Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 MAART 2007. - Ordonnantie betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-03-2007 en tekstbijwerking tot 04-04-2023)
Titre
1 MARS 2007. - Ordonnance relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-03-2007 et mise à jour au 04-04-2023)
Documentinformatie
Numac: 2007031104
Datum: 2007-03-01
Info du document
Numac: 2007031104
Date: 2007-03-01
Inhoud
Definities [1 en toepassingsgebied]1
Immissienormen op het vlak van het leefmilieu
[1 Algemene verplichting van de operatoren en d...
[-1 Informatieplicht ten laste van de operatore...
Exploitatienormen voor de bronnen.
Coördinatie van de regelgeving en van de actie.
Wetenschappelijk onderzoek.
Kadaster [1 van de zendinstallaties en van de p...
[-1 Verplichtingen van operatoren met betrekkin...
[-1Art. 8./1 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT. [1 De operato...
[-1Art. 8./2 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT.1 De operatore...
[-1Art. 8./3 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT.1 Uiterlijk op...
[-1 Overtredingen]-1.
Overtredingen en administratieve sancties.>
Opheffingsbepalingen.
Codificatie.
Inwerkingtreding.
Inhoud
Définitions [1 et champ d'application]1
Normes d'émmission environnementales.
[1 Obligation générale des opérateurs et des op...
[-1 Obligation d'information à charge des opéra...
Normes d'exploitation des sources.
Coordination de la réglementation et de l'action.
Recherche scientifique.
Cadastre [1 des émetteurs et des toits publics,...
[-1 Obligations des opérateurs en matière d'inf...
[-1 Infractions]-1
Infractions et sanctions administratives.>
Dispositions abrogatoires.
Codification.
Entrée en vigueur.
Tekst (32)
Texte (32)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Definities [1 en toepassingsgebied]1
Définitions [1 et champ d'application]1
Art.2. [1 § 1. Voor de toepassing van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, wordt verstaan onder :
1° " niet-ioniserende stralingen " : de elektromagnetische stralingen met een frequentie tussen 0,1 MHz en 300 GHz;
2° [2 " publiek toegankelijke binnenruimten " : lokalen in een gebouw waarin mensen op regelmatige basis kunnen verblijven, in het bijzonder woonruimten, hotels, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, bejaardentehuizen en gebouwen bestemd voor regelmatig gebruik als sport- en speelruimte]2
[2 2° /1 " publiek toegankelijke buitenruimten " : plaatsen in de openlucht of daarmee vergelijkbaar die toegankelijk zijn voor het publiek, in het bijzonder tuinen, binnenplaatsen van huizenblokken, parkgebieden, speelplaatsen en balkons, al dan niet overdekte terrassen van gebouwen, garageboxen, tuinhuizen, wintertuinen, oranjerieën en andere vergelijkbare veranda's ;]2
3° " broadcast " : de stralingen die worden gebruikt voor het uitzenden van radioprogramma's op de door het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie toegestane frequenties :
- voor de frequentiemodulatie, in de FM-band;
- voor de amplitudemodulatie of andere in de lange-, midden- en kortegolfbanden;
- voor de toegestane frequenties voor DAB (digital audio broadcasting); en
- voor de toegestane frequenties voor DVB (digital video broadcasting/digitale aardse televisie).
Het begrip " broadcast " kan door de Regering worden aangevuld;
4° " overheid " : een rechtspersoon die, om welke reden ook, een gebouw betrekt op het grondgebied van het Gewest of er activiteiten uitoefent en die tot een van de volgende categorieën behoort :
a) de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, de lokale overheden en de instellingen van openbaar nut;
b) elke instelling niet beoogd in punt a) :
- opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en;
- waarvan de activiteit grotendeels wordt gefinancierd door de overheden beoogd in punten a) en b), of waarvan het beheer onderworpen is aan een controle door deze laatste, en;
- waarvan het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan samengesteld is uit leden van wie meer dan de helft aangesteld wordt door de overheden beoogd in punten a) en b);
c) de verenigingen gevormd door een of meer overheden beoogd in punten a) en b)[2 ; ]2
[2 5° " antenne " : uitzendsysteem ontworpen om door middel van elektromagnetische golven een signaal voor radio-telecommunicatie uit te zenden ;
6° " operator " : elke rechtspersoon die het recht heeft om uit te zenden, alsook de verbonden of geassocieerde vennootschappen in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met uitzondering van broadcast-operatoren ;
7° " broadcast-operator " : netoperator zoals bedoeld in artikel 1.3-1, 33°, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 februari 2021 betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten of in artikel 2, 22°, van het Vlaams decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omreef en televisie ;
8° " noodsituatie " : elke punctuele gebeurtenis die schadelijke gevolgen voor het maatschappelijk leven veroorzaakt of kan veroorzaken zoals een ernstige verstoring van de openbare veiligheid, een ernstige bedreiging ten opzichte van het leven of de gezondheid van personen en/of ten opzichte van belangrijke materiële belangen, en waarbij de coördinatie van de bevoegde actoren, inclusief de disciplines, is vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken ;
9° " OMC (Operations and Maintenance Center) " : technisch basiselement van een netwerk dat bedoeld is om het beheer ervan te verzekeren en dat met name een overzicht van de op het netwerk gebruikte parameterinstellingen en de meters en statistieken bevat ;
10° " UrbIS-Adm 3D-databank " : databank die gegevens bevat met een unieke en oorspronkelijke waarde voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die specifieke waarborgen biedt met betrekking tot de nauwkeurigheid, volledigheid en beschikbaarheid van de informatie, zoals bedoeld in de bijlage bij het samenwerkingsakkoord van 18 april 2014 tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de Coördinatiestructuur voor patrimoniuminformatie.]2
§ 2. Deze ordonnantie is niet van toepassing op niet-ioniserende stralingen van natuurlijke oorsprong en evenmin op niet-ioniserende stralingen afkomstig van toestellen die gebruikt worden door particulieren, zoals gsm's, terminals voor mobiele telecommunicatie, lokale wifi-netwerken van particulieren, telefoniesystemen van het type DECT en stralingen afkomstig van amateurradiostations.
[2 De bepalingen van deze ordonnantie zijn niet van toepassing in noodsituaties]2. ]1
1° " niet-ioniserende stralingen " : de elektromagnetische stralingen met een frequentie tussen 0,1 MHz en 300 GHz;
2° [2 " publiek toegankelijke binnenruimten " : lokalen in een gebouw waarin mensen op regelmatige basis kunnen verblijven, in het bijzonder woonruimten, hotels, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, bejaardentehuizen en gebouwen bestemd voor regelmatig gebruik als sport- en speelruimte]2
[2 2° /1 " publiek toegankelijke buitenruimten " : plaatsen in de openlucht of daarmee vergelijkbaar die toegankelijk zijn voor het publiek, in het bijzonder tuinen, binnenplaatsen van huizenblokken, parkgebieden, speelplaatsen en balkons, al dan niet overdekte terrassen van gebouwen, garageboxen, tuinhuizen, wintertuinen, oranjerieën en andere vergelijkbare veranda's ;]2
3° " broadcast " : de stralingen die worden gebruikt voor het uitzenden van radioprogramma's op de door het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie toegestane frequenties :
- voor de frequentiemodulatie, in de FM-band;
- voor de amplitudemodulatie of andere in de lange-, midden- en kortegolfbanden;
- voor de toegestane frequenties voor DAB (digital audio broadcasting); en
- voor de toegestane frequenties voor DVB (digital video broadcasting/digitale aardse televisie).
Het begrip " broadcast " kan door de Regering worden aangevuld;
4° " overheid " : een rechtspersoon die, om welke reden ook, een gebouw betrekt op het grondgebied van het Gewest of er activiteiten uitoefent en die tot een van de volgende categorieën behoort :
a) de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, de lokale overheden en de instellingen van openbaar nut;
b) elke instelling niet beoogd in punt a) :
- opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en;
- waarvan de activiteit grotendeels wordt gefinancierd door de overheden beoogd in punten a) en b), of waarvan het beheer onderworpen is aan een controle door deze laatste, en;
- waarvan het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan samengesteld is uit leden van wie meer dan de helft aangesteld wordt door de overheden beoogd in punten a) en b);
c) de verenigingen gevormd door een of meer overheden beoogd in punten a) en b)[2 ; ]2
[2 5° " antenne " : uitzendsysteem ontworpen om door middel van elektromagnetische golven een signaal voor radio-telecommunicatie uit te zenden ;
6° " operator " : elke rechtspersoon die het recht heeft om uit te zenden, alsook de verbonden of geassocieerde vennootschappen in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met uitzondering van broadcast-operatoren ;
7° " broadcast-operator " : netoperator zoals bedoeld in artikel 1.3-1, 33°, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 februari 2021 betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten of in artikel 2, 22°, van het Vlaams decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omreef en televisie ;
8° " noodsituatie " : elke punctuele gebeurtenis die schadelijke gevolgen voor het maatschappelijk leven veroorzaakt of kan veroorzaken zoals een ernstige verstoring van de openbare veiligheid, een ernstige bedreiging ten opzichte van het leven of de gezondheid van personen en/of ten opzichte van belangrijke materiële belangen, en waarbij de coördinatie van de bevoegde actoren, inclusief de disciplines, is vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken ;
9° " OMC (Operations and Maintenance Center) " : technisch basiselement van een netwerk dat bedoeld is om het beheer ervan te verzekeren en dat met name een overzicht van de op het netwerk gebruikte parameterinstellingen en de meters en statistieken bevat ;
10° " UrbIS-Adm 3D-databank " : databank die gegevens bevat met een unieke en oorspronkelijke waarde voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die specifieke waarborgen biedt met betrekking tot de nauwkeurigheid, volledigheid en beschikbaarheid van de informatie, zoals bedoeld in de bijlage bij het samenwerkingsakkoord van 18 april 2014 tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de Coördinatiestructuur voor patrimoniuminformatie.]2
§ 2. Deze ordonnantie is niet van toepassing op niet-ioniserende stralingen van natuurlijke oorsprong en evenmin op niet-ioniserende stralingen afkomstig van toestellen die gebruikt worden door particulieren, zoals gsm's, terminals voor mobiele telecommunicatie, lokale wifi-netwerken van particulieren, telefoniesystemen van het type DECT en stralingen afkomstig van amateurradiostations.
[2 De bepalingen van deze ordonnantie zijn niet van toepassing in noodsituaties]2. ]1
Art.2. [1 § 1er. Pour l'application de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° " radiations non ionisantes " : les rayonnements électromagnétiques dont la fréquence est comprise entre 0,1 MHz et 300 GHz;
2° " [2 " zones accessibles au public à l'intérieur " : les locaux d'un bâtiment dans lesquels des personnes peuvent ou pourront séjourner régulièrement, en particulier les locaux d'habitation, hôtels, écoles, crèches, hôpitaux, homes pour personnes âgées et les bâtiments dévolus à la pratique régulière du sport ou de jeux ;]2;
[2 2° /1 " zones accessibles au public à l'extérieur " : les lieux situés à l'extérieur ou apparentés accessibles au public, en particulier les jardins, intérieurs d'îlots, zones de parcs, les cours de récréation et les balcons, les terrasses couvertes ou non de bâtiments, les boxes garages, les cabanes, les jardins d'hiver, les serres et autres vérandas similaires ;]2
3° " broadcast " : les radiations émises en vue de transmettre des programmes de radiodiffusion aux fréquences autorisées par l'Institut Belge des Postes et Télécommunications :
- pour la fréquence modulée, dans la bande FM;
- pour la modulation d'amplitude ou autre dans les bandes des ondes longues, moyennes et courtes;
- pour les fréquences autorisées du DAB (digital audio broadcasting); et
- pour les fréquences autorisées du DVB (digital video broadcasting/télévision numérique terrestre).
La notion de broadcast peut être complétée par le Gouvernement;
4° " pouvoir public " : une personne morale occupant, à quelque titre que ce soit, un bâtiment sur le territoire de la Région ou y exerçant des activités et qui relève d'une des catégories suivantes :
a) les autorités fédérales, régionales et communautaires, les pouvoirs publics locaux et les organismes d'intérêt public;
b) tout organisme non visé au point a) :
- créé pour satisfaire spécifiquement des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial et;
- dont soit l'activité est financée majoritairement par les pouvoirs publics visés aux points a) et b), soit la gestion est soumise à un contrôle par ces derniers, et;
- dont l'organe d'administration, de direction ou de surveillance est composé de membres dont plus de la moitié sont désignés par les pouvoirs publics visés aux points a) et b);
c) les associations formées par un ou plusieurs des pouvoirs publics visés aux points a) et b)[2 ;]2
[2 " 5° " antenne " : système d'émission conçu pour émettre un signal de radio-télécommunication par ondes électromagnétiques ;
6° " opérateur " : toute personne morale titulaire du droit d'émettre, ainsi que les sociétés liées ou associées au sens du Code des sociétés et des associations, à l'exclusion des opérateurs broadcast ;
7° " opérateur broadcast " : opérateur de réseau visé à l'article 1.3-1, 33°, du décret de la Communauté française du 4 février 2021 relatif aux services de medias audiovisuels et aux services de partage de vidéos ou à l'article 2, 22°, du décret flamand du 27 mars 2009 relatif à la radiodiffusion et à la télévision ;
8° " situation d'urgence " : tout événement ponctuel qui entraîne ou qui est susceptible d'entraîner des conséquences dommageables pour la vie sociale, comme un trouble grave de la sécurité publique, une menace grave contre la vie ou la santé des personnes et/ou contre des intérêts matériels importants, et qui nécessite la coordination des acteurs compétents, en ce compris les disciplines, afin de faire disparaître la menace ou de limiter les conséquences néfastes de l'événement ;
9° " OMC (Operation and Maintenance Center) " : élément technique de base d'un réseau, mis en place en vue d'en assurer sa gestion et comprenant notamment le reflet des paramétrages utilisés sur le réseau et les compteurs et statistiques ;
10° " base de données UrbIS-Adm 3D " : banque de données qui contient des informations ayant une valeur unique et originale pour la Région de Bruxelles-Capitale et fournit des garanties spécifiques en ce qui concerne la précision, l'exhaustivité et la disponibilité de l'information, visée dans l'annexe de l'accord de coopération du 18 avril 2014 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la Structure de Coordination de l'information patrimoniale]2
§ 2. La présente ordonnance n'est pas applicable aux radiations non ionisantes d'origine naturelle, ni à celles émises par les appareillages utilisés par des particuliers tels que, notamment, les GSM, les terminaux de télécommunication mobile, les réseaux WiFi locaux des particuliers, les systèmes de téléphonie de type DECT et les radiations émises par les radios amateurs.
[2 Les dispositions de la présente ordonnance ne sont pas applicables lors de situations d'urgence]2. ]1
1° " radiations non ionisantes " : les rayonnements électromagnétiques dont la fréquence est comprise entre 0,1 MHz et 300 GHz;
2° " [2 " zones accessibles au public à l'intérieur " : les locaux d'un bâtiment dans lesquels des personnes peuvent ou pourront séjourner régulièrement, en particulier les locaux d'habitation, hôtels, écoles, crèches, hôpitaux, homes pour personnes âgées et les bâtiments dévolus à la pratique régulière du sport ou de jeux ;]2;
[2 2° /1 " zones accessibles au public à l'extérieur " : les lieux situés à l'extérieur ou apparentés accessibles au public, en particulier les jardins, intérieurs d'îlots, zones de parcs, les cours de récréation et les balcons, les terrasses couvertes ou non de bâtiments, les boxes garages, les cabanes, les jardins d'hiver, les serres et autres vérandas similaires ;]2
3° " broadcast " : les radiations émises en vue de transmettre des programmes de radiodiffusion aux fréquences autorisées par l'Institut Belge des Postes et Télécommunications :
- pour la fréquence modulée, dans la bande FM;
- pour la modulation d'amplitude ou autre dans les bandes des ondes longues, moyennes et courtes;
- pour les fréquences autorisées du DAB (digital audio broadcasting); et
- pour les fréquences autorisées du DVB (digital video broadcasting/télévision numérique terrestre).
La notion de broadcast peut être complétée par le Gouvernement;
4° " pouvoir public " : une personne morale occupant, à quelque titre que ce soit, un bâtiment sur le territoire de la Région ou y exerçant des activités et qui relève d'une des catégories suivantes :
a) les autorités fédérales, régionales et communautaires, les pouvoirs publics locaux et les organismes d'intérêt public;
b) tout organisme non visé au point a) :
- créé pour satisfaire spécifiquement des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial et;
- dont soit l'activité est financée majoritairement par les pouvoirs publics visés aux points a) et b), soit la gestion est soumise à un contrôle par ces derniers, et;
- dont l'organe d'administration, de direction ou de surveillance est composé de membres dont plus de la moitié sont désignés par les pouvoirs publics visés aux points a) et b);
c) les associations formées par un ou plusieurs des pouvoirs publics visés aux points a) et b)[2 ;]2
[2 " 5° " antenne " : système d'émission conçu pour émettre un signal de radio-télécommunication par ondes électromagnétiques ;
6° " opérateur " : toute personne morale titulaire du droit d'émettre, ainsi que les sociétés liées ou associées au sens du Code des sociétés et des associations, à l'exclusion des opérateurs broadcast ;
7° " opérateur broadcast " : opérateur de réseau visé à l'article 1.3-1, 33°, du décret de la Communauté française du 4 février 2021 relatif aux services de medias audiovisuels et aux services de partage de vidéos ou à l'article 2, 22°, du décret flamand du 27 mars 2009 relatif à la radiodiffusion et à la télévision ;
8° " situation d'urgence " : tout événement ponctuel qui entraîne ou qui est susceptible d'entraîner des conséquences dommageables pour la vie sociale, comme un trouble grave de la sécurité publique, une menace grave contre la vie ou la santé des personnes et/ou contre des intérêts matériels importants, et qui nécessite la coordination des acteurs compétents, en ce compris les disciplines, afin de faire disparaître la menace ou de limiter les conséquences néfastes de l'événement ;
9° " OMC (Operation and Maintenance Center) " : élément technique de base d'un réseau, mis en place en vue d'en assurer sa gestion et comprenant notamment le reflet des paramétrages utilisés sur le réseau et les compteurs et statistiques ;
10° " base de données UrbIS-Adm 3D " : banque de données qui contient des informations ayant une valeur unique et originale pour la Région de Bruxelles-Capitale et fournit des garanties spécifiques en ce qui concerne la précision, l'exhaustivité et la disponibilité de l'information, visée dans l'annexe de l'accord de coopération du 18 avril 2014 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la Structure de Coordination de l'information patrimoniale]2
§ 2. La présente ordonnance n'est pas applicable aux radiations non ionisantes d'origine naturelle, ni à celles émises par les appareillages utilisés par des particuliers tels que, notamment, les GSM, les terminaux de télécommunication mobile, les réseaux WiFi locaux des particuliers, les systèmes de téléphonie de type DECT et les radiations émises par les radios amateurs.
[2 Les dispositions de la présente ordonnance ne sont pas applicables lors de situations d'urgence]2. ]1
(NOTA : bij arrest nr.12/2016 van 27-01-2016 (B.St. 24-03-2016, p. 20376), heeft het Grondwettelijk Hof de woorden "met uitzondering van met name balkons en terrassen van gebouwen" in dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 12/2016 du 27-01-2016 (M.B. 24-03-2016, p. 20376), la Cour constitutionnelle a annulé les mots "à lexclusion notamment des balcons et des terrasses de bâtiments" dans le présent article)
Immissienormen op het vlak van het leefmilieu
Normes d'émmission environnementales.
Art. 3. [1 § 1. De Regering stelt de algemene kwaliteitsnormen vast waaraan elk milieu moet voldoen met het oog op de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 § 1/1. Onverminderd de bepalingen van paragrafen 1/3 en 4, geldt voor alle publiek toegankelijke binnen- en buitenruimten dat de vermogensdichtheid van de straling van de niet-ioniserende stralingen op geen enkel moment de volgende waarden mag overschrijden in publiek toegankelijke binnenruimten ( Sint ) en in publiek toegankelijke buitenruimten ( Sext ) :
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 § 1/1. Onverminderd de bepalingen van paragrafen 1/3 en 4, geldt voor alle publiek toegankelijke binnen- en buitenruimten dat de vermogensdichtheid van de straling van de niet-ioniserende stralingen op geen enkel moment de volgende waarden mag overschrijden in publiek toegankelijke binnenruimten ( Sint ) en in publiek toegankelijke buitenruimten ( Sext ) :
Art. 3. [1 § 1er. Le Gouvernement fixe les normes générales de qualité auxquelles tout milieu doit répondre afin d'assurer la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Sans préjudice des paragraphes 1er/3 et 4, dans toutes les zones accessibles au public à l'intérieur et à l'extérieur, les densités de puissance du rayonnement des radiations non ionisantes ne peuvent dépasser, à aucun moment, les valeurs suivantes dans les zones accessibles au public à l'intérieur ( Sint ) et dans les zones accessibles au public à l'extérieur ( Sext ):
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 § 1er/1. Sans préjudice des paragraphes 1er/3 et 4, dans toutes les zones accessibles au public à l'intérieur et à l'extérieur, les densités de puissance du rayonnement des radiations non ionisantes ne peuvent dépasser, à aucun moment, les valeurs suivantes dans les zones accessibles au public à l'intérieur ( Sint ) et dans les zones accessibles au public à l'extérieur ( Sext ):
| Fréquences | Sext | Sint | Frequenties | Sext | Sint |
| (W/m2) | (W/m2) | (W/m2) | (W/m2) | ||
| 0.1 à 400 MHz | 0,2497 | 0,0994 | 0.1 tot 400 MHz | 0,2497 | 0,0994 |
| 400 à 2000 MHz | f / 1597,28 | f / 4012,19 | 400 tot 2000 MHz | f / 1597,28 | f / 4012,19 |
| 2 à 300 GHz | 1,2539 | 0,4992 | 2 tot 300 GHz | 1,2539 | 0,4992 |
waarbij f de frequentie uitgedrukt in MHz is.
Ter indicatie : bij 900 MHz komt de norm Sint = 0.2243 W/m2 overeen met een elektrisch veld van Eint = 9,19 V/m ; terwijl de norm Sext = 0.5635 W/m2 overeenkomt met een elektrisch veld van Eext = 14,57 V/m.
In afwijking van het eerste lid gelden de vermogensdichtheden van de straling van niet-ioniserende stralingen die op publiek toegankelijke buitenruimten van toepassing zijn, ook voor publiek toegankelijke binnenruimten wanneer de buitenramen of -deuren van deze ruimten openstaan. ]2
[2 § 1/2. Voor samengestelde elektromagnetische velden gelden de volgende limietwaarden voor elektromagnetische velden in publiek toegankelijke binnen- en buitenruimten :
| Fréquences | Sext | Sint | Frequenties | Sext | Sint |
| (W/m2) | (W/m2) | (W/m2) | (W/m2) | ||
| 0.1 à 400 MHz | 0,2497 | 0,0994 | 0.1 tot 400 MHz | 0,2497 | 0,0994 |
| 400 à 2000 MHz | f / 1597,28 | f / 4012,19 | 400 tot 2000 MHz | f / 1597,28 | f / 4012,19 |
| 2 à 300 GHz | 1,2539 | 0,4992 | 2 tot 300 GHz | 1,2539 | 0,4992 |
où f est la fréquence exprimée en MHz.
A titre indicatif, à 900 MHz, la norme Sint = 0.2243 W/m2 correspond à un champ électrique, Eint = 9,19 V/m ; tandis que la norme Sext = 0.5635 W/m2 correspond à un champ électrique, Eext = 14,57 V/m.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les densités de puissance du rayonnement des radiations non ionisantes applicables dans les zones accessibles au public à l'extérieur sont également applicables dans les zones accessibles au public à l'intérieur lorsque, dans ces dernières, les fenêtres ou portes, donnant vers l'extérieur, sont ouvertes.]2
[2 § 1er/2. Pour les champs électromagnétiques composés, les limitations suivantes s'appliquent aux champs électromagnétiques dans les zones accessibles au public à l'intérieur et à l'extérieur :
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-04-2023, p. 36061)
waarbij :
- Si overeenkomt met de vermogensdichtheid bij frequentie i ;
- Sri overeenkomt met de limietwaarde voor de vermogensdichtheid bij frequentie i zoals gedefinieerd in de tabel bedoeld in § 1/1 van dit artikel.
De vermogensdichtheid van de straling wordt berekend en/of gemeten volgens de modaliteiten die vastgelegd zijn door de Regering, met name op basis van de adviezen en aanbevelingen van de bevoegde internationale instanties. ]2
[2 § 1/3. Antennes die niet-ioniserende stralingen in het frequentiebereik van 20 GHz tot 300 GHz genereren, zijn verboden op het Brusselse grondgebied. De Regering is gemachtigd om die antennes toe te staan met inachtneming van de vergunningen die door andere beleidsniveaus zijn afgeleverd.
De antennes voor straalverbindingen vallen niet onder het in het vorige lid bedoelde verbod. ]2
§ 2. Er wordt een comité opgericht van experten op het gebied van niet-ioniserende stralingen, hierna " het Comité " genoemd. Het Comité bestaat uit [2 tussen zeven en dertien]2 leden met relevante medische, wetenschappelijke, economische of technische ervaring met betrekking tot het voorwerp van deze ordonnantie.
De Regering bepaalt de samenstelling en de werking van het Comité.
Het Comité wordt ermee belast de uitvoering van deze ordonnantie en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten te evalueren, met name op het vlak van de evoluties van de technologie en de wetenschappelijke kennis, [2 de economische eisen en de eisen op het vlak van volksgezondheid en respect voor het leefmilieu]2. Daartoe bezorgt het Comité de Regering jaarlijks een verslag dat aanbevelingen kan bevatten. [2 De Regering stelt het verslag jaarlijks voor aan het Parlement, en Leefmilieu Brussel publiceert het op zijn website binnen drie maanden na de ontvangst ervan door de Regering]2. Ook kan de Regering op elk moment een dergelijk verslag en aanbevelingen opvragen bij het Comité. [2 ...]2.
Bij de uitoefening van zijn opdrachten, kan het Comité advies inwinnen bij onder meer :
- [2 de operatoren en broadcast-operatoren ]2;
- [2 Leefmilieu Brussel en Brussel Stedenbouw en Erfgoed ]2;
- de Hoge Gezondheidsraad.]1
[2 Het Comité brengt advies uit over elk ontwerp van wijziging van deze ordonnantie en over de goedkeuring of wijziging van zijn uitvoeringsmaatregelen.
Het Comité kan samenwerken met eender welke wetenschappelijke expert of groep van experten op internationaal, federaal, regionaal of lokaal niveau.]2
[2 § 3. De Regering sluit met de operatoren een handvest met gedragsregels om met name de burgers een zo groot mogelijke transparantie te garanderen met betrekking tot de ontwikkeling van de mobiele-telefonienetwerken, om op technisch vlak maar ook inzake leefmilieu of volksgezondheid één of meer gedragslijnen voor de operatoren vast te leggen, en/of om doelstellingen voor de operatoren voorop te stellen met betrekking tot het beheer van de afvalstoffen die verband houden met de ontwikkeling van de netwerken voor mobiele telefonie.
De operatoren kunnen gezamenlijk een milieuovereenkomst met het Gewest sluiten, wijzigen of hernieuwen conform de bepalingen van de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomste]2.
[2 § 4. In geval van overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen is deze paragraaf van toepassing.
De operatoren van wie de antennes aan de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen bijdragen, verminderen het elektrisch veld dat door hun antennes wordt uitgezonden, zodat de in paragraaf 1/1 bedoelde normen worden nageleefd, desgevallend in onderling overleg en in overleg met de broadcast-operatoren.
De broadcast-operatoren van wie de antennes aan de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen bijdragen, verstrekken aan de operatoren en aan Leefmilieu Brussel alle technische informatie betreffende de niet-ioniserende stralingen van de betrokken antennes indien die verschilt van de informatie die krachtens artikel 4 wordt verstrekt.
De Regering kan de modaliteiten van dit overleg nader omschrijven, alsook de door de operatoren toe te passen methode om, indien nodig, hun respectieve aandeel te beperken in de vermogensdichtheid die mee verantwoordelijk is voor de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen. De Regering omschrijft nader de modaliteiten in geval van akkoord tussen de operatoren evenals de verplichtingen die hen kunnen worden opgelegd bij afwezigheid van een akkoord.
Indien de verplichtingen waaraan de operatoren op grond van het voorgaande lid onderworpen zijn of enige andere door de operatoren of broadcast-operatoren genomen maatregelen het niet mogelijk maken om de vermogensdichtheid van de betreffende antennes in voldoende mate te verminderen om de naleving van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen te verzekeren, wordt in afwijking van paragraaf 1/1 bepaald dat alleen de operatoren die bij de overschrijding betrokken zijn, verplicht zijn om - gezamenlijk en rekening houdend met de overeenkomstig lid 3 en artikel 4 verstrekte informatie - 42,6 % en 17 % van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen te respecteren in respectievelijk publiek toegankelijke binnenruimten en publiek toegankelijke buitenruimten.
Het in voorgaand lid bedoelde uitzonderingsstelsel mag op geen enkel moment hogere vermogensdichtheden van de straling van niet-ioniserende stralingen in publiek toegankelijke binnenruimten en publiek toegankelijke buitenruimten impliceren dan deze bedoeld in Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van het algemene publiek aan elektromagnetische velden (0 Hz tot 300 GHz) en hun toekomstige aanpassingen, en mag slechts betrekking hebben op maximaal 0,0065 % van de bodemoppervlakte en de buitenschil van de gebouwen van de UrbIS-Adm 3D-databank. De Regering is gemachtigd om lagere grenzen vast te stellen. Leefmilieu Brussel houdt voor de Regering en het Comité een geactualiseerde lijst bij van alle gevallen waarin het in lid 5 bedoelde stelsel van toepassing is. ]2
waarbij :
- Si overeenkomt met de vermogensdichtheid bij frequentie i ;
- Sri overeenkomt met de limietwaarde voor de vermogensdichtheid bij frequentie i zoals gedefinieerd in de tabel bedoeld in § 1/1 van dit artikel.
De vermogensdichtheid van de straling wordt berekend en/of gemeten volgens de modaliteiten die vastgelegd zijn door de Regering, met name op basis van de adviezen en aanbevelingen van de bevoegde internationale instanties. ]2
[2 § 1/3. Antennes die niet-ioniserende stralingen in het frequentiebereik van 20 GHz tot 300 GHz genereren, zijn verboden op het Brusselse grondgebied. De Regering is gemachtigd om die antennes toe te staan met inachtneming van de vergunningen die door andere beleidsniveaus zijn afgeleverd.
De antennes voor straalverbindingen vallen niet onder het in het vorige lid bedoelde verbod. ]2
§ 2. Er wordt een comité opgericht van experten op het gebied van niet-ioniserende stralingen, hierna " het Comité " genoemd. Het Comité bestaat uit [2 tussen zeven en dertien]2 leden met relevante medische, wetenschappelijke, economische of technische ervaring met betrekking tot het voorwerp van deze ordonnantie.
De Regering bepaalt de samenstelling en de werking van het Comité.
Het Comité wordt ermee belast de uitvoering van deze ordonnantie en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten te evalueren, met name op het vlak van de evoluties van de technologie en de wetenschappelijke kennis, [2 de economische eisen en de eisen op het vlak van volksgezondheid en respect voor het leefmilieu]2. Daartoe bezorgt het Comité de Regering jaarlijks een verslag dat aanbevelingen kan bevatten. [2 De Regering stelt het verslag jaarlijks voor aan het Parlement, en Leefmilieu Brussel publiceert het op zijn website binnen drie maanden na de ontvangst ervan door de Regering]2. Ook kan de Regering op elk moment een dergelijk verslag en aanbevelingen opvragen bij het Comité. [2 ...]2.
Bij de uitoefening van zijn opdrachten, kan het Comité advies inwinnen bij onder meer :
- [2 de operatoren en broadcast-operatoren ]2;
- [2 Leefmilieu Brussel en Brussel Stedenbouw en Erfgoed ]2;
- de Hoge Gezondheidsraad.]1
[2 Het Comité brengt advies uit over elk ontwerp van wijziging van deze ordonnantie en over de goedkeuring of wijziging van zijn uitvoeringsmaatregelen.
Het Comité kan samenwerken met eender welke wetenschappelijke expert of groep van experten op internationaal, federaal, regionaal of lokaal niveau.]2
[2 § 3. De Regering sluit met de operatoren een handvest met gedragsregels om met name de burgers een zo groot mogelijke transparantie te garanderen met betrekking tot de ontwikkeling van de mobiele-telefonienetwerken, om op technisch vlak maar ook inzake leefmilieu of volksgezondheid één of meer gedragslijnen voor de operatoren vast te leggen, en/of om doelstellingen voor de operatoren voorop te stellen met betrekking tot het beheer van de afvalstoffen die verband houden met de ontwikkeling van de netwerken voor mobiele telefonie.
De operatoren kunnen gezamenlijk een milieuovereenkomst met het Gewest sluiten, wijzigen of hernieuwen conform de bepalingen van de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomste]2.
[2 § 4. In geval van overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen is deze paragraaf van toepassing.
De operatoren van wie de antennes aan de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen bijdragen, verminderen het elektrisch veld dat door hun antennes wordt uitgezonden, zodat de in paragraaf 1/1 bedoelde normen worden nageleefd, desgevallend in onderling overleg en in overleg met de broadcast-operatoren.
De broadcast-operatoren van wie de antennes aan de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen bijdragen, verstrekken aan de operatoren en aan Leefmilieu Brussel alle technische informatie betreffende de niet-ioniserende stralingen van de betrokken antennes indien die verschilt van de informatie die krachtens artikel 4 wordt verstrekt.
De Regering kan de modaliteiten van dit overleg nader omschrijven, alsook de door de operatoren toe te passen methode om, indien nodig, hun respectieve aandeel te beperken in de vermogensdichtheid die mee verantwoordelijk is voor de overschrijding van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen. De Regering omschrijft nader de modaliteiten in geval van akkoord tussen de operatoren evenals de verplichtingen die hen kunnen worden opgelegd bij afwezigheid van een akkoord.
Indien de verplichtingen waaraan de operatoren op grond van het voorgaande lid onderworpen zijn of enige andere door de operatoren of broadcast-operatoren genomen maatregelen het niet mogelijk maken om de vermogensdichtheid van de betreffende antennes in voldoende mate te verminderen om de naleving van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen te verzekeren, wordt in afwijking van paragraaf 1/1 bepaald dat alleen de operatoren die bij de overschrijding betrokken zijn, verplicht zijn om - gezamenlijk en rekening houdend met de overeenkomstig lid 3 en artikel 4 verstrekte informatie - 42,6 % en 17 % van de in paragraaf 1/1 bedoelde normen te respecteren in respectievelijk publiek toegankelijke binnenruimten en publiek toegankelijke buitenruimten.
Het in voorgaand lid bedoelde uitzonderingsstelsel mag op geen enkel moment hogere vermogensdichtheden van de straling van niet-ioniserende stralingen in publiek toegankelijke binnenruimten en publiek toegankelijke buitenruimten impliceren dan deze bedoeld in Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van het algemene publiek aan elektromagnetische velden (0 Hz tot 300 GHz) en hun toekomstige aanpassingen, en mag slechts betrekking hebben op maximaal 0,0065 % van de bodemoppervlakte en de buitenschil van de gebouwen van de UrbIS-Adm 3D-databank. De Regering is gemachtigd om lagere grenzen vast te stellen. Leefmilieu Brussel houdt voor de Regering en het Comité een geactualiseerde lijst bij van alle gevallen waarin het in lid 5 bedoelde stelsel van toepassing is. ]2
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-04-2023, p. 36061)
où :
- Si est la densité de puissance à la fréquence i ;
- Sri est la limite de la densité de puissance à la fréquence i telle que définie dans le tableau visé au paragraphe § 1er/1 du présent article.
La densité de puissance du rayonnement est calculée et/ou mesurée selon les modalités fixées par le Gouvernement notamment sur la base des avis et recommandations des instances internationales compétentes.]2
[2 § 1er/3. Les antennes générant des radiations non ionisantes dans la gamme de fréquences comprises entre 20 GHz et 300 GHz sont interdites. Le Gouvernement est habilité à autoriser ces antennes dans le respect des autorisations délivrées par d'autres niveaux de pouvoir.
Les antennes de type faisceaux hertziens ne sont pas concernées par l'interdiction visée à l'alinéa précédent.]2
§ 2. Il est instauré un comité d'experts des radiations non ionisantes, dénommé ci-après " le Comité ". Le Comité comprend [2 entre sept et treize]2 membres dotés d'une expérience médicale, scientifique, économique ou technique pertinente au regard de l'objet de la présente ordonnance.
Le Gouvernement détermine la composition et le fonctionnement du Comité.
Le Comité est chargé d'évaluer la mise en oeuvre de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, notamment au regard des évolutions des technologies et des connaissances scientifiques, des impératifs économiques et de santé publique. A cet effet, le Comité rend annuellement au Gouvernement un rapport qui peut comprendre des recommandations. [2 Le Gouvernement présente annuellement le rapport au Parlement et Bruxelles Environnement le publie sur son site internet dans les trois mois de sa réception par le Gouvernement]2. Le Gouvernement peut également solliciter à tout moment un tel rapport et des recommandations de la part du Comité. [2 ...]2
Dans l'exercice de ses missions, le Comité peut notamment consulter :
- [2 les opérateurs et les opérateurs broadcast]2;
- [2 Bruxelles Environnement et Bruxelles Urbanisme et Patrimoine ]2;
- le Conseil supérieur de la Santé.]1
[2 Le Comité rend un avis sur tous les projets de modification de la présente ordonnance et sur l'adoption ou la modification de ses mesures d'exécution.
Le Comité peut collaborer avec tout expert scientifique ou groupe d'experts institués au niveau international, fédéral, régional ou local. ]2
[2 § 3. Le Gouvernement conclut avec les opérateurs une charte de bonne conduite visant notamment à assurer aux citoyens la plus grande transparence possible quant au développement des réseaux de téléphonie mobiles, à fixer une ou plusieurs ligne(s) de conduite pour les opérateurs, et ce, tant au niveau technique qu'environnemental ou de santé publique, et/ou à fixer des objectifs aux opérateurs relatifs à la gestion des déchets liés au développement des réseaux de téléphonie mobile.
Les opérateurs collectivement peuvent conclure, modifier ou renouveler une convention environnementale avec la Région conformément aux dispositions de l'ordonnance du 29 avril 2004 relatives aux conventions environnementales.]2
[2 § 4. En cas de dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1, le présent paragraphe est d'application.
Les opérateurs dont les antennes contribuent au dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1 réduisent le champ électrique émis par leurs antennes afin que les normes visées au paragraphe 1er/1 soient respectées, le cas échéant en se concertant entre eux et avec les opérateurs broadcast.
Les opérateurs broadcast dont les antennes contribuent au dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1 transmettent aux opérateurs et à Bruxelles Environnement toutes les informations techniques liées aux radiations non ionisantes des antennes concernées si celles-ci sont différentes de celles transmises en application de l'article 4.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de cette concertation ainsi que la méthode à appliquer par les opérateurs afin, le cas échéant, de réduire leur quote-part respective par rapport à la densité de puissance impliquant un dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1. Le Gouvernement précise les modalités en cas d'accord entre les opérateurs et, en cas d'absence d'accord, les obligations qui peuvent leur être imposées.
Par dérogation au paragraphe 1er/1, si les obligations imposées aux opérateurs en vertu de l'alinéa précédent ou toute autre mesure mise en oeuvre par les opérateurs ou les opérateurs broadcast ne permettent pas de réduire suffisamment la densité de puissance des antennes concernées afin d'assurer le respect des normes visées au paragraphe 1er/1, seuls les opérateurs impliqués dans le dépassement sont tenus de respecter ensemble et en tenant compte des informations transmises conformément à l'alinéa 3 et à l'article 4, 42,6 % et 17 % des normes visées au paragraphe 1er/1 respectivement dans les zones accessibles au public à l'intérieur et dans les zones accessibles au public à l'extérieur.
Le régime d'exception visé à l'alinéa précédent ne peut à aucun moment impliquer des densités de puissance du rayonnement des radiations non ionisantes dans les zones accessibles au public à l'intérieur et dans les zones accessibles au public à l'extérieur supérieures à celles visées dans la Recommandation 1999/519/CE du Conseil du 12 juillet 1999 relative à la limitation de l'exposition du public aux champs électromagnétiques (de 0 Hz à 300 GHz) et ses évolutions futures, et ne peut concerner maximum que 0,0065 % des surfaces du sol et des enveloppes des bâtiments de la base de données UrbIS-Adm 3D. Le Gouvernement est habilité à fixer des limites inférieures. Bruxelles Environnement tient à jour une liste à destination du Gouvernement et du Comité, répertoriant les cas d'application visés à l'alinéa 5.]2
où :
- Si est la densité de puissance à la fréquence i ;
- Sri est la limite de la densité de puissance à la fréquence i telle que définie dans le tableau visé au paragraphe § 1er/1 du présent article.
La densité de puissance du rayonnement est calculée et/ou mesurée selon les modalités fixées par le Gouvernement notamment sur la base des avis et recommandations des instances internationales compétentes.]2
[2 § 1er/3. Les antennes générant des radiations non ionisantes dans la gamme de fréquences comprises entre 20 GHz et 300 GHz sont interdites. Le Gouvernement est habilité à autoriser ces antennes dans le respect des autorisations délivrées par d'autres niveaux de pouvoir.
Les antennes de type faisceaux hertziens ne sont pas concernées par l'interdiction visée à l'alinéa précédent.]2
§ 2. Il est instauré un comité d'experts des radiations non ionisantes, dénommé ci-après " le Comité ". Le Comité comprend [2 entre sept et treize]2 membres dotés d'une expérience médicale, scientifique, économique ou technique pertinente au regard de l'objet de la présente ordonnance.
Le Gouvernement détermine la composition et le fonctionnement du Comité.
Le Comité est chargé d'évaluer la mise en oeuvre de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, notamment au regard des évolutions des technologies et des connaissances scientifiques, des impératifs économiques et de santé publique. A cet effet, le Comité rend annuellement au Gouvernement un rapport qui peut comprendre des recommandations. [2 Le Gouvernement présente annuellement le rapport au Parlement et Bruxelles Environnement le publie sur son site internet dans les trois mois de sa réception par le Gouvernement]2. Le Gouvernement peut également solliciter à tout moment un tel rapport et des recommandations de la part du Comité. [2 ...]2
Dans l'exercice de ses missions, le Comité peut notamment consulter :
- [2 les opérateurs et les opérateurs broadcast]2;
- [2 Bruxelles Environnement et Bruxelles Urbanisme et Patrimoine ]2;
- le Conseil supérieur de la Santé.]1
[2 Le Comité rend un avis sur tous les projets de modification de la présente ordonnance et sur l'adoption ou la modification de ses mesures d'exécution.
Le Comité peut collaborer avec tout expert scientifique ou groupe d'experts institués au niveau international, fédéral, régional ou local. ]2
[2 § 3. Le Gouvernement conclut avec les opérateurs une charte de bonne conduite visant notamment à assurer aux citoyens la plus grande transparence possible quant au développement des réseaux de téléphonie mobiles, à fixer une ou plusieurs ligne(s) de conduite pour les opérateurs, et ce, tant au niveau technique qu'environnemental ou de santé publique, et/ou à fixer des objectifs aux opérateurs relatifs à la gestion des déchets liés au développement des réseaux de téléphonie mobile.
Les opérateurs collectivement peuvent conclure, modifier ou renouveler une convention environnementale avec la Région conformément aux dispositions de l'ordonnance du 29 avril 2004 relatives aux conventions environnementales.]2
[2 § 4. En cas de dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1, le présent paragraphe est d'application.
Les opérateurs dont les antennes contribuent au dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1 réduisent le champ électrique émis par leurs antennes afin que les normes visées au paragraphe 1er/1 soient respectées, le cas échéant en se concertant entre eux et avec les opérateurs broadcast.
Les opérateurs broadcast dont les antennes contribuent au dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1 transmettent aux opérateurs et à Bruxelles Environnement toutes les informations techniques liées aux radiations non ionisantes des antennes concernées si celles-ci sont différentes de celles transmises en application de l'article 4.
Le Gouvernement peut préciser les modalités de cette concertation ainsi que la méthode à appliquer par les opérateurs afin, le cas échéant, de réduire leur quote-part respective par rapport à la densité de puissance impliquant un dépassement des normes visées au paragraphe 1er/1. Le Gouvernement précise les modalités en cas d'accord entre les opérateurs et, en cas d'absence d'accord, les obligations qui peuvent leur être imposées.
Par dérogation au paragraphe 1er/1, si les obligations imposées aux opérateurs en vertu de l'alinéa précédent ou toute autre mesure mise en oeuvre par les opérateurs ou les opérateurs broadcast ne permettent pas de réduire suffisamment la densité de puissance des antennes concernées afin d'assurer le respect des normes visées au paragraphe 1er/1, seuls les opérateurs impliqués dans le dépassement sont tenus de respecter ensemble et en tenant compte des informations transmises conformément à l'alinéa 3 et à l'article 4, 42,6 % et 17 % des normes visées au paragraphe 1er/1 respectivement dans les zones accessibles au public à l'intérieur et dans les zones accessibles au public à l'extérieur.
Le régime d'exception visé à l'alinéa précédent ne peut à aucun moment impliquer des densités de puissance du rayonnement des radiations non ionisantes dans les zones accessibles au public à l'intérieur et dans les zones accessibles au public à l'extérieur supérieures à celles visées dans la Recommandation 1999/519/CE du Conseil du 12 juillet 1999 relative à la limitation de l'exposition du public aux champs électromagnétiques (de 0 Hz à 300 GHz) et ses évolutions futures, et ne peut concerner maximum que 0,0065 % des surfaces du sol et des enveloppes des bâtiments de la base de données UrbIS-Adm 3D. Le Gouvernement est habilité à fixer des limites inférieures. Bruxelles Environnement tient à jour une liste à destination du Gouvernement et du Comité, répertoriant les cas d'application visés à l'alinéa 5.]2
[1 Algemene verplichting van de operatoren en de broadcast-operatoren ]-11
[1 Obligation générale des opérateurs et des opérateurs broadcast ]1
Art. 3/1. [1 Onverminderd artikel 3 moet elke operator en elke broadcast-operator die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een antenne uitbaat, op ieder moment kunnen aantonen dat de in artikel 3 bedoelde immissienorm wordt nageleefd, en in staat zijn om onmiddellijk alle nodige maatregelen te nemen zodra hij op eender welke wijze verneemt dat de in artikel 3 bedoelde immissienorm niet wordt nageleefd. ]1
Art. 3/1. [1 Sans préjudice de l'article 3, tout opérateur et tout opérateur broadcast qui exploite une antenne sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale doit être en mesure de justifier à tout moment le respect de la norme d'immission visée à l'article 3 et de prendre immédiatement toutes les mesures qui s'imposent lorsqu'il a connaissance, par quelque moyen que ce soit, que la norme d'immission visée à l'article 3 n'est pas respectée. ]1
[-1 Informatieplicht ten laste van de operatoren en de broadcast-operatoren ]-1.
[-1 Obligation d'information à charge des opérateurs et des opérateurs broadcast]-1.
Art.4. [1 § 1. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel, Brussel Stedenbouw en Erfgoed, en de gemeente op wier grondgebied de antennes gevestigd zijn, in te lichten over de uitbatingskenmerken van alle antennes die niet-ioniserende straling uitzenden en waarvan de lijst door de Regering vastgesteld is. Deze kenmerken zijn met name de plaats en de exacte positie van de vestiging, het stralingsdiagram, het type antenne, de emissiefrequenties, de elevatiehoek van de antennes, de hoogte en de afmetingen van de antenne en het uitgestraalde vermogen van de stralingen. De Regering kan de lijst van deze kenmerken specificeren, differentiëren in functie van de geadresseerden of de types van antennes of andere kenmerken toevoegen, alsook een termijn voor en wijze van toezending van deze kenmerken bepalen.
Wanneer een antenne zich op minder dan 200 meter van een gemeentegrens bevindt, wordt deze verplichting uitgebreid tot de betreffende aangrenzende gemeente.
§ 2. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel op diens eerste verzoek alle gevraagde informatie te bezorgen, desgevallend met inbegrip van een uittreksel uit hun gegevensbank met gegevens inzake de netwerkconfiguratie die van het OMC (Operations and Maintenance Center) komen. Dit uittreksel of eender welke andere informatie kan betrekking hebben op alle door Leefmilieu Brussel gespecificeerde antennes en dient elektronisch te worden overgemaakt binnen 20 dagen na de ontvangst van het verzoek. De gegevens bevatten minstens de maximale vermogens van de bakens bij het verlaten van de technische kasten, het aantal draagfrequenties en de elektrische tilts, indien deze van op afstand vanuit het OMC (Operations and Maintenance Center) worden geconfigureerd. Leefmilieu Brussel mag de vorm van het te bezorgen uittreksel bepalen, evenals de gegevens die het dient te bevatten ]1.
Wanneer een antenne zich op minder dan 200 meter van een gemeentegrens bevindt, wordt deze verplichting uitgebreid tot de betreffende aangrenzende gemeente.
§ 2. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel op diens eerste verzoek alle gevraagde informatie te bezorgen, desgevallend met inbegrip van een uittreksel uit hun gegevensbank met gegevens inzake de netwerkconfiguratie die van het OMC (Operations and Maintenance Center) komen. Dit uittreksel of eender welke andere informatie kan betrekking hebben op alle door Leefmilieu Brussel gespecificeerde antennes en dient elektronisch te worden overgemaakt binnen 20 dagen na de ontvangst van het verzoek. De gegevens bevatten minstens de maximale vermogens van de bakens bij het verlaten van de technische kasten, het aantal draagfrequenties en de elektrische tilts, indien deze van op afstand vanuit het OMC (Operations and Maintenance Center) worden geconfigureerd. Leefmilieu Brussel mag de vorm van het te bezorgen uittreksel bepalen, evenals de gegevens die het dient te bevatten ]1.
Art.4. [1 . § 1er. Les opérateurs et les opérateurs broadcast sont tenus d'informer Bruxelles Environnement, Bruxelles Urbanisme et Patrimoine, et la commune sur le territoire de laquelle elle est implantée, de toute antenne qui émet des radiations non ionisantes dont la liste est arrêtée par le Gouvernement, quant aux caractéristiques d'exploitation de cette antenne. Ces caractéristiques sont, notamment, le lieu et la position exacte d'implantation, le diagramme de rayonnement, le type d'antenne, les fréquences d'émission, l'angle d'inclinaison des antennes, la hauteur et la dimension de l'antenne et la puissance rayonnée des radiations. Le Gouvernement peut préciser la liste de ces caractéristiques, les différencier en fonction des destinataires ou des types d'antennes ou ajouter d'autres caractéristiques ainsi que déterminer le délai de transmission de ces caractéristiques et les modalités de transmission.
Lorsqu'une antenne se situe à moins de 200 mètres d'une limite communale, cette obligation est étendue à l'égard de la commune limitrophe concernée.
§ 2. Les opérateurs et opérateurs broadcast doivent transmettre, à première demande, à Bruxelles Environnement toute information sollicitée, y compris, le cas échéant, un extrait de leurs bases de données de configuration réseau provenant de l'OMC (Operation and Maintenance Center). Cet extrait ou toute autre information peut concerner l'ensemble des antennes spécifiées par Bruxelles Environnement et sera fourni par voie électronique dans les 20 jours de la réception de la demande. Ces informations contiendront au minimum les puissances maximales des balises à la sortie des baies techniques, le nombre de fréquences porteuses et les tilts électriques, si ces derniers sont configurés à distance depuis l'OMC (Operation and Maintenance Center). Bruxelles Environnement peut préciser les informations contenues dans l'extrait à fournir ainsi que son format.]1
Lorsqu'une antenne se situe à moins de 200 mètres d'une limite communale, cette obligation est étendue à l'égard de la commune limitrophe concernée.
§ 2. Les opérateurs et opérateurs broadcast doivent transmettre, à première demande, à Bruxelles Environnement toute information sollicitée, y compris, le cas échéant, un extrait de leurs bases de données de configuration réseau provenant de l'OMC (Operation and Maintenance Center). Cet extrait ou toute autre information peut concerner l'ensemble des antennes spécifiées par Bruxelles Environnement et sera fourni par voie électronique dans les 20 jours de la réception de la demande. Ces informations contiendront au minimum les puissances maximales des balises à la sortie des baies techniques, le nombre de fréquences porteuses et les tilts électriques, si ces derniers sont configurés à distance depuis l'OMC (Operation and Maintenance Center). Bruxelles Environnement peut préciser les informations contenues dans l'extrait à fournir ainsi que son format.]1
Wijzigingen
Art. 4 TOEKOMSTIG RECHT. [1 § 1. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel, Brussel Stedenbouw en Erfgoed, en de gemeente op wier grondgebied de antennes gevestigd zijn, in te lichten over de uitbatingskenmerken van alle antennes die niet-ioniserende straling uitzenden en waarvan de lijst door de Regering vastgesteld is. Deze kenmerken zijn met name de plaats en de exacte positie van de vestiging, het stralingsdiagram, het type antenne, de emissiefrequenties, de elevatiehoek van de antennes, de hoogte en de afmetingen van de antenne en het uitgestraalde vermogen van de stralingen. De Regering kan de lijst van deze kenmerken specificeren, differentiëren in functie van de geadresseerden of de types van antennes of andere kenmerken toevoegen, alsook een termijn voor en wijze van toezending van deze kenmerken bepalen.
Wanneer een antenne zich op minder dan 200 meter van een gemeentegrens bevindt, wordt deze verplichting uitgebreid tot de betreffende aangrenzende gemeente.
§ 2. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel op diens eerste verzoek alle gevraagde informatie te bezorgen, desgevallend met inbegrip van een uittreksel uit hun gegevensbank met gegevens inzake de netwerkconfiguratie die van het OMC (Operations and Maintenance Center) komen. Dit uittreksel of eender welke andere informatie kan betrekking hebben op alle door Leefmilieu Brussel gespecificeerde antennes en dient elektronisch te worden overgemaakt binnen 20 dagen na de ontvangst van het verzoek. De gegevens bevatten minstens de maximale vermogens van de bakens bij het verlaten van de technische kasten, het aantal draagfrequenties en de elektrische tilts, indien deze van op afstand vanuit het OMC (Operations and Maintenance Center) worden geconfigureerd. Leefmilieu Brussel mag de vorm van het te bezorgen uittreksel bepalen, evenals de gegevens die het dient te bevatten ]1.
[2 § 3. De operatoren van wie de lijst door de Regering vastgelegd is, bezorgen Leefmilieu Brussel jaarlijks een verslag aangaande de energie-efficiëntie voor elke technologie en het energieverbruik van de antennes en hun netwerk. De Regering bepaalt de minimale inhoud van dit verslag. ]2
Wanneer een antenne zich op minder dan 200 meter van een gemeentegrens bevindt, wordt deze verplichting uitgebreid tot de betreffende aangrenzende gemeente.
§ 2. De operatoren en de broadcast-operatoren zijn verplicht om Leefmilieu Brussel op diens eerste verzoek alle gevraagde informatie te bezorgen, desgevallend met inbegrip van een uittreksel uit hun gegevensbank met gegevens inzake de netwerkconfiguratie die van het OMC (Operations and Maintenance Center) komen. Dit uittreksel of eender welke andere informatie kan betrekking hebben op alle door Leefmilieu Brussel gespecificeerde antennes en dient elektronisch te worden overgemaakt binnen 20 dagen na de ontvangst van het verzoek. De gegevens bevatten minstens de maximale vermogens van de bakens bij het verlaten van de technische kasten, het aantal draagfrequenties en de elektrische tilts, indien deze van op afstand vanuit het OMC (Operations and Maintenance Center) worden geconfigureerd. Leefmilieu Brussel mag de vorm van het te bezorgen uittreksel bepalen, evenals de gegevens die het dient te bevatten ]1.
[2 § 3. De operatoren van wie de lijst door de Regering vastgelegd is, bezorgen Leefmilieu Brussel jaarlijks een verslag aangaande de energie-efficiëntie voor elke technologie en het energieverbruik van de antennes en hun netwerk. De Regering bepaalt de minimale inhoud van dit verslag. ]2
Art. 4 DROIT FUTUR. [1 . § 1er. Les opérateurs et les opérateurs broadcast sont tenus d'informer Bruxelles Environnement, Bruxelles Urbanisme et Patrimoine, et la commune sur le territoire de laquelle elle est implantée, de toute antenne qui émet des radiations non ionisantes dont la liste est arrêtée par le Gouvernement, quant aux caractéristiques d'exploitation de cette antenne. Ces caractéristiques sont, notamment, le lieu et la position exacte d'implantation, le diagramme de rayonnement, le type d'antenne, les fréquences d'émission, l'angle d'inclinaison des antennes, la hauteur et la dimension de l'antenne et la puissance rayonnée des radiations. Le Gouvernement peut préciser la liste de ces caractéristiques, les différencier en fonction des destinataires ou des types d'antennes ou ajouter d'autres caractéristiques ainsi que déterminer le délai de transmission de ces caractéristiques et les modalités de transmission.
Lorsqu'une antenne se situe à moins de 200 mètres d'une limite communale, cette obligation est étendue à l'égard de la commune limitrophe concernée.
§ 2. Les opérateurs et opérateurs broadcast doivent transmettre, à première demande, à Bruxelles Environnement toute information sollicitée, y compris, le cas échéant, un extrait de leurs bases de données de configuration réseau provenant de l'OMC (Operation and Maintenance Center). Cet extrait ou toute autre information peut concerner l'ensemble des antennes spécifiées par Bruxelles Environnement et sera fourni par voie électronique dans les 20 jours de la réception de la demande. Ces informations contiendront au minimum les puissances maximales des balises à la sortie des baies techniques, le nombre de fréquences porteuses et les tilts électriques, si ces derniers sont configurés à distance depuis l'OMC (Operation and Maintenance Center). Bruxelles Environnement peut préciser les informations contenues dans l'extrait à fournir ainsi que son format.]1
[2 § 3. Les opérateurs dont la liste est fixée par le Gouvernement transmettent annuellement à Bruxelles Environnement un rapport relatif à l'efficacité énergétique par technologie et à la consommation énergétique des antennes et de leur réseau. Le Gouvernement détermine le contenu minimal de ce rapport ]2
Lorsqu'une antenne se situe à moins de 200 mètres d'une limite communale, cette obligation est étendue à l'égard de la commune limitrophe concernée.
§ 2. Les opérateurs et opérateurs broadcast doivent transmettre, à première demande, à Bruxelles Environnement toute information sollicitée, y compris, le cas échéant, un extrait de leurs bases de données de configuration réseau provenant de l'OMC (Operation and Maintenance Center). Cet extrait ou toute autre information peut concerner l'ensemble des antennes spécifiées par Bruxelles Environnement et sera fourni par voie électronique dans les 20 jours de la réception de la demande. Ces informations contiendront au minimum les puissances maximales des balises à la sortie des baies techniques, le nombre de fréquences porteuses et les tilts électriques, si ces derniers sont configurés à distance depuis l'OMC (Operation and Maintenance Center). Bruxelles Environnement peut préciser les informations contenues dans l'extrait à fournir ainsi que son format.]1
[2 § 3. Les opérateurs dont la liste est fixée par le Gouvernement transmettent annuellement à Bruxelles Environnement un rapport relatif à l'efficacité énergétique par technologie et à la consommation énergétique des antennes et de leur réseau. Le Gouvernement détermine le contenu minimal de ce rapport ]2
Exploitatienormen voor de bronnen.
Normes d'exploitation des sources.
Art.5. De regering stelt, in het kader van haar bevoegdheden, de exploitatievoorwaarden vast voor de inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen opwekken, doorzenden of ontvangen.
De in dit artikel bedoelde voorwaarden stellen onder meer het aantal en de intensiteit van de niet-ioniserende stralingsbronnen vast voor elke perimeter, rekening houdend met de kenmerken van die perimeter.
[1 De Regering kan voorzien in verschillende en specifieke stelsels voor bepaalde types van antennes naargelang van hun bijzondere eigenheden. ]1
De in dit artikel bedoelde voorwaarden stellen onder meer het aantal en de intensiteit van de niet-ioniserende stralingsbronnen vast voor elke perimeter, rekening houdend met de kenmerken van die perimeter.
[1 De Regering kan voorzien in verschillende en specifieke stelsels voor bepaalde types van antennes naargelang van hun bijzondere eigenheden. ]1
Art.5. Le gouvernement fixe, dans le cadre de ses compétences, les conditions d'exploitation des installations susceptibles de produire, de transmettre ou de recevoir des radiations non ionisantes.
Les conditions visées par le présent article fixent, notamment, pour chaque périmètre, le nombre et l'intensité des sources de radiations non ionisantes en tenant compte des caractéristiques du périmètre.
[1 Le Gouvernement peut prévoir des régimes différenciés et spécifiques pour certains types d'antennes en fonction de leurs caractéristiques propres.]1
Les conditions visées par le présent article fixent, notamment, pour chaque périmètre, le nombre et l'intensité des sources de radiations non ionisantes en tenant compte des caractéristiques du périmètre.
[1 Le Gouvernement peut prévoir des régimes différenciés et spécifiques pour certains types d'antennes en fonction de leurs caractéristiques propres.]1
Wijzigingen
Coördinatie van de regelgeving en van de actie.
Coordination de la réglementation et de l'action.
Art.6. De minister tot wiens bevoegdheden Leefmilieu behoort, wordt belast met de harmonisatie van elke onder de bevoegdheid van het Gewest vallende regelgeving en maatregel tegen de mogelijke schadelijke effecten van niet-ioniserende stralingen.
Art.6. Le ministre qui a l'Environnement dans ses compétences est chargé d'harmoniser la réglementation ainsi que toute mesure relevant du pouvoir régional et relative à la lutte contre les effets potentiellement nuisibles des radiations non ionisantes.
Wetenschappelijk onderzoek.
Recherche scientifique.
Art.7. De regering bepaalt de algemene minimumnormen of voorwaarden waaraan moet worden voldaan door personen, laboratoria en openbare of privé-instellingen die belast zullen worden met
1° het onderzoek naar de invloed van niet-ioniserende stralingen op het leefmilieu;
2° het onderzoek naar efficiënte middelen om eventuele hinder of eventuele schadelijke effecten van niet-ioniserende stralingen te bestrijden;
3° het beproeven of controleren van toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen opwekken, dooreenden of ontvangen, bestemd om deze te meten, te dempen of op te slorpen, of de eventuele hinder of de eventuele schadelijke effecten ervan te verhelpen.
1° het onderzoek naar de invloed van niet-ioniserende stralingen op het leefmilieu;
2° het onderzoek naar efficiënte middelen om eventuele hinder of eventuele schadelijke effecten van niet-ioniserende stralingen te bestrijden;
3° het beproeven of controleren van toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen opwekken, dooreenden of ontvangen, bestemd om deze te meten, te dempen of op te slorpen, of de eventuele hinder of de eventuele schadelijke effecten ervan te verhelpen.
Art.7. Le gouvernement définit les normes ou conditions générales minimales auxquelles doivent satisfaire les personnes, laboratoires ou organismes publics ou privés qui seront chargés
1° d'étudier l'influence des radiations non ionisantes sur l'environnement;
2° de rechercher les moyens efficaces de lutte contre les éventuels nuisances ou effets nocifs provoqués par les radiations non ionisantes;
3° de tester ou de contrôler les appareils ou installations susceptibles d'engendrer, de transmettre ou de recevoir des radiations non ionisantes, destinés à mesurer, atténuer ou absorber ces dernières ou destinés à pallier leurs nuisances ou effets nocifs éventuels.
1° d'étudier l'influence des radiations non ionisantes sur l'environnement;
2° de rechercher les moyens efficaces de lutte contre les éventuels nuisances ou effets nocifs provoqués par les radiations non ionisantes;
3° de tester ou de contrôler les appareils ou installations susceptibles d'engendrer, de transmettre ou de recevoir des radiations non ionisantes, destinés à mesurer, atténuer ou absorber ces dernières ou destinés à pallier leurs nuisances ou effets nocifs éventuels.
Kadaster [1 van de zendinstallaties en van de publieke daken, en bekendmaking]1
Cadastre [1 des émetteurs et des toits publics, et publicité]1
Art.8. [1 § 1.]1 [2 De Regering wordt belast met het bijwerken en openbaar maken van een kadaster van de antennes waarvan de lijst door de Regering vastgesteld is. Dit kadaster bevat de technische gegevens van elk van de antennes, met name de precieze locatie van de antenne, het type, de afmetingen, de oriëntatie, het uitzendvermogen en de andere technische gegevens waarmee de vermogensdichtheid in publiek toegankelijke ruimten kan worden bepaald. De Regering kan de technische gegevens preciseren en andere kenmerken toevoegen.
Dit kadaster van de antennes wordt bekendgemaakt op de website van Leefmilieu Brussel zodat elke burger op elk moment bij Leefmilieu Brussel een klacht kan indienen met betrekking tot de naleving van de in artikel 3 bedoelde immissienorm en/of de naleving van de uitbatingsvoorwaarden van de betreffende antennes. Onverminderd de van toepassing zijnde sancties en andere maatregelen waarin deze ordonnantie voorziet, neemt Leefmilieu Brussel, indien het de klacht gegrond acht, maatregelen om de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie te waarborgen]2.]1
[1 § 2. [2 De Regering stelt een kadaster samen van de daken van gebouwen gebruikt door de overheden waarop antennes kunnen worden geplaatst. Dit kadaster wordt regelmatig bijgewerkt]2.
Om de doelstellingen van deze ordonnantie te verwezenlijken, kan de Regering de autonome bestuursinstellingen, in de zin van artikel 85 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, verplichten om akkoord te gaan met de plaatsing van dergelijke inrichtingen op het dak van die gebouwen.]1
Dit kadaster van de antennes wordt bekendgemaakt op de website van Leefmilieu Brussel zodat elke burger op elk moment bij Leefmilieu Brussel een klacht kan indienen met betrekking tot de naleving van de in artikel 3 bedoelde immissienorm en/of de naleving van de uitbatingsvoorwaarden van de betreffende antennes. Onverminderd de van toepassing zijnde sancties en andere maatregelen waarin deze ordonnantie voorziet, neemt Leefmilieu Brussel, indien het de klacht gegrond acht, maatregelen om de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie te waarborgen]2.]1
[1 § 2. [2 De Regering stelt een kadaster samen van de daken van gebouwen gebruikt door de overheden waarop antennes kunnen worden geplaatst. Dit kadaster wordt regelmatig bijgewerkt]2.
Om de doelstellingen van deze ordonnantie te verwezenlijken, kan de Regering de autonome bestuursinstellingen, in de zin van artikel 85 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, verplichten om akkoord te gaan met de plaatsing van dergelijke inrichtingen op het dak van die gebouwen.]1
Art.8. [1 § 1er.]1 [2 § 1er. Le Gouvernement est chargé de mettre à jour et de rendre public un cadastre des antennes dont la liste est arrêtée par le Gouvernement. Ce cadastre reprend les données techniques de chacune des antennes notamment la localisation précise de l'antenne, son type, ses dimensions, son orientation, sa puissance d'émission et les autres données techniques qui permettent de déterminer la densité de puissance dans les zones accessibles au public. Le Gouvernement peut préciser les données techniques et ajouter d'autres caractéristiques.
Ce cadastre des antennes est publié sur le site internet de Bruxelles Environnement pour permettre à tout citoyen d'introduire à tout moment auprès de Bruxelles Environnement une réclamation concernant le respect de la norme d'immission visée à l'article 3 et/ou le respect des conditions d'exploitation des antennes concernées. Sans préjudice des sanctions applicables et des autres mesures prévues dans la présente ordonnance, s'il estime cette réclamation fondée, Bruxelles Environnement prend les mesures pour assurer le respect des dispositions de la présente ordonnance.]2.]1
[1 § 2. [2 Le Gouvernement met en place un cadastre des toits de bâtiments occupés par des pouvoirs publics et qui pourraient accueillir des antennes. Ce cadastre est mis à jour régulièrement]2.
Afin de réaliser les objectifs poursuivis par la présente ordonnance, le Gouvernement peut imposer aux organismes administratifs autonomes, au sens de l'article 85 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, de permettre le placement de telles installations sur le toit de ces bâtiments.]1
Ce cadastre des antennes est publié sur le site internet de Bruxelles Environnement pour permettre à tout citoyen d'introduire à tout moment auprès de Bruxelles Environnement une réclamation concernant le respect de la norme d'immission visée à l'article 3 et/ou le respect des conditions d'exploitation des antennes concernées. Sans préjudice des sanctions applicables et des autres mesures prévues dans la présente ordonnance, s'il estime cette réclamation fondée, Bruxelles Environnement prend les mesures pour assurer le respect des dispositions de la présente ordonnance.]2.]1
[1 § 2. [2 Le Gouvernement met en place un cadastre des toits de bâtiments occupés par des pouvoirs publics et qui pourraient accueillir des antennes. Ce cadastre est mis à jour régulièrement]2.
Afin de réaliser les objectifs poursuivis par la présente ordonnance, le Gouvernement peut imposer aux organismes administratifs autonomes, au sens de l'article 85 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, de permettre le placement de telles installations sur le toit de ces bâtiments.]1
[-1 Verplichtingen van operatoren met betrekking tot informatie voor consumenten en afvalbeheer ]-1
[-1 Obligations des opérateurs en matière d'information aux consommateurs et de gestion des déchets ]-1
[-1Art. 8./1 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT. [1 De operatoren van wie de lijst door de Regering vastgelegd is, zijn verplicht om informatiecampagnes te voeren en te ondersteunen die de bewustwording vergroten omtrent de voorkoming van afval als gevolg van hun activiteiten, met name rekening houdend met de technologische evolutie en de hernieuwing van de geconnecteerde toestellen.
Art. 8/1 DROIT FUTUR. [1 Les opérateurs dont la liste est fixée par le Gouvernement sont tenus de mettre en place et de soutenir des campagnes d'information afin de sensibiliser à la prévention des déchets issus de leurs activités, notamment compte tenu de l'évolution technologique et du renouvellement des appareils connectés.
[-1Art. 8./2 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT.1 De operatoren van wie de lijst door de Regering vastgelegd is, zijn verplicht om statistieken bij te houden over de toestellen die ze op de markt brengen en die als afval worden ingezameld of die het voorwerp uitmaken van hergebruik, in de zin van de bepalingen van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen. ]1
Art. 8/2 DROIT FUTUR. [1 Les opérateurs dont la liste est fixée par le Gouvernement sont tenus d'établir des statistiques sur les appareils qu'ils mettent sur le marché et qui sont collectés en tant que déchets ou qui font l'objet de réemploi, aux sens des dispositions de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets. ]1
[-1Art. 8./3 ]-1TOEKOMSTIG_RECHT.1 Uiterlijk op 1 april van elk jaar bezorgen de operatoren elk afzonderlijk of gezamenlijk aan Leefmilieu Brussel een jaarverslag over het voorgaande jaar (periode van 1 januari tot 31 december) waarin zij informatie verstrekken over de ondernomen acties, de uitgegeven bedragen en de vastgestelde impact van de maatregelen die in het kader van artikel 8/1 werden genomen, evenals een verslag over de statistische gegevens waarnaar in artikel 8/2 wordt verwezen.
Art. 8/3 DROIT FUTUR. [1 Au plus tard le 1er avril de chaque année, les opérateurs, séparément ou collectivement, transmettent à Bruxelles Environnement un rapport annuel relatif à l'année précédente (période du 1er janvier au 31 décembre) détaillant notamment les actions mises en oeuvre, les montants dépensés et les impacts constatés par rapport aux mesures mises en oeuvre dans le cadre de l'article 8/1, ainsi qu'un rapport sur les données statistiques visées à l'article 8/2.
[-1 Overtredingen]-1.
[-1 Infractions]-1
Art.9. [1 Wordt bestraft met de sanctie voorgeschreven door artikel 31, § 1, van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven en milieuaansprakelijkheid :
1° voldoet niet aan de in artikel 3 bedoelde normen of aan de uitvoeringsmaatregelen ervan, of voldoet niet aan het in artikel 3 § 1/3, bedoelde verbod ;
2° de niet-naleving van de informatieverplichtingen bedoeld in artikel 4 of zijn uitvoeringsmaatregelen ;
3° de niet-naleving van de exploitatievoorwaarden bedoeld in artikel 5 of zijn uitvoeringsmaatregelen ;
4° de niet-naleving van de communicatie- en rapportageverplichtingen bedoeld in artikels 8/1, 8/2 en 8/3 of hun uitvoeringsmaatregelen ;
5° de niet-naleving van de normen of algemene voorwaarden bedoeld in artikel 7 of zijn uitvoeringsmaatregelen. ]1
1° voldoet niet aan de in artikel 3 bedoelde normen of aan de uitvoeringsmaatregelen ervan, of voldoet niet aan het in artikel 3 § 1/3, bedoelde verbod ;
2° de niet-naleving van de informatieverplichtingen bedoeld in artikel 4 of zijn uitvoeringsmaatregelen ;
3° de niet-naleving van de exploitatievoorwaarden bedoeld in artikel 5 of zijn uitvoeringsmaatregelen ;
4° de niet-naleving van de communicatie- en rapportageverplichtingen bedoeld in artikels 8/1, 8/2 en 8/3 of hun uitvoeringsmaatregelen ;
5° de niet-naleving van de normen of algemene voorwaarden bedoeld in artikel 7 of zijn uitvoeringsmaatregelen. ]1
Art.9. [1 Est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code du 25 mars 1999 de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale, celui qui :
1° ne respecte pas les normes visées à l'article 3 ou ses mesures d'exécution ou ne respecte pas l'interdiction visée à l'article 3, § 1er/3 ;
2° ne respecte pas les obligations d'information visées à l'article 4 ou ses mesures d'exécution ;
3° ne respecte pas les normes d'exploitation visées à l'article 5 ou ses mesures d'exécution ;
4° ne respecte pas les obligations de communication et de rapportage visées aux articles 8/1, 8/2 et 8/3 ou leurs mesures d'exécution ;
5° ne respecte pas les normes ou conditions générales visées à l'article 7 ou ses mesures d'exécution ]1
1° ne respecte pas les normes visées à l'article 3 ou ses mesures d'exécution ou ne respecte pas l'interdiction visée à l'article 3, § 1er/3 ;
2° ne respecte pas les obligations d'information visées à l'article 4 ou ses mesures d'exécution ;
3° ne respecte pas les normes d'exploitation visées à l'article 5 ou ses mesures d'exécution ;
4° ne respecte pas les obligations de communication et de rapportage visées aux articles 8/1, 8/2 et 8/3 ou leurs mesures d'exécution ;
5° ne respecte pas les normes ou conditions générales visées à l'article 7 ou ses mesures d'exécution ]1
Wijzigingen
Overtredingen en administratieve sancties.>
Infractions et sanctions administratives.>
Art.10. § 1. Artikel 2, 14°, van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, wordt door de volgende bepaling vervangen : " 14° de ordonnantie van... betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen ".
§ 2. Artikel 33, 10°, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : " 10° in de zin van de ordonnantie van.... betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserendé stralingen
- de in artikel 3 bedoelde immissienormen op het vlak van het leefmilieu niet in acht neemt;
- de in artikel 4 bedoelde informatieverplichtingen niet in acht neemt;
- de in artikel 5 bedoelde exploitatienormen niet in acht neemt. ".
§ 2. Artikel 33, 10°, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : " 10° in de zin van de ordonnantie van.... betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserendé stralingen
- de in artikel 3 bedoelde immissienormen op het vlak van het leefmilieu niet in acht neemt;
- de in artikel 4 bedoelde informatieverplichtingen niet in acht neemt;
- de in artikel 5 bedoelde exploitatienormen niet in acht neemt. ".
Art.10. § 1er. L'article 2, 14°, de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001, est remplacé par la disposition suivante : " 14° l'ordonnance du... relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes ".
§ 2. L'article 33, 10°, de la même ordonnance, est rem placé par la disposition suivante : " 10° au sens de l'ordonnance du... relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes
- ne respecte pas les normes d'immission environnementales visées à l'article 3;
- ne respecte pas les obligations d'information visées à l'article 4;
- ne respecte pas les normes d'exploitation visées à l'article 5. ".
§ 2. L'article 33, 10°, de la même ordonnance, est rem placé par la disposition suivante : " 10° au sens de l'ordonnance du... relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes
- ne respecte pas les normes d'immission environnementales visées à l'article 3;
- ne respecte pas les obligations d'information visées à l'article 4;
- ne respecte pas les normes d'exploitation visées à l'article 5. ".
Opheffingsbepalingen.
Dispositions abrogatoires.
Art.11. De wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultralonen, wordt opgeheven, wat de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft.
Art.11. La loi du 12 juillet 1985 relative à la protection de l'homme et de l'environnement contre les effets nocifs et les nuisances provoqués par les radiations non ionisantes, les infrasons et les ultrasons est abrogée pour ce qui concerne les compétences de la Région de Bruxelles-Capitale.
Codificatie.
Codification.
Art.12. De regering kan, met toepassing van artikel 104 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de bepalingen van deze ordonnantie invoegen in het Brussels Milieuwetboek.
Art.12. Le gouvernement peut, en application de l'article 104 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, intégrer les dispositions de la présente ordonnance au Code bruxellois de l'Environnement.
Inwerkingtreding.
Entrée en vigueur.
Art. 13. Deze ordonnantie treedt in werking twee jaar na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 13. La présente ordonnance entre en vigueur deux ans après sa parution au Moniteur belge.