Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 APRIL 2007. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Titre
21 AVRIL 2007. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet zet Richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek gedeeltelijk om.
Art. 2. La présente loi transpose partiellement la directive 2005/71/CE du Conseil du 12 octobre 2005 relative à une procédure d'admission spécifique des ressortissants de pays tiers aux fins de recherche scientifique.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 3. In titel II van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt een hoofdstuk VI, met de volgende titel, ingevoegd :
" HOOFDSTUK VI. - Onderzoekers ".
" HOOFDSTUK VI. - Onderzoekers ".
Art. 3. Il est inséré dans le titre II de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, un chapitre VI, intitulé comme suit :
" CHAPITRE VI. - Chercheurs ".
" CHAPITRE VI. - Chercheurs ".
Art. 4. In titel II, hoofdstuk VI, van dezelfde wet, wordt een artikel 61/10, als volgt opgesteld, ingevoegd :
" Art. 61/10. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° Onderzoeker : elke vreemdeling die geen onderdaan is van de Europese Unie en die houder is van een diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraalprogramma's in het land waar dat diploma bekomen werd en die door een in België erkende onderzoeksinstelling geselecteerd is om een onderzoeksproject uit te voeren waarvoor de bovengenoemde kwalificaties vereist zijn, met uitzondering van :
- de onderzoeker die door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onderzoeksinstelling wordt gedetacheerd bij een onderzoeksinstelling die gevestigd is in België;
- de onderzoeker die onderzoek komt verrichten, in de hoedanigheid van student, met het oog op het behalen van een doctorstitel.
2° Onderzoeksinstelling : openbare of particuliere instelling die onderzoek verricht.
3° Onderzoek : stelselmatig verricht creatief werk ter vergroting van het kennisbestand, waaronder de kennis van mens, cultuur en samenleving, alsmede de aanwending van dit kennisbestand voor nieuwe toepassingen.
4° Gastovereenkomst : overeenkomst die wordt afgesloten tussen een in België erkende onderzoeksinstelling en een onderzoeker, waarin de onderzoeker zich ertoe verbindt een onderzoeksproject uit te voeren en de onderzoeksinstelling zich ertoe verplicht de onderzoeker als gast te ontvangen.
§ 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning :
1° de voorwaarden voor de erkenning van de onderzoeksinstellingen en de duur van deze erkenning;
2° de voorwaarden voor de toekenning, de vernieuwing, de intrekking en de niet-vernieuwing van deze erkenning;
3° het model van de gastovereenkomst ondertekend door de onderzoeker en de onderzoeksinstelling;
4° de voorwaarden waaronder een dergelijke gastovereenkomst kan worden ondertekend;
5° de voorwaarden waaronder een dergelijke gastovereenkomst eindigt. "
" Art. 61/10. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° Onderzoeker : elke vreemdeling die geen onderdaan is van de Europese Unie en die houder is van een diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraalprogramma's in het land waar dat diploma bekomen werd en die door een in België erkende onderzoeksinstelling geselecteerd is om een onderzoeksproject uit te voeren waarvoor de bovengenoemde kwalificaties vereist zijn, met uitzondering van :
- de onderzoeker die door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onderzoeksinstelling wordt gedetacheerd bij een onderzoeksinstelling die gevestigd is in België;
- de onderzoeker die onderzoek komt verrichten, in de hoedanigheid van student, met het oog op het behalen van een doctorstitel.
2° Onderzoeksinstelling : openbare of particuliere instelling die onderzoek verricht.
3° Onderzoek : stelselmatig verricht creatief werk ter vergroting van het kennisbestand, waaronder de kennis van mens, cultuur en samenleving, alsmede de aanwending van dit kennisbestand voor nieuwe toepassingen.
4° Gastovereenkomst : overeenkomst die wordt afgesloten tussen een in België erkende onderzoeksinstelling en een onderzoeker, waarin de onderzoeker zich ertoe verbindt een onderzoeksproject uit te voeren en de onderzoeksinstelling zich ertoe verplicht de onderzoeker als gast te ontvangen.
§ 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning :
1° de voorwaarden voor de erkenning van de onderzoeksinstellingen en de duur van deze erkenning;
2° de voorwaarden voor de toekenning, de vernieuwing, de intrekking en de niet-vernieuwing van deze erkenning;
3° het model van de gastovereenkomst ondertekend door de onderzoeker en de onderzoeksinstelling;
4° de voorwaarden waaronder een dergelijke gastovereenkomst kan worden ondertekend;
5° de voorwaarden waaronder een dergelijke gastovereenkomst eindigt. "
Art. 4. Au titre II, chapitre VI, de la même loi, est inséré un article 61/10, rédigé comme suit :
" Art. 61/10. § 1er. Pour l'application du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par :
1° Chercheur : tout étranger non ressortissant de l'Union européenne titulaire d'un diplôme de l'enseignement supérieur donnant accès aux programmes de doctorat dans le pays d'obtention de ce diplôme, qui est sélectionné par un organisme de recherche agréé en Belgique, pour mener un projet de recherche pour lesquelles les qualifications susmentionnées sont requises, à l'exclusion du :
- chercheur détaché par un organisme de recherche établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne, auprès d'un organisme de recherche établi en Belgique;
- chercheur qui vient effectuer des recherches, en qualité d'étudiant, en vue de l'obtention d'un doctorat.
2° Organisme de recherche : tout organisme public ou privé qui effectue des travaux de recherche.
3° Recherche : les travaux de création entrepris de façon systématique en vue d'accroître la somme des connaissances, y compris la connaissance de l'homme, de la culture et de la société, ainsi que l'utilisation de cette somme de connaissances pour concevoir de nouvelles applications.
4° Convention d'accueil : toute convention conclue entre un organisme de recherche agréé en Belgique et un chercheur par laquelle le chercheur s'engage à mener à bien un projet de recherche et l'organisme de recherche à accueillir le chercheur.
§ 2. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres :
1° les conditions d'agrément des organismes de recherche ainsi que la durée de cet agrément;
2° la procédure d'octroi, de renouvellement, de retrait et de non renouvellement de cet agrément;
3° le modèle de convention d'accueil signée entre le chercheur et l'organisme de recherche;
4° les conditions dans lesquelles une telle convention d'accueil peut être signée;
5° les conditions dans lesquelles une telle convention d'accueil prend fin. "
" Art. 61/10. § 1er. Pour l'application du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par :
1° Chercheur : tout étranger non ressortissant de l'Union européenne titulaire d'un diplôme de l'enseignement supérieur donnant accès aux programmes de doctorat dans le pays d'obtention de ce diplôme, qui est sélectionné par un organisme de recherche agréé en Belgique, pour mener un projet de recherche pour lesquelles les qualifications susmentionnées sont requises, à l'exclusion du :
- chercheur détaché par un organisme de recherche établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne, auprès d'un organisme de recherche établi en Belgique;
- chercheur qui vient effectuer des recherches, en qualité d'étudiant, en vue de l'obtention d'un doctorat.
2° Organisme de recherche : tout organisme public ou privé qui effectue des travaux de recherche.
3° Recherche : les travaux de création entrepris de façon systématique en vue d'accroître la somme des connaissances, y compris la connaissance de l'homme, de la culture et de la société, ainsi que l'utilisation de cette somme de connaissances pour concevoir de nouvelles applications.
4° Convention d'accueil : toute convention conclue entre un organisme de recherche agréé en Belgique et un chercheur par laquelle le chercheur s'engage à mener à bien un projet de recherche et l'organisme de recherche à accueillir le chercheur.
§ 2. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres :
1° les conditions d'agrément des organismes de recherche ainsi que la durée de cet agrément;
2° la procédure d'octroi, de renouvellement, de retrait et de non renouvellement de cet agrément;
3° le modèle de convention d'accueil signée entre le chercheur et l'organisme de recherche;
4° les conditions dans lesquelles une telle convention d'accueil peut être signée;
5° les conditions dans lesquelles une telle convention d'accueil prend fin. "
Art. 5. In titel II, hoofdstuk VI, van dezelfde wet, wordt een artikel 61/11, als volgt opgesteld, ingevoegd :
" Art. 61/11. § 1. Indien de aanvraag voor een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk bij een Belgische diplomatieke of consulaire post wordt ingediend door een vreemdeling die, in de hoedanigheid van onderzoeker, een onderzoeksproject wil uitvoeren in het kader van een gastovereenkomst die afgesloten wordt met een erkende onderzoeksinstelling, moet deze machtiging worden toegekend indien de betrokkene zich niet bevindt in één van de gevallen die worden voorzien in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8°, van de huidige wet en indien hij de volgende documenten overlegt :
1° een geldig reisdocument;
2° een met een in België erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst;
3° een geneeskundig getuigschrift waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één der in bijlage bij de huidige wet opgesomde ziekten;
4° een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene niet veroordeeld is geweest wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht, wanneer hij ouder is dan 18 jaar.
Indien het onmogelijk is het in 3° en 4° van het eerste lid voorziene getuigschrift over te leggen kan de minister of zijn gemachtigde, rekening houdend met de omstandigheden, de vreemdeling echter machtigen om in de hoedanigheid van onderzoeker in België te verblijven.
De minister of zijn gemachtigde kan ook beslissen om te verifiëren of de modaliteiten op basis waarvan de gastovereenkomst werd afgesloten, vervuld zijn.
§ 2. De machtiging voor een verblijf van meer dan drie maanden in België kan door de vreemdeling worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij verblijft, overeenkomstig de artikelen 9 en 9bis. "
" Art. 61/11. § 1. Indien de aanvraag voor een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk bij een Belgische diplomatieke of consulaire post wordt ingediend door een vreemdeling die, in de hoedanigheid van onderzoeker, een onderzoeksproject wil uitvoeren in het kader van een gastovereenkomst die afgesloten wordt met een erkende onderzoeksinstelling, moet deze machtiging worden toegekend indien de betrokkene zich niet bevindt in één van de gevallen die worden voorzien in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8°, van de huidige wet en indien hij de volgende documenten overlegt :
1° een geldig reisdocument;
2° een met een in België erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst;
3° een geneeskundig getuigschrift waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één der in bijlage bij de huidige wet opgesomde ziekten;
4° een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene niet veroordeeld is geweest wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht, wanneer hij ouder is dan 18 jaar.
Indien het onmogelijk is het in 3° en 4° van het eerste lid voorziene getuigschrift over te leggen kan de minister of zijn gemachtigde, rekening houdend met de omstandigheden, de vreemdeling echter machtigen om in de hoedanigheid van onderzoeker in België te verblijven.
De minister of zijn gemachtigde kan ook beslissen om te verifiëren of de modaliteiten op basis waarvan de gastovereenkomst werd afgesloten, vervuld zijn.
§ 2. De machtiging voor een verblijf van meer dan drie maanden in België kan door de vreemdeling worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij verblijft, overeenkomstig de artikelen 9 en 9bis. "
Art. 5. Au titre II, chapitre VI, de la même loi, est inséré un article 61/11, rédigé comme suit :
" Art. 61/11. § 1er. Lorsque la demande d'autorisation de séjourner plus de trois mois dans le Royaume est introduite auprès d'un poste diplomatique ou consulaire belge par un étranger qui désire mener, en tant que chercheur, un projet de recherche dans le cadre d'une convention d'accueil signée avec un organisme de recherche agréé, cette autorisation doit être accordée si l'intéressé ne se trouve pas dans un des cas prévus à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8°, de la présente loi et s'il produit les documents suivants :
1° un document de voyage en cours de validité;
2° une convention d'accueil signée avec un organisme de recherche agréé en Belgique;
3° un certificat médical d'où il résulte qu'il n'est pas atteint d'une des maladies énumérées à l'annexe de la présente loi;
4° un certificat constatant l'absence de condamnations pour crimes ou délits de droit commun, si l'intéressé est âgé de plus de 18 ans.
En cas d'impossibilité de produire le certificat prévu au 3° et 4° de l'alinéa 1er, le ministre ou son délégué peut néanmoins, compte tenu des circonstances, autoriser l'étranger à séjourner en Belgique en tant que chercheur.
Le ministre ou son délégué peut, en outre, décider de vérifier si les modalités sur la base desquelles la convention d'accueil a été conclue, sont respectées.
§ 2. L'autorisation de séjourner plus de trois mois en Belgique peut être demandée par l'étranger auprès du bourgmestre de la localité où il séjourne, conformément aux articles 9 et 9bis. "
" Art. 61/11. § 1er. Lorsque la demande d'autorisation de séjourner plus de trois mois dans le Royaume est introduite auprès d'un poste diplomatique ou consulaire belge par un étranger qui désire mener, en tant que chercheur, un projet de recherche dans le cadre d'une convention d'accueil signée avec un organisme de recherche agréé, cette autorisation doit être accordée si l'intéressé ne se trouve pas dans un des cas prévus à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8°, de la présente loi et s'il produit les documents suivants :
1° un document de voyage en cours de validité;
2° une convention d'accueil signée avec un organisme de recherche agréé en Belgique;
3° un certificat médical d'où il résulte qu'il n'est pas atteint d'une des maladies énumérées à l'annexe de la présente loi;
4° un certificat constatant l'absence de condamnations pour crimes ou délits de droit commun, si l'intéressé est âgé de plus de 18 ans.
En cas d'impossibilité de produire le certificat prévu au 3° et 4° de l'alinéa 1er, le ministre ou son délégué peut néanmoins, compte tenu des circonstances, autoriser l'étranger à séjourner en Belgique en tant que chercheur.
Le ministre ou son délégué peut, en outre, décider de vérifier si les modalités sur la base desquelles la convention d'accueil a été conclue, sont respectées.
§ 2. L'autorisation de séjourner plus de trois mois en Belgique peut être demandée par l'étranger auprès du bourgmestre de la localité où il séjourne, conformément aux articles 9 et 9bis. "
Art. 6. In titel II, hoofdstuk VI, van dezelfde wet, wordt een artikel 61/12, als volgt opgesteld, ingevoegd :
" Art. 61/12. De machtiging tot verblijf die in toepassing van artikel 61/11 wordt afgegeven aan een onderzoeker wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject, die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst.
De bepalingen van artikel 13, § 1, vijfde lid zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde machtiging tot verblijf.
De inschrijving in het vreemdelingenregister van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling en de afgifte van de verblijfstitel die daarvan bewijs levert vinden plaats in overeenstemming met de bepalingen van artikel 12.
De verlenging of vernieuwing van deze verblijfstitel vindt conform artikel 13, § 2 plaats.
In de in artikel 13, § 3 opgesomde gevallen kan de minister of zijn gemachtigde de onderzoeker die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk een bevel geven om het grondgebied te verlaten.
De erkende onderzoeksinstelling die een gastovereenkomst heeft afgesloten met een onderzoeker die een verblijfstitel heeft ontvangen in toepassing van artikel 61/11 moet de minister of zijn gemachtigde onmiddellijk op de hoogte brengen van elke gebeurtenis die de uitvoering van de gastovereenkomst verhindert. "
" Art. 61/12. De machtiging tot verblijf die in toepassing van artikel 61/11 wordt afgegeven aan een onderzoeker wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject, die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst.
De bepalingen van artikel 13, § 1, vijfde lid zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde machtiging tot verblijf.
De inschrijving in het vreemdelingenregister van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling en de afgifte van de verblijfstitel die daarvan bewijs levert vinden plaats in overeenstemming met de bepalingen van artikel 12.
De verlenging of vernieuwing van deze verblijfstitel vindt conform artikel 13, § 2 plaats.
In de in artikel 13, § 3 opgesomde gevallen kan de minister of zijn gemachtigde de onderzoeker die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk een bevel geven om het grondgebied te verlaten.
De erkende onderzoeksinstelling die een gastovereenkomst heeft afgesloten met een onderzoeker die een verblijfstitel heeft ontvangen in toepassing van artikel 61/11 moet de minister of zijn gemachtigde onmiddellijk op de hoogte brengen van elke gebeurtenis die de uitvoering van de gastovereenkomst verhindert. "
Art. 6. Au titre II, chapitre VI, de la même loi, est inséré un article 61/12, rédigé comme suit :
" Art. 61/12. L'autorisation de séjour délivrée à un chercheur en application de l'article 61/11 est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil conclue entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé.
Les dispositions de l'article 13, § 1er, alinéa 5, sont applicables à l'autorisation de séjour visée à l'alinéa 1er.
L'inscription au registre des étrangers de l'étranger visé à l'alinéa 1er et la délivrance du titre de séjour faisant foi de celle-ci ont lieu conformément aux dispositions de l'article 12.
La prorogation ou le renouvellement de ce titre de séjour a lieu conformément à l'article 13, § 2.
Le ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire au chercheur autorisé à séjourner dans le Royaume dans les cas énumérés à l'article 13, § 3.
L'organisme de recherche agréé qui a conclu une convention d'accueil avec un chercheur qui a obtenu un titre de séjour en application de l'article 61/11, doit avertir, immédiatement, le ministre ou son délégué, de tout événement empêchant l'exécution de la convention d'accueil. "
" Art. 61/12. L'autorisation de séjour délivrée à un chercheur en application de l'article 61/11 est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil conclue entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé.
Les dispositions de l'article 13, § 1er, alinéa 5, sont applicables à l'autorisation de séjour visée à l'alinéa 1er.
L'inscription au registre des étrangers de l'étranger visé à l'alinéa 1er et la délivrance du titre de séjour faisant foi de celle-ci ont lieu conformément aux dispositions de l'article 12.
La prorogation ou le renouvellement de ce titre de séjour a lieu conformément à l'article 13, § 2.
Le ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire au chercheur autorisé à séjourner dans le Royaume dans les cas énumérés à l'article 13, § 3.
L'organisme de recherche agréé qui a conclu une convention d'accueil avec un chercheur qui a obtenu un titre de séjour en application de l'article 61/11, doit avertir, immédiatement, le ministre ou son délégué, de tout événement empêchant l'exécution de la convention d'accueil. "
Art. 7. In titel II, hoofdstuk VI, van dezelfde wet, wordt een artikel 61/13, als volgt opgesteld, ingevoegd :
" Art. 61/13. § 1. De bepalingen van de artikelen 10bis, § 2 en 10ter, zijn van toepassing op de in artikel 10, § 1, 4°, 5° en 6°, bedoelde familieleden van een onderzoeker die in toepassing van artikel 61/11 tot een verblijf wordt gemachtigd.
§ 2. De bepalingen van artikel 13, § 1, zesde lid, zijn van toepassing op de in artikel 10, § 1, 4°, 5° en 6° bedoelde familieleden van een onderzoeker die in toepassing van artikel 61/11 gemachtigd wordt tot een verblijf.
§ 3. In de in artikel 13, § 4 opgesomde gevallen kan de minister of zijn gemachtigde de in artikel 10bis, § 2 bedoelde familieleden van een onderzoeker, die met toepassing van artikel 61/11, gemachtigd is tot een verblijf, het bevel geven het grondgebied te verlaten. "
" Art. 61/13. § 1. De bepalingen van de artikelen 10bis, § 2 en 10ter, zijn van toepassing op de in artikel 10, § 1, 4°, 5° en 6°, bedoelde familieleden van een onderzoeker die in toepassing van artikel 61/11 tot een verblijf wordt gemachtigd.
§ 2. De bepalingen van artikel 13, § 1, zesde lid, zijn van toepassing op de in artikel 10, § 1, 4°, 5° en 6° bedoelde familieleden van een onderzoeker die in toepassing van artikel 61/11 gemachtigd wordt tot een verblijf.
§ 3. In de in artikel 13, § 4 opgesomde gevallen kan de minister of zijn gemachtigde de in artikel 10bis, § 2 bedoelde familieleden van een onderzoeker, die met toepassing van artikel 61/11, gemachtigd is tot een verblijf, het bevel geven het grondgebied te verlaten. "
Art. 7. Au titre II, chapitre VI, de la même loi, est inséré un article 61/13, rédigé comme suit :
" Art. 61/13. §.1er Les dispositions des articles 10bis, § 2 et 10ter, sont applicables aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, 4°, 5° et 6°, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11.
§ 2. Les dispositions de l'article 13, § 1er, alinéa 6, sont applicables aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, 4°, 5° et 6°, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11.
§ 3. Le ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire aux membres de la famille visés à l'article 10bis, § 2, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11, dans les cas énumérés à l'article 13, § 4. "
" Art. 61/13. §.1er Les dispositions des articles 10bis, § 2 et 10ter, sont applicables aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, 4°, 5° et 6°, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11.
§ 2. Les dispositions de l'article 13, § 1er, alinéa 6, sont applicables aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, 4°, 5° et 6°, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11.
§ 3. Le ministre ou son délégué peut donner l'ordre de quitter le territoire aux membres de la famille visés à l'article 10bis, § 2, d'un chercheur autorisé au séjour en application de l'article 61/11, dans les cas énumérés à l'article 13, § 4. "
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 8. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2007, door KB 2007-05-31/30, art. 1)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2007, door KB 2007-05-31/30, art. 1)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 8. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-06-2007, par AR 2007-05-31/30, art. 1)
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 21 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-06-2007, par AR 2007-05-31/30, art. 1)
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 21 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.