Artikel 1. § 1. Binnen de kredieten die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, hierna agentschap te noemen, hiervoor op zijn begroting heeft ingeschreven kan het agentschap, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, organisaties erkennen en subsidiëren die de vrijetijdszorg voor personen met een handicap ontwikkelen, begeleiden en bevorderen.
§ 2. [2 In dit besluit wordt verstaan onder:
1° persoon met een handicap: de personen met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of personen met een vermoeden van zo een handicap;
2° vrijetijdszorg: de persoonlijke begeleiding die op het domein van vrije tijd wordt geboden aan individuele personen met een handicap of aan kleine groepen van personen met een handicap door zelf activiteiten te organiseren of die personen te begeleiden naar en in de reguliere vrijetijdssector.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 JULI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de bepalingen en voorwaarden van erkenning en subsidiëring van organisaties inzake vrijetijdszorg voor personen met een handicap. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2007 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
19 JUILLET 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les conditions et modalités d'agrément et de subventionnement d'organisations d'assistance relative aux loisirs pour personnes handicapées (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2007 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 2007036337
Datum: 2007-07-19
Info du document
Numac: 2007036337
Date: 2007-07-19
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. § 1er. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet à son budget, le " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" peut, conformément aux dispositions du présent arrêté, agréer et subventionner des organisations qui assurent le développement, l'encadrement et la promotion des loisirs pour personnes handicapées.
§ 2. [2 Dans le présent arrêté, on entend par :
1° personne handicapée : les personnes handicapées telles que visées à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", ou les personnes présumées handicapées ;
2° soins de loisirs : l'encadrement personnel en matière de loisirs de personnes handicapées individuelles ou de petits groupes de personnes handicapées, en organisant des activités ou en guidant ces personnes vers et dans le secteur des loisirs régulier.]2
§ 2. [2 Dans le présent arrêté, on entend par :
1° personne handicapée : les personnes handicapées telles que visées à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", ou les personnes présumées handicapées ;
2° soins de loisirs : l'encadrement personnel en matière de loisirs de personnes handicapées individuelles ou de petits groupes de personnes handicapées, en organisant des activités ou en guidant ces personnes vers et dans le secteur des loisirs régulier.]2
HOOFDSTUK II. - Erkenningsvoorwaarden.
CHAPITRE II. - Conditions d'agrément.
Art.2. Om erkend te worden en erkend te blijven moeten de organisaties, vermeld in artikel 1, § 1, aan de onderstaande voorwaarden voldoen :
1° zich richten tot personen met een handicap [2 ...]2;
2° [2 zich bij voorrang richten tot de personen die nog niet beschikken over een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;]2
3° beschikken over voldoende deskundigheid en ervaring in de vrijetijdszorg voor personen met een handicap [2 ...]2;
4° [2 de volgende activiteiten met betrekking tot vrijetijdszorg voor personen met een handicap uitvoeren:
a) uitbouw van een eigen uniek vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap voor wie het beschikbare vrijetijdsaanbod binnen de reguliere vrijetijdssector niet bereikbaar of toegankelijk is;
b) vrijetijdstrajectbemiddeling op maat voor personen met een handicap;
c) sensibilisering;
d) belangenbehartiging;]2
5° deelnemen aan het regionaal platform vrijetijdszorg dat per Vlaamse provincie moet worden opgericht en dat bestaat uit de erkende vrijetijdszorgorganisaties voor die provincie. Het regionaal platform vrijetijdszorg neemt de volgende taken op zich :
a) het vrijetijdsaanbod ten aanzien van de doelgroep personen met een handicap, en de lacunes ter zake, in de provincie in kwestie in kaart brengen;
b) het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod voor de doelgroep personen met een handicap, via netwerking;
c) beleidsadviezen formuleren over de verdere uitbouw van vrijetijdszorg binnen de provincie in kwestie;
d) de opgebouwde expertise, kennis en doelgroepspecifieke deskundigheid inzake vrijetijdszorg ter beschikking stellen van het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod en van de reguliere vrijetijdssector in die provincie;
e) het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het beschikbare reguliere vrijetijdsaanbod met het oog op optimale inclusie;
[2 ...]2
6° in hoofdzaak werken met vrijwilligers die belast zijn met de vrijetijdszorg voor de personen met een handicap;
7° beschikken over een beroepskracht die een ondersteunende en voorwaardenscheppende rol vervult ten opzichte van de bovengenoemde vrijwilligers;
[2 8° handicapspecifieke kennis en deskundigheid op het domein van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap verder uitbouwen en die kennis en deskundigheid ter beschikking stellen binnen zowel het reguliere als het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap;
9° een samenwerking uitbouwen met de reguliere vrijetijdssector bij het systematisch nastreven van een zo ruim mogelijk vrijetijdsaanbod voor de doelgroep in kwestie binnen de reguliere vrijetijdssector;
10° jaarlijks rapporteren aan het regionaal platform vrijetijdszorg, vermeld in punt 5°, over de verdeling van de geleverde prestaties over de verschillende soorten activiteiten, vermeld in punt 4°.]2
[2 In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder
1° belangenbehartiging: de individuele en collectieve belangen met betrekking tot het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap behartigen met als doel dat er bij de organisatie van het vrijetijdsaanbod door reguliere aanbieders en overheden rekening wordt gehouden met de individuele en collectieve belangen van personen met een handicap;
2° sensibilisering: sensibiliseren voor en organiseren van vorming voor de reguliere vrijetijdssector op het vlak van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap;
3° vrijetijdstrajectbemiddeling op maat: de methodiek bij het verhelderen van de eigen behoeften en mogelijkheden van de individuele persoon met een handicap op het domein van vrije tijd, om die te leiden naar het reguliere of het doelgroepspecifieke vrijetijdsaanbod, op basis van de eigen mogelijkheden en wensen. De methodiek bestaat uit de volgende fasen die vervuld moeten zijn:
a) een aanmeldingsfase waarin de persoon zijn vrijetijdsvraag kenbaar maakt;
b) een vraagverduidelijkingsfase waarin de vraag onderzocht en geanalyseerd wordt;
c) een zoekfase waarin het geschikte en beschikbare vrijetijdsaanbod wordt opgesomd, teruggekoppeld en overlopen;
d) een bemiddelingsfase met als opzet de persoon te begeleiden naar vrijetijdsinitiatieven in het kader van een toeleiding.]2
1° zich richten tot personen met een handicap [2 ...]2;
2° [2 zich bij voorrang richten tot de personen die nog niet beschikken over een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;]2
3° beschikken over voldoende deskundigheid en ervaring in de vrijetijdszorg voor personen met een handicap [2 ...]2;
4° [2 de volgende activiteiten met betrekking tot vrijetijdszorg voor personen met een handicap uitvoeren:
a) uitbouw van een eigen uniek vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap voor wie het beschikbare vrijetijdsaanbod binnen de reguliere vrijetijdssector niet bereikbaar of toegankelijk is;
b) vrijetijdstrajectbemiddeling op maat voor personen met een handicap;
c) sensibilisering;
d) belangenbehartiging;]2
5° deelnemen aan het regionaal platform vrijetijdszorg dat per Vlaamse provincie moet worden opgericht en dat bestaat uit de erkende vrijetijdszorgorganisaties voor die provincie. Het regionaal platform vrijetijdszorg neemt de volgende taken op zich :
a) het vrijetijdsaanbod ten aanzien van de doelgroep personen met een handicap, en de lacunes ter zake, in de provincie in kwestie in kaart brengen;
b) het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod voor de doelgroep personen met een handicap, via netwerking;
c) beleidsadviezen formuleren over de verdere uitbouw van vrijetijdszorg binnen de provincie in kwestie;
d) de opgebouwde expertise, kennis en doelgroepspecifieke deskundigheid inzake vrijetijdszorg ter beschikking stellen van het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod en van de reguliere vrijetijdssector in die provincie;
e) het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het beschikbare reguliere vrijetijdsaanbod met het oog op optimale inclusie;
[2 ...]2
6° in hoofdzaak werken met vrijwilligers die belast zijn met de vrijetijdszorg voor de personen met een handicap;
7° beschikken over een beroepskracht die een ondersteunende en voorwaardenscheppende rol vervult ten opzichte van de bovengenoemde vrijwilligers;
[2 8° handicapspecifieke kennis en deskundigheid op het domein van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap verder uitbouwen en die kennis en deskundigheid ter beschikking stellen binnen zowel het reguliere als het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap;
9° een samenwerking uitbouwen met de reguliere vrijetijdssector bij het systematisch nastreven van een zo ruim mogelijk vrijetijdsaanbod voor de doelgroep in kwestie binnen de reguliere vrijetijdssector;
10° jaarlijks rapporteren aan het regionaal platform vrijetijdszorg, vermeld in punt 5°, over de verdeling van de geleverde prestaties over de verschillende soorten activiteiten, vermeld in punt 4°.]2
[2 In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder
1° belangenbehartiging: de individuele en collectieve belangen met betrekking tot het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap behartigen met als doel dat er bij de organisatie van het vrijetijdsaanbod door reguliere aanbieders en overheden rekening wordt gehouden met de individuele en collectieve belangen van personen met een handicap;
2° sensibilisering: sensibiliseren voor en organiseren van vorming voor de reguliere vrijetijdssector op het vlak van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap;
3° vrijetijdstrajectbemiddeling op maat: de methodiek bij het verhelderen van de eigen behoeften en mogelijkheden van de individuele persoon met een handicap op het domein van vrije tijd, om die te leiden naar het reguliere of het doelgroepspecifieke vrijetijdsaanbod, op basis van de eigen mogelijkheden en wensen. De methodiek bestaat uit de volgende fasen die vervuld moeten zijn:
a) een aanmeldingsfase waarin de persoon zijn vrijetijdsvraag kenbaar maakt;
b) een vraagverduidelijkingsfase waarin de vraag onderzocht en geanalyseerd wordt;
c) een zoekfase waarin het geschikte en beschikbare vrijetijdsaanbod wordt opgesomd, teruggekoppeld en overlopen;
d) een bemiddelingsfase met als opzet de persoon te begeleiden naar vrijetijdsinitiatieven in het kader van een toeleiding.]2
Art.2. Pour obtenir et conserver l'agrément, les organisations visées à l'article 1er, § 1, doivent répondre aux conditions suivantes :
1° s'adresser aux personnes handicapées [2 ...]2;
2° [2 s'adresser prioritairement aux personnes qui ne disposent pas encore d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 37 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget ;]2
3° disposer de l'expertise et de l'expérience requises au niveau des loisirs pour personnes handicapées [2 ...]2;
4° [2 exercer les activités suivantes en matière de soins de loisirs pour les personnes handicapées :
a) le développement d'une propre offre unique de loisirs pour les personnes handicapées pour lesquelles l'offre de loisirs disponible dans le secteur des loisirs régulier n'est pas accessible ;
b) une médiation du parcours de loisirs sur mesure pour les personnes handicapées ;
c) une sensibilisation ;
d) la défense des intérêts ;]2
5° participer à la plate-forme régionale d'assistance aux loisirs qui doit être créée par province flamande et qui se compose des organisations d'assistance aux loisirs agréées pour cette province. La plate-forme régionale d'assistance aux loisirs assume les tâches suivantes :
a) répertorier l'offre de loisirs pour le groupe cible des personnes handicapées, ainsi que les lacunes en la matière, dans la province en question;
b) aligner de manière structurelle l'offre de loisirs des organisations d'assistance aux loisirs agréées dans une province, sur l'offre non agréée de loisirs spécifiques pour le groupe cible de personnes handicapées, par le biais de réseaux.
c) formuler des conseils de politique relatifs au développement poursuivi de l'assistance aux loisirs dans la province en question;
d) mettre l'expertise, les connaissances et la spécialisation spécifique au groupe cible acquises en matière d'assistance aux loisirs, à la disposition de l'offre non agréée de loisirs spécifiques et du secteur des loisirs régulier dans cette province;
c) aligner de manière structurelle l'offre de loisirs des organisations d'assistance aux loisirs agréées dans une province, sur l'offre de loisirs régulière disponible, en vue de l'inclusion optimale;
[2 ...]2
6° faire appel essentiellement à des bénévoles chargés de l'assistance aux loisirs pour personnes handicapées;
7° disposer de collaborateurs professionnels qui assurent l'encadrement et créent les conditions permettant le fonctionnement des bénévoles susvisés;
[2 8° développer en détail des connaissances et de l'expertise spécifiques en matière de handicaps dans le domaine des soins de loisirs pour les personnes handicapées et mettre à disposition ces connaissances et cette expertise au sein de tant l'offre de loisirs régulière que l'offre de loisirs pour les personnes handicapées ;
9° développer une coopération avec le secteur des loisirs régulier, en vue d'une offre de loisirs aussi étendue que possible pour le groupe-cible en question dans le secteur des loisirs régulier ;
10° faire annuellement rapport à la plate-forme régionale de soins de loisirs, mentionnée au point 5°, sur la répartition des prestations fournies entre les différents types d'activités, visés au point 4°.]2
[2 Dans l'alinéa 1er, 4°, on entend par :
1° défense des intérêts : défendre les intérêts individuels et collectifs relatifs à l'offre de loisirs pour les personnes handicapées, dans le but que les intérêts individuels et collectifs des personnes handicapées soient pris en compte dans l'organisation de l'offre de loisirs par les offreurs réguliers et les autorités ;
2° sensibilisation : la sensibilisation du secteur des loisirs régulier, et l'organisation de formations pour ce secteur dans le domaine de soins de loisirs pour des personnes handicapées ;
3° médiation du parcours de loisirs sur mesure : la méthodologie pour clarifier les propres besoins et possibilités de la personne handicapée individuelle dans le domaine des loisirs, afin de la guider vers l'offre de loisirs régulière ou spécifique au groupe-cible, sur la base des propres possibilités et souhaits. La méthodologie comprend les phases suivantes qui doivent être complétées :
a) une phase d'enregistrement au cours de laquelle la personne fait connaître sa demande de loisirs ;
b) une phase de clarification de la demande au cours de laquelle la demande est examinée et analysée ;
c) une phase de recherche au cours de laquelle l'offre de loisirs appropriée et disponible est répertoriée, soumise et passée en revue ;
d) une phase de médiation visant à orienter la personne vers des initiatives de loisirs dans le cadre d'une orientation.]2
1° s'adresser aux personnes handicapées [2 ...]2;
2° [2 s'adresser prioritairement aux personnes qui ne disposent pas encore d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé à l'article 37 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget ;]2
3° disposer de l'expertise et de l'expérience requises au niveau des loisirs pour personnes handicapées [2 ...]2;
4° [2 exercer les activités suivantes en matière de soins de loisirs pour les personnes handicapées :
a) le développement d'une propre offre unique de loisirs pour les personnes handicapées pour lesquelles l'offre de loisirs disponible dans le secteur des loisirs régulier n'est pas accessible ;
b) une médiation du parcours de loisirs sur mesure pour les personnes handicapées ;
c) une sensibilisation ;
d) la défense des intérêts ;]2
5° participer à la plate-forme régionale d'assistance aux loisirs qui doit être créée par province flamande et qui se compose des organisations d'assistance aux loisirs agréées pour cette province. La plate-forme régionale d'assistance aux loisirs assume les tâches suivantes :
a) répertorier l'offre de loisirs pour le groupe cible des personnes handicapées, ainsi que les lacunes en la matière, dans la province en question;
b) aligner de manière structurelle l'offre de loisirs des organisations d'assistance aux loisirs agréées dans une province, sur l'offre non agréée de loisirs spécifiques pour le groupe cible de personnes handicapées, par le biais de réseaux.
