
  " b) PLS (primaire lateraalsclerose) ";
  3° punt c) wordt vervangen door wat volgt :
  " c) PMA (progressieve musculaire atrofie) ".
Art.4. A l'article 8bis, alinéa deux, 1°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) ALS (sclérose latérale amyotrophique) ";
  2° le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) PLS (sclérose latérale primaire) ";
  3° le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) PMA (atrophie musculaire progressive) ";
Art.5. In artikel 10, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juni 2003 en 17 november 2006, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art.5. Dans l'article 10, § 4, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 juin 2003 et 17 novembre 2006, l'alinéa cinq est abrogé.
Art.6. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VI, dat bestaat uit artikel 14 tot en met 16, vervangen door wat volgt :
  " Hoofdstuk VI. Het zorgconsulentschap.
  Art. 14. De budgethouder kan een beroep doen op de begeleiding van een zorgconsulent.
  Art. 15. Het zorgconsulentschap kan opgenomen worden door een thuisbegeleidingsdienst of door een budgethoudersvereniging als vermeld in artikel 17, die door het agentschap als zorgconsulent is erkend.
  Om erkend te worden moeten de thuisbegeleidingsdiensten en budgethoudersverenigingen aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° een gemotiveerde aanvraag indienen;
  2° een opleiding over het PAB gevolgd hebben.
  In afwijking van artikel 2, § 2, 3°, en artikel 12, 2°, kan de budgethouder met het oog op de organisatie van de begeleiding van een zorgconsulent een overeenkomst sluiten met een van de diensten of verenigingen, vermeld in het eerste lid.
  Art. 16. De zorgconsulent wordt voor het zorgconsulentschap vergoed door de budgethouder. Het zorgconsulentschap wordt ingerekend bij de inschaling van het PAB overeenkomstig de bepalingen van artikel 8, § 1.
  Aan iedere budgethouder die met ingang van 1 september 2007 start met het PAB-budget verleent het agentschap boven op het hem toegekende PAB-budget een aanvullende subsidie van 150 euro voor het voeren van een verkennend gesprek over zorgconsulentschap met een zorgconsulent.
  Het subsidiebedrag, vermeld in het tweede lid, wordt betaald aan de zorgconsulent en wordt vanaf 1 januari 2008 jaarlijks aangepast overeenkomstig artikel 18, § 2. "
Art.6. Dans le même arrêté, le chapitre VI, comprenant les articles 14 à 16 inclus, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre VI. - Le conseil en assistance.
  Art. 14. Le titulaire du budget peut faire appel aux services d'un conseiller en assistance.
  Art. 15. Le conseil en assistance peut être assuré par un service d'aide à domicile ou par une association de titulaires du budget telle que visée à l'article 17, agréés par l'agence en tant que conseiller en assistance.
  Pour être agréés, les services d'aide à domicile et les associations de titulaires du budget doivent remplir les conditions suivantes :
  1° introduire une demande motivée;
  2° avoir suivi une formation relative au BAP.
  Par dérogation aux articles 2, § 2, 3°, et 12, 2°, le titulaire du budget peut conclure une convention avec un service ou une association tels que visés à l'alinéa premier, pour l'organisation des services d'un conseiller en assistance.
  Art. 16. Le conseiller en assistance est indemnisé pour le conseil en assistance par le titulaire du budget. Les activités du conseiller en assistance sont prises en compte lors de l'appréciation du BAP conformément aux dispositions de l'article 8, § 1er.
  L'agence octroie à tout titulaire qui fait appel au budget BAP à partir du 1er septembre 2007, outre le budget BAP qui lui est accordé, une subvention additionnelle de 150 euros pour un entretien exploratoire avec un conseiller en assistance sur les services de conseil en assistance.
  Le montant de subvention mentionné à l'alinéa deux est payé au conseiller en assistance, et est ajusté annuellement à partir du 1er janvier 2008, conformément à l'article 18, § 2. "
Art.7. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit de artikel 17 tot en met 18, vervangen door wat volgt :
  " Hoofdstuk VII. - Budgethoudersverenigingen.
  Art. 17. § 1. Binnen de kredieten die hiervoor op zijn begroting zijn ingeschreven, kan het agentschap budgethoudersverenigingen erkennen.
  § 2. Om erkend te worden en erkend te blijven moet de budgethoudersvereniging aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de vereniging moet georganiseerd zijn als een vereniging zonder winstoogmerk;
  2° minstens twee derde van de leden en twee derde van de bestuurders zijn budgethouders. De bestuurders mogen niet verbonden zijn, via een tewerkstelling of een functie als bestuurder, met een commerciële partner waarmee de budgethoudersvereniging een samenwerkingsverband heeft afgesloten;
  3° de vereniging gaat de verbintenis aan om :
  a) informatie te verlenen aan kandidaat-budgethouders en derden;
  b) advies en bijstand te verlenen aan budgethouders;
  c) de belangen te behartigen van de individuele budgethouders;
  d) de belangen te behartigen van de persoon met een handicap die kiest voor zelfsturingsrecht;
  e) de kwaliteitseisen na te leven, die worden vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
  f) zorgconsulentschap te promoten bij budgethouders;
  g) een jaarverslag op te stellen waarin minstens volgende gegevens aan bod komen :
  1) overzicht van de algemene werking van het afgelopen jaar;
  2) aantal aangesloten leden;
  3) informatie over de verplichte registratiegegevens.
  § 3. Als één of meerdere erkenningsvoorwaarden niet worden nageleefd, kan de leidend ambtenaar van het agentschap beslissen tot de intrekking van de erkenning. Tegen een beslissing tot intrekking van de erkenning kan beroep worden aangetekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
  De beslissing tot intrekking wordt met redenen omkleed en in een aangetekende brief meegedeeld.
  Art. 17bis. § 1. Het agentschap verleent een erkenning voor een periode van maximaal vijf jaar.
  § 2. De beslissing tot erkenning vermeldt de aanvangsdatum van de erkenning en de duur ervan.
  Bij gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning wordt de beslissing met redenen omkleed.
  De beslissing houdende erkenning of weigering van erkenning wordt in een aangetekende brief meegedeeld aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de maand van de beslissing.
  § 3. De aanvraag tot verlenging van een erkenning moet uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningsperiode worden ingediend.
  § 4. Het agentschap kan maximaal vier budgethoudersverenigingen erkennen. Als erkende budgethoudersverenigingen fuseren kan het agentschap gedurende de lopende erkenningsperiode geen extra budgethoudersvereniging erkennen.
  Art. 18. § 1. Het agentschap verleent aan de erkende budgethoudersverenigingen subsidies op de volgende wijze :
  1° een forfaitaire subsidie die 40.000 euro bedraagt op jaarbasis;
  2° een subsidie ten bedrage van 150 euro per aangesloten budgethouder per jaar.
  § 2. De subsidiebedragen, vermeld in § 1, worden vanaf 1 januari 2008 jaarlijks aangepast, rekening houdend met het indexcijfer der consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1999 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule :
  (basisbedrag x G-index december 20..)/G-index december 2006
  § 3. De subsidies worden uitbetaald voor 1 februari van het kalenderjaar waarop ze betrekking hebben. Het bedrag van de subsidies, vermeld in § 1, 2°, wordt vastgesteld op basis van de ledenlijst, die op dat ogenblik gekend is. Als nieuwe budgethouders zich aansluiten in de loop van het kalenderjaar, zal het agentschap per kwartaal voor de nieuw aangesloten leden de subsidies, vermeld in § 1, 2°, uitbetalen.
  § 4. Als erkende budgethoudersverenigingen fuseren kunnen zij de forfaitaire subsidie, vermeld in § 1, 1°, cumuleren voor de duur van de lopende erkenningsperiode.
  Art. 18bis. § 1. Iedere budgethouder ontvangt van het agentschap een bedrag van 50 euro boven op het hem toegekende persoonlijke-assistentiebudget.
  Als de budgethouder lid wordt van een erkende budgethoudersvereniging, moet hij het bedrag van 50 euro, vermeld in het eerste lid, betalen aan de budgethoudersvereniging waarvan hij lid wordt.
  Als de budgethouder geen lid wordt van een budgethoudersvereniging kan hij het bedrag van 50 euro, vermeld in het eerste lid, besteden aan vergoedbare assistentie overeenkomstig artikel 10.
  § 2. Het subsidiebedrag, vermeld in § 1, wordt vanaf 1 januari 2008 jaarlijks aangepast overeenkomstig artikel 18, § 2. "
Art.7. Dans le même arrêté, le chapitre VII, comprenant les articles 17 à 18 inclus, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre VII. - Les associations des titulaires du budget.
  Art. 17. § 1er. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet à son budget, l'agence peut agréer des associations de titulaires du budget.
  § 2. Pour être agréé et le rester, l'association de titulaires du budget doit remplir les conditions suivantes :
  1° être organisée en tant qu'association sans but lucratif;
  2° au moins deux tiers de ses membres et les deux tiers de ses administrateurs sont des titulaires du budget. Les administrateurs ne peuvent être associés, par un emploi ou une fonction d'administrateur, à un partenaire commercial avec lequel l'association de titulaires du budget a conclu un partenariat;
  3° l'association s'engage à :
  a) informer les candidats titulaires du budget et des tiers;
  b) conseiller et assister les titulaires du budget;
  c) défendre les intérêts des titulaires du budget individuels;
  d) défendre les intérêts de la personne handicapée optant pour le droit à l'autonomie;
  e) remplir les exigences de qualité fixées par le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes;
  f) promouvoir les services de conseil en assistance auprès des titulaires du budget;
  g) établir un rapport annuel comprenant au moins les informations suivantes :
  1) un aperçu des activités générales de l'année écoulée;
  2) le nombre de membres affiliés;
  3) des informations relatives aux données d'enregistrement obligatoires.
  § 3. En cas de non-respect d'une ou plusieurs conditions d'agrément, le fonctionnaire dirigeant de l'agence peut décider de retirer l'agrément. Un recours peut être exercé contre la décision de retirer l'agrément conformément aux dispositions de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'agence " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
  La décision de retrait motivée est notifiée par lettre recommandée.
  Art. 17bis. § 1er. L'agence octroie un agrément pour une période de cinq ans au maximum.
  § 2. La décision d'agrément mentionne la date de départ et la durée de l'agrément.
  En cas de refus total ou partiel de l'agrément, la décision est motivée.
  La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est notifiée, par lettre recommandée, au demandeur, avant la fin du mois suivant le mois de la décision.
  § 3. La demande de prorogation d'un agrément doit être introduite au plus tard six mois avant l'expiration de la période d'agrément en cours.
  § 4. L'agence peut agréer au maximum quatre associations de titulaires du budget. En cas de fusion d'associations de titulaires du budget agréées, l'agence ne peut agréer aucune association de titulaires du budget supplémentaire pendant la période d'agrément en cours.
  Art. 18. § 1er. L'agence octroie aux associations de titulaires du budget agréées des subventions comme suit :
  1° une subvention forfaitaire de 40.000 euros sur une base annuelle;
  2° une subvention de 150 euros par titulaire du budget affilié par an.
  § 2. Les montants visés à l'alinéa premier sont ajustés annuellement à partir du 1er janvier 2008, compte tenu de l'indice à la consommation mentionné au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1999 de sauvegarde de la compétitivité du pays, appelé ci-après l'indice G, suivant la formule :
  (montant de base x indice G décembre 20..)/indice G décembre 2006
  § 3. Les subventions sont liquidées avant le 1er février de l'année calendaire à laquelle elles se rapportent. Le montant des subventions visées ai § 1er, 2° est fixé sur la base de la liste des membres telle que connue à ce moment. Lorsque de nouveaux titulaires du budget s'affilient au cours de l'année calendaire, l'agence paiera, par trimestre, les subventions visées au § 1er, 2°, pour les nouveaux membres affiliés.
  § 4. Lorsque des associations agréées de titulaires du budget fusionnent, elles peuvent cumuler la subvention forfaitaire visée au § 1er, 1°, pour la durée de la période d'agrément en cours.
  Art. 13. (NOTE : lire "art. 18bis." Voir original néerlandais.) § 1er. L'agence paie à tout titulaire du budget, en sus du budget d'assistance personnelle, un montant supplémentaire de 50 euros.
  Lorsque le titulaire du budget s'affilie à une association agréée de titulaires du budget, il doit payer le montant de 50 euros visé à l'alinéa premier à l'association de titulaires du budget à laquelle il s'affilie.
  Lorsque le titulaire du budget ne s'affilie pas à une association de titulaires du budget, il peut affecter le montant de 50 euros visé à l'alinéa premier à l'assistance indemnisable, conformément à l'article 10.
  § 2. Le montant de subvention mentionné au § 1er sera ajusté annuellement, à partir du 1er janvier 2008, conformément à l'article 18, § 2. "
Art.8. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 en 26 maart 2004, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 19. De personeelsleden van het bevoegde agentschap controleren ter plaatse, zonder evenwel afbreuk te doen aan de onschendbaarheid van de woning, of op stukken de bepalingen van dit besluit worden nageleefd. De personen met een handicap aan wie een PAB werd toegekend, verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Ze bezorgen aan de ambtenaren die voor het uitoefenen van het toezicht zijn aangewezen, de stukken die met de persoonlijke assistentie verband houden, als die daarom verzoeken. "
Art.8. L'article 19 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 juillet 2002 et 26 mars 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 19. Les membres du personnel de l'agence compétente contrôlent sur place, sans porter atteinte à l'inviolabilité du domicile, ou sur pièces, le respect des dispositions du présent arrêté. Les personnes handicapées bénéficiant d'un BAP, prêtent leur concours à l'exercice de ce contrôle. Elles fournissent aux fonctionnaires chargés de la surveillance, sur leur demande, les pièces portant sur l'assistance personnelle.
Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2007, met uitzondering van artikel 2, dat in werking treedt op 1 september 2007.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 juillet 2007, à l'exception de l'article 2, qui entre en vigueur le1 septembre 2007.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 19 juli 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
  S. VANACKERE.
Art. 10. Le Ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 19 juillet 2007.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille,
  S. VANACKERE.