Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MEI 2007. - Wet tot wijziging van de artikelen 39/20, 39/79 en 39/81 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Titre
4 MAI 2007. - Loi modifiant les articles 39/20, 39/79 et 39/81 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Documentinformatie
Numac: 2007000466
Datum: 2007-05-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007000466
Date: 2007-05-04
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 2. Artikel 39/20, tweede lid, 2°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006, wordt vervangen als volgt :
  " 2° houder is van een diploma dat toegang verleent tot de betrekkingen van niveau B in de Rijksbesturen of een dergelijke betrekking uitoefent;".
Art. 2. L'article 39/20, alinéa 2, 2° de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, inséré par la loi du 15 septembre 2006, est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° n'est titulaire d'un diplôme donnant accès aux emplois de niveau B dans les administrations de l'Etat ou exerce un tel emploi;".
Art. 3. In artikel 39/79, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 3°, worden de woorden "artikel 10bis, § 2" vervangen door de woorden "artikel 10bis, § 2 of § 3";
  2° punt 5° wordt aangevuld met de woorden "of de status van langdurig ingezetene";
  3° in 7° worden de woorden "een EU-vreemdeling" vervangen door de woorden "een burger van de Unie of zijn familielid bedoeld in artikel 40bis", worden de woorden "de EU-student" vervangen door de woorden "een burger van de Unie of zijn familielid bedoeld, in artikel 40bis" en vervallen de woorden "op basis van artikel 44bis";
  4° punt 8° wordt vervangen als volgt :
  " 8° elke beslissing tot weigering van een erkenning van het verblijfsrecht van een vreemdeling bedoeld in artikel 40ter;".
Art. 3. A l'article 39/79, § 1er, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 15 septembre 2006 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le 3°, les mots "l'article 10bis, § 2" sont remplacés par les mots "l'article 10bis, § 2 ou 3";
  2° le point 5° est complété par les mots "ou de statut de résident de longue durée";
  3° dans le 7°, les mots "un étranger UE" sont remplacés par les mots "un citoyen de l'Union ou un membre de sa famille visé à l'article 40bis", les mots "de l'étranger UE" sont remplacés par les mots "d'un citoyen de l'Union ou d'un membre de sa famille visé à l'article 40bis" et les mots "sur la base de l'article 44bis" sont supprimés;
  4° le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
  " 8° toute décision de refus de reconnaissance du droit de séjour d'un étranger visé à l'article 40ter;".
Art. 4. In artikel 39/81 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het getal "-39/77" wordt vervangen door de woorden "39/77, § 1, derde lid";
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid en indien artikel 39/73 niet wordt toegepast noch de in artikel 39/68 bedoelde bijzondere procedureregels, zendt de griffie zodra het nuttig is, een afschrift van de nota met opmerkingen aan de verzoekende partij en stelt deze tevens in kennis van de neerlegging ter griffie van het administratief dossier. De verzoekende partij beschikt over vijftien dagen om aan de griffie een repliekmemorie te laten geworden. Zo de tegenpartij verzuimt binnen de in artikel 39/72, § 1, eerste lid, bepaalde termijn een nota met opmerkingen te laten geworden, wordt de verzoekende partij hiervan door de griffie in kennis gesteld. De verzoekende partij beschikt over vijftien dagen om aan de griffie een repliekmemorie te laten geworden.
  Indien de verzoekende partij binnen de in het tweede lid bepaalde termijn geen repliekmemorie heeft ingediend, doet de Raad, nadat de partijen die daarom verzocht hebben gehoord zijn, zonder verwijl uitspraak, waarbij het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld. Hetzelfde gevolg geldt ten aanzien van de verzoekende partij die, nadat de vordering tot schorsing van een akte afgewezen is, niet tijdig een repliekmemorie indient. De procedure wordt bepaald in het in artikel 39/68 bedoelde besluit.
  Indien de verzoekende partij tijdig een repliekmemorie heeft ingediend, wordt, onverminderd de mogelijkheid tot toepassing van de in artikel 39/68, bepaalde bijzondere procedureregels, de procedure verdergezet overeenkomstig de bepalingen in het eerste lid. ".
Art. 4. A l'article 39/81 de la même loi, inséré par la loi du 15 septembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le chiffre "- 39/77" est remplacé par les mots "39/77, § 1er, alinéa 3";
  2° l'article est complété par les alinéas suivants :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er et si ni l'article 39/73 ni les règles de procédure particulières visées à l'article 39/68 ne s'appliquent, le greffe envoie en temps utile une copie de la note d'observation à la partie requérante et informe en même temps celle-ci du dépôt au greffe du dossier administratif. La partie requérante dispose de quinze jours pour faire parvenir au greffe un mémoire en réplique. Si la partie adverse omet de transmettre une note d'observation dans le délai visé à l'article 39/72, § 1er, alinéa 1er, la partie requérante en est informée par le greffe. La partie requérante dispose de quinze jours pour faire parvenir au greffe un mémoire en réplique.
  Si la partie requérante n'a pas déposé de mémoire en réplique dans le délai visé à l'alinéa 2, le Conseil statue sans délai, après avoir entendu les parties qui en ont fait la demande, et constate le défaut de l'intérêt requis. La même suite est réservée à l'égard de la partie requérante qui n'introduit pas un mémoire en réplique dans le délai prévu après que la demande de suspension d'un acte a été rejetée. La procédure est précisée dans l'arrêté visé à l'article 39/68.
  Si la partie requérante a introduit un mémoire en réplique dans le délai prévu, la procédure est poursuivie, sous réserve de la possibilité d'appliquer les règles de procédure particulières visées à l'article 39/68, conformément aux dispositions visées à l'alinéa 1er. "
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 5. Met uitzondering van dit artikel, treedt deze wet in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op de eerste dag van de dertiende maand na die waarin zij is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2007, uitgezonderd art. 3 door KB 2007-05-31/30, art. 2)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 4 mei 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste-Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
  Met 's Lands Zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 5. A l'exception du présent article, la présente loi entre en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard le premier jour du treizième mois qui suit celui au cours duquel elle aura été publié au Moniteur belge.
  (NOTE : Entrée en vigeur fixée au 01-06-2007, à l'exception de l'art. 3 par AR 2007-05-31/30, art. 2)
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 4 mai 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.