Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
Titre
1er SEPTEMBRE 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2006036635
Datum: 2006-09-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036635
Date: 2006-09-01
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (16)
Artikel 1. In artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 november 1997, in artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en 21 november 2003, en in artikel 17 van hetzelfde besluit, worden de woorden "Gemeenschapsminister van Onderwijs" telkens vervangen door de woorden "Vlaams minister, bevoegd voor het onderwijs".
Article 1. Dans l'article 3, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997, dans l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 juin 2002 et 21 novembre 2003, et dans l'article 17 du même arrêté, les mots "Ministre communautaire de l'Enseignement" sont chaque fois remplacés par les mots "Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 1997 en 21 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden tussen het woord "onderwijsinstelling" en het woord "hetzij" de woorden "hetzij door een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs," ingevoegd;
  2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
  "§ 2. Worden eveneens aangenomen de in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die gelijkwaardig worden verklaard met een van de diploma's of studiegetuigschriften, vermeld in dit besluit :
  1° met ingang van 1 september 1990, krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of;
  2° met ingang van 1 september 1990, met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of;
  3° met ingang van 1 september 1995, met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap of;
  4° met ingang van 1 oktober 1992, met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap of;
  5° met ingang van 1 januari 2003, met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
  De diploma's of getuigschriften die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en met ingang van 1 juni 2002 in Zwitserland, uitgereikt zijn, worden aangenomen indien ze vergezeld gaan van een conformiteitsattest zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden en vorm van het conformiteitsattest voor wervingsambten in het onderwijs ter uitvoering van de Europese Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG."
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 avril 1997 et 21 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, les mots "soit par une institution d'enseignement supérieur enregistrée d'office " sont insérés après les mots "ou la Communauté";
  2° le § 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
  "§ 2. Sont également admis, les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger, déclarés équivalents à un des diplômes ou certificats d'études visés au présent arrêté :
  1° à compter du 1er septembre 1990, en vertu de traités ou de conventions internationales ou;
  2° à compter du 1er septembre 1990, en application de la procédure d'octroi de l'équivalence, prescrite par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers ou;
  3° à compter du 1er septembre 1995, en application du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande ou;
  4° à compter du 1er octobre 1992, par application du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande ou;
  5° à compter du 1er janvier 2003, en application du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre.
  Les diplômes ou les certificats d'études délivrés dans un Etat membre de l'Espace économique européen, et à partir du 1er juin 2002 en Suisse, sont acceptés s'ils sont accompagnés d'une attestation de conformité telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand fixant les conditions et la forme de l'attestation de conformité pour les fonctions de recrutement dans l'enseignement en exécution des directives européennes 89/48/CEE et 92/51/CEE."
Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 5° worden een punt 42bis en 42ter ingevoegd, die luiden als volgt :
  "42.bis het diploma van master, zoals bepaald in 16°;
  42.ter het diploma van professioneel gerichte bachelor, zoals bepaald in 17°";
  2° in 5° wordt een punt 51bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "51.bis het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;";
  3° een punt 16°, 17°, 18°, 19°, 20° en 21° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
  "16° : HOKT + BPB :
  1. een van de studiebewijzen, vermeld in artikel 7, § 1, 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3bis van dit besluit;
  2. GLSO;
  3. GVSO-groep 1;
  4. het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
  Met HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs.
  17° master : het diploma van master, aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma;
  18° professioneel gerichte bachelor : het diploma van professioneel gerichte bachelor. Daarmee wordt niet bedoeld : de bachelor die aansluit op een bachelor;
  19° : professioneel gerichte bachelor + BPB :
  1. het diploma van professioneel gerichte bachelor, zoals bepaald in 18°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals vermeld in artikel 3bis ;
  2. GVSO-groep 1;
  3. het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer;
  20° academisch gerichte bachelor : het diploma van academisch gerichte bachelor;
  21° :
  1. HI : Hoger Instituut;
  2. r-k : rooms-katholieke. "
Art. 3. A l'article 5 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 5° sont insérés un point 42bis et un point 42ter, ainsi rédigés :
  "42.bis le diplôme de master, tel que fixé au 16°;
  42.ter le diplôme de bachelor à caractère professionnel, tel que fixé au 17°";
  2° au 5° il est inséré un point 51bis, ainsi rédigé :
  "51.bis le diplôme en nursing, délivré à l'issue du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;";
  3° il est ajouté un 16°, 17°, 18°, 19°, 20° et 21°ainsi rédigés :
  "16° : ESTC + CAP :
  1. un des certificats, visés à l'article 7, § 1er, 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3bis du présent arrêté;
  2. AESI;
  3. AES - groupe 1;
  4. Le diplôme d'instituteur et d'instituteur préscolaire.
  Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes.
  17° master : le diplôme de master, s'alignant sur un bachelor, éventuellement après un programme de transition;
  18° bachelor à caractère professionnel : le diplôme de bachelor à caractère professionnel. Par ce terme, il ne faut pas entendre : le bachelor s'alignant sur un bachelor;
  19° : le bachelor à caractère professionnel + CAP :
  1. le diplôme de bachelor à caractère professionnel, tel que fixé au 18°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3bis ;
  2. AES - groupe 1;
  3. le diplôme d'instituteur et d'instituteur préscolaire;
  20° bachelor à caractère académique : le diplôme de bachelor à caractère académique.
  21° :
  1. IS : Institut d'enseignement supérieur;
  2. c.r. : catholique romain. "
Art. 4. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en van 21 november 2003, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Wie overgangsmaatregelen geniet, vermeld in artikel 10 tot en met 10bis, kan van de weddeschaal van de indeling "andere" bekwaamheidsbewijzen genieten zonder dat de § 1 tot en met § 3 van toepassing zijn. Dit geldt vanaf 1 september 1990."
Art. 4. A l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 juin 2002 et 21 novembre 2003, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
  "§ 4. Celui qui bénéficie des mesures transitoires visées aux articles 10 à 10bis inclus, peut bénéficier de l'échelle de traitement de la classification "autres" titres, sans que les §§ 1er à 3 inclus du présent article s'appliquent. Ceci vaut à partir du 1er septembre 1990."
Art. 5. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002, worden de woorden "in bijlage I" vervangen door de woorden "in bijlage I en II".
Art. 5. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2002, les mots "à l'annexe I" sont remplacés par les mots "aux annexes Ire et II".
Art. 6. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, worden de woorden "bijlage I" vervangen door de woorden "bijlage I en II ".
Art. 6. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, les mots "à l'annexe I" sont remplacés par les mots "aux annexes Ire et II".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt een artikel 10bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 10bis. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan :
  1° alle personeelsleden die op 31 augustus 2006 vastbenoemd zijn voor het algemeen vak godsdienst of voor het ambt van leermeester godsdienst;
  2° alle personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn in of tijdelijk belast geweest zijn met het algemeen vak godsdienst of met het ambt van leermeester godsdienst in de loop van de schooljaren 2003-2004, 2004-2005 en 2005-2006.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2006 van kracht was organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak godsdienst, en vanaf 1 september 2006 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2006 van kracht was organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak godsdienst, en vanaf 1 september 2006 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2006 van kracht was organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester godsdienst, en vanaf 1 september 2006 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester godsdienst.
  De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2006 van kracht was organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester godsdienst, en vanaf 1 september 2006 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester godsdienst.
  § 3.De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2006, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° De personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van weddetoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van weddetoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, il est inséré un article 10bis, rédigé comme suit :
  "Art. 10bis. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées à :
  1° tous les membres du personnel qui sont nommés à titre définitif le 31 août 2006 pour le cours général de religion ou pour la fonction de maître de religion;
  2° tous les membres du personnel qui sont temporairement désignés à ou ont été temporairement chargés du cours général de religion ou de la fonction de maître de religion pendant les années scolaires 2003- 2004, 2004-2005 et 2005-2006.
  § 2. Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général de religion, et qui, à compter du 1er septembre 2006, ne possèdent pas un titre requis dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général de religion dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
  Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général de religion, et qui, à compter du 1er septembre 2006, ne possèdent pas un titre jugé suffisant dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général de religion dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
  Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la fonction de maître de religion, et qui, à compter du 1er septembre 2006, ne possèdent pas un titre requis pour la fonction de maître de religion, sont censés être porteurs d'un titre requis pour la fonction de maître de religion.
  Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour la fonction de maître de religion, et qui, à compter du 1er septembre 2006, ne possèdent pas un titre jugé suffisant pour la fonction de maître de religion, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour la fonction de maître de religion.
  § 3. Les mesures transitoires visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2006, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de la subvention-traitement pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de la subvention-traitement pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire ainsi qu'une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt een artikel 11bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 11bis. De personeelsleden, vermeld in artikel 10bis, genieten voor het algemeen vak godsdienst de weddeschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2006 mocht worden verleend voor het algemeen vak godsdienst, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddeschaal.
  De personeelsleden, vermeld in artikel 10bis, genieten als leermeester godsdienst de weddeschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2006 mocht worden verleend als leermeester godsdienst, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddeschaal."
Art. 8. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, il est inséré un article 11bis, rédigé comme suit :
  "Art. 11bis. Les membres du personnel visés à l'article 10bis, jouissent pour le cours général de religion de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2006 pour le cours général de religion, à moins que le titre qu'ils possèdent ne donne droit à une échelle de traitement supérieure."
  Les membres du personnel visés à l'article 10bis, jouissent en qualité de maître de religion de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2006 en leur qualité de maître de religion, à moins que le titre qu'ils possèdent ne donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
Art. 9. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 13. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat."
Art. 9. L'article 13 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 13. Pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, il faut que le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale, l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et les certificats des cours pédagogiques, délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes."
Art. 10. Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 16bis. § 1. In bijlage I wordt in de kolom "code d.d." bedoeld met :
  1° 1 : vanaf 1 september 1990;
  2° 2 : vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  3° 3 : vanaf 1 september 2000;
  4° 4 : vanaf 1 september 2001;
  5° 5 : vanaf 1 september 1999;
  6° 6 : met uitwerking van 1 september 2002.
  § 2. De bekwaamheidsbewijzen en de weddeschalen, vermeld in bijlage II bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2006."
Art. 10. L'article 16bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2002 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 16bis. § 1er. Dans la colonne "code d.d." figurant dans l'annexe Ire au présent arrêté, il faut entendre par :
  1° 1 : à partir du 1er septembre 1990;
  2° 2 : à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 inclus, cela n'a aucune incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
  3° 3 : à partir du 1er septembre 2000;
  4° 4 : à partir du 1er septembre 2001;
  5° 5 : à partir du 1er septembre 1999;
  6° 6 : avec effet à dater du 1er septembre 2002.
  § 2. Les titres et échelles de traitement, visés à l'annexe II au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt een artikel 16ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 16ter. § 1. De voetnoten, vermeld in bijlage I, worden als volgt verklaard :
  1° (*) : de duur van de diensten wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 85 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;
  2° (1) : deze twaalf maanden dienst in het onderwijs worden niet meegeteld voor de vaststelling van de weddeanciënniteit;
  3° (2) : met seminarie wordt bedoeld : een seminarie, georganiseerd of als gelijkwaardig erkend door de bevoegde geestelijke overheid;
  4° (3) : EMB : de Executieve van de Moslims van België.
  De bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2001, moeten behaald zijn aan een van de volgende door de EMB erkende instellingen :
  a) Centrum voor Volwassenenonderwijs - Instituut voor Volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52 - 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70, 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor Volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28, 3500 Hasselt.
  Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, behaald voor 1 september 2001, kan de EMB nog andere instellingen erkennen;
  5° (4) : met diocesaan getuigschrift voor godsdienst wordt bedoeld : diocesaan getuigschrift voor vak- en pedagogische bekwaamheid voor godsdienst, met vrucht gevolgd aan een seminarie of godsdienstinstituut of katholieke instelling, door de bevoegde geestelijke overheid georganiseerd of als gelijkwaardig erkend.
  § 2. De voetnoten, vermeld in bijlage II, worden als volgt verklaard :
  1° (1) : met seminarie wordt bedoeld : een seminarie, georganiseerd of als gelijkwaardig erkend door de bevoegde geestelijke overheid;
  2° (2) : EMB : de Executieve van de Moslims van België.
  De bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2001, moeten behaald zijn aan één van de volgende door de EMB erkende instellingen :
  a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, behaald voor 1 september 2001, kan de EMB nog andere instellingen erkennen;
  3° (3) : bij het uittreden blijven de onderwijsbevoegdheid en de weddeschaal behouden.
Art. 11. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, il est inséré un article 16ter, rédigé comme suit :
  " Art. 16ter. § 1er. Les notes mentionnées à l'annexe Ire s'expliquent comme suit :
  1° (*) : la durée des services est calculée conformément aux dispositions de l'article 85 de l'arrêté royal du 22 mars 1969;
  2° (1) : ces douze mois de service dans l'enseignement ne sont pas admissibles pour la fixation de l'ancienneté pécuniaire;
  3° (2) : par séminaire on entend : un séminaire, organisé ou agréé comme équivalent par l'autorité ecclésiastique compétente;
  4° (3) : EMB : l'Exécutif des Musulmans de Belgique.
  Les certificats d'aptitudes pédagogiques, délivrés à compter du 1er septembre 2001, doivent être obtenus à une des institutions suivantes reconnues par l'EMB :
  a) Centrum voor Volwassenenonderwijs - Instituut voor Volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70 - 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor Volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28, 3500 Hasselt.
  Pour les certificats d'aptitudes pédagogiques, obtenus avant le 1er septembre 2001, l'EMB peut reconnaître d'autres institutions;
  5° (4) : par certificat diocésain de religion, il faut entendre : le certificat diocésain d'aptitudes professionnelles et pédagogiques de religion, délivré aux personnes ayant suivi avec fruit la formation dispensée par un séminaire ou un institut de religion ou une institution catholique, organisé ou agréé comme équivalent par l'autorité ecclésiastique compétente.
  § 2. Les notes mentionnées à l'annexe II s'expliquent comme suit :
  1° (1) : par séminaire on entend : un séminaire, organisé ou agréé comme équivalent par l'autorité ecclésiastique compétente;
  2° (2) : EMB : l'Exécutif des Musulmans de Belgique.
  Les certificats d'aptitudes pédagogiques, délivrés à compter du 1er septembre 2001, doivent être obtenus à une des institutions suivantes reconnues par l'EMB :
  a) Centrum voor Volwassenenonderwijs - Instituut voor Volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent - Schoonmeersstraat 52, 9000 Gent;
  b) Sint-Lucas - hogere leergangen - Paleizenstraat 70, 1030 Schaarbeek;
  c) Centrum voor Volwassenenonderwijs - hogere leergangen STEP - Vilderstraat 28 - 3500 Hasselt.
  Pour les certificats d'aptitudes pédagogiques, obtenus avant le 1er septembre 2001, l'EMB peut reconnaître d'autres institutions;
  3°(3) : en cas de départ, la compétence d'enseignement et l'échelle de traitement restent acquis.
Art. 12. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, wordt de bijlage vervangen door bijlage I en II, die bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 12. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, l'annexe est remplacée par les annexes I et II au présent arrêté.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2006.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2006.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 1 september 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 14. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 1er septembre 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE
BIJLAGEN.
ANNEXES
Art. N1. Bijlage I. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de leermeesters godsdienst en voor de godsdienstleraars.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-11-2006, p. 60789-60804).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
  Brussel, 1 september 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. N. (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).
Art. N2. Bijlage II. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de leermeesters godsdienst en voor de godsdienstleraars.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-11-2006, p. 60805-60820).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
  Brussel, 1 september 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
-