Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 FEBRUARI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingsmiddelen in het vrij gesubsidieerd onderwijs. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-04-2006 en tekstbijwerking tot 31-08-2023)
Titre
3 FEVRIER 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux mesures de contrôle concernant l'affectation des moyens de fonctionnement dans l'enseignement libre subventionné. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-04-2006 et mise à jour au 31-08-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder " schoolbestuur " verstaan : de schoolbesturen in het basisonderwijs en de inrichtende machten in het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par " autorité scolaire " : les autorités scolaires dans l'enseignement fondamental et les pouvoirs organisateurs dans l'enseignement secondaire et l'enseignement artistique à temps partiel.
Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de schoolbesturen van de gesubsidieerde scholen [2 ...]2die de toelagen genieten, vermeld in [1 artikel 37 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1, artikel 67 van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3quater van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II.
Art. 2. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux autorités scolaires des écoles subventionnées[2 ...]2 qui bénéficient des allocations visées à [1 l'article 37 de la codification relative à l'enseignement secondaire]1, l'article 67 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, et l'article 3quater du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II.
Art. 3. § 1. Uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar moet het schoolbestuur de controle op de aanwending van de werkingstoelagen mogelijk maken door het voorleggen van de jaarrekening voor de schoolbesturen waarop artikel 17, § 3, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, van toepassing is, en het ter beschikking houden van de bijbehorende bewijsstukken.
§ 2. Voor de schoolbesturen waarop artikel 17, § 2, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, van toepassing is, volstaat het uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar een financieel verslag gebaseerd op de vereenvoudigde boekhouding en de bijbehorende bewijsstukken ter beschikking te houden.
[1 § 3. Uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar moeten de schoolbesturen waarop artikel 17, § 4, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, van toepassing is, de controle op de aanwending van de werkingstoelagen mogelijk maken door het voorleggen van een jaarrekening of een financieel verslag, gebaseerd op de vereenvoudigde boekhouding en door het ter beschikking houden van de bijbehorende bewijsstukken.]1
§ 2. Voor de schoolbesturen waarop artikel 17, § 2, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, van toepassing is, volstaat het uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar een financieel verslag gebaseerd op de vereenvoudigde boekhouding en de bijbehorende bewijsstukken ter beschikking te houden.
[1 § 3. Uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar moeten de schoolbesturen waarop artikel 17, § 4, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, van toepassing is, de controle op de aanwending van de werkingstoelagen mogelijk maken door het voorleggen van een jaarrekening of een financieel verslag, gebaseerd op de vereenvoudigde boekhouding en door het ter beschikking houden van de bijbehorende bewijsstukken.]1
Art. 3. § 1er. Au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice, l'autorité scolaire doit permettre le contrôle de l'affectation des moyens de fonctionnement par la présentation du compte annuel pour les autorités scolaires auxquelles s'applique l'article 17, § 3, de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations, et en tenant les pièces justificatives y afférentes à disposition.
§ 2. Pour les autorités scolaires auxquelles s'applique l'article 17, § 2, de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations, il suffit de tenir à disposition un rapport financier, basé sur la comptabilité simplifiée et les pièces justificatives y afférentes, au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice.
[1 § 3. Au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice, les autorités scolaires auxquelles s'applique l'article 17, § 4, de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations, doivent permettre le contrôle de l'affectation des moyens de fonctionnement par la présentation d'un compte annuel ou d'un rapport annuel, basé sur la comptabilité simplifiée et en tenant à disposition les pièces justificatives y afférentes.]1
§ 2. Pour les autorités scolaires auxquelles s'applique l'article 17, § 2, de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations, il suffit de tenir à disposition un rapport financier, basé sur la comptabilité simplifiée et les pièces justificatives y afférentes, au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice.
[1 § 3. Au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice, les autorités scolaires auxquelles s'applique l'article 17, § 4, de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations, doivent permettre le contrôle de l'affectation des moyens de fonctionnement par la présentation d'un compte annuel ou d'un rapport annuel, basé sur la comptabilité simplifiée et en tenant à disposition les pièces justificatives y afférentes.]1
Wijzigingen
Art. 4. De controlerende ambtenaren dienen over hun opdrachten een verslag in bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. Een afschrift ervan wordt aan het betrokken schoolbestuur toegestuurd, dat eventueel een verweerschrift bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, kan indienen.
Art. 4. Les fonctionnaires contrôleurs présentent au Ministre flamand compétent pour l'enseignement un rapport sur leurs missions. Une copie du rapport est envoyée à l'autorité scolaire concernée, qui peut présenter, le cas échéant, un mémoire justificatif au Ministre flamand compétent pour l'enseignement.
Art. 5. Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 1991 houdende de controlemaatregelen inzake aanwending van de werkingstoelagen in het gesubsidieerd onderwijs wordt opgeheven, wat basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs betreft doch uitsluitend voor de schoolbesturen waarop de wet van 27 juni 1921 van toepassing is.
Art. 5. L'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 1991 portant des mesures de contrôle en matière d'emploi des subventions de fonctionnement est abrogé pour ce qui concerne l'enseignement fondamental, secondaire et artistique à temps partiel, cependant uniquement pour les autorités scolaires auxquelles s'applique la loi du 27 juin 1921.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 3 februari 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 3 februari 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 7. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 3 février 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.
Bruxelles, le 3 février 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.