Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 MEI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende subsidiëring van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-06-2007 en tekstbijwerking tot 26-09-2025)
Titre
11 MAI 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au subventionnement des centres d'entreprises et des immeubles de transit (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-06-2007 et mise à jour au 26-09-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Afdeling 1. - Definities.
Section 1re. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° bedrijvencentrum : een samenhangend geheel van kantoor-, productie- en opslagruimtes die tijdelijk aan startende ondernemingen ter beschikking worden gesteld, met een minimumaanbod aan gemeenschappelijke en professionele infrastructuur, secretariaatsdiensten, managementdiensten en samenwerkingsmogelijkheden met derden. De gemeenschappelijke ruimtes moeten flexibel aanpasbaar zijn en minstens een receptie, een vergaderlokaal, een presentatielokaal, parkeermogelijkheden en sanitaire voorzieningen bevatten. Alle ruimten, zowel individuele als gemeenschappelijke ruimten, moeten voorzien zijn van hoogwaardige ICT-infrastructuur;
  2° doorgangsgebouw : een samenhangend geheel van kantoor-, productie- en opslagruimtes die zonder additionele dienstverlening maar met een minimumaanbod aan gemeenschappelijke en professionele infrastructuur tijdelijk ter beschikking worden gesteld van bedrijven die het bedrijvencentrum ontgroeid zijn;
  3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid;
  4° het agentschap : [3 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]3 , intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie;
  5° [2 decreet: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;]2
  6° onderneming : de onderneming, vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet;
  7° kleine en middelgrote onderneming : de onderneming, als vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet;
  8° POM : provinciale ontwikkelingsmaatschappij als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 houdende vaststelling van het kader tot oprichting van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen;
  9° intergemeentelijke samenwerkingsvorm : een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging als vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
  10° AGB : het Autonoom Gemeentebedrijf, vermeld in titel VII hoofdstuk II, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en in titel VI, hoofdstuk V, van de nieuwe gecoördineerde Gemeentewet;
  11° FIT : Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel, Internationale Samenwerking en Toerisme;
  12° [1 ...]1
  13° indieningsdatum van de steunaanvraag : de datum waarop het agentschap de steunaanvraag ontvangt;
  14° jury : het panel van personeelsleden van het agentschap dat de ontvankelijke projecten beoordeelt;
  15° overmacht : een situatie die zich voordoet buiten de wil van de begunstigde, die niet kon worden voorzien noch verhinderd en die een absolute onmogelijkheid van uitvoering tot gevolg heeft;
  16° subsidie : een vorm van steun als vermeld in artikel 3, 5° van het [2 decreet van 16 maart 2012]2 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid en die bestaat in een financiële bijdrage die door de bevoegde overheid aan de begunstigde wordt toegekend onder de voorwaarden die in het subsidiebesluit bepaald worden;
  17° subsidiabele investering : het bedrag van de aanvaardbare investering, als vermeld in artikel 3, § 4, verminderd met de afschrijvingsaftrek;
  18° afschrijvingsaftrek : 10 % van de som van de afschrijvingen van de laatste drie bij de Nationale Bank neergelegde jaarrekeningen en die beschikbaar zijn via een centrale databank, of van de laatste drie afgesloten boekjaren vóór de datum van de subsidieaanvraag als de onderneming geen jaarrekening moet opmaken. Voor ondernemingen die minder dan drie boekjaren actief zijn, worden de afschrijvingen voor de jaren waarin de onderneming nog niet actief was, als nul beschouwd;
  19° start : de vroegste datum, hetzij van de eerste factuur hetzij van de akte bij verwerving van een onroerend goed, hetzij van de leasingovereenkomst;
  20° beëindiging : de laatste datum, hetzij van de laatste factuur hetzij van de akte bij verwerving van een onroerend goed, hetzij van de leasingovereenkomst;
  
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° centre d'entreprises : un ensemble cohérent d'espaces de bureau, de production et de stockage qui sont mis temporairement à disposition d'entreprises débutantes avec une offre minimum d'infrastructures communes et professionnelles, de services de secrétariat et de gestion et de possibilités de coopération avec des tiers. Les espaces communs doivent être modulables de manière flexible et comporter au moins une réception, un local de réunion, un local de présentation, des emplacements de parking et des équipements sanitaires. Tous les espaces, tant les espaces individuels que communs, doivent être équipés d'une infrastructure TIC de haute qualité;
  2° immeuble de transit : un ensemble cohérent d'espaces de bureau, de production et de stockage qui sont mis temporairement à disposition d'entreprises aptes à quitter le centre d'entreprises, sans services additionnels mais avec une offre minimum d'infrastructures communes et professionnelles;
  3° Ministre : le Ministre flamand chargé de la Politique économique;
  4° l'agence : [3 l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen"]3 (Agence de l'Economie) : agence autonomisée interne sans personnalité juridique qui fait partie du domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation;
  5° [2 décret : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;]2
  6° entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 1°, du décret;
  7° petite et moyenne entreprise : l'entreprise telle que visée à l'article 3, 2° et 3°, du décret;
  8° POM : société de développement provincial, telle que visée dans le décret du 7 mai 2004 établissant le cadre pour la création des sociétés de développement provincial;
  9° structure de coopération intercommunale : une association prestataire de services ou chargée de missions, telle que visée dans le décret du 6 juillet 2001 portant réglementation de la coopération intercommunale;
  10° AGB : la régie communale autonome, telle que visée au titre VII, chapitre II du décret communal du 15 juillet 2005 et au titre VI, chapitre V de la nouvelle loi communale coordonnée;
  11° FIT : l'agence autonomisée externe de droit public "Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen" (Agence flamande pour l'Entrepreneuriat international) qui fait partie du domaine politique de la Politique extérieure, du Commerce extérieur, de la Coopération internationale et du Tourisme;
  12° [1 ...]1
  13° date d'introduction de la demande d'aide : la date à laquelle l'agence reçoit la demande d'aide;
  14° jury : le panel de membres du personnel de l'agence qui évalue les projets recevables;
  15° force majeure : une situation qui se produit contre le gré de l'intéressé, qui ne peut être ni prévue ni empêchée et qui mène à une impossibilité d'exécution absolue;
  16° subvention : une forme d'aide telle que visée à l'article 3, 5° du [2 décret du 16 mars 2012]2 relatif à la politique d'aide économique et qui consiste en une contribution financière octroyée au bénéficiaire par l'autorité compétente dans les conditions prescrites par l'arrêté de subvention;
  17° investissement subventionnable : le montant de l'investissement admissible, tel que visé à l'article 3, § 4, réduit par la déduction pour amortissement;
  18° déduction pour amortissement : 10 % de la somme des amortissements des trois derniers comptes annuels déposés auprès de la Banque Nationale de Belgique et disponibles par le biais d'une banque de données centralisée, ou des trois derniers exercices clôturés avant la date de la demande de subvention si l'entreprise ne doit pas établir de comptes annuels. Pour les entreprises qui exercent leurs activités depuis moins de 3 exercices comptables, les amortissements pour les années pendant lesquelles l'entreprise n'était pas encore active, sont considérés comme nuls;
  19° début : la date la plus antérieure, soit de la première facture, soit de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immobilier, soit du contrat de leasing;
  20° fin : la date la plus récente, soit de la dernière facture, soit de l'acte en cas d'acquisition d'un bien immobilier, soit du contrat de leasing,
  
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden.
Section 2. - Conditions générales.
Art.2. Het project start uiterlijk zes maanden na de goedkeuring van de steunaanvraag en moet binnen de drie jaar na de beslissing tot toekenning van de steun worden beëindigd.
  De termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 7 van het decreet, gaat in vanaf de beëindiging van de investeringen.
Art.2. Le projet débute au plus tard six mois après l'approbation de la demande d'aide et doit prendre fin dans les trois ans après la décision d'octroi de l'aide.
  Le délai de 5 ans, visé à l'article 7 du décret, prend cours à partir de la fin des investissements.
Afdeling 3. [1 - Europese regelgeving]1
Section 3. [1 - Réglementation européenne]1
Art.2/1. [1 Deze regelgeving valt onder de toepassing van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan ("de algemene groepsvrijstellingsverordening").]1
  
Art.2/1. [1 Cette réglementation relève de l'application du Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché commun en application des articles 107 et 108 du Traité (Journal Officiel du 26 juin 2014, L 187, p. 1- 78), et ses modifications ultérieures (" le règlement général d'exemption par catégorie ").]1
  
Art.2/2. [1 Er wordt alleen steun verleend aan ondernemingen die op de datum van de indiening van de steunaanvraag en op de datum van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, punt 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.]1
  
Art.2/2. [1 Aucune aide n'est octroyée aux entreprises qui, à la date d'introduction de la demande d'aide et à la date d'octroi de l'aide, sont des entreprises en difficulté telles que visées à l'article 2, point 18, du règlement général d'exemption par catégorie, et font l'objet d'une procédure en cours en vertu du droit européen visant la récupération d'une aide octroyée. ]1
  
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art.3. § 1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan steun worden verleend voor de uitbouw van een kwalitatief aanbod van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen voor startende ondernemingen.
  § 2. De steun blijft beperkt tot de investeringen met een economische doelstelling.
  § 3. De oproep richt zich tot projecten die als doel hebben :
  1° de bestaande bedrijvencentra en doorgangsgebouwen te moderniseren;
  2° de ondersteunende diensten in bedrijvencentra kwalitatief te verbeteren;
  3° een strategisch aanbod te creëren.
  Bovendien moeten de projecten de bedoeling hebben het ondernemerschap te stimuleren en buitenlandse investeerders aan te trekken.
  § 4. De steun kan alleen betrekking hebben op de investeringen in grond, de gebouwen en de uitrusting van de gebouwen. Voor de grond komt het gedeelte in aanmerking dat binnen een periode van drie jaar na de beslissing tot toekenning van de steun de beroepsbestemming krijgt van bedrijvencentrum of van doorgangsgebouw. Het gebouw kan ook verworven worden op basis van een overeenkomst onroerende leasing.
  De investeringen in de uitrusting van de gebouwen moeten nieuw zijn. De uitrustingsgoederen kunnen verworven worden via een contract roerende leasing.
  De volgende investeringen komen niet in aanmerking :
  1° de vroeger geactiveerde investeringen die opgenomen werden in de afschrijvingstabel en die verworven worden van :
  a) een onderneming waarin de steunaanvragende onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
  b) een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de steunaanvragende onderneming;
  c) een verwante patrimoniumvennootschap;
  2° de investeringen die verworven worden van een zaakvoerder, een bestuurder of een aandeelhouder van de steunaanvragende onderneming;
  3° de investeringen die in geval van aankoop niet verworven worden in volle eigendom.
  § 5. De minister kan, overeenkomstig de bedoeling van het decreet en dit besluit, de lijst van de investeringen, vermeld in § 4, die niet in aanmerking komen, aanpassen. "
  § 6. De minister bepaalt het minimumbedrag van de subsidiabele investeringen.
Art.3. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, des aides peuvent être octroyées pour le développement d'une offre qualitative de centres d'entreprises et d'immeubles de transit pour entreprises débutantes.
  § 2. L'aide se limite aux investissements à finalité économique.
  § 3. L'appel s'adresse aux projets ayant pour but :
  1° la modernisation des centres d'entreprises et des immeubles de transit existants;
  2° l'amélioration de la qualité des services d'assistance dans les centres d'entreprises;
  3° la création d'une offre stratégique.
  Les projets doivent en outre viser à encourager l'entrepreneuriat et attirer des investisseurs étrangers.
  § 4. L'aide ne peut concerner que les investissements en terrains, immeubles et équipements d'immeubles. Pour le terrain est prise en considération la partie dotée de l'affectation professionnelle de centre d'entreprises ou d'immeuble de transit dans une période de trois ans suivant la décision d'octroi de l'aide. L'immeuble peut également être acquis sur la base d'un contrat de leasing immobilier.
  Les investissements en équipements d'immeubles doivent être nouveaux. Les biens d'équipement peuvent être acquis par le biais d'un contrat de leasing immobilier.
  Les investissements suivants n'entrent pas en considération :
  1° les investissements, auparavant activés et repris dans le tableau d'amortissement, acquis :
  a) d'une entreprise à laquelle l'entreprise demandeuse participe directement ou indirectement;
  b) une entreprise qui participe directement ou indirectement dans l'entreprise demandeuse;
  c) une société de patrimoine apparentée;
  2° les investissements acquis d'un gérant, d'un administrateur ou d'un actionnaire de l'entreprise demandeuse;
  3° les investissements qui, en cas d'achat, ne sont pas acquis en pleine propriété;
  § 5. Le Ministre peut, conformément à l'intention du décret et du présent arrêté, adapter la liste des investissements non admissibles, visés au § 4. "
  § 6. Le Ministre fixe le montant minimum des investissements subventionnables.
HOOFDSTUK III. - Bedrijvencentra en doorgangsgebouwen.
CHAPITRE III. - Centres d'entreprises et immeubles de transit.
Afdeling 1. - Bedrijvencentra met basisdiensten.
Section 1re. - Centres d'entreprises proposant des services de base.
Art.4. Een bedrijvencentrum met basisdiensten is een bedrijvencentrum dat beantwoordt aan de bepalingen van artikel 1, 1°, en dat basisdiensten aanbiedt bestaande uit een flexibele en moderne secretariaats- en managementondersteuning voor een maximale begeleiding in hun start- en doorgroeifase.
  Het bedrijvencentrum legt zich toe op een continue professionalisering van zijn diensten en het ontwikkelt een verregaande externe samenwerking. De managementdiensten worden al dan niet verleend in nauw overleg met [2 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 of met andere externe dienstverleners.
  Het bedrijvencentrum streeft naar een optimale rotatiegraad van de gehuisveste bedrijven. Niettegenstaande de focus op startende ondernemingen ligt, kan een bedrijvencentrum ook een aantal gevestigde ondernemingen voor de opstart van een nieuwe afdeling en/of activiteit huisvesten.
  Het management van het bedrijvencentrum beheert het gebouw en regelt alle contacten met de gehuisveste bedrijven, zo nodig ook wat hun onderling functioneren betreft.
  
Art.4. Un centre d'entreprises proposant des services de base est un centre d'entreprises qui répond aux dispositions de l'article 1er, 1° et qui propose des services de base consistant en une assistance en secrétariat et gestion flexible et moderne pour un accompagnement maximal pendant leur phase de démarrage et de croissance.
  Le centre d'entreprises s'efforce à professionnaliser ses services de manière continue et il développe une coopération externe approfondie. Les services de gestion sont délivrés ou non en concertation étroite avec [2 l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen"]2 ou d'autres prestataires de services externes.
  Le centre d'entreprises s'efforce à assurer un degré de rotation optimal des entreprises admises. Nonobstant le fait que le centre d'entreprises s'adresse en premier lieu aux entreprises débutantes, il peut également admettre des entreprises établies pour le démarrage d'une nouvelle section et/ou activité.
  La direction du centre d'entreprises gère l'immeuble et règle tous les contacts avec les entreprises admises, au besoin également en ce qui concerne leur fonctionnement mutuel.
  
Afdeling 2. - Gespecialiseerde bedrijvencentra.
Section 2. - Centres d'entreprises spécialisés.
Art.5. Een gespecialiseerd bedrijvencentrum is een bedrijvencentrum als vermeld onder artikel 4, dat zich toelegt op het aantrekken en begeleiden van startende ondernemingen binnen een bepaalde economische doelgroep, of dat excellente managementdiensten biedt.
  De infrastructuur, en het pakket van diensten en managementondersteuning moeten aangepast zijn aan de specifieke doelgroep.
Art.5. Un centre d'entreprises spécialisé est un centre d'entreprises tel que visé à l'article 4, qui s'efforce à attirer et accompagner des entreprises débutantes au sein d'un groupe cible économique déterminé ou qui propose des services de gestion excellents.
  L'infrastructure et le paquet de services et d'aide à la gestion, doivent être adaptés à ce groupe cible spécifique.
Afdeling 3. - Strategische bedrijvencentra.
Section 3. - Centres d'entreprises stratégiques.
Art.6. § 1. Een strategisch bedrijvencentrum is een bedrijvencentrum als vermeld in artikel 5, dat zich toelegt op het aantrekken van buitenlandse ondernemingen. Het spitst zijn activiteiten toe op een bepaalde buitenlandse regio of natie, en het biedt altijd excellente managementdiensten die zijn aangepast aan de bedrijven uit de specifieke buitenlandse regio of natie.
  De aantrekking en ondersteuning van de startende ondernemingen wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het FIT.
  § 2. De ter beschikking gestelde infrastructuur, zowel op het vlak van het gebouw, de private en gemeenschappelijke ruimten als wat het meubeldesign betreft, moet bovendien een concurrentiële, moderne uitstraling bieden.
Art.6. § 1er. Un centre d'entreprises stratégique est un centre d'entreprises, tel que visé à l'article 5, qui s'efforce à attirer des entreprises étrangères. Il cible ses activités à une région ou nation étrangère déterminée et propose toujours des services de gestion excellents qui sont adaptés aux entreprises de cette région ou nation étrangère spécifique.
  L'admission et le soutien des entreprises débutantes se fait en collaboration étroite avec la FIT.
  § 2. L'infrastructure mise à disposition, tant sur le plan de l'immeuble, des espaces privatifs et communs qu'en ce qui concerne le design mobilier, doit avoir un caractère moderne et concurrentiel.
Afdeling 4. - Doorgangsgebouwen.
Section 4. - Immeubles de transit.
Art.7. Een doorgangsgebouw is een gebouw dat beantwoordt aan de bepalingen van artikel 1, 2°, en dat gelegen is in de omgeving van een bedrijvencentrum als vermeld in artikel 4, 5 of 6. De managementdiensten die in deze bedrijvencentra worden aangeboden, moeten ook ter beschikking staan van de bedrijven in het doorgangsgebouw.
Art.7. Un immeuble de transit est un immeuble qui répond aux dispositions de l'article 1er, 2° et qui est établi dans les environs d'un centre d'entreprises, tel que visé aux articles 4, 5 ou 6. Les services de gestion proposés par ces centres d'entreprises doivent également être mis à disposition des entreprises admises à l'immeuble de transit.
HOOFDSTUK IV. - Steunintensiteit.
CHAPITRE IV. - Intensité des aides.
Art.8. De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie.
Art.8. L'aide est attribuée sous la forme d'une subvention.
Art.9. § 1. De subsidie voor de oprichting van een bedrijvencentrum met basisdiensten bedraagt maximaal :
  1° 25 % van de subsidiabele investering met een maximum van 200.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering met een maximum van 200.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering met een maximum van 200.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 2. De subsidie voor de oprichting van een specifiek bedrijvencentrum bedraagt maximaal :
  1° 25 % van de subsidiabele investering met een maximum van 250.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of een universiteit;
  2° 15 % van de subsidiabele investering met een maximum van 250.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering met een maximum van 250.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 3. De subsidie voor de oprichting van een strategisch bedrijvencentrum bedraagt maximaal :
  1° 25 % van de subsidiabele investering met een maximum van 300.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering met een maximum van 300.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering met een maximum van 300.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
Art.9. § 1er. La subvention pour la création d'un centre d'entreprises proposant des services de base est plafonnée à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 2. La subvention pour la création d'un centre d'entreprises spécifique est plafonnée à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une POM, une commune, une AGB, une structure de coopération intercommunale ou une université;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 3. La subvention pour la création d'un centre d'entreprises stratégique est plafonnée à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 300.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 300.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 300.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peur fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
Art.10. § 1. De subsidie voor de uitbreiding of modernisering van een bedrijvencentrum met basisdiensten bedraagt maximaal voor een periode van twee jaar :
  1° 25 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 150.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 150.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 150.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 2. De subsidie voor de uitbreiding of modernisering van een specifiek bedrijvencentrum bedraagt maximaal voor een periode van twee jaar :
  1° 25 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of een universiteit;
  2° 15 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  Deze subsidie geldt ook voor de modernisering van een bedrijvencentrum met basisdiensten dat wordt opgewaardeerd tot een specifiek bedrijvencentrum.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 3. De subsidie voor de uitbreiding of modernisering van een strategisch bedrijvencentrum bedraagt maximaal voor een periode van twee jaar :
  1° 25 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 250.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 250.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 250.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  Deze subsidie geldt ook voor de modernisering van een specifiek bedrijvencentrum dat wordt opgewaardeerd tot een strategisch bedrijvencentrum.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 4. De relevante periode van twee jaar is van verschuivende aard zodat bij elke nieuwe subsidietoekenning het subsidiebedrag dat het voorbije jaar is verleend, mee in aanmerking worden genomen.
Art.10. § 1er. La subvention pour l'extension ou la modernisation d'un centre d'entreprises proposant des services de base est plafonnée pour une période de deux ans à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 150.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 150.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 150.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 2. La subvention pour l'extension ou la modernisation d'un centre d'entreprises spécifique est plafonnée pour une période de deux ans à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale ou une université;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Cette subvention concerne également la modernisation d'un centre d'entreprises proposant des services de base qui est revalorisé comme centre d'entreprises spécifique.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 3. La subvention pour l'extension ou la modernisation d'un centre d'entreprises stratégique est plafonnée pour une période de deux ans à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 250.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Cette subvention concerne également la modernisation d'un centre d'entreprises spécifique qui est revalorisé comme centre d'entreprises stratégique.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 4. La période pertinente de deux ans peut varier de sorte qu'à chaque nouvel octroi de subventions, il est tenu compte du montant de la subvention qui a été allouée l'année écoulée.
Art.11. § 1. De subsidie voor de oprichting van een doorgangsgebouw bedraagt maximaal :
  1° 25 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering met een maximum van 200.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering met een maximum van 200.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 2. De subsidie voor de uitbreiding of modernisering van een doorgangsgebouw bedraagt maximaal voor een periode van twee jaar :
  1° 25 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° 15 % van de subsidiabele investering, met een maximum van 200.000 euro voor een kleine onderneming;
  3° 7,5 % van de subsidiabele investering, met een maximum plafond van 200.000 euro voor een middelgrote onderneming.
  De minister kan om budgettaire redenen per oproep een lager percentage en een absoluut maximumbedrag bepalen.
  § 3. De relevante periode van twee jaar is van verschuivende aard zodat bij elke nieuwe subsidietoekenning het subsidiebedrag dat het voorbije jaar is verleend, mee in aanmerking wordt genomen.
Art.11. § 1er. La subvention pour la création d'un immeuble de transit est plafonnée à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 2. La subvention pour l'extension ou la modernisation d'un immeuble de transit est plafonnée pour une période de deux ans à :
  1° 25 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale;
  2° 15 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une petite entreprise;
  3° 7.5 % de l'investissement subventionnable avec un maximum de 200.000 euros pour une moyenne entreprise.
  Pour des motifs budgétaires, le Ministre peut fixer par appel un pourcentage inférieur et un montant maximum absolu.
  § 3. La période pertinente de deux ans peut varier de sorte qu'à chaque nouvel octroi de subventions, il est tenu compte du montant de la subvention qui a été allouée l'année écoulée.
HOOFDSTUK V. - Begunstigden.
CHAPITRE V. - Bénéficiaires.
Afdeling 1. - Ondernemingen.
Section 1re. - Entreprises.
Onderafdeling 1. - Zelfstandigheidscriterium.
Sous-section Ire. - Critère d'indépendance.
Art.12. § 1. Om in aanmerking te komen voor steun moet een onderneming voldoen aan de bepalingen van artikel 1, 6° en 7°. Om aan het zelfstandigheidscriterium te voldoen mag ze niet voor 25 % of meer van het kapitaal [1 , van de inbreng]1 of van de stemrechten in handen zijn van een grote onderneming of van verscheidene grote ondernemingen samen.
  Voor de toepassing van het zelfstandigheidscriterium wordt onder een grote onderneming verstaan, die 250 of meer werknemers telt of die een jaaromzet heeft van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro.
  § 2. Ondernemingen die formeel aan het zelfstandigheidscriterium beantwoorden, maar waarin in werkelijkheid de zeggenschap door een grote onderneming of door verscheidene grote ondernemingen samen wordt uitgeoefend, voldoen niet aan de definitie van § 1, tweede lid.
  
Art.12. § 1er. Pour pouvoir bénéficier de l'aide, une entreprise doit répondre aux dispositions de l'article 1er, 6° et 7°. Afin de répondre au critère d'indépendance, il est interdit que 25 % ou plus du capital [1 , de l'apport]1 ou des droits de vote soient détenus par une grande entreprise ou conjointement par plusieurs grandes entreprises.
  Pour l'application du critère d'indépendance, on entend par grande entreprise, toute entreprise occupant 250 travailleurs ou plus ou ayant un chiffre d'affaires annuel supérieur à 50 millions d'euros et un total du bilan supérieur à 43 millions d'euros.
  § 2. La définition reprise au § 1er, alinéa deux, n'est pas remplie par les entreprises qui répondent formellement au critère d'indépendance, mais dans lesquelles le pouvoir est en fait exercé par une grande entreprise ou par diverses grandes entreprises conjointement.
  
Art.13. Er kan geen steun verleend worden aan ondernemingen waarvan 25 % of meer van het kapitaal [1 , de inbreng]1 of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van een administratieve overheid als vermeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  
Art.13. Aucune aide ne peut être octroyée aux entreprises dont 25 % ou plus du capital [1 , de l'apport]1 ou des droits de vote sont directement ou indirectement détenus par une autorité administrative, telle que visée à l'article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat.
  
Onderafdeling 2. - Tewerkstelling, omzet en balanstotaal.
Sous-section 2. - Emploi, chiffre d'affaires et total du bilan.
Art.14. De tewerkstelling, de jaaromzet en het balanstotaal van de onderneming, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet, worden berekend overeenkomstig de door de Europese Commissie vastgestelde definitie van 'kleine en middelgrote ondernemingen' in bijlage 1 van [1 de algemene groepsvrijstellingsverordening]1. De gegevens voor de berekening van de tewerkstelling, de jaaromzet en het balanstotaal worden vastgesteld op basis van een verklaring op eer van de onderneming en op basis van artikelen 15 en 16.
  
Art.14. L'emploi, le chiffre d'affaires annuel et le total du bilan de l'entreprise, visés à l'article 3, 2° et 3°, du décret, sont calculés conformément à la définition de 'petites et moyennes entreprises' fixée par la Commission européenne à l'annexe Ire du [1 Règlement général d'exemption par catégorie]1. Les données pour le calcul de l'emploi, du chiffre d'affaires annuel et du total du bilan sont établies sur la base d'une déclaration sur l'honneur de l'entreprise et sur la base des articles 15 et 16.
  
Art.15. De gegevens voor de berekening van de jaaromzet en het balanstotaal van de onderneming hebben betrekking op de referentieperiode. De referentieperiode is het boekjaar waarop de jaarrekening die het laatst bij de Nationale Bank van België is neergelegd, vóór de datum van de steunaanvraag en die beschikbaar is via een centrale databank. Om de omzet te berekenen wordt een boekjaar van meer of minder dan twaalf maanden herberekend tot een periode van twaalf maanden. Bij recent opgerichte ondernemingen waarvan de jaarrekening nog niet is afgesloten, steunt men op een financieel plan van het eerste productiejaar. Voor ondernemingen die geen jaarrekening moeten opmaken, is de referentieperiode het jaar van de laatste aangifte bij de directe belastingen vóór de datum van de steunaanvraag.
Art.15. Les données pour le calcul du chiffre d'affaires annuel et du total du bilan de l'entreprise concernent la période de référence. La période de référence est l'exercice auquel se rapportent les comptes annuels déposés en dernier lieu auprès de la Banque nationale de Belgique avant la date de la demande d'aide et disponibles par le biais d'une banque de données centralisée. Pour le calcul du chiffre d'affaires, un exercice supérieur ou inférieur à douze mois est reconverti en une période de douze mois. En cas d'entreprises récemment créées dont les comptes annuels ne sont pas encore clôturés, on se base sur un plan financier de la première année de production. Pour les entreprises qui ne doivent pas établir de comptes annuels, la période de référence est l'année de la dernière déclaration auprès des impôts directs avant la date de la demande d'aide.
Art.16. De gegevens voor de berekening van de tewerkstelling van het aantal werkzame personen worden vastgesteld aan de hand van het aantal werknemers dat in de onderneming was tewerkgesteld in de referentieperiode. Onder referentieperiode wordt verstaan de periode van tewerkstelling gedurende de laatste vier kwartalen die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan attesteren, vóór de datum van de steunaanvraag, en die beschikbaar zijn via een centrale databank.
Art.16. Les données pour le calcul de l'emploi du nombre de personnes occupées sont déterminées à l'aide du nombre de travailleurs occupés dans l'entreprise pendant la période de référence. Par période de référence on entend la période d'emploi pendant les quatre derniers trimestres que l'Office national de Sécurité sociale peut attester avant la date de la demande d'aide et qui sont disponibles dans une banque de données centralisée.
Afdeling 2. - POM's, gemeenten, AGB's en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Section 2. - POM, communes, AGB et structures de coopération intercommunales.
Art.17. § 1. Om in aanmerking te komen voor steun moeten een POM, een gemeente, een AGB of een intergemeentelijk samenwerkingsverband het subsidiebedrag onderbrengen in een vennootschap die de rechtsvorm aanneemt van een naamloze vennootschap die specifiek voor het bedrijvencentrum of doorgangsgebouw is opgericht.
  § 2. Met de subsidie participeren de POM, de gemeente, het AGB en het intergemeentelijk samenwerkingsverband in hun naam en voor hun rekening in het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap, vermeld in § 1.
  § 3. De gecumuleerde participatie van de POM, de gemeente, het AGB of het intergemeentelijk samenwerkingsverband bedraagt maximaal 40 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap, opgericht voor een bedrijvencentrum met basisdiensten of voor een doorgangsgebouw.
  De gecumuleerde participatie van de POM, de gemeente, het AGB of het intergemeentelijk samenwerkingsverband bedraagt maximaal 45 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap, opgericht voor een specifiek bedrijvencentrum.
  De gecumuleerde participatie van de POM, de gemeente, het AGB of het intergemeentelijk samenwerkingsverband bedraagt maximaal 50 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap, opgericht voor een strategisch bedrijvencentrum.
Art.17. § 1er. Pour pouvoir bénéficier de l'aide, une POM, une commune, une AGB ou une structure de coopération intercommunale doit introduire le montant de la subvention dans une société qui prend la forme juridique d'une société anonyme qui est créée spécifiquement pour le centre d'entreprises ou l'immeuble de transit.
  § 2. Par la subvention, la POM, la commune, l'AGB et la structure de coopération intercommunale participent en leur nom et pour leur compte dans le capital social de la société, visée au § 1er.
  § 3. La participation cumulée de la POM, de la commune, de l'AGB ou de la structure de coopération intercommunale s'élève au maximum à 40 % du capital social de la société créée pour un centre d'entreprises proposant des services ou un immeuble de transit.
  La participation cumulée de la POM, de la commune, de l'AGB ou de la structure de coopération intercommunale s'élève au maximum à 45 % du capital social de la société créée pour un centre d'entreprises spécifique.
  La participation cumulée de la POM, de la commune, de l'AGB ou de la structure de coopération intercommunale s'élève au maximum à 50 % du capital social de la société créée pour un centre d'entreprises stratégique.
Art.18. De subsidie voor de uitbreiding of modernisering van een bedrijvencentrum of doorgangsgebouw kan door de POM, de gemeente, het AGB of het intergemeentelijk samenwerkingsverband rechtstreeks aangewend worden om een vierde van de kosten voor uitbreiding of modernisering af te lossen.
Art.18. La subvention pour l'extension ou la modernisation d'un centre d'entreprises ou d'un immeuble de transit peut être directement affectée par la POM, la commune, l'AGB ou la structure de coopération intercommunale à l'amortissement d'un quart des frais de l'extension ou de la modernisation.
Afdeling 3. - Universiteiten.
Section 3. - Universités.
Art.19. De subsidie kan ook toegekend worden aan een universitaire instelling voor de oprichting, uitbreiding of modernisering van een specifiek bedrijvencentrum. Die universitaire instelling moet een of meerdere van de volgende studierichtingen organiseren :
  1° toegepaste wetenschappen;
  2° wetenschappen;
  3° medische wetenschappen;
  4° landbouwwetenschappen.
