Artikel 1. De opmerking bedoeld in rubriek "Isolatie" in fine van artikel 3 van het ministerieel besluit van 22 februari 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie wordt toegekend krachtens het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999, wordt vervangen als volgt :
" Isolatiewerken komen slechts in aanmerking indien zij betrekking hebben op één van bovenvermelde werken die voor een premie in aanmerking komen, en indien ze de volgende normen naleven :
a) de isolerende stof moet zodanig geplaatst worden dat een thermische transmissiecoëfficiënt U (W/m2K) lager dan of gelijk aan hetgeen volgt wordt bereikt :
- 0,4 W/m2K voor het dak of voor de vloer van de zolder. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K voor buitenwanden en -vloeren. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2k voor vloeren op onverwarmde lokalen en verticale binnenmuren tegen onverwarmde lokalen of tegen de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K voor de vloeren op de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
b) wat betreft de ramen met dubbele beglazing bedoeld in de posten 7, 10 en/of 18 : de thermische transmissiecoëfficiënt van het geheel ramen + beglazing (Uf) moet gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 OKTOBER 2006. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 februari 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie wordt toegekend, van het ministerieel besluit van 30 maart 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie aan huurders wordt toegekend en van het ministerieel besluit van 30 maart 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een premie wordt toegekend met het oog op het optrekken van woningen waarvoor een overeenkomst is afgesloten (VERTALING).
Titre
16 OCTOBRE 2006. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 fĂ©vrier 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la rĂ©habilitation, l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 mars 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la rĂ©habilitation en faveur des locataires et l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 mars 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la crĂ©ation de logements conventionnĂ©s.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1. La remarque inscrite Ă la rubrique "Isolation" figurant in fine de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 fĂ©vrier 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la rĂ©habilitation dans le cadre de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 est remplacĂ©e par le texte suivant :
" Des travaux d'isolation ne sont pris en compte que s'ils sont liés à un des ouvrages précités, admissible au bénéfice de la prime, et s'ils respectent les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
" Des travaux d'isolation ne sont pris en compte que s'ils sont liés à un des ouvrages précités, admissible au bénéfice de la prime, et s'ils respectent les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
Art. 2. Punt 21 in rubriek "Isolatie" van artikel 3 van het ministerieel besluit van 30 maart 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie aan huurders wordt toegekend en waarbij een type-overeenkomst voor een renovatiehuurcontract wordt opgemaakt, wordt vervangen als volgt :
" 21. (Prioriteit 2). Isolatie van de wanden die het beschermd of verwarmd volume afbakenen op voorwaarde dat de volgende normen worden nageleefd :
a) de isolerende stof moet zodanig geplaatst worden dat een thermische transmissiecoëfficiënt U (W/m2K) lager dan of gelijk aan hetgeen volgt wordt bereikt :
- 0,4 W/m2K voor het dak of voor de vloer van de zolder. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K voor buitenwanden en -vloeren. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K voor vloeren op onverwarmde lokalen en verticale binnenmuren tegen onverwarmde lokalen of tegen de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K voor de vloeren op de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
b) wat betreft de ramen met dubbele beglazing bedoeld in de posten 7, 10 en/of 18 : de thermische transmissiecoëfficiënt van het geheel ramen + beglazing (Uf) moet gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K. "
" 21. (Prioriteit 2). Isolatie van de wanden die het beschermd of verwarmd volume afbakenen op voorwaarde dat de volgende normen worden nageleefd :
a) de isolerende stof moet zodanig geplaatst worden dat een thermische transmissiecoëfficiënt U (W/m2K) lager dan of gelijk aan hetgeen volgt wordt bereikt :
- 0,4 W/m2K voor het dak of voor de vloer van de zolder. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K voor buitenwanden en -vloeren. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K voor vloeren op onverwarmde lokalen en verticale binnenmuren tegen onverwarmde lokalen of tegen de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K voor de vloeren op de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
b) wat betreft de ramen met dubbele beglazing bedoeld in de posten 7, 10 en/of 18 : de thermische transmissiecoëfficiënt van het geheel ramen + beglazing (Uf) moet gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K. "
Art. 2. Le point 21 figurant Ă la rubrique "Isolation" de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 mars 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la rĂ©habilitation en faveur des locataires et Ă©tablissant une convention-type de bail Ă la rĂ©habilitation est remplacĂ© par le texte suivant :
" 21. (Priorité 2). Isolation des parois délimitant le volume protégé ou chauffé, à condition de respecter les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
" 21. (Priorité 2). Isolation des parois délimitant le volume protégé ou chauffé, à condition de respecter les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
Art. 3. De opmerking bedoeld in rubriek "Isolatie" in fine van artikel 4 van het ministerieel besluit van 22 februari 1999 waarbij de technische voorwaarden worden bepaald voor woningen waarvoor een renovatiepremie wordt toegekend krachtens het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999, wordt vervangen als volgt :
" Isolatiewerken komen slechts in aanmerking indien zij betrekking hebben op één van bovenvermelde werken die voor een premie in aanmerking komen, en indien ze de volgende normen naleven :
a) de isolerende stof moet zodanig geplaatst worden dat een thermische transmissiecoëfficiënt U (W/m2K) lager dan of gelijk aan hetgeen volgt wordt bereikt :
- 0,4 W/m2K voor het dak of voor de vloer van de zolder. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K voor buitenwanden en -vloeren. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2k voor vloeren op onverwarmde lokalen en verticale binnenmuren tegen onverwarmde lokalen of tegen de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K voor de vloeren op de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
b) wat betreft de ramen met dubbele beglazing bedoeld in de posten 7, 10 en/of 18 : de thermische transmissiecoëfficiënt van het geheel ramen + beglazing (Uf) moet gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K. "
" Isolatiewerken komen slechts in aanmerking indien zij betrekking hebben op één van bovenvermelde werken die voor een premie in aanmerking komen, en indien ze de volgende normen naleven :
a) de isolerende stof moet zodanig geplaatst worden dat een thermische transmissiecoëfficiënt U (W/m2K) lager dan of gelijk aan hetgeen volgt wordt bereikt :
- 0,4 W/m2K voor het dak of voor de vloer van de zolder. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K voor buitenwanden en -vloeren. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2k voor vloeren op onverwarmde lokalen en verticale binnenmuren tegen onverwarmde lokalen of tegen de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K voor de vloeren op de bodem. De thermische weerstand van de isolerende stof moet hoger zijn dan 0,8 m2K/W;
b) wat betreft de ramen met dubbele beglazing bedoeld in de posten 7, 10 en/of 18 : de thermische transmissiecoëfficiënt van het geheel ramen + beglazing (Uf) moet gelijk zijn aan of lager zijn dan 2 W/m2K. "
Art. 3. La remarque inscrite Ă la rubrique "Isolation" figurant in fine de l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 mars 1999 dĂ©terminant les conditions techniques relatives aux logements faisant l'objet d'une prime Ă la crĂ©ation de logements conventionnĂ©s est remplacĂ©e par le texte suivant :
" Des travaux d'isolation ne sont pris en compte que s'ils sont liés à un des ouvrages précités, admissible au bénéfice de la prime, et que s'ils respectent les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
" Des travaux d'isolation ne sont pris en compte que s'ils sont liés à un des ouvrages précités, admissible au bénéfice de la prime, et que s'ils respectent les normes suivantes :
a) l'isolant placé doit permettre d'atteindre un coefficient de transmission thermique U (W/m2K) inférieur ou égal à :
- 0,4 W/m2K pour la toiture ou le plancher du grenier. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 2,5 m2K/W;
- 0,6 W/m2K pour les murs extĂ©rieurs et planchers extĂ©rieurs. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 1 m2K/W;
- 0,9 W/m2K pour les planchers sur locaux non chauffĂ©s et parois verticales contre locaux non chauffĂ©s ou contre le sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
- 1,2 W/m2K pour les planchers sur sol. La rĂ©sistance thermique de l'isolant placĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 0,8 m2K/W;
b) en ce qui concerne les chĂąssis avec double vitrage, visĂ©s aux postes 7, 10 et/ou 18 : le coefficient de transmission thermique de l'ensemble chĂąssis + vitrage (Uf) doit ĂȘtre Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 2 W/m2K. "
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.
Namen, 16 oktober 2006.
A. ANTOINE.
Namen, 16 oktober 2006.
A. ANTOINE.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2007.
Namur, le 16 octobre 2006.
A. ANTOINE.
Namur, le 16 octobre 2006.
A. ANTOINE.