Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 APRIL 2006. - Besluit van de secretaris-generaal van het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid tot subdelegatie van sommige beslissingsbevoegdheden aan personeelsleden van het departement (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-05-2006 en tekstbijwerking tot 07-11-2008)
Titre
3 AVRIL 2006. - Arrêté du Secrétaire général du département des services pour la politique générale du gouvernement, relatif à la délégation de quelques compétences de décision à des membres du personnel du département (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-05-2006 et mise à jour au 07-11-2008)
Documentinformatie
Numac: 2006035659
Datum: 2006-04-03
Info du document
Numac: 2006035659
Date: 2006-04-03
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Delegatie inzake interne organi...
HOOFDSTUK III. - Delegatie inzake overheidsopdr...
HOOFDSTUK IV. - Delegatie inzake de uitvoering ...
HOOFDSTUK V. - Delegatie inzake het ondertekene...
HOOFDSTUK VI. - Mogelijkheid tot subdelegatie.
HOOFDSTUK VII. - Regeling bij vervanging.
HOOFDSTUK VIII. - Gebruik van de delegaties en ...
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
Inhoud
Tekst (38)
Texte (1)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Article M. Pour le texte, voir version néerlandaise.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid.
-
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° het hoofd van het departement : het personeelslid dat belast is met de leiding van het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid;
2° de afdelingshoofden : de personeelsleden, houder van een managementfunctie van N-1 niveau, die belast zijn met de leiding van een entiteit op N-1 niveau binnen het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, zijnde :
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Stafdienst Vlaamse Regering;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Kanselarij;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Communicatie;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Managementondersteunende Diensten;
[1 - het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Contactpunt Vlaamse Infolijn.]1
1° het hoofd van het departement : het personeelslid dat belast is met de leiding van het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid;
2° de afdelingshoofden : de personeelsleden, houder van een managementfunctie van N-1 niveau, die belast zijn met de leiding van een entiteit op N-1 niveau binnen het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, zijnde :
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Stafdienst Vlaamse Regering;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Kanselarij;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Communicatie;
- het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Managementondersteunende Diensten;
[1 - het personeelslid dat belast is met de leiding van de entiteit Contactpunt Vlaamse Infolijn.]1
-
Art. 3. § 1. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtname van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in de bepalingen van de relevante wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, dienstorders en andere vormen van reglementeringen, instructies, richtlijnen en beslissingen.
§ 2. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden kunnen enkel uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken entiteit en van de kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken entiteit ressorteren.
§ 2. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden kunnen enkel uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken entiteit en van de kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken entiteit ressorteren.
-
Art. 4. Als in dit besluit de beslissingsbevoegdheid voor bepaalde aangelegenheden expliciet gedelegeerd wordt, strekt de delegatie zich ook uit tot :
1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken;
3° het afsluiten van overeenkomsten.
1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken;
3° het afsluiten van overeenkomsten.
-
Art. 5. De bij dit besluit verleende delegaties hebben zowel betrekking op de apparaatskredieten als op de beleidskredieten.
-
Art. 6. Ingeval het gebruik van de bij dit besluit verleende delegaties gepaard gaat met het gunnen van een overheidsopdracht, gelden de bepalingen van artikelen 11 en 12.
-
Art. 7. De in dit besluit vermelde bedragen zijn bedragen, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde.
-
HOOFDSTUK II. - Delegatie inzake interne organisatie, personeelsmanagement en facilitair management.
-
Art. 8. Het afdelingshoofd heeft delegatie om de beslissingen te nemen in verband met de organisatie van de werkzaamheden en het goed functioneren van zijn entiteit, met inbegrip van het procesmanagement en het communicatiemanagement.
-
Art. 9. Inzake personeelsmanagement heeft het afdelingshoofd delegatie om de beslissingen te nemen in verband met :
1° de indienstneming van personeelsleden, na goedkeuring van de vacature en de functiebeschrijving op hoofdlijnen door het hoofd van het departement;
2° de toewijzing van de functie aan de personeelsleden;
3° de toewijzing van de salarisschaal en de goedkeuring van toelagen en vergoedingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de beslissingen die in het Vlaams Personeelsstatuut worden voorbehouden voor een ander orgaan;
4° het toestaan van de verloven en dienstvrijstellingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de verloven waarvoor het Vlaams Personeelsstatuut bepaalt dat ze door de minister worden toegestaan.
1° de indienstneming van personeelsleden, na goedkeuring van de vacature en de functiebeschrijving op hoofdlijnen door het hoofd van het departement;
2° de toewijzing van de functie aan de personeelsleden;
3° de toewijzing van de salarisschaal en de goedkeuring van toelagen en vergoedingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de beslissingen die in het Vlaams Personeelsstatuut worden voorbehouden voor een ander orgaan;
4° het toestaan van de verloven en dienstvrijstellingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de verloven waarvoor het Vlaams Personeelsstatuut bepaalt dat ze door de minister worden toegestaan.
-
Art. 10. Inzake facilitair management heeft het afdelingshoofd delegatie om de beslissingen te nemen in verband met de uitrusting, de informatie- en communicatiesystemen, en de werking van zijn entiteit.
-
HOOFDSTUK III. - Delegatie inzake overheidsopdrachten.
-
Art. 11. [1 Het afdelingshoofd heeft delegatie om overheidsopdrachten te gunnen voor werken, leveringen en diensten, tot een bedrag dat de onderstaande bedragen niet overschrijdt :
- in geval van een openbare aanbesteding/algemene offerteaanvraag : 1.200.000 euro;
- in geval van een beperkte aanbesteding/beperkte offerteaanvraag : 400.000 euro;
- in geval van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : 250.000 euro;
- in geval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : 100.000 euro.]1
[2 Het personeelslid met de graad van adviseur binnen de entiteit Staf van de leidend ambtenaar, belast met departementale advies- en coördinatieopdrachten op het vlak van organisatieontwikkeling, organisatiebeheersing en interne communicatie, heeft delegatie om overheidsopdrachten te gunnen inzake de voormelde aangelegenheden tot een bedrag van 50.000 euro.
De artikelen 3 tot 7, 12 tot 16, en 22 tot 26, zijn van overeenkomstige toepassing op de delegatie bedoeld in het tweede lid.]2
- in geval van een openbare aanbesteding/algemene offerteaanvraag : 1.200.000 euro;
- in geval van een beperkte aanbesteding/beperkte offerteaanvraag : 400.000 euro;
- in geval van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : 250.000 euro;
- in geval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : 100.000 euro.]1
[2 Het personeelslid met de graad van adviseur binnen de entiteit Staf van de leidend ambtenaar, belast met departementale advies- en coördinatieopdrachten op het vlak van organisatieontwikkeling, organisatiebeheersing en interne communicatie, heeft delegatie om overheidsopdrachten te gunnen inzake de voormelde aangelegenheden tot een bedrag van 50.000 euro.
De artikelen 3 tot 7, 12 tot 16, en 22 tot 26, zijn van overeenkomstige toepassing op de delegatie bedoeld in het tweede lid.]2
-
Art. 12. Het afdelingshoofd heeft delegatie om de beslissingen te nemen inzake de uitvoering van overheidsopdrachten. Voor beslissingen met een financiële weerslag geldt de delegatie enkel binnen het voorwerp van de opdracht en tot een gezamenlijke maximale financiële weerslag van 15 % boven het initiële gunningsbedrag.
-
Art.12/1. [1 Het afdelingshoofd heeft delegatie om bestellingen te doen op grond van een bestellingsopdracht, binnen het voorwerp en de bepalingen van die bestellingsopdracht, en tot een bedrag per bestelling van 250.000 euro.
Als de bestelling bestaat uit continue prestaties, zoals exploitatie en recurrent onderhoud, geldt de delegatie zonder beperking van het bedrag.]1
Als de bestelling bestaat uit continue prestaties, zoals exploitatie en recurrent onderhoud, geldt de delegatie zonder beperking van het bedrag.]1
-
HOOFDSTUK IV. - Delegatie inzake de uitvoering van de begroting.
-
Art. 13. Het afdelingshoofd heeft delegatie om binnen de perken van de kredieten en middelen die onder het beheer van zijn entiteit ressorteren, de beslissingen te nemen met betrekking tot het aangaan van verbintenissen, het nemen van vastleggingen, het goedkeuren van verplichtingen, uitgaven en betalingen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten, het vaststellen van vorderingen en het verkrijgen van ontvangsten en inkomsten.
-
Art. 14. Met betrekking tot de niet aan het afdelingshoofd gedelegeerde aangelegenheden, waarvoor de beslissing bij de Vlaamse Regering, de minister, het hoofd van het departement of een ander orgaan berust, heeft de in artikel 13 verleende delegatie aan het afdelingshoofd betrekking op de administratieve beslissingen te nemen en handelingen te stellen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten, die in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering, de minister, het hoofd van het departement of een ander orgaan.
-
Art. 15. Overeenkomstig het bepaalde in artikelen 13 en 14, treedt het afdelingshoofd, in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus en van het systeem van interne controle, op als inhoudelijk ordonnateur voor zijn entiteit.
-
Art. 16. De delegatie aan het afdelingshoofd, verleend bij artikelen 13, 14 en 15, geldt onverminderd de bevoegdheden en opdrachten van de andere actoren in de ontvangsten- en uitgavencyclus en het systeem van interne controle.
-
HOOFDSTUK V. - Delegatie inzake het ondertekenen van briefwisseling.
-
Art. 17. § 1. Het afdelingshoofd heeft delegatie voor de ondertekening van de briefwisseling van zijn entiteit met de minister, met andere diensten van de VLAAMSE OVERHEID en met derden.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in § 1 worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van het hoofd van het departement voorgelegd :
- briefwisseling van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
- antwoorden op brieven van het Rekenhof.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in § 1 worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van het hoofd van het departement voorgelegd :
- briefwisseling van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
- antwoorden op brieven van het Rekenhof.
-
Art. 18. Het hoofd van het departement kan, bij eenvoudige beslissing, instructies uitvaardigen die ertoe strekken :
- bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
- bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
-
HOOFDSTUK VI. - Mogelijkheid tot subdelegatie.
-
Art. 19. Met het oog op een doeltreffende en efficiënte interne organisatie kan het afdelingshoofd een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder subdelegeren aan personeelsleden van zijn entiteit, tot op het meest functionele niveau.
-
Art. 20. De subdelegaties worden vastgesteld in een besluit van het afdelingshoofd. Een afschrift van het besluit wordt aan het hoofd van het departement bezorgd.
-
HOOFDSTUK VII. - Regeling bij vervanging.
-
Art. 21. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van afdelingshoofd belast is of het afdelingshoofd vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, de formule " voor het afdelingshoofd, afwezig ".
-
HOOFDSTUK VIII. - Gebruik van de delegaties en verantwoording.
-
Art. 22. § 1. Het afdelingshoofd, alsook de personeelsleden aan wie ingevolge artikel 19 beslissingsbevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende delegaties.
§ 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door het hoofd van het departement nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
§ 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door het hoofd van het departement nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
-
Art. 23. Het afdelingshoofd organiseert het systeem van interne controle op zodanige wijze dat de verleende delegaties op een adequate wijze worden gebruikt en misbruiken worden vermeden.
-
Art. 24. Het afdelingshoofd is ten aanzien van het hoofd van het departement verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties. Deze verantwoordelijkheid betreft eveneens de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door het afdelingshoofd werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
-
Art. 25. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt driemaandelijks verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door het afdelingshoofd aan het hoofd van het departement wordt voorgelegd. Het rapport wordt door het afdelinghoofd aan het hoofd van het departement voorgelegd, uiterlijk de vijftiende werkdag na het verstrijken van de periode waarop het rapport betrekking heeft.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen, met inbegrip van informatie over de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door het afdelingshoofd werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en ter zake dienend. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
Het hoofd van het departement kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
Het hoofd van het departement kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan het afdelingshoofd verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen, met inbegrip van informatie over de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door het afdelingshoofd werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en ter zake dienend. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
Het hoofd van het departement kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
Het hoofd van het departement kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan het afdelingshoofd verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
-
Art. 26. § 1. Het hoofd van het departement heeft het recht om, bij eenvoudige beslissing, de verleende delegaties tijdelijk, geheel of gedeeltelijk op te heffen.
§ 2. In voorkomend geval worden de beslissingen betreffende de aangelegenheden waarvoor de delegatie tijdelijk werd opgeheven, genomen door het hoofd van het departement.
§ 2. In voorkomend geval worden de beslissingen betreffende de aangelegenheden waarvoor de delegatie tijdelijk werd opgeheven, genomen door het hoofd van het departement.
-
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
-
Art. 27. De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de secretaris-generaal van 26 juli 2002 betreffende delegatie van sommige bevoegdheden inzake algemene werking, organisatie van de diensten en individueel personeelsbeheer aan ambtenaren van het departement Coördinatie;
2° het besluit van de directeur-generaal van 25 november 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake Kanselarij en Bijzondere Initiatieven voor Brussel en voor de Vlaamse Rand rond Brussel aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting;
3° het besluit van de directeur-generaal van 7 mei 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake communicatie en ontvangst aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting.
4° het besluit van de directeur-generaal van 7 mei 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake e-government aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting.
1° het besluit van de secretaris-generaal van 26 juli 2002 betreffende delegatie van sommige bevoegdheden inzake algemene werking, organisatie van de diensten en individueel personeelsbeheer aan ambtenaren van het departement Coördinatie;
2° het besluit van de directeur-generaal van 25 november 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake Kanselarij en Bijzondere Initiatieven voor Brussel en voor de Vlaamse Rand rond Brussel aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting;
3° het besluit van de directeur-generaal van 7 mei 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake communicatie en ontvangst aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting.
4° het besluit van de directeur-generaal van 7 mei 2004 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake e-government aan ambtenaren van de administratie Kanselarij en Voorlichting.
-
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006.
Brussel, 3 april 2006.
De secretaris-generaal van het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid,
E. STROOBANTS.
Brussel, 3 april 2006.
De secretaris-generaal van het departement van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid,
E. STROOBANTS.
-