1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid;
2° (het Agentschap Economie : intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie;)
3° jury : een gemengde en multidisciplinaire commissie, samengesteld uit externe experten en eventueel aangevuld met ambtenaren van (het Agentschap Economie) die worden aangewezen door de minister;
5° integraal plan : een plan dat aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
1° een analyse van de situatie in een stad of een gemeente op sociaal, economisch of commercieel vlak, gekoppeld aan een actieplan;
2° een commercieel strategisch plan dat minstens moet bestaan uit de volgende onderdelen :
a) een inventaris van de socio-economische gegevens over de stad als handelscentrum;
b) een SWOT-analyse van het commercieel handelsapparaat;
c) een toekomstvisie voor het commercieel handelsapparaat;
d) een schematisch ontwikkelingsplan voor de handel;
6° buurtwinkel : een winkel die buurtverzorgend werkt en voorziet in de dagelijkse behoeften van voornamelijk de plaatselijke bevolking. Hieronder vallen ook diensten en niet-voedingsproducten;
7° buurtwinkelproject : een project waarmee tegemoetgekomen wordt aan een voor de stad of gemeente specifieke problematiek in het kader van buurtwinkelbeleid.