Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Titre
26 AVRIL 2007. - Arrêté royal portant exécution de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, chapitre II de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre les générations.
Documentinformatie
Numac: 2007022661
Datum: 2007-04-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007022661
Date: 2007-04-26
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions introductives.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
  1° " koninklijk besluit van 12 juni 2006 " : het koninklijk besluit van 26 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  2° " instelling " : de in artikel 1, § 1, 1° of § 2 van voormeld koninklijk besluit van 12 juni 2006 bedoelde instellingen;
  3° " pensioeninstelling " : andere dan de in 2° bedoelde instellingen die een wettelijke pensioenregeling beheren;
  4° " beheersinstelling " : de instelling, de vereniging, het orgaan of de dienst belast met het beheer van de loopbaangegevens voor rekening van de instelling;
  5° " broninstellingen " : de instellingen of overheden die de authenticiteit van door hen verzamelde loopbaangegevens kunnen bevestigen;
  6° " dienst ramingen " : de dienst verbonden aan één of meerdere van de in 2° bedoelde instellingen;
  7° " aanvraag " : de vraag van de sociaal verzekerde om aflevering van een loopbaanoverzicht of van een raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken persoonlijke pensioenrechten aan één van de onder 2° vermelde instellingen;
  8° " raming " : de vaststelling van het hypothetische pensioenrecht krachtens de vigerende wetgeving;
  9° " loopbaangegevens " : alle gegevens die voor de raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken persoonlijke pensioenrechten noodzakelijk zijn;
  10° " loopbaanoverzicht " : het overzicht van de loopbaangegevens die per wettelijke pensioenregeling door één van de onder 2° vermelde instellingen of haar opdrachthouders werden bijgehouden;
  11° " toekomstige gepensioneerde " : de sociaal verzekerde die omwille van zijn tewerkstelling aan een wettelijke pensioenregeling onderworpen is geweest, die door één of meerdere van de onder 2° vermelde instellingen wordt beheerd;
  12° " normale pensioenleeftijd " : de leeftijd waarop het pensioen voor het eerst zonder vervroeging kan worden opgenomen.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par
  1° " arrêté royal du 12 juin 2006 " : l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre les générations;
  2° " institution " : les institutions visées à l'article 1er, § 1er, 1° ou § 2 de l'arrêté royal précité du 12 juin 2006;
  3° " institution de pension " : autres que les institutions visées au 2° qui gèrent un régime de pension légal;
  4° " institution de gestion " : l'institution, l'association, l'organisme ou le service chargé de la gestion des données de carrière pour le compte de l'institution;
  5° " institutions source " : les institutions ou autorités qui peuvent confirmer l'authenticité des données de carrière rassemblées par elles;
  6° " service estimations " : le service lié à une ou plusieurs des institutions visées au 2°;
  7° " demande " : la demande de l'assuré social en vue de la délivrance d'un aperçu de carrière ou d'une estimation des droits personnels de pension constitués et encore à constituer à l'une des institutions mentionnées sous 2°;
  8° " estimation " : la fixation du droit de pension hypothétique en vertu de la législation en vigueur;
  9° " données de carrière " : toutes les données qui sont nécessaires pour l'estimation des droits personnels de pension constitués et encore à constituer;
  10° " aperçu de carrière " : l'aperçu des données de carrière qui ont été tenues à jour par régime de pension légal par l'une des institutions mentionnées sous 2° ou ses mandataires;
  11° " futur pensionné " : l'assuré social qui, du chef de son occupation, a été assujetti à un régime de pension légal, qui est géré par une ou plusieurs des institutions mentionnées sous 2°;
  12° " âge normal de la pension " : l'âge auquel la pension peut être prise pour la première fois sans anticipation.
HOOFDSTUK II. - Onderzoek op aanvraag.
CHAPITRE II. - Examen sur demande.
Art. 2. § 1. De aanvraag wordt gericht aan de dienst ramingen en wordt ingediend :
  - hetzij door middel van het daartoe bestemde formulier. Dat formulier is beschikbaar bij de gemeentebesturen en bij de instellingen;
  - hetzij door middel van een gewone brief of een elektronische mail onder vermelding van de identiteit, het adres en het rijksregisternummer van de aanvrager;
  - hetzij telefonisch onder vermelding van de identiteit, het adres en het rijksregisternummer van de aanvrager;
  - hetzij door persoonlijke afgifte op een dienst of een zitdag van de instelling.
  § 2. De aanvraag is niet ontvankelijk als ze wordt ingediend :
  - meer dan vijf jaar voorafgaand aan de datum waarop er recht op rustpensioen of vervroegd pensioen kan ontstaan;
  - minder dan twee jaar nadat een raming werd aangevraagd of van ambtswege door een instelling werd afgeleverd;
  De aanvraag is evenmin ontvankelijk wanneer :
  - als gevolg van een pensioenaanvraag of een onderzoek van ambtswege het pensioenrecht van de aanvrager door een instelling ten gronde wordt of werd onderzocht;
  - zij niet door de aanvrager persoonlijk werd ingediend. De instelling kan hiertoe besluiten wanneer de identiteit van de aanvrager niet overeenstemt met het door hem opgegeven rijksregisternummer.
Art. 2. § 1er. La demande est adressée au service estimations et est introduite :
  - soit au moyen du formulaire destiné à cet effet. Ce formulaire est disponible auprès des administrations communales et auprès des institutions;
  - soit au moyen d'une simple lettre ou d'un courrier électronique mentionnant l'identité, l'adresse et le numéro de registre national du demandeur;
  - soit par téléphone en mentionnant l'identité, l'adresse et le numéro de registre national du demandeur;
  - soit en la remettant personnellement à un service ou à une permanence de l'institution.
  § 2. La demande n'est pas recevable si elle est introduite :
  - plus de cinq ans précédant la date à laquelle peut s'ouvrir un droit à la pension de retraite ou à la pension anticipée;
  - moins de deux ans après qu'une estimation a été sollicitée ou a été délivrée d'office par une institution;
  La demande n'est pas davantage recevable lorsque :
  -suite à une demande de pension ou un examen d'office, le droit de pension du demandeur est ou a été examiné sur le fond par une institution;
  - elle n'a pas été introduite personnellement par le demandeur. L'institution peut statuer à cet effet lorsque l'identité du demandeur ne correspond pas au numéro de registre national qu'il a indiqué;
HOOFDSTUK III. - Onderzoek van ambtswege.
CHAPITRE III. - Examen d'office.
Art. 3. De instelling onderzoekt, voor de wettelijke regeling die zij beheert, van ambtswege de opgebouwde rechten en de rechten die tot de normale pensioenleeftijd kunnen worden opgebouwd voor de toekomstige gepensioneerde :
  - die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft;
  - in het jaar waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt.
  De raming en het loopbaanoverzicht worden van ambtswege afgeleverd in de maand volgend op de geboortemaand van de toekomstige gepensioneerde.
Art. 3. L'institution examine d'office, pour le régime légal qu'elle gère, les droits constitués et les droits qui peuvent être constitués jusqu'à l'âge normal de la pension pour le futur pensionné :
  - qui a sa résidence principale en Belgique;
  - au cours de l'année où il atteint l'âge de 55 ans.
  L'estimation et l'aperçu de carrière sont délivrés d'office au cours du mois qui suit le mois de naissance du futur pensionné.
HOOFDSTUK IV. - Inhoud van het loopbaanoverzicht en de raming.
CHAPITRE IV. - Contenu de l'aperçu de carrière et de l'estimation.
Art. 4. Het loopbaanoverzicht bevat, per wettelijke pensioenregeling, een chronologische en per kalenderjaar gegroepeerde opgave van de door de beheersinstelling over de toekomstige gepensioneerde geregistreerde loopbaangegevens en vermeldt tenminste :
  - de aard van de tewerkstelling;
  - de tijdvakken van tewerkstelling;
  - de tijdvakken die voor de vaststelling van het pensioen met een tijdvak van tewerkstelling worden gelijkgesteld;
  - de duur van de gevalideerde verzekeringstijdvakken.
Art. 4. L'aperçu de carrière contient, par régime de pension légal, un relevé chronologique et groupé par année civile des données de pension enregistrées à propos du futur pensionné par l'institution de gestion et mentionne au moins :
  - la nature de l'occupation;
  - les périodes d'occupation;
  - les périodes qui sont assimilées à une période d'occupation pour la fixation de la pension;
  - la durée des périodes d'assurance validées.
Art. 5. § 1. De raming vermeldt, per wettelijke pensioenregeling, tenminste :
  - het bruto jaarbedrag van het pensioen dat de toekomstige gepensioneerde op 55-jarige leeftijd heeft opgebouwd;
  - het bruto jaarbedrag op de leeftijd van 65 jaar;
  - de evolutie die het bruto jaarbedrag vanaf de 60ste tot de 65ste verjaardag in de wettelijke pensioenregeling ondergaat waarin de toekomstige pensioengerechtigde op zijn 54ste verjaardag verzekerd is.
  § 2. Voor het loopbaangedeelte waarvoor de loopbaangegevens beschikbaar zijn, geschiedt de raming van het toekomstige pensioenrecht op basis van de regels die voor het berekenen van een pensioen op het ogenblik van het onderzoek van kracht zijn.
  § 3. Voor het loopbaangedeelte waarvoor de loopbaangegevens niet beschikbaar zijn op het ogenblik dat de raming van de pensioenrechten wordt gemaakt, wordt rekening gehouden met hypotheses die in het antwoord worden gepreciseerd.
  § 4. Indien de normale pensioenleeftijd minder dan 65 jaar bedraagt, kan aan de toekomstige gepensioneerde, op zijn vraag, een bijzondere berekening van de door hem opgebouwde pensioenrechten en nog op te bouwen rechten worden afgeleverd.
  Hiertoe specificeert de aanvrager de hoedanigheid waarin hij de raming wenst te verkrijgen.
  De instelling onderzoekt de mogelijke rechten op de normale pensioenleeftijd die voor de vermelde hoedanigheid van toepassing is.
  § 5. De instelling herziet van ambtswege de door hem afgeleverde raming indien :
  - de loopbaangegevens op vraag van de toekomstige gepensioneerde door de beheersinstelling werden aangepast;
  - de raming van de pensioenrechten in een andere Belgische wettelijke pensioenregeling het resultaat van de berekening beïnvloeden. De herziening geschiedt enkel op basis van stukken afgeleverd door de bevoegde pensioeninstelling.
  § 6. Als de aanvraag meerdere pensioenen betreft, wordt de verstrekte raming opgesteld rekening houdend met de cumulatiebepalingen tussen deze verschillende voordelen onderling.
  § 7. De toekomstige gepensioneerde die een raming heeft ontvangen, kan zich voor de nodige inlichtingen betreffende de voorwaarden voor de opening van het recht, de berekeningsregels en de regels op het gebied van de cumulaties tot de dienst ramingen wenden.
Art. 5. § 1er. L'estimation mentionne, par régime de pension légal, au moins :
  - le montant annuel brut de la pension que le futur pensionné a constituée à l'âge de 55 ans;
  - le montant annuel brut à l'âge de 65 ans;
  - l'évolution que le montant annuel brut subit du 60ème jusqu'au 65ème anniversaire dans le régime de pension légal dans lequel le futur bénéficiaire de pension est assuré à son 54ème anniversaire.
  § 2. Pour la partie de carrière pour laquelle les données de carrière sont disponibles, l'estimation du futur droit de pension se fait sur la base des règles qui sont en vigueur pour le calcul d'une pension au moment de l'examen.
  § 3. Pour la partie de carrière pour laquelle les données de carrière ne sont pas disponibles au moment où se fait l'estimation des droits de pension, il est tenu compte des hypothèses qui sont précisées dans la réponse.
  § 4. Si l'âge normal de la pension est inférieur à 65 ans, on peut délivrer au futur pensionné, à sa demande, un calcul spécial des droits de pension constitués et encore à constituer.
  A cet effet, le demandeur spécifie la qualité dans laquelle il souhaite obtenir l'estimation.
  L'institution examine les droits éventuels à l'âge normal de la pension qui s'applique pour la qualité mentionnée.
  § 5. L'institution revoit d'office l'estimation qu'elle a délivrée si :
  - les données de carrière ont été adaptées sur demande du futur pensionné par l'institution de gestion;
  - l'estimation des droits de pension dans un autre régime belge légal de pension influence le résultat du calcul. La révision se fait uniquement sur la base de documents délivrés par l'institution de pension concernée.
  § 6. Si la demande concerne plusieurs pensions, l'estimation fournie est établie en tenant compte des dispositions de cumul entre ces différents avantages.
  § 7. Le futur pensionné qui a reçu une estimation peut s'adresser au service estimations pour les informations nécessaires concernant l'ouverture du droit, les règles de calcul et les règles dans le domaine des cumuls.
HOOFDSTUK V. - Gezamenlijke aflevering van loopbaanoverzicht en raming.
CHAPITRE V. - Délivrance commune de l'aperçu de carrière et de l'estimation.
Art. 6. § 1. Indien de toekomstige gepensioneerde aan meerdere wettelijke pensioenregelingen onderworpen was, stellen de instellingen hem van ambtswege in het jaar waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt, één globaal loopbaanoverzicht ter beschikking.
  De loopbaangegevens worden per kalenderjaar, door de in artikel 1, 2° bedoelde instellingen in een enig globaal loopbaanoverzicht samengebracht. Dit overzicht omvat tenminste de in artikel 4 bedoelde gegevens.
  § 2. Samen met het globaal loopbaanoverzicht wordt één globale raming afgeleverd. Onverminderd de toepassing van artikel 5, §§ 1 tot 3, houdt de verstrekte raming rekening met :
  - de cumulatiebepalingen tussen de verschillende pensioenen onderling;
  - de pensioenen waarmee de toekomstige pensioengerechtigde al begunstigd is.
  § 3. Het globaal loopbaanoverzicht en de globale raming worden afgeleverd door een in artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 bedoelde vereniging daartoe gemandateerd door een van de in artikel 1, 2° bedoelde instellingen. Die vereniging staat eveneens als enig contactpunt in voor de informatieverstrekking over de door haar toegezonden documenten.
Art. 6. § 1er. Si le futur pensionné était assujetti à plusieurs régimes de pension légaux, les institutions lui mettent d'office à disposition un seul aperçu de carrière global au cours de l'année où il atteint l'âge de 55 ans.
  Les données de carrière sont par année civile réunies en un seul aperçu de carrière global par les institutions visées à l'article 1er, 2°. Cet aperçu contient au moins les données visées à l'article 4.
  § 2. Une seule estimation globale est délivrée conjointement avec l'aperçu de carrière global. Sans préjudice de l'application de l'article 5, §§ 1er à 3, l'estimation fournie tient compte :
  - des règles de cumul entre les différentes pensions;
  - des pensions dont le futur pensionné est déjà titulaire.
  § 3. L'aperçu de carrière global et l'estimation globale sont délivrés par une association visée à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006, mandatée par une des institutions visées à l'article 1er, 2°. Cette association assure également, comme seul point de contact, la communication d'information sur les documents qu'elle a envoyés.
Art. 7. De Ministers die de pensioenen onder hun bevoegdheid hebben, stellen de datum vast waarop de bepalingen van dit hoofdstuk van kracht worden.
Art. 7. Les Ministres qui ont les pensions dans leurs attributions fixent la date à laquelle les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur.
HOOFDSTUK VI. - Verbetering van de loopbaangegevens.
CHAPITRE VI. - Correction des données de carrière.
Art. 8. § 1. De vragen tot verbetering van de op de geregistreerde en op het loopbaanoverzicht ingeschreven gegevens worden, naar gelang het geval, door de toekomstige gepensioneerde aan de dienst ramingen van de bevoegde instelling of aan de in artikel 6, § 3 bedoelde vereniging gericht.
  § 2. De toekomstige gepensioneerde kan :
  - informatie opvragen betreffende alle op het loopbaanoverzicht ingeschreven gegevens.
  - de verbetering van de ingeschreven loopbaangegevens verzoeken, met opgave van het voorwerp van zijn verzoek en de bewijsmiddelen waarover hij beschikt.
  § 3. Het verzoek om informatie of verbetering en de eventuele bewijsstukken, kunnen worden overgemaakt per gewone brief, per fax, per e-mail of per gestandaardiseerd document.
  De verzoeken van de sociaal verzekerde om informatie of verbetering van de ingeschreven gegevens worden door de dienst ramingen onverwijld doorgestuurd naar de beheersinstelling.
Art. 8. § 1er. Les demandes de correction des données enregistrées et inscrites sur l'aperçu de carrière sont adressées, selon le cas, par le futur pensionné au service estimations de l'institution compétente ou à l'association visée par l'article 6, § 3.
  § 2. Le futur pensionné peut :
  - demander des informations concernant toutes les données inscrites sur l'aperçu de carrière;
  - demander la correction des données de carrière inscrites, avec mention de l'objet de sa demande et les pièces justificatives dont il dispose.
  § 3. La demande d'informations ou de correction et les éventuelles pièces justificatives peuvent être transmises par simple lettre, par fax, par e-mail ou par document standardisé.
  Les demandes, par l'assuré social, d'informations ou de correction des données inscrites sont transmises sans délai par le service estimations à l'institution de gestion.
Art. 9. § 1. De beheersinstelling :
  1° onderzoekt de in overeenstemming met artikel 8 ingediende vragen om verbetering;
  2° verbetert, in voorkomend geval, op basis van de aangebrachte elementen de ingeschreven loopbaangegevens.
  § 2. Geldt met het oog op de eventuele verbetering van de ingeschreven loopbaangegevens, als begin van bewijs, ieder document dat tot basis heeft gediend, had moeten of kunnen dienen voor de opmaak of voor de wijziging van het authentieke document door de broninstelling.
  § 3. De beheersinstelling stelt, naar gelang het geval, de dienst ramingen of de in artikel 6, § 3 bedoelde vereniging van het gegeven gevolg in kennis.
Art. 9. § 1er. L'institution de gestion :
  1° examine les demandes de correction introduites conformément à l'article 8;
  2° corrige, le cas échéant, sur la base des éléments apportés les données de carrière inscrites.
  § 2. Fait office de début de preuve, en vue de la correction éventuelle des données de carrière inscrites, tout document qui a servi de base, aurait dû ou pu servir à l'élaboration ou à la modification du document authentique par l'institution source.
  § 3. L'institution de gestion avise, selon le cas, le service estimations ou l'association visée à l'article 6, § 3 de la suite donnée.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Art. 10. De artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2006.
Art. 10. Les articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 produisent leurs effets à partir du 1er juillet 2006.
Art. 11. De bepalingen van hoofdstuk I van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2006.
  De bepalingen van de hoofdstukken II, III, IV en VI zijn van toepassing voor :
  - de Rijksdienst voor pensioenen vanaf 1 juli 2006;
  - het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen vanaf 1 juli 2007;
  - de overige in artikel 1, 2° bedoelde instellingen vanaf de datum bepaald door de Ministers die de pensioenen onder hun bevoegdheid hebben.
Art. 11. Les dispositions du chapitre Ier produisent leurs effets à partir du 1er juillet 2006.
  Les dispositions des chapitres II, III, IV et VI sont d'application :
  - à l'Office national des pensions à partir du 1er juillet 2006;
  - à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants à partir du 1er juillet 2007;
  - aux autres institutions visées à l'article 1er, 2° à la date fixée par les Ministres qui ont les pensions dans leurs attributions.
Art. 12. Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 26 april 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Middenstand,
  Mevr. S. LARUELLE.
Art. 12. Notre Ministre des Pensions et notre Ministre des Classes moyennes sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 26 avril 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE.