Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 APRIL 2007. - Wet houdende dringende spoorwegbepalingen.
Titre
30 AVRIL 2007. - Loi portant dispositions urgentes concernant le chemin de fer.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Diabolo.
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Uitbreiding van het net.
HOOFDSTUK III. - Onroerende rechten.
HOOFDSTUK IV. - Financiering van de investering...
Afdeling 1. - Bijdrage van de spoorweginfrastru...
Afdeling 2. - Passagiervergoedingen.
Afdeling 3. - Bijdrage van de spoorwegondernemi...
HOOFDSTUK V. - Beheer van de Infrastructuur.
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen.
TITEL III. - Rechtzettingen in verband met de v...
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale.
TITRE II. - Diabolo.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Extension du réseau.
CHAPITRE III. - Droits immobiliers.
CHAPITRE IV. - Financement du coût d'investisse...
Section 1re. - Contribution du gestionnaire de ...
Section 2. - Redevances passager.
Section 3. - Contribution des entreprises ferro...
CHAPITRE V. - Gestion de l'Infrastructure.
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses.
TITRE III. - Rectifications relatives à la répa...
Tekst (36)
Texte (36)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Diabolo.
TITRE II. - Diabolo.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Art. 2. § 1. Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder :
1° " abonnementen woon-werkverkeer " : alle treinkaarten (met inbegrip van de gemengde treinkaarten) die door de NV van publiek recht NMBS worden uitgereikt in het kader van het woon-werkverkeer;
2° " aanvangsdatum van de werken " : de datum van de aanvang van de werken van de opdracht gegund voor de bouw van de Infrastructuur, vastgesteld overeenkomstig artikel 28, 1°, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;
3° " Infrabel " : de NV van publiek recht " Infrabel "; en
4° " ingebruikname " : de datum van ingebruikname vastgesteld in de toelating tot ingebruikname bedoeld in artikel 12, 1°, van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.
§ 2. Voor de toepassing van deze Titel hebben de woorden " capaciteit " of " spoorweginfrastructuurcapaciteit ", " spoorwegonderneming ", " spoorweginfrastructuurbeheerder ", " spoorweginfrastructuur ", " minister ", " toezichthoudende orgaan ", " net " en " treinpad " de betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 5 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
1° " abonnementen woon-werkverkeer " : alle treinkaarten (met inbegrip van de gemengde treinkaarten) die door de NV van publiek recht NMBS worden uitgereikt in het kader van het woon-werkverkeer;
2° " aanvangsdatum van de werken " : de datum van de aanvang van de werken van de opdracht gegund voor de bouw van de Infrastructuur, vastgesteld overeenkomstig artikel 28, 1°, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;
3° " Infrabel " : de NV van publiek recht " Infrabel "; en
4° " ingebruikname " : de datum van ingebruikname vastgesteld in de toelating tot ingebruikname bedoeld in artikel 12, 1°, van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.
§ 2. Voor de toepassing van deze Titel hebben de woorden " capaciteit " of " spoorweginfrastructuurcapaciteit ", " spoorwegonderneming ", " spoorweginfrastructuurbeheerder ", " spoorweginfrastructuur ", " minister ", " toezichthoudende orgaan ", " net " en " treinpad " de betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 5 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
Art. 2. § 1er. Pour l'application du présent Titre il y a lieu d'entendre par :
1° " abonnements domicile-lieu de travail " : toutes cartes train (en ce compris les cartes train mixtes) délivrées par la SA de droit public SNCB dans le cadre du transport domicile-lieu de travail;
2° " début des travaux " : la date de commencement des travaux du marché attribué pour la construction de l'Infrastructure, fixée conformément à l'article 28, 1°, de l'arrêté royal du 26 septembre 1996 établissant les règles générales d'exécution des marchés publics et des concessions de travaux publics;
3° " Infrabel " : la SA de droit public " Infrabel "; et
4° " mise en service " : la date de mise en service fixée dans l'autorisation de mise en service visée à l'article 12, 1°, de la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire.
§ 2. Pour l'application du présent Titre, les mots " capacité " ou " capacité d'infrastructure ferroviaire ", " entreprise ferroviaire ", " gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire ", " infrastructure ferroviaire ", " ministre ", " organe de contrôle ", " réseau " et " sillon " ont le sens qui leur est donné à l'article 5 de la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire.
1° " abonnements domicile-lieu de travail " : toutes cartes train (en ce compris les cartes train mixtes) délivrées par la SA de droit public SNCB dans le cadre du transport domicile-lieu de travail;
2° " début des travaux " : la date de commencement des travaux du marché attribué pour la construction de l'Infrastructure, fixée conformément à l'article 28, 1°, de l'arrêté royal du 26 septembre 1996 établissant les règles générales d'exécution des marchés publics et des concessions de travaux publics;
3° " Infrabel " : la SA de droit public " Infrabel "; et
4° " mise en service " : la date de mise en service fixée dans l'autorisation de mise en service visée à l'article 12, 1°, de la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire.
§ 2. Pour l'application du présent Titre, les mots " capacité " ou " capacité d'infrastructure ferroviaire ", " entreprise ferroviaire ", " gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire ", " infrastructure ferroviaire ", " ministre ", " organe de contrôle ", " réseau " et " sillon " ont le sens qui leur est donné à l'article 5 de la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire.
HOOFDSTUK II. - Uitbreiding van het net.
CHAPITRE II. - Extension du réseau.
Art. 3. Onder voorbehoud van artikel 17, kan Infrabel de financiering, het ontwerp, de bouw en de exploitatie van de spoorweginfrastructuur die de luchthaven van Brussel-Nationaal met de middenberm van de snelweg E19 verbindt, inclusief de verbinding van deze infrastructuur met het ondergronds spoorwegstation van de luchthaven van Brussel-Nationaal en de infrastructuurinrichtingen die dienstig of nodig zijn binnenin het station (de " Infrastructuur " genoemd), toevertrouwen aan een derde, " de exploitant " genoemd, alsook alle taken horend bij de voornoemde taken die door Infrabel aan de exploitant zijn toevertrouwd.
Infrabel bepaalt, in een overeenkomst die met de exploitant zal worden gesloten, de bepalingen en voorwaarden waartegen de taken bedoeld in het eerste lid aan de exploitant worden toevertrouwd.
Infrabel bepaalt, in een overeenkomst die met de exploitant zal worden gesloten, de bepalingen en voorwaarden waartegen de taken bedoeld in het eerste lid aan de exploitant worden toevertrouwd.
Art. 3. Sous réserve de l'article 17, Infrabel peut confier à un tiers, dénommé " l'exploitant ", le financement, la conception, la construction et l'exploitation de l'infrastructure ferroviaire reliant l'aéroport de Bruxelles-National à la berme centrale de l'autoroute E19, y compris la jonction de cette infrastructure avec la gare ferroviaire souterraine de l'aéroport de Bruxelles-National et les aménagements d'infrastructure utiles ou nécessaires à l'intérieur de cette gare, dénommée " l'Infrastructure ", ainsi que toutes tâches accessoires aux tâches précitées confiées par Infrabel à l'exploitant.
Infrabel détermine, dans une convention à conclure avec l'exploitant, les termes et conditions auxquels les tâches visées à l'alinéa 1er sont confiées à l'exploitant.
Infrabel détermine, dans une convention à conclure avec l'exploitant, les termes et conditions auxquels les tâches visées à l'alinéa 1er sont confiées à l'exploitant.
Art. 4. Infrabel kan inzonderheid, voor de doeleinden van artikel 3, een dochtervennootschap oprichten, haar deelneming in deze dochtervennootschap overdragen en aan deze vennootschap, vóór of na de overdracht van haar deelneming, de in artikel 3 bedoelde taken toevertrouwen. In dat geval is artikel 13, § 3, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, niet van toepassing.
Art. 4. Infrabel peut notamment, aux fins de l'article 3, constituer une filiale, céder sa participation dans cette filiale et confier à cette société, avant ou après cession de sa participation, les tâches visées à l'article 3. Dans ce cas, l'article 13, § 3, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques ne s'applique pas.
Art. 5. De rechten van de exploitant krachtens de in artikel 3, tweede lid, bedoelde overeenkomst, kunnen worden overgedragen of tot zekerheid gesteld ten gunste van kredietverstrekkers, van verstrekkers van financiële diensten, of van personen aangewezen door deze laatsten in het kader van financieringsoperaties of van herfinanciering, onder de voorwaarden bepaald in de in artikel 3, tweede lid bedoelde overeenkomst.
Art. 5. Les droits de l'exploitant en vertu de la convention visée à l'article 3, alinéa 2, peuvent être cédés, transférés ou donnés en sûreté au profit de prêteurs, de prestataires de services financiers ou de personnes désignées par ceux-ci dans le cadre d'opérations de financement ou de refinancement, aux conditions déterminées dans la convention visée à l'article 3, alinéa 2.
HOOFDSTUK III. - Onroerende rechten.
CHAPITRE III. - Droits immobiliers.
Art. 6. Infrabel kan aan de exploitant de eigendom overdragen van onroerende goederen, in voorkomend geval beperkt tot ondergrondse innames, die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde taken. Elke overdracht krachtens dit artikel voorziet in een terugkoopoptie van de voornoemde onroerende goederen en van de Infrastructuur ten voordele van Infrabel, uitoefenbaar tegen de voorwaarden overeengekomen tussen Infrabel en de exploitant op het ogenblik van de overdracht, wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
Art. 6. Infrabel peut céder à l'exploitant la propriété de fonds, le cas échéant limités à des emprises en sous-sols, nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre des tâches visées à l'article 3. Toute cession faite en vertu du présent article prévoit une option de rachat des fonds précités et de l'Infrastructure en faveur d'Infrabel, à exercer aux conditions convenues entre Infrabel et l'exploitant lors de la cession, lorsque l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
Art. 7. Infrabel kan ten gunste van de exploitant andere zakelijke rechten of persoonlijke rechten op de onroerende goederen bedoeld in artikel 6 vestigen. Elk zakelijk of persoonlijk recht gevestigd krachtens dit artikel vervalt wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
Art. 7. Infrabel peut constituer en faveur de l'exploitant d'autres droits réels ou des droits personnels sur les fonds visés à l'article 6. Tout droit réel ou personnel constitué en vertu du présent article expire lorsque l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
Art. 8. De zakelijke rechten die de exploitant krachtens de artikelen 6 en 7 bezit, zijn uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde taken.
Art. 8. Les droits réels que l'exploitant détient en vertu des articles 6 et 7 sont exclusivement destinés à la mise en oeuvre des tâches visées à l'article 3.
Art. 9. De onroerende goederen waarvan de eigendom is overgedragen of waarop andere zakelijke of persoonlijke rechten zijn gevestigd met toepassing van de artikelen 6 en 7, zijn en blijven van rechtswege gedesaffecteerd van het openbaar domein te rekenen vanaf de overdracht of de vestiging van de betrokken zakelijke of persoonlijke rechten ten voordele van de exploitant tot de beëindiging van de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant, door het verstrijken van de termijn of anderszins.
Art. 9. Les fonds dont la propriété est cédée ou sur lesquels d'autres droits réels ou personnels sont constitués en vertu des articles 6 et 7 sont et resteront désaffectés de plein droit du domaine public à compter de la cession ou la constitution de droits réels ou personnels en cause en faveur de l'exploitant jusqu'à la fin de l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant, par l'échéance du terme ou autrement.
Art. 10. De NV van publiek recht NMBS Holding kan zakelijke of persoonlijke rechten vestigen op het ondergrondse spoorwegstation van de luchthaven van Brussel-Nationaal ten voordele van de exploitant om hem toe te laten de verbinding van de Infrastructuur met het ondergrondse spoorwegstation van de luchthaven van Brussel-Nationaal en de inrichtingen die dienstig of nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde taken, te verwezenlijken.
De zakelijke rechten gevestigd krachtens het eerste lid, geven de exploitant, tijdens de duur ervan, het eigendomsrecht van de verbeteringen die aan het station worden aangebracht. Deze zakelijke rechten vervallen wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
De zakelijke rechten gevestigd krachtens het eerste lid, geven de exploitant, tijdens de duur ervan, het eigendomsrecht van de verbeteringen die aan het station worden aangebracht. Deze zakelijke rechten vervallen wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
Art. 10. La SA de droit public SNCB Holding peut constituer des droits réels ou personnels sur la gare ferroviaire souterraine de l'aéroport de Bruxelles-National en faveur de l'exploitant en vue de lui permettre de réaliser la jonction de l'Infrastructure avec la gare ferroviaire souterraine de l'aéroport de Bruxelles-National et les aménagements utiles ou nécessaires à la mise en oeuvre des tâches visées à l'article 3.
Les droits réels constitués en vertu du premier alinéa confèrent à l'exploitant, pendant leur durée, la propriété des améliorations apportées à la gare. Ces droits réels expirent lorsque l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
Les droits réels constitués en vertu du premier alinéa confèrent à l'exploitant, pendant leur durée, la propriété des améliorations apportées à la gare. Ces droits réels expirent lorsque l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
HOOFDSTUK IV. - Financiering van de investeringskost van de Infrastructuur.
CHAPITRE IV. - Financement du coût d'investissement de l'Infrastructure.
Afdeling 1. - Bijdrage van de spoorweginfrastructuurbeheerder.
Section 1re. - Contribution du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
Art. 11. § 1. De spoorweginfrastructuurbeheerder kan zich contractueel verbinden tot betaling van een jaarlijkse bijdrage aan de exploitant vanaf het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken en voor een termijn overeengekomen in de overeenkomst bedoeld in artikel 3, tweede lid.
§ 2. Het initiële bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 is vastgesteld op 9 miljoen euro. Elke verhoging van dit bedrag krachtens de in artikel 3, tweede lid bedoelde overeenkomst, is onderworpen aan de goedkeuring van de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 3. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 wordt geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) vanaf het kalenderjaar van de derde verjaardag van de aanvangsdatum van de werken, tegen de voorwaarden bepaald in de overeenkomst gesloten krachtens artikel 3, tweede lid.
§ 2. Het initiële bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 is vastgesteld op 9 miljoen euro. Elke verhoging van dit bedrag krachtens de in artikel 3, tweede lid bedoelde overeenkomst, is onderworpen aan de goedkeuring van de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 3. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 wordt geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) vanaf het kalenderjaar van de derde verjaardag van de aanvangsdatum van de werken, tegen de voorwaarden bepaald in de overeenkomst gesloten krachtens artikel 3, tweede lid.
Art. 11. § 1er. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire peut s'engager par contrat à payer une contribution annuelle à l'exploitant à partir de l'année calendrier du second anniversaire de la date de début des travaux et pour la durée convenue dans la convention visée à l'article 3, alinéa 2.
§ 2. Le montant initial de la contribution visée au § 1er est fixé à 9 millions d'euros. Toute augmentation de ce montant en vertu de la convention visée à l'article 3, alinéa 2, est soumise à l'approbation du Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
§ 3. Le montant de la contribution visée au § 1er est indexé sur base de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) à partir de l'année calendrier du troisième anniversaire de la date de début des travaux, aux modalités déterminées dans la convention conclue en vertu de l'article 3, alinéa 2.
§ 2. Le montant initial de la contribution visée au § 1er est fixé à 9 millions d'euros. Toute augmentation de ce montant en vertu de la convention visée à l'article 3, alinéa 2, est soumise à l'approbation du Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
§ 3. Le montant de la contribution visée au § 1er est indexé sur base de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) à partir de l'année calendrier du troisième anniversaire de la date de début des travaux, aux modalités déterminées dans la convention conclue en vertu de l'article 3, alinéa 2.
Afdeling 2. - Passagiervergoedingen.
Section 2. - Redevances passager.
Art. 12. § 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, int en ontvangt voor elke treinreis van of naar de luchthaven van Brussel-Nationaal, met uitzondering van de abonnementen woon-werkverkeer waarvan het station van de luchthaven van Brussel-Nationaal het eindstation is en de reizen van personen die recht hebben op gratis reizen met alle verplaatsingsmiddelen die door de publieke overheden worden uitgebaat of in concessie gegeven overeenkomstig de artikelen 66, 71 en 118bis van de Grondwet, een supplement op de prijs van de reis te voldoen door de reiziger, " passagiervergoeding " genoemd.
§ 2. Het initieel bedrag van de passagiervergoeding en elke latere wijziging van dit bedrag worden vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de spoorweginfrastructuurbeheerder.
§ 3. Niettegenstaande §§ 1 en 2, kan een spoorwegonderneming met de exploitant, in de in artikel 13, § 2, bedoelde overeenkomst, overeenkomen om de passagiervergoeding voor de reizen van en naar de luchthaven van Brussel-Nationaal niet te innen en te ontvangen voor reizigers die genieten van tariefverminderingen of van gratis vervoer opgelegd door de Staat, mits de betaling door de spoorwegonderneming aan de exploitant van een bedrag gelijk aan de vergoedingen te innen en te ontvangen krachtens § 1 voor de reizen van deze passagiers.
§ 4. Het bedrag van de passagiervergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de vergoeding verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het jaar 2004.
§ 2. Het initieel bedrag van de passagiervergoeding en elke latere wijziging van dit bedrag worden vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de spoorweginfrastructuurbeheerder.
§ 3. Niettegenstaande §§ 1 en 2, kan een spoorwegonderneming met de exploitant, in de in artikel 13, § 2, bedoelde overeenkomst, overeenkomen om de passagiervergoeding voor de reizen van en naar de luchthaven van Brussel-Nationaal niet te innen en te ontvangen voor reizigers die genieten van tariefverminderingen of van gratis vervoer opgelegd door de Staat, mits de betaling door de spoorwegonderneming aan de exploitant van een bedrag gelijk aan de vergoedingen te innen en te ontvangen krachtens § 1 voor de reizen van deze passagiers.
§ 4. Het bedrag van de passagiervergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de vergoeding verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het jaar 2004.
Art. 12. §1e r. Toute entreprise ferroviaire utilisant l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs applique et perçoit, sur chaque voyage par train au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National, à l'exclusion des abonnements domicile-lieu de travail dont la gare de l'aéroport de Bruxelles-National est la gare d'arrivée et des voyages des personnes ayant droit au libre parcours sur toutes les voies de communication exploitées ou concédées par les pouvoirs publics conformément aux articles 66, 71 et 118bis de la Constitution, un supplément sur le prix du voyage à acquitter par le voyageur, dénommé " redevance passager ".
§ 2. Le montant initial de la redevance passager et toute modification ultérieure de ce montant sont arrêtés par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
§ 3. Nonobstant les §§ 1er et 2, une entreprise ferroviaire peut convenir avec l'exploitant, dans la convention visée à l'article 13, § 2, de ne pas appliquer et percevoir la redevance passager sur les voyages au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National de passagers bénéficiant de réductions tarifaires ou de la gratuité imposées par l'Etat, moyennant le paiement par l'entreprise ferroviaire à l'exploitant d'un montant équivalent aux redevances à appliquer et percevoir en vertu du § 1er sur les voyages de ces passagers.
§ 4. Le montant de la redevance passager est indexé annuellement en fonction de la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année calendrier précédant l'année calendrier pour laquelle la redevance est due par rapport à la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année 2004.
§ 2. Le montant initial de la redevance passager et toute modification ultérieure de ce montant sont arrêtés par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
§ 3. Nonobstant les §§ 1er et 2, une entreprise ferroviaire peut convenir avec l'exploitant, dans la convention visée à l'article 13, § 2, de ne pas appliquer et percevoir la redevance passager sur les voyages au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National de passagers bénéficiant de réductions tarifaires ou de la gratuité imposées par l'Etat, moyennant le paiement par l'entreprise ferroviaire à l'exploitant d'un montant équivalent aux redevances à appliquer et percevoir en vertu du § 1er sur les voyages de ces passagers.
§ 4. Le montant de la redevance passager est indexé annuellement en fonction de la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année calendrier précédant l'année calendrier pour laquelle la redevance est due par rapport à la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année 2004.
Art. 13. § 1. Elke spoorwegonderneming stort aan de exploitant de passagiervergoedingen die moeten worden geïnd en ontvangen overeenkomstig artikel 12, § 1.
§ 2. De bepalingen en voorwaarden van de retrocessie bepaald in § 1, worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen de exploitant en elke spoorwegonderneming die de toekenning van capaciteiten vraagt voor het vervoer van reizigers van en naar de luchthaven van Brussel-Nationaal. Deze bepalingen en voorwaarden behelzen de periodiciteit van de retrocessie, de methodes van het tellen van het aantal vervoerde reizigers, de zekerheden die door de spoorwegonderneming moeten worden gevestigd als waarborg voor haar retrocessieverplichting en de vergoeding voor de inning van de passagiervergoedingen die niet inbegrepen zijn in de prijs van het vervoersbewijs.
§ 3. Bij gebrek aan een overeenkomst tussen de exploitant en de spoorwegonderneming die een aanvraag tot capaciteit heeft ingediend tegen de bepalingen en voorwaarden van de in § 2 bedoelde overeenkomst binnen drie maand na deze aanvraag, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels vaststellen betreffende de in § 2 bedoelde materies op voorstel van de spoorweginfrastructuurbeheerder. Deze regels zijn van toepassing tot de inwerkingtreding van een overeenkomst gesloten overeenkomstig § 2.
§ 2. De bepalingen en voorwaarden van de retrocessie bepaald in § 1, worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen de exploitant en elke spoorwegonderneming die de toekenning van capaciteiten vraagt voor het vervoer van reizigers van en naar de luchthaven van Brussel-Nationaal. Deze bepalingen en voorwaarden behelzen de periodiciteit van de retrocessie, de methodes van het tellen van het aantal vervoerde reizigers, de zekerheden die door de spoorwegonderneming moeten worden gevestigd als waarborg voor haar retrocessieverplichting en de vergoeding voor de inning van de passagiervergoedingen die niet inbegrepen zijn in de prijs van het vervoersbewijs.
§ 3. Bij gebrek aan een overeenkomst tussen de exploitant en de spoorwegonderneming die een aanvraag tot capaciteit heeft ingediend tegen de bepalingen en voorwaarden van de in § 2 bedoelde overeenkomst binnen drie maand na deze aanvraag, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels vaststellen betreffende de in § 2 bedoelde materies op voorstel van de spoorweginfrastructuurbeheerder. Deze regels zijn van toepassing tot de inwerkingtreding van een overeenkomst gesloten overeenkomstig § 2.
Art. 13. § 1er. Toute entreprise ferroviaire verse à l'exploitant les redevances passager à appliquer et percevoir conformément à l'article 12, § 1er.
§ 2. Les termes et conditions de la rétrocession prévue au § 1er sont arrêtés dans une convention à conclure entre l'exploitant et chaque entreprise ferroviaire demandant l'attribution de capacités pour le transport de voyageurs au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National. Ces termes et conditions comprennent la périodicité de la rétrocession, les méthodes de comptage du nombre de passagers transportés, les sûretés à constituer par l'entreprise ferroviaire en garantie de son obligation de rétrocession et la rémunération de la perception de redevances passager non incorporées dans le prix du titre de transport.
§ 3. A défaut d'accord entre l'exploitant et l'entreprise ferroviaire ayant introduit une demande de capacité sur les termes et conditions de la convention visée au § 2 dans les trois mois de cette demande, le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer des règles concernant les matières visées au § 2 sur proposition du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire. Ces règles sont d'application jusqu'à l'entrée en vigueur d'une convention conclue conformément au § 2.
§ 2. Les termes et conditions de la rétrocession prévue au § 1er sont arrêtés dans une convention à conclure entre l'exploitant et chaque entreprise ferroviaire demandant l'attribution de capacités pour le transport de voyageurs au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National. Ces termes et conditions comprennent la périodicité de la rétrocession, les méthodes de comptage du nombre de passagers transportés, les sûretés à constituer par l'entreprise ferroviaire en garantie de son obligation de rétrocession et la rémunération de la perception de redevances passager non incorporées dans le prix du titre de transport.
§ 3. A défaut d'accord entre l'exploitant et l'entreprise ferroviaire ayant introduit une demande de capacité sur les termes et conditions de la convention visée au § 2 dans les trois mois de cette demande, le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer des règles concernant les matières visées au § 2 sur proposition du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire. Ces règles sont d'application jusqu'à l'entrée en vigueur d'une convention conclue conformément au § 2.
Art. 14. § 1. De passagiervergoeding wordt geïnd en ontvangen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken tot en met de laatste dag van de maand tijdens dewelke de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt, door het verstrijken van de termijn of anderszins.
§ 2. In afwijking van § 1, wordt het bedrag van de passagiervergoeding met de helft verminderd voor de periode vanaf de eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken tot en met de laatste dag van de maand van de ingebruikname van de Infrastructuur.
§ 2. In afwijking van § 1, wordt het bedrag van de passagiervergoeding met de helft verminderd voor de periode vanaf de eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken tot en met de laatste dag van de maand van de ingebruikname van de Infrastructuur.
Art. 14. § 1er. La redevance passager est appliquée et perçue à partir du premier jour du mois suivant le second anniversaire de la date de début des travaux jusque et y compris le dernier jour du mois au cours duquel prend fin l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant, par l'échéance du terme ou autrement.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le montant de la redevance passager est réduit de moitié pour la période allant du premier jour du mois suivant le second anniversaire de la date de début des travaux jusque et y compris le dernier jour du mois de la mise en service de l'Infrastructure.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le montant de la redevance passager est réduit de moitié pour la période allant du premier jour du mois suivant le second anniversaire de la date de début des travaux jusque et y compris le dernier jour du mois de la mise en service de l'Infrastructure.
Afdeling 3. - Bijdrage van de spoorwegondernemingen.
Section 3. - Contribution des entreprises ferroviaires.
Art. 15. § 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de spoorweginfrastructuur voor het binnenlands vervoer van reizigers dient een jaarlijkse bijdrage te betalen, " bijdrage van de spoorwegondernemingen " genoemd, gelijk aan het hoogste van beide onderstaande bedragen :
- 0,5 % van de omzet (exclusief BTW) die door de betrokken spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is; en
- 1.887.000 euro geïndexeerd op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex voor het jaar 2004 vermenigvuldigd met de in § 3 bedoelde verdeelsleutel.
§ 2. De bijdrage van de spoorwegondernemingen wordt ontvangen door de spoorweginfrastructuurbeheerder. De spoorweginfrastructuurbeheerder stort de ontvangen bedragen aan de exploitant binnen twintig werkdagen vanaf de ontvangst ervan.
Om zeker te zijn van de betaling van deze bijdrage, kan de spoorweginfrastructuurbeheerder aan de spoorwegondernemingen het verstrekken van een financiële waarborg opleggen. Deze staat in verhouding tot de bijdrage die de betrokken spoorwegonderneming verschuldigd is, en is transparant en niet-discriminerend.
§ 3. De in § 1 bedoelde verdeelsleutel is, voor de spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, gelijk aan het quotiënt van (i) de omzet (exclusief BTW) die door deze spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is op (ii) de som van de omzetcijfers (exclusief BTW) gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is door de spoorwegondernemingen die de bijdrage verschuldigd zijn.
§ 4. Voor de berekening van het bedrag van de bijdrage van de spoorwegondernemingen, deelt elke spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is de infrastructuurbeheerder uiterlijk op 1 juni van het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, de omzet (exclusief BTW) mee die zij heeft gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het voorafgaande kalenderjaar, evenals de gegevens die de controle ervan moeten toelaten.
Op basis van de gegevens meegedeeld door de spoorwegondernemingen overeenkomstig het voorgaande lid, stelt de spoorweginfrastructuurbeheerder elke spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, uiterlijk op 15 juni van elk jaar in kennis van het bedrag van de bijdrage die zij verschuldigd is voor het lopende jaar.
§ 5. De spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, stort aan de infrastructuurbeheerder, uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar, het bedrag van de bijdrage die hij voor dat jaar verschuldigd is.
- 0,5 % van de omzet (exclusief BTW) die door de betrokken spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is; en
- 1.887.000 euro geïndexeerd op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex voor het jaar 2004 vermenigvuldigd met de in § 3 bedoelde verdeelsleutel.
§ 2. De bijdrage van de spoorwegondernemingen wordt ontvangen door de spoorweginfrastructuurbeheerder. De spoorweginfrastructuurbeheerder stort de ontvangen bedragen aan de exploitant binnen twintig werkdagen vanaf de ontvangst ervan.
Om zeker te zijn van de betaling van deze bijdrage, kan de spoorweginfrastructuurbeheerder aan de spoorwegondernemingen het verstrekken van een financiële waarborg opleggen. Deze staat in verhouding tot de bijdrage die de betrokken spoorwegonderneming verschuldigd is, en is transparant en niet-discriminerend.
§ 3. De in § 1 bedoelde verdeelsleutel is, voor de spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, gelijk aan het quotiënt van (i) de omzet (exclusief BTW) die door deze spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is op (ii) de som van de omzetcijfers (exclusief BTW) gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is door de spoorwegondernemingen die de bijdrage verschuldigd zijn.
§ 4. Voor de berekening van het bedrag van de bijdrage van de spoorwegondernemingen, deelt elke spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is de infrastructuurbeheerder uiterlijk op 1 juni van het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, de omzet (exclusief BTW) mee die zij heeft gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het voorafgaande kalenderjaar, evenals de gegevens die de controle ervan moeten toelaten.
Op basis van de gegevens meegedeeld door de spoorwegondernemingen overeenkomstig het voorgaande lid, stelt de spoorweginfrastructuurbeheerder elke spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, uiterlijk op 15 juni van elk jaar in kennis van het bedrag van de bijdrage die zij verschuldigd is voor het lopende jaar.
§ 5. De spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, stort aan de infrastructuurbeheerder, uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar, het bedrag van de bijdrage die hij voor dat jaar verschuldigd is.
Art. 15. § 1er. Toute entreprise ferroviaire utilisant l'infrastructure ferroviaire pour le transport intérieur de voyageurs est redevable d'une contribution annuelle, dénommée " contribution des entreprises ferroviaires ", égale au plus élevé des deux montants suivants :
- 0,5 % du chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par l'entreprise ferroviaire concernée sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due; et
- 1.887.000 euros indexés en fonction de la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due par rapport à la moyenne de l'indice santé pour l'année 2004 multiplié par la clé de répartition visée au § 3.
§ 2. La contribution des entreprises ferroviaires est perçue par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire verse les sommes perçues à l'exploitant dans les vingt jours ouvrables de la perception de celles-ci.
Pour s'assurer du paiement de cette contribution, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire peut imposer aux entreprises ferroviaires la fourniture d'une garantie financière. Celle-ci est proportionnelle à la contribution dont l'entreprise ferroviaire en question est redevable, transparente et non discriminatoire.
§ 3. La clé de répartition visée au § 1er est égale, pour l'entreprise ferroviaire redevable de la contribution, au quotient (i) du chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par cette entreprise ferroviaire sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due sur (ii) la somme des chiffres d'affaires (hors T.V.A.) réalisés sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire, au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due, par les entreprises ferroviaires qui sont redevables de la contribution.
§ 4. Pour les besoins du calcul du montant de la contribution des entreprises ferroviaires, chaque entre prise ferroviaire redevable de la contribution communique au gestionnaire de l'infrastructure, au plus tard le 1er juin de l'année pour laquelle la contribution est due, le chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par celle-ci sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédente, ainsi que les éléments en permettant le contrôle.
Sur base des données communiquées par les entreprises ferroviaires conformément à l'alinéa précédent, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire notifie à chaque entreprise ferroviaire redevable de la contribution, au plus tard le 15 juin de chaque année, le montant de la contribution dont elle est redevable pour l'année en cours.
§ 5. L'entreprise ferroviaire redevable de la contribution verse au gestionnaire de l'infrastructure, au plus tard le 30 juin de l'année en cours, le montant de la contribution dont il est redevable pour cette année.
- 0,5 % du chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par l'entreprise ferroviaire concernée sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due; et
- 1.887.000 euros indexés en fonction de la moyenne de l'indice santé (ou tout indice comparable le remplaçant) pour l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due par rapport à la moyenne de l'indice santé pour l'année 2004 multiplié par la clé de répartition visée au § 3.
§ 2. La contribution des entreprises ferroviaires est perçue par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire verse les sommes perçues à l'exploitant dans les vingt jours ouvrables de la perception de celles-ci.
Pour s'assurer du paiement de cette contribution, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire peut imposer aux entreprises ferroviaires la fourniture d'une garantie financière. Celle-ci est proportionnelle à la contribution dont l'entreprise ferroviaire en question est redevable, transparente et non discriminatoire.
§ 3. La clé de répartition visée au § 1er est égale, pour l'entreprise ferroviaire redevable de la contribution, au quotient (i) du chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par cette entreprise ferroviaire sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due sur (ii) la somme des chiffres d'affaires (hors T.V.A.) réalisés sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire, au cours de l'année calendrier précédant l'année pour laquelle la contribution est due, par les entreprises ferroviaires qui sont redevables de la contribution.
§ 4. Pour les besoins du calcul du montant de la contribution des entreprises ferroviaires, chaque entre prise ferroviaire redevable de la contribution communique au gestionnaire de l'infrastructure, au plus tard le 1er juin de l'année pour laquelle la contribution est due, le chiffre d'affaires (hors T.V.A.) réalisé par celle-ci sur le transport intérieur de voyageurs sur l'infrastructure ferroviaire au cours de l'année calendrier précédente, ainsi que les éléments en permettant le contrôle.
Sur base des données communiquées par les entreprises ferroviaires conformément à l'alinéa précédent, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire notifie à chaque entreprise ferroviaire redevable de la contribution, au plus tard le 15 juin de chaque année, le montant de la contribution dont elle est redevable pour l'année en cours.
§ 5. L'entreprise ferroviaire redevable de la contribution verse au gestionnaire de l'infrastructure, au plus tard le 30 juin de l'année en cours, le montant de la contribution dont il est redevable pour cette année.
Art. 16. § 1. De in artikel 15 bedoelde bijdrage is verschuldigd vanaf het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken tot en met :
- het kalenderjaar van de negenendertigste verjaardag van de aanvangsdatum van de werken; of
- indien dit gebeurt vóór dat jaar, het jaar tijdens welk de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
§ 2. Het bedrag van de bijdrage die een spoorwegonderneming verschuldigd is voor het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken wordt berekend pro rata van het aantal volledige maanden tussen de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken en 1 januari van het volgende jaar.
- het kalenderjaar van de negenendertigste verjaardag van de aanvangsdatum van de werken; of
- indien dit gebeurt vóór dat jaar, het jaar tijdens welk de exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins.
§ 2. Het bedrag van de bijdrage die een spoorwegonderneming verschuldigd is voor het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken wordt berekend pro rata van het aantal volledige maanden tussen de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de werken en 1 januari van het volgende jaar.
Art. 16. § 1er. La contribution visée à l'article 15 est due à partir de l'année calendrier du second anniversaire de la date de début des travaux jusque et y compris :
- l'année calendrier du trente-neuvième anniversaire de la date de début des travaux; ou
- si, elle intervient avant cette année, l'année au cours de laquelle l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
§ 2. Le montant de la contribution dont une entreprise ferroviaire est redevable pour l'année calendrier du second anniversaire de la date de début des travaux est calculé au prorata du nombre de mois entiers compris entre le second anniversaire de la date de début des travaux et le 1er janvier de l'année suivante.
- l'année calendrier du trente-neuvième anniversaire de la date de début des travaux; ou
- si, elle intervient avant cette année, l'année au cours de laquelle l'exploitation de l'Infrastructure par l'exploitant prend fin par l'échéance du terme ou autrement.
§ 2. Le montant de la contribution dont une entreprise ferroviaire est redevable pour l'année calendrier du second anniversaire de la date de début des travaux est calculé au prorata du nombre de mois entiers compris entre le second anniversaire de la date de début des travaux et le 1er janvier de l'année suivante.
HOOFDSTUK V. - Beheer van de Infrastructuur.
CHAPITRE V. - Gestion de l'Infrastructure.
Art. 17. Niettegenstaande artikel 3 verzekert de spoorweginfrastructuurbeheerder het beheer van het verkeer en de circulatie op de Infrastructuur.
Art. 17. Nonobstant l'article 3, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire assure la gestion du trafic et des circulations sur l'Infrastructure.
Art. 18. § 1. Elke overeenkomst bedoeld in artikel 24 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur houdt voor de spoorweginfrastructuurbeheerder het recht in om :
- de capaciteiten op te schorten of uit te sluiten die op de Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, tijdens de geldigheidsperiode van deze capaciteiten, in gebreke blijft alle of een deel van haar verplichtingen krachtens de artikelen 12 tot 16 of krachtens overeenkomsten gesloten op basis van artikel 13, § 2, na een ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te komen; of
- de capaciteiten niet te vernieuwen die op de Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, tijdens de twee voorafgaande geldigheidsperiodes in gebreke is gebleven alle of een deel van voornoemde verplichtingen, na ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te komen.
§ 2. Het toezichthoudende orgaan beslecht, in uitvoering van zijn opdracht inzake de administratieve afhandeling van geschillen bedoeld in artikel 62, § 4, van voornoemde wet van 4 december 2006, de geschillen betreffende het gebruik door de beheerder van de spoorweginfrastructuur van het recht bedoeld in § 1, overeenkomstig de nadere regels bepaald in dit artikel of bepaald door de Koning krachtens dit artikel.
- de capaciteiten op te schorten of uit te sluiten die op de Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, tijdens de geldigheidsperiode van deze capaciteiten, in gebreke blijft alle of een deel van haar verplichtingen krachtens de artikelen 12 tot 16 of krachtens overeenkomsten gesloten op basis van artikel 13, § 2, na een ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te komen; of
- de capaciteiten niet te vernieuwen die op de Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, tijdens de twee voorafgaande geldigheidsperiodes in gebreke is gebleven alle of een deel van voornoemde verplichtingen, na ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te komen.
§ 2. Het toezichthoudende orgaan beslecht, in uitvoering van zijn opdracht inzake de administratieve afhandeling van geschillen bedoeld in artikel 62, § 4, van voornoemde wet van 4 december 2006, de geschillen betreffende het gebruik door de beheerder van de spoorweginfrastructuur van het recht bedoeld in § 1, overeenkomstig de nadere regels bepaald in dit artikel of bepaald door de Koning krachtens dit artikel.
Art. 18. § 1er. Tout accord visé à l'article 24 de la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire comporte la faculté pour le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire :
- de suspendre ou d'exclure les capacités attribuées sur l'Infrastructure ou, à défaut, sur d'autres segments pertinents de l'infrastructure ferroviaire à une entreprise ferroviaire restant en défaut, au cours de la période de validité de ces capacités, de respecter tout ou partie de ses obligations en vertu des articles 12 à 16 ou de conventions conclues sur base de l'article 13, § 2, après mise en demeure par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire; ou
- de ne pas renouveler les capacités attribuées sur l'Infrastructure ou, à défaut, sur d'autres segments pertinents de l'infrastructure ferroviaire à une entreprise ferroviaire étant restée en défaut, aux cours des deux périodes de validité précédentes de ces capacités, de respecter tout ou partie des obligations précitées après mise en demeure par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
§ 2. L'organe de contrôle tranche, au titre de sa mission de règlement administratif des litiges visée à l'article 62, § 4, de la loi du 4 décembre 2006 précitée, les litiges relatifs à l'usage par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire de la faculté visée au § 1er, selon les modalités fixées audit article ou fixées par le Roi en vertu de celui-ci.
- de suspendre ou d'exclure les capacités attribuées sur l'Infrastructure ou, à défaut, sur d'autres segments pertinents de l'infrastructure ferroviaire à une entreprise ferroviaire restant en défaut, au cours de la période de validité de ces capacités, de respecter tout ou partie de ses obligations en vertu des articles 12 à 16 ou de conventions conclues sur base de l'article 13, § 2, après mise en demeure par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire; ou
- de ne pas renouveler les capacités attribuées sur l'Infrastructure ou, à défaut, sur d'autres segments pertinents de l'infrastructure ferroviaire à une entreprise ferroviaire étant restée en défaut, aux cours des deux périodes de validité précédentes de ces capacités, de respecter tout ou partie des obligations précitées après mise en demeure par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
§ 2. L'organe de contrôle tranche, au titre de sa mission de règlement administratif des litiges visée à l'article 62, § 4, de la loi du 4 décembre 2006 précitée, les litiges relatifs à l'usage par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire de la faculté visée au § 1er, selon les modalités fixées audit article ou fixées par le Roi en vertu de celui-ci.
Art. 19. De netverklaring bedoeld in artikel 21 van voornoemde wet van 4 december 2006 vermeldt zowel de bepalingen van de artikelen 12 tot 16 als de bepalingen vastgesteld in uitvoering daarvan.
Art. 19. Le document de référence du réseau visé à l'article 21 de la loi du 4 décembre 2006 précitée mentionne les dispositions des articles 12 à 16 de même que les dispositions arrêtées en exécution de ceux-ci.
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses.
Art. 20. In de uitoefening van zijn opdrachten bedoeld in artikel 62, §§ 3 tot 5, van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur met betrekking tot materies bedoeld in de artikelen 18, § 1, en 19, past het toezichthoudende orgaan de artikelen 12 tot 19 toe.
Art. 20. Dans l'exercice de ses missions visées à l'article 62, §§ 3 à 5, de la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire en relation avec des matières visées aux articles 18, § 1er, et 19, l'organe de contrôle applique les articles 12 à 19.
Art. 21. Voor de toepassing van deze wet, verwijst elke verwijzing naar de exploitant ook naar de personen bedoeld in artikel 5 of de personen aangewezen door hen die overeenkomstig of krachtens directe overeenkomsten gesloten met de personen bedoeld in artikel 5, in hun plaats werden gesteld.
Art. 21. Pour l'application de la présente loi, toute référence à l'exploitant vise également les personnes visées à l'article 5 qui lui sont substituées par ou en vertu de contrats directs conclus avec les personnes visées à l'article 5.
Art. 22. De spoorweginfrastructuurbeheerder stelt de spoorwegondernemingen die gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in kennis van :
- de aanvangsdatum van de werken binnen twintig dagen vanaf die datum of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer van reizigers;
- de datum van de ingebruikname van de Infrastructuur, uiterlijk twintig dagen voor deze datum of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer van reizigers van of naar de luchthaven van Brussel-Nationaal;
- de datum waarop de exploitatierechten van de exploitant vervallen, binnen twintig dagen vanaf die datum.
- de aanvangsdatum van de werken binnen twintig dagen vanaf die datum of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer van reizigers;
- de datum van de ingebruikname van de Infrastructuur, uiterlijk twintig dagen voor deze datum of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer van reizigers van of naar de luchthaven van Brussel-Nationaal;
- de datum waarop de exploitatierechten van de exploitant vervallen, binnen twintig dagen vanaf die datum.
Art. 22. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire notifie aux entreprises ferroviaires utilisant l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs, par lettre recommandée avec accusé de réception :
- la date de début de travaux dans les vingt jours de celle-ci ou, pour les entreprises ferroviaires n'utilisant pas l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs à cette date, dans les vingt jours de la première demande de capacité pour le transport de voyageurs;
- la date de mise en service de l'Infrastructure, au plus tard vingt jours avant cette date ou, pour les entreprises ferroviaires n'utilisant pas l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs à cette date, dans les vingt jours de la première demande de capacité pour le transport de voyageurs au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National;
- la date à laquelle prennent fin les droits d'exploitation de l'exploitant, dans les vingt jours de celle-ci.
- la date de début de travaux dans les vingt jours de celle-ci ou, pour les entreprises ferroviaires n'utilisant pas l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs à cette date, dans les vingt jours de la première demande de capacité pour le transport de voyageurs;
- la date de mise en service de l'Infrastructure, au plus tard vingt jours avant cette date ou, pour les entreprises ferroviaires n'utilisant pas l'infrastructure ferroviaire pour le transport de voyageurs à cette date, dans les vingt jours de la première demande de capacité pour le transport de voyageurs au départ ou à destination de l'aéroport de Bruxelles-National;
- la date à laquelle prennent fin les droits d'exploitation de l'exploitant, dans les vingt jours de celle-ci.
Art. 23. Artikelen 360 en 361 van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, worden opgeheven.
Art. 23. Les articles 360 et 361 de la loi du 20 juillet 2006 portant des dispositions diverses, sont abrogés.
TITEL III. - Rechtzettingen in verband met de verdeling van de goederen bij de splitsing van NMBS.
TITRE III. - Rectifications relatives à la répartition des biens lors de la scission de la SNCB.
Art. 24. In de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen wordt een artikel 359bis ingevoegd dat als volgt luidt :
" De Koning kan de gebruiksrechten preciseren die de NMBS Holding op ononderbroken en ondubbelzinnige wijze heeft behouden op activa bedoeld in de artikelen 3, § 1, 2°, en 14, § 1, 1°, van voornoemd koninklijk besluit van 14 juni 2004 teneinde de continuïteit te garanderen van de rechten en verbintenissen die voortvloeien uit contracten die zij vóór 1 januari 2005 met derden heeft gesloten. "
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 30 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting en Consumentenbescherming
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Mobiliteit
R. LANDUYT
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
B. TUYBENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
" De Koning kan de gebruiksrechten preciseren die de NMBS Holding op ononderbroken en ondubbelzinnige wijze heeft behouden op activa bedoeld in de artikelen 3, § 1, 2°, en 14, § 1, 1°, van voornoemd koninklijk besluit van 14 juni 2004 teneinde de continuïteit te garanderen van de rechten en verbintenissen die voortvloeien uit contracten die zij vóór 1 januari 2005 met derden heeft gesloten. "
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 30 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting en Consumentenbescherming
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Mobiliteit
R. LANDUYT
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
B. TUYBENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 24. Il est inséré un article 359bis dans la loi du 20 juillet 2006 portant dispositions diverses, rédigé comme suit :
" Le Roi peut préciser les droits d'usage maintenus de manière ininterrompu et non équivoque à la SNCB Holding sur des actifs visés aux articles 3, § 1er, 2°, et 14, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 précité afin de garantir la continuité de ses droits et obligations résultant de contrats qu'elle a conclus avec des tiers avant le 1er janvier 2005. "
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publié par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 30 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre du Budget et de la Protection de la Consommation,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre de la Mobilité
R. LANDUYT
Le Secrétaire d'Etat aux Entreprises publiques,
B. TUYBENS
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
" Le Roi peut préciser les droits d'usage maintenus de manière ininterrompu et non équivoque à la SNCB Holding sur des actifs visés aux articles 3, § 1er, 2°, et 14, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 précité afin de garantir la continuité de ses droits et obligations résultant de contrats qu'elle a conclus avec des tiers avant le 1er janvier 2005. "
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publié par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 30 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre du Budget et de la Protection de la Consommation,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre de la Mobilité
R. LANDUYT
Le Secrétaire d'Etat aux Entreprises publiques,
B. TUYBENS
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.