Art.19. La subvention peut être allouée à une institution universitaire pour la création, l'extension ou la modernisation d'un centre d'entreprises spécifique. Cette institution universitaire doit organiser une ou plusieurs des orientations suivantes :
  1° sciences appliquées;
  2° sciences;
  3° sciences médicales;
  4° sciences agricoles.
Afdeling 4. - Vennootschappen.
Section 4. - Sociétés.
Art.20. De subsidie kan ook toegekend worden aan de vennootschappen, vermeld in artikel 17, § 1. Ze moeten voldoen aan de bepalingen van artikel 12, 13, 14, 15 en 16.
Art.20. La subvention peut également être octroyée aux sociétés visées à l'article 17, § 1er. Elles doivent répondre aux dispositions des articles 12, 13, 14, 15 et 16.
HOOFDSTUK VI. - Terbeschikkingstelling.
CHAPITRE VI. - Mise à disposition.
Art.21. De ruimten in het bedrijvencentrum of doorgangsgebouw worden ter beschikking gesteld op basis van een contract.
Art.21. Les espaces du centre d'entreprises ou de l'immeuble de transit sont mis à disposition sur la base d'un contrat.
Art.22. § 1. De begunstigde organiseert de managementdiensten, vermeld in artikel 4, 5 of 6. Hij organiseert ook het beheer van het doorgangsgebouw.
  § 2. Als de subsidie in de vorm van een participatie wordt ondergebracht in het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap, dan komt die vennootschap de bepalingen van § 1 na.
Art.22. § 1er. Le bénéficiaire organise les services de gestion, visés aux articles 4, 5 ou 6. Il organise également la gestion de l'immeuble de transit.
  § 2. Si la subvention est introduite dans le capital social d'une société sous la forme d'une participation, cette société répond aux dispositions du § 1er.
HOOFDSTUK VII. - Procedure.
CHAPITRE VII. - Procédure.
Afdeling 1. - Algemeen.
Section 1re. - Généralités.
Art.23. De subsidie wordt toegekend volgens een wedstrijdformule. Na een oproep tot deelneming verdeelt de minister een vooraf bepaalde subsidie-enveloppe onder de best gerangschikte aanvragen.
  De minister bepaalt per oproep de termijn voor de indiening van de aanvragen.
  De minister kan beslissen om maximaal twee oproepen per jaar te organiseren.
  De minister wordt gemachtigd om per oproep beleidsaccenten te bepalen.
Art.23. La subvention est attribuée selon une formule de concours. Après un appel à la participation, une enveloppe subventionnelle fixée préalablement est répartie par le Ministre entre les demandes les mieux classées.
  Le Ministre détermine par appel le délai d'introduction des demandes.
  Le Ministre peut décider d'organiser au maximum deux appels par an.
  Le Ministre est autorisé à fixer par appel des accents politiques.
Art.24. De indiener die in het kader van dit besluit een subsidie wil ontvangen, dient naar aanleiding van een oproep een aanvraag in op het daartoe ter beschikking gestelde formulier.
Art.24. L'auteur qui désire bénéficier d'une subvention dans le cadre du présent arrêté, introduit à l'occasion d'un appel une demande sur le formulaire disponible à cet effet.
Afdeling 2. - Ontvankelijkheidcriteria.
Section 2. - Critères de recevabilité.
Art.25. § 1. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvragen binnen maximaal dertig kalenderdagen na afsluiting van de oproep.
  Een aanvraag is ontvankelijk als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de aanvraag is tijdig ingediend, dat wil zeggen voor het verstrijken van de in de oproep vastgelegde indieningstermijn;
  2° de aanvraag is correct en volledig ingevuld;
  3° de aanvraag bevat een businessplan;
  4° de aanvraag omschrijft het stappenplan en de acties conform de managementvoorwaarden, vermeld in artikelen 4, 5 en 6.
  § 2. De ontvankelijke projecten worden ter beoordeling voorgelegd aan de jury.
Art.25. § 1er. L'agence examine la recevabilité des demandes dans un délai maximal de trente jours calendaires de la clôture de l'appel.
  Une demande est recevable si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° la demande est introduite à temps, à savoir avant l'expiration du délai d'introduction fixé dans l'appel;
  2° la demande est dûment et complètement remplie;
  3° la demande contient un plan d'affaires;
  4° la demande définit la feuille de route et les actions conformément aux conditions de gestion, visées aux articles 4, 5 et 6.
  § 2. Les projets recevables sont soumis à l'appréciation du jury.
Afdeling 3. - Beoordelingscriteria.
Section 3. - Critères d'appréciation.
Art.26. § 1. De jury beoordeelt en rangschikt de ontvankelijke projecten op basis van de volgende criteria :
  1° de mate waarin het project beantwoordt aan een aangetoonde maatschappelijke behoefte;
  2° de mate waarin het project inspeelt op de managementvereisten, vermeld in artikel 4, 5 of 6;
  3° de mate waarin het project inspeelt op de specifieke beleidsaccenten van de minister;
  4° de deskundigheid van de indiener en de eventuele partners die het project uitvoeren;
  5° de mate waarin een of meer aspecten van het project vernieuwend zijn, dat wil zeggen door profilering ten opzichte van bestaande, vergelijkbare initiatieven;
  6° de efficiënte inzet van middelen;
  7° de mate waarin het project inpasbaar is in en complementair is met het economisch beleid;
  8° de mate waarin het project zich leent tot de ontwikkeling van economisch beleid;
  9° de mate waarin het project duurzame bouwprincipes op het vlak van energie-, water-, ruimte- en materialenbeheer hanteert.
  § 2. Bij het opstellen van de rangschikking streeft de jury bovendien naar :
  1° diversiteit en complementariteit in het aanbod van projecten;
  2° een geografische spreiding van het aanbod van projecten in het Vlaamse Gewest.
  § 3. De jury kan op basis van § 2 ontvankelijke projecten uit de rangschikking weren.
  § 4. De minister bepaalt bij elke oproep het gewicht dat aan elk van de criteria, vermeld in § 1 wordt gegeven, de wijze waarop punten worden toegekend en de minimumscore die een project moet behalen om opgenomen te worden in de rangschikking.
  § 5. Voor ze overgaat tot de definitieve rangschikking van de projecten, kan de jury beslissen om eerst een hoorzitting te organiseren als ze dat wenselijk of opportuun acht. Op die hoorzitting krijgen de indieners de kans om hun projecten verder toe te lichten.
  § 6. De jury rangschikt de ontvankelijke projecten op basis van de beoordelingscriteria en legt ze ter bekrachtiging voor aan de minister.
Art.26. § 1er. Le jury apprécie et classe les projets recevables sur la base des critères suivants :
  1° la mesure dans laquelle le projet répond aux besoins sociaux démontrés;
  2° la mesure dans laquelle le projet rencontre les exigences de gestion, visées aux articles 4, 5 ou 6;
  3° la mesure dans laquelle le projet rencontre les accents politiques spécifiques du Ministre;
  4° l'expertise de l'auteur et des partenaires éventuels qui exécutent le projet;
  5° la mesure dans laquelle un ou plusieurs aspects du projet sont innovateurs, notamment en les confrontant à des initiatives comparables existantes;
  6° l'affectation efficace des moyens;
  7° la mesure dans laquelle le projet peut s'intégrer dans et est complémentaire à la politique économique;
  8° la mesure dans laquelle le projet se prête au développement de la politique économique;
  9° la mesure dans laquelle le projet applique des principes de construction durables sur la plan de l'énergie, de l'eau, de l'espace et de la gestion des matériaux.
  § 2. Lors de l'établissement du classement, le jury veille en outre à :
  1° la diversité et la complémentarité de l'offre des projets;
  2° la répartition géographique de l'offre de projets en Région flamande.
  § 3. Sur la base du § 2, le jury peut exclure du classement des projets recevables.
  § 4. Le Ministre détermine pour chaque appel, le poids conféré à chaque critère, visé au § 1er, le mode de notation et le score minimum qu'un projet doit obtenir pour être repris au classement.
  § 5. Avant de procéder au classement définitif des projets, le jury peut décider d'organiser préalablement une séance d'audition, dans le cas où elle estimerait une telle séance souhaitable ou opportune. Lors de cette audition, les auteurs ont l'occasion de commenter leurs projets.
  § 6. Le jury classe les projets recevables sur la base des critères d'appréciation et les soumet à l'approbation du Ministre.
Afdeling 4. - Bekendmaking.
Section 4. - Publication.
Art.27. § 1. De minister bekrachtigt de definitieve rangschikking van de jury binnen maximaal dertig kalenderdagen na de datum van ontvangst. De subsidie wordt toegekend volgens de plaats in de definitieve rangschikking, in afnemende volgorde te beginnen bij de eerste tot het beschikbare budget is opgebruikt. Indien het saldo ontoereikend is om de eerstvolgende aanvraag of de eerstvolgende gelijkgerangschikte aanvragen volledig te subsidiëren, wordt met dat saldo geen subsidie meer toegekend.
  § 2. De beslissing tot toekenning van een subsidie wordt binnen dezelfde termijn, vermeld in § 1, genomen bij een ministerieel besluit. Dat besluit wordt binnen veertien kalenderdagen na de datum van de ondertekening ervan, betekend aan de indieners die in aanmerking komen voor een subsidie. Het besluit bevat minimaal de volgende elementen :
  1° rangschikking van de projecten, met vermelding van de indieners die in aanmerking komen voor een subsidie;
  2° uitbetalingsvoorwaarden;
  3° toezicht en controle.
  § 3. De indiener van een project dat niet werd opgenomen in de definitieve rangschikking, wordt daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien kalenderdagen na de datum van het ministerieel besluit, vermeld in § 2, met vermelding van de reden.
Art.27. § 1er. Le Ministre approuve le classement définitif du jury dans un délai maximal de trente jours calendaires après la date de réception. La subvention est accordée selon la place dans le classement définitif, en ordre décroissant, en commençant par le premier jusqu'à épuisement du budget disponible. Si le solde est insuffisant pour subventionner complètement la demande suivante ou les demandes suivantes classées au même niveau, aucune subvention n'est plus accordée avec ce solde.
  § 2. La décision d'attribuer une subvention est prise par arrêté ministériel dans le même délai que mentionné au § 1er. Cet arrêté est notifié, dans les quatorze jours calendaires après la date de sa signature, aux auteurs qui entrent en ligne de compte pour une subvention. L'arrêté comporte au moins les éléments suivants :
  1° le classement des projets, avec mention des auteurs qui entrent en ligne de compte pour une subvention;
  2° les conditions de paiement;
  3° la surveillance et le contrôle.
  § 3. L'auteur d'un projet qui n'a pas été admis au classement définitif, en est averti dans les quatorze jours après la date de l'arrêté ministériel, visé au § 2, avec mention du motif.
Afdeling 5. - Uitbetaling en terugvordering.
Section 5. - Paiement et recouvrement.
Art.28. § 1. De subsidie wordt uitbetaald in drie schijven :
  1° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en op voorwaarde dat de indiener de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  2° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en op voorwaarde dat de indiener :
  a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  b) verklaart dat het project voor 60 % is gerealiseerd;
  c) een tussentijds verslag indient of de bewijzen van oprichting van een vennootschap voorlegt;
  3° 40 % na afwerking van het gebouw, het halen van een bezettingsgraad van 30 % en het functioneren van de managementdiensten, vermeld in artikel 4, 5 of 6 en op voorwaarde dat :
  a) de indiener de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  b) de indiener een staat voorlegt van de gerealiseerde subsidiabele investeringen, vermeld in artikel 3, § 4;
Art.28. § 1er. La subvention est versée en trois tranches :
  1° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur en fasse la demande :
  2° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur :
  a) demande le paiement de la tranche;
  b) déclare que le projet est réalisé à 60 %;
  c) fasse parvenir un rapport intermédiaire ou les preuves de la création d'une société;
  3° 40 % après la finition de l'immeuble, la réalisation d'un degré d'occupation de 30 % et le fonctionnement des services de gestion, visés aux articles 4, 56 ou 6, à la condition que :
  a) l'auteur demande le paiement de la tranche;
  b) l'auteur produise un état des investissements subventionnables réalisés, visés à l'article 3, § 4.
Art.28/1. [1 Als de onderneming een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het agentschap of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]1
  
Art.28/1. [1 Si l'entreprise a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'agence ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée.]1
  
Art.29. De volledige subsidie wordt teruggevorderd [1 ...]1, onder voorbehoud van de toepassing van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat, in geval van :
  1° faillissement, vereffening, gerechtelijk akkoord, boedelafstand, ontbinding, vrijwillige of gerechtelijke verkoop, sluiting in het kader van een sociaal-economische herstructureringsoperatie met tewerkstellingsafbouw tot gevolg, als deze feiten zich voordoen binnen vijf jaar na het beëindigen van de gesubsidieerde investeringen;
  2° vervreemding of wijziging van de oorspronkelijke bestemming of van het gebruik van de gesubsidieerde investeringen binnen vijf jaar na het beëindigen van deze investeringen;
  3° niet-naleving van de milieuwetgeving en de wetgeving op de ruimtelijke ordening binnen vijf jaar na het beëindigen van de gesubsidieerde investeringen;
  4° niet-naleving van de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen vijf jaar na het beëindigen van de gesubsidieerde investeringen;
  5° niet-naleving van de bij het decreet of dit besluit opgelegde voorwaarden.
  
Art.29. La subvention totale est récupérée [1 ...]1, sous réserve de l'application des lois sur la comptabilite de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et la loi du 7 juin 1994 modifiant l'arrêté royal du 31 mai 2033 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations de toute nature, qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat, en cas de :
  1° faillite, liquidation, concordat judiciaire, abandon d'actif, dissolution, vente volontaire ou judiciaire, fermeture dans le cadre d'une opération de restructuration socio-économique avec perte d'emplois, si ces faits se présentent dans les 5 ans après la fin de des investissements subventionnés;
  2° aliénation ou changement de l'affectation originale ou de l'utilisation des investissements subventionnés dans les 5 ans après la fin desdits investissements;
  3° non-respect de la législation en matière d'environnement et de la législation en matière d'aménagement du territoire dans les 5 ans après la fin des investissements subventionnés;
  4° non-respect des procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciement collectif dans les 5 ans après la fin des investissements subventionnés;
  5° non-respect des conditions imposées par le décret ou le présent arrêté.
  
Art.30. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast vanaf de datum van ingebrekestelling.
Art.30. En cas de récupération, le taux d'intérêt de référence européen pour la récupération des aides publiques accordées indûment, sera appliqué à partir de la date de la mise en demeure.
HOOFDSTUK VIII. - Verjaring.
CHAPITRE VIII. - Prescription.
Art.31. De aanvragen tot uitbetaling moeten worden ingediend binnen zes maanden na het beëindigen van oprichting of modernisering van het gebouw.
Art.31. Les demandes de paiement doivent être introduites dans les 6 mois à l'issue de la création ou de la modernisation de l'immeuble.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Art.32. Het agentschap kan te allen tijde de naleving van de bepalingen van dit besluit controleren.
  Behoudens overmacht kan de minister op voorstel van het agentschap besluiten de begunstigden die de algemene subsidievoorwaarden niet naleven, verder uit te sluiten van subsidiëring voor projecten op basis van dit besluit.
Art.32. L'agence peut à tout moment contrôler le respect des dispositions du présent arrêté.
  Sauf en cas de force majeure, le Ministre peut décider, sur la proposition de l'agence, d'exclure à l'avenir les bénéficiaires qui ne respectent pas les conditions générales de subvention de la subvention de projets sur la base du présent arrêté
Art.33. De aanvragen tot subsidiëring van bedrijfsgebouwen, ingediend vóór de dag van inwerkingtreding van dit besluit, worden afgehandeld volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 houdende subsidiëring van bedrijventerreinen, wetenschapsparken en bedrijfsgebouwen.
Art.33. Les demandes de subvention pour immeubles d'exploitation, introduites avant le jour d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont traitées suivant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2003 relatif au subventionnement des terrains d'activités économiques, des parcs scientifiques et des immeubles d'exploitation.
Art.34. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.
Art.34. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2007.
Art. 35. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre flamand ayant la politique économique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.