Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JANUARI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-05-2006 en tekstbijwerking tot 25-06-2021)
Titre
13 JANVIER 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand concernant la comptabilité et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-05-2006 et mise à jour au 25-06-2021)
Documentinformatie
Numac: 2006035728
Datum: 2006-01-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006035728
Date: 2006-01-13
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
[1 voorziening : een instelling, een dienst, een centrum, een organisatie of een vereniging die vergund, erkend of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;]1
3° sector : het gedeelte van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin dat door een welbepaalde basisregelgeving valt onder het toepassingsgebied van dit besluit;
4° activiteitencentrum : elke entiteit die als dusdanig erkend of gesubsidieerd is en elke activiteit waarvoor aan de overheid een afzonderlijk financieel verslag moet worden bezorgd. De minister kan per sector de definitie van een activiteitencentrum beperken of uitbreiden;
5° administratie : het agentschap of het departement van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin dat bevoegd is voor de erkenning of subsidiëring van de sector in kwestie.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes et le Ministre flamand chargé de la politique de la santé;
[1 structure : un établissement, un service, un centre, une organisation ou une association, autorisé(e), agréé(e) ou subventionné(e) par la Communauté flamande au sein du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille;]1
3° secteur : la partie du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille qui relève du champ d'application du présent arrêté en vertu d'une réglementation de base déterminée;
4° centre d'activités : chaque entité qui est agréée ou subventionnée en tant que telle et chaque activité pour laquelle un rapport financier distinct doit être transmis aux pouvoirs publics. Le Ministre peut limiter ou étendre par secteur la définition d'un centre d'activités;
5° administration : l'agence ou le département du Ministère de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille qui est compétent pour l'agrément ou le subventionnement du secteur en question.
Art. 2. [1 De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de voorzieningen die vergund, erkend of gesubsidieerd zijn met toepassing van de volgende decreten en besluiten :
1° het decreet van 26 juni 1991 betreffende de erkenning en subsidiëring van het maatschappelijk opbouwwerk;
2° het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg;
3° het decreet van 21 maart 2003 betreffende de armoedebestrijding;
4° het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, met uitzondering van afdelingen medisch toezicht van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, departementen medisch toezicht van interne diensten voor preventie en bescherming op het werk en gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk;
5° het decreet van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders;
6° het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid [6 "Opgroeien regie"]6, alleen wat betreft de toepassing van artikel 8, § 1, en 12;
7° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
8° het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand;
9° het [5 Woonzorgdecreet van 15 februari 2019]5, met uitzondering van de diensten voor thuisverpleging;
10° het decreet van 3 april 2009 betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
11° het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
12° het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, alleen wat betreft de toepassing van artikel 13;
13° het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
14° het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, alleen wat betreft de toepassing van artikel 42;
15° [3 besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie;]3
16° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;]1

[2 17° het decreet van 17 februari 2017 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van een Vlaamse organisatie ter ondersteuning van welzijnsbevordering en samenlevingsopbouw;]2
[4 18° het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, met uitzondering van de revalidatieziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen.]4
Art. 2. [1 Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux structures autorisées, agréées ou subventionnées en application des décrets et arrêtés suivants :
1° le décret du 26 juin 1991 relatif à l'agrément des initiatives d'animation sociale et à l'octroi de subventions à ces initiatives;
2° le décret du 18 mai 1999 relatif au secteur de la santé mentale;
3° le décret du 21 mars 2003 relatif à la lutte contre la pauvreté;
4° le décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, à l'exception des divisions de surveillance médicale de services externes pour la prévention et la protection au travail, des départements de surveillance médicale de services internes pour la prévention et la protection au travail et de services internes communs pour la prévention et la protection au travail;
5° le décret du 3 mars 2004 relatif aux soins de santé primaires et à la coopération entre les prestataires de soins;
6° le décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique [6 " Grandir Régie "]6, uniquement en ce qui concerne l'application de l'article 8, § 1er, et de l'article 12;
7° le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées);
8° le décret du 7 mars 2008 relatif à l'assistance spéciale à la jeunesse;
[5 le décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019]5, à l'exception des services de soins infirmiers à domicile;
10° le décret du 3 avril 2009 relatif au bénévolat organisé dans le domaine politique " Welzijn, Volkgezondheid en Gezin ";
11° le décret du 8 mai 2009 relatif à l'aide sociale générale;
12° le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants, uniquement en ce qui concerne l'application de l'article 13;
13° le décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial;
14° le décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, uniquement en ce qui concerne l'application de l'article 42;
15° [3 arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraités et de l'organisation partenaire ;]3
16° l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles.]1

[2 17° le décret du 17 février 2017 : le décret du 17 février 2017 réglant l'agrément et le subventionnement d'une organisation flamande de soutien à la promotion du bien-être et à l'animation socio-éducative;]2
[4 18° le décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs, à l'exception des hôpitaux de revalidation et des maisons de soins psychiatriques.]4
Art. 3. [1 De voorzieningen die opgericht zijn door een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting,voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.]1
Art. 3. [1 Les structures qui sont créées par une association sans but lucratif ou une fondation, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations.]1
Art. 4. [1 De voorzieningen die opgericht zijn door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. ]1
Art. 4. [1 Les structures qui sont créées par un Centre public d'Aide sociale tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux Centres publics d'Aide sociale.]1
Art. 5. De voorzieningen die opgericht zijn door een stadsbestuur of gemeentebestuur, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op stadsbesturen en gemeentebesturen.
Art. 5. Les structures qui sont créées par une administration communale, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux administrations communales.
Art. 6. De voorzieningen die opgericht zijn door een provinciebestuur, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op provinciebesturen.
Art. 6. Les structures qui sont créées par une administration provinciale, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux administrations provinciales.
Art. 7. [1 De voorzieningen die opgericht zijn door een intergemeentelijk samenwerkingsverband, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op de intergemeentelijke samenwerking.]1
Art. 7. [1 Les structures qui sont créées par une structure de coopération intercommunale, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable à la coopération intercommunale.]1
Art. 8. De voorzieningen die opgericht zijn door een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op die rechtspersoon.
Art. 8. Les structures qui sont créées par une autre personne morale de droit public, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable à cet personne morale.
Art. 9. De voorzieningen die opgericht zijn door een landsbond of een ziekenfonds als vermeld in artikel 2 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van de ziekenfondsen, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op landsbonden en ziekenfondsen.
Art. 9. Les structures créées par une union nationale de mutualités ou une mutualité telle que mentionnée à l'article 2 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux unions nationales de mutualités et mutualités.
Art. 10. [1 De voorzieningen die opgericht zijn door een natuurlijk persoon of een onderneming, voeren een boekhouding volgens de regelgeving die van toepassing is op de ondernemingen.]1
Art. 10. [1 Les structures qui sont créées par une personne physique ou une entreprise, tiennent une comptabilité suivant la réglementation applicable aux entreprises.]1
Art. 11. De minister kan per sector opleggen dat bepaalde rekeningen in de boekhouding worden opgenomen. Elke wijziging hieraan moet worden doorgevoerd minstens zes maanden voor de aanvang van een boekjaar. De minister kan per sector de begin- en einddatum van het boekjaar opleggen.
Art. 11. Le Ministre peut imposer par secteur l'inclusion de certains comptes dans la comptabilité. Toute modification à apporter doit intervenir au moins six mois avant le début d'un exercice comptable. Le Ministre peut imposer par secteur la date de début et de clôture de l'exercice comptable.
