Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° de VMM : de Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in [2 artikel 10.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2;
2° [2 ...]2
3° CIW : de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, vermeld in [2 artikel 1.5.2.2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2;
4° het bekkenbestuur : het bestuur, vermeld in [2 artikel 1.5.3.1 en 1.5.3.2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2;
5° de gemeente : het college van burgemeester en schepenen;
6° het zoneringsplan : het plan dat een onderscheid maakt tussen de gebieden met collectieve sanering en de gebieden met individuele sanering. In het centrale gebied werd reeds in collectieve sanering voorzien;
7° het uitvoeringsplan : het plan dat de uitvoering en de timing van de projecten regelt met betrekking tot de gemeentelijke en de bovengemeentelijke saneringsverplichting, evenals de noodzakelijke afstemming van de projecten;
8° het centrale gebied : het deel van het gemeentelijke grondgebied dat geheel of gedeeltelijk wordt afgevoerd naar een of meer agglomeraties;
9° het buitengebied : het deel van het gemeentelijke grondgebied dat niet binnen het centrale gebied ligt;
10° het collectief geoptimaliseerde buitengebied : het deel van het buitengebied waar, om de bestaande sanering van het afvalwater te optimaliseren, gekozen is voor collectieve inzameling en zuivering en waar die reeds gerealiseerd is;
11° het collectief te optimaliseren buitengebied : het deel van het buitengebied waar, om de bestaande sanering van het afvalwater te optimaliseren, gekozen is voor collectieve inzameling en zuivering en waar die nog te realiseren is;
12° het individueel te optimaliseren buitengebied : het deel van het buitengebied waar, om de bestaande sanering van het afvalwater te optimaliseren, gekozen is voor individuele afvalwaterzuivering en waar voor de burger overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne een individuele zuiveringsplicht geldt;
13° cluster : groep van percelen die op dezelfde wijze gesaneerd worden;
14° [1 omslagwaarde: de waarde bepaald ter uitvoering van artikel 2, § 2]1.
Voor de landelijke deelgemeenten van de gemeenten met een omslagwaarde die groter is dan of gelijk is aan 500 IE wordt de omslagwaarde bepaald op 100 IE. De lijst van landelijke deelgemeenten is opgenomen in bijlage II, gevoegd bij dit besluit;
15° overnamepunt : het punt waar, op basis van de zoneringsplannen, geoordeeld wordt dat de gemeentelijke saneringsopdracht eindigt en de bovengemeentelijke saneringsopdracht begint;
16° het decreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 MAART 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-06-2006 en tekstbijwerking tot 27-11-2025)
Titre
10 MARS 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les règles de séparation entre l'obligation d'assainissement communale et supracommunale et la fixation des plans de zonage (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-06-2006 et mise à jour au 27-11-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Vaststellen van de regels voor ...
Afdeling I. - Het buitengebied.
Afdeling II. - Het centrale gebied.
HOOFDSTUK III. - Vaststellen van de zoneringspl...
Afdeling I. - Het voorontwerp van zoneringsplan.
Afdeling II. - Beoordeling voorontwerp van zone...
Afdeling III. - Het ontwerp van zoneringsplan.
Afdeling IV. - Het definitieve zoneringsplan.
HOOFDSTUK IV. - Het uitvoeringsplan.
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires.
CHAPITRE II. - Fixation des règles de séparatio...
Section Ire. - La zone extérieure.
Section II. - La zone centrale.
CHAPITRE III. - Fixation des plans de zonage.
Section Ire. - L'avant-projet du plan de zonage.
Section II. - Evaluation par la commune de l'av...
Section III. - Le projet de zonage.
Section IV. - Le plan de zonage définitif.
CHAPITRE IV. - Le plan d'exécution.
CHAPITRE V. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° la VMM : la " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) visée à [2 l'article 10.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]2;
2° [2 ...]2
3° CIW : la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " (Commission de Coordination de la Politique intégrée de l'Eau), mentionnée à l'[2 article 1.5.2.2 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2;
4° l'administration de bassin : l'administration, mentionnée aux [2 articles 1.5.3.1 et 1.5.3.2 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 ]2;
5° la commune : le collège des bourgmestre et échevins;
6° le plan de zonage : le plan de faisant une distinction entre les zones d'assainissement collectif et les zones d'assainissement individuel. Un assainissement collectif a déjà été prévu dans la partie centrale;
7° le plan d'exécution : le plan réglant l'exécution et la répartition dans le temps des projets relatifs à l'obligation d'assainissement communale et supracommunale, ainsi que l'adéquation nécessaire des projets;
8° la zone centrale : la partie du territoire communale évacuée entièrement ou partiellement vers une ou plusieurs agglomérations;
9° la zone extérieure : la partie du territoire communale qui ne se situe pas dans la partie centrale;
10° la zone extérieure collectivement optimalisée : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une évacuation et épuration collective en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où celui-ci a déjà été réalisé;
11° la zone extérieure à optimaliser collectivement : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une évacuation et épuration collective en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où celui-ci doit encore être réalisé;
12° la zone extérieure à optimaliser individuellement : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une épuration individuelle des eaux usées en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où une obligation d'épuration individuelle s'applique au citoyen conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière de l'hygiène de l'environnement;
13° cluster : groupe de parcelles qui sont assainies de la même façon;
14° [1 valeur de répartition : la valeur fixée en exécution de l'article 2, § 2. ]1.
Pour les communes rurales appartenant aux communes-pilotes ayant une valeur de répartition supérieure ou égale à 500 IE, la valeur de répartition est fixée à 100 IE. La liste des communes rurales est reprise à l'annexe II jointe au présent arrêté;
15° point de reprise : le point où, sur la base des plans de zonage, il est jugé que la mission communale d'assainissement se termine et la mission supracommunale d'assainissement commence;
16° le décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 modifiant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, le complétant par un titre Agences et modifiant divers autres lois et décrets.
1° la VMM : la " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) visée à [2 l'article 10.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]2;
2° [2 ...]2
3° CIW : la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " (Commission de Coordination de la Politique intégrée de l'Eau), mentionnée à l'[2 article 1.5.2.2 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2;
4° l'administration de bassin : l'administration, mentionnée aux [2 articles 1.5.3.1 et 1.5.3.2 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 ]2;
5° la commune : le collège des bourgmestre et échevins;
6° le plan de zonage : le plan de faisant une distinction entre les zones d'assainissement collectif et les zones d'assainissement individuel. Un assainissement collectif a déjà été prévu dans la partie centrale;
7° le plan d'exécution : le plan réglant l'exécution et la répartition dans le temps des projets relatifs à l'obligation d'assainissement communale et supracommunale, ainsi que l'adéquation nécessaire des projets;
8° la zone centrale : la partie du territoire communale évacuée entièrement ou partiellement vers une ou plusieurs agglomérations;
9° la zone extérieure : la partie du territoire communale qui ne se situe pas dans la partie centrale;
10° la zone extérieure collectivement optimalisée : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une évacuation et épuration collective en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où celui-ci a déjà été réalisé;
11° la zone extérieure à optimaliser collectivement : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une évacuation et épuration collective en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où celui-ci doit encore être réalisé;
12° la zone extérieure à optimaliser individuellement : la partie de la zone extérieure où il a été opté pour une épuration individuelle des eaux usées en vue d'optimaliser l'assainissement existant des eaux usées et où une obligation d'épuration individuelle s'applique au citoyen conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière de l'hygiène de l'environnement;
13° cluster : groupe de parcelles qui sont assainies de la même façon;
14° [1 valeur de répartition : la valeur fixée en exécution de l'article 2, § 2. ]1.
Pour les communes rurales appartenant aux communes-pilotes ayant une valeur de répartition supérieure ou égale à 500 IE, la valeur de répartition est fixée à 100 IE. La liste des communes rurales est reprise à l'annexe II jointe au présent arrêté;
15° point de reprise : le point où, sur la base des plans de zonage, il est jugé que la mission communale d'assainissement se termine et la mission supracommunale d'assainissement commence;
16° le décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 modifiant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, le complétant par un titre Agences et modifiant divers autres lois et décrets.
HOOFDSTUK II. - Vaststellen van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting.
CHAPITRE II. - Fixation des règles de séparation entre l'obligation d'assainissement communale et supracommunale.
Afdeling I. - Het buitengebied.
Section Ire. - La zone extérieure.
Art. 2. In de zone, vermeld in artikel 1, 9°, wordt de scheiding tussen de gemeentelijke en de bovengemeentelijke saneringsverplichting bepaald op basis van de volgende principes :
1° de functie van de leiding is bepalend : inzameling is een gemeentelijke opdracht, transport een bovengemeentelijke opdracht;
2° de omslagwaarde, die gelijk is in geval van verder transport of lokale zuivering;
3° een aaneengesloten bovengemeentelijk netwerk wordt gerealiseerd. Dat houdt eveneens in dat de lokale inzameling die plaatsvindt op hetzelfde tracé een gemeentelijke opdracht blijft.
[1 De omslagwaarde is de waarde die per gemeente is bepaald en die de minimaal ingezamelde of in te zamelen vuilvracht aangeeft voor er sprake kan zijn van een gewestelijke opdracht. De tabel met de omslagwaarde per gemeente is opgenomen in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd.
Voor de landelijke deelgemeenten van de gemeenten met een omslagwaarde die groter is dan of gelijk is aan 500 IE wordt de omslagwaarde bepaald op 100 IE. De lijst van landelijke deelgemeenten is opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. IE staat voor "Inwonerequivalent" en is gedefinieerd als de biologisch afbreekbare organische belasting met een biochemisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen bij 20° C (BZV520) van 60 g zuurstof.
Bij een fusie van gemeenten vanaf 2019 wordt de hoogste omslagwaarde behouden. Voor de fusionerende gemeente waarvoor voor de datum van de fusie een lagere omslagwaarde is vastgesteld, wordt de lagere omslagwaarde voor het grondgebied van die fusionerende gemeente na de fusie behouden. De lijst van fusiegemeenten met de omslagwaarde voor het grondgebied van de fusionerende gemeente is opgenomen in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan bijlage I, II en III aanpassen naar aanleiding van de fusie van gemeenten.]1
1° de functie van de leiding is bepalend : inzameling is een gemeentelijke opdracht, transport een bovengemeentelijke opdracht;
2° de omslagwaarde, die gelijk is in geval van verder transport of lokale zuivering;
3° een aaneengesloten bovengemeentelijk netwerk wordt gerealiseerd. Dat houdt eveneens in dat de lokale inzameling die plaatsvindt op hetzelfde tracé een gemeentelijke opdracht blijft.
[1 De omslagwaarde is de waarde die per gemeente is bepaald en die de minimaal ingezamelde of in te zamelen vuilvracht aangeeft voor er sprake kan zijn van een gewestelijke opdracht. De tabel met de omslagwaarde per gemeente is opgenomen in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd.
Voor de landelijke deelgemeenten van de gemeenten met een omslagwaarde die groter is dan of gelijk is aan 500 IE wordt de omslagwaarde bepaald op 100 IE. De lijst van landelijke deelgemeenten is opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. IE staat voor "Inwonerequivalent" en is gedefinieerd als de biologisch afbreekbare organische belasting met een biochemisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen bij 20° C (BZV520) van 60 g zuurstof.
Bij een fusie van gemeenten vanaf 2019 wordt de hoogste omslagwaarde behouden. Voor de fusionerende gemeente waarvoor voor de datum van de fusie een lagere omslagwaarde is vastgesteld, wordt de lagere omslagwaarde voor het grondgebied van die fusionerende gemeente na de fusie behouden. De lijst van fusiegemeenten met de omslagwaarde voor het grondgebied van de fusionerende gemeente is opgenomen in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan bijlage I, II en III aanpassen naar aanleiding van de fusie van gemeenten.]1
Art. 2. Dans la zone mentionnée à l'article 1er, 9°, la séparation entre l'obligation d'assainissement communale et supracommunale est fixée sur la base des principes suivants :
1° la fonction de la canalisation est déterminante : la collecte est une mission communale, le transport une mission supracommunale;
2° la valeur de répartition qui est égale dans le cas de transport continué ou d'épuration locale;
3° un réseau supracommunal interconnecté est réalisé. Ceci implique également que la collecte locale ayant lieu sur le même tracé, reste une mission communale.
[1 .La valeur de répartition est la valeur fixée par commune, indiquant la charge polluée collectée ou à collecter au minimum avant qu'il puisse être question d'une mission régionale. Le tableau mentionnant la valeur de répartition par commune est repris à l'annexe Ire au présent arrêté.
Pour les anciennes communes rurales appartenant aux communes ayant une valeur de répartition supérieure ou égale à 500 IE, la valeur de répartition est fixée à 100 IE. La liste des anciennes communes rurales est reprise à l'annexe II au présent arrêté. IE signifie " équivalent habitant " (inwonerequivalent) et est défini comme la charge organique biodégradable avec une demande biochimique en oxygène sur cinq jours à 20° C (DBO520) de 60 g d'oxygène.
En cas de fusion de communes à partir de 2019, la valeur de répartition la plus élevée est retenue. Pour la commune fusionnante pour laquelle une valeur de répartition inférieure a été fixée avant la date de la fusion, la valeur de répartition inférieure pour le territoire de cette commune fusionnante est maintenue après la fusion. La liste des communes fusionnantes avec la valeur de répartition pour le territoire de la commune fusionnante figure à l'annexe III au présent arrêté.
Le ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions peut adapter les annexes Ire, II et III à la suite de la fusion de communes]1
1° la fonction de la canalisation est déterminante : la collecte est une mission communale, le transport une mission supracommunale;
2° la valeur de répartition qui est égale dans le cas de transport continué ou d'épuration locale;
3° un réseau supracommunal interconnecté est réalisé. Ceci implique également que la collecte locale ayant lieu sur le même tracé, reste une mission communale.
[1 .La valeur de répartition est la valeur fixée par commune, indiquant la charge polluée collectée ou à collecter au minimum avant qu'il puisse être question d'une mission régionale. Le tableau mentionnant la valeur de répartition par commune est repris à l'annexe Ire au présent arrêté.
Pour les anciennes communes rurales appartenant aux communes ayant une valeur de répartition supérieure ou égale à 500 IE, la valeur de répartition est fixée à 100 IE. La liste des anciennes communes rurales est reprise à l'annexe II au présent arrêté. IE signifie " équivalent habitant " (inwonerequivalent) et est défini comme la charge organique biodégradable avec une demande biochimique en oxygène sur cinq jours à 20° C (DBO520) de 60 g d'oxygène.
En cas de fusion de communes à partir de 2019, la valeur de répartition la plus élevée est retenue. Pour la commune fusionnante pour laquelle une valeur de répartition inférieure a été fixée avant la date de la fusion, la valeur de répartition inférieure pour le territoire de cette commune fusionnante est maintenue après la fusion. La liste des communes fusionnantes avec la valeur de répartition pour le territoire de la commune fusionnante figure à l'annexe III au présent arrêté.
Le ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions peut adapter les annexes Ire, II et III à la suite de la fusion de communes]1
Wijzigingen
Art. 3. Op het voorontwerp van zoneringsplan, vermeld in artikel 6, zijn de overnamepunten indicatief aangeduid. De exacte ligging van de overnamepunten zal worden vastgelegd in het uitvoeringsplan, vermeld in artikel 11.
Art. 3. Les points de reprise sont indiqués sur l'avant-projet du plan de zonage, mentionné à l'article 6. La situation exacte des points de reprise sera fixée sur le plan d'exécution, mentionné à l'article 11.
Afdeling II. - Het centrale gebied.
Section II. - La zone centrale.
Art. 4. Nadat het definitieve zoneringsplan en het uitvoeringsplan opgemaakt zijn, zal de VMM, en vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004, in werking treedt, het IVA VMM in overleg met de gemeente de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting in het centrale gebied vaststellen.
Art. 4. Lorsque le plan de zonage définitif et le plan d'exécution sont dressés, la VMM, et, à partir de la date d'entrée en vigueur du décret du 7 mai 2004, l'IVA VMM fixera la séparation entre l'obligation d'assainissement communal et supracommunal dans la zone centrale.
HOOFDSTUK III. - Vaststellen van de zoneringsplannen.
CHAPITRE III. - Fixation des plans de zonage.
Art. 5. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, stelt voor elke gemeente een definitief zoneringsplan vast. De zoneringsplannen worden zodanig opgesteld en de besluitvormingsprocedures verlopen zodanig dat ze voldoen aan de essentiële kenmerken van [1 de milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.2.1, tweede lid]1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
De definitieve zoneringsplannen worden binnen een termijn van twintig maanden na ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. De gemeenten die binnen een termijn van twintig maanden na ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan geen definitief zoneringsplan hebben, komen niet meer in aanmerking voor opname op een subsidiëringsprogramma dat wordt opgesteld in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, tot het ogenblik waarop het definitieve zoneringsplan is vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De definitieve zoneringsplannen worden binnen een termijn van twintig maanden na ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. De gemeenten die binnen een termijn van twintig maanden na ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan geen definitief zoneringsplan hebben, komen niet meer in aanmerking voor opname op een subsidiëringsprogramma dat wordt opgesteld in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, tot het ogenblik waarop het definitieve zoneringsplan is vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 5. § 1er. Le Ministre flamand, chargé de l'Environnement et de la politique de l'eau, fixe un plan de zonage définitif pour chaque commune. Les plans de zonage sont dressés et les procédures décisionnelles se font de sorte qu'ils répondent aux caractéristiques essentielles [1 des rapports sur les incidences sur l'environnement, visés à l'article 4.2.1, alinéa 2]1, du décret du 5 avril 1995 portant les dispositions générales en matière de la politique environnementale.
Les plans de zonage définitifs sont fixés dans un délai de vingt mois après réception de l'avant-projet du plan de zonage et sont publiés au Moniteur belge.
§ 2. Les communes qui ne disposent pas d'un plan de zonage définitif dans le délai de vingt mois après réception de l'avant-projet du plan de zonage, n'entrent plus en ligne de compte pour être reprises au programme de subventionnement dressé dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2002 à la subvention de l'aménagement par les communes, les régies communales, les intercommunales ou les accords de coopération intercommunaux d'un réseau d'égouts publics, autres que les réseaux d'égouts prioritaires, et de la construction d'installations d'épuration des eaux d'égout de petite envergure, jusqu'au moment que le plan de zonage définitif est fixé et publié au Moniteur belge.
Les plans de zonage définitifs sont fixés dans un délai de vingt mois après réception de l'avant-projet du plan de zonage et sont publiés au Moniteur belge.
§ 2. Les communes qui ne disposent pas d'un plan de zonage définitif dans le délai de vingt mois après réception de l'avant-projet du plan de zonage, n'entrent plus en ligne de compte pour être reprises au programme de subventionnement dressé dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2002 à la subvention de l'aménagement par les communes, les régies communales, les intercommunales ou les accords de coopération intercommunaux d'un réseau d'égouts publics, autres que les réseaux d'égouts prioritaires, et de la construction d'installations d'épuration des eaux d'égout de petite envergure, jusqu'au moment que le plan de zonage définitif est fixé et publié au Moniteur belge.
Wijzigingen
Afdeling I. - Het voorontwerp van zoneringsplan.
Section Ire. - L'avant-projet du plan de zonage.
Art. 6. De VMM vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt het IVA VMM - stelt per gemeente een voorontwerp van zoneringsplan op dat bestaat uit de hierna vermelde zones :
1° het centrale gebied;
2° het collectief geoptimaliseerde buitengebied;
3° de donkergroene zone, zijnde het buitengebied waar collectieve sanering meer dan 30 % goedkoper is dan individuele sanering;
4° de lichtgroene zone, zijnde het buitengebied waar collectieve sanering minder dan 30 % goedkoper is dan individuele sanering;
5° de gele zone, zijnde het buitengebied waar individuele sanering minder dan 30 % goedkoper is dan collectieve sanering;
6° de rode zone, zijnde het buitengebied waar individuele sanering meer dan 30 % goedkoper is dan collectieve sanering.
1° het centrale gebied;
2° het collectief geoptimaliseerde buitengebied;
3° de donkergroene zone, zijnde het buitengebied waar collectieve sanering meer dan 30 % goedkoper is dan individuele sanering;
4° de lichtgroene zone, zijnde het buitengebied waar collectieve sanering minder dan 30 % goedkoper is dan individuele sanering;
5° de gele zone, zijnde het buitengebied waar individuele sanering minder dan 30 % goedkoper is dan collectieve sanering;
6° de rode zone, zijnde het buitengebied waar individuele sanering meer dan 30 % goedkoper is dan collectieve sanering.
Art. 6. La VMM à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, l'IVA VMM - dresse un avant-projet de plan de zonage par commune comprenant les zones suivantes :
1° la zone centrale :
2° la zone extérieure collectivement optimalisée :
3° une zone lisérée de vert foncé, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est plus de 30 % moins coûteux que l'assainissement individuel;
4° une zone lisérée de vert clair, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est moins de 30 % moins coûteux que l'assainissement individuel;
5° une zone lisérée de jaune, étant la zone extérieure où l'assainissement individuel est moins de 30 % moins coûteux que l'assainissement collectif;
6° une zone lisérée de rouge, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est plus de 30 % moins coûteux que l'assainissement collectif.
1° la zone centrale :
2° la zone extérieure collectivement optimalisée :
3° une zone lisérée de vert foncé, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est plus de 30 % moins coûteux que l'assainissement individuel;
4° une zone lisérée de vert clair, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est moins de 30 % moins coûteux que l'assainissement individuel;
5° une zone lisérée de jaune, étant la zone extérieure où l'assainissement individuel est moins de 30 % moins coûteux que l'assainissement collectif;
6° une zone lisérée de rouge, étant la zone extérieure où l'assainissement collectif est plus de 30 % moins coûteux que l'assainissement collectif.
Art. 7. De VMM vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt het IVA VMM - bezorgt het voorontwerp van zoneringsplan per aangetekende brief aan de gemeente op het grondgebied waarvan het voorontwerp van toepassing is.
Art. 7. La VMM à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, l'IVA VMM - transmet l'avant-projet de plan de zonage par lettre recommandée à la commune au territoire de laquelle l'avant-projet s'applique.
Afdeling II. - Beoordeling voorontwerp van zoneringsplan door de gemeente.
Section II. - Evaluation par la commune de l'avant-projet du plan de zonage.
Art. 8. § 1. Binnen een termijn van negentig kalenderdagen na ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan gaat de gemeente over tot de toewijzing van de donkergroene, lichtgroene, gele en rode zones aan het collectief te optimaliseren buitengebied of het individueel te optimaliseren buitengebied aan de hand van volgende criteria of rekening houdend met de volgende methodiek :
1° de donkergroene zones worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied, tenzij op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige redenen of vastgestelde materiële vergissingen wordt gemotiveerd om toe te wijzen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
2° de rode zones worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied, tenzij op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige redenen of vastgestelde materiële vergissingen wordt gemotiveerd om toe te wijzen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
3° de keuze om de lichtgroene en gele zones toe te wijzen aan het collectief te optimaliseren buitengebied of het individueel te optimaliseren buitengebied wordt op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige, financiële redenen of vastgestelde materiële vergissingen gemotiveerd.
§ 2. Binnen de termijn, vermeld in § 1, deelt de gemeente haar beoordeling per aangetekende brief mee aan de VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt aan het IVA VMM.
§ 3. De VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt, het IVA VMM - voert binnen een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst van de beoordeling van de gemeente, rekening houdend met de criteria en methodiek, vermeld in artikel 8, § 1, de nodige aanpassingen uit en bezorgt een ontwerp van zoneringsplan per aangetekende brief aan de gemeente. Dit ontwerp van zoneringsplan bestaat uit de hierna vermelde zones :
1° het centrale gebied;
2° het collectief geoptimaliseerde buitengebied;
3° het collectief te optimaliseren buitengebied;
4° het individueel te optimaliseren buitengebied.
1° de donkergroene zones worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied, tenzij op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige redenen of vastgestelde materiële vergissingen wordt gemotiveerd om toe te wijzen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
2° de rode zones worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied, tenzij op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige redenen of vastgestelde materiële vergissingen wordt gemotiveerd om toe te wijzen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
3° de keuze om de lichtgroene en gele zones toe te wijzen aan het collectief te optimaliseren buitengebied of het individueel te optimaliseren buitengebied wordt op basis van ecologische, stedenbouwkundige, bouwkundige, financiële redenen of vastgestelde materiële vergissingen gemotiveerd.
§ 2. Binnen de termijn, vermeld in § 1, deelt de gemeente haar beoordeling per aangetekende brief mee aan de VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt aan het IVA VMM.
§ 3. De VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt, het IVA VMM - voert binnen een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst van de beoordeling van de gemeente, rekening houdend met de criteria en methodiek, vermeld in artikel 8, § 1, de nodige aanpassingen uit en bezorgt een ontwerp van zoneringsplan per aangetekende brief aan de gemeente. Dit ontwerp van zoneringsplan bestaat uit de hierna vermelde zones :
1° het centrale gebied;
2° het collectief geoptimaliseerde buitengebied;
3° het collectief te optimaliseren buitengebied;
4° het individueel te optimaliseren buitengebied.
Art. 8. § 1er. Dans un délai de nonante jours civils après réception de l'avant-projet du plan de zonage, la commune procède à l'attribution des zones lisérées de vert foncé, vert clair, jaune et rouge à la zone extérieure à optimaliser collectivement ou à la zone extérieure à optimaliser individuellement à l'aide des critères suivants ou compte tenu de la méthodique suivante :
1° les zones lisérées de vert foncé sont attribuées à la zone extérieure à optimaliser collectivement, sauf si l'attribution à la zone extérieure à optimaliser individuellement peut être motivée sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales ou d'erreurs matérielles constatées;
2° les zones lisérées de rouge sont attribuées à la zone extérieure à optimaliser individuellement, sauf si l'attribution à la zone extérieure à optimaliser collectivement peut être motivée sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales ou d'erreurs matérielles constatées;
3° le choix d'attribuer les zones lisérées de vert clair et de jaune à la zone extérieure à optimaliser collectivement ou à la zone extérieure à optimaliser individuellement est motivé sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales, financières ou d'erreurs matérielles constatées.