c) formuler des conseils de politique relatifs au développement poursuivi de l'assistance aux loisirs dans la province en question;
d) mettre l'expertise, les connaissances et la spécialisation spécifique au groupe cible acquises en matière d'assistance aux loisirs, à la disposition de l'offre non agréée de loisirs spécifiques et du secteur des loisirs régulier dans cette province;
c) aligner de manière structurelle l'offre de loisirs des organisations d'assistance aux loisirs agréées dans une province, sur l'offre de loisirs régulière disponible, en vue de l'inclusion optimale;
[2 ...]2
6° faire appel essentiellement à des bénévoles chargés de l'assistance aux loisirs pour personnes handicapées;
7° disposer de collaborateurs professionnels qui assurent l'encadrement et créent les conditions permettant le fonctionnement des bénévoles susvisés;
[2 8° développer en détail des connaissances et de l'expertise spécifiques en matière de handicaps dans le domaine des soins de loisirs pour les personnes handicapées et mettre à disposition ces connaissances et cette expertise au sein de tant l'offre de loisirs régulière que l'offre de loisirs pour les personnes handicapées ;
9° développer une coopération avec le secteur des loisirs régulier, en vue d'une offre de loisirs aussi étendue que possible pour le groupe-cible en question dans le secteur des loisirs régulier ;
10° faire annuellement rapport à la plate-forme régionale de soins de loisirs, mentionnée au point 5°, sur la répartition des prestations fournies entre les différents types d'activités, visés au point 4°.]2
[2 Dans l'alinéa 1er, 4°, on entend par :
1° défense des intérêts : défendre les intérêts individuels et collectifs relatifs à l'offre de loisirs pour les personnes handicapées, dans le but que les intérêts individuels et collectifs des personnes handicapées soient pris en compte dans l'organisation de l'offre de loisirs par les offreurs réguliers et les autorités ;
2° sensibilisation : la sensibilisation du secteur des loisirs régulier, et l'organisation de formations pour ce secteur dans le domaine de soins de loisirs pour des personnes handicapées ;
3° médiation du parcours de loisirs sur mesure : la méthodologie pour clarifier les propres besoins et possibilités de la personne handicapée individuelle dans le domaine des loisirs, afin de la guider vers l'offre de loisirs régulière ou spécifique au groupe-cible, sur la base des propres possibilités et souhaits. La méthodologie comprend les phases suivantes qui doivent être complétées :
a) une phase d'enregistrement au cours de laquelle la personne fait connaître sa demande de loisirs ;
b) une phase de clarification de la demande au cours de laquelle la demande est examinée et analysée ;
c) une phase de recherche au cours de laquelle l'offre de loisirs appropriée et disponible est répertoriée, soumise et passée en revue ;
d) une phase de médiation visant à orienter la personne vers des initiatives de loisirs dans le cadre d'une orientation.]2
Art.3. Een erkenning kan alleen toegekend worden aan instanties die opgericht zijn [1 als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is de leden een vermogensvoordeel te bezorgen]1, aan geledingen van die instanties of aan samenwerkingsverbanden tussen die actoren.
Art.3. Seules les instances créées [1 comme une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de fournir un avantage patrimonial à ses membres]1, les subdivisions de ces instances ou les structures de coopération entre ces acteurs peuvent être agréées.
Wijzigingen
Art.4. Als een of meerdere erkenningsvoorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, niet worden nageleefd kan de leidend ambtenaar van het agentschap beslissen tot de intrekking van de erkenning, tot inhouding van het saldo van de subsidies,vermeld in artikel 12, alsook tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van al verleende subsidies. Tegen een beslissing tot intrekking van de erkenning kan beroep worden aangetekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art.4. Si une ou plusieurs conditions d'agrément visées au présent chapitre ne sont pas respectées, le fonctionnaire de l'agence peut décider le retrait de l'agrément, la retenue du solde des subventions visées à l'article 12, ou le recouvrement, en tout ou en partie des subventions déjà accordées. Un recours peut être exercé contre la décision de retirer l'agrément conformément aux dispositions de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'agence "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
HOOFDSTUK III. - Erkenningsprocedure.
CHAPITRE III. - Procédure d'agrément.
Art.5. § 1. In het aanvraagdossier moet :
1° aangetoond worden dat aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 2, wordt voldaan;
2° gespecificeerd worden krachtens welke wettelijke, decretale, ordonnantiële of reglementaire bepalingen de aanvrager subsidies ontvangt van andere overheidsdiensten dan het agentschap;
3° vermeld worden voor welke Vlaamse provincie een aanvraag tot erkenning wordt ingediend.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. Elke aanvraag tot erkenning houdt in dat de aanvrager de verbintenis aangaat om op eenvoudig verzoek van het agentschap, alle aanvullende gegevens te verstrekken die het nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag.
1° aangetoond worden dat aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 2, wordt voldaan;
2° gespecificeerd worden krachtens welke wettelijke, decretale, ordonnantiële of reglementaire bepalingen de aanvrager subsidies ontvangt van andere overheidsdiensten dan het agentschap;
3° vermeld worden voor welke Vlaamse provincie een aanvraag tot erkenning wordt ingediend.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. Elke aanvraag tot erkenning houdt in dat de aanvrager de verbintenis aangaat om op eenvoudig verzoek van het agentschap, alle aanvullende gegevens te verstrekken die het nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag.
Art.5. § 1er. Il y a lieu, dans le dossier de demande :
1° de démontrer que les conditions d'agrément, visées à l'article 2, sont remplies;
2° de spécifier en vertu de quelles dispositions légales, décrétales, ou réglementaires le demandeur reçoit des subventions de services publics autres que l'Agence;
3° de mentionner pour quelle province flamande une demande d'agrément est introduite.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. Toute demande d'agrément implique que le demandeur s'engage à fournir sur simple demande de l'agence tous les renseignements complémentaires qu'il estime nécessaires en vue d'une évaluation de la demande.
1° de démontrer que les conditions d'agrément, visées à l'article 2, sont remplies;
2° de spécifier en vertu de quelles dispositions légales, décrétales, ou réglementaires le demandeur reçoit des subventions de services publics autres que l'Agence;
3° de mentionner pour quelle province flamande une demande d'agrément est introduite.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. Toute demande d'agrément implique que le demandeur s'engage à fournir sur simple demande de l'agence tous les renseignements complémentaires qu'il estime nécessaires en vue d'une évaluation de la demande.
Wijzigingen
Art.6. De aanvragen om erkenning worden ingediend bij het agentschap overeenkomstig de door het agentschap vastgestelde wijze en voorwaarden.
Art.6. Les demandes d'agrément sont introduites auprès de l'agence selon le mode et aux conditions fixés par l'agence.
Art.7. § 1. [1 Het agentschap onderzoekt de aanvraag en kan, als dat nodig is, bijkomende inlichtingen vragen of inwinnen.
De beslissing tot erkenning of weigering van de erkenning wordt genomen binnen zes maanden na de dag waarop een geldige aanvraag is ingediend.
De beslissing tot erkenning of weigering van erkenning wordt meegedeeld aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de beslissing tot erkenning of weigering is genomen.
Aan organisaties die op 1 januari 2019 nog niet erkend zijn, wordt een tijdelijke erkenning van minimaal een jaar en maximaal vijf jaar verleend.]1
§ 2. De beslissing vermeldt de aanvangsdatum van de erkenning en de duur ervan.
Bij gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning wordt de beslissing met redenen omkleed. De beslissing houdende erkenning of weigering wordt via een aangetekende brief betekend aan de aanvrager voor het einde van de maand die volgt op de maand van de beslissing.
[1 Tegen een beslissing tot weigering van de erkenning kan beroep worden aangetekend conform artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1
De beslissing tot erkenning of weigering van de erkenning wordt genomen binnen zes maanden na de dag waarop een geldige aanvraag is ingediend.
De beslissing tot erkenning of weigering van erkenning wordt meegedeeld aan de aanvrager vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de beslissing tot erkenning of weigering is genomen.
Aan organisaties die op 1 januari 2019 nog niet erkend zijn, wordt een tijdelijke erkenning van minimaal een jaar en maximaal vijf jaar verleend.]1
§ 2. De beslissing vermeldt de aanvangsdatum van de erkenning en de duur ervan.
Bij gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning wordt de beslissing met redenen omkleed. De beslissing houdende erkenning of weigering wordt via een aangetekende brief betekend aan de aanvrager voor het einde van de maand die volgt op de maand van de beslissing.
[1 Tegen een beslissing tot weigering van de erkenning kan beroep worden aangetekend conform artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1
Art.7. § 1er. [1 L'agence examine la demande et peut, si nécessaire, demander ou recueillir des informations complémentaires.
La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est prise dans un délai de six mois à compter de la date à laquelle une demande valable a été introduite.
La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est communiquée au demandeur avant la fin du mois suivant le mois de la décision d'accorder ou de refuser l'agrément.
Les organisations qui n'ont pas encore été agréées au 1er janvier 2019 se voient accorder un agrément temporaire d'un an au minimum et de cinq ans au maximum.]1
§ 2. La décision mentionne la date de départ et la durée de l'agrément.
En cas de refus total ou partiel de l'agrément, la décision est motivée. La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est notifiée, par lettre recommandée, au demandeur, avant la fin du mois suivant le mois de la décision.
[1 Un recours peut être exercé contre la décision de refuser l'agrément conformément à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour des personnes handicapées.]1
La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est prise dans un délai de six mois à compter de la date à laquelle une demande valable a été introduite.
La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est communiquée au demandeur avant la fin du mois suivant le mois de la décision d'accorder ou de refuser l'agrément.
Les organisations qui n'ont pas encore été agréées au 1er janvier 2019 se voient accorder un agrément temporaire d'un an au minimum et de cinq ans au maximum.]1
§ 2. La décision mentionne la date de départ et la durée de l'agrément.
En cas de refus total ou partiel de l'agrément, la décision est motivée. La décision d'accorder ou de refuser l'agrément est notifiée, par lettre recommandée, au demandeur, avant la fin du mois suivant le mois de la décision.
[1 Un recours peut être exercé contre la décision de refuser l'agrément conformément à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour des personnes handicapées.]1
Wijzigingen
Art.8. Een aanvraag tot [1 omzetting]1 van [1 de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 7, § 1, vierde lid, in een erkenning van onbepaalde duur,]1 moet samen met een aanvraagdossier, samengesteld overeenkomstig artikel 5, § 1 [1 ...]1, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningsperiode worden ingediend.
[1 Een erkenning van onbepaalde duur wordt toegekend als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, § 1.]1 Artikel 7, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
[1 De organisaties die op 31 december 2018 erkend zijn als organisaties die de vrijetijdszorg voor personen met een handicap ontwikkelen, begeleiden en bevorderen, krijgen van rechtswege een erkenning van onbepaalde duur.]1
[1 Een erkenning van onbepaalde duur wordt toegekend als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, § 1.]1 Artikel 7, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
[1 De organisaties die op 31 december 2018 erkend zijn als organisaties die de vrijetijdszorg voor personen met een handicap ontwikkelen, begeleiden en bevorderen, krijgen van rechtswege een erkenning van onbepaalde duur.]1
Art.8. Une demande de [1 conversion]1 [1 de l'agrément temporaire, visé à l'article 7, § 1er, alinéa 4, en un agrément à durée indéterminée,]1 doit être introduite, avec un dossier de demande composée conformément à l'article 5, [1 § 1er]1, au plus tard six mois de l'expiration de la période d'agrément en cours.
[1 Un agrément à durée indéterminée est accordé si les conditions visées à l'article 5, § 1er, sont remplies.]1 L'article 7, § 2 est applicable par analogie.
[1 Les organisations agréées le 31 décembre 2018 comme organisations qui assurent le développement, l'encadrement et la promotion des loisirs pour personnes handicapées, obtiennent de plein droit un agrément à durée indéterminée.]1
[1 Un agrément à durée indéterminée est accordé si les conditions visées à l'article 5, § 1er, sont remplies.]1 L'article 7, § 2 est applicable par analogie.
[1 Les organisations agréées le 31 décembre 2018 comme organisations qui assurent le développement, l'encadrement et la promotion des loisirs pour personnes handicapées, obtiennent de plein droit un agrément à durée indéterminée.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - Programmatie.
CHAPITRE IV. - Programmation.
HOOFDSTUK V. - Subsidiëring.
CHAPITRE V. - Subventionnement.
Art.10. § 1. Aan de erkende organisaties worden subsidies verleend die op jaarbasis [4 [5 131.200 euro]5]4 bedragen.
[1 [5 ...]5]1
[3 Voor het bedrag, vermeld in het eerste lid, moet elke erkende organisatie op jaarbasis ten minste 400 prestaties in kader van de activiteiten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a) tot en met c), bewijzen, waarvan minimaal 150 prestaties geleverd zijn voor 30 activiteiten als vermeld in artikel 2, 4°, b).
De activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), waarmee een persoon met een handicap eenmalig bereikt wordt, komt in aanmerking voor één prestatie.
De activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), waarmee dezelfde persoon met een handicap meermaals bereikt wordt, komt in aanmerking voor twee prestaties.
De volgende prestaties komen in aanmerking voor vijf prestaties:
1° de activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), waarvan de vier fasen aangetoond worden;
2° de activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, c). Er kunnen maximaal tien vormingen op jaarbasis bewezen worden.
Als de erkende organisatie op jaarbasis minder dan 380 prestaties kan bewijzen, wordt de verhouding van de niet-geleverde prestaties tot de te bewijzen prestaties, toegepast op de subsidie, vermeld in het eerste lid, in mindering gebracht van het saldo, vermeld in artikel 11, tweede lid, of, als dat saldo niet volstaat, in mindering gebracht van de voorschotten, vermeld in artikel 11, eerste lid, van het volgende werkingsjaar.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan, binnen de kredieten die hiervoor op de begroting van het agentschap zijn ingeschreven, het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, jaarlijks herzien naar aanleiding van begrotingsmaatregelen.]3
[2 § 1/1. [3 ...]3
§ 1/2. [3 ...]3]2
§ 2. Minimaal 70 % van het subsidiebedrag, vermeld in § 1, wordt besteed aan de personeelskosten voor het personeel, vermeld in artikel 2, 7°.
Maximaal 30 % van het subsidiebedrag, vermeld in § 1, wordt besteed aan werkingskosten of kan eventueel worden aangewend om occasionele externe medewerkers aan te trekken voor het opzetten of begeleiden van activiteiten.
§ 3. [2 [3 [5 ...]5]3
[1 [5 ...]5]1
[3 Voor het bedrag, vermeld in het eerste lid, moet elke erkende organisatie op jaarbasis ten minste 400 prestaties in kader van de activiteiten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a) tot en met c), bewijzen, waarvan minimaal 150 prestaties geleverd zijn voor 30 activiteiten als vermeld in artikel 2, 4°, b).
De activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), waarmee een persoon met een handicap eenmalig bereikt wordt, komt in aanmerking voor één prestatie.
De activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), waarmee dezelfde persoon met een handicap meermaals bereikt wordt, komt in aanmerking voor twee prestaties.
De volgende prestaties komen in aanmerking voor vijf prestaties:
1° de activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), waarvan de vier fasen aangetoond worden;
2° de activiteit, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, c). Er kunnen maximaal tien vormingen op jaarbasis bewezen worden.
Als de erkende organisatie op jaarbasis minder dan 380 prestaties kan bewijzen, wordt de verhouding van de niet-geleverde prestaties tot de te bewijzen prestaties, toegepast op de subsidie, vermeld in het eerste lid, in mindering gebracht van het saldo, vermeld in artikel 11, tweede lid, of, als dat saldo niet volstaat, in mindering gebracht van de voorschotten, vermeld in artikel 11, eerste lid, van het volgende werkingsjaar.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan, binnen de kredieten die hiervoor op de begroting van het agentschap zijn ingeschreven, het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, jaarlijks herzien naar aanleiding van begrotingsmaatregelen.]3
[2 § 1/1. [3 ...]3
§ 1/2. [3 ...]3]2
§ 2. Minimaal 70 % van het subsidiebedrag, vermeld in § 1, wordt besteed aan de personeelskosten voor het personeel, vermeld in artikel 2, 7°.
Maximaal 30 % van het subsidiebedrag, vermeld in § 1, wordt besteed aan werkingskosten of kan eventueel worden aangewend om occasionele externe medewerkers aan te trekken voor het opzetten of begeleiden van activiteiten.
§ 3. [2 [3 [5 ...]5]3
Wijzigingen
Art.10. § 1er. Il est octroyé aux organisations agréées des subventions à concurrence de [4 [5 131 200 euros]5]4 sur une base annuelle.
[1 [5 ...]5]1
[3 Pour le montant visé à l'alinéa 1er, chaque organisation agréée doit justifier d'au moins 400 prestations fournies sur une base annuelle dans le cadre des activités visées à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a) à c), dont au moins 150 prestations ont été fournies pour 30 activités visées à l'article 2, 4°, b).
L'activité, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a), qui atteint une personne handicapée une seule fois, entre en ligne de compte pour une prestation.
L'activité, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a), qui atteint la même personne handicapée plusieurs fois, entre en ligne de compte pour deux prestations.
Les prestations suivantes entrent en ligne de compte pour cinq prestations :
1° l'activité visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, b), dont les quatre phases sont démontrées ;
2° l'activité visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, c). Un maximum de 10 formations peuvent être démontrées sur une base annuelle.
Si l'organisation agréée peut démontrer moins de 380 prestations par an, le rapport entre les prestations non fournies et les prestations à démontrer, appliqué à la subvention visée à l'alinéa 1er, est déduit du solde visé à l'article 11, alinéa 2, ou, si ce solde est insuffisant, des avances visées à l'article 11, alinéa 1er, de l'année d'activité suivante.
Le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes peut, dans les limites des crédits inscrits au budget de l'Agence à cet effet, réviser annuellement le montant de la subvention visée à l'alinéa 1er, à la suite de mesures budgétaires.]3
[2 § 1/1. [3 ...]3
§ 1/2. [3 ...]3]2
§ 2. Au moins 70 % du montant des subventions mentionné au § 1er sont affectés aux frais de personnel visés à l'article 2, 7°.
30 % au maximum des subventions mentionné au § 1er sont affectés aux frais de fonctionnement, ou peuvent être affectés éventuellement à engager des collaborateurs externes occasionnels pour la mise sur pied ou l'encadrement d'activités.
§ 3. [2 [3 [5 Le montant de la subvention visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est adapté annuellement au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]5]3
[1 [5 ...]5]1
[3 Pour le montant visé à l'alinéa 1er, chaque organisation agréée doit justifier d'au moins 400 prestations fournies sur une base annuelle dans le cadre des activités visées à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a) à c), dont au moins 150 prestations ont été fournies pour 30 activités visées à l'article 2, 4°, b).
L'activité, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a), qui atteint une personne handicapée une seule fois, entre en ligne de compte pour une prestation.
L'activité, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, a), qui atteint la même personne handicapée plusieurs fois, entre en ligne de compte pour deux prestations.
Les prestations suivantes entrent en ligne de compte pour cinq prestations :
1° l'activité visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, b), dont les quatre phases sont démontrées ;
2° l'activité visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, c). Un maximum de 10 formations peuvent être démontrées sur une base annuelle.
Si l'organisation agréée peut démontrer moins de 380 prestations par an, le rapport entre les prestations non fournies et les prestations à démontrer, appliqué à la subvention visée à l'alinéa 1er, est déduit du solde visé à l'article 11, alinéa 2, ou, si ce solde est insuffisant, des avances visées à l'article 11, alinéa 1er, de l'année d'activité suivante.
Le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes peut, dans les limites des crédits inscrits au budget de l'Agence à cet effet, réviser annuellement le montant de la subvention visée à l'alinéa 1er, à la suite de mesures budgétaires.]3
[2 § 1/1. [3 ...]3
§ 1/2. [3 ...]3]2
§ 2. Au moins 70 % du montant des subventions mentionné au § 1er sont affectés aux frais de personnel visés à l'article 2, 7°.
30 % au maximum des subventions mentionné au § 1er sont affectés aux frais de fonctionnement, ou peuvent être affectés éventuellement à engager des collaborateurs externes occasionnels pour la mise sur pied ou l'encadrement d'activités.
§ 3. [2 [3 [5 Le montant de la subvention visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, est adapté annuellement au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]5]3
Wijzigingen
Art.11. [1 De voorschotten op de subsidies, vermeld in artikel 10, § 1, eerste en tweede lid, voor de organisaties, vermeld in artikel 1, § 1, worden per maand betaald voor een bedrag van 8 % van de totale subsidie op jaarbasis.
Het saldo van de subsidies wordt verrekend in het jaar dat volgt op het werkingsjaar, na de goedkeuring van het inhoudelijk en financieel jaarverslag, vermeld in artikel 12.]1
Het saldo van de subsidies wordt verrekend in het jaar dat volgt op het werkingsjaar, na de goedkeuring van het inhoudelijk en financieel jaarverslag, vermeld in artikel 12.]1
Art.11. [1 Les avances sur les subventions visées à l'article 10, § 1er, alinéas 1er et 2, pour les organisations visées à l'article 1er, § 1er, sont payées par mois pour un montant de 8% de la subvention totale sur une base annuelle.
Le solde des subventions est comptabilisé dans l'année suivant l'année d'activité, après l'approbation du rapport annuel de fond et financier, visé à l'article 12.]1
Le solde des subventions est comptabilisé dans l'année suivant l'année d'activité, après l'approbation du rapport annuel de fond et financier, visé à l'article 12.]1
Wijzigingen
Art.12. [1 Het inhoudelijk en financieel jaarverslag wordt uiterlijk ingediend op 30 juni van het jaar dat volgt op het werkingsjaar. Het agentschap bepaalt de inhoud en de vorm van het financieel verslag.
De erkende organisatie legt in het financieel verslag, vermeld in het eerste lid, een verklaring op erewoord voor waarin ze bevestigt dat de kosten die ter verantwoording van de besteding van de verleende subsidies worden aangetoond, niet ook aangewend worden ter staving van een eventuele aanspraak op subsidies bij een andere overheidsdienst dan het agentschap.]1
De erkende organisatie legt in het financieel verslag, vermeld in het eerste lid, een verklaring op erewoord voor waarin ze bevestigt dat de kosten die ter verantwoording van de besteding van de verleende subsidies worden aangetoond, niet ook aangewend worden ter staving van een eventuele aanspraak op subsidies bij een andere overheidsdienst dan het agentschap.]1
Art.12. [1 Le rapport annuel de fond et financier est introduit au plus tard le 30 juin de l'année qui suit l'année d'activité. L'agence détermine le contenu et la forme du rapport financier.
L'organisation agréée soumet dans le rapport financier, visé à l'alinéa 1er, une déclaration sur l'honneur attestant que les frais prouvés à titre de justification de l'affectation des subventions accordées ne sont pas utilisés également à titre de justification d'un droit éventuel à des subventions octroyées par un service public autre que l'agence.]1
L'organisation agréée soumet dans le rapport financier, visé à l'alinéa 1er, une déclaration sur l'honneur attestant que les frais prouvés à titre de justification de l'affectation des subventions accordées ne sont pas utilisés également à titre de justification d'un droit éventuel à des subventions octroyées par un service public autre que l'agence.]1
Wijzigingen
Art.13. Als zou blijken dat de personeels- en werkingskosten in het financieel verslag, vermeld in artikel 12, 1°, geheel of gedeeltelijk door een andere overheidsdienst dan het agentschap worden gesubsidieerd, dan zal het agentschap het te veel betaalde bedrag ofwel in mindering brengen van het voor het volgende jaar te betalen voorschot, ofwel dat bedrag terugvorderen.
Art.13. S'il apparaît que les frais de personnel et de fonctionnement, mentionnés dans le rapport financier visé à l'article 12, 1°, sont subventionnés en tout ou en partie par un service public autre que l'agence, le montant payé en trop est soit déduit de l'avance à payer pour l'année suivante, soit recouvré.
Art.14. [1 Een erkende organisatie als vermeld in artikel 1, § 1, van dit besluit, kan reserves aanleggen conform artikel 5, § 3 en § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring, en die besteden conform artikel 7 en 8 van het voormelde besluit.]1
Art.14. [1 Une organisation agréée, telle que visée à l'article 1er, § 1er, du présent arrêté, peut constituer des réserves conformément à l'article 5, §§ 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 relatif aux règles générales en matière de subventionnement, et les affecter conformément aux articles 7 et 8 de l'arrêté précité.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art.15. Het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot vaststelling van de voorwaarden en modaliteiten van erkenning en subsidiëring van organisaties inzake aangepaste vrijetijdsbesteding voor personen met een handicap wordt opgeheven.
Art.15. L'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2002 fixant les conditions et modalités d'agrément et de subventionnement d'organisations relatives aux loisirs adaptés pour personnes handicapées est abrogé.
Art.16. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008.
Art.16. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2008.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.