Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 SEPTEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging, wat betreft de onderzoekers en de kaderleden, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Titre
12 SEPTEMBRE 2007. - Arrêté royal modifiant, en ce qui concerne les chercheurs et les cadres, l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Door dit besluit wordt Richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek gedeeltelijk omgezet.
Article 1. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2005/71/CE du Conseil du 12 octobre 2005 relative à une procédure d'admission spécifique des ressortissants de pays tiers aux fins de recherche scientifique.
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt aangevuld als volgt :
" 12° opleiding : een activiteit of een geheel van activiteiten die erop gericht is de personen die eraan deelnemen meer kennis en meer vaardigheden bij te brengen die hen moeten toelaten hun beroepswerkzaamheden efficiënter uit te oefenen. In ieder geval kan de bedrijfsgebonden opleiding niet gepaard gaan met enige productieve prestatie.
13° kaderlid : de bedienden die een functie bekleden zoals bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
14° hoofdkwartier: iedere binnenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, b), van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ieder Belgisch filiaal van een buitenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, c) van het zelfde Wetboek, op voorwaarde dat de binnenlandse vennootschap of buitenlandse vennootschap minstens gekwalificeerd kan worden als een geassocieerde vennootschap zoals bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Vennootschappen en de binnenlandse vennootschap of Belgische filiaal activiteiten met een voorbereidend of hulpverlenend karakter ten voordele van het geheel of een deel van de vennootschappen van de groep waartoe ze behoort, activiteiten inzake informatieverstrekking aan klanten, activiteiten die op een passieve wijze bijdragen tot verkoopverrichtingen en/of activiteiten die een actieve tussenkomst in de verkopen impliceren uitoefent;
15° groep: het geheel van verbonden en/of geassocieerde vennootschappen zoals bedoeld in artikelen 11 en 12 van het Wetboek van vennootschappen die in ten minste drie verschillende landen gevestigd zijn. "
" 12° opleiding : een activiteit of een geheel van activiteiten die erop gericht is de personen die eraan deelnemen meer kennis en meer vaardigheden bij te brengen die hen moeten toelaten hun beroepswerkzaamheden efficiënter uit te oefenen. In ieder geval kan de bedrijfsgebonden opleiding niet gepaard gaan met enige productieve prestatie.
13° kaderlid : de bedienden die een functie bekleden zoals bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
14° hoofdkwartier: iedere binnenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, b), van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ieder Belgisch filiaal van een buitenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, c) van het zelfde Wetboek, op voorwaarde dat de binnenlandse vennootschap of buitenlandse vennootschap minstens gekwalificeerd kan worden als een geassocieerde vennootschap zoals bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Vennootschappen en de binnenlandse vennootschap of Belgische filiaal activiteiten met een voorbereidend of hulpverlenend karakter ten voordele van het geheel of een deel van de vennootschappen van de groep waartoe ze behoort, activiteiten inzake informatieverstrekking aan klanten, activiteiten die op een passieve wijze bijdragen tot verkoopverrichtingen en/of activiteiten die een actieve tussenkomst in de verkopen impliceren uitoefent;
15° groep: het geheel van verbonden en/of geassocieerde vennootschappen zoals bedoeld in artikelen 11 en 12 van het Wetboek van vennootschappen die in ten minste drie verschillende landen gevestigd zijn. "
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers est complété comme suit :
" 12° formation : une activité ou un ensemble d'activités ayant pour but l'augmentation de la connaissance et des aptitudes des personnes y participant en vue d'une exécution plus efficace de l'activité professionnelle. En tout cas, la formation au sein de l'entreprise ne peut pas entraîner de prestation productive.
13° cadre : les employés qui exercent une fonction visée à l'article 14, § 1er, 3°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie ;
14° siège central : toute société résidente visée à l'article 2, § 1er, 5°, b) du Code des impôts sur les revenus 1992, ainsi que toute succursale belge d'une société étrangère visée à l'article 2, § 1er, 5°, c) du même Code, à la condition que la société résidente ou la société étrangère puisse au moins être qualifiée comme une société associée visée à l'article 12 du Code des sociétés et que la société résidente ou la succursale belge exerce des activités ayant un caractère préparatoire ou auxiliaire au profit de tout ou partie des sociétés du groupe auquel elle appartient, des activités d'information à la clientèle, des activités contribuant de manière passive aux opérations de vente et/ou des activités impliquant une intervention active des ventes ;
15° groupe : l'ensemble des sociétés liées et/ou associées visées aux articles 11 et 12 du Code des sociétés, établies dans au moins trois pays différents. "
" 12° formation : une activité ou un ensemble d'activités ayant pour but l'augmentation de la connaissance et des aptitudes des personnes y participant en vue d'une exécution plus efficace de l'activité professionnelle. En tout cas, la formation au sein de l'entreprise ne peut pas entraîner de prestation productive.
13° cadre : les employés qui exercent une fonction visée à l'article 14, § 1er, 3°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie ;
14° siège central : toute société résidente visée à l'article 2, § 1er, 5°, b) du Code des impôts sur les revenus 1992, ainsi que toute succursale belge d'une société étrangère visée à l'article 2, § 1er, 5°, c) du même Code, à la condition que la société résidente ou la société étrangère puisse au moins être qualifiée comme une société associée visée à l'article 12 du Code des sociétés et que la société résidente ou la succursale belge exerce des activités ayant un caractère préparatoire ou auxiliaire au profit de tout ou partie des sociétés du groupe auquel elle appartient, des activités d'information à la clientèle, des activités contribuant de manière passive aux opérations de vente et/ou des activités impliquant une intervention active des ventes ;
15° groupe : l'ensemble des sociétés liées et/ou associées visées aux articles 11 et 12 du Code des sociétés, établies dans au moins trois pays différents. "
Art. 3. In artikel 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 26° de onderzoekers die naar België komen om onderzoek te doen bij een erkende onderzoekinstelling in het kader van een gastovereenkomst, in de gevallen, onder de voorwaarden en volgens de nadere regelen bepaald bij de artikelen 61/10 tot 61/12 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en bij het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten.
De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst. Haar geldigheid is beperkt tot de onderzoeksactiviteit voor dewelke ze werd toegekend alsook tot de onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid met wie de buitenlandse onderdaan voor dewelke deze vrijstelling werd toegekend, samenwerkt;
27° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen, mits hun verblijf nodig voor deze congressen niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
28° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring, mits hun verblijf nodig voor de activiteiten niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
29° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, die naar België komen om een opleiding te volgen van minder of gelijk aan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep.
De vrijstelling is beperkt tot de duur van de opleiding.
De in dit eerste punt bedoelde onderneming die de opleiding organiseert is ertoe gehouden de bevoegde overheid in kennis te stellen van de komst van de in opleiding zijnde werknemer en dit uiterlijk bij aanvang van de opleiding.
30° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever, die naar België komen om prototypes van voertuigen uit te testen of om prototypes uit te testen die ontwikkeld zijn door een onderzoekinstelling bedoeld in 26°
De vrijstelling is beperkt tot de duur van het uittesten van de prototypes. Per betrokken buitenlandse onderdaan kan de vrijstelling voor maximum vier weken per kalenderjaar ingeroepen worden.
Onder " prototype " wordt verstaan, het oorspronkelijke of eerste model van een product dat aan een intensief proefondervindelijk gebruik onderworpen wordt voordat het product in productie kan gaan;
31° de werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector, zoals hierna gedefinieerd in artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de Programmawet (I) van 27 december 2006;
32° de buitenlandse onderdanen die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar België komen om dringende onderhouds- of herstellingswerken aan machines of apparaten uit te voeren die door hun werkgever geleverd werden aan de in België gevestigde onderneming, in dewelke de herstellingen of het onderhoud plaatsvinden mits hun verblijf, nodig voor de activiteiten, niet meer dan vijf dagen per maand bedraagt.
33° de buitenlandse onderdanen die door een hoofdkwartier tewerkgesteld worden als kaderlid, voor zover hun jaarlijkse bezoldiging hoger ligt dan het in artikel 69 van voornoemde wet van 3 juli 1978 aangegeven bedrag, berekend en aangepast volgens artikel 131 van dezelfde wet.
Het hoofdkwartier moet de bevoegde overheid inlichten van de komst van het kaderlid en dit uiterlijk bij aanvang van zijn tewerkstelling. "
b) in het laatste lid worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17° en 20° " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 20°, 26°, 27°, 28°, 29°, 30°, 31°,32° en 33°. "
a) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 26° de onderzoekers die naar België komen om onderzoek te doen bij een erkende onderzoekinstelling in het kader van een gastovereenkomst, in de gevallen, onder de voorwaarden en volgens de nadere regelen bepaald bij de artikelen 61/10 tot 61/12 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en bij het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten.
De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst. Haar geldigheid is beperkt tot de onderzoeksactiviteit voor dewelke ze werd toegekend alsook tot de onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid met wie de buitenlandse onderdaan voor dewelke deze vrijstelling werd toegekend, samenwerkt;
27° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen, mits hun verblijf nodig voor deze congressen niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
28° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring, mits hun verblijf nodig voor de activiteiten niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
29° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, die naar België komen om een opleiding te volgen van minder of gelijk aan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep.
De vrijstelling is beperkt tot de duur van de opleiding.
De in dit eerste punt bedoelde onderneming die de opleiding organiseert is ertoe gehouden de bevoegde overheid in kennis te stellen van de komst van de in opleiding zijnde werknemer en dit uiterlijk bij aanvang van de opleiding.
30° de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever, die naar België komen om prototypes van voertuigen uit te testen of om prototypes uit te testen die ontwikkeld zijn door een onderzoekinstelling bedoeld in 26°
De vrijstelling is beperkt tot de duur van het uittesten van de prototypes. Per betrokken buitenlandse onderdaan kan de vrijstelling voor maximum vier weken per kalenderjaar ingeroepen worden.
Onder " prototype " wordt verstaan, het oorspronkelijke of eerste model van een product dat aan een intensief proefondervindelijk gebruik onderworpen wordt voordat het product in productie kan gaan;
31° de werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector, zoals hierna gedefinieerd in artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de Programmawet (I) van 27 december 2006;
32° de buitenlandse onderdanen die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar België komen om dringende onderhouds- of herstellingswerken aan machines of apparaten uit te voeren die door hun werkgever geleverd werden aan de in België gevestigde onderneming, in dewelke de herstellingen of het onderhoud plaatsvinden mits hun verblijf, nodig voor de activiteiten, niet meer dan vijf dagen per maand bedraagt.
33° de buitenlandse onderdanen die door een hoofdkwartier tewerkgesteld worden als kaderlid, voor zover hun jaarlijkse bezoldiging hoger ligt dan het in artikel 69 van voornoemde wet van 3 juli 1978 aangegeven bedrag, berekend en aangepast volgens artikel 131 van dezelfde wet.
Het hoofdkwartier moet de bevoegde overheid inlichten van de komst van het kaderlid en dit uiterlijk bij aanvang van zijn tewerkstelling. "
b) in het laatste lid worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17° en 20° " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 20°, 26°, 27°, 28°, 29°, 30°, 31°,32° en 33°. "
Art. 3. A l'article 2, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
a) l'alinéa 1e r est complété comme suit :
" 26 ° les chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche auprès d'un organisme de recherche agréé dans le cadre d'une convention d'accueil, dans les cas et selon les conditions et modalités fixées par les articles 61/10 à 61/12 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et par l'arrêté royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrément des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union européenne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent être conclues.
La durée de la dispense est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé. Sa validité est circonscrite à l'activité de recherche pour laquelle elle a été accordée ainsi qu' à l'organisme de recherche visé à l'alinéa 1e r avec lequel collabore le ressortissant étranger pour lequel cette dispense a été accordée;
27° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger venant en Belgique pour assister à des congrès scientifiques, pour autant que leur séjour nécessité par ces congrès n'excède pas 5 jours par mois ;
28° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger qui viennent en Belgique pour assister à des réunions en cercle restreint, pour autant que leur séjour nécessité par ces activités n'excède pas 5 jours par mois ;
29° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie dans un Etat membre de l'Espace économique européen, soit ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, soit ressortissants d'un Etat visé à l'article 10, venant en Belgique pour suivre une formation d'une durée inférieure ou égale à trois mois calendrier au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational.
La dispense est limitée à la durée de la formation.
L'entreprise visée par ce point qui organise la formation est tenue d'informer l'autorité compétente de la venue du travailleur en formation au plus tard au moment où débute la formation.
30° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger qui viennent en Belgique afin d'effectuer des tests de prototype de véhicules ou pour effectuer des tests de prototype qui sont développés par un organisme de recherche visé au 26°.
La dispense est limitée à la durée du test de prototypes. Elle peut être invoquée à raison de maximum quatre semaines par année civile et par ressortissant étranger concerné.
Par " prototype ", on entend l'original ou le premier modèle d'un produit qui est soumis à un usage expérimental intensif avant que le produit puisse entrer à la production ;
31° les travailleurs salariés qui sont détachés en Belgique pour l'assemblage initial et/ou la première installation d'un bien, qui constitue une composante essentielle d'un contrat pour la livraison de marchandises, et qui est nécessaire pour la mise en marche du bien fourni et qui est effectué par les travailleurs qualifiés et/ou spécialisés de l'entreprise qui fournit le bien, quand la durée des travaux visés ne s'élève pas à plus de huit jours. Cette dérogation ne vaut pas toutefois pour les activités dans le secteur de la construction, telles que définies à l'article 10 de l'arrêté royal du pris en exécution du Chapitre 8 du Titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 ;
32° les ressortissants étrangers qui sont occupés en qualité de techniciens spécialisés par un employeur établi à l'étranger et qui se rendent en Belgique pour effectuer des travaux d'entretien urgents ou des travaux de réparation urgents à des machines ou appareils livrés par leur employeur à l'entreprise établie en Belgique au sein de laquelle les réparations ou l'entretien sont effectués, à la condition que leur période de séjour nécessité par ces activités ne dépasse pas cinq jours par mois.
33° les ressortissants étrangers employés par un siège central comme cadre, pour autant que leur rémunération annuelle dépasse le montant indiqué à l'article 69 de la loi du 3 juillet 1978, calculé et adapté suivant l'article 131 de la même loi.
Le siège central est tenu d'informer l'autorité compétente de la venue du cadre au plus tard au moment de sa mise au travail. "
b) à l'alinéa dernier les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17° et 20° " sont remplacés par les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 20°, 26°, 27°, 28°, 29°, 30°, 31°, 32° et 33°. "
a) l'alinéa 1e r est complété comme suit :
" 26 ° les chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche auprès d'un organisme de recherche agréé dans le cadre d'une convention d'accueil, dans les cas et selon les conditions et modalités fixées par les articles 61/10 à 61/12 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et par l'arrêté royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrément des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union européenne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent être conclues.
La durée de la dispense est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé. Sa validité est circonscrite à l'activité de recherche pour laquelle elle a été accordée ainsi qu' à l'organisme de recherche visé à l'alinéa 1e r avec lequel collabore le ressortissant étranger pour lequel cette dispense a été accordée;
27° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger venant en Belgique pour assister à des congrès scientifiques, pour autant que leur séjour nécessité par ces congrès n'excède pas 5 jours par mois ;
28° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger qui viennent en Belgique pour assister à des réunions en cercle restreint, pour autant que leur séjour nécessité par ces activités n'excède pas 5 jours par mois ;
29° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie dans un Etat membre de l'Espace économique européen, soit ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, soit ressortissants d'un Etat visé à l'article 10, venant en Belgique pour suivre une formation d'une durée inférieure ou égale à trois mois calendrier au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational.
La dispense est limitée à la durée de la formation.
L'entreprise visée par ce point qui organise la formation est tenue d'informer l'autorité compétente de la venue du travailleur en formation au plus tard au moment où débute la formation.
30° les ressortissants étrangers occupés par un employeur établi à l'étranger qui viennent en Belgique afin d'effectuer des tests de prototype de véhicules ou pour effectuer des tests de prototype qui sont développés par un organisme de recherche visé au 26°.
La dispense est limitée à la durée du test de prototypes. Elle peut être invoquée à raison de maximum quatre semaines par année civile et par ressortissant étranger concerné.
Par " prototype ", on entend l'original ou le premier modèle d'un produit qui est soumis à un usage expérimental intensif avant que le produit puisse entrer à la production ;
31° les travailleurs salariés qui sont détachés en Belgique pour l'assemblage initial et/ou la première installation d'un bien, qui constitue une composante essentielle d'un contrat pour la livraison de marchandises, et qui est nécessaire pour la mise en marche du bien fourni et qui est effectué par les travailleurs qualifiés et/ou spécialisés de l'entreprise qui fournit le bien, quand la durée des travaux visés ne s'élève pas à plus de huit jours. Cette dérogation ne vaut pas toutefois pour les activités dans le secteur de la construction, telles que définies à l'article 10 de l'arrêté royal du pris en exécution du Chapitre 8 du Titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 ;
32° les ressortissants étrangers qui sont occupés en qualité de techniciens spécialisés par un employeur établi à l'étranger et qui se rendent en Belgique pour effectuer des travaux d'entretien urgents ou des travaux de réparation urgents à des machines ou appareils livrés par leur employeur à l'entreprise établie en Belgique au sein de laquelle les réparations ou l'entretien sont effectués, à la condition que leur période de séjour nécessité par ces activités ne dépasse pas cinq jours par mois.
33° les ressortissants étrangers employés par un siège central comme cadre, pour autant que leur rémunération annuelle dépasse le montant indiqué à l'article 69 de la loi du 3 juillet 1978, calculé et adapté suivant l'article 131 de la même loi.
Le siège central est tenu d'informer l'autorité compétente de la venue du cadre au plus tard au moment de sa mise au travail. "
b) à l'alinéa dernier les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17° et 20° " sont remplacés par les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 20°, 26°, 27°, 28°, 29°, 30°, 31°, 32° et 33°. "
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid, 9°,:
- worden de woorden " tot de montage en het op gang brengen " vervangen door de woorden " tot de montage of het op gang brengen ";
- worden de woorden " of door hem geleverde " ingevoegd tussen de woorden " vervaardigde " en " installatie ".
b) in het eerste lid, 17°, worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, en 25° " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25° en 26°. "
c) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 18° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, en die naar België komen om een opleiding te volgen gedurende meer dan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep;
19° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte, hetzij geen onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, en die naar België komen om een opleiding te volgen in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep ".
a) in het eerste lid, 9°,:
- worden de woorden " tot de montage en het op gang brengen " vervangen door de woorden " tot de montage of het op gang brengen ";
- worden de woorden " of door hem geleverde " ingevoegd tussen de woorden " vervaardigde " en " installatie ".
b) in het eerste lid, 17°, worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, en 25° " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25° en 26°. "
c) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 18° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, en die naar België komen om een opleiding te volgen gedurende meer dan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep;
19° de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte, hetzij geen onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, en die naar België komen om een opleiding te volgen in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep ".
Art. 4. A l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
a) à l'alinéa 1er, 9°, :
les mots " au montage et à la mise en marche " sont remplacés par les mots " au montage ou à la mise en marche "
les mots " ou livrée " sont insérés entre les mots " fabriquée " et " par leur employeur "
b) à l'alinéa 1er, 17°, les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, et 25° " sont remplacés par les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25° et 26°. "
c) l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 18° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie dans un Etat membre de l'Espace économique européen, soit ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, soit ressortissants d'un Etat visé à l'article 10, venant en Belgique pour suivre une formation d'une durée supérieure à trois mois calendrier au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational;
19° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie en dehors de l'Espace économique européen, soit non ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, venant en Belgique pour suivre une formation au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational. "
a) à l'alinéa 1er, 9°, :
les mots " au montage et à la mise en marche " sont remplacés par les mots " au montage ou à la mise en marche "
les mots " ou livrée " sont insérés entre les mots " fabriquée " et " par leur employeur "
b) à l'alinéa 1er, 17°, les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, et 25° " sont remplacés par les mots " l'article 2, alinéa 1er, 4°, 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25° et 26°. "
c) l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 18° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie dans un Etat membre de l'Espace économique européen, soit ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, soit ressortissants d'un Etat visé à l'article 10, venant en Belgique pour suivre une formation d'une durée supérieure à trois mois calendrier au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational;
19° les travailleurs qui sont, soit non ressortissants d'un Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont occupés dans une entreprise établie en dehors de l'Espace économique européen, soit non ressortissants d'un Etat signataire de la Convention du 14 décembre 1960 relative à l'Organisation de Coopération et de Développement économiques, venant en Belgique pour suivre une formation au siège belge du groupe multinational auquel appartient leur entreprise, dans le cadre d'un contrat de formation entre les sièges de ce groupe multinational. "
Art. 5. Artikel 16, zesde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 februari 2003, wordt aangevuld als volgt:
" h) aan de werknemers die een opleiding volgen op basis van artikel 9, eerste lid, 18° en 19°. "
" h) aan de werknemers die een opleiding volgen op basis van artikel 9, eerste lid, 18° en 19°. "
Art. 5. L'article 16, alinéa 6, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 6 février 2003, est complété comme suit :
" h) aux travailleurs qui suivent une formation sur base de l'article 9, alinéa 1er, 18° et 19°. "
" h) aux travailleurs qui suivent une formation sur base de l'article 9, alinéa 1er, 18° et 19°. "
Art. 6. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 september 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Gegeven te Brussel, 12 september 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Art. 6. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 12 septembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.
Donné à Bruxelles, le 12 septembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.