Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van regionale samenwerkingsverbanden worden punt 5°, 6°, 7° en 9° vervangen door wat volgt :
  " 5° de sociaal-economische raad van de regio : de sociaal-economische raad van de regio, afgekort SERR, die overeenkomstig hoofdstuk III van het decreet binnen de vereniging wordt ingericht;
  " 6° het regionale sociaal-economische overlegcomité : het regionale sociaal -economische overlegcomité, afgekort RESOC, dat overeenkomstig hoofdstuk IV van het decreet binnen de vereniging wordt opgericht;
  " 7° het erkend regionaal samenwerkingsverband : het regionale samenwerkingsverband, afgekort ERSV, dat door de Vlaamse Regering overeenkomstig hoofdstuk II van het decreet werd erkend; "
  " 9° het Departement : het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse Overheid; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 OKTOBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van regionale samenwerkingsverbanden.
Titre
6 OCTOBRE 2006. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 octobre 2004 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement de partenariats rĂ©gionaux (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 octobre 2004 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement de partenariats rĂ©gionaux, les points 5°, 6°, 7° et 9° sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " 5° le conseil socio-économique de la région : le conseil socio-économique de la région, en abrégé SERR, créé, conformément au chapitre III du décret, au sein de l'association; "
  " 6° le comité socio-économique régional : le comité socio-économique régional, en abrégé RESOC, créé, conformément au chapitre IV du décret, au sein de l'association;
  " 7° le partenariat régional agréé : le partenariat régional agréé, en abrégé ERSV, agréé par le Gouvernement flamand conformément au chapitre II du décret; "
  " 9° le Département : le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation et le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale de l'Autorité flamande; "
  " 5° le conseil socio-économique de la région : le conseil socio-économique de la région, en abrégé SERR, créé, conformément au chapitre III du décret, au sein de l'association; "
  " 6° le comité socio-économique régional : le comité socio-économique régional, en abrégé RESOC, créé, conformément au chapitre IV du décret, au sein de l'association;
  " 7° le partenariat régional agréé : le partenariat régional agréé, en abrégé ERSV, agréé par le Gouvernement flamand conformément au chapitre II du décret; "
  " 9° le Département : le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation et le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale de l'Autorité flamande; "
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit wordt een punt 10° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 10° streekpact : het document als gedefinieerd in artikel 2, 15° van het decreet; "
  " 10° streekpact : het document als gedefinieerd in artikel 2, 15° van het decreet; "
Art. 2. Dans l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un point 10°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 10° pacte régional : le document tel que défini à l'article 2, 15°, du décret; "
  " 10° pacte régional : le document tel que défini à l'article 2, 15°, du décret; "
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " de administratie " vervangen door de woorden " het Departement ".
Art. 3. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'administration " sont remplacĂ©s par les mots " le dĂ©partement ".
Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De projecten en taken ter uitvoering van en ter ondersteuning van het beleid inzake evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, geconcretiseerd in de convenants projectontwikkeling Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit, gesloten tussen het erkend regionaal samenwerkingsverband en de Vlaamse Minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid en de beroepsomscholing- en bijscholing, uitgevoerd door het aantal voltijdse projectontwikkelaars die overeenkomstig het convenant in kwestie worden tewerkgesteld, worden geacht in overeenstemming te zijn met § 1. "
  " § 2. De projecten en taken ter uitvoering van en ter ondersteuning van het beleid inzake evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, geconcretiseerd in de convenants projectontwikkeling Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit, gesloten tussen het erkend regionaal samenwerkingsverband en de Vlaamse Minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid en de beroepsomscholing- en bijscholing, uitgevoerd door het aantal voltijdse projectontwikkelaars die overeenkomstig het convenant in kwestie worden tewerkgesteld, worden geacht in overeenstemming te zijn met § 1. "
Art. 4. Dans l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 2 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 2. Les projets et tĂąches mis sur pied en exĂ©cution et Ă l'appui de la politique en matiĂšre de l'emploi et de diversitĂ©, concrĂ©tisĂ©s par des accords dĂ©veloppement de projet " Participation proportionnelle et diversitĂ© ", conclus entre le partenariat rĂ©gional agréé et le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi et la reconversion et le recyclage professionnels dans ses attributions, exĂ©cutĂ©s par le nombre de promoteurs de projet Ă temps plein Ă©tant mis au travail conformĂ©ment Ă l'accord en question, sont censĂ©s ĂȘtre conformes au § 1er. "
  " § 2. Les projets et tĂąches mis sur pied en exĂ©cution et Ă l'appui de la politique en matiĂšre de l'emploi et de diversitĂ©, concrĂ©tisĂ©s par des accords dĂ©veloppement de projet " Participation proportionnelle et diversitĂ© ", conclus entre le partenariat rĂ©gional agréé et le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi et la reconversion et le recyclage professionnels dans ses attributions, exĂ©cutĂ©s par le nombre de promoteurs de projet Ă temps plein Ă©tant mis au travail conformĂ©ment Ă l'accord en question, sont censĂ©s ĂȘtre conformes au § 1er. "
Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden § 1, § 2 en § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Minister kan binnen de perken van de daartoe op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare middelen jaarlijks een subsidie toekennen aan de erkende regionale samenwerkingsverbanden ter financiering van de SERR- en RESOC-werking. Deze jaarlijkse subsidie wordt toegekend op voorwaarde dat er een aanvraag wordt ingediend vergezeld van een jaarprogramma zoals bedoeld in artikel 5.
  Het erkend regionale samenwerkingsverband wendt de werkingssubsidie gedurende het kalenderjaar, dat ingaat op 1 januari en eindigt op 31 december, aan voor een effectieve en efficiënte bijdrage aan sociaal-economische streekontwikkeling, die kadert binnen de taken en opdrachten van zijn statutaire maatschappelijke doel, als bedoeld in artikel 6 van het decreet en die overeenstemt met het overeenkomstig artikel 5 ingediende jaarprogramma.
  § 2. De subsidie wordt uitbetaald in twee schijven :
  1° een eerste voorschot van 80 % van de maximale subsidie wordt uitbetaald na vastlegging van het ondertekende subsidiebesluit;
  2° het saldo van 20 % van de maximale subsidie wordt uitbetaald nadat het erkende regionale samenwerkingsverband aan het Departement een inhoudelijk en een financieel eindrapport heeft bezorgd.
  Het erkend regionaal samenwerkingsverband verantwoordt aan de hand van een financieel eindrapport de aanwending van de subsidie. Het erkend regionaal samenwerkingsverband stelt het Departement in kennis van de locatie waar de originele verantwoordingsstukken ter beschikking worden gehouden voor verificatie.
  Het erkend regionaal samenwerkingsverband geeft aan de hand van een inhoudelijk eindrapport toelichting inzake diens bijdrage aan de sociaal-economische streekontwikkeling, als bedoeld in artikel 4, § 1, 2° lid. Het inhoudelijk eindrapport omvat een omschrijving van de geleverde werkzaamheden.
  Het inhoudelijke eindrapport en het financiële eindrapport worden jaarlijks uiterlijk zes maanden na de voorbije subsidieperiode ingediend bij het Departement. De minister kan nadere regelen bepalen inzake de concrete informatie die moet worden verstrekt.
  § 3. Het erkend regionaal samenwerkingsverband toont op eenvoudig verzoek van het Departement aan dat de met het subsidiebesluit beoogde werkzaamheden effectief en efficiënt worden uitgevoerd tijdens de subsidieperiode. Het erkend regionaal samenwerkingsverband werkt op constructieve wijze mee aan de controle die de Vlaamse overheid ten allen tijde kan uitoefenen. "
  " § 1. De Minister kan binnen de perken van de daartoe op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare middelen jaarlijks een subsidie toekennen aan de erkende regionale samenwerkingsverbanden ter financiering van de SERR- en RESOC-werking. Deze jaarlijkse subsidie wordt toegekend op voorwaarde dat er een aanvraag wordt ingediend vergezeld van een jaarprogramma zoals bedoeld in artikel 5.
  Het erkend regionale samenwerkingsverband wendt de werkingssubsidie gedurende het kalenderjaar, dat ingaat op 1 januari en eindigt op 31 december, aan voor een effectieve en efficiënte bijdrage aan sociaal-economische streekontwikkeling, die kadert binnen de taken en opdrachten van zijn statutaire maatschappelijke doel, als bedoeld in artikel 6 van het decreet en die overeenstemt met het overeenkomstig artikel 5 ingediende jaarprogramma.
  § 2. De subsidie wordt uitbetaald in twee schijven :
  1° een eerste voorschot van 80 % van de maximale subsidie wordt uitbetaald na vastlegging van het ondertekende subsidiebesluit;
  2° het saldo van 20 % van de maximale subsidie wordt uitbetaald nadat het erkende regionale samenwerkingsverband aan het Departement een inhoudelijk en een financieel eindrapport heeft bezorgd.
  Het erkend regionaal samenwerkingsverband verantwoordt aan de hand van een financieel eindrapport de aanwending van de subsidie. Het erkend regionaal samenwerkingsverband stelt het Departement in kennis van de locatie waar de originele verantwoordingsstukken ter beschikking worden gehouden voor verificatie.
  Het erkend regionaal samenwerkingsverband geeft aan de hand van een inhoudelijk eindrapport toelichting inzake diens bijdrage aan de sociaal-economische streekontwikkeling, als bedoeld in artikel 4, § 1, 2° lid. Het inhoudelijk eindrapport omvat een omschrijving van de geleverde werkzaamheden.
  Het inhoudelijke eindrapport en het financiële eindrapport worden jaarlijks uiterlijk zes maanden na de voorbije subsidieperiode ingediend bij het Departement. De minister kan nadere regelen bepalen inzake de concrete informatie die moet worden verstrekt.
  § 3. Het erkend regionaal samenwerkingsverband toont op eenvoudig verzoek van het Departement aan dat de met het subsidiebesluit beoogde werkzaamheden effectief en efficiënt worden uitgevoerd tijdens de subsidieperiode. Het erkend regionaal samenwerkingsverband werkt op constructieve wijze mee aan de controle die de Vlaamse overheid ten allen tijde kan uitoefenen. "
Art. 5. Dans l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les §§ 1er, 2 et 3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires de la Communauté flamande disponibles à cette fin, le Ministre peut octroyer annuellement une subvention aux partenariats régionaux agréés pour le financement du fonctionnement des SERR et RESOC. Cette subvention annuelle est octroyée à condition qu'une demande soit introduite, assortie d'un programme annuel tel que visé à l'article 5.
  Le partenariat régional agréé affecte la subvention de fonctionnement, pendant l'année calendaire prenant cours le 1er janvier et prenant fin le 31 décembre, à une contribution effective et efficace au développement socio-économique de la région s'inscrivant dans le cadre des tùches et missions de son but social statutaire, tel que visé à l'article 6 du décret, et correspondant au programme annuel introduit conformément à l'article 5.
  § 2. La subvention est versée en deux tranches :
  1° une premiĂšre avance de 80 % de la subvention maximale est versĂ©e aprĂšs engagement de l'arrĂȘtĂ© de subvention signĂ©;
  2° le solde de 20 % de la subvention maximale est versé aprÚs la présentation, par le partenariat régional agréé au Département, d'un rapport final financier.
  Le partenariat rĂ©gional agréé justifie l'affectation de la subvention au moyen d'un rapport final financier. Le partenariat rĂ©gional agréé informe le DĂ©partement du lieu oĂč les originaux des piĂšces justificatives sont tenus Ă la disposition pour vĂ©rification.
  Par le biais d'un rapport final de fond, le partenariat régional agréé explique sa contribution au développement socio-économique régional, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa deux. Le rapport final de fond contient une description des activités réalisées.
  Le rapport final de fond et le rapport financier final sont prĂ©sentĂ©s annuellement, au plus tard six mois de la fin de la pĂ©riode de subventions Ă©coulĂ©e, auprĂšs du DĂ©partement. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s relatives aux informations concrĂštes Ă fournir. "
  § 3. Sur simple demande du DĂ©partement, le partenariat rĂ©gional agréé est tenu de dĂ©montrer que les activitĂ©s envisagĂ©es par l'arrĂȘtĂ© de subvention ont Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©es effectivement et efficacement pendant la pĂ©riode de subventionnement. Le partenariat rĂ©gional agréé coopĂšre d'une maniĂšre constructive au contrĂŽle que l'autoritĂ© flamande peut effectuer en tout temps. "
  " § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires de la Communauté flamande disponibles à cette fin, le Ministre peut octroyer annuellement une subvention aux partenariats régionaux agréés pour le financement du fonctionnement des SERR et RESOC. Cette subvention annuelle est octroyée à condition qu'une demande soit introduite, assortie d'un programme annuel tel que visé à l'article 5.
  Le partenariat régional agréé affecte la subvention de fonctionnement, pendant l'année calendaire prenant cours le 1er janvier et prenant fin le 31 décembre, à une contribution effective et efficace au développement socio-économique de la région s'inscrivant dans le cadre des tùches et missions de son but social statutaire, tel que visé à l'article 6 du décret, et correspondant au programme annuel introduit conformément à l'article 5.
  § 2. La subvention est versée en deux tranches :
  1° une premiĂšre avance de 80 % de la subvention maximale est versĂ©e aprĂšs engagement de l'arrĂȘtĂ© de subvention signĂ©;
  2° le solde de 20 % de la subvention maximale est versé aprÚs la présentation, par le partenariat régional agréé au Département, d'un rapport final financier.
  Le partenariat rĂ©gional agréé justifie l'affectation de la subvention au moyen d'un rapport final financier. Le partenariat rĂ©gional agréé informe le DĂ©partement du lieu oĂč les originaux des piĂšces justificatives sont tenus Ă la disposition pour vĂ©rification.
  Par le biais d'un rapport final de fond, le partenariat régional agréé explique sa contribution au développement socio-économique régional, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa deux. Le rapport final de fond contient une description des activités réalisées.
  Le rapport final de fond et le rapport financier final sont prĂ©sentĂ©s annuellement, au plus tard six mois de la fin de la pĂ©riode de subventions Ă©coulĂ©e, auprĂšs du DĂ©partement. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s relatives aux informations concrĂštes Ă fournir. "
  § 3. Sur simple demande du DĂ©partement, le partenariat rĂ©gional agréé est tenu de dĂ©montrer que les activitĂ©s envisagĂ©es par l'arrĂȘtĂ© de subvention ont Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©es effectivement et efficacement pendant la pĂ©riode de subventionnement. Le partenariat rĂ©gional agréé coopĂšre d'une maniĂšre constructive au contrĂŽle que l'autoritĂ© flamande peut effectuer en tout temps. "
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden " en het begrotingsvoorstel " geschrapt.
Art. 6. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "et la proposition de budget" sont supprimĂ©s.
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden " 1 januari 2006 " vervangen door de woorden " 1 januari 2007 ".
Art. 7. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le 1er janvier 2006 " sont remplacĂ©s par les mots " le 1er janvier 2007 ".
Art. 8. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.
Art. 9. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2007.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid en de beroepsomscholing,en -bijscholing en de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 6 oktober 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
  F. MOERMAN
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
  Brussel, 6 oktober 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
  F. MOERMAN
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 10. Le Ministre flamand compĂ©tent pour la Politique de l'emploi et pour la reconversion et le recyclage professionnels, et le Ministre flamand compĂ©tent pour la politique Ă©conomique sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 6 octobre 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
  F. MOERMAN
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE.
  Bruxelles, le 6 octobre 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
  F. MOERMAN
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE.