Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 OKTOBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot invoering van een tijdelijk project betreffende vervangingen van korte afwezigheden, bedrijfsstages en mentorschap.
Titre
27 OCTOBRE 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instituant un projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences, aux stages en entreprise et au tutorat (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2006036926
Datum: 2006-10-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036926
Date: 2006-10-27
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot invoering van een tijdelijk project betreffende vervangingen van korte afwezigheden, bedrijfsstages en mentorschap, wordt het hoofdstuk III, bestaande uit artikel 13 tot en met 18, vervangen door wat volgt :
  " Hoofdstuk III. - Mentorschap
  Art. 13. § 1. In het basisonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs wordt tijdens het schooljaar 2006-2007 een tijdelijk project georganiseerd waarbij scholen, centra en instellingen middelen ontvangen voor mentorschap.
  § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° mentorschap :
  a) de aanvangsbegeleiding in het schooljaar 2006-2007 van beginnende leraars in het basisonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs of deeltijds kunstonderwijs, en
  b) de ondersteuning in voormeld schooljaar van studenten en cursisten die vanuit hun lerarenopleiding een stage lopen in een school voor basisonderwijs of secundair onderwijs, een centrum voor volwassenenonderwijs of een instelling voor deeltijds kunstonderwijs;
  2° samenwerkingsverband :
  a) een scholengemeenschap in het basis- of secundair onderwijs;
  b) een scholengroep;
  c) een samenwerkingsplatform tussen twee of meer van de volgende instanties :
  - scholengemeenschappen in het basis- of secundair onderwijs;
  - scholengroepen;
  - scholen voor gewoon en/of buitengewoon basisonderwijs, voorzover deze niet behoren tot een scholengemeenschap in het basisonderwijs;
  - scholen voor gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs, voorzover deze niet behoren tot een scholengemeenschap in het secundair onderwijs;
  - centra voor volwassenenonderwijs;
  - instellingen voor deeltijds kunstonderwijs;
  3° stagiair : een student of cursist die in het school- of academiejaar 2005-2006 een lerarenopleiding heeft gevolgd en ten minste één uur stage heeft gelopen in een school voor basisonderwijs of secundair onderwijs, een centrum voor volwassenenonderwijs of een instelling voor deeltijds kunstonderwijs.
  Art. 14. Elke school, centrum of instelling die tot een samenwerkingsverband is toegetreden, zorgt voor de aanvangsbegeleiding van beginnende leraars; de aanvangsbegeleiding hoeft zich niet te beperken tot het eerste jaar van de beroepsuitoefening. Elke school, centrum of instelling die tot een samenwerkingsverband is toegetreden, zorgt ook voor de ondersteuning van de student of cursist tijdens de stage.
  Deze taken worden toevertrouwd aan een of meer personeelsleden die belast zijn met het mentorschap.
  Art. 15. § 1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten worden aan de scholen, centra en instellingen middelen voor mentorschap toegekend onder vorm van lestijden (gewoon en buitengewoon basisonderwijs), uren-leraar (gewoon secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs) en leraarsuren (volwassenenonderwijs).
  Deze middelen worden, zoals bepaald in § 2 tot en met § 9, per betrokken onderwijsniveau afzonderlijk berekend voor de " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " respectievelijk voor de " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage ".
  § 2. Voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs wordt het aantal lestijden mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = A = 990.684,97 euro
  - de gemiddelde brutoloonkost op jaarbasis = B = 33.305 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = C = 24
  2° A gedeeld door B en vermenigvuldigd met C = het totaal aantal lestijden mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = D = 713,89
  3° D gedeeld door het totaal aantal lestijden schooljaar 2005-2006 voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs = mentorcoëfficiënt " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = E
  4° E vermenigvuldigd met het totaal aantal lestijden schooljaar 2005-2006 van de betrokken school = het aantal lestijden mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " voor desbetreffende school.
  Voor de toepassing van 3° en 4° wordt onder de woorden " totaal aantal lestijden " de som verstaan van de lestijden volgens de schalen, de aanvullende lestijden voor gelijke onderwijskansen, de extra lestijden onderwijsvoorrang in het buitengewoon basisonderwijs, en de lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer.
  § 3. Voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs wordt het aantal lestijden mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = F = 935.537,45 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = G = 33.305 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = H = 24
  2° F gedeeld door G en vermenigvuldigd met H = het totaal aantal lestijden mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = I = 674,16
  3° I gedeeld door het totaal aantal stagiairs in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs = mentorcoëfficiënt " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = J
  4° J vermenigvuldigd met het totaal aantal stagiairs in de betrokken school = het aantal lestijden mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " voor desbetreffende school.
  § 4. Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs wordt het aantal uren-leraar respectievelijk lesuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = A = 1.492.695,57 euro
  - de gemiddelde brutoloonkost op jaarbasis = B = 36.862 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = C = 22,53
  2° A gedeeld door B en vermenigvuldigd met C = het totaal aantal uren-leraar respectievelijk lesuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = D = 912,33
  3° D gedeeld door het totaal aantal uren-leraar respectievelijk lesuren schooljaar 2005-2006 voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs = mentorcoëfficiënt " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = E
  4° E vermenigvuldigd met het totaal aantal uren-leraar respectievelijk lesuren schooljaar 2005-2006 van de betrokken school = het aantal uren-leraar respectievelijk lesuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " voor desbetreffende school.
  Voor de toepassing van 3° en 4° wordt onder de woorden " totaal aantal uren-leraar " de som verstaan van de wekelijkse uren-leraar met inbegrip van de uren-leraar godsdienst en niet-confessionele zedenleer en de eventuele uren-leraar ingevolge vrijwillige fusie, de uren-leraar voor gelijke onderwijskansen, de uren-leraar deeltijds beroepssecundair onderwijs met inbegrip van de organieke uren-leraar trajectbegeleiding, en de uren-leraar deeltijds zeevisserijonderwijs.
  Voor de toepassing van 3° en 4° wordt onder de woorden " totaal aantal lesuren " de som verstaan van de wekelijkse lesuren en de lesuren onderwijsvoorrangsbeleid.
  § 5. Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs wordt het aantal lestijden mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = F = 3.798.725,66 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = G = 36.862 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = H = 22,53
  2° F gedeeld door G en vermenigvuldigd met H = het totaal aantal uren-leraar respectievelijk lesuren mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = I = 2.321,77
  3° I gedeeld door het totaal aantal stagiairs in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs = mentorcoëfficiënt " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = J
  4° J vermenigvuldigd met het totaal aantal stagiairs in de betrokken school = het aantal uren-leraar respectievelijk lesuren mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " voor desbetreffende school.
  § 6. Voor het volwassenenonderwijs wordt het aantal leraarsuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = A = 152.265,71 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = B = 38.900 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = C = 21
  2° A gedeeld door B en vermenigvuldigd met C = het totaal aantal leraarsuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = D = 82,19
  3° D gedeeld door het totaal aantal leraarsuren schooljaar 2005-2006 voor het volwassenenonderwijs = mentorcoëfficiënt " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = E
  4° E vermenigvuldigd met het totaal aantal leraarsuren schooljaar 2005-2006 van het betrokken centrum = het aantal leraarsuren mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " voor desbetreffend centrum.
  § 7. Voor het volwassenenonderwijs wordt het aantal leraarsuren mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = F = 387.497,40 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = G = 38.900 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = H = 21
  2° F gedeeld door G en vermenigvuldigd met H = het totaal aantal leraarsuren mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = I = 209,18
  3° I gedeeld door het totaal aantal stagiairs in het volwassenenonderwijs = mentorcoëfficiënt " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = J
  4° J vermenigvuldigd met het totaal aantal stagiairs in het betrokken centrum = het aantal leraarsuren mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " voor desbetreffend centrum.
  § 8. Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt het aantal uren-leraar mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = A = 42.951,32 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = B = 36.500 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = C = 21,16
  2° A gedeeld door B en vermenigvuldigd met C = het totaal aantal uren-leraar mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = D = 24,89
  3° D gedeeld door het totaal aantal uren-leraar schooljaar 2005-2006 voor het deeltijds kunstonderwijs = mentorcoëfficiënt " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " = E
  4° E vermenigvuldigd met het totaal aantal uren-leraar schooljaar 2005-2006 van de betrokken instelling = het aantal uren-leraar mentorschap " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " voor desbetreffende instelling.
  § 9. Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt het aantal uren-leraar mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " als volgt berekend :
  1° parameters :
  - het beschikbare begrotingskrediet = F = 109.305,80 euro
  - de gemiddelde bruto loonkost op jaarbasis = G = 36.500 euro
  - de gemiddelde weekopdracht = H = 21,16
  2° F gedeeld door G en vermenigvuldigd met H = het totaal aantal uren-leraar mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = I = 63,37
  3° I gedeeld door het totaal aantal stagiairs in het deeltijds kunstonderwijs = mentorcoëfficiënt " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " = J
  4° J vermenigvuldigd met het totaal aantal stagiairs in de betrokken instelling = het aantal uren-leraar mentorschap " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage " voor desbetreffende instelling.
  Art. 16. § 1. De middelen voor mentorschap worden samen gelegd op het niveau van het samenwerkingsverband. Het resultaat na samenlegging wordt, afzonderlijk voor de middelen " aanvangsbegeleiding van beginnende leraars " en voor de middelen " ondersteuning van studenten of cursisten tijdens de stage ", afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma 5 of meer is, zoniet vervallen de cijfers na de komma.
  § 2. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over de verdeling van de totaliteit van de middelen voor mentorschap naar de scholen, centra of instellingen die tot het samenwerkingsverband behoren.
  De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité.
  Art. 17. § 1. De middelen kunnen enkel worden aangewend voor het oprichten van een of meer betrekkingen in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel.
  § 2. Een personeelslid belast met mentorschap kan voor maximum de helft van zijn opdracht aangesteld zijn in de betrekking vermeld in § 1.
  Deze aanstelling is een aanstelling als tijdelijk personeelslid. De betrekking kan niet vacant worden verklaard. Het schoolbestuur of de inrichtende macht kan in geen geval personeelsleden vast benoemen, affecteren of muteren in de betrekking.
  § 3. Een personeelslid dat een betrekking uitoefent in het ambt van directeur in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs of een personeelslid dat een functie uitoefent van adjunct-directeur in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, kan in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs niet met mentorschap worden belast.
  Een personeelslid dat een betrekking uitoefent in het ambt van directeur, adjunct-directeur of coördinator in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, kan in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs niet met mentorschap worden belast.
  Een personeelslid dat een betrekking uitoefent in het ambt van directeur of adjunct-directeur in het volwassenenonderwijs, kan in het volwassenenonderwijs niet met mentorschap worden belast.
  Een personeelslid dat een betrekking uitoefent in het ambt van directeur in het deeltijds kunstonderwijs, kan in het deeltijds kunstonderwijs niet met mentorschap worden belast.
  Art. 18. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2006 en houdt op uitwerking te hebben op 31 augustus 2007. "
Article 1. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instituant un projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences, aux stages en entreprise et au tutorat, le chapitre III, comprenant les articles 13 à 18 inclus, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre III. - Tutorat
  Art. 13. § 1er. Dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire, l'éducation des adultes et l'enseignement artistique à temps partiel, un projet temporaire est organisé pendant l'année scolaire 2006-2007 au titre duquel les écoles, centres et établissements bénéficient de moyens qui leur permettent de financer le tutorat.
  § 2. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° tutorat :
  a) l'encadrement initial pendant l'année scolaire 2006-2007 d'enseignants débutants dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire, l'éducation des adultes ou l'enseignement artistique à temps partiel, et
  b) le soutien pendant l'année scolaire précitée aux étudiants et apprenants qui, dans le contexte de la formation des enseignants, font un stage dans une école de l'enseignement fondamental ou secondaire, un centre d'éducation des adultes ou un établissement de l'enseignement artistique à temps partiel;
  2° structure de coopération :
  a) un centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental ou secondaire;
  b) un groupe d'écoles;
  c) une plateforme de coopération entre une ou plusieurs instances suivantes :
  - centres d'enseignement dans l'enseignement fondamental ou secondaire;
  - groupes d'écoles;
  - écoles d'enseignement fondamental ordinaire et/ou spécial pour autant qu'elles n'appartiennent pas à un centre d'enseignement de l'enseignement fondamental;
  - écoles d'enseignement secondaire ordinaire et/ou spécial pour autant qu'elles n'appartiennent pas à un centre d'enseignement de l'enseignement secondaire;
  - centres d'éducation des adultes;
  - établissements d'enseignement artistique à temps partiel;
  3° stagiaire : un étudiant ou apprenant qui, pendant l'année scolaire ou académique 2005-2006, a suivi une formation d'enseignant et a fait un stage d'une heure au moins dans une école d'enseignement fondamental ou secondaire, un centre d'éducation des adultes ou un établissement d'enseignement artistique à temps partiel.
  Art. 14. Chaque école, centre ou établissement qui fait partie d'une structure de coopération, assure l'encadrement initial d'enseignants débutants; l'encadrement initial ne doit pas se limiter à la première année de l'exercice de la profession. Chaque école, centre ou établissement qui fait partie d'une structure de coopération, soutient également l'étudiant ou l'apprenant pendant le stage.
  Ces tâches sont confiées à un ou plusieurs membres du personnel qui sont chargés du tutorat.
  Art. 15. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, des moyens financiers sont réservés au tutorat et attribués aux écoles, centres et établissements sous la forme de périodes de cours (enseignement fondamental ordinaire et spécial), de périodes-professeur (enseignement secondaire ordinaire et enseignement artistique à temps partiel), d'heures de cours (enseignement secondaire spécial) et de périodes/enseignant (éducation des adultes).
  Conformément aux §§ 2 à 9 inclus, ces moyens sont calculés séparément par niveau d'enseignement concerné, respectivement pour "l'encadrement initial d'enseignants débutants" et pour "le soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage".
  § 2. Pour l'enseignement fondamental ordinaire et spécial, le nombre de périodes destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = A = 990.684,97 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = B = 33.305 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = C = 24
  2° A divisé par B et multiplié par C = le nombre total de périodes de cours destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = D = 713,89
  3° D divisé par le nombre total de périodes de cours de l'année scolaire 2005-2006 pour l'enseignement fondamental ordinaire et spécial = coefficient du tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = E
  4° E multiplié par le nombre total de périodes de cours de l'année scolaire 2005-2006 de l'école concernée = le nombre de périodes de cours destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" pour l'école concernée.
  Pour l'application des points 3° et 4°, on entend par les mots "nombre total de périodes de cours" la somme des périodes selon les échelles, des périodes complémentaires destinées à l'égalité des chances en éducation, des périodes supplémentaires d'enseignement prioritaire dans l'enseignement fondamental spécial et des périodes de religion et de morale non confessionnelle.
  § 3. Pour l'enseignement fondamental ordinaire et spécial, le nombre de périodes destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = F = 935.537,45 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = G = 33.305 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = H = 24
  2° F divisé par G et multiplié par H = le nombre total de périodes de cours destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = I = 674,16
  3° I divisé par le nombre total de stagiaires dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial = coefficient du tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = J
  4° J multiplié par le nombre total de stagiaires dans l'école concernée = le nombre total de périodes de cours destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" pour l'école concernée.
  § 4. Pour l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, le nombre de périodes-professeur et le nombre d'heures de cours destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" sont respectivement calculés comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = A = 1 492.695,57 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = B = 36.862 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = C = 22,53
  2° A divisé par B et multiplié par C = respectivement le nombre total de périodes-professeur et le nombre total d'heures de cours destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = D = 912,33
  3° D divisé par le nombre total respectivement de périodes-professeur et d'heures de cours de l'année scolaire 2005-2006 pour l'enseignement secondaire ordinaire et spécial = coefficient du tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = E
  4° E multiplié par le nombre total respectivement de périodes-professeur et d'heures de cours de l'année scolaire 2005-2006 de l'école concernée = le nombre respectivement de périodes-professeur et d'heures de cours destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" pour l'école concernée.
  Pour l'application des points 3° et 4°, on entend par les mots "nombre total de périodes-professeur" la somme des périodes-professeur hebdomadaires y compris les périodes-professeur de religion et de morale non confessionnelle et les périodes-professeur éventuelles à la suite d'une fusion volontaire, les périodes-professeur destinées à l'égalité des chances en éducation, les périodes-professeur d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel y compris les périodes-professeur organiques d'accompagnement du parcours et les périodes-professeur d'enseignement de la pêche maritime à temps partiel.
  Pour l'application des points 3° et 4°, on entend par les mots "nombre total d'heures de cours" la somme des heures de cours hebdomadaires et des heures de cours d'enseignement prioritaire.
  § 5. Pour l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, le nombre de périodes destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = F = 3.798.725,66 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = G = 36.862 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = H = 22,53
  2° F divisé par G et multiplié par H = respectivement le nombre total de périodes-professeur et d'heures de cours destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = I = 2.321,77
  3° I divisé par le nombre total de stagiaires dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial = coefficient du tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = J
  4° J multiplié par le nombre total de stagiaires dans l'école concernée = le nombre total respectivement de périodes-professeur et d'heures de cours destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" pour l'école concernée.
  § 6. Pour l'éducation des adultes, le nombre de périodes/enseignant du tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = A = 152.265,71 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = B = 38.900 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = C = 21
  2° A divisé par B et multiplié par C = le nombre total de périodes/enseignant destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = D = 82,19
  3° D divisé par le nombre total de périodes/enseignant de l'année scolaire 2005-2006 pour l'éducation des adultes = coefficient du tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = E
  4° E multiplié par le nombre total de périodes/enseignant de l'année scolaire 2005-2006 du centre concerné = le nombre de périodes/enseignant destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" pour le centre concerné.
  § 7. Pour l'éducation des adultes, le nombre de périodes/enseignant destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = F = 387.497,40 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = G = 38.900 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = H = 21
  2° F divisé par G et multiplié par H = le nombre total de périodes/enseignant destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = I = 209,18
  3° I divisé par le nombre total de stagiaires dans l'éducation des adultes = coefficient du tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = J
  4° J multiplié par le nombre total de stagiaires dans le centre concerné = le nombre total de périodes/enseignant destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" pour le centre concerné.
  § 8. Pour l'enseignement artistique à temps partiel, le nombre de périodes-professeur destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = A = 42.951,32 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = B = 36.500 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = C = 21,16
  2° A divisé par B et multiplié par C = le nombre total de périodes-professeur pour le tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = D = 24,89
  3° D divisé par le nombre total de périodes-professeur de l'année scolaire 2005-2006 pour l'enseignement artistique à temps partiel = coefficient du tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" = E
  4° E multiplié par le nombre total de périodes-professeur de l'année scolaire 2005-2006 de l'établissement concerné = le nombre de périodes-professeur destinées au tutorat "encadrement initial d'enseignants débutants" pour l'établissement concerné.
  § 9. Pour l'enseignement artistique à temps partiel, le nombre de périodes-professeur destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" est calculé comme suit :
  1° paramètres :
  - le crédit budgétaire disponible = F = 109.305,80 euros
  - le coût salarial annuel brut moyen = G = 36.500 euros
  - la charge budgétaire hebdomadaire = H = 21,16
  2° F divisé par G et multiplié par H = le nombre total de périodes-professeur destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = I = 63,37
  3° I divisé par le nombre total de stagiaires dans l'enseignement artistique à temps partiel = coefficient du tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" = J
  4° J multiplié par le nombre total de stagiaires dans l'établissement concerné = le nombre total de périodes-professeur destinées au tutorat "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage" pour l'établissement concerné.
  Art. 16. § 1er. Les moyens destinés au tutorat sont réunis au niveau de la structure de coopération. Le résultat de cette opération est, séparément pour les moyens destinés à "l'encadrement initial d'enseignants débutants" et pour les moyens destinés au "soutien aux étudiants ou aux apprenants durant le stage", arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est égal ou supérieur à 5, sinon les chiffres après la virgule seront supprimés.
  § 2. La structure de coopération prend des engagements quant à la répartition de l'ensemble des moyens destinés au tutorat entre les écoles, centres ou établissements appartenant à la structure de coopération.
  Les critères de répartition sont négociés au sein du comité local.
  Art. 17. § 1er. Les moyens ne peuvent être affectés qu'à la création d'un ou de plusieurs emplois dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant.
  § 2. Un membre du personnel chargé du tutorat ne peut être désigné dans un emploi visé au § 1er que pour la moitié de sa charge.
  Cette désignation est considérée comme une désignation en tant que membre du personnel temporaire. L'emploi ne peut être déclaré vacant. Aucun membre du personnel ne peut être nommé à titre définitif, affecté ou muté dans cet emploi par l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur.
  § 3. Un membre du personnel qui exerce un emploi dans la fonction de directeur dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial ou un membre du personnel qui exerce une fonction de directeur adjoint dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, ne peut être chargé du tutorat dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial.
  Un membre du personnel qui exerce un emploi dans la fonction de directeur, de directeur adjoint ou de coordinateur dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial ne peut être chargé du tutorat dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial.
  Un membre du personnel qui exerce un emploi dans la fonction de directeur ou de directeur adjoint dans l'éducation des adultes ne peut être chargé du tutorat dans l'éducation des adultes.
  Un membre du personnel qui exerce un emploi dans la fonction de directeur dans l'enseignement artistique à temps partiel ne peut être chargé du tutorat dans l'enseignement artistique à temps partiel.
  Art. 18. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2006 et cesse de produire ses effets le 31 août 2007.
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 27 oktober 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 2. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 27 octobre 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE.