Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 JUNI 2006. - Decreet betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-2006 en tekstbijwerking tot 26-04-2024)
Titre
16 JUIN 2006. - Décret relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du " Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum " (Centre de coordination et de sauvetage maritimes) (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-10-2006 et mise à jour au 26-04-2024)
Documentinformatie
Numac: 2006036572
Datum: 2006-06-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036572
Date: 2006-06-16
Moniteur: Voir
Tekst (90)
Texte (90)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
  1° verkeersbegeleidingssysteem, afgekort VBS : het geheel van instanties dat is opgezet om de veiligheid en de efficiëntie van het scheepsverkeer te verbeteren en het milieu te beschermen, dat in het verkeer kan interveniëren en dat op verkeerssituaties die zich in het VBS-werkingsgebied voordoen, kan reageren;
  2° VBS-werkingsgebied : de wateren waar daadwerkelijk het verkeersbegeleidingssysteem wordt georganiseerd;
  3° Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, afgekort MRCC : het kuststation dat is opgezet voor de coördinatie van de opsporings- en reddingsactiviteiten binnen het opsporings- en reddingsgebied, alsmede om adequaat op scheepvaartincidenten te reageren;
  4° opsporings- en reddingsgebied : de wateren waar het MRCC daadwerkelijk optreedt, conform internationale bepalingen of afspraken;
  5° Maritieme Assistentiedienst, afgekort MAS : een maritieme raadgevende dienst, verantwoordelijk om incidentenrapporten in ontvangst te nemen, en contactpunt tussen de kapitein en de autoriteiten van de kuststaat in geval van een incident [1 , overeenkomstig de MAS-resolutie]1;
  6° bevoegde instantie : de door de Vlaamse Regering met de in dit decreet vermelde taken belaste dienst of diensten van het Vlaamse Gewest;
  7° havenkapitein : de havenkapitein zoals omschreven in de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins;
  8° havengebied : de havengebieden zoals omschreven in het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens en bijbehorende uitvoeringsbesluiten;
  9° havenbedrijf : het havenbedrijf zoals gedefinieerd in het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens en bijbehorende uitvoeringsbesluiten;
  10° vaartuig : elk drijvend tuig, met of zonder eigen beweegkracht, met of zonder waterverplaatsing, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel om zich te verplaatsen in, over of onder water, met inbegrip van de niet- blijvend aan de wal of aan de bodem verbonden installaties;
  11° exploitant : de reder of beheerder van een vaartuig;
  12° maatschappij : de maatschappij, vermeld in voorschrift 1.2 van hoofdstuk IX van het SOLAS-verdrag;
  13° gezagvoerder : de kapitein, schipper en eenieder die de feitelijke leiding heeft over een vaartuig;
  14° scheepsagent : de persoon die opdracht of toestemming heeft om namens de exploitant van een schip informatie te verstrekken;
  15° vaarwegmarkering : het door middel van betonning, bebakening of verlichting aangeven van vaarroutes, vaargeulen, vaarrichtingen en mogelijke gevaren voor de scheepvaart;
  16° verkeersteken : een in, naast of boven een vaarweg aangebracht voorwerp of aangebrachte combinatie van voorwerpen waarmee aan het scheepvaartverkeer een van de volgende inlichtingen worden gegeven :
  a) een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een vaarweg;
  b) een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een vaarweg;
  17° scheepsrouteringssysteem : een systeem van een of meer routes of routeringsmaatregelen om het risico van scheepsongevallen te verkleinen dat bestaat uit verkeersscheidingsstelsels, vaarwegen voor tweerichtingsverkeer, aanbevolen koerslijnen, gebieden die moeten worden gemeden, zones voor kustverkeer, rotondes, voorzorgsgebieden en diepwaterroutes, voorzover het betrekking heeft op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of erop gericht is het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden;
  18° toevluchtsoord : een voor de opvang van een vaartuig in nood aangewezen haven, deel van een haven of andere beschutte aanleg- of ankerplaats dan wel veilig gebied;
  19° kuststation : een door een lidstaat van de Europese Unie uit hoofde van de Monitoringrichtlijn aangewezen walinstallatie, belast met een door de Internationale Maritieme Organisatie goedgekeurd systeem van verplichte melding of organisatie, belast met de coördinatie van opsporings- of reddingsoperaties;
  20° ongeval : een ongeval in de zin van de IMO-code voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten en ongevallen op zee;
  21° scheepvaartactoren : alle publieke en private belanghebbenden bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer, waaronder de waterweg- en havenbedrijven, de vaarwegbeheerders, de loodsdiensten, de sleepdiensten, [1 de vast-, en]1 losmaakdiensten, de Dienst Afzonderlijk Beheer Vloot, de reders, de scheepsagenten en de terminalexploitanten;
  22° toelatingsbeleid : het vaststellen van de voorwaarden waaronder vaartuigen kunnen gebruikmaken van het VBS-werkingsgebied, in overleg met de betrokkenen, in het bijzonder met de loodsdienst van het Vlaamse Gewesten de havenkapiteinsdienst;
  23° ketenbenadering : een geïntegreerde organisatie van de verkeersbegeleidingssystemen en de scheepvaartactoren, waarbij de vaartrajecten vanaf zee tot aan de ligplaats, en omgekeerd, worden beschouwd als onderdeel van één aaneengesloten keten, teneinde een optimale verkeersafwikkeling te bekomen. Hierbij wordt de optimalisatie van de volledige scheepsreis beoogd en niet de optimalisatie van de werking van één der scheepvaartactoren;
  24° vaarplan : de planning in het kader van het toelatingsbeleid, op grond van de ketenbenadering, voor de opvaart of afvaart van een vaartuig in het VBS-werkingsgebied;
  25° FAL-verdrag : het verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationaal verkeer ter zee, ondertekend in Londen op 9 april 1965, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  26° SOLAS-verdrag : het internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, ondertekend in Londen op 1 november 1974, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  27° SAR-verdrag : het internationaal verdrag inzake opsporing en redding op zee, ondertekend in Hamburg op 27 april 1979, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  28° MARPOL-verdrag : het internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 en het bijbehorende protocol van 1978 [1 , en latere wijzigingen]1;
  29° VN-Zeerechtverdrag : het verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982 met de overeenkomst betreffende de uitvoering van deel XI van voornoemd verdrag, ondertekend in New York op 29 juli 1994 [1 , en latere wijzigingen]1;
  30° Vredesverdrag : het definitieve vredestraktaat tussen België en Nederland, ondertekend in Londen op 19 april 1839 [1 , en latere wijzigingen]1;
  31° Scheldeverlichtingsverdrag : het verdrag tussen [1 België]1 en Nederland regelende de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en hare mondingen, ondertekend in 's-Gravenhage op 23 oktober 1957 [1 , en latere wijzigingen]1;
  32° Schelderadarverdrag : de overeenkomst tussen België en Nederland inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen, ondertekend in Brussel op 29 november 1978, en gewijzigd door notawisselingen van 10 en 15 mei 1984 en van 22 maart 2000 en 25 juni 2002 [1 , en latere wijzigingen]1;
  33° Scheldereglement : het verdrag tussen het Vlaamse Gewest, België en Nederland tot herziening van het reglement ter uitvoering van artikel IX van het traktaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdeling 1 en 2, van het traktaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor het loodswezen en het gemeenschappelijke toezicht daarop (Scheldereglement), ondertekend in Middelburg op 11 januari 1995, en de uitvoeringsbesluiten [1 , en latere wijzigingen]1;
  34° Monitoringrichtlijn : Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad [1 , en latere wijzigingen]1;
  35° ISPS-Verordening : Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten [1 , en latere wijzigingen]1;
  36° Havendecreet : het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, en de uitvoeringsbesluiten;
  37° Loodsdecreet : het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaams Gewest en betreffende de brevetten van havenloods en bootsman, en de uitvoeringsbesluiten;
  38° nautische publicaties : officiële schriftelijke berichten van het verkeersbegeleidingssysteem, gericht aan alle scheepvaartactoren;
  39° minister : de minister die het begeleiden van de scheepvaart en de organisatie van het MRCC in zijn bevoegdheid heeft;
  40° informatie : betreft onder meer verkeersbewegingen, meteorologische omstandigheden en/of bijzonderheden, veiligheidsaangelegenheden, verkeerssituaties, de positie van het betrokken vaartuig en deze van vaartuigen in de omgeving, de identiteit en de bedoelingen van de vaartuigen in de omgeving, de toestand van de vaarweg en alle andere inlichtingen belangrijk in het kader van een veilige en vlotte afhandeling van het scheepvaartverkeer of die van invloed kunnen zijn op de voortgang van het betrokken schip zonder onnodige tussenkomst in gebruikelijke navigatie van een vaartuig of de aanvaarde relatie tussen de gezagvoerder en de loods;
  41° navigatie-assistentie : de dienstverlening tijdens moeilijke navigatie- of meteorologische omstandigheden, bij storingen of gebreken, of indien de scheepvaart dit vereist, of ter voorkoming van enige calamiteit, verstrekt op verzoek van een vaartuig of wanneer zulks door het verkeersbegeleidingssysteem nodig wordt geacht;
  42° verkeersorganisatie : het ordenen van het scheepvaartverkeer om het ontstaan van gevaarlijke situaties of opstoppingen te voorkomen, in het bijzonder bij hoge scheepvaartverkeersdichtheid of wanneer speciale transporten een invloed kunnen hebben op het gewone scheepvaartverkeer, om de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de betrokken gebieden mogelijk te maken, of wanneer de veiligheid van mensenlevens of de bescherming van het milieu of eigendommen zulks vereist. Hiertoe kan een systeem van op- of afvaarttoelatingen, of vaarplannen worden ingesteld, toekenning van ruimte, rapportering over bewegingen in het VBS-werkingsgebied, te volgen routes, snelheidsbeperkingen of andere aangepaste maatregelen die door het verkeersbegeleidingssysteem nodig geacht worden;
  43° verkeersaanwijzing : een door een daartoe bevoegd persoon gegeven gebod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen of opgelegd verbod van een bepaald resultaat in het verkeersgedrag;
  44° RIS-richtlijn : Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap [1 , en latere wijzigingen]1;
  [1 45° MAS-resolutie : resolutie A.950(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, " Maritime Assistance Services (MAS) " genaamd, en latere wijzigingen;
   46° schip dat bijstand behoeft : een schip in omstandigheden die gevaar voor verlies van het schip, voor het milieu of voor de scheepvaart kunnen opleveren, onverminderd de bepalingen van het SAR-verdrag;
   47° Toevluchtsoordenresolutie : resolutie A.949(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, " Guidelines on places of refuge for ships in need of assistance " genaamd, en latere wijzigingen;
   48° samenwerkingsakkoord Kustwacht : samenwerkingsakkoord van 8 juli 2005 tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de oprichting van en de samenwerking in een structuur Kustwacht;
   49° PSC-richtlijn : richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole, en latere wijzigingen;]1

  [2 50° richtlijn Onderzoek Ongevallen : richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de richtlijn 1999/35/EG van de Raad en richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad, en latere wijzigingen.]2
  § 2. De Vlaamse Regering kan de in § 1 omschreven begrippen alsmede de andere in dit decreet gebruikte begrippen aanvullend of specifiek omschrijven, met het oog op de regeling van de in dit decreet geregelde aangelegenheden of de bepaling van het toepassingsgebied van door of krachtens dit decreet bepaalde regelen.
  
Art. 2. § 1er. Pour l'application du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
  1° Système d'assistance au trafic maritime, en abrégé VBS : l'ensemble d'instances mis en place afin d'améliorer la sécurité et l'efficacité du trafic maritime et à protéger l'environnement, qui est en mesure d'intervenir dans le trafic et de réagir à des situations affectant le trafic qui se présentent dans le secteur VBS qu'il couvre;
  2° Secteur VBS : les eaux dans lesquelles le système d'assistance au trafic maritime est effectivement organisé;
  3° " Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum ", en abrégé MRCC : la station côtière qui est chargée de la coordination des activités de recherche et de sauvetage dans la zone de recherche et de sauvetage, ainsi que de réagir de manière adéquate à des incidents de navigation;
  4° Zone de recherche et de sauvetage : les eaux dans lesquelles le MRCC intervient effectivement, conformément aux dispositions et conventions internationales;
  5° " Maritieme Assistentiedienst " (Service d'Assistance maritime), en abrégé MAS : un service-conseil maritime, responsable de la réception des rapports relatifs à des incidents, et servant de plate-forme de contact entre le capitaine et les autorités de l'Etat côtier en cas d'incident [1 , conformément à la résolution MAS]1;
  6° instance compétente : le ou les service(s) de la Région flamande chargé(s) des missions définies dans le présent décret;
  7° capitaine de port : le capitaine de port tel que défini dans la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port;
  8° zone portuaire : les zones portuaires telles que définies dans le décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes et ses arrêtés d'exécution;
  9° régie portuaire : la régie portuaire telle que définie dans le décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes et ses arrêtés d'exécution;
  10° navire : tout engin flottant, avec ou sans force motrice propre, avec ou sans déplacement d'eau, utilisé ou apte à être utilisé comme moyen de transport dans, sur ou sous l'eau, en ce compris des installations non fixées de manière permanente au quai ou au sol;
  11° exploitant : l'armateur ou le gérant d'un navire;
  12° compagnie : la compagnie, visée à la prescription 1.2 du chapitre IX de la Convention SOLAS;
  13° commandant : le capitaine, le patron et toute personne ayant le commandement de fait sur un navire;
  14° agent maritime : la personne mandatée ou autorisée à fournir des informations au nom de l'exploitant d'un navire;
  15° marquage des voies navigables : l'indication par le biais de bétonnage, de balisage ou de signaux lumineux de voies navigables, d'itinéraires, de chenaux et des dangers potentiels pour la navigation;
  16° signal de navigation : un objet apposé dans, à côté ou au-dessus d'une voie navigable ou une combinaison d'objets indiquant l'une des informations suivantes à la navigation :
  a) une indication quant à la situation dans une partie déterminée d'une voie navigable;
  b) une indication, recommandation, obligation ou interdiction respectivement la suppression d'une interdiction ou d'une obligation par rapport au comportement à observer dans une partie déterminée d'une voie navigable;
  17° système d'organisation du trafic : tout système couvrant un ou plusieurs itinéraires ou mesures d'organisation du trafic, destiné à réduire le risque d'accident; il comporte des dispositifs de séparation du trafic, des itinéraires à double sens, des routes recommandées, des zones à éviter, des zones de trafic côtier, des zones de contournement, des rotondes, des zones de précaution et des routes de haute mer, pour autant qu'il se rapporte à l'utilisation et à la protection de la voie navigable et/ou qu'il vise à assister la navigation de la manière la plus efficace possible;
  18° lieu de refuge : un port, une partie d'un port ou un autre lieu d'amarrage ou d'ancrage protégé, voire une zone sûre, indiqué pour l'accueil d'un navire en détresse;
  19° station côtière : l'installation à terre en charge d'un système de compte rendu obligatoire approuvé par l'OMI ou l'organisme en charge de coordonner les opérations de recherche et de sauvetage, désigné par un Etat membre de l'Union européenne en vertu de la directive sur le Monitoring;
  20° accident : tout accident au sens du code OMI relatif à la recherche sur des accidents et incidents et accidents en mer;
  21° acteurs de la navigation : toutes les parties publiques et privées intéressées par l'organisation de la navigation, parmi lesquelles les entreprises responsables des voies navigables et les régies portuaires, les gestionnaires des voies navigables, les services de pilotage, les services de remorquage, les services d'attachement et de détachement de navires, le " Dienst Afzonderlijk Beheer Vloot ", les armateurs, les agents maritimes et les exploitants de terminaux;
  22° politique d'admission : la définition des conditions dans lesquelles des navires peuvent faire usage du secteur SAT, en concertation avec les intéressés, en particulier avec le service de pilotage de la Région flamande et les services des capitaineries portuaires;
  23° approche en chaîne : une organisation intégrée des systèmes d'assistance à la navigation et des acteurs de la navigation, où les trajets de navigation à partir de la mer jusqu'au lieu d'amarrage et inversement sont considérés comme faisant partie d'une chaîne ininterrompue, afin d'obtenir un réglage optimal du trafic. On vise en l'occurrence à optimaliser l'ensemble du voyage en mer et non pas l'intervention de l'un des acteurs de la navigation;
  24° plan de navigation : le planning dans le cadre de la politique d'admission, sur la base de l'approche en chaîne, pour les déplacements d'un navire en amont ou en aval dans le secteur VBS;
  25° Convention FAL : la convention visant à faciliter le trafic maritime international, signée à Londres le 9 avril 1965, ainsi que les protocoles [1 , et modifications ultérieures]1 y afférents;
  26° Convention SOLAS : la Convention internationale pour la sauvegarde de la vie humaine en mer, signée à Londres le 1er novembre 1974, ainsi que les protocoles [1 , et modifications ultérieures]1 y afférents;
  27° Convention SAR : la convention internationale en matière de recherche et de sauvetage en mer, signée à Hambourg le 27 avril 1979, ainsi que les protocoles [1 , et modifications ultérieures]1 y afférents;
  28° Convention MARPOL : la Convention internationale de 1973 pour la prévention de la pollution par les navires et son protocole de 1978 [1 , et modifications ultérieures]1;
  29° Convention ONU sur le droit de la mer : la Convention des Nations unies sur le Droit de la Mer, signée à Montego Bay le 10 décembre 1982 avec la convention relative à l'exécution de la partie XI de la convention précitée, signée à New York le 29 juillet 1994 [1 , et modifications ultérieures]1;
  30° Traité de paix : le traité de paix définitif entre la Belgique et les Pays-Bas, signé à Londres le 19 avril 1839 [1 , et modifications ultérieures]1;
  31° Traité sur l'éclairage de l'Escaut : le traité conclu entre la Belgique et les Pays-Bas réglant l'éclairage et le balisage de l'Escaut occidental et des embouchures, signé à la Haye le 23 octobre 1957 [1 , et modifications ultérieures]1;
  32° Convention sur la Chaîne de Radar de l'Escaut : la convention entre la Belgique et les Pays-Bas sur l'aménagement d'une chaîne de radars le long de l'Escaut occidental et ses embouchures, signée à Bruxelles le 29 novembre 1978, et modifiée par des échanges de notes des 10 et 15 mai 1984 et des 22 mars 2000 et 25 juin 2002 [1 , et modifications ultérieures]1;
  33° Règlement de l'Escaut : le Traité entre le Royaume de Belgique, la Région flamande et le Royaume des Pays-Bas portant révision du règlement sur l'exécution de l'article IX du Traité du 19 avril 1839 et du chapitre II, sections 1ère et 2, du Traité du 5 novembre 1842, modifiés, relatif au pilotage et à la surveillance commune (règlement de l'Escaut) et annexe, faits à Middelburg le 11 janvier 1995 et les arrêtés d'exécution [1 , et modifications ultérieures]1;
  34° Directive sur le Monitoring : Directive 2002/59/CE du Parlement européen et du Conseil du 27 juin 2002 relative à la mise en place d'un système communautaire de suivi du trafic des navires et d'information, et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil [1 , et modifications ultérieures]1;
  35° Règlement ISPS : le Règlement (CE) n° 725/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 relatif à l'amélioration de la sûreté des navires et des installations portuaires [1 , et modifications ultérieures]1;
  36° Décret portuaire : le décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes, et les arrêtés d'exécution;
  37° Décret sur le pilotage : le décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif aux brevets de pilote de port et de maître d'équipage, et les arrêtés d'exécution;
  38° Publications nautiques : avis écrits officiels du système d'assistance au trafic, adressés à tous les acteurs de la navigation;
  39° Ministre : le ministre ayant l'assistance à la navigation et l'organisation du MRCC dans ses attributions;
  40° informations : il s'agit notamment des flux de trafic, des conditions et/ou particularités météorologiques, des infos trafic, de la position du navire concerné et de celles des navires à proximité, de l'identité et des intentions des navires à proximité, de la situation de la voie navigable et de toute autre information importante dans le cadre d'une organisation sûre et souple de la navigation ou susceptible d'avoir un impact sur l'avancement du navire concerné; sans intervention inutile toutefois dans la navigation habituelle d'un navire ou la relation admise entre le commandant et le pilote;
  41° assistance à la navigation : le service fourni dans des conditions de navigation ou météo difficiles, en cas de pannes ou de défaillances, ou lorsque le navigation le requiert, ou en vue de prévenir une quelconque calamité, à la demande d'un navire ou lorsque cela est jugé nécessaire par le système d'assistance au trafic;
  42° organisation de la navigation : l'organisation du trafic maritime dans le but d'éviter des situations dangereuses ou des embouteillages, en particulier en cas de forte densité de la navigation ou lorsque des transports spéciaux peuvent avoir une incidence sur la navigation ordinaire, afin d'assurer la fluidité et la sécurité de la navigation dans les zones concernées, ou lorsque la sécurité de vies humaines ou la protection de l'environnement ou de propriétés le requiert. A cette fin, un système d'autorisations de navigation en amont ou en aval peut être instauré, ainsi que des plans de navigation, d'attribution d'espace, rapportage sur les mouvements au sein du secteur SAT, routes à suivre, limitations de vitesse ou autres mesures adaptées jugées nécessaires par le système d'assistance au trafic;
  43° indication de signalisation : une obligation ordonnée par une personne compétente à cette fin, afin de réaliser un résultat déterminé au niveau du comportement dans le trafic ou une interdiction imposée par rapport à un résultat déterminé dans le comportement;
  44° directive RIS : directive 2005/44/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 concernant des River Information Services (RIS) harmonisés en eaux intérieures au sein de la Communauté [1 , et modifications ultérieures]1;
  [1 45° Résolution MAS : résolution A.950(23) de l'Organisation Maritime Internationale, dénommée "Maritime Assistance Services (MAS)", ainsi que les modifications ultérieures;
   46° navire ayant besoin d'assistance : un navire se trouvant dans des circonstances qui pourraient présenter un risque de perte du navire, un risque pour l'environnement ou pour la navigation, sans préjudice des dispositions de la Convention SAR;
   47° Résolution relative aux Lieux de refuge : résolution A.949 de l'Organisation Maritime Internationale, dénommée "Guidelines on places of refuge for ships in need of assistance", ainsi que les modifications ultérieures;
   48° accord de coopération relatif à la Garde côtière : l'accord de coopération du 8 juillet 2005 entre l'Etat fédéral et la Région flamande concernant la création d'une structure de garde côtière et la coopération au sein de celle-ci;
   49° directive PSC : la Directive 2009/16/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative au contrôle par l'Etat du port, ainsi que les modifications ultérieures;]1

  [2 50° directive relative à l'Enquête sur les accidents : directive 2009/18/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 établissant les principes fondamentaux régissant les enquêtes sur les accidents dans le secteur des transports maritimes et modifiant la directive 1999/35/CE du Conseil et la directive 2002/59/CE du Parlement européen et du Conseil, et les modifications ultérieures.]2
  § 2. Le Gouvernement flamand peut donner des définitions complémentaires ou spécifiques pour les notions visées au § 1er ainsi que pour toute autre notion utilisée dans le présent décret, afin de régler les matières régies par le présent décret ou de déterminer le champ d'application des règles fixées par ou en vertu du présent décret.
  
Art. 3. Dit decreet regelt onder meer de omzetting van de Monitoringrichtlijn [2 , de PSC-richtlijn en de richtlijn Onderzoek Ongevallen]2.
  Dit decreet geldt onverminderd de volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke rechten en verplichtingen van het Vlaamse Gewest met betrekking tot de erin geregelde aangelegenheden, in het bijzonder die welke opgenomen zijn in het VN-Zeerechtverdrag, het FAL-verdrag, het SOLAS-verdrag, het SAR-verdrag, liet MARPOL-verdrag, liet Vredesverdrag, het Scheldeverlichtingsverdrag, het Schelderadarverdrag, het Scheldereglement, de ISPS-Verordening, de RIS-richtlijn en de verdragen en andere volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke regelen die met betrekking tot deze aangelegenheden later zullen worden vastgesteld, met inbegrip van de regelen die vastgesteld zijn door de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart.
  
Art. 3. Le présent décret règle notamment la transposition de la Directive sur le Monitoring [2 , de la directive PSC et de la directive Enquête sur les accidents]2.
  Le présent décret est d'application sans préjudice ses droits et obligations de droit international et de droit communautaire de la Région flamande par rapport aux matières régies par ce décret, en particulier celles régies par la Convention sur le droit maritime de l'ONU, la convention FAL, la convention SOLAS, la Convention SAR, la Convention MARPOL, le Traité de paix, la Convention sur l'éclairage de l'Escaut, la Convention sur la Chaîne de radar de l'Escaut, le Règlement de l'Escaut, le Règlement ISPS, la directive RIS et les traités et autres règles de droit international public et de droit communautaire qui seront adoptés ultérieurement concernant ces matières, en ce compris les règles établies par la " Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart ".
  
Art.3bis. [1 De Vlaamse Regering kan voor de materies die bij dit decreet worden geregeld, de nodige maatregelen nemen ter uitvoering van internationale standaarden of van verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen, vermeld in artikel 3, en de internationale akten die krachtens die verdragen tot stand komen.
   De Vlaamse Regering kan aan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied en binnen het havengebied aan de havenkapiteinsdienst verplichtingen opleggen over de volgende aspecten om onder meer uitvoering te geven aan de toepasselijke internationale en Unierechtelijke verplichtingen:
   1° de werking van het verkeersbegeleidingssysteem in het VBS-werkingsgebied, respectievelijk over de werking van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het havengebied;
   2° de eisen waaraan de uitrusting van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het VBS-werkingsgebied, respectievelijk binnen het havengebied moet voldoen, met inbegrip van de technische apparatuur en de infrastructuur;
   3° andere vereisten dan de vereisten, vermeld in punt 1° en 2°, waaraan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied respectievelijk de havenkapiteinsdienst moet voldoen.]1

  
Art. 3bis. [1 De Vlaamse Regering kan voor de materies die bij dit decreet worden geregeld, de nodige maatregelen nemen ter uitvoering van internationale standaarden of van verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen, vermeld in artikel 3, en de internationale akten die krachtens die verdragen tot stand komen.
   De Vlaamse Regering kan aan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied en binnen het havengebied aan de havenkapiteinsdienst verplichtingen opleggen over de volgende aspecten om onder meer uitvoering te geven aan de toepasselijke internationale en Unierechtelijke verplichtingen:
   1° de werking van het verkeersbegeleidingssysteem in het VBS-werkingsgebied, respectievelijk over de werking van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het havengebied;
   2° de eisen waaraan de uitrusting van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het VBS-werkingsgebied, respectievelijk binnen het havengebied moet voldoen, met inbegrip van de technische apparatuur en de infrastructuur;
   3° andere vereisten dan de vereisten, vermeld in punt 1° en 2°, waaraan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied respectievelijk de havenkapiteinsdienst moet voldoen.]1

  
HOOFDSTUK II. - Taken, bevoegdheden en organisatie van het begeleiden van de scheepvaart in het algemeen.
CHAPITRE II. - Missions, compétences et organisation de l'assistance à la navigation en général.
Art. 4. § 1. Het begeleiden van de scheepvaart behelst de volgende taken :
  1° het organiseren en beheren van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het VBS-werkingsgebied, vermeld in artikel 7, met inbegrip van het centraal beheersysteem, vermeld in artikel 13, en het treffen van maatregelen om een goede uitvoering van en coördinatie met de bevoegde diensten buiten het VBS-werkingsgebied te bevorderen;
  2° het opstarten, de ondersteuning, de coördinatie en het beëindigen van reddings- en opsporingsacties binnen het opsporings- en reddingsgebied en, in het algemeen, het optreden als MRCC;
  3° [1 het treffen]1 van alle maatregelen die de uitvoering van de taken, vermeld in 1° en 2°, rechtstreeks of onrechtstreeks ondersteunen;
  4° het loodsen van de schepen conform het Loodsdecreet.
  § 2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instanties aan die belast zijn met de uitvoering van de taken, vermeld in dit decreet. Binnen het havengebied is de havenkapiteinsdienst de bevoegde instantie, tenzij dat uitdrukkelijk anders werd overeengekomen tussen de minister en het havenbedrijf in kwestie.
  § 3. Bij de uitvoering van de door of krachtens dit decreet bepaalde taken, treden de met het begeleiden van de scheepvaart belaste personeelsleden enkel op als ondersteuner van de gezagvoerder; de houders van het loodsbrevet die deel uitmaken van de loodsdienst zoals bedoeld in het Loodsdecreet treden op als raadgever van de gezagvoerder, conform het Loodsdecreet.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels betreffende de opleiding en de kwalificatie van liet personeel dat belast is met de uitvoering van de taken, vermeld in dit decreet.
  
Art. 4. § 1er. L'assistance à la navigation comprend les missions suivantes :
  1° l'organisation et la gestion du système d'assistance au trafic dans le secteur VBS, visées à l'article 7, en ce compris le système central de gestion, visé à l'article 13, et l'adoption de mesures visant à promouvoir une bonne exécution et une coordination adéquate avec les services compétents en dehors du secteur VBS;
  2° le lancement, le soutien, la coordination et la finalisation d'actions de recherche et de sauvetage dans la zone de recherche et de sauvetage, et de manière générale, l'intervention en tant que MRCC;
  3° l'adoption de toutes les mesures appuyant de manière directe ou indirecte l'exécution des missions visées aux 1° et 2°;
  4° le pilotage de navires conformément au décret sur le Pilotage.
  § 2. Le Gouvernement flamand désigne les instances compétentes qui sont chargées de l'exécution des missions visées dans le présent décret. Au sein de la zone portuaire, le capitaine de port est l'instance compétente, sauf convention contraire expresse entre le ministre et la régie portuaire en question.
  § 3. Lors de l'exécution de certaines missions définies par ou en vertu du présent décret, les membres du personnel chargés de l'assistance à la navigation n'interviennent que comme soutien du commandant; les titulaires du brevet de pilote qui font partie du service de pilotage tel que visé dans le Décret sur le pilotage agissent en tant que conseiller du commandant, conformément audit Décret.
  § 4. Le Gouvernement flamand détermine les modalités en matière de formation et de qualification du personnel qui est chargé de l'exécution des missions visées dans le présent décret.
  
Art. 4bis. [1 § 1. De bevoegde instanties die taken uitoefenen in het kader van dit decreet, brengen de bevoegde federale onderzoeksinstantie, opgericht ter uitvoering van de richtlijn onderzoek ongevallen, onverwijld in kennis van elk ongeval of incident. De Vlaamse Regering kan de ongevallen en incidenten die onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen, nader omschrijven.
   De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de melding aan de bevoegde onderzoeksinstantie, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
   § 2. De bevoegde instanties, die taken uitoefenen in het kader van dit decreet, leveren de nodige ondersteuning aan de bevoegde onderzoeksinstantie, vermeld in paragraaf 1.]1

  
Art. 4bis. [1 § 1er. Les instances compétentes qui exercent des tâches dans le cadre du présent décret, informent immédiatement l'instance de recherche fédérale compétente, établie en exécution de la directive relative à enquête sur les accidents, de chaque accident ou incident. Le Gouvernement flamand peut préciser les accidents et incidents qui relèvent du champ d'application du premier alinéa.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de la notification à l'instance de recherche compétente, visée à l'alinéa premier.
   § 2. Les instances compétentes qui accomplissent des tâches dans le cadre du présent décret, accordent le soutien nécessaire à l'instance de recherche compétente visée au paragraphe 1er.]1

  
Art.4ter. [1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
   1° accreditatie van een VBS-opleidingscentrum: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem om de VBS-opleidingen doeltreffend te verstrekken, en daarvoor voldoet aan de vereiste voorwaarden;
   2° goedkeuring van een VBS-opleiding: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum voldoet aan de normen van IALA voor de implementatie, het verschaffen en de beoordeling van een VBS-opleiding;
   3° IALA: International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities, in het Nederlands Internationale Associatie voor Autoriteiten voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen en Vuurtorens, zoals die wordt omgevormd naar een gouvernementele organisatie, International Organization for Marine Aids to Navigation, of in het Nederlands de Internationale Organisatie voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen voor de scheepvaart;
   4° VBS-opleiding: elke opleiding die een personeelslid die belast is met het begeleiden van de scheepvaart, nodig heeft om te kunnen worden beschouwd als bekwaam voor de uitvoering van de functie.
   § 2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan die belast is met al de volgende aspecten:
   1° de accreditatie van de VBS-opleidingscentra;
   2° de goedkeuring van VBS-opleidingen;
   3° de controle en aanvaarding van certificaten en kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart.
   De Vlaamse Regering kan, in overeenstemming met internationaal vastgestelde bepalingen, zoals die zijn opgenomen in de toepasselijke IALA-standaarden en de eraan verbonden IALA-aanbevelingen, -richtlijnen en modelcursussen:
   1° de voorwaarden bepalen waaraan personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, moeten voldoen en de VBS-opleidingen die moeten worden gevolgd om gekwalificeerd te zijn voor de uitoefening van de functie. In die voorwaarden zijn ook de voorwaarden voor het behoud van de kwalificaties voor de uitvoering van de functie begrepen;
   2° de nadere regels bepalen voor de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor het verkrijgen van hun persoonlijk trainingsoverzicht en om persoonlijk trainingslogboek bij te houden door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst waarbij de houder werkt;
   3° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de accreditatie van VBS-opleidingscentra en de goedkeuring van VBS-opleidingen, met inbegrip van:
   a) de organisatie van audits voor het verkrijgen van de accreditatie of de goedkeuring;
   b) de voorwaarden en de procedure voor de goedkeuring van de VBS-opleidingen die kunnen worden gegeven door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, aan de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart;
   c) de voorwaarden en de procedure bepalen voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum, of van een goedkeuring van een VBS-opleiding;
   4° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de uitreiking van certificaten, voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van certificaten en voor vermeldingen in het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in punt 2° ;
   5° de geldigheidsduur vaststellen van de verschillende documenten die zijn uitgereikt en de gegevens die erin vermeld moeten worden;
   6° een controlemechanisme uitwerken voor certificaten die niet zijn behaald bij een VBS-opleidingscentrum die door de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, is geaccrediteerd, of voor een VBS-opleiding die de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, heeft goedgekeurd.
   § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in dit artikel of met het oog op de uitvoering van dit artikel en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van de persoonsgegevens in dit kader is beperkt tot de persoonsgegevens die nodig zijn voor het dos- sierbeheer als taak van algemeen belang.
   De verwerking van de persoonsgegevens in het kader van het eerste lid is nodig voor al de volgende aspecten:
   1° om een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum te verlenen en om een goedkeuring aan een VBS-opleiding te verlenen;
   2° voor audits in het kader van de accreditatie van een VBS-opleidingscentrum of een goedkeuring van een VBS-opleiding;
   3° om te verifiëren of de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart beschikken over de benodigde kwalificaties voor hun functie.
   De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft, afhankelijk van de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens nodig zijn voor elk van de verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers, vermeld in dit artikel, betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
   1° identificatiegegevens, met inbegrip van documenten met een uniek identificatienummer die gelinkt kunnen worden aan de persoon;
   2° opleidings- en kwalificatiegegevens, met inbegrip van de relevante vermeldingen op certificaten of in persoonlijke trainingsoverzichten;
   3° contactgegevens.
   De Vlaamse Regering kan de categorieën en de verwerkingen, vermeld in het tweede en derde lid, nader omschrijven.
   § 4. De persoonsgegevens die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van dit artikel bijhouden, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor hun eigen gegevens;
   2° de eigen personeelsleden die betrokken zijn bij de opleiding, kwalificatie, inzet of verloning van een personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart.
   De persoonsgegevens van de contactpersonen bij een VBS-opleidingscentrum en bij de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van het verkrijgen van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum of van een goedkeuring van een VBS-opleiding, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de behandeling van de aanvraag;
   2° de auditoren die instaan voor de uitvoering van de audit.
   Elk VBS-opleidingscentrum beschermt de beoordelingsoverzichten van elke leerling afdoende en verzekert dat die alleen toegankelijk zijn voor de volgende personen die daarvoor geautoriseerd zijn:
   1° de eigen lesgevers en beoordelaars, die instaan voor de VBS-opleiding binnen het opleidingscentrum;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, die hiërarchische meerdere zijn van, of verantwoordelijk zijn voor de opvolging van opleidingen en de kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart en die een opleiding volgen in het VBS-opleidingscentrum;
   3° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit, of de auditoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit;
   4° de leerling zelf voor elke beoordeling die deze leerling betreffen.
   De contactgegevens van auditoren zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de aanvrager van een audit;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die de aanvraag behandelen en het auditrapport verwerken;
   3° de bevoegde IALA-personeelsleden;
   4° de betrokken auditoren voor hun eigen gegevens.
   Als er persoonsgegevens in een auditrapport verwerkt worden, zijn die persoonsgegevens uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de persoon op wie de gegevens betrekking hebben;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en van de aanvrager, die een auditrapport verwerken;
   3° de bevoegde IALA-personeelsleden.
   De Vlaamse Regering kan de toegankelijkheid tot de persoonsgegevens, vermeld in deze paragraaf, nader regelen.
   § 5. De persoonsgegevens die een VBS-opleidingscentrum bijhoudt om een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum te krijgen of om een goedkeuring van een VBS-opleiding te krijgen, of die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, bijhoudt om een goedkeuring van een VBS-opleiding te verkrijgen, met inbegrip van een opleiding in het kader van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, worden bewaard gedurende 45 jaar, of uiterlijk totdat het personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart, met pensioen gaat.
   Met behoud van toepassing van de regelgeving over de bewaring door de bevoegde instanties die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, van de persoonsgegevens van hun eigen personeelsleden, stelt de Vlaamse Regering de maximale bewaartermijn vast voor de overige persoonsgegevens die in het kader van dit artikel verwerkt worden. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. De door de Vlaamse Regering vastgestelde maximale bewaartermijnen gaan de termijn van tien jaar na het overlijden van de houder van het certificaat, van de kwalificatie of van het persoonlijk trainingsoverzicht, niet te boven. Bij de vaststelling van de maximale bewaartermijnen wordt in het bijzonder rekening gehouden met de mogelijke noodzaak aan gegevens omtrent de opleidingen en kwalificaties, tijdens de beroepsloopbaan en in voorkomend geval nog erna.
   Persoonsgegevens die in een auditrapport verwerkt worden, worden geanonimiseerd tien jaar nadat het rapport is gefinaliseerd.
   § 6. De volgende instanties treden op als verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel:
   1° de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, voor de persoonsgegevens die door haar worden verwerkt in het kader van het verlenen van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum en het verlenen van een goed keuring van een VBS-opleiding, met inbegrip van een opleiding in het kader van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, of in het kader van een individuele beslissing betreffende de aanvaarding of niet-aanvaarding van een certificaat;
   2° de VBS-opleidingscentra, voor de persoonsgegevens die door hen worden verwerkt in het kader van de opleiding en het verwerven van de benodigde kwalificaties door de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, en in het kader van een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum of goedkeuring van een VBS-opleiding;
   3° de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, voor de persoonsgegevens van de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, die door hen worden ver- werkt in het kader van het verkrijgen van een goedkeuring van een VBS-regio-opleiding, of van een VBS-opleiding in het kader van het kwalificatieproces, van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, met inbegrip van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°.
   De auditoren treden op als verwerker, vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de persoonsgegevens die verwerkt moeten worden bij een audit in het kader van de accreditatie van een opleidingscentrum of een goedkeuring van een VBS-opleiding.
   De verwerkingsverantwoordelijken en de verwerker zien erop toe dat de te verwerken persoonsgegevens juist zijn en, als dat nodig is, dat die gegevens worden geactualiseerd. ]1

  
Art. 4ter. [1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
   1° accreditatie van een VBS-opleidingscentrum: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem om de VBS-opleidingen doeltreffend te verstrekken, en daarvoor voldoet aan de vereiste voorwaarden;
   2° goedkeuring van een VBS-opleiding: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum voldoet aan de normen van IALA voor de implementatie, het verschaffen en de beoordeling van een VBS-opleiding;
   3° IALA: International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities, in het Nederlands Internationale Associatie voor Autoriteiten voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen en Vuurtorens, zoals die wordt omgevormd naar een gouvernementele organisatie, International Organization for Marine Aids to Navigation, of in het Nederlands de Internationale Organisatie voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen voor de scheepvaart;
   4° VBS-opleiding: elke opleiding die een personeelslid die belast is met het begeleiden van de scheepvaart, nodig heeft om te kunnen worden beschouwd als bekwaam voor de uitvoering van de functie.
   § 2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan die belast is met al de volgende aspecten:
   1° de accreditatie van de VBS-opleidingscentra;
   2° de goedkeuring van VBS-opleidingen;
   3° de controle en aanvaarding van certificaten en kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart.
   De Vlaamse Regering kan, in overeenstemming met internationaal vastgestelde bepalingen, zoals die zijn opgenomen in de toepasselijke IALA-standaarden en de eraan verbonden IALA-aanbevelingen, -richtlijnen en modelcursussen:
   1° de voorwaarden bepalen waaraan personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, moeten voldoen en de VBS-opleidingen die moeten worden gevolgd om gekwalificeerd te zijn voor de uitoefening van de functie. In die voorwaarden zijn ook de voorwaarden voor het behoud van de kwalificaties voor de uitvoering van de functie begrepen;
   2° de nadere regels bepalen voor de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor het verkrijgen van hun persoonlijk trainingsoverzicht en om persoonlijk trainingslogboek bij te houden door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst waarbij de houder werkt;
   3° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de accreditatie van VBS-opleidingscentra en de goedkeuring van VBS-opleidingen, met inbegrip van:
   a) de organisatie van audits voor het verkrijgen van de accreditatie of de goedkeuring;
   b) de voorwaarden en de procedure voor de goedkeuring van de VBS-opleidingen die kunnen worden gegeven door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, aan de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart;
   c) de voorwaarden en de procedure bepalen voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum, of van een goedkeuring van een VBS-opleiding;
   4° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de uitreiking van certificaten, voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van certificaten en voor vermeldingen in het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in punt 2° ;
   5° de geldigheidsduur vaststellen van de verschillende documenten die zijn uitgereikt en de gegevens die erin vermeld moeten worden;
   6° een controlemechanisme uitwerken voor certificaten die niet zijn behaald bij een VBS-opleidingscentrum die door de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, is geaccrediteerd, of voor een VBS-opleiding die de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, heeft goedgekeurd.
   § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in dit artikel of met het oog op de uitvoering van dit artikel en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van de persoonsgegevens in dit kader is beperkt tot de persoonsgegevens die nodig zijn voor het dos- sierbeheer als taak van algemeen belang.
   De verwerking van de persoonsgegevens in het kader van het eerste lid is nodig voor al de volgende aspecten:
   1° om een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum te verlenen en om een goedkeuring aan een VBS-opleiding te verlenen;
   2° voor audits in het kader van de accreditatie van een VBS-opleidingscentrum of een goedkeuring van een VBS-opleiding;
   3° om te verifiëren of de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart beschikken over de benodigde kwalificaties voor hun functie.
   De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft, afhankelijk van de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens nodig zijn voor elk van de verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers, vermeld in dit artikel, betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
   1° identificatiegegevens, met inbegrip van documenten met een uniek identificatienummer die gelinkt kunnen worden aan de persoon;
   2° opleidings- en kwalificatiegegevens, met inbegrip van de relevante vermeldingen op certificaten of in persoonlijke trainingsoverzichten;
   3° contactgegevens.
   De Vlaamse Regering kan de categorieën en de verwerkingen, vermeld in het tweede en derde lid, nader omschrijven.
   § 4. De persoonsgegevens die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van dit artikel bijhouden, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor hun eigen gegevens;
   2° de eigen personeelsleden die betrokken zijn bij de opleiding, kwalificatie, inzet of verloning van een personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart.
   De persoonsgegevens van de contactpersonen bij een VBS-opleidingscentrum en bij de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van het verkrijgen van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum of van een goedkeuring van een VBS-opleiding, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de behandeling van de aanvraag;
   2° de auditoren die instaan voor de uitvoering van de audit.
   Elk VBS-opleidingscentrum beschermt de beoordelingsoverzichten van elke leerling afdoende en verzekert dat die alleen toegankelijk zijn voor de volgende personen die daarvoor geautoriseerd zijn:
   1° de eigen lesgevers en beoordelaars, die instaan voor de VBS-opleiding binnen het opleidingscentrum;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, die hiërarchische meerdere zijn van, of verantwoordelijk zijn voor de opvolging van opleidingen en de kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart en die een opleiding volgen in het VBS-opleidingscentrum;
   3° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit, of de auditoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit;
   4° de leerling zelf voor elke beoordeling die deze leerling betreffen.
   De contactgegevens van auditoren zijn uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de aanvrager van een audit;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die de aanvraag behandelen en het auditrapport verwerken;
   3° de bevoegde IALA-personeelsleden;
   4° de betrokken auditoren voor hun eigen gegevens.
   Als er persoonsgegevens in een auditrapport verwerkt worden, zijn die persoonsgegevens uitsluitend toegankelijk voor:
   1° de persoon op wie de gegevens betrekking hebben;
   2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en van de aanvrager, die een auditrapport verwerken;
   3° de bevoegde IALA-personeelsleden.
   De Vlaamse Regering kan de toegankelijkheid tot de persoonsgegevens, vermeld in deze paragraaf, nader regelen.
   § 5. De persoonsgegevens die een VBS-opleidingscentrum bijhoudt om een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum te krijgen of om een goedkeuring van een VBS-opleiding te krijgen, of die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, bijhoudt om een goedkeuring van een VBS-opleiding te verkrijgen, met inbegrip van een opleiding in het kader van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, worden bewaard gedurende 45 jaar, of uiterlijk totdat het personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart, met pensioen gaat.
   Met behoud van toepassing van de regelgeving over de bewaring door de bevoegde instanties die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, van de persoonsgegevens van hun eigen personeelsleden, stelt de Vlaamse Regering de maximale bewaartermijn vast voor de overige persoonsgegevens die in het kader van dit artikel verwerkt worden. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. De door de Vlaamse Regering vastgestelde maximale bewaartermijnen gaan de termijn van tien jaar na het overlijden van de houder van het certificaat, van de kwalificatie of van het persoonlijk trainingsoverzicht, niet te boven. Bij de vaststelling van de maximale bewaartermijnen wordt in het bijzonder rekening gehouden met de mogelijke noodzaak aan gegevens omtrent de opleidingen en kwalificaties, tijdens de beroepsloopbaan en in voorkomend geval nog erna.
   Persoonsgegevens die in een auditrapport verwerkt worden, worden geanonimiseerd tien jaar nadat het rapport is gefinaliseerd.
   § 6. De volgende instanties treden op als verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel:
   1° de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, voor de persoonsgegevens die door haar worden verwerkt in het kader van het verlenen van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum en het verlenen van een goed keuring van een VBS-opleiding, met inbegrip van een opleiding in het kader van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, of in het kader van een individuele beslissing betreffende de aanvaarding of niet-aanvaarding van een certificaat;
   2° de VBS-opleidingscentra, voor de persoonsgegevens die door hen worden verwerkt in het kader van de opleiding en het verwerven van de benodigde kwalificaties door de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, en in het kader van een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum of goedkeuring van een VBS-opleiding;
   3° de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, voor de persoonsgegevens van de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, die door hen worden ver- werkt in het kader van het verkrijgen van een goedkeuring van een VBS-regio-opleiding, of van een VBS-opleiding in het kader van het kwalificatieproces, van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, met inbegrip van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°.
   De auditoren treden op als verwerker, vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de persoonsgegevens die verwerkt moeten worden bij een audit in het kader van de accreditatie van een opleidingscentrum of een goedkeuring van een VBS-opleiding.
   De verwerkingsverantwoordelijken en de verwerker zien erop toe dat de te verwerken persoonsgegevens juist zijn en, als dat nodig is, dat die gegevens worden geactualiseerd.]1

  
Art. 5. Ter uitvoering van de met het Koninkrijk der Nederlanden overeengekomen regelen, vermeld in artikel 3, tweede lid, de regelen, vastgesteld door de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart, of andere volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke regelen, en, bij ontstentenis van dergelijke regelen, telkens als de omstandigheden dat vereisen, maar alsdan met uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van de betrokken staten die over de betrokken wateren soevereiniteit of soevereine rechten uitoefenen, en overeenkomstig eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen, kunnen de werking van het verkeersbegeleidingssysteem en het MRCC zich uitstrekken en kunnen de personeelsleden van de bevoegde instantie als ondersteuner optreden buiten de grenzen van het Koninkrijk België en de wateren waar het Koninkrijk België soevereiniteit of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de volle zee.
Art. 5. En exécution des règles convenues avec le Royaume des Pays-Bas, visées à l'article 3, alinéa deux, des règles fixées par la " Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart ", ou d'autres règles de droit international ou de droit communautaire, et, à défaut de telles règles, chaque fois que les circonstances le requièrent, mais dans ce cas moyennant l'accord explicite ou tacite des Etats concernés qui exercent la souveraineté ou des droits souverains sur les eaux en question, et conformément à des règles éventuelles à déterminer par le Gouvernement flamand, le fonctionnement du système d'assistance au trafic et le MRCC peut être étendu et les membres du personnel de l'instance compétente peuvent intervenir comme soutien en dehors des limites du Royaume de Belgique et des eaux où le Royaume de Belgique exerce la souveraineté ou des droits souverains, en ce compris la haute mer.
Art. 6. Binnen de grenzen van de wetten, decreten en besluiten betreffende de scheepvaart, in het bijzonder de politie- en scheepvaartreglementen en de door de Vlaamse Regering ter uitvoering van dit decreet vastgestelde regelen, kan de bevoegde instantie nautische publicaties verspreiden.
  De Vlaamse Regering kan de samenstelling, de uitgave en de verschijning van de nautische publicaties nader regelen.
  De gezagvoerders en scheepvaartactoren zijn ertoe gehouden steeds met die nautische publicaties rekening te houden en de erin opgenomen voorschriften na te leven.
Art. 6. Dans les limites des lois, décrets et arrêtés relatifs à la navigation, en particulier les règlements de police et de navigation et les règles fixées par le Gouvernement flamand en exécution du présent décret, l'instance compétente peut diffuser des publications nautiques.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer la composition, l'édition et la parution des publications nautiques.
  Les commandants et acteurs de la navigation sont tenus de tenir toujours compte de ces publications nautiques et d'observer les prescriptions qu'elles contiennent.
Art. 6bis. [1 Om de vlotheid en de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in het gedrang te brengen en omwille van de bescherming van de vaarweginfrastructuur, moet, voor de door de Vlaamse Regering aangewezen wateren en kustzone, een toelating van de bevoegde instantie worden verkregen voor de organisatie van bijzondere of buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, die een invloed hebben of zouden kunnen hebben op de vlotheid en de veiligheid van het scheepvaartverkeer of op de vaarweginfrastructuur. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan.
   Indien een toelating voor de organisatie van bijzondere of buitennormale transporten of bijzondere gebeurtenissen wordt verleend, kan de bevoegde instantie hieraan voorwaarden verbinden.
   De Vlaamse Regering kan de bijzondere en buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, alsook de procedure voor het vragen van en de voorwaarden voor het verkrijgen van een toelating tot bijzondere of buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, nader omschrijven.]1

  
Art. 6bis. [1 Afin de ne pas compromettre la fluidité et la sécurité de la navigation, et en vue de la protection de l'infrastructure des voies navigables, une autorisation de l'instance compétente doit être obtenue pour les eaux et la zone côtière désignées par le Gouvernement flamand, pour l'organisation de transports particuliers ou extrêmes et d'événements particuliers, qui ont ou pourraient avoir un impact sur la fluidité et la sécurité de la navigation ou sur l'infrastructure des voies navigables. Le Gouvernement flamand désigne l'instance compétente.
   Lorsqu'une autorisation est accordée pour l'organisation de transports particuliers ou exceptionnels ou pour d'événements particuliers, l'instance compétente peut y attacher des conditions.
   Le Gouvernement peut préciser les transports particuliers et exceptionnels et les événements particuliers ainsi que la procédure pour la demande d'une autorisation et pour les conditions d'obtention d'une autorisation de transports particuliers ou exceptionnels et d'événements particuliers.]1

  
HOOFDSTUK III. - Het verkeersbegeleidingssysteem.
CHAPITRE III. - Le système d'assistance au trafic.
Afdeling I. - Territoriale bevoegdheid en doelstelling.
Section Ire. - Compétence territoriale et objectif.
Art. 7. De bevoegde instanties organiseren en beheren het verkeersbegeleidingssysteem op de door de Vlaamse Regering aangewezen wateren. De Vlaamse Regering kan de omschrijving, de afbakening en de indeling van het VBS-werkingsgebied en de taken, uitgeoefend door het verkeersbegeleidingssysteem aldaar, nader omschrijven.
  Telkens als dat noodzakelijk is, en overeenkomstig de eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen, kan de aangewezen bevoegde instantie de haar door of krachtens dit decreet toegekende bevoegdheden eveneens uitoefenen buiten het VBS-werkingsgebied.
Art. 7. Les instances compétentes organisent et gèrent le système d'assistance au trafic dans les eaux désignées par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand peut définir la description, la délimitation et la répartition du secteur VBS et des missions accomplies sur place par le système d'assistance au trafic.
  Chaque fois que cela s'avère nécessaire, et conformément aux règles éventuelles définies par le Gouvernement flamand, l'instance compétente désignée peut également exercer les compétences lui attribuées par ou en vertu du présent décret en dehors du secteur VBS.
Art. 8. Binnen het VBS-werkingsgebied coördineert het verkeersbegeleidingssysteem het scheepvaartverkeer van en naar de havens, waterwegen en lig- en ankerplaatsen, rekening houdend onder meer met artikel 31, om de vlotheid en de veiligheid van dit verkeer, de bescherming van de vaarweginfrastructuur alsmede de vrijwaring van het milieu na te streven. Het verkeersbegeleidingssysteem doet geen afbreuk aan de volkenrechtelijke regelen met betrekking tot de vrijheid van scheepvaart en het recht van onschuldige doorvaart.
Art. 8. Au sein du secteur VBS, le système d'assistance au trafic assure la coordination de la navigation de et vers les ports, les voies d'eau et le lieu de mouillage ou d'amarrage, compte tenu notamment de l'article 31, afin de contribuer à la fluidité et la sécurité de cette navigation, la protection de l'infrastructure navigable ainsi que la préservation de l'environnement. Le système d'assistance au trafic ne porte pas préjudice aux règles de droit international concernant la liberté de la navigation et le droit de passage innocent.
Afdeling II. - Melding en beheer van gegevens.
Section II. - Notification et gestion de données.
Art. 9. § 1. [1 De gezagvoerder van een vaartuig dat op weg is naar een haven gelegen binnen het VBS-werkingsgebied of naar een andere Belgische haven gelegen buiten het VBS-werkingsgebied, waarbij de grens van het Vlaamse Gewest wordt overschreden, moet zich aanmelden bij de bevoegde instantie, volgens de door de Vlaamse Regering bepaalde regels.
   De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de vrijstelling van melding.]1

  § 2. De Vlaamse Regering wijst de personen en instanties aan die aan de bevoegde instantie en het MRCC, direct of indirect, gegevens moeten verstrekken of doorgeven.
  De Vlaamse Regering bepaalt de relevante gegevens, de wijze waarop en de termijn waarbinnen die gegevens moeten worden verstrekt of doorgegeven.
  De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de vrijstelling van de gegevensverstrekking.
  
Art. 9. § 1er. [1 Le commandant d'un navire qui est un route vers un port situé dans le secteur VBS ou vers un autre port belge situé en dehors du secteur VBS, pour lequel la frontière de la Région flamande est franchie, est tenu de se présenter auprès de l'instance compétente, selon les règles déterminées par le Gouvernement flamand.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de l'exemption de notification.]1

  § 2. Le Gouvernement flamand désigne les personnes et instances qui sont tenues de fournir ou de transmettre des données à l'instance compétente et au MRCC.
  Le Gouvernement flamand détermine les règles pertinentes, les modalités selon lesquelles et le délai dans lequel ces données doivent être fournies ou transmises.
  Le Gouvernement flamand peut définir des règles de dispense pour la fourniture de données.
  
Art. 10. De gezagvoerders melden hun passage op de door de bevoegde instantie opgerichte meldpunten, overeenkomstig de inlichtingen, procedurevoorschriften en nadere instructies, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Art. 10. Les commandants signalent leur passage aux points de contact créés par l'instance compétente, conformément aux informations, règles de procédure et autres instructions, établies par le Gouvernement flamand.
Art. 11. Onder meer om uitvoering te geven aan volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke verplichtingen, kan de Vlaamse Regering de scheepseigenaars, de gezagvoerders en de andere scheepvaartactoren verplichtingen opleggen met betrekking tot de melding van andere gegevens aan de bevoegde instantie dan die welke bepaald zijn door en krachtens de voorgaande artikelen.
Art. 11. Notamment afin de respecter des obligations de droit international et de droit communautaire, le Gouvernement flamand peut imposer aux propriétaires de navires, aux commandants et autres acteurs de la navigation des obligations concernant la notification à l'instance compétente de données autres que celles qui sont définies par et vertu des articles précédents.
Art. 12. § 1. De bevoegde instantie ontvangt, verwerkt, beheert en zendt gegevens, verkregen met behulp van automatische identificatiesystemen.
  Bij onregelmatige afwezigheid of gebrekkige werking van dergelijke systemen ten gevolge waarvan de verkeersbegeleiding in het gedrang komt of kan komen, kan de bevoegde instantie passende acties ondernemen.
  De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake de uitvoering van het ontvangen, verwerken, beheren en verzenden van gegevens met behulp van automatische identificatiesystemen.
  § 2. De bevoegde instantie ontvangt, verwerkt, beheert en zendt gegevens verkregen met behulp van radar, camera en andere detectiesystemen.
  De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake de uitvoering van het ontvangen, verwerken, beheren en verzenden van gegevens met behulp van radar, camera en andere detectiesystemen.
Art. 12. § 1er. L'instance compétente reçoit, traite, gère et envoie les données obtenues à l'aide de systèmes d'identification automatique.
  En cas d'absence irrégulière ou de dysfonctionnement de tels systèmes, susceptible de compromettre l'assistance à la navigation, l'instance compétente peut faire les démarches adéquates.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer des règles en matière d'exécution de la réception, du traitement, de la gestion et de la transmission de données à l'aide de systèmes d'identification automatique.
  § 2. L'instance compétente reçoit, traite, gère et envoie les données obtenues à l'aide de radars, caméras et autres systèmes de détection.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer des règles en matière d'exécution de la réception, du traitement, de la gestion et de la transmission de données à l'aide de radars, caméras et autres systèmes de détection.
Art. 13. Door middel van een centraal beheersysteem centraliseert, verwerkt en verspreidt de bevoegde instantie relevante gegevens in verband met de scheepvaart, de vaartuigen, de ladingen en de opvarenden en de desbetreffende dienstverleningen, met inbegrip van die welke vermeld worden in de voorgaande artikelen en die welke worden ontvangen, gegenereerd of ingevoerd door de scheepvaartactoren en andere instanties of ondernemingen.
  De door de bevoegde instantie verwerkte of ter beschikking gestelde gegevens en de andere in het centraal beheersysteem opgenomen of ervoor bestemde gegevens, in het bijzonder als ze berusten op een meldingsplicht, mogen niet voor commerciële doeleinden worden verspreid of anderszins doorgegeven. Hiervan kan worden afgeweken mits de beheerder van het centraal beheersysteem uitdrukkelijk en voorafgaandelijk instemming verleent en onder de met die beheerder overeengekomen voorwaarden. Die beheerder wordt binnen de bevoegde instantie door de minister aangewezen.
Art. 13. Par le biais d'un système central de gestion, l'instance compétente centralise, traite et diffuse les données pertinentes relatives à la navigation, aux navires, aux cargaisons et aux passagers ainsi qu'aux services y afférents, en ce compris celles qui sont mentionnées aux articles précédents et qui sont reçues, générées ou introduites par les acteurs de la navigation et d'autres instances ou entreprises.
  Les données traitées ou mises à disposition par l'instance compétente et les autres données reprises dans le système central de gestion ou les données qui y sont destinées, en particulier lorsqu'elles relèvent d'une obligation de notification, ne peuvent être diffusées à des fins commerciales ni transmises par d'autres canaux. Il peut être dérogé à cette règle moyennant l'accord explicite et préalable du gestionnaire du système central de gestion et dans les conditions convenues avec ce dernier. Ce gestionnaire est désigné par le ministre au sein de l'instance compétente.
Art. 14. § 1. De informatie die op grond van dit decreet en de besluiten, genomen ter uitvoering ervan, aan de bevoegde instantie wordt verstrekt, wordt opgeslagen in het centraal beheersysteem dat eigendom is van het Vlaamse Gewest en is in beginsel vertrouwelijk.
  Het centraal beheersysteem is alleen toegankelijk voor de hiertoe bevoegde eigen personeelsleden van de bevoegde instantie.
  § 2. Als de bevoegde instantie daartoe verplicht is, ingevolge volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen of ingevolge een besluit van de Vlaamse Regering, alsook telkens als de bevoegde instantie dat na een gemotiveerde aanvraag noodzakelijk acht met het oog op de doelstellingen, vermeld in artikel 8, de goede werking van het openbaar gezag, een openbare dienst of openbare instantie of een scheepvaart- of havengebonden dienst, kan de beheerder van het centraal beheersysteem een beveiligde koppeling van een extern informaticasysteem aan het centraal beheersysteem, de terbeschikkingstelling van gegevens of andere vormen van dienstverlening of samenwerking toestaan.
  § 3. De voorwaarden van de koppeling, vermeld in § 2, terbeschikkingstelling, dienstverlening of samenwerking worden voorafgaandelijk bepaald in [1 een geschreven overeenkomst]1.
  [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de opmaak van dergelijke overeenkomsten bepalen.]1
  § 4. Met het behoud van de toepassing van de bepalingen van de overeenkomsten, vermeld in § 3, en van hoofdstuk IV, kan de bevoegde instantie de koppeling of de terbeschikkingstelling van gegevens onmiddellijk en zonder formaliteit of vergoeding schorsen of beëindigen als inbreuk wordt gemaakt op volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen, dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en de bepalingen van de overeenkomst of andere toepasselijke regelen.
  § 5. De beheerder van het centraal beheersysteem kan door hem ontvangen of verwerkte gegevens ter beschikking stellen aan derden en publiceren, zonder afbreuk te doen aan de vertrouwelijkheid van de verplichte meldingen.
  Het ter beschikking stellen aan derden en het publiceren van ontvangen of verwerkte gegevens door de beheerder van het centraal beheersysteem kan enkel na gemeenschappelijk akkoord met de instantie die deze gegevens heeft aangeleverd, voorzover het niet gaat om gegevens die werden verstrekt op basis van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, scheepvaart- en havenreglementen of andere wetten, decreten of besluiten die desbetreffend een meldingsplicht opleggen.
  § 6. De beheerder van het centraal beheersysteem staat geen koppeling toe, maakt geen gebruik van de bevoegdheid, vermeld in § 5, en geeft geen gegevens vrij, als dat economische, financiële of commerciële belangen zou kunnen schaden of als dat afbreuk doet aan de vertrouwelijkheid van de verplichte melding, behalve in de door de Vlaamse Regering bepaalde uitzonderingsgevallen.
  § 7. Informatie en gegevens kunnen ter beschikking gesteld worden aan de personeelsleden van het verkeersbegeleidingssysteem ter lering en verbetering van het systeem en de kwalificatie van het personeel.
  
Art. 14. § 1er. Les informations qui sont fournies à l'instance compétente en vertu du présent décret et des arrêtés pris en exécution de ce décret, sont sauvegardées dans le système central de gestion qui est la propriété de la Région flamande et ces informations sont en principes confidentielles.
  Le système central de gestion est uniquement accessible aux membres du personnel autorisés de l'instance compétente.
  § 2. Si l'instance compétente y est obligée, en vertu de règles de droit international ou de droit communautaire ou suite à une décision du Gouvernement flamand, ainsi que chaque fois que l'instance compétente, après une demande motivée, juge cela nécessaire eu égard aux objectifs visés à l'article 8, en raison du bon fonctionnement de l'autorité publique, d'un service public ou instance publique ou d'un service lié à la navigation ou au port, le gestionnaire du système central de gestion peut accorder, par le biais d'une connexion sécurisée d'un système informatique externe, la mise à disposition de données ou d'autres formes de service ou de collaboration.
  § 3. Les conditions de la connexion, visée au § 2, la mise à disposition, le service ou la collaboration sont déterminées au préalable dans une convention écrite.
  [1 Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à la rédaction de telles conventions.]1
  § 4. Moyennant maintien de l'application des dispositions des conventions, visées au § 3, et du chapitre IV, l'instance compétente peut suspendre ou arrêter immédiatement et sans la moindre formalité ou indemnité la connexion ou la mise à disposition de données, dès violation des règles de droit international ou de droit communautaire, du présent décret, de ses arrêtés d'exécution et des dispositions de la convention ou d'autres règles applicables.
  § 5. Le gestionnaire du système central de gestion peut mettre les données reçues ou traitées à la disposition de tiers et les publier, sans porter préjudice à la confidentialité des notifications obligatoires.
  La fourniture à des tiers et la publication de données reçues ou traitées par le gestionnaire du système central de gestion ne sont possibles que de commun accord avec l'instance qui a fourni ces données, pour autant qu'il ne s'agisse pas de données fournies sur la base du présent décret, de ses arrêtés d'exécution, de règlements de navigation ou de port ou d'autres lois, décrets ou arrêtés qui prévoient une obligation de notification en la matière.
  § 6. Le gestionnaire du système central de gestion s'abstient d'accorder une connexion, de faire usage de la compétence visée au § 5, et de libérer des données, si cela risque de nuire aux intérêts économiques, financiers ou commerciaux ou que cela porte préjudice au caractère confidentiel de la notification obligatoire, sauf dans les cas d'exception déterminés par le Gouvernement flamand.
  § 7. Les informations et données peuvent être mises à disposition des membres du personnel du système d'assistance au trafic à des fins d'apprentissage et d'amélioration du système et de la qualification du personnel.
  
Art. 15. Met behoud van de toepassing van de in het [1 titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]1 bepaalde uitzonderingen op de openbaarheid van bestuursdocumenten, wijzen de bevoegde instantie en de andere diensten, instanties en ondernemingen die toegang hebben tot de in het centraal beheersysteem opgenomen gegevens, zelfs als ze die gegevens zelf hebben gegenereerd of ingevoerd, door derden gedane aanvragen tot openbaarmaking van informatie, met inbegrip van milieu-informatie, bovendien af als :
  1° de aanvraag betrekking heeft op gegevens die aan de bevoegde instantie of andere diensten, instanties en ondernemingen werden verstrekt of doorgegeven op basis van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, scheepvaart- en havenreglementen of andere wetten, decreten of besluiten die desbetreffend een meldingsplicht opleggen;
  2° de openbaarmaking economische, financiële of commerciële belangen zou kunnen schaden.
  
Art. 15. Sous réserve des exceptions à la publicité de documents administratifs, prévues dans le [1 titre II, chapitre 3 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]1, l'instance compétente et les autres services, instances et entreprises ayant accès aux données sauvées dans le système central de gestion refuseront, même s'ils ont eux-mêmes généré ou saisi ces données, les demandes de publicité des informations introduites par des tiers, en ce compris les informations écologiques, a fortiori lorsque :
  1° la demande porte sur des données fournies ou transmises à l'instance compétente ou à d'autres services, instances et entreprises sur la base du présent décret, de ses arrêtés d'exécution, des règlements de navigation et de port ou d'autres lois, décrets ou arrêtés qui prévoient une obligation de notification en la matière;
  2° la publicité pourrait léser les intérêts économiques, financiers ou commerciaux.
  
Afdeling III. - Begeleiding van vaartuigen in het VBS-werkingsgebied.
Section III. - Accompagnement de navires dans le secteur VBS.
Art. 16. Overeenkomstig de hieronder volgende bepalingen omvat het verkeersbegeleidingssysteem onder meer de volgende dienstverleningen :
  1° een informatiedienst die tijdig essentiële informatie ter beschikking stelt voor de nautische besluitvorming aan boord;
  2° een navigatie-assistentiedienst die ondersteuning biedt bij de nautische besluitvorming aan boord en die de effecten ervan volgt;
  3° een verkeersorganisatiedienst die de ontwikkeling van gevaarlijke verkeerssituaties tracht te voorkomen en die bijdraagt tot de veilige en vlotte beweging van de scheepvaart in het VBS-werkingsgebied;
  4° een loodsdienst zoals bedoeld in het Loodsdecreet.
Art. 16. Conformément aux dispositions ci-après, le système d'assistance au trafic comprend notamment les activités de service suivantes :
  1° un service d'information qui met à disposition des informations essentielles en temps utile en vue de la prise de décisions nautiques à bord;
  2° un service d'assistance à la navigation qui apporte son soutien au processus décisionnel nautique à bord et qui assure le suivi des effets de celui-ci;
  3° un service d'organisation de la navigation qui cherche à prévenir le développement de situations dangereuses pour la navigation et qui contribue à la fluidité et la sécurité de la navigation dans le secteur VBS;
  4° un service de pilotage tel que visé dans le Décret sur le pilotage.
Art. 17. De gezagvoerders die het VBS-werkingsgebied of een door de Vlaamse Regering bepaald deel ervan binnenvaren, zijn ertoe verplicht aan het verkeersbegeleidingssysteem deel te nemen op de door de Vlaamse Regering voorgeschreven wijze.
Art. 17. Les commandants qui entrent dans le secteur VBS ou une partie de celui-ci déterminée par le Gouvernement flamand, sont tenus de participer au système d'assistance au trafic selon les modalités prescrites par le Gouvernement flamand.
Art. 18. De Vlaamse Regering kan regelen vaststellen betreffende de door het verkeersbegeleidingssysteem via radioberichtgeving of op andere passende wijzen aan de gezagvoerders te verstrekken informatie over nautisch relevante omstandigheden.
Art. 18. Le Gouvernement flamand peut fixer des règles concernant les informations aux commandants sur des conditions nautiques pertinentes à fournir par le système d'assistance au trafic via la radio ou selon d'autres canaux adéquats.
Art. 19. Op verzoek van een gezagvoerder, zonder afbreuk te doen aan zijn eigen gezag, taak en verantwoordelijkheden, en overeenkomstig de nader door de Vlaamse Regering te bepalen regelen, kan het verkeersbegeleidingssysteem, als de organisatie van de dienst en de omstandigheden het toelaten, bijzondere inlichtingen verstrekken of op een andere wijze nadere ondersteuning bieden.
Art. 19. A la demande d'un commandant, sans porter préjudice à son autorité, sa mission et ses responsabilités, et conformément aux règles à déterminer par le Gouvernement flamand, le système d'assistance au trafic peut, lorsque l'organisation du service et les circonstances le permettent, fournir des informations particulières ou apporter son soutien d'une autre façon.
Art. 20. Het verkeersbegeleidingssysteem verzorgt de permanente opvolging van het scheepvaartverkeer door contact en gegevensuitwisseling met de gezagvoerders, overeenkomstig de door de Vlaamse Regering vastgestelde bepalingen.
Art. 20. Le système d'assistance au trafic assure le suivi permanent de la navigation par des contacts et l'échange de données avec les commandants, conformément aux dispositions fixées par le Gouvernement flamand.
Art. 21. De Vlaamse Regering kan scheepsrouteringssystemen instellen, die een integrerend deel uitmaken van het verkeersbegeleidingssysteem.
  Overeenkomstig de toepasselijke volkenrechtelijke regelen deelt de Vlaamse Regering die scheepsrouteringssytemen in voorkomend geval mee aan de Internationale Maritieme Organisatie of legt ze die systemen er ter goedkeuring aan voor.
Art. 21. Le Gouvernement flamand peut instaurer des systèmes d'organisation du trafic, qui font partie intégrante du système d'assistance au trafic.
  Conformément aux règles de droit international applicables, le Gouvernement flamand communique ces systèmes d'organisation du trafic le cas échéant à l'Organisation maritime internationale ou lui soumet ces systèmes pour approbation.
Art. 22. Overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde regelen is de bevoegde instantie belast met het toelatingsbeleid.
Art. 22. Conformément aux règles définies par le Gouvernement flamand, l'instance compétente est chargée de la politique d'admission.
Art. 23. In het raam van het toelatingsbeleid kan de bevoegde instantie met de gezagvoerders onder meer vaarplannen en andere maatregelen overeenkomen, waarvan de naleving door het verkeersbegeleidingssysteem wordt gevolgd.
Art. 23. Dans le cadre de la politique d'admission, l'instance compétente peut notamment convenir avec les commandants de plans de navigation et d'autres mesures, dont le respect est suivi par le système d'assistance au trafic.
Art. 24. Als de bevoegde instantie met de gezagvoerder geen overeenstemming bereikt over vaarplannen of andere maatregelen als vermeld in artikel 23, en, in het algemeen, telkens als het toelatingsbeleid of de omstandigheden dat vereisen, kan de bevoegde instantie, met behoud van de toepassing van de toepasselijke reglementen betreffende de politie en de scheepvaart, aan de vaartuigen verkeersaanwijzingen richten.
  Die verkeersaanwijzingen laten de bevoegdheid van de gezagvoerder onverlet. Alleen de gezagvoerder is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn om verkeersaanwijzingen aan de vaartuigen te richten.
Art. 24. Lorsque l'instance compétente n'arrive pas à un accord avec le commandant sur des plans de navigation ou d'autres mesures telles que visées à l'article 23, et, de manière générale, chaque fois que la politique d'admission ou les circonstances le requièrent, l'instance compétente peut, moyennant application des règlements applicables en matière de police et de navigation, adresser des indications de navigation aux navires.
  Ces indications de navigation n'empiètent pas sur la compétence du commandant. Seul le commandant est maître de la direction et des manoeuvres du navire.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les catégories de personnel compétentes pour adresser des indications de navigation aux navires.
Art. 25. Onverminderd de bevoegdheden van andere overheden en de eigen bevoegdheden van de bevoegde instantie, bepaald in hoofdstuk III, is de bevoegde instantie met het oog op de begeleiding van de scheepvaart bevoegd voor het opleggen van verplichtingen als vermeld in artikel 13, derde lid, van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart.
Art. 25. Sans préjudice des compétences d'autres autorités et des compétences propres de l'instance compétente, définies au chapitre III, l'instance compétente est mandatée, en vue de l'assistance à la navigation, pour imposer des obligations telles que visées à l'article 13, alinéa trois, de la loi du 11 avril 1989 portant approbation et exécution de divers Actes internationaux en matière de navigation maritime.
Art. 26. Elk bericht dat door het verkeersbegeleidingssysteem wordt gericht aan een vaartuig of vaartuigen moet duidelijk maken of het een informatie, een loodsadvies, een waarschuwing of een verkeersaanwijzing of een navigatie-assistentie bevat. De aard van het bericht hoeft evenwel niet noodzakelijk uitdrukkelijk te worden gespecificeerd, zolang de aard ondubbelzinnig blijkt uit de vorm, de inhoud of de context ervan.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn om de onderscheiden soorten berichten aan de vaartuigen te richten.
  In geen geval doet een bericht van het verkeersbegeleidingssysteem afbreuk aan de uitsluitende eindverantwoordelijkheid van de gezagvoerder voor de navigatie en aan de adviserende verantwoordelijkheid van de loods,vermeld in artikel 8 van het Loodsdecreet, artikel 10 van het Scheldereglement en andere relevante regelgeving. De gezagvoerder is er steeds toe gehouden de berichten van het verkeersbegeleidingssysteem te toetsen aan en te interpreteren in het licht van de reële nautische omstandigheden aan boord en de eisen van het goed zeemanschap. Hij moet zich op basis van een en ander, en rekening houdend met artikel 24, tweede lid, steeds een eigen oordeel vormen.
Art. 26. Chaque avis adressé à un ou à des navire(s) par le système d'assistance au trafic doit préciser s'il s'agit d'une information, d'un avis de pilotage, d'un avertissement ou d'une indication de navigation ou une assistance à la navigation. La nature de l'avis ne doit pas nécessairement être explicitement spécifiée, aussi longtemps que la nature apparaît de manière non ambiguë de la forme, du contenu ou du contexte.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les catégories de personnel compétentes pour adresser les différents types d'avis aux navires.
  En aucun cas, un avis du système d'assistance au trafic ne porte préjudice à la responsabilité finale exclusive du commandant pour la navigation ni à la responsabilité consultative du pilote, visée à l'article 8 du Décret sur le pilotage, l'article 10 du Règlement de l'Escaut et d'autres réglementations pertinentes. Le commandant est toujours tenu de confronter les avis du système d'assistance au trafic aux et de les interpréter en fonction des conditions nautiques réelles à bord et des principes des bons usages maritimes. Sur la base de tous ces éléments, et compte tenu de l'article 24, alinéa deux, il doit toujours se faire une opinion propre.
Art. 27. De Vlaamse Regering bepaalt welke maatregelen de bevoegde instantie kan nemen of welke aanbevelingen ze aan de gezagvoerders kan richten als ze in geval van uitzonderlijk slecht weer of ruwe zee van mening is dat er groot gevaar bestaat voor verontreiniging van de Belgische zee- of kustgebieden of die van andere lidstaten van de Europese Gemeenschap, of als de veiligheid van mensen wordt bedreigd.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën van personeelsleden bevoegd zijn tot het nemen van de maatregelen, vermeld in het eerste lid.
Art. 27. Le Gouvernement flamand détermine les mesures que l'instance compétente peut prendre ou les recommandations qu'elle peut adresser aux commandants lorsqu'elle estime en cas de très mauvais temps ou de mer rude qu'il existe un risque important de pollution des zones maritimes ou côtières belges ou de celles d'autres pays membres de l'Union européenne, ou lorsque la sécurité de personnes est menacée.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les catégories de membres du personnel qui sont compétents pour prendre les mesures visées au premier alinéa.
Art. 28. Overeenkomstig de eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen draagt het verkeersbegeleidingssysteem bij tot het loodsen op afstand door de daartoe nodige apparatuur ter beschikking te stellen en andere ondersteuning te verlenen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Loodsdecreet.
Art. 28. Conformément aux règles déterminées le cas échéant par le Gouvernement flamand, le système d'assistance au trafic contribue au pilotage à distance en mettant à disposition les appareils nécessaires à cette fin et en apportant toute autre forme de soutien, sans porter préjudice aux dispositions du Décret sur le pilotage.
Art. 29. Overeenkomstig nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen houdt de bevoegde instantie over het verloop van de verkeersbegeleiding en in het bijzonder over de communicatie met de gezagvoerders gedurende een bepaalde tijd gegevens bij, en stelt die, in het bijzonder ten behoeve van strafrechtelijk of gerechtelijk bevolen deskundigenonderzoek over ongevallen, ter beschikking van bevoegde overheden en personen.
Art. 29. Conformément aux règles déterminées par le Gouvernement flamand, l'instance compétente conserve pendant une période déterminée les données concernant le déroulement de l'assistance à la navigation et en particulier concernant la communication avec les commandants, et met ces données à la disposition d'autorités et de personnes compétentes, en particulier au besoin d'expertises pénales ou ordonnées par voie judiciaire concernant des accidents.
Art. 30. Onder meer om uitvoering te geven aan volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke verplichtingen kan de Vlaamse Regering de scheepseigenaars, de gezagvoerders en de andere scheepvaartactoren andere of bijkomende verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem, voorzover zulks gebeurt met het oog op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of om het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.
Art. 30. Notamment pour donner exécution à des obligations de droit international et de droit communautaire, le Gouvernement flamand peut imposer aux propriétaires de navires, aux commandants et aux autres acteurs de la navigation des obligations différents ou complémentaires par rapport au système d'assistance au trafic, pour autant que cela se fasse en vue de l'utilisation et de la protection de la voie navigable et/ou pour accompagner la navigation de la manière la plus efficace.
Afdeling IV. - Maatregelen in verband met het verkeer naar, van en in de havens en op de waterwegen.
Section IV. - Mesures concernant la navigation vers, au départ de et dans les ports et sur les voies d'eau.
Art. 31. § 1. Onverminderd de wettelijke en decretale bevoegdheden van de havenbedrijven en de havenkapiteinsdiensten kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om de scheepvaart van en naar de havens optimaal te coördineren met de scheepvaart in de havengebieden en de scheepvaart in doorvaart en om de vlotheid en de veiligheid van de scheepvaart tussen de zee en de ligplaats te bevorderen in het raam van de ketenbenadering, voorzover zulks gebeurt met het oog op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of om het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.
  De maatregelen kunnen pas worden genomen nadat overleg werd gepleegd tussen alle bevoegde instanties van het verkeersbegeleidingssysteem en het havenbedrijf, overeenkomstig de nader door de Vlaamse Regering bepaalde regels.
  § 2. Op verzoek en onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de betrokken havenbedrijven kan de bevoegde instantie bij de coördinatie van de scheepvaart rekening houden met bijzondere belangen van het betrokken havenbedrijf, op voorwaarde dat het havenbedrijf waarvan de vraag uitgaat, overeenkomstig de door de Vlaamse Regering nader bepaalde regels :
  1° aantoont dat dat niet leidt tot de verstoring van de vlotheid en de veiligheid van het algemene verkeer;
  2° heeft aangetoond dat dat niet leidt tot een verstoring van de mededinging;
  3° aantoont dat het havenbedrijf het goede functioneren waarborgt van de gehele keten van de verkeersafwikkeling;
  4° het verzoek per individueel geval indient.
Art. 31. § 1er. Sans préjudice des compétences légales et décrétales des régies portuaires et des services des capitaineries portuaires, le Gouvernement flamand peut prendre des mesures en vue d'une coordination optimale entre la navigation de et vers les ports et la navigation dans les zones portuaires ainsi que la navigation en transit et d'une promotion de la fluidité et la sécurité de la navigation entre la mer et le lieu de mouillage dans le cadre de l'approche en chaîne, pour autant que cela se fasse en vue de l'utilisation et de la protection de la voie navigable et/ou pour accompagner la navigation de la manière la plus efficace.
  Les mesures ne peuvent être prises qu'après concertation entre toutes les instances compétentes du système d'assistance au trafic et la régie portuaire, conformément aux règles définies par le Gouvernement flamand.
  § 2. A la demande et sous la responsabilité exclusive des régies portuaires concernées, l'instance compétente peut tenir compte, lors de la coordination de la navigation, des intérêts particuliers de la régie portuaire concernée, à condition que la régie portuaire dont la demande émane, démontre conformément aux règles définies par le Gouvernement flamand :
  1° que cela n'entrave pas la fluidité et la sécurité du trafic en général;
  2° que cela n'a pas engendré une distorsion de la concurrence;
  3° que la régie portuaire garantit le bon fonctionnement de l'ensemble de la chaîne de navigation;
  4° que la demande est introduite par cas individuel.
Art. 31bis. [1 § 1. De havenkapiteinsdiensten lichten, als zij bij het vervullen van hun normale taak opmerken dat er klaarblijkelijke gebreken aan het schip zijn, die afbreuk kunnen doen aan de veilige vaart van het schip of die een gevaar voor schade kunnen opleveren aan het mariene milieu, via de geëigende weg de instantie van de federale overheid die bevoegd is voor de havenstaatcontrole, onmiddellijk in.
   § 2. De havenkapiteinsdiensten rapporteren via de geëigende weg aan de instantie, vermeld in de eerste paragraaf, indien mogelijk in elektronische vorm, de volgende gegevens :
   1° scheepsinformatie : naam, IMO-identificatienummer, roepletters en vlaggenstaat;
   2° informatie betreffende de vaarroute : laatste aanloophaven en haven van bestemming;
   3° beschrijving van de aan boord of vanaf de ligplaats vastgestelde klaarblijkelijke gebreken.
   De Vlaamse Regering kan de rapportage van bijkomende gegevens verplicht stellen.
   § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de rapportage van klaarblijkelijke gebreken, vermeld in paragraaf 1, de gegevens, vermeld in paragraaf 2, en de wijze waarop deze klaarblijkelijke gebreken en gegevens moeten worden gerapporteerd.]1

  
Art. 31bis. [1 § 1er. Lorsqu'ils remarquent, lors de l'accomplissement de leur tâche normale, que le navire démontre des défauts manifestes qui peuvent menacer la sécurité du navire ou qui peuvent présenter un danger pour l'environnement marin, les services des capitaineries portuaires informent immédiatement, par les canaux appropriés, l'instance de l'autorité fédérale qui est compétente pour le contrôle de l'état du port.
   § 2. Les services des capitaineries portuaires déclarent, par la voie appropriée, à l'instance, visée au paragraphe premier, les données suivantes : si possible sous forme électronique :
   1° des informations sur le navire : le nom, le numéro d'identification OMI, les lettres de l'indicatif d'appel et l'état du pavillon;
   2° des informations sur la route : le dernier port d'escale et le port de destination;
   3° la description des défauts manifestes constatés à bord ou à partir d'un site de mouillage.
   Le Gouvernement flamand peut imposer le rapportage de données supplémentaires.
   § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour le rapportage de défauts manifestes, visés au paragraphe 1er, pour les données, visées au paragraphe 2, et pour la façon de rapportage de ces défauts manifestes et ces données.]1

