Artikel 1. In dit besluit wordt onder centrum verstaan : het observatie- en oriëntatiecentrum in de zin van artikel 40 van de wet van 12 januari 2007 (hierna genoemd " de wet ") over de opvang van asielzoekers en bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, beheerd door het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers (hierna genoemd " het Agentschap ").
Het centrum is een opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10° van de wet.
Het neemt de nodige maatregelen zoals beschreven in onderhavig besluit om de veiligheid en de bescherming van de niet-begeleide minderjarigen die het opvangt te waarborgen.
Het centrum levert een materiële hulp in de zin van de wet aan de niet-begeleide minderjarige, die aangepast is aan zijn specifieke behoeften en met diens toestemming.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot vastlegging van het stelsel en de werkingsregels voor de centra voor observatie en oriëntatie voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.
Titre
9 AVRIL 2007. - Arrêté royal déterminant le régime et les règles de fonctionnement applicables aux centres d'observation et d'orientation pour les mineurs étrangers non accompagnés.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK I. - Algemene principes.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
Article 1. On entend par centre, dans le présent arrêté, le centre d'observation et d'orientation au sens de l'article 40 de la loi du 12 janvier 2007 (ci-après dénommée " la loi ") sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers, géré par l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile (ci-après dénommée " l'Agence ").
Le centre est une structure d'accueil visée à l'article 2, 10° de la loi.
Il prend les mesures nécessaires telles que décrites dans le présent arrêté pour garantir la sécurité et la protection des mineurs non accompagnés qu'il accueille.
Le centre délivre une aide matérielle au sens de la loi au mineur non accompagné adaptée à ces besoins spécifiques et avec son consentement.
Le centre est une structure d'accueil visée à l'article 2, 10° de la loi.
Il prend les mesures nécessaires telles que décrites dans le présent arrêté pour garantir la sécurité et la protection des mineurs non accompagnés qu'il accueille.
Le centre délivre une aide matérielle au sens de la loi au mineur non accompagné adaptée à ces besoins spécifiques et avec son consentement.
Art. 2. Het verblijf in het centrum moet toelaten de niet-begeleide minderjarige te observeren, met als doel het opstellen van zijn eerste medisch, psychologisch en sociaal profiel, en het achterhalen van een eventuele kwetsbaarheid met het oog op een oriëntatie naar een geschikte tenlasteneming.
Art. 2. Le séjour dans le centre doit permettre l'observation du mineur non accompagné, dans le but de dresser son premier profil médical, psychologique et social et de dépister une éventuelle situation de vulnérabilité en vue de son orientation vers une prise en charge adéquate.
Art. 3. De gelijkheid van behandeling in het centrum wordt gewaarborgd aan alle niet-begeleide minderjarigen, ongeacht hun administratief statuut zoals bepaald door de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 3. L'égalité de traitement au sein du centre est garantie entre tous les mineurs non accompagnés, quel que soit leur statut administratif au regard de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 4. Geen enkele beslissing van verwijdering zal worden genomen ten aanzien van een niet-begeleide minderjarige, opgevangen in het centrum, voordat zijn voogd werd aangesteld overeenkomstig artikel 6, § 3, of artikel 8 van Titel XIII, Hoofdstuk VI van de programmawet (I) van 24 december 2002, en zonder dat deze effectief betrokken werd bij het zoeken naar een duurzame oplossing in overeenstemming met het hoogste belang van de niet-begeleide minderjarige.
In geen geval zal een beslissing van verwijdering vanuit het centrum worden uitgevoerd.
In geen geval zal een beslissing van verwijdering vanuit het centrum worden uitgevoerd.
Art. 4. Aucune décision d'éloignement ne sera prise à l'égard d'un mineur non accompagné, accueilli dans le centre, avant que son tuteur n'ait été désigné en vertu de l'article 6, § 3, ou de l'article 8 du Titre XIII, Chapitre VI de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 et qu'il ait été effectivement associé à la recherche d'une solution durable conformément à l'intérêt supérieur du mineur non accompagné.
En aucun cas, une décision d'éloignement ne sera exécutée au départ du centre.
En aucun cas, une décision d'éloignement ne sera exécutée au départ du centre.
HOOFDSTUK II. - De materiële hulp in het centrum voor observatie en oriëntatie.
CHAPITRE II. - L'aide matérielle dans le centre d'observation et d'orientation.
Art. 5. Behoudens wanneer er van wordt afgeweken door onderhavig hoofdstuk, wordt de materiële hulp aan de niet-begeleide minderjarige die in een centrum wordt opgevangen, verstrekt in overeenstemming met de titels I, III en IV van Boek III van de wet.
Art. 5. Sauf lorsqu'il y est dérogé par le présent arrêté, l'aide matérielle est octroyée au mineur non accompagné accueilli dans un centre conformément aux titres Ier, III et IV du Livre III de la loi.
Art. 6. Rekening houdend met het belang van de niet-begeleide minderjarige, vergemakkelijkt het centrum de identificatieprocedure door de Dienst Voogdij in de zin van artikel 6 van Titel XIII, Hoofdstuk VI van de programmawet (I) van 24 december 2002, evenals zijn registratie door de bevoegde autoriteiten inzake toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering.
Het centrum vergemakkelijkt ook de vertegenwoordiging van de niet-begeleide minderjarige door zijn voogd in alle handelingen en procedures bedoeld in artikel 9 van voornoemde wet, alsook de tussenkomst, in alle vereiste gevallen, van de advocaat van de niet-begeleide minderjarige.
Het centrum vergemakkelijkt ook de vertegenwoordiging van de niet-begeleide minderjarige door zijn voogd in alle handelingen en procedures bedoeld in artikel 9 van voornoemde wet, alsook de tussenkomst, in alle vereiste gevallen, van de advocaat van de niet-begeleide minderjarige.
Art. 6. Dans le respect de l'intérêt du mineur non accompagné, le centre facilite la procédure d'identification par le service des Tutelles au sens de l'article 6 du Titre XIII, Chapitre VI de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 ainsi que son enregistrement par les autorités compétentes en matière d'accès au territoire, de séjour et d'éloignement.
Le centre facilite la représentation du mineur non accompagné par son tuteur dans tous les actes et procédures visés à l'article 9 de la loi précitée ainsi que l'intervention, dans tous les cas requis, du conseil du mineur non accompagné.
Le centre facilite la représentation du mineur non accompagné par son tuteur dans tous les actes et procédures visés à l'article 9 de la loi précitée ainsi que l'intervention, dans tous les cas requis, du conseil du mineur non accompagné.
Art. 7. Het verblijf in een centrum duurt maximaal vijftien dagen en is éénmaal verlengbaar.
Na afloop van dit verblijf en bij gebrek aan een specifieke en meer aangepaste opvang, zal de niet-begeleide minderjarige overgebracht worden naar de meest geschikte opvangstructuur, zoals bedoeld in artikel 2, 10° van de wet.
In ieder geval neemt het centrum alle mogelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de minderjarigen jonger dan 13 jaar, de minderjarigen die psychologische problemen hebben, de minderjarigen die geestelijke gezondheidsproblemen hebben of de minderjarigen die het slachtoffer zijn van mensenhandel zo snel mogelijk worden georiënteerd naar de plaats waar zij kunnen genieten van een specifieke opvang die het meest aangepast is aan hun kwetsbaarheid.
Na afloop van dit verblijf en bij gebrek aan een specifieke en meer aangepaste opvang, zal de niet-begeleide minderjarige overgebracht worden naar de meest geschikte opvangstructuur, zoals bedoeld in artikel 2, 10° van de wet.
In ieder geval neemt het centrum alle mogelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de minderjarigen jonger dan 13 jaar, de minderjarigen die psychologische problemen hebben, de minderjarigen die geestelijke gezondheidsproblemen hebben of de minderjarigen die het slachtoffer zijn van mensenhandel zo snel mogelijk worden georiënteerd naar de plaats waar zij kunnen genieten van een specifieke opvang die het meest aangepast is aan hun kwetsbaarheid.
Art. 7. Le séjour dans un centre est d'une durée maximale de quinze jours, renouvelable une fois.
A l'issue de ce séjour, à défaut de pouvoir bénéficier d'un accueil spécifique plus adapté, le mineur non accompagné sera transféré dans la structure d'accueil, au sens de l'article 2, 10° de la loi, la plus adéquate.
En toute hypothèse, le centre prend toutes les mesures nécessaires pour permettre aux mineurs de moins de 13 ans, aux mineurs présentant des troubles psychologiques, aux mineurs qui connaissent des problèmes de santé mentale ou aux mineurs qui sont victimes de la traite des êtres humains d'être dirigés le plus rapidement possible vers l'endroit où ils pourront bénéficier de l'accueil spécifique le plus adapté à leur vulnérabilité.
A l'issue de ce séjour, à défaut de pouvoir bénéficier d'un accueil spécifique plus adapté, le mineur non accompagné sera transféré dans la structure d'accueil, au sens de l'article 2, 10° de la loi, la plus adéquate.
En toute hypothèse, le centre prend toutes les mesures nécessaires pour permettre aux mineurs de moins de 13 ans, aux mineurs présentant des troubles psychologiques, aux mineurs qui connaissent des problèmes de santé mentale ou aux mineurs qui sont victimes de la traite des êtres humains d'être dirigés le plus rapidement possible vers l'endroit où ils pourront bénéficier de l'accueil spécifique le plus adapté à leur vulnérabilité.
Art. 8. Onmiddellijk na zijn aankomst in het centrum vindt een eerste gesprek plaats tussen de niet-begeleide minderjarige en een maatschappelijk werker. De niet-begeleide minderjarige kan zich laten bijstaan door zijn voogd.
Dit eerste gesprek heeft tot voornaamste doel de niet-begeleide minderjarige in te lichten over zijn administratieve situatie, zijn rechten en plichten, over de modaliteiten van de materiële hulp, alsook over de organisatie en de werking van het centrum. Bij deze gelegenheid wordt hem het huishoudelijk reglement, opgesteld in toepassing van artikel 14, meegedeeld. Er wordt toegekeken op het goede begrip ervan door de niet-begeleide minderjarige.
Dit eerste gesprek heeft tot voornaamste doel de niet-begeleide minderjarige in te lichten over zijn administratieve situatie, zijn rechten en plichten, over de modaliteiten van de materiële hulp, alsook over de organisatie en de werking van het centrum. Bij deze gelegenheid wordt hem het huishoudelijk reglement, opgesteld in toepassing van artikel 14, meegedeeld. Er wordt toegekeken op het goede begrip ervan door de niet-begeleide minderjarige.
Art. 8. Dès son arrivée dans le centre, un premier entretien a lieu entre le mineur non accompagné et un travailleur social. Le mineur non accompagné peut être assisté de son tuteur.
Ce premier entretien a pour objectif principal d'informer le mineur non accompagné sur sa situation administrative, ses droits et obligations, sur les modalités de l'aide matérielle ainsi que sur l'organisation et le fonctionnement du centre. A cette occasion, le règlement d'ordre intérieur, établi en application de l'article 14, lui est communiqué. Il est veillé à la bonne compréhension de celui-ci par le mineur non accompagné.
Ce premier entretien a pour objectif principal d'informer le mineur non accompagné sur sa situation administrative, ses droits et obligations, sur les modalités de l'aide matérielle ainsi que sur l'organisation et le fonctionnement du centre. A cette occasion, le règlement d'ordre intérieur, établi en application de l'article 14, lui est communiqué. Il est veillé à la bonne compréhension de celui-ci par le mineur non accompagné.
Art. 9. Het centrum stelt een verslag op met betrekking tot het medisch, psychologisch en sociaal profiel van de niet-begeleide minderjarige om hem na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 7, naar een geschikte opvang te oriënteren.
Dit verslag wordt in het centrum bewaard en meegedeeld aan de voogd.
Bij oriëntering van de niet-begeleide minderjarige naar een andere opvangstructuur, wordt een kopie van dit verslag aan deze laatste meegedeeld.
Dit verslag wordt in het centrum bewaard en meegedeeld aan de voogd.
Bij oriëntering van de niet-begeleide minderjarige naar een andere opvangstructuur, wordt een kopie van dit verslag aan deze laatste meegedeeld.
Art. 9. Le centre établit un rapport relatif au profil médical, psychologique et social du mineur non accompagné en vue de l'orienter, à l'issue du délai visé à l'article 7 vers un accueil approprié.
Ce rapport est conservé au sein du centre et communiqué au tuteur.
En cas d'orientation du mineur non accompagné vers une autre structure d'accueil, une copie de ce rapport est transmise à celle-ci.
Ce rapport est conservé au sein du centre et communiqué au tuteur.
En cas d'orientation du mineur non accompagné vers une autre structure d'accueil, une copie de ce rapport est transmise à celle-ci.
Art. 10. In het centrum worden maatregelen getroffen ter bescherming en omkadering van de niet-begeleide minderjarige.
Tijdens de volledige duur van zijn verblijf in het centrum zijn de contacten van de niet-begeleide minderjarige aan een bijzonder toezicht onderworpen.
De modaliteiten van de bezoeken, de activiteiten buiten het centrum, de telefoongesprekken en de briefwisseling zijn gedefinieerd in het huishoudelijk reglement van het centrum bedoeld in artikel 14.
Onmiddellijk na zijn aankomst in het centrum en gedurende een termijn van zeven dagen mag de niet-begeleide minderjarige geen contact hebben met de buitenwereld. Deze maatregel geldt niet voor de contacten die vereist zijn in het kader van elke procedure betreffende de minderjarige, noch voor de contacten met de voogd of met zijn advocaat, noch tijdens de door het centrum georganiseerde activiteiten.
De in vorig lid vermelde termijn, is dezelfde voor alle niet-begeleide minderjarigen. De directeur van het centrum heeft evenwel de mogelijkheid om deze termijn te verlengen indien dat in het belang van de niet-begeleide minderjarige is.
De directeur van het centrum mag afwijken van de regels vastgelegd in dit artikel.
Tijdens de volledige duur van zijn verblijf in het centrum zijn de contacten van de niet-begeleide minderjarige aan een bijzonder toezicht onderworpen.
De modaliteiten van de bezoeken, de activiteiten buiten het centrum, de telefoongesprekken en de briefwisseling zijn gedefinieerd in het huishoudelijk reglement van het centrum bedoeld in artikel 14.
Onmiddellijk na zijn aankomst in het centrum en gedurende een termijn van zeven dagen mag de niet-begeleide minderjarige geen contact hebben met de buitenwereld. Deze maatregel geldt niet voor de contacten die vereist zijn in het kader van elke procedure betreffende de minderjarige, noch voor de contacten met de voogd of met zijn advocaat, noch tijdens de door het centrum georganiseerde activiteiten.
De in vorig lid vermelde termijn, is dezelfde voor alle niet-begeleide minderjarigen. De directeur van het centrum heeft evenwel de mogelijkheid om deze termijn te verlengen indien dat in het belang van de niet-begeleide minderjarige is.
De directeur van het centrum mag afwijken van de regels vastgelegd in dit artikel.
Art. 10. Des mesures visant à la protection et à l'encadrement du mineur non accompagné sont mises en place au sein du centre.
Pendant toute la durée de son séjour dans le centre, les contacts du mineur non accompagné font l'objet d'une surveillance particulière.
Les modalités de visites, des activités en dehors du centre, de communications téléphoniques, de correspondances sont définies dans le règlement d'ordre intérieur du centre visé à l'article 14.
Dès son arrivée dans le centre et pendant un délai de sept jours, le mineur non accompagné ne peut avoir de contact extérieur. Cette mesure ne s'applique pas aux contacts nécessaires dans le cadre de toute procédure le concernant, ni aux contacts avec le tuteur ou avec son conseil, ni durant les activités organisées par le centre.
Le délai mentionné à l'alinéa précédent est le même pour tous les mineurs non accompagnés. Le directeur du centre a cependant la possibilité de prolonger ce délai dans l'intérêt du mineur non accompagné.
Le directeur du centre peut déroger aux règles fixées dans le présent article.
Pendant toute la durée de son séjour dans le centre, les contacts du mineur non accompagné font l'objet d'une surveillance particulière.
Les modalités de visites, des activités en dehors du centre, de communications téléphoniques, de correspondances sont définies dans le règlement d'ordre intérieur du centre visé à l'article 14.
Dès son arrivée dans le centre et pendant un délai de sept jours, le mineur non accompagné ne peut avoir de contact extérieur. Cette mesure ne s'applique pas aux contacts nécessaires dans le cadre de toute procédure le concernant, ni aux contacts avec le tuteur ou avec son conseil, ni durant les activités organisées par le centre.
Le délai mentionné à l'alinéa précédent est le même pour tous les mineurs non accompagnés. Le directeur du centre a cependant la possibilité de prolonger ce délai dans l'intérêt du mineur non accompagné.
Le directeur du centre peut déroger aux règles fixées dans le présent article.
Art. 11. De directeur van het centrum wordt ingelicht zodra de afwezigheid van een niet-begeleide minderjarige wordt vastgesteld.
Een niet-begeleide minderjarige wordt beschouwd het centrum te hebben verlaten wanneer er een termijn van vierentwintig uur verstreken is sinds de vaststelling van zijn afwezigheid, behalve indien deze toegelaten en gerechtvaardigd is krachtens het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 14. Na afloop van deze termijn van vierentwintig uur wordt de afwezigheid van de niet-begeleide minderjarige aan de politie en aan zijn voogd of, bij ontstentenis van de aanstelling van een voogd, aan de dienst Voogdij meegedeeld. Wanneer het gaat om een niet-begeleide minderjarige bedoeld in artikel 41 van de wet, wordt zijn afwezigheid ook gemeld aan de dienst Vreemdelingenzaken.
Wanneer het om een bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarige gaat, licht het centrum de politie in zodra vaststaat dat de minderjarige het centrum verlaten heeft zonder het centrum in te lichten. De dienst Voogdij en de voogd worden eveneens op hetzelfde moment ingelicht.
Worden meer bepaald als bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarigen in de zin van onderhavig besluit beschouwd, de minderjarigen van minder dan 13 jaar, de minderjarigen met psychologische stoornissen, de minderjarigen die geestelijke gezondheidsproblemen hebben of de minderjarigen die het slachtoffer zijn van mensenhandel.
Een niet-begeleide minderjarige wordt beschouwd het centrum te hebben verlaten wanneer er een termijn van vierentwintig uur verstreken is sinds de vaststelling van zijn afwezigheid, behalve indien deze toegelaten en gerechtvaardigd is krachtens het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 14. Na afloop van deze termijn van vierentwintig uur wordt de afwezigheid van de niet-begeleide minderjarige aan de politie en aan zijn voogd of, bij ontstentenis van de aanstelling van een voogd, aan de dienst Voogdij meegedeeld. Wanneer het gaat om een niet-begeleide minderjarige bedoeld in artikel 41 van de wet, wordt zijn afwezigheid ook gemeld aan de dienst Vreemdelingenzaken.
Wanneer het om een bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarige gaat, licht het centrum de politie in zodra vaststaat dat de minderjarige het centrum verlaten heeft zonder het centrum in te lichten. De dienst Voogdij en de voogd worden eveneens op hetzelfde moment ingelicht.
Worden meer bepaald als bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarigen in de zin van onderhavig besluit beschouwd, de minderjarigen van minder dan 13 jaar, de minderjarigen met psychologische stoornissen, de minderjarigen die geestelijke gezondheidsproblemen hebben of de minderjarigen die het slachtoffer zijn van mensenhandel.
Art. 11. Dès que l'absence d'un mineur non accompagné est constatée, le directeur du centre en est averti.
Un mineur non accompagné est considéré comme ayant quitté le centre lorsqu'un délai de vingt-quatre heures s'est écoulé depuis la constatation de son absence, à moins que celle-ci ne soit autorisée et justifiée en vertu du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 14. A l'issue de ce délai de vingt-quatre heures, l'absence du mineur non accompagné est signalée à la police et à son tuteur ou, à défaut de la désignation d'un tuteur, au service des Tutelles. Lorsqu'il s'agit d'un mineur non accompagné visé à l'article 41 de la loi, son absence est également signalée à l'Office des étrangers.
S'agissant d'un mineur non accompagné particulièrement vulnérable, le centre informe la police dès qu'il est établi que le mineur a quitté le centre sans en informer ce dernier. Le service des Tutelles ainsi que le tuteur sont également avertis au même moment.
Sont notamment considérés comme des mineurs non accompagnés particulièrement vulnérables pour l'application de l'alinéa précédent les mineurs de moins de 13 ans, les mineurs présentant des troubles psychologiques, les mineurs qui connaissent des problèmes de santé mentale ou les mineurs qui sont victimes de la traite des êtres humains.
Un mineur non accompagné est considéré comme ayant quitté le centre lorsqu'un délai de vingt-quatre heures s'est écoulé depuis la constatation de son absence, à moins que celle-ci ne soit autorisée et justifiée en vertu du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 14. A l'issue de ce délai de vingt-quatre heures, l'absence du mineur non accompagné est signalée à la police et à son tuteur ou, à défaut de la désignation d'un tuteur, au service des Tutelles. Lorsqu'il s'agit d'un mineur non accompagné visé à l'article 41 de la loi, son absence est également signalée à l'Office des étrangers.
S'agissant d'un mineur non accompagné particulièrement vulnérable, le centre informe la police dès qu'il est établi que le mineur a quitté le centre sans en informer ce dernier. Le service des Tutelles ainsi que le tuteur sont également avertis au même moment.
Sont notamment considérés comme des mineurs non accompagnés particulièrement vulnérables pour l'application de l'alinéa précédent les mineurs de moins de 13 ans, les mineurs présentant des troubles psychologiques, les mineurs qui connaissent des problèmes de santé mentale ou les mineurs qui sont victimes de la traite des êtres humains.
Art. 12. De niet-begeleide minderjarige heeft op elk moment het recht om met zijn voogd en met zijn advocaat te communiceren.
Art. 12. A tout moment le mineur non accompagné a le droit de communiquer avec son tuteur et avec son conseil.
HOOFDSTUK III. - Betrekkingen tussen het centrum en de voogdijdienst.
CHAPITRE III. - Relations entre le centre et le service des tutelles.
Art. 13. Het personeel van het centrum handelt met respect voor de bevoegdheden die in toepassing van Titel XIII, Hoofdstuk VI van de programmawet (I) van 24 december 2002 aan de voogd worden toegekend.
Er wordt een akkoordprotocol opgesteld om de modaliteiten van de samenwerking tussen het centrum, de dienst Voogdij en de aangeduide voogd vast te leggen. Deze omvatten ondermeer regelmatig overleg en de uitwisseling van informatie om een coherente begeleiding van de niet-begeleide minderjarige te verzekeren.
Er wordt een akkoordprotocol opgesteld om de modaliteiten van de samenwerking tussen het centrum, de dienst Voogdij en de aangeduide voogd vast te leggen. Deze omvatten ondermeer regelmatig overleg en de uitwisseling van informatie om een coherente begeleiding van de niet-begeleide minderjarige te verzekeren.
Art. 13. Le personnel du centre agit dans le respect des compétences dévolues au tuteur en application du Titre XIII, Chapitre VI de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
Un protocole d'accord est établi pour fixer les modalités de collaboration entre le centre, le service des Tutelles et le tuteur désigné. Elles comprennent notamment une concertation régulière et un échange d'informations dans le but d'assurer un accompagnement cohérent du mineur non accompagné.
Un protocole d'accord est établi pour fixer les modalités de collaboration entre le centre, le service des Tutelles et le tuteur désigné. Elles comprennent notamment une concertation régulière et un échange d'informations dans le but d'assurer un accompagnement cohérent du mineur non accompagné.
HOOFDSTUK IV. - Huishoudelijk reglement van het centrum voor observatie en oriëntatie.
CHAPITRE IV. - Règlement d'ordre intérieur du centre d'observation et d'orientation.
Art. 14. Op voorstel van het centrum, stelt de Minister een huishoudelijk reglement op dat de werkingsmodaliteiten eigen aan het centrum vastlegt.
Naast de verduidelijkingen die worden vereist door de bepalingen van onderhavig besluit of door bepaalde voorschriften van de wet, omvat dit huishoudelijk reglement onder meer volgende principes : de plicht voor de bewoners om de personen, de gebouwen en het materiaal te respecteren, de regels inzake hygiëne, veiligheid van de lokalen, de regels betreffende het respect voor de uren wat de activiteiten en de diensten betreft, de modaliteiten voor de uitoefening van de materiële, medische, psychologische en sociale hulp, en de regels betreffende de veiligheid en het behoud van de orde in de centra, daarin begrepen de aanpassing aan de situatie van de niet-begeleide minderjarigen van het stelsel van de sancties voorzien in artikel 45 van de wet.
Naast de verduidelijkingen die worden vereist door de bepalingen van onderhavig besluit of door bepaalde voorschriften van de wet, omvat dit huishoudelijk reglement onder meer volgende principes : de plicht voor de bewoners om de personen, de gebouwen en het materiaal te respecteren, de regels inzake hygiëne, veiligheid van de lokalen, de regels betreffende het respect voor de uren wat de activiteiten en de diensten betreft, de modaliteiten voor de uitoefening van de materiële, medische, psychologische en sociale hulp, en de regels betreffende de veiligheid en het behoud van de orde in de centra, daarin begrepen de aanpassing aan de situatie van de niet-begeleide minderjarigen van het stelsel van de sancties voorzien in artikel 45 van de wet.
Art. 14. Sur proposition du centre, le Ministre établit un règlement d'ordre intérieur qui précise les modalités de fonctionnement propres au centre.
Outre les précisions requises par les dispositions du présent arrêté ou par certaines des dispositions de la loi, ce règlement d'ordre intérieur comprend notamment les principes suivants : l'obligation de respect des personnes, des bâtiments et du matériel par les résidents, les règles d'hygiène, de sécurité des lieux, les règles relatives au respect des horaires en ce qui concerne les activités et les services, les modalités d'exercice de l'aide matérielle, médicale, psychologique et sociale, les règles relatives à la sécurité et les règles concernant le maintien de l'ordre dans les centres, en ce compris l'adaptation à la situation des mineurs non accompagnés du régime des sanctions prévu à l'article 45 de la loi.
Outre les précisions requises par les dispositions du présent arrêté ou par certaines des dispositions de la loi, ce règlement d'ordre intérieur comprend notamment les principes suivants : l'obligation de respect des personnes, des bâtiments et du matériel par les résidents, les règles d'hygiène, de sécurité des lieux, les règles relatives au respect des horaires en ce qui concerne les activités et les services, les modalités d'exercice de l'aide matérielle, médicale, psychologique et sociale, les règles relatives à la sécurité et les règles concernant le maintien de l'ordre dans les centres, en ce compris l'adaptation à la situation des mineurs non accompagnés du régime des sanctions prévu à l'article 45 de la loi.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op het ogenblik dat de artikelen 19 en 40, tweede lid van de wet in werking zijn getreden.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur lorsque les articles 19 et 40, alinéa 2, de la loi sont entrés en vigueur.
Art. 16. Onze Minister die bevoegd is voor Maatschappelijke Integratie wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 9 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Maatschappelijke Integratie,
Ch. DUPONT.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 9 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Maatschappelijke Integratie,
Ch. DUPONT.
Art. 16. Notre Ministre qui a l'Intégration sociale dans ses compétences est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 9 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intégration sociale,
Ch. DUPONT.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 9 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intégration sociale,
Ch. DUPONT.