Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JULI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de [adviesinstanties]en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel [1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018] <BVR2014-12-12/08, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 22-01-2015> )<Opschrift ingevoegd bij BVR2019-04-26/48, art. 64, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2019> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2006 en tekstbijwerking tot 20-12-2022)
Titre
20 JUILLET 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation [des instances consultatives] et définissant les modalités de la procédure d'avis pour l'évaluation aquatique, visée à l'article [1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 ] (TRADUCTION)<AGF2014-12-12/08, art. 1, 005; En vigueur : 22-01-2015> )<Intitulé modifié par AGF2019-04-26/48, art. 64, 008; En vigueur : 01-01-2019>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-10-2006 et mise à jour au 20-12-2022)
Documentinformatie
Numac: 2006036737
Datum: 2006-07-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036737
Date: 2006-07-20
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het decreet : het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid[3 , gecoördineerd op 15 juni 2018]3;
  2° adviesinstantie : de instantie die advies verleent bij de watertoets, vermeld in artikel [3 1.3.1.1]3, van het decreet;
  3° CIW : de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, vermeld in artikel [3 1.5.2.2]3, van het decreet;
  4° compensatiemaatregelen : maatregelen die erop zijn gericht een betekenisvol nadelig effect dat wordt veroorzaakt door een vergunningsplichtige activiteit of een plan of programma op een andere plaats dan de plaats waar het schadelijke effect plaatsvindt te compenseren;
  5° [3 De Vlaamse Waterweg nv: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht;]3;
  6° dwingende redenen van groot maatschappelijk belang : redenen die aantonen dat projecten of planingrepen aantoonbaar onontbeerlijk zijn in het kader van onder meer één of meer van de hierna vermelde maatregelen, beleidsopties of activiteiten :
  a) maatregelen of beleidsopties die gericht zijn op de bescherming van voor het leven van de burger fundamentele waarden zoals gezondheid, veiligheid en milieu;
  b) fundamentele beleidsmaatregelen voor de staat en de samenleving;
  c) de uitvoering van economische of maatschappelijke activiteiten waardoor specifieke openbare dienstverplichtingen worden nagekomen;
  7° [1 ...]1
  8° Havenbedrijf : de publiekrechtelijke overheden vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
  9° herstelmaatregelen : maatregelen die erop zijn gericht een betekenisvol nadelig effect dat wordt veroorzaakt door een vergunningsplichtige activiteit of een plan of programma ter plaatse te herstellen;
  10° MOW : het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;
  11° vergunningsplichtige activiteit : een activiteit waarvoor op grond van een wet, decreet of besluit, een vergunning, toestemming of machtiging is vereist;
  12° [1 waterbeheerplan: het stroomgebiedbeheerplan, vermeld in artikel [3 1.6.2.1 en 1.6.2.4]3 van het decreet;]1
  13° [1 ...]1
  14° [4 overstromingsgevoelig gebied: een gebied zoals vermeld in artikel 1.3.3.3.2, § 1, vijfde lid, van het decreet en vastgesteld in bijlage III, IV en V, die bij dit besluit zijn gevoegd]4;
  15° [4 publieke gracht: een gracht als vermeld in artikel 1, 12, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;]4
  16° [1 ...]1
  17° wateradvies : het advies bij de watertoets, vermeld in artikel [3 1.3.1.1]3, van het decreet;
  18° waterbeheerder : de beheerder van een onbevaarbare waterloop of een waterweg, de publiekrechtelijke rechtspersoon die [4 publieke]4 grachten beheert en de beheerder van het grondwater;
  19° [4 ...]4
  20° Vlaamse Milieumaatschappij : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in artikel 10.2.1, § 1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
  21° [3 ...]3
  22° [2 ...]2
  
Article 1. Au sens du présent arrêté, il convient d'entendre par :
  1° le décret : le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau [3 , coordonné le 15 juin 2018]3;
  2° instance consultative : l'instance qui émet des avis dans le cadre de l'évaluation aquatique, visée à l'article [3 1.3.1.1]3, du décret;
  3° CPIE : la Commission de coordination de la Politique intégrée de l'Eau, visée à l'article [3 1.5.2.2]3, du décret;
  4° mesures de compensation : les mesures visant à compenser tout effet nuisible significatif causé par une activité, un plan ou programme qui doit faire l'objet d'une licence à un endroit autre que l'endroit où se manifeste l'effet nocif;
  5° [3 De Vlaamse Waterweg nv (l'Agence Voies navigables flamandes) : l'agence autonomisée externe de droit public De Vlaamse Waterweg nv, visée à l'article 3, § 1er, du décret du 2 avril 2004 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public De Vlaamse Waterweg nv, société anonyme de droit public]3;
  6° motifs impérieux de grand intérêt social : les motifs qui démontrent que des projets ou interventions de plan sont manifestement indispensables dans le cadre d'une ou plusieurs des mesures, options politiques ou activités définies ci-après :
  a) mesures ou options politiques visant à protéger des valeurs fondamentales pour la vie du citoyen telles que santé, sécurité et environnement;
  b) mesures politiques fondamentales pour l'Etat et la société;
  c) l'exécution d'activités économiques ou sociales permettant de respecter des obligations spécifiques de service public;
  7° [1 ...]1
  8° Régie portuaire : les autorités de droit public visées à l'article 2, 1°, du décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes;
  9° mesures de réparation : les mesures visant à réparer sur place tout effet nuisible significatif provoqué par une activité, un plan ou un programme devant faire l'objet d'une licence;
  10° MOW : le Ministère flamand de la Mobilité et des Travaux publics;
  11° activité devant faire l'objet d'une licence : une activité pour laquelle une licence ou une autorisation est requise en vertu d'une loi, d'un décret ou d'un arrêté;
  12° [1 plan de gestion des eaux : le plan de gestion des bassins hydrographiques, visé aux articles [3 1.6.2.1 et 1.6.2.4]3 du décret;]1
  13° [1 ...]1
  14° [4 une zone sensible aux inondations : une zone telle que visée à l'article 1.3.3.3.2, § 1er, alinéa 5, du décret et définie aux annexes III, IV et V, jointes au présent arrêté]4;
  15° [4 fossé public : un fossé tel que visé à l'article 1er, 12, de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables;]4
  16° [1 ...]1
  17° avis aquatique : l'avis relatif à l'évaluation aquatique, visé à l'article [3 1.3.1.1]3 du décret;
  18° gestionnaire aquatique : le gestionnaire d'un cours d'eau ou d'une voie d'eau non navigable, la personne morale de droit public qui gère des fossés [4 publics]4 et le gestionnaire des eaux souterraines;
  19° [4 ...]4
  20° " Vlaamse Milieumaatschappij " : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique portant le nom " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement), visée à l'article 10.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
  21° [3 ...]3
  22° [2 ...]2
  
HOOFDSTUK II. - Nadere regels voor de toepassing van de watertoets.
CHAPITRE II. - Modalités d'application de l'évaluation aquatique.
Art. 2. [1 In uitvoering van artikel [2 1.3.1.1]2, van het decreet wordt de aanvullende lijst van vergunningen, plannen en programma's die aan de watertoets moeten worden onderworpen vastgesteld in de [3 bijlage II]3 die bij dit besluit is gevoegd.
   Voor de meldingsplichtige handelingen aangewezen in uitvoering van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, is met toepassing van artikel [2 1.3.1.1]2, van het decreet geen watertoets vereist.]1

  
Art. 2. [1 En exécution de l'article [2 1.3.1.1 ]2, du décret, la liste complémentaire des licences, plans et programmes qui doivent être soumis à l'évaluation aquatiques est fixée dans [3 l'annexe II]3 au présent arrêté.
   En ce qui concerne les actes soumis à l'obligation de déclaration définies en exécution de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, aucune évaluation aquatique n'est exigée en application de l'article [2 1.3.1.1 ]2, du décret.]1

  
Art. 2/1. [1 (Oud art. 2) § 1. [2 Op de overheid die beslist over een vergunning, een plan of een programma als vermeld in [3 artikel 1.3.1.1]3, § 5, van het decreet]2, rusten overeenkomstig [3 artikel 1.3.1.1]3, § 1, eerste lid van het decreet de volgende verplichtingen :
  1° ze legt alle voorwaarden op in de vergunning of ze gelast die aanpassingen aan het plan of programma die ze in het licht van de kenmerken van het watersysteem en de aard en omvang van de vergunningsplichtige activiteit, respectievelijk het plan of programma gepast acht om het schadelijke effect te voorkomen of te beperken;
  2° als dat niet mogelijk is, legt ze herstelmaatregelen op of, bij vermindering van de infiltratie van hemelwater of vermindering van ruimte voor het watersysteem, compensatiemaatregelen;
  3° als het schadelijke effect niet kan worden voorkomen, noch beperkt, en ook herstel of compensatie onmogelijk zijn, weigert ze de vergunning of weigert ze goedkeuring te verlenen aan het plan of programma.
  Op de overheid die beslist over een vergunning, een plan of een programma die afzonderlijk of in combinatie met een of meer bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma's een mogelijk schadelijk effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater veroorzaken, rusten overeenkomstig [3 artikel 1.3.1.1]3, § 1, tweede lid van het decreet de volgende verplichtingen :
  1° ze legt alle voorwaarden op in de vergunning of gelast aanpassingen aan het plan of programma die ze in het licht van de kenmerken van het watersysteem en de aard en omvang van de vergunningsplichtige activiteit, respectievelijk het plan of programma gepast acht om het schadelijke effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater te voorkomen;
  2° als dat niet mogelijk is, oordeelt zij of de vergunningsplichtige activiteit of het plan of programma noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang;
  3° als de vergunningsplichtige activiteit of het plan of programma niet noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang, weigert ze de vergunning of weigert ze haar goedkeuring te verlenen aan het plan of programma;
  4° als de vergunningsplichtige activiteit of het plan of het programma noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang, legt ze voorwaarden op om het schadelijke effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater te beperken, te herstellen of te compenseren.
  § 2. De op te leggen voorwaarden om het schadelijke effect van een vergunningsplichtige activiteit te voorkomen of te beperken, kunnen betrekking hebben op onder meer :
  1° de gebruikte materialen, grond- en hulpstoffen of installaties;
  2° de wijze van bouwen of exploiteren;
  3° de omvang van de activiteit.
  § 3. De herstelmaatregelen en compensatiemaatregelen zijn in natura. Deze moeten door de initiatiefnemer worden doorgevoerd.
  Bij een vergunningsplichtige activiteit worden de herstelmaatregelen zodanig opgelegd dat het herstel wordt doorgevoerd zodra dat mogelijk is. De compensatiemaatregelen worden zodanig opgelegd dat ze uiterlijk worden uitgevoerd op het ogenblik waarop de uitvoering van de vergunningsplichtige activiteit waardoor het schadelijke effect wordt veroorzaakt een aanvang neemt.
  Bij plannen of programma's wordt tot het herstel of de compensatie beslist gelijktijdig met de definitieve vaststelling van het plan of programma. Het herstel wordt doorgevoerd na een activiteit ter uitvoering van het plan of programma zodra dat mogelijk is. De compensatiemaatregelen worden uiterlijk uitgevoerd op het ogenblik waarop een activiteit ter uitvoering van het plan of programma een aanvang neemt.]1

  
Art. 2/1. [1 (anc. art. 2) § 1er. Les obligations suivantes incombent [2 aux autorités qui doivent décider d'une licence, d'un plan ou d'un programme tels que visés à [3 l'article 1.3.1.1]3, § 5, du décret]2, conformément à [3 l'article 1.3.1.1]3, § 1er, alinéa premier, du décret :
  1° elles imposent toutes les conditions dans la licence ou elles ordonnent toutes les adaptations adéquates du plan ou du programme, qu'elles jugent utiles eu égard aux caractéristiques du système aquatique et de la nature et l'ampleur de l'activité devant faire l'objet d'une licence, respectivement du plan ou programme, pour prévenir ou atténuer l'effet nocif;
  2° si cela s'avère impossible, elles imposent des mesures de réparation ou, en cas de diminution de l'infiltration des eaux pluviales ou de diminution de l'espace pour le système aquatique, des mesures de compensation;
  3° s'il est impossible de prévenir l'effet nocif, ou de l'atténuer, et que la réparation et la compensation s'avèrent également impossibles, elles refusent la licence ou refusent de marquer leur accord sur le plan ou programme.
  Les obligations suivantes incombent aux autorités qui doivent décider d'une licence, d'un plan ou d'un programme provoquant séparément ou en combinaison avec une ou plusieurs activités, plans ou programmes autorisés existants, un effet nocif potentiel sur la situation quantitative des eaux souterraines, conformément à [3 l'article 1.3.1.1]3, § 1er, alinéa deux, du décret :
  1° elles imposent toutes les conditions dans la licence ou elles ordonnent toutes les adaptations adéquates du plan ou du programme, qu'elles jugent utiles eu égard aux caractéristiques du système aquatique et de la nature et l'ampleur de l'activité devant faire l'objet d'une licence, respectivement du plan ou programme, pour prévenir ou atténuer l'effet nocif sur la situation quantitative des eaux souterraines;
  2° si cela s'avère impossible, elles jugent si l'activité devant faire l'objet d'une licence ou le plan ou programme est nécessaire pour des raisons impérieuses d'intérêt social;
  3° si l'activité devant faire l'objet d'une licence ou le plan ou le programme ne sont pas nécessaires pour des raisons impérieuses de grand intérêt social, elles refusent la licence ou elles refusent de donner leur autorisation pour le plan ou programme;
  4° lorsque l'activité devant faire l'objet d'une licence ou le plan ou programme sont nécessaires pour des raisons impérieuses de grand intérêt social, elles imposent des conditions pour limiter, réparer ou compenser l'effet nocif sur la situation quantitative des eaux souterraines.
  § 2. Les conditions à imposer pour éviter ou limiter l'effet nocif d'une activité devant faire l'objet d'une licence, peuvent notamment porter sur :
  1° les matériaux, matières premières et ressources ou installations utilisés;
  2° le mode de construction ou d'exploitation;
  3° l'ampleur de l'activité.
  § 3. Les mesures de réparation et les mesures de compensation sont en nature. Elles doivent être réalisées par l'initiateur.
  Lors d'une activité devant faire l'objet d'une licence, les mesures de réparation sont imposées de telle sorte que la réparation se réalise dès que possible. Les mesures de compensation sont imposées de sorte à ce qu'elles puissent être exécutées au moment où débute l'exécution de l'activité devant faire l'objet d'une licence et provoquant l'effet nocif.
  Pour des plans ou programmes, la décision relative à la réparation ou la compensation se prend simultanément avec la fixation définitive du plan ou programme. La réparation est effectuée après une activité en exécution du plan ou du programme dès que cela s'avère possible. Les mesures de compensation sont exécutées au plus tard au moment où une activité en exécution du plan ou programme débute.]1

  
Art. 3. [1 § 1. Met behoud van de toepassing van de andere reglementaire bepalingen die ter zake van toepassing zijn, gaat de vergunningverlenende overheid na of er sprake kan zijn van een schadelijk effect als vermeld in artikel [3 1.1.3, § 2, 18° ]3 van het decreet. Wanneer blijkt dat bedoeld schadelijk effect er niet zal zijn, is het resultaat van de watertoets positief.
   § 2. [4 De vergunningverlenende overheid vraagt advies over de mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater als vermeld in artikel 1.3.1.1, § 3, derde lid, van het decreet als het project waarvoor een vergunning of attest wordt aangevraagd:]4
   1° geheel of gedeeltelijk [4 opgenomen is op de advieskaart watertoets, opgenomen in bijlage I,]4 die bij dit besluit is gevoegd;
   2° en/of [4 betrekking heeft op de oprichting of het herbouwen van boven- of ondergrondse constructies of de aanleg of heraanleg van verhardingen, met een oppervlakte van]4 meer dan 1 hectare indien het project afwatert naar een bevaarbare waterloop of een onbevaarbare waterloop van de eerste categorie, of 0,1 hectare bij afwatering naar andere waterlopen;
   3° en/of geheel of gedeeltelijk gelegen is :
   a) binnen de bedding van een bevaarbare of onbevaarbare waterloop;
   b) op minder dan 50 meter afstand van de kruin van de talud van bestaande of geplande bevaarbare waterlopen;
   c) op minder dan 50 meter afstand van haveninfrastructuur binnen de afgebakende zeehavengebieden;
   d) op minder dan 20 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van eerste categorie;
   e) op minder dan 10 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van tweede categorie;
   f) op minder dan 5 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van derde categorie of van [4 een publieke gracht]4;
   g) binnen een afgebakende oeverzone;
   4° [4 ...]4
   [4 De vergunningverlenende overheid vraagt advies aan de adviesinstantie over de mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het grondwater, vermeld in artikel 1.3.1.1, § 3, derde lid, van het decreet, als het project waarvoor een vergunning wordt aangevraagd binnen een beschermingszone voor drinkwaterwinning ligt en betrekking heeft op:]4
   1° [2 een [4 verkaveling]4 met een globale oppervlakte groter dan 1 ha, waarbij in de aanleg van wegen wordt voorzien;]2
   2° en/of [4 de oprichting of het herbouwen van boven- of ondergrondse constructies of de aanleg of heraanleg van verhardingen, met een oppervlakte van]4 meer dan 1 hectare;
   3° [2 en/of ondergrondse constructies, met uitzondering van funderingspalen en leidingen met een diameter tot 1 meter, [4 ...]4 die dieper gelegen zijn dan 5 meter onder het maaiveld en een ondergrondse horizontale lengte hebben van meer dan 100 meter.]2
   De minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan [4 ...]4 richtlijnen uitvaardigen voor het vaststellen van schadelijke effecten.
   § 3. De overheid die op basis van één of meer van de bepalingen vermeld in paragraaf 2 een schadelijk effect vaststelt, beslist over de vergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 2/1.
   § 4.[4 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor openbare werken, zijn gemachtigd om samen bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, aan te passen aan de actuele toestand na advies van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dat advies wordt aan de vermelde ministers bezorgd van zodra voldoende informatie verzameld werd, die aanleiding geeft tot een actualisatie van de kaart.
   Minstens wordt de actualisatie zesjaarlijks uitgevoerd wanneer overeenkomstig artikel 1.6.2.2, § 2 van het decreet de stroomgebiedbeheerplannen herzien worden.
   De kaart, die conform het eerste lid wordt aangepast, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en elektronisch ter beschikking gesteld op www.waterinfo.be/watertoets, waar die tot op het niveau van kadastrale percelen geconsulteerd kan worden.]4

  [4 § 5. De instantie waaraan een adviesvraag wordt voorgelegd door de vergunningverlenende overheid conform bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd en artikel 5 wordt geacht bevoegd te zijn om daarover advies uit te brengen.
   De instantie, vermeld in het eerste lid, onderzoekt bij ontvangst van de adviesaanvraag, vermeld in het eerste lid, of ze bevoegd is. Als de instantie, vermeld in het eerste lid, vaststelt dat een andere instantie bevoegd is om advies uit te brengen doordat op basis van artikel 3, 4 en 4bis van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen een waterloop na actualisatie van bijlage I bij een andere categorie is ingedeeld, een waterloop is opgeheven of voor het eerst in een categorie is ingedeeld, stuurt die instantie de adviesvraag met het volledige vergunningsaanvraagdossier of een afschrift ervan door naar de bevoegde adviesinstantie. Tegelijkertijd brengt ze de overheid waarvan ze de adviesvraag heeft ontvangen, op de hoogte daarvan.]4

  
Art. 3. [1 § 1er. Moyennant maintien de l'application des autres dispositions réglementaires qui s'appliquent en la matière, l'autorité accordant la licence vérifie s'il peut y être question d'un effet nocif tel que visé à l'article [3 1.1.3, § 2, 18°]3, du décret. Lorsqu'il s'avère que l'effet nocif visé ne se produira pas, l'avis de l'évaluation aquatique est positif.
   § 2. [4 L'autorité accordant l'autorisation demande un avis sur les effets dommageables éventuels sur l'état des eaux de surface tels que visés à l'article 1.3.1.1, § 3, alinéa 3, du décret si le projet pour lequel un permis ou une attestation est demandé :]4
   1° est entièrement ou partiellement [4 repris sur la carte consultative d'évaluation aquatique, figurant à l'annexe Ire]4;
   2° et/ou [4 concerne l'édification ou la reconstruction de structures de surface ou souterraines ou la construction ou le réaménagement de revêtements, d'une superficie de]4 1 hectare si le projet draine ses eaux vers un cours d'eau navigable ou un cours d'eau non navigable de la première catégorie, ou de 0,1 hectare en cas de drainage des eaux vers d'autres cours d'eau;
   3° et/ou est entièrement situé :
   a) dans un lit d'un cours d'eau navigable ou non navigable;
   b) à moins de 50 mètres de distance du dessus du talus de cours d'eau navigables existants ou envisagés;
   c) à moins de 50 mètres de distance d'un infrastructure portuaire dans les zones de ports maritimes délimitées;
   d) à moins de 20 mètres de distance du dessus du talus de cours d'eau non navigables de la première catégorie;
   e) à moins de 10 mètres de distance du dessus du talus de cours d'eau non navigables de la deuxième catégorie;
   f) à moins de 5 mètres de distance du dessus du talus de cours d'eau non navigables de la troisième catégorie ou d'un [4 un fossé public]4;
   g) dans une zone de rive délimitée;
   4° [4 ...]4
   [4 L'autorité accordant l'autorisation demande l'avis de l'instance consultative sur les effets dommageables possibles sur l'état des eaux souterraines, visées à l'article 1.3.1.1, § 3, alinéa 3, du décret, si le projet pour lequel une autorisation est demandée se situe dans une zone de protection pour le captage d'eau potable et concerne :]4
   1° [2 [4 concerne un lotissement]4 avec une surface globale supérieure à 1 ha, impliquant l'aménagement d'une nouvelle voirie ;]2
   2° et/ou [4 l'édification ou la reconstruction de structures de surface ou souterraines ou la construction ou le réaménagement de revêtements, d'une superficie de]4 1 hectare;
   3° [2 et/ou des constructions souterraines (à l'exception de pieux de fondation et de conduites d'un diamètre jusqu'à 1 mètre) qui sont situées à une profondeur de plus de 5 mètres en-dessous du niveau de sol et ont une longueur horizontale souterraine de plus de 100 mètres.]2
   La Ministre chargée de l'environnement et de la politique des eaux, peut [4 ...]4 arrêter des directives en vue de la constatation d'effets nocifs.
   § 3. L'autorité qui constate un effet nocif sur la base d'une ou plusieurs dispositions visées au paragraphe 2, décide de la demande de licence, conformément à l'article 2/1. ".
   § 4. [4 Le ministre flamand, compétent pour l'environnement et la politique de l'eau, et le ministre flamand, compétent pour les travaux publics, sont autorisés à adapter conjointement l'annexe Ire jointe au présent arrêté, à la situation actuelle après avis de la Commission de coordination de la Politique Intégrée de l'Eau. Cet avis est transmis aux ministres mentionnés dès que des informations suffisantes ont été recueillies, donnant lieu à une actualisation de la carte.
   L'actualisation est effectuée au moins tous les six ans lors de la révision des plans de gestion des bassins hydrographiques, conformément à l'article 1.6.2.2, § 2 du décret.
   La carte, adaptée conformément à l'alinéa 1er, est publiée au Moniteur belge et mise à disposition par voie électronique à l'adresse suivante www.waterinfo.be/watertoets où elle peut être consultée jusqu'au niveau des parcelles cadastrales.]4

  [4 § 5. L'instance à laquelle une demande d'avis est soumise par l'autorité accordant l'autorisation conformément à l'annexe Ire jointe au présent arrêté et à l'article 5 est réputée compétente pour émettre un avis à ce sujet.
   L'instance, visée à l'alinéa 1er, examine si elle est compétente dès réception de la demande d'avis, visée à l'alinéa 1er. Si l'instance visée à l'alinéa 1er, constate qu'une autre instance est compétente pour donner un avis vu que, sur la base des articles 3, 4 et 4bis de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables, un cours d'eau est classé dans une autre catégorie après l'actualisation de l'annexe Ire, un cours d'eau est supprimé ou est classé dans une catégorie pour la première fois, cette instance transmet la demande d'avis accompagnée du dossier complet de demande d'autorisation ou une copie de celui-ci à l'instance consultative compétente. Elle en informe simultanément l'autorité qui lui a transmis la demande d'avis.]4

  
Art. 4. § 1. Met behoud van de toepassing van de andere reglementaire bepalingen die ter zake van toepassing zijn, moet de motivering van de beslissing over een vergunningsaanvraag voor de toepassing van de watertoets een duidelijk aangegeven onderdeel bevatten, de waterparagraaf genoemd, waarbij, eventueel rekening houdend met het wateradvies, een uitspraak wordt gedaan over :
  1° de verenigbaarheid van de vergunningsplichtige activiteit met het watersysteem;
  2° [1 [3 in het geval een schadelijk effect zich kan voordoen, de beschrijving van de mogelijk schadelijke effecten,]3 de gepaste voorwaarden en maatregelen om het schadelijke effect dat kan ontstaan als gevolg van de vergunningsplichtige activiteit, te voorkomen, te beperken, te herstellen of, in de gevallen van de vermindering van de infiltratie van het hemelwater of de vermindering van de ruimte voor het watersysteem, te compenseren;]1
  3° [1 de inachtneming van de relevante doelstellingen en beginselen, vermeld in artikel [2 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4]2 van het decreet bij de beoordeling van de vergunningsplichtige activiteit en de opgelegde voorwaarden en maatregelen;]1
  [3 4° een beschrijving van de ligging van het project op de kaarten die zijn opgenomen in bijlage III, IV en V, die bij dit besluit zijn gevoegd. Als de vergunningverlener kennis heeft van overstromingen die om eender welke reden niet op de kaarten zouden zijn aangeduid, wordt dat ook weergegeven.]3
  § 2. De beslissing over een plan of programma bevat een waterparagraaf die met betrekking tot de planingreep ten minste de in § 1 vermelde gegevens omvat, met uitzondering van de gegevens over het wateradvies en de in artikel 3 vermelde [1 bepalingen]1.
  § 3. De bepalingen van § 1 en § 2 zijn niet van toepassing als de vergunning of de goedkeuring van het plan of programma al wordt geweigerd op andere gronden.
  
Art. 4. § 1er. Sans préjudice des autres dispositions réglementaires qui s'appliquent en la matière, la motivation de la décision relative à une demande de licence pour l'application de l'évaluation aquatique doit comporter un élément bien indiqué, appelé le paragraphe eau, qui statue, le cas échéant compte tenu de l'avis aquatique, sur :
  1° la compatibilité de l'activité devant faire l'objet d'une licence avec le système aquatique;
  2° [1 [3 dans le cas où un effet dommageable peut se produire, la description des effets potentiellement dommageables,]3 les conditions et mesures adéquates pour éviter, atténuer, réparer ou, dans les cas de la diminution de l'infiltration des eaux pluviales ou de la diminution de l'espace pour le système aquatique, pour compenser l'effet nocif pouvant se produire suite à l'activité devant faire l'objet d'une licence;]1
  3° [1 le respect des objectifs et principes pertinents, visés aux articles [2 1.2.2, 1.2.3 et 1.2.4]2 du décret lors de l'évaluation de l'activité devant faire l'objet d'une licence et des conditions et mesures imposées;]1
  [3 4° une description de l'emplacement du projet sur les cartes figurant aux annexes III, IV et V, jointes au présent arrêté. Si l'instance octroyant l'autorisation a connaissance d'inondations qui ne seraient pas indiquées sur les cartes pour une raison quelconque, cela doit également être repris.]3
  § 2. La décision relative à un plan ou programme comporte un paragraphe eau qui comprend, pour ce qui concerne l'intervention planifiée au moins les données visées au § 1er, à l'exception des données relatives à l'avis aquatique et les [1 dispositions]1 visés à l'article 3.
  § 3. Les dispositions des §§ 1er et 2 ne sont pas d'application lorsque la licence ou l'approbation du plan ou programme est refusée pour d'autres motifs.
  
HOOFDSTUK III. - Aanwijzing van de [1 adviesinstanties]1 en nadere regels voor de adviesprocedure.
CHAPITRE III. - Désignation [1 des instances consultatives]1 et modalités de la procédure d'avis.
Art. 5. § 1. Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke reglementering of in de in artikel 3 vermelde [1 bepalingen]1, zijn de adviesinstanties die overeenkomstig artikel [3 1.3.1.1]3, van het decreet advies uitbrengen over vergunningsaanvragen :
  1° de Vlaamse Milieumaatschappij als :
  a) de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een vergunningsplichtige activiteit die een schadelijk effect heeft of kan hebben op de toestand van het grondwater;
  b) de vergunningsplichtige activiteit waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, plaatsvindt in of in de nabijheid van een onbevaarbare waterloop van de eerste categorie, dan wel het oppervlaktewater in kwestie in die waterloop wordt verzameld;
  2° de provincie of, in voorkomend geval, de polder of watering als de vergunningsplichtige activiteit waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, plaatsvindt in of in de nabijheid van een onbevaarbare waterloop van de tweede categorie die onder hun respectievelijke beheer valt, dan wel het oppervlaktewater in kwestie in die waterloop wordt verzameld;
  3° de gemeente of, in voorkomend geval, de polder of watering als de vergunningsplichtige activiteit waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, plaatsvindt in of in de nabijheid van een onbevaarbare waterloop van de derde categorie of van een [4 publieke gracht in beheer bij de polder of watering]4, dan wel het oppervlaktewater in kwestie in die waterloop wordt verzameld;
  4° MOW of, in voorkomend geval,[3 De Vlaamse Waterweg nv]3 of een Havenbedrijf als de vergunningsplichtige activiteit waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, plaatsvindt in of in de nabijheid van een waterweg die onder hun respectievelijke beheer valt, dan wel het oppervlaktewater in kwestie in die waterweg wordt verzameld;
  5° de CIW als de vergunningsaanvraag uitgaat van een ruilverkavelingscomité gedurende de termijn als bedoeld in artikel 25, § 2 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet waarbij de bepalingen van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen niet van toepassing zijn in het ruilverkavelingsblok in kwestie.
  Dit geldt ook voor het ruilverkavelingscomité in het geval als bedoeld in artikel 38, § 2 van de Wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken, en voor het provinciaal comité voor ruilverkaveling in der minne in het geval als bedoeld in artikel 46, § 2 van de Wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne.
  Als de vergunningsaanvraag uitgaat van een in het eerste lid 1° tot 4° vermelde waterbeheerder of van een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon waarin hij een participatie heeft, wordt het wateradvies verleend door :
  1° de CIW als de vergunningsaanvraag uitgaat van de Vlaamse Milieumaatschappij, MOW, [1 uitzondering van het Agentschap Wegen en Verkeer]1,[3 De Vlaamse Waterweg nv]3 of een Havenbedrijf;
  2° de Vlaamse Milieumaatschappij of, voor de gevallen waarin ze advies uitbrengen overeenkomstig het eerste lid, 4°, MOW,[3 De Vlaamse Waterweg nv]3 of een Havenbedrijf, als de vergunningsaanvraag uitgaat van een provincie;
  3° de provincie of, voor de gevallen waarin ze advies uitbrengen overeenkomstig het eerste lid, 1° en 4°, de Vlaamse Milieumaatschappij, MOW, [3 De Vlaamse Waterweg nv]3 of een Havenbedrijf, als de vergunningsaanvraag uitgaat van een gemeente of een polder of watering.
  § 2. [2 Binnen de haar toegekende adviestermijn kunnen de conform paragraaf 1 aangewezen adviesinstanties]2 adviezen inwinnen van andere bij het waterbeleid betrokken diensten en agentschappen, besturen en alle andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut. De adviesinstantie voegt bij haar vraag om subadvies een afschrift van de relevante stukken van het aanvraagdossier. Die verlenen advies binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na ontvangst van de vraag om subadvies.
  De overeenkomstig § 1 aangewezen adviesinstantie dient in ieder geval een subadvies te vragen aan de bevoegde exploitant van de grondwaterwinning zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer indien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een ingreep die plaatsvindt binnen een afgebakende beschermingszone type I of type II zoals bedoeld in artikel 20 van het besluit van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones. Als er binnen de termijn van vijftien kalenderdagen geen advies is verleend, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 3. [2 ...]2
  
Art. 5. § 1er. Sauf disposition contraire dans la réglementation applicable ou dans les [1 dispositions]1 visés à l'article 3, les instances consultatives qui émettent un avis sur les demandes de licence conformément à l'article [3 1.3.1.1]3 du décret, sont :
  1° la " Vlaamse Milieumaatschappij " lorsque :
  a) la demande de licence porte sur une activité devant faire l'objet d'une licence ayant ou susceptible d'avoir un effet nocif sur la situation des eaux souterraines;
  b) l'activité devant faire l'objet d'une licence à laquelle se rapporte la demande de licence, a lieu dans ou à proximité d'un cours d'eau non navigable de première catégorie, soit que les eaux de surface en question sont collectées dans ce cours d'eau;
  2° la province, ou le cas échéant, le polder ou wateringue lorsque l'activité devant faire l'objet d'une licence à laquelle se rapporte la demande de licence, a lieu dans ou à proximité d'un cours d'eau non navigable de deuxième catégorie qui relève de leur gestion respective, soit que les eaux de surface en question sont collectées dans ce cours d'eau;
  3° la commune, ou le cas échéant, le polder ou wateringue lorsque l'activité devant faire l'objet d'une licence à laquelle se rapporte la demande de licence, a lieu dans ou à proximité d'un cours d'eau non navigable de troisième catégorie ou d'un [4 fossé public géré par le polder ou wateringue,]4 soit que les eaux de surface en question sont collectées dans ce cours d'eau;
  4° MOW ou, le cas échéant,[3 " De Vlaamse Waterweg nv "]3 ou une Régie portuaire lorsque l'activité devant faire l'objet d'une licence à laquelle se rapporte la demande de licence, a lieu dans ou à proximité d'une voie d'eau qui relève de leur gestion respective, soit que les eaux de surface en question sont collectées dans cette voie d'eau;
  5° le CPIE lorsque la demande de licence émane d'un comité de remembrement pendant le délai tel que visé à l'article 25, § 2 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux en vertu de la loi rendant les dispositions de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables non applicables au bloc de remembrement en question.
  Il en va de même pour le comité de remembrement tel que visé à l'article 38, § 2 de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure, ainsi que pour le comité provincial de remembrement à l'amiable dans le cas visé à l'article 46, § 2 de la Loi du 10 janvier 1978 portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux.
  Lorsque la demande de licence émane d'un gestionnaire des eaux visé à l'alinéa premier, 1° à 4°, ou d'une personne morale de droit public ou privé dans laquelle il a une participation, l'avis aquatique est émis par :
  1° le CPIE lorsque la demande de licence émane de la Vlaamse Milieumaatschappij, du MOW, [1 à l'exception du " Agentschap Wegen en Verkeer " (Agence des Routes et de la Circulation)]1, de [3 " De Vlaamse Waterweg nv "]3 ou une Régie portuaire;
  2° la Vlaamse Milieumaatschappij ou, pour les cas où ils émettent un avis conformément à l'alinéa premier, 4°, MOW, [3 " De Vlaamse Waterweg nv "]3 ou une Régie portuaire, lorsque la demande de licence émane d'une province;
  3° la province, ou pour les cas dans lesquels ils émettent un avis conformément à l'alinéa premier, 1° et 4°, la " Vlaamse Milieumaatschappij, MOW, [3 " De Vlaamse Waterweg nv "]3 ou une Régie portuaire, lorsque la demande de licence émane d'une commune ou d'un polder ou wateringue.
  § 2. [2 Dans le délai d'avis qui lui est attribué, les instances consultatives désignées conformément au § 1er peuvent]2 solliciter des avis d'autres services et agences, administrations concernés par la politique de l'eau, et toute autre personne morale de droit public ou privé chargée des missions d'intérêt public. L'instance consultative joint à sa demande de sous-avis une copie des pièces pertinentes du dossier de demande. L'avis est émis dans un délai de quinze jours calendrier suivant la réception de la demande de sous-avis.
  L'instance consultative indiquée conformément au § 1er doit de toute manière demander un sous-avis à l'exploitant compétent de l'exploitation des eaux souterraines telle que visée à l'article 5 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines lorsque la demande de licence porte sur une intervention qui s'effectue dans une zone de protection délimitée du type I ou type II telle que visée à l'article 20 de l'arrêté du 27 mars 1985 fixant les règles de délimitation des captages d'eau et des zones de protection. Faute d'avis dans les quinze jours calendrier, l'exigence en matière d'avis peut être ignorée.
  § 3. [2 ...]2
  
Art. 6. § 1. Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke reglementering, draagt de overheid die om een wateradvies vraagt er zorg voor dat een exemplaar van het volledige vergunningsaanvraagdossier of een afschrift ervan onverwijld met een aangetekende brief, door afgifte tegen ontvangstbewijs of door verzending op elektronische wijze wordt bezorgd aan de overeenkomstig artikel 5, § 1, aangewezen [1 adviesinstanties]1.
  In voorkomend geval wordt het verzoek om advies nader gespecificeerd door de in het eerste lid vermelde overheid.
  § 2. De ministers bevoegd voor het waterbeleid en de ruimtelijke ordening kunnen gezamenlijk het model van de adviesaanvraag vaststellen.
  
Art. 6. § 1er. Sauf disposition contraire dans la réglementation applicable, l'autorité publique demandant un avis aquatique veillera à ce qu'un exemplaire du dossier intégral de demande de licence ou une copie de celui-ci soit transmis sans délai par lettre recommandée, par remise contre récépissé ou par voie électronique [1 aux instances consultatives]1 désignées conformément à l'article 5, § 1er.
  Le cas échéant la demande d'avis sera précisée par l'autorité visée à l'alinéa premier.
  § 2. Les ministres compétents pour la politique de l'eau et l'aménagement du territoire peuvent définir ensemble le modèle de demande d'avis.
  
Art. 7. § 1. Het wateradvies bevat de volgende gegevens :
  1° [4 een korte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem of bestanddelen ervan, waaronder een beschrijving van de ligging op basis van de kaarten die bijgevoegd zijn in bijlage III, IV en V, die kunnen worden beïnvloed door de vergunningsplichtige activiteit waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. Als de adviesinstantie kennis heeft van overstromingen die om eender welke reden niet op de kaarten zouden zijn aangeduid, moet dat ook weergegeven worden]4;
  2° [4 ...]4
  3° [4 een gemotiveerde beoordeling van de verenigbaarheid van de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd met het watersysteem. Daarbij gaat de adviesinstantie, als dat relevant is voor de vergunningsplichtige activiteit, in op de aspecten, vermeld in artikel 1.2.2 van het decreet, behalve als de overheid haar vraag om advies uitdrukkelijk heeft beperkt tot een of meer van die aspecten. In voorkomend geval gaat de adviesinstantie bij de gemotiveerde beoordeling ook in op de maatregelen en acties uit de waterbeheerplannen die relevant zijn om de verenigbaarheid van de activiteit te beoordelen]4;
  4° in voorkomend geval, een gemotiveerd voorstel van de voorwaarden en maatregelen om het schadelijk effect dat kan ontstaan als gevolg van de vergunningsplichtige activiteit, te voorkomen, te beperken, te herstellen, of, in de gevallen van de vermindering van de infiltratie van het hemelwater of de vermindering van de ruimte voor het watersysteem, te compenseren;
  5° [1 de inachtneming bij de beoordeling en het voorstel, vermeld in 3° en 4°, van de relevante doelstellingen en beginselen, vermeld in artikel [3 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4"]3 van het decreet.]1
  § 2. De ministers bevoegd voor het waterbeleid en de ruimtelijke ordening kunnen gezamenlijk het model van het wateradvies vaststellen.
  
Art. 7. § 1er. L'avis aquatique comporte les données suivantes :
  1° [4 une description succincte des caractéristiques du système aquatique ou de ses composantes, y compris une description de son emplacement sur la base des cartes jointes aux annexes III, IV et V, qui peuvent être affectées par l'activité soumise à autorisation faisant l'objet de la demande d'autorisation. Si l'instance consultative a connaissance d'inondations qui ne seraient pas indiquées sur les cartes pour une raison quelconque, cela doit également être repris]4;
  2° [4 ...]4
  3° [4 une évaluation motivée de la compatibilité de l'activité pour laquelle l'autorisation est demandée avec le réseau d'eau. L'instance consultative se penche, si cela est pertinent pour l'activité soumise à autorisation, sur les aspects visés à l'article 1.2.2 du décret, à moins que l'autorité n'ait explicitement limité sa demande d'avis à un ou plusieurs de ces aspects. Le cas échéant, l'instance consultative se penche également dans l'évaluation motivée sur les mesures et actions issues des plans de gestion des eaux pertinentes pour évaluer la compatibilité de l'activité]4;
  4° le cas échéant, une proposition motivée des conditions et mesures pour prévenir, atténuer, réparer, ou dans les cas de diminution de l'infiltration des eaux pluviales ou de diminution de l'espace pour un système aquatique, pour compenser l'effet nocif pouvant naître de l'activité devant faire l'objet d'une licence;
  5° [1 le respect lors de l'évaluation et de la proposition, visées aux 3° et 4°, des objectifs et principes, visés aux articles [3 1.2.2, 1.2.3 et 1.2.4 ]3 du décret.]1
  § 2. Les ministres ayant la politique de l'eau et l'aménagement du territoire dans leurs attributions, peuvent définir ensemble le modèle d'avis aquatique.
  
Art. 8. Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke reglementering, bezorgt de overheid die om een wateradvies heeft verzocht binnen tien kalenderdagen nadat ze een beslissing heeft genomen een afschrift van de beslissing aan [1 de adviesinstanties die een wateradvies hebben uitgebracht]1.
  
Art. 8. Sauf disposition contraire dans la réglementation applicable, l'autorité publique ayant demandé l'avis aquatique fait parvenir dans les dix jours calendrier suivant la prise de sa décision, une copie de cette dernière [1 aux instances consultatives ayant émis un avis aquatique]1.
  
HOOFDSTUK III/1. [1 - Nadere regels voor de informatieplicht]1
CHAPITRE III/1. [1 - Modalités du devoir d'information]1
Art.8/1. [1 § 1. Met het oog op de uitvoering van de informatieplicht, vermeld in artikel 1.3.3.3.2 van het decreet, kan de ligging in overstromingsgevoelig gebied, in een afgebakend overstromingsgebied of een afgebakende oeverzone op de website www.waterinfo.be/informatieplicht geraadpleegd worden.
   § 2. De mate waarin het onroerend goed overstromingsgevoelig is, wordt bepaald door middel van een score:
   - de P-score geeft de ligging in overstromingsgevoelig gebied van een perceel weer;
   - de G-score geeft, indien van toepassing, de ligging in overstromingsgevoelig gebied van elk gebouw groter dan 25 m2 weer.
   De P-score en de G-score bestaan uit vier klassen (A, B, C en D), die op de volgende wijze worden bepaald:
   1° klasse A: geen overstroming gemodelleerd;
   2° klasse B: kleine kans op overstromingen onder de klimaatverandering 2050;
   3° klasse C: kleine kans op overstromingen onder het huidige klimaat;
   4° klasse D: middelgrote kans op overstromingen onder het huidige klimaat.
   De P-score en de G-score worden bepaald op basis van de overstromingsgevoeligheid in bijlage III, IV en V met de hoogste klasse voor het volledige perceel of het deel in kwestie ervan dat in overstromingsgevoelig gebied ligt. Voor de bepaling van de G-score wordt een bufferzone van één meter rond de buitenkant van het gebouw in overweging genomen. De P-score kan nooit lager zijn dan de G-score.]1

  
Art. 8/1. [1 Aux fins de la mise en oeuvre du devoir d'information, visé à l'article 1.3.3.3.2 du décret, la localisation dans une zone sensible aux inondations, dans une zone sensible aux inondations délimitée ou dans une zone de rive délimitée peut être consultée sur le site internet www.waterinfo.be/informatieplicht.
   § 2. La mesure dans laquelle le bien immobilier est exposé aux risques d'inondation est déterminée au moyen d'un score :
   - le score P indique la localisation dans une zone sensible aux inondations d'une parcelle ;
   - le score G, le cas échéant, indique la localisation dans une zone sensible aux inondations de tout bâtiment de plus de 25 m2.
   Les scores P et G se composent de quatre classes (A, B, C et D) déterminées de la manière suivante :
   1° classe A : pas d'inondation modélisée ;
   2° classe B : faible risque d'inondation sous le changement climatique de 2050 ;
   3° classe C : faible risque d'inondation sous le climat actuel ;
   4° classe D : risque moyen d'inondation sous le climat actuel.
   Le score P et le score G sont déterminés sur la base de la sensibilité aux inondations aux annexes III, IV et V avec la classe la plus élevée pour la parcelle entière ou sa partie en question située dans une zone sensible aux inondations. Pour déterminer le score G, on considère une zone tampon d'un mètre autour de l'extérieur du bâtiment. Le score P ne peut jamais être inférieur au score G.]1

  
Art.8/2. [1 Een deskundige overstromingsattest die conform artikel 6, 1°, h), van het VLAREL van 19 november 2010 erkend is, kan een overstromingsattest opmaken om de P-score en G-score te actualiseren op basis van de gebouwkenmerken, de bouwwijze of de genomen maatregelen voor de bescherming tegen overstromingen.
   De reden voor de actualisatie van de G-score en de P-score tijdens de publiciteit worden grondig gemotiveerd en beschreven in een overstromingsattest. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan de technische inhoud van het overstromingsattest verder bepalen.]1

  
Art. 8/2. [1 Un expert en attestation d'inondation agréé conformément à l'article 6, 1°, h) du VLAREL du 19 novembre 2010, peut établir une attestation d'inondation en vue de l'actualisation du score P et du score G sur la base des caractéristiques du bâtiment, des méthodes de construction ou des mesures de protection contre les inondations prises.
   La raison de l'actualisation du score G et dy score P au cours de la publicité doit être justifiée et décrite de façon circonstanciée dans une attestation d'inondation. Le ministre flamand, qui a l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, peut spécifier le contenu technique de l'attestation d'inondation.]1

  
Art.8/3. [1 Indien van toepassing, wordt de vermelding dat een overstromingsattest werd bekomen, dat ten hoogste één jaar voor het verlijden van het document werd verleend, toegevoegd in de volgende documenten:
   1° de onderhandse of authentieke akte van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed;
   2° de onderhandse of authentieke akte van inbreng van een onroerend goed in een vennootschap;
   3° de onderhandse of authentieke akte van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal;
   4° elke andere akte van een eigendomsoverdracht onder bezwarende titel, met uitzondering van huwelijkscontracten en de wijzigingen ervan en contracten over de mandeligheid.
   De geldigheidstermijn voor het overstromingsattest wordt gerekend vanaf de opmaak van het attest door de deskundige.]1

  
Art. 8/3. [1 Le cas échéant, l'indication de l'obtention d'une attestation d'inondation, octroyée au maximum un an avant l'établissement du document, est ajoutée dans les documents suivants :
   1° l'acte sous seing privé ou authentique de vente ou de location de plus de neuf ans d'un bien immobilier ;
   2° l'acte sous seing privé ou authentique d'apport d'un bien immobilier dans une société ;
   3° l'acte sous seing privé ou authentique d'établissement ou de cession d'un usufruit, d'un bail emphytéotique ou d'un droit de superficie ;
   4° tout autre acte de transfert de propriété à titre onéreux, à l'exception des contrats de mariage et de leurs modifications et des contrats de copropriété.
   La période de validité de l'attestation d'inondation commence à partir de la date d'établissement de l'attestation par l'expert.]1

  
Art.8/4. [1 Als de informatieplicht, vermeld in artikel 1.3.3.3.2 van het decreet, van toepassing is, worden de P-score en indien van toepassing de G-score meegedeeld in de onderhandse en de authentieke akte, vermeld in artikel 1.3.3.3.2, § 1, van het decreet. Er wordt altijd een schriftelijke vermelding van de P-score en indien van toepassing de G-score opgenomen in de publiciteit. Als er een geactualiseerde score beschikbaar is via een overstromingsattest, kan die geactualiseerde score bijkomend opgenomen worden, voor zover het overstromingsattest dat werd opgemaakt door de deskundige overstromingsattest maximum één jaar oud is.
   Voor percelen die conform artikel 8/1, § 2, een P-score hebben die onder klasse D valt, wordt bij de publiciteit het symbool gebruikt dat opgenomen is in bijlage VI, 1°, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de gebouwen die conform artikel 8/1, § 2, een G-score hebben die onder klasse D valt, wordt bij de publiciteit gebruikgemaakt van het symbool dat opgenomen is in bijlage VI, 2°, die bij dit besluit is gevoegd.
   Op kleine publiciteitsinrichtingen op een onroerend goed, die zich hoofdzakelijk beperken tot een vermelding "te koop" of "te huur" en de contactgegevens van de verkoper of makelaar, is geen enkele vermelding vereist. In zoekertjes in gedrukte tijdschriften, kranten of weekbladen is enkel het gebruik van de symbolen opgenomen in bijlage VI verplicht, indien van toepassing, en is geen verdere vermelding vereist. In alle andere gevallen moeten de symbolen in bijlage VI gebruikt worden, indien van toepassing en een voluit geschreven vermelding.]1

  
Art. 8/4. [1 Si le devoir d'information visé à l'article 1.3.3.3.2 du décret, s'applique, le score P et, le cas échéant, le score G sont communiqués dans l'acte sous seing privé et dans l'acte authentique, visés à l'article 1.3.3.3.2, § 1er, du décret. La publicité comporte toujours une mention écrite du score P et, le cas échéant, du score G. Si un score mis à jour est disponible par le biais d'une attestation d'inondation, ce score peut être inclus en plus, pour autant que l'attestation d'inondation établie par l'expert ne date pas de plus d'un an.
   Pour les parcelles qui, conformément à l'article 8/1, § 2, ont un score P relevant de la classe D, le symbole figurant à l'annexe VI, 1°, jointe au présent arrêté, est utilisé dans la publicité. Pour les bâtiments dont le score G relève de la classe D conformément à l'article 8/1, § 2, le symbole figurant à l'annexe VI, 2°, jointe au présent arrêté, est utilisé dans la publicité.
   Sur les petits dispositifs publicitaires d'un bien immobilier, qui se limitent principalement à une mention " à vendre " ou " à louer " et aux coordonnées du vendeur ou de l'agent immobilier, aucune mention n'est requise. Dans les petites annonces des magazines, journaux ou hebdomadaires imprimés, seule l'utilisation des symboles repris à l'annexe VI est obligatoire, le cas échéant, et aucune autre mention n'est requise. Dans tous les autres cas, il convient d'utiliser les symboles de l'annexe VI, le cas échéant, et de prévoir une mention écrite complète.]1

  
Art.8/5. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor openbare werken, zijn gemachtigd om samen bijlage III, IV en V, die bij dit besluit zijn gevoegd, aan te passen aan de actuele toestand na advies van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Dat advies wordt aan de vermelde ministers bezorgd van zodra voldoende informatie verzameld werd, die aanleiding geeft tot een actualisatie van de kaart.
   Minstens wordt de actualisatie zesjaarlijks uitgevoerd wanneer overeenkomstig artikel 1.6.2.2, § 2 van het decreet de stroomgebiedbeheerplannen herzien worden.
   De kaarten die conform het eerste lid worden aangepast, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en elektronisch ter beschikking gesteld op www.waterinfo.be/informatieplicht, waar die tot op het niveau van kadastrale percelen geconsulteerd kunnen worden.]1

  
Art. 8/5. [1 Le ministre flamand compétent pour l'environnement et la politique de l'eau, et le ministre flamand, compétent pour les travaux publics, sont autorisés à adapter conjointement les annexes III, IV et V, jointes au présent arrêté, à la situation actuelle après avis de la Commission de coordination de la Politique Intégrée de l'Eau. Cet avis est transmis aux ministres mentionnés dès que des informations suffisantes ont été recueillies, donnant lieu à une actualisation de la carte.
   L'actualisation est effectuée au moins tous les six ans lors de la révision des plans de gestion des bassins hydrographiques, conformément à l'article 1.6.2.2, § 2 du décret.
   Les cartes actualisées conformément à l'alinéa 1er, sont publiées au Moniteur belge et mises à disposition par voie électronique à l'adresse suivante www.waterinfo.be/informatieplicht où elles peuvent être consultées jusqu'au niveau des parcelles cadastrales.]1

  
HOOFDSTUK III/2. [1 - Opname informatieplicht in gebouwenpas]1
CHAPITRE III/2. [1 - Inclusion du devoir d'information dans le passeport bâtiment]1
Art.8/6. [1 De P-score en indien van toepassing de G-score worden opgenomen in de gebouwenpas, vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas. Als een overstromingsattest wordt opgemaakt, wordt dat attest ook opgenomen in de gebouwenpas.]1
  
Art. 8/6. [1 Le score P et, le cas échéant, le score G sont inclus dans le passeport bâtiment, visé à l'article 4 de l'arrêté du 30 novembre 2018 relatif au passeport bâtiment. Si une attestation d'inondation est établie, elle est également incluse dans le passeport bâtiment.]1
  
HOOFDSTUK IV. - Slot- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales et transitoires.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2006.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er novembre 2006.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand, ayant la Politique des eaux dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98146)]1
  
Art. N1. Annexe I. - [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98146]1
  
Art. N2. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98147)]1
  
Art. N2. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98165)]1
  
Art. N3. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98149)]1
  
Art. N3. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98167)]1
  
Art. N4. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98151)]1
  
Art. N4. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98169)]1
  
Art. N5. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98152)]1
  
Art. N5. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98170)]1
  
Art. N6. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-12-2022, p. 98153)]1
  
Art. N6. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-12-2022, p. 98171)]1