§ 2. Dans le délai, mentionné au § 1er, la commune communique son évaluation par lettre recommandée à la VMM à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, à l'IVA VMM.
§ 3. La VMM - à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, l'IVA VMM - apporte les adaptations nécessaires dans un délai de soixante jours civils après réception de l'évaluation de la commune compte tenu des critères et de la méthodique, visés à l'article 8, § 1er, et transmet un projet de plan de zonage par lettre recommandée à la commune. Ce projet de plan de zonage comprend les zones suivantes :
1° la zone centrale;
2° la zone extérieure collectivement optimalisée;
3° la zone extérieure à optimaliser collectivement;
4° la zone extérieure à optimaliser individuellement.
1° les zones lisérées de vert foncé sont attribuées à la zone extérieure à optimaliser collectivement, sauf si l'attribution à la zone extérieure à optimaliser individuellement peut être motivée sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales ou d'erreurs matérielles constatées;
2° les zones lisérées de rouge sont attribuées à la zone extérieure à optimaliser individuellement, sauf si l'attribution à la zone extérieure à optimaliser collectivement peut être motivée sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales ou d'erreurs matérielles constatées;
3° le choix d'attribuer les zones lisérées de vert clair et de jaune à la zone extérieure à optimaliser collectivement ou à la zone extérieure à optimaliser individuellement est motivé sur la base de raisons écologiques, urbanistiques, architecturales, financières ou d'erreurs matérielles constatées.
§ 2. Dans le délai, mentionné au § 1er, la commune communique son évaluation par lettre recommandée à la VMM à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, à l'IVA VMM.
§ 3. La VMM - à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, l'IVA VMM - apporte les adaptations nécessaires dans un délai de soixante jours civils après réception de l'évaluation de la commune compte tenu des critères et de la méthodique, visés à l'article 8, § 1er, et transmet un projet de plan de zonage par lettre recommandée à la commune. Ce projet de plan de zonage comprend les zones suivantes :
1° la zone centrale;
2° la zone extérieure collectivement optimalisée;
3° la zone extérieure à optimaliser collectivement;
4° la zone extérieure à optimaliser individuellement.
Afdeling III. - Het ontwerp van zoneringsplan.
Section III. - Le projet de zonage.
Art. 9. § 1. Uiterlijk vijftien kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp van zoneringsplan wordt het ter inzage gelegd bij de gemeente.
§ 2. Het ontwerp van zoneringsplan wordt voor een termijn van zestig kalenderdagen ter inzage gelegd bij de gemeente. De gemeente maakt dit bekend door aanplakking en door publicatie in minstens twee dag- en weekbladen waarvan één met regionaal karakter. Gedurende die periode kan iedereen schriftelijke opmerkingen indienen bij de gemeente.
De bekendmaking vermeldt minstens de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek, de plaats waar het ontwerp van zoneringsplan ter inzage ligt en de vermelding bij wie de opmerkingen moeten worden ingediend.
§ 3. Door de gemeenten wordt het ontwerp van zoneringsplan tegelijkertijd bezorgd aan de CIW - vanaf het ogenblik dat de bekkenbesturen operationeel zijn aan het voor de desbetreffende gemeente bevoegde bekkenbestuur- die hierover binnen de termijn, vermeld in § 2, advies uitbrengt.
§ 4. Als de toewijzingen een impact kunnen hebben op de saneringsplicht van de omliggende gemeenten, bezorgt de gemeente tevens tegelijkertijd het ontwerp van zoneringsplan aan de omliggende gemeenten, die hierover binnen de termijn, vermeld in § 2, advies uitbrengen.
§ 5. Als de gevraagde adviezen, vermeld in § 3 en § 4, niet verleend zijn binnen de termijn, vermeld in § 2, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
§ 6. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in § 2, onderzoekt de gemeente de ingediende opmerkingen. De gemeente past in overleg met de VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt het IVA VMM - het ontwerp van zoneringsplan aan.
§ 7. De gemeente ziet erop toe dat de voorgestelde aanpassingen aansluiten bij de bepalingen van artikel 8, § 1.
§ 8. Op voorstel van de gemeente keurt de gemeenteraad, binnen een termijn van zestig kalenderdagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in § 6, het aangepaste ontwerp van zoneringsplan goed.
§ 9. De gemeente bezorgt het aangepaste ontwerp per aangetekende brief aan de VMM, en vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt, het IVA VMM.
Dat aangepaste ontwerp omvat minstens de volgende elementen :
1° de ontvangen opmerkingen naar aanleiding van het openbaar onderzoek en de redenen waarom opmerkingen al of niet in overweging werden genomen;
2° het gemotiveerde voorstel betreffende de noodzakelijke aanpassingen aan het ontwerp van zoneringsplan;
3° het aangepaste ontwerp van zoneringsplan;
4° de goedkeuring door de gemeenteraad.
§ 2. Het ontwerp van zoneringsplan wordt voor een termijn van zestig kalenderdagen ter inzage gelegd bij de gemeente. De gemeente maakt dit bekend door aanplakking en door publicatie in minstens twee dag- en weekbladen waarvan één met regionaal karakter. Gedurende die periode kan iedereen schriftelijke opmerkingen indienen bij de gemeente.
De bekendmaking vermeldt minstens de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek, de plaats waar het ontwerp van zoneringsplan ter inzage ligt en de vermelding bij wie de opmerkingen moeten worden ingediend.
§ 3. Door de gemeenten wordt het ontwerp van zoneringsplan tegelijkertijd bezorgd aan de CIW - vanaf het ogenblik dat de bekkenbesturen operationeel zijn aan het voor de desbetreffende gemeente bevoegde bekkenbestuur- die hierover binnen de termijn, vermeld in § 2, advies uitbrengt.
§ 4. Als de toewijzingen een impact kunnen hebben op de saneringsplicht van de omliggende gemeenten, bezorgt de gemeente tevens tegelijkertijd het ontwerp van zoneringsplan aan de omliggende gemeenten, die hierover binnen de termijn, vermeld in § 2, advies uitbrengen.
§ 5. Als de gevraagde adviezen, vermeld in § 3 en § 4, niet verleend zijn binnen de termijn, vermeld in § 2, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
§ 6. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in § 2, onderzoekt de gemeente de ingediende opmerkingen. De gemeente past in overleg met de VMM - vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt het IVA VMM - het ontwerp van zoneringsplan aan.
§ 7. De gemeente ziet erop toe dat de voorgestelde aanpassingen aansluiten bij de bepalingen van artikel 8, § 1.
§ 8. Op voorstel van de gemeente keurt de gemeenteraad, binnen een termijn van zestig kalenderdagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in § 6, het aangepaste ontwerp van zoneringsplan goed.
§ 9. De gemeente bezorgt het aangepaste ontwerp per aangetekende brief aan de VMM, en vanaf de datum waarop het decreet van 7 mei 2004 in werking treedt, het IVA VMM.
Dat aangepaste ontwerp omvat minstens de volgende elementen :
1° de ontvangen opmerkingen naar aanleiding van het openbaar onderzoek en de redenen waarom opmerkingen al of niet in overweging werden genomen;
2° het gemotiveerde voorstel betreffende de noodzakelijke aanpassingen aan het ontwerp van zoneringsplan;
3° het aangepaste ontwerp van zoneringsplan;
4° de goedkeuring door de gemeenteraad.
Art. 9. § 1er. Au plus tard quinze jours civils après sa réception, le projet de plan de zonage peut être consulté auprès de la commune.
§ 2. Le projet de plan de zonage peut être consulté auprès de la commune pendant un délai de soixante jours civils. Cette possibilité de consultation est annoncée par la commune par affichage et par publication dans au moins deux quotidiens et hebdomadaires dont un à caractère régional. Pendant cette période, chacun peut introduire des remarques écrites auprès de la commune.
La publication mentionne au moins les dates de début et de commencement de l'enquête publique, le lieu où le projet de plan de zonage peut être consulté et quelle est la personne auprès de laquelle les remarques peuvent être introduites.
§ 3. Le projet de plan de zonage est simultanément transmis par les communes à la CIW - à partir du moment que les administrations de bassins sont opérationnelles, à l'administration de bassin compétente pour la commune concernée - qui émet un avis sur ce plan dans le délai visé au § 2.
§ 4. Si les attributions peuvent avoir un impact sur l'obligation d'assainissement des communes voisines, la commune transmet également le projet de plan de zonage aux communes voisines qui émettent un avis sur ce plan dans le délai visé au § 2.
§ 5. Si les avis demandés, mentionnés aux §§ 3 et 4, ne sont pas émis dans le délai visé au § 2, il ne doit pas être répondu à l'exigence d'avis.
§ 6. Dans un délai de soixante jours civils après le délai du délai visé au § 2, la commune examine les remarques introduites. La commune adapte le projet du plan de zonage en concertation avec la VMM - à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, avec l'IVA VMM.
§ 7. La commune vérifie si les adaptations proposées s'alignent aux dispositions de l'article 8, § 1er.
§ 8. Le conseil communal approuve, sur la proposition de la commune, le projet de plan de zonage adapté dans un délai de soixante jours civils après l'échéance du délai visé au § 6.
§ 9. La commune transmet le projet adapté par lettre recommandée à la VMM, et à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, à l'IVA VMM.
Le projet adapté comprend au moins les éléments suivants :
1° les remarques reçues suite à l'enquête publique et les raisons pour lesquelles des remarques ont été prises en considération ou non;
2° la proposition motivée relative aux adaptations nécessaires au projet de plan de zonage;
3° le projet de plan de zonage adapté;
4° l'approbation par le conseil communal.
§ 2. Le projet de plan de zonage peut être consulté auprès de la commune pendant un délai de soixante jours civils. Cette possibilité de consultation est annoncée par la commune par affichage et par publication dans au moins deux quotidiens et hebdomadaires dont un à caractère régional. Pendant cette période, chacun peut introduire des remarques écrites auprès de la commune.
La publication mentionne au moins les dates de début et de commencement de l'enquête publique, le lieu où le projet de plan de zonage peut être consulté et quelle est la personne auprès de laquelle les remarques peuvent être introduites.
§ 3. Le projet de plan de zonage est simultanément transmis par les communes à la CIW - à partir du moment que les administrations de bassins sont opérationnelles, à l'administration de bassin compétente pour la commune concernée - qui émet un avis sur ce plan dans le délai visé au § 2.
§ 4. Si les attributions peuvent avoir un impact sur l'obligation d'assainissement des communes voisines, la commune transmet également le projet de plan de zonage aux communes voisines qui émettent un avis sur ce plan dans le délai visé au § 2.
§ 5. Si les avis demandés, mentionnés aux §§ 3 et 4, ne sont pas émis dans le délai visé au § 2, il ne doit pas être répondu à l'exigence d'avis.
§ 6. Dans un délai de soixante jours civils après le délai du délai visé au § 2, la commune examine les remarques introduites. La commune adapte le projet du plan de zonage en concertation avec la VMM - à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, avec l'IVA VMM.
§ 7. La commune vérifie si les adaptations proposées s'alignent aux dispositions de l'article 8, § 1er.
§ 8. Le conseil communal approuve, sur la proposition de la commune, le projet de plan de zonage adapté dans un délai de soixante jours civils après l'échéance du délai visé au § 6.
§ 9. La commune transmet le projet adapté par lettre recommandée à la VMM, et à partir de la date à laquelle le décret du 7 mai 2004 entre en vigueur, à l'IVA VMM.
Le projet adapté comprend au moins les éléments suivants :
1° les remarques reçues suite à l'enquête publique et les raisons pour lesquelles des remarques ont été prises en considération ou non;
2° la proposition motivée relative aux adaptations nécessaires au projet de plan de zonage;
3° le projet de plan de zonage adapté;
4° l'approbation par le conseil communal.
Afdeling IV. - Het definitieve zoneringsplan.
Section IV. - Le plan de zonage définitif.
Art. 10. § 1. Na de ontvangst van het aangepaste ontwerp van zoneringsplan van de gemeente beschikt de VMM [1 ...]1 over een termijn van zestig kalenderdagen om dit aangepaste ontwerp van zoneringsplan te verwerken tot een voorstel van definitief zoneringsplan dat ze samen met de ingediende opmerkingen naar aanleiding van het openbaar onderzoek, en haar standpunt bezorgt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, gaat na of het zoneringsplan beantwoordt aan de criteria, vermeld in artikel 8, § 1, en of het afgestemd is op het zoneringsplan van de omliggende gemeenten. Hij brengt de eventuele noodzakelijke wijzigingen aan en stelt binnen een termijn van zestig kalenderdagen, na ontvangst van het dossier, het definitieve zoneringsplan vast bij een met redenen omkleed besluit en vermeldt daarin in het algemeen wat hij over de ingediende opmerkingen heeft overwogen.
§ 3. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
§ 4. [1 Het definitieve zoneringsplan wordt vervolgens om de zes jaar getoetst. Indien een herziening nodig is, dan gebeurt dit gelijktijdig en conform de procedure voor de vaststelling van stroomgebiedbeheerplannen als vermeld in de [2 artikel 1.6.2.4 en 1.6.2.5 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2.
De definitieve zoneringsplannen blijven in ieder geval van kracht tot de herziene definitieve zoneringsplannen in het stroomgebiedbeheerplan zijn opgenomen en bekendgemaakt.
Jaarlijks kan een actualisering gebeuren van de definitieve zoneringsplannen voor wat betreft de overgang van de zone "het collectief te optimaliseren buitengebied" naar het "collectief geoptimaliseerd buitengebied" zoals vermeld in artikel 8, § 3. Deze jaarlijkse actualisering gebeurt in het wateruitvoeringsprogramma zoals vermeld in [2 artikel 1.7.4.4 van het voormelde decreet]2.]1
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, gaat na of het zoneringsplan beantwoordt aan de criteria, vermeld in artikel 8, § 1, en of het afgestemd is op het zoneringsplan van de omliggende gemeenten. Hij brengt de eventuele noodzakelijke wijzigingen aan en stelt binnen een termijn van zestig kalenderdagen, na ontvangst van het dossier, het definitieve zoneringsplan vast bij een met redenen omkleed besluit en vermeldt daarin in het algemeen wat hij over de ingediende opmerkingen heeft overwogen.
§ 3. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
§ 4. [1 Het definitieve zoneringsplan wordt vervolgens om de zes jaar getoetst. Indien een herziening nodig is, dan gebeurt dit gelijktijdig en conform de procedure voor de vaststelling van stroomgebiedbeheerplannen als vermeld in de [2 artikel 1.6.2.4 en 1.6.2.5 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2.
De definitieve zoneringsplannen blijven in ieder geval van kracht tot de herziene definitieve zoneringsplannen in het stroomgebiedbeheerplan zijn opgenomen en bekendgemaakt.
Jaarlijks kan een actualisering gebeuren van de definitieve zoneringsplannen voor wat betreft de overgang van de zone "het collectief te optimaliseren buitengebied" naar het "collectief geoptimaliseerd buitengebied" zoals vermeld in artikel 8, § 3. Deze jaarlijkse actualisering gebeurt in het wateruitvoeringsprogramma zoals vermeld in [2 artikel 1.7.4.4 van het voormelde decreet]2.]1
Art. 10. § 1er. Après réception du projet de plan de zonage adapté de la commune, la VMM [1 ...]1 dispose d'un délai de soixante jours civils pour transformer ce projet de plan de zonage adapté en une proposition de plan de zonage définitif qu'elle transmet conjointement avec les remarques introduites suite à l'enquête publique et son point de vue au Ministre flamand chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau.
§ 2. Le Ministre flamand chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, vérifie si le plan de zonage répond aux critères visés à l'article 8, § 1er et s'il est en alignement avec le plan de zonage des communes voisines. Il apporte les modifications éventuelles nécessaires et fixe le plan de zonage définitif dans un délai de soixante jours civils, après réception du dossier, dans une décision motivée avec mention de ses pondérations générales relatives aux remarques introduites.
§ 3. Le plan de zonage définitif est publié par extrait au Moniteur belge et peut être consulté auprès des communes.
§ 4. [1 Le plan de zonage définitif est ensuite testé tous les six ans. Lorsqu'une révision est nécessaire, elle a lieu simultanément et conformément à la procédure de l'établissement de plans de gestion des bassins hydrographiques telle que visée aux [2 articles 1.6.2.4 et 1.6.2.5 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2.
Les plans de zonage définitifs restent en tout cas en vigueur jusqu'au moment où les plans de zonage définitifs revus ont été incorporés et publiés dans le plan de gestion du bassin hydrographique.
Tous les ans, une actualisation des plans de zonage définitifs peut avoir lieu en ce qui concerne la transition de la " zone extérieure à optimaliser collectivement " à la " zone extérieure optimalisée collectivement ", telle que visée à l'article 8, § 3. Cette actualisation annuelle a lieu dans le programme de mise en oeuvre en matière d'eau, telle que visée à [2 l'article 1.7.4.4 du décret précité]2.]1
§ 2. Le Ministre flamand chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, vérifie si le plan de zonage répond aux critères visés à l'article 8, § 1er et s'il est en alignement avec le plan de zonage des communes voisines. Il apporte les modifications éventuelles nécessaires et fixe le plan de zonage définitif dans un délai de soixante jours civils, après réception du dossier, dans une décision motivée avec mention de ses pondérations générales relatives aux remarques introduites.
§ 3. Le plan de zonage définitif est publié par extrait au Moniteur belge et peut être consulté auprès des communes.
§ 4. [1 Le plan de zonage définitif est ensuite testé tous les six ans. Lorsqu'une révision est nécessaire, elle a lieu simultanément et conformément à la procédure de l'établissement de plans de gestion des bassins hydrographiques telle que visée aux [2 articles 1.6.2.4 et 1.6.2.5 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2.
Les plans de zonage définitifs restent en tout cas en vigueur jusqu'au moment où les plans de zonage définitifs revus ont été incorporés et publiés dans le plan de gestion du bassin hydrographique.
Tous les ans, une actualisation des plans de zonage définitifs peut avoir lieu en ce qui concerne la transition de la " zone extérieure à optimaliser collectivement " à la " zone extérieure optimalisée collectivement ", telle que visée à l'article 8, § 3. Cette actualisation annuelle a lieu dans le programme de mise en oeuvre en matière d'eau, telle que visée à [2 l'article 1.7.4.4 du décret précité]2.]1
HOOFDSTUK IV. - Het uitvoeringsplan.
CHAPITRE IV. - Le plan d'exécution.
Art. 11. [1 Na de opmaak van het definitieve zoneringsplan zal de VMM een uitvoeringsplan opmaken.
Het uitvoeringsplan maakt een onderdeel uit van de stroomgebiedbeheerplannen. Het uitvoeringsplan wordt goedgekeurd conform de procedure voor de vaststelling van de stroomgebiedbeheerplannen als vermeld in [2 artikel 1.6.2.4 en 1.6.2.5 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2.]1
Het uitvoeringsplan maakt een onderdeel uit van de stroomgebiedbeheerplannen. Het uitvoeringsplan wordt goedgekeurd conform de procedure voor de vaststelling van de stroomgebiedbeheerplannen als vermeld in [2 artikel 1.6.2.4 en 1.6.2.5 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]2.]1
Art. 11. [1 Après l'établissement du plan de zonage définitif, la VMM établira un plan de mise en oeuvre.
Le plan de mise en oeuvre fait partie des plans de gestion des bassins hydrographiques. Le plan de mise en oeuvre est approuvé conformément à la procédure de l'établissement de plans de gestion des bassins hydrographiques telle que visée aux [2 les articles 1.6.4.2 et 1.6.2.5 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2.]1
Le plan de mise en oeuvre fait partie des plans de gestion des bassins hydrographiques. Le plan de mise en oeuvre est approuvé conformément à la procédure de l'établissement de plans de gestion des bassins hydrographiques telle que visée aux [2 les articles 1.6.4.2 et 1.6.2.5 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]2.]1
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties.
CHAPITRE V. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2002 relatif a la subvention de l'aménagement par les communes d'un réseau d'égouts publics, autres que les réseaux d'égouts prioritaires, et de la construction d'installations d'épuration des eaux d'égout de petite envergure.
Art. 12. Aan hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt een artikel 6bis toegevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 6bis. De gemeenten die binnen een termijn van twintig maanden na de ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan, zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van ... houdende vaststelling van de regels met betrekking tot de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en het vaststellen van de zoneringsplannen, geen definitief zoneringsplan hebben, komen niet meer in aanmerking voor opname op een subsidiëringsprogramma tot het ogenblik waarop het definitieve zoneringsplan is vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. "
" Art. 6bis. De gemeenten die binnen een termijn van twintig maanden na de ontvangst van het voorontwerp van zoneringsplan, zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van ... houdende vaststelling van de regels met betrekking tot de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en het vaststellen van de zoneringsplannen, geen definitief zoneringsplan hebben, komen niet meer in aanmerking voor opname op een subsidiëringsprogramma tot het ogenblik waarop het definitieve zoneringsplan is vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. "
Art. 12. Au chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2002 relatif a la subvention de l'aménagement par les communes d'un réseau d'égouts publics, autres que les réseaux d'égouts prioritaires, et de la construction d'installations d'épuration des eaux d'égout de petite envergure, il est ajouté un article 6bis rédigé comme suit :
" Art. 6bis. Les communes qui dans un délai de vingt mois après la réception de l'avant-projet du plan de zonage, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2006 fixant les règles de séparation entre l'obligation d'assainissement communale et supracommunale et la fixation des plans de zonage, ne disposent d'un plan de zonage définitif, n'entrent plus en ligne de compte pour être reprises au programme de subventionnement jusqu'au moment où le plan de zonage définitif est fixé et publié au Moniteur belge. "
" Art. 6bis. Les communes qui dans un délai de vingt mois après la réception de l'avant-projet du plan de zonage, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2006 fixant les règles de séparation entre l'obligation d'assainissement communale et supracommunale et la fixation des plans de zonage, ne disposent d'un plan de zonage définitif, n'entrent plus en ligne de compte pour être reprises au programme de subventionnement jusqu'au moment où le plan de zonage définitif est fixé et publié au Moniteur belge. "
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand qui a l'Environnement et la Politique de l'Eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Omslagwaarde per gemeente, vermeld in artikel 1, 14°.
Art. N1. Annexe I. Valeur de répartition par commune, visé à l'article 1er, 14°.
| Gemeentenaam | Omslagwaarde |
| - | - |
| Aalst | 750 |
| Aalter | 100 |
| Aarschot | 200 |
| Aartselaar | 100 |
| Affligem | 100 |
| Alken | 100 |
| Alveringem | 100 |
| Antwerpen | 2000 |
| Anzegem | 100 |
| Ardooie | 100 |
| Arendonk | 100 |
| As | 100 |
| Asse | 200 |
| Assenede | 100 |
| Avelgem | 100 |
| Baarle-Hertog | 100 |
| Balen | 200 |
| Beernem | 100 |
| Beerse | 100 |
| Beersel | 200 |
| Begijnendijk | 100 |
| Bekkevoort | 100 |
| Beringen | 400 |
| Berlaar | 100 |
| Berlare | 100 |
| Bertem | 100 |
| Bever | 100 |
| Beveren | 400 |
| Bierbeek | 100 |
| Bilzen | 200 |
| Blankenberge | 100 |
| Bocholt | 100 |
| Boechout | 100 |
| Bonheiden | 100 |
| Boom | 100 |
| Boortmeerbeek | 100 |
| Borgloon | 100 |
| Bornem | 100 |
| Borsbeek | 100 |
| Boutersem | 100 |
| Brakel | 100 |
| Brasschaat | 300 |
| Brecht | 200 |
| Bredene | 100 |
| Bree | 100 |
| Brugge | 1000 |
| Buggenhout | 100 |
| Damme | 100 |
| Deerlijk | 100 |
| De Haan | 100 |
| Deinze | 200 |
| Denderleeuw | 100 |
| Dendermonde | 400 |
| Dentergem | 100 |
| De Panne | 100 |
| De Pinte | 100 |
| Dessel | 100 |
| Destelbergen | 100 |
| Diepenbeek | 100 |
| Diest | 200 |
| Diksmuide | 100 |
| Dilbeek | 300 |
| Dilsen-Stokkem | 100 |
| Drogenbos | 100 |
| Duffel | 100 |
| Edegem | 200 |
| Eeklo | 100 |
| Erpe-Mere | 100 |
| Essen | 100 |
| Evergem | 300 |
| Galmaarden | 100 |
| Gavere | 100 |
| Geel | 300 |
| Geetbets | 100 |
| Genk | 500 |
| Gent | 2000 |
| Geraardsbergen | 300 |
| Gingelom | 100 |
| Gistel | 100 |
| Glabbeek | 100 |
| Gooik | 100 |
| Grimbergen | 300 |
| Grobbendonk | 100 |
| Haacht | 100 |
| Haaltert | 100 |
| Halen | 100 |
| Halle | 300 |
| Ham | 100 |
| Hamme | 200 |
| Hamont-Achel | 100 |
| Harelbeke | 200 |
| Hasselt | 500 |
| Hechtel-Eksel | 100 |
| Heers | 100 |
| Heist-op-den-Berg | 200 |
| Hemiksem | 100 |
| Herent | 100 |
| Herentals | 200 |
| Herenthout | 100 |
| Herk-de-Stad | 100 |
| Herne | 100 |
| Herselt | 100 |
| Herstappe | 100 |
| Herzele | 100 |
| Heusden-Zolder | 300 |
| Heuvelland | 100 |
| Hoegaarden | 100 |
| Hoeilaart | 100 |
| Hoeselt | 100 |
| Holsbeek | 100 |
| Hooglede | 100 |
| Hoogstraten | 100 |
| Horebeke | 100 |
| Houthalen-Helchteren | 200 |
| Houthulst | 100 |
| Hove | 100 |
| Huldenberg | 100 |
| Hulshout | 100 |
| Ichtegem | 100 |
| Ieper | 300 |
| Ingelmunster | 100 |
| Izegem | 200 |
| Jabbeke | 100 |
| Kalmthout | 100 |
| Kampenhout | 100 |
| Kapellen | 200 |
| Kapelle-op-den-Bos | 100 |
| Kaprijke | 100 |
| Kasterlee | 100 |
| Keerbergen | 100 |
| Kinrooi | 100 |
| Kluisbergen | 100 |
| Knesselare | 100 |
| Knokke-Heist | 300 |
| Koekelare | 100 |
| Koksijde | 200 |
| Kontich | 200 |
| Kortemark | 100 |
| Kortenaken | 100 |
| Kortenberg | 100 |
| Kortessem | 100 |
| Kortrijk | 500 |
| Kraainem | 100 |
| Kruibeke | 100 |
| Kruishoutem | 100 |
| Kuurne | 100 |
| Laakdal | 100 |
| Laarne | 100 |
| Lanaken | 200 |
| Landen | 100 |
| Langemark-Poelkapelle | 100 |
| Lebbeke | 100 |
| Lede | 100 |
| Ledegem | 100 |
| Lendelede | 100 |
| Lennik | 100 |
| Leopoldsburg | 100 |
| Leuven | 750 |
| Lichtervelde | 100 |
| Liedekerke | 100 |
| Lier | 300 |
| Lierde | 100 |
| Lille | 100 |
| Linkebeek | 100 |
| Lint | 100 |
| Linter | 100 |
| Lochristi | 100 |
| Lokeren | 300 |
| Lommel | 300 |
| Londerzeel | 100 |
| Lo-Reninge | 100 |
| Lovendegem | 100 |
| Lubbeek | 100 |
| Lummen | 100 |
| Maarkedal | 100 |
| Maaseik | 200 |
| Maasmechelen | 300 |
| Machelen | 100 |
| Maldegem | 100 |
| Malle | 100 |
| Mechelen | 750 |
| Meerhout | 100 |
| Meeuwen-Gruitrode | 100 |
| Meise | 100 |
| Melle | 100 |
| Menen | 300 |
| Merchtem | 100 |
| Merelbeke | 200 |
| Merksplas | 100 |
| Mesen | 100 |
| Meulebeke | 100 |
| Middelkerke | 100 |
| Moerbeke | 100 |
| Mol | 300 |
| Moorslede | 100 |
| Mortsel | 200 |
| Nazareth | 100 |
| Neerpelt | 100 |
| Nevele | 100 |
| Niel | 100 |
| Nieuwerkerken | 100 |
| Nieuwpoort | 200 |
| Nijlen | 100 |
| Ninove | 300 |
| Olen | 100 |
| Oostende | 500 |
| Oosterzele | 100 |
| Oostkamp | 200 |
| Oostrozebeke | 100 |
| Opglabbeek | 100 |
| Opwijk | 100 |
| Oudenaarde | 200 |
| Oudenburg | 100 |
| Oud-Heverlee | 100 |
| Oud-Turnhout | 100 |
| Overijse | 200 |
| Overpelt | 100 |
| Peer | 100 |
| Pepingen | 100 |
| Pittem | 100 |
| Poperinge | 100 |
| Putte | 100 |
| Puurs | 100 |
| Ranst | 100 |
| Ravels | 100 |
| Retie | 100 |
| Riemst | 100 |
| Rijkevorsel | 100 |
| Roeselare | 500 |
| Ronse | 200 |
| Roosdaal | 100 |
| Rotselaar | 100 |
| Ruiselede | 100 |
| Rumst | 100 |
| Schelle | 100 |
| Scherpenheuvel-Zichem | 200 |
| Schilde | 100 |
| Schoten | 300 |
| Sint-Amands | 100 |
| Sint-Genesius-Rode | 100 |
| Sint-Gillis-Waas | 100 |
| Sint-Katelijne-Waver | 100 |
| Sint-Laureins | 100 |
| Sint-Lievens-Houtem | 100 |
| Sint-Martens-Latem | 100 |
| Sint-Niklaas | 500 |
| Sint-Pieters-Leeuw | 300 |
| Sint-Truiden | 300 |
| Spiere-Helkijn | 100 |
| Stabroek | 100 |
| Staden | 100 |
| Steenokkerzeel | 100 |
| Stekene | 100 |
| Temse | 200 |
| Ternat | 100 |
| Tervuren | 200 |
| Tessenderlo | 100 |
| Tielt | 100 |
| Tielt-Winge | 100 |
| Tienen | 300 |
| Tongeren | 200 |
| Torhout | 100 |
| Tremelo | 100 |
| Turnhout | 300 |
| Veurne | 100 |
| Vilvoorde | 300 |
| Vleteren | 100 |
| Voeren | 100 |
| Vorselaar | 100 |
| Vosselaar | 100 |
| Waarschoot | 100 |
| Waasmunster | 100 |
| Wachtebeke | 100 |
| Waregem | 300 |
| Wellen | 100 |
| Wemmel | 100 |
| Wervik | 100 |
| Westerlo | 200 |
| Wetteren | 200 |
| Wevelgem | 300 |
| Wezembeek-Oppem | 100 |
| Wichelen | 100 |
| Wielsbeke | 100 |
| Wijnegem | 100 |
| Willebroek | 200 |
| Wingene | 100 |
| Wommelgem | 100 |
| Wortegem-Petegem | 100 |
| Wuustwezel | 100 |
| Zandhoven | 100 |
| Zaventem | 200 |
| Zedelgem | 200 |
| Zele | 200 |
| Zelzate | 100 |
| Zemst | 200 |
| Zingem | 100 |
| Zoersel | 200 |
| Zomergem | 100 |
| Zonhoven | 100 |
| Zonnebeke | 100 |
| Zottegem | 200 |
| Zoutleeuw | 100 |
| Zuienkerke | 100 |
| Zulte | 100 |
| Zutendaal | 100 |
| Zwalm | 100 |
| Zwevegem | 200 |
| Zwijndrecht | 100 |
| Nom de la commune | Valeur de répartition |
| - | - |
| Alost | 750 |
| Aalter | 100 |
| Aarschot | 200 |
| Aartselaar | 100 |
| Affligem | 100 |
| Alken | 100 |
| Alveringem | 100 |
| Anvers | 2000 |
| Anzegem | 100 |
| Ardooie | 100 |
| Arendonk | 100 |
| As | 100 |
| Asse | 200 |
| Assenede | 100 |
| Avelgem | 100 |
| Baarle-Hertog | 100 |
| Balen | 200 |
| Beernem | 100 |
| Beerse | 100 |
| Beersel | 200 |
| Begijnendijk | 100 |
| Bekkevoort | 100 |
| Beringen | 400 |
| Berlaar | 100 |
| Berlare | 100 |
| Bertem | 100 |
| Bever | 100 |
| Beveren | 400 |
| Bierbeek | 100 |
| Bilzen | 200 |
| Blankenberge | 100 |
| Bocholt | 100 |
| Boechout | 100 |
| Bonheiden | 100 |
| Boom | 100 |
| Boortmeerbeek | 100 |
| Borgloon | 100 |
| Bornem | 100 |
| Borsbeek | 100 |
| Boutersem | 100 |
| Brakel | 100 |
| Brasschaat | 300 |
| Brecht | 200 |
| Bredene | 100 |
| Bree | 100 |
| Bruges | 1000 |
| Buggenhout | 100 |
| Damme | 100 |
| Deerlijk | 100 |
| De Haan | 100 |
| Deinze | 200 |
| Denderleeuw | 100 |
| Termonde | 400 |
| Dentergem | 100 |
| De Panne | 100 |
| De Pinte | 100 |
| Dessel | 100 |
| Destelbergen | 100 |
| Diepenbeek | 100 |
| Diest | 200 |
| Dixmude | 100 |
| Dilbeek | 300 |
| Dilsen-Stokkem | 100 |
| Drogenbos | 100 |
| Duffel | 100 |
| Edegem | 200 |
| Eeklo | 100 |
| Erpe-Mere | 100 |
| Essen | 100 |
| Evergem | 300 |
| Galmaarden | 100 |
| Gavere | 100 |
| Geel | 300 |
| Geetbets | 100 |
| Genk | 500 |
| Gand | 2000 |
| Grammont | 300 |
| Gingelom | 100 |
| Gistel | 100 |
| Glabbeek | 100 |
| Gooik | 100 |
| Grimbergen | 300 |
| Grobbendonk | 100 |
| Haacht | 100 |
| Haaltert | 100 |
| Halen | 100 |
| Hal | 300 |
| Ham | 100 |
| Hamme | 200 |
| Hamont-Achel | 100 |
| Harelbeke | 200 |
| Hasselt | 500 |
| Hechtel-Eksel | 100 |
| Heers | 100 |
| Heist-op-den-Berg | 200 |
| Hemiksem | 100 |
| Herent | 100 |
| Herentals | 200 |
| Herenthout | 100 |
| Herk-de-Stad | 100 |
| Herne | 100 |
| Herselt | 100 |
| Herstappe | 100 |
| Herzele | 100 |
| Heusden-Zolder | 300 |
| Heuvelland | 100 |
| Hoegaarden | 100 |
| Hoeilaart | 100 |
| Hoeselt | 100 |
| Holsbeek | 100 |
| Hooglede | 100 |
| Hoogstraten | 100 |
| Horebeke | 100 |
| Houthalen-Helchteren | 200 |
| Houthulst | 100 |
| Hove | 100 |
| Huldenberg | 100 |
| Hulshout | 100 |
| Ichtegem | 100 |
| Ypres | 300 |
| Ingelmunster | 100 |
| Izegem | 200 |
| Jabbeke | 100 |
| Kalmthout | 100 |
| Kampenhout | 100 |
| Kapellen | 200 |
| Kapelle-op-den-Bos | 100 |
| Kaprijke | 100 |
| Kasterlee | 100 |
| Keerbergen | 100 |
| Kinrooi | 100 |
| Kluisbergen | 100 |
| Knesselare | 100 |
| Knokke-Heist | 300 |
| Koekelare | 100 |
| Koksijde | 200 |
| Kontich | 200 |
| Kortemark | 100 |
| Kortenaken | 100 |
| Kortenberg | 100 |
| Kortessem | 100 |
| Courtrai | 500 |
| Kraainem | 100 |
| Kruibeke | 100 |
| Kruishoutem | 100 |
| Kuurne | 100 |
| Laakdal | 100 |
| Laarne | 100 |
| Lanaken | 200 |
| Landen | 100 |
| Langemark-Poelkapelle | 100 |
| Lebbeke | 100 |
| Lede | 100 |
| Ledegem | 100 |
| Lendelede | 100 |
| Lennik | 100 |
| Leopoldsburg | 100 |
| Louvain | 750 |
| Lichtervelde | 100 |
| Liedekerke | 100 |
| Lierre | 300 |
| Lierde | 100 |
| Lille | 100 |
| Linkebeek | 100 |
| Lint | 100 |
| Linter | 100 |
| Lochristi | 100 |
| Lokeren | 300 |
| Lommel | 300 |
| Londerzeel | 100 |
| Lo-Reninge | 100 |
| Lovendegem | 100 |
| Lubbeek | 100 |
| Lummen | 100 |
| Maarkedal | 100 |
| Maaseik | 200 |
| Maasmechelen | 300 |
| Machelen | 100 |
| Maldegem | 100 |
| Malle | 100 |
| Malines | 750 |
| Meerhout | 100 |
| Meeuwen-Gruitrode | 100 |
| Meise | 100 |
| Melle | 100 |
| Menin | 300 |
| Merchtem | 100 |
| Merelbeke | 200 |
| Merksplas | 100 |
| Menin | 100 |
| Meulebeke | 100 |
| Middelkerke | 100 |
| Moerbeke | 100 |
| Mol | 300 |
| Moorslede | 100 |
| Mortsel | 200 |
| Nazareth | 100 |
| Neerpelt | 100 |
| Nevele | 100 |
| Niel | 100 |
| Nieuwerkerken | 100 |
| Nieuport | 200 |
| Nijlen | 100 |
| Ninove | 300 |
| Olen | 100 |
| Ostende | 500 |
| Oosterzele | 100 |
| Oostkamp | 200 |
| Oostrozebeke | 100 |
| Opglabbeek | 100 |
| Opwijk | 100 |
| Oudenaarde | 200 |
| Oudenburg | 100 |
| Oud-Heverlee | 100 |
| Oud-Turnhout | 100 |
| Overijse | 200 |
| Overpelt | 100 |
| Peer | 100 |
| Pepingen | 100 |
| Pittem | 100 |
| Poperinge | 100 |
| Putte | 100 |
| Puurs | 100 |
| Ranst | 100 |
| Ravels | 100 |
| Retie | 100 |
| Riemst | 100 |
| Rijkevorsel | 100 |
| Roulers | 500 |
| Renaix | 200 |
| Roosdaal | 100 |
| Rotselaar | 100 |
| Ruiselede | 100 |
| Rumst | 100 |
| Schelle | 100 |
| Scherpenheuvel-Zichem | 200 |
| Schilde | 100 |
| Schoten | 300 |
| Sint-Amands | 100 |
| Rhode-Saint-Genese | 100 |
| Sint-Gillis-Waas | 100 |
| Sint-Katelijne-Waver | 100 |
| Sint-Laureins | 100 |
| Sint-Lievens-Houtem | 100 |
| Sint-Martens-Latem | 100 |
| Sint-Niklaas | 500 |
| Sint-Pieters-Leeuw | 300 |
| Saint-Trond | 300 |
| Spiere-Helkijn | 100 |
| Stabroek | 100 |
| Staden | 100 |
| Steenokkerzeel | 100 |
| Stekene | 100 |
| Temse | 200 |
| Ternat | 100 |
| Tervuren | 200 |
| Tessenderlo | 100 |
| Tielt | 100 |
| Tielt-Winge | 100 |
| Tirlemont | 300 |
| Tongres | 200 |
| Torhout | 100 |
| Tremelo | 100 |
| Turnhout | 300 |
| Furnes | 100 |
| Vilvorde | 300 |
| Vleteren | 100 |
| Fouron | 100 |
| Vorselaar | 100 |
| Vosselaar | 100 |
| Waarschoot | 100 |
| Waasmunster | 100 |
| Wachtebeke | 100 |
| Waregem | 300 |
| Wellen | 100 |
| Wemmel | 100 |
| Wervik | 100 |
| Westerlo | 200 |
| Wetteren | 200 |
| Wevelgem | 300 |
| Wezembeek-Oppem | 100 |
| Wichelen | 100 |
| Wielsbeke | 100 |
| Wijnegem | 100 |
| Willebroek | 200 |
| Wingene | 100 |
| Wommelgem | 100 |
| Wortegem-Petegem | 100 |
| Wuustwezel | 100 |
| Zandhoven | 100 |
| Zaventem | 200 |
| Zedelgem | 200 |
| Zele | 200 |
| Zelzate | 100 |
| Zemst | 200 |
| Zingem | 100 |
| Zoersel | 200 |
| Zomergem | 100 |
| Zonhoven | 100 |
| Zonnebeke | 100 |
| Zottegem | 200 |
| Zoutleeuw | 100 |
| Zuienkerke | 100 |
| Zulte | 100 |
| Zutendaal | 100 |
| Zwalm | 100 |
| Zwevegem | 200 |
| Zwijndrecht | 100 |
Gewijzigd bij :
Modifié par ;
Art. N2. Bijlage II. - Lijst van landelijke deelgemeenten, vermeld in [1 artikel 2, § 2]1.
Art. N2. Annexe II. Liste des communes rurales, visée à [1 l'article 2, § 2 ]1.
| Gemeente | Deelgemeente met omslagwaarde 100 IE |
| Gent | Afsnee Desteldonk Mendonk Sint-Kruis-Winkel |
| Brugge | Dudzele |
| Aalst | Baardegem |
| Mechelen | Heffen Walem |
| Kortrijk | Kooigem |
| Hasselt | Wimmertingen Spalbeek Stokrooie |
| Roeselare | Oekene |
omslagwaarde 100 IEGentAfsnee
Desteldonk
Mendonk
Sint-Kruis-WinkelBruggeDudzeleAalstBaardegemMechelenHeffen
WalemKortrijkKooigemHasseltWimmertingen
Spalbeek
StokrooieRoeselareOekene
| Commune | Commune avec valeur de répartition 100 IE |
| Gand | Afsnee Desteldonk Mendonk Sint-Kruis-Winkel |
| Bruges | Dudzele |
| Alost | Baardegem |
| Malines | Heffen Walem |
| Courtrai | Kooigem |
| Hasselt | Wimmertingen Spalbeek Stokrooie |
| Roulers | Oekene |
de répartition 100 IEGandAfsnee
Desteldonk
Mendonk
Sint-Kruis-WinkelBrugesDudzeleAlostBaardegemMalinesHeffen
Walem
CourtraiKooigemHasseltWimmertingen
Spalbeek
StokrooieRoulersOekene
Gewijzigd bij :
Modifié par ;
(1)
(1)
Art. N3. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-03-2019, p. 21501)]1
Art. N3. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-03-2019, p. 21511)]1