Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 MEI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van subsidies aan time-outprojecten voor welzijn en onderwijs.
Titre
5 MAI 2006. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'octroi de subventions Ă  des projets "time-out" en faveur du bien-ĂȘtre et de l'enseignement (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2006036070
Datum: 2006-05-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036070
Date: 2006-05-05
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. § 1. Time-out met een schoolvervangend programma is een methode waarbij jongeren tijdelijk uit het secundair onderwijs worden genomen met de bedoeling hen opnieuw in het secundair onderwijs op te nemen.
§ 2. De jongeren die in aanmerking komen voor deze werkvorm zijn jongeren, bij wie schooluitval dreigt en voor wie de school en het CLB zelf al een maximum aan begeleidingsinspanningen hebben geleverd om de probleemsituatie te kenteren, maar die zodanig met problemen geconfronteerd worden dat interventie van buitenaf noodzakelijk is.
§ 3. De doelstelling van time-out is enerzijds het reïntegreren van de jongere in de bestaande onderwijsvoorzieningen, bij voorkeur in de school en de onderwijsvorm of studierichting waar de jongere ingeschreven was, behalve als in het belang van de jongere andere keuzes wenselijk zijn. Anderzijds heeft time-out tot doel bij de scholen veranderingsstrategieën te stimuleren die schooluitval moeten voorkomen.
§ 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, leggen specifieke voorwaarden en bepalingen vast inzake de uitvoering van de projecten die voor subsidiëring in aanmerking komen, als bedoeld in artikel 2. Ze sluiten hiertoe met elk van de verenigingen, bedoeld in artikel 2, een overeenkomst.
Article 1. § 1er. L'initiative "time out" met en place une méthode par laquelle les jeunes sont retirés temporairement de l'enseignement secondaire, tout en leur faisant suivre un programme de substitution dans le but de les réintégrer dans l'enseignement secondaire.
§ 2. Les jeunes Ă©ligibles Ă  cette mĂ©thodologie sont des jeunes qui risquent de dĂ©crocher de l'Ă©cole et pour qui l'Ă©cole et le CLB lui-mĂȘme ont dĂ©jĂ  fait un maximum d'efforts d'encadrement afin de faire face Ă  leur situation problĂ©matique, mais qui se voient confrontĂ©s Ă  de telles difficultĂ©s qu'une intervention extĂ©rieure s'impose.
§ 3. D'une part, l'objectif de "time-out" est de rĂ©intĂ©grer le jeune dans les structures d'enseignement existantes, de prĂ©fĂ©rence dans l'Ă©cole et la forme d'enseignement ou l'orientation dans laquelle le jeune Ă©tait inscrit, sauf si d'autres choix se rĂ©vĂšlent opportuns dans l'intĂ©rĂȘt du jeune. D'autre part, les projets time-out' ont pour but de stimuler les Ă©coles Ă  adopter des stratĂ©gies de changement visant Ă  prĂ©venir le dĂ©crochage scolaire.
§ 4. La Ministre flamande compétente pour l'Assistance aux Personnes et le Ministre flamand compétent pour l'enseignement fixent des conditions et dispositions spécifiques relatives à l'exécution des projets admissibles aux subventions, tels que visés à l'article 2. A cet effet, ils concluent un accord avec chacune des associations visées à l'article 2.
Art. 2. Aan de volgende verenigingen worden, ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006, voor het uitvoeren van time-outprojecten voor welzijn en onderwijs gedurende de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 augustus 2006, de volgende subsidies toegekend :
Art. 2. Aux associations suivantes sont octroyĂ©es Ă  charge du budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande pour l'annĂ©e budgĂ©taire 2006, pour l'exĂ©cution des projets "time-out" en faveur du bien-ĂȘtre et de l'enseignement pendant la pĂ©riode du 1er mars 2006 au 31 aoĂ»t 2006, les subventions suivantes :
Vereniging Adres Subsidie Rekeningnummer
(EUR)
- - - -
VZW Jongeren-voor-Zorg Waterloostraat 17 98.894,5 789-5092639-60
en VZW ARKTOS 2600 Antwerpen (v.z.w.
Valkerijgang 26 ARKTOS
3000 Leuven Antwerpen)
Association Adresse Subvention Numero de
(EUR) compte
- - - -
VZW Jongeren-voor-Zorg Waterloostraat 17 98.894,5 789-5092639-60
en VZW ARKTOS 2600 Antwerpen (v.z.w.
Valkerijgang 26 ARKTOS
3000 Leuven Antwerpen)
VZW SWOB Lege Weg 201 80.565 001-3552442-87
Samenwerkingsverband 8200 Brugge
Welzijn en
Onderwijsvoorzieningen
Brugge
VZW SWOB Lege Weg 201 80.565 001-3552442-87
Samenwerkingsverband 8200 Brugge
Welzijn en
Onderwijsvoorzieningen
Brugge
VZW De Werf Destelbergen- 18.592 890-6341495-54
straat 61
9040 Sint-Amandsberg
VZW De Werf Destelbergen- 18.592 890-6341495-54
straat 61
9040 Sint-Amandsberg
VZW Jongerencentrum M. Christiana- 74.368 330-0656786-53
Cidar/Koinoor straat 8
3070 Kortenberg

Wijzigingen

Totaal   272.419,50
VZW Jongerencentrum M. Christiana- 74.368 330-0656786-53
Cidar/Koinoor straat 8
3070 Kortenberg

Wijzigingen

Total   272.419,50
Art. 3. De voorwaarden en uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de subsidies, genoemd in artikel 2 van dit besluit, worden vastgesteld met toepassing van artikel 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand.
Art. 3. Les conditions et les modalitĂ©s d'application de l'octroi de subventions, visĂ©es Ă  l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont fixĂ©es par application de l'article 56 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 1994 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'assistance spĂ©ciale Ă  la jeunesse.
Art. 4. De subsidies mogen alleen aangewend worden voor de uitvoering van de initiatieven, bedoeld in artikel 1.
De bedragen worden voor het begrotingsjaar 2006 voor 50 % aangerekend op de algemene uitgavenbegroting van het departement Onderwijs, van het pr 35.40, ba 33.05, en voor 50 % aangerekend op het Fonds bijzondere jeugdbijstand.
Art. 4. Les subventions ne peuvent ĂȘtre affectĂ©es qu'Ă  l'exĂ©cution des initiatives, visĂ©es Ă  l'article 1er.
Pour l'année budgétaire 2006, les montants sont imputés à concurrence de 50 % au budget général des dépenses du département de l'Enseignement, programme 35.40, allocation de base 33.05, et à concurrence de 50 % au Fonds d'assistance spéciale à la Jeunesse.
Art. 5. De subsidies worden uitbetaald overeenkomstig de volgende bepalingen :
1° een eerste schijf ten belope van 40 % van de subsidie wordt betaald na ondertekening van dit besluit.
2° een tweede schijf van 40 % wordt betaald drie maanden na de eerste betaling.
3° het saldo van 20 % wordt uitbetaald na ontvangst en goedkeuring van de volgende voor te leggen documenten :
- een eindverslag;
- een financieel verslag.
De twee laatste verslagen moeten ingediend worden binnen een maand na de einddatum van het project.
Betalingen zijn enkel mogelijk na voorlegging van de nodige bewijsstukken waaruit blijkt dat de uitgaven effectief gedaan zijn.
Art. 5. Les subventions sont versées conformément aux dispositions suivantes :
1° une premiĂšre tranche de 40 % de la subvention est versĂ©e aprĂšs signature du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
2° une deuxiÚme tranche de 40 % est versée trois mois aprÚs le premier versement.
3° le solde de 20 % est versé aprÚs réception et approbation des documents à soumettre figurant ci-aprÚs :
- un rapport final;
- un rapport financier.
Les deux derniers rapports doivent ĂȘtre dĂ©posĂ©s dans un mois de la date de fin du projet.
Les versements ne peuvent ĂȘtre exĂ©cutĂ©s que sur prĂ©sentation des piĂšces justificatives attestant que les dĂ©penses sont effectivement faites.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan personen, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 mei 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE.
Art. 6. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions et la Ministre flamande qui a l'assistance aux Personnes dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Bruxelles, le 5 mai 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE.