Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor [1 het studiegebied onderwijs van het hoger beroepsonderwijs]1.
De Opleiding voor Opleiders van Volwassenen wordt ingedeeld in de categorie pedagogisch hoger onderwijs van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-03-2007 en tekstbijwerking tot 01-09-2008)
Titre
9 FEVRIER 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de projets temporaires pour la Formation de Formateurs d'Adultes (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-03-2007 et mise à jour au 01-09-2008)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Kandidaturen voor het organiser...
HOOFDSTUK III. - Beoordeling van de kandidature...
HOOFDSTUK IV. - Engagementen van de proefcentra.
HOOFDSTUK V. - Opvolging, begeleiding en evalua...
HOOFDSTUK VI. - Toekennen van de middelen.
HOOFDSTUK VII. - Afwijkingen van decretale bepa...
HOOFDSTUK VIII. - Sancties.
HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - De verlenging van de ti...
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Appel à candidatures pour l'orga...
CHAPITRE III. - Evaluation des candidatures et ...
CHAPITRE IV. - Engagements des centres pilotes.
CHAPITRE V. - Suivi, accompagnement et évaluation.
CHAPITRE VI. - Octroi des moyens.
CHAPITRE VII. - Dérogations aux dispositions dé...
CHAPITRE VIII. - Sanctions.
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Prolongation des projets...
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Le présent arrêté est d'application aux centres d'éducation des adultes qui ont compétence d'enseignement pour [1 la discipline 'Onderwijs' (Enseignement) de l'enseignement supérieur professionnel]1.
La Formation de Formateurs d'Adultes est classée, pour la durée des projets temporaires, dans la catégorie de l'enseignement supérieur pédagogique de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
La Formation de Formateurs d'Adultes est classée, pour la durée des projets temporaires, dans la catégorie de l'enseignement supérieur pédagogique de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° lestijd : een periode van vijftig minuten die als eenheid voor de bepaling van de duur van de onderwijsactiviteiten wordt gebruikt, conform [1 artikel 2, 26°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1;
2° praktijkbegeleiding : het ondersteunen van de cursist bij het verwerken van het geleerde in de praktijk;
3° proefcentra : de zes Centra voor Volwassenenonderwijs die conform artikel 10 door de Vlaamse Regering, aangeduid worden om de tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen te organiseren.
1° lestijd : een periode van vijftig minuten die als eenheid voor de bepaling van de duur van de onderwijsactiviteiten wordt gebruikt, conform [1 artikel 2, 26°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1;
2° praktijkbegeleiding : het ondersteunen van de cursist bij het verwerken van het geleerde in de praktijk;
3° proefcentra : de zes Centra voor Volwassenenonderwijs die conform artikel 10 door de Vlaamse Regering, aangeduid worden om de tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen te organiseren.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° période : une période de cinquante minutes utilisée comme unité pour la fixation de la durée des activités d'enseignement conformément à [1 l'article 2, 26°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1;
2° accompagnement de la pratique : le soutien fourni à l'apprenant lorsque celui-ci apprend à utiliser ses connaissances dans la pratique;
3° centres pilotes : les six Centres d'Education des Adultes qui, conformément à l'article 10, ont été désignés par le Gouvernement flamand pour organiser des projets temporaires pour la Formation de Formateurs d'Adultes.
1° période : une période de cinquante minutes utilisée comme unité pour la fixation de la durée des activités d'enseignement conformément à [1 l'article 2, 26°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1;
2° accompagnement de la pratique : le soutien fourni à l'apprenant lorsque celui-ci apprend à utiliser ses connaissances dans la pratique;
3° centres pilotes : les six Centres d'Education des Adultes qui, conformément à l'article 10, ont été désignés par le Gouvernement flamand pour organiser des projets temporaires pour la Formation de Formateurs d'Adultes.
Art. 3. De concrete doelstelling van de tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen is de uitgewerkte Opleiding voor Opleiders van Volwassenen, die erin bestaat de integratie van het werkplekleren in het formeel leren en de praktijkbegeleiding te verzekeren, te organiseren, uit te testen en te optimaliseren.
Art. 3. Les projets temporaires de la Formation de Formateurs d'Adultes visent à concevoir la Formation de Formateurs d'Adultes comme un outil destiné à assurer, organiser, tester et optimaliser l'intégration de l'apprentissage sur le lieu de travail dans l'apprentissage formel et l'accompagnement de la pratique.
Art. 4. De opleiding bestaat uit een duaal traject van 280 lestijden, waarvan een geïntegreerd praktijkgedeelte van 120 lestijden. De opleiding is ontwikkeld in de vorm van zes modules en vastgelegd in bijlage I, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd. De uitgewerkte inhouden van de opleiding zijn vastgelegd in bijlage II tot en met VIII, die als bijlagen bij dit besluit zijn gevoegd.
Het met vrucht beëindigen van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen geeft recht op een certificaat.
Het met vrucht beëindigen van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen geeft recht op een certificaat.
Art. 4. La formation se compose d'un double parcours de 280 périodes dont une partie pratique intégrée de 120 périodes. La formation est dispensée sous forme de six modules et définie à l'annexe Ire jointe au présent arrêté. Les contenus détaillés de la formation sont fixés aux annexes II à VIII jointes au présent arrêté.
La réussite d'une Formation de Formateurs d'Adultes est sanctionnée d'un certificat.
La réussite d'une Formation de Formateurs d'Adultes est sanctionnée d'un certificat.
Art. 5. Binnen de tijdelijke projecten wordt de Opleiding voor Opleiders voor Volwassenen éénmaal volledig georganiseerd vanaf 1 september 2007 tot 31 augustus 2008 [1 en ten minste eenmaal volledig georganiseerd vanaf 1 september 2008 tot en met 31 augustus 2009]1.
Art. 5. S'inscrivant dans le cadre de projets temporaires, la Formation de Formateurs d'Adultes intégrale n'est dispensée qu'une seule fois du 1er septembre 2007 au 31 août 2008 [1 et au moins une fois organisée dans son ensemble du 1er septembre 2008 au 31 août 2009]1.
HOOFDSTUK II. - Kandidaturen voor het organiseren van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen.
CHAPITRE II. - Appel à candidatures pour l'organisation de la Formation de Formateurs d'Adultes.
Art. 6. § 1. De projectoproep wordt uiterlijk op 15 maart 2007 gelanceerd. Het aanvraagdossier wordt ingediend door het betrokken centrumbestuur uiterlijk op 19 april 2007 bij het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
§ 2. De aanvraag is alleen ontvankelijk als het protocol is bijgevoegd van de onderhandeling over het tijdelijke project in het lokaal comité.
§ 3. Het aanvraagdossier moet minstens de volgende elementen bevatten :
1° algemene gegevens :
a) de identificatie van de verantwoordelijken : personeelslid, team, centrum;
b) de identificatie van de meewerkende instanties : gemeente, begeleidingsdienst, afnemers van de opleiding, enzovoort;
2° inhoudelijke gegevens :
a) de doelgroep van de opleiding : alleen de opleiders van volwassenen die werken in :
1° de competentiecentra van de VDAB;
2° de ondernemersopleidingen van Syntra;
3° organisaties binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
4° organisaties binnen de welzijnssector;
5° organisaties uit de sportsector;
6° rijscholen;
7° inter- en intrasectorale vormingsorganisaties;
8° organisaties die werken op het gebied van ontwikkelingseducatie binnen de sector van de internationale samenwerking;
9° private opleidingsverstrekkers
b)
b) de concretisering van de doelstellingen, vermeld in artikel 2, de concrete acties en de planning ervan;
c) de beschrijving van de samenwerking tussen de centra onderling en met de afnemers van de opleiding;
d) de aanwending van de ondersteuning;
e) de opsomming van de concrete succesfactoren;
f) de opsomming van de te verwachten eindresultaten.
§ 2. De aanvraag is alleen ontvankelijk als het protocol is bijgevoegd van de onderhandeling over het tijdelijke project in het lokaal comité.
§ 3. Het aanvraagdossier moet minstens de volgende elementen bevatten :
1° algemene gegevens :
a) de identificatie van de verantwoordelijken : personeelslid, team, centrum;
b) de identificatie van de meewerkende instanties : gemeente, begeleidingsdienst, afnemers van de opleiding, enzovoort;
2° inhoudelijke gegevens :
a) de doelgroep van de opleiding : alleen de opleiders van volwassenen die werken in :
1° de competentiecentra van de VDAB;
2° de ondernemersopleidingen van Syntra;
3° organisaties binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
4° organisaties binnen de welzijnssector;
5° organisaties uit de sportsector;
6° rijscholen;
7° inter- en intrasectorale vormingsorganisaties;
8° organisaties die werken op het gebied van ontwikkelingseducatie binnen de sector van de internationale samenwerking;
9° private opleidingsverstrekkers
b)
b) de concretisering van de doelstellingen, vermeld in artikel 2, de concrete acties en de planning ervan;
c) de beschrijving van de samenwerking tussen de centra onderling en met de afnemers van de opleiding;
d) de aanwending van de ondersteuning;
e) de opsomming van de concrete succesfactoren;
f) de opsomming van de te verwachten eindresultaten.
Art. 6. § 1er. L'appel à projets est lancé le 15 mars 2007 au plus tard. Le dossier de demande est introduit par la direction du centre concernée, au plus tard le 19 avril 2007, auprès du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
§ 2. La demande n'est recevable que si elle est assortie du protocole de la négociation conduite sur le projet temporaire dans le comité local.
§ 3. Le dossier de demande doit comprendre au moins les éléments suivants :
1° les données générales :
a) l'identification des personnes responsables : le membre du personnel, l'équipe, le centre;
b) l'identification des organes de coopération : la commune, le service d'accompagnement, les participants à la formation, etc.
2° les données sur le contenu :
a) le groupe cible de la formation : seuls les formateurs d'adultes qui travaillent dans :
1° les centres de compétences du VDAB;
2° les formations pour entrepreneurs de Syntra;
3° les organisations de l'animation socioculturelle des adultes;
4° les organisations du secteur de l'aide sociale;
5° les organisations du secteur sportif;
6° les auto-écoles;
7° les organisations de formation intersectorielles et intrasectorielles;
8° les organisations actives au niveau de l'éducation au développement dans le secteur de la coopération internationale;
9° les opérateurs de formation privés
b) la concrétisation des objectifs, visés à l'article 2, les actions concrètes et le planning de celles-ci;
c) la description de la coopération entre les centres et avec les clients de la formation;
d) l'affectation des aides;
e) la liste des facteurs clés de succès;
f) la liste des résultats prévisibles.
§ 2. La demande n'est recevable que si elle est assortie du protocole de la négociation conduite sur le projet temporaire dans le comité local.
§ 3. Le dossier de demande doit comprendre au moins les éléments suivants :
1° les données générales :
a) l'identification des personnes responsables : le membre du personnel, l'équipe, le centre;
b) l'identification des organes de coopération : la commune, le service d'accompagnement, les participants à la formation, etc.
2° les données sur le contenu :
a) le groupe cible de la formation : seuls les formateurs d'adultes qui travaillent dans :
1° les centres de compétences du VDAB;
2° les formations pour entrepreneurs de Syntra;
3° les organisations de l'animation socioculturelle des adultes;
4° les organisations du secteur de l'aide sociale;
5° les organisations du secteur sportif;
6° les auto-écoles;
7° les organisations de formation intersectorielles et intrasectorielles;
8° les organisations actives au niveau de l'éducation au développement dans le secteur de la coopération internationale;
9° les opérateurs de formation privés
b) la concrétisation des objectifs, visés à l'article 2, les actions concrètes et le planning de celles-ci;
c) la description de la coopération entre les centres et avec les clients de la formation;
d) l'affectation des aides;
e) la liste des facteurs clés de succès;
f) la liste des résultats prévisibles.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, werkt de praktische administratieve procedure uit om de tijdelijke projecten aan te vragen.
Art. 7. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement met au point une procédure administrative pratique de demande des projets temporaires.
HOOFDSTUK III. - Beoordeling van de kandidaturen en selectie van de proefcentra.
CHAPITRE III. - Evaluation des candidatures et sélection des centres pilotes.
Art. 8. § 1. De aanvraagdossiers worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit :
1° twee leden van de Inspectie Volwassenenonderwijs;
2° twee ambtenaren van het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
3° twee externe experten die representatief zijn voor de afnemers van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen;
4° één externe expert in pedagogische aangelegenheden.
Een lid van de onderwijsinspectie is voorzitter van de selectiecommissie.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
1° twee leden van de Inspectie Volwassenenonderwijs;
2° twee ambtenaren van het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
3° twee externe experten die representatief zijn voor de afnemers van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen;
4° één externe expert in pedagogische aangelegenheden.
Een lid van de onderwijsinspectie is voorzitter van de selectiecommissie.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
Art. 8. § 1er. Les dossiers de demande sont évalués par une commission de sélection qui se compose de :
1° deux membres de l'inspection de l'Education des Adultes;
2° deux fonctionnaires du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
3° deux experts externes représentatifs des clients de la Formation de Formateurs d'Adultes;
4° un expert externe en pédagogie.
Un membre de l'inspection de l'enseignement est président de la commission de sélection.
§ 2. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
1° deux membres de l'inspection de l'Education des Adultes;
2° deux fonctionnaires du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
3° deux experts externes représentatifs des clients de la Formation de Formateurs d'Adultes;
4° un expert externe en pédagogie.
Un membre de l'inspection de l'enseignement est président de la commission de sélection.
§ 2. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
Art. 9. § 1. Bij de beoordeling van de aanvraagdossiers zal rekening worden gehouden met de volgende criteria :
1° de inbedding van het project binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van het centrum;
2° de organisatie van het duale traject, de afstemming van het praktijkgedeelte op het theoretische gedeelte, de rol van trajectbegeleider, de volwaardige integratie van theorie en praktijk;
3° het vrijstellingsbeleid voor cursisten die willen doorstromen naar de GPB-opleiding;
4° de flexibiliteit van het aanbod (dag-avond-weekend);
5° de mate van betrokkenheid van het personeel;
6° de samenwerkingsverbanden en netwerken met diverse opleidingsverstrekkers.
§ 2. Bij gelijkwaardigheid van de aanvraagdossiers wordt bij de beoordeling tevens rekening gehouden met de regionale spreiding en de spreiding over de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten en het Gemeenschapsonderwijs.
1° de inbedding van het project binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van het centrum;
2° de organisatie van het duale traject, de afstemming van het praktijkgedeelte op het theoretische gedeelte, de rol van trajectbegeleider, de volwaardige integratie van theorie en praktijk;
3° het vrijstellingsbeleid voor cursisten die willen doorstromen naar de GPB-opleiding;
4° de flexibiliteit van het aanbod (dag-avond-weekend);
5° de mate van betrokkenheid van het personeel;
6° de samenwerkingsverbanden en netwerken met diverse opleidingsverstrekkers.
§ 2. Bij gelijkwaardigheid van de aanvraagdossiers wordt bij de beoordeling tevens rekening gehouden met de regionale spreiding en de spreiding over de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten en het Gemeenschapsonderwijs.
Art. 9. § 1er. Lors de l'évaluation des dossiers de demande, il sera tenu compte des critères suivants :
1° l'intégration du projet dans l'organisation pédagogique entière et la capacité d'innovation du centre;
2° l'organisation du double parcours, l'harmonisation de la partie pratique et de la partie théorique, le rôle de l'accompagnateur de parcours, l'intégration à part entière de la théorie et de la pratique;
3° la politique d'exemption à appliquer aux apprenants désireux de s'orienter vers une formation GPB;
4° la flexibilité de l'offre (de jour-de soir-de weekend);
5° le degré d'implication du personnel;
6° les partenariats et les réseaux mis en place avec de divers opérateurs de formation.
§ 2. En cas de dossiers de demande de valeur égale, il est également tenu compte, lors de l'évaluation, de la répartition régionale et de la répartition sur les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs et de l'Enseignement communautaire.
1° l'intégration du projet dans l'organisation pédagogique entière et la capacité d'innovation du centre;
2° l'organisation du double parcours, l'harmonisation de la partie pratique et de la partie théorique, le rôle de l'accompagnateur de parcours, l'intégration à part entière de la théorie et de la pratique;
3° la politique d'exemption à appliquer aux apprenants désireux de s'orienter vers une formation GPB;
4° la flexibilité de l'offre (de jour-de soir-de weekend);
5° le degré d'implication du personnel;
6° les partenariats et les réseaux mis en place avec de divers opérateurs de formation.
§ 2. En cas de dossiers de demande de valeur égale, il est également tenu compte, lors de l'évaluation, de la répartition régionale et de la répartition sur les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs et de l'Enseignement communautaire.
Art. 10. De Vlaamse Regering duidt, op voordracht van de selectiecommissie, de zes proefcentra aan.
Art. 10. Le Gouvernement flamand désigne six centres pilotes sur la proposition de la commission de sélection.
HOOFDSTUK IV. - Engagementen van de proefcentra.
CHAPITRE IV. - Engagements des centres pilotes.
Art. 11. § 1. De proefcentra verbinden er zich toe gedurende de looptijd van het tijdelijke project alle gegevens te verzamelen die de realisatie van de projectdoelen kunnen aantonen. Deze gegevens betreffen minimaal :
1° het aantal ingeschreven cursisten;
2° het aantal effectieve deelnemers;
3° de werkplek van de cursisten;
4° de scholingsgraad van de cursisten;
5° het sociaal economisch profiel van de cursisten;
6° het aantal deelnemers aan de evaluaties;
7° het aantal geslaagde cursisten;
8° het aantal afnemers van de opleiding met wie contact is opgenomen;
9° het aantal uitgereikte certificaten en deelcertificaten;
10° het aantal cursisten dat wil doorstromen naar [1 de specifieke lerarenopleidingen]1.
§ 2. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om onderling samen te werken tijdens de projectfase zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van het werkplekleren gegarandeerd wordt.
§ 3. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om een tevredenheidsmeting uit te voeren bij de cursisten en de afnemende organisaties.
§ 4. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om een vrijstellingsbeleid te voeren voor cursisten die met vrucht het certificaat van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen hebben behaald. [1 ...]1
1° het aantal ingeschreven cursisten;
2° het aantal effectieve deelnemers;
3° de werkplek van de cursisten;
4° de scholingsgraad van de cursisten;
5° het sociaal economisch profiel van de cursisten;
6° het aantal deelnemers aan de evaluaties;
7° het aantal geslaagde cursisten;
8° het aantal afnemers van de opleiding met wie contact is opgenomen;
9° het aantal uitgereikte certificaten en deelcertificaten;
10° het aantal cursisten dat wil doorstromen naar [1 de specifieke lerarenopleidingen]1.
§ 2. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om onderling samen te werken tijdens de projectfase zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van het werkplekleren gegarandeerd wordt.
§ 3. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om een tevredenheidsmeting uit te voeren bij de cursisten en de afnemende organisaties.
§ 4. De besturen van de proefcentra gaan het engagement aan om een vrijstellingsbeleid te voeren voor cursisten die met vrucht het certificaat van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen hebben behaald. [1 ...]1
Art. 11. § 1er. Les centres pilotes s'engagent à rassembler, pendant la durée de validité du projet temporaire, toutes les données qui peuvent démontrer la réalisation des objectifs de projet. Ces données concernent au minimum :
1° le nombre d'apprenants inscrits;
2° le nombre de participants effectifs;
3° le lieu de travail des apprenants;
4° le niveau de scolarité des apprenants;
5° le profil socioéconomique des apprenants;
6° le nombre de participants aux évaluations;
7° le nombre de lauréats;
8° le nombre de clients de la formation qui ont été contactés;
9° le nombre de certificats et de certificats partiels délivrés;
10° le nombre d'apprenants qui désirent s'orienter vers [1 les formations spécifiques des enseignants]1.
§ 2. Les autorités des centres pilotes s'engagent à coopérer pendant la phase de projet de manière à garantir l'interchangeabilité des savoir-faire relatifs au matériel didactique et à l'accompagnement de l'apprentissage sur le lieu de travail.
§ 3. Les autorités des centres pilotes s'engagent à mesurer la satisfaction des apprenants et des organisations clientes.
§ 4. Les autorités des centres pilotes s'engagent à adopter une politique d'exemption pour les apprenants ayant obtenu avec fruit le certificat de la Formation de Formateurs d'Adultes. [1 ...]1
1° le nombre d'apprenants inscrits;
2° le nombre de participants effectifs;
3° le lieu de travail des apprenants;
4° le niveau de scolarité des apprenants;
5° le profil socioéconomique des apprenants;
6° le nombre de participants aux évaluations;
7° le nombre de lauréats;
8° le nombre de clients de la formation qui ont été contactés;
9° le nombre de certificats et de certificats partiels délivrés;
10° le nombre d'apprenants qui désirent s'orienter vers [1 les formations spécifiques des enseignants]1.
§ 2. Les autorités des centres pilotes s'engagent à coopérer pendant la phase de projet de manière à garantir l'interchangeabilité des savoir-faire relatifs au matériel didactique et à l'accompagnement de l'apprentissage sur le lieu de travail.
§ 3. Les autorités des centres pilotes s'engagent à mesurer la satisfaction des apprenants et des organisations clientes.
§ 4. Les autorités des centres pilotes s'engagent à adopter une politique d'exemption pour les apprenants ayant obtenu avec fruit le certificat de la Formation de Formateurs d'Adultes. [1 ...]1
HOOFDSTUK V. - Opvolging, begeleiding en evaluatie.
CHAPITRE V. - Suivi, accompagnement et évaluation.
Art. 12. De pedagogische begeleidingsdiensten ondersteunen de centra die erom verzoeken bij de tijdelijke projecten.
Art. 12. Les services d'encadrement pédagogique soutiennent les centres qui en font la demande pour des projets temporaires.
Art. 13. § 1. Bij het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming wordt een stuurgroep opgericht die enerzijds belast is met de opvolging van de tijdelijke projecten en van de wijze van begeleiding en ondersteuning, en anderzijds met de taken, vermeld in artikel 14, § 2, en 23. De stuurgroep is samengesteld uit :
1° afgevaardigden van het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° afgevaardigden van het Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten;
3° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
4° afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties;
5° externe experten;
6° vertegenwoordigers van het afnemende veld, zowel werkgevers als werknemers.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de leden van de stuurgroep aan.
§ 2. De Vlaamse Onderwijsraad wordt op regelmatige tijdstippen geïnformeerd over de voortgang van de tijdelijke projecten.
1° afgevaardigden van het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° afgevaardigden van het Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten;
3° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
4° afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties;
5° externe experten;
6° vertegenwoordigers van het afnemende veld, zowel werkgevers als werknemers.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de leden van de stuurgroep aan.
§ 2. De Vlaamse Onderwijsraad wordt op regelmatige tijdstippen geïnformeerd over de voortgang van de tijdelijke projecten.
Art. 13. § 1er. Auprès du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation est installé un comité directeur chargé d'une part du suivi des projets temporaires et du mode d'accompagnement et d'appui, et d'autre part des tâches visées aux articles 14, §§ 2 et 23. Le comité directeur se compose :
1° de délégués du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° de délégués de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs;
3° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
4° de délégués des organisations syndicales représentatives;
5° d'experts externes;
6° de représentants des clients, tant des employeurs que des travailleurs.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres du comité directeur.
§ 2. Le 'Vlaamse Onderwijsraad' (Conseil flamand de l'Enseignement) est informé à intervalles réguliers du suivi des projets temporaires.
1° de délégués du Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° de délégués de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs;
3° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
4° de délégués des organisations syndicales représentatives;
5° d'experts externes;
6° de représentants des clients, tant des employeurs que des travailleurs.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres du comité directeur.
§ 2. Le 'Vlaamse Onderwijsraad' (Conseil flamand de l'Enseignement) est informé à intervalles réguliers du suivi des projets temporaires.
Art. 14. § 1. De evaluatie van de tijdelijke projecten kan resulteren in beleidsbeslissingen over de wenselijkheid, de haalbaarheid en de budgettaire inpasbaarheid van wijzigingen in de vigerende regelgeving op het vlak van de structuur en de organisatie van het [1 studiegebied onderwijs van het hoger beroepsonderwijs]1.
§ 2. Aangezien de tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de onderwijsinspectie. Aan de hand van gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond binnen de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten, de representatieve vakorganisaties en de Vlaamse Onderwijsraad worden vooraf in kennis gesteld van het door de onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport, opgemaakt onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. De besturen en de centra zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren. Alle actoren binnen het centrum, waaronder de cursisten, worden actief betrokken bij de evaluatie. Elk centrum stelt op het einde van het project een eindrapport op waarin het projectverloop wordt beschreven en geëvalueerd en de verzamelde gegevens worden vermeld en besproken. Het eindrapport bevat tevens een financiële verantwoording over de besteding van de middelen, vermeld in artikel 16.
§ 2. Aangezien de tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de onderwijsinspectie. Aan de hand van gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond binnen de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten, de representatieve vakorganisaties en de Vlaamse Onderwijsraad worden vooraf in kennis gesteld van het door de onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport, opgemaakt onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. De besturen en de centra zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren. Alle actoren binnen het centrum, waaronder de cursisten, worden actief betrokken bij de evaluatie. Elk centrum stelt op het einde van het project een eindrapport op waarin het projectverloop wordt beschreven en geëvalueerd en de verzamelde gegevens worden vermeld en besproken. Het eindrapport bevat tevens een financiële verantwoording over de besteding van de middelen, vermeld in artikel 16.
Art. 14. § 1er. L'évaluation des projets temporaires peut résulter en des décisions politiques sur l'opportunité, la faisabilité et la conformité budgétaire de modifications dans la réglementation en vigueur relative à la structure et à l'organisation de [1 la discipline 'Onderwijs' (Enseignement) de l'enseignement supérieur professionnel]1.
§ 2. En raison du fait que les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen d'instruments ciblés. L'évaluation est finalisée dans la période du projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique, les organisations syndicales représentatives et le Vlaamse Onderwijsraad sont préalablement informés des instruments utilisés par l'Inspection de l'enseignement et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en découlent font l'objet d'un rapport qui est établi sous la responsabilité du comité directeur et remis au Ministre flamand chargé de l'enseignement.
§ 3. Les autorités ou les centres apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires dans lesquels ils participent. Tous les acteurs du centre, y compris les apprenants, sont activement impliqués dans l'évaluation. A la fin du projet, chaque centre établit un rapport final décrivant et évaluant le déroulement du projet et mentionnant et discutant les données réunies. Le rapport final est également assorti d'une justification financière de l'affectation des moyens visés à l'article 16.
§ 2. En raison du fait que les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen d'instruments ciblés. L'évaluation est finalisée dans la période du projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique, les organisations syndicales représentatives et le Vlaamse Onderwijsraad sont préalablement informés des instruments utilisés par l'Inspection de l'enseignement et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en découlent font l'objet d'un rapport qui est établi sous la responsabilité du comité directeur et remis au Ministre flamand chargé de l'enseignement.
§ 3. Les autorités ou les centres apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires dans lesquels ils participent. Tous les acteurs du centre, y compris les apprenants, sont activement impliqués dans l'évaluation. A la fin du projet, chaque centre établit un rapport final décrivant et évaluant le déroulement du projet et mentionnant et discutant les données réunies. Le rapport final est également assorti d'une justification financière de l'affectation des moyens visés à l'article 16.
Art. 15. Het eindrapport wordt uiterlijk één maand na het einde van de projectduur bezorgd aan het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 15. Au plus tard un mois après l'expiration du projet, le rapport final est remis au Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
HOOFDSTUK VI. - Toekennen van de middelen.
