Artikel 1. § 1. [1 Het pensioen in de werknemersregeling en het pensioen in de regeling voor zelfstandigen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, worden op 1 september met 2 % verhoogd indien zij in de loop van het beschouwde jaar aan één van de volgende voorwaarden voldoen. Het pensioen is daadwerkelijk en voor de eerste maal :
1° voor 15 jaar en ten vroegste na 31 december 1994 ingegaan;
2° voor vijf jaar en ten vroegste na 31 december 2003 ingegaan.]1
§ 2. [1 ...]1
§ 3. In geval van genot van één of meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, wordt aan de in § 1 bedoelde loopbaanvoorwaarde voldaan wanneer de som van de tellers van de tot 45e omgezette breuken van de betaalde pensioenen ten minste gelijk is aan de in § 1, 1° of 2° vermelde tellers.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen en tot toekenning van een welvaartsbonus aan sommige pensioengerechtigden. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-04-2007 en tekstbijwerking tot 04-09-2025)
Titre
9 AVRIL 2007. - Arrêté royal portant augmentation de certaines pensions et attribution d'un bonus de bien-être à certains bénéficiaires de pensions. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-04-2007 et mise à jour au 04-09-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Verhoging van de pensioenen in 2...
Afdeling 1. - Forfaitaire jaarlijkse welvaartsb...
Afdeling 2. - Welvaartsaanpassing.
Afdeling 3. - Verhoging van het gewaarborgde mi...
HOOFDSTUK II. - Verhoging van de pensioenen in ...
Afdeling 1. - Forfaitaire jaarlijkse welvaartsb...
Afdeling 2. - Welvaartsaanpassing.
Afdeling 3. - Selectieve welvaartsaanpassing.
HOOFDSTUK III. - Verhoging van de pensioenen na...
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen.
HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Augmentation des pensions en 2007.
Section 1re. - Bonus forfaitaire de bien-être a...
Section 2. - Adaptation au bien-être.
Section 3. - Augmentation de la pension minimum...
CHAPITRE II. - Augmentation des pensions en 2008.
Section 1re. - Bonus forfaitaire de bien-être a...
Section 2. - Adaptation au bien-être.
Section 3. - Adaptation sélective au bien-être.
CHAPITRE III. - Augmentation des pensions après...
CHAPITRE IV. - Dispositions communes.
CHAPITRE V. - Dispositions particulières.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Verhoging van de pensioenen in 2007.
CHAPITRE Ier. - Augmentation des pensions en 2007.
Afdeling 1. - Forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus.
Section 1re. - Bonus forfaitaire de bien-être annuel.
Article 1. § 1er. [1 La pension dans le régime des travailleurs salariés et la pension dans le régime des travailleurs indépendants, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au mois de septembre, si, au cours de l'année considérée, il est satisfait à une des conditions suivantes. La pension a pris cours effectivement et pour la première fois :
1° depuis 15 ans et au plus tôt après le 31 décembre 1994;
2° depuis 5 ans et au plus tôt après le 31 décembre 2003.]1
§ 2. [1 ...]1
§ 3. En cas de bénéfice d'une ou de plusieurs pensions payées par l'Office national des pensions, il est satisfait à la condition de carrière du § 1er lorsque la somme des numérateurs des fractions converties en 45e s des pensions payées est au moins égale aux numérateurs mentionnés au § 1er, 1° ou 2°.
1° depuis 15 ans et au plus tôt après le 31 décembre 1994;
2° depuis 5 ans et au plus tôt après le 31 décembre 2003.]1
§ 2. [1 ...]1
§ 3. En cas de bénéfice d'une ou de plusieurs pensions payées par l'Office national des pensions, il est satisfait à la condition de carrière du § 1er lorsque la somme des numérateurs des fractions converties en 45e s des pensions payées est au moins égale aux numérateurs mentionnés au § 1er, 1° ou 2°.
Wijzigingen
Afdeling 2. - Welvaartsaanpassing.
Section 2. - Adaptation au bien-être.
Art. 2. § 1. De pensioenen in de werknemersregeling en in de regeling voor zelfstandigen die daadwerkelijk en voor de eerste maal vóór 1 januari 1988 zijn ingegaan worden met uitwerking op 1 september 2007 met 2 % verhoogd.
§ 2. Voorzover een forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus werd uitbetaald in toepassing van de bepalingen van artikel 1, wordt de in de vorige paragraaf bedoelde verhoging die verschuldigd is in 2007 verminderd met het bedrag uitbetaald in toepassing van artikel 1 en wordt ze, in afwijking van artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, éénmalig uitbetaald samen met het maandbedrag van september 2007.
(Vanaf 1 maart 2008 wordt, in overeenstemming met artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en met artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen :
- de in § 1 bedoelde verhoging in het maandbedrag van het pensioen opgenomen en samen ermee betaald;
- het in artikel 4 bedoelde saldo per twaalfden betaalbaar gesteld en samen met het pensioen betaald.
Het saldo van de voor de maanden januari en februari 2008 verschuldigde verhogingen wordt in éénmaal samen met het maandbedrag van maart 2008 uitbetaald.) <KB 2008-04-06/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 3. In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in dit artikel opdat de welvaartsaanpassing zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen betaalbaar zijn op 31 augustus 2007.
§ 2. Voorzover een forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus werd uitbetaald in toepassing van de bepalingen van artikel 1, wordt de in de vorige paragraaf bedoelde verhoging die verschuldigd is in 2007 verminderd met het bedrag uitbetaald in toepassing van artikel 1 en wordt ze, in afwijking van artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, éénmalig uitbetaald samen met het maandbedrag van september 2007.
(Vanaf 1 maart 2008 wordt, in overeenstemming met artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en met artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen :
- de in § 1 bedoelde verhoging in het maandbedrag van het pensioen opgenomen en samen ermee betaald;
- het in artikel 4 bedoelde saldo per twaalfden betaalbaar gesteld en samen met het pensioen betaald.
Het saldo van de voor de maanden januari en februari 2008 verschuldigde verhogingen wordt in éénmaal samen met het maandbedrag van maart 2008 uitbetaald.) <KB 2008-04-06/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 3. In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in dit artikel opdat de welvaartsaanpassing zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen betaalbaar zijn op 31 augustus 2007.
Art. 2. § 1er. Les pensions dans le régime des travailleurs salariés et dans le régime des travailleurs indépendants qui ont pris cours effectivement et pour la première fois avant le 1er janvier 1988 sont majorées de 2 % avec effet le 1er septembre 2007.
§ 2. Pour autant qu'un bonus forfaitaire de bien-être annuel ait été payé en application des dispositions de l'article 1er, l'augmentation visée au paragraphe précédent due en 2007 est réduite du montant payé en application de l'article 1er et elle est payée, par dérogation à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, en une fois avec la mensualité de septembre 2007.
(A partir du 1er mars 2008, conformément à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
- l'augmentation visée au § 1er est intégrée dans le montant mensuel de la pension et payée conjointement avec ce montant;
- le solde visé à l'article 4 est mis en paiement par douzièmes et payé conjointement avec la pension.
Le solde des augmentations des mois de janvier et février 2008 est payé en une seule fois avec le montant mensuel de mars 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 3. En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles, il soit satisfait aux conditions visées au présent article pour que l'adaptation au bien-être s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2007.
§ 2. Pour autant qu'un bonus forfaitaire de bien-être annuel ait été payé en application des dispositions de l'article 1er, l'augmentation visée au paragraphe précédent due en 2007 est réduite du montant payé en application de l'article 1er et elle est payée, par dérogation à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, en une fois avec la mensualité de septembre 2007.
(A partir du 1er mars 2008, conformément à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
- l'augmentation visée au § 1er est intégrée dans le montant mensuel de la pension et payée conjointement avec ce montant;
- le solde visé à l'article 4 est mis en paiement par douzièmes et payé conjointement avec la pension.
Le solde des augmentations des mois de janvier et février 2008 est payé en une seule fois avec le montant mensuel de mars 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 3. En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles, il soit satisfait aux conditions visées au présent article pour que l'adaptation au bien-être s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2007.
Afdeling 3. - Verhoging van het gewaarborgde minimumpensioen.
Section 3. - Augmentation de la pension minimum garantie.
Art. 3. § 1. De bedragen van 11.535,12 euro en van 9.231,00 euro, vermeld in artikel 152 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en het in artikel 153 van dezelfde wet vermelde bedrag van 9.085,86 euro worden met ingang van 1 september 2007 respectievelijk vervangen door de bedragen van 11.765,82 euro, 9.415,62 euro en 9.267,58 euro.
§ 2. Aan artikel 131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, laatst gewijzigd door de programmawet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1quinquies wordt vervangen als volgt :
" § 1quinquies. De in § 1quater bedoelde bedragen van 9.307,77 euro en 6.981,78 euro worden respectievelijk gebracht op :
- op 1 september 2004, op 9.673,62 euro en 7.281,11 euro;
- op 1 december 2005, op 10.039,47 euro en 7.580,44 euro;
- op 1 december 2006, op 10.405,32 euro en 7.879,77 euro;
- op 1 april 2007, op 10.503,82 euro en 7.879,77 euro. "
2° Artikel 131bis wordt aangevuld met een § 1sexies, luidende :
" § 1sexies. Op 1 september 2007 worden de in § 1quinquies bedoelde bedragen van 10.503,82 euro en 7.879,77 euro respectievelijk gebracht op 10.713,90 EUR en 8.037,37 euro. "
3° Artikel 131bis wordt aangevuld met een § 1septies, luidende :
" § 1septies. Op 1 december 2007 worden de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10.713,90 euro en 8.037,37 euro respectievelijk gebracht op 11.080,38 euro en 8.336,70 euro.
Vanaf een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire beschikbaarheid zullen de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10.713,90 euro en 8.037,37 euro, zoals aangepast overeenkomstig het vorige lid, minstens gelijk zijn aan het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, vermenigvuldigd met respectievelijk vermenigvuldigingsfactor 2 voor een gezin en met vermenigvuldigingsfactor 1,5 voor een alleenstaande. "
§ 3. De Rijksdienst voor pensioenen verhoogt de werknemerspensioenen en de pensioenen als zelfstandige respectievelijk tot de in artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en in artikel 131bis, § 1sexies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, bepaalde bedragen.
§ 4. Voorzover een forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus werd uitbetaald in toepassing van de bepalingen van artikel 1 van dit besluit, wordt de in artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en in artikel 131bis, § 1sexies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, bedoelde verhoging die verschuldigd is in 2007 verminderd met het bedrag uitbetaald in toepassing van artikel 1 van dit besluit en wordt ze, in afwijking van artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, eenmalig uitbetaald samen met het maandbedrag van september 2007.
(§ 5. Vanaf 1 maart 2008 wordt, in overeenstemming met artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en met artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen :
- naar gelang het geval, de in § 1 en/of § 2, 2° bedoelde verhoging in het maandbedrag van het pensioen opgenomen en samen ermee betaald;
- het in artikel 4 bedoelde saldo per twaalfden betaalbaar gesteld en samen met het pensioen betaald.
Het saldo van de voor de maanden januari en februari 2008 verschuldigde verhogingen wordt in éénmaal samen met het maandbedrag van maart 2008 uitbetaald.) <KB 2008-04-06/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 2. Aan artikel 131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, laatst gewijzigd door de programmawet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1quinquies wordt vervangen als volgt :
" § 1quinquies. De in § 1quater bedoelde bedragen van 9.307,77 euro en 6.981,78 euro worden respectievelijk gebracht op :
- op 1 september 2004, op 9.673,62 euro en 7.281,11 euro;
- op 1 december 2005, op 10.039,47 euro en 7.580,44 euro;
- op 1 december 2006, op 10.405,32 euro en 7.879,77 euro;
- op 1 april 2007, op 10.503,82 euro en 7.879,77 euro. "
2° Artikel 131bis wordt aangevuld met een § 1sexies, luidende :
" § 1sexies. Op 1 september 2007 worden de in § 1quinquies bedoelde bedragen van 10.503,82 euro en 7.879,77 euro respectievelijk gebracht op 10.713,90 EUR en 8.037,37 euro. "
3° Artikel 131bis wordt aangevuld met een § 1septies, luidende :
" § 1septies. Op 1 december 2007 worden de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10.713,90 euro en 8.037,37 euro respectievelijk gebracht op 11.080,38 euro en 8.336,70 euro.
Vanaf een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire beschikbaarheid zullen de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10.713,90 euro en 8.037,37 euro, zoals aangepast overeenkomstig het vorige lid, minstens gelijk zijn aan het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, vermenigvuldigd met respectievelijk vermenigvuldigingsfactor 2 voor een gezin en met vermenigvuldigingsfactor 1,5 voor een alleenstaande. "
§ 3. De Rijksdienst voor pensioenen verhoogt de werknemerspensioenen en de pensioenen als zelfstandige respectievelijk tot de in artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en in artikel 131bis, § 1sexies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, bepaalde bedragen.
§ 4. Voorzover een forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus werd uitbetaald in toepassing van de bepalingen van artikel 1 van dit besluit, wordt de in artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en in artikel 131bis, § 1sexies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, bedoelde verhoging die verschuldigd is in 2007 verminderd met het bedrag uitbetaald in toepassing van artikel 1 van dit besluit en wordt ze, in afwijking van artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, eenmalig uitbetaald samen met het maandbedrag van september 2007.
(§ 5. Vanaf 1 maart 2008 wordt, in overeenstemming met artikel 67 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en met artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen :
- naar gelang het geval, de in § 1 en/of § 2, 2° bedoelde verhoging in het maandbedrag van het pensioen opgenomen en samen ermee betaald;
- het in artikel 4 bedoelde saldo per twaalfden betaalbaar gesteld en samen met het pensioen betaald.
Het saldo van de voor de maanden januari en februari 2008 verschuldigde verhogingen wordt in éénmaal samen met het maandbedrag van maart 2008 uitbetaald.) <KB 2008-04-06/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
Art. 3. § 1er. Les montants de 11.535,12 euros et de 9.231,00 euros, mentionnés à l'article 152 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, et le montant de 9.085,86 euros mentionné à l'article 153 de la même loi sont respectivement remplacés, avec effet au 1er septembre 2007, par les montants de 11.765,82 euros, 9.415,62 euros et 9.267,58 euros.
§ 2. A l'article 131bis de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° Le § 1erquinquies est remplacé par la disposition suivante :
" § 1erquinquies. Les montants de 9.307,77 euros et 6.981,78 euros, visés au § 1erquater, sont portés respectivement :
- au 1er septembre 2004, à 9.673,62 euros et 7.281,11 euros;
- au 1er décembre 2005, à 10.039,47 euros et 7.580,44 euros;
- au 1er décembre 2006, à 10.405,32 euros et 7.879,77 euros;
- au 1er avril 2007, à 10.503,82 euros et 7.879,77 euros. "
2° L'article 131bis est complété par un § 1ersexies, rédigé comme suit :
" § 1ersexies. Au 1er septembre 2007, les montants de 10.503,82 euros et 7.879,77 euros, visés au § 1erquinquies, sont portés respectivement à 10.713,90 euros et 8.037,37 euros. "
3° L'article 131bis est complété par un § 1ersepties, rédigé comme suit :
" § 1ersepties. Au 1er décembre 2007, les montants de 10.713,90 euros et 8.037,37 euros, visés au § 1ersexies sont portés respectivement à 11.080,38 euros et 8.336,70 euros.
A partir d'une date déterminée par le Roi, par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, où il sera tenu compte des disponibilités budgétaires, les montants de 10.713,90 euros et 8.037,37 euros visés au § 1ersexies, tels qu'adaptés conformément à l'alinéa précédent, seront au moins égaux au montant visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, multiplié respectivement par le coefficient 2 pour un ménage et par le coefficient 1,5 pour un isolé. "
§ 3. L'Office national des pensions porte les pensions des travailleurs salariés et les pensions des travailleurs indépendants respectivement aux montants fixés aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, et à l'article 131bis, § 1ersexies, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.
§ 4. Pour autant qu'un bonus forfaitaire de bien-être ait été payé en application des dispositions de l'article 1er du présent arrêté, l'augmentation visée aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, et à l'article 131bis, § 1ersexies, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, due en 2007 est réduite du montant payé en application de l'article 1er du présent arrêté et, par dérogation à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, elle est payée en une fois avec la mensualité de septembre 2007.
(§ 5. A partir du 1er mars 2008, conformément à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
- selon le cas, l'augmentation visée au § 1er et/ou au § 2, 2° est intégrée dans le montant mensuel de la pension et payée conjointement : avec ce montant;
- le solde visé à l'article 4 est mis en paiement par douzièmes et payé conjointement avec la pension.
Le solde des augmentations des mois de janvier et février 2008 est payé en une seule fois avec le montant mensuel de mars 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 2. A l'article 131bis de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° Le § 1erquinquies est remplacé par la disposition suivante :
" § 1erquinquies. Les montants de 9.307,77 euros et 6.981,78 euros, visés au § 1erquater, sont portés respectivement :
- au 1er septembre 2004, à 9.673,62 euros et 7.281,11 euros;
- au 1er décembre 2005, à 10.039,47 euros et 7.580,44 euros;
- au 1er décembre 2006, à 10.405,32 euros et 7.879,77 euros;
- au 1er avril 2007, à 10.503,82 euros et 7.879,77 euros. "
2° L'article 131bis est complété par un § 1ersexies, rédigé comme suit :
" § 1ersexies. Au 1er septembre 2007, les montants de 10.503,82 euros et 7.879,77 euros, visés au § 1erquinquies, sont portés respectivement à 10.713,90 euros et 8.037,37 euros. "
3° L'article 131bis est complété par un § 1ersepties, rédigé comme suit :
" § 1ersepties. Au 1er décembre 2007, les montants de 10.713,90 euros et 8.037,37 euros, visés au § 1ersexies sont portés respectivement à 11.080,38 euros et 8.336,70 euros.
A partir d'une date déterminée par le Roi, par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, où il sera tenu compte des disponibilités budgétaires, les montants de 10.713,90 euros et 8.037,37 euros visés au § 1ersexies, tels qu'adaptés conformément à l'alinéa précédent, seront au moins égaux au montant visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, multiplié respectivement par le coefficient 2 pour un ménage et par le coefficient 1,5 pour un isolé. "
§ 3. L'Office national des pensions porte les pensions des travailleurs salariés et les pensions des travailleurs indépendants respectivement aux montants fixés aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, et à l'article 131bis, § 1ersexies, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.
§ 4. Pour autant qu'un bonus forfaitaire de bien-être ait été payé en application des dispositions de l'article 1er du présent arrêté, l'augmentation visée aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, et à l'article 131bis, § 1ersexies, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, due en 2007 est réduite du montant payé en application de l'article 1er du présent arrêté et, par dérogation à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, elle est payée en une fois avec la mensualité de septembre 2007.
(§ 5. A partir du 1er mars 2008, conformément à l'article 67 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et à l'article 137 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
- selon le cas, l'augmentation visée au § 1er et/ou au § 2, 2° est intégrée dans le montant mensuel de la pension et payée conjointement : avec ce montant;
- le solde visé à l'article 4 est mis en paiement par douzièmes et payé conjointement avec la pension.
Le solde des augmentations des mois de janvier et février 2008 est payé en une seule fois avec le montant mensuel de mars 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-03-2008>
HOOFDSTUK II. - Verhoging van de pensioenen in 2008.
CHAPITRE II. - Augmentation des pensions en 2008.
Afdeling 1. - Forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus.
Section 1re. - Bonus forfaitaire de bien-être annuel.
Art. 4. <KB 2008-04-06/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008> Vanaf 2008 wordt het saldo van de in artikel 1 bedoelde jaarlijkse welvaartbonus uitbetaald. Dit saldo is gelijk aan het positieve verschil tussen het bedrag dat toegekend wordt in toepassing van artikel 1 en de jaarlijkse verhoging verschuldigd in 2007 in toepassing van de artikelen 2 of 3, § 1 en/of § 2, 2°.
Art. 4. <AR 2008-04-06/34, art. 3, 002; En vigueur : 01-03-2008> A partir de 2008, le solde du bonus de bien-être annuel visé à l'article 1er est payé. Ce solde est égal à la différence positive entre le montant alloué en application de l'article 1er et l'augmentation annuelle due en 2007 en vertu des articles 2 ou 3, § 1er et/ou § 2, 2°.
Afdeling 2. - Welvaartsaanpassing.
Section 2. - Adaptation au bien-être.
Art. 5. § 1. De pensioenen in de werknemersregeling en in de regeling voor zelfstandigen die daadwerkelijk en voor de eerste maal (ten vroegste op 1 januari 1988 en ten laatste vóór 1 januari 2002) zijn ingegaan, worden met uitwerking op 1 september 2008 met 2 % verhoogd. <KB 2008-04-06/34, art. 4, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
(§ 1bis. In afwijking van de vorige paragraaf, worden de pensioenen die van de verhoging die in juli 2008 het gevolg is van de toepassing van de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 of van artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, genieten, uitgesloten van de in dit artikel bedoelde verhoging.) <KB 2008-06-12/41, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
§ 2. (In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 opdat de welvaartsaanpassing zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen op 31 augustus 2008 betaalbaar zijn.) <KB 2008-04-06/34, art. 4, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 3. (...) <KB 2008-04-06/34, art. 4, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
(§ 1bis. In afwijking van de vorige paragraaf, worden de pensioenen die van de verhoging die in juli 2008 het gevolg is van de toepassing van de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 of van artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, genieten, uitgesloten van de in dit artikel bedoelde verhoging.) <KB 2008-06-12/41, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
§ 2. (In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 opdat de welvaartsaanpassing zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen op 31 augustus 2008 betaalbaar zijn.) <KB 2008-04-06/34, art. 4, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 3. (...) <KB 2008-04-06/34, art. 4, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
Art. 5. § 1er. Les pensions dans le régime des travailleurs salariés et dans le régime des travailleurs indépendants qui ont pris cours effectivement et pour la première fois (au plus tôt le 1er janvier 1988 et au plus tard avant le 1er janvier 2002) sont majorées de 2 % avec effet le 1er septembre 2008. <AR 2008-04-06/34, art. 4, 1°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
(§ 1erbis. Par dérogation au paragraphe précédent, les pensions qui bénéficient de l'augmentation qui résulte, en juillet 2008, de l'application des articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 ou de l'article 131bis, § 1septies, de la loi du 15 mai 1984 portant des mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, sont exclues de l'augmentation visée au présent article.) <AR 2008-06-12/41, art. 1, 003; En vigueur : 01-09-2008>
§ 2. (En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des Pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles il soit satisfait aux conditions visées au paragraphe 1er pour que l'adaptation au bien être s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 4, 2°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 3. (...) <AR 2008-04-06/34, art. 4, 3°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
(§ 1erbis. Par dérogation au paragraphe précédent, les pensions qui bénéficient de l'augmentation qui résulte, en juillet 2008, de l'application des articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 ou de l'article 131bis, § 1septies, de la loi du 15 mai 1984 portant des mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, sont exclues de l'augmentation visée au présent article.) <AR 2008-06-12/41, art. 1, 003; En vigueur : 01-09-2008>
§ 2. (En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des Pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles il soit satisfait aux conditions visées au paragraphe 1er pour que l'adaptation au bien être s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 4, 2°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 3. (...) <AR 2008-04-06/34, art. 4, 3°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
Afdeling 3. - Selectieve welvaartsaanpassing.
Section 3. - Adaptation sélective au bien-être.
Art. 6. § 1. De pensioenen in de werknemersregeling en in de regeling voor zelfstandigen die daadwerkelijk en voor de eerste maal na 31 december 2001 en vóór 1 januari 2003 zijn ingegaan worden met uitwerking op 1 september 2008 met 2 % verhoogd.
§ 2. (In afwijking van de vorige paragraaf, worden de pensioenen die van de verhoging die in juli 2008 het gevolg is van de toepassing van de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 of van artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, genieten, uitgesloten van de in dit artikel bedoelde verhoging.) <KB 2008-06-12/41, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
§ 3. (In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in dit artikel opdat het in dit artikel vermelde percentage zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen betaalbaar zijn op 31 augustus 2008.) <KB 2008-04-06/34, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 4. (...) <KB 2008-04-06/34, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 2. (In afwijking van de vorige paragraaf, worden de pensioenen die van de verhoging die in juli 2008 het gevolg is van de toepassing van de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 of van artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, genieten, uitgesloten van de in dit artikel bedoelde verhoging.) <KB 2008-06-12/41, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
§ 3. (In geval van gelijktijdig genot van meerdere door de Rijksdienst voor pensioenen uitbetaalde pensioenen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, volstaat het dat voor één van deze voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in dit artikel opdat het in dit artikel vermelde percentage zou toegepast worden op de bedragen van de werknemerspensioenen en van de pensioenen van de zelfstandigen verschuldigd voor de betrokken maand, op voorwaarde dat deze bedragen betaalbaar zijn op 31 augustus 2008.) <KB 2008-04-06/34, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
§ 4. (...) <KB 2008-04-06/34, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008>
Art. 6. § 1er. Les pensions dans le régime des travailleurs salariés et dans le régime des travailleurs indépendants qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt après le 31 décembre 2001 et avant le 1er janvier 2003 sont majorées de 2 % avec effet le 1er septembre 2008.
§ 2. (Par dérogation au paragraphe précédent, les pensions qui bénéficient de l'augmentation qui résulte, en juillet 2008, de l'application des articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 ou de l'article 131bis, § 1septies, de la loi du 15 mai 1984 portant des mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, sont exclues de l'augmentation visée au présent article.) <AR 2008-06-12/41, art. 2, 003; En vigueur : 01-09-2008>
§ 3. (En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des Pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles il soit satisfait aux conditions visées au présent article pour que le pourcentage mentionné dans cet article s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 5, 1°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 4. (...) <AR 2008-04-06/34, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 2. (Par dérogation au paragraphe précédent, les pensions qui bénéficient de l'augmentation qui résulte, en juillet 2008, de l'application des articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 ou de l'article 131bis, § 1septies, de la loi du 15 mai 1984 portant des mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, sont exclues de l'augmentation visée au présent article.) <AR 2008-06-12/41, art. 2, 003; En vigueur : 01-09-2008>
§ 3. (En cas de cumul de plusieurs pensions payées par l'Office national des Pensions, à l'exception de la pension inconditionnelle, visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, il suffit que pour l'une d'elles il soit satisfait aux conditions visées au présent article pour que le pourcentage mentionné dans cet article s'applique aux montants des pensions des travailleurs salariés et des pensions des travailleurs indépendants dus pour le mois en question, à condition que ces montants soient payables au 31 août 2008.) <AR 2008-04-06/34, art. 5, 1°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
§ 4. (...) <AR 2008-04-06/34, art. 5, 2°, 002; En vigueur : 01-03-2008>
HOOFDSTUK III. - Verhoging van de pensioenen na 2008.
CHAPITRE III. - Augmentation des pensions après 2008.
Art. 7. § 1. [Het pensioen in de werknemersregeling en het pensioen in de regeling voor zelfstandigen, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, worden op 1 september met 2 % verhoogd indien zij in de loop van het beschouwde jaar aan één van de volgende voorwaarden voldoen. Het pensioen is daadwerkelijk en voor de eerste maal :
1° voor 15 jaar [6 [7 en ten vroegste na 31 december 2014]7]6 ingegaan;
2° voor vijf jaar [7 en ten vroegste na 31 december 2024]7 ingegaan.] <KB 2009-03-09/36, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2009>
[2 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal na 31 december 2010 en vóór 1 januari 2012 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2016.]2
[3 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 en ten laatste op 1 december 2013 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2018.]3
[4 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2015 en ten laatste op 1 december 2015 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2020.]4
[5 In afwijking van het eerste en tweede lid worden, in de werknemersregeling, de pensioenen:
1° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2016 en ten laatste op 1 december 2016 zijn ingegaan, verhoogd met 2 % op 1 juli 2021;
2° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2017 en ten laatste op 1 december 2017 zijn ingegaan, verhoogd met 2 % op 1 januari 2022.]5
[6 In afwijking van het eerste en tweede lid worden, de pensioenen, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen:
1° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 en ten laatste op 1 december 2018 zijn ingegaan, verhoogd met 2 op 1 juli 2023;
2° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2019 en ten laatste op 1 december 2019 zijn ingegaan, verhoogd met 2 op 1 januari 2024.]6
§ 2. [1 De bepalingen van paragraaf 1 zijn, [6 voor de jaren 2015 tot en met 2020 en voor de jaren 2023 en 2024]6, niet van toepassing op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, op de pensioenen bedoeld bij artikel 7, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector en op de pensioenen bedoeld bij artikel 131, 131bis en 131ter van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.]1
[5 De bepalingen van paragraaf 1 zijn, voor de jaren 2021 tot en met 2022, niet van toepassing op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 33, eerste lid, en 34, eerste lid, van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector, op de pensioenen bedoeld bij artikel 7, § § 1 en 2, van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector en op de pensioenen in de regeling voor zelfstandigen.]5
1° voor 15 jaar [6 [7 en ten vroegste na 31 december 2014]7]6 ingegaan;
2° voor vijf jaar [7 en ten vroegste na 31 december 2024]7 ingegaan.] <KB 2009-03-09/36, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2009>
[2 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal na 31 december 2010 en vóór 1 januari 2012 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2016.]2
[3 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 en ten laatste op 1 december 2013 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2018.]3
[4 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2015 en ten laatste op 1 december 2015 zijn ingegaan, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, verhoogd met 2 % op 1 januari 2020.]4
[5 In afwijking van het eerste en tweede lid worden, in de werknemersregeling, de pensioenen:
1° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2016 en ten laatste op 1 december 2016 zijn ingegaan, verhoogd met 2 % op 1 juli 2021;
2° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2017 en ten laatste op 1 december 2017 zijn ingegaan, verhoogd met 2 % op 1 januari 2022.]5
[6 In afwijking van het eerste en tweede lid worden, de pensioenen, met uitsluiting van het onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen:
1° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 en ten laatste op 1 december 2018 zijn ingegaan, verhoogd met 2 op 1 juli 2023;
2° die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2019 en ten laatste op 1 december 2019 zijn ingegaan, verhoogd met 2 op 1 januari 2024.]6
§ 2. [1 De bepalingen van paragraaf 1 zijn, [6 voor de jaren 2015 tot en met 2020 en voor de jaren 2023 en 2024]6, niet van toepassing op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, op de pensioenen bedoeld bij artikel 7, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector en op de pensioenen bedoeld bij artikel 131, 131bis en 131ter van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.]1
[5 De bepalingen van paragraaf 1 zijn, voor de jaren 2021 tot en met 2022, niet van toepassing op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, op de pensioenen bedoeld bij de artikelen 33, eerste lid, en 34, eerste lid, van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector, op de pensioenen bedoeld bij artikel 7, § § 1 en 2, van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector en op de pensioenen in de regeling voor zelfstandigen.]5
Wijzigingen
Art. 7. § 1er. [La pension dans le régime des travailleurs salariés et la pension dans le régime des travailleurs indépendants, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au mois de septembre, si, au cours de l'année considérée, il est satisfait à une des conditions suivantes. La pension a pris cours effectivement et pour la première fois :
1° depuis 15 ans [6 [7 et au plus tôt après le 31 décembre 2014]7]6;
2° depuis 5 ans [7 et au plus tôt après le 31 décembre 2024]7.] <AR 2009-03-09/36, art. 1, 005; En vigueur : 01-06-2009>
[2 Par dérogation aux alinéas 1 et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt après le 31 décembre 2010 et avant le 1er janvier 2012, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2016.]2
[3 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2013 et au plus tard le 1er décembre 2013, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2018.]3
[4 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2015 et au plus tard le 1er décembre 2015, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2020.]4
[5 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, dans le régime des travailleurs salariés, les pensions :
1° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2016 et au plus tard le 1er décembre 2016, sont augmentées de 2 % au 1er juillet 2021;
2° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2017 et au plus tard le 1er décembre 2017, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2022.]5
[6 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
1° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2018 et au plus tard le 1er décembre 2018 sont augmentées de 2 au 1er juillet 2023;
2° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2019 et au plus tard le 1er décembre 2019 sont augmentées de 2 au 1er janvier 2024.]6
§ 2. [1 Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas d'application, [6 pour les années 2015 à 2020 et pour les années 2023 et 2024]6, aux pensions visées aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, aux pensions visées à l'article 7, §§ 1er et 2, de l'arrêté royal du 28 septembre 2006 portant exécution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social et aux pensions visées aux articles 131, 131bis et 131ter de la loi portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.]1
[5 Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas d'application, pour les années 2021 à 2022, aux pensions visées aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, aux pensions visées aux articles 33, alinéa 1er, et 34, alinéa 1er, de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social, aux pensions visées à l'article 7, § § 1er et 2, de l'arrêté royal du 28 septembre 2006 portant exécution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social et aux pensions dans le régime des travailleurs indépendants.]5
1° depuis 15 ans [6 [7 et au plus tôt après le 31 décembre 2014]7]6;
2° depuis 5 ans [7 et au plus tôt après le 31 décembre 2024]7.] <AR 2009-03-09/36, art. 1, 005; En vigueur : 01-06-2009>
[2 Par dérogation aux alinéas 1 et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt après le 31 décembre 2010 et avant le 1er janvier 2012, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2016.]2
[3 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2013 et au plus tard le 1er décembre 2013, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2018.]3
[4 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2015 et au plus tard le 1er décembre 2015, à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2020.]4
[5 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, dans le régime des travailleurs salariés, les pensions :
1° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2016 et au plus tard le 1er décembre 2016, sont augmentées de 2 % au 1er juillet 2021;
2° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2017 et au plus tard le 1er décembre 2017, sont augmentées de 2 % au 1er janvier 2022.]5
[6 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, les pensions à l'exclusion de la pension inconditionnelle visée à l'article 37 de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants :
1° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2018 et au plus tard le 1er décembre 2018 sont augmentées de 2 au 1er juillet 2023;
2° qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2019 et au plus tard le 1er décembre 2019 sont augmentées de 2 au 1er janvier 2024.]6
§ 2. [1 Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas d'application, [6 pour les années 2015 à 2020 et pour les années 2023 et 2024]6, aux pensions visées aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, aux pensions visées à l'article 7, §§ 1er et 2, de l'arrêté royal du 28 septembre 2006 portant exécution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social et aux pensions visées aux articles 131, 131bis et 131ter de la loi portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.]1
[5 Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas d'application, pour les années 2021 à 2022, aux pensions visées aux articles 152 et 153 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980, aux pensions visées aux articles 33, alinéa 1er, et 34, alinéa 1er, de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social, aux pensions visées à l'article 7, § § 1er et 2, de l'arrêté royal du 28 septembre 2006 portant exécution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social et aux pensions dans le régime des travailleurs indépendants.]5
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions communes.
Art. 8. Wanneer het een overlevingspensioen betreft, is (voor de toepassing van de artikelen 1, 2, 5, 6 en 7), het in aanmerking te nemen ingangsjaar het jaar tijdens hetwelk het rustpensioen van de overleden echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan wanneer deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot.
Art. 8. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie, l'année de prise de cours à prendre en considération (pour l'application des articles 1er, 2, 5, 6 et 7) est l'année au cours de laquelle la pension de retraite du conjoint décédé a pris cours effectivement et pour la première fois si celui-ci bénéficiait de cette pension au moment de son décès. <AR 2008-04-06/34, art. 7, 002; En vigueur : 01-03-2008>
Art. 9. Bij de uitvoering van dit besluit worden eerst de bepalingen van artikel 2 en, achtereenvolgens en in ondergeschikte orde, de bepalingen van de artikelen 3, 5 en 6 uitgevoerd.
Art. 9. En vue de l'exécution du présent arrêté, les dispositions de l'article 2 s'appliquent en premier lieu, puis successivement et subsidiairement les dispositions des articles 3, 5 et 6.
Art. 10. De in de artikelen 1 en 4 bedoelde bedragen veranderen overeenkomstig de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Zij zijn al aangepast, aan het spilindexcijfer 118,47 (basis 1996 = 100).
Art. 10. Les montants visés aux articles 1er et 4 varient conformément à la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants. Ils ont déjà été adaptés à l'indice pivot 118,47 (base 1996 = 100).
Art. 11. De Nationale Arbeidsraad, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen geven uiterlijk voor 15 september 2008 een gezamenlijk advies over de wijze waarop en de modaliteiten waaronder de maatregelen betreffende de verhoging van het gewaarborgde minimumpensioen en de forfaitaire jaarlijkse welvaartsbonus vanaf het jaar 2009 moeten worden uitgevoerd.
Art. 11. Le Conseil national du Travail, le Conseil central de l'Economie et le Comité général de Gestion pour le statut social des travailleurs indépendants donneront, au plus tard avant le 15 septembre 2008, un avis commun sur la manière et les modalités, selon lesquelles les mesures en matière d'augmentation de la pension minimum garantie et le bonus forfaitaire de bien-être annuel, doivent être exécutées à partir de l'année 2009.
HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions particulières.
Art. 12. <KB 2008-04-06/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-03-2008> De bepalingen van artikel 52 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van de artikelen 108 en 109 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen zijn niet van toepassing op het saldo van de jaarlijkse welvaartsbonus bedoeld in artikel 4.
Art. 12. <AR 2008-04-06/34, art. 8, 002; En vigueur : 01-03-2008> Les dispositions de l'article 52 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés et des articles 108 et 109 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ne s'appliquent pas au solde du bonus de bien-être annuel visé à l'article 4.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art. 14. Onze Minister van Leefmilieu en Pensioenen en Onze Minister van Middenstand en Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Notre Ministre de l'Environnement et des Pensions et Notre Ministre des Classes moyennes, et de l'Agriculture sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.