  
Art. 32. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan de havenbedrijven ten behoeve van de activiteiten van hun havenkapiteinsdiensten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling, de veiligheid en de vrijwaring van het milieu.
  Voor investeringen ten behoeve van dergelijke activiteiten kan de Vlaamse Regering hetzij subsidies toekennen aan het havenbedrijf, hetzij overgaan tot financiering of medefinanciering van het havenbedrijf.
  De nadere voorwaarden waaronder de subsidie of de medefinanciering wordt verleend, worden vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering en worden gespecificeerd bij overeenkomst van het betrokken havenbedrijf.
  Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire besluiten inzake de begrotingscontrole, wordt het toezicht op de naleving door de havenbedrijven, bepaald in dit artikel en in de besluiten en de overeenkomsten ter uitvoering van dit artikel, uitgeoefend door de gewestelijke havencommissaris overeenkomstig artikel 23 van het Havendecreet.
Art. 32. Le Gouvernement flamand est habilité à accorder dans les limites budgétaires, des subventions aux régies portuaires au profit des services des capitaineries portuaires pouvant être explicitement attribuées au déroulement du trafic, à la sécurité et à la préservation de la nature.
  Pour des investissements au besoin de pareilles activités, le Gouvernement flamand peut soit accorder des subventions a la régie portuaire, soit procéder au financement ou au cofinancement de la régie portuaire.
  Les autres conditions dans lesquelles la subvention ou le cofinancement est accordé, sont déterminées par arrêté du Gouvernement flamand et sont spécifiées de commun accord avec la régie portuaire concernée.
  Moyennant maintien de l'application des décisions légales et réglementaires concernant le contrôle budgétaire, le contrôle sur le respect par les régies portuaires, visé dans cet article et dans les arrêtés et conventions en exécution de ce dernier, est exercé par le commissaire de port régional conformément à l'article 23 du Décret portuaire.
Art. 33. De Vlaamse Regering kan eveneens maatregelen nemen voor de goede coördinatie van de scheepvaart buiten het VBS-werkingsgebied.
Art. 33. Le Gouvernement flamand peut en outre prendre des mesures en vue de la bonne coordination de la navigation en dehors du secteur VBS.
Afdeling V. - Infrastructuur.
Section V. - Infrastructure.
Art. 34. De Vlaamse Regering verstrekt de bevoegde instantie de passende apparatuur om permanent zijn taken te kunnen vervullen, zijn bevoegdheden uit te oefenen en, waar vereist door volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen, inter-connectie en interoperabiliteit met de nationale systemen van andere lidstaten en van de bevoegde diensten van de Europese Gemeenschappen te waarborgen.
Art. 34. Le Gouvernement flamand fournit à l'instance compétente les appareils adéquats pour pouvoir assumer ses tâches de manière permanente, exercer ses compétences, et là où cela est requis par des règles de droit international ou de droit communautaire, assurer l'interconnexion et l'interopérabilité avec les systèmes nationaux d'autres Etats membres et des services compétents de l'Union européenne.
Art. 35. De vaarwegmarkering en verkeerstekens in het VBS-werkingsgebied maken integraal deel uit van het verkeersbegeleidingssysteem.
  De Vlaamse Regering regelt de plaatsing, het beheer en het onderhoud van de vaarwegmarkering en de verkeerstekens.
Art. 35. Le marquage des voies navigables et signaux de navigation dans le secteur VBS font partie intégrante du système d'assistance au trafic.
  Le Gouvernement flamand règle l'installation, la gestion et l'entretien du marquage des voies navigables et des signaux de navigation.
Art. 36. De Vlaamse Regering kan de bevoegde instantie belasten met het begeleiden van de scheepvaart en het nautisch beheer ter hoogte van beweegbare bruggen en van de sluizen die gelegen zijn binnen het VBS-werkingsgebied, inclusief het havengebied.
Art. 36. Le Gouvernement flamand peut charger l'instance compétente de l'accompagnement de la navigation et de la gestion nautique à hauteur des ponts mobiles et des écluses qui sont situés dans le secteur VBS, en ce compris la zone portuaire.
Afdeling VI. - Retributies.
Section VI. - Redevances.
Art. 37. § 1. Voor het gebruik van de dienstverlening van het verkeersbegeleidingssysteem door vaartuigen met als bestemming een haven, waterweg, lig- of ankerplaats in het VBS-werkingsgebied of in een gebied, beheerd door een waterweg- of havenbestuur in België, is een VBS-retributie verschuldigd.
  Van deze verplichting zijn vrijgesteld :
  1° de door de Vlaamse Regering op basis van hun aard, karakteristieken, bestemming of vaartraject aangewezen categorieën van vaartuigen;
  2° per bezoek of per doorvaart, de door de Vlaamse Regering bij wijze van uitzondering met naam aangewezen vaartuigen die worden ingezet met een pedagogisch, humanitair, filantropisch of cultureel doel, deelnemen aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verrichten in het algemeen belang.
  De betaling van het loodsgeld, de LOA-vergoeding, de havengelden en de andere vergoedingen, worden geregeld in de desbetreffende reglementaire bepalingen.
  § 2. Met inachtname van de terzake geldende volkenrechtelijke, gemeenschapsrechtelijke en grondwettelijke regelen bepaalt de Vlaamse Regering het tarief van de VBS-retributie alsook de wijze waarop en de instantie door wie de VBS-retributie wordt geïnd.
Art. 37. § 1er. Pour l'utilisation des services du système d'assistance au trafic par des navires ayant pour destination un port, une voie d'eau, un lieu de mouillage ou d'amarrage situé dans le secteur VBS ou dans une zone gérée par une administration des voies d'eau ou une administration portuaire en Belgique, une redevance VBS est due.
  Sont exonérés de cette obligation :
  1° les catégories de navires désignées par le Gouvernement flamand sur la base de leur nature, leurs caractéristiques, leur destination ou leur itinéraire;
  2° par visite ou par transit, les navires désignés nominativement à titre exceptionnel par le Gouvernement flamand qui sont affectés à des fins culturelles, philanthropiques, humanitaires ou pédagogiques, participent à une manifestation particulière ou effectuent des travaux dans l'intérêt général.
  Le paiement des droits de pilotage, de l'indemnité PAD, des droits de port et des autres redevances, est réglé dans les dispositions réglementaires y afférentes.
  § 2. Moyennant respect des règles de droit international, de droit communautaire et constitutionnelles applicables en la matière, le Gouvernement flamand fixe le tarif de la redevance VBS ainsi que les modalités et l'instance de recouvrement.
Art. 37bis. [1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° VBS-vergoeding : de VBS-retributie, vermeld in artikel 37;
   2° tariefgebied : het gebied waarbinnen verkeersbegeleiding verstrekt wordt;
   3° lengte : de lengte over alles.
   § 2. Een VBS-vergoeding is verschuldigd voor ieder vaartuig dat uit zee komt, met als bestemming een Vlaamse haven die in het verkeersbegeleidingssysteem is ingeschakeld; ze geldt als vergoeding voor in- en uitvaart.
   Als het vaartuig gedurende één kalenderdag meer dan eenmaal het tariefgebied binnenvaart, is het tarief maar eenmaal verschuldigd.
   De VBS-vergoeding is niet verschuldigd bij scheepvaartverkeer tussen Vlaamse havens.
   § 3. Voor de volgende categorieën van vaartuigen is geen vergoeding verschuldigd :
   1° binnenschepen;
   2° [2 schepen tot 41 meter lengte;]2
   3° schepen in eigendom van of in beheer bij het Rijk of een gewest;
   4° vaartuigen voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, maar alleen als ze daartoe worden gebruikt ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de vaarweg- of waterbeheerder;
   5° vaartuigen in dienst van het loodswezen van Nederland en Vlaanderen.
   § 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het vervoer, kan aan een vaartuig vrijstelling van VBS-vergoeding verlenen als het deelneemt aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verricht in het algemeen belang.
   § 5. Het bedrag van de verschuldigde VBS-vergoeding wordt overeenkomstig het tarief opgenomen in de onderstaande tabel, vastgesteld op grond van de lengte van het vaartuig.
   In het geval van gesleepte vaart is de VBS-vergoeding verschuldigd voor de sleepboot en het gesleepte vaartuig afzonderlijk, op grond van hun respectievelijke lengte.
Art. 37bis. [1 § 1er. Pour l'application du présent article, il faut entendre par :
   1° indemnité VBS : la redevance VBS, visée à l'article 37;
   2° zone tarifaire : la zone dans laquelle l'assistance au trafic est assurée;
   3° longueur : la longueur hors tout.
   § 2. Une indemnité VBS est due pour chaque navire venant de la mer, ayant pour destination un port flamand intégré dans le système d'assistance au trafic; elle vaut comme indemnité tant pour la navigation entrante que pour la navigation sortante.
   Si le navire entre la zone tarifaire plus d'une fois pendant un jour calendaire, le tarif n'est dû qu'une seule fois.
   L'indemnité VBS n'est pas due en cas de navigation entre les ports flamands.
   § 3. Aucune indemnité n'est due par les catégories de navires suivantes :
   1° bateaux de navigation intérieure;
   2° [2 bateaux jusqu'à 41 m de longueur ;]2
   3° bateaux en propriété ou en gestion de l'Etat ou d'une région;
   4° navires pour l'exploitation ou le transport de sable, matières de dragage ou de gravier, mais seulement s'ils sont utilisés à ces fins en exécution de travaux sur ordre du gestionnaire des eaux ou du cours d'eau navigable;
   5° bateaux opérant pour les services de pilotage des Pays-Bas et de la Flandre.
   § 4. Le Ministre flamand, chargé des transports, peut accorder une exemption de l'indemnité VBS à un navire lorsque ce dernier participe à une manifestation particulière ou qu'il effectue des travaux d'intérêt public.
   § 5. Le montant de l'indemnité VBS est repris dans le tableau ci-dessous conformément au tarif, fixé sur la base de la longueur du navire.
   En cas de navigation remorquée, l'indemnité VBS est séparément due pour le remorqueur et pour le navire remorqué, sur la base de leur longueur respective.
[1 ''Lengte in meterBedrag van de VBS-vergoeding in euro
41 t/m 100113,45
101121,16
102128,87
103136,58
104144,29
105152,00
106159,71
107167,42
108175,13
109182,84
110190,55
111198,26
112205,97
113213,68
114221,39
115229,10
116236,81
117244,52
118252,23
119259,94
120267,65
121275,36
122283,07
123290,78
124298,49
125306,20
126313,91
127321,62
128329,33
129337,04
130344,75
131352,46
132360,17
133367,88
134375,59
135383,30
136391,01
137398,72
138406,43
139414,14
140421,85
141429,56
142437,27
143444,98
144452,69
145460,40
146468,11
147475,82
148483,53
149491,24
150498,95
151506,66
152514,37
153522,08
154529,79
155537,50
156545,21
157552,92
158560,63
159568,34
160576,05
161583,76
162591,47
163599,18
164606,89
165614,60
166622,31
167630,02
168637,73
169645,44
170653,15
171660,86
172668,57
173676,28
174683,99
175691,70
176699,41
177707,12
178714,83
179722,54
180730,25
181737,96
182745,67
183753,38
184761,09
185768,80
186776,51
187784,22
188791,93
189799,64
190807,35
191815,06
192822,77
193830,48
194838,19
195845,90
196853,61
197861,32
198869,03
199876,74
200884,45
201892,16
202899,87
203907,58
204915,29
205923,00
206930,71
207938,42
208946,13
209953,84
210961,55
211969,26
212976,97
213984,68
214992,39
2151.000,10
2161.007,81
2171.015,52
2181.023,23
2191.030,94
2201.038,65
2211.046,36
2221.054,07
2231.061,78
2241.069,49
2251.077,20
2261.084,91
2271.092,62
2281.100,33
2291.108,04
2301.115,75
2311.123,46
2321.131,17
2331.138,88
2341.146,59
2351.154,30
2361.162,01
2371.169,72
2381.177,43
2391.185,14
2401.192,85
2411.200,56
2421.208,27
2431.215,98
2441.223,69
2451.231,40
2461.239,11
2471.246,82
2481.254,53
2491.262,24
250
  en meer
1.269,95]1
(1)<DVR 2023-03-31/06, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 01-05-2023>
[1 ''Lengte in meterBedrag van de VBS-vergoeding in euro41 t/m 100113,45101121,16102128,87103136,58104144,29105152,00106159,71107167,42108175,13109182,84110190,55111198,26112205,97113213,68114221,39115229,10116236,81117244,52118252,23119259,94120267,65121275,36122283,07123290,78124298,49125306,20126313,91127321,62128329,33129337,04130344,75131352,46132360,17133367,88134375,59135383,30136391,01137398,72138406,43139414,14140421,85141429,56142437,27143444,98144452,69145460,40146468,11147475,82148483,53149491,24150498,95151506,66152514,37153522,08154529,79155537,50156545,21157552,92158560,63159568,34160576,05161583,76162591,47163599,18164606,89165614,60166622,31167630,02168637,73169645,44170653,15171660,86172668,57173676,28174683,99175691,70176699,41177707,12178714,83179722,54180730,25181737,96182745,67183753,38184761,09185768,80186776,51187784,22188791,93189799,64190807,35191815,06192822,77193830,48194838,19195845,90196853,61197861,32198869,03199876,74200884,45201892,16202899,87203907,58204915,29205923,00206930,71207938,42208946,13209953,84210961,55211969,26212976,97213984,68214992,392151.000,102161.007,812171.015,522181.023,232191.030,942201.038,652211.046,362221.054,072231.061,782241.069,492251.077,202261.084,912271.092,622281.100,332291.108,042301.115,752311.123,462321.131,172331.138,882341.146,592351.154,302361.162,012371.169,722381.177,432391.185,142401.192,852411.200,562421.208,272431.215,982441.223,692451.231,402461.239,112471.246,822481.254,532491.262,24250
  en meer1.269,95]1
(1)
[1 '' Longueur en mètresMontant de l'indemnité VBS en euro
41 à 100 inclus113,45
101121,16
102128,87
103136,58
104144,29
105152,00
106159,71
107167,42
108175,13
109182,84
110190,55
111198,26
112205,97
113213,68
114221,39
115229,10
116236,81
117244,52
118252,23
119259,94
120267,65
121275,36
122283,07
123290,78
124298,49
125306,20
126313,91
127321,62
128329,33
129337,04
130344,75
131352,46
132360,17
133367,88
134375,59
135383,30
136391,01
137398,72
138406,43
139414,14
140421,85
141429,56
142437,27
143444,98
144452,69
145460,40
146468,11
147475,82
148483,53
149491,24
150498,95
151506,66
152514,37
153522,08
154529,79
155537,50
156545,21
157552,92
158560,63
159568,34
160576,05
161583,76
162591,47
163599,18
164606,89
165614,60
166622,31
167630,02
168637,73
169645,44
170653,15
171660,86
172668,57
173676,28
174683,99
175691,70
176699,41
177707,12
178714,83
179722,54
180730,25
181737,96
182745,67
183753,38
184761,09
185768,80
186776,51
187784,22
188791,93
189799,64
190807,35
191815,06
192822,77
193830,48
194838,19
195845,90
196853,61
197861,32
198869,03
199876,74
200884,45
201892,16
202899,87
203907,58
204915,29
205923,00
206930,71
207938,42
208946,13
209953,84
210961,55
211969,26
212976,97
213984,68
214992,39
2151 000,10
2161 007,81
2171 015,52
2181 023,23
2191 030,94
2201 038,65
2211 046,36
2221 054,07
2231 061,78
2241 069,49
2251 077,20
2261 084,91
2271 092,62
2281 100,33
2291 108,04
2301 115,75
2311 123,46
2321 131,17
2331 138,88
2341 146,59
2351 154,30
2361 162,01
2371 169,72
2381 177,43
2391 185,14
2401 192,85
2411 200,56
2421 208,27
2431 215,98
2441 223,69
2451 231,40
2461 239,11
2471 246,82
2481 254,53
2491 262,24
250
  et plus
1 269,95]1
(1)<DCFL 2023-03-31/06, art. 5, 008; En vigueur : 01-05-2023>
[1 '' Longueur en mètresMontant de l'indemnité VBS en euro41 à 100 inclus113,45101121,16102128,87103136,58104144,29105152,00106159,71107167,42108175,13109182,84110190,55111198,26112205,97113213,68114221,39115229,10116236,81117244,52118252,23119259,94120267,65121275,36122283,07123290,78124298,49125306,20126313,91127321,62128329,33129337,04130344,75131352,46132360,17133367,88134375,59135383,30136391,01137398,72138406,43139414,14140421,85141429,56142437,27143444,98144452,69145460,40146468,11147475,82148483,53149491,24150498,95151506,66152514,37153522,08154529,79155537,50156545,21157552,92158560,63159568,34160576,05161583,76162591,47163599,18164606,89165614,60166622,31167630,02168637,73169645,44170653,15171660,86172668,57173676,28174683,99175691,70176699,41177707,12178714,83179722,54180730,25181737,96182745,67183753,38184761,09185768,80186776,51187784,22188791,93189799,64190807,35191815,06192822,77193830,48194838,19195845,90196853,61197861,32198869,03199876,74200884,45201892,16202899,87203907,58204915,29205923,00206930,71207938,42208946,13209953,84210961,55211969,26212976,97213984,68214992,392151 000,102161 007,812171 015,522181 023,232191 030,942201 038,652211 046,362221 054,072231 061,782241 069,492251 077,202261 084,912271 092,622281 100,332291 108,042301 115,752311 123,462321 131,172331 138,882341 146,592351 154,302361 162,012371 169,722381 177,432391 185,142401 192,852411 200,562421 208,272431 215,982441 223,692451 231,402461 239,112471 246,822481 254,532491 262,24250
  et plus1 269,95]1
(1)
  [2 De VBS-vergoeding wordt jaarlijks op 1 augustus automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex in functie van het indexcijfer van de maand mei van het hetzelfde jaar ten opzichte van het indexcijfer van de maand van bekendmaking van het betrokken tarief. Het verkregen resultaat wordt afgerond tot de hogere euro.]2
   § 6. De VBS-vergoeding is betaalbaar op de rekening, geopend op naam van Loodswezen Locatie Antwerpen.]1
  
  [2 L'indemnité VBS est automatiquement indexée le 1er août de chaque année selon l'indice belge des prix à la consommation en fonction de l'indice du mois de mai de la même année par rapport à l'indice du mois de publication du tarif en question. Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur.]2
   § 6. L'indemnité VBS est payable au compte ouvert au nom du " Loodswezen Locatie Antwerpen.]1
  
Art. 38. De VBS-retributie, vermeld in artikel 37, is hoofdelijk verschuldigd door de gezagvoerder, de scheepseigenaar, de exploitant en eventueel door de door hen tot handelen gemachtigde persoon of personen.
Art. 38. La redevance VBS, visée à l'article 37, est solidairement due par le commandant, le propriétaire du navire, l'exploitant et le cas échéant par la ou les personne(s) habilitée(s) à agir pour leur compte.
Art. 39. § 1. De VBS-retributie moet binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn of, als dat door de bevoegde instantie om bijzondere redenen wordt geëist, voor het eerstvolgende vertrek van het vaartuig naar zee of naar het buitenland worden betaald bij de door de Vlaamse Regering aangewezen ontvangers, tenzij een door de bevoegde ontvanger voldoende geachte zekerheid is gesteld.
  § 2. Indien het vaartuig toch is afgevaren zonder dat tijdig voldaan werd aan de in dit artikel bepaalde verplichtingen tot betaling of tot zekerheidstelling, kunnen de nodige gerechtelijke stappen worden gezet ten aanzien van elk zusterschip van het betrokken vaartuig waarop de bedoelde vordering betrekking heeft.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder zusterschip verstaan, elk vaartuig waarvan de betrokken instantie weet of althans redelijkerwijze kan vermoeden dat de eigenaar of eigenaars, of de bevrachter, dezelfde of voor een overwegend gedeelte dezelfde zijn als die van het vaartuig waarop de vordering van de bevoegde instantie betrekking heeft.
Art. 39. § 1er. La redevance VBS doit être payée auprès des receveurs désignés par le Gouvernement flamand, dans le délai fixé par ce dernier ou, lorsqu' l'instance compétente le requiert pour des raisons particulières, avant le départ suivant du navire en mer ou à l'étranger, à moins qu'une sûreté jugée suffisante par le receveur compétent n'ait été établie.
  § 2. En cas de départ du navire sans que les obligations de paiement ou de sûretés pureté visées dans le présent article n'aient été respectées en temps utile, des démarches judiciaires peuvent être entamées à l'égard de tout navire-soeur de celui auquel se rapporte la créance en question.
  Pour l'application du présent paragraphe, il convient d'entendre par navire-soeur, tout navire dont l'instance compétente sait ou du moins peut raisonnablement présumer que le propriétaire ou les propriétaires, ou l'affréteur, sont les mêmes ou en grande partie les mêmes que ceux du navire auquel se rapporte la créance de l'instance compétente.
Art. 40. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt welke retributie verschuldigd is door een scheepvaart- of havengebonden dienst om gekoppeld te worden aan het centraal beheersysteem of door voornoemde instanties of door derden om van de bevoegde instantie gegevens of andere diensten te ontvangen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem.
  De Vlaamse Regering bepaalt desbetreffend de voorwaarden en modaliteiten.
  § 2. Het openbaar gezag en openbare diensten en openbare instanties zijn noch voor de koppeling aan het centraal beheersysteem, noch voor het ontvangen van gegevens of andere diensten met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem, enige vergoeding verschuldigd.
Art. 40. § 1er. Le Gouvernement flamand fixe la redevance due par un service lié à la navigation ou au port afin d'être connecté au système central de gestion ou par les instances précitées ou par des tiers pour recevoir de la part de l'instance compétente des données ou autres services concernant le système d'assistance au trafic.
  Le Gouvernement flamand détermine les conditions et les modalités en la matière.
  § 2. L'autorité publique et les services publics et instances publiques ne sont redevables d'aucune indemnité ni pour la connexion au système central de gestion, ni pour la réception de données ou d'autres services relatifs au système d'assistance au trafic.
Art. 41. Voor elke vordering betreffende de krachtens deze afdeling verschuldigde bedragen, voor de retributies voor de koppeling aan het centraal beheersysteem of om van de bevoegde instantie of van andere diensten of instanties gegevens te ontvangen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem zijn de regels van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.
Art. 41. Toute créance relative aux montants dus en vertu de la présente section, la redevance pour la connexion avec le système de central de gestion ou la réception de la part de l'instance compétente ou d'autres services ou instances des données relatives au système d'assistance au trafic, relèvent des règles du Code judiciaire.
HOOFDSTUK IV. - MRCC en het optreden bij scheepvaartincidenten.
CHAPITRE IV. - MRCC et l'intervention en cas d'incidents de navigation.
Art. 42. Het MRCC ondersteunt en coördineert de opsporings- en reddingsacties in het door de Vlaamse Regering aangewezen opsporings- en reddingsgebied, dat door haar nader kan worden omschreven, afgebakend en ingedeeld, en waarbinnen ze de taken van het MRCC nader kan omschrijven.
Art. 42. Le MRCC soutient et coordonne les actions de recherche et de sauvetage dans la zone de recherche et de sauvetage désignée par le Gouvernement flamand, qu'elle peut mieux définir, délimiter et répartir, et dans laquelle elle peut expliciter les missions du MRCC.
Art. 43. [1 § 1.]1 De gezagvoerder die vaart binnen het opsporings- en reddingsgebied moet aan het MRCC, dat als permanent meldpunt fungeert, onmiddellijk melding maken van :
  1° iedere drenkeling en personen in nood op zee;
  2° ieder ongeval dat gevolgen heeft voor de veiligheid van het vaartuig of zijn bemanning;
  3° ieder ongeval dat gevolgen heeft voor de veiligheid van de scheepvaart;
  4° iedere situatie die tot verontreiniging van de wateren en de kust kan leiden;
  5° elke in zee drijvende substantie of elk in zee drijvend voorwerp dat daar niet hoort.
  § 2. De Vlaamse Regering kan de omstandigheden, vermeld in § 1, nader omschrijven.
  
Art. 43. § 1er. Le commandant qui navigue dans la zone de recherche et de sauvetage doit immédiatement signaler au MRCC, qui tient lieu de point de contact permanent :
  1° tout noyé et toute personne en détresse en mer;
  2° tout accident ayant des répercussions pour la sécurité du navire ou de son équipage;
  3° tout accident ayant des conséquences pour la sécurité de la navigation;
  4° toute situation susceptible d'aboutir à une pollution des eaux et de la côte;
  5° toute substance ou tout objet flottant en mer qui n'y est pas à sa place.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut préciser les circonstances visées au § 1er.
  
Art. 43bis. [1 Bij een ongeval of incident verlenen de exploitant, de gezagvoerder van een vaartuig en de eigenaar van gevaarlijke en verontreinigende stoffen aan boord, aan het MRCC hun volle medewerking, om de gevolgen van een incident of ongeval tot het minimum te beperken.
   De Vlaamse Regering bepaalt welke informatie in geval van een incident of ongeval, aan het MRCC moet worden verstrekt en de wijze waarop deze gegevens aan het MRCC moeten worden verstrekt.]1

  
Art. 43bis. [1 Lors d'un accident ou d'un incident, l'exploitant, le commandant d'un navire et le propriétaire de substances dangereuses et polluantes à bord, apportent leur pleine collaboration au MRCC, afin de réduire les conséquences d'un incident ou accident à un minimum.
   Le Gouvernement flamand détermine quelles informations doivent être fournies au MRCC en cas d'un indicent ou accident, et la façon dont ces données doivent être fournies au MRCC.]1

  
Art. 44. Het MRCC geleidt de informatie over risicovaartuigen waarover het beschikt door aan de kuststations van de andere lidstaten van de [1 Europese Unie]1 die liggen aan de door het vaartuig te volgen route en aan de door de Vlaamse Regering aangewezen diensten.
  De Vlaamse Regering kan het begrip risicovaartuig omschrijven.
  
Art. 44. Le MRCC transmet les informations sur les navires à risque dont il dispose aux stations côtières des autres Etats membres de l'Union européenne qui se situés le long de la route à suivre par le navire ainsi qu'aux services désignés par le Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand peut préciser la notion de navire à risque.
  
Art. 45. Naar aanleiding van ongevallen of risico-omstandigheden kan het MRCC alle passende maatregelen nemen, [1 waaronder het toewijzen van een toevluchtsoord,]1 om de vlotheid en de veiligheid van het verkeer, de bescherming van de vaarweginfrastructuur, een veilige vaart en de veiligheid van personen te verzekeren en het mariene en kustmilieu en de vaarweg en zijn aanhorigheden te beschermen, voorzover deze betrekking hebben op het gebruik en de bescherming van de vaarweg, uitlopend naar de kustlijn, het strand en de duinen, en/of erop gericht zijn het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.
  De Vlaamse Regering kan de ongevallen en risico-omstandigheden en de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn tot het nemen van de maatregelen.
  [1 Bij de beoordeling voor de toewijzing van een toevluchtsoord houdt het MRCC rekening met de richtsnoeren, vermeld in de Toevluchtsoordenresolutie. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beoordeling voor het aanwijzen van een toevluchtsoord. De beslissing voor de toewijzing van een toevluchtsoord van het MRCC en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden geldt onverminderd het gezag en de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder. Alleen de gezagvoerder is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.]1
  
Art. 45. Suite à des accidents ou des circonstances de risque, le MRCC peut prendre toutes les mesures adéquates [1 entre autres l'attribution d'un lieu de refuge,]1 pour garantir la fluidité et la sécurité du trafic, la protection de l'infrastructure des voies d'eau, la sûreté du voyage et la sécurité de personnes et la protection du milieu marin et côtier ainsi que de la voie d'eau et ses dépendances, pour autant qu'elles se rapportent à l'utilisation et à la protection de la voie d'eau, s'étalant vers le littoral, la plage et les dunes, et/ou visant à accompagner la navigation de la manière la plus efficace.
  Le Gouvernement flamand peut préciser les accidents et circonstances de risque et les mesures, visés au premier alinéa.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les catégories de personnes qui sont compétentes à prendre des mesures.
  [1 Lors de l'évaluation pour l'attribution d'un lieu de refuge, le MRCC tient compte des directives, visées à la Résolution relative aux Lieux de refuge. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à l'évaluation pour l'attribution d'un lieu de refuge. La décision pour l'attribution d'un lieu de refuge du MRCC et pour les conditions éventuellement y attachées est d'application sans préjudice de l'autorité et des responsabilités du commandant. Seul le capitaine a la direction du navire et des manoeuvres.]1
  
Art. 46. [1 Bij de afkondiging van het plan of de plannen, vermeld in artikel 26 van het samenwerkingsakkoord Kustwacht, op basis van de in dit plan opgenomen objectieve criteria, neemt de instantie, vermeld in artikel 26, § 1, van voormeld samenwerkingsakkoord, onafhankelijk en autonoom de maatregelen, vermeld in artikel 45, ten aanzien van schepen die bijstand behoeven en wijst aan de schepen, die voldoen aan de in het plan of de plannen opgelegde voorwaarden, het toevluchtsoord aan overeenkomstig het bepaalde in artikel 45. In voorkomend geval kan deze instantie daaraan voorwaarden koppelen.
   De bevoegde instantie, vermeld in artikel 26, § 1, van voormeld samenwerkingsakkoord, wordt bijgestaan door de bevoegde diensten van het Vlaamse Gewest, die aangeduid zijn op grond van artikel 7, § 1, 2°, van voormeld samenwerkingsakkoord.
   Het MRCC deelt de maatregelen, waaronder de beslissing over het aanwijzen van een toevluchtsoord en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden aan het vaartuig mee.
   De maatregelen, waaronder de beslissing over de toewijzing van een toevluchtsoord en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden, en de mededeling daarvan aan het vaartuig, gelden met het behoud van de toepassing van het gezag en de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder. Alleen die laatste is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.]1

  
Art. 46. [1 Lors de la promulgation du plan ou des plans, visé(s) à l'article 26 de l'accord de coopération relatif à Garde côtière, sur les base des critères objectifs repris audit plan, l'instance, visée à l'article 26, § 1er, de l'accord de coopération précité, prend les mesures de façon indépendante et autonome, visées à l'article 45, vis-à-vis des navires ayant besoins d'assistance, et attribue un lieu de refuge aux navires qui répondent aux conditions imposées au(x) plan(s), conformément aux dispositions de l'article 45. Le cas échéant, cette instance peut subordonner cette attribution à des conditions.
   L'instance compétente, visée à l'article 26, § 1er, de l'accord de coopération précité, est assistée par les services compétents de la Région flamande, qui sont désignés en vertu de l'article 7, § 1er, 2° de l'accord de coopération précité.
   Le MRCC communique les mesures, entre autres la décision sur la désignation d'un lieu de refuge ainsi que les conditions éventuellement y attachées, au navire.
   Les mesures, entre autres la décision sur l'attribution d'un lieu de refuge et les conditions éventuellement y attachées, ainsi que la communication au navire, sont d'application sans préjudice de l'application de l'autorité et des responsabilités du commandant. Seul ce dernier a la direction du navire et des manoeuvres.]1

  
Art. 47. Indien nodig zendt het MRCC in de betrokken gebieden een nood-, spoed- en veiligheidsbericht uit over de in artikel 43 vermelde ongevallen of feiten en over de aanwezigheid van schepen die een bedreiging vormen voor de veiligheid op zee, de veiligheid van personen en voor het milieu.
  Als het MRCC beschikt over dergelijke informatie stelt het die informatie zo spoedig mogelijk ter beschikking van de bevoegde instanties van andere lidstaten van de [1 Europese Unie]1 die daar uit veiligheidsoverwegingen om verzoeken.
  Als het MRCC in kennis wordt gesteld van feiten die een risico of een verhoogd risico vormen voor zee- en kustgebieden van een andere lidstaat van de [1 Europese Unie]1, neemt het passende maatregelen om iedere betrokken lidstaat hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en hem te raadplegen over de te ondernemen acties.
  
Art. 47. Si nécessaire, le MRCC diffuse dans les zones concernées un avis d'alarme, de détresse et de sécurité concernant les accidents ou faits visés à l'article 43 ainsi que sur la présence de navires qui constituent une menace pour la sécurité en mer, la sécurité de personnes et pour l'environnement.
  Lorsque le MRCC dispose de telles informations, celles-ci sont mises le plus vite possible à la disposition des instances compétentes d'autres Etats membres de l'Union européenne qui en font la demande par mesure de sécurité.
  Lorsque le MRCC prend connaissance de faits qui constituent un risque ou un risque majoré pour les zones maritimes et côtières d'un autre Etat membre de l'Union européenne, il prend les mesures adéquates pour en informer le plus vite possible chaque Etat membre concerné et consulter ce dernier sur les actions à entreprendre.
  
Art. 48. Ter uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde opdrachten kan het hoofd van het MRCC of zijn gemachtigde overgaan tot opvorderingen in de gevallen, op de wijze, voor de maximale duurtijd en overeenkomstig de vergoedingsregelen die worden bepaald door de Vlaamse Regering.
Art. 48. En exécution des missions définies dans le présent chapitre, le responsable du MRCC ou son mandataire, peut procéder à des réquisitions dans les cas, selon les modalités, pour la durée maximale et conformément aux règles d'indemnisation définis par le Gouvernement flamand.
Art. 49. Het MRCC werkt mee aan de opstelling en de tenuitvoerlegging van rampenplannen en interventieplannen voor de zeegebieden.
Art. 49. Le MRCC collabore à la rédaction et à la mise en oeuvre de plans catastrophe et de plans d'intervention pour les zones maritimes.
Art. 50. Het MRCC zorgt ervoor dat elke verrichte doorgeleiding van informatie, op grond van artikel 44 en de ter uitvoering ervan vastgestelde regelen, alsmede de getroffen maatregelen, op grond van artikel 45 [1 en artikel 46,]1 en de ter uitvoering ervan vastgestelde regelen, worden meegedeeld aan de vlaggenstaat van het vaartuig en aan elke andere betrokken staat.
  
Art. 50. Le MRCC veille à ce que toute transmission d'information, sur la base de l'article 44 et des règles fixées en exécution de celui-ci, ainsi que les mesures adoptées, en vertu de l'article 45 [1 et l'article 46,]1 et des règles fixées en exécution de celui-ci, soit communiquée à l'Etat pavillon du navire et à tout autre Etat concerné.
  
Art. 51. § 1. Overeenkomstig nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen houdt het MRCC over het verloop van reddingsacties en het optreden bij ongevallen en in het bijzonder noodoproepen en de communicatie met de gezagvoerders gedurende [1 een bepaalde tijd gegevens bij]1, en stelt die, in het bijzonder ten behoeve van strafrechtelijk of gerechtelijk bevolen deskundigenonderzoek over ongevallen, ter beschikking van bevoegde overheden en personen.
  § 2. Informatie en gegevens kunnen ter beschikking gesteld worden aan de personeelsleden van het MRCC ter lering en verbetering van het systeem en de kwalificatie van het personeel, met inbegrip van de nautische verkeersleiders.
  
Art. 51. § 1er. Conformément aux règles définies par le Gouvernement flamand, le MRCC conserve les données relatives au déroulement d'actions de sauvetage et à l'intervention en cas d'accidents et en particulier des appels au secours et la communication avec les commandants, pendant une période déterminée et les met à la disposition d'autorités et de personnes compétentes, notamment au besoin d'une expertise judiciaire ou ordonnée par décision judiciaire.
  § 2. Des informations et données peuvent être mises à la disposition des membres du personnel du MRCC à des fins d'apprentissage et d'amélioration du système et de la qualification du personnel, en ce compris les aiguilleurs nautiques.
  
Art. 52. De Vlaamse Regering kan het MRCC aanwijzen als Maritieme Assistentiedienst en daaromtrent nadere regelen vaststellen.
Art. 52. Le Gouvernement flamand peut désigner le MRCC comme Service d'assistance maritime et fixer d'autres règles en la matière.
HOOFDSTUK V. - Sancties.
CHAPITRE V. - Sanctions.
Art. 53. § 1. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van 250 tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen, worden de volgende personen bestraft :
  1° eenieder die opzettelijk en al dan niet met het oog op het plegen van een ander misdrijf nalaat tijdig een door of krachtens dit decreet voorgeschreven melding aan het verkeersbegeleidingssysteem of het MRCC te doen, of een foutieve of onvolledige melding doet;
  2° eenieder die, daartoe verplicht zijnde, nalaat op de voorgeschreven wijze deel te nemen aan het verkeersbegeleidingssysteem :
  3° eenieder die de bevoegde instantie of zijn personeelsleden verhindert of probeert te verhinderen de aan hen opgedragen taak te vervullen :
  4° eenieder die aan het MRCC een vals noodbericht zendt of op een andere wijze zonder grond de bijstand of interventie van de bevoegde instantie inroept of veroorzaakt;
  5° eenieder die het door of krachtens dit decreet geregelde gegevens- en berichtenverkeer verstoort of bemoeilijkt, [1 met inbegrip van door onnodig]1, kennelijk onzorgvuldig, nalatig of onprofessioneel gebruik van communicatiemiddelen of -verbindingen;
  6° eenieder die door de beheerder van het centraal beheersysteem verwerkte of ter beschikking gestelde of andere in het centraal beheersysteem opgenomen of ervoor bestemde gegevens voor commerciële doeleinden verspreidt of anderszins doorgeeft, zonder uitdrukkelijke en voorafgaande instemming van de beheerder van het centraal beheersysteem, of met miskenning van de met die beheerder overeengekomen voorwaarden;
  7° eenieder die de door de bevoegde instantie gebruikte apparatuur vernietigt of beschadigt, dan wel de normale werking ervan op enigerlei wijze verstoort of belet;
  8° eenieder die de berichten in de nautische publicaties overtreedt;
  9° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een vaartuig waarvan het automatische identificatiesysteem aan de bevoegde instantie geen, onvolledige of onjuiste gegevens verschaft ten gevolge waarvan het begeleiden van de scheepvaart in het gedrang wordt of kan worden gebracht;
  10° eenieder die ingaat tegen een door of krachtens artikel 45 [1 door het MRCC]1 genomen maatregel;
  11° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een beschadigd, defect of abnormale scheepvaart- of milieurisico's vertonend vaartuig die naar een toevluchtsoord vaart zonder de in [1 artikel 45]1 vermelde toestemming van het MRCC of die de terzake door het MRCC opgelegde voorwaarden overtreedt.
  [1 12° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een beschadigd, defect, of abnormale scheepvaart- of milieurisico's vertonend vaartuig dat naar een toevluchtsoord vaart zonder de overeenkomstig artikel 46 via het MRCC meegedeelde toestemming of die de ter zake via het MRCC meegedeelde voorwaarden overtreedt;
   13° eenieder die handelt zonder de toestemming, vermeld in artikel 6bis, of die de voorwaarden, opgelegd door of krachtens artikel 6bis, niet naleeft.]1

  § 2. De rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de veroordeling tot het betalen van een geldboete, schadevergoeding en geldstraf van welke aard ook die wegens inbreuken, gepleegd op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, werd uitgesproken tegen hun bestuurder, vertegenwoordiger, lasthebber of aangestelde. Artikel 46, §§ 1 tot 3, van de Zeewet zijn van toepassing.
  
Art. 53. § 1er. Sont punies d'une peine d'emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de 250 à 2.500 euros, ou de l'une de ces peines seulement, les personnes suivantes :
  1° toute personne qui intentionnellement et en vue ou non de commettre une autre infraction, omet de faire en temps utile la notification prescrite par ou en vertu du présent décret au système d'assistance au trafic ou au MRCC, ou fait une notification erronée ou incomplète;
  2° toute personne qui, tout en y étant obligée, omet de participer selon les modalités prescrites au système d'assistance au trafic :
  3° toute personne qui empêche ou essaie d'empêcher l'instance compétente ou ses membres du personnel d'accomplir la tâche qui leur incombe :
  4° toute personne qui envoie au MRCC un faux avis de secours ou invoque ou provoque d'une autre façon non fondée l'assistance ou l'intervention de l'instance compétente;
  5° toute personne qui perturbe ou entrave l'échange de données et d'avis réglé par ou en vertu du présent décret, en compris par l'utilisation inutile, manifestement négligente, imprudente ou peu professionnelle de moyens et liaisons de communication;
   6° toute personne qui diffuse ou transmet d'une autre façon à des fins commerciales des données traitées par le gestionnaire du système central de gestion ou mises à sa disposition ou d'autres données reprises dans le système central de gestion ou destinées à celui-ci, sans l'autorisation expresse et préalable du gestionnaire du système central de gestion ou en ne respectant pas les conditions convenues avec le gestionnaire;
  7° toute personne qui détruit ou endommage des appareils utilisés par l'instance compétente, ou en perturbe ou empêche le fonctionnement normal;
  8° toute personne qui agit contrairement aux avis parus dans les publications nautiques :
  9° le propriétaire, l'exploitant et le commandant d'un navire dont le système d'identification automatique ne fournit pas à l'instance compétente des données, voire des données incomplètes ou inexactes, mettant ainsi en péril ou susceptible de mettre en péril l'assistance à la navigation;
  10° toute personne qui va à l'encontre d'une mesure adoptée [1 par le MRCC]1 par ou en vertu de l'article 45;
  11° le propriétaire, l'exploitant et le commandant d'un navire endommagé, défectueux ou présentant des risques de navigation et d'environnement anormaux qui se dirige vers un lieu de refuge sans l'autorisation du MRCC visée à [1 l'article 45]1 ou qui viole les conditions imposées en la matière par le MRCC;
  [1 12° le propriétaire, l'exploitant et le capitaine d'un navire endommagé, défectueux ou d'un navire démontrant de risques de navigation ou de risques environnementaux anormaux,qui navigue vers un lieu de refuge sans l'autorisation communiquée par le biais du MRCC conformément à l'article 46, ou qui ne respecte pas les conditions communiquées en la matière par le biais du MRCC;
   13° toute personne qui agit sans l'autorisation, visée à l'article 6bis, ou qui ne respecte pas les conditions, imposées par ou en vertu de l'article 6bis.]1

  § 2. Les personnes morales sont civilement responsables de la condamnation au paiement d'une amende, de dommages et intérêts et d'une sanction financière de quelque nature que ce soit qui a été prononcé contre leur administrateur, représentant, mandataire ou préposé du chef d'infractions commises par rapport au présent décret et ses arrêtés d'exécution. L'article 46, §§ 1er à 3, de la Loi maritime sont d'application.
  
Art. 54. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de volgende personen belast met de opsporing en de vaststelling van de misdrijven, vermeld in artikel 53 :
  1° het hoofd en de andere door de minister aangewezen categorieën van personeelsleden of individueel daartoe aangestelde personeelsleden van de bevoegde instantie;
  2° de houders van het loodsbrevet en de gezagvoerders van de loodsboten of van de schepen van de DAB Vloot als zij in actieve dienst zijn.
  De Vlaamse Regering kan de kentekens van de functie van de personeelsleden, vermeld in 1°, alsook de vorm van hun legitimatiebewijs regelen.
  § 2. De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, stellen de inbreuken vast in een proces-verbaal dat bewijswaarde heeft tot bewijs van het tegendeel.
  Binnen een maand na de vaststelling van de inbreuk wordt aan de overtreder een afschrift van het proces-verbaal gezonden met een aangetekende brief met ontvangstbewijs; bij verzending na het verstrijken van deze termijn geldt het proces-verbaal nog enkel als inlichting.
  Als de overtreder zich bevindt op een vaartuig dat het VBS-gebied al verlaten heeft, dan wordt het proces-verbaal toegezonden aan de eigenaar van dat vaartuig of aan de eerstvolgende haven, als die bekend is en binnen de Europese Gemeenschappen ligt.
  § 3. Met naleving van de bepalingen van artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en voorzover de plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, in de uitoefening van hun functie op elk moment een vaartuig, alsook alle publieke en private plaatsen, gebouwen en vervoermiddelen waar zij nuttige vaststellingen of verrichtingen zouden kunnen doen, betreden, onderzoeken en verzegelen.
  De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, kunnen zich alle nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken, inzage nemen van alle documenten, stukken, titels en alle andere informatiedragers, er een afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs voor een beperkte tijd meenemen. Ze kunnen de, identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen. Ze kunnen de medewerking vorderen van elke gezagvoerder en van elke andere persoon die een vaartuig onder zijn hoede heeft.
  [2 [3 Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vierde tot en met het twaalfde lid.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
   De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
   Als de betrokkene in het geval, vermeld in het derde lid, tijdens de periode, vermeld in het vierde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het derde lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het tiende lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.]3
]2

  [3 De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
   Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
   Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het derde lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.]3

  § 4. De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, kunnen vorderen dat een vaartuig voor onderzoek wordt stilgehouden, dat het daartoe naar een bepaalde plaats wordt overgebracht of dat het daartoe wordt geladen of gelost. Zij kunnen de bijstand vorderen van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole en van de politionele diensten.
  Buiten de strafprocedures, geregeld door het Wetboek van strafvordering, het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement van gerechtskosten inzake strafzaken of artikel 14 van deze wet kunnen, in geval van ongeval of bedreiging voor de veiligheid, meer bepaald in geval van afwezigheid, weigering, verzet of gebrek aan medewerking bij de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen, opgelegd door de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, die gedwongen uitgevoerd worden. De nodige handelingen ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd op risico en kosten van de overtreder, de eigenaar of degene die het vaartuig onder zijn hoede heeft.
  Het vaartuig kan geheel of gedeeltelijk op risico en kosten van voornoemde personen worden stilgehouden zolang de gemaakte [1 kosten niet]1 werden betaald of zolang geen som in consignatie werd gegeven of een bankwaarborg werd verstrekt door een in België gevestigde bank of kredietinstelling die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten met inbegrip van de bewaringskosten. [1 De som, die in consignatie werd gegeven, wordt]1, na aftrek van alle hierboven vermelde kosten, in voorkomend geval vermeerderd met de gerechtskosten, teruggegeven.
  § 5. Opsporings- en vervolgingshandelingen moeten tot zo weinig mogelijk vertraging voor het betrokken vaartuig leiden.
  
Art. 54. § 1er. Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les personnes suivantes sont chargées de la détection et de la constatation des infractions visées à l'article 53 :
  1° le responsable et les autres catégories de personnel désignés par le ministre ou des membres du personnel individuels de l'instance compétente désignés à cette fin;
  2° les titulaires du brevet de pilote et les commandants des bateaux de pilotage ou des bateaux de la Flotte DAB lorsqu'ils sont en service actif.
  Le Gouvernement flamand peut régler les signes distinctifs de la fonction des agents visés au 1°, ainsi que la forme de leur pièce de légitimation.
  § 2. Les membres du personnel de l'instance compétente, visés au § 1er, constatent les infractions dans un procès-verbal qui sert de pièce probante jusqu'à preuve du contraire.
  Dans le mois suivant le constat de l'infraction, une copie du procès-verbal est envoyée au contrevenant par lettre recommandée contre récépissé; en cas d'envoi après l'expiration de ce délai, le procès-verbal tient uniquement lieu d'information.
  Lorsque le contrevenant se trouve à bord d'un navire qui a déjà quitté le secteur VBS, le procès-verbal est envoyé au propriétaire de ce navire ou au port suivant, si celui-ci est connu et se situe au sein de l'Union européenne.
  § 3. Moyennant respect des dispositions de l'article 8 de la convention pour la protection des droits de l'homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et pour autant que les lieux ne puissent pas être assimilés à une habitation au sens de l'article 15 de la Constitution, les membres du personnel de l'instance compétente, visés au § 1er, peuvent dans l'exercice de leur fonction entrer dans, inspecter et sceller à tout moment un navire, ainsi que tous les lieux publics et privés, immeubles et moyens de transport où ils pourraient faire des constats ou poser des actes utiles.
  Les membres du personnel de l'instance compétente, visés au § ler, peuvent se faire fournir tous les renseignements et documents nécessaires, prendre connaissance de tous les documents, pièces, titres et tout autre support d'information, en prendre une copie ou les emporter pour une période limitée contre accusé de réception. Ils peuvent contrôler l'identité de personnes, les entendre et procéder à tous les constats utiles. Ils peuvent requérir la collaboration de tout commandant et de toute autre personne ayant un navire sous sa garde.
  [1 [2 En application de l'article 23, paragraphe 1, e) et h), du règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), les membres du personnel de l'instance compétente visés au paragraphe 1er peuvent décider de ne pas appliquer les obligations et droits énoncés aux articles 12 à 22 dudit règlement au traitement des données à caractère personnel dans le cadre d'une enquête qui concerne une personne physique déterminée, si les conditions énoncées aux alinéas 4 à 12 sont remplies.
   La possibilité de dérogation visée à l'alinéa 3 ne s'applique que pendant la période au cours de laquelle l'intéressé fait l'objet d'un contrôle, d'une enquête ou des activités préparatoires y afférentes, dans le cadre des missions décrétales et réglementaires des membres du personnel de l'instance compétente visés au paragraphe 1er, à condition qu'il soit ou puisse être nécessaire pour le bon déroulement de l'enquête que les obligations et droits visés aux articles 12 à 22 dudit règlement ne soient pas appliqués. La durée des activités préparatoires ne peut, le cas échéant, dépasser un an à compter de la date de réception d'une demande d'exercice d'un des droits visés aux articles 12 à 22 dudit règlement.
   Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 3 ne seront pas conservées plus longtemps que les finalités pour lesquelles elles sont traitées le requièrent.
   La possibilité de dérogation visée à l'alinéa 3 ne s'applique pas aux données qui ne sont pas liées à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la restriction des droits, visés à l'alinéa 1er.
   Si, dans le cas visé à l'alinéa 3, l'intéressé soumet une demande sur la base des articles 12 à 22 dudit règlement au cours de la période visée à l'alinéa 4, le fonctionnaire à la protection des données compétent en accuse réception.
   Le fonctionnaire à la protection des données compétent informe l'intéressé par écrit de tout refus ou restriction des droits, visés à l'alinéa 3, dans les meilleurs délais et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter du jour suivant celui de la réception de la demande. Il n'est pas nécessaire de fournir des informations complémentaires sur les motifs détaillés d'un tel refus ou d'une telle restriction lorsque cela porterait atteinte aux missions décrétales et réglementaires des membres du personnel de l'instance compétente visés au paragraphe 1er, sans préjudice de l'application de l'alinéa 10. Si nécessaire, le délai précité peut être prolongé de deux mois, compte tenu du nombre de demandes et de leur complexité. Le responsable du traitement informe l'intéressé de cette prolongation et des raisons du report dans un délai d'un mois à compter du jour suivant celui où il a reçu la demande.]2
]1

  [2 Le fonctionnaire à la protection des données compétent informe également l'intéressé sur la possibilité d'introduire une demande auprès de la commission de contrôle flamande pour le traitement des données à caractère personnel conformément à l'article 10/5 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, et de former un recours en justice.
   Le fonctionnaire à la protection des données compétent consigne les motifs factuels ou juridiques sur lesquels la décision est fondée. Il tient ces informations à la disposition de la commission de contrôle flamande précitée.
   Une fois l'enquête terminée, les droits énoncés aux articles 13 à 22 du règlement précité sont, le cas échéant, appliqués à nouveau conformément à l'article 12 du règlement précité.
   Si un dossier contenant des données à caractère personnel visées à l'alinéa 3 a été transmis au Ministère public et peut conduire à des activités sous la direction du Ministère public ou d'un juge d'instruction, et qu'il existe une incertitude quant au secret de l'enquête sous la direction du Ministère public ou d'un juge d'instruction, le fonctionnaire à la protection des données compétent ne peut répondre à la demande de l'intéressé conformément aux articles 12 à 22 du règlement précité qu'après que le Ministère public ou, le cas échéant, le juge d'instruction, a confirmé qu'une réponse ne compromet pas ou n'est pas susceptible de compromettre l'enquête.]2

  § 4. Les membres du personnel de l'instance compétente, visés au § 1er, peuvent réclamer qu'un navire soit arrêté en vue d'une enquête, qu'il soit transféré à cette fin vers un endroit bien déterminé ou qu'il soit chargé ou déchargé. Ils peuvent requérir l'assistance des fonctionnaires du contrôle de la navigation et des services de police.
  En dehors de procédures pénales, régies par le Code d'instruction criminelle, de l'arrêté royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive ou de l'article 14 de la présente loi, on peut, en cas d'accident ou de menace pour la sécurité, plus particulièrement en cas d'absence, de refus, d'opposition ou de manque de collaboration à l'exécution des mesures de sécurité imposées par les membres du personnel de l'instance compétente, visés au § 1er, ces mesures peuvent faire l'objet d'une exécution forcée. Les actions nécessaires en vue de l'exécution des mesures de sécurité seront entreprises aux risques et frais du contrevenant, du propriétaire ou de la personne ayant le navire sous sa garde.
  Le navire peut être arrêté totalement ou partiellement aux risques et frais des personnes précitées aussi longtemps que les frais exposés n'ont pas été payés ou qu'aucune somme n'a été donnée en consignation ou qu'aucune garantie bancaire n'a été fournie par une banque ou institution de crédit établie en Belgique, suffisante pour couvrir tous les frais exposés en ce compris les frais de conservation. La somme qui a été donnée en consignation sera restituée après déduction de tous les frais précités, le cas échéant majorés des frais judiciaires.
  § 5. Les actions de recherche et de poursuite doivent donner lieu à un minimum de retard pour le navire en question.
  
Art. 55. De bevoegde instantie stelt, via de geëigende weg, de vlaggenstaat en elke andere betrokken staat onverwijld op de hoogte van de op grond van artikel 53 uitgesproken veroordeling wegens de door de Vlaamse Regering aangewezen inbreuken.
Art. 55. L'instance compétente informe sans délai, par les canaux appropriés, l'Etat pavillon et tout autre Etat impliqué, de la condamnation prononcée en vertu de l'article 53 du chef des infractions indiquées par le Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK VI. - Aansprakelijkheid.
CHAPITRE VI. - Responsabilité.
Art. 56. § 1. [1 Het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie, de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46, en het MRCC kunnen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aansprakelijk worden gesteld voor schade die een vaartuig zou lijden of veroorzaken, wanneer die schade te wijten is aan een fout van het verkeersbegeleidingssysteem zelf, de bevoegde instantie zelf, de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46, zelf of van het MRCC zelf of van een personeelslid dat handelt in uitvoering van zijn functie, ongeacht of die fout in een handeling, beslissing dan wel in een verzuim bestaat.]1
  § 2. Het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie [1 , de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46,]1 en het MRCC kunnen evenmin rechtstreeks of onrechtstreeks aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan een defect aan of een gebrek in de apparaten die dienen om berichten aan vaartuigen te richten of die waaruit de informatie wordt gehaald waarop de berichten worden gebaseerd of die waarvan de personeelsleden op enigerlei wijze gebruik maken bij het uitoefenen van hun functie, en die toebehoren aan of gebruikt worden door het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie [1 , de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46,]1 of het MRCC.
  § 3. Het vaartuig is aansprakelijk voor de schade bedoeld in de vorige paragrafen.
  
Art. 56. § 1er. [1 Le système d'assistance au trafic, l'instance compétente, l'instance compétente visée à l'article 46 et le MRCC ne peuvent être tenus ni directement ni indirectement responsables de tout dommage que subirait ou provoquerait un navire, lorsque ces dommages sont dus à une erreur du système d'assistance au trafic proprement dit, de l'instance compétente elle-même, de l'instance compétent visée à l'article 46 ou du MRCC ou d'un membre du personnel qui agit en exécution de sa fonction, indépendamment de la question de savoir si cette erreur consiste en une action, une décision voire une omission.]1
  § 2. Le système d'assistance au trafic, l'instance compétente [1 , l'instance compétente visée à l'article 46,]1 et le MRCC ne peuvent être tenus directement ou indirectement responsables des dommages qui sont dus à une défaillance ou à une panne des appareils servant à adresser des avis aux navires ou de ceux dont on retire l'information sur laquelle sont basés les avis ou ceux dont les membres du personnel font usage d'une façon quelconque dans l'exercice de leur fonction, et qui appartiennent au ou sont utilisés par le système d'assistance au trafic, l'instance compétente [1 , l'instance compétente visée à l'article 46,]1 ou le MRCC.
  § 3. Le navire est responsable des dommages visés aux paragraphes précédents.
  
Art. 57. § 1. Het personeelslid door wiens handeling [1 , beslissing]1 of verzuim de in artikel 56, § 1, bedoelde schade is veroorzaakt, is niet aansprakelijk, tenzij er zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is.
  § 2. Het personeelslid is tot het vergoeden van de door zijn grove schuld veroorzaakte schade slechts gehouden tot een beperkt bedrag per schadeverwekkende gebeurtenis.
  De Vlaamse Regering bepaalt de bedragen voor de onderscheiden categorieën van personeelsleden, zonder dat deze bedragen hoger zijn dan 10.000 euro per schadeverwekkende gebeurtenis.
  § 3. De betrokken personeelsleden van de loodsdienst blijven vallen, wat hun aansprakelijkheid betreft, onder de bepalingen van de wet van 3 november 1967 betreffende het loodsen van zeevaartuigen.
  
Art. 57. § 1er. Le membre du personnel dont l'action [1 , la décision]1 ou l'omission a provoqué les dommages visés à l'article 56, § 1er, n'est pas responsable, sauf en cas de fait intentionnel ou de faute grave.
  § 2. Le membre du personnel n'est tenu à l'indemnisation des dommages provoqués par sa faute grave qu'à concurrence d'un montant limité par fait dommageable.
  Le Gouvernement flamand fixe les montants pour les différentes catégories de membres du personnel sans que ces montants ne puissent dépasser 10.000 euros par fait dommageable.
  § 3. Les membres du personnel concernés du service de pilotage continuent à relever, pour ce qui concerne leur responsabilité, des dispositions de la loi du 3 novembre 1967 relative au pilotage de navires maritimes.
  
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Art. 58. In artikel 2, tweede lid, van de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins worden de woorden " het zeewezen " vervangen door de woorden " de bevoegde instantie, vermeld in het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen naar de Vlaamse havens en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. ".
Art. 58. A l'article 2, alinéa deux, de la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port, les mots " la marine " sont remplaces par les mots " l'instance compétente, visée au décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. ".
Art. 59. In artikel 3 van dezelfde wet worden de woorden " de Koning " vervangen door de woorden " de Vlaamse Regering ".
Art. 59. A l'article 3 de la même loi, les mots " le Roi " sont remplacés par les mots " le Gouvernement flamand ".
Art. 60. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, wordt vervangen door wat volgt :
  " Behoudens de vereiste van een STCW-95 Certificaat van Master en tenminste 36 maanden effectieve vaart, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere regels betreffende de opleiding en de kwalificatie van de havenkapiteins en adjunct-kapiteins die belast zijn met de uitvoering van de in deze wet vermelde taken. "
Art. 60. L'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 6 août 1993, est remplacé par ce qui suit :
  " Outre l'exigence d'un Certificat de Master STCW-95 et au moins 36 mois de navigation effective, le Gouvernement flamand détermine les règles relatives à la formation et la qualification des capitaines de port et des capitaines adjoints qui sont chargés de l'exécution de missions définies dans la présente loi. "
Art. 61. Aan artikel 5 van dezelfde wet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het ontslag van de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins wordt hen verleend door de Vlaamse Regering. ".
Art. 61. A l'article 5 de la même loi est ajouté un alinéa deux, libellé comme suit :
  " La démission des capitaines de port et des capitaines de port adjoints leur est accordée par le Gouvernement flamand. "
Art. 62. In artikel 2 van het Loodsdecreet, gewijzigd bij het decreet van 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° 7° wordt vervangen door wat volgt :
  " 7° de bevoegde instantie :de entiteit, vermeld in artikel 2, § 1, 7°, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum ";
  2° 10° wordt vervangen door wat volgt :
  " 10° loodsgelden : het gewone loodsgeld en de LOA-vergoeding ".
Art. 62. L'article 2 du Décret sur le Pilotage, modifié par le décret du 5 décembre 2003, est modifié comme suit :
  1° le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° l'instance compétente : l'entité visée à l'article 2, § 1er, 7°, du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. " ;
  2° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° droits de pilotage : les droits de pilotage ordinaires et l'indemnité PAD ".
Art. 63. In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, tweede lid, 2°, § 2, vierde lid, § 4, tweede lid, en § 5, worden na het woord " ambtenaren " de woorden " van de bevoegde instantie " ingevoegd;
  2° er wordt een § 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2bis. De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden. "
Art. 63. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 7 du même décret :
  1° aux § 2, alinéa deux, 2°, § 2, alinéa quatre, § 4, alinéa deux, et § 5, les mots " de l'instance compétente " sont insérés après le mot " fonctionnaires ";
  2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Le Gouvernement flamand peut accorder une dispense de l'obligation visée au § 1er. Des conditions et prescriptions peuvent être liées à cette dispense. "
Art. 64. In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden " aan de loodsdienst te melden op de wijze, in de vorm en binnen de termijn die door de Vlaamse Regering bepaald zijn " vervangen door de woorden " te melden aan de bevoegde instantie, op de wijze, in de vorm en binnen de termijn, bepaald door of krachtens het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum ".
Art. 64. A l'article 9 du même décret, les mots " au service de pilotage suivant le mode, la forme et dans le délai fixés par le Gouvernement flamand " sont remplacés par les mots " à l'instance compétente, suivant le mode, la forme et dans le délai fixés par ou en vertu du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. ".
Art. 65. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de woorden " en de VBS-vergoeding, " geschrapt.
Art. 65. A l'article 15 du même décret, les mots " et l'indemnité SAT, " sont supprimés.
Art. 66. In artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet wordt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° het hoofd en de andere door de minister tot wiens bevoegdheid het begeleiden van de scheepvaart behoort aangewezen categorieën van personeelsleden of individueel daartoe aangestelde personeelsleden van de bevoegde instantie als vermeld in het decreet betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum; ".
Art. 66. A l'article 21, § 1er, du même décret, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° le chef et les autres catégories de membres du personnel désignés par le ministre ayant l'assistance à la navigation dans ses attributions ou les personnes de l'instance compétente désignées individuellement à cette fin tels que visés dans le décret relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. "
Art. 67. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 december 2003, worden de volgende bepalingen opgeheven :
  1° artikel 2, 8°en 13°;
  2° artikel 5, § 3;
  3° artikel 14;
  4° artikel 20, 3°.
Art. 67. Dans le même décret, modifié par le décret du 5 décembre 2003, les dispositions suivantes sont abrogées :
  1° l'article 2, 8° et 13°;
  2° l'article 5, § 3;
  3° l'article 14;
  4° l'article 20, 3°.
Art. 68. § 1. Artikel 32 van het Havendecreet wordt opgeheven.
  § 2. De overeenkomsten die, overeenkomstig artikel 34 van hetzelfde decreet, met de havenbedrijven werden afgesloten op grond van [1 artikel 32 van hetzelfde decreet]1, behouden hun geldigheid gedurende de volledige periode waarvoor ze werden afgesloten, onder de voorwaarden bepaald in de nadere regels vastgelegd ter uitvoering van de betrokken artikelen van het Havendecreet.
  
Art. 68. § 1er. L'article 32 du Décret portuaire est abrogé.
  § 2. Les conventions conclues avec les régies portuaires conformément à l'article 34 du même décret, en vertu de l'article 32 du même décret, restent d'application pendant toute la période pour laquelle elles ont été conclues, dans les conditions définies et selon les règles fixées en exécution des articles concernés du Décret portuaire.
  
Art. 69. De Vlaamse Regering wijzigt de politie- en scheepvaartreglementen en [1 alle andere relevante reglementen]1 om ze met dit decreet in overeenstemming te brengen.
  
Art. 69. Le Gouvernement flamand modifie les règlements de police et de navigation et tout autre règlement pertinent afin de les mettre en conformité avec le présent décret.
  
Art. 70. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de diensten, instellingen en scheepvaartactoren die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 14 reeds gegevens van de bevoegde instantie ontvangen hebben of die gekoppeld zijn aan het centraal beheersysteem zonder desbetreffend met de bevoegde instantie een overeenkomst te hebben gesloten, de ontvangst of koppeling zonder overeenkomst kunnen behouden gedurende een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn van maximaal zes maanden.
Art. 70. Le Gouvernement flamand peut déterminer que les services, institutions et acteurs de la navigation qui ont déjà reçues des données de l'instance compétente à la date d'entrée en vigueur de l'article 14 ou qui sont connectés au système central de gestion sans avoir conclu de convention avec l'instance compétente, peuvent maintenir la réception ou la connexion sans convention pendant une période à déterminer par le Gouvernement flamand mais qui est de six mois au maximum.