Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 APRIL 2007. - Besluit van de wnd. administrateur-generaal betreffende subdelegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van de entiteiten hoger onderwijs, levenslang leren en studietoelagen.
Titre
17 AVRIL 2007. - Arrêté de l'administrateur général relative à la subdélégation de certaines compétences en matière d'enseignement aux membres du personnel d'entités enseignement supérieur, apprentissage tout au long de la vie et octroi d'allocations d'études (TRADUCTION).
Documentinformatie
Tekst (34)
Texte (1)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Article M. Pour le texte, voir version néerlandaise.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het intern verzelfstandigd agentschap Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs, hierna genoemd het agentschap, en regelt de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de afdelingshoofden en aan hun personeelsleden.
-
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs;
  2° het hoofd van het agentschap : het personeelslid dat belast is met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap;
  3° de afdelingshoofden : de personeelsleden, houder van een managementfunctie van N-1 niveau binnen het agentschap, zijnde :
  - het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Hoger Onderwijs;
  - het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Levenslang Leren;
  - het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Studietoelagen.
  4° de personeelsleden van de afdelingshoofden : de personeelsleden die deel uitmaken van de entiteit waarover het afdelingshoofd de leiding heeft.
-
Art.3. § 1. De bij dit besluit gedelegeerde beslissingsbevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtname van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in de bepalingen van de relevante wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, dienstorders en andere vormen van reglementeringen, instructies, richtlijnen en beslissingen.
  § 2. De bij dit besluit gedelegeerde beslissingsbevoegdheden kunnen enkel uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken entiteit en van de kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken entiteit ressorteren.
-
Art.4. Als in dit besluit de beslissingsbevoegdheid voor bepaalde aangelegenheden expliciet gedelegeerd wordt, strekt de delegatie zich ook uit tot :
  1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
  2° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
  3° het afsluiten van overeenkomsten.
-
Art.5. Ingeval het gebruik van de bij dit besluit verleende delegaties gepaard gaat met het gunnen van een overheidsopdracht, gelden de bepalingen van artikel 12 en artikel 1 ".
-
Art.6. Bij gebruik van de door dit besluit bedoelde delegaties plaatst de delegatiehouder boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening de formule " Namens de Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs en Vorming ".
-
HOOFDSTUK II. - Delegatie inzake de uitvoering van de begroting.
-
Art.7. De afdelingshoofden hebben delegatie om, in het kader van de uitvoering van de begroting en binnen de perken van de in de begroting vastgelegde kredieten en middelen die onder het beheer van hun entiteit ressorteren, de beslissingen te nemen van de eraan verbonden vastleggingen, het goedkeuren van verplichtingen en de eruit voortvloeiende uitgaven en betalingen, het vaststellen van vorderingen en het verkrijgen van ontvangsten en inkomsten.
-
Art.8. Met betrekking tot de niet aan het afdelingshoofd gedelegeerde aangelegenheden, waarvoor de beslissing bij de Vlaamse Regering, de minister, het hoofd van het agentschap of een ander orgaan berust, heeft de in artikel 7 verleende delegatie aan het afdelingshoofd betrekking op de administratieve beslissingen en handelingen, die in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus, noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering, de minister, het hoofd van het agentschap of een ander orgaan.
-
Art.9. Overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 7 en 8, treden de afdelingshoofden, in het kader van de ontvangsten - en uitgavencyclus en van het systeem van interne controle, op als inhoudelijk ordonnateur voor hun entiteit.
-
Art.10. De delegatie aan het afdelingshoofd, verleend bij de artikelen 7, 8 en 9, geldt onverminderd de bevoegdheden en opdrachten van de andere actoren in de ontvangsten- en uitgavencyclus en het systeem van interne controle.
-
HOOFDSTUK III. - Delegatie inzake overheidsopdrachten.
-
Art.11. Inzake personeelsmanagement hebben de afdelingshoofden delegatie om ten aanzien van de personeelsleden van hun entiteit de beslissingen te nemen in verband met :
  1° het bepalen van de inhoud van het programma en de evaluatiecriteria van de proeftijd, rekening houdend met de afspraken ter zake in het managementcomité Onderwijs en Vorming;
  2° het toestaan van jaarlijks verlof, omstandigheidsverlof, vormingsverlof en dienstvrijstelling.
-
HOOFDSTUK IV. - Delegatie inzake overheidsopdrachten.
-
Art. 12. § 1. De afdelingshoofden hebben delegatie om overheidsopdrachten te gunnen tot een bedrag dat de bedragen van de onderstaande tabel niet overschrijdt :
-
                  Openbare         Beperkte       Onderhan-
                aanbesteding     aanbesteding     delings-
                 of algemene      of beperkte     procedure
              offerteaanvraag   offerteaanvraag
                      -                -              -
  Werken           250.000          125.000        31.250
  Leveringen       250.000          125.000        31.250
  Diensten         250.000          125.000        31.250
-
  § 2. De afdelingshoofden hebben delegatie om de beslissingen te nemen inzake de uitvoering van overheidsopdrachten. Voor beslissingen met een financiële weerslag geldt de delegatie enkel binnen het voorwerp van de opdracht en tot een gezamenlijke maximale financiële weerslag van 15 % boven het initiële gunningsbedrag.
-
  § 2. De afdelingshoofden hebben delegatie om de beslissingen te nemen inzake de uitvoering van overheidsopdrachten. Voor beslissingen met een financiële weerslag geldt de delegatie enkel binnen het voorwerp van de opdracht en tot een gezamenlijke maximale financiële weerslag van 15 % boven het initiële gunningsbedrag.
-
Art.13. De in deze afdeling vermelde bedragen zijn exclusief de belasting op de toegevoegde waarde.
-
Art. 14. § 1. De afdelingshoofden hebben delegatie voor de ondertekening van de briefwisseling van hun entiteit met de minister, met andere diensten van de Vlaamse overheid, en met derden.
  § 2. Onverminderd het bepaalde in § 1, worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van het hoofd van het agentschap voorgelegd :
  - briefwisseling van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
  - andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
  - antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
  - antwoorden op brieven van het Rekenhof.
  § 3. Het hoofd van het agentschap kan, bij eenvoudige beslissing, instructies uitvaardigen die ertoe strekken :
  - bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
  - briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
  - de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
-
Art.14. § 1. De afdelingshoofden hebben delegatie voor de ondertekening van de briefwisseling van hun entiteit met de minister, met andere diensten van de Vlaamse overheid, en met derden.
  § 2. Onverminderd het bepaalde in § 1, worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van het hoofd van het agentschap voorgelegd :
  - briefwisseling van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
  - andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
  - antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
  - antwoorden op brieven van het Rekenhof.
  § 3. Het hoofd van het agentschap kan, bij eenvoudige beslissing, instructies uitvaardigen die ertoe strekken :
  - bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
  - briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
  - de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
-
Art. 16. De afdelingshoofden en de ambtenaren met ten minste rang B1 en C1 van het agentschap zijn gemachtigd om uittreksels en afschriften die betrekking hebben op hun entiteit eensluidend te verklaren en af te leveren.
-
Art.16. De afdelingshoofden en de ambtenaren met ten minste rang B1 en C1 van het agentschap zijn gemachtigd om uittreksels en afschriften die betrekking hebben op hun entiteit eensluidend te verklaren en af te leveren.
-
Art. 17. Het afdelingshoofd van de entiteit Hoger Onderwijs is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° het erkennen van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's of studiegetuigschriften, zoals bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 1997 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor en de procedure tot individuele erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's of studiegetuigschriften met de diploma's, uitgereikt door de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
  2° het erkennen van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's van de academische graden zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 1992 houdende vaststelling van de voorwaarden tot en van de procedure van de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften met de diploma's van de academische graden met uitzondering van de academische graden van de eerste cyclus;
  3° het opmaken van conformiteitsattesten voor wervingsambten in het onderwijs ter uitvoering van de Europese richtlijnen 89/48, 92/51 en 2001/19 zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 15 april 1997;
  4° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de hogescholen met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
  5° de vaststelling en de toekenning van de subsidies voor hogere instituten schone kunsten en andere instellingen voor schone kunsten met toepassing van artikel 340 sexies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
  6° de vaststelling en de toekenning van de dotatie aan de dienst met afzonderlijk beheer " Hogere Zeevaartschool " met toepassing van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool;
  7° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de universiteiten en sommige instellingen van academisch onderwijs en onderzoek met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;
  8° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de universiteiten voor de financiering van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met toepassing van :
  - het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.
  9° de vaststelling en de toekenning van de toelage aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel met toepassing van :
  - het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;
  - het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 houdende de voorwaarden tot financiering door de Vlaamse Gemeenschap van de " Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel ".
  10° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening met toepassing van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;
  11° de vaststelling en de toekenning van de dotaties aan het Universitair Ziekenhuis Gent met toepassing van :
  - het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot de begeleiding van de begroting 1992;
  - het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de Rijksuniversitaire Ziekenhuizen van Luik en Gent;
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 tot uitvoering van artikel 13, § &, van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de Rijksuniversitaire Ziekenhuizen van Luik en Gent;
  - het besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de exploitatie van het UZ Gent.
  12° de vaststelling en de toekenning van de subsidies aan de door de Vlaamse Regering gesubsidieerde studentenkoepelverenigingen zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 30 maart 1999 houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen;
  13° het vastleggen van de personeelsformatie van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het administratief en technisch personeel van de Hogere Zeevaartschool in toepassing van artikel 7 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool;
  14° de aanstellingen, benoemingen en bevorderingen van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel evenals de aanstellingen, benoemingen en bevorderingen van de leden van het administratief en technisch personeel in een graad die voorkomt in de tabel van de loopbaaninstructuur van het administratief en technisch personeel van de Hogere Zeevaartschool in toepassing van artikel 7 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool.
  15° de organisatie en de aanduiding van de secretaris van het toelatingsexamen arts-tandarts, zoals geregeld bij het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2001 houdende nadere regels met betrekking tot het toelatingsexamen voor de opleiding arts en tandarts;
  16° de gelijkwaardigheden bedoeld in artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften.
-
Art. 18. § 1. Het afdelingshoofd van de entiteit Levenslang Leren is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de opname in de financiering of in de toelageregeling van structuuronderdelen met toepassing van :
  - de artikelen 6 en 24 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  - het artikel 5 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, de dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
  2° de ondertekening van de besluiten betreffende de uitbetaling van voorschotten aan de centra voor basiseducatie en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie, zoals bepaald in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;
  3° de terugbetaling van de inschrijvingsgelden met toepassing van artikel 12 § 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en met toepassing van artikel 50, § 4, tweede lid van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs;
  4° de aanstelling en de vergoeding van de mentor en de hernieuwing hiervan met toepassing van artikel 91 § 1 en § 3 van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs;
  5° de vastlegging en toekenning van de toelage voor ICT- coördinatie aan de centra van het volwassenenonderwijs zoals bedoeld in de artikelen 49 tot en met 55 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende onderwijs XIV en in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2003 betreffende de ICT -coördinatie in het onderwijs;
  6° de afwijkingen op de verlof-, de vakantie- en uurregeling, met toepassing van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
  7° het verhaal zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het volwassenenonderwijs;
  8° de bepaling van het modelformulier voor de mededeling aan het agentschap " Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs " van iedere toelating tot de proeftijd of vaste benoeming aan de hand van een formulier, met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van vaste benoeming aan het departement Onderwijs;
  9° de aanstelling van de effectieve en plaatsvervangende leden en van de secretarissen in de Kamers van Beroep van het gesubsidieerd vrij onderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, de gesubsidieerde vrije centra voor leerlingenbegeleiding en de gesubsidieerde officiële centra voor leerlingenbegeleiding, met toepassing van de artikelen 70 en 71 van het decreet rechtspositie van 27 maart 1991 betreffende sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en van de artikelen 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
  10° de terugbetaling van de BIS-inschrijvingsgelden aan categorieën van cursisten volgens artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 1992 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het Begeleid Individueel Studeren.
  § 2. De ambtenaren met ten minste rang A1 van de entiteit levenslang leren zijn gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie zoals geregeld door het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie;
  2° de vrijstellingen zoals bedoeld in :
  - artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
  - artikel 28, § 1, 1° en 2°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  3° de taalafwijkingen zoals bedoeld in het artikel 16 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs;
  4° de erkenning van de nuttige ervaring voor de bepaling van het bekwaamheidsbewijs en voor de toepassing van artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs;
  5° de afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor individuele gevallen in het hoger onderwijs van het korte type en het hoger technisch onderwijs van de tweede en de derde graad, op basis van artikel 17, § 4, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
  6° de wijziging en het voortijdig einde van de loopbaanonderbreking met toepassing van artikel 17, §§ 1 en 4 en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 1997 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
  7° de afwijkingen in geval van laattijdige aanvragen van terbeschikkingstelling en de beëindiging van reaffectatie en wedertewerkstelling zoals bedoeld in de artikelen 25, § 3, en 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;
  8° de afwijkingen op de cumulatiebeperking, namelijk het optrekken van de grens van een derde tot twee derde van de opdracht, zoals bedoeld in het artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 december 1978 ter uitvoering van het artikel 77, § 2, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 en houdende afwijking van sommige bepalingen van de Koninklijke besluiten tot vaststelling van de voorwaarden vereist voor het oprichten van betrekkingen in de rijksinrichtingen voor technisch en kunstonderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;
  9° het verhaal tegen een aanstelling in bijbetrekking bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van het artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;
  10° de individuele aanvragen tot het bekomen van terugbetalingsfaciliteiten bij terugvorderingen van wedde of weddetoelagen;
  § 3. De ambtenaren van de entiteit Levenslang Leren met tenminste rang C1 zijn gemachtigd om een beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de vaststellingen van hoofdambt en bijbetrekking met toepassing van :
  - het artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 tot regeling van de cumulatie van een activiteit als zelfstandige met een ambt in het onderwijs;
  - het artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 1993 tot regeling van de cumulatie van een andere bezigheid of een pensioen met uitzondering van het overlevingspensioen, met een ambt in het onderwijs;
  2° de beslissing op basis van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1997 betreffende de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra.
-
Art.18. § 1. Het afdelingshoofd van de entiteit Levenslang Leren is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de opname in de financiering of in de toelageregeling van structuuronderdelen met toepassing van :
  - de artikelen 6 en 24 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  - het artikel 5 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, de dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
  2° de ondertekening van de besluiten betreffende de uitbetaling van voorschotten aan de centra voor basiseducatie en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie, zoals bepaald in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;
  3° de terugbetaling van de inschrijvingsgelden met toepassing van artikel 12 § 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en met toepassing van artikel 50, § 4, tweede lid van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs;
  4° de aanstelling en de vergoeding van de mentor en de hernieuwing hiervan met toepassing van artikel 91 § 1 en § 3 van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs;
  5° de vastlegging en toekenning van de toelage voor ICT- coördinatie aan de centra van het volwassenenonderwijs zoals bedoeld in de artikelen 49 tot en met 55 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende onderwijs XIV en in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2003 betreffende de ICT -coördinatie in het onderwijs;
  6° de afwijkingen op de verlof-, de vakantie- en uurregeling, met toepassing van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
  7° het verhaal zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het volwassenenonderwijs;
  8° de bepaling van het modelformulier voor de mededeling aan het agentschap " Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs " van iedere toelating tot de proeftijd of vaste benoeming aan de hand van een formulier, met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van vaste benoeming aan het departement Onderwijs;
  9° de aanstelling van de effectieve en plaatsvervangende leden en van de secretarissen in de Kamers van Beroep van het gesubsidieerd vrij onderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, de gesubsidieerde vrije centra voor leerlingenbegeleiding en de gesubsidieerde officiële centra voor leerlingenbegeleiding, met toepassing van de artikelen 70 en 71 van het decreet rechtspositie van 27 maart 1991 betreffende sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en van de artikelen 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
  10° de terugbetaling van de BIS-inschrijvingsgelden aan categorieën van cursisten volgens artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 1992 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het Begeleid Individueel Studeren.
  § 2. De ambtenaren met ten minste rang A1 van de entiteit levenslang leren zijn gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie zoals geregeld door het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie;
  2° de vrijstellingen zoals bedoeld in :
  - artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
  - artikel 28, § 1, 1° en 2°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  3° de taalafwijkingen zoals bedoeld in het artikel 16 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs;
  4° de erkenning van de nuttige ervaring voor de bepaling van het bekwaamheidsbewijs en voor de toepassing van artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs;
  5° de afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor individuele gevallen in het hoger onderwijs van het korte type en het hoger technisch onderwijs van de tweede en de derde graad, op basis van artikel 17, § 4, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
  6° de wijziging en het voortijdig einde van de loopbaanonderbreking met toepassing van artikel 17, §§ 1 en 4 en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 1997 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
  7° de afwijkingen in geval van laattijdige aanvragen van terbeschikkingstelling en de beëindiging van reaffectatie en wedertewerkstelling zoals bedoeld in de artikelen 25, § 3, en 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;
  8° de afwijkingen op de cumulatiebeperking, namelijk het optrekken van de grens van een derde tot twee derde van de opdracht, zoals bedoeld in het artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 december 1978 ter uitvoering van het artikel 77, § 2, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 en houdende afwijking van sommige bepalingen van de Koninklijke besluiten tot vaststelling van de voorwaarden vereist voor het oprichten van betrekkingen in de rijksinrichtingen voor technisch en kunstonderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;
  9° het verhaal tegen een aanstelling in bijbetrekking bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van het artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;
  10° de individuele aanvragen tot het bekomen van terugbetalingsfaciliteiten bij terugvorderingen van wedde of weddetoelagen;
  § 3. De ambtenaren van de entiteit Levenslang Leren met tenminste rang C1 zijn gemachtigd om een beslissing te nemen met betrekking tot :
  1° de vaststellingen van hoofdambt en bijbetrekking met toepassing van :
  - het artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 tot regeling van de cumulatie van een activiteit als zelfstandige met een ambt in het onderwijs;
  - het artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 1993 tot regeling van de cumulatie van een andere bezigheid of een pensioen met uitzondering van het overlevingspensioen, met een ambt in het onderwijs;
  2° de beslissing op basis van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1997 betreffende de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra.
-
Art.19. § 1. Het afdelingshoofd van de entiteit Studietoelagen is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot :
-
Art. 20. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van functie van afdelingshoofd belast is of het hoofd van het agentschap vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening, de formule " voor het afdelingshoofd, afwezig " of " voor de wnd. administrateur-generaal, afwezig ".
-
Art.20. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van functie van afdelingshoofd belast is of het hoofd van het agentschap vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening, de formule " voor het afdelingshoofd, afwezig " of " voor de wnd. administrateur-generaal, afwezig ".
-
Art. 21. § 1. De afdelingshoofden, alsook hun personeelsleden aan wie ingevolge artikel 21 beslissingsbevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de in dit besluit verleende delegaties.
  § 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door het hoofd van het agentschap nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
-
Art.21. § 1. De afdelingshoofden, alsook hun personeelsleden aan wie ingevolge artikel 21 beslissingsbevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de in dit besluit verleende delegaties.
  § 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door het hoofd van het agentschap nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
-
Art.22. De afdelingshoofden zijn ten aanzien van het hoofd van het agentschap verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties.
-
Art. 24. § 1. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt semestrieel verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door het afdelingshoofd aan het hoofd van het agentschap wordt voorgelegd.
  Het rapport wordt door het afdelingshoofd aan het hoofd van het agentschap voorgelegd, uiterlijk de vijftiende werkdag na het verstrijken van de periode waarop het rapport betrekking heeft.
  § 2. Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen.
  § 3. De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en terzake dienend; ze is niet overmatig. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
  § 4. Het hoofd van het agentschap kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
  § 5. Het hoofd van het agentschap kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan de afdelingshoofden verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
  Het hoofd van het agentschap heeft het recht om, bij eenvoudige beslissing, de verleende delegaties tijdelijk, geheel of gedeeltelijk op te heffen.
-
Art.24. § 1. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt semestrieel verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door het afdelingshoofd aan het hoofd van het agentschap wordt voorgelegd.
-
Art. 25. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 12 februari 2007.
  Brussel, 17 april 2007.
  De wnd. administrateur-generaal van het Intern Verzelfstandigd Agentschap Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs,
  W. LEYBAERT.
-