CHAPITRE VI. - Octroi des moyens.
Art. 16. Aan elk proefcentrum wordt een eenmalig bedrag toegekend van maximum 2000 euro. Dat bedrag mag uitsluitend aangewend worden voor de supplementaire publiciteits- en sensibiliseringskosten die verbonden zijn aan de organisatie van de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen.
[1 Voor het schooljaar 2008-2009 wordt aan elk proefcentrum eenzelfde bedrag toegekend.]1
[1 Voor het schooljaar 2008-2009 wordt aan elk proefcentrum eenzelfde bedrag toegekend.]1
Art. 16. Un montant unique de 2000 euros au maximum est octroyé à chaque centre pilote. Ce montant ne peut être affecté qu'aux frais de publicité et de sensibilisation supplémentaires résultant de l'organisation de la Formation de Formateurs d'Adultes.
[1 Chaque centre pilote reçoit le même montant pour l'année scolaire 2008-2009.]1
[1 Chaque centre pilote reçoit le même montant pour l'année scolaire 2008-2009.]1
Art. 17. Het bedrag vermeld in artikel 16 wordt uitsluitend uitbetaald op basis van een financiële verantwoording en na voorlegging van de bewijsstukken door het centrumbestuur van het tijdelijke project.
Art. 17. Le paiement du montant visé à l'article 16 se fait exclusivement sur la base d'une justification financière et après présentation des pièces justificatives par la direction du centre qui organise le projet temporaire.
Art. 18. De proefcentra laten toe dat de bevoegde ambtenaren van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming of van het Rekenhof ter plaatse controle uitoefenen op de besteding er van.
Art. 18. Les centres pilotes permettent aux fonctionnaires compétents du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ou de la Cour des Comptes de procéder sur les lieux à un contrôle de l'affectation des fonds.
Art. 19. De besturen van de proefcentra kunnen enkel aanvullende werkingsmiddelen verwerven door middel van de inschrijvingsgelden conform [1 artikel 109 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1.
Cursusmateriaal kan enkel aan de cursisten ten laste worden gelegd conform [1 artikel 121 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1.
Cursusmateriaal kan enkel aan de cursisten ten laste worden gelegd conform [1 artikel 121 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1.
Art. 19. Les autorités des centres pilotes ne peuvent acquérir des moyens de fonctionnement supplémentaires qu'en percevant des droits d'inscription conformément à [1 l'article 109 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1.
Le matériel didactique n'est à charge des apprenants que conformément à [1 l'article 121 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1.
Le matériel didactique n'est à charge des apprenants que conformément à [1 l'article 121 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1.
Art. 20. § 1. Per keer dat de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen wordt georganiseerd, wordt voorzien in een extra halftijdse betrekking van leraar hoger onderwijs voor sociale promotie voor de implementatie, de begeleiding en de ondersteuning van de tijdelijke projecten.
§ 2. De Opleiding voor Opleiders van Volwassenen kan pas georganiseerd worden als het aantal cursisten voor de eerste module twaalf of meer bedraagt. Het aantal cursisten voor elk van de volgende modules bedraagt ten minste zeven.
[1 Wanneer het aantal cursisten voor de eerste module veertien bedraagt, dan kan het proefcentrum de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen een tweede keer organiseren. In dit geval voldoet het aantal cursisten voor de eerste module en de volgende modules aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid.]1
De extra betrekking bedoeld in § 1 wordt verhoudingsgewijs per georganiseerde module toegekend.
§ 2. De Opleiding voor Opleiders van Volwassenen kan pas georganiseerd worden als het aantal cursisten voor de eerste module twaalf of meer bedraagt. Het aantal cursisten voor elk van de volgende modules bedraagt ten minste zeven.
[1 Wanneer het aantal cursisten voor de eerste module veertien bedraagt, dan kan het proefcentrum de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen een tweede keer organiseren. In dit geval voldoet het aantal cursisten voor de eerste module en de volgende modules aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid.]1
De extra betrekking bedoeld in § 1 wordt verhoudingsgewijs per georganiseerde module toegekend.
Art. 20. § 1er. Chaque fois qu'une Formation de Formateurs d'Adultes est organisée, un emploi à mi-temps supplémentaire d'enseignant de l'enseignement supérieur de promotion sociale est prévu pour la mise en oeuvre, l'accompagnement et l'appui des projets temporaires.
§ 2. La Formation de Formateurs d'Adultes ne peut être organisée que si le nombre d'apprenants s'élève à douze ou plus pour le premier module. Le nombre d'apprenants pour chacun des modules suivants s'élève à au moins sept.
[1 Lorsque le nombre d'apprenants pour le premier module s'élève à quatorze, le centre pilote peut organiser une deuxième fois la Formation de Formateurs d'Adultes. Dans ce cas, le nombre d'apprenants pour le premier module et les modules suivants satisfait aux dispositions, visées au premier alinéa.]1
L'emploi supplémentaire visé au § 1er est attribué proportionnellement par module organisé.
§ 2. La Formation de Formateurs d'Adultes ne peut être organisée que si le nombre d'apprenants s'élève à douze ou plus pour le premier module. Le nombre d'apprenants pour chacun des modules suivants s'élève à au moins sept.
[1 Lorsque le nombre d'apprenants pour le premier module s'élève à quatorze, le centre pilote peut organiser une deuxième fois la Formation de Formateurs d'Adultes. Dans ce cas, le nombre d'apprenants pour le premier module et les modules suivants satisfait aux dispositions, visées au premier alinéa.]1
L'emploi supplémentaire visé au § 1er est attribué proportionnellement par module organisé.
Art. 21. Het bedrag vermeld in artikel 16, en de extra betrekking, vermeld in artikel 20, moeten besteed worden in overeenstemming met de doelstellingen van het project.
Art. 21. Le montant visé à l'article 16, et l'emploi supplémentaire, visé à l'article 20, doivent être affectés conformément aux objectifs du projet.
HOOFDSTUK VII. - Afwijkingen van decretale bepalingen.
CHAPITRE VII. - Dérogations aux dispositions décrétales.
Art. 22. Volgende afwijkingen gelden voor de organisatie van de tijdelijke projecten :
1° in afwijking van [1 artikel 34 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1 kan een cursist ongeacht zijn behaalde studiebewijzen tot de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen toegelaten worden, op voorwaarde dat hij op het ogenblik van zijn inschrijving werkt bij één van de volgende organisaties :
a) de competentiecentra van de VDAB;
b) de ondernemersopleidingen van Syntra;
c) organisaties binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
d) organisaties binnen de welzijnssector;
e) organisaties uit de sportsector;
f) rijscholen;
g) inter- en intrasectorale vormingsorganisaties;
h) organisaties die werken op het gebied van ontwikkelingseducatie binnen de sector van de internationale samenwerking;
i) private opleidingsverstrekkers;
2° in afwijking van [1 artikel 41, § 5]1, van hetzelfde decreet, wordt de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen bekrachtigd met een certificaat.
1° in afwijking van [1 artikel 34 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1 kan een cursist ongeacht zijn behaalde studiebewijzen tot de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen toegelaten worden, op voorwaarde dat hij op het ogenblik van zijn inschrijving werkt bij één van de volgende organisaties :
a) de competentiecentra van de VDAB;
b) de ondernemersopleidingen van Syntra;
c) organisaties binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
d) organisaties binnen de welzijnssector;
e) organisaties uit de sportsector;
f) rijscholen;
g) inter- en intrasectorale vormingsorganisaties;
h) organisaties die werken op het gebied van ontwikkelingseducatie binnen de sector van de internationale samenwerking;
i) private opleidingsverstrekkers;
2° in afwijking van [1 artikel 41, § 5]1, van hetzelfde decreet, wordt de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen bekrachtigd met een certificaat.
Art. 22. Les dérogations suivantes s'appliquent à l'organisation de projets temporaires :
1° par dérogation aux [1 l'article 34 du décret du 15 juin 2007 relatif a l'éducation des adultes]1, un apprenant peut être admis à la Formation de Formateurs d'Adultes quels que soient ses titres, à condition qu'il travaille au moment de son inscription auprès d'une des organisations suivantes :
a) les centres de compétences du VDAB;
b) les formations pour entrepreneurs de Syntra;
c) les organisations de l'animation socioculturelle des adultes;
d) les organisations du secteur de l'aide sociale;
e) les organisations du secteur sportif;
f) les auto-écoles;
g) les organisations de formation intersectorielles et intrasectorielles;
h) les organisations actives dans le domaine de l'éducation au développement dans le secteur de la coopération internationale;
i) les opérateurs de formations privés;
2° par dérogation à [1 l'article 41, § 5]1 du même décret, la Formation de Formateurs d'Adultes est sanctionnée d'un certificat.
1° par dérogation aux [1 l'article 34 du décret du 15 juin 2007 relatif a l'éducation des adultes]1, un apprenant peut être admis à la Formation de Formateurs d'Adultes quels que soient ses titres, à condition qu'il travaille au moment de son inscription auprès d'une des organisations suivantes :
a) les centres de compétences du VDAB;
b) les formations pour entrepreneurs de Syntra;
c) les organisations de l'animation socioculturelle des adultes;
d) les organisations du secteur de l'aide sociale;
e) les organisations du secteur sportif;
f) les auto-écoles;
g) les organisations de formation intersectorielles et intrasectorielles;
h) les organisations actives dans le domaine de l'éducation au développement dans le secteur de la coopération internationale;
i) les opérateurs de formations privés;
2° par dérogation à [1 l'article 41, § 5]1 du même décret, la Formation de Formateurs d'Adultes est sanctionnée d'un certificat.
HOOFDSTUK VIII. - Sancties.
CHAPITRE VIII. - Sanctions.
Art. 23. § 1. Als de bevoegde inspectie of als de stuurgroep, vermeld in artikel 13, § 1, bij een tijdelijk project vaststelt dat de doelstelling, vermeld in artikel 3, niet nageleefd wordt of dat de afwijking niet conform is aan de bepalingen van artikel 22, dan moet, mits beslissing van deze stuurgroep en binnen een redelijke termijn die zij vastlegt dit tijdelijke project bijgestuurd worden of aan deze afwijking een einde worden gesteld. Een redelijke termijn houdt rekening met de belangen van cursisten en personeel.
§ 2. Indien het tijdelijke project niet wordt bijgestuurd of aan de afwijking, bedoeld in § 1, geen einde wordt gesteld binnen een redelijke termijn, dan beslist de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, over het stopzetten van de ondersteuning van het tijdelijke project en houden de afwijkingen van de decretale bepalingen, vermeld in artikel 22, op te bestaan.
§ 2. Indien het tijdelijke project niet wordt bijgestuurd of aan de afwijking, bedoeld in § 1, geen einde wordt gesteld binnen een redelijke termijn, dan beslist de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, over het stopzetten van de ondersteuning van het tijdelijke project en houden de afwijkingen van de decretale bepalingen, vermeld in artikel 22, op te bestaan.
Art. 23. § 1er. Si l'instance compétente ou si le comité directeur, visé à l'article 13, § 1er, constate lors d'un projet temporaire que l'objectif, visé à l'article 3 n'est pas respecté ou que la dérogation n'est pas conforme aux dispositions de l'article 22, il faut, moyennant une décision dudit comité directeur et dans un délai raisonnable fixé par lui, adapter le projet temporaire ou mettre fin à cette dérogation. Un délai raisonnable tient compte des intérêts des apprenants et du personnel.
§ 2. Si le projet temporaire n'est pas adapté ou s'il n'est pas mis fin à la dérogation, visée au § 1er, dans un délai raisonnable, le Ministre flamand chargé de l'enseignement décide de la cessation de l'octroi du soutien au projet temporaire et les dérogations aux dispositions décrétales, visées à l'article 22, cessent d'être applicables.
§ 2. Si le projet temporaire n'est pas adapté ou s'il n'est pas mis fin à la dérogation, visée au § 1er, dans un délai raisonnable, le Ministre flamand chargé de l'enseignement décide de la cessation de l'octroi du soutien au projet temporaire et les dérogations aux dispositions décrétales, visées à l'article 22, cessent d'être applicables.
Art. 24. Indien wordt vastgesteld dat het bedrag, vermeld in artikel 16, of de extra betrekking, vermeld in artikel 20, niet besteed of aangewend wordt in overeenstemming met de doelstelling van het project, dan wordt het uitbetaalde bedrag of de loonkost van de ten onrechte ingerichte extra betrekking van het bestuur teruggevorderd conform [1 artikel 114 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs]1.
Art. 24. S'il est constaté que le montant, visé à l'article 16, ou l'emploi supplémentaire, visé à l'article 20, n'est pas affecté ou destiné conformément à l'objectif du projet, le montant payé ou les frais salariaux de l'emploi supplémentaire indûment organisé sont recouvrés conformément à [1 l'article 114 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes]1.
HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - De verlenging van de tijdelijke projecten tijdens het schooljaar 2008-2009 ]1
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Prolongation des projets temporaires pendant l'année scolaire 2008-2009 ]1
Art. 24bis. [1 § 1. De volgende Centra voor Volwassenenonderwijs organiseren tijdens het schooljaar 2008-2009 de tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen :
1° het Centrum voor Volwassenenonderwijs VIVO, Scheutistenlaan 12, 8500 Kortrijk;
2° het Centrum voor Volwassenenonderwijs Limburgse Lerarenopleiding, Stationsstraat 36, 3590 Diepenbeek;
3° het Centrum voor Volwassenenonderwijs De Oranjerie, Boudewijnvest 3, 3290 Diest;
4° het Centrum voor Volwassenenonderwijs - KISP, Industrieweg 228, 9030 Mariakerke, in samenwerking met het Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk - Gent, Edgard Tinelstraat 92, 9040 Sint-Amandsberg.
§ 2. Over de verlenging van het tijdelijke project wordt onderhandeld in het lokaal comité. ]1
1° het Centrum voor Volwassenenonderwijs VIVO, Scheutistenlaan 12, 8500 Kortrijk;
2° het Centrum voor Volwassenenonderwijs Limburgse Lerarenopleiding, Stationsstraat 36, 3590 Diepenbeek;
3° het Centrum voor Volwassenenonderwijs De Oranjerie, Boudewijnvest 3, 3290 Diest;
4° het Centrum voor Volwassenenonderwijs - KISP, Industrieweg 228, 9030 Mariakerke, in samenwerking met het Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk - Gent, Edgard Tinelstraat 92, 9040 Sint-Amandsberg.
§ 2. Over de verlenging van het tijdelijke project wordt onderhandeld in het lokaal comité. ]1
Art. 24bis. [1 § 1er. Les Centres d'Education des Adultes suivants organisent au cours de l'année scolaire 2008-2009 des projets temporaires pour la Formation de Formateurs d'Adultes :
1° Centrum voor Volwassenenonderwijs VIVO, Scheutistenlaan 12, 8500 Kortrijk;
2° Centrum voor Volwassenenonderwijs Limburgse Lerarenopleiding, Stationsstraat 36, 3590 Diepenbeek;
3° Centrum voor Volwassenenonderwijs De Oranjerie, Boudewijnvest 3, 3290 Diest;
4° Centrum voor Volwassenenonderwijs - KISP, Industrieweg 228, 9030 Mariakerke, en collaboration avec Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk - Gent, Edgard Tinelstraat 92, 9040 Sint-Amandsberg.
§ 2. La prolongation du projet temporaire est négociée au sein du comité local. ]1
1° Centrum voor Volwassenenonderwijs VIVO, Scheutistenlaan 12, 8500 Kortrijk;
2° Centrum voor Volwassenenonderwijs Limburgse Lerarenopleiding, Stationsstraat 36, 3590 Diepenbeek;
3° Centrum voor Volwassenenonderwijs De Oranjerie, Boudewijnvest 3, 3290 Diest;
4° Centrum voor Volwassenenonderwijs - KISP, Industrieweg 228, 9030 Mariakerke, en collaboration avec Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk - Gent, Edgard Tinelstraat 92, 9040 Sint-Amandsberg.
§ 2. La prolongation du projet temporaire est négociée au sein du comité local. ]1
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op 15 maart 2007 [1 ...]1.
Art. 25. Le présent arrêté entre en vigueur le 15 mars 2007 [1 ...]1.
Art. 26. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 9 februari 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 9 februari 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 26. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 9 février 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 9 février 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen I tot en met IV. - Modules
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 20-03-2007, p. 15266-15849).
Gezien om gevoegd te worden bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen.
Brussel, 9 februari 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse Minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 20-03-2007, p. 15266-15849).
Gezien om gevoegd te worden bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten voor de Opleiding voor Opleiders van Volwassenen.
Brussel, 9 februari 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse Minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. N. (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).