Artikel 1. In het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering wordt het opschrift van Hoofdstuk II, Afdeling 1, Onderafdeling 2 als volgt gewijzigd :
  " Onderafdeling 2 - Studies, leertijd, opleiding en jeugd- en seniorvakantie ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 36bis, 78bis, 131ter, 133 en 137 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het kader van de seniorvakantie-uitkering.
Titre
24 JANVIER 2007. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant les articles 36bis, 78bis, 131ter, 133 et 137 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage dans le cadre de l'allocation-vacances seniors.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. A l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, l'intitulĂ© du Chapitre II, Section 1er, Sous-section 2 est modifiĂ© comme suit :
  " Sous-section 2 - Etudes, apprentissage, formation et vacances jeunes et seniors ".
  " Sous-section 2 - Etudes, apprentissage, formation et vacances jeunes et seniors ".
Art. 2. In artikel 36bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 juni 2001, waarvan de tegenwoordige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 ingevoegd luidend als volgt :
  " § 2. De werknemer die op 31 december van het vakantiedienstjaar ten minste de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, kan toegelaten worden tot het recht op de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 78bis, § 2, indien hij ingevolge een periode van volledige werkloosheid of invaliditeit in het vakantiedienstjaar, gedurende het vakantiejaar geen recht heeft op vier weken betaalde vakantie.
  In afwijking van de bepalingen van deze afdeling, wordt de werknemer bedoeld in het eerste lid tot het recht op de seniorvakantie-uitkering toegelaten met vrijstelling van wachttijd. ".
  " § 2. De werknemer die op 31 december van het vakantiedienstjaar ten minste de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, kan toegelaten worden tot het recht op de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 78bis, § 2, indien hij ingevolge een periode van volledige werkloosheid of invaliditeit in het vakantiedienstjaar, gedurende het vakantiejaar geen recht heeft op vier weken betaalde vakantie.
  In afwijking van de bepalingen van deze afdeling, wordt de werknemer bedoeld in het eerste lid tot het recht op de seniorvakantie-uitkering toegelaten met vrijstelling van wachttijd. ".
Art. 2. A l'article 36bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juin 2001, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajoutĂ© un § 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 2 Le travailleur qui, au 31 dĂ©cembre de l'exercice de vacances, a atteint au moins l'Ăąge de 50 ans, peut ĂȘtre admis au droit Ă l'allocation-vacances seniors visĂ©e Ă l'article 78bis, § 2, si, en raison d'une pĂ©riode de chĂŽmage complet ou d'invaliditĂ© au cours de l'exercice de vacances, il n'a pas droit pendant l'annĂ©e de vacances Ă quatre semaines de vacances rĂ©munĂ©rĂ©es.
  Par dérogation aux dispositions de la présente section, le travailleur visé à l'alinéa 1er, est admis au droit à l'allocation-vacances seniors avec dispense de stage. ".
  " § 2 Le travailleur qui, au 31 dĂ©cembre de l'exercice de vacances, a atteint au moins l'Ăąge de 50 ans, peut ĂȘtre admis au droit Ă l'allocation-vacances seniors visĂ©e Ă l'article 78bis, § 2, si, en raison d'une pĂ©riode de chĂŽmage complet ou d'invaliditĂ© au cours de l'exercice de vacances, il n'a pas droit pendant l'annĂ©e de vacances Ă quatre semaines de vacances rĂ©munĂ©rĂ©es.
  Par dérogation aux dispositions de la présente section, le travailleur visé à l'alinéa 1er, est admis au droit à l'allocation-vacances seniors avec dispense de stage. ".
Art. 3. In artikel 78 bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en vervangen bij het koninklijk besluit van 13 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) de tegenwoordige tekst, die § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2 luidend als volgt :
  " § 2. De werknemer die vrijgesteld is van het doorlopen van de wachttijd overeenkomstig artikel 36bis, § 2, is gerechtigd op de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 131ter, indien gelijktijdig voldaan wordt aan volgende voorwaarden :
  1° de werknemer heeft vóór de dag waarvoor de uitkering wordt aangevraagd, de gewone betaalde vakantiedagen waarop hij in voorkomend geval overeenkomstig de regeling inzake jaarlijkse vakantie gerechtigd is, reeds uitgeput tijdens of aansluitend aan een tewerkstelling als loontrekkende of tijdens een periode van vergoede volledige werkloosheid;
  2° de seniorvakantie-uitkering wordt gevraagd voor dagen gelegen in een periode tijdens dewelke de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst en de werknemer geniet op dit tijdstip niet van de bijzondere vakantieregeling toepasselijk op openbare diensten of van een regeling van uitgestelde bezoldiging als werknemer tewerkgesteld in het onderwijs;
  3° de werknemer is gedurende de vakantie-uren werkloze zonder loon in de zin van artikel 46 en zonder vervangingsinkomen.
  De seniorvakantie-uitkering wordt slechts toegekend voor seniorvakantiedagen ten belope van vier weken, verminderd met de gewone betaalde vakantiedagen waarop de werknemer in voorkomend geval gerechtigd is overeenkomstig de regeling inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers en overeenkomstig het stelsel van de openbare sector, uitgedrukt in het zesdaagse stelsel, en zonodig afgerond overeenkomstig de regel voorzien in artikel 131ter, laatste lid.
  De werknemer kan geen werkloosheidsuitkeringen als tijdelijk werkloze ingevolge de sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie genieten zolang hij gerechtigd is op seniorvakantie.
  De seniorvakantie-uitkering wordt, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 42, 79, § 4, 92 en 93.
  De seniorvakantie-uitkering wordt niet als een werkloosheidsuitkering beschouwd voor de berekening van de werkloosheidsduur vereist in hoofde van de kandidaat voor een activeringsprogramma in de zin van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en voor een tewerkstellingsmaatregel, behalve indien de seniorvakantiedag gelegen is in een tewerkstelling die gelijkgesteld wordt met vergoede werkloosheid.
  Voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen of met de bezoldiging van een werknemer, wordt de seniorvakantie-uitkering gelijkgesteld met vakantiegeld. Bij de berekening van de inkomensgarantie-uitkering bedoeld in artikel 131bis wordt voor de vaststelling van het nettoloon evenwel geen rekening gehouden met het bedrag van de seniorvakantie-uitkering. ".
  B) de laatste zin in § 1, tweede lid, wordt opgeheven.
  A) de tegenwoordige tekst, die § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2 luidend als volgt :
  " § 2. De werknemer die vrijgesteld is van het doorlopen van de wachttijd overeenkomstig artikel 36bis, § 2, is gerechtigd op de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 131ter, indien gelijktijdig voldaan wordt aan volgende voorwaarden :
  1° de werknemer heeft vóór de dag waarvoor de uitkering wordt aangevraagd, de gewone betaalde vakantiedagen waarop hij in voorkomend geval overeenkomstig de regeling inzake jaarlijkse vakantie gerechtigd is, reeds uitgeput tijdens of aansluitend aan een tewerkstelling als loontrekkende of tijdens een periode van vergoede volledige werkloosheid;
  2° de seniorvakantie-uitkering wordt gevraagd voor dagen gelegen in een periode tijdens dewelke de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst en de werknemer geniet op dit tijdstip niet van de bijzondere vakantieregeling toepasselijk op openbare diensten of van een regeling van uitgestelde bezoldiging als werknemer tewerkgesteld in het onderwijs;
  3° de werknemer is gedurende de vakantie-uren werkloze zonder loon in de zin van artikel 46 en zonder vervangingsinkomen.
  De seniorvakantie-uitkering wordt slechts toegekend voor seniorvakantiedagen ten belope van vier weken, verminderd met de gewone betaalde vakantiedagen waarop de werknemer in voorkomend geval gerechtigd is overeenkomstig de regeling inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers en overeenkomstig het stelsel van de openbare sector, uitgedrukt in het zesdaagse stelsel, en zonodig afgerond overeenkomstig de regel voorzien in artikel 131ter, laatste lid.
  De werknemer kan geen werkloosheidsuitkeringen als tijdelijk werkloze ingevolge de sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie genieten zolang hij gerechtigd is op seniorvakantie.
  De seniorvakantie-uitkering wordt, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 42, 79, § 4, 92 en 93.
  De seniorvakantie-uitkering wordt niet als een werkloosheidsuitkering beschouwd voor de berekening van de werkloosheidsduur vereist in hoofde van de kandidaat voor een activeringsprogramma in de zin van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en voor een tewerkstellingsmaatregel, behalve indien de seniorvakantiedag gelegen is in een tewerkstelling die gelijkgesteld wordt met vergoede werkloosheid.
  Voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen of met de bezoldiging van een werknemer, wordt de seniorvakantie-uitkering gelijkgesteld met vakantiegeld. Bij de berekening van de inkomensgarantie-uitkering bedoeld in artikel 131bis wordt voor de vaststelling van het nettoloon evenwel geen rekening gehouden met het bedrag van de seniorvakantie-uitkering. ".
  B) de laatste zin in § 1, tweede lid, wordt opgeheven.
Art. 3. A l'article 78bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1995 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juin 2001, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  A) le texte actuel, qui formera le § 1er, est complété par un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Le travailleur qui est dispensé d'accomplir le stage conformément à l'article 36bis, § 2, a droit à l'allocation-vacances seniors visée à l'article 131ter, s'il satisfait simultanément aux conditions suivantes :
  1° le travailleur a déjà , avant le jour pour lequel l'allocation est demandée, épuisé les jours de vacances rémunérées ordinaires auxquels il a, le cas échéant, droit conformément au régime de vacances annuelles soit pendant ou immédiatement aprÚs une occupation salariée, soit pendant une période de chÎmage complet indemnisé;
  2° l'allocation-vacances seniors est demandée pour les jours situés dans une période au cours de laquelle le travailleur est lié par un contrat de travail et, à cette date, le travailleur ne bénéficie pas du régime de vacances particulier applicable aux services publics ou d'un régime de rémunération différée comme travailleur occupé dans l'enseignement;
  3° le travailleur est, pendant les heures de vacances, privé de rémunération au sens de l'article 46 et de revenu de remplacement.
  L'allocation-vacances seniors n'est octroyée pour des jours de vacances seniors qu'à concurrence de quatre semaines, diminuées des jours de vacances rémunérées ordinaires auxquels le travailleur a, le cas échéant, droit conformément au régime de vacances annuelles des travailleurs salariés et conformément au régime du secteur public, exprimés dans le régime des six jours et au besoin arrondis conformément à la rÚgle prévue à l'article 131ter, dernier alinéa.
  Le travailleur ne peut pas bénéficier d'allocations de chÎmage comme chÎmeur temporaire à la suite de la fermeture de l'entreprise pour cause de vacances annuelles aussi longtemps qu'il a droit à des vacances seniors.
  Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation-vacances seniors n'est pas considérée comme une allocation pour l'application des articles 42, 79, § 4, 92 et 93.
  L'allocation-vacances seniors n'est pas considĂ©rĂ©e comme une allocation de chĂŽmage pour le calcul de la durĂ©e du chĂŽmage requise dans le chef du candidat Ă un programme d'activation au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs et Ă une mesure en faveur de l'emploi, sauf si le jour de vacances seniors est situĂ© dans une occupation qui est assimilĂ©e au chĂŽmage indemnisĂ©.
  Pour l'application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© dans lesquelles il est tenu compte des revenus ou de la rĂ©munĂ©ration d'un travailleur, l'allocation-vacances seniors est assimilĂ©e Ă un pĂ©cule de vacances. Dans le calcul de l'allocation de garantie de revenus visĂ©e Ă l'article 131bis, il n'est toutefois pas tenu compte du montant de l'allocation-vacances seniors pour la fixation de la rĂ©munĂ©ration nette. ".
  B) au § 1er, alinéa 2, la derniÚre phrase est abrogée.
  A) le texte actuel, qui formera le § 1er, est complété par un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Le travailleur qui est dispensé d'accomplir le stage conformément à l'article 36bis, § 2, a droit à l'allocation-vacances seniors visée à l'article 131ter, s'il satisfait simultanément aux conditions suivantes :
  1° le travailleur a déjà , avant le jour pour lequel l'allocation est demandée, épuisé les jours de vacances rémunérées ordinaires auxquels il a, le cas échéant, droit conformément au régime de vacances annuelles soit pendant ou immédiatement aprÚs une occupation salariée, soit pendant une période de chÎmage complet indemnisé;
  2° l'allocation-vacances seniors est demandée pour les jours situés dans une période au cours de laquelle le travailleur est lié par un contrat de travail et, à cette date, le travailleur ne bénéficie pas du régime de vacances particulier applicable aux services publics ou d'un régime de rémunération différée comme travailleur occupé dans l'enseignement;
  3° le travailleur est, pendant les heures de vacances, privé de rémunération au sens de l'article 46 et de revenu de remplacement.
  L'allocation-vacances seniors n'est octroyée pour des jours de vacances seniors qu'à concurrence de quatre semaines, diminuées des jours de vacances rémunérées ordinaires auxquels le travailleur a, le cas échéant, droit conformément au régime de vacances annuelles des travailleurs salariés et conformément au régime du secteur public, exprimés dans le régime des six jours et au besoin arrondis conformément à la rÚgle prévue à l'article 131ter, dernier alinéa.
  Le travailleur ne peut pas bénéficier d'allocations de chÎmage comme chÎmeur temporaire à la suite de la fermeture de l'entreprise pour cause de vacances annuelles aussi longtemps qu'il a droit à des vacances seniors.
  Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation-vacances seniors n'est pas considérée comme une allocation pour l'application des articles 42, 79, § 4, 92 et 93.
  L'allocation-vacances seniors n'est pas considĂ©rĂ©e comme une allocation de chĂŽmage pour le calcul de la durĂ©e du chĂŽmage requise dans le chef du candidat Ă un programme d'activation au sens de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs et Ă une mesure en faveur de l'emploi, sauf si le jour de vacances seniors est situĂ© dans une occupation qui est assimilĂ©e au chĂŽmage indemnisĂ©.
  Pour l'application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© dans lesquelles il est tenu compte des revenus ou de la rĂ©munĂ©ration d'un travailleur, l'allocation-vacances seniors est assimilĂ©e Ă un pĂ©cule de vacances. Dans le calcul de l'allocation de garantie de revenus visĂ©e Ă l'article 131bis, il n'est toutefois pas tenu compte du montant de l'allocation-vacances seniors pour la fixation de la rĂ©munĂ©ration nette. ".
  B) au § 1er, alinéa 2, la derniÚre phrase est abrogée.
Art. 4. In artikel 131ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en vervangen bij het koninklijk besluit van 13 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Het dagbedrag van de seniorvakantie-uitkering waarop de werknemer bedoeld in artikel 78bis, § 2, gerechtigd is, bedraagt 65 % van het gemiddeld dagloon waarop de werknemer normaal recht zou hebben op het tijdstip waarop hij in het vakantiejaar voor het eerst seniorvakantiedagen neemt. ".
  B) in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden tussen de woorden " jeugdvakantie " en ", en " de woorden " of seniorvakantie " ingevoegd.
  A) tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Het dagbedrag van de seniorvakantie-uitkering waarop de werknemer bedoeld in artikel 78bis, § 2, gerechtigd is, bedraagt 65 % van het gemiddeld dagloon waarop de werknemer normaal recht zou hebben op het tijdstip waarop hij in het vakantiejaar voor het eerst seniorvakantiedagen neemt. ".
  B) in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden tussen de woorden " jeugdvakantie " en ", en " de woorden " of seniorvakantie " ingevoegd.
Art. 4. A l'article 131ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1995 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juin 2001, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  A) l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Le montant journalier de l'allocation-vacances seniors auquel le travailleur visĂ© Ă l'article 78bis, § 2, a droit, s'Ă©lĂšve Ă 65 % de la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne Ă laquelle le travailleur aurait normalement droit au moment oĂč il prend pour la premiĂšre fois des jours de vacances seniors pendant l'annĂ©e de vacances. ".
  B) à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots " ou vacances seniors " sont insérés entre les mots " vacances jeunes " et " et ".
  A) l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Le montant journalier de l'allocation-vacances seniors auquel le travailleur visĂ© Ă l'article 78bis, § 2, a droit, s'Ă©lĂšve Ă 65 % de la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne Ă laquelle le travailleur aurait normalement droit au moment oĂč il prend pour la premiĂšre fois des jours de vacances seniors pendant l'annĂ©e de vacances. ".
  B) à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots " ou vacances seniors " sont insérés entre les mots " vacances jeunes " et " et ".
Art. 5. In artikel 133, § 1, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2004, wordt tussen het 9°en het 10° een 9°bis ingevoegd :
  " 9°bis de werknemer die de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 78bis, § 2, aanvraagt, uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het vakantiejaar; ".
  " 9°bis de werknemer die de seniorvakantie-uitkering bedoeld in artikel 78bis, § 2, aanvraagt, uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het vakantiejaar; ".
Art. 5. Dans l'article 133, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 juin 2004, un 9°bis est insĂ©rĂ© entre le 9° et le 10° :
  " 9°bis le travailleur qui demande l'allocation-vacances seniors visée à l'article 78bis, § 2, au plus tard à la fin du deuxiÚme mois qui suit l'année de vacances; ".
  " 9°bis le travailleur qui demande l'allocation-vacances seniors visée à l'article 78bis, § 2, au plus tard à la fin du deuxiÚme mois qui suit l'année de vacances; ".
Art. 6. Artikel 137, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2004, wordt aangevuld met een 5° :
  " 5° een "bewijs van seniorvakantie" aan de werknemer bedoeld in artikel 78bis, § 2, die aanspraak maakt op de seniorvakantie-uitkering; het bewijs wordt in dubbel afgeleverd de maand waarin de werknemer in het vakantiejaar voor het eerst seniorvakantiedagen neemt. ".
  " 5° een "bewijs van seniorvakantie" aan de werknemer bedoeld in artikel 78bis, § 2, die aanspraak maakt op de seniorvakantie-uitkering; het bewijs wordt in dubbel afgeleverd de maand waarin de werknemer in het vakantiejaar voor het eerst seniorvakantiedagen neemt. ".
Art. 6. L'article 137, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 juin 2004, est complĂ©tĂ© par un 5° :
  " 5° un "certificat de vacances seniors" au travailleur visé à l'article 78bis, § 2, qui peut prétendre à l'allocation-vacances seniors; le certificat est délivré en double exemplaire le mois au cours duquel le travailleur prend pour la premiÚre fois des jours de vacances seniors pendant l'année de vacances. ".
  " 5° un "certificat de vacances seniors" au travailleur visé à l'article 78bis, § 2, qui peut prétendre à l'allocation-vacances seniors; le certificat est délivré en double exemplaire le mois au cours duquel le travailleur prend pour la premiÚre fois des jours de vacances seniors pendant l'année de vacances. ".
Art. 7. In de artikelen 36bis, 131ter, eerste lid, 133, § 1, 9° en 137, § 2, 4° van hetzelfde besluit wordt de verwijzing naar artikel 78bis telkens vervangen door een verwijzing naar artikel 78bis, § 1.
Art. 7. Dans les articles 36 bis, 131ter, alinĂ©a 1er, 133, § 1, 9° et 137, § 2, 4° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la rĂ©fĂ©rence Ă l'article 78bis est Ă chaque fois remplacĂ©e par une rĂ©fĂ©rence Ă l'article 78bis, § 1er.
Art. 8. Titel IV, Hoofdstuk IX Seniorvakantie, bevattende de artikelen 54 en 55, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact treedt in werking op 1 januari 2007.
Art. 8. Le Titre IV, Chapitre IX Vacances seniors, contenant les articles 54 et 55, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations entre en vigueur le 1er janvier 2007.
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 9. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art. 10. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 24 januari 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN.
  Gegeven te Brussel, 24 januari 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN.
Art. 10. Notre Ministre de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 24 janvier 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Emploi,
  P. VANVELTHOVEN.
  Donné à Bruxelles, le 24 janvier 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Emploi,
  P. VANVELTHOVEN.