Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° de Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
2° statuut van het ministerie : het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° het ministerie : het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
4° externe kandidaten : de kandidaten bedoeld in artikel 30bis, tweede lid van het statuut van het ministerie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 APRIL 2007. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ten einde de voorwaarden te bepalen waaronder de mandatarissen bij het ministerie worden aangewezen, ter uitvoering van artikel 30 bis van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (NOTA : Opgeheven door BESL2014-03-27/66, art. 513, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2014, voor wat betreft de ambtenaren die onderworpen zijn het statuut zoals bepaald door het BESL2014-03-27/66)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-06-2007 en tekstbijwerking tot 05-06-2014)
Titre
26 AVRIL 2007. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant les modalités de désignation de mandataires au ministère, en exécution de l'article 30bis de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 6 mai 1999. portant le statut administratif et pécuniaire des agents du ministère de la Région de Bruxelles-Capitale. (NOTE : Abrogé par ARR2014-03-27/66, art. 513, 002; En vigueur : 01-07-2014, en ce qui concerne les agents soumis au statut de l'ARR2014-03-27/66)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-06-2007 et mise à jour au 05-06-2014)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Toegankelijkheidsvoorwaarden va...
HOOFDSTUK III. - Toelatingsvoorwaarden van de k...
HOOFDSTUK IV. - Selectieprocedure.
HOOFDSTUK V. - Regime van het mandaat.
Afdeling 1. - Regime onder arbeidscontract.
Afdeling 2. - Arbeidsregime.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Conditions d'ouverture des emplo...
CHAPITRE III. - Conditions d'admission des cand...
CHAPITRE IV. - Procédure de sélection.
CHAPITRE V. - Régime du mandat.
Section 1re. - Régime sous contrat de travail.
Section 2. - Régime de travail.
CHAPITRE VI. - Disposition finale.
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
2° statut du ministère : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 6. mai 1999 portant le statut administratif et pécuniaire des agents du ministère de la Région de Bruxelles-Capitale;
3° ministère : le ministère de la Région de Bruxelles-Capitale;
4° les candidats externes : les candidats visés à l'article 30bis, deuxième alinéa, du statut ministère.
1° gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
2° statut du ministère : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 6. mai 1999 portant le statut administratif et pécuniaire des agents du ministère de la Région de Bruxelles-Capitale;
3° ministère : le ministère de la Région de Bruxelles-Capitale;
4° les candidats externes : les candidats visés à l'article 30bis, deuxième alinéa, du statut ministère.
HOOFDSTUK II. - Toegankelijkheidsvoorwaarden van de mandaatbetrekkingen.
CHAPITRE II. - Conditions d'ouverture des emplois de mandats.
Art. 2. De mandaatbetrekkingen van het ministerie die overeenstemmen met de graden van rang A4, A5, A6 en A7 zijn toegankelijk voor externe kandidaten als bedoeld in artikel 1 van dit besluit bij beslissing van de Regering.
Art. 2. Les emplois de mandat du ministère correspondant aux grades des rangs A4, A5, A6 et A7 sont ouverts aux candidats externes visés à l'article 1er du présent arrêté par décision du Gouvernement.
HOOFDSTUK III. - Toelatingsvoorwaarden van de kandidaturen.
CHAPITRE III. - Conditions d'admission des candidatures.
Art. 3. Om zich kandidaat te stellen voor een mandaatbetrekking van het ministerie, moeten de externe kandidaten als bedoeld in artikel 1. van dit besluit, voldoen aan de volgende voorwaarden :
- voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 25bis, § 2, 1° tot 3°, van het statuut van het ministerie;
- houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A;
- ten minste zes jaar ervaring hebben in een leidinggevende functie.
Onder leidinggevende ervaring wordt verstaan ervaring inzake het beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de privé-sector.
- voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 25bis, § 2, 1° tot 3°, van het statuut van het ministerie;
- houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A;
- ten minste zes jaar ervaring hebben in een leidinggevende functie.
Onder leidinggevende ervaring wordt verstaan ervaring inzake het beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de privé-sector.
Art. 3. Pour se porter candidats à un emploi de mandat du ministère, les candidats externes visés à l'article 1er du présent arrêté doivent remplir les conditions suivantes :
- satisfaire aux conditions d'admission générales visées à l'article 25bis, § 2, 1° à 3°, du statut du ministère;
- être porteur d'un diplôme donnant accès au niveau A;
- compter au moins six ans d'expérience dans une fonction de direction.
Par expérience dans une fonction dirigeante on entend l'expérience en matière de gestion dans un service public ou dans une organisation du secteur privé.
- satisfaire aux conditions d'admission générales visées à l'article 25bis, § 2, 1° à 3°, du statut du ministère;
- être porteur d'un diplôme donnant accès au niveau A;
- compter au moins six ans d'expérience dans une fonction de direction.
Par expérience dans une fonction dirigeante on entend l'expérience en matière de gestion dans un service public ou dans une organisation du secteur privé.
HOOFDSTUK IV. - Selectieprocedure.
CHAPITRE IV. - Procédure de sélection.
Art. 4. De mandaatbetrekkingen van het ministerie worden door de Regering toegekend aan de externe kandidaten als bedoeld in artikel 1. van dit besluit volgens dezelfde voorwaarden en dezelfde regels vastgelegd in boek 1, titel IV, hoofdstuk III, van het statuut van het ministerie, artikelen 81 tot 93, met uitzondering van artikelen 85, alinéa 1, 86, alinéa 3, 87, 88, alinéa 1, en 88bis, § 4.
Art. 4. Les emplois de mandat du ministère sont conférés par le Gouvernement aux candidats externes visés à l'article 1er du présent arrêté dans les mêmes conditions et selon les mêmes règles que celles fixées au livre 1er, titre IV, chapitre III du statut du ministère, articles 81 à 93, à l'exception des articles 85, alinéa 1er, 86, alinéa 3, 87, 88, al. 1er et 88bis, § 4.
HOOFDSTUK V. - Regime van het mandaat.
CHAPITRE V. - Régime du mandat.
Afdeling 1. - Regime onder arbeidscontract.
Section 1re. - Régime sous contrat de travail.
Art. 5. Een arbeidscontract wordt afgesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door haar regering, en de mandataris aangeduid ter uitvoering van dit besluit.
Het contract wordt afgesloten voor onbepaalde duur. Het wordt verbroken ingeval van zware fout van de mandataris of wanneer het mandaat wordt afgebroken bij vrijwillig ontslag, afwezigheid door ziekteverlof langer dan zes maanden, na een evaluatie "ongunstig" bedoeld in artikel 129, § 1, tweede lid, van het statuut van het ministerie of bij de niet-verlenging van het mandaat bedoeld in artikel 129, § 2, derde en vierde lid van het statuut van het ministerie.
Het contract wordt afgesloten voor onbepaalde duur. Het wordt verbroken ingeval van zware fout van de mandataris of wanneer het mandaat wordt afgebroken bij vrijwillig ontslag, afwezigheid door ziekteverlof langer dan zes maanden, na een evaluatie "ongunstig" bedoeld in artikel 129, § 1, tweede lid, van het statuut van het ministerie of bij de niet-verlenging van het mandaat bedoeld in artikel 129, § 2, derde en vierde lid van het statuut van het ministerie.
Art. 5. Un contrat de travail est conclu entre la Région de Bruxelles-Capitale, représenté par son gouvernement, et le mandataire désigné en application du présent arrêté.
Le contrat est conclu pour une durée indéterminée. Il est rompu en cas de faute grave du mandataire ou lorsque le mandat prend fin en cas de démission volontaire, d'absence pour congé de maladie de plus de six mois, après une évaluation "défavorable" visée à l'article 129, § 1er, al. 2, du statut du ministère ou en cas de non-renouvellement du mandat visé à l'art. 129, § 2, alinéa 3 et 4, du statut du ministère.
Le contrat est conclu pour une durée indéterminée. Il est rompu en cas de faute grave du mandataire ou lorsque le mandat prend fin en cas de démission volontaire, d'absence pour congé de maladie de plus de six mois, après une évaluation "défavorable" visée à l'article 129, § 1er, al. 2, du statut du ministère ou en cas de non-renouvellement du mandat visé à l'art. 129, § 2, alinéa 3 et 4, du statut du ministère.
Afdeling 2. - Arbeidsregime.
Section 2. - Régime de travail.
Art. 6. De mandatarissen aangeduid volgens de regels van dit besluit worden onderworpen aan dezelfde regels van het statuut van het ministerie als degene die worden toegepast op de statutaire mandatarissen van het bovengenoemd ministerie, met uitzondering van het artikel 325bis van het geldelijk statuut en de regels die betrekking hebben op het ziekteverlof.
Ze beschikken over dezelfde rechten en prerogatieven verbonden aan deze functie als degene die worden toegekend aan de statutaire mandatarissen van het ministerie.
Ze moeten de verplichtingen en arbeidsvoorwaarden respecteren die op het ministerie worden opgelegd, onder andere de plichten, onverenigbaarheden, uurroosters en verlofregime.
Ze worden eveneens onderworpen aan de evaluatieregels die toepasbaar zijn op de houders van een mandaat bij het ministerie.
Indien de geselecteerde kandidaten reeds personeelslid zijn van een overheidsdienst, behouden zij de geldelijke anciënniteit die ze hebben verkregen in hun oorspronkelijke instelling, maar ze verliezen hun voordelen, van welke aarde deze ook moge zijn en die werden toegepast in hun oorspronkelijke instelling.
Ze beschikken over dezelfde rechten en prerogatieven verbonden aan deze functie als degene die worden toegekend aan de statutaire mandatarissen van het ministerie.
Ze moeten de verplichtingen en arbeidsvoorwaarden respecteren die op het ministerie worden opgelegd, onder andere de plichten, onverenigbaarheden, uurroosters en verlofregime.
Ze worden eveneens onderworpen aan de evaluatieregels die toepasbaar zijn op de houders van een mandaat bij het ministerie.
Indien de geselecteerde kandidaten reeds personeelslid zijn van een overheidsdienst, behouden zij de geldelijke anciënniteit die ze hebben verkregen in hun oorspronkelijke instelling, maar ze verliezen hun voordelen, van welke aarde deze ook moge zijn en die werden toegepast in hun oorspronkelijke instelling.
Art. 6. Les mandataires désignés conformément aux règles du présent arrêté sont soumis aux mêmes règles du statut du ministère que celles applicables aux mandataires statutaires dudit ministère, à l'exception de l'article 325bis du statut pécuniaire et des règles relatives au congé de maladie.
Ils disposent des mêmes pouvoirs et des mêmes prérogatives liées à cette fonction que celles qui sont conférées aux mandataires statutaires du ministère.
Ils doivent respecter les obligations et les conditions de travail imposées au ministère, notamment les devoirs, incompatibilités, horaires et régime de congés.
Ils sont également soumis aux règles d'évaluation applicables aux titulaires de mandat du ministère.
Si les candidats sélectionnés sont déjà membre du personnel d'un service public, ils conservent les anciennetés pécuniaires qu'ils ont acquises dans leur institution d'origine mais ils perdent le bénéfice des avantages, de quelque nature qu'ils soient, qui leur étaient applicables dans l'institution d'origine.
Ils disposent des mêmes pouvoirs et des mêmes prérogatives liées à cette fonction que celles qui sont conférées aux mandataires statutaires du ministère.
Ils doivent respecter les obligations et les conditions de travail imposées au ministère, notamment les devoirs, incompatibilités, horaires et régime de congés.
Ils sont également soumis aux règles d'évaluation applicables aux titulaires de mandat du ministère.
Si les candidats sélectionnés sont déjà membre du personnel d'un service public, ils conservent les anciennetés pécuniaires qu'ils ont acquises dans leur institution d'origine mais ils perdent le bénéfice des avantages, de quelque nature qu'ils soient, qui leur étaient applicables dans l'institution d'origine.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling.
CHAPITRE VI. - Disposition finale.
Art. 7. De Minister die bevoegd is voor Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.