Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Titre
25 AVRIL 2007. - Arrêté royal modifiant divers arrêtés relatifs à la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (110)
Texte (110)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State.
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section d'administration du Conseil d'Etat.
Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State worden de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
Article 1. Dans l'intitulé de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section d'administration du Conseil d'Etat, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
Art. 2. Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 1952, wordt vervangen als volgt :
" Art. 1. De zaak wordt bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift ondertekend door de partij of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, hierna " gecoördineerde wetten " genoemd. "
" Art. 1. De zaak wordt bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift ondertekend door de partij of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, hierna " gecoördineerde wetten " genoemd. "
Art. 2. L'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 5 septembre 1952, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 1er. La section du contentieux administratif du Conseil d'Etat est saisie par une requête signée par la partie ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnees le 12 janvier 1973, ci-après dénommées " lois coordonnées ". "
" Art. 1er. La section du contentieux administratif du Conseil d'Etat est saisie par une requête signée par la partie ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnees le 12 janvier 1973, ci-après dénommées " lois coordonnées ". "
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 1958, wordt vervangen als volgt :
" Art. 2, § 1. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° het opschrift " verzoekschrift tot nietigverklaring " in de gevallen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten, als het niet eveneens een vordering tot schorsing bevat;
2° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoekende partij en overeenkomstig artikel 84, § 2, eerste lid, de gekozen woonplaats;
3° het voorwerp van de eis, aanvraag of beroep en een uiteenzetting van de feiten en de middelen;
4° de naam en het adres van de verwerende partij.
§ 2. Het verzoekschrift bevat bovendien :
A. In het geval bedoeld in artikel 54 van de gecoördineerde wetten, één van de volgende vermeldingen, in de opgegeven volgorde :
1° het eentalig gebied waarin de ambtenaar zijn ambt uitoefent;
2° de taalrol waartoe hij behoort;
3° de taal waarin hij zijn toelatingsexamen heeft afgelegd;
4° de taal van het diploma of getuigschrift dat hij voor zijn benoeming heeft moeten overleggen;
B. In het geval bedoeld in artikel 55 van de gecoördineerde wetten, de vermelding van het taalstatuut van de verzoekende magistraat;
C. In het geval bedoeld in artikel 56 van de gecoördineerde wetten, de vermelding van de taal waarvan de verzoekende officier een grondige kennis bezit;
D. In het geval bedoeld in artikel 57 van de gecoördineerde wetten, de taal van het diploma of getuigschrift dat de verzoeker heeft overgelegd met het oog op zijn aanvaarding als aspirant-hulpofficier of aspirant-hulponderofficier van de luchtmacht;
E. In het geval bedoeld in artikel 58 van de gecoördineerde wetten, de taal waarin de verzoeker de opleidingscyclus heeft gevolgd die voorafging aan zijn benoeming tot de graad van reserve-onderluitenant bij de strijdkrachten;
F. In het geval bedoeld in artikel 59 van de gecoördineerde wetten, de taal waarvan de verzoekende onderofficier de werkelijke kennis bezit. "
" Art. 2, § 1. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° het opschrift " verzoekschrift tot nietigverklaring " in de gevallen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten, als het niet eveneens een vordering tot schorsing bevat;
2° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoekende partij en overeenkomstig artikel 84, § 2, eerste lid, de gekozen woonplaats;
3° het voorwerp van de eis, aanvraag of beroep en een uiteenzetting van de feiten en de middelen;
4° de naam en het adres van de verwerende partij.
§ 2. Het verzoekschrift bevat bovendien :
A. In het geval bedoeld in artikel 54 van de gecoördineerde wetten, één van de volgende vermeldingen, in de opgegeven volgorde :
1° het eentalig gebied waarin de ambtenaar zijn ambt uitoefent;
2° de taalrol waartoe hij behoort;
3° de taal waarin hij zijn toelatingsexamen heeft afgelegd;
4° de taal van het diploma of getuigschrift dat hij voor zijn benoeming heeft moeten overleggen;
B. In het geval bedoeld in artikel 55 van de gecoördineerde wetten, de vermelding van het taalstatuut van de verzoekende magistraat;
C. In het geval bedoeld in artikel 56 van de gecoördineerde wetten, de vermelding van de taal waarvan de verzoekende officier een grondige kennis bezit;
D. In het geval bedoeld in artikel 57 van de gecoördineerde wetten, de taal van het diploma of getuigschrift dat de verzoeker heeft overgelegd met het oog op zijn aanvaarding als aspirant-hulpofficier of aspirant-hulponderofficier van de luchtmacht;
E. In het geval bedoeld in artikel 58 van de gecoördineerde wetten, de taal waarin de verzoeker de opleidingscyclus heeft gevolgd die voorafging aan zijn benoeming tot de graad van reserve-onderluitenant bij de strijdkrachten;
F. In het geval bedoeld in artikel 59 van de gecoördineerde wetten, de taal waarvan de verzoekende onderofficier de werkelijke kennis bezit. "
Art. 3. L'article 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 10 septembre 1958, est remplacé par la disposition suivante
" Art. 2, § 1er. La requête est datée et contient :
1° l'intitulé " requête en annulation " dans les cas prévus à l'article 14, §§ 1er et 3, des lois coordonnées, si celle-ci ne contient pas en outre une demande de suspension;
2° les nom, qualité et domicile ou siège de la partie requérante ainsi que le domicile élu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er;
3° l'objet de la demande ou du recours et un exposé des faits et des moyens;
4° les nom et adresse de la partie adverse.
§ 2. La requête contient en plus :
A. Dans le cas prévu à l'article 54 des lois coordonnées, une des indications ci-après, par ordre de priorité :
1° la région unilingue dans laquelle le fonctionnaire exerce ses fonctions;
2° le rôle linguistique auquel il appartient;
3° la langue dans laquelle il a présenté son épreuve d'admission;
4° la langue du diplôme ou du certificat qu'il a dû produire en vue de sa nomination.
B. Dans le cas prevu à l'article 55 des lois coordonnées, l'indication du statut linguistique du magistrat requérant.
C. Dans le cas prévu à l'article 56 des lois coordonnées, l'indication de la langue dont l'officier requérant possède la connaissance approfondie.
D. Dans le cas prévu à l'article 57 des lois coordonnées, la langue du diplôme ou du certificat que le requérant a produit en vue de son admission en qualité de candidat officier auxiliaire ou de candidat sous-officier auxiliaire de la force aérienne.
E. Dans le cas prévu à l'article 58 des lois coordonnées, la langue dans laquelle le requérant a suivi le cycle de formation préalable à sa nomination au grade de sous-lieutenant de réserve dans les forces armées;
F. Dans le cas prévu à l'article 59 des lois coordonnées, la langue dont le sous-officier requerant possède la connaissance effective. "
" Art. 2, § 1er. La requête est datée et contient :
1° l'intitulé " requête en annulation " dans les cas prévus à l'article 14, §§ 1er et 3, des lois coordonnées, si celle-ci ne contient pas en outre une demande de suspension;
2° les nom, qualité et domicile ou siège de la partie requérante ainsi que le domicile élu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er;
3° l'objet de la demande ou du recours et un exposé des faits et des moyens;
4° les nom et adresse de la partie adverse.
§ 2. La requête contient en plus :
A. Dans le cas prévu à l'article 54 des lois coordonnées, une des indications ci-après, par ordre de priorité :
1° la région unilingue dans laquelle le fonctionnaire exerce ses fonctions;
2° le rôle linguistique auquel il appartient;
3° la langue dans laquelle il a présenté son épreuve d'admission;
4° la langue du diplôme ou du certificat qu'il a dû produire en vue de sa nomination.
B. Dans le cas prevu à l'article 55 des lois coordonnées, l'indication du statut linguistique du magistrat requérant.
C. Dans le cas prévu à l'article 56 des lois coordonnées, l'indication de la langue dont l'officier requérant possède la connaissance approfondie.
D. Dans le cas prévu à l'article 57 des lois coordonnées, la langue du diplôme ou du certificat que le requérant a produit en vue de son admission en qualité de candidat officier auxiliaire ou de candidat sous-officier auxiliaire de la force aérienne.
E. Dans le cas prévu à l'article 58 des lois coordonnées, la langue dans laquelle le requérant a suivi le cycle de formation préalable à sa nomination au grade de sous-lieutenant de réserve dans les forces armées;
F. Dans le cas prévu à l'article 59 des lois coordonnées, la langue dont le sous-officier requerant possède la connaissance effective. "
Art. 4. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 3. De verzoekende partij voegt bij het verzoekschrift :
1° in het geval bedoeld in artikel 11 van de gecoördineerde wetten, de beslissing waarbij de bevoegde overheid eventueel de eis heeft verworpen;
2° in het geval bedoeld in artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten, een afschrift van de aanmaning;
3° in de overige gevallen, een afschrift van de bestreden akten, reglementaire bepalingen of beslissingen;
4° indien zij een rechtspersoon is, een afschrift van haar geldende statuten en van de akte van aanstelling van haar organen, alsmede het bewijs dat het daartoe bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden. ".
" Art. 3. De verzoekende partij voegt bij het verzoekschrift :
1° in het geval bedoeld in artikel 11 van de gecoördineerde wetten, de beslissing waarbij de bevoegde overheid eventueel de eis heeft verworpen;
2° in het geval bedoeld in artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten, een afschrift van de aanmaning;
3° in de overige gevallen, een afschrift van de bestreden akten, reglementaire bepalingen of beslissingen;
4° indien zij een rechtspersoon is, een afschrift van haar geldende statuten en van de akte van aanstelling van haar organen, alsmede het bewijs dat het daartoe bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden. ".
Art. 4. L'article 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. La partie requérante joint à sa requête :
1° dans le cas prévu à l'article 11 des lois coordonnées, la décision éventuelle de rejet de l'autorité compétente;
2° dans le cas visé à l'article 14, § 3, des lois coordonnees, une copie de la mise en demeure;
3° dans les autres cas, une copie des actes, dispositions réglementaires ou décisions critiquées;
4° dans les cas où la partie requérante est une personne morale, une copie des statuts en vigueur et de l'acte de désignation de ses organes ainsi que la preuve que l'organe habilité a decidé d'agir en justice. "
" Art. 3. La partie requérante joint à sa requête :
1° dans le cas prévu à l'article 11 des lois coordonnées, la décision éventuelle de rejet de l'autorité compétente;
2° dans le cas visé à l'article 14, § 3, des lois coordonnees, une copie de la mise en demeure;
3° dans les autres cas, une copie des actes, dispositions réglementaires ou décisions critiquées;
4° dans les cas où la partie requérante est une personne morale, une copie des statuts en vigueur et de l'acte de désignation de ses organes ainsi que la preuve que l'organe habilité a decidé d'agir en justice. "
Art. 5. Artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, wordt artikel 3ter.
Art. 5. L'article 3bis, inséré dans le même arrêté par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, devient l'article 3ter.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 3bis. Het verzoekschrift wordt niet op de rol ingeschreven indien :
1° uitgaande van een rechtspersoon, het niet vergezeld gaat van de stukken opgesomd in artikel 3, 4°;
2° het niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van het vereiste aantal eensluidend verklaarde afschriften;
3° het geen woonplaatskeuze bevat, wanneer deze vereist is;
4° de kwijting van de rechten niet is aangetoond en het niet vergezeld gaat van een verzoek om rechtsbijstand;
5° het niet vergezeld gaat van een afschrift van de bestreden akten, reglementaire bepalingen of beslissingen, tenzij de verzoekende partij verklaart dat ze niet in het bezit is van een zodanig afschrift;
6° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn.
In geval van toepassing van het eerste lid, richt de hoofdgriffier aan de verzoekende partij een brief waarin meegedeeld wordt waarom het verzoekschrift niet is ingeschreven op de rol en waarbij die partij verzocht wordt binnen vijftien dagen haar verzoekschrift te regulariseren.
De verzoekende partij die haar verzoekschrift regulariseert binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het tweede lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending ervan.
Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend. "
" Art. 3bis. Het verzoekschrift wordt niet op de rol ingeschreven indien :
1° uitgaande van een rechtspersoon, het niet vergezeld gaat van de stukken opgesomd in artikel 3, 4°;
2° het niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van het vereiste aantal eensluidend verklaarde afschriften;
3° het geen woonplaatskeuze bevat, wanneer deze vereist is;
4° de kwijting van de rechten niet is aangetoond en het niet vergezeld gaat van een verzoek om rechtsbijstand;
5° het niet vergezeld gaat van een afschrift van de bestreden akten, reglementaire bepalingen of beslissingen, tenzij de verzoekende partij verklaart dat ze niet in het bezit is van een zodanig afschrift;
6° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn.
In geval van toepassing van het eerste lid, richt de hoofdgriffier aan de verzoekende partij een brief waarin meegedeeld wordt waarom het verzoekschrift niet is ingeschreven op de rol en waarbij die partij verzocht wordt binnen vijftien dagen haar verzoekschrift te regulariseren.
De verzoekende partij die haar verzoekschrift regulariseert binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het tweede lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending ervan.
Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend. "
Art. 6. Un article 3bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 3bis. La requête n'est pas enrôlée lorsque :
1° émanant d'une personne morale, elle n'est pas accompagnée des documents énumérés à l'article 3, 4°;
2° elle n'est pas signée ou n'est pas accompagnée du nombre requis de copies certifiées conformes;
3° elle ne comporte pas d'élection de domicile lorsque celle-ci est requise;
4° le paiement des droits n'est pas établi et que la requête n'est pas accompagnée d'une demande d'assistance judiciaire;
5° elle n'est pas accompagnée d'une copie des actes, dispositions réglementaires ou décisions critiquées, sauf si la partie requérante déclare ne pas être en possession d'une telle copie;
6° à la requête, n'est pas joint un inventaire des pièces, lesquelles doivent toutes être numérotées conformément à cet inventaire.
En cas d'application de l'alinéa 1er, le greffier en chef adresse un courrier à la partie requérante précisant la cause du non-enrôlement et l'invitant à régulariser sa requête dans les quinze jours.
La partie requérante qui régularise sa requête dans les quinze jours de la réception de l'invitation visée à l'alinéa 2 est censée l'avoir introduite à la date de son premier envoi.
Une requête non régularisée ou régularisée de manière incomplète ou tardive est réputée non introduite. "
" Art. 3bis. La requête n'est pas enrôlée lorsque :
1° émanant d'une personne morale, elle n'est pas accompagnée des documents énumérés à l'article 3, 4°;
2° elle n'est pas signée ou n'est pas accompagnée du nombre requis de copies certifiées conformes;
3° elle ne comporte pas d'élection de domicile lorsque celle-ci est requise;
4° le paiement des droits n'est pas établi et que la requête n'est pas accompagnée d'une demande d'assistance judiciaire;
5° elle n'est pas accompagnée d'une copie des actes, dispositions réglementaires ou décisions critiquées, sauf si la partie requérante déclare ne pas être en possession d'une telle copie;
6° à la requête, n'est pas joint un inventaire des pièces, lesquelles doivent toutes être numérotées conformément à cet inventaire.
En cas d'application de l'alinéa 1er, le greffier en chef adresse un courrier à la partie requérante précisant la cause du non-enrôlement et l'invitant à régulariser sa requête dans les quinze jours.
La partie requérante qui régularise sa requête dans les quinze jours de la réception de l'invitation visée à l'alinéa 2 est censée l'avoir introduite à la date de son premier envoi.
Une requête non régularisée ou régularisée de manière incomplète ou tardive est réputée non introduite. "
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3quater ingevoegd, luidend als volgt :
" Wanneer bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte aanhangig wordt gemaakt, laat de hoofdgriffier in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands, het Frans en het Duits een bericht bekendmaken dat de identiteit van de verzoekende partij aangeeft, alsmede de akte waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt. "
" Wanneer bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte aanhangig wordt gemaakt, laat de hoofdgriffier in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands, het Frans en het Duits een bericht bekendmaken dat de identiteit van de verzoekende partij aangeeft, alsmede de akte waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt. "
Art. 7. Un article 3quater rédige comme suit est inséré dans le même arrêté :
" Lorsque le Conseil d'Etat est saisi d'un recours en annulation d'un règlement, le greffier en chef fait publier au Moniteur belge en français, néerlandais, et allemand, un avis indiquant l'identité de la partie requérante ainsi que le règlement dont l'annulation est demandée. "
" Lorsque le Conseil d'Etat est saisi d'un recours en annulation d'un règlement, le greffier en chef fait publier au Moniteur belge en français, néerlandais, et allemand, un avis indiquant l'identité de la partie requérante ainsi que le règlement dont l'annulation est demandée. "
Art. 8. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De eisen bedoeld in artikel 11 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing houdende afwijzing van het verzoekschrift tot vergoeding. Indien de administratieve overheid verzuimt een beslissing te nemen, bedraagt de termijn van verjaring drie jaar te rekenen van de datum van dat verzoekschrift. ";
2° in het derde lid worden de woorden "bij artikel 9 van de wet" vervangen door de woorden "in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten. "
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De eisen bedoeld in artikel 11 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing houdende afwijzing van het verzoekschrift tot vergoeding. Indien de administratieve overheid verzuimt een beslissing te nemen, bedraagt de termijn van verjaring drie jaar te rekenen van de datum van dat verzoekschrift. ";
2° in het derde lid worden de woorden "bij artikel 9 van de wet" vervangen door de woorden "in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten. "
Art. 8. A l'article 4 du même arrête, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les demandes visées à l'article 11 des lois coordonnées sont prescrites soixante jours après la notification du rejet de la requête en indemnité. Si l'autorité administrative néglige de statuer, le délai de prescription est de trois ans à dater de cette requête. ";
2° à l'alinéa 3, les mots "à l'article 9 de la loi" sont remplacés par les mots "à l'article 14, §§ 1er et 3 des lois coordonnées. "
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les demandes visées à l'article 11 des lois coordonnées sont prescrites soixante jours après la notification du rejet de la requête en indemnité. Si l'autorité administrative néglige de statuer, le délai de prescription est de trois ans à dater de cette requête. ";
2° à l'alinéa 3, les mots "à l'article 9 de la loi" sont remplacés par les mots "à l'article 14, §§ 1er et 3 des lois coordonnées. "
Art. 9. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, wordt vervangen als volgt :
" Art. 6, § 1. Zodra het mogelijk is, stuurt de hoofdgriffier een kopie van het verzoekschrift aan de verwerende partij.
§ 2. Indien het administratief dossier in het bezit is van de verwerende partij, beschikt deze over een termijn van zestig dagen om aan de griffie een memorie van antwoord en het volledige administratief dossier toe te zenden.
§ 3. Indien het administratief dossier niet in het bezit is van de verwerende partij, geeft deze de griffie daarvan onverwijld en schriftelijk kennis en geeft ze aan waar het zich bij haar weten bevindt. De hoofdgriffier vordert op verzoek van de auditeur-verslaggever de mededeling ervan aan de overheid die het onder zich heeft. Zonder verwijl zendt deze het gevorderde dossier naar de griffie.
In dit geval gaat de termijn van zestig dagen voor het toezenden van de memorie van antwoord in met de dag waarop de verwerende partij ervan in kennis is gesteld dat het dossier ter griffie is neergelegd.
§ 4. Indien het verzoekschrift een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing bevat, gaat de termijn van zestig dagen voor het toezenden van de memorie van antwoord en, in voorkomend geval, het administratief dossier of een aanvulling ervan, pas in met de kennisgeving van het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing.
Ingeval het arrest het verzoek tot schorsing afwijst gaat de in het voorgaande lid bedoelde termijn van zestig dagen pas in met de kennisgeving door de griffie van het door de verzoekende partij ingediende verzoek tot voortzetting van de rechtspleging. "
" Art. 6, § 1. Zodra het mogelijk is, stuurt de hoofdgriffier een kopie van het verzoekschrift aan de verwerende partij.
§ 2. Indien het administratief dossier in het bezit is van de verwerende partij, beschikt deze over een termijn van zestig dagen om aan de griffie een memorie van antwoord en het volledige administratief dossier toe te zenden.
§ 3. Indien het administratief dossier niet in het bezit is van de verwerende partij, geeft deze de griffie daarvan onverwijld en schriftelijk kennis en geeft ze aan waar het zich bij haar weten bevindt. De hoofdgriffier vordert op verzoek van de auditeur-verslaggever de mededeling ervan aan de overheid die het onder zich heeft. Zonder verwijl zendt deze het gevorderde dossier naar de griffie.
In dit geval gaat de termijn van zestig dagen voor het toezenden van de memorie van antwoord in met de dag waarop de verwerende partij ervan in kennis is gesteld dat het dossier ter griffie is neergelegd.
§ 4. Indien het verzoekschrift een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing bevat, gaat de termijn van zestig dagen voor het toezenden van de memorie van antwoord en, in voorkomend geval, het administratief dossier of een aanvulling ervan, pas in met de kennisgeving van het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing.
Ingeval het arrest het verzoek tot schorsing afwijst gaat de in het voorgaande lid bedoelde termijn van zestig dagen pas in met de kennisgeving door de griffie van het door de verzoekende partij ingediende verzoek tot voortzetting van de rechtspleging. "
Art. 9. L'article 6 du même arrête, modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6, § 1er. Dès que possible, le greffier en chef envoie une copie de la requête à la partie adverse.
§ 2. Si le dossier administratif est en la possession de la partie adverse, celle-ci a soixante jours pour transmettre au greffe un mémoire en réponse ainsi que le dossier administratif complet.
§ 3. Si le dossier administratif ne se trouve pas en la possession de la partie adverse, celle-ci en fait immédiatement la déclaration écrite au greffe en indiquant où à sa connaissance il se trouve. A la requête de l'auditeur rapporteur, le greffier en chef en réclame la communication à l'autorité qui le détient. Celle-ci transmet sans délai au greffe le dossier réclamé.
Dans ce cas, le délai de soixante jours pour la transmission du mémoire en réponse commence à courir à dater du jour où la partie adverse a été avisée du dépôt du dossier au greffe.
§ 4. En cas de requête comportant un recours en annulation et une demande de suspension, le délai de soixante jours pour transmettre le mémoire en réponse et, le cas échéant, le dossier administratif ou un complément au dossier administratif, ne commence à courir qu'à partir de la notification de l'arrêt statuant sur la demande de suspension.
Au cas où l'arrêt rejette la demande de suspension, le délai de soixante jours visé à l'alinéa précédent ne commence à courir qu'à compter de la notification par le greffe de la demande de poursuite de la procédure introduite par la partie requérante. "
" Art. 6, § 1er. Dès que possible, le greffier en chef envoie une copie de la requête à la partie adverse.
§ 2. Si le dossier administratif est en la possession de la partie adverse, celle-ci a soixante jours pour transmettre au greffe un mémoire en réponse ainsi que le dossier administratif complet.
§ 3. Si le dossier administratif ne se trouve pas en la possession de la partie adverse, celle-ci en fait immédiatement la déclaration écrite au greffe en indiquant où à sa connaissance il se trouve. A la requête de l'auditeur rapporteur, le greffier en chef en réclame la communication à l'autorité qui le détient. Celle-ci transmet sans délai au greffe le dossier réclamé.
Dans ce cas, le délai de soixante jours pour la transmission du mémoire en réponse commence à courir à dater du jour où la partie adverse a été avisée du dépôt du dossier au greffe.
§ 4. En cas de requête comportant un recours en annulation et une demande de suspension, le délai de soixante jours pour transmettre le mémoire en réponse et, le cas échéant, le dossier administratif ou un complément au dossier administratif, ne commence à courir qu'à partir de la notification de l'arrêt statuant sur la demande de suspension.
Au cas où l'arrêt rejette la demande de suspension, le délai de soixante jours visé à l'alinéa précédent ne commence à courir qu'à compter de la notification par le greffe de la demande de poursuite de la procédure introduite par la partie requérante. "
Art. 10. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", na advies van de auditeur-generaal", geschrapt.
Art. 10. A l'article 11, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "après avis de l'auditeur général" sont supprimés.
Art. 11. Het opschrift van Titel I, hoofdstuk II, sectie II, wordt vervangen als volgt :
" Het onderzoek door de afdeling bestuursrechtspraak. "
" Het onderzoek door de afdeling bestuursrechtspraak. "
Art. 11. L'intitule de la section II du chapitre II du Titre Ier est remplacé par le texte suivant :
" De l'instruction par la section du contentieux administratif. "
" De l'instruction par la section du contentieux administratif. "
Art. 12. Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, wordt vervangen als volgt :
" Art. 12. Nadat de voorafgaande maatregelen zijn uitgevoerd, maakt het met toepassing van artikel 5 aangewezen lid van het auditoraat verslag op over de zaak.
Met het oog op het opmaken van dat verslag voert de auditeur rechtstreeks briefwisseling met alle overheden en besturen en kan hij zowel aan hen als aan de partijen alle dienstige inlichtingen en documenten vragen.
Hij kan de partijen een termijn opleggen voor het verstrekken van de gevraagde inlichtingen en documenten. Indien deze niet binnen de gestelde termijn zijn meegedeeld, stelt hij, hiermee rekening houdende, zijn verslag op.
Het gedagtekende en ondertekende verslag wordt aan de griffie toegezonden. "
" Art. 12. Nadat de voorafgaande maatregelen zijn uitgevoerd, maakt het met toepassing van artikel 5 aangewezen lid van het auditoraat verslag op over de zaak.
Met het oog op het opmaken van dat verslag voert de auditeur rechtstreeks briefwisseling met alle overheden en besturen en kan hij zowel aan hen als aan de partijen alle dienstige inlichtingen en documenten vragen.
Hij kan de partijen een termijn opleggen voor het verstrekken van de gevraagde inlichtingen en documenten. Indien deze niet binnen de gestelde termijn zijn meegedeeld, stelt hij, hiermee rekening houdende, zijn verslag op.
Het gedagtekende en ondertekende verslag wordt aan de griffie toegezonden. "
Art. 12. L'article 12 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, est remplace par la disposition suivante :
" Art. 12. Après l'accomplissement des mesures préalables, le membre de l'auditorat désigné en application de l'article 5 rédige un rapport sur l'affaire.
En vue de rédiger son rapport, l'auditeur correspond directement avec toutes les autorités et administrations et il peut leur demander, ainsi qu'aux parties, tous renseignements et documents utiles.
Il peut imposer aux parties un délai pour fournir les renseignements et documents demandés. A défaut de communication de ceux-ci dans ce délai, il rédige son rapport en l'état.
Le rapport, daté et signé, est transmis au greffe. "
" Art. 12. Après l'accomplissement des mesures préalables, le membre de l'auditorat désigné en application de l'article 5 rédige un rapport sur l'affaire.
En vue de rédiger son rapport, l'auditeur correspond directement avec toutes les autorités et administrations et il peut leur demander, ainsi qu'aux parties, tous renseignements et documents utiles.
Il peut imposer aux parties un délai pour fournir les renseignements et documents demandés. A défaut de communication de ceux-ci dans ce délai, il rédige son rapport en l'état.
Le rapport, daté et signé, est transmis au greffe. "
Art. 13. In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de woorden "aan de kamer" vervangen door de woorden "aan de griffie".
Art. 13. A l'article 13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, les mots "transmis à la chambre" sont remplacés par les mots "transmis au greffe".
Art. 14. In artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, worden de eerste twee leden vervangen als volgt :
" Art. 14. De griffie brengt de verslagen bedoeld in de artikelen 12 en 13 ter kennis van de partijen en deelt een exemplaar ervan mee aan de kamer belast met de zaak.
Elk van de partijen beschikt over dertig dagen om een laatste memorie in te dienen met, in voorkomend geval, het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging. "
" Art. 14. De griffie brengt de verslagen bedoeld in de artikelen 12 en 13 ter kennis van de partijen en deelt een exemplaar ervan mee aan de kamer belast met de zaak.
Elk van de partijen beschikt over dertig dagen om een laatste memorie in te dienen met, in voorkomend geval, het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging. "
Art. 14. A l'article 14 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956 et modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, les deux premiers alinéas sont remplacés par les dispositions suivantes :
" Art. 14. Le greffe notifie aux parties les rapports prévus par les articles 12 et 13 et il en communique un exemplaire à la chambre saisie de l'affaire.
Chacune des parties a trente jours pour déposer un dernier mémoire avec, le cas échéant, la demande de poursuite de la procédure. "
" Art. 14. Le greffe notifie aux parties les rapports prévus par les articles 12 et 13 et il en communique un exemplaire à la chambre saisie de l'affaire.
Chacune des parties a trente jours pour déposer un dernier mémoire avec, le cas échéant, la demande de poursuite de la procédure. "
Art. 15. In artikel 14quater, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991 en vervangen bij het koninklijk besluit van 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt het eerste tot vierde lid van dit artikel ;
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt het eerste tot vierde lid van dit artikel ;
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 15. A l'article 14quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 7 janvier 1991 et remplacé par l'arrêté royal du 26 juin 2000, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er devient les alinéas premier à quatre de cet article ;
2° le paragraphe 2 est abrogé.
1° le paragraphe 1er devient les alinéas premier à quatre de cet article ;
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 14quinquies. Het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bedoeld in artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten wordt ingediend bij een ter post aangetekende brief.
Indien geen enkel verzoek is ingediend binnen de termijn gesteld in artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten, deelt de hoofdgriffier op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partij mee dat de kamer uitspraak zal doen over de nietigverklaring van de bestreden akte, tenzij één van hen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
Indien geen enkele partij vraagt om te worden gehoord, kan de kamer de bestreden akte nietig verklaren.
Indien een partij vraagt om te worden gehoord, roept de voorzitter of de aangewezen staatsraad de partijen op om op korte termijn te verschijnen. De kamer doet onverwijld uitspraak over het beroep tot nietigverklaring, de partijen en het aangewezen lid van het auditoraat in zijn advies gehoord. "
" Art. 14quinquies. Het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bedoeld in artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten wordt ingediend bij een ter post aangetekende brief.
Indien geen enkel verzoek is ingediend binnen de termijn gesteld in artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten, deelt de hoofdgriffier op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partij mee dat de kamer uitspraak zal doen over de nietigverklaring van de bestreden akte, tenzij één van hen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
Indien geen enkele partij vraagt om te worden gehoord, kan de kamer de bestreden akte nietig verklaren.
Indien een partij vraagt om te worden gehoord, roept de voorzitter of de aangewezen staatsraad de partijen op om op korte termijn te verschijnen. De kamer doet onverwijld uitspraak over het beroep tot nietigverklaring, de partijen en het aangewezen lid van het auditoraat in zijn advies gehoord. "
Art. 16. Un article 14quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 14quinquies. La demande de poursuite de la procédure visée à l'article 30, § 3, des lois coordonnées, est introduite par une lettre recommandée à la poste.
Lorsqu'aucune demande n'est introduite dans le délai prévu par l'article 30, § 3, des lois coordonnées, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, notifie à la partie adverse et à la partie intervenante que la chambre va statuer sur l'annulation de l'acte attaqué, a moins que dans un délai de quinze jours, l'une d'elles ne demande à être entendue.
Si aucune partie ne demande à être entendue, la chambre peut annuler l'acte attaqué.
Si un partie demande à être entendue, le président ou le conseiller désigné convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et le membre de l'auditorat désigné en son avis, la chambre statue sans délai sur le recours en annulation. "
" Art. 14quinquies. La demande de poursuite de la procédure visée à l'article 30, § 3, des lois coordonnées, est introduite par une lettre recommandée à la poste.
Lorsqu'aucune demande n'est introduite dans le délai prévu par l'article 30, § 3, des lois coordonnées, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, notifie à la partie adverse et à la partie intervenante que la chambre va statuer sur l'annulation de l'acte attaqué, a moins que dans un délai de quinze jours, l'une d'elles ne demande à être entendue.
Si aucune partie ne demande à être entendue, la chambre peut annuler l'acte attaqué.
Si un partie demande à être entendue, le président ou le conseiller désigné convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et le membre de l'auditorat désigné en son avis, la chambre statue sans délai sur le recours en annulation. "
Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14sexies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 14sexies. Bij de kennisgeving van het verslag aan de partijen maakt de hoofdgriffier melding van :
- artikel 14;
- artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten, alsmede van artikel 14quater ;
- artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten, alsmede van artikel 14quinquies. "
" Art. 14sexies. Bij de kennisgeving van het verslag aan de partijen maakt de hoofdgriffier melding van :
- artikel 14;
- artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten, alsmede van artikel 14quater ;
- artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten, alsmede van artikel 14quinquies. "
Art. 17. Un article 14sexies, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 14sexies. Lors de la notification du rapport aux parties, le greffier en chef fait mention :
- de l'article 14;
- de l'article 21, alinéa 6, des lois coordonnées ainsi que de l'article 14quater ;
- de l'article 30, § 3, des lois coordonnées ainsi que de l'article 14quinquies. "
" Art. 14sexies. Lors de la notification du rapport aux parties, le greffier en chef fait mention :
- de l'article 14;
- de l'article 21, alinéa 6, des lois coordonnées ainsi que de l'article 14quater ;
- de l'article 30, § 3, des lois coordonnées ainsi que de l'article 14quinquies. "
Art. 18. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het derde lid worden de woorden "van de partijen, hun advocaten en de commissaris der regering" vervangen door de woorden "van de partijen en van hun advocaten".
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het derde lid worden de woorden "van de partijen, hun advocaten en de commissaris der regering" vervangen door de woorden "van de partijen en van hun advocaten".
Art. 18. A l'article 16 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par les mots "le conseiller, l'auditeur-géneral ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 3, les mots "aux parties, à leurs avocats et au Commissaire du gouvernement" sont remplacés par les mots "aux parties et à leurs avocats".
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par les mots "le conseiller, l'auditeur-géneral ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 3, les mots "aux parties, à leurs avocats et au Commissaire du gouvernement" sont remplacés par les mots "aux parties et à leurs avocats".
Art. 19. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 17. De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kunnen de partijen en alle andere personen horen.
De partijen en hun advocaten worden opgeroepen.
Het proces-verbaal van verhoor wordt ondertekend door de Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat, alsmede door de griffier en de gehoorde persoon. "
" Art. 17. De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kunnen de partijen en alle andere personen horen.
De partijen en hun advocaten worden opgeroepen.
Het proces-verbaal van verhoor wordt ondertekend door de Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat, alsmede door de griffier en de gehoorde persoon. "
Art. 19. L'article 17 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 17. Le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut entendre les parties et toutes autres personnes.
Les parties et leurs avocats sont convoqués.
Le procès-verbal de l'audition est signé par le conseiller ou l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné ainsi que par le greffier et la personne entendue. "
" Art. 17. Le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut entendre les parties et toutes autres personnes.
Les parties et leurs avocats sont convoqués.
Le procès-verbal de l'audition est signé par le conseiller ou l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné ainsi que par le greffier et la personne entendue. "
Art. 20. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 18 du même arrêté est abrogé.
Art. 21. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het tweede lid worden de woorden "zo de commissaris der regering opgeroepen werd" geschrapt.
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het tweede lid worden de woorden "zo de commissaris der regering opgeroepen werd" geschrapt.
Art. 21. A l'article 19, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller d'Etat et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par le mots "le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 2, les mots "si le Commissaire du gouvernement l'a été" sont supprimés.
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller d'Etat et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par le mots "le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 2, les mots "si le Commissaire du gouvernement l'a été" sont supprimés.
Art. 22. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het derde lid worden de woorden "en gebeurlijk de commissaris der regering" geschrapt.
1° in het eerste lid worden de woorden "De aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat kunnen" vervangen door de woorden "De Staatsraad, de auditeur-generaal of het aangewezen lid van het auditoraat kan";
2° in het derde lid worden de woorden "en gebeurlijk de commissaris der regering" geschrapt.
Art. 22. A l'article 20 du même arrêté sont apportées les modification suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller d'Etat et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par le mots "le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 3, les mots "et éventuellement le Commissaire du gouvernement" sont supprimés.
1° à l'alinéa 1er, les mots "le conseiller d'Etat et le membre de l'auditorat désignés peuvent" sont remplacés par le mots "le conseiller, l'auditeur général ou le membre de l'auditorat désigné peut";
2° à l'alinéa 3, les mots "et éventuellement le Commissaire du gouvernement" sont supprimés.
Art. 23. Artikel 22, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De handtekening van de deskundigen wordt voorafgegaan door de eed :
" Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb. "
of
" Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité. "
of
" Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfüllt habe. "
" De handtekening van de deskundigen wordt voorafgegaan door de eed :
" Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb. "
of
" Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité. "
of
" Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfüllt habe. "
Art. 23. L'article 22, alinéa 2, du même arrête est remplacé par la disposition suivante :
" La signature des experts est précédée du serment :
" Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité. "
ou
" Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb. "
ou
" Ich schwore, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfullt habe. "
" La signature des experts est précédée du serment :
" Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité. "
ou
" Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb. "
ou
" Ich schwore, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfullt habe. "
Art. 24. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden ", evenals de commissaris der regering", geschrapt;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden ", evenals de commissaris der regering", geschrapt;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 24. A l'article 25 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "ainsi que le Commissaire du gouvernement" sont supprimés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "ainsi que le Commissaire du gouvernement" sont supprimés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 25. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 26. Binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de laatste memories kunnen de partijen, wanneer geen enkele laatste memorie werd ingediend, in een gezamenlijke verklaring, beslissen dat de zaak niet op een terechtzitting dient te worden behandeld, indien in het beroep tot nietigverklaring het verslag zonder voorbehoud tot verwerping of tot nietigverklaring besluit en indien in dat verslag evenmin verzocht wordt om nadere inlichtingen of uitleg.
De kamer kan om mondelinge uitleg verzoeken omtrent de punten die ze aangeeft. Te dien einde stelt ze bij een beschikking, die de hoofdgriffier ter kennis brengt van de partijen en van de auditeur, de datum vast waarop de partijen en de auditeur zullen worden gehoord. "
" Art. 26. Binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de laatste memories kunnen de partijen, wanneer geen enkele laatste memorie werd ingediend, in een gezamenlijke verklaring, beslissen dat de zaak niet op een terechtzitting dient te worden behandeld, indien in het beroep tot nietigverklaring het verslag zonder voorbehoud tot verwerping of tot nietigverklaring besluit en indien in dat verslag evenmin verzocht wordt om nadere inlichtingen of uitleg.
De kamer kan om mondelinge uitleg verzoeken omtrent de punten die ze aangeeft. Te dien einde stelt ze bij een beschikking, die de hoofdgriffier ter kennis brengt van de partijen en van de auditeur, de datum vast waarop de partijen en de auditeur zullen worden gehoord. "
Art. 25. L'article 26 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 26. Dans les quinze jours de l'expiration du délai prescrit pour les derniers mémoires, les parties peuvent décider d'introduire une déclaration commune selon laquelle la cause ne sera pas appelee à l'audience relative au recours en annulation dans les cas où, à la fois, le rapport conclut soit au rejet soit à l'annulation, sans réserve ni demande de renseignements ou d'explications et qu'aucun dernier mémoire n'est déposé.
La chambre peut demander des explications orales sur les points qu'elle indique. A cette fin, par une ordonnance que le greffier en chef notifie aux parties et à l'auditeur, elle fixe une date à laquelle les parties et l'auditeur seront entendus. "
" Art. 26. Dans les quinze jours de l'expiration du délai prescrit pour les derniers mémoires, les parties peuvent décider d'introduire une déclaration commune selon laquelle la cause ne sera pas appelee à l'audience relative au recours en annulation dans les cas où, à la fois, le rapport conclut soit au rejet soit à l'annulation, sans réserve ni demande de renseignements ou d'explications et qu'aucun dernier mémoire n'est déposé.
La chambre peut demander des explications orales sur les points qu'elle indique. A cette fin, par une ordonnance que le greffier en chef notifie aux parties et à l'auditeur, elle fixe une date à laquelle les parties et l'auditeur seront entendus. "
Art. 26. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 28. De partijen en hun advocaten worden vijftien dagen vooraf in kennis gesteld van de datum van de terechtzitting. "
" Art. 28. De partijen en hun advocaten worden vijftien dagen vooraf in kennis gesteld van de datum van de terechtzitting. "
Art. 26. L'article 28 du même arrêté est remplace par la disposition suivante :
" Art. 28. Les parties et leurs avocats sont avises de la date de l'audience quinze jours d'avance. "
" Art. 28. Les parties et leurs avocats sont avises de la date de l'audience quinze jours d'avance. "
Art. 27. Artikel 29 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956, wordt gewijzigd als volgt :
1° in het eerste lid worden de woorden "vat de feitelijke toedracht der zaak en de middelen der partijen samen" vervangen door de woorden "zet de stand van de zaak uiteen";
2° in het tweede lid worden de woorden "De regeringscommissaris," geschrapt;
3° in het vierde lid wordt het woord "verslaggever" geschrapt.
1° in het eerste lid worden de woorden "vat de feitelijke toedracht der zaak en de middelen der partijen samen" vervangen door de woorden "zet de stand van de zaak uiteen";
2° in het tweede lid worden de woorden "De regeringscommissaris," geschrapt;
3° in het vierde lid wordt het woord "verslaggever" geschrapt.
Art. 27. L'article 29 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, est modifié comme suit :
1° à l'alinéa 1er, les mots "résume les faits de la cause ainsi que les moyens des parties" sont remplacés par les mots "expose l'état de l'affaire";
2° à l'alinéa 2, les mots "le Commissaire du gouvernement" sont supprimés;
3° a l'alinéa 4, le mot "rapporteur" est supprimé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "résume les faits de la cause ainsi que les moyens des parties" sont remplacés par les mots "expose l'état de l'affaire";
2° à l'alinéa 2, les mots "le Commissaire du gouvernement" sont supprimés;
3° a l'alinéa 4, le mot "rapporteur" est supprimé.
Art. 28. In het opschrift van Titel III worden de woorden "adviezen en" geschrapt.
Art. 28. Dans l'intitulé du Titre III., les mots "avis et " sont supprimés.
Art. 29. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 29. L'article 33 du même arrêté est abrogé.
Art. 30. In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "Het advies of het arrest" worden vervangen door de woorden "Het arrest";
2° 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° de namen, de woonplaats of de zetel van de partijen, de door hen gekozen woonplaats en, in voorkomend geval, de naam en de hoedanigheid van de persoon die deze vertegenwoordigt;";
3° in 3° worden de woorden "en van de regeringscommissaris" geschrapt;
4° 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° het feit dat het advies van het lid van het auditoraat al dan niet overeenstemt met het arrest;".
1° de woorden "Het advies of het arrest" worden vervangen door de woorden "Het arrest";
2° 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° de namen, de woonplaats of de zetel van de partijen, de door hen gekozen woonplaats en, in voorkomend geval, de naam en de hoedanigheid van de persoon die deze vertegenwoordigt;";
3° in 3° worden de woorden "en van de regeringscommissaris" geschrapt;
4° 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° het feit dat het advies van het lid van het auditoraat al dan niet overeenstemt met het arrest;".
Art. 30. A l'article 34 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956 précité, sont apportees les modifications suivantes :
1° les mots "L'avis ou l'arrêt" sont remplacés par les mots "L'arrêt";
2° le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les noms, domicile ou siège des parties, leur domicile élu et, le cas échéant, les nom et qualité de la personne qui les représente;";
3° au 3°, les mots "et du Commissaire du Gouvernement" sont supprimés;
4° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° de l'indication que l'avis du membre de l'auditorat est ou non conforme à l'arrêt;".
1° les mots "L'avis ou l'arrêt" sont remplacés par les mots "L'arrêt";
2° le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les noms, domicile ou siège des parties, leur domicile élu et, le cas échéant, les nom et qualité de la personne qui les représente;";
3° au 3°, les mots "et du Commissaire du Gouvernement" sont supprimés;
4° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° de l'indication que l'avis du membre de l'auditorat est ou non conforme à l'arrêt;".
Art. 31. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de woorden "adviezen en"geschrapt.
Art. 31. A l'article 35 du même arrêté, les mots "avis et" sont supprimés.
Art. 32. Artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 1997, wordt vervangen als volgt :
" Art. 36. De arresten worden door de griffier ter kennis gebracht van de partijen.
Evenwel wordt bij gewone brief een ongezegeld afschrift toegezonden van de arresten die besluiten tot uitdrukkelijke afstand of tot een vermoeden van afstand of die de afwezigheid van het vereiste belang vaststellen, met toepassing van de artikelen 17, § 4ter, en 21, tweede en zesde lid, van de gecoördineerde wetten, van de arresten waarin een zaak van de rol wordt geschrapt, alsmede van de arresten waarin besloten wordt dat het beroep doelloos is. "
" Art. 36. De arresten worden door de griffier ter kennis gebracht van de partijen.
Evenwel wordt bij gewone brief een ongezegeld afschrift toegezonden van de arresten die besluiten tot uitdrukkelijke afstand of tot een vermoeden van afstand of die de afwezigheid van het vereiste belang vaststellen, met toepassing van de artikelen 17, § 4ter, en 21, tweede en zesde lid, van de gecoördineerde wetten, van de arresten waarin een zaak van de rol wordt geschrapt, alsmede van de arresten waarin besloten wordt dat het beroep doelloos is. "
Art. 32. L'article 36 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 17 février 1997, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 36. Les arrêts sont notifiés aux parties par les soins du greffier.
Toutefois, les arrêts qui décrètent le désistement exprès ou presumé ou qui constatent l'absence de l'intérêt requis, par application des articles 17, § 4ter, et 21, alinéas 2 et 6, des lois coordonnées, qui rayent une affaire du rôle ainsi que les arrêts qui décident qu'il n'y a plus lieu de statuer font l'objet d'un envoi en copie libre sous pli ordinaire. "
" Art. 36. Les arrêts sont notifiés aux parties par les soins du greffier.
Toutefois, les arrêts qui décrètent le désistement exprès ou presumé ou qui constatent l'absence de l'intérêt requis, par application des articles 17, § 4ter, et 21, alinéas 2 et 6, des lois coordonnées, qui rayent une affaire du rôle ainsi que les arrêts qui décident qu'il n'y a plus lieu de statuer font l'objet d'un envoi en copie libre sous pli ordinaire. "
Art. 33. Artikel 39, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Deze bekendmaking wordt onverwijld gedaan door de verwerende partij, op verzoek van de hoofdgriffier. "
" Deze bekendmaking wordt onverwijld gedaan door de verwerende partij, op verzoek van de hoofdgriffier. "
Art. 33. L'article 39, alinéa 3, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Cette publication est faite sans délai par la partie adverse à la requête du greffier en chef. "
" Cette publication est faite sans délai par la partie adverse à la requête du greffier en chef. "
Art. 34. In artikel 40, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de woorden "de artikelen 9 en 10 van de wet" vervangen door de woorden "de artikelen 14, §§ 1 en 3, en 16 van de gecoördineerde wetten".
Art. 34. A l'article 40, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, les mots "articles 9 et 10 de la loi" sont remplacés par les mots "articles 14, §§ 1er et 3, et 16, des lois coordonnées".
Art. 35. In artikel 41, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "voor de afdeling administratie" vervangen door de woorden "voor de afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 35. A l'article 41, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "devant la section d'administration" sont remplaces par les mots "devant la section du contentieux administratif".
Art. 36. In artikel 47, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de woorden "de artikelen 9 en 10 van de wet" vervangen door de woorden "de artikelen 14, §§ 1 en 3, en 16 van de gecoördineerde wetten".
Art. 36. A l'article 47, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, les mots "articles 9 et 10 de la loi" sont remplacés par les mots "articles 14, §§ 1er et 3, et 16, des lois coordonnées".
Art. 37. In artikel 50bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 november 1955 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de woorden "de artikelen 9 en 10 van de wet" vervangen door de woorden "de artikelen 14, §§ 1 en 3, en 16 van de gecoördineerde wetten".
Art. 37. A l'article 50bis, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 novembre 1955 et modifié par l 'arrêté royal du 15 juillet 1956, les mots "articles 9 et 10 de la loi" sont remplacés par les mots "articles 14, §§ 1er et 3, et 16, des lois coordonnées".
Art. 38. Aan artikel 52 van hetzelfde besluit, opgeheven bij de wet van 17 oktober 1990, en hersteld bij het koninklijk besluit van 7 januari 1991, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° het artikel wordt artikel 53;
2° in het eerste lid van datzelfde artikel worden de woorden "artikel 21bis, § 2, derde en vierde lid" vervangen door de woorden "artikel 21bis, § 1, zevende en achtste lid".
1° het artikel wordt artikel 53;
2° in het eerste lid van datzelfde artikel worden de woorden "artikel 21bis, § 2, derde en vierde lid" vervangen door de woorden "artikel 21bis, § 1, zevende en achtste lid".
Art. 38. A l'article 52, du même arrêté, abrogé par la loi du 17 octobre 1990 et retabli par l'arrêté royal du 7 janvier 1991, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'article devient l'article 53;
2° à l'alinéa 1er du même article, les mots "l'article 21bis, § 2, alinéas 3 et 4" sont remplacés par les mots "l'article 21bis, § 1er, alinéas 7 et 8".
1° l'article devient l'article 53;
2° à l'alinéa 1er du même article, les mots "l'article 21bis, § 2, alinéas 3 et 4" sont remplacés par les mots "l'article 21bis, § 1er, alinéas 7 et 8".
Art. 39. In hoofdstuk II van Titel VI van hetzelfde besluit wordt een nieuwe bepaling ingevoegd die artikel 52 wordt en als volgt luidt :
" Art. 52, § 1. Het verzoekschrift tot tussenkomst wordt ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoeker tot tussenkomst en de gekozen woonplaats;
2° de vermelding van de zaak waarin hij wenst tussen te komen alsook het rolnummer waaronder de zaak ingeschreven is, als het gekend is;
3° een uiteenzetting van het belang van de verzoeker tot tussenkomst bij de beslechting van de zaak.
§ 3. Het artikel 2, § 2, het artikel 3, 4° en het artikel 84, § 2, zijn van toepassing op het verzoekschrift tot tussenkomst. "
" Art. 52, § 1. Het verzoekschrift tot tussenkomst wordt ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoeker tot tussenkomst en de gekozen woonplaats;
2° de vermelding van de zaak waarin hij wenst tussen te komen alsook het rolnummer waaronder de zaak ingeschreven is, als het gekend is;
3° een uiteenzetting van het belang van de verzoeker tot tussenkomst bij de beslechting van de zaak.
§ 3. Het artikel 2, § 2, het artikel 3, 4° en het artikel 84, § 2, zijn van toepassing op het verzoekschrift tot tussenkomst. "
Art. 39. Dans le Chapitre II du Titre VI du même arrêté est insérée une nouvelle disposition qui devient l'article 52, rédigé comme suit :
" Art. 52, § 1er. La requête en intervention est signée par le demandeur en intervention ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
§ 2. La requête est datée et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur en intervention et le domicile élu;
2° l'indication de l'affaire dans laquelle il demande à intervenir ainsi que le numéro de rôle sous lequel l'affaire est inscrite, s'il est connu;
3° un exposé de l'intérêt qu'a le demandeur en intervention à la solution de l 'affaire.
§ 3. L'article 2, § 2, l'article 3, 4°, et l'article 84, § 2, sont applicables à la requête en intervention. "
" Art. 52, § 1er. La requête en intervention est signée par le demandeur en intervention ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
§ 2. La requête est datée et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur en intervention et le domicile élu;
2° l'indication de l'affaire dans laquelle il demande à intervenir ainsi que le numéro de rôle sous lequel l'affaire est inscrite, s'il est connu;
3° un exposé de l'intérêt qu'a le demandeur en intervention à la solution de l 'affaire.
§ 3. L'article 2, § 2, l'article 3, 4°, et l'article 84, § 2, sont applicables à la requête en intervention. "
Art. 40. Artikel 61 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 december 1968, wordt opgeheven.
Art. 40. L'article 61 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 31 décembre 1968 est abrogé.
Art. 41. In artikel 62 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 december 1968, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De leden van de afdeling administratie" vervangen door de woorden "De leden van de afdeling bestuursrechtspraak en van het auditoraat";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Ieder lid van de afdeling bestuursrechtspraak of van het auditoraat dat weet dat hem een grond van wraking treft, moet, naargelang van het geval de kamer of de auditeur-generaal daarvan verwittigen, die beslist of het lid van de bedoelde afdeling of van het auditoraat zich al dan niet moet onthouden. "
1° in het eerste lid worden de woorden "De leden van de afdeling administratie" vervangen door de woorden "De leden van de afdeling bestuursrechtspraak en van het auditoraat";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Ieder lid van de afdeling bestuursrechtspraak of van het auditoraat dat weet dat hem een grond van wraking treft, moet, naargelang van het geval de kamer of de auditeur-generaal daarvan verwittigen, die beslist of het lid van de bedoelde afdeling of van het auditoraat zich al dan niet moet onthouden. "
Art. 41. A l'article 62 du même arreté, modifié par l'arrêté royal du 31 décembre 1968, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "les membres de la section d'administration" sont remplacés par les mots "les membres de la section du contentieux administratif et de l'auditorat";
2° l'alinéa 2 est remplacé par le texte suivant :
" Tout membre de la section du contentieux administratif ou de l'auditorat qui sait cause de récusation en sa personne est tenu de le déclarer selon le cas à la chambre ou à l'auditeur général, qui décide s'il doit s'abstenir. "
1° à l'alinéa 1er, les mots "les membres de la section d'administration" sont remplacés par les mots "les membres de la section du contentieux administratif et de l'auditorat";
2° l'alinéa 2 est remplacé par le texte suivant :
" Tout membre de la section du contentieux administratif ou de l'auditorat qui sait cause de récusation en sa personne est tenu de le déclarer selon le cas à la chambre ou à l'auditeur général, qui décide s'il doit s'abstenir. "
Art. 42. In artikel 66 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de woorden "in artikel 70" vervangen door de woorden "in artikel 30, §§ 5 tot 7, van de gecoördineerde wetten".
Art. 42. A l'article 66 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, les mots "à l'article 70" sont remplacés par les mots "à l'article 30, §§ 5 à 7, des lois coordonnées".
Art. 43. Artikel 68, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, wordt vervangen als volgt :
" Is de aanvraag of het beroep door een publiekrechtelijke rechtspersoon ingediend, dan worden de rechten bedoeld in artikel 30, §§ 5 tot 7, van de gecoördineerde wetten door de griffier van de Raad van State in debet begroot, en worden de honoraria en voorschotten der deskundigen alsmede het getuigengeld voorgeschoten door de Federale Overheidsdienst Financiën en als uitgaven in de rekeningen ten bezware der begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt. "
" Is de aanvraag of het beroep door een publiekrechtelijke rechtspersoon ingediend, dan worden de rechten bedoeld in artikel 30, §§ 5 tot 7, van de gecoördineerde wetten door de griffier van de Raad van State in debet begroot, en worden de honoraria en voorschotten der deskundigen alsmede het getuigengeld voorgeschoten door de Federale Overheidsdienst Financiën en als uitgaven in de rekeningen ten bezware der begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt. "
Art. 43. L'article 68, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque la demande ou le recours est introduit par une personne de droit public, les taxes visées à l'article 30, §§ 5 à 7 des lois coordonnées sont liquidées en débet par le greffier du Conseil d'Etat et les honoraires et déboursés des experts, ainsi que les taxes des témoins sont avancés par le Service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes a charge du Service public fédéral Intérieur. "
" Lorsque la demande ou le recours est introduit par une personne de droit public, les taxes visées à l'article 30, §§ 5 à 7 des lois coordonnées sont liquidées en débet par le greffier du Conseil d'Etat et les honoraires et déboursés des experts, ainsi que les taxes des témoins sont avancés par le Service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes a charge du Service public fédéral Intérieur. "
Art. 44. In artikel 69 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De registratie en domeinen" vervangen door de woorden "De Federale Overheidsdienst Financiën";
2° in het tweede lid worden de woorden "het advies of van" geschrapt.
1° in het eerste lid worden de woorden "De registratie en domeinen" vervangen door de woorden "De Federale Overheidsdienst Financiën";
2° in het tweede lid worden de woorden "het advies of van" geschrapt.
Art. 44. A l'article 69, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er les mots "L'administration de l'enregistrement et des domaines" sont remplacés par les mots "Le Service public fédéral Finances";
2° à l'alinéa 2 les mots "de l'avis ou" sont supprimés.
1° à l'alinéa 1er les mots "L'administration de l'enregistrement et des domaines" sont remplacés par les mots "Le Service public fédéral Finances";
2° à l'alinéa 2 les mots "de l'avis ou" sont supprimés.
Art. 45. Artikel 70 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 1952, van 17 november 1955, van 31 december 1968, van 24 maart 1983, van 17 februari 1997 en van 20 juli 2000, wordt opgeheven.
Art. 45. L'article 70 du même arreté, modifié par les arrêtés royaux du 5 septembre 1952, du 17 novembre 1955, du 31 décembre 1968, du 24 mars 1983, du 17 février 1997 et du 20 juillet 2000, est abrogé.
Art. 46. In artikel 72 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 december 1968 en van 7 oktober 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "Het recht" vervangen door de woorden "Het recht waarvan sprake is in artikel 30, § 8, van de gecoördineerde wetten".
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "Het recht" vervangen door de woorden "Het recht waarvan sprake is in artikel 30, § 8, van de gecoördineerde wetten".
Art. 46. A l'article 72 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 31 décembre 1968 et du 7 octobre 1987, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, les mots "La taxe" sont remplacés par les mots "La taxe visée à l'article 30, § 8, des lois coordonnées".
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° à l'alinéa 2, les mots "La taxe" sont remplacés par les mots "La taxe visée à l'article 30, § 8, des lois coordonnées".
Art. 47. In artikel 78 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 31 december 1968 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 1997, worden de woorden "in de artikelen 11, 14, 17 en 18" vervangen door de woorden "in de artikelen 11, 14, §§ 1 en 3, 17 en 18".
Art. 47. A l'article 78 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 31 décembre 1968 et modifié par l'arrêté royal du 17 février 1997, les mots "aux articles 11, 14, 17 et 18" sont remplacés par les mots "aux articles 11, 14, §§ 1er et 3, 17 et 18".
Art. 48. In artikel 81, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "haar verzoekschrift te zegelen" vervangen door de woorden "het recht te kwijten".
Art. 48. A l'article 81, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "à timbrer sa requête" sont remplacés par les mots "à acquitter la taxe".
Art. 49. Artikel 83 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, wordt vervangen als volgt :
" De rechten bedoeld in artikel 30, §§ 5 tot 7, van de gecoördineerde wetten worden door de hoofdgriffier in debet begroot en de andere kosten worden ter ontlasting van de prodeaan door de Federale Overheidsdienst Financiën voorgeschoten en als uitgaven in de rekeningen ten bezware der begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt. "
" De rechten bedoeld in artikel 30, §§ 5 tot 7, van de gecoördineerde wetten worden door de hoofdgriffier in debet begroot en de andere kosten worden ter ontlasting van de prodeaan door de Federale Overheidsdienst Financiën voorgeschoten en als uitgaven in de rekeningen ten bezware der begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt. "
Art. 49. L'article 83 du même arrêté, remplacé par l'arrete royal du 15 juillet 1956, est remplacé par la disposition suivante :
" Les taxes visées à l'article 30, §§ 5 à 7, des lois coordonnées sont liquidées en débet par le greffier en chef et les autres dépens sont avancés à la décharge de l'assisté par le Service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes à charge du budget du Service public fédéral Intérieur. "
" Les taxes visées à l'article 30, §§ 5 à 7, des lois coordonnées sont liquidées en débet par le greffier en chef et les autres dépens sont avancés à la décharge de l'assisté par le Service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes à charge du budget du Service public fédéral Intérieur. "
Art. 50. In artikel 83bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1956, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "de griffier van de Raad van State" worden vervangen door de woorden "de hoofdgriffier";
2° de woorden "het advies of van" worden geschrapt.
1° de woorden "de griffier van de Raad van State" worden vervangen door de woorden "de hoofdgriffier";
2° de woorden "het advies of van" worden geschrapt.
Art. 50. A l'article 83bis, inséré dans le même arrêté par l'arrêté royal du 15 juillet 1956, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "le greffier du Conseil d'Etat" sont remplacés par les mots "le greffier en chef";
2° les mots " de l'avis ou" sont supprimés.
1° les mots "le greffier du Conseil d'Etat" sont remplacés par les mots "le greffier en chef";
2° les mots " de l'avis ou" sont supprimés.
Art. 51. In artikel 84 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 28 juli 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de huidige tekst vormt paragraaf 1;
2° in het zesde lid worden de woorden "of gewestbestuurder" geschrapt;
3° een paragraaf 2 luidend als volgt, wordt ingevoegd :
" § 2. Met uitzondering van de Belgische administratieve overheden, kiest elke partij in een procedure in haar eerste processtuk woonplaats in België.
Alle kennisgevingen, mededelingen en opmerkingen door de griffie worden rechtsgeldig op de gekozen woonplaats gedaan.
Die woonplaatskeuze geldt voor alle daaropvolgende processtukken.
Elke wijziging van de woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijk geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.
Bij overlijden van een partij, en behalve bij hervatting van het geding, worden alle mededelingen en kennisgevingen van de Raad van State rechtsgeldig gedaan op de gekozen woonplaats van de overledene ter attentie van de gezamenlijke rechtverkrijgenden, zonder vermelding van de namen en hoedanigheden. "
1° de huidige tekst vormt paragraaf 1;
2° in het zesde lid worden de woorden "of gewestbestuurder" geschrapt;
3° een paragraaf 2 luidend als volgt, wordt ingevoegd :
" § 2. Met uitzondering van de Belgische administratieve overheden, kiest elke partij in een procedure in haar eerste processtuk woonplaats in België.
Alle kennisgevingen, mededelingen en opmerkingen door de griffie worden rechtsgeldig op de gekozen woonplaats gedaan.
Die woonplaatskeuze geldt voor alle daaropvolgende processtukken.
Elke wijziging van de woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijk geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.
Bij overlijden van een partij, en behalve bij hervatting van het geding, worden alle mededelingen en kennisgevingen van de Raad van State rechtsgeldig gedaan op de gekozen woonplaats van de overledene ter attentie van de gezamenlijke rechtverkrijgenden, zonder vermelding van de namen en hoedanigheden. "
Art. 51. A l'article 84 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 juillet 1987, sont apportées les modifications suivantes :
1° le texte existant forme un paragraphe 1er;
2° à l'alinéa 6, les mots "ou l'administrateur territorial" sont supprimés;
3° il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. A l'exception des autorités administratives belges, toute partie à une procédure élit domicile en Belgique dans le premier acte de procédure qu'elle accomplit.
Toutes notifications, communications et convocations du greffe, sont valablement faites au domicile élu.
Cette élection de domicile vaut pour tout acte de procédure subséquent.
Toute modification de domicile élu doit être expressément formulée et communiquée séparément pour chaque recours par pli recommandé au greffier en chef, en indiquant la référence complète du numéro de rôle du recours concerné par la modification.
En cas de décès d'une partie, et sauf reprise d'instance, toutes communications et notifications émanant du Conseil d'Etat sont valablement faites au domicile élu du défunt aux ayants droit collectivement, et sans désignation des noms et qualités. "
1° le texte existant forme un paragraphe 1er;
2° à l'alinéa 6, les mots "ou l'administrateur territorial" sont supprimés;
3° il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. A l'exception des autorités administratives belges, toute partie à une procédure élit domicile en Belgique dans le premier acte de procédure qu'elle accomplit.
Toutes notifications, communications et convocations du greffe, sont valablement faites au domicile élu.
Cette élection de domicile vaut pour tout acte de procédure subséquent.
Toute modification de domicile élu doit être expressément formulée et communiquée séparément pour chaque recours par pli recommandé au greffier en chef, en indiquant la référence complète du numéro de rôle du recours concerné par la modification.
En cas de décès d'une partie, et sauf reprise d'instance, toutes communications et notifications émanant du Conseil d'Etat sont valablement faites au domicile élu du défunt aux ayants droit collectivement, et sans désignation des noms et qualités. "
Art. 52. In artikel 85 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "als er bij de zaak betrokken tegenpartijen zijn" vervangen door de woorden "als er andere bij de zaak betrokken partijen zijn";
2° na het eerste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden bij het verzoekschrift tot nietigverklaring dat een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden akte bevat, negen door de ondertekenaar eensluidend verklaarde afschriften gevoegd. "
1° in het eerste lid worden de woorden "als er bij de zaak betrokken tegenpartijen zijn" vervangen door de woorden "als er andere bij de zaak betrokken partijen zijn";
2° na het eerste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van het eerste lid worden bij het verzoekschrift tot nietigverklaring dat een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden akte bevat, negen door de ondertekenaar eensluidend verklaarde afschriften gevoegd. "
Art. 52. A l'article 85 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "qu'il y a de parties adverses en cause "sont remplacés par les mots "qu'il y a d'autres parties en cause";
2° un nouvel alinéa 2 rédigé comme suit est inséré après l'alinéa 1er :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, à la requête en annulation qui comporte une demande de suspension de l'exécution de l'acte attaqué, sont jointes neuf copies certifiées conformes par le signataire. "
1° à l'alinéa 1er, les mots "qu'il y a de parties adverses en cause "sont remplacés par les mots "qu'il y a d'autres parties en cause";
2° un nouvel alinéa 2 rédigé comme suit est inséré après l'alinéa 1er :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, à la requête en annulation qui comporte une demande de suspension de l'exécution de l'acte attaqué, sont jointes neuf copies certifiées conformes par le signataire. "
Art. 53. In artikel 87 van hetzelfde besluit worden de woorden "De partijen, hun raadslieden en de commissaris der regering" vervangen door de woorden "De partijen en hun raadslieden".
Art. 53. A l'article 87 du même arrêté, les mots "les parties, leurs conseils et le Commissaire du gouvernement" sont remplacés par les mots "les parties et leurs conseils".
Art. 54. Artikel 92 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 54. L'article 92 du même arrêté est abroge.
Art. 55. In Titel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 januari 1991 en van 10 november 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het opschrift wordt vervangen als volgt :
" Titel IX. - Vorderingen die doelloos zijn of die slechts korte debatten vereisen ";
2° artikel 93 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 93. Indien blijkt dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, brengt de auditeur daarvan onverwijld verslag uit aan de voorzitter van de kamer belast met de zaak.
De voorzitter roept de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij op om op korte termijn voor hem te verschijnen; het verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Indien de voorzitter het eens is met de conclusies van het verslag, wordt de zaak definitief beslecht.
Indien hij van oordeel is dat de zaak niet in zoverre gereed is dat zij definitief kan worden beslecht, verwijst hij deze naar de gewone rechtspleging. ";
3° artikel 94 wordt opgeheven.
1° het opschrift wordt vervangen als volgt :
" Titel IX. - Vorderingen die doelloos zijn of die slechts korte debatten vereisen ";
2° artikel 93 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 93. Indien blijkt dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, brengt de auditeur daarvan onverwijld verslag uit aan de voorzitter van de kamer belast met de zaak.
De voorzitter roept de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij op om op korte termijn voor hem te verschijnen; het verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Indien de voorzitter het eens is met de conclusies van het verslag, wordt de zaak definitief beslecht.
Indien hij van oordeel is dat de zaak niet in zoverre gereed is dat zij definitief kan worden beslecht, verwijst hij deze naar de gewone rechtspleging. ";
3° artikel 94 wordt opgeheven.
Art. 55. Au Titre IX du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 7 janvier 1991 et du 10 novembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'intitulé est remplacé par le texte suivant :
" Titre IX. - Des demandes sans objet ou qui n'appellent que des débats succincts ";
2° l'article 93 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 93. Lorsqu'il apparaît que le recours en annulation est sans objet ou qu'il n'appelle que des débats succincts, le membre de l'auditorat désigné fait immédiatement rapport au président de la chambre saisie de l'affaire.
Le président convoque la partie requérante, la partie adverse et la partie intervenante à comparaître devant lui à bref délai; le rapport est joint à la convocation.
Si le président partage les conclusions du rapport, l'affaire est définitivement tranchée.
S'il estime que l'affaire n'est pas en etat d'être tranchée définitivement, il renvoie celle-ci à la procédure ordinaire. ";
3° l'article 94 est abrogé.
1° l'intitulé est remplacé par le texte suivant :
" Titre IX. - Des demandes sans objet ou qui n'appellent que des débats succincts ";
2° l'article 93 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 93. Lorsqu'il apparaît que le recours en annulation est sans objet ou qu'il n'appelle que des débats succincts, le membre de l'auditorat désigné fait immédiatement rapport au président de la chambre saisie de l'affaire.
Le président convoque la partie requérante, la partie adverse et la partie intervenante à comparaître devant lui à bref délai; le rapport est joint à la convocation.
Si le président partage les conclusions du rapport, l'affaire est définitivement tranchée.
S'il estime que l'affaire n'est pas en etat d'être tranchée définitivement, il renvoie celle-ci à la procédure ordinaire. ";
3° l'article 94 est abrogé.
Art. 56. Artikel 95, 1° van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 56. L'article 95, 1°, du même arrêté, est abrogé.
Art. 57. § 1. In de Nederlandse tekst van de hiernavolgende bepalingen van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 wordt het woord "raadsheer" telkens vervangen door het woord "staatsraad" :
- artikel 13, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956;
- artikel 16, eerste lid;
- artikel 17;
- artikel 20, eerste lid;
- artikel 29, eerste lid, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956;
- artikel 31;
- artikel 51, eerste lid.
§ 2. In de Nederlandse tekst van de hiernavolgende bepalingen van hetzelfde besluit wordt het woord "raadsheren" telkens vervangen door het woord "staatsraden" :
- artikel 27, tweede lid;
- artikel 34, 5°, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956.
§ 3. In de Nederlandse tekst van de hiernavolgende bepalingen van hetzelfde besluit wordt het woord "tegenpartij" telkens vervangen door de woorden "verwerende partij" :
- artikel 3bis, eerste en tweede lid, ingevoegd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991;
- artikel 7, tweede lid;
- artikel 8;
- artikel 14ter, ingevoegd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991;
- artikel 44;
- artikel 45, eerste lid;
- artikel 52, eerste lid, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991.
§ 4. In de Nederlandse tekst van artikel 50, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "tegenpartijen" vervangen door de woorden "verwerende partijen".
§ 5. In de artikelen 5, 30, 31, 32 en 60 van hetzelfde besluit worden de woorden "de eerste voorzitter" telkens vervangen door de woorden "de korpschef die de afdeling bestuursrechtspraak leidt".
- artikel 13, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956;
- artikel 16, eerste lid;
- artikel 17;
- artikel 20, eerste lid;
- artikel 29, eerste lid, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956;
- artikel 31;
- artikel 51, eerste lid.
§ 2. In de Nederlandse tekst van de hiernavolgende bepalingen van hetzelfde besluit wordt het woord "raadsheren" telkens vervangen door het woord "staatsraden" :
- artikel 27, tweede lid;
- artikel 34, 5°, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956.
§ 3. In de Nederlandse tekst van de hiernavolgende bepalingen van hetzelfde besluit wordt het woord "tegenpartij" telkens vervangen door de woorden "verwerende partij" :
- artikel 3bis, eerste en tweede lid, ingevoegd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991;
- artikel 7, tweede lid;
- artikel 8;
- artikel 14ter, ingevoegd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991;
- artikel 44;
- artikel 45, eerste lid;
- artikel 52, eerste lid, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 januari 1991.
§ 4. In de Nederlandse tekst van artikel 50, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "tegenpartijen" vervangen door de woorden "verwerende partijen".
§ 5. In de artikelen 5, 30, 31, 32 en 60 van hetzelfde besluit worden de woorden "de eerste voorzitter" telkens vervangen door de woorden "de korpschef die de afdeling bestuursrechtspraak leidt".
Art. 57. § 1er. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "raadsheer" est remplacé chaque fois par le mot "staatsraad" :
- article 13, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956;
- article 16, alinéa 1er;
- article 17;
- article 20, alinéa 1er;
- article 29, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956;
- article 31;
- article 51, alinéa 1er.
§ 2. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "raadsheren" est remplacé chaque fois par le mot "staatsraden" :
- article 27, alinéa 2;
- article 34, 5°, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956.
§ 3. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "tegenpartij" est remplacé chaque fois par les mots "verwerende partij" :
- article 3bis, alinéas 1er et 2, insérés par l'arreté royal du 7 janvier 1991;
- article 7, alinéa 2;
- article 8;
- article 14ter, inséré par l'arrêté royal du 7 janvier 1991;
- article 44;
- article 45, alinéa 1er;
- article 52, alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1991.
§ 4. Dans le texte néerlandais de l'article 50, alinéa 1er, du même arrêté, le mot "tegenpartijen" est remplacé par les mots "verwerende partijen".
§ 5. Dans les articles 5, 30, 31, 32 et 60 du même arrêté, les mots "le premier président" sont chaque fois remplacés par les mots "le chef de corps qui dirige la section du contentieux administratif".
- article 13, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956;
- article 16, alinéa 1er;
- article 17;
- article 20, alinéa 1er;
- article 29, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956;
- article 31;
- article 51, alinéa 1er.
§ 2. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "raadsheren" est remplacé chaque fois par le mot "staatsraden" :
- article 27, alinéa 2;
- article 34, 5°, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956.
§ 3. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "tegenpartij" est remplacé chaque fois par les mots "verwerende partij" :
- article 3bis, alinéas 1er et 2, insérés par l'arreté royal du 7 janvier 1991;
- article 7, alinéa 2;
- article 8;
- article 14ter, inséré par l'arrêté royal du 7 janvier 1991;
- article 44;
- article 45, alinéa 1er;
- article 52, alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1991.
§ 4. Dans le texte néerlandais de l'article 50, alinéa 1er, du même arrêté, le mot "tegenpartijen" est remplacé par les mots "verwerende partijen".
§ 5. Dans les articles 5, 30, 31, 32 et 60 du même arrêté, les mots "le premier président" sont chaque fois remplacés par les mots "le chef de corps qui dirige la section du contentieux administratif".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat.
Art. 58. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 2° worden de woorden "voor de afdeling administratie van de Raad van State" vervangen door de woorden "voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State";
2° het artikel wordt aangevuld met een 6°, luidend als volgt :
" 6° het enig verzoekschrift : het verzoekschrift dat zowel een vordering tot schorsing als een beroep tot nietigverklaring bevat. "
1° in 2° worden de woorden "voor de afdeling administratie van de Raad van State" vervangen door de woorden "voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State";
2° het artikel wordt aangevuld met een 6°, luidend als volgt :
" 6° het enig verzoekschrift : het verzoekschrift dat zowel een vordering tot schorsing als een beroep tot nietigverklaring bevat. "
Art. 58. A l'article 1er de l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le 2° les mots "devant la section d'administration du Conseil d'Etat" sont remplacés par les mots "devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat";
2° l'article est complété par un 6° rédigé comme suit :
" 6° La requête unique : la requête contenant tant une demande de suspension qu'un recours en annulation. "
1° dans le 2° les mots "devant la section d'administration du Conseil d'Etat" sont remplacés par les mots "devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat";
2° l'article est complété par un 6° rédigé comme suit :
" 6° La requête unique : la requête contenant tant une demande de suspension qu'un recours en annulation. "
Art. 59. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van dit besluit, is artikel 84 van het algemene procedurereglement van toepassing op alle procedures in het administratief kort geding. "
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van dit besluit, is artikel 84 van het algemene procedurereglement van toepassing op alle procedures in het administratief kort geding. "
Art. 59. L'article 2 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 du présent arrêté, l'article 84 du règlement général de procédure est applicable aux procédures en référé administratif. "
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 du présent arrêté, l'article 84 du règlement général de procédure est applicable aux procédures en référé administratif. "
Art. 60. Artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 27 van de algemene procedureregeling is van toepassing op de terechtzitting. ".
" Artikel 27 van de algemene procedureregeling is van toepassing op de terechtzitting. ".
Art. 60. L'article 4, alinéa 1er, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" L'article 27 du règlement général de procédure est applicable à l'audience. "
" L'article 27 du règlement général de procédure est applicable à l'audience. "
Art. 61. In artikel 5, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt het artikel nummer "33" vervangen door het artikel nummer "34".
Art. 61. A l'article 5, alinéa 2, du même arreté, le numéro d'article "33" est remplacé par le numéro d'article "34".
Art. 62. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 3quater van de algemene procedureregeling is van overeenkomstige toepassing op de vordering tot schorsing. "
" Artikel 3quater van de algemene procedureregeling is van overeenkomstige toepassing op de vordering tot schorsing. "
Art. 62. L'article 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" L'article 3quater du règlement général de procédure est applicable à la demande de suspension. "
" L'article 3quater du règlement général de procédure est applicable à la demande de suspension. "
Art. 63. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. Het enig verzoekschrift bevat, naast de vermeldingen die worden opgesomd in artikel 2 van de algemene procedureregeling :
1° het opschrift "beroep tot nietigverklaring en vordering tot schorsing";
2° de vermelding van de akte waartegen de vordering tot schorsing is gericht;
3° een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen;
4° in voorkomend geval, het bedrag en de modaliteiten van de met toepassing van artikel 17, § 5, van de gecoördineerde wetten gevorderde dwangsom.
De artikelen 3 en 3bis van de algemene procedureregeling zijn van toepassing. "
" Art. 8. Het enig verzoekschrift bevat, naast de vermeldingen die worden opgesomd in artikel 2 van de algemene procedureregeling :
1° het opschrift "beroep tot nietigverklaring en vordering tot schorsing";
2° de vermelding van de akte waartegen de vordering tot schorsing is gericht;
3° een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen;
4° in voorkomend geval, het bedrag en de modaliteiten van de met toepassing van artikel 17, § 5, van de gecoördineerde wetten gevorderde dwangsom.
De artikelen 3 en 3bis van de algemene procedureregeling zijn van toepassing. "
Art. 63. L'article 8 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. La requête unique contient, en plus des mentions qu'énumère l'article 2 du règlement général de procédure :
1° l'intitulé "recours en annulation et demande de suspension";
2° l'indication de l'acte qui fait l'objet de la demande de suspension;
3° un exposé des faits de nature à établir que l'exécution immédiate de l'acte attaqué risque de causer au demandeur un préjudice grave difficilement réparable auquel sont jointes toutes les pièces de nature à établir le risque de préjudice;
4° le cas échéant, le montant et les modalités de l'astreinte demandée en application de l'article 17, § 5, des lois coordonnées.
Les articles 3 et 3bis du règlement général de procédure sont applicables. "
" Art. 8. La requête unique contient, en plus des mentions qu'énumère l'article 2 du règlement général de procédure :
1° l'intitulé "recours en annulation et demande de suspension";
2° l'indication de l'acte qui fait l'objet de la demande de suspension;
3° un exposé des faits de nature à établir que l'exécution immédiate de l'acte attaqué risque de causer au demandeur un préjudice grave difficilement réparable auquel sont jointes toutes les pièces de nature à établir le risque de préjudice;
4° le cas échéant, le montant et les modalités de l'astreinte demandée en application de l'article 17, § 5, des lois coordonnées.
Les articles 3 et 3bis du règlement général de procédure sont applicables. "
Art. 64. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 1996, wordt vervangen als volgt :
" De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van het enig verzoekschrift aan de auditeur-generaal, aan de verwerende partij en, voor zover hij ze kan bepalen, aan de personen die belang hebben bij de beslechting van de zaak.
Degene aan wie kennis is gegeven van het enig verzoekschrift kan binnen vijftien dagen na ontvangst van die kennisgeving een vordering tot tussenkomst in de schorsingsprocedure instellen.
In het geval bedoeld in artikel 7 kan door een persoon die door de hoofdgriffier niet op de hoogte is gebracht, alleen binnen vijftien dagen na de bekendmaking een vordering tot tussenkomst worden ingesteld. "
" De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van het enig verzoekschrift aan de auditeur-generaal, aan de verwerende partij en, voor zover hij ze kan bepalen, aan de personen die belang hebben bij de beslechting van de zaak.
Degene aan wie kennis is gegeven van het enig verzoekschrift kan binnen vijftien dagen na ontvangst van die kennisgeving een vordering tot tussenkomst in de schorsingsprocedure instellen.
In het geval bedoeld in artikel 7 kan door een persoon die door de hoofdgriffier niet op de hoogte is gebracht, alleen binnen vijftien dagen na de bekendmaking een vordering tot tussenkomst worden ingesteld. "
Art. 64. L'article 9 du même arrêté, modifie par l'arrete royal du 19 décembre 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Le greffier en chef transmet sans délai une copie de la requête unique à l'auditeur général, à la partie adverse et, pour autant qu'il puisse les déterminer, aux personnes qui ont intérêt à la solution de l'affaire.
Quiconque a reçu notification de la requête unique, ne peut former de demande en intervention dans la procédure de suspension que dans les quinze jours de la réception de cette notification.
Dans le cas visé à l'article 7, il ne peut être forme de demande en intervention par une personne non avertie par le greffier en chef que dans les quinze jours de la publication. "
" Le greffier en chef transmet sans délai une copie de la requête unique à l'auditeur général, à la partie adverse et, pour autant qu'il puisse les déterminer, aux personnes qui ont intérêt à la solution de l'affaire.
Quiconque a reçu notification de la requête unique, ne peut former de demande en intervention dans la procédure de suspension que dans les quinze jours de la réception de cette notification.
Dans le cas visé à l'article 7, il ne peut être forme de demande en intervention par une personne non avertie par le greffier en chef que dans les quinze jours de la publication. "
Art. 65. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. Het verzoekschrift tot tussenkomst wordt ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoeker tot tussenkomst en de gekozen woonplaats;
2° de vermelding van de zaak waarin de verzoeker tot tussenkomst vraagt tussen te komen, alsook het rolnummer waaronder de zaak ingeschreven is, als het gekend is;
3° een uiteenzetting van het belang van de verzoeker tot tussenkomst bij de beslechting van de zaak alsook de uiteenzetting van zijn argumenten.
§ 3. Het artikel 2, § 2, het artikel 3, 4°, en het artikel 84, § 2, van de algemene procedureregeling zijn van toepassing op het verzoekschrift tot tussenkomst.
De verzoeker tot tussenkomst voegt bij zijn verzoek alle nodige stukken tot staving ervan. "
" § 1. Het verzoekschrift tot tussenkomst wordt ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
§ 2. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoeker tot tussenkomst en de gekozen woonplaats;
2° de vermelding van de zaak waarin de verzoeker tot tussenkomst vraagt tussen te komen, alsook het rolnummer waaronder de zaak ingeschreven is, als het gekend is;
3° een uiteenzetting van het belang van de verzoeker tot tussenkomst bij de beslechting van de zaak alsook de uiteenzetting van zijn argumenten.
§ 3. Het artikel 2, § 2, het artikel 3, 4°, en het artikel 84, § 2, van de algemene procedureregeling zijn van toepassing op het verzoekschrift tot tussenkomst.
De verzoeker tot tussenkomst voegt bij zijn verzoek alle nodige stukken tot staving ervan. "
Art. 65. L'article 10 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La requête en intervention est signée par le demandeur en intervention ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
§ 2. La requête est datée et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur en intervention et le domicile élu;
2° l'indication de l'affaire dans laquelle il demande à intervenir ainsi que le numéro de rôle sous lequel l'affaire est inscrite, s'il est connu;
3° un expose de l'intérêt qu'a le demandeur en intervention à la solution de l 'affaire ainsi que l'énoncé de ses arguments.
§ 3. L'article 2, § 2, l'article 3, 4°, et l'article 84, § 2, du règlement général de procédure sont applicables à la requête en intervention.
Le demandeur en intervention joint, à sa demande, toutes les pièces nécessaires à l'appui de celle-ci. "
" § 1er. La requête en intervention est signée par le demandeur en intervention ou par un avocat satisfaisant aux conditions que fixe l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
§ 2. La requête est datée et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur en intervention et le domicile élu;
2° l'indication de l'affaire dans laquelle il demande à intervenir ainsi que le numéro de rôle sous lequel l'affaire est inscrite, s'il est connu;
3° un expose de l'intérêt qu'a le demandeur en intervention à la solution de l 'affaire ainsi que l'énoncé de ses arguments.
§ 3. L'article 2, § 2, l'article 3, 4°, et l'article 84, § 2, du règlement général de procédure sont applicables à la requête en intervention.
Le demandeur en intervention joint, à sa demande, toutes les pièces nécessaires à l'appui de celle-ci. "
Art. 66. Artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De verwerende partij doet binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het enig verzoekschrift aan de hoofdgriffier het volledige administratief dossier toekomen, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen. "
" De verwerende partij doet binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het enig verzoekschrift aan de hoofdgriffier het volledige administratief dossier toekomen, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen. "
Art. 66. L'article 11, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Dans les quinze jours de la notification de la requête unique, la partie adverse transmet au greffier en chef le dossier administratif complet auquel elle peut joindre une note d'observations. "
" Dans les quinze jours de la notification de la requête unique, la partie adverse transmet au greffier en chef le dossier administratif complet auquel elle peut joindre une note d'observations. "
Art. 67. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin de feiten en middelen worden uiteengezet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering tot schorsing";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin de feiten en middelen worden uiteengezet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering tot schorsing";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 67. A l'article 12 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et moyens" sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande de suspension";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et moyens" sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande de suspension";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 68. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 68. L'article 14 du même arrêté est abrogé.
Art. 69. In titel II van hetzelfde besluit wordt een nieuw hoofdstuk IIbis, dat de artikelen 15bis tot en met 15quater van dat besluit omvat, ingevoegd, met het volgende opschrift :
" Hoofdstuk IIbis. - Bijzondere regels van toepassing op de procedure tot nietigverklaring nadat een arrest in kort geding werd gewezen. "
" Hoofdstuk IIbis. - Bijzondere regels van toepassing op de procedure tot nietigverklaring nadat een arrest in kort geding werd gewezen. "
Art. 69. Dans le Titre II du même arrêté, un Chapitre IIbis nouveau, comprenant les articles 15bis à 15quater, est créé avec l'intitulé suivant :
" Chapitre IIbis. - Des règles particulières applicables à la procédure en annulation consécutive à un arrêt en référé. "
" Chapitre IIbis. - Des règles particulières applicables à la procédure en annulation consécutive à un arrêt en référé. "
Art. 70. In hetzelfde besluit wordt een artikel 15quater ingevoegd, luidend als volgt :
" Wanneer na de uitspraak van een arrest over de vordering tot schorsing en na de uitwisseling van de memories van antwoord en van wederantwoord of van de toelichtende memorie, de auditeur-verslaggever vaststelt dat de partijen geen enkel nieuw gegeven aanvoeren sedert het arrest waarbij de tenuitvoerlegging van de bestreden akte is geschorst of waarin alle middelen als niet ernstig werden verworpen of waarin de vordering tot schorsing werd verworpen wegens niet ontvankelijkheid van het annulatieberoep, kan hij het dossier toezenden aan de griffie met de vermelding dat hij geen nieuw verslag zal indienen over het beroep tot nietigverklaring.
In de kennisgeving wordt gepreciseerd dat wordt voorgesteld het beroep tot nietigverklaring te verwerpen dan wel de bestreden akte te vernietigen, overeenkomstig het arrest waarbij uitspraak werd gedaan over de vordering tot schorsing.
De artikelen 13, 14, 14quater tot 14sexies van de algemene procedureregeling zijn van overeenkomstige toepassing. "
" Wanneer na de uitspraak van een arrest over de vordering tot schorsing en na de uitwisseling van de memories van antwoord en van wederantwoord of van de toelichtende memorie, de auditeur-verslaggever vaststelt dat de partijen geen enkel nieuw gegeven aanvoeren sedert het arrest waarbij de tenuitvoerlegging van de bestreden akte is geschorst of waarin alle middelen als niet ernstig werden verworpen of waarin de vordering tot schorsing werd verworpen wegens niet ontvankelijkheid van het annulatieberoep, kan hij het dossier toezenden aan de griffie met de vermelding dat hij geen nieuw verslag zal indienen over het beroep tot nietigverklaring.
In de kennisgeving wordt gepreciseerd dat wordt voorgesteld het beroep tot nietigverklaring te verwerpen dan wel de bestreden akte te vernietigen, overeenkomstig het arrest waarbij uitspraak werd gedaan over de vordering tot schorsing.
De artikelen 13, 14, 14quater tot 14sexies van de algemene procedureregeling zijn van overeenkomstige toepassing. "
Art. 70. Un article 15quater, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Lorsqu'apres la prononciation d'un arrêt ayant statué sur la demande de suspension et après l'échange des mémoires en réponse et en réplique ou du mémoire ampliatif, l'auditeur rapporteur constate que les parties n'invoquent aucun élément nouveau depuis l'arrêt qui a suspendu l'exécution de l'acte attaqué ou qui a déclaré tous les moyens non sérieux ou qui a rejeté la demande de suspension pour irrecevabilité du recours, il peut communiquer le dossier au greffe en indiquant qu'il ne déposera pas de nouveau rapport sur le recours en annulation.
La communication précise s'il est proposé, conformément à l'arrêt ayant statué sur la demande de suspension, de rejeter le recours en annulation ou d'annuler l'acte attaqué.
Les articles 13, 14, 14quater à 14sexies du règlement général de procédure sont applicables. "
" Lorsqu'apres la prononciation d'un arrêt ayant statué sur la demande de suspension et après l'échange des mémoires en réponse et en réplique ou du mémoire ampliatif, l'auditeur rapporteur constate que les parties n'invoquent aucun élément nouveau depuis l'arrêt qui a suspendu l'exécution de l'acte attaqué ou qui a déclaré tous les moyens non sérieux ou qui a rejeté la demande de suspension pour irrecevabilité du recours, il peut communiquer le dossier au greffe en indiquant qu'il ne déposera pas de nouveau rapport sur le recours en annulation.
La communication précise s'il est proposé, conformément à l'arrêt ayant statué sur la demande de suspension, de rejeter le recours en annulation ou d'annuler l'acte attaqué.
Les articles 13, 14, 14quater à 14sexies du règlement général de procédure sont applicables. "
Art. 71. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, wordt de vordering tot schorsing ingesteld met een enig verzoekschrift of met een afzonderlijk verzoekschrift.
§ 2. Wanneer de vordering wordt ingesteld met een afzonderlijke akte, bevat het verzoekschrift tot schorsing, gedagtekend en ondertekend door de partij of door haar advocaat die voldoet aan de voorwaarden van artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten :
1° het opschrift " verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ";
2° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoekende partij en de gekozen woonplaats bedoeld in het artikel 84, § 2, eerste lid, van het algemeen procedurereglement;
3° de naam en het adres van de verwerende partij;
4° de vermelding van de akte of van het reglement waartegen de vordering is gericht;
5° een uiteenzetting van de feiten en de middelen die de nietigverklaring van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen rechtvaardigen;
6° een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
7° een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen;
8° in voorkomend geval, het bedrag en de modaliteiten van de met toepassing van artikel 17, § 5, van de gecoördineerde wetten gevorderde dwangsom.
§ 3. Wanneer de vordering tot schorsing wordt ingesteld met een enig verzoekschrift, bevat ze een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen.
Artikel 8 is van toepassing op dat verzoekschrift; het bevat het opschrift " beroep tot nietigverklaring en vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ".
§ 4. Wanneer het opschrift van het enig verzoekschrift niet vermeldt dat het gaat om een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, wordt dat verzoekschrift behandeld volgens de regels bepaald in de hoofdstukken I en II.
§ 5. Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, zijn de artikelen 11 tot 13 niet van toepassing, noch artikel 3quater van de algemene procedureregeling.
In die gevallen kan de voorzitter de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij, alsmede de personen die belang hebben bij de beslechting van de zaak, bij beschikking eventueel te zijnen huize oproepen op het door hem bepaalde tijdstip, zelfs op feestdagen en van dag tot dag of van uur tot uur.
De beschikking wordt ter kennis gebracht van de auditeur-generaal of van het door hem aangewezen lid van het auditoraat.
In de kennisgeving wordt in voorkomend geval vermeld dat het administratief dossier is ingediend.
Indien de verwerende partij het administratief dossier niet van te voren heeft toegezonden, overhandigt zij het ter terechtzitting aan de voorzitter, die de terechtzitting kan schorsen om aan de auditeur en aan de verzoekende en de tussenkomende partijen de gelegenheid te geven er inzage van te nemen.
De voorzitter kan de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het arrest bevelen. "
" § 1. Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, wordt de vordering tot schorsing ingesteld met een enig verzoekschrift of met een afzonderlijk verzoekschrift.
§ 2. Wanneer de vordering wordt ingesteld met een afzonderlijke akte, bevat het verzoekschrift tot schorsing, gedagtekend en ondertekend door de partij of door haar advocaat die voldoet aan de voorwaarden van artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten :
1° het opschrift " verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ";
2° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de verzoekende partij en de gekozen woonplaats bedoeld in het artikel 84, § 2, eerste lid, van het algemeen procedurereglement;
3° de naam en het adres van de verwerende partij;
4° de vermelding van de akte of van het reglement waartegen de vordering is gericht;
5° een uiteenzetting van de feiten en de middelen die de nietigverklaring van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen rechtvaardigen;
6° een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
7° een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen;
8° in voorkomend geval, het bedrag en de modaliteiten van de met toepassing van artikel 17, § 5, van de gecoördineerde wetten gevorderde dwangsom.
§ 3. Wanneer de vordering tot schorsing wordt ingesteld met een enig verzoekschrift, bevat ze een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen.
Artikel 8 is van toepassing op dat verzoekschrift; het bevat het opschrift " beroep tot nietigverklaring en vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ".
§ 4. Wanneer het opschrift van het enig verzoekschrift niet vermeldt dat het gaat om een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, wordt dat verzoekschrift behandeld volgens de regels bepaald in de hoofdstukken I en II.
§ 5. Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, zijn de artikelen 11 tot 13 niet van toepassing, noch artikel 3quater van de algemene procedureregeling.
In die gevallen kan de voorzitter de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij, alsmede de personen die belang hebben bij de beslechting van de zaak, bij beschikking eventueel te zijnen huize oproepen op het door hem bepaalde tijdstip, zelfs op feestdagen en van dag tot dag of van uur tot uur.
De beschikking wordt ter kennis gebracht van de auditeur-generaal of van het door hem aangewezen lid van het auditoraat.
In de kennisgeving wordt in voorkomend geval vermeld dat het administratief dossier is ingediend.
Indien de verwerende partij het administratief dossier niet van te voren heeft toegezonden, overhandigt zij het ter terechtzitting aan de voorzitter, die de terechtzitting kan schorsen om aan de auditeur en aan de verzoekende en de tussenkomende partijen de gelegenheid te geven er inzage van te nemen.
De voorzitter kan de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het arrest bevelen. "
Art. 71. L'article 16 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Dans le cas ou l'extrême urgence est invoquée, la demande de suspension est introduite par une requête unique ou par une requête distincte.
§ 2. Lorsque la demande est introduite par un acte distinct, la requête en suspension, datee et signée par la partie ou par son avocat satisfaisant aux conditions de l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées, contient :
1° l'intitulé " requête en suspension d'extrême urgence ";
2° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur, ainsi que le domicile elu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er, du règlement général de procédure;
3° le nom et le domicile ou le siège de la partie adverse;
4° la mention de l'acte ou du règlement qui fait l'objet de la demande;
5° un exposé des faits et des moyens de nature à justifier l'annulation de l'acte ou du règlement attaqué;
6° un exposé des faits de nature à établir que l'exécution immédiate de l'acte ou du règlement attaqué risque de causer au demandeur un préjudice grave difficilement réparable;
7° un exposé des faits justifiant l'extrême urgence;
8° le cas échéant, le montant et les modalités de l'astreinte demandée en application de l'article 17, § 5, des lois coordonnées.
§ 3. Lorsque la demande de suspension est introduite par une requête unique, elle contient un exposé des faits justifiant l'extrême urgence.
L'article 8 est applicable à cette requête; celle-ci contient l'intitulé " recours en annulation et demande de suspension d'extrême urgence ".
§ 4. Lorsque l'intitulé de la requête unique ne précise pas qu'il s'agit d'une demande de suspension d'extrême urgence, celle-ci est traitée selon les règles prévues dans les chapitres Ier et II.
§ 5. Dans les cas où l'extrême urgence est invoquée, les articles 11 à 13 ne sont pas applicables, ni l'article 3quater du règlement général de procédure.
Dans ces cas, le président peut convoquer par ordonnance les parties demanderesse, adverse ou intervenante, ainsi que les personnes ayant intérêt à la solution de l'affaire, éventuellement à son hôtel, à l'heure indiquée par lui, même les jours de fête et de jour en jour ou d'heure à heure.
L'ordonnance est notifiée a l'auditeur général ou au membre de l'auditorat désigné par lui.
La notification mentionne le cas échéant si le dossier administratif a été déposé.
Si la partie adverse n'a pas préalablement transmis le dossier administratif, elle le remet à l'audience au président, qui peut suspendre celle-ci afin de permettre à l'auditeur et aux parties demanderesse et intervenante d'en prendre connaissance.
Le président peut ordonner l'exécution immédiate de l'arrêt. "
" § 1er. Dans le cas ou l'extrême urgence est invoquée, la demande de suspension est introduite par une requête unique ou par une requête distincte.
§ 2. Lorsque la demande est introduite par un acte distinct, la requête en suspension, datee et signée par la partie ou par son avocat satisfaisant aux conditions de l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées, contient :
1° l'intitulé " requête en suspension d'extrême urgence ";
2° les nom, qualité, domicile ou siège du demandeur, ainsi que le domicile elu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er, du règlement général de procédure;
3° le nom et le domicile ou le siège de la partie adverse;
4° la mention de l'acte ou du règlement qui fait l'objet de la demande;
5° un exposé des faits et des moyens de nature à justifier l'annulation de l'acte ou du règlement attaqué;
6° un exposé des faits de nature à établir que l'exécution immédiate de l'acte ou du règlement attaqué risque de causer au demandeur un préjudice grave difficilement réparable;
7° un exposé des faits justifiant l'extrême urgence;
8° le cas échéant, le montant et les modalités de l'astreinte demandée en application de l'article 17, § 5, des lois coordonnées.
§ 3. Lorsque la demande de suspension est introduite par une requête unique, elle contient un exposé des faits justifiant l'extrême urgence.
L'article 8 est applicable à cette requête; celle-ci contient l'intitulé " recours en annulation et demande de suspension d'extrême urgence ".
§ 4. Lorsque l'intitulé de la requête unique ne précise pas qu'il s'agit d'une demande de suspension d'extrême urgence, celle-ci est traitée selon les règles prévues dans les chapitres Ier et II.
§ 5. Dans les cas où l'extrême urgence est invoquée, les articles 11 à 13 ne sont pas applicables, ni l'article 3quater du règlement général de procédure.
Dans ces cas, le président peut convoquer par ordonnance les parties demanderesse, adverse ou intervenante, ainsi que les personnes ayant intérêt à la solution de l'affaire, éventuellement à son hôtel, à l'heure indiquée par lui, même les jours de fête et de jour en jour ou d'heure à heure.
L'ordonnance est notifiée a l'auditeur général ou au membre de l'auditorat désigné par lui.
La notification mentionne le cas échéant si le dossier administratif a été déposé.
Si la partie adverse n'a pas préalablement transmis le dossier administratif, elle le remet à l'audience au président, qui peut suspendre celle-ci afin de permettre à l'auditeur et aux parties demanderesse et intervenante d'en prendre connaissance.
Le président peut ordonner l'exécution immédiate de l'arrêt. "
Art. 72. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 72. L'article 18 du même arrêté est abrogé.
Art. 73. Het opschrift van Titel III. van hetzelfde besluit, wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Titel III. - Diverse bepalingen ".
" Titel III. - Diverse bepalingen ".
Art. 73. L'intitulé du Titre III du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
" Titre III. - Dispositions diverses ".
" Titre III. - Dispositions diverses ".
Art. 74. Artikel 20, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Die bekendmaking geschiedt onverwijld door de verwerende partij op verzoek van de hoofdgriffier. "
" Die bekendmaking geschiedt onverwijld door de verwerende partij op verzoek van de hoofdgriffier. "
Art. 74. L'article 20, alinéa 3, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Cette publication est faite sans délai par la partie adverse à la requête du greffier en chef. "
" Cette publication est faite sans délai par la partie adverse à la requête du greffier en chef. "
Art. 75. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de schorsing wordt bevolen wegens machtsafwending, verwijst het arrest de zaak naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak. ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de schorsing wordt bevolen wegens machtsafwending, verwijst het arrest de zaak naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak. ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 75. A l'article 21 du même arrêté, sont apportees les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque la suspension est ordonnée pour détournement de pouvoir, l'arrêt renvoie l'affaire à l'assemblée génerale de la section du contentieux administratif. " ;
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° au paragraphe 3, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Lorsque la suspension est ordonnée pour détournement de pouvoir, l'arrêt renvoie l'affaire à l'assemblée génerale de la section du contentieux administratif. " ;
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° au paragraphe 3, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
Art. 76. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de woorden "overgezonden aan de kamer of, naargelang van het geval, aan de algemene vergadering van de afdeling administratie" vervangen door de woorden "toegezonden aan de griffie die daarvan een afschrift toezendt aan de kamer of, in voorkomend geval, aan de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 76. A l'article 22 du même arrete, les mots "est transmis à la chambre ou, selon le cas, à l'assemblée générale de la section d'administration" sont remplacés par les mots "est transmis au greffe qui en envoie une copie à la chambre ou, selon le cas, à l'assemblée générale de la section du contentieux administratif".
Art. 77. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 77. L'article 23 du même arrêté est abrogé.
Art. 78. In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling administratie" vervangen door de woorden "de afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 78. A l'article 24 du même arrêté, les mots "la section d'administration" sont remplacés par les mots "la section du contentieux administratif".
Art. 79. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Als de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen wordt ingesteld bij een akte die onderscheiden is van de vordering tot schorsing, wordt de akte ondertekend door een partij, door een persoon die belang heeft bij de beslechting van de zaak, of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald bij artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
De akte wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de indiener van de vordering en de gekozen woonplaats bedoeld in het artikel 84, § 2, eerste lid van het algemeen procedurereglement;
2° de vermelding van de akte of het reglement waarvan de schorsing wordt gevorderd;
3° de beschrijving van de gevorderde voorlopige maatregelen;
4° een uiteenzetting van de feiten welke aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om de belangen van de partij die ze vordert, veilig te stellen. "
" Als de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen wordt ingesteld bij een akte die onderscheiden is van de vordering tot schorsing, wordt de akte ondertekend door een partij, door een persoon die belang heeft bij de beslechting van de zaak, of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald bij artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten.
De akte wordt gedagtekend en bevat :
1° de naam, hoedanigheid, woonplaats of zetel van de indiener van de vordering en de gekozen woonplaats bedoeld in het artikel 84, § 2, eerste lid van het algemeen procedurereglement;
2° de vermelding van de akte of het reglement waarvan de schorsing wordt gevorderd;
3° de beschrijving van de gevorderde voorlopige maatregelen;
4° een uiteenzetting van de feiten welke aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om de belangen van de partij die ze vordert, veilig te stellen. "
Art. 79. L'article 25 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Si la demande de mesures provisoires est introduite par un acte distinct de la demande de suspension, cet acte est signé par une partie, par une personne ayant intérêt à la solution de l'affaire ou par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
L'acte est daté et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siege de l'auteur de la demande, ainsi que le domicile élu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er, du règlement général de procedure;
2° la mention de l'acte ou du règlement dont la suspension est demandée;
3° la description des mesures provisoires demandées;
4° un exposé des faits établissant que les mesures provisoires sont nécessaires afin de sauvegarder les intérêts de la partie qui les sollicite. "
" Si la demande de mesures provisoires est introduite par un acte distinct de la demande de suspension, cet acte est signé par une partie, par une personne ayant intérêt à la solution de l'affaire ou par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, alinéa 3, des lois coordonnées.
L'acte est daté et contient :
1° les nom, qualité, domicile ou siege de l'auteur de la demande, ainsi que le domicile élu visé à l'article 84, § 2, alinéa 1er, du règlement général de procedure;
2° la mention de l'acte ou du règlement dont la suspension est demandée;
3° la description des mesures provisoires demandées;
4° un exposé des faits établissant que les mesures provisoires sont nécessaires afin de sauvegarder les intérêts de la partie qui les sollicite. "
Art. 80. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 26. Als de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen door de verzoekende partij wordt ingesteld in een enig verzoekschrift, bevat ze naast de vermeldingen bepaald in artikel 8, die waarvan sprake is in artikel 25, 3° en 4°. "
" Art. 26. Als de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen door de verzoekende partij wordt ingesteld in een enig verzoekschrift, bevat ze naast de vermeldingen bepaald in artikel 8, die waarvan sprake is in artikel 25, 3° en 4°. "
Art. 80. L'article 26 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 26. Si la demande de mesures provisoires est introduite par la partie requérante dans une requête unique, elle contient en plus des mentions prévues par l'article 8, celles qui sont visées à l'article 25, 3° et 4°. "
" Art. 26. Si la demande de mesures provisoires est introduite par la partie requérante dans une requête unique, elle contient en plus des mentions prévues par l'article 8, celles qui sont visées à l'article 25, 3° et 4°. "
Art. 81. In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "vijftien".
Art. 81. A l'article 29, alinéa 1er, du même arrêté, le mot "huit" est remplacé par le mot "quinze".
Art. 82. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin hij de feiten en de motieven die tot staving van de vordering worden aangevoerd, uiteenzet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin hij de feiten en de motieven die tot staving van de vordering worden aangevoerd, uiteenzet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 82. A l'article 30 du même arreté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et les motifs invoqués à l'appui de la demande" sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande de mesures provisoires";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et les motifs invoqués à l'appui de la demande" sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande de mesures provisoires";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 83. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid, dat paragraaf 1 wordt, wordt vervangen als volgt :
" Elke vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet een uiteenzetting bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen. Artikel 25 of artikel 26, naargelang van het geval, is van toepassing op de vordering. De artikelen 29 tot 31 zijn daarop niet van toepassing. ";
2° Het tweede tot het vijfde lid vormen paragraaf 2.
1° het eerste lid, dat paragraaf 1 wordt, wordt vervangen als volgt :
" Elke vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet een uiteenzetting bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen. Artikel 25 of artikel 26, naargelang van het geval, is van toepassing op de vordering. De artikelen 29 tot 31 zijn daarop niet van toepassing. ";
2° Het tweede tot het vijfde lid vormen paragraaf 2.
Art. 83. A l'article 33 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er, devenant le paragraphe 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" Toute demande de mesures provisoires d'extrême urgence doit contenir un exposé des faits justifiant l'extrême urgence. L'article 25 ou l'article 26, selon le cas, est applicable à la demande. Les articles 29 à 31 ne sont pas applicables à celle-ci. ";
2° les alinéas 2 à 5 forment le paragraphe 2.
1° l'alinéa 1er, devenant le paragraphe 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" Toute demande de mesures provisoires d'extrême urgence doit contenir un exposé des faits justifiant l'extrême urgence. L'article 25 ou l'article 26, selon le cas, est applicable à la demande. Les articles 29 à 31 ne sont pas applicables à celle-ci. ";
2° les alinéas 2 à 5 forment le paragraphe 2.
Art. 84. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 84. L'article 34 du même arrêté est abrogé.
Art. 85. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 19, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 19, derde lid".
Art. 85. A l'article 35 du même arrêté, les mots "l'article 19, alinéa 2" sont remplaces par les mots "l'article 19, alinéa 3".
Art. 86. In artikel 39, eerste lid van hetzelfde besluit, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "vijftien".
Art. 86. A l'article 38, alinéa 1er, du même arrêté, le mot "huit" est remplacé par le mot "quinze".
Art. 87. In artikel 39 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin hij de feiten en de motieven die tot staving van de vordering worden aangevoerd, uiteenzet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "een verslag op waarin hij de feiten en de motieven die tot staving van de vordering worden aangevoerd, uiteenzet" vervangen door de woorden "een verslag op over de vordering";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 87. A l'article 39 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et les motifs invoqués à l'appui de la demande "sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots "un rapport exposant les faits et les motifs invoqués à l'appui de la demande "sont remplacés par les mots "un rapport sur la demande";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 88. In artikel 41, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "vijfde lid".
Art. 88. A l'article 41, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéa 5".
Art. 89. In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door volgende tekst :
" de artikelen 86, 88, 90 en 91 van het algemene procedurereglement zijn van toepassing. ";
2° in het tweede lid, worden de woorden "Bij elk processtuk" vervangen door de woorden "Bij elk processtuk, uitgezonderd het enig verzoekschrift".
1° het eerste lid wordt vervangen door volgende tekst :
" de artikelen 86, 88, 90 en 91 van het algemene procedurereglement zijn van toepassing. ";
2° in het tweede lid, worden de woorden "Bij elk processtuk" vervangen door de woorden "Bij elk processtuk, uitgezonderd het enig verzoekschrift".
Art. 89. A l'article 42 du même arrete sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par le texte suivant :
" Les articles 86, 88, 90 et 91 du règlement général de procédure sont applicables. ";
2° à l'alinéa 2, les mots "A tout acte de procédure" sont remplacés par les mots "A tout acte de procedure, à l'exception de la requête unique".
1° l'alinéa 1er est remplacé par le texte suivant :
" Les articles 86, 88, 90 et 91 du règlement général de procédure sont applicables. ";
2° à l'alinéa 2, les mots "A tout acte de procédure" sont remplacés par les mots "A tout acte de procedure, à l'exception de la requête unique".
HOOFDSTUK III. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 2 april 1991 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State inzake de dwangsom.
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté royal du 2 avril 1991 déterminant la procédure devant la section d'administration du Conseil d'Etat en matiere d'astreinte.
Art. 90. In het opschrift van het koninklijk besluit van 2 april 1991 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State inzake de dwangsom worden de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 90. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 2 avril 1991 déterminant la procédure devant la section d'administration du Conseil d'Etat en matière d'astreinte, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
Art. 91. In artikel 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 91. A l'article 1er, 2°, du même arrêté, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
Art. 92. In artikel 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "derde lid".
Art. 92. A l'article 2, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "alinéa 2" sont remplacés par les mots "alinéa 3".
Art. 93. Artikel 11, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : "Artikel 27 van de algemene procedureregeling is toepasselijk op de terechtzitting".
Art. 93. L'article 11, alinéa 1er, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante : "L'article 27 du règlement général de procédure est applicable à l'audience".
Art. 94. In artikel 12, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het artikel nummer "33" vervangen door het artikel nummer "34".
Art. 94. A l'article 12, alinéa 2, du même arrêté, le numéro d'article "33" est remplacé par le numéro d'article "34".
Art. 95. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden "21bis, § 2, vierde lid" vervangen door de woorden "21bis, § 1, achtste lid".
Art. 95. A l'article 19 du même arrêté, les mots "21bis, § 2, alinéa 4" sont remplacés par les mots "21bis, § 1er, alinéa 8".
Art. 96. In de hiernavolgende bepalingen van hetzelfde besluit wordt in de Nederlandse tekst het woord "tegenpartij" telkens vervangen door de woorden "verwerende partij" :
- in artikel 1, 3°;
- in artikel 3, 3° en 5°;
- in artikel 4;
- in artikel 5, eerste zin;
- in artikel 11, tweede en vierde lid;
- in artikel 12, eerste lid, tweede zin.
- in artikel 1, 3°;
- in artikel 3, 3° en 5°;
- in artikel 4;
- in artikel 5, eerste zin;
- in artikel 11, tweede en vierde lid;
- in artikel 12, eerste lid, tweede zin.
Art. 96. Dans le texte néerlandais des dispositions suivantes du même arrêté, le mot "tegenpartij" est remplace par les mots "verwerende partij" :
- à l'article 1er, 3°;
- à l'article 3, 3° et 5°;
- à l'article 4;
- à l'article 5, première phrase;
- à l'article 11, alinéas deux et trois;
- à l'article 12, 1°, deuxième phrase.
- à l'article 1er, 3°;
- à l'article 3, 3° et 5°;
- à l'article 4;
- à l'article 5, première phrase;
- à l'article 11, alinéas deux et trois;
- à l'article 12, 1°, deuxième phrase.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat.
Art. 97. In de hiernavolgende bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, worden de woorden "afdeling administratie" telkens vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak" :
- in artikel 1, 4° en 7°;
- in artikel 10;
- in artikel 20, eerste en derde lid.
- in artikel 1, 4° en 7°;
- in artikel 10;
- in artikel 20, eerste en derde lid.
Art. 97. Dans les dispositions suivantes de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif" :
- à l'article 1, 4° et 7°;
- à l'article 10;
- à l'article 20, alinéas 1er et 3.
- à l'article 1, 4° et 7°;
- à l'article 10;
- à l'article 20, alinéas 1er et 3.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
CHAPITRE V. - Entrée en vigueur de certaines dispositions de la loi du 15 septembre 2006 réformant le Conseil d'Etat et créant un Conseil du Contentieux des Etrangers.
Art. 98. Op de eerste dag van de tweede maand na die waarin dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, treden de volgende bepalingen van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in werking :
- artikel 6, 3° en 4°;
- artikel 17, 1°, 2°, 4° en 6°, behalve in de mate dat artikel 52 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State van toepassing is;
- artikel 216;
- artikel 219;
- artikel 6, 3° en 4°;
- artikel 17, 1°, 2°, 4° en 6°, behalve in de mate dat artikel 52 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State van toepassing is;
- artikel 216;
- artikel 219;
Art. 98. Entrent en vigueur le premier jour du deuxième mois suivant celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge, les dispositions suivantes de la loi du 15 septembre 2006 réformant le Conseil d'Etat et créant un Conseil du Contentieux des Etrangers :
- l'article 6, 3° et 4°;
- l'article 17, 1°, 2°, 4° et 6°, dans la mesure où s'applique l'article 52 de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat;
- l'article 216;
- l'article 219;
- l'article 6, 3° et 4°;
- l'article 17, 1°, 2°, 4° et 6°, dans la mesure où s'applique l'article 52 de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat;
- l'article 216;
- l'article 219;
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 99. Op de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden in de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, de woorden "afdeling administratie" vervangen door de woorden "afdeling bestuursrechtspraak".
Art. 99. A la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, dans les lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, les mots "section d'administration" sont remplacés par les mots "section du contentieux administratif".
Art. 100. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 100. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du deuxième mois suivant celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 101. De artikelen 3, 4, 6, 7, 9, 39, 52, 2°, 55, 62, 63, 64, 65, 66, 71, 79, 80, 81, 83, 86 en 89, 2° zijn van toepassing op de beroepen ingediend vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 101. Les articles 3, 4, 6, 7, 9, 39, 52, 2°, 55, 62, 63, 64, 65, 66, 71, 79, 80, 81, 83, 86 et 89, 2° sont applicables aux recours introduits à dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 102. De artikelen 12, 13, 25, 67, 68, 70, 76, 82 en 87 zijn van toepassing op de aanhangige zaken waarin bij de inwerkingtreding van dit besluit nog geen verslag is opgemaakt door het bevoegd lid van het auditoraat.
Art. 102. Les articles 12, 13, 25, 67, 68, 70, 76, 82 et 87 sont applicables aux recours pour lesquels aucun rapport du membre concerné de l'auditorat n'a été rédigé au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 103. De artikelen 14, 15, 16 en 17 zijn van toepassing op de aanhangige zaken waarin het verslag van het bevoegde lid van het auditoraat nog niet ter kennis is gebracht op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 103. Les articles 14, 15, 16 et 17 sont applicables aux affaires pendantes pour lesquelles le rapport du membre concerné de l'auditorat n'a pas encore été notifié à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 104. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en onze Minister van Financiën zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 25 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 104. Notre Ministre de l'Intérieur et notre Ministre des Finances sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 25 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 25 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.