Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 JULI 2006. - Ministerieel besluit betreffende de verplichtingen inzake braaklegging bij toepassing van de bedrijfstoeslagregeling bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (VERTALING).
Titre
7 JUILLET 2006. - Arrêté ministériel relatif aux obligations en matière de jachères en cas d'application du régime de paiement unique visé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
Documentinformatie
Numac: 2006203317
Datum: 2006-07-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006203317
Date: 2006-07-07
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK I. - Gebruik van braakleggingstoeslagrechten en verplichtingen inzake braaklegging.
CHAPITRE Ier. - Utilisation des droits jachères et obligations en matière de jachère.
Artikel 1. § 1. In het kader van het gebruik van zijn braakleggingstoeslagrechten zoals bedoeld in artikel 1, punt 13, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en ter uitvoering van artikel 19, § 1, van genoemd besluit, moet de landbouwer onderworpen aan de verplichting om een deel van zijn bedrijf braak te leggen, onverminderd artikelen 2 en 3 van dit besluit, de volgende verplichtingen naleven :
  1° Onverminderd de toepassing van artikel 17 van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006, moeten de in artikel 1, punt 15, van genoemd besluit bedoelde braakgelegde oppervlakten uit de productie worden genomen tijdens een periode die ten minste begrepen is tussen 15 januari van het kalenderjaar van de indiening van de steunaanvraag en 31 augustus van hetzelfde kalenderjaar.
  2° Onverminderd de toepassing van artikel 20 van dit besluit, moet de braakgelegde grond worden gehouden in goede landbouw- en milieucondities.
  3° De landbouwer mag op de braakgelegde grond geen gebruik maken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik behalve die welke staan vermeld in bijlage I en dit conform de daarin voorgeschreven voorwaarden.
  4° De landbouwer mag na 15 januari van het betrokken jaar de grond niet langer naakt laten liggen dan noodzakelijk voor de zaaiwerkzaamheden.
  5° De landbouwer moet :
  - hetzij, ten laatste op 31 mei van het kalenderjaar van de indiening van de steunaanvraag, op de braakgelegde grond een plantendek in te zaaien dat samengesteld is uit een soort of een mengsel van soorten opgenomen in lijst 1 of 2 van bijlage II;
  - hetzij, indien hij niet heeft geopteerd voor het stelsel van de faunabraaklegging waarvan sprake in artikel 19, er een spontane bodembedekking op laten ontwikkelen voor zover de landbouwer er niet op ploegt vanaf 15 januari van het betrokken kaar en op voorwaarde dat genoemde bodembedekking er gehouden wordt tot de in onderstaand punt 8° bedoelde vernietiging daarvan.
  6° In geval van een bodembedekking met in lijst 1 bij bijlage II opgenomen ingezaaide soorten of van een spontane bodembedekking, moet de landbouwer dat plantendek tijdig en in elk geval tussen 15 januari en 31 augustus maaien ter voorkoming van de zaadvorming van planten. De vegetatie moet vlak over de grond afgemaaid worden en het product hiervan ter plaatse blijven. Dat product mag noch geoogst noch opgeslagen worden ter plaatse, ongeacht de gebruikte methode.
  7° Het maaien vóór de zaadvorming is niet verplicht in de volgende gevallen :
  - wanneer de landbouwer voor de aanplanting van het plantendek een gecertificeerd zaaizaadmengsel heeft gebruikt van soorten van minstens 2 verschillende families, voorkomend op lijst 1 of op lijsten 1 en 2 van bijlage II en samengesteld uit ten minste 20 % van elke familie van dat mengsel. In dit geval moet de landbouwer met het oog op eventuele controle de aankoopbewijzen en de certificeringsetiketten van de gezaaide mengsels behouden;
  - wanneer de landbouwer een bedekking heeft gezaaid die enkel bestaat uit soorten opgenomen in lijst 2 van bijlage II.
  8° Ongeacht of de bedekking spontaan is of voortvloeit uit zaaiwerkzaamheden, moet de landbouwer tussen 15 en 31 augustus het plantendek vernietigen door maaien vlak over de grond, malen, toepassing van toegestane fytofarmaceutische producten opgenomen in bijlage I of door alle gepaste middelen met uitzondering van elke grondbewerking. Het afgemaaide, fijngemalen of op enige andere wijze vernietigd product moet ter plaatse blijven en mag nooit gebruikt worden voor commercialisering of enig ander doeleinde. Enkel de hergroei van de vegetatie mag na 31 augustus voor eigen exploitatienoodwendigheden eventueel gebruikt worden.
  9° Een afwijking van de verplichting tot maaien vóór de zaadvorming voor de soorten voorkomend op voormelde lijst 1 van bijlage II bedoeld in punt 6° en een afwijking van de in punt 8° bedoelde verplichting tot vernietiging van de bedekking tussen 15 en 31 augustus kunnen worden toegestaan aan de landbouwers op grond van een door het bestuur erkend officieel attest waaruit blijkt dat vogelsoorten die beschermd zijn krachtens Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, aanwezig zijn op de betrokken braakgelegde gronden.
  10° Braakgelegde oppervlakten komen niet in aanmerking voor toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw :
  - als behoudsperceelsrand en extensieve graslandstrook zoals bedoeld in methode 2 van het besluit van de Waalse Regering van 11 maart 1999 tot toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw;
  - als met gras bezaaide perceelsrand zoals bedoeld in methode 3.a van het besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2004 tot toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw;
  - of als ingerichte perceelstroken zoals bedoeld in methode 9 van voornoemd besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2004.
  11° Onverminderd de vrijstellingen voorzien bij artikelen 2 en 3 van dit besluit mogen de oppervlakten braakland niet bestemd zijn voor landbouwactiviteiten noch worden gebruikt voor een winstgevend doel onverenigbaar met de landbouw noch gewassen voor commerciële doeleinden voortbrengen. Bovendien mag het plantendek niet bestemd zijn of worden gebruikt voor zaadwinning.
  12° Het plantendek mag niet worden gebruikt voor landbouwdoeleinden vóór 31 augustus en mag evenmin vóór 15 januari volgend op het kalenderjaar van indiening van de steunaanvraag een voor verkoop bestemde plantaardige productie opleveren.
  13° Geen grondbewerking met het oog op de aanleg van een gewas mag worden verricht vóór 1 september. Onder de door het bestuur vastgestelde voorwaarden kan de landbouwer ertoe gemachtigd zijn, met het oog op het inzaaien of aanplanten van koolzaad, raapzaad, wintergraangewassen of een ander gewas dat pas het volgende jaar geoogst zal worden, om vanaf 1 augustus de noodzakelijke werken uit te voeren vóór het inzaaien of de aanplanting en om vanaf 15 augustus het of de bedoelde gewassen in te zaaien of aan te planten.
  § 2. In geval van buitengewone omstandigheden, neemt de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest of bij afwezigheid of verhindering zijn plaatsvervanger, de noodzakelijke afwijkende bepalingen.
Article 1. § 1er. Dans le cadre de l'utilisation de ses droits jachères tels que visés à l'article 1er, point 13°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune, et en application de l'article 19, paragraphe 1er, dudit arrêté, l'agriculteur soumis à l'obligation de mettre en jachère une partie des terres de son exploitation, doit, sans préjudice des articles 2 et 3 du présent arrêté, respecter notamment les obligations suivantes :
  1° Sans préjudice de l'application de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006, les superficies de jachère visées à l'article 1er, point 15°, dudit arrêté, doivent être retirées de la production pendant une période qui court au minimum du 15 janvier de l'année civile d'introduction de la demande d'aides au 31 août de la même année civile.
  2° Sans préjudice de l'application de l'article 20 du présent arrêté, les jachères doivent être maintenues dans de bonnes conditions agricoles et environnementales.
  3° L'agriculteur ne peut utiliser sur les jachères d'autres pesticides à usage agricole que ceux repris à l'annexe Ire en conformité avec les conditions qui y sont prescrites.
  4° L'agriculteur ne peut pas laisser, après le 15 janvier de l'année concernée, la terre nue plus longtemps que ce qui est nécessaire pour la réalisation des semis.
  5° L'agriculteur doit :
  - soit semer sur les jachères, au plus tard pour le 31 mai de l'année civile d'introduction de la demande d'aides, un couvert végétal composé d'espèces ou de mélanges d'espèces reprises dans les listes 1 ou 2 de l'annexe II;
  - soit, s'il n'est pas engagé dans le régime de jachère faune dont question à l'article 19, laisser se développer sur ces jachères un couvert spontané pour autant que l'agriculteur n'y effectue aucun labour à partir du 15 janvier de l'année concernée et que ce couvert spontané soit maintenu jusqu'au moment de sa destruction visée au point 8° ci-après.
  6° Dans le cas d'un couvert comprenant des espèces semées reprises à la liste 1 de l'annexe II ou dans le cas d'un couvert spontané, l'agriculteur doit faucher ce couvert végétal en temps utile pour empêcher la fructification des plantes, entre le 15 janvier et le 31 août. La fauche doit être telle que la végétation soit coupée au ras du sol et son produit laissé sur place. Ce produit ne peut être ni récolté ni stocké sur le champ, sous aucune forme que ce soit.
  7° La fauche avant la fructification n'est pas obligatoire dans les cas suivants :
  - lorsque l'agriculteur a utilisé pour l'implantation du couvert végétal un mélange certifié de semences d'espèces d'au moins deux familles différentes reprises dans la liste 1 ou dans les listes 1 et 2 de l'annexe II et comportant au moins 20 % de chaque famille de ce mélange. Dans ce cas, l'agriculteur doit conserver, en vue d'un éventuel contrôle, les preuves d'achats ainsi que les étiquettes de certification des mélanges semés;
  - lorsque l'agriculteur a semé un couvert comprenant uniquement des espèces reprises à la liste 2 de l'annexe II.
  8° Que le couvert soit spontané ou qu'il résulte d'un semis, l'agriculteur doit, entre le 15 août et le 31 août, détruire le couvert végétal par fauchage au ras du sol, par broyage, par l'application de produits phytopharmaceutiques autorisés visés à l'annexe Ire ou par tout autre moyen approprié à l'exclusion de tout travail du sol. Le produit de la destruction du couvert doit rester sur place et ne peut être utilisé pour la commercialisation ou à toute autre fin. Seule la repousse de la végétation après le 31 août peut éventuellement être utilisée pour les besoins propres de l'exploitation.
  9° Une dérogation à l'obligation de fauchage avant la fructification pour les espèces semées reprises à la liste 1 de l'annexe II, visée au point 6°, et une dérogation à l'obligation de destruction du couvert entre le 15 août et le 31 août visée au point 8° peuvent être accordées aux agriculteurs sur base d'une attestation officielle, reconnue par l'administration, attestant de la présence sur les jachères considérées d'espèces d'oiseaux protégées en vertu de la Directive 79/409/CEE relative à la protection des oiseaux sauvages.
  10° Les superficies de jachères ne peuvent pas bénéficier de subventions agri-environnementales à titre :
  - de tournière de conservation et bande de prairie extensive telles que visées à la méthode 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 mars 1999 relatif à l'octroi de subventions agri-environnementales;
  - de tournière enherbée en bordure de culture telle que visée à la sous-méthode 3.a de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 octobre 2004 relatif à l'octroi de subventions agri-environnementales;
  - ou de bandes de parcelles aménagées telles que visées à la méthode 9 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 octobre 2004 précité.
  11° Sans préjudice des exonérations prévues par les articles 2 et 3 du présent arrêté, l'agriculteur ne peut pas affecter à un usage agricole les superficies de jachères, les utiliser ou les laisser utiliser dans un but lucratif incompatible avec l'agriculture et ces superficies ne peuvent produire aucune culture destinée à être commercialisée. En outre, l'agriculteur ne peut ni destiner ni utiliser le couvert végétal à la production de semences.
  12° Le couvert végétal ne peut être utilisé à des fins agricoles qu'après le 31 août et ce couvert ne peut donner lieu jusqu'au 15 janvier suivant l'année civile d'introduction de la demande d'aides, à une production végétale destinée à être commercialisée.
  13° Aucun travail du sol en vue de l'installation d'une culture ne peut être réalisé avant le 1er septembre. Toutefois, dans les conditions fixées par l'administration, l'agriculteur peut être autorisé, en vue de la réalisation des ensemencements ou des implantations de colza, de navette, de céréales d'hiver ou d'une autre culture qui ne sera récoltée que l'année suivante, à effectuer, à partir du 1er août, les travaux nécessaires avant semis ou implantation et à procéder, à partir du 15 août, au semis ou à l'implantation de la ou des cultures visées.
  § 2. Lors de circonstances exceptionnelles, le Directeur général de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, le fonctionnaire qui le remplace, prend les dispositions dérogatoires qui s'imposent.
HOOFDSTUK II. - De vrijstelling van braaklegging voor de biologische landbouw.
CHAPITRE II. - L'exonération de mise en jachère pour agriculture biologique.
Art. 2. In het kader van het gebruik van de braakleggingsrechten is de vrijstelling van braaklegging bedoeld in artikel 19, § 2, punt 1°, van het besluit van de Waalse Regering betreffende de landbouwers die het geheel van hun bedrijf beheren volgens de biologische productiemethode, van toepassing op een aantal hectaren dat niet hoger is dan het aantal braakleggingsrechten die de betrokken landbouwer heeft verkregen in 2005. Die vrijstelling is ook van toepassing op de met gronden overgedragen braakleggingsrechten die later zijn aangeschaft.
Art. 2. Dans le cadre de l'utilisation des droits jachères, l'exonération de l'obligation de mise en jachère visée à l'article 19, paragraphe 2, point 1°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 pour les agriculteurs gérant la totalité de leur exploitation selon le mode de production biologique s'applique à un nombre d'hectares ne dépassant pas le nombre de droits jachères reçus en 2005 par l'agriculteur considéré. Cette exonération s'applique également aux droits jachères transférés avec terres, acquis ultérieurement.
HOOFDSTUK II. - De vrijstelling van braaklegging voor de productie van non-voedingsstoffen.
CHAPITRE III. - L'exonération de mise en jachère pour production non alimentaire.
Art. 3. In het kader van het gebruik van de braakleggingsrechten is de vrijstelling van braaklegging bedoeld in artikel 19, § 2, punt 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 verleend voor de braakgelegde grond die gebruikt wordt voor de productie van grondstoffen voor de vervaardiging binnen de Gemeenschap van producten die niet in de eerste plaats zijn bestemd voor voeding of vervoedering. De toegestane grondstoffen staan vermeld in artikel 145 van Verordening (EG) nr.1973/2004, worden gebruikt in de Gemeenschap en zijn bestemd voor de productie van non-voedingsstoffen bedoeld in bijlage XXIII van genoemde Verordening; enkel de eventuele bijproducten daarvan kunnen bestemd zijn voor voeding of vervoedering. Vezelvlas en vezelhennep bestemd voor vezelproductie worden echter uitgesloten van bovenbedoelde grondstoffen.
  In het kader van het gebruik van braakleggingsrechten en van productie van grondstoffen bestemd voor energiedoeleinden zoals bedoeld in artikel 88 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, komt de landbouwer niet in aanmerking voor steun aan energiegewassen.
Art. 3. Dans le cadre de l'utilisation des droits jachères, l'exonération de l'obligation de mise en jachère visée à l'article 19, paragraphe 2, point 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 est accordée pour les terres mises en jachères utilisées pour la production de matières premières servant à la fabrication dans la Communauté, de produits qui ne sont pas directement destinés à la consommation humaine ou animale. Les matières premières autorisées sont celles visées à l'article 145 du Règlement (CE) n° 1973/2004, qui sont produites dans la Communauté et utilisées aux fins non alimentaires visées à l'annexe XXIII dudit Règlement et dont seuls les éventuels produits secondaires pourraient être destinés à la consommation humaine ou animale. Néanmoins, le lin textile et le chanvre textile destinés à la production de fibres textiles sont exclus des matières premières susvisées.
  Dans le cadre de l'utilisation des droits jachères et en cas de production de matières premières destinées à la production de matières premières à des fins énergétiques tels que visés à l'article 88 du Règlement (CE) n° 1782/2003, l'agriculteur ne peut pas demander d'aide aux cultures énergétiques.
Art. 4. De landbouwer moet bij zijn steunaanvraag, bedoeld in artikel 1, punt 8°, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006, het contract voegen dat gesloten is met een inzamelaar of een eerste verwerker zoals bedoeld in artikelen 145, § 2, en 147 van Verordening (EG) nr. 1973/2004, overeenkomstig de voorwaarden voorzien in artikel 5 van dit besluit, onverminderd de afwijking bedoeld in artikelen 146 en 148 van genoemde Verordening. Die afwijking wordt enkel toegestaan mits de bij genoemde artikelen van die Verordening voorziene voorwaarden worden vervuld.
  Naast de in het eerste lid bedoelde bepalingen, is de landbouwer ertoe verplicht één enkel contract per grondstof en per oogstjaar te sluiten.
  In afwijking van het eerste lid vereisen de grondstoffen die staan vermeld in bijlage XXII bij Verordening (EG) nr. 1973/2004, geen contract. Bij gebrek aan contract voegt de landbouwer bij zijn steunaanvraag het door het bestuur opgestelde formulier "aangifte van niet-voedingsgewassen waarvoor geen contract is vereist"; Op dat formulier verbindt de landbouwer zich ertoe de betrokken grondstoffen, bij gebruik op zijn bedrijf of bij verkoop ervan, te bestemmen voor de doeleinden vermeld in bijlage XXIII van Verordening (EG) nr. 1973/2004. Dat formulier bevat o.a. de hiernavermelde gegevens.
  - de identificatie en ligging van de percelen waarop de betrokken grondstoffen worden geteeld, in overeenstemming met de "oppervakteaangifte en steunaanvraag" van de betrokken landbouwer en betreffende hetzelfde oogstjaar;
  - de oppervlakte van elk van die percelen;
  - voor elk perceel, de opgave van de teelt, het jaar van aanleg daarvan, de duur van de teeltcyclus en de verwachte oogstdata.
Art. 4. L'agriculteur doit joindre à sa demande d'aides visée à l'article 1er, point 8°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006, le contrat conclu avec un collecteur ou un premier transformateur tel que visé aux articles 145, paragraphe 2, et 147 du Règlement (CE) n° 1973/2004, conforme aux conditions prévues à l'article 5 du présent arrêté, sans préjudice de la dérogation prévue par les articles 146 et 148 dudit Règlement. Cette dérogation n'est accordée que si les conditions prévues par lesdits articles de ce Règlement sont respectées.
  Outre les dispositions prévues au premier alinéa, l'agriculteur est tenu de ne conclure, par année de récolte, qu'un seul contrat par matière première.
  Par dérogation au premier alinéa, les matières premières énumérées à l'annexe XXII du Règlement (CE) n° 1973/2004 ne doivent pas nécessairement faire l'objet d'un contrat. En absence de contrat, l'agriculteur doit joindre à sa demande d'aides le formulaire de "déclaration de cultures non alimentaires ne nécessitant pas de contrat", établi par l'administration. Au moyen de ce formulaire, l'agriculteur s'engage à ce que, en cas d'utilisation dans son exploitation ou de vente des matières premières concernées, celles-ci soient affectées aux destinations mentionnées à l'annexe XXIII du Règlement (CE) n° 1973/2004. Ce formulaire reprend notamment les informations ci-après :
  - l'identification et la localisation des parcelles où sont cultivées les matières premières concernées, en concordance avec la "déclaration de superficie et demande d'aides" de l'agriculteur concerné et relative à la même année de récolte;
  - la superficie de chacune de ces parcelles;
  - pour chaque parcelle, la mention de la culture, de l'année de sa mise en place, de la durée de son cycle cultural et des dates prévues des récoltes.
Art. 5. § 1. Het in artikel 4 bedoelde contract tussen de landbouwer en de inzamelaar of de eerste verwerker is enkel geldig indien het door beide partijen gedateerd en ondertekend wordt.
  § 2. Het contract moet opgesteld worden in overeenkomstig de in artikel 145, § 1, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1973/2004 vastgestelde voorwaarden en dient naast de voornaamste beoogde eindbestemmingen van de grondstoffen het volgende te vermelden
  1° de naam en het adres van de contractsluitende partijen;
  2° de duur ervan en het oogstjaar;
  3° de oppervlakte van iedere verbouwde soort en type en de ligging van de betrokken percelen, in overeenstemming met de "oppervlakteaangifte en steunaanvraag" van de betrokken landbouwer en betreffende hetzelfde oogstjaar;
  4° per soort en per type gewas de geraamde hoeveelheid grondstof en alle voor de levering daarvan geldende voorwaarden. Wat betreft oliehoudende zaden moet de voorziene hoeveelheid ten minste gelijk zijn aan de beteelde oppervlakte vermenigvuldigd met de minimumopbrengst die door het bestuur meegedeeld wordt voor de bedoelde grondstof;
  5° als het contract betrekking heeft op raapzaad, koolzaad, zonnebloempitten of sojabonen van GN-codes 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 of 1201 00 90, moeten eveneens de geraamde hoeveelheid bijproducten en de geraamde hoeveelheid bijproducten met een andere bestemming dan voeding of vervoedering worden vermeld, in beide gevallen per soort uitgedrukt;
  6° de voornaamste eindbestemmingen die voor de grondstof worden beoogd in overeenstemming met de in artikel 145, § 1, en in artikel 163, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1973/2004 vastgestelde voorwaarden.
  § 3. Het contract dient volgende clausules te bevatten :
  1° de landbouwer verbindt zich ertoe om het geheel van de grondstof die geoogst is op de betrokken oppervlakten, te leveren aan de inzamelaar of aan de eerste verwerker;
  2° de inzamelaar of eerste verwerker verbindt zich ertoe om het geheel van de oogst af te nemen en binnen de Gemeenschap een daarmee overeenkomende hoeveelheid van die grondstoffen of reeds verwerkte tussen- en/of bijproducten te gebruiken voor de vervaardiging van in bijlage XXIII bij Verordening (EG) nr. 1973/2004 bedoelde eindproducten, waarbij tevens voldaan wordt aan de eisen gesteld in artikel 145, § 3, van genoemde Verordening.
  § 4. De landbouwer moet er zorg voor dragen dat het contract wordt gesloten op een datum die zijn medecontracterende partij de mogelijkheid biedt om binnen de in artikel 6 vastgestelde termijnen een afschrift van bedoeld contract in te dienen bij het centraal bestuur.
Art. 5. § 1er. Le contrat visé à l'article 4, entre l'agriculteur et le collecteur ou le premier transformateur, n'est valable que s'il est daté et signé par les deux parties.
  § 2. Le contrat doit être établi en conformité avec les conditions fixées à l'article 145, paragraphe 1er, deuxième alinéa, du Règlement (CE) n° 1973/2004 et doit, outre les utilisations finales principales envisagées de la matière première, mentionner :
  1° le nom et l'adresse des parties contractantes;
  2° sa durée et l'année de récolte;
  3° pour chaque espèce et type de culture, la superficie cultivée et la localisation des parcelles concernées, en concordance avec la "déclaration de superficie et demande d'aides" de l'agriculteur concerné et relative à la même année de récolte;
  4° pour chaque espèce et type de culture, la quantité escomptée de matière première ainsi que toute condition applicable à sa livraison. En ce qui concerne les oléagineux, cette quantité escomptée doit être au moins égale au produit de la superficie cultivée par le rendement minimum communiqué par l'administration pour la matière première visée;
  5° lorsque le contrat concerne des graines de navette, de colza, de tournesol ou des fèves de soja relevant des codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 ou 1201 00 90, il doit également mentionner la quantité totale escomptée de sous-produits et la quantité escomptée de sous-produits destinés à d'autres fins que la consommation humaine ou animale, exprimée dans les deux cas par espèce;
  6° les utilisations finales principales envisagées de la matière première, conformément aux conditions fixées à l'article 145, paragraphe 1er, et à l'article 163, paragraphe 3, du Règlement (CE) n° 1973/2004.
  § 3. Le contrat doit comprendre les clauses suivantes :
  1° l'agriculteur s'engage à fournir au collecteur ou au premier transformateur la totalité de la matière première récoltée sur les superficies en question;
  2° le collecteur ou le premier transformateur s'engage à réceptionner la totalité de la récolte et à transformer dans la Communauté une quantité équivalente de ces matières premières ou de produits intermédiaires et/ou secondaires déjà transformés en produits finis prévus à l'annexe XXIII du Règlement (CE) n° 1973/2004, dans le respect des exigences imposées par l'article 145, paragraphe 3, dudit Règlement.
  § 4. Il incombe à l'agriculteur de veiller à ce que le contrat soit conclu à une date permettant à son co-contractant d'introduire une copie dudit contrat auprès de l'administration centrale dans les délais fixés à l'article 6.
Art. 6. De inzamelaar of de eerste verwerker die met de landbouwer het contract heeft gesloten, dient bij het centrale bestuur bedoeld in artikel 1, punt 21, van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 een afschrift van het contract in binnen de volgende termijn :
  1° voor de in de winter ingezaaide grondstoffen, uiterlijk 31 januari van het oogstjaar;
  2° voor de in de lente ingezaaide grondstoffen, uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de "oppervlakteaangifte en steunaanvraag" voor het betrokken jaar.
  Beide contractsluitende partijen mogen het contract wijzigen of opzeggen voor zover de wijziging ondertekend is door beide partijen en op voorwaarde dat de landbouwer en de inzamelaar of de eerste verwerker het centrale bestuur in kennis daarvan stellen door een aanhangsel bij het initiële contract vóór de uiterste inzaaïngsdatum vastgesteld op 31 mei van het oogstjaar, onverminderd de toepassing van artikel 22, § 1, derde lid, van Verordening (EG) nr.796/2004.
Art. 6. _ Le collecteur ou le premier transformateur, co-contractant de l'agriculteur, doit transmettre une copie du contrat à l'administration centrale visée à l'article 1er, point 21°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006, dans le délai suivant :
  1° au plus tard le 31 janvier de l'année de récolte pour les emblavements d'hiver;
  2° au plus tard à la date limite d'introduction de la "déclaration de superficie et demande d'aides" pour l'année concernée pour les emblavements de printemps.
  Les deux parties contractantes peuvent modifier ou résilier le contrat pour autant que la modification soit signée par les deux parties et que l'agriculteur et le collecteur ou le premier transformateur en informent l'administration centrale par un avenant au contrat initial avant la date limite d'ensemencement fixée au 31 mai de l'année de récolte, sans préjudice de l'application de l'article 22, paragraphe 1er, troisième alinéa, du Règlement (CE) n° 796/2004.
Art. 7. § 1. In geval van contract stelt de inzamelaar of de eerste verwerker de volledige zekerheid bedoeld in artikel 158 van Verordening (EG) nr. 1973/2004 bij het centrale bestuur uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de "oppervlakteaangifte en steunaanvraag" voor het betrokken jaar.
  Wanneer een contract wordt gewijzigd of vernietigd, wordt de gestelde zekerheid dienovereenkomstig aangepast.
  § 2. De zekerheid wordt voor iedere grondstof vrijgegeven naar rata van de hoeveelheden die zijn verwerkt, mits het centrale bestuur over bewijzen beschikt dat deze hoeveelheden overeenkomstig de regelgeving zijn verwerkt.
  Als het contract betrekking heeft op raapzaad, koolzaad, zonnebloempitten of sojabonen van GN-codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 of 1201 00 90 en die onderworpen zijn aan de procedure bedoeld in artikel 149, § 2, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1973/2004, moet de vastgestelde hoeveelheid nevenproducten die de maximale hoeveelheid bestemd voor voeding of vervoedering overschrijdt, herbestemd zijn naar andere markten dan de voedingsmarkt. Het bewijs moet worden geleverd aan het centrale bestuur.
Art. 7. § 1er. En cas de contrat, le collecteur ou le premier transformateur constitue la totalité de la garantie visée à l'article 158 du Règlement (CE) n° 1973/2004, auprès de l'administration centrale, ceci au plus tard à la date limite fixée pour l'introduction de la "déclaration de superficie et demande d'aides" pour l'année concernée.
  Lorsqu'un contrat est modifié ou annulé, la garantie constituée est adaptée en conséquence.
  § 2. Pour chaque matière première, la garantie est libérée au prorata des quantités transformées lorsque l'administration centrale a reçu la preuve de ce que ces quantités ont été transformées conformément à la réglementation.
  Pour les contrats concernant des graines de navette, de colza, de tournesol ou des fèves de soja relevant des codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 ou 1201 00 90, soumis à la procédure mentionnée à l'article 149, paragraphe 2, deuxième alinéa, du Règlement (CE) n° 1973/2004, les quantités de sous-produits constatées en dépassement des quantités maximales qui peuvent être destinées à la consommation humaine ou animale, doivent trouver d'autres débouchés que le marché alimentaire. La preuve doit en être apportée à l'administration centrale.
Art. 8. § 1. In geval van contract, tijdens de teeltcyclus, als de landbouwer denkt dat hij, wegens bijzondere omstandigheden, niet in staat zal zijn om de totale hoeveelheid grondstof te leveren die in artikel 10, §§ 1 en 2, bedoeld is, deelt hij dit zo gauw mogelijk mee aan de bevoegde Directie Buitendienst van het bestuur die zijn dossier beheert, door die het bewijsstuk van schade aan teelten over te maken. Behalve in geval van overmacht moet dat bewijsstuk verplicht opgesteld worden door de Commissie van vaststelling van schade aan teelten.
  Behalve in geval van overmacht zal elk bewijsstuk dat bij de bevoegde directie Buitendienst van het bestuur toekomt na de oogstdatum van de grondstof onontvankelijk zijn. Elk door voornoemde Commissie opgesteld bewijsstuk betreffende een vaststelling van schade aan teelten die vóór de oogstdatum werd uitgevoerd, blijft ontvankelijk voor zover het bij de bevoegde Directie Buitendiensten van het bestuur toekomt binnen dertig dagen na de datum van de betrokken vaststelling.
  Wat betreft het jaar 2005 kan dat bewijsstuk ook opgesteld zijn op grond van een vaststelling die vóór de bekendmakingsdatum van dit besluit werd uitgevoerd hetzij door een ambtenaar van de Directie Controle, Afdeling Steun aan de Landbouw, Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, hetzij door een ambtenaar van de Afdeling Onderzoek, Ontwikkeling en Kwaliteit van hetzelfde Directoraat-generaal.
  § 2. Wanneer de rechtvaardiging van een productietekort zoals bedoeld in § 1 door de bevoegde Directie Buitendiensten wordt aanvaard, geeft die toestemming om :
  - ofwel de onder het contract vallende oppervlakten te verminderen;
  - ofwel het contract op te zeggen;
  - ofwel de in het contract vermelde hoeveelheid grondstof te verlagen door die evenredig met de geraamde omvang van de geleden teeltschade te verminderen.
  Bij vermindering of schrapping van de onder het contract vallende oppervlakten, moet de landbouwer, om zijn recht op steun te behouden, overeenkomstig artikel 1, de betrokken gronden opnieuw braakleggen tot voldoening van het bestuur.
  Hij verliest verder het recht om de grondstof geteeld op de uit het contract gelichte grond te verkopen, af te staan of te gebruiken.
Art. 8. § 1er. En cas de contrat, si, durant le cycle cultural, l'agriculteur estime qu'en raison de circonstances particulières, il ne sera pas en mesure de fournir la totalité de la quantité de matière première prévue à l'article 10, premier et deuxième paragraphes, il en informe dès que possible la Direction des Services extérieurs compétente de l'administration en lui transmettant la pièce justificative des dommages subis par les cultures. Sauf en cas de force majeure, cette pièce justificative doit avoir été établie par la Commission communale de constat des dégâts aux cultures.
  Sauf cas de force majeure, toute pièce justificative qui parviendrait à la Direction des Services extérieurs compétente de l'administration après la date de récolte de la matière première ne serait pas recevable. Toutefois, une pièce justificative établie par la Commission communale de constat des dégâts aux cultures et relative à un constat effectué avant la date de récolte reste recevable pour autant qu'elle parvienne à la Direction des Services extérieurs compétente de l'administration dans les trente jours qui suivent la date du constat considéré.
  Pour l'année 2005, cette pièce justificative peut également avoir été établie sur base d'un constat effectué avant la date de parution du présent arrêté soit par un agent de la Direction du contrôle de la Division des aides à l'agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne, soit par un agent de la Division de la Recherche, du Développement et de la Qualité de la même Direction générale.
  § 2. Lorsque la justification d'un manque de production telle que prévue au paragraphe 1er est acceptée par la Direction des Services extérieurs compétente, celle-ci autorise :
  - soit une diminution des superficies faisant l'objet du contrat;
  - soit une résiliation du contrat;
  - soit une réduction de la quantité de matière première mentionnée sur le contrat en diminuant cette dernière proportionnellement à l'importance estimée des dégâts subis par les cultures.
  Dans les cas de diminution ou de suppression de superficie faisant l'objet du contrat, pour maintenir son droit à l'aide, l'agriculteur est tenu, pour les terres concernées, de respecter les obligations de mise en jachère prévues à l'article premier, ceci à la satisfaction de l'administration. Par ailleurs, il perd le droit de vendre, de céder ou d'utiliser la matière première cultivée sur les terres retirées du contrat.
Art. 9. Na iedere oogst van de betrokken grondstoffen meldt de landbouwer aan de bevoegde Directie Buitendiensten van het bestuur uiterlijk op 31 oktober, door middel van het door het Bestuur opgestelde formulier van oogstaangifte, per soort en per type, de totale geoogste en geleverde hoeveelheid evenals de identiteit van de persoon aan wie geleverd werd.
  De oogstaangifte wordt echter uiterlijk ingediend :
  - op 30 november in geval van kuilmaïs;
  - op 31 december in geval van suikerbieten, aardperen en cichoreiwortels.
Art. 9. L'agriculteur doit, après chaque récolte des matières premières concernées, déclarer à la Direction des Services extérieurs compétente de l'administration, au plus tard le 31 octobre de l'année de récolte, au moyen du formulaire de déclaration de récolte établi par l'administration centrale, la quantité totale récoltée et livrée pour chaque espèce et type de culture ainsi que l'identité de celui auquel il l'a livrée.
  Toutefois, la déclaration de récolte peut se faire au plus tard :
  - le 30 novembre dans le cas de maïs d'ensilage;
  - le 31 décembre dans le cas de betteraves sucrières, de topinambours et de racines de chicorées.
Art. 10. § 1. De landbouwer moet de medecontractant de hele hoeveelheid grondstof leveren die werd geoogst op de in het contract bedoelde oppervlakten.
  De hoeveelheid grondstof die effectief door de landbouwer moet worden geleverd aan de inzamelaar of aan de eerste verwerker moet ten minste gelijk zijn aan de betrokken beteelde oppervlakte vermenigvuldigd met het in § 2 bedoelde representatieve rendement.
  § 2. Het bestuur stelt elk jaar representatieve rendementen op en deelt die mee via de pers. Voor de grondstoffen opgesomd in bijlage XXII van Verordening (EG) nr. 1973/2004 hoeven geen representatieve rendementen te worden vastgesteld.
  § 3. In geval van een productietekort, als de Directie Buitendiensten het schriftelijke bewijs van de landbouwer ter verklaring van dit tekort heeft aanvaard, houdt het bestuur rekening met de toestemming die vooraf werd verleend, in overeenstemming met hetgeen bepaald is in artikel 8, § 2, om de hoeveelheid grondstof die de producent krachtens § 1 moest leveren, te verminderen.
  § 4. In geval van een productietekort wordt aangenomen dat de landbouwer niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot braaklegging wat betreft percelen die uit de productie genomen zijn voor de teelt van niet-voedingsgewassen, o.a. in de volgende gevallen :
  1° als de rechtvaardiging die door de landbouwer werd ingeroepen ter verklaring van een tekort van de geleverde hoeveelheid, overeenkomstig artikel 8, § 1, niet werd aanvaard door de bevoegde Directie Buitendiensten;
  2° als het bewijsstuk ter verklaring van dat tekort, zoals bedoeld in artikel 8, § 1, ontbreekt of bij de bevoegde Directie Buitendiensten toekwam na de oogstdatum of in voorkomend geval na de termijn van dertig dagen volgend op de datum van de in het tweede lid van diezelfde paragraaf bedoelde vaststelling;
  3° als de daadwerkelijk geleverde hoeveelheid kleiner is dan wat vooraf door de bevoegde Directie Buitendiensten werd toegestaan in overeenstemming met hetgeen bepaald is in artikel 8.
  Bijgevolg worden voor deze percelen de in artikel 51, § 3, van Verordening (EG) nr. 796/2004 bedoelde boetes toegepast naar rata van de hoeveelheid ontbrekende grondstof die wordt omgerekend naar een als niet teruggevonden beschouwde oppervlakte.
Art. 10. § 1er. L'agriculteur est tenu de livrer à son co-contractant la totalité de la matière première récoltée sur les superficies concernées par le contrat.
  La quantité de matière première devant effectivement être livrée par l'agriculteur au collecteur ou au premier transformateur doit être au moins égale au produit de la superficie cultivée concernée par le rendement représentatif visé au deuxième paragraphe.
  § 2. L'administration établit chaque année des rendements représentatifs et les communique par voie de presse. Les matières premières reprises à l'annexe XXII du Règlement (CE) n° 1973/2004 sont exemptées de rendement représentatif.
  § 3. En cas de production défaillante et lorsque la justification écrite de l'agriculteur pouvant expliquer le manquement a été acceptée par la Direction des services extérieurs compétente, l'administration prend en compte l'autorisation qu'elle a préalablement donnée, conformément aux dispositions prévues à l'article 8, paragraphe 2, de réduire la quantité de matière première que l'agriculteur était tenu de livrer en vertu du paragraphe 1er.
  § 4. En cas de production défaillante, il est considéré que l'agriculteur n'a pas rempli les obligations de mise en jachère lui incombant quant aux parcelles mises en jachère à des fins non alimentaires, notamment dans les cas suivants :
  1° lorsque la justification d'un manque de livraison invoquée par l'agriculteur conformément à l'article 8, paragraphe 1er, n'a pas été acceptée par la Direction des Services extérieurs compétente;
  2° lorsque la pièce justificative pouvant expliquer ce manque de livraison telle que prévue à l'article 8, paragraphe 1er, fait défaut ou est parvenue à la Direction des Services extérieurs compétente après la date de récolte de la matière première ou, le cas échéant, est parvenue au-delà du délai des trente jours qui suivent la date du constat visé au deuxième alinéa de ce même paragraphe;
  3° lorsque la livraison effective est inférieure à celle préalablement autorisée par la Direction des Services extérieurs compétente conformément aux dispositions prévues à l'article 8.
  Dès lors, pour ces parcelles, les pénalités prévues à l'article 51, paragraphe 3, du Règlement (CE) n° 796/2004 sont appliquées au prorata de la quantité de matière première manquante convertie en superficie considérée comme non retrouvée.
Art. 11. In geval van contract moet de inzamelaar of de eerste verwerker aan wie de landbouwer de grondstoffen leverde, uiterlijk op 15 oktober de volgende gegevens mededelen aan het centrale bestuur :
  1° de hoeveelheid ontvangen grondstof, in bruto- en nettogewicht, per soort en per type gewas;
  2° de identiteit en het adres van de betrokken landbouwer alsook zijn producentnummer;
  3° de plaats van levering en opslag;
  4° de referentie van het betrokken contract, namelijk het nummer van het contract dat door het bestuur werd toegekend.
Art. 11. En cas de contrat, le collecteur ou le premier transformateur auquel l'agriculteur a livré les matières premières communique à l'administration centrale, au plus tard le 15 octobre, les informations suivantes :
  1° la quantité de matière première réceptionnée, en poids brut et en poids net, par espèce et par type de culture;
  2° l'identité et l'adresse de l'agriculteur concerné et son numéro de producteur;
  3° le lieu de livraison et de stockage;
  4° la référence du contrat visé, à savoir le numéro de contrat attribué par l'administration.
Art. 12. § 1. De steun kan enkel aan de landbouwer worden betaald alvorens de grondstof wordt verwerkt als de voorschriften van artikel 155 van Verordening (EG) nr.1973/2004 worden vervuld, met name de volgende bepalingen :
  1° de in artikel 9 bedoelde oogstaangifte is uitgevoerd;
  2° in geval van contract :
  - een afschrift van het contract werd tijdig ingediend bij het centrale bestuur door de inzamelaar of de eerste verwerker;
  - het centrale bestuur heeft het bewijs ontvangen dat de volledige zekerheid door de inzamelaar of de eerste verwerker werd gesteld;
  - de voorwaarden betreffende dat contract zijn vervuld.
  § 2. In gevallen van twee- of meerjarige gewassen wordt de betaling elk jaar uitgevoerd voor zover de in § 1, punt 2, bedoelde bepalingen worden vervuld in het eerste teeltjaar en mits de in § 1, punt 1°, bedoelde bepaling alsook de in artikel 11 bedoelde mededeling nageleefd worden tijdens het oogstjaar.
Art. 12. _
  § 1er. Le paiement à l'agriculteur peut avoir lieu avant la transformation de la matière première pour autant que les dispositions de l'article 155 du Règlement (CE) n° 1973/2004 soient respectées, notamment les dispositions suivantes :
  1° la déclaration de récolte visée à l'article 9 a été effectuée;
  2° en cas de contrat :
  - une copie du contrat a été introduite en temps voulu auprès de l'administration centrale par le collecteur ou le premier transformateur;
  - la garantie a été entièrement constituée, par le collecteur ou le premier transformateur, auprès de l'administration centrale;
  - les conditions relatives à ce contrat ont bien été respectées.
  § 2. Dans les cas des cultures bisannuelles ou pluriannuelles, le paiement est effectué chaque année pour autant que les dispositions visées au paragraphe 1er, point 2°, soient respectées la première année de culture et que la disposition visée au paragraphe 1er, point 1°, ainsi que la communication visée à l'article 11 soient respectées au cours de l'année de récolte des cultures.
Art. 13. § 1. In geval van contract houdt de inzamelaar maandelijks een register bij waar de hiernavermelde gegevens staan vermeld :
  1° de hoeveelheden grondstof die voor verwerking in het kader van dit besluit zijn gekocht en verkocht;
  2° de naam en het adres van de landbouwers;
  3° de naam en adres van de verdere kopers of verwerkers.
  § 2. Voor elke grondstof houdt de verwerker maandelijks een register bij waar de hiernavermelde gegevens staan vermeld :
  1° de hoeveelheden van de voor verwerking aangekochte of ontvangen grondstof;
  2° de hoeveelheden verwerkte grondstoffen alsook de hoeveelheden en soorten verkregen eind-, bij- en nevenproducten, die daarmee verband houden;
  3° de verwerkingsverliezen;
  4° de vernietigde hoeveelheden en de redenen voor die vernietiging;
  5° de hoeveelheden en soorten afgewerkte producten en bijproducten die door de verwerker worden verkocht of afgestaan en de ervoor verkregen prijs;
  6° de naam en adres van de verdere kopers of verwerkers.
  § 3. Elke verwerker moet de nodige gegevens betreffende de verwerking van grondstoffen onder contract mededelen aan het centrale bestuur en in het bijzonder :
  1° een beschrijving van de verwerkingsketen;
  2° de prijs van de bekomen producten;
  3° de technische rendementen van de verwerking tot eindproduct, bijproduct of nevenproduct evenals de verliezen.
  § 4. De registers en de gegevens bedoeld in §§ § 1, 2 en 3 moeten ter controle worden voorgelegd aan het centrale bestuur telkens daarom wordt verzocht.
  § 5. Elke inzamelaar, eerste verwerker of verdere verwerker moet op elk ogenblik het centrale bestuur toestaan zijn boekhouding te controleren, zijn installaties te inspecteren, de voorraden na te zien en stalen te nemen van de grondstoffen.
  § 6. Alle voor de contracten, leveringen en verwerkingen bewijskrachtige documenten, nl. facturen, leveringsborderellen, transportdocumenten, productieboekhouding, voorraadlijsten en bestelnota's moeten gedurende 3 jaar vanaf de vrijgave van de zekerheid in het bedrijf bewaard worden.
Art. 13. § 1er. En cas de contrat, le collecteur doit tenir mensuellement un registre où sont mentionnées les données reprises ci-après :
  1° les quantités de la matière première achetées et vendues pour être transformées dans le cadre du présent arrêté;
  2° les nom et adresse des agriculteurs;
  3° les nom et adresse des acheteurs ou transformateurs ultérieurs.
  § 2. Pour chaque matière première, le transformateur doit tenir mensuellement un registre où sont mentionnées les données reprises ci-après :
  1° les quantités de la matière première achetées ou réceptionnées pour être transformées;
  2° les quantités de matières premières transformées ainsi que les quantités et les types de produits finis, coproduits et sous-produits obtenus qui sont en rapport;
  3° les pertes de transformation;
  4° les quantités détruites ainsi que la justification de chaque destruction;
  5° les quantités et les types de produits finis et secondaires vendus ou cédés par le transformateur ainsi que les prix obtenus;
  6° les nom et adresse des acheteurs ou transformateurs ultérieurs.
  § 3. Tout transformateur doit fournir à l'administration centrale les informations utiles relatives à la transformation des matières premières sous contrat, en particulier :
  1° une description de la chaîne de transformation;
  2° les prix des produits obtenus;
  3° les rendements techniques de la transformation en produit fini, sous produit et coproduit ainsi que les pertes.
  § 4. Les registres et les informations visés aux paragraphes 1er, 2 et 3, doivent être présentés lors de tout contrôle effectué par l'administration.
  § 5. Tout collecteur, premier transformateur ou transformateur ultérieur est tenu de permettre à l'administration en tout temps le contrôle de sa comptabilité, l'inspection de ses installations, la vérification des stocks ainsi que la prise d'échantillons des matières premières.
  § 6. Les documents justificatifs des contrats, des livraisons et des transformations, à savoir les factures, bordereaux de livraison, documents de transport, comptabilité de production, listes des stocks et notes de commande, doivent être conservés dans l'entreprise pendant trois ans à compter de la libération de la garantie.
Art. 14. Overeenkomstig artikel 145, § 3, van Verordening (EG) nr.1973/2004, in geval van contract meldt de inzamelaar of eerste verwerker die een grondstof of een daaruit vervaardigd tussen- of bijproduct onttrekt aan de niet-voedingssector, dit voorafgaandelijk aan het centrale bestuur door middel van het door die bevoegde overheid vastgelegde kennisgevingsformulier.
  De overeenkomende hoeveelheid grondstof of daaruit vervaardigd tussen- of bijproduct dat ter vervanging van de onttrokken producten tot niet-voedingsproduct verder verwerkt werd, moet bij het centrale bestuur gemeld worden door middel van het door de bevoegde overheid vastgelegde kennisgevingsformulier.
  De inzamelaar of eerste verwerker die de overeenkomstig artikel 152 van Verordening (EG) nr.1973/2004 beoogde voornaamste eindbestemmingen van de grondstoffen wijzigt, moet het centrale bestuur daar vooraf op de hoogte van brengen.
Art. 14. Conformément à l'article 145, paragraphe 3, du Règlement (CE) n° 1973/2004, en cas de contrat, le collecteur ou le premier transformateur qui soustrait du circuit non alimentaire une matière première ou un produit intermédiaire ou secondaire fabriqué au départ d'une matière première, doit le signaler au préalable à l'administration centrale au moyen du formulaire de notification établi par cette autorité.
  La quantité équivalente de matière première ou de produit intermédiaire ou secondaire fabriqué au départ de cette matière première qui a été transformée en produit non alimentaire pour remplacer les produits retirés, doit être signalée à l'administration centrale au moyen du formulaire de notification établi par cette autorité.
  Le collecteur ou le premier transformateur qui modifie les utilisations finales principales envisagées conformément à l'article 152 du Règlement (CE) n° 1973/2004, doit en informer préalablement l'administration centrale.
Art. 15. In geval van contract, bij intracommunautair handelsverkeer, zowel in het stadium grondstoffen, als tussenproducten, moet een T5-document of een alternatief bewijsstuk gebruikt worden voor het effectieve handelsverkeer, overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikelen 160 tot 162 van Verordening (EG) nr.1973/2004, en in geval van gelijkwaardig handelsverkeer, notificatieformulieren.
  Hierbij moet het centrale bestuur vóór het vertrek van de goederen naar een andere lidstaat, door de inzamelaar of in voorkomend geval de eerste verwerker, op de hoogte gebracht worden van de naam en adres van de bestemmeling, de soort en het type product alsook de hoeveelheid en de maand van levering van het betrokken product.
Art. 15. En cas de contrat, lorsqu'il y a échange intracommunautaire aussi bien au stade de matière première qu'à celui de produit intermédiaire, il y a lieu d'utiliser un document T5 pour les échanges effectifs ou une preuve alternative, conformément aux modalites indiquées aux articles 160 à 162 du Règlement (CE) n° 1973/2004, et des formulaires de notification pour les échanges à l'équivalence.
  A cet égard, l'administration centrale doit être informée par le collecteur ou, le cas echéant, le premier transformateur, avant tout départ des produits vers un autre Etat membre, du nom et de l'adresse du destinataire, de l'espèce, du type et de la quantité de chaque produit, ainsi que du mois de la livraison de ces produits.
Art. 16. In geval van contract moet de verwerking tot niet-voedingsproduct beëindigd zijn vóór 31 juli van het tweede jaar dat volgt op de oogst.
  Wat betreft de grondstoffen onderworpen aan de in artikel 7, § 2, tweede lid, vermelde procedure, is de in het eerste lid bedoelde uiterste datum ook van toepassing voor de afzet buiten de markt van voor voeding of vervoedering bestemde producten.
Art. 16. En cas de contrat, la transformation en produit non alimentaire doit être terminée pour le 31 juillet de la deuxième année suivant la récolte.
  Pour les matières premières soumises à la procédure mentionnée à l'article 7, paragraphe 2, deuxième alinéa, la date limite visée au premier alinéa est aussi d'application pour l'écoulement en dehors du marché des produits destinés à la consommation humaine ou animale.
Art. 17. § 1. De landbouwer mag op de braakgelegde grond van zijn bedrijf het volgende telen :
  - graangewassen of raapzaad, koolzaad, zonnebloempitten of sojabonen van GN-codes 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 of 1201 00 90, als brandstof voor de verwarming van zijn bedrijf of voor de productie van energie of biologische brandstoffen;
  - alle grondstoffen voor verwerking in zijn bedrijf tot biogas van GN-code 2711 29 00.
  § 2. In het geval bedoeld in § 1 moet de landbouwer :
  1° een verbintenisverklaring indienen die het in artikel 4, eerste lid, vermelde contract vervangt waarin hij zich ertoe verbindt om het geheel van de betrokken grondstoffen rechtstreeks te gebruiken of te verwerken;
  2° op zijn kosten alle geoogste grondstof door een door het bestuur aangewezen instantie of bedrijf laten wegen en een specifieke boekhouding voeren van de gebruikte grondstof en de door de verwerking verkregen producten en bijproducten. Voor granen, oliehoudende zaden en stro ressorterend onder codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 en 1201 00 90 en ook bij gebruik van de gehele plant kan de weging echter worden vervangen door een grondstofvolumebepaling;
  3° behalve in geval van verwerking tot biogas, op zijn kosten de in § 1 bedoelde oliehoudende graangewassen of zaden denatureren of laten denatureren volgens de door het bestuur voorgeschreven methode. Bij de productie van biobrandstof wordt het denatureren van de in het bedrijf verkregen olie echter toegestaan in plaats van het denatureren van zaad;
  4° een specifiek register bijhouden met, o.a., de geoogste, verwerkte en rechtstreeks na verwerking gedenatureerde hoeveelheid grondstoffen;
  5° zelf de in artikel 7 bedoelde zekerheid stellen.
  § 3. De bepalingen van artikelen 4 tot 16 zijn mutatis mutandis van toepassing op de landbouwer die zelf verwerker van de grondstoffen in zijn bedrijf is.
Art. 17. § 1er. L'agriculteur peut cultiver sur les jachères de son exploitation :
  - des céréales ou de la navette, du colza, du tournesol ou des fèves de soja relevant des codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 ou 1201 00 90, comme combustibles pour chauffer son exploitation ou pour la production d'énergie ou de biocarburants;
  - toute matière première pour la transformation, dans son exploitation, en biogaz relevant du code NC 2711 29 00.
  § 2. Dans le cas visé au premier paragraphe, l'agriculteur doit :
  1° introduire une déclaration d'engagement remplaçant le contrat mentionné à l'article 4, premier alinéa, dans laquelle il s'engage à utiliser ou à transformer directement la totalité des matières premières visées;
  2° faire peser, à ses frais, par un organisme ou une entreprise désignés par l'administration, toute la matière première récoltée et mettre en place une comptabilité spécifique de la matière première utilisée et des produits et sous-produits issus de la transformation. Toutefois, pour les céréales, les oléagineux relevant des codes NC 1205 10 90, 1205 90 00, 1206 00 91, 1206 00 99 ou 1201 00 90, les pailles, ainsi qu'en cas d'utilisation de la plante entière, le pesage peut être remplacé par la détermination volumétrique de la matière première;
  3° sauf en cas de transformation en biogaz, dénaturer ou faire dénaturer, à ses frais, les céréales ou les graines oléagineuses visées au premier paragraphe selon la méthode prescrite par l'administration. La dénaturation de l'huile obtenue dans l'exploitation au lieu de la dénaturation des graines est toutefois autorisée lors de la production de biocarburant;
  4° tenir un registre spécifique qui mentionne entre autres, les quantités de matières premières récoltées, transformées et dénaturées directement après transformation;
  5° constituer lui-même la garantie telle que prévue à l'article 7.
  § 3. Les dispositions des articles 4 à 16 s'appliquent mutatis mutandis à l'agriculteur qui est lui-meme transformateur des matières premières dans son exploitation.
Art. 18. § 1. Gewassen van suikerbieten, aardperen en cichoreiwortels worden enkel toegestaan op braakgelegde gronden voor zover :
  1° de suikerbiet niet bestemd is voor suikerproductie onder welke titel dan ook;
  2° aardperen en cichoreiwortel niet onderworpen zijn aan een hydrolyseproces.
  § 2. In 2005 wordt geen steun verleend in het kader van het gebruik van braakleggingsrechten voor de braakgelegde grond waarop suikerbieten, aardperen of cichoreiwortels worden geteeld.
  Voornoemde gewassen vallen evenwel onder de toepassing van hetgeen in dit besluit is bepaald onder dezelfde voorwaarden als de steun was verleend.
Art. 18. § 1er. Les cultures de betteraves sucrières, de topinambours ou de racines de chicorée ne sont permises sur les jachères que :
  1° si la betterave sucrière ne sert pas à la production de sucre, à quelque titre que ce soit;
  2° si les racines de chicorées ou de topinambours ne subissent aucun processus d'hydrolyse.
  § 2. En 2005, il n'est pas versé de paiement, dans le cadre de l'utilisation des droits jachères, pour les jachères sur lesquelles sont cultivées des betteraves sucrières, des topinambours ou des racines de chicorée.
  Les cultures précitées sont cependant soumises aux dispositions du présent arrêté, dans les même conditions que si le paiement était versé.
HOOFDSTUK IV. - Gebruik van braakleggingstoeslagrechten en verplichtingen inzake faunabeschermende braaklegging.
CHAPITRE IV. - Utilisation des droits jachères et obligations en cas de jachère faune.
Art. 19. In het kader van het gebruik van braakleggingsrechten komen de landbouwers die hebben geopteerd voor het stelsel van de faunabeschermende braaklegging bedoeld in artikel 20 van het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006, in aanmerking voor een afwijking wat betreft de volgende verplichtingen :
  1° de verplichting tot het maaien bedoeld in artikel 1, punten 6° en 7°, van dit besluit;
  2° de verplichting tot vernietiging van het plantendek bedoeld in artikel 1, punt 8°.
  De landbouwer die heeft geopteerd voor het stelsel van de faunabeschermende braaklegging, is er echter toe verplicht de volgende voorschriften na te leven op de betrokken oppervlakten :
  1° er geen spontane bodembedekking op laten ontwikkelen;
  2° ten laatste op 15 mei van het kalenderjaar van de indiening van de steunaanvraag het volgende zaaien :
  - hetzij een plantendek dat samengesteld is uit een mengsel van soorten opgenomen in lijsten 1 en 2 van bijlage II met minstens 20 % van elke familie van dat mengsel;
  - hetzij een plantendek samengesteld uit een door het bestuur toegestaan mengsel van soorten waarvan de bestanddelen niet afzonderlijk kunnen worden geoogst.
  3° de percelen die onder het stelsel van de faunabeschermende braaklegging worden braakgelegd, houden op zijn vroegst tot 1 november en uiterlijk op 15 december;
  4° onder de in bijlage I bedoelde pesticiden, geen gebruik maken van diquat noch paraquat noch producten bestemd voor de vernietiging van knaagdieren;
  5° de bodembedekking vernietigen aan het einde van de betrokken periode van faunabeschermende braaklegging behalve als de landbouwer vóór 1 november een afwijkingsaanvraag indient bij de betrokken Directie Buitendiensten volgens de voorschriften van het bestuur :
  6° de betrokken Directie Buitendiensten op de hoogte brengen van de voor elke vernietiging van het plantendek geplande datum ten minste twee werkdagen vóór de uitvoeringsdatum van die werken en dit tijdens de hele duur van de periode van faunabeschermende braaklegging.
  Bovendien moeten de landbouwers die hebben geopteerd voor het stelsel van de faunabeschermende braaklegging, bij hun steunaanvraag een contract van faunabeschermende braaklegging voegen dat aangegaan is met de houder van het jachtrecht betrokken bij de percelen die het voorwerp uitmaken van het contract of voor diezelfde percelen, met een vertegenwoordiger van een vereniging die de natuurbescherming tot doel heeft ofwel met een vertegenwoordiger van een jachtraad. Indien de landbouwer zelf jager en houder van een jachtrecht is, kan het contract vervangen worden door een verklaring op erewoord van faunabeschermende braaklegging.
  Die landbouwers die hebben geopteerd voor voornoemd stelsel, moeten ook bij hun steunaanvraag een kopie van het geldige jachtverlof van de in het vorige lid bedoelde houder van het jachtrecht voegen of in voorkomend geval, een kopie van de lidkaart van genoemde vereniging of jachtraad.
  Het contract of de verklaring van faunabeschermende braaklegging moet de inventaris van de betrokken percelen bevatten en verplicht de ondertekenaars tot het naleven, wat betreft die percelen, van de algemene verbintenissen inzake braaklegging alsook de specifieke verbintenissen voor het stelsel van faunabeschermende braaklegging. Een contract- of verklaringsmodel is beschikbaar bij het bestuur.
Art. 19. Dans le cadre de l'utilisation des droits jachères, les agriculteurs engagés dans le régime de jachère faune visé à l'article 20 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006, peuvent recevoir une dérogation en ce qui concerne les obligations suivantes :
  1° l'obligation de fauche prévue à l'article 1er, points 6° et 7°, du présent arrêté;
  2° l'obligation de destruction du couvert végétal prévue à l'article 1er, point 8°.
  Toutefois, l'agriculteur engagé dans le régime de jachère faune est tenu de respecter les obligations suivantes sur les superficies concernées :
  1° ne pas laisser se développer un couvert spontané;
  2° semer, au plus tard pour le 15 mai de l'année civile d'introduction de la demande d'aides :
  - soit un couvert végétal composé d'un mélange d'espèces reprises dans les listes 1 et 2 de l'annexe II et comportant au moins 20 % de chaque famille de ce mélange;
  - soit un couvert végétal constitué d'un mélange d'espèces autorisé par l'administration, dont les composants ne peuvent être recoltés séparément.
  3° maintenir les parcelles mises en jachère faune au plus tôt jusqu'au 1er novembre et au plus tard jusqu'au 15 décembre;
  4° parmi les pesticides visés à l'annexe Ire, n'utiliser ni le diquat, ni le paraquat, ni de produits de destruction des rongeurs;
  5° détruire le couvert à la fin de la période de jachère faune considérée sauf si l'agriculteur introduit une demande de dérogation auprès de la Direction des services extérieurs concernée, avant le 1er novembre, et selon les instructions de l'administration;
  6° avertir la Direction des services extérieurs concernée, de la date prévue pour toute destruction du couvert végétal, au moins deux jours ouvrables avant la date d'exécution de ces travaux et ce pendant toute la durée de la période de jachère faune.
  En outre, les agriculteurs engagés dans le régime de jachère faune doivent joindre a leur demande d'aides un contrat de jachère faune conclu avec le titulaire du droit de chasse concerné par les parcelles faisant l'objet du contrat ou, pour ces mêmes parcelles, avec un représentant d'une association oeuvrant pour la protection de la nature ou avec un représentant d'un conseil cynégétique. Si l'agriculteur est lui-même chasseur et titulaire du droit de chasse, le contrat peut être remplacé par une déclaration de jachère faune faite sur l'honneur.
  Ces agriculteurs engagés dans le régime de jachère faune doivent également joindre à leur demande d'aides une copie du permis de chasse valide du titulaire du droit de chasse visé à l'alinéa précédent ou, le cas échéant, une copie de la carte de membre de l'association visée oeuvrant pour la protection de la nature ou encore du conseil cynégétique visé.
  Le contrat ou la déclaration de jachère faune doit comprendre l'inventaire des parcelles concernées et engage les signataires à respecter, pour ces parcelles, les engagements généraux en matière de jachères ainsi que les engagements spécifiques au régime de jachère faune. Un modèle de contrat ou de déclaration est disponible auprès de l'administration.
HOOFDSTUK V. - Gebruik van braakleggingsrechten en bebossing van landbouwgronden.
CHAPITRE V. - Utilisation des droits jachères et boisement de terres agricoles.
Art. 20. In het kader van het gebruik van braakleggingsrechten, kunnen de oppervlakten die bebost zijn ter uitvoering van artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), als gevolg van een na 28 juni 1995 ingediende aanvraag, geboekt worden in hoofde van de braakgelegde oppervlakten. In dit geval zijn de bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities of bestemd voor de bescherming van het leefmilieu maar die onverenigbaar zijn met de bebossingseisen, niet van toepassing op de aldus braakgelegde oppervlakten.
Art. 20. Dans le cadre de l'utilisation des droits jachères, les superficies boisées en application de l'article 31 du Règlement (CE) n° 1257/1999 du Conseil du 17 mai 1999 concernant le soutien au développement rural par le Fonds européen d'orientation et de garantie agricole (FEOGA), à la suite d'une demande présentée après le 28 juin 1995, peuvent être comptabilisées au titre des superficies mises en jachère. En ce cas, les dispositions prises en matière de bonnes conditions agricoles et environnementales ou destinées à protéger l'environnement mais qui se révèlent incompatibles avec les conditions de reboisement ne s'appliquent pas aux superficies ainsi mises en jachère.
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere straffen betreffende de verplichtingen inzake braaklegging.
CHAPITRE VI. - Sanctions particulières relatives aux obligations en matière de jachère.
Art. 21. De oppervlakten betreffende percelen die niet voldoen aan de in artikel 1 bedoelde verplichtingen, met uitzondering van de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde verplichtingen, worden geacht niet te zijn geconstateerd in hoofde van de braaklegging in de zin van artikel 2, punt 22, van Verordening (EG) nr.796/2004. Deze bepaling geldt ook in geval van toepassing van artikel 50, § 4, van diezelfde Verordening.
  In geval van niet-naleving van de in artikel 1, punten 3°, 5° en 6°, en in artikel 19, tweede lid, punten 4° en 6°, bedoelde verplichtingen, wordt het aan de landbouwer te betalen bedrag betreffende de percelen betrokken bij de niet-naleving van de verplichtingen, verminderd met het bedrag dat de landbouwer had gekregen indien de verplichtingen waren nageleefd, ten belope van een in het derde lid vastgesteld percentage.
  Onverminderd andere boetes voorzien in geval van randvoorwaarden en goede landbouw- en milieucondities, worden de in het tweede lid bedoelde percentages vastgesteld op :
  - 100 % indien de betrokken Directie Buitendiensten niet op de hoogte wordt gebracht van de datum die gepland is voor elke vernietiging van het voor een faunabeschermende braaklegging aangeplant plantendek, dit minstens twee werkdagen vóór de uitvoeringsdatum van die werken, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, punt 6°;
  - 50 % in geval van toepassing van andere fytofarmaceutische producten dan die welke toegestaan zijn overeenkomstig artikelen 1, punt 3, en 19, tweede lid, punt 4°, of in geval van niet-naleving van de voorgeschreven voorwaarden;
  - 30 % zonder maaien vóór de zaadvorming onder de voorwaarden bedoeld in artikel 1, punt 6°, rekening houdend met de voorziene afwijkingen;
  - 20 % in alle andere gevallen van niet-naleving van de verplichtingen.
Art. 21. Les superficies relatives aux parcelles ne répondant pas aux obligations visées à l'article 1er, à l'exclusion des obligations visées aux deuxième et troisième alinéas du présent article, sont considérées comme non déterminées au titre de la jachère au sens de l'article 2, point 22, du Règlement (CE) n° 796/2004. Cette disposition vaut également en cas d'application de l'article 50, paragraphe 4, de ce même Règlement.
  En cas de non-respect des obligations visées à l'article 1er, points 3°, 5° et 6°, et à l'article 19, deuxième alinéa, points 4° et 6°, le montant à payer à l'agriculteur, relatif aux parcelles concernées par le non-respect des obligations, est réduit du montant auquel l'agriculteur aurait droit si les obligations avaient été respectées, à concurrence d'un pourcentage défini au troisième alinéa.
  Sans préjudice d'autres pénalités prévues en matière de conditionnalité et de bonnes conditions agricoles et environnementales, les pourcentages visés au deuxième alinéa sont fixés a :
  - 100 % en cas d'absence d'avertissement de la Direction des Services extérieurs concernée de la date prévue pour toute destruction du couvert végétal implanté pour une jachère faune, ceci au moins deux jours ouvrables avant la date d'exécution de ces travaux, conformément à l'article 19, deuxième alinéa, point 6°;
  - 50 % en cas d'application de produits phytopharmaceutiques autres que ceux autorisés conformément aux articles 1er, point 3°, et 19, deuxième alinéa, point 4°, ou en cas de non respect des conditions prescrites;
  - 30 % en cas d'absence de fauche avant la fructification dans les conditions prévues par l'article 1er, point 6°, compte tenu des dérogations prévues;
  - 20 % dans tous les autres cas de non respect des obligations.
HOOFDSTUK VII. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions générales.
Art. 22. Op straffe van verval of nietigheid moet elk beroep tegen een beslissing genomen ter uitvoering van dit besluit bij aangetekende brief ingediend worden bij het centrale bestuur binnen dertig kalenderdagen volgend op de kennisgeving van de beslissing. Dat beroep sluit niet uit dat eventuele aanvragen om terugbetaling van ten onrechte gestorte bedragen worden ingediend. Bovendien worden de verschuldigde nalatigheidsinteresten niet opgeschort door dat beroep.
Art. 22. Sous peine de forclusion ou de nullité, tout recours contre une décision prise en application du présent arrêté doit être introduit par lettre recommandée, auprès de l'administration centrale, dans les trente jours calendrier suivant la notification de la décision. Une éventuelle demande de remboursement des montants indûment versés n'est pas suspendue par l'introduction du recours. En outre, ce dernier n'est pas suspensif des intérêts de retard qui seraient dus.
Art. 23. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.
  Namen, 7 juli 2006.
  B. LUTGEN
Art. 23. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2005.
  Namur, le 7 juillet 2006.
  B. LUTGEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Toegelaten bestrijdingsmiddelen in geval van braaklegging.
Art. N1. Annexe I. Pesticides à usage agricole autorises pour la jachère.
      Voorwaarden           Producten            Betrokken planten en/of
                                                   organismen, gebruik
           -                    -                           -
  1° voor of na het    GLYFOSAAT             Eenjarige en doorlevende
   zaaien maar voor                           grasachtigen en
   het verschijnen                            tweezaadlobbigen
   van zaailingen      GLUFOSINAAT-AMMONIUM  Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       GLYFOSAAT -TRIMESIUM  Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       DIQUAT                Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       PARAQUAT              Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       DIQUAT + PARAQUAT     Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       TRICLOPYR +           Tweezaadlobbige onkruiden en
                        FLUROXYPYR            struiken
      Conditions            Produits         Plantes et/ou organismes vises,
                                                       utilisation
          -                    -                            -
  1° Avant semis ou   GLYPHOSATE            Graminees et dicotylees annuelles
   apres semis mais                          et vivaces
   avant emergence    GLUFOSINATE-AMMONIUM  Graminees et dicotylees annuelles
   des plantules                             et vivaces
                      GLYPHOSATE-TRIMESIUM  Graminees et dicotylees annuelles
                                             et vivaces
                      DIQUAT                Graminees et dicotylees annuelles
                                             et vivaces
                      PARAQUAT              Graminees et dicotylees annuelles
                                             et vivaces
                      DIQUAT + PARAQUAT     Graminees et dicotylees annuelles
                                             et vivaces
                      TRICLOPYR +           Dicotylees et plantes
                       FLUROXYPYR            buissonnantes
  2° Voor de datum     BENTAZON              Eenjarige tweezaadlobbigen in
   van 31° mei                                grassen
                       CARBETAMIDE           Eenjarige grasachtigen in
                                              luzerne
                       CHLOORPROFAM          Eenjarige grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen in klaver en
                                              luzerne
                       ETHOFUMESAAT          Bepaalde tweezaadlobbigen (muur)
                                              en bepaalde grasachtigen
                                              (straatgras, duist, windhalm)
                                              in raaigras
                       FLUAZIFOP-P-BUTYL     Duist, hanepoot, wilde haver,
                                              windhalm, graanopslag, kweek en
                                              doorlevende grasachtigen in
                                              klaver en luzerne
                       FLUROXYPYR            Tweezaadlobbigen in grasachtigen
                       FLUROXYPYR +          Tweezaadlobbigen in grasachtigen
                        CLOPYRALID + MCPA
                       CYCLOXYDIM            Eenjarige grasachtigen en kweek
                                              in klaver en luzerne
                       2,4-D, DICAMBA,       Eenjarige en doorlevende
                        MECOPROP-P,           tweezaadlobbigen in grassen
                        DICHLORPROP-P, MCPA
                        en hun combinaties
                       MCPB                  Eenjarige en doorlevende
                                              tweezaadlobbigen in klaver en
                                              grasachtigen
                       PARAQUAT              Grasachtigen en tweezaadlobbigen
                                              in de rustperiode (november -
                                              februari) in klaver en luzerne
                       PENDIMETHALIN         Tweezaadlobbigen in lupinen
                       PROPYZAMIDE           Grasachtigen in luzerne
                       THIFENSULFURON        Eenjarige tweezaadlobbigen in
                                              grassen
                       ISOXABEN              Eenjarige en doorlevende
                                              tweezaadlobbigen in grassen
  2° Avant la date    BENTAZONE             Dicotylees annuelles dans les
   du 31 mai                                 graminees
                      CARBETAMIDE           Graminees annuelles en luzerne
                      CHLORPROPHAME         Graminees et dicotylees annuelles
                                             dans le trefle et la luzerne
                      ETHOFUMESATE          Certaines dicotylees (mouron) et
                                             certaines graminees (paturin,
                                             vulpin, jouet du vent) dans le
                                             ray-grass
                      FLUAZIFOP-P-BUTYL     Vulpin, panic, pied-de-coq, folle
                                             avoine, jouet du vent, repousses
                                             de cereales, chiendent et
                                             graminees vivaces dans le trefle
                                             et la luzerne
                      FLUROXYPYR            Dicotylees dans les graminees
                      FLUROXYPYR +          Dicotylees dans les graminees
                       CLOPYRALIDE + MCPA
                      CYCLOXYDIM            Graminees annuelles et chiendent
                                             dans le trefle et la luzerne
                      2,4-D, DICAMBA,       Dicotylees annuelles et vivaces
                       MECOPROP-P,           dans les graminees
                       DICHLORPROP-P, MCPA
                       et leurs
                       combinaisons
                      MCPB                  Dicotylees annuelles et vivaces
                                             dans le trefle et les graminees
                      PARAQUAT              Graminees et dicotylees pendant
                                             le repos vegetatif
                                             (novembre-fevrier) dans le
                                             trefle et la luzerne
                      PENDIMETHALINE        Dicotylees dans les lupins
                      PROPYZAMIDE           Graminees dans la luzerne
                      THIFENSULFURON        Dicotylees annuelles dans les
                                             graminees
                      ISOXABEN              Dicotylees annuelles et vivaces
                                             dans les graminees
  3° Bij plaatselijke  CLOPYRALID +          Tweezaadlobbigen in grasachtigen
   behandeling          FLUROXYPYR +          (in de lente of in de herfst)
                        IOXYNIL
                       CLOPYRALID +          Tweezaadlobbigen en schadelijke
                        MECOPROP-P            distels in grasachtigen
                       2,4-D, DICAMBA,       Eenjarige en doorlevende
                        MECOPROP-P,           tweezaadlobbigen in grassen
                        DICHLORPROP-P, MCPA
                        en hun combinaties
                       METABENZTHIAZURON     Beemdgras in grasachtigen (half
                                              september - half oktober),
                                              distel in grasachtigen om de
                                              vorming van zaad te voorkomen
                       METSULFURON-METHYL    Zuring in grassen
                       ASULAM                Zuring in grassen
                       FLORASULAM            Eenjarige tweezaadlobbigen
                                              (inclusief kamille, walstro,
                                              rode bastaardmuur) in
                                              grasachtigen
                       TRICLOPYR             Houtige planten, paardestaart en
                                              tweezaadlobbigen onkruiden
                       TRICLOPYR +           Tweezaadlobbige onkruiden en
                        FLUROXYPYR            struiken
  3° En traitement    CLOPYRALIDE +         Dicotylees dans les graminees (au
   localise            FLUROXYPYR +          printemps ou a l'automne)
                       IOXYNIL
                      CLOPYRALIDE +         Dicotylees et chardons nuisibles
                       MECOPROP-P            dans les graminees
                      2,4-D, DICAMBA,       Dicotylees annuelles et vivaces
                       MECOPROP-P,           dans les graminees
                       DICHLORPROP-P, MCPA
                       et leurs
                       combinaisons
                      METABENZTHIAZURON     Paturins dans les graminees
                                             (mi-09-mi-octobre), chardons
                                             dans les graminees; utilise pour
                                             limiter la formation de semences
                      METSULFURON-METHYL    Oseille dans les graminees
                      ASULAME               Oseille dans les graminees
                      FLORASULAME           Dicotylees annuelles (y compris
                                             camomille, gaillet, mouron) dans
                                             les graminees
                      TRICLOPYR             Plantes ligneuses, preles et
                                             dicotylees
                      TRICLOPYR +           Dicotylees et plantes
                       FLUROXYPYR            buissonnantes
  4° Met het oog op    TRIMESIUM-GLYFOSAAT   Rood en rietzwenkgras, facelia,
   het verminderen                            raaigras, klaver, voederwikke
   van de groei en de  GLYFOSAAT             rood en rietzwenkgras, gele
   vruchtzetting van                          mosterd, facelia, Engels
   de bodembedekking                          raaigras, witte, rode en
                                              inkarnaatklaver, voederwikke
                       METSULFURON-METHYL    gele mosterd, voederkoolzaad,
                                              facelia, Alexandrijnse witte,
                                              rode en inkarnaatklaver,
                                              voederwikke, spontane
                                              bodembedekking
                       DICAMBA               Facelia, witte, Perzische en
                                              inkarnaatklaver
                       Toepassingsstadia :
                       Rood en rietzwenkgras : vanaf het stadium "eerste
                        knoop" tot het stadium "zwellen van de stengel"
                       Gele mosterd : vanaf het " openen van de bloemknoppen
                        en het verschijnen van de eerste kroonbladeren " tot
                        " enkele bloemen/plant "
                       Facelie vanaf het " openen van de bloemknoppen en het
                        verschijnen van de eerste kroonbladeren " tot het "
                        verschijnen van de eerste bloemen "
                       Bladramenas : vanaf " volle bloei "
                       Engels, Italiaans en hybride raaigras : vanaf het
                        stadium "eerste knoop" tot het stadium "zwellen van
                        de stengel"
                       Witte, rode, inkarnaat-, Perzische, Alexandrijnse,
                        bastaardklaver : vanaf het stadium "begin bloei" tot
                        het stadium "volle bloei"
                       Voederwikke : vanaf het stadium "begin bloei" tot het
                        stadium "eerste platte peulen"
  4° Pour limiter la  TRIMESIUM-GLYPHOSATE  Fetuques rouge et elevee,
   croissance et la                          phacelie, ray-grass, trefles,
   fructification du                         vesce commune
   couvert            GLYPHOSATE            Fetuques rouge et elevee,
                                             moutarde blanche, phacelie,
                                             ray-grass anglais, trefles
                                             blanc, incarnat et violet, vesce
                                             commune
                      METSULFURON-METHYL    Moutarde blanche, navette
                                             fourragere, phacelie, trefles
                                             blanc, d'Alexandrie, incarnat et
                                             violet, vesce commune, couvert
                                             spontane
                      DICAMBA               Phacelie, trefles blanc, de Perse
                                             et incarnat
                      Stades d'application :
                      Fetuques rouge et elevee : du stade "montaison" au
                       stade "gonflement"
                      Moutarde blanche : du stade "boutons decolles-premiers
                       petales" au stade "quelques fleurs/pieds"
                      Phacelie : du stade "boutons decolles /premiers
                       petales" au stade "premieres fleurs"
                      Radis fourrager : a partir du stade "pleine floraison"
                      Ray-grass anglais, italien et hybride : du stade
                       "montaison" au stade "gonflement"
                      Trefles blanc, de Perse, d'Alexandrie, violet, hybride,
                       incarnat : du stade "debut floraison" au stade "pleine
                       floraison"
                      Vesce commune : du stade "debut floraison" au stade
                       "premieres gousses plates"
  5° Vernietiging van  GLYFOSAAT             Eenjarige en doorlevende
   de vegetatie op                            grasachtigen en
   het einde van de                           tweezaadlobbigen
   braaklegging        GLUFOSINAAT-AMMONIUM  Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
                       GLYFOSAAT-TRIMESIUM   Eenjarige en doorlevende
                                              grasachtigen en
                                              tweezaadlobbigen
  5° Destruction du   GLYPHOSATE            Graminees et dicotylees annuelles
   couvert en fin de                         et vivaces
   periode de         GLUFOSINATE-AMMONIUM  Graminees et dicotylees annuelles
   jachere                                   et vivaces
                      GLYPHOSATE-TRIMESIUM  Graminees et dicotylees annuelles
                                             et vivaces
  6° Destruction des  CHLOROPHACINONE       Mulot et petit campagnol
   rongeurs dans les  BRODIFACOUM           Mulot
   jacheres
   pluriannuelles
  6° Vernietiging van  CHLOROPHACINON        Bos- en veldmuizen
   knaagdieren in      BRODIFACOUM           Bosmuis
   meerjarige braak
  Vu pour être annexé a l'arrêté ministériel du 7 juillet 2006 relatif aux obligations en matière de jachères en cas d'application du régime de paiement unique visé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
  Namur, le 7 juillet 2006.
  Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
  B. LUTGEN
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 7 juli 2006 betreffende de verplichtingen inzake braaklegging bij toepassing van de bedrijfstoeslagregeling bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
  Namen, 7 juli 2006.
  De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
  B. LUTGEN
-
Art. N2. Bijlage II. - Lijst van de gewassen toegelaten op braakgelegde grond.
Art. N2. Annexe II. - Liste des espèces autorisées sur jachère.
       LIJST 1 : lijst van de gewassen toegelaten op braakgelegde grond
                met verplichting tot maaien voor de zaadvorming
                                       -
     Familie              Latijnse naam                 Franse naam
        -                         -                            -
  Gramineae        Festuca rubra                  Roodzwenkgras
  Gramineae        Agrostis capillaris            Gewoon struisgras
  Gramineae        Poa pratensis                  Veldbeemdgras
  Gramineae        Festuca ovina                  Schapegras
  Gramineae        Festuca pratensis              Beemdlangbloem
  Gramineae        Phleum pratense                Timoteegras (Timotheegras)
  Gramineae        Lolium perenne                 Engels raaigras
  Gramineae        Lolium multiflorum             Italiaans raaigras
  Gramineae        Dactylis glomerata             Kropaar
  Gramineae        Festuca arundinacea            Rietzwenkgras
  Gramineae        Lolium hybridum                Gekruist raaigras
  Gramineae        Alopecurus pratensis           Vossestaart
  Papilionaceae    Vicia sativa                   Voederwikke
  Cruciferae       Raph. sativus var. oleiformis  Bladramenas
  Cruciferae       Sinapis alba                   Gele mosterd
  Cruciferae       Brassica nigra                 Zwarte mosterd
  Cruciferae       Brassica juncea                Sareptamosterd
  Cruciferae       Brassica oleracea              Voederkool
            LISTE 1 : liste des especes autorisees sur les jacheres
              avec obligation de fauchage avant la fructification
                                       -
     Famille             Nom latin                       Nom francais
        -                    -                                 -
  Gramineae        Festuca rubra                  Fetuque rouge
  Gramineae        Agrostis capillaris            Agrostis commun (agrostide
                                                   commune)
  Gramineae        Poa pratensis                  Paturin des pres
  Gramineae        Festuca ovina                  Fetuque ovine
  Gramineae        Festuca pratensis              Fetuque des pres
  Gramineae        Phleum pratense                Fleole des pres
  Gramineae        Lolium perenne                 Ray-grass anglais
  Gramineae        Lolium multiflorum             Ray-grass d'Italie
  Gramineae        Dactylis glomerata             Dactyle vulgaire
  Gramineae        Festuca arundinacea            Fetuque elevee
  Gramineae        Lolium hybridum                Ray-grass hybride
  Gramineae        Alopecurus pratensis           Vulpin des pres
  Papilionaceae    Vicia sativa                   Vesce commune
  Cruciferae       Raphanus sativus var.          Radis oleifere fourrager
                    oleiformis
  Cruciferae       Sinapis alba                   Moutarde blanche
  Cruciferae       Brassica nigra                 Moutarde noire
  Cruciferae       Brassica juncea                Moutarde sarepta
  Cruciferae       Brassica oleracea              Chou fourrager
       LIJST 2 : lijst van de gewassen toegelaten op braakgelegde grond
              zonder verplichting tot maaien voor de zaadvorming
                                       -
     Familie              Latijnse naam                 Franse naam
        -                       -                            -
  Papilionaceae    Trifolium repens               Witte klaver
  Papilionaceae    Trifolium pratense             Rode klaver
  Papilionaceae    Trifolium resupinatum          Perzische klaver
  Papilionaceae    Trifolium hybridum             Bastaardklaver
  Papilionaceae    Trifolium alexandrinum         Alexandrijnse klaver
  Papilionaceae    Medicago lupulina              Hopperupsklaver
  Papilionaceae    Medicago sativa                Luzerne
  Papilionaceae    Trifolium incarnatum           Inkarnaatklaver
  Papilionaceae    Melilotus alba Medicus         Witte honingklaver
  Papilionaceae    Onobrychis viciifolia          Steenklaver
  Papilionaceae    Lotus corniculatus             Rolklaver
  Papilionaceae    Melilotus officinalis          Akkerhoningklaver
  Hydrophyllaceae  Phacelia tanacetifolia         Facelie
  Compositae       Tagetes erecta                 Afrikaantje
            LISTE 2 : liste des especes autorisees sur les jacheres
              sans obligation de fauchage avant la fructification
                                       -
     Famille             Nom latin                       Nom francais
        -                    -                                 -
  Papilionaceae    Trifolium repens               Trefle blanc
  Papilionaceae    Trifolium pratense             Trefle violet
  Papilionaceae    Trifolium resupinatum          Trefle de Perse
  Papilionaceae    Trifolium hybridum             Trefle hybride
  Papilionaceae    Trifolium alexandrinum         Trefle d'Alexandrie
  Papilionaceae    Medicago lupulina              Minette
  Papilionaceae    Medicago sativa                Luzerne
  Papilionaceae    Trifolium incarnatum           Trefle incarnat
  Papilionaceae    Melilotus alba Medicus         Melilot blanc
  Papilionaceae    Onobrychis viciifolia          Sainfoin
  Papilionaceae    Lotus corniculatus             Lotier cornicule
  Papilionaceae    Melilotus officinalis          Melilot officinal
  Hydrophyllaceae  Phacelia tanacetifolia         Phacelie
  Compositae       Tagetes erecta                 Tagete
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 7 juli 2006 betreffende de verplichtingen inzake braaklegging bij toepassing van de bedrijfstoeslagregeling bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2006 tot invoering van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
  Namen, 7 juli 2006.
  De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
  B. LUTGEN.
  Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 7 juillet 2006 relatif aux obligations en matière de jachères en cas d'application du régime de paiement unique visé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 février 2006 mettant en place les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
  Namur, le 7 juillet 2006.
  Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
  B. LUTGEN.