Art. 12. [1 Het voeren van een boekhouding, het opmaken van het financieel verslag en het bezorgen van dat verslag aan de administratie, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, zijn erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden en vergunningsvoorwaarden voor wat betreft de sector van de pleegzorg.]1
Art. 12. [1 Le fait de tenir une comptabilité, d'établir le rapport financier et de transmettre ce rapport à l'administration, conformément aux dispositions du présent arrêté, constituent des conditions d'agrément et de subventionnement en ce qui concerne le secteur du placement familial.]1
Art.12/1. [1 De voorzieningen die opgericht zijn door een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting, zijn verplicht om in de jaarrekening, die wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België, alle facultatieve gegevens in te vullen.]1
Art.12/1. [1 Les structures qui sont créées par une association sans but lucratif ou une fondation, sont tenues à remplir toutes les données facultatives dans le compte annuel déposé auprès de la Banque nationale de Belgique.]1
Art. 13. De voorzieningen, vermeld in artikel 3 en 10, die een vereenvoudigde boekhouding voeren, maken jaarlijks een financieel verslag op, dat bestaat uit een staat van het vermogen en een staat van ontvangsten en uitgaven, opgesplitst per activiteitencentrum. In een bijlage leggen de voorzieningen uit hoe de ontvangsten en uitgaven verdeeld zijn over de activiteitencentra.
De voorzieningen, vermeld in artikel 3 en 10, die een dubbele boekhouding voeren, maken jaarlijks een financieel verslag op, dat bestaat uit de goedgekeurde jaarrekening van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de voorziening opricht. Naast de jaarrekening omvat het financieel verslag de resultatenrekening, opgesplitst per activiteitencentrum. In een bijlage leggen de voorzieningen uit hoe de kosten en opbrengsten verdeeld zijn over de activiteitencentra.
De voorzieningen, vermeld in artikel 4 tot en met 9, maken jaarlijks per voorziening een financieel verslag op, dat bestaat uit een uittreksel uit de rekening van de rechtspersoon met alle rekeningen die betrekking hebben op de voorziening.
Art. 13. Les structures mentionnées aux articles 3 et 10, qui tiennent une comptabilité simplifiée, établissent chaque année un rapport financier qui consiste en un état du patrimoine et un état des recettes et dépenses, ventilées par centre d'activités. Les structures exposent dans une annexe le mode de ventilation des recettes et des dépenses parmi les centres d'activités.
Les structures mentionnées aux articles 3 et 10, qui tiennent une comptabilité double, établissent chaque année un rapport financier qui consiste en des comptes annuels approuvés de la personne morale ou la personne physique qui crée la structure. Outre les comptes annuels, le rapport financier comprend le compte des résultats, ventilé par centre d'activités. Les structures exposent dans une annexe le mode de ventilation des frais et des recettes parmi les centres d'activités.
Les structures mentionnées aux articles 4 à 9 inclus, établissent chaque année, par structure, une rapport financier qui consiste en un extrait du compte de la personne morale comprenant tous les comptes portant sur la structure.
Art. 14. Bij het financieel verslag voegen de voorzieningen die gesubsidieerd worden, een lijst met alle door een overheid verstrekte subsidies, de subsidieverleners en het doel van de subsidies. De minister kan per sector aanvullende documenten opvragen en kan de vorm bepalen waarin de documenten worden ingediend.
Art. 14. Les structures subventionnées joignent au rapport financier une liste reprenant toutes les subventions publiques, les autorités subventionnantes et l'objet des subventions. Le Ministre peut se faire communiquer par secteur des documents additionnels et fixer la forme de leur transmission.
Art. 15. Het financieel verslag wordt bezorgd aan de administratie uiterlijk zeven maanden na afsluiting van het boekjaar. De minister kan per sector een andere indieningsdatum opleggen.
Art. 15. Le rapport financier est adressé à l'administration au plus tard sept mois après la clôture de l'exercice comptable. Le Ministre peut imposer par secteur une autre date d'introduction.
Art. 16. De minister kan per sector aan voorzieningen, vermeld in artikel 3, die worden opgericht door een kleine vereniging zonder winstoogmerk, opleggen dat zij de boekhouding van een grote vereniging voeren.
Art. 16. Le Ministre peut imposer par secteur aux structures, mentionnées à l'article 3, qui sont créées par une petite association sans but lucratif, la tenue d'une comptabilité telle que celle tenue par une grande association.
Art. 17. De minister kan per sector bepalen voor welke voorzieningen de boekhouding moet worden voorgelegd aan een bedrijfsrevisor of aan een accountant.
Art. 17. Le Ministre peut fixer par secteur les structures dont la comptabilité doit être soumise à un réviseur d'entreprise ou un expert-comptable.
Art. 18. De personeelsleden van de agentschappen en het departement van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin houden toezicht op de naleving van dit besluit.
Art. 18. Les membres du personnel des agences et du département du Ministère de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille, veillent au respect du présent arrêté.
Art. 19. De volgende besluiten, normen en omzendbrieven worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 1986 betreffende de boekhouding, de jaarrekening en het rekeningenstelsel voor de instellingen erkend in het kader van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, gewijzigd bij de besluiten van 18 december 1998 en 23 november 2001;
2° het ministerieel besluit van 11 december 1986 tot bepaling van de rekeningen en de codes bedoeld bij artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 1986 betreffende de boekhouding, de jaarrekening en het rekeningenstelsel voor de instellingen erkend in het kader van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten;
3° het ministerieel besluit van 12 december 1986 met betrekking tot het neerleggen van de aanvangsbalans en de jaarrekening door de instellingen erkend in het kader van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1989 betreffende de boekhouding, de jaarrekening en het rekeningenstelsel voor de serviceflatgebouwen, de woningcomplexen met dienstverlening en de rusthuizen, gewijzigd bij de besluiten van 19 januari 1994 en 1 juni 2001;
5° norm 6.1. van de bijlage A en norm 6.1. van de bijlage B van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1985 tot vaststelling van de normen waaraan een serviceflatgebouw, een woningcomplex met dienstverlening of een rusthuis moet voldoen om voor erkenning in aanmerking te komen;
6° het ministerieel besluit van 26 november 1997 betreffende de invoering van de boekhouding, de jaarrekening en het rekeningenstelsel voor kinderdagverblijven, diensten voor opvanggezinnen, initiatieven voor buitenschoolse opvang en centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 11 december 1998 en 3 december 1999;
7° het ministerieel besluit van 22 mei 2002 tot bepaling van de vorm en inhoud van het financieel verslag voor de diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg;
8° de omzendbrieven Boekhouding/1994/1 en Boekhouding/1995/2;
9° artikel 10, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap;
10° artikel 17, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten.
Art. 19. Les arrêtés, normes et circulaires suivants sont abrogés :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 1986 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et au plan comptable pour les institutions agréées dans le cadre du Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, modifié par les arrêtés des 18 décembre 1998 et 23 novembre 2001;
2° l'arrêté ministériel du 11 décembre 1986 fixant les comptes et les codes visés à l'article 46 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 1986 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et au plan comptable pour les institutions agréées dans le cadre du Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés;
3° l'arrêté ministériel du 12 décembre 1986 relatif au dépôt du bilan d'ouverture et des comptes annuels par les institutions agréées dans le cadre du Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 janvier 1989 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et au plan comptable pour les résidences-services, les complexes résidentiels proposant des services et les maisons de repos, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 janvier 1994 et 1er juin 2001;
5° la norme 6.1. de l'annexe A et la norme 6.1. de l'annexe B de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 1985 fixant les normes d'agrément auxquelles les résidences-services, les complexes résidentiels proposant des services ou une maison de repos doivent satisfaire;
6° l'arrêté ministériel du 26 novembre 1997 instaurant la comptabilité, les comptes annuels et le plan comptable pour les crèches, les services pour familles d'accueil, les initiatives d'accueil extrascolaire et les centres d'aide aux enfants et de soutien aux familles, modifié par les arrêtés ministériels des 11 décembre 1998 et 3 décembre 1999;
7° l'arrêté ministériel du 22 mai 2002 fixant la forme et le contenu du rapport financier pour les services d'aide logistique et de soins à domicile complémentaires;
8° les circulaires Comptabilité/1994/1 et Comptabilité/1995/2;
9° l'article 10, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 1996 réglant l'agrément et le subventionnement des services d'aide à domicile pour personnes handicapées;
10° l'article 17, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant les conditions d'agrément ainsi que les modalités de fonctionnement et de subventionnement des services pour handicapés habitant chez eux de manière autonome visés à l'article 3, § 1erbis de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés.
Art. 20. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2006.
Art. 20. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006.
Art. 21. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Ministre flamand qui a l'assistance aux personnes et la politique de